CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagenboek Boomgaard, fase 1_ter vaststelling

Commissie Ruimte 27 maart 2024, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan Boomgaard fase 1.24.678 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Voor het verkrijgen van een ontheffing dient sprake te zijn van één of meer van de volgende belangen uit de Habitatrichtlijn:  de bescherming van flora en fauna;  de veiligheid van het luchtverkeer;  de volksgezondheid of openbare veiligheid;  dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Daarnaast dient met betrekking tot de werkzaamheden te worden aangetoond dat geen alternatieven voor het project bestaan die hetzelfde resultaat hebben, maar die niet leiden tot overtreding van artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

16

3 SOORTGERICHT ONDERZOEK VOGELS Op basis van de eerder uitgevoerde ecologische quickscan (Nederpel. V. 2022. Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis. d.d. 18-02-2022) ter plaatse van het project De Boomgaard te Hellevoetsluis wordt geconcludeerd dat de volgende juridisch zwaarder beschermde elementen van vogels worden verwacht. Deze zijn opgenomen in tabel 3. Tabel 3: verwachte beschermde elementen per vogelsoort, met daarachter aangegeven in welk deel van het onderzoeksgebied de elementen worden verwacht. Soort Verwacht element Locatie verwacht element Nesten en Voorvorseweg 1 en kleine schuren in projectgebied. Foerageergebied Steenuil (cat. 1) foerageergebieden agrarische percelen (groene vlak, afbeelding 5) Nesten en Voorvorseweg 1. Foerageergebied agrarische percelen (groene vlak, Kerkuil (cat. 3) foerageergebieden afbeelding 5) Nesten en Huismus (cat. 2) Voorvorseweg 1 en de Verlengde Lagelandseweg foerageergebieden Alle houtopstanden in het projectgebied (deelgebied 1 t/m 5, afbeelding Boomvalk (cat. 4) Nesten 6) Alle houtopstanden in het projectgebied (deelgebied 1 t/m 5, afbeelding Buizerd (cat. 4) Nesten 6) Alle houtopstanden in het projectgebied (deelgebied 1 t/m 5, afbeelding Sperwer (cat. 4) Nesten 6) Alle houtopstanden in het projectgebied (deelgebied 1 t/m 5, afbeelding Havik (cat.

4) Nesten 6) Nesten en Alle houtopstanden in het projectgebied (deelgebied 1 t/m 5, afbeelding Ransuil (cat. 4) foerageergebieden 6). Foerageergebied agrarische percelen (groene vlak, afbeelding 5)

3.1 METHODE

Het onderzoek naar beschermde elementen van vogels is gebaseerd op de ethische code van het Netwerk Groene Bureaus - Branchevereniging voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging (juni 2008 en februari 2010), het Kennisdocument Steenuil (2017), het Kennisdocument Kerkuil (2017) het Kennisdocument Huismus (2017), het Kennisdocument Buizerd (2017) en uitgevoerd conform de telrichtlijnen van SOVON. De bezoeken zijn met behulp van een Swarovski verrekijker (10x42 EL) uitgevoerd en zijn opnames gemaakt met een camera Canon 7D Mark 2 met 400mm lens en een warmtecamera TrackIR Pro 19mm. In tabel 4 staan de data van de veldbezoeken ten behoeve van het soortgericht onderzoek naar vogels weergegeven, evenals de tijden waarbinnen het veldbezoek is uitgevoerd en de onderzochte elementen. De weersomstandigheden van de betreffende data staan weergegeven in bijlage 6. Voor zonsopkomst- en ondergangstijden wordt verwezen naar bijlage 7. Tabel 4: Data en tijden van veldbezoeken ten behoeve van het soortgericht onderzoek naar vogels. Datum Tijd Soort(en) Veldwerkers 03-03-2022 19:00 – 21:00 Steenuil, kerkuil en ransuil Dhr. Ing. S. van Bekkum Mevr. Ing. K. de Lange 24-03-2022 19:00 – 21:00 Steenuil Dhr. Ing. S. van Bekkum Dhr. A. Dingley 06-04-2022 10:00 – 14:00 Boomvalk, buizerd, sperwer en havik Dhr. Ing. S. van Bekkum 06-04-2022 10:00 – 14:00 Huismus Dhr. Ing. S.

van Bekkum 07-04-2022 21:00 – 23:00 Steenuil Dhr. Ing. S. van Bekkum Dhr. H. Kiers MSc 20-04-2022 10:00 – 14:00 Boomvalk, buizerd, sperwer en havik Dhr. Ing. A. Kolders 28-04-2022 10:00 – 14:00 Huismus Dhr. Ing. A. Kolders 06-05-2022 08:00 – 13:00 Boomvalk, buizerd, sperwer en havik Dhr. Ing. A. Kolders 17-05-2022 08:00 – 13:00 Boomvalk, buizerd, sperwer en havik Dhr. Ing. A. Kolders 08-06-2022 22:00 – 24:00 Kerkuil en ransuil Dhr. Ing. N. Alderliesten Mevr. E. Nap 18-07-2022 14:00 – 21:30 Boomvalk, buizerd, sperwer en havik Dhr. Ing. N. Alderliesten 18-07-2022 21:50 – 23:50 Ransuil Dhr. N. Korevaar MSc Dhr. Ing. N. Alderliesten 05-10-2022 18:30 – 21:30 Kerkuil Dhr. Ing. A. Kolders Dhr. A. Dingley

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

17

Ten behoeve van het vaststellen dan wel uitsluiten van nesten en rustplaatsen en leefgebieden van de steenuil, kerkuil, huismus, boomvalk, buizerd, sperwer, havik en ransuil is de hierna beschreven werkwijze gehanteerd. 3.1.1 STEENUIL (CATEGORIE 1) Om de aanwezigheid van nestplaatsen van de steenuil aan te tonen of te kunnen uitsluiten zijn drie veldbezoeken uitgevoerd in periode van 1 februari tot en met 30 april waarbij er minimaal 1 maand zit tussen het eerste het laatste bezoek. De inventarisatie is tijdens goede weersomstandigheden uitgevoerd. Het beste moment om te inventariseren is in de avondschemer, vanaf een halfuur na zonsondergang, tot middernacht. Tijdens deze bezoeken is de baltsroep van de steenuil afgespeeld om een reactie uit te lokken. Bij een reactie wordt direct gestopt met het afspelen van de baltsroep om verstoring zoveel mogelijk te voorkomen. Tevens is in de omgeving gezocht naar de aanwezigheid van steenuilen om een beeld te krijgen van de lokale populatie en zijn de jachtgebieden van de steenuil in kaart gebracht. 3.1.2 KERKUIL (CATEGORIE 3) Om de aanwezigheid van nestplaatsen van de kerkuil aan te tonen of te kunnen uitsluiten zijn drie veldbezoeken uitgevoerd in periode van 1 februari tot en met 15 oktober. 1 bezoek is in juni uitgevoerd i.v.m. bedelende jongen. De inventarisatie is tijdens goede weersomstandigheden uitgevoerd.

Het beste moment om te inventariseren is in de avondschemer, vanaf een halfuur na zonsondergang, tot middernacht. Tijdens deze bezoeken is de baltsroep van de kerkuil afgespeeld om een reactie uit te lokken. Bij een reactie wordt direct gestopt met het afspelen van de baltsroep om verstoring zoveel mogelijk te voorkomen. Tevens is in de omgeving gezocht naar de aanwezigheid van kerkuilen om een beeld te krijgen van de lokale populatie en zijn de jachtgebieden van de kerkuil in kaart gebracht. 3.1.3 HUISMUS (CATEGORIE 2) Om uit te sluiten of aan te tonen dat huismussen een nest of rustplaats in het projectgebied bezetten zijn volgens de gestandaardiseerde methode (Kennisdocument Huismus, 2017) twee bezoeken tussen 1 april en 15 mei, met daartussen minimaal 10 dagen, uitgevoerd. Het onderzoek heeft tussen 2 uur na zonsopkomst en 2 uur voor zonsondergang en bij goede (droge) weersomstandigheden plaatsgevonden. Ten tijde van het bezoek is gelet op één of meer van de volgende waarnemingen, wat duidt op een aanwezige nestlocatie:  een zingend mannetje of;  een paartje bij een potentiële nestplaats of;  balts, paring of ander gedrag waar uit geconcludeerd kan worden dat nesten aanwezig moeten zijn. Tijdens het onderzoek zijn het aantal broedparen en de (globale) locaties van de nesten vastgesteld.

Daarnaast is bepaald of het projectgebied essentieel leefgebied (foerageergebied en/of migratieroute) van de huismus betreft. Met name het essentieel leefgebied is in beeld gebracht, omdat binnen het projectgebied geen geschikte structuren zijn om te broeden. Binnen de invloedsfeer zijn wel mogelijkheden voor de huismussen aanwezig, derhalve zijn de woningen binnen de invloedsfeer eveneens meegenomen middels onderhavig onderzoek. Dit onderzoek is uitgevoerd conform bovenstaande methode. 3.1.4 BOOMVALK, BUIZERD, SPERWER EN HAVIK (CATEGORIE 4) Het onderzoek is uitgevoerd conform het Kennisdocument Buizerd (BIJ12, 2017) en is gebaseerd op de SOVON territoriumkartering BMP. Om de aanwezigheid van nestplaatsen van de boomvalk, buizerd, sperwer en havik aan te tonen of te kunnen uitsluiten zijn vier veldbezoeken uitgevoerd, in de periode van maart tot half mei, met daartussen minimaal 10 dagen. Voor de boomvalk is tussen 15 juli 2020 en 30 juli 2020 een extra inspectie te worden uitgevoerd voor het vinden van jongen. Het onderzoek is overdag en bij goede inventarisatieomstandigheden uitgevoerd. Met behulp van het onderzoek zijn het aantal nesten en de functie van de omgeving voor de boomvalk, buizerd, sperwer en havik in kaart gebracht.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

18

3.1.5 RANSUIL (CATEGORIE 4) Het onderzoek naar de ransuil is gebaseerd op de richtlijnen zoals gesteld door SOVON. Om de aanwezigheid van nestplaatsen van de ransuil aan te tonen of te kunnen uitsluiten zijn drie veldbezoeken uitgevoerd. In de periode 20 februari tot circa 15 maart is in de nachturen één veldbezoek gebracht, waarbij vooral wordt gelet op baltsgeluiden. Om baltsgeluid uit te lokken is een lokroep afgespeeld. Bij reactie wordt het afspelen direct gestopt. Tijdens de bezoeken in juni en juli is tevens gelet op roepende jongen. Tijdens deze bezoeken is gelet op één of meer van de volgende waarnemingen, wat duidt op een aanwezige nestlocatie:  een territoriaal individu of;  een paartje bij een potentiële nestplaats of;  roepende jongen, of;  plukresten, krijtstrepen (poepsporen) en braakballen, of;  paring, overdracht van voedsel, of ander gedrag waaruit geconcludeerd kan worden dat er nesten aanwezig moeten zijn. Met behulp van het onderzoek is het aantal nesten en de functie van de omgeving voor de ransuil in kaart gebracht.

3.2 RESULTATEN EN INTERPRETATIE

Uit het soortgericht onderzoek blijkt dat in het projectgebied nest- en rustplaatsen aanwezig zijn van de kerkuil, sperwer, havik en ransuil. Voor waarnemingen per bezoek verwijzen naar bijlage 9.

Afbeelding 10: Beschermde elementen vogels.

In onderstaande paragraven worden de resultaten van het soortgericht onderzoek naar: 1. Steenuil (categorie 1) 2. Kerkuil (categorie 3) 3. Huismussen (categorie 2) 4. Boomvalk, buizerd, sperwer en havik (categorie 4) 5. Ransuil (categorie 4)

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

19

3.2.1 STEENUIL Tijdens de veldbezoeken ten behoeve van het vaststellen of uitsluiten van nest- en rustplaatsen en jachtgebieden van de steenuil zijn geen steenuilen waargenomen. Tijdens de bezoeken in het projectgebied of binnen de invloedsfeer van het projectgebied is het gebied doorkruist, waarbij enkele malen het geluid van de steenuil is afgespeeld en de gebieden zijn afgezocht met onder andere warmtecamera. Op het afspelen van geluid volgde geen reactie, waardoor nest- en rustplaatsen en essentiële jachtgebieden van de steenuil kunnen worden uitgesloten. 3.2.2 KERKUIL Tijdens de veldbezoek ten behoeve van het vaststellen of uitsluiten van nest- en rustplaatsen en jachtgebieden van de kerkuil zijn diverse malen kerkuilen waargenomen. De kerkuil broedt in een speciaal ingerichte schuur aan de Voorvorseweg 1. De zolder in deze schuur is dichtgemaakt, waarbij aan weerszijde, in de nok van de schuur, in- of uitvliegopeningen zijn gerealiseerd. Omdat de zolder nagenoeg ontoegankelijk is betreft dit een ideale nest- en rustplaats voor de kerkuil. Tijdens één van de bezoeken is ook een bedelende jong gehoord, waardoor aangenomen kan worden dat de schuur zowel gebruikt wordt als broedplaats als rustplaats. De schuur vormt geen onderdeel van het projectgebied, waardoor vernietiging van nestplaatsen kan worden uitgesloten.

Wel dient met de projectontwikkeling rekening te worden gehouden met de verstoringsafstand van de kerkuil van zowel verlichting als geluid. Afbeelding 11: QR-code van uitvliegende kerkuilen.

Afbeelding 12: Schuur die dient als nest- en rustplaats voor kerkuilen.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

20

Het projectgebied wordt daarnaast gebruikt als jachtgebied. De kerkuilen vliegen na uitvliegen direct weg richting de agrarische percelen aan de noordkant van het projectgebied. Deze landbouwpercelen worden gedurende de nacht gebruikt om te jagen. Echter is het jachtgebied vele male groter dan alleen het projectgebied. Het jachtgebied binnen het projectgebied omvatten twee agrarische percelen. Met behulp van warmtecamera kon worden vastgesteld dat de kerkuilen ook ver buiten het projectgebied jagen. Voor zover gezien kon worden is vastgesteld dat de kerkuilen in ieder geval ook ten noorden van de Vingerlingseweg en ten oosten van de Gaarweg. Van belang zijn de landbouwpercelen binnen het projectgebied, maar zeker daarbuiten. Het jachtgebied van de kerkuilen is vele malen groter dan alleen het projectgebied, waarbij het projectgebied een klein onderdeel van het totale jachtterritorium betreft. Derhalve kan worden uitgesloten dat het jachtgebied binnen het projectgebied van essentieel belang is voor de kerkuil. Daarnaast kan door de herontwikkeling van het gebied (door bijvoorbeeld de braamstruwelen terug te dringen) meer geschikt jachtgebied binnen het projectgebied komen. De overige gebieden binnen het projectgebied: de voormalige vuilstort, het voormalige campingterrein en De boomgaarden vormen zeer matig tot ongeschikt jachtgebied.

Deze terreinen zijn nagenoeg volledig dichtgegroeid met braamstruwelen en ruigtevegetatie waaronder reuzenberenklauw. Kerkuilen hebben de voorkeur voor open jachtterreinen, waardoor de overige gebieden matig tot ongeschikte jachtgebieden zijn voor de kerkuil. Derhalve kan geconcludeerd worden dat de jachtgebieden binnen het projectgebied niet van essentieel belang zijn.

Afbeelding 13: Kerkuil

3.2.3 HUISMUS Tijdens de veldbezoeken zijn op diverse locaties huismussen waargenomen. De huismussen zijn met name waargenomen in de aangrenzende woonwijken ten zuidoosten van het projectgebied. In de aangrenzende woonwijken zijn nestlocaties aanwezig in de vorm van ruimte onder dakpannen. Binnen het projectgebied zijn dergelijke structuren (woningen met dakpannen) niet aanwezig. Hierdoor kan worden uitgesloten dat het projectgebied wordt gebruikt als nestplaats voor de huismus. Tevens hebben de werkzaamheden binnen het projectgebied geen negatieve invloed op de nestlocaties van de huismussen, omdat op korte afstand van deze nestlocaties niet gebouwd gaat worden.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

21

Tijdens één van de bezoeken is in de meest oostelijke Boomgaard foeragerende huismussen waargenomen. In totaal is een groepje van vijf huismussen aldaar foeragerend waargenomen die gebruik maakte van de ruigtestroken en struwelen. Het gaat hier om een relatief klein aantal huismussen in vergelijking met de tientallen huismussen die in de aangrenzende woonwijken zijn waargenomen. Daarnaast zijn de tuinen in de aangrenzende woonwijk zeer groen, wat tevens onderdeel uitmaakt van hun essentiële leefomgeving. Op basis hiervan kan gesteld worden dat het groen binnen het projectgebied geen onderdeel uitmaakt van hun essentiële leefomgeving. Wel wordt met enige regelmaat gebruik gemaakt van het groen binnen projectgebied. In de herontwikkelingsfase kan wel rekening worden gehouden met natuurinclusief bouwen door het aanbrengen van nestvoorzieningen in de woningen en het aanbrengen van inheems groen waardoor de foerageerfunctie en schuilgelegenheid binnen het projectgebied wordt behouden en versterkt. 3.2.4 BOOMVALK, BUIZERD, SPERWER EN HAVIK Binnen het projectgebied is onderzoek gedaan naar de boomvalk, buizerd, sperwer en havik. Hieronder wordt per soort de belangrijkste bevindingen beschreven. Boomvalk Tijdens de veldbezoeken ten behoeve van het vaststellen of uitsluiten van nest- en rustplaatsen en jachtgebieden van de boomvalk zijn geen boomvalken waargenomen.

Tijdens de bezoeken in het projectgebied of binnen de invloedsfeer van het projectgebied is het gebied doorkruist. Tijdens het zoeken naar de boomvalk zijn geen boomvalken binnen het projectgebied waargenomen, waardoor nest- en rustplaatsen en essentiële jachtgebieden van de boomvalk kan worden uitgesloten. Buizerd Tijdens de veldbezoeken ten behoeve van het vaststellen of uitsluiten van nest- en rustplaatsen en jachtgebieden van de buizerd zijn ter plaatse van de voormalige vuilstort een paartje buizerds waargenomen. Tijdens elk bezoek werd het paartje of een buizerd hier of in de omgeving waargenomen. Echter heeft de buizerd niet ter plaatse van de voormalige vuilstort gebroed. Mogelijk heeft de buizerd elders in de omgeving gebroed en kwamen in het gebied om te jagen of te rusten. Op basis hiervan kan gesteld worden dat de buizerd geen nestplaats binnen het projectgebied heeft. Essentiele rustplaatsen kunnen eveneens worden uitgesloten, omdat in de omgeving geschikte alternatieven voorhanden zijn.

Afbeelding 14: Paartje buizerd.

Sperwer Tijdens de veldbezoek op 20 april 2022 ten behoeve van het vaststellen of uitsluiten van nest- en rustplaatsen en jachtgebieden van de sperwer werd boven het voormalige campingterrein een baltsend mannetje sperwer waargenomen. Dit werd enkele malen beantwoord door een vrouwtje sperwer, die vervolgens weer in het ‘bos’ van het voormalige campingterrein vloog.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

22

Afbeelding 15: vrouw sperwer boven het voormalige campingterrein.

Vervolgens is in het ‘bos’ van het voormalige campingterrein gezocht naar een groot horst waar mogelijk de sperwer haar nest heeft. Deze werd middenin het bos gevonden, laag in een naaldboom. Uit het nest stak duidelijk een staart afkomstig van een sperwer, waardoor vastgesteld werd dat het nest bezet was door een paartje sperwer.

Afbeelding 16: Horst in naaldboom. Duidelijk is te zien dat uit het nest een staart steekt, die afkomstig is van de sperwer.

Het voormalige campingterrein is afgesloten voor publiek middels een hek, waardoor de sperwer hier ongestoord kan broeden.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

23

Havik Tijdens het daaropvolgende bezoek is het nest gecontroleerd of de sperwer nog op het nest aanwezig was. Bij aankomst voor het hek van het voormalige campingterrein hingen beide sperwers luid roepend boven het perceel, wat betekent dat de sperwers door iets of iemand zijn verstoord. Bij binnenkomst van het voormalige campingterrein lande een mannetje havik in het bos en vloog vervolgens richting het nest. Ter plaatse van nest vloog geen sperwer maar een vrouwtje havik van het nest. Dit betekent dat het paartje sperwer verjaagd is door de havik en de havik het nest in gebruik heeft genomen als broedplaats.

Afbeelding 17: Mannetje havik in het bos van het voormalige campingterrein.

Tijdens de daaropvolgende bezoeken is het nest met enige regelmaat kort gecontroleerd op de aanwezigheid van de havik. Om de havik niet te verstoren tijdens het broeden, is vanaf afstand gekeken of het nest nog steeds bezet was. Tijdens het bezoek op 14 juni 2022 is vastgesteld dat in het nog minimaal twee jongen aanwezig waren.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

24

Afbeelding 18: Jonge havik op het nest.

Uiteindelijk heeft de havik drie jonge groot gebracht en zijn uiteindelijk ook drie jonge uitgevlogen. Derhalve kan worden vastgesteld dat binnen het projectgebied één horst aanwezig is die door zowel de sperwer als de havik in gebruik is genomen. In onderhavig onderzoek wordt rekening gehouden met één horst die door beide soorten (deels) worden gebruikt. Wat betreft de bescherming zal in het vervolgtraject rekening gehouden moet worden met de bescherming van één horst die gebuikt wordt door de sperwer/havik. Indien mogelijk en als de territoria van beide soorten dit toelaat zal compensatie voor beide soorten dienen plaats te vinden.

Afbeelding 19: Net uitgevlogen havik in de buurt van het nest.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

25

3.2.5 RANSUIL Tijdens een veldbezoek voor vleermuizen werd op 3 juni 2022 een baltsende ransuil in het perceel van de voormalige vuilstort waargenomen. Vervolgens is tijdens het bezoek (ransuil bezoek) op 8 juni 2022 wederom een baltsende ransuil waargenomen, wat werd beantwoord door een roepend vrouwtje. Na deze bezoeken zijn geen ransuilen meer ter plaatse van de voormalige vuilstort waargenomen. Echter de voormalige vuilstort is grotendeels afgesloten voor publiek en in deze periode is de voormalige vuilstort overwoekerd met braamstruwelen en reuzenberenklauwen waardoor het onmogelijk is om het gebied te betreden. Derhalve wordt aangenomen dat de ransuil in het hoge braamstruweel van de voormalige vuilstort heeft gebroed en dat de ransuil hier zijn nest- en rustplaats heeft. 3.2.6 OVERIGE WAARNEMINGEN Tijdens het soortgericht onderzoek naar de steenuil, kerkuil, huismus, boomvalk, buizerd, sperwer, havik en ransuil zijn ook vogels met een jaarrond beschermd nest uit categorie 5 meegenomen en zijn globaal de algemene broedvogels meegenomen. In onderstaande tabel zijn per deelgebied de categorie 5 vogels en de algemene broedvogels weergegeven. De aantallen broedparen zijn niet conform de richtlijnen van SOVON geteld, maar zijn globaal meegenomen tijdens de veldbezoeken van de soortgerichte onderzoeken.

In het projectgebied broeden diverse soorten broedvogels in wisselende aantallen. Door het projectgebied te ontwikkelen en meer ruimte te beiden aan inheemse struwelen en bomen zullen ook de aantallen broedvogels kunnen ontwikkelen. In de zomerperiode wordt het inheems groen op diverse plekken overwoekerd met exoten, waardoor minder ruimte ontstaat voor broedvogels. Door versterkingen aan te brengen zullen ook de broedvogels in aantallen kunnen toenemen. Tabel 5: Categorie 5 vogels en algemene broedvogels per deelgebied. Deelgebied Soort Broedparen Zwartkop 3 Merel 2 Cetti’s zanger 1 Zanglijster 1 Tjiftjaf 4 Heggenmus 2 Voormalige vuilstort Putter 2 Kneu 2 Groenling 1 Winterkoning 3 Holenduif 1 Grote bonte specht 1 Zwartkop 2 Tjiftjaf 3 Winterkoning 2 Merel 2 Heggenmus 2 Voormalige campingterrein Houtduif 1 Zanglijster 1 Pimpelmees 1 Grote bonte specht 2 Boomkruiper 1 Koolmees 3 Goudvink 1 Zwartkop 4 Merel 5 Staartmees 1 Zanglijster 2 Winterkoning 6 De boomgaarden Tjiftjaf 4 Fitis 1 Heggenmus 4 Houtduif 1 Pimpelmees 3 Grote bonte specht 1 Koolmees 2

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

Categorie Algemene broedvogels Algemene broedvogels Algemene broedvogels Algemene broedvogels Algemene broedvogels Algemene broedvogels Algemene broedvogels Algemene broedvogels Algemene broedvogels Algemene broedvogels Algemene broedvogels Categorie 5 Algemene broedvogels Algemene broedvogels Algemene broedvogels Algemene broedvogels Algemene broedvogels Algemene broedvogels Algemene broedvogels Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Algemene broedvogels Algemene broedvogels Algemene broedvogels Algemene broedvogels Algemene broedvogels Algemene broedvogels Algemene broedvogels Algemene broedvogels Algemene broedvogels Algemene broedvogels Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5

26

Afbeelding 20: Mannetje goudvink.

3.3 TOETSING WERKZAAMHEDEN Binnen het projectgebied en binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden is een nest- en rustplaats van de kerkuil, ransuil en een gezamenlijke broed- en rustplaats van sperwer/havik vastgesteld. Tevens wordt binnen het projectgebied en in de omgeving van het projectgebied gejaagd door de kerkuil, havik en ransuil. De kerkuil, sperwer, havik en ransuil zijn vogels die beschermd zijn onder vogels-categorie 3 en 4 van de Wet natuurbescherming. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. De nesten zijn daarom jaarrond beschermd, wat inhoudt dat zij niet beschadigd of vernield mogen worden, ook als er niet gebroed wordt. Essentiele jachtgebieden voor de ransuil, kerkuil, sperwer en havik liggen buiten het projectgebied. De landbouwpercelen in het projectgebied vormen geschikt jachtgebied voor de ransuil, sperwer, kerkuil en havik. Van belang zijn de landbouwpercelen binnen het projectgebied, maar zeker daarbuiten. Het jachtgebied van de ransuil, kerkuil en havik is vele malen groter dan alleen het projectgebied, waarbij het projectgebied een klein onderdeel van het jachtterritorium betreft. De aanwezige boomgaarden zijn, juist door de verruiging met o.a. braam, van aanzienlijk verminderd belang als jachtgebied voor deze soort.

Derhalve zijn de jachtgebieden binnen het projectgebied niet van essentieel belang. De werkzaamheden betreffen mogelijk een overtreding van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Bovendien kunnen exemplaren van kerkuil, havik, sperwer en ransuil worden gestoord of gedood, wanneer deze in de nestplaatsen aanwezig zijn ten tijde van de werkzaamheden. Dit betreffen overtredingen van artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. In eerste instantie zal gekeken moeten in hoeverre nesten en structuren kunnen worden behouden en ingepast kunnen worden in het nieuwe ontwerp. Wanneer behouden van of fasering niet mogelijk is zal een ontheffing moeten worden aangevraagd. Voor het overtreden van de Wet natuurbescherming is een ontheffing verreist. Voor het verkrijgen van een ontheffing dient sprake te zijn van één of meer van de volgende belangen uit de Vogelrichtlijn:  de bescherming van flora en fauna;  de veiligheid van het luchtverkeer;  de volksgezondheid of openbare veiligheid. Daarnaast dient met betrekking tot de werkzaamheden te worden aangetoond dat geen alternatieven voor het project bestaan die hetzelfde resultaat hebben, maar die niet leiden tot overtreding van artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

27

4 SOORTGERICHT ONDERZOEK STEENMARTER Op basis van de eerder uitgevoerde ecologische quickscan (Nederpel. V. 2022. Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis. d.d. 18-02-2022) ter plaatse van het project De Boomgaard te Hellevoetsluis wordt geconcludeerd dat de volgende juridisch zwaarder beschermde elementen van de steenmarter wordt verwacht. Deze is opgenomen in tabel 6. Tabel 6: verwachte beschermde elementen, met daarachter aangegeven in welk deel van het onderzoeksgebied de elementen worden verwacht. Soort Verwacht element Locatie verwacht element Steenmarter

Verblijfplaatsen en foerageergebieden

Voormalige campingterrein, de boomgaarden en voormalige vuilstort (zie afbeelding 5).

4.1 METHODE

Het onderzoek naar beschermde elementen van de steenmarter is gebaseerd op de ethische code van het Netwerk Groene Bureaus - Branchevereniging voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging (juni 2008 en februari 2010). In tabel 7 staan de data van de veldbezoeken ten behoeve van het soortgericht onderzoek naar de steenmarter weergegeven, evenals de tijden waarbinnen het veldbezoek is uitgevoerd en de onderzochte elementen. De weersomstandigheden van de betreffende data staan weergegeven in bijlage 6. Voor zonsopkomst- en ondergangstijden wordt verwezen naar bijlage 7. Tabel 7: Data en tijden van veldbezoeken ten behoeve van het soortgericht onderzoek naar steenmarter.. Datum Tijd Soort(en) Veldwerkers 14-04-2022 08:00 – 16:00 Steenmarter, cameravallen plaatsen Dhr. Ing. A. Kolders Dhr. A. Dingley 28-04-2022 08:00 – 12:00 Steenmarter, cameravallen tussentijds uitlezen Dhr. Ing. A. Kolders 13-05-2022 08:00 – 12:00 Steenmarter, cameravallen ophalen Dhr. Ing. A. Kolders

Ten behoeve van het vaststellen dan wel uitsluiten van de steenmarter is de hierna beschreven werkwijze gehanteerd. Tevens kunnen eventueel aanwezige andere marterachtigen met deze methode worden vastgesteld. Voorafgaand aan het onderzoek met cameravallen is een inspectie uitgevoerd, waarbij het projectgebied is onderzocht op geschikte locaties voor voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van de steenmarter. De cameravallen zijn vervolgens op strategische locaties geplaatst, om hiermee de kans op het vastleggen van exemplaren van deze soorten zo groot als mogelijk te maken. De cameravallen zijn opgehangen op locaties met veel rommelige hoekjes zoals houtwallen, overgangen tussen ruigte en korte vegetatie en wissels in het landschap. Er zijn diverse lokmiddelen gebruikt zoals pindakaas, noten en/of vlees/vis. Daarnaast zijn tijdens alle bezoeken gelet op sporen en individuen van de steenmarter. De volgende werkwijze wordt gehanteerd om de steenmarter aan te tonen dan wel uit te sluiten: - Het uitvoeren van een inspectie en plaatsen van vijf cameravallen. - Het tussentijds controleren en uitlezen van de camera’s (na circa twee weken). - Het ophalen van de cameravallen (na minimaal vier weken). - Het bekijken van de camerabeelden.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

28

4.2 RESULTATEN EN INTERPRETATIE

Uit het soortgericht onderzoek blijkt dat in het projectgebied voortplantings- en rustplaatsen aanwezig zijn van de steenmarter.

Afbeelding 21: Beschermde elementen steenmarter en locaties cameravallen.

In het projectgebied zijn vijf cameravallen geplaatst, waarbij gekeken is naar potentiele locaties die geschikt zijn voor de steenmarter. De cameravallen zijn onder meer geplaatst in de gebieden: de voormalige vuilstort, het voormalige campingterrein en de boomgaarden. De locaties van de cameravallen is weergegeven in afbeelding 20. Ten tijde van het cameravallen onderzoek zijn op camera 2: voormalig campingterrein, camera 3: voormalig campingterrein en camera 4: De Boomgaard een foeragerende steenmarter gefotografeerd. De steenmarter is meerdere dagen gefotografeerd op drie verschillende camera’s. Deze locaties, waar de steenmarter is vastgelegd, bevatten zeer geschikte voortplantings- en rustplaatsen voor de steenmarter. De geschikte verblijfplaatsen bestaan onder andere uit: grote holten in stamvoet van bomen, rommelige hoekjes zoals takkenrillen, steenhopen en enkele vervallen schuren. De exacte verblijfplaats van de steenmarter is niet vastgesteld, echter kan door het meermaals aantreffen van de steenmarter op de cameravallen wel worden aangenomen dat de verblijfplaats van de steenmarter zich bevindt in één van de gebieden: voormalige campingterrein of De Boomgaard.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

29

Afbeelding 22: Steenmarter op één van de cameravallen.

Naast de steenmarter zijn diverse andere soorten op de cameravallen vastgelegd. Met name grondgebonden zoogdieren en vogels zijn veelvuldig waargenomen op de cameravallen. In tabel 8 zijn de waargenomen soorten per cameraval opgenomen. Op afbeelding 20 is een korte impressie weergegeven van de vastgelegde soorten. De onderhavige soorten die zijn vastgelegd betreffen algemene broedvogels en vrijgestelde zoogdieren in de provincie Zuid-Holland. Voor de vrijgestelde zoogdieren geldt dat men moet werken conform de zorgplicht. Tabel 8: De waargenomen soorten per cameraval Cameraval 1

2

3

4

5

Vastgelegde zoogdieren Ree Vos Haas Haas Zwerfkat Bosmuis Steenmarter Ree Vos Bruine rat Steenmarter Bunzing Bruine rat Zwerfkat Ree Vos Haas Ree Steenmarter Haas Bruine rat Ree Zwerfkat Haas Bosmuis Vos

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

Vastgelegde vogels

Zanglijster Winterkoning Roodborst Koolmees Merel Zanglijster Merel

Zwarte kraai Fazant Gaai Merel Fazant

30

Afbeelding 23: Cameraopnamen vanaf boven: bunzing, vos, ree, steenmarter, winterkoning en zanglijster.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

31

4.3 TOETSING WERKZAAMHEDEN Binnen het projectgebied is een voortplantings- en rustplaats van de steenmarter vastgesteld. De steenmarter is Nationaal beschermd. Door het mogelijk verwijderen van groenstroken gaan voortplantingsen rustplaatsen van de steenmarter verloren en worden individuen verstoord of gedood wat een overtreding van artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming betreft. In eerste instantie zal gekeken moeten in hoeverre nesten en structuren kunnen worden behouden en ingepast kunnen worden in het nieuwe ontwerp. Wanneer behouden van niet mogelijk is zal een ontheffing moeten worden aangevraagd. Voor het overtreden van de Wet natuurbescherming is een ontheffing benodigd.

Voor het verkrijgen van een ontheffing voor de steenmarter dient sprake te zijn van één of meer van de volgende belangen:  de bescherming van flora en fauna;  de veiligheid van het luchtverkeer;  de volksgezondheid of openbare veiligheid;  dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten;  in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied;  in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaats- werken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer;  in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied;  in het algemeen belang van de betreffende soort. Daarnaast dient met betrekking tot de werkzaamheden te worden aangetoond dat geen alternatieven voor het project bestaan die hetzelfde resultaat hebben, maar die niet leiden tot overtreding van artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

32

5 SOORTGERICHT ONDERZOEK TEUNISBLOEMPIJLSTAART Op basis van de eerder uitgevoerde ecologische quickscan (Nederpel. V. 2022. Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis. d.d. 18-02-2022) ter plaatse van het project De Boomgaard te Hellevoetsluis wordt geconcludeerd dat de volgende juridisch zwaarder beschermde elementen van de teunisbloempijlstaart wordt verwacht. Deze is opgenomen in tabel 9. Tabel 9: verwachte beschermde elementen, met daarachter aangegeven in welk deel van het onderzoeksgebied de elementen worden verwacht. Soort Verwacht element Locatie verwacht element

Teunisbloempijlstaart

Waardplanten: teunisbloem, wilgenroosje en basterdwederik

De waardplanten voor deze soort zijn aanwezig op het oostelijke boomgaardperceel van het plangebied en ook alleen daar in het plangebied (ten noorden van de Parnassialaan en ten oosten van de watergang).

5.1 METHODE

Het onderzoek naar beschermde elementen van de teunisbloempijlstaart is gebaseerd op de ethische code van het Netwerk Groene Bureaus - Branchevereniging voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging (juni 2008 en februari 2010) en uitgevoerd conform de vliegtijden van de Vlinderstichting In tabel 10 staat de datum van het veldbezoek dat is uitgevoerd ten behoeve van het soortgericht onderzoek naar de teunisbloempijlstaart, evenals de tijden waarbinnen het veldbezoek is uitgevoerd en de onderzochte elementen. De weersomstandigheden van de betreffende data staan weergegeven in bijlage 6. Voor zonsopkomst- en ondergangstijden wordt verwezen naar bijlage 7. Tabel 10: Data en tijden van veldbezoeken ten behoeve van het soortgericht onderzoek naar de teunisbloempijlstaart. Datum Tijd Soort(en) Veldwerkers 29-07-2022 08:00 – 16:00 Teunisbloempijlstaart Dhr. Ing. A. Kolders

Ten behoeve van het vaststellen dan wel uitsluiten van de teunisbloempijlstaart is de hierna beschreven werkwijze gehanteerd. Voor het onderzoek naar teunisbloempijlstaart is in de periode mei tot september één veldbezoek uitgevoerd. Het oostelijke boomgaardperceel is zigzagsgewijs doorkruist, waarbij de aanwezige teunisbloemen gecontroleerd zijn op de aanwezigheid van rupsen. De exacte datum is in het voorjaar bepaald, wanneer de teunisbloemen duidelijk herkenbaar zijn in het veld en wanneer de eerste teunisbloempijlstaart zijn waargenomen in Nederland. Dit om de trefkans zo optimaal mogelijk te maken.

5.2 RESULTATEN EN INTERPRETATIE

Op 29 juli 2022 is het veldbezoek ten behoeve van de teunisbloempijlstaart uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek zijn in het projectgebied de waardplanten van de teunisbloempijlstaart opgezocht, waarbij de aanwezige waardplanten gecontroleerd zijn op de aanwezigheid van rupsen. De waardplanten van de teunisbloempijlstaart bestaat onder andere uit: teunisbloem, wilgenroosje en basterdwederik. Tijdens het veldbezoek zijn geen rupsen van de teunisbloempijlstaart aangetroffen. Tevens concentreert het verspreidingsgebied van de teunisbloempijlstaart voornamelijk nog in het oostelijk deel van Nederland. Het betreft wel een soort die ook steeds meer naar het westelijk deel van Nederland verspreid. Op basis van het veldbezoek en de verspreidingsgegevens kan de teunisbloempijlstaart binnen het projectgebied worden uitgesloten.

5.3 TOETING WERKZAAMHEDEN

Uit het soortgericht onderzoek blijkt dat in het projectgebied geen teunisbloempijlstaart aanwezig is. Er zijn voor het uitvoeren van de geplande werkzaamheden geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wet natuurbescherming.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

33

6 CONCLUSIE Ter plaatse van De Boomgaard te Hellevoetsluis is een soortgericht onderzoek naar vleermuizen, steenuil, kerkuil, huismussen, boomvalk, buizerd, sperwer, havik, ransuil, steenmarter en teunisbloempijlstaart uitgevoerd. Ter plaatse van het projectgebied is men voornemens in de toekomst woningbouw te realiseren.

Afbeelding 24: Beschermde elementen projectgebied.

Het doel van het onderzoek is het uitsluiten dan wel aantonen van nesten, voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van voornoemde soorten in het projectgebied. Vervolgens is bepaald of door de werkzaamheden sprake kan zijn van het overtreden van de Wet natuurbescherming en welke vervolgstappen mogelijk noodzakelijk zijn. Op basis van het soortgericht onderzoek is het volgende geconcludeerd: Tabel 11: Conclusies soortgericht onderzoek. Soort(groep)

Conclusie -

Vleermuizen -

-

In het projectgebied zijn geen zomer- en paarverblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. De gebieden de voormalige vuilstort, voormalige campingterrein en de boomgaarden worden door vleermuizen (gewone dwergvleermuizen 64 exemplaren, ruige dwergvleermuizen 6 exemplaren, rosse vleermuizen 2 exemplaren en laatvliegers 8 exemplaren) gebruik als foerageergebied. Vleermuizen die in de aangrenzende woonwijken of daarbuiten verblijven kunnen het projectgebied gebruiken als foerageergebied. Op basis van de hoeveelheid vleermuizen die gebruik maken van de groenstroken en de aanwezige (kraam)verblijfplaatsen in de aangrenzende woonwijken wordt gesteld dat de groenstroken van essentieel belang zijn voor foeragerende vleermuizen. Om de groenstroken te kunnen bereiken zijn de elzensingels die door het gebied lopen van essentieel belang. De elzensingels verbinden de woonwijken en de groenstroken met elkaar. Op basis hiervan kan gesteld worden dat de elzensingels in het projectgebied van essentieel belang zijn als vliegroute voor gewone dwergvleermuis (50 exemplaren), ruige dwergvleermuis (6 exemplaren), rosse vleermuis (2 exemplaren) en laatvlieger (8 exemplaren). Wat betreft de watervleermuis en de meervleermuis, deze kunnen worden uitgesloten omdat

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

34

-

Steenuil

-

In het projectgebied zijn geen nesten van de steenuil vastgesteld. Vervolgstappen voor de steenuil zijn derhalve niet van toepassing.

-

Buiten het projectgebied in een schuur van de woning Voorvorseweg 1 is een nest- en rustplaats aanwezig van de kerkuil. De schuur vormt geen onderdeel van het projectgebied, hier worden geen werkzaamheden uitgevoerd. Tijdens de projectontwikkeling zal wel rekening gehouden moeten worden met verstoringsafstand van geluid en licht, om functionaliteit van de aangetroffen nestlocatie te borgen. De landbouwpercelen in het projectgebied vormen geschikt jachtgebied voor de kerkuilen. Van belang zijn de landbouwpercelen binnen het projectgebied, maar zeker daarbuiten. Het jachtgebied van de kerkuilen is vele malen groter dan alleen het projectgebied, waarbij het projectgebied een klein onderdeel van het jachtterritorium betreft. Derhalve heeft het jachtgebied binnen het projectgebied geen essentiële functie voor kerkuilen. De aanwezige boomgaarden zijn, juist door de verruiging met o.a. braam, van aanzienlijk verminderd belang als jachtgebied voor deze soort

Kerkuil

-

-

-

Huismus -

Boomvalk

n het projectgebied zijn geen nesten van de boomvalk vastgesteld. Vervolgstappen voor de boomvalk zijn derhalve niet van toepassing.

-

Ter plaatse van de voormalige vuilstort is een paartje buizerd aangetroffen. Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat dit paartje geen nest heeft in het bos van de voormalige vuilstort. Mogelijk heeft deze elders in de omgeving zijn nest. Vervolgstappen voor de buizerd zijn derhalve niet van toepassing.

-

Tijdens het bezoek op 20 april 2022 is de aanwezige horst in het voormalige campingterrein in gebruik genomen door de sperwer. Tijdens een daaropvolgend bezoek is op het nest een havik waargenomen, die de sperwer van het nest heeft gejaagd. De havik heeft succesvol gebroed in het voormalige campingterrein en heeft drie jongen groot gebracht, die succesvol zijn uitgevlogen. De sperwer is niet meer waargenomen binnen het projectgebied en heeft geen ander nest in gebruik genomen. In het vervolg dient rekening te worden gehouden met één gedeelde vaste rust en verblijfplaats van havik/sperwer

-

Ransuil

Steenmarter

Binnen het projectgebied zijn geen nestplaatsen van de huismussen aanwezig. In de meest oostelijke Boomgaard zijn foeragerende huismussen waargenomen. In totaal is een groepje van vijf huismussen aldaar foeragerend waargenomen die gebruik maakte van de ruigtestroken en struwelen. De tuinen in de aangrenzende woonwijk zijn zeer groen, wat tevens onderdeel uitmaakt van hun essentiële leefomgeving. Op basis hiervan kan gesteld worden dat het groen binnen het projectgebied geen onderdeel uitmaakt van hun essentiële leefomgeving. Wel wordt met enige regelmaat gebruik gemaakt van het groen binnen projectgebied. In de herontwikkelingsfase kan wel rekening worden gehouden met natuurinclusief bouwen door het aanbrengen van nestvoorzieningen in de woningen en het aanbrengen van inheems groen waardoor de foerageerfunctie en schuilgelegenheid binnen het projectgebied wordt behouden en versterkt.

-

Buizerd

Sperwer & Havik

beide vleermuizen niet zijn waargenomen binnen het projectgebied en tevens zijn geen essentiële functies van beide vleermuizen binnen het projectgebied en binnen de invloedsfeer van het projectgebied waargenomen. In de aangrenzende woonwijken zijn diverse (kraam)verblijfplaatsen vastgesteld. De exacte locatie zijn weergegeven op afbeelding 24.

-

-

In het perceel van de voormalige vuilstort zijn meerdere malen baltsende ransuilen gehoord en waargenomen. Het baltsen werd éénmaal beantwoord door een roepend vrouwtje. Door het zeer dichte karakter van de voormalige vuilstort (reuzenberenklauw en braamstruwelen) is het perceel niet betreden om de exacte nestplaats van de ransuil te lokaliseren. Derhalve wordt aangenomen dat de ransuil in het hoge braamstruweel van de voormalige vuilstort heeft gebroed en dat de ransuil hier zijn nest- en rustplaats heeft. Tijdens het cameravallen onderzoek zijn op drie verschillende camera’s meerdere malen waarnemingen gedaan van de steenmarter. Binnen deze gebieden zijn zeer geschikte potentiële verblijfplaatsen aanwezig.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

35

Teunisbloempijlstaart

Overige waarnemingen

-

De exacte verblijfplaats van de steenmarter is niet vastgesteld, echter kan wel worden aangenomen dat de verblijfplaats van de steenmarter zich bevindt in één van de gebieden: voormalige campingterrein of De Boomgaard.

-

In het projectgebied zijn geen rupsen van de teunisbloempijlstaart aangetroffen. Vervolgstappen voor de teunisbloempijlstaart zijn derhalve niet van toepassing.

-

In het projectgebied zijn tijdens het broedseizoen veel nesten of rustplaatsen van algemene broedvogels aanwezig. In de uitgevoerde ecologische quickscan (Nederpel. V. 2022. Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis. d.d. 18-02-2022). is reeds geadviseerd op welke manier hier rekening mee gehouden dient te worden gedurende de werkzaamheden. Tevens zijn algemene en bij bevoegd gezag vrijgestelde zoogdieren aangetroffen, alsmede vissen en amfibieën. Voor deze soorten geldt, dat volgens zorgplicht gehandeld dient te worden om overtredingen te voorkomen.

In het projectgebied zijn de volgende beschermde soorten aanwezig: essentiële vliegroutes en foerageergebieden van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis, nest- en rustplaats en jachtgebied van kerkuil, havik/sperwer en ransuil en voortplantings- en rustplaatsen van de steenmarter. Indien werkzaamheden worden uitgevoerd op een wijze waarbij er sprake is van een overtreding op de Wet natuurbescherming en de beschermde soorten, dient een ontheffing op artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Ten behoeve van deze ontheffingsaanvraag dient een activiteitenplan te worden opgesteld (waarin onder andere het wettelijk belang en de alternatievenafweging worden opgenomen) en dienen er mitigerende maatregelen te worden genomen. Dit vraagt tijd en inzet in het proces en mogelijk aanpassen van een aantal ontwerp- en inrichtingskeuzes, en heeft derhalve betrekking op het gehele inrichtingsproces. Geadviseerd wordt om zo spoedig mogelijk een overleg met VanderHelm in te plannen om de impact, mogelijke keuzes en de te nemen vervolgstappen verder met elkaar te bespreken en in het vervolgproces een ecoloog nauw te betrekken.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

36

7 NATUURWAARDEN DE BOOMGAARD Naast het soortgericht onderzoek is de natuurwaarden in De boomgaard in kaart gebracht. Middels drie rondes zijn de bijen, zweefvliegen, dagvlinders en libellen gemonitord. De monitoring heeft plaatsgevonden in de gebieden: de boomgaarden en het voormalige campingterrein. Voor de praktische uitvoering is gekozen voor (mobiele) groepen die een goede graadmeter zijn voor biodiversiteit, vrij makkelijk waarneembaar zijn en waarvan de determinatie in het veld of doormiddel van zicht, een loep, verrekijker en macrofoto's mogelijk is. Soortgroepen die veelal met microscopen worden onderzocht zoals diverse keverfamilies, bladluizen etc. vallen derhalve af. De inventarisaties worden uitgevoerd door de deelgebieden te doorkruisen en daarbij alle soorten bijen, zweefvliegen, dagvlinders en libellen te noteren en daarbij de aantallen op te schrijven. De overige gebieden zijn niet gemonitord vanwege ontoegankelijkheid of ongeschiktheid. In dit hoofdstuk wordt per deelgebied de natuurwaarden verder uitgewerkt.

7.1 VOORMALIG CAMPINGTERREIN 7.1.1 BESCHRIJVING VOORMALIG CAMPINGTERREIN Het voormalige campingterrein is afgesloten middels een hek, waardoor enige mate van rust aanwezig is. Tevens is op dit terrein al jaren geen beheer en onderhoud uitgevoerd, waardoor struwelen zijn doorgeschoten en veel ruigte vegetatie aanwezig is. Hierdoor heeft dit terrein een verwilderd karakter. De inheemse bomen en struwelen bestaan onder andere uit: schietwilg, zomereik, gewone es, esdoorn, berk, zwarte els, liguster, hazelaar, kornoelje, (tros-) vlier, éénstijlige meidoorn, bruidsluier, braam en klimop. Naast inheemse struwelen zijn ook diverse cultivars (uitheemse) aanwezig zoals: Chinese kamperfoelie, laurierkers en Aziatische duizendknoop (vermoedelijk Sachileense). De vegetatie van het voormalige campingterrein bestaat voornamelijk uit schaduwminnende soorten. In het voorjaar, wanneer nog weinig blad aan de bomen zit, zijn soorten aanwezig zoals: zevenblad, fluitenkruid, look-zonder-look, hondsdraf, klein hoefblad, dagkoekoeksbloem, gewone berenklauw, kleefkruid en grote brandnetel. In de zomer, wanneer het bladerdek dicht gegroeid is, is nog maar weinig zon op de bodem zichtbaar. De reuzenberenklauw en Aziatische duizendknoop zijn dan de meest dominante soorten in het gebied, waardoor weinig ruimte aanwezig is voor vegetatie. Dit gegeven is ook waarneembaar is de soortenrijkdom.

In het voorjaar wanneer het bladerdek nog open is zijn vele soorten bijen en zweefvliegen aanwezig. Veel planten staan dan nog in bloei, waardoor nog een ruimte aanbod aan nectarplanten is. Naast de nectarplanten is ook de bodem niet volledig dichtgegroeid, waardoor nog voldoende nestgelegenheid aanwezig is voor zandbijen en wespbijen. In de zomer wanneer het bladerdek dichtgroeit neemt het aantal vooral het aantal bijen snel af en in mindere mate de zweefvliegen. In het oostelijk deel van de het voormalige campingterrein is een groeiplaats aanwezig van de grote keverorchis. In totaal zijn ruim 15 grote keverorchissen waargenomen, mogelijk zijn meer grote keverorchissen aanwezig. De orchideeën groeien tussen de duizendknoop, waardoor aantal schatting bemoeilijkt werd.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

37

Afbeelding 25: Sfeerbeelden van het voormalige campingterrein met invasieve exoten.

7.1.2 RESULTATEN VOORMALIG CAMPINGTERREIN Soort (groep) Bijen Signaalwespbij Gewone dwergzandbij Geelschouderwespbij Gewone wespbij Roodrandwespbij Vosje Gehoornde metselbij Gewone geurgroefbij Honingbij Steenhommel Aardhommel spec. Weidehommel Akkerhommel Boomhommel Zweefvliegen Gewoon weidegitje Snorzweefvlieg Gewone pendelvlieg Micaplatvoetje Witte

Wetenschappelijke naam

Aantallen (mei – juni)

voorjaar

Aantallen zomer (juli – augustus)

Nomada signata Andrena minutula Nomada ferruginata Nomada flava Andrena rosae Andrena fulva Osmia cornuta Lasioglossum calceatum Apis mellifera

12 1 9 3 1 1

35

15

Bombus lapidarius

2

3

Bombus

24

15

Bombus pratorum

4

1

Bombus pascuorum

5

3

Bombus hypnorum

1

Cheilosia albitarsis Episyrphus balteatus Helophilus pendulus Platycheirus albimanus Scaeva pyrastri

14 31 2 5

1

1

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

18 1 2 1

Biotoop Open plekken in bos Open plekken in bos Open plekken in bos Open plekken in bos Open plekken in bos Open plekken in bos Open plekken in bos Open plekken in bos Struwelen en plekken in bos Struwelen en plekken in bos Struwelen en plekken in bos Struwelen en plekken in bos Struwelen en plekken in bos Struwelen en plekken in bos

open open open open open open

Open plekken in bos Open plekken in bos Open plekken in bos Open plekken in bos Open plekken in bos

38

Soort (groep) halvemaanzweefvlieg Bessenbandzweefvlieg Hommelreus Witte reus Gewone rode bladloper Dagvlinders Groot koolwitje Klein koolwitje Klein geaderd witje Boomblauwtje Atalanta Bruin blauwtje Icarusblauwtje Dagpauwoog Gehakkelde aurelia Kleine vos Bont zandoogje Bruin zandoogje Libellen Azuurwaterjuffer Variabele waterjuffer Blauwe glazenmaker

Wetenschappelijke naam

Aantallen (mei – juni)

Syrphus ribesii Volucella bombylans Volucella pellucens Xylota segnis

2 1 4

Pieris brassicae

3

4

Pieris rapae

3

4

Pieris napi

1

Aricia agestis Polyommatus icarus Aglais io

Aantallen zomer (juli – augustus) 1 2 1

1

Bosranden Bosranden Bosranden

1 1 1 1

Polygonia c-album Aglais urticae

2

2

Pararge aegeria

7

13

Maniola jurtina Coenagrion puella Coenagrion pulchellum Aeshna cyanea

1 5

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

Open plekken in bos Open plekken in bos Open plekken in bos Open plekken in bos

1

3

3

Biotoop

Struwelen en plekken in bos Struwelen en plekken in bos Struwelen en plekken in bos Struwelen en plekken in bos Struwelen en plekken in bos Bosranden Bosranden Struwelen en plekken in bos Struwelen en plekken in bos Struwelen en plekken in bos Struwelen en plekken in bos Bosranden

1

Celastrina argiolus Vanessa atalanta

voorjaar

open open open open open

open open open open

39

7.1.3 FOTO’S VOORMALIG CAMPINGTERREIN

Afbeelding 26: Signaalwespbij

Afbeelding 30: Meidoornzandbij

Afbeelding 28: Azuurwaterjuffer

Afbeelding 27: Bruin blauwtje

Afbeelding 29: Witte reus

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

Afbeelding 31: Grote keverorchis

40

7.2 DE BOOMGAARDEN 7.2.1 BESCHRIJVING DE BOOMGAARDEN De boomgaarden bestaan uit vier kleinere deelgebieden. Er bevindt zich een gebied ten zuiden van het voormalige campingterrein, twee gebieden bevinden zich aan weerszijde van de woning Voorvorseweg 1 en een gebied bevindt zich ten noorden van de Parnassialaan. De boomgaarden zijn niet meer in gebruik en de fruitbomen zijn wat achterstallig in onderhoud. Tevens is aldaar braam- en kruidenruigte aanwezig en opschot van diverse jonge bomen, onder andere van wilde pruimen door worteluitloop. De inheemse bomen en struwelen in de boomgaarden bestaan onder andere uit: schietwilg, zomereik, gewone es, esdoorn, zwarte els, liguster, hazelaar, kornoelje, (tros-) vlier, éénstijlige meidoorn, braam en klimop. In de zomer nemen op veel plekken dominante soorten de boomgaarden over. Waar dit plaatsvind zijn de gebieden zoals weergegeven op afbeelding 32. Op veel plekken komen dan de dominante soorten als reuzenberenklauw, grote brandnetel en braamstruwelen op, waardoor weinig ruimte aanwezig is voor vegetatie. Dit gegeven is ook waarneembaar is de soortenrijkdom. Alleen gebiedsnummer 2 op afbeelding 32 is nagenoeg vrij van dergelijke dominante soorten.

3 2

1

4

Afbeelding 32: Locaties deelgebieden met dominante soorten.

In het voorjaar wanneer de dominante soorten nog niet in bloei staan, zijn vele soorten bijen en zweefvliegen aanwezig. Veel planten staan dan nog in bloei, waardoor nog een ruimte aanbod aan nectarplanten is. Naast de nectarplanten is ook de bodem niet volledig dichtgegroeid, waardoor nog voldoende nestgelegenheid aanwezig is voor zandbijen en wespbijen. In de zomer wanneer in de gebieden met veel dominante soorten in bloei komt te staan neemt het aantal vooral het aantal bijen snel af en in mindere mate de zweefvliegen.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

41

Afbeelding 33: Sfeerbeelden van de boomgaarden met dominante soorten.

In gebiedsnummer 2 waar weinig dominante soorten voorkomen, komen veel soorten vegetatie voor zoals rood guichelheil, klein hoefblad, hondsdraf, pinksterbloem, wilde peen, rode klaver, scherpe boterbloem en fluitenkruid. In dit gebied staan verreweg ook de meeste fruitbomen en hier werden tot voorkort nog maaiwerkzaamheden uitgevoerd. De fluitbomen zijn hier nog relatief klein, waardoor de bodem hier het hele jaar zon beschenen is. Dit in tegenstelling tot de andere gebieden in de boomgaard. Mogelijk is dit de oorzaak dat hier weinig hoge dominante soorten en invasieve exoten te vinden zijn.

Afbeelding 34: Sfeerbeelden van de boomgaard met weinig dominante soorten.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13887711/1