CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Begroting 2026 en 2e BW 2025

Raadsvergadering 8 juli 2025, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Zienswijzeprocedure 2e begrotingswijziging 2025 en begroting 2026 VRR20.828 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Raming 2025

Risico's stakeholder gemeenten Duurzame piketorganisatie Vakbekwaamheid Claims van onverzekerbare risico's Personele capaciteit brandweer Bouwsteen verplichtend karakter Niet of beperkt verzekerbare schade Fiscale risico's Ontwikkeling GHOR Verlofsparen Totaal Risico's stakeholder gemeenten

s s s s s s s s s

Risico's Stakeholder Zorgverzekeraar Niet leveren van afgesproken diensten ambulancezorg Niet of beperkt verzekerbare schade Fiscale risico's Totaal Risico's stakeholder zorgverzekeraar

s s s

Risico's Stakeholder Rijk Fiscale risico's Alarmering bevolking Totaal Risico's stakeholder Rijk Totaalbedrag bruto risico's (bedrag x €1.000)

s s

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

Raming 2029

-

-

-

-

115 511 PM

PM

PM

PM

PM

532 467 100 750

532 3.400 467 100 750

532 3.400 467 100 750

532 3.400 467 100 750

532 3.400 467 100 750

2.474

5.249

5.249

5.249

5.249

233 100 333

400 233 100 733

400 233 100 733

400 233 100 733

400 233 100 733

50 140 190 6.172

50 140 190 6.172

50 140 190 6.172

50 140 190 6.172

50 50 2.857

De totaalbedragen betreffen de bruto-risico’s van dat jaar. Dat wil zeggen dat dit de verwachte kosten zijn als de risico’s zich voordoen zonder dat daar een vergoeding tegenover staat. Er is een aantal risico’s waarvan wordt verwacht dat hier tegenover een compensatie zal staan. Het gaat dan om de risico’s: • • • •

Bouwsteen verplichtend karakter, compensatie € 3.400k per jaar vanaf 2026 Alarmering bevolking compensatie € 140k per jaar vanaf 2026 Niet of beperkt verzekerbare schade, compensatie € 500 k per jaar. Ontwikkeling GHOR, compensatie € 750k per jaar.

Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)

26

Als deze verwachte compensatie van het totaalbedrag aan risico’s wordt afgetrokken resteert het bedrag aan netto-risico’s: Totaal Risico's Totaalbedrag risico's (bedrag x €1.000) Totaalbedrag verwachte compensatie (bedrag x €1.000) Totaal netto- risico's stakeholder gemeenten (bedrag x

Raming 2025 2.857 -1.250 1.607

Raming 2026 6.172 -4.790 1.382

Raming 2027 6.172 -4.790 1.382

Raming 2028 6.172 -4.790 1.382

Raming 2029 6.172 -4.790 1.382

De verschillende risico’s zijn hieronder kort omschreven: Duurzame piketorganisatie en vakbekwaamheid De afgelopen jaren was door het oppakken van nieuwe ontwikkelingen en maatschappelijke veranderingen de kwaliteit van een aantal basistaken weggezakt. Dit is vooral naar voren gekomen bij de piketorganisatie en vakbekwaamheid. Met het aannemen van de Ontwikkelagenda is besloten om te investeren in o.a. de piketorganisatie en vakbekwaamheid. De investeringen in het kader van de Ontwikkelagenda zijn in 2023 gestart en dit loopt door tot en met 2026. Eind 2026 zal de kwaliteit dan op het vereiste niveau zijn. Vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid van niet verzekerbare risico’s Bij dit risico gaat het om juridische gevolgrisico’s zoals claims. Omdat het bedrag hiervan moeilijk is in te schatten is advies van de Bestuurlijke Auditcommissie dit risico als PM-post opgenomen in de risicoinventarisatie. Personele capaciteit brandweervrijwilligers De personele capaciteit van de brandweervrijwilligers staat onder druk. Zeker in kleinere dorpskernen is het lastig om de paraatheid 24 uur per dag, 7 dagen in de week te garanderen. Om het probleem van de capaciteit op de kazernes op te lossen zal mogelijk extra beroepspersoneel ingezet moeten worden. Het inzetten van een beroepsmedewerker in dagdienst op een kazerne kost inclusief bijkomende kosten uit op ongeveer € 100k per jaar.

Dit bedrag is bij de 1e begrotingswijziging geactualiseerd. Bouwsteen verplichtend karakter (voorheen Deeltijdregeling brandweervrijwilligers) De positie van de brandweervrijwilligers op grond van de deeltijdrichtlijn is op grond van Europese regelgeving juridisch niet meer houdbaar. Om hiervoor een oplossing te vinden is landelijk onderzocht hoe brandweervrijwilligers te onderscheiden zijn van de beroepskrachten. Hieruit is een denkrichting ontstaan die bestaat uit 4 met elkaar samenhangende bouwstenen waarvan de eerste “Verplichtend karakter” is. Dit betekent o.a. dat een vrijwilliger te allen tijde werkt op basis van vrijwilligheid en niet kan worden verplicht om taken uit te voeren of aanwezig te zijn op een bepaald moment. Verder zijn vormen van kazernering en consignatie van vrijwilligers niet meer aan de orde. Het veiligheidsberaad heeft voor deze eerste bouwsteen een implementatieplan opgesteld dat eind 2022 is gepresenteerd. De meerkosten worden op landelijk niveau ingeschat op € 35 mln. per jaar (berekening van november 2023), en voor de VRR komt het uit op een bedrag van € 3.4 mln per jaar. In het implementatieplan was opgenomen dat de nieuwe werkwijze vanaf 2023 zou worden ingevoerd indien er dekking komt voor de extra kosten vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Het veiligheidsberaad heeft ook in 2024 nog niet besloten om tot implementatie over te gaan. Dit wordt op z’n vroegst in 2026 verwacht. Voor de komende jaren blijft het risico dat er extra kosten gemaakt moeten worden die niet worden gedekt door extra middelen wel bestaan.

Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)

27

Niet of beperkt verzekerbare schade De VRR krijgt steeds meer te maken met extreme premiestijging van verzekeringen. Daarnaast bestaat de kans dat een aantal risico’s niet meer verzekerbaar blijven. Deze ontwikkeling geldt voor alle veiligheidsregio’s. Sinds 2024 is de stichting Waarborgfonds in werking die is bedoeld voor nietverzekerbare risico’s in relatie tot personele verzekeringen waaraan alle veiligheidsregio’s een financiële bijdrage zullen leveren. Dit betekent dat vanaf 2024 er een nieuwe aanbieder is van de ongevallenverzekering voor alle Veiligheidsregio's in Nederland. Voor de verzekering van voertuigen blijft dit risico nog wel bestaan omdat er veel schades zijn. Dit risico zal dan ook op de lijst van risico’s blijven staan voor € 200k. Fiscale risico’s Er is regelmatig overleg met de rijksbelastingdienst over diverse fiscale onderwerpen. Voorbeelden hiervan zijn de toepassing van de BTW voor verschillende wettelijke en niet-wettelijke activiteiten en de vennootschapsbelasting. De VRR beschikt niet over fiscaal specialisten om de juiste toepassing van de regelgeving te waarborgen. Landelijk wordt gekeken of deze functie in gezamenlijkheid met alle regio’s kan worden geleverd. De VRR huurt hier nu expertise voor in of vraagt collegiaal advies bij andere veiligheidsregio’s.

Desalniettemin kunnen er verschillen van inzicht blijven bestaan waarin beroep en bezwaarprocedures van toepassing zijn. De uitkomst van dergelijke trajecten zijn ongewis. Daarnaast vinden er regelmatig controles plaats. Zo hebben we de afgelopen jaren controle gehad op de loonheffing en het gebruik van dienstvoertuigen. Hier zijn naheffingen uit voortgekomen. Ondanks afspraken en goede controles is dit niet altijd te voorkomen. Het risico wordt ingeschat op €250k per jaar. Ontwikkeling GHOR Op basis van onderzoek is vastgesteld, dat de GHOR voor uitdagingen staat die niet binnen de huidige formatie kunnen worden opgevangen. Uitdagingen die van belang zijn om het openbaar bestuur, gemeenten, provincie en Rijk, goed in positie te kunnen brengen en houden in geval van een crisis. Deze uitdagingen zijn ontstaan door een veranderend landschap van wet- en regelgeving en verantwoordelijkheden binnen het veiligheidsdomein en binnen het gezondheidszorgdomein. Er zal versterkt ingezet worden op het thema zorgcontinuïteit en op het ontwikkelen van zorgrisicoprofielen. Daarnaast heeft de Covid-crisis aangetoond, dat het in het belang is van het openbaar bestuur om goed zicht te hebben op de effecten van ernstige verstoringen in de continuïteit van de zorgketen. Dit moet bestendigd worden in de reguliere organisatie van de GHOR. Op dit moment vindt een nadere uitwerking hiervoor plaats.

Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat extra financiële lasten die hiermee gepaard gaan, gedekt zullen worden door het Rijk. Op basis van een verwachte uitbreiding van formatie wordt dit risico nu ingeschat op € 750k per jaar. Niet leveren van afgesproken diensten ambulancezorg Jaarlijks wordt onderhandeld met zorgverzekeraars over het budget inzake spreiding en beschikbaarheid van de ambulancezorg. Het risico bestaat dat de VRR de gemaakte afspraken met de zorgverzekeraars over het te leveren aantal diensten niet kan nakomen, bijvoorbeeld door schaarste aan personeel. Het leveren van minder diensten dan overeengekomen kan leiden tot een lager budget. Alarmering bevolking Het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) in Nederland is een netwerk van ongeveer 3.800 sirenes die draadloos en onafhankelijk van elkaar aangezet kunnen worden vanuit de meldkamer. Het wordt gebruikt om te waarschuwen voor (dreigend) gevaar, met name als er gevaarlijke stoffen in de lucht aanwezig (kunnen) zijn. Plannen om het WAS op te heffen en te vervangen door NL-Alert, calamiteitenzenders en sociale media zijn meermaals uitgesteld maar het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft dit jaar aangegeven het WAS per 2025 uit te faseren. Mede op aandringen van de VRR is onderzocht om het WAS in stand te houden op risicolocaties.

Het gaat dan om risicolocaties waar sprake is van grote industriële complexen en/of het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarbij zal het lokaal bestuur verantwoordelijk zijn voor het aanwijzen van deze locaties en voor het beheer van de sirenes op die locaties. Uit een onderzoek in opdracht van Justitie en Veiligheid is nu aangegeven dat het eerst en Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)

28

vooral een verantwoordelijkheid van de veiligheidsregio’s zelf is als ze ervoor kiezen het systeem nog in de lucht te willen houden. De lijn die hiermee landelijk lijkt te worden bekrachtigd wijkt af van de lijn die in onze eigen regio tot op heden is aangehouden. Voor de regio Rotterdam-Rijnmond, en met name het effect gebied van het havenindustrieel complex, heeft het systeem tot heden een duidelijke toegevoegde waarde gehad als het gaat om bijvoorbeeld het waarschuwen bij het vrijkomen van gevaarlijke stoffen. Het Dagelijks Bestuur houdt dan ook vast aan het aanhouden van het WASsysteem. Een extra risico dat naar voren is gekomen betreft het feit dat de huidige leverancier van WAS-palen de productie heeft stopgezet. Dit betekent dat gemeenten geen nieuwe WAS-palen meer kunnen plaatsen. Het risico bij instandhouding van het WAS op risicolocaties is dat de kosten door de VRR zelf gedragen zullen moeten worden. Gezien het grote aantal locaties in de regio wordt het risico voor de VRR ingeschat op € 140k per jaar. Dit is gebaseerd op een onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het najaar 2021. De uitfasering staat nu gepland vanaf 2026. Ontwikkeling vermogenspositie en weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de financiële robuustheid aan van de begroting, de jaarrekening en de financiële positie.

De ratio weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (algemene reserve) en de benodigde weerstandscapaciteit (gekwantificeerde risico’s). beschikbare weerstandscapaciteit Ratio = --------------------------------------------------benodigde weerstandscapaciteit VRR hanteert voor een gezond weerstandsvermogen een bandbreedte van 0.5-0.8 waarbij voor de benodigde weerstandscapaciteit wordt uitgegaan van de netto-risico’s. Op basis van de verwachte ontwikkeling van het resultaat de komende jaren en de inschatting van de risico’s ontwikkelt de weerstandsratio als volgt:

Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)

29

Raming 2025

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

Raming 2029

Totaal VRR Beschikbaar (x € 1.000) Benodigd, netto-risico's (x € 1.000) Weerstandsratio netto-risico's

4.297 1.607 2,7

4.297 1.382 3,1

4.297 1.382 3,1

4.297 1.382 3,1

4.297 1.382 3,1

Benodigd, bruto-risico's (x € 1.000) Weerstandsratio bruto risico's

2.857 1,5

6.172 0,7

6.172 0,7

6.172 0,7

6.172 0,7

Stakeholder Gemeente Beschikbaar (x € 1.000) Benodigd, netto-risico's (x € 1.000) Weerstandsratio netto-risico's

1.543 1.391 1,1

1.543 765 2,0

1.543 765 2,0

1.543 765 2,0

1.543 765 2,0

Stakeholder zorgverzekeraar Beschikbaar (x € 1.000) Benodigd, netto-risico's (x € 1.000) Weerstandsratio netto-risico's

2.754 167 16,5

2.754 567 4,9

2.754 567 4,9

2.754 567 4,9

2.754 567 4,9

-

-

-

-

-

50 0,8

50 0,8

50 0,8

50 0,8

50 0,8

Weerstandsratio

Stakeholder Rijk Beschikbaar (x € 1.000) Benodigd, netto-risico's (x € 1.000) Weerstandsratio netto-risico's Norm = 0,8

Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)

30

VRR hanteert voor een gezond weerstandsvermogen een ratio tussen de 0.5 en 0.8 waarbij voor de benodigde weerstandscapaciteit wordt uitgegaan van de netto-risico’s. Door de daling van de nettorisico’s in de loop van de jaren komt de ratio voor de netto-risico’s ruim boven deze norm uit. Voor de bruto-risico’s ligt de ratio binnen de bandbreedte van 0.5-0.8. Voor de stakeholder zorgverzekeraar is de weerstandsratio ruim boven de norm. Omdat er voor de stakeholder Rijk geen vermogen beschikbaar is, is er geen ruimte om het risico op te vangen 2.3.2 Kengetallen en beleidsindicatoren Financiële kengetallen Kengetallen

Begroting Plan 2027 Plan 2028 Plan 2029 2026 19,2% 20,5% 25,7% 24,4% 20,2% 19,2% 20,5% 25,7% 24,4% 20,2% 13,4% 13,9% 13,3% 13,7% 13,6% 0,8% 0,1% -0,1% 0,1% -0,1%

2e BW 2025

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

Door het dalen van het saldo bestemmingsreserve en het gelijk blijven van de algemene reserve loopt de solvabiliteitsratio terug vanaf 2025. Omdat in 2027 en 2029 relatief hoge bedragen worden onttrokken aan de bestemmingsreserves is de structurele exploitatieruimte voor deze jaren negatief. Onttrekkingen aan de bestemmingsreserves worden als incidentele baten beschouwd.

Beleidsindicatoren Beleidsindicatoren taakveld Bestuur & Ondersteuning Apparaatkosten Externe Inhuur Overhead

2e BW 2025 Totaal per inwoner % van Totaal € 2.530.446 1,85 € € 7.995.022 4,5% € € 34.775.138 15,3% €

Beleidsindicatoren taakveld Bestuur & Ondersteuning Formatie Bezetting

Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)

Begroting 2026 Totaal per inwoner % van Totaal 2.581.055 1,89 5.773.959 3,3% 35.374.527 15,3%

Formatie 2024 Fte per 1.000 Totaal Fte inw. 2.266 1,68 2.255

1,67

Formatie 2025 Totaal Fte per 1.000 Fte inw. 2.276 1,68 2.265

1,68

31

2.4 Financiering Voor de uitvoering van de begroting is het van belang dat de veiligheidsregio voldoende financiële middelen heeft. Naast de inkomsten kunnen hiervoor extra middelen worden aangetrokken. In het treasurystatuut dat wordt gehanteerd zijn uitgangspunten en richtlijnen opgenomen voor het aantrekken van deze financiële middelen. Hierbij is onder andere aangegeven dat alleen financiering kan worden aangetrokken voor de uitoefening van de publieke taak en dat financiering zoveel mogelijk wordt beperkt en wordt afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning. In hoofdstuk 3.10 is een overzicht opgenomen van de leningen die de VRR op dit moment heeft en ook is een prognose opgenomen van nog aan te trekken leningen. Prognose nieuwe leningen Voor de uitvoering van de plannen van de veiligheidsregio zal er de komende jaren nieuwe financiering moeten worden aangetrokken. Voor 2025 en 2026 gaat het om nieuwe leningen van € 5 mln. Voor deze leningen is uitgegaan van een rentepercentage van 4,5% en aflossing van de lening in 10 jaar tijd. Rentegevoeligheid De VRR heeft geen derivaat overeenkomsten. Alle leningen kennen een vaste renteperiode tot het einde van de looptijd. Kredietfaciliteiten De VRR heeft geen kredietlimiet op haar rekening-courant.

Ontwikkelingen schatkistpapier Alle provincies, gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen houden hun tegoeden aan bij de Nederlandse schatkist. Schatkistbankieren betekent voor decentrale overheden, waaronder de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond valt, dat zij hun overtollige middelen aanhouden bij de schatkist bij het ministerie van Financiën. Dit houdt in dat geld niet langer bij banken buiten de schatkist mag worden aangehouden. Overtollige middelen mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden. Op deze gelden wordt ook rente ontvangen. In de begroting is rekening gehouden met 2% rente over deze middelen vanaf 2025. Renterisico op korte schuld: de kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de Wet Financiering Decentrale Overheden een norm gesteld voor het maximumbedrag waarop de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. De kasgeldlimiet stelt derhalve dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van een decentrale overheid (ofwel openbaar lichaam) niet hoger mag zijn dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal.

De kasgeldlimiet is dus een voorgeschreven sturings- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte schuld. Als grondslag van de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt de omvang van de jaarbegroting voor het hele verslagjaar aangehouden. Voor de gemeenschappelijke regelingen bedraagt het percentage voor de berekening van de kasgeldlimiet voor het jaar 2025 en verder 8,2%.

Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)

32

Kasgeldlimiet 2025-2029

2025

2026

2027

2028

2029

Grondslag: Lasten Begroting in procenten van de grondslag Toegestane netto vlottende schuld :

227.629 8,2% -18.666

230.744 8,2% -18.921

231.321 8,2% -18.968

231.310 8,2% -18.967

231.763 8,2% -19.005

Toetsing : Omvang vlottende schuld (a.) Af: Vlottende vorderingen (b.) Saldo netto vlottende middelen (a+b)

20.344 20.344

14.147 14.147

4.735 4.735

4.237 4.237

11.165 11.165

Ruimte

39.010

33.068

23.703

23.204

30.170

(bedragen x € 1.000)

Renterisico op langlopende schuld: de renterisiconorm De VRR loopt renterisico op het moment dat nieuwe leningen moeten worden aangetrokken (herfinanciering) of als een renteherziening van toepassing is. Om het renterisico te beheersen is in de Wet Financiering decentrale overheden de renterisiconorm geformuleerd. De renterisiconorm bepaalt dat het bedrag van de langlopende schuld dat binnen een gegeven jaar verplicht moet worden afgelost of waarvan de rente moet worden herzien, maximaal 20% van het begrotingstotaal mag bedragen. Het doel van deze norm is dat de lange leningenportefeuille zodanig over de jaren verdeeld is dat het renterisico dat voortkomt bij herfinanciering en renteherzieningen gelijkmatig over de jaren wordt gespreid. Renterisiconorm 2025-2029 (bedragen x € 1.000)

Netto renteherziening op vaste schuld (o/g./.u/g) Aflossingen Renterisico

2025

2026

2027

2028

2029

7.477 7.477

7.948 7.948

7.538 7.538

8.284 8.284

7.727 7.727

Lasten begroting Percentage cf. regeling Renterisiconorm

227.629 20% 45.526

230.744 20% 46.149

231.321 20% 46.264

231.310 20% 46.262

231.763 20% 46.353

Renterisiconorm Renterisico Ruimte onder renterisiconorm:

45.526 7.477 38.049

46.149 7.948 38.201

46.264 7.538 38.726

46.262 8.284 37.978

46.353 7.727 38.625

2.5 Onderhoud kapitaalgoederen De VRR heeft 85 panden in beheer, hiervan zijn er 24 in eigendom en 61 huur. Dit betekent dat het overgrote deel van de panden die de VRR in gebruik heeft, wordt gehuurd. De verhuurders zijn voornamelijk gemeenten. De panden verkeren over het algemeen in een voldoende tot ruim voldoende staat van onderhoud. De VRR is verantwoordelijk voor het meerjarig onderhoud op de panden in eigendom en op de gehuurde panden voor zover de VRR daar aanpassingen in heeft aangebracht. De VRR is verantwoordelijk voor het hebben van een (recent) meerjarig onderhoudsplan en maakt hiervoor gebruik van een onderhoudsbeheerssysteem. Het MJOP wordt op het moment geactualiseerd en in de loop van 2025 zal ook de omvang en noodzaak van de reserve voor het groot onderhoud die gebaseerd is op het MJOP worden geactualiseerd. De uitkomsten worden in het onderhoudsbeheerssysteem geregistreerd en de meerjarige onderhoudsplannen worden hierop aangepast. Onderhoudswerkzaamheden worden conform het meerjarig onderhoudsplan uitgevoerd.

Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)

33

In een aantal gevallen is de verhuurder verantwoordelijk voor het contractonderhoud (bijvoorbeeld voor gebouw-gebonden installaties). In die situaties betaalt de VRR een vergoeding aan de verhuurder. De VRR heeft een voertuigenbestand bestaande uit o.a. 182 1e lijn voertuigen zoals tankautospuiten en ambulances. Het onderhoud hiervan is merendeels uitbesteed aan derden middels onderhoudscontracten. In paragraaf 3.9 zijn overzichten opgenomen over de investeringen.

Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)

34

2.6 Verbonden partijen. In onderstaande tabel worden de verbonden partijen genoemd waarin de Veiligheidsregio RotterdamRijnmond een financieel, dan wel, bestuurlijk belang heeft. Naam Stichting FERM

Vestigingsplaats Rotterdam

Openbaar belang Beheersing digitale verstoringen

De stichting FERM is een in 2021 opgerichte stichting gevestigd in Rotterdam met de volgende ambitie: “Rotterdam bevindt zich in 2023 in de top van de wereld ten aanzien van het weerbaar zijn tegen digitale verstoringen.” Dat wil zeggen dat het Haven Industrieel Complex in Rotterdam digitale dreigingen - zoveel als mogelijk is - ziet aankomen en zo georganiseerd is dat het de impact van digitale verstoringen weet te beheersen. Hierdoor wordt de bedrijfscontinuïteit ondersteund, het veiligheidsrisico voor omwonenden verkleind en wordt eventuele economische schade beperkt gehouden.

De implementatie van de Europese NIS-2 richtlijn in de Nederlandse wetgeving is vertraagd naar het derde kwartaal van 2025. Hierdoor blijft er nog veel onduidelijk over de invulling van de nieuwe rol van de Inspectie Leefomgeving en Transport als landelijke toezichthouder op de voorbereiding van Cybercrisis door bedrijven. De gevolgen voor de industriële bedrijven en de VRR zullen daarom pas later duidelijk worden. Eind 2024 is bekend geworden dat in 2025 het Havenbedrijf Rotterdam een prominentere rol gaat innemen in de Stichting FERM en de financiering hiervan. Gezien de huidige geopolitieke dreiging zal het concept van FERM worden uitgebreid naar alle Nederlandse zeehavens en zal er nadrukkelijker worden gekeken om cruciale bedrijven lid te laten zijn van FERM. Dit past in de inspanningen van de VRR voor het verhogen van de maatschappelijke weerbaarheid Behoudens eventuele bestuursaansprakelijkheid welke verzekerd is, is er geen sprake van financiële aansprakelijkheid.

Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)

35

3 Financiën 3.1 Financiële ontwikkelingen Op basis van de realisatie 2024, zoals opgenomen in het jaarverslag en de jaarrekening 2024, en de laatste bekende gegevens is een 2e begrotingswijziging 2025 en begroting 2026 opgesteld. Tevens heeft een toetsing van de omvang en noodzaak van de reserves en voorzieningen plaatsgevonden. Doordat de financiële situatie van gemeenten verslechtert de komende jaren is in 2024 en begin 2025 heeft het bestuur meerdere bezuinigingsmogelijkheden besproken. Het Algemeen Bestuur heeft in de vergadering van 19 februari 2025 besloten dat voor 2026 definitief 4% bezuinigd moet worden en dat komt neer op een bedrag van ruim € 4,5 mln. Dit betreft alleen het deel van de organisatie dat wordt gefinancierd door gemeenten en niet de ambulancedienst. De Algemeen Directeur heeft de opdracht gekregen om de bezuiniging in te vullen en het Algemeen Bestuur hier periodiek over te informeren. Hierbij is aangegeven dat de bezuinigingen niet ten koste mogen gaan van de brandweerzorg. Dit is verwerkt in de begroting van 2026. Zoals afgesproken hebben we in 2025 al maatregelen genomen in ons personeelsbeleid om de personeelskosten te laten dalen. Het effect hiervan bedraagt 1,3 mln. Dit betekent dat het voordelig saldo 2025 stijgt naar 2,7 mln. De weerstandsratio komt hierdoor naar verwachting boven de 0,8.

Het Algemeen Bestuur kan besluiten om bij een weerstandsratio boven de 0,8 het voordelig saldo in relatie tot de inwonerbijdrage terug te laten vloeien naar de deelnemende gemeenten. Conform het besluit in het bestuur wordt het positief resultaat structureel doorgetrokken als onderdeel van de bezuinigingsopdracht. In de begroting 2026 leidt de aanpassing van de gemeentelijke bijdrage van € 4,5 mln. er toe dat de begroting nog met een tekort van € 1,2 mln. zou sluiten als er geen aanpassing van de kosten zou plaatsvinden. Daarom is aan de kostenkant een verdere bezuiniging doorgevoerd. Deze kostenbijstelling is conform het besluit in het Algemeen Bestuur verwerkt op de onderdelen: - het stoppen met advisering op brandveiligheidsaspecten van kleine (0 en A) evenementen, totaal € 250k. - het niet toekennen van een deel van de gelden vanuit de tranche ontwikkelagenda 2026. Het gaat dan om de gelden voor omgevingswet, hoogbouw, beveiliging ICT, doorontwikkeling business intelligence en operationele ICT. De gelden voor piket en vakbekwaamheid worden wel toegekend. Totale bezuiniging is € 650k. - het verder bezuinigen op de bedrijfsvoering en overhead, totaal € 326k. De bezuiniging zal worden gerealiseerd door natuurlijk verloop en mogelijke herplaatsing van personeel.

Voor de ambulancedienst, gefinancierd door de zorgverzekeraars, wordt een resultaat van nihil begroot in de jaren 2025-2029. De belangrijkste financiële uitgangspunten en ontwikkelingen worden hieronder toegelicht: Ambulancedienst: De begroting van het programma ambulancezorg is gebaseerd op de afspraken 2025 met de zorgverzekeraars. De gesprekken voor 2026 zullen medio 2025 starten. Dit is de reden waarom is uitgegaan van de conceptafspraken 2024. Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage: In de gemeentelijke bijdrage van 2026 verwerkt is de bezuinigingsopdracht van 4%, €4.5 mln. verwerkt. Voor 2026 is de index voor de gemeentelijke bijdrage vastgesteld op 5.2%. Hiervan heeft 2.2% betrekking op de indexatie voor 2026 en 3% betreft een inhaalindex voor de jaren 2023-2025. Naast de indexatie is rekening gehouden met de afspraken over de ontwikkelagenda. In 2026 komt de 4e (laatste) tranche van de ontwikkelagenda beschikbaar. Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)

36

Voor 2025 is de gemeentelijke bijdrage niet gewijzigd ten opzichte van de 1e begrotingswijziging 2025. Brede doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR): Voor de hoogte van de BDuR is uitgegaan van de brief van het ministerie van Justitie en veiligheid van december 2024 waarin de hoogte van de bijdrage van 2025 is opgenomen en tevens een prognose is afgegeven voor de jaren 2026-2028. In deze bedragen zijn nog niet de indexaties meegenomen. Voor de begrotingswijziging wordt hiervoor nu ingeschat dat het bedrag voor 2025 met 2.5% wordt geïndexeerd (€ 467k) en voor 2026 met 2.2% (€ 623k). Er is geen rekening gehouden met een mogelijke bezuiniging op deze uitkering zoals is opgenomen in het Hoofdlijnenakkoord. Definitieve besluitvorming hierover wordt in de loop van 2025 verwacht. Loonstijging CAO versus begroot accres: De huidige CAO van de veiligheidsregio loopt tot 31 juli 2025. Er is nog geen nieuwe CAO afgesloten en de laatste salarisverhoging dateert van 1 mei 2024. De CAO van de veiligheidsregio heeft meestal een vergelijkbare salarisstijging als de CAO van de gemeenten. Over de nieuwe CAO van de gemeenten word bij het opstellen van de begroting nog onderhandeld. Op basis van de inzet van de VNG enerzijds en de vakbonden anderzijds wordt in de begroting 2025 nu uitgegaan van een salarisstijging van 6% per 1 augustus. Voor 2026 wordt dit nog geïndexeerd met 2.2%.

Dit laatste is conform de indexatie die door de colleges van Burgemeesters en Wethouders van de deelnemende gemeenten is vastgesteld. Voor de ambulancedienst is uitgegaan van de huidige CAO-ambulancezorg die loopt tot en met einde 2024. Wel is rekening gehouden met een verwachte salarisstijging als gevolg van een nieuwe CAO. Hiermee is ook rekening gehouden in de budgetafspraak met de zorgverzekeraars. Personele inzet: De begroting is gebaseerd op een volledige bezetting van de vastgestelde formatie. FLO-Brandweer: Voor de medewerkers die onder de regeling FLO vallen is een nieuwe prognose gemaakt. Op basis van deze prognose zijn de dotaties en onttrekking aan de reserve hiervoor opnieuw bepaald. 2e loopbaanbeleid In 2024 heeft het bestuur ingestemd met het plan DOOR010 waarbij medewerkers in een bezwarende functie de mogelijkheid krijgen om langer door te werken. In een enquête hebben veel medewerkers aangegeven hiervan gebruik te willen gaan maken. Door deze regeling is de verwachting dat er minder gebruik gemaakt zal worden van de faciliteiten in het kader van het 2e loopbaanbeleid. Er heeft daarom een herijking plaatsgevonden van de omvang van de reserve die voor het 2e loopbaanbeleid is gevormd. Ontwikkeling overige kosten en investeringen: Voor de kosten van huisvesting, middelen en overige kosten is rekening gehouden met een indexatie van 3% in 2026.

Ook de investeringen zijn geïndexeerd met 3% per 1-1-2026. Kapitaallasten: Afschrijvingen: De afschrijvingen zijn gebaseerd op de investeringen die zijn geactiveerd enerzijds en de verwachte afschrijvingen op de geplande investeringen anderzijds. Op basis van de verwachte ingebruikname datum en de regels rondom afschrijvingen zijn de afschrijvingen berekend. De geplande investeringen vanaf 2026 zijn geïndexeerd met 3%.

Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)

37

Rentelasten: De rentelasten zijn gebaseerd op de rentekosten van de bestaande leningen en de rentekosten van nieuwe leningen die naar verwachting nog zullen worden aangegaan. Voor de nieuwe leningen in 2025-2029 is uitgegaan van een rentepercentage van 4,5%. Renteopbrengsten: Door de gestegen rente wordt er over beschikbare liquide middelen ook rente ontvangen. De hoogte van de opbrengsten is berekend op basis van een liquiditeitsprognose en een verwachte rentevergoeding van 2,5%. Projecten: In de begrotingen 2025 en 2026 en de meerjarenraming is ervan uitgegaan dat voor diverse projecten de subsidies zullen worden gecontinueerd. Het gaat dan o.a. om subsidies voor spoorincidentbestrijding (25KV), Industriële veiligheid (o.a. BRZO) en MIRG. Voor al deze projecten geldt dat zij kostendekkend zijn opgenomen. Kosten van grote crises: In het kader van de opvang ontheemden uit Oekraïne verricht de Veiligheidsregio ook in 2025 nog een aantal werkzaamheden. Er is in de begroting voor 2025 € 2,5 miljoen aan kosten en opbrengsten meegenomen. Dit is gelijk aan de aanvraag die is gedaan bij het ministerie voor vergoeding van deze kosten. Het is de bedoeling dat begin 2026 de werkzaamheden stoppen en daarom is voor dat jaar nog voor € 500k meegenomen aan kosten en opbrengsten.

3.2 Overzicht van baten en lasten per programma 2025-2029 Voor 2025 wordt nog een positief resultaat begroot. Vanaf 2026 zijn de resultaten begroot op nihil. Oorzaak hiervoor is de bezuiniging die is verwerkt. Programma's ( x € 1.000) Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Weerbaarheid Overhead Financieringsfunctie Totaal lasten Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Weerbaarheid Overhead Financieringsfunctie Totaal baten Resultaat voor bestemming Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Toevoeging bestemmingsreserve Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat na bestemming

2e BW 2025 72.174 103.769 16.241 120 34.754 572 227.629 78.250 132.189 18.421 120 82 400 229.462 1.833

Begroting 2026 72.273 107.677 14.589 120 35.345 741 230.744 78.250 135.231 16.853 120 85 400 230.940 196

1.138 1.138 99 1.315 575 1.990 2.685

Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)

Plan 2027

Plan 2028

Plan 2029

72.174 108.167 14.593 120 35.346 921 231.321 78.250 135.443 16.853 120 85 400 231.151 -170

72.074 107.996 14.600 120 35.349 1.081 231.221 78.250 135.654 16.853 120 85 400 231.362 141

72.074 108.323 14.532 120 35.191 1.122 231.362 78.250 135.654 16.853 120 85 400 231.362 0

1.133

910

627

601

1.133 199 739

910 99 981

627

601

486

913

938 0

1.080 0

486 0

913 311

38

3.3 Verschillenanalyse per programma De verschillen tussen de 1e en 2e begrotingswijziging 2025 en de 2e begrotingswijziging 2025 en begroting 2026 zijn per programma als volgt:

Programma's ( x € 1.000) Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Weerbaarheid Overhead Financieringsfunctie Totaal lasten Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Weerbaarheid Overhead Financieringsfunctie Totaal baten Resultaat voor bestemming Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Toevoeging bestemmingsreserves Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Onttrekking bestemmingsreserves Resultaat na bestemming

1e BW 2025 63.556 104.246 15.640 32.709 575 216.725 68.422 130.636 17.508 82 400 217.049 324 864 864 199 967 575 1.741 1.200

Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)

Wijzigingen 8.618 -477 601 120 2.045 -3 10.904 9.828 1.553 913 120 12.413 1.509 274 274 -99 348 249 1.484

2e BW 2025 72.174 103.769 16.241 120 34.754 572 227.629 78.250 132.189 18.421 120 82 400 229.462 1.833

2e BW 2025

Wijzigingen

72.174 103.769 16.241 120 34.754 572 227.629 78.250 132.189 18.421 120 82 400 229.462 1.833

99 3.908 -1.653 591 169 3.115 3.042 -1.568 3 1.477 -1.638 -5 -5 99 -576 -575 -1.052 -2.685

1.138

1.138

1.138 99 1.315 575 1.990 2.686

1.138 99 1.315 575 1.990 2.686

39

Begroting 2026 72.273 107.677 14.589 120 35.345 741 230.744 78.250 135.231 16.853 120 85 400 230.940 196 1.133 1.133 199 739 938 0

Ambulancezorg

Ambulancezorg ( x € 1.000) Totaal lasten Totaal baten Saldo van de baten en lasten

1e BW 2025

Wijzigingen

63.556 68.422 4.867

8.618 9.828 1.209

2e BW 2025 72.174 78.250 6.076

2e BW 2025

Wijzigingen

Begroting 2026

72.174 78.250 6.076

99 -99

72.273 78.250 5.977

Toelichting 2025 Ambulancezorg Hogere salarislasten Pilot elektrische voertuigen Hogere overige lasten Totaal wijzigingen op de lasten Afspraken zorgverzekeraars Overige baten Totaal wijzigingen op de baten Saldo verschillen

Wijzigingen 2025 8.329 99 190 8.618 9.194 633 9.827 1.209

Incidenteel

Structureel 8.329

99 99

-99

190 8.519 9.194 633 9.827 1.308

• Hogere salarislasten: Voor de begroting 2025 is uitgegaan van de nieuwe afspraak met de zorgverzekeraars. Daarbij is rekening gehouden met een toename van het aantal ambulanceritten en daarmee ook hogere salarislasten. Tevens is rekening gehouden met een salarisstijging als gevolg van een nieuwe CAO. • Pilot elektrische voertuigen: In het kader van verduurzaming is begin 2024 gestart met een pilot van elektrische voertuigen. De elektrische voertuigen zullen naar verwachting medio 2025 in gebruik worden genomen en daardoor nemen de afschrijvingslasten toe. Dit zal gefinancierd worden uit een daarvoor gevormde bestemmingsreserve. • Hogere overige lasten: Voor de overige lasten is rekening gehouden met een stijging als gevolg van gestegen prijzen. • Afspraken zorgverzekeraars: Voor 2025 zijn er afspraken met de zorgverzekeraars over te leveren diensten en budget. Hierbij is rekening gehouden met de gestegen kosten.

Toelichting 2026: Ambulancezorg Pilot elektrische voertuigen Totaal wijzigingen op de lasten Totaal wijzigingen op de baten Saldo verschillen

Wijzigingen 2026 99 99 99

Incidenteel

Structureel

99 99 99

-

Voor 2026 is voor nu dezelfde begroting gehanteerd als voor 2025. Voor de pilot elektrische voertuigen stijgen de kosten wel in 2026. Net als in 2025 zal dit gefinancierd worden uit een daarvoor gevormde bestemmingsreserve

Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)

40

Brandweerzorg Brandweerzorg ( x € 1.000) Totaal lasten Totaal baten Saldo van de baten en lasten

1e BW 2025 104.246 130.636 26.390

Wijzigingen -477 1.553 2.030

2e BW 2025 103.769 132.189 28.420

2e BW 2025 103.769 132.189 28.420

Wijzigingen 3.908 3.042 -866

Begroting 2026 107.677 135.231 27.555

Toelichting 2025 Brandweerzorg Spaarverlof FLO en 2e loopbaanbeleid Kapitaalslasten Overige mutaties Totaal wijzigingen op de lasten Projecten Totaal wijzigingen op de baten Saldo verschillen

Wijzigingen 2025 419 -551 -317 -28 -477 1.553 1.553 2.030

Incidenteel

Structureel 419 -551 -317 -28 -477 1.553 1.553 2.030

-

• Spaarverlof: In de begrotingswijziging is rekening gehouden met een hogere dotatie aan de voorziening spaarverlof. Op basis van ervaring uit de laatste jaren is het bedrag aangepast. • FLO en 2e loopbaanbeleid: De begroting FLO is aangepast op basis van de laatste prognose die begin 2025 is gemaakt. De kosten voor het 2e loopbaanbeleid zijn geactualiseerd waarbij er rekening is gehouden dat een deel van de medewerkers gebruik zal maken van DOOR010. • Kapitaalslasten: Op basis van de laatste prognose van de investeringen zijn ook de kapitaalslasten geactualiseerd. Deze vallen per saldo lager uit. • Overige mutaties: Dit betreft o.a. aanpassing in de DVO+-projecten. • Projecten: Bij de projecten waren in de 1e begrotingswijziging een aantal opbrengsten onterecht toegerekend aan het programma Risico & Crisisbeheersing. In deze begrotingswijziging is dit gecorrigeerd naar het programma brandweer.

Toelichting 2026 Brandweerzorg Indexatie kosten Extra inzet crisisbeheersing (BDuR) Bezuiniging Mutatie kosten gefinancierd via reseves Totaal wijzigingen op de lasten Gemeentelijke bijdrage bezuiniging Gemeentelijke bijdrage indexatie Gemeentelijke bijdrage ontwikkelagenda tranche 2026 Indexatie opbrengsten projecten Totaal wijzigingen op de baten Saldo verschillen

Wijzigingen 2026 5.136 -258 -394 -576 3.908 -4.545 6.068 1.379 140 3.042 -866

Incidenteel

Structureel 5.136 -258 -394

-576 -576

4.484 -4.545 6.068 1.379 140 3.042 -1.442

576

• Indexatie kosten: De kosten zijn geïndexeerd met de indexatiepercentages zoals deze zijn opgenomen in indexeringsbrief van de colleges van Burgemeesters en wethouders van de deelnemende gemeenten. • Extra inzet crisisbeheersing (BDuR): In 2025 wordt er extra ingezet op crisisbeheersing en informatievoorziening dat wordt gefinancierd uit een daarvoor gevormde bestemmingsreserve van de extra BDuR-gelden. Deze kosten zijn niet meer in de begroting 2026 opgenomen. Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)

41

• Bezuiniging: Dit betreft de bezuiniging op de kosten voor het deel dat betrekking heeft op het programma brandweer. Het gaat hierbij niet om operationele taken van de brandweerzorg. • Kosten gefinancierd via reserves: In de begroting zijn kosten opgenomen die gefinancierd worden uit de daarvoor gevormde bestemmingsreserves. Dit gaat o.a. om kosten aanschaf bedrijfskleding en groot onderhoud. De kosten voor aanschaf bedrijfskleding zijn eenmalig en komen niet meer terug in 2026. • Gemeentelijke bijdrage: De gemeentelijke bijdrage wijzigt door: • De bezuiniging van 4%. • Indexatie: hierin is ook de ingroei in de kostenverdeelsystematiek van de gemeente Goeree Overflakkee meegenomen • Door toekenning van de 4e tranche van de ontwikkelagenda. De bezuiniging leidt tot een daling van de gemeentelijke bijdrage, de indexatie en de toekenning van de tranche van de ontwikkelagenda leiden tot een stijging van de gemeentelijke bijdrage. Per saldo stijgt de gemeentelijke bijdrage 2.9 mln. • Indexatie opbrengsten projecten: Voor een aantal projecten wordt ook externe financiering ontvangen. De verwachte stijging van de kosten als gevolg van indexatie zal ook worden gecompenseerd door hogere opbrengsten.

Risico- en Crisisbeheersing Risico- en crisisbeheersing ( x € 1.000) Totaal lasten Totaal baten Saldo van de baten en lasten

1e BW 2025

2e BW 2025

Wijzigingen

15.640 17.508 1.868

601 913 312

2e BW 2025

16.241 18.421 2.180

16.241 18.421 2.180

Wijzigingen

Begroting 2026

-1.653 -1.568 85

14.589 16.853 2.265

Toelichting 2025: Risico- en crisisbeheersing

Wijzigingen 2025

Spaarverlof Kosten opvang ontheemden Oekraine Naar programma weerbaarheid Kapitaalslasten Daling p-lasten Totaal wijzigingen op de lasten Indexatie BDuR Projecten Naar programma weerbaarheid Baten t.b.v. opvang ontheemden Oekraine Totaal wijzigingen op de baten Saldo verschillen

39 2.104 -120 -71 -1.351 601 460 -1.531 -120 2.104 913 312

Incidenteel

Structureel 39

2.104

2.104

2.104 2.104 -

-120 -71 -1.351 -1.503 460 -1.531 -120 -1.191 312

• Spaarverlof: In de begrotingswijziging is rekening gehouden met een hogere dotatie aan de voorziening spaarverlof. Op basis van ervaring uit de laatste jaren is het bedrag aangepast. • Kosten en baten opvang ontheemden Oekraïne: Voor de opvang van ontheemden uit de Oekraïne worden ook in 2025 nog kosten gemaakt. Deze kosten worden ook vergoed. • Naar programma weerbaarheid: Met de start van het programma weerbaarheid worden kosten overgeheveld vanuit het programma R&C. • Kapitaalslasten: Op basis van de laatste prognose van de investeringen zijn ook de kapitaalslasten geactualiseerd. Deze vallen per saldo lager uit. • Daling p-lasten: De personele lasten komen lager uit dan eerder was begroot. • Indexatie BDuR: Dit betreft de indexatie van de uitkering BDuR van 2026.

Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)

42

• Projecten: Bij de projecten waren in de begrotingswijziging een aantal opbrengsten onterecht toegerekend aan het programma Risico & Crisisbeheersing. In deze begrotingswijziging is dit aangepast. Toelichting 2026 Risico- en crisisbeheersing Indexatie kosten Extra inzet crisisbeheersing (BDuR Bezuiniging Kosten opvang ontheemden Oekraine Totaal wijzigingen op de lasten BDuR Indexatie opbrengsten projecten Baten t.b.v. opvang ontheemden Oekraine Totaal wijzigingen op de baten Saldo verschillen

Wijzigingen 2026 817 -227 -240 -2.003 -1.653 421 14 -2.003 -1.568 85

Incidenteel

Structureel 817

-227 -240 -2.003 -2.230

577 421 14

-2.003 -2.003 227

435 -141

• Indexatie kosten: De kosten zijn geïndexeerd met de indexatiepercentages zoals deze zijn opgenomen in indexeringsbrief van de colleges van Burgemeesters en wethouders van de deelnemende gemeenten. • Extra inzet crisisbeheersing: In 2025 wordt er extra ingezet op crisisbeheersing dat wordt gefinancierd uit een daarvoor gevormde bestemmingsreserve van de extra BDuR-gelden. Deze kosten zijn niet meer in de begroting 2026 opgenomen. • Bezuiniging: Dit betreft de bezuiniging op de kosten voor het deel dat betrekking heeft op het programma Risico & Crisisbeheersing. • Kosten en baten opvang ontheemden Oekraïne: Voor de opvang van ontheemden uit de Oekraïne worden in 2024 nog kosten gemaakt. Uitgangspunt is dat in 2025 dit project volledig is overgedragen. • BDuR: Dit betreft de indexatie van de uitkering BDuR van 2026. • Indexatie opbrengsten projecten: Voor een aantal projecten van Risico & Crisisbeheersing wordt ook externe financiering ontvangen. De verwachte stijging van de kosten als gevolg van indexatie zal ook worden gecompenseerd door hogere opbrengsten. Weerbaarheid Weerbaarheid ( x € 1.000) Totaal lasten Totaal baten Saldo van de baten en lasten

1e BW 2025

Wijzigingen -

120 120 -

2e BW 2025 120 120 -

2e BW 2025 Wijzigingen 120 120 -

-

Begroting 2026 120 120 -

In 2025 wordt gestart met het programma weerbaarheid zoals afgesproken in het bestuur. Hiervoor is vooralsnog € 120k begroot dat vanuit het programma Risico & Crisisbeheersing wordt overgeheveld. Voor 2026 is nog niet duidelijk wat dit financieel gaat betekenen. Vooralsnog is voor 2026 hetzelfde bedrag opgenomen als voor 2025.

Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)

43

Overhead Overhead ( x € 1.000) Totaal lasten Totaal baten Saldo van de baten en lasten

1e BW 2025

Wijzigingen

32.709 82 -32.626

2.045 -2.045

2e BW 2025

2e BW 2025 Wijzigingen

34.754 82 -34.672

34.754 82 -34.672

Incidenteel

Structureel

591 3 -588

Begroting 2026 35.345 85 -35.260

Toelichting 2025: Overhead

Wijzigingen 2025

Spaarverlof Saas Overhead ambulance Overige mutaties Totaal wijzigingen op de lasten

35 348 1.250 412 2.045

Totaal wijzigingen op de baten Saldo verschillen

2.045

35 348

348

1.250 412 1.697

348

1.697

• Spaarverlof: In de begrotingswijziging is rekening gehouden met een hogere dotatie aan de voorziening spaarverlof. Op basis van ervaring uit de laatste jaren is het bedrag aangepast. • Saas (Software as a service): In 2025 zijn er extra kosten in de begroting opgenomen voor de implementatie van 2 nieuwe softwarepakketten.. • Overhead ambulance: Door de nieuwe afspraken met de zorgverzekeraar stijgen de kosten van de ambulancedienst en daarmee ook de kosten die aan de overhead worden toegerekend. Daarnaast bleek dat in de 1e begrotingswijziging de kosten van overhead van de ambulancedienst te laag waren opgenomen., Toelichting 2026 Overhead Indexatie kosten SAAS Bezuiniging Totaal wijzigingen op de lasten Indexatie Totaal wijzigingen op de baten Saldo verschillen

Wijzigingen 2026 1.591 -410 -590 591 3 3 588

Incidenteel

Structureel 1.591

-410 -410

-590 1.001

-410

1.001

• Indexatie kosten: De kosten zijn geïndexeerd met de indexatiepercentages zoals deze zijn opgenomen in indexeringsbrief van de colleges van Burgemeesters en wethouders van de deelnemende gemeenten. • Saas (Software as a service): In 2025 zijn er extra kosten in de begroting opgenomen voor de implementatie van 2 nieuwe softwarepakketten. In de begroting 2026 zijn deze kosten niet meer meegenomen. • Bezuiniging: Dit betreft de bezuiniging op de kosten voor het deel dat betrekking heeft op het programma overhead.

Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)

44

3.4 Overzicht van baten en lasten – structureel en incidenteel Incidentele baten en lasten (incl. mutaties bestemmingsreserves) Totale lasten begroting Lasten t.b.v. opvang ontheemden Oekraine Totaal incidentele lasten Totaal Structurele lasten Totale baten begroting Baten t.b.v. opvang ontheemden Oekraine Totaal Incidentele baten Totaal structurele baten Resultaat (* € 1.000,-) Toevoeging aan reserve Onttrekking aan reserve Begrotingssaldo na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel saldo (* € 1000)

Program ma

2e BW2025

Begroting 2026 230.744 501 501 230.243 230.940 501 501 230.439 196 1.133 938 0 196 196

227.629 2.504 2.504 225.125 229.462 2.504 2.504 226.958 1.832 1.138 1.990 2.686 -852 1.834

R&C

R&C

2027

2028

2029

231.321

231.221

231.362

231.321 231.151

231.221 231.362

231.362 231.362

231.151 -170 910 1.080 0 -170 -170

231.362 141 627 486 0 141 141

231.362 0 601 913 311 -311 0

De incidentele lasten en baten t.b.v. opvang ontheemden Oekraïners lopen door tot begin van 2026. In 2025 is er een positief saldo. Door de bezuiniging die in de begroting 2026 is verwerkt daalt het resultaat na bestemming in 2026 en ook het structurele saldo daalt daardoor in dat jaar. In 2027 ontstaat er een negatief structureel saldo. In dit jaar is het resultaat na bestemming nihil en doordat de onttrekking aan de reserves hoger is dan de toevoeging aan de reserves ontstaat een negatief structureel saldo. Er zijn geen structurele mutaties in de bestemmingsreserves.

3.5 Overzicht van baten en lasten – taakvelden Taakvelden 2e begrotingswijziging 2025: 0.1 Bestuur

0.4 Overhead

0.5 Treasury

2e Begrotingswijziging 2025

Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Overhead Lasten Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Overhead Baten Saldo van baten en lasten (* € 1.000,-)

128 128

-

34.626 34.626

82 82

0.10 Mutaties Reserves

158 332 60 21 571 71 263 66 400

Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)

0.11 1.1 Resultaat van Crisisde rekening beheersing en van baten en brandweer lasten

1.2 Openbare orde en veiligheid

2.1 Verkeer en vervoer

7.1 Volksgezondheid

8.3 Wonen en bouwen

72.174 1.138

1.138 99 1.315 575

-

1.989

2.685

100.951 10.541

2.504

111.492

2.504

132.189 16.037

2.504

148.226

2.504

1.329

1.490 3.316

1.329

72.174 78.250

4.806

-

78.250

-

45

Taakvelden begroting 2026: 0.1 Bestuur

0.4 Overhead

0.5 Treasury

Begroting 2026

Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Overhead Lasten Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Overhead Resultaat na bestemming Saldo van baten en lasten (* € 1.000,-)

128 128

35.217 35.217

0.10 Mutaties Reserves

158 468 84 30 740 71 263 66

0.11 1.1 Resultaat van Crisisde rekening beheersing en van baten en brandweer lasten

1.2 Openbare orde en veiligheid

2.1 Verkeer en vervoer

7.1 Volksgezondheid

8.3 Wonen en bouwen

72.273 1.133

1.133 199 739 -

-

104.802 10.825

501

115.627

501

135.232 16.472

501

1.355

1.355

1.519 3.383 72.273 78.250

4.902

85 -

3.6 Ontwikkeling van het Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de Algemene reserve en de Bestemmingsreserves en kan voor de komende jaren als volgt worden weergegeven: Eigen vermogen Algemene reserve gefinancierd zorgverzekeraars Algemene reserve VRR Totaal Algemene reserve Nog te bestemmen resultaat ARR Nog te bestemmen resultaat VRR Nog te bestemmen resultaat Bestemmingsreserves Totaal per ultimo jaar (* € 1.000,-)

Realisatie 2024 1.768 1.182 2.950 986 361 1.347 7.448 11.745

2e BW Begroting 2025 2026 2.754 2.754 1.543 1.543 4.297 4.297 2.685 2.685 2.685 2.685 6.596 6.792 13.578 13.774

Plan 2027 2.754 1.543 4.297 2.685 2.685 6.622 13.604

Plan 2028 2.754 1.543 4.297 2.685 2.685 6.763 13.745

Plan 2029 2.754 1.543 4.297 2.996 2.996 6.451 13.744

Het verwachte positieve resultaat van 2025 is nu opgenomen als nog te bestemmen resultaat VRR. Vanaf 2026 worden resultaten van nihil verwacht en daardoor wijzigt de algemene reserve in deze jaren niet. Het verloop van het saldo van de bestemmingsreserves kan als volgt worden gespecificeerd: Bestemmingsreserves

2024 2e Loopbaanbeleid 3.423 Groot onderhoud gebouwen 744 Eenmalige bijdrage uitw.kader i.v.m. transitie naar Politie212

2025 3.345 952 -

2026 3.241 1.119 -

2027 3.048 1.080 -

2028 2029 3.046 3.062 1.240 1.399 -

Spoorincidentbestrijding CBRN-steunpuntregio Rotterdam-Rijnmond Bedrijfskleding Innovatie vervoer FLO BDUR Crisisbeheersing

375 213 435 397 1.074 575

231 161 298 1.611 -

89 102 99 2.142 -

43 2.451 -

2.476 -

0 1.990 -

Totaal per ultimo jaar

7.448

6.596

6.792

6.622

6.763

6.451

Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)

-

0

46

Ten opzichte van de 1e begrotingswijziging 2025 zijn er de volgende mutaties: Verschil mutaties bestemmingsreserves (bedragen in € x 1.000)

2e Loopbaanbeleid Groot onderhoud gebouwen Eenm. bijdrage uitw.kader i.v.m. transitie Spoorincidentbestrijding CBRN-steunpuntregio Rotterdam-Rijnmond Bedrijfskleding Innovatie vervoer FLO BDUR Crisisbeheersing Totaal per ultimo jaar (* € 1.000,-)

1e BW 2025 Dotatie

Wijzigingen

2e BW 2025

Onttrekki Onttrekki Onttrekki ng Dotatie ng Dotatie ng

265

-

5

-348

270

-348

331 268 864

-124 -212 -144 -52 -435 -199 -575 -1.741

269 274

-

331 537 1.138

-124 -212 -144 -52 -435 -99 -575 -1.990

99 -249

De reserves zijn hieronder kort toegelicht. Tweede loopbaanbeleid Ter dekking van de kosten van de uitvoering van het 2e loopbaanbeleid voor een periode van 10 jaar is in 2013 een bestemmingsreserve ingericht. Jaarlijks wordt een bedrag gedoteerd. In 2024 heeft het bestuur ingestemd met DOOR010 waarbij medewerkers in een bezwarende functie de mogelijkheid krijgen om door te blijven werken. Als gevolg hiervan zal er naar verwachting minder gebruik worden gemaakt van het 2e loopbaanbeleid. De omvang van de reserve is daarom herijkt waarbij het uitgangspunt is dat 50% van de medewerkers van het 2e loopbaanbeleid gebruik zullen maken. Op basis van dit uitgangspunt wordt er jaarlijks een bedrag gedoteerd van € 270k. Het is de verwachting dat de reserve tot 2043 voldoende zal zijn om de kosten van het 2e loopbaanbeleid te dekken. Groot onderhoud gebouwen In 2021 is een nieuw meer jaren onderhoudsplan gemaakt en op basis van dit plan is de jaarlijkse dotatie opnieuw bepaald. Uitgangspunt daarbij is dat de voorziening per einde 2035 op nul staat. Op basis daarvan wordt vanaf 2025 een bedrag van € 331 toegevoegd. In 2025 zal een nieuw MJOP geïmplementeerd worden. De bedragen hiervan zijn nog niet bekend. Daarom is nu nog uitgegaan van het vorig MJOP uit 2021. Uitwerkingskader meldkamer i.v.m.

transitie naar Politie Deze bestemmingsreserve is gevormd in het kader van de transitie van het beheer van de meldkamer naar de Politie. Hieraan ligt een sociaal plan ten grondslag dat tot 5 jaar na de transitie beschikbaar is voor de medewerkers die hier nog gebruik van willen maken. Op het moment zijn er geen medewerkers die hebben aan gegeven dat te willen gaan doen. Het jaar 2024 is het laatste jaar dat medewerkers hiervan gebruik kunnen maken. Spoor-incidentbestrijding Voor spoor-incidentbestrijding is een vast budget beschikbaar vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Alle incidentele lasten die dit budget te boven gaan, worden gefinancierd vanuit de bestemmingsreserve. De prognose is vooralsnog dat deze bestemmingsreserve in 2027 zal worden opgemaakt. CBRN-steunpunt Voor het CBRN-steunpunt zijn in het verleden middelen ontvangen die niet allemaal zijn gebruikt. De komende jaren worden de kosten voor het CBRN-steunpunt die niet uit de reguliere middelen kunnen worden gedekt vanuit deze reserve gefinancierd. De prognose is vooralsnog dat deze bestemmingsreserve in 2028 zal worden opgemaakt. Bedrijfskleding Om de piek in vervanging van bedrijfskleding op te vangen was een bestemmingsreserve gevormd. Hieraan is in 2023 nog een extra dotatie gedaan. In 2024 is een deel van de kleding uitgeleverd.

Het gedeelte voor de overige kleding zal in 2025 worden uitgegeven en hiervoor zal de bestemmingsreserve volledig gebruikt worden. Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025) 47

Innovatie vervoer In het kader van een duurzamere organisatie is in 2023 een pilot gestart met een elektrische ambulance die in 2024 geleverd zou worden. Door opstartproblemen zal de levering pas medio 2025 plaats gaan vinden. De pilot zal 2 jaar duren. FLO Door een wijziging in de regelgeving in 2023 werden de kosten van FLO naar achteren geschoven. In 2024 is daarom een bestemmingsreserve gevormd voor FLO om de kosten te egaliseren. Dat houdt in dat tot en met 2028 er bedragen worden gedoteerd aan de reserve en in de jaren 2029-2037 er wordt onttrokken aan de reserve. Vanaf 2027 is er geen bestemmingsreserve en zullen de kosten van FLO volledig in de exploitatie worden opgenomen. Vanaf 2037 zullen de kosten wel gaan dalen. De dotaties en onttrekkingen aan de reserve zijn geactualiseerd op basis van een nieuwe prognose die begin 2025 is opgesteld. BDUR Crisisbeheersing In 2023 is vanuit de BDuR geld ontvangen voor crisisbeheersing dat niet volledig gebruikt is, omdat de gelden pas later in het jaar beschikbaar kwamen. Met het Rijk is afgesproken, dat hiervoor een reserve gevormd kan worden die in latere jaren wordt ingezet. De VRR wil dit geld in 2025 gebruiken om de crisisorganisatie te versterken

Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)

48

3.7 Ontwikkeling van de voorzieningen In de jaren 2025 tot en met 2029 is de verwachting dat de ontwikkeling van de voorzieningen als volgt verloopt: Omschrijving (bedragen in €x 1.000) Verlofsparen Ziektwet Verlofsparen DOOR010 RVU Totaal

Stand 3112-2024 4.944 44 2.295 168 7.450

Begroting 2e BW Plan 2027 Plan 2028 Plan 2029 2026 2025 5.944 6.964 7.984 9.004 10.024 2.295 2.295 2.295 2.295 2.295 80 30 8.319 9.289 10.279 11.299 12.319

Ten opzichte van de 1e begrotingswijziging 2025 zijn er de volgende mutaties: Verschil mutaties voorzieningen

1e BW 2025

(bedragen in € x 1.000) Dotatie

Verlofsparen Ziektewet Verlofsparen DOOR010 RVU Totaal per ultimo jaar (* € 1.000,-)

Wijzigingen

Onttrekki ng Dotatie

504

-

496

-

-

-

-

-

-

2e BW 2025

Onttrekki ng Dotatie 1.000 -44 -

Onttrekki ng -

-

-44 -

-

-52

-

-36

-

-88

504

-52

496

-80

1.000

-132

De verschillende voorzieningen zijn hieronder kort toegelicht. Verlofsparen Conform de CAO mogen werknemers sinds 2022 hun bovenwettelijk deel van de verlofuren inzetten voor spaarverlof. Dit spaarverlof kan ingezet worden voor een sabbatical of vervroegd pensioen. De BBV schrijft hierbij voor dat hiervoor een voorziening getroffen moet worden. Voor 2025 zal naar verwachting een bedrag van € 1.000k worden toegevoegd op basis van de ervaring van de afgelopen jaren. Na 2025 wordt een jaarlijkse dotatie voorzien van €1.020k. Ziektewet In 2023 is een nieuwe voorziening gecreëerd in het kader van de recente ontwikkelingen rondom werknemers die ziek uit dienst zijn gegaan. De VRR is wettelijk verplicht om maximaal 2 jaar door te betalen voor een ex-werknemer. De BBV-regelgeving schrijft voor dat voor de verwachte lasten in 2025 en 2026 een voorziening getroffen dient te worden. Er is ook een bureau ingeschakeld dat helpt bij het re-integratietraject van deze ex-werknemers. Naar verwachting zal het gereserveerde bedrag (€ 44k) in 2025 onttrokken worden aan de reserve. Verlofsparen DOOR010 In het kader van DOOR010 hebben medewerkers bij de Brandweer de mogelijkheid om bij te tekenen en als brandweerman te blijven werken. Om van deze regeling gebruik te maken moeten medewerkers verlof sparen via het spaarverlof zodat zij eerder kunnen stoppen met werken.

In de regeling is opgenomen dat ze met het sparen bij indiensttreding moeten beginnen. Omdat medewerkers die al in dienst zijn niet de gelegenheid hebben gehad om hiervoor te sparen en ze wel in de gelegenheid worden gesteld om van DOOR010 gebruik te maken is deze voorziening gevormd in 2024. RVU Voor mensen die van de RVU (Regeling vervroegde uittreding) gebruik maken en niet onder de FLO vallen dient een verplichting opgenomen te worden conform de regelgeving van de BBV. Het betreft hier nu 3 personen die tot in 2026 en 2027 hiervan gebruik maken.

Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)

49

3.8 Financiële positie EMU-Saldo De ontwikkeling van het EMU-saldo is voor de komende jaren in onderstaande tabel opgenomen. EMUsaldo 1. (+)

2025

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) 2. (-) Mutatie (im)materiële vaste activa 3. (+) Mutatie voorzieningen 4. (-) Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) 5. (-) Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa Totaal (* € 1.000,-)

2026

2027

2028

2029

1.833

196

-170

141

-311

6.289 869

4.415 970

12.693 990

-1.624 1.020

-8.947 1.020

-3.587

-3.250

-11.873

2.785

9.656

Geprognosticeerde begin- en eindbalans De meerjarig geprognosticeerde balans geeft inzicht in de ontwikkeling van de investeringen, het aanwenden van de reserves en voorzieningen en de financieringsbehoefte.

Activa

Vaste Activa Materiële vaste activa Waarborgsommen Vlottende Activa Voorraden Uitzettingen < 1 jaar Overlopende activa Liquide middelen Totaal (* € 1.000,-)

Passiva

Vaste Passiva Algemene Reserve Bestemmingsreserves Resultaat Voorzieningen Leningen > 1 jaar Vlottende Passiva Schulden < 1 jaar Totaal (* € 1.000,-)

Realisatie 2024

2e BW 2025

Begroting 2026

Plan 2027

Plan 2028

Plan 2029

58.853 110

65.142 110

69.557 110

82.250 110

80.626 110

71.679 110

882 34.038 6.565 396 100.844

882 28.057 6.565 396 101.152

882 21.860 6.565 396 99.370

882 12.448 6.565 396 102.651

882 11.950 6.565 396 100.529

882 19.189 6.565 396 98.822

Realisatie 2024

2e BW 2025

Begroting 2026

Plan 2028

Plan 2029

2.950 7.448 1.347 7.450 48.479

4.297 6.596 2.685 8.319 46.085

6.982 6.792 0 9.289 43.137

6.982 6.622 0 10.279 45.599

6.982 6.763 0 11.299 42.315

6.982 6.451 311 12.319 39.588

33.170 100.844

33.170 101.152

33.170 99.370

33.170 102.651

33.170 100.529

33.170 98.822

Plan 2027

Het verloop van de bestemmingsreserves wordt toegelicht in hoofdstuk 3.6. Het verloop van de voorzieningen wordt toegelicht in hoofdstuk 3.7. De toelichting op de materiële vaste activa is opgenomen in hoofdstuk 3.9 en de toelichting op de financiering in hoofdstuk 3.10.

Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)

50

De materiele vaste activa nemen toe door de verwachte investeringen de komende jaren, met uitzondering van 2029 wanneer de investeringen beperkt zijn. Aan de activakant nemen de uitzettingen korten dan 1 jaar in de loop van de tijd af. Deze middelen worden o.a. ingezet voor de investeringen in materiele vaste activa. De algemene reserve blijft vanaf 2026 gelijk aangezien er een nulresultaat vanaf 2026 wordt behaald. Aan de passivakant valt verder op dat het saldo leningen langer dan 1 jaar in de loop van de tijd daalt. Dit komt doordat er meer aan leningen wordt afgelost dan dat er aan nieuwe leningen bijkomt, met uitzondering van 2027 wanneer er meer bijgeleend wordt in verband met het geplande investeringsniveau.

3.9 Ontwikkeling van de investeringen Van de in het Besluit Begroting en Verantwoording genoemde kapitaalgoederen is alleen de post gebouwen van toepassing op de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. In deze paragraaf wordt naast de post gebouwen ook aandacht besteed aan materieel. Waarderingsgrondslagen en afschrijvingsmethodiek Alle materiële vaste activa met een economisch nut worden geactiveerd. Investeringen worden lineair afgeschreven. Op grond en terreinen wordt niet afgeschreven. Nieuwe investeringen zijn opgenomen tegen historische kostprijs of lagere marktwaarde. De post ‘Activa in ontwikkeling’ bestaat uit materiële vaste activa, die nog niet in gebruik zijn genomen. Overzicht verloop materiële vaste activa 2024-2026 Ontwikkeling materiële vaste activa in 2025: Boekwaarde 31-12-2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15616354/1