Duinzoom 8 bijlage 4 Nipides Rapport Duinzoom 8 def. 24 okt. 2022
Tekst van het document
48
| Duinzoom 8 | Nipides
Afb. 4.14 Foto van ruimte 0.01, gezien met de rug naar de Duinzoom. De ruimte stamt waarschijnlijk uit 1890 en werd ná 1964 iets verlengd (met het hok waarvan de deur achteraan zichtbaar is).
kamer 0.02 n kamer 0.02 is de vloer afgewerkt met een (sub-)recent aangebrachte parketvloer.
I
De wanden kennen meerdere afwerkingen; dezuid- en oostwand (de twee buitengevels) zijn met een zeer grove, (sub-)recent aangebrachte witte pleisterlaag bedekt; de noordwand tegen ruimte 0.01 is geheel ontpleisterd waardoor het kale metselwerk (gele IJsselstenen in afwisselend staand en kruisverband) zichtbaar is (zie afb. 4.15). Tegen deze wand is een grote (sub-)recent aangebrachte hangschouw aanwezig (voor een houtkachel) die eveneees van het grove, witte pleisterwerk was voorzien (nét zichtbaar links op afb. 4.15). Rechts en deels àchter deze schouw was een rollaag en verticale naad in het metselwerk zichtbaar, die wijzen op een dichtgezet venster (zie afb. 4.16). Dit dichtgezette venster (gearceerd op de plattegronden weergegeven) bevindt zich halverwege de noordelijke buitengevel van 0.02 wanneer men de situatie met het oude, smalle uitbouwtje erbij pakt (dus de situatie van vóór 1890). In de situatie van ná dat jaar (dus met het bredere 0.01) is dit venster hier totaal onlogisch, hetgeen dus opnieuw een aanwijzing vormt voor het feit dat we in
Duinzoom 8 | Nipides |
49
Afb. 4.15 Foto van de noordoosthoek van ruimte 0.02. Het kale metselwerk links is goed vergelijk met het dikke pleisterwerk op de buitenmuur rechts. Let ook op de (sub-) recent aangebrachte hangschouw uiterst links.
Afb. 4.16 Deels achter de schouw is een dichtgezet venster zichtbaar (zie ook rollaag onderaan). Dit moet rond 1890 zijn dichtgezet.
50
| Duinzoom 8 | Nipides
ruimte 0.02 feitelijk met de rond 1872 aangebouwde woning van Jan Pothof sr. en zijn echtgenote (zie vorig hoofdstuk) te maken hebben. De zuidelijke wand bestaat uit witgeverfd metselwerk; de wand is aanzienlijk gewijzigd door het (sub-)recent inbrengen van een open doorgang naar 0.03 met daarnaast een breed open venster met bovenaan een driepas-afsluiting (zie afb. 4.17). De ruimte wordt afgesloten door een balken plafond, waarvan de onderdelen zeer recht en 'nieuw' overkomen. Hoewel het plafond (zie afb. 4.17) niet van zeer dichtbij kon worden bekeken, lijkt het op enig moment te zijn vervangen. De familie van de laatste bewoner (mondelinge mededeling) deelde mee dat hij op enig moment een deel van het plafond van het pand zo'n 20 cm hoger zou hebben gelegd. Hard bewijsbaar is dit - vanwege de dikke witte pleisterlagen op de oost- en westmuur - niet, maar het is mogelijk dat deze verhoging (onder andere) in deze ruimte werd uitgevoerd. Het is zelfs denkbaar dat dit juist de rèden vormt voor het feit dat de oost- en westmuur bepleisterd werden (en enige bouwsporen werden weggewerkt).
Afb. 4.17 Foto van het plafond van ruimte 0.02 dat waarschijnlijk (sub-)recent werd vernieuwd en mogelijk verhoogd. Rechts is de zuidmuur van 0.02 zichtbaar met de doorgang (rechts) en het driepas-venster links. N.B.: let ook op het hartvormige venster in de oostgevel (vanaf buiten zichtbaar op afb. 4.9)
Duinzoom 8 | Nipides |
51
kamer 0.03 e vloer van ruimte 0.03 is van beton gemaakt, danwel voorzien van een deklaag van beton.
D
De vier muren van de ruimte zijn vrijwel geheel uit IJsselstenen opgemetseld (enkele reparaties en/of inboetingen daargelaten), waarbij enkele zaken opvallen. De westelijke buitenmuur is voorzien van restanten van een witte pleisterlaag, welke - net als in 0.02 - werd afgebikt. Dit is echter hier minder volledig gedaan dan in ruimte 0.02 en deze muur bevat dan ook nog relatief dikke restanten van pleisterwerk. Deze zijn echter wel flink behakt en gladde afwerkingsvlakken zijn nergens meer aanwezig (zie afb. 4.18). Ook is op deze muur een aanzienlijke hoeveelheid kunstobjecten (voornamelijk boomerangs) aangebracht die het zicht enigszins belemmeren.
Afb. 4.18 Foto van de westmuur van ruimte 0.03. Achter de vele boomerangs is een muur van IJsselstenen zichtbaar waarbij de pleisterlaag grof zijn weggehakt.
52
| Duinzoom 8 | Nipides
Op zo'n 70 cm hoogte bevinden zich (enigszins moeilijk bereikbaar en meetbaar door opgeslagen materiaal) in deze muur een reeks balkgaten (grofweg 12 x 12 cm) aanwezig. Onder deze lijn zijn nog restanten van een blauwe verflaag zichtbaar (zie afb. 4.19). Zonder historisch fotomateriaal, plattegronden of zelfs maar functie-beschrijvingen van de diverse ruimtes van het pand Duinzoom 8 blijft het lastig tot onmogelijk om deze bouwsporen exact te duiden. Het lijkt er op dat zich hier een iets verhoogd vloertje heeft bevonden, maar het verband met het hieronder aanwezige blauwsel (werd dat slechts hieronder aangebracht danwel slechts hierbóven verwijderd?) de rest van de ruimte (hoe ver liepen de balken door en lag er inderdaad een vloer op?) of met het eerder besproken lage deurtje dat op enkele historische foto's aan de buitenzijde zichtbaar is (zie afb. 3.9; een duidelijk spoor werd echter aan de binnenzijde niet waargenomen), blijft volledig onduidelijk. Wel kan worden gezegd dat het blauwsel ook hier waarschijnlijk met het weren van vliegen in verband met het houden van vee te maken had. Er zijn aan de binnenzijde van de westmuur geen sporen van vensters of dergelijke waargenomen.
Afb. 4.19 Onderaan de westmuur (hier met de hoek met de noordmuur) is op zo'n 70 cm vanaf de vloer een reeks balkgaten aanwezig (één is hier zichtbaar). Op deze hoogte en daaronder zijn sporen van blauwsel aanwezig (zie rechts, iets onder de bruine boomerangs), dat vermoedelijk verband hield met de vroegere veehouderij.
Duinzoom 8 | Nipides |
53
Dit blauwsel is ook - op dezelfde hoogte - op de noord en zuidmuur aanwezig, vlakbij de westmuur. De oostelijke buitengevel is bestaat eveneens uit IJsselstenen, hoewel hier duidelijk meer in gewijzigd is. Met name werd hier een buitendeur geplaatst (door de laatste bewoner) danwel vervangen, waaromheen duidelijk het metselwerk deels opnieuw werd opgetrokken (zie afb. 4.20). Rechts van de deur is het oudere venster aanwezig (zie bespreking exterieur) waarbij ook het metselwerk tussen hergebruikt of herplaatst is. Op diverse plekken bij dit metselwerk zijn namelijk opnieuw (net als bij de westmuur) delen van een blauw geverfde pleisterlaag zichtbaar, die ook bij sommige stenen op de zijkanten (die in de muur verdwijnen) te zien zijn; dit betekent dat deze stenen ooit werd uitgenomen en - gedraaid - weer werden herplaatst (zie afb. 4.21).
Afb. 4.20 Foto van de noordoosthoek van 0.03, waarbij zowel de (sub-)recente buitendeur als de driepasopening naar 0.02 te zien zijn. Het muurwerk boven en links van de buitendeur is (recent) verrommeld.
54
| Duinzoom 8 | Nipides
Afb. 4.21 Close-up van het metselwerk rechts van de buitendeur (zie afb. 4.20). Hier zijn stenen met blauwsel zichtbaar, welke duidelijk werd herplaatst: in dit geval is de steen zelfs gedraaid in de muur teruggezet.
Slechts aan de beide uiteindes van de muur - dus links van de buitendeur en rechts van het venster - zijn nog onaangetaste delen metselwerk aanwezig, eveneens bestaande uit IJsselstenen (10 l = 46,5 en overige maten identiek). Bij het onaangetaste deel muurwerk rechts van het venster valt op dat de opening in het metselwerk dat ten behoeve van het venster is gemaakt, niet recht loopt, doch een grillig karakter heeft (zie afb. 4.22). Dit houdt in dat het venster zeer waarschijnlijk pas later in de muur is ingebracht (en dat hiertoe een opening in het muurwerk werd gemaakt). Dit bevestigt het vermoeden dat de muur tot een van de oudste fases behoort en het venster mogelijk pas in het einde van de negentiende eeuw (gezien zijn vormgeving) werd geplaatst. Het woord 'onaangetast' heeft slechts betrekking op het feit dat de stenen hier niet herplaatst lijken te zijn geweest; het metselwerk vertoont echter ook hier wel schraapsporen in verband met een ontpleistering. Ook is het metselverband soms wat onregelmatig (o.a. een dubbele koppenlaag komt voor).
Duinzoom 8 | Nipides |
55
Afb. 4.22 Foto van het muurwerk rechts van het venster in de oostmuur van 0.03. De opening ten behoeve van het venster is vrij slordig gemaakt, hetgeen niet wijst op een originele opzet, doch op een later ingebracht venster.
De noordwand is reeds op afbeelding 4.17, 4.19 en 4.20 deels te zien, en is binnen de oostelijke en westelijke buitenmuren ingeboet (er is een lichte gleuf gehakt waar de noordmuur in geplaatst is). Dit is mogelijk tijdens de verbouwing in 1872 gedaan toen ruimte 0.02 werd bijgebouwd (zie afb. 3.3), hoewel dit bij gebrek aan duidelijk archiefmateriaal zeer lastig exàct met zekerheid te dateren valt. Het is dan ook - wanneer dit vermoeden klopt - geheel onbekend hoe de oude muur (toen dus een buitengevel) eruit zag. Ook aan de zijde van ruimte 0.03 zijn (in vergelijking met 0.02) geen verdere bouwsporen waarneembaar. De zuidmuur van 0.03 (zie afb. 4.23) betreft tevens de noordelijke muur van het in 1930 herbouwde schuurgedeelte (zie vorig hoofdstuk en de diverse plattegronden). Het is echter direct duidelijk dat hier het oude muurwerk niet werd vervangen (de fabrieksmatig geproduceerde, grauwe steen die in 1930 werd gebruikt is duidelijk te onderscheiden van de IJsselsteen in de zuidmuur van 0.03).
56
| Duinzoom 8 | Nipides
Afb. 4.23 Foto van de zuidmuur van 0.03, waarin een deur (l) en een grote, doorgebroken opening te zien zijn. Het metselwerk zelf is tijdens de verbouwing van 1930 blijven staan.
Hoewel deze muur (zie afb. 4.23) op de tekening uit 1930 wèl als nieuw te maken staat aangegeven, werd deze dus toch niet vervangen (mogelijk was hij nog goed genoeg, of blijf hij om een andere, onbekende reden staan). Deze muur bevat twee doorgangen (zichtbaar op 4.23) die onderling echter duidelijk in karakter verschillen. Het oostelijke exemplaar (links op 4.23) bestaat uit een deur met kozijn en kent zeker enige leeftijd. Aan de zijde van ruimte 0.04b is rondom de deur een lijst aanwezig met een weliswaar simpele, maar toch herkenbare profilering. Deze profilering is op meerdere kozijnen van deuren en vensters aanwezig, en beperkt zich daarbij tot het bouwdeel uit 1930, wat gelijk een goede datering zou kunnen zijn. De linkerdeur (zie 4.23) zou dus zeer goed mogelijk in 1930 kunnen zijn geplaatst danwel zijn opgeknapt. De doorgang aan de rechterzijde in de zuidmuur in ruimte 0.03 (rechts op afb. 4.23) is beduidend breder en betreft duidelijk geen 'echte' deur, doch een grove doorbraak.
Duinzoom 8 | Nipides |
57
Een mondelinge mededeling (fam. Hazelbag) maakt duidelijk dat er bij de laatste bewoner plannen waren om hierachter (in ruimte 0.04a) een grote badkamer te realiseren, hetgeen echter nimmer is gerealiseerd. De doorgebroken doorgang (met halfronde bovenzijde!) zal ongetwijfeld een zelfde karakter en vormgeving hebben gekregen als de andere door hem aangelegde doorgangen in het pand (zoals bijv. op afb. 4.20 in twee varianten te zien). Tussen beide doorgangen (en met stippels aangegeven op de diverse plattegronden) is tegen de muur een duidelijk, verticaal roetspoor zichtbaar dat de plaats van een - inmiddels verdwenen - stookplaats met rookkanaal aangeeft. Deze stookplaats staat zelfs nog op de tekening uit 1930 aangegeven, als een van de weinige elementen in het ongewijzigd blijvende deel. Wanneer deze exact gesloopt is, is onbekend, maar de schoorsteen op het dak (nu eveneens verdwenen) staat nog in 1968 duidelijk op het dak (zie afb. 3.10). Het plafond van ruimte 0.03 bestaat uit witgeverfde balken en vloerdelen (zie afb. 4.24), waarbij de balken vrij regelmatig (machinaal) gezaagd zijn (zo'n 18,5 cm hoog en 7,5 cm breed, h.o.h. 95 cm).
Afb. 4.24 Foto van het plafond van 0.03, dat bestaat uit machinaal gezaagde, witgeverfde balken waarop de vloerplanken rusten. Inzet: aan de westzijde (zijde Duinzoom) is een deel van het oude plafond verwijdert en een breed dakvenster ingebracht.
58
| Duinzoom 8 | Nipides
De bij ruimte 0.02 reeds genoemde mondelinge mededeling over een verhoging van het plafond met zo'n 20 cm, lijkt niet in ruimte 0.03 van toepassing (mogelijk was er ooit onder de balklaag een verlaagd of stucplafond aangebracht; dit kon niet worden vastgesteld. Bovenaan de oostmuur, in het nog authentieke deel muurwerk rechts van het venster (zie beschrijving aldaar) is tussen twee plafondbalken een stuk hout aanwezig. Dit hout was hier kennelijk ook reeds aanwezig op het moment dat de bakstenen in de ruimte grof werden ontpleisterd, aangezien hieronder (met enige moeite) een deel zichtbaar is waar de pleisterlaag intact bleef (zie afb. 4.25). Hoewel de diverse lagen binnen de beperkte kaders van dit onderzoek niet volledig onderzoekbaar zijn, zijn meer lagen witsel/verf waarneembaar (zeker acht konden worden onderscheiden, maar het zijn er ongetwijfeld meer). Hieronder zijn ook gedeeltes van een blauwe kleurlaag zichtbaar, waarbij niet geheel duidelijk wordt of dit blauwsel meerdere keren opnieuw werd aangebracht. De witsel lagen zijn niet exact dateerbaar, maar tonen door hun hoeveelheid wel aan dat het hier om een relatief lange periode (enkele decennia?) van interieurafwerkingen handelt. Het vormt een aanwijzing voor de leeftijd van het plafond, dat in ieder geval ná het intrekken van de laatste bewoner niet meer lijkt te zijn gewijzigd.
Afb. 4.25 Bovenaan de oostmuur (rechts van het venster) is achter een plank een klein deel van de oude bepleistering bewaard gebleven. Hier zijn meerdere lagen witsel (en blauwsel) aanwezig.
Duinzoom 8 | Nipides |
ruimtes 0.04a en b e ruimtes 0.04a en b liggen binnen het in 1930 ge- en verbouwde schuurgedeelte van het pand, waarbij de noordelijke muur tegen 0.03 - zie bespreking ruimte 0.03 - is blijven staan.
D
De ruimtes werden indertijd als woonruimte binnen het aangebouwde deel ontworpen. De bewaard gebleven, originele bouwtekening (zie afb. 3.11) is daarbij overigens niet geheel duidelijk en vermeld voor de ruimtes respectievelijk het bijschrift Woonkamer en iets dat lijkt op E den Goot, met de letter E in een andere pen. Het is dus niet gehéél duidelijk of dit deel bestemd was voor bewoning door ene E. de Goot (een bewoner/gebruiker die verder buiten de aangetroffen archieven bleef ), of dat het hier slechts om een aanduiding van de goot handelt, waarmee een keuken wordt bedoeld (wat ruimte 0.04b ook inderdaad was). De huidige ruimtes hebben echter sinds die tijd meerdere wijzigingen ondergaan. Opgemerkt moet worden dat hier veel materiaal stond opgeslagen dat op meerdere punten het onderzoek iets bemoeilijkte. Als eerste valt op dat de tussenmuur tussen 0.04a en b vrijwel geheel werd gesloopt; slechts door het feit dat de vloer in 0.04a ontbreekt is nog een onderste rij bakstenen van de tussenmuur zichtbaar (zoals eerder gezegd was hier door de laatste bewoner een badkamer gepland en was reeds met werkzaamheden begonnen). Deze tussenmuur bestaat uit kalkzandsteen (halfsteens muur van zo'n 11 cm breed; zie afb. 4.26).
Hoewel niet als dusdanig op de tekening uit 1930 aangegeven, lijken alle toen nieuw gebouwde binnenwanden uit kalkzandsteen te bestaan (ook het geval bij de gang achter de voordeur ten zuiden van 0.04a. De noordmuur van ruimte 0.04a (tegen 0.03) bestaat - zoals reeds bij de andere zijde in 0.03 getoond - grotendeels uit gele IJsselsteen en de muur is aan de zijde van 0.04a voorzien van meerdere lagen witkalk (zonder onderliggende bepleistering; de vorm van de bakstenen is nog enigszins waarneembaar). Hierbij is ook hier een blauwe laag zichtbaar, die opvallend genoeg bij een smalle strook aan de bovenzijde van de muur nog goed zichtbaar is en nimmer werd overkalkt (zie afb. 4.27); mogelijk bevond zich hier een lager plafond.
59
60
| Duinzoom 8 | Nipides
Afb. 4.26 Foto van de gesloopte muur (van kalkzandsteen) tussen 0.04a en b, waarvan de onderste laag nog te zien is (zie rode pijl). Foto genomen vanuit 0.04a, waar de vloer verwijderd was.
► Deze lagen worden niet slechts genoemd om aan te tonen dat ook de voorganger van de huidige ruimte 0.04a voorzien was van een blauwe afwerking, maar ook is zichtbaar dat de genoemde lagen van blauwsel en witkalk doorlopen achter de plek waar de muur tussen 0.04a en b uit 1930 tegenaan stond (nu zichtbaar omdat die muur dus is afgebroken). Dit toont wederom aan dat de muur tussen 0.03 en 0.04a ouder is dan 1930 en tijdens de verbouwingen in dat jaar gewoon is blijven staan; blauwsel en al. Zoals eerder gezegd is de vloer van 0.04a door de laatste bewoner verwijdert, waardoor enkele centimeters lager een zandbed te zien is (zie afb. 4.26). De vloer van 0.04b is nog wel aanwezig en zichtbaar is hoe die houten vloer rust op enkele vloerbalken welke direct op het zandbed zijn gelegd. Een kruipruimte is in deze fase niet aanwezig; ook zijn op deze beperkte diepte geen sporen van enige oudere vloeren aangetroffen (het is overigens niet bekend of en in hoeverre de vloerniveau's in de loop der jaren zijn aangepast). De overige twee wanden van ruimte 0.04a (de westelijke buitenmuur en zuidelijke binnenwand met de gang) zijn geheel wit en glad bepleisterd, waardoor hier niet veel bouwsporen te zien zijn. Deze worden hier ook niet verwacht, aangezien het duidelijk is (bijv. aan het extrerieur) dat deze wanden wèl in 1930 werden geplaatst.
Duinzoom 8 | Nipides |
61
Afb. 4.27 Bovenaan de noordmuur van 0.04a is een strook blauwsel te zien. Dit blauwsel werd op de gehele muur aangebracht, doch onder deze strook werd de muur later witgekalkt. Deze muur is tijdens de verbouwing van 1930 blijven staan.
Wel hebben deze beide muren enige (sub-)recente aanpassingen ondergaan; de westelijke buitenmuur bevat een groot venster dat duidelijk afwijkt van de historische foto's (vergelijk bijv. afb. 3.9 , 3.10 en 4.28). Dit huidige, brede venster is identiek aan de twee exemplaren in ruimte 0.05 en werd door de laatste bewoner aangebracht.
Afb. 4.28 Foto van de buitengevel van 0.04a, gezien met de hoek met de noordmuur (waar afb. 4.27 een detail van toont). Het grote venster in de buitengevel werd door de laatste bewoner ingebracht, gelijk met de identieke vensters in ruimte 0.05.
62
| Duinzoom 8 | Nipides
Afb. 4.29 Foto van de zuidmuur van 0.04a. De afgebroken muur met 0.04b (nu vervangen door een gordijn) is onderaan nog nèt zichtbaar (zie afb. 4.26). Rechts is de open doorgang (eveneens met gordijn) naar de gang te zien.
De zuidelijke binnenmuur tegen de gang kent een open doorgang (nu slechts van een gordijn voorzien) die reeds op de tekening uit 1930 te zien valt, doch die door de laatste bewoner werd gewijzigd in een open doorgang met halfronde boog, zoals er reeds meerdere in het pand werden getoond (zie afb. 4.29). Het plafond van ruimte 0.04a bestaat uit zwart geverfde houten balken, die qua vorm en afwerking sterk lijken op de balklagen in 0.02 en 0.03, zij het dat deze hier in 0.04a een andere (noord-zuid) oriëntatie liggen (zie afb. 4.28). De balklaag loopt door in ruimte 0.04b. De eerste balk is een strijkbalk in de westelijke buitenmuur van 0.04a, vervolgens volgen drie zwarte balken en is balk nummer 5 exact boven de muur tussen 0.04a en b aanwezig (en onbeschilderd). Uiteindelijk volgen nog zes exemplaren in 0.04b die groen geverfd zijn en afgedekt met geel geverfde vloerplanken (totaal kennen 0.04a en b dus elf balken). Ruimte 0.04b is gebouwd als keuken en bevat een keukenblok dat mogelijk nog tot de bouwtijd van 1930 teruggaat, doch wel van een andere kleurstelling werd voorzien (zie afb. 4.30). Zoals reeds bij de bespreking van het exterieur werd meegedeeld valt het te betreuren dat de buitenzijde van de oostelijke buitenmuur door overmatige begroeiing niet kon worden bekeken.
Duinzoom 8 | Nipides |
Ook aan de binnenzijde is het metselwerk niet zichtbaar, aangezien hier de (oranje geverfde) pleisterlaag nog aanwezig is (zie afb. 4.30). Aan de buitenzijde was deze muur slechts op de hoek bij de zuidgevel deels zichtbaar (zie afb. 4.8) en leek daar nog - althans deels - stenen te bevatten die tot vóór de verbouwing van 1930 teruggaan. Nu bevindt zich aan de oostzijde van keuken 0.04b een kleine uitbouw die oorspronkelijk als toilet werd gebruikt (zie de tekening uit 1930; opvallend zijn de dubbele toiletten direct naast elkaar; mogelijk werden deze toiletten door werknemers in de schuur gebruikt). Deze uitbouw is bereikbaar via 0.04b (momenteel alleen maar via deze ruimte; de opening naar 0.05 die op de tekening uit 1930 staat aangegeven is dichtgezet) en is voorzien van een kozijn die een - eerder genoemde - afwerking heeft die bij deze bouwfase behoort. De uitbouw is van binnen bepleisterd, doch via enkele kieren is het achterliggende metselwerk zichtbaar.
63
Afb. 4.30 Foto van de keuken 0.04b, met zicht op het keukenblok tegen de oostmuur. Dit blok dateert goed mogelijk nog uit 1930. De oostmuur zelf lijkt in 1930 niet te zijn vervangen maar uit een oudere fase te stammen.
64
| Duinzoom 8 | Nipides
Afb. 4.31 Foto van de uitstekende toiletten die vanuit 0.04b bereikbaar zijn. Detail van de aansluiting van deze toiletten (rechts, met baksteen uit 1930) op de oostmuur van 0.04b (links, met IJsselsteen. Het toont aan dat delen van de oostelijke buitengevel tijdens de verbouwing van 1930 zijn blijven staan.
Zichtbaar is dat de uitbouw is opgemetseld uit de grauwe fabriekssteen die in 1930 werd gehanteerd, hetgeen dus aantoont dat de uitbouw uit de verbouwing van dat jaar stamt (zie afb. 4.31 en 4.32). Opvallend is dat een soortgelijke uitstulping reeds vanaf 1890 op de kadastrale kaarten is te zien (zie afb. 3.3), wat aangeeft dat zowel de locatie en de vorm van de oude schuur (waar dus verder geen foto's van werden aangetroffen) in de nieuwbouw werd gevolgd. In de genoemde kier is tevens een klein deel van het metselwerk van de oostelijke buitenmuur van 0.04b te zien, welke duidelijk blijkt te bestaan uit gele IJsselsteen (zie afb. 4.31). Dit vormt dus opnieuw een aanwijzing dat de oostelijke buitenmuur van de schuur althans deels bestaat uit ouder muurwerk dat tijdens de verbouwing in 1930 is blijven staan. De exacte gang van zaken, de reden van het blijven staan van oude delen of waarom de nieuwbouw zo precies de omtrek van de oude schuur volgde, is onbekend en is ook niet uit het bouwdossier af te leiden.
Duinzoom 8 | Nipides |
65
Afb. 4.32 Foto van de uitbouw aan de oostzijde van 0.04b. Deze ruimte (lange tijd niet meer betreden gezien de takken en spinnenwebben) staat op de tekening uit 1930 ingetekend als twee toiletten.
ruimtes 0.05 e ruimte 0.05 betreft de grote schuur en het hoofddeel van het in 1930 verbouwde gedeelte.
D
Deze ruimte was ten tijde van dit onderzoek ingericht als expositieruimte (zie afb. 4.33). Op de originele bouwtekening uit 1930 (zie vorig hoofdstuk) is te zien dat deze ruimte door een binnenwand in twee delen was verdeeld. Deze binnenwand is tegenwoordig niet meer aanwezig (waarschijnlijk door de laatste bewoner verwijderd) en vervangen door een dunnere wand van plaatmateriaal, die de schuur nog steeds in een westelijk deel (de expositieruimte) en een smaller oostelijk deel (feitelijk een lange gang) verdeelt. De vloer van de ruimte bestaat uit beton dat eveneens waarschijnlijk (sub-) recent is aangebracht op het moment dat de schuur werd omgebouwd tot expositieruimte. Er zijn - zowel in het pand als in het beschikbare archiefmateriaal - geen aanwijzingen of sporen aagetroffen betreffende de originele vloerafwerking uit 1930. De wanden van het westelijk deel (de expositieruimte) zijn - met uitzondering van de genoemde scheidingswand van plaatmateriaal - ruw wit gepleisterd, waarbij in de noordwand het trappenhuis herkenbaar is (zie afb. 4.34).
66
| Duinzoom 8 | Nipides
Afb. 4.33 Foto van ruimte 0.05, gezien richting het zuiden. De ruimte is in 1930 als schuur gebouwd en later (post-1967) tot expositieruimte omgebouwd.
Afb. 4.34 Foto van dezelfde ruimte 0.05 (zie afb. 4.33), nu in de tegenovergestelde richting. Achteraan is links (met rond venster) het (sub-)recent ingebouwde trappenhuis te zien.
Duinzoom 8 | Nipides |
67
Dit trappenhuis bevindt zich achter de gang ten zuiden van ruimte 0.04a (zie de diverse plattegronden) en werd door de laatste bewoner ingebouwd. De muren van dit bouwdeel zijn te herkennen als witgeverfd metselwerk. Het is overigens niet geheel duidelijk hoe de zolderverdieping (van zowel schuur of het oudere boerderij-gedeelte) te bereiken was; de originele bouwtekening uit 1930 toont nergens een trap. Het oostelijke deel van de schuur 0.05 is zoals gezegd in gebruik als een verbindende gang. Op het moment van onderzoek lag deze ruimte zeer vol met opgeslagen materiaal, hetgeen het onderzoek van de bouwmaterie (of zelfs het betreden van de ruimte) danig bemoeilijkte (zie afb. 4.35). De oostelijke buitenmuur is hier vrijwel geheel voorzien van pleisterwerk, waarbij slechts via enkele beschadigingen het achterliggende metselwerk kon worden bekeken. Dit metselwerk (voor zover dus zichtbaar) bestond ook hier uit gele steen (zie afb. 4.36), wat opnieuw aantoont dat feitelijk de gehele oostgevel van de oude schuur tijdens de verbouwingen van 1930 is blijven staan. In deze buitengevel zijn in het pleisterwerk op regelmatige afstanden (iets hoger boven een buitendeur die zich hier bevindt (zichtbaar op 4.35) enkele grijze
Afb. 4.35 Foto van het oostelijk deel van ruimte 0.05, dat ten tijde van het onderzoek vol met materiaal stond. Links is de oostelijke buitenmuur zichtbaar.
68
| Duinzoom 8 | Nipides
Afb. 4.36 Foto van dezelfde ruimte als 4.35, doch nu in tegenovergestelde richting gezien. Rechts is in de oostmuur een oud venster zichtbaar met daarboven twee afgezaagde balkeinden die mogelijk nog tot de oude zoldervloer behoren.
dichtzettingen waar waarschijnlijk de balken van de zoldervloer van de oude schuur ingelaten waren. Bij het meest noordelijke venster in deze buitengevel zijn zelfs nog twee afgezaagde ronde balkeinden aanwezig (zie afb. 4.36). Deze balkeinden vormen één van de weinige (bovengrondse) bouwelementen die potentieel de oude, oostelijke zijmuur absoluut zouden kunnen dateren (door middel van dendrochronologisch onderzoek). De huidige constructie die de zoldervloer draagt, staat geheel los van deze oostmuur en bestaat uit twee vrijwel pandbrede vloerbalken die aan de westzijde bij de buitenmuur op kolommen rusten en op ongeveer de locatie van de verwijderde binnenwand uit 1930 rusten op twee standvinken (zie afb. 4.33, 34 en 4.38). De redeb voor de gehanteerde constructie lijkt te liggen in het willen creëren van twee afzonderlijke schuurgedeeltes die voor de opslag van verschillende goederen werden gebruikt (hooi, producten, wagens, gereedschap, etc.). De houten balken vertonen hier en daar sporen van die mogelijk wijzen op hergebruik (enkele sleuven etc.), doch hun oorspronkelijke gebruik is onduidelijk (zelfs of dit binnen ditzelfde gebouw was).
Duinzoom 8 | Nipides |
69
Afb. 4.37 Foto van een van de standvinken van de balkconstructie in ruimte 0.05. Deze standvinken bevinden zich in het smalle oostelijk deel van de ruimte en waren omringd door veel materiaal.
Op de dikke draagbalken zijn dunnere, duidelijk regelmatiger gezaagde balken gelegd, waarop witgeverfde vloerplanken van de zolder rusten (zichtbaar op afb. 4.33 en 4.34). zolder en kapconstructie e verschillende bouwfases die op de begane grond tussen de verschillende ruimtes waarneembaar zijn, zijn in de kapconstructie beduidend minder duidelijk waarneembaar.
D
Er zijn feitelijk slechts twee gedeeltes in de kapconstructie te onderscheiden, namelijk de smallere kap boven 1.02 en 1.03 en de bredere kap die in 1930 boven 1.04 en 1.05 aanwezig is (de kap loopt niet door boven de entreehal 0.01 noch de uitgebouwde toiletten aan de oostzijde). Het smallere deel van de kapconstructie (boven 1.02 en 1.03) is zeer eenvoudig van vorm en bestaat uit een gordingenkap met slechts één spant, dat precies tussen 1.02 en 1.03 gelegen is (zie de diverse plattegronden). Dit spant bestaat uit een zeer eenvoudige V-constructie van twee spantbenen die die bovenaan als schaargebint onder een (overhoeks gedraaide) nokgording samenkomen (zie afb. 4.38). De gehele constructie kent geen dwarsverbinding (trekbalk, haanhout, etc) en is slechts bovenaan in de nokverbinding licht verstevigd via een schetsplaat.
70
| Duinzoom 8 | Nipides
Afb. 4.38 Foto van zolder 1.02, gezien richting 1.03. Het (enige) spant van dit kapgedeelte is goed zichtbaar. In 1.02 zijn op de dakvlakken diverse (recente) behanglagen aanwezig.
In ruimte 1.02 is de nokgording en het dakbeschot afgedekt met plaatmateriaal waartegen nog enkele lagen behang zichtbaar zijn (zie afb. 4.38). Deze lagen zijn alle relatief recent en zullen door de laatste bewoner zijn aangebracht, wellicht rond de jaren '70 of '80 van de twintigste eeuw. In 1.03 is het dakbeschot (zij het achter veel lakens die in deze ruimte zijn opgehangen) wel zichtbaar (een verticaal beschot bestaande uit regelmatig gezaagde planken van zo'n 27 cm breed). Ook de spantbenen (zo'n 12 x 9,8 cm) zijn vrij regelmatig van vorm. Een exacte datering is binnen de beperkte kaders van dit onderzoek niet te achterhalen maar gezien het feit dat de kap boven het in 1872 aangebouwde deel doorloopt (ruimte 0.02/1.02; zie afb. 3.3) betekent dat deze in ieder geval van nà dat jaar dateert. Het blijft echter ook mogelijk dat dit kapgedeelte tijdens de verbouwingen in 1930 met de grotere kap mee werd vervangen. Een aanwijzing voor dit laatste wordt gevonden in het feit dat bepaalde elementen ook in de grotere kapconstructie voorkomen, zoals het gebruik van een schaargebint en daarmee gepaard gaande overhoeks geplaatste nokgording (zie afb. 4.39).
Duinzoom 8 | Nipides |
In dit bredere kapgedeelte (dat in ieder geval met zekerheid uit 1930 dateert) zijn twee spanten aanwezig. Deze bestaan eveneens uit een driehoeksspanten, hoewel ze hier - ongetwijfeld vanwege de grotere overspanning - wel met een tussenbalk zijn verstevigd met een gelipte spantbalk (tegen het spant gespijkerd en niet aan de zijkanten uitstekend). Hiertegen zijn - rustend op houten klossen - twee gordingen (en dus een nokgording) bevestigd (het geheel is op afb. 4.39 zichtbaar). Het beschot wijkt af van hetgeen bij het smallere dakdeel is uitgevoerd; in zolder 1.05 bestaat het namelijk uit verticaal geplaatste, onregelmatige stukken hout die direct uit de stam zijn gezaagd, zonder te zijn gekantrecht (de zijkanten volgen dus de grillige lijn van de boomstaam). Aangezien dit geen strakke aansluitende naden oplevert, zijn deze naden met een tweede reeks planken afgedekt (zichtbaar op afb. 4.39).
71
Afb. 4.39 Foto van de bredere kapconstructie in zolder 1.05. Hier zijn twee (schaar-) spanten aanwezig die met tussenbalken zijn verstevigd. De kap werd in 1930 gebouwd. N.B.: let ook op het opvallende, overnaadse dakbeschot.
72
| Duinzoom 8 | Nipides
Afb. 4.40 Foto van ruimte 1.04, gezien richting het noorden. De zichtbare muur bestaat deels uit oud muurwerk, waar in 1930 het rechterdeel (met venster) werd vervangen.
De gehele zolder is niet voorzien van borstweringen; op een tweetal locaties zijn binnenwanden aanwezig (ter weerszijden van ruimte 1.04) die geheel van pleisterlagen zijn voorzien. De noordwand van 1.04 is daarbij deels een buitengevel (zie de plattegronden) en voorzien van een buitenvenster dat qua afwerking aansluit bij de vensters uit 1930 die reeds op de begane grond werden aagetroffen (zie afb. 4.40). Naast deze binnenwanden kent de zolder nog een noordelijke en een zuidelijke buitengevel. Aan de noordgevel (bij ruimte 1.02) zijn niet alleen een centraal rookkanaal aanwezig maar zijn ook bouwsporen van een dichtgezet venster zichtbaar, dat zonder twijfel het exemplaar is dat op de foto uit 1962 te zien valt (zie afb. 3.9 en afb. 4.41). Het venster is met hergebruikte oude stenen dichtgezet (herkenbaar aan de donkere, Portland specie en de willekeurige stenen met pleisterresten), terwijl de muur rechts (oostelijk) hiervan uit gele IJsselsteen bestaat (zie afb. 4.41). Bij nadere inspectie van de vensteropening blijkt de vensteropening niet oorspronkelijk tot het muurwerk te behoren, maar later in het muurwerk ingebracht (zie 4.41; een exacte datering hiervan valt niet te bepalen).
Duinzoom 8 | Nipides |
73
Afb. 4.41 In de noordgevel van 1.02 is een dichtgezet venster zichtbaar dat op afb. 3.9 nog te zien is. Het venster werd zelf ook pas later in het muurwerk ingebracht.
De zuidgevel is vrijwel geheel bepleisterd maar toont af en toe (en uiteraard geheel aan de buitenzijde) het achterliggende metselwerk, bestaande uit de eerder genoemde grauwe baksteen (21 x 10 x 5,5 cm) uit 1930 (zie afb. 4.42).
Afb. 4.42 De zuidgevel van 1.05 stamt uit 1930 en is aan de binnenzijde vrijwel geheel bepleisterd. De kap kent geen borstweringen.
74
| Duinzoom 8 | Nipides
SAMENVATTING
U
it het archiefonderzoek (zie hoofdstuk 3) komt het beeld naar voren van een boerderij ('duinhuisje') dat in de kern in ieder geval tot 1819 teruggaat, maar mogelijk een nog grotere leeftijd heeft. In de loop van de negentiende en twintigste eeuw wordt het pand geleidelijk vergroot en aangepast. Bij het onderzoek in het pand zelf wordt duidelijk dat veel van deze bouwfasen nog in het pand aanwezig en herkenbaar zijn, waarbij deze echter wel vele latere wijzigingen en aanpassingen hebben ondergaan. De oudste kern (die teruggaat tot in ieder geval 1819) wordt gevonden in ruimte 0.03 en in beperkte mate in 0.04a (met name de noordmuur). Het oude muurwerk was op enig moment - zowel binnen als buiten - afgewerkt met een opvallende blauwe kleur, die doorgaans gebruikt werd om vliegen te verjagen binnen boerderijen die voor veeteelt werden gebruikt. Dit blauwsel lijkt niet tot de allervroegste fasen terug te gaan, gezien de vele lagen witkalk die hieronder aanwezig zijn (en gezien het feit dat blauwe pigmenten in die periode waarschijnlijk te duur waren om een gehele boerderij mee af te werken). Het blauwsel hangt mogenlijk samen met een functieverandering van de boerderij in de negentiende eeuw, van landbouw naar veeteelt. Kamer 0.02 betreft een in 1872 aangebouwd woongedeelte, waarbij ook de muur tussen 0.02 en 0.03 (tot dan toe de noordelijke buitengevel) werd vervangen.
Kamer 0.02 - het woongedeelte - krijgt een venster in zijn noordgevel met daarnaast een klein uitbouwtje (mogelijk een eigen ingangsportaal of een uitgebouwd toilet). Ruimte 0.04a en b werden danig aangepast tijdens een verbouwing in 1930 en zijn daarom heeft moeilijkst te volgen in de negentiende eeuwse fasen. Het pand bereikt in 1890 een omtrek die het grofweg nu nog bezit. Aan de zuidzijde verschijnt een brede schuur of stal met een uitgebouwd toilet aan de oostzijde.
Duinzoom 8 | Nipides |
In 1930 wordt deze schuur op hetzelfde grondplan herbouwd, waarbij de oostmuur ervan om niet geheel duidelijke reden blijft staan. Bij deze verbouwing krijgt de schuur een nieuwe kap en wordt vermoedelijk ook de kapconstructie van het smallere gedeelte - dat tot dan toe waarschijnlijk nog uit diverse delen met aparte dateringen bestaat - geheel vervangen. Nadat het pand in 1967 als woon- en werkruimte aan de kunstenaar Ben Hazelbag overging, onderging het pand in de loop der jaren nog vele wijzigingen waarbij helaas soms ook historische afwerkingen verloren gingen. Zo werden meerdere doorgangen aangelegd of van nieuwe, betonnen kozijn voorzien; meerdere ruimtes vrijwel geheel van hun oude pleisterlagen ontdaan; meerdere vensters in de buitengevels vervangen; een trappenhuis bijgebouwd; een vloer in ruimte 0.04a verwijderd en nog meerdere kleinere wijzigingen uitgevoerd. Het huidige onderzoek is zo breed mogelijk uitgevoerd, doch had zijn grenzen. Binnen het pand zijn meerdere plekken aan te wijzen waar verder onderzoek meer licht op zijn ontstaansgeschiedenis kan werpen (zoals een dendrochronologische bemonstering van de balkeinden in het noordelijk deel van 0.05; pigment-onderzoek naar het blauwsel; beperkt onderzoek naar de funderingen en de mogelijke aanwezigheid van een kelder, etc. etc.).
In het volgende hoofdstuk wordt de hier besproken bouwmaterie van een waardestelling voorzien, zowel in tekst als in een waardestellingstekening.
75
76
| Duinzoom 8 | Nipides
= oudste materie (pre- 1819)
= uitbreiding 1872
= uitbreiding 1890
= verbouwing 1930
= recent; post-1967
Afb. 4.43 Plattegrond van de twee bouwlagen van Duinzoom 8 met daarop een globaal overzicht van de bouwfasen.
Duinzoom 8 | Nipides |
5
Waardestelling
INLEIDING
Doorgaans wordt een waardestelling opgesteld met betrekking tot een gebouw met een monumentenstatus. In het geval van het niet-monumentale pand Duinzoom 8 te Rockanje, heeft de opdrachtgever (de gemeente Westvoorne) gevraagd om een bouw- en cultuurhistorisch onderzoek in verband met een herbestemmingsproject. De hieronder gegeven waarderingen bevat geen advies omtrent enige herbestemming; dat is geheel aan het beslissend orgaan (in dit geval tevens eigenaar). Dit rapport en de waardestelling hebben slechts tot doel om een overzicht van de huidige bouwmaterie van het pand te geven, alsmede van zijn ontstaansgeschiedenis en zijn cultuurhistorische betekenis binnen zijn grotere bebouwde omgeving. Het rapport kan worden gehanteerd als onderbouwing van enige beslissing omtrent de genoemde herbestemming. Daarnaast moet nog eens gewezen worden op het feit dat het hier om bouwhistorische en niet om bouwkundige waarden gaat; eventuele bouwdelen die verrot of anderszins onbruikbaar zijn en waarbij een eventuele vervanging of aanpassing met het oog op de veiligheid allerzins verdedigbaar is, worden hier niet behandeld. Slechts wanneer een eventueel aangetroffen gebrek een acuut gevaar voor de persoonlijke veiligheid oplevert, wordt dit vermeld. De waardestellingen worden gegeven conform de Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek, zoals opgesteld door de RCE (2009).
DUINZOOM 8
Z
oals in de vorige hoofdstukken al een paar maal werd besproken, gaat het pand Duinzoom 8 te Rockanje in (delen van) zijn kern terug tot vóór 1819.
77
78
| Duinzoom 8 | Nipides
Diverse opvolgende verbouwingen zijn in het gebouw terug te vinden, waarbij echter ook veelvuldig het oude beeld werd aangetast. Wanneer tegenwoordig de omgeving van het pand bekeken wordt, lijkt er met een recente nieuwbouwwijk van doen te zijn en is het eeuwenoude agrarische beeld hier verdrongen. De oudste kern van het pand Duinzoom 8 betreft daarom een zeldzaam voorbeeld van agrarische, kleinschalige bouwkunst aan de rand van de dorpskern, die juist vaak - ten bate van grotere monumentale bouwwerken - aan de aandacht ontsnapt. Wanneer de kadastrale kaart uit 1819 erbij wordt gepakt is Duinzoom 8 het enige gebouw dat - deels - langs deze rand van het dorp tot op de dag van vandaag bewaard bleef; er is voor zover bekend aan de Duinzoom in Rockanje geen ander gebouw bewaard gebleven dat tot die periode teruggaat. Het pand vertegenwoordigt de overgang van landbouw naar veeteelt die het dorp gedurende de negentiende eeuw onderging. Het pand is de laatste decennia in gebruik geweest als woning en atelier van de beeldhouwer Ben Hazelbag. Nabestaanden van deze kunstenaar hebben aan de opdrachtgever gevraagd of er mogelijkheden bestonden om het pand binnen deze sector in gebruik te laten blijven en of het daarvoor - bijvoorbeeld als expositieruimte - bruikbaar is.
Deze vraag vormt mede de reden van het opzetten van dit onderzoek, doch valt binnen de eerder genoemde verantwoordelijkheid die bij de opdrachtgever, gemeente Westvoorne, rust. De nu volgende waardestelling beperkt zich tot het verleden van het gebouw, met name zijn vroegere ontstaans- en gebruiksgeschiedenis.
WAARDESTELLING
algemeen et pand Duiznoom 8 vormt een bijzonder voorbeeld van een vermoedelijk vroeg-negentiende eeuwse (mogelijk eerder) combinatie tussen een agrarische woon- en werklocatie . Het pand bevat nog meerdere aantoonbare restanten die tot die agrarische gebruiksfase teruggaan.
H
Duinzoom 8 | Nipides |
Het pand kent echter niet één duidelijk aantoonbare bouwfase maar is een ware lappendeken van diverse verbouwingen en aanpassingen. historische waarde et pand herbergt grote historische waarde, en laat feitelijk de gehele negentiende eeuwse groei van het dorp Rockanje aan zijn bouwmaterie aflezen.
H
Het - soms onverbiddelijke - boerenbestaan in die periode toont zich in de beperkte ruimte die tot de vaak grote boerengezinnen ter beschikking stonden en de vele kinderen die hier geleefd hebben en vaak ook zijn geboren en gestorven. De noordelijke aanbouw is specifiek gebouwd om grootouders (en vorige eigenaars) van de familie Pothof te huisvesten, zodat ook zij binnen de muren van het gebouw bleven wonen. Het vroegere gebruik als landbouwbedrijf werd - vermoedelijk door verschraling van de omliggende gronden - op den duur omgezet in een veeteeltbedrijf, hetgeen zich in de bouwmaterie laat zien. Uiteindelijk resulteert deze groei in de aanbouw van een grote schuur/stal. Het pand krijgt gezien deze feiten een hoge historische waarde. architectuurhistorische waarde e architectuurhistorische waarde van het pand ligt in zijn zeldzaamheid, en niet zozeer in zijn vormgeving.
D
Het pand werd zeer waarschijnlijk (zeker in de vroegere fasen) niet door een architect (zoals wij dat tegenwoordig bedoelen) ontworpen. Het gebouw is sober en eenvoudig vormgegeven, doch de genoemde leeftijd en zeldzaamheid rechtvaardigen de toekenning van enige waarde. Het pand krijgt daarom een positieve architectuurhistorische waarde. stedenbouwkundige waarde innen de context van zijn direct omgeving - de westelijke duinrand van het dorp Rockanje - heeft het pand in de loop der jaren bijzonderheid verworven; voor zover bekend zijn al zijn tijdgenoten alhier uiteindelijk verdwenen.
B
79
80
| Duinzoom 8 | Nipides
Het pand ligt daarbij op een in het oog springende locatie (hoek Duinzoom Parnassialaan). Wel werd het beeld van het pand ten tijde van dit onderzoek wat vertroebeld door de uitbundige begroeiing rondom het gebouw. Het pand krijgt daarom een hoge stedenbouwkundige waarde. gebruikshistorische waarde e gebruikshistorie van het pand illustreert de ontwikkelingen die het dorp Rockanje zelf door de loop der jaren heeft meegemaakt.
D
Het oudst achterhaalbare gebruik ligt binnen de landbouw, waar het grootste deel van de landerijen binnen de dorpsgrenzen voor benut werd. In de loop van de negentiende eeuw wijzigt dit gebruik zich - waarschijnlijk door verschralende grond - naar de veeteelt. Na de oorlog is dit gebruik nauwelijks - en in steeds minder wordende mate houdbaar en worden de oude landerijen vrijwel geheel volgebouwd. Met de koop van het pand door (indertijd) de gemeente Rockanje verdwijnt het boerenbedrijf definitief uit het gebouw en wordt het vervangen door bewoning, kunst en recreatie; een ontwikkeling die één-op-één aansluit bij de grotere ontwikkeling van het dorp zelf. Het pand krijgt daarom een hoge gebruikshistorische waarde. bouwhistorische waarde - algemeen oals reeds meerdere malen vermeld kent het pand een reeks aan opvolgende bouwfasen die alle hun weerslag hebben gehad in de nu bestaande bouwmaterie.
Z
Het casco (de bouwmuren en de balk- en kapconstructies) gaan daarbij tot hun individuele fasen terug en krijgen daarom een hoge bouwhistorische waarde. Een uitzondering daarop vormt de post-1967 uitbouw aan de oostzijde van entree 0.01. Deze kent noch de leeftijd noch de architectuur om de toekenning van enige waarde te rechtvaardigen. Dit bouwdeel krijgt daarom een indifferente bouwhistorische waarde.
Duinzoom 8 | Nipides |
Binnen de genoemde en hooggewaarde buitenmuren zijn op diverse plaatsen enkele (sub-)recente ingrepen uitgevoerd (zoals de brede vensters in de westelijke zijgevel). Deze verhogen wellicht het gebruiksgemak (zoals de daglichttoetreding in de expositieruimte 0.05), maar bezitten noch de leeftijd noch de architectuur om de toekenning van enige waarde te rechtvaardigen. Deze (sub-)recent toegevoegde ramen en deuren krijgen daarom een indifferente monumentwaarde. Een twijfelgeval vormt daarbij het hartvormige venster in de oostmuur van ruimte 0.02 dat door zijn vormgeving zeker enige aardigheid bezit. begane grond ok het interieur van de begane grond valt feitelijk in de genoemde bouwfase en de daaraan gekoppelde bouwhistorische waarden op te delen.
O
De binnenwanden krijgen daarom een hoge bouwhistorische waarde. Ook het keukenblok 0.04b gaat zeer waarschijnlijk terug tot de bouwfase van zijn bouwdeel, in dit geval 1930. De staat en vormgeving zijn daarbij niet bijzonder te noemen, doch de leeftijd rechtvaardigt de toekenning van enige waarde. Het keukenblok krijgt daarom een positieve bouwhistorische waarde. De latere, post-1967, toevoegingen vertegenwoordigen niet de hierboven genoemde leeftijd; het gaat hier om meerdere muuropeningen en het centrale trappenhuis. Deze onderdelen bezitten noch de leeftijd noch de architectuur om enige waarde toegekend te krijgen. Zij krijgen daarom een indifferente bouwhistorische waarde. Opnieuw moet gewezen worden op het feit dat het hier niet om een gebruiksof bouwkundige waarde gaat; het trappenhuis is momenteel uiteraard van belang om de zolderverdieping te bereiken. De huidige vloerafwerkingen behoren alle tot de laag-gewaarde post-1967 fase, waarbij niet overal bekend is wat zich hier eventueel nog onder bevindt.
81
82
| Duinzoom 8 | Nipides
zolderverdieping e zolderverdieping bestaat - op het eerder genoemde trappenhuis na - uit de kapconstructie en enkele binnenwanden.
D
De kapconstructie lijkt geheel tot de verbouwing van 1930 terug te gaan, waarbij ook de binnenwanden in hun huidige vorm zijn ontstaan. Mogelijk bevat de wand tussen 1.03 en 1.04 daarbij nog delen van ouder muurwerk. De kapconstructie en de binnenwanden op de zolderverdieping krijgen daarom een hoge bouwhistorische waarde.
Op de volgende pagina wordt de hier beschreven bouwhistorische waardestelling nog een in een waardestellingstekening verduidelijkt.
= Hoge monumentenwaarde = Positieve monumentenwaarde = Indifferente monumentenwaarde = Waarde van vloer / plafond
Duinzoom 8 | Nipides | begane grond
zolder
◀
◀
◀
◀
◀ ◀
◀
◀ ◀ ◀
◀
◀
◀ ◀
◀
◀
◀ ◀ Afb. 5.1 Plattegrond van de twee bouwlagen van Duinzoom 8 met waardestelling.
83
84
| Duinzoom 8 | Nipides
◀
NIPIDES