CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagenboek Boomgaard, fase 1_ter vaststelling

Commissie Ruimte 27 maart 2024, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan Boomgaard fase 1.24.678 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Onderhoud of oogstdagen kunnen een aanleiding zijn voor sociale cohesie in vorm van evenementen. Delen van natuurinclusief ontwikkelen zijn zeer geschikt voor burgerparticipatie. Door de kaders te zetten en voorwaarden te creëren, kunnen toekomstige bewoners met elkaar de vorm kiezen op hun behoeftes. De uit §4.1 genoemde onderdelen kunnen verder worden behandeld en ingericht in een visie en inrichtingsdocument natuurinclusief bouwen.

4.2 Beschermde gebieden Het gebied is gelegen in gemeente Hellevoetsluis, ten noordwesten van het bebouwde gebied van de stad Hellevoetsluis. Het Natura 2000-gebied wat het dichtste bij is, is ‘Haringvliet’, op 1,5 km afstand. Het tussenliggende gebied wordt onder andere gebruikt voor infrastructuur, landbouw en bewoond gebied. De voorgenomen bouwactiviteiten zullen geluid en trilling veroorzaken, waarbij waarnemen hiervan kan strekken tot het Haringvliet. Door het tussenliggende gebied en de afstand, wordt negatieve invloeden op Natura 2000-gebieden voor soorten aldaar aanwezig niet als verstoring verwacht. De ingreep kan wel leiden tot verreikende effecten, zoals stikstofdepositie. De verwachting is dat de ingreep geen significant verstorend effect heeft op de soorten waarvoor Natura 2000-gebied is aangewezen. Wegens niet kunnen uitsluiten van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in Natura 2000-gebieden middels stikstofuitstoot, is separaat een nadere toetsing hierin middels een Aerius berekening uitgevoerd. Derhalve is dit niet nader beschreven in onderhavige rapportage.

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

28

Een overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van Natura 2000-gebieden kan dan ook niet volledig worden uitgesloten. De ingreep vindt niet plaats binnen het NNN. Hierdoor is het afwegingskader Ecologische Hoofdstructuur niet van toepassing.

4.3 Vogelrichtlijn Binnen het plangebied zijn enkele jaarrond beschermde nesten van vogelsoorten met vaste rust- en/of verblijfplaatsen te verwachten. In de directe omgeving van het plangebied zijn tevens enkele percelen aanwezig met geschikte houtopstanden. Het betreft sperwer, buizerd, ransuil en boomvalk. Tijdens het veldbezoek is territoriaal gedrag en met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid een nest waargenomen van de sperwer op het voormalige campingterrein. Van sommige andere soorten wordt direct rond het plangebied een nestplek vermoed, of kan dit niet uitgesloten worden. Het betreft huismus, kerkuil en steenuil. Nader onderzoek volgens geldende protocollen en kennisdocumenten is nodig naar deze vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten, zowel voor mogelijke nestlocaties als hun essentiële gebiedsfuncties. Voor te verwachten soorten uit categorie 5 als torenvalk, ijsvogel, grote bonte specht en boomkruiper zijn in de directe nabijheid van het plangebied voldoende alternatieve nestmogelijkheden voor handen. Alle inheemse vogels die broeden en nestelen zijn beschermd. Werkzaamheden die uitgevoerd worden tijdens het broedseizoen kunnen leiden tot het verlaten van nesten met eieren of jongen en brengen de functionaliteit van de nesten in gevaar en zijn een overtreding van artikel 3.1 lid 1 en 2 Wet Natuurbescherming.

4.4

Habitatrichtlijn

Vleermuizen Uit de resultaten blijkt dat enkele soorten vleermuizen binnen het plangebied kunnen voorkomen. Het betreft de soorten en niet uit te sluiten gebiedsfuncties zoals weergegeven in onderstaande tabel 1. Tabel 1. Niet uit te sluiten vleermuissoorten en gebiedsfuncties

Soort Ruige dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Watervleermuis Meervleermuis Rosse vleermuis Gewone grootoorvleermuis

Vaste rust- en verblijfplaats X X X X X

Foerageergebied

Vliegroute

X X X X X X X

X X X X X X X

Gezien de staat, omvang en inrichting van het projectgebied en de aangrenzende percelen, kunnen essentiële gebiedsfuncties niet worden uitgesloten. De beplanting in het plangebied Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

29

kan onderdeel zijn van een foerageergebied of een vliegroute. De windsingels kunnen dienst doen als vliegroute en de oudere windsingels en het voormalige camping perceel voor een mogelijke vaste rust- en verblijfplaats. Opsommend wordt gesteld dat voor vleermuizen bij verwijdering van beplanting negatieve effecten kunnen optreden. Voor het weten wat daadwerkelijk in het plangebied voorkomt en op welke manier het plangebied gebruikt wordt door deze soortgroep, dient nader onderzoek uitgevoerd te worden conform geldende Vleermuisprotocol. Hierbij zijn de soorten en functies zoals in tabel 1 leidend. Overige zoogdieren Uit de resultaten blijkt dat het voorkomen van soorten uit deze groep redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De ingreep leidt voor deze soorten dan ook niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. Libellen en vlinders Het voorkomen van Teunisbloempijlstaart is niet geheel uit te sluiten voor een deel van het plangebied. Het is een nachtvlinder die in toenemende mate wordt aangetroffen en een zwervend karakter heeft. Nader onderzoek naar deze soort op de betreffende locatie kan hierover uitsluitsel geven. Overige soortgroepen Uit de resultaten blijkt dat het voorkomen van onder dit beschermingsregime vallende beschermde soorten uit de soortgroepen planten, reptielen, amfibieën, vissen en overige ongewervelden redelijkerwijs kan worden uitgesloten.

Daarmee is ook een negatief effect op deze soorten redelijkerwijs uit te sluiten. De ingreep leidt derhalve niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soorten binnen het plangebied.

4.5 Andere soorten Marterachtigen Hoewel in het projectgebied geen sporen van marterachtigen zijn aangetroffen, kan niet volledig worden uitgesloten dat onderdelen van de projectlocatie worden gebruikt als (tijdelijke) verblijfplaats van kleine marterachtigen als bunzing, hermelijn en wezel. Deze soorten zijn echter vrijgesteld voor de Wet natuurbescherming in de provincie Zuid-Holland. De soort steenmarter kan worden verwacht in het plangebied en boommarter kan door zeer recente inzichten niet geheel worden uitgesloten van incidentele aanwezigheid. Er zijn enkele oudere schuren aanwezig en gebouwen in aangrenzende omgeving welke geschikt zijn voor een verblijf van steenmarter. Ook kan het plangebied dienst doen als (essentieel) foerageergebied voor deze soort. Nader onderzoek naar deze soorten dient plaats te vinden om hierover uitsluitsel te verkrijgen. Overige soortgroepen Uit de resultaten blijkt dat het voorkomen van soorten uit de groepen planten, muis-achtigen, eekhoorn, overige zoogdieren, vissen, reptielen, amfibieën, libellen en dagvlinders en overige soorten redelijkerwijs kan worden uitgesloten of dat zij voor ruimtelijke ingrepen zijn Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

30

vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. De ingreep leidt voor deze soorten dan ook niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming.

4.6 Houtopstanden De aanwezige houtopstanden in het plangebied, zijn niet gelegen binnen de vastgestelde bebouwde kom van de gemeente Hellevoetsluis. Houtopstanden gelegen buiten de gemeentelijk vastgestelde bebouwde kom, kennen soms een verplichting aangaande artikel 4 van de Wet natuurbescherming. In het plangebied zijn diverse boomgaarden aanwezig, met windsingels. Deze zijn volgens artikel 4.1, lid c uitgesloten van verplichtingen aangaande de Wet natuurbescherming. Het perceel behorende tot de voormalige camping is tevens buiten de vastgestelde bebouwde kom gelegen en is niet uitgesloten van artikel 4.1, lid c. Indien hier vanaf 1000 m2 (10 are) gerooid gaat worden, is de verplichting voor de Wet natuurbescherming een melding en herplanting volgens bevoegd gezag. Naast de verplichtingen Wet natuurbescherming aangaande houtopstanden, is er in de gemeente Hellevoetsluis tevens een APV van kracht voor houtopstanden. Volgens artikel 4:11 voor de Omgevingsvergunning vellen van houtopstanden, is relevant: -

Bomen op gemeentelijke grond, diameterborsthoogte (ofwel dbh, gemeten op 1,30m) groter dan 0,30 meter, dient voor het vellen een omgevingsvergunning aangevraagd te worden.

-

Volgens artikel 4:11, lid2 a zijn dunningen uitgesloten van deze verplichting. Dit zou van toepassing kunnen zijn bij behouden van de houtopstanden zoals aanwezig, en slechts ter plekke dunnen om langdurige instandhouding te borgen.

Andere onderdelen aangaande de APV zijn niet aan de orde. Uit nadere inventarisatie van de aanwezige bomen in soort, dbh, vitaliteit en verplantbaarheid kan een afweging gemaakt worden of en wat van toepassing is voor de Omgevingsvergunning vellen houtopstanden.

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

31

5.Conclusies 5.1 Algemene natuurwaarden In het plangebied zijn diverse algemene natuurwaarden vastgesteld. Waarden voor biodiversiteit, klimaat, sociale aspecten en welzijn. Door hun fysieke aanwezigheid, of door leveren van ecosysteemdiensten. Ook zijn diverse van deze elementen karakteristiek voor de landschappelijke ligging en cultuurhistorisch gebruik. Deze waarden zitten vooral in de aanwezigheid van boomgaarden, windsingels en de beplanting van het voormalige camping perceel. De staat waarin deze beplantingen verkeren varieert. Diverse beplantingen zijn in eerste indruk van dusdanige vitaliteit, dat behouden of benutten door herplant in de nieuwe inrichting nadere studie verdient. Ook zijn er invasieve exoten aangetroffen, waarop geacteerd moet worden. Los van dat uit studies moet blijken of de beplantingen een beschermde functie inhouden voor soorten uit de Wet natuurbescherming, is behouden en benutten van de natuurwaarden een absolute kans voor inrichten van een nieuwe gezonde leefomgeving. Gezien de staat van het gebied, dienen eerst de nadere ecologische onderzoeken plaats te vinden voordat ingegrepen kan worden. Om deze kwaliteiten naar de nieuwe inrichting om te zetten en natuurinclusief bouwen verder uit te werken en concreter te maken, wordt geadviseerd een separaat visie- en inrichtingsplan hiervoor op te stellen.

5.2 Beschermde gebieden Er kan niet worden uitgesloten dat de ingreep leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in Natura 2000-gebieden middels depositie. Een nadere studie in vorm van een Aerius berekening is separaat uitgevoerd om hier meer informatie over te verkrijgen. Er worden geen significant verstorende effecten op de soorten waarvoor Natura 2000gebieden zijn aangewezen verwacht middels de bouwactiviteiten. De ingreep vindt niet plaats binnen het NNN. Hierdoor is het afwegingskader Ecologische Hoofdstructuur niet van toepassing.

5.3 Vogelrichtlijn In het plangebied zijn nesten die jaarrond beschermd zijn te verwachten. Het betreft potenties voor nestlocaties voor de soorten sperwer, buizerd, boomvalk en ransuil, waarbij het plangebied dan onderdeel is van het leefgebied. Tevens is de aanwezigheid van een nest in de omgeving van het plangebied denkbaar, waarbij het plangebied als leefgebied gebruikt wordt. Als onderdeel van een groter leefgebied, kan gebruik als foerageergebied door huismus, steenuil en kerkuil niet worden uitgesloten. Nader onderzoek naar deze soorten dient plaats te vinden door een ter zake deskundige, volgens actuele protocollen/ onderzoek standaarden/ kennisdocumenten BIJ12 wat betreft inspanning en methode en in de actieve periode (februari - augustus). Voor de andere mogelijk aanwezige soorten broedvogels geldt dat, indien bomen gekapt moeten worden of beplanting verwijderd moet worden, deze werkzaamheden buiten het Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

32

broedseizoen uitgevoerd dienen te worden. Werkzaamheden die uitgevoerd worden tijdens het broedseizoen kunnen leiden tot het verlaten van nesten met eieren of jongen en brengen de functionaliteit van de nesten in gevaar en zijn een overtreding van de Wet natuurbescherming, artikel 3.1, lid 1 en 2. Voor het broedseizoen stelt de wet geen vaste begin- of einddatum. Als richtlijn wordt uitgesproken dat het broedseizoen voor de meeste vogelsoorten van 15 maart tot 15 juli verloopt. Wanneer niet buiten het broedseizoen gewerkt kan worden, moet het plangebied voorafgaande aan de werkzaamheden door een deskundige op het gebied van beschermde soorten onderzocht worden op de aanwezigheid van broedgevallen. Ook is het dan aan te raden het aanwezige snoeiafval en de vegetatie binnen het werkterrein (ruim) voor het broedseizoen te verwijderen, om de kans op broedgevallen binnen werkzones van het plangebied te beperken.

5.4 Habitatrichtlijn Er zijn potenties voor diverse gebiedsfuncties voor vleermuizen in het plangebied vastgesteld. Deze zijn beschreven in tabel 1. Nader onderzoek naar de aldaar genoemde soorten en gebiedsfuncties volgens het vleermuisprotocol kan uitsluitsel geven hierover. Ook dient rekening gehouden te worden met effecten door de ontwikkeling op verblijfplaatsen in direct aangrenzende omgeving. De nachtvlinder Teunisbloempijlstaart kan niet worden uitgesloten in een deel van het plangebied. Een nader onderzoek naar voorkomen van deze soort op de betreffende locatie kan uitsluitsel geven over voorkomen. Voordat ingegrepen wordt in de houtopstanden, dient het noodzakelijk aanvullend onderzoek plaats te vinden. Dit onderzoek dient plaats te vinden door een ter zake deskundige, volgens actuele protocollen/ onderzoek standaarden/ kennisdocumenten BIJ12 wat betreft inspanning en methode en in de actieve periode (februari - eind november).

5.5 Andere soorten Het gebruik van het terrein door de steenmarter voor zowel een verblijfplaats als andere gebiedsfuncties valt niet geheel uit te sluiten. Incidentele aanwezigheid of foerageergedrag van boommarter kan niet geheel worden uitgesloten. Vervolgonderzoek wordt geadviseerd voordat materialen in het plangebied worden verwijderd. Overige soorten die onder dit regime vallen zijn niet te verwachten binnen het plangebied of zijn vrijgesteld door de Provincie Zuid-Holland bij ruimtelijke ingrepen.

5.6

Houtopstanden

De aanwezige houtopstanden in het plangebied, zijn niet gelegen binnen de vastgestelde bebouwde kom van de gemeente Hellevoetsluis. De houtopstanden onderdeel uitmakend van het voormalige campingterrein kennen verplichtingen aangaande artikel 4 van de Wet natuurbescherming, wanneer hier: -

vanaf 1000 m2 (10 are) gerooid gaat worden

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

33

De verplichting voor de Wet natuurbescherming bestaat uit een melding en herplanting volgens bevoegd gezag. Naast de verplichtingen Wet natuurbescherming aangaande houtopstanden, is er in de gemeente Hellevoetsluis tevens een APV van kracht voor houtopstanden. Volgens artikel 4:11 voor de Omgevingsvergunning vellen van houtopstanden, is relevant: -

Bomen op gemeentelijke grond, diameterborsthoogte (ofwel dbh, gemeten op 1,30m) groter dan 0,30 meter, dient voor het vellen een omgevingsvergunning aangevraagd te worden.

-

Volgens artikel 4:11, lid2 a zijn dunningen uitgesloten van deze verplichting. Dit zou van toepassing kunnen zijn bij behouden van de houtopstanden zoals aanwezig, en slechts ter plekke dunnen om langdurige instandhouding te borgen.

Andere onderdelen aangaande de APV zijn niet aan de orde. Uit nadere inventarisatie van de aanwezige bomen nodig om een verdere keuze te maken in of en wat er eventueel gerooid gaat worden en van welke verplichtingen dan sprake is.

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

34

6.Gebruikte documenten en literatuur Handboek bomen 2018, Norminstituut bomen. https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/ https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx Lubberink & Heitman, RHOA2021-67-QS1-V1, Habitus 15 juli 2021 STOWA Deltafact rapport 2017 Wijziging bebouwde komgrens Hellevoetsluis conform artikel 20a lid 1 van de wegenverkeerswet 1994. Gemeente Hellevoetsluis, 03-10-2019. www.NDFF.nl www.wetten.nl

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

35

Bijlage 1. Wet natuurbescherming In dit hoofdstuk volgt een vereenvoudigde weergave van de essentie van de Wet natuurbescherming, voor zover deze betrekking heeft op ruimtelijke ontwikkelingen. Verbodsartikelen worden voor de leesbaarheid vereenvoudigd weergegeven. Raadpleeg voor de exacte formulering de teksten van de overheid.

A. Algemeen Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze wet is de Nederlandse implementatie van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn, aangevuld met nationale bepalingen. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Floraen faunawet en de Boswet. De Wet natuurbescherming kent drie pijlers, namelijk: •

bescherming van Natura 2000-gebieden,

•

bescherming van soorten,

•

bescherming van houtopstanden.

Daarnaast is er een belangrijke plaats ingeruimd voor de zorgplicht (artikel 1.11). Vanuit deze zorgplicht moeten handelingen achterwege blijven waarvan men kan vermoeden zij nadelige gevolgen kunnen hebben voor beschermde gebieden of soorten.

B. Beschermde gebieden De Europese lidstaten hebben een verplichting gebieden aan te wijzen om kwaliteit en omgang van geschikt leefgebied te behouden en te beschermen. Deze gebieden heten Natura 2000gebieden. Er is een onderscheid hierin te maken tussen gebieden vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Elk Natura 2000-gebied heeft instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van: •

leefgebieden voor vogelsoorten, voor zover nodig voor de uitvoering van de Vogelrichtlijn,

en/of •

natuurlijke habitats en de habitats van soorten, voor zover nodig voor de uitvoering van de Habitatrichtlijn.

Volgens de wet (art. 2.7, lid 2) is het verboden is elke activiteit (in de wet: project of handeling) zowel binnen als buiten een Natura 2000-gebied die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen: •

de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of,

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

36

•

een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.

De activiteit kan alleen doorgang vinden als Gedeputeerde Staten van de provincie waarin de activiteit plaatsvindt een vergunning verlenen. Voor sommige werkzaamheden in nationaal belang is de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bevoegd gezag.

C. Soorten uit de Vogelrichtlijn Onder het beschermingsregime Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Op basis van artikel 3.1 is het verboden om: 1. opzettelijk/voorzienbaar vogels te doden of te vangen; 2. opzettelijk/voorzienbaar vogelnesten, -rustplaatsen en -eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen; 3. eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben; 4. opzettelijk/voorzienbaar vogels te storen. Het verbod om vogels opzettelijk/voorzienbaar te storen geldt niet wanneer dit niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de betreffende soort. Bij werkzaamheden in het broedseizoen kan het verlaten van nesten als gevolg van verstoring leiden tot het indirect doden van dieren of het aantasten van de functionaliteit van nesten en dus tot een overtreding van de Wet natuurbescherming (art. 3.1, lid 1 en 2). Er zijn diverse vogelsoorten die jaar op jaar gebruik maken van hetzelfde nest. Deze vogelsoorten genieten hierom een aangepaste bescherming en zijn verdeeld over vijf categorieën. Hun nesten genieten een jaarronde bescherming. Bij soorten uit de vijfde van de vijf categorieën, is de jaarronde bescherming alleen van toepassing wanneer er geen/ onvoldoende geschikte alternatieven in de directe omgeving aanwezig zijn.

In de genoemde bijlagen van de verdragen van Bern en Bonn staan ook diverse vogelsoorten genoemd (zie ook onder §D). Dit betekend dat voor deze soorten het (ver)storen ook verboden is wanneer dit geen effect heeft op de instandhouding van de betreffende soort.

D. Soorten uit de Habitatrichtlijn Onder het beschermingsregime Habitatrichtlijn vallen alle dieren uit: •

de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel a,

•

het Verdrag van Bern, bijlage II,

•

het Verdrag van Bonn, bijlage I,

en alle planten uit: •

de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel b,

•

het Verdrag van Bern, bijlage I.

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

37

Volgend artikel 3.5 is het verboden om, voor zover het soorten betreft uit bovenstaande bijlagen: 1. opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2. opzettelijk dieren te verstoren; 3. opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen; 4. voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; 5. opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

E. Andere soorten Onder het ‘beschermingsregime andere soorten’ vallen een aantal soorten waarvoor er geen Europese verplichting ligt tot bescherming. Nederland geeft zo uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om de staat van instandhouding van dier- en plantensoorten te beschermen. Volgens artikel 3.10. is het verboden om soorten uit deze lijst: 1. opzettelijk te doden of te vangen; 2. voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; 3. opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Onder dit beschermingsregime vallen ook een groot aantal zeer algemene zoogdieren en amfibieën. Een groot deel van deze algemene soorten zijn door de provincies en het ministerie van LNV voor ruimtelijke ontwikkelingen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming.

F. Ontheffing en vrijstellingen Gedeputeerde Staten of de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kunnen ontheffingen worden verleend. Een ontheffing geeft een initiatiefnemer toestemming de wet te overtreden, onder voorwaarden. Vrijstellingen worden gegeven door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit of Provinciale Staten en beschrijven handelingen en situaties waarin de wet niet van toepassing is. Ontheffing voor het overtreden van de verbodsbepalingen of het verkrijgen van een vrijstelling kan alleen wanneer er: •

geen andere bevredigende oplossing bestaat;

•

geen negatief effect is op de staat van instandhouding van de soort;

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

38

•

en er voldaan is aan de in de wet genoemde belangen (art. 3.3, lid 4b, art. 3.8, lid 5b en art. 3.10, lid 2).

Voor het beschermingsregime overige soorten is het voldoende als er voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang.

G. Houtopstanden Diverse vormen van houtopstanden zijn beschermd door de Wet natuurbescherming. Men spreek van een houtopstand, wanneer deze een oppervlakte van 10 are of meer beslaat, of bestaat uit een rijbeplanting van meer dan twintig bomen, gerekend over het totaal aantal rijen. Ook zijn er diverse vormen van beplanting die (volgens art. 4.2) buiten de beschermde houtopstanden vallen, namelijk: •

houtopstanden binnen door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom houtopstanden;

•

houtopstanden op erven of in tuinen en fruitbomen en windschermen om boomgaarden;

•

naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar en kweekgoed;

•

uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden;

•

het dunnen van een houtopstand;

•

uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die: a) ten minste eens per tien jaar worden geoogst; b) bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter; c) zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Volgens artikel 4.2 is het verboden een beschermde houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Dit geldt niet voor het periodiek vellen van griend- of hakhout. Binnen drie jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant. Vrijstellingen gelden er wanneer het vellen gebeurt middels een goedgekeurde gedragscode of de werkzaamheden voortvloeien uit instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000gebieden of nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen.

H. Natuurnetwerk Nederland Er zijn belangrijke natuurgebieden welke in Nederland aan elkaar ontsloten zijn door ecologische verbindingen. Deze verbindingen zijn nodig om een gezond, duurzaam en stabiel Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

39

ecologisch netwerk te laten bestaan en zijn vastgelegd als planologisch beschermde gebieden. Dit netwerk is vormgegeven in het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (NNN) en hete vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN mogen niet door een ingreep worden aangetast. Alle (mogelijke) effecten van een voorgenomen ingreep moeten daarop dan ook worden getoetst. De provincie waarbinnen het plangebied valt geeft invulling aan het NNN en is daartoe het bevoegd gezag.

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

40

Bijlage 2. Fotorapportage van het projectgebied

Figuur 10. Een blik op het plangebied, vanuit het zuidoosten ervan richting het noorden. Er zijn akkers op de kleigrond aanwezig en steile (gemaaide) rietoevers.

Figuur 11. Een van de percelen met (pruimen) fruitbomen, rechts een elzen-windsingel. Kruiden en bramenruigte is als ondergroei aanwezig.

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

41

Figuur 12. Het perceel van de voormalige camping bevat een afwisseling van jonge en volwassen bomen en heesters.

Figuur 13. Rond het voormalig campingperceel zijn diverse boomsoorten als windsingel aanwezig, waarin scheuren en holtes aanwezig zijn.

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

42

Figuur 14. In de boomgaarden zijn zowel oudere als jongere bomen aanwezig. Ook veel spontane opschot.

Figuur 15. Lokaal zijn grote groeiplekken van diverse invasieve exotische plantsoorten aanwezig, zoals hier Reuzenberenklauw.

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

43

Figuur 16. Zicht op het voormalig campingperceel. Er is een gevarieerd aanbod aan opgaande beplanting aanwezig, in zowel bomen als struiken. Sommige inheems en waardevol, maar ook veel cultivars en invasieve exoten.

Figuur 17. In het plangebied zijn als bebouwing slechts enkele vervallen houten schuurtjes aanwezig. Rond het plangebied zijn wel diverse bebouwingsvormen aanwezig.

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

44

Bijlage 3. Kaarten resultaten

Legenda: percelen Grenzen plangebied Gemengde beplanting voormalige camping Fruitbomen ouder Fruitbomen jong Invasieve exoot: reuzenberenklauw Invasieve exoot: duizendknoop spec

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

45

Legenda: windsingels Grenzen plangebied Windsingel jong/ vitaal en gaaf Windsingel oud/ vervallen staat

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

46

Bijlage 2 Nader onderzoek ecologie

SOORTGERICHT ONDERZOEK DIVERSE BESCHERMDE SOORTEN & ONDERZOEK HUIDIGE NATUURWAARDEN DE BOOMGAARD

MILIEUBEHEER

TE HELLEVOETSLUIS

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

1

SOORTGERICHT ONDERZOEK DIVERSE BESCHERMDE SOORTEN & ONDERZOEK HUIDIGE NATUURWAARDEN DE BOOMGAARD TE HELLEVOETSLUIS

Colofon

Opdrachtgever:

GEM De Boomgaard C.V. Graafsebaan 67 5240 AG Rosmalen

Adviesbureau:

VanderHelm Milieubeheer B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs 010 -249 24 60 info@vdhelm.nl www.vdhelm.nl

Projectfoto's:

Dhr. ing. A. Kolders

Wijze van citeren:

VanderHelm Milieubeheer B.V. (2022). HEHE20220234 Soortgericht onderzoek diverse beschermde soorten De Boomgaard te Hellevoetsluis, d.d. 22-11-2022.

© VanderHelm Milieubeheer B.V. Verantwoording

Gemeente Hellevoetsluis Oostzanddijk 26 3220 AA Hellevoetsluis

Projectcode:

HEHE20220234

Status / versie

Concept, versie 1

Datum

22 november 2022

Auteur

Dhr. ing. A. Kolders

Kwaliteitscontrole & vrijgave

Mevr. ing. K.E. Orie-Vreugdenhil

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

2

INHOUDSOPGAVE 1 PROJECTBESCHRIJVING ...................................................................................................................................... 4 1.1 HUIDIGE SITUATIE ..................................................................................................................................................... 4 1.2 TOEKOMSTIGE SITUATIE EN WERKZAAMHEDEN ............................................................................................................... 7 2 SOORTGERICHT ONDERZOEK VLEERMUIZEN ...................................................................................................... 8 2.1 METHODE............................................................................................................................................................... 8 2.2 RESULTATEN EN INTERPRETATIE ................................................................................................................................. 12 2.3 TOETSING WERKZAAMHEDEN ....................................................................................................................................

16 3 SOORTGERICHT ONDERZOEK VOGELS ...............................................................................................................17 3.1 METHODE............................................................................................................................................................. 17 3.2 RESULTATEN EN INTERPRETATIE ................................................................................................................................. 19 3.3 TOETSING WERKZAAMHEDEN .................................................................................................................................... 27 4 SOORTGERICHT ONDERZOEK STEENMARTER ....................................................................................................28 4.1 METHODE............................................................................................................................................................. 28 4.2 RESULTATEN EN INTERPRETATIE ................................................................................................................................. 29 4.3 TOETSING WERKZAAMHEDEN ....................................................................................................................................

32 5 SOORTGERICHT ONDERZOEK TEUNISBLOEMPIJLSTAART ...................................................................................33 5.1 METHODE............................................................................................................................................................. 33 5.2 RESULTATEN EN INTERPRETATIE ................................................................................................................................. 33 5.3 TOETING WERKZAAMHEDEN ..................................................................................................................................... 33 6 CONCLUSIE ........................................................................................................................................................34 7 NATUURWAARDEN DE BOOMGAARD ...............................................................................................................37 7.1 VOORMALIG CAMPINGTERREIN .................................................................................................................................. 37 7.2 DE BOOMGAARDEN ................................................................................................................................................

41 7.3 WAARDE BIODIVERSITEIT ......................................................................................................................................... 45 REFERENTIELIJST ..................................................................................................................................................47

BIJLAGEN 1. Kwaliteitsborging 2. Regionale situatiekaart projectgebied 3. Wettelijke en bestuurlijke kaders natuurbescherming 4. Planning 5. Schetstekening nieuwe situatie 6. Zonsopkomst- en ondergang 7. Weersomstandigheden 8. Waarnemingen vleermuizen 9. Waarnemingen vogels

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

3

1 PROJECTBESCHRIJVING VanderHelm Milieubeheer B.V. te Berkel en Rodenrijs heeft van Ontwikkeling GEM De Boomgaard C.V. en de gemeente Hellevoetsluis opdracht gekregen voor het uitvoeren van een soortgericht onderzoek naar vleermuizen, roofvogels en uilen, huismus, teunisbloempijlstaart en steenmarter ter plaatse van De Boomgaard te Hellevoetsluis. Tevens is een algemene beoordeling uitgevraagd naar voorkomen van andere indicatieve soorten en aantallen, als graadmeter voor de lokale biodiversiteit. Binnen het projectgebied is reeds een ecologische quickscan uitgevoerd (Nederpel. V. 2022. Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis. d.d. 18-02-2022). De projectbegrenzing is weergegeven in afbeelding 1. Voor de regionale ligging van het projectgebied wordt verwezen naar bijlage 2. De aanleiding tot het uitvoeren van dit onderzoek zijn de voorgenomen werkzaamheden binnen het projectgebied en de Wet natuurbescherming. De werkzaamheden betreffen het ontwikkelen van het projectgebied tot woonomgeving. De ontwikkeling zal plaatsvinden in twee fases. In fase 1 worden 364 woningen gerealiseerd en op termijn in latere fases wordt dit uitgebreid naar een totaal van ongeveer 1000 woningen. Dit met de bijbehorende ontsluitingswegen en inrichting van de openbare ruimte.

Het doel van het onderzoek is het aantonen dan wel uitsluiten van beschermde elementen van voornoemde soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Tevens zijn de huidige natuurwaarden in het gebied onderzocht. Dit wordt nader omschreven in hoofdstuk 7.

Afbeelding 1: Begrenzing projectgebied met een rode lijn (Bron: ArcGis)

1.1 HUIDIGE SITUATIE

Op dit moment doet de projectlocatie vooral dienst voor agrarische doeleinden (akkers en boomgaard, deels niet meer in gebruik) en voormalig campingterrein met opgaand groen. Het projectgebied is onder te verdelen in vier verschillende deelgebieden (zie afbeelding 2). Deze vier deelgebieden zijn onderdeel van het projectgebied. De voormalige vuilstort wordt meegenomen, omdat deze binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden vallen. - Agrarische gebieden - Voormalige campingterrein - De boomgaarden - Overige gebieden - Voormalige vuilstort 1.1.1 AGRARISCHE GEBIEDEN Op dit moment zijn de aanwezige ecotopen te beschrijven als een afwisseling van enkele gangbare akkers, graslanden, watergangen met 1:1 oevers met riet en enkele percelen met fruitbomen (diverse vormen en soorten pruim), omgeven door windsingels van voornamelijk zwarte els. Lokaal zijn er ook oudere en vervallen delen windsingel aanwezig, ook van schietwilgen en populieren. Op de gangbare akkers wordt nog landbouw gepleegd, waardoor deze een weinige ecologische waarde bevatten. HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

4

1.1.2 VOORMALIGE CAMPINGTERREIN Er is een perceel aanwezig wat een voormalige camping betreft. Hier zijn geen opstallen of roerend goed meer aanwezig, maar gevarieerd aanbod aan opgaande beplanting, met een groot aandeel cultivars hierin als Chinese kamperfoelie, laurierkers en Aziatische duizendknoop (vermoedelijk Sachileense). De inheemse beplanting bestaat onder andere uit schietwilg, zomereik, gewone es, esdoorn, berk, zwarte els, liguster, hazelaar, kornoelje, (tros-) vlier, eenstijlige meidoorn, bruidsluier, braam en klimop. Aan de oostzijde van het voormalige campingsterrein is een kleine groeiplaats aanwezig van de grote keverorchis.

Afbeelding 2: Sfeerbeelden van het voormalige campingterrein.

1.1.3 DE BOOMGAARDEN De boomgaarden zijn niet meer in gebruik en de fruitbomen zijn wat achterstallig in onderhoud. Tevens is aldaar braam- en kruidenruigte aanwezig en opschot van diverse jonge bomen, onder andere van wilde pruimen door worteluitloop. De grasstrook tussen de voormalige camping en De Boomgaard kent diverse bloemrijke planten als pinksterbloem, wilde peen, rode klaver, hondsdraf en reuzenberenklauw. In de overige boomgaarden bestaat de vegetatie voornamelijk uit: rood guichelheil, hondsdraf, scherpe boterbloem en wilde peen.

Afbeelding 3: Sfeerbeelden van de boomgaarden.

1.1.4 VOORMALIGE VUILSTORT Aangrenzend aan het plangebied, aan de noordwest zijde is een vuilstort aanwezig, welke aan uiterlijke kenmerken deels overeenkomt met het voormalige campingterrein maar meer bramenbegroeiing kent. De voormalige vuilstort is afgesloten, waardoor hier al enkele jaren geen beheer is uitgevoerd. In de zomerperiode is naast braamstruweel, de reuzenberenklauw die zeer dominant aanwezig. Hierdoor is het gebied nauwelijks meer begaanbaar. De randen van de voormalige vuilstort bestaat onder andere uit ratelpopulier, éénstijlige meidoorn, zwarte els en hazelaar. HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

5

Afbeelding 4: Sfeerbeelden van de voormalige vuilstort.

1.1.5 OVERIGE GEBIEDEN De overige gebieden bestaan onder andere uit: oevers en watergangen, bermen, verharde wegen en het bebouwde gebied van Hellevoetsluis. De bodem is vochtig en voedselrijk, bestaat uit klei. Er is sprake van brakke invloeden in het oppervlaktewater (STOWA Deltafact rapport 2017). De oevers van de watergangen zijn steil (1:1) en met gras en riet bedekt. Er is geen sprake van een oeverzone. In het water is lokaal sterrekroos aanwezig, maar andere submerge of drijvende watervegetatie ontbreekt. Wilde ondergroei en bermvegetatie bestaat uit onder andere grote brandnetel, hondsdraf, kruipende boterbloem, fluitenkruid, paardenbloem, smeerwortel, wilde peen, grassen als gestreepte witbol, lokaal harig wilgenroosje en basterdwederik. Lokaal is opschot van de heester kornoelje en verwilderde/wilde pruim aanwezig in de boomgaarden. Rond en lokaal direct grenzend aan het plangebied zijn het bebouwde gebied van Hellevoetsluis aanwezig, een volkstuinencomplex en gangbaar akkerland. De bebouwing rond het plangebied betreft woningen met pannendaken en spouwmuren en flats. Incidenteel zijn er ook andere vormen van kieren of kapotte boeiborden. In het plangebied is een woning met erf aanwezig, wat niet behoord tot het plangebied, maar geheel omsloten wordt hierdoor.

De alhier aanwezige woning en schuur hebben pannendaken en spouwmuren, en diverse andere mogelijke potenties voor verblijfplaatsen voor beschermde soorten. Door en rond het plangebied zijn enkele verharde wegen aanwezig, deze zijn voor lokaal verkeer en hebben geen verlichting van straatlantaarns. Wel is er beperkte verlichting van het aanwezige woonerf en de reguliere verlichting van het bebouwde gebied van Hellevoetsluis.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

6

Afbeelding 5: Projectgebied met verschillende deelgebieden.

1.2 TOEKOMSTIGE SITUATIE EN WERKZAAMHEDEN

De werkzaamheden betreffen het ontwikkelen van het projectgebied tot woonomgeving. De ontwikkeling zal plaatsvinden in twee fases. In fase 1 worden 364 woningen gerealiseerd en op termijn in latere fases wordt dit uitgebreid naar een totaal van ongeveer 1000 woningen. Dit met de bijbehorende ontsluitingswegen en inrichting van de openbare ruimte.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

7

2 SOORTGERICHT ONDERZOEK VLEERMUIZEN Op basis van de eerder uitgevoerde ecologische quickscan (Nederpel. V. 2022. Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis. d.d. 18-02-2022) ter plaatse van het project De Boomgaard te Hellevoetsluis wordt geconcludeerd dat zwaarder beschermde elementen van vleermuizen worden verwacht. Deze zijn opgenomen in tabel 1. Tabel 1: verwachte beschermde elementen per vleermuissoort, met daarachter aangegeven of de verblijfplaats wordt verwacht. Soort ZomerKraamPaarWinterEssentiele Essentiele verblijfplaats verblijfplaats verblijfplaats verblijfplaats Vliegroute Foerageergebied Gewone Ja Nee Ja Nee Ja Ja dwergvleermuis Ruige Ja Nee Ja Nee Ja Ja dwergvleermuis Gewone Ja Nee Ja Nee Ja Ja grootoorvleermuis Rosse vleermuis Ja Nee Ja Nee Ja Ja Watervleermuis Ja Nee Nee Nee Ja Ja Laatvlieger Nee Nee Nee Nee Ja Ja Meervleermuis Nee Nee Nee Nee Ja Ja

2.1 METHODE

Het onderzoek naar beschermde elementen van vleermuizen is gebaseerd op de ethische code van het Netwerk Groene Bureaus - Branchevereniging voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging (juni 2008 en februari 2010), het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (2017), het Kennisdocument Ruige dwergvleermuis (2017), het Kennisdocument Gewone grootoorvleermuis (2017), het Kennisdocument Rosse vleermuis (2017), het Kennisdocument Watervleermuis (2017) en uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2021. De bezoeken zijn met behulp van een batdetector (Pettersson D240X) en/of Elekon Batlogger M en zaklampen uitgevoerd, zodat zowel zicht- als geluidswaarnemingen gedaan konden worden. Tijdens de bezoeken is gebruikt gemaakt van een warmte camera om vliegroutes en foerageergebieden in kaart te brengen en bij het aantreffen van een baltsterritorium de omvang hiervan exact te kunnen bepalen. Daarnaast is gebruik gemaakt van de opnamefunctie op de batdetector (met behulp van Edirol opname apparatuur) om waarnemingen terug te luisteren en te analyseren met behulp van het programma BatSound. Alle bezoeken zijn in verband met de veiligheid en grootte van het projectgebied uitgevoerd met een team van minimaal twee personen. Voor voldoende overzicht waren 5 personen nodig.

Om het onderzoek goed te kunnen uitvoeren is het projectgebied opgedeeld in verschillende deelgebieden en deze deelgebieden elk met 1 persoon te onderzoeken op verschillende nachten (waardoor het gebied als geheel dus met 5 personen is onderzocht). Dit heeft als voordeel dat het plangebied op meer verschillende data is bezocht en de resultaten daardoor minder beïnvloed zijn door toevallige omstandigheden (soms hebben bepaalde insectensoorten bijvoorbeeld een piek, hetgeen de foerageeractiviteit van vleermuizen op dat moment erg kan beïnvloeden). De inventarisaties zijn uitgevoerd bij goede weersomstandigheden, conform het vleermuisprotocol 2021.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

8

5

2 1

3 2

1

1

4

Afbeelding 6: Weergave van de verschillende deelgebieden ten behoeve van verblijfplaatsen en vliegroutes. De cijfers bij de vliegroutes betreffen eveneens de postlocaties.

In tabel 2 staan de data van de veldbezoeken ten behoeve van het soortgericht onderzoek naar vleermuizen weergegeven, evenals de tijden waarbinnen het veldbezoek is uitgevoerd en de onderzochte elementen. De weersomstandigheden van de betreffende data staan weergegeven in bijlage 6. Voor zonsopkomst- en ondergangstijden wordt verwezen naar bijlage 7. Tabel 2: Data en tijden van veldbezoeken ten behoeve van het soortgericht onderzoek naar vleermuizen. Datum Tijd Element Veldwerkers 31/05/2022 02:27 – 05:27 Zomerverblijfplaats Dhr. Ing. N. Alderliesten Dhr. K. van den Berg MSc 03/06/2022 02:25 – 05:25 Zomerverblijfplaats + vliegroute Dhr. H. Kiers MSc Dhr. Ing. C. Heijkens 15/06/2022

02:20 – 05:20

Zomerverblijfplaatsen vliegroute/foerageergebied

07/07/2022

02:29 – 05:29

Zomerverblijfplaatsen

15/08/2022

21:04 – 23:34

Vliegroute/foerageergebied

15/08/2022

23:34 – 01:34

Paarverblijfplaats

08/09/2022

21:11 – 23:11

Paarverblijfplaats

+

Dhr. Ing. N. Alderliesten Dhr. H. Kiers MSc Mevr. E. Nap Dhr. Ing. N. Alderliesten Dhr. Ing. S. van Bekkum Dhr. H. Kiers MSc Mevr. E. Nap Dhr. B. Hogendoorn Dhr. Ing. S. van Bekkum Dhr. H. Kiers MSc Dhr. Ing. N. Alderliesten Dhr. K. van den Berg MSc Dhr. A. Dingley Dhr. Ing. S. van Bekkum Dhr. H. Kiers MSc Dhr. Ing. N. Alderliesten Dhr. K. van den Berg MSc Mevr. E. Nap Dhr. H. Kiers MSc Dhr. Ing. N. Alderliesten Dhr. Ing. R. Clement

Deelgebied Verblijfplaats: 3 en 4 Verblijfplaats: 5 & vliegroute: 2 Verblijfplaats: 1 en 2 & vliegroute: 1 Verblijfplaats: 1 t/m 5

Vliegroute: 1 en 2

Verblijfplaats: 1 t/m 5 Verblijfplaats: 1 t/m 5

Ten behoeve van het vaststellen dan wel uitsluiten van zomer- en paarverblijfplaatsen en vliegroute en foerageergebied van de hierboven genoemde vleermuizen (zie tabel 1) is de hierna beschreven werkwijze gehanteerd.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

9

2.1.1 ZOMERVERBLIJFPLAATSEN In de periode van 15 mei tot en met 15 augustus zijn twee veldbezoeken uitgevoerd ten behoeve van het vaststellen dan wel uitsluiten van zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis. Omdat in het projectgebied alleen bomen aanwezig zijn waar vleermuizen worden verwacht, zijn alle bezoeken in de ochtend uitgevoerd. Hierbij is tenminste één van ochtendbezoek in juni uitgevoerd en lagen er minimaal 20 dagen tussen het eerste en het laatste veldbezoek. De bezoeken zijn uitgevoerd in de ochtend om zwermende en invliegende vleermuizen vast te stellen. Een invliegende of zwermende vleermuis wijst op de aanwezigheid van een voortplantings- of rustplaats in de bomen. Vanwege de omvang van het projectgebied, is het gebied onderverdeeld in verschillende deelgebieden. Specifiek voor zomerverblijfplaatsen is het projectgebied opgedeeld in vijf deelgebieden (zie afbeelding 6). Doordat het zwermen ’s ochtends meer tijd in beslag neemt dan het uitvliegen ’s avonds en vanwege het feit dat een deelgebied niet alleen bestaat uit bomen (ook fruitbomen of struwelen zonder holten), kan een ecoloog in de ochtend een groter gebied overzien door rond te lopen.

Daar waar één ochtendbezoek verplicht is, of in het vleermuisprotocol 2021 als ‘eventueel’ vermeld staat, verdient het de voorkeur alle bezoeken ’s ochtends af te leggen. Door op deze locaties de bomen te onderzoeken en rekening houdend met het zwermgedrag van vleermuizen in de ochtend, kon 100% van de projectbomen, met geschikte holten voor zomerverblijfplaatsen, worden overzien en is gewerkt volgens het vleermuisprotocol 2021. Alle deelgebieden hebben een traject van ongeveer 600 meter die in ongeveer 7 minuten volledig te belopen is. Hierdoor zijn geen zwermende vleermuizen gemist. Eveneens vanwege de omvang van het projectgebied kon niet alle bezoeken in één ronde vlakdekkend worden onderzocht. Tijdens de eerste ronde is achtereenvolgens eerst met twee personen deelgebieden 3 en 4 onderzocht, deelgebied 5 met één persoon en deelgebied 1 en 2 met twee personen. De bezoeken op 3 juni 2022 en 15 juni 2022 zijn met één persoon extra onderzocht, omdat deze bezoeken in combinatie zijn uitgevoerd met vliegroute en foerageergebieden. Tijdens de tweede ronde zijn alle deelgebieden met vijf personen onderzocht. Omdat in het projectgebied de rosse vleermuis wordt verwacht is de onderzoekstijd in de ochtend verlengd met een uur.

2.1.2 PAARVERBLIJFPLAATSEN Ten behoeve van het vaststellen van de aanwezigheid van paarverblijfplaatsen zijn vanaf 15 augustus tot 15 september twee bezoeken in de avond/nacht uitgevoerd. Hierbij is gelet op baltsende vleermuizen. Een paarverblijfplaats kan op twee manieren worden vastgesteld. Indien de baltsende vleermuis de paarverblijfplaats daadwerkelijk invliegt kan de locatie van de paarverblijfplaats worden vastgesteld. Indien deze niet kon worden vastgesteld is aangenomen dat de paarverblijfplaats zich in het baltsterritorium bevindt. Vanwege de omvang van het projectgebied, is het gebied onderverdeeld in verschillende deelgebieden. Specifiek voor paarverblijfplaatsen is het projectgebied opgedeeld in vijf deelgebieden (zie afbeelding 6), waarbij deelgebieden 3 en 4 zijn samengevoegd omdat beide deelgebieden niet alleen bestaan uit bomen (ook fruitbomen zonder holten of struwelen). Met name de randen van deze gebieden bestaan uit hoog opgaande bomen. Per deelgebied heeft een persoon rondgelopen op baltsende vleermuizen. Omdat vleermuizen langere tijd baltsen en vanwege het feit dat een deelgebied niet alleen bestaat uit bomen (ook fruitbomen of struwelen zonder holten) kon één deelgebied met één persoon worden onderzocht. Voor verdere toelichting van de gelopen routes en overzichtelijkheid van de deelgebieden wordt verwezen naar 2.1.1 zomerverblijfplaatsen.

Omdat in het projectgebied de rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis worden verwacht is één bezoek middenin de nacht uitgevoerd.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

10

2.1.3 WINTERVERBLIJFPLAATSEN (Individuele) winterverblijfplaatsen Vooralsnog is geen betrouwbare methode beschikbaar om individuele winterverblijfplaatsen vast te stellen in bomen. Van zomerverblijfplaatsen en paarverblijfplaatsen mag zekerheidshalve aangenomen worden dat deze ook als winterverblijfplaats gebruikt kunnen worden, zolang de temperatuur niet te laag wordt (vorst) (Bij12, 2017). In onderhavig onderzoek is hier dan ook geen specifiek onderzoek naar verricht en wordt uitgegaan van een mogelijke aanwezigheid van individuele winterverblijfplaatsen indien zomer- en/of paarverblijfplaatsen zijn aangetroffen in het projectgebied. 2.1.4 VLIEGROUTES EN FOERAGEERGEBIEDEN Ten behoeve van het vaststellen van vliegroutes en foerageergebieden zijn twee veldbezoeken bij goede weersomstandigheden uitgevoerd. Ten behoeve van het vaststellen van de aanwezigheid van vliegroutes en/of foerageergebied van vleermuizen zijn twee veldbezoeken uitgevoerd tussen 15 april en 15 augustus, waarvan één keer in de kraamperiode. Vanwege de omvang van het projectgebied, zijn de vliegroutes onderverdeeld in twee deelgebieden (zie afbeelding 6). Het eerste bezoek is gesplitst uitgevoerd waarbij deelgebied twee gecombineerd is uitgevoerd met zomerverblijfplaatsen op 3 juni 2022 en deelgebied één gecombineerd met zomerverblijfplaatsen op 15 juni 2022.

Het tweede bezoek is uitgevoerd op 15 augustus 2022 waarbij tussen beide bezoeken minimaal 8 weken gelegen zijn. Tijdens deze veldbezoeken is bepaald of en welke vleermuissoorten gebruik maken van de watergangen en boomstructuren als vliegroute. Tijdens alle overige bezoeken (zomer-, paar-, en vliegroute) zijn de foerageergebieden in kaart gebracht en eveneens is gelet op vliegroutes.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

11

2.2 RESULTATEN EN INTERPRETATIE

Uit het soortgericht onderzoek blijkt dat in het projectgebied geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Wel zijn voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis essentiële foerageergebieden en vliegroutes aanwezig. Voor waarnemingen per bezoek verwijzen naar bijlage 8.

Afbeelding 7: Beschermde elementen vleermuizen.

In onderstaande paragraven worden de resultaten van het soortgericht onderzoek naar: 1. zomerverblijfplaatsen; 2. paarverblijfplaatsen; 3. winterverblijfplaatsen en 4. vliegroutes en foerageergebieden nader toegelicht. 2.2.1 ZOMERVERBLIJFPLAATSEN Tijdens de veldbezoeken ten behoeve van het vaststellen of uitsluiten van zomerverblijven zijn geen zwermende, invliegende of uitvliegende vleermuizen waargenomen binnen het projectgebied en binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Derhalve wordt geconcludeerd dat in het projectgebied geen zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis aanwezig zijn. 2.2.2 PAARVERBLIJFPLAATSEN Tijdens de veldbezoeken ten behoeve van het vaststellen of uitsluiten van paarverblijfplaatsen zijn geen baltsende waargenomen ter plaatse van het projectgebied en binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Derhalve wordt geconcludeerd dat in het projectgebied geen paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en rosse vleermuis aanwezig zijn.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

12

2.2.3 WINTERVERBLIJFPLAATSEN In de bomen van het projectgebied zijn geen zomer- en/of paarverblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Derhalve is de aanwezigheid van individuele winterverblijfplaatsen dan ook uitgesloten. 2.2.4 FOERAGEERGEBIEDEN EN VLIEGROUTES De groenstroken die binnen het projectgebied aanwezig zijn betreffen de groene vlakken die zijn weergegeven op afbeelding 6. Het gaat hier om de voormalige vuilstort, de voormalige camping en de boomgaarden. Op deze locaties is de afgelopen jaren geen onderhoud en beheer uitgevoerd, waardoor vegetatie, struwelen en bomen vrij spel hebben gehad. De groenstroken met in het bijzonder de hoogopgaande singels vormen zeer geschikte foerageergebieden en vliegroutes voor vleermuizen. De singels zorgen voor veel luwte, waardoor dit zeer geschikte foerageergebieden en vliegroutes zijn. Dergelijke groenstructuren zijn van groot belang voor de vleermuizen die verblijven in de aangrenzende woonwijken. Derhalve worden de vliegroutes en de foerageergebieden in het projectgebied beoordeeld als essentieel voor de lokale populatie van vleermuizen. Hieronder worden de gebiedsfuncties verder beschreven en uitlegt waarom de foerageergebieden en vliegroutes van essentieel belang zijn.

Foerageergebied Binnen het projectgebied wordt veelvuldig gefoerageerd door onder andere gewone dwergvleermuizen (64 exemplaren), ruige dwergvleermuizen (6 exemplaren), rosse vleermuizen (2 exemplaren) en laatvliegers (8 exemplaren). Met de aantallen is geen rekening gehouden met eventuele dubbeltellingen van bijvoorbeeld eerder uitgevoerde veldbezoeken. Het gaat hier om alle foeragerende vleermuizen van alle bezoeken bij elkaar opgeteld. Aangrenzend aan het projectgebied liggen diverse woonwijken met oudere woningen en flats waar sprake is van achterstallig onderhoud of waar nog niet is geïsoleerd. De woningen en flats vormen hierdoor zeer geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen. Uit het verblijfplaatsonderzoek is geconstateerd dat in de woonwijken diverse kraamkolonies en paarverblijfplaatsen aanwezig zijn. Tijdens de bezoeken aan de woonwijken ter verificatie zijn al veel verblijfplaatsen vastgesteld, wat betekent dat naar alle waarschijnlijkheid veel meer verblijfplaatsen in de woonwijken aanwezig moeten zijn, wanneer hier gericht op onderzocht wordt. De vleermuizen die verblijven in de aangrenzende woonwijken zullen met name gebruik maken van de groenstroken binnen het projectgebied.

Gezien de omgeving wordt aangenomen dat de groenstroken een belangrijke functie bevatten voor de vastgestelde verblijfplaatsen in de aangrenzende wijk, maar ook voor de niet vastgestelde verblijfplaatsen. Dergelijke groenstructuren zijn in de directe omgeving niet te vinden, waardoor de groenstroken van groot belang zijn voor de vleermuizen die verblijven in de aangrenzende woonwijken. De groenstroken zijn extra belangrijk voor de kraamkolonie(s) die in de aangrenzende woonwijken aanwezig zijn. Wanneer de vleermuizen jongen hebben zullen de vrouwtjes kort gaan foerageren om vervolgens terug te keren naar de kraamkolonie(s) om de jongen te zogen. De kraamkolonies mogen dus niet ver verwijderd zijn van de insectenrijke groenstroken, het is dan te lang vliegen voor de zogende vleermuizen. Op basis van de aanwezige kraamkolonie(s) in de aangrenzende woonwijken, de hoeveelheid foeragerende vleermuizen en de insectenrijke groenstroken kan gesteld worden dat de groenstroken (en de insectenrijke luwte) van essentieel belang zijn voor de vleermuizen in de aangrenzende woonwijken en mogelijk voor vleermuizen die van verder komen.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

13

Afbeelding 8: Geschikte groenstrook voor vleermuizen met bomen, struwelen, oevervegetatie en waterpartij.

Vliegroute Om de bovenstaande groenstroken te kunnen bereiken zijn vliegroutes van essentieel belang. De groenstroken zelf bestaan uit verwilderde fruitbomen en braamstruwelen, waar al jaren geen onderhoud of beheer is uitgevoerd. De randen van elke groenstrook bestaan uit hogere elzensingels. De elzensingels die langs de randen van de groenstroken staan sluiten allemaal aan elkaar aan. Hierdoor ontstaat er een lijnvormig netwerk van elzen die vleermuizen kunnen gebruiken als vliegroute. Tijdens beide vliegroute onderzoeken die zijn uitgevoerd is geconcludeerd dat de elzensingels worden gebruikt als essentiële vliegroutes voor de gewone dwergvleermuis (50 exemplaren), ruige dwergvleermuis (6 exemplaren), rosse vleermuis (2 exemplaren) en laatvlieger (8 exemplaren). Uit deze onderzoeken is gebleken dat de elzensingels langs de groenstroken veelvuldig worden gebruikt door passerende vleermuizen. Op basis hiervan kan gesteld worden dat de elzensingels van essentieel belang zijn voor passerende vleermuizen, die een verbinding vormen tussen de verblijfplaatsen in de woonwijk en de insectenrijke groenstroken waar gefoerageerd wordt.

Wat betreft de watervleermuis en de meervleermuis, deze kunnen worden uitgesloten omdat beide vleermuizen niet zijn waargenomen binnen het projectgebied en tevens zijn geen essentiële functies van beide vleermuizen binnen het projectgebied en binnen de invloedsfeer van het projectgebied waargenomen.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

14

Afbeelding 9: Elzensingels die een lijnvormig netwerk vormen door het projectgebied.

2.2.5 OVERIGE WAARNEMINGEN Naast de eerder beschreven verblijfplaatsen in de aangrenzende woonwijk zijn geen bijzondere overige waarnemingen gedaan. Net buiten het projectgebied is een langsvliegende watervleermuis aangetroffen. Deze vloog langs het projectgebied en toonde verder geen binding met het projectgebied. Deze elementen zijn beschermd maar vormen geen verdergaande gevolgen voor de geplande werkzaamheden in het projectgebied. De vastgestelde beschermde elementen buiten de begrenzing (en tevens binnen en buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden zijn tevens weergegeven in afbeelding 7.

HEHE20220234 - ESO De Boomgaard te Hellevoetsluis

15

2.3 TOETSING WERKZAAMHEDEN De groenstroken en elzensingels binnen het projectgebied hebben essentiële functies voor vleermuizen. De groenstroken zijn van essentieel belang voor vleermuizen die in de aangrenzende woonwijken verblijven (o.a. in kraamverblijven) en de elzensingels zijn van essentieel belang voor passerende vleermuizen om de groenstroken te bereiken vanuit de verblijfplaatsen. In de reeds opgestelde plannen worden de elzensingels behouden en zijn deze opgenomen in het ontwerp en worden getoetst op haalbaarheid in het nieuwe gebiedsgebruik. De haalbaarheid zal getoetst moeten worden waarna bepaald zal worden of een ontheffingsaanvraag verreist is. Wanneer behouden van of fasering niet mogelijk is zal een ontheffing moeten worden aangevraagd. Voor het overtreden van de Wet natuurbescherming is het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk. Tenzij er maatregelen getroffen worden om de overtreding van de verbodsbepaling te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door het realiseren van alternatief foerageerhabitat voor dwergvleermuizen dat voldoet aan de volgende eisen:  Elzensingels in het projectgebied behouden en de elzensingels versterken door geschikt foerageergebied te realiseren.  Het foerageergebied dient in oppervlakte overeen te komen met het te verdwijnen habitat.  De foerageergebieden moeten gelegen zijn in of direct naast het projectgebied.

De foerageergebieden zullen dan bereikbaar moeten zijn via vliegroutes. Vliegroutes zijn meegenomen in het ontwerp, dit betreffen de elzensingels die door het projectgebied heen lopen. Naast de elzensingels kunnen geschikte vliegroutes ook struweelhagen of watergangen met uitbundige oeverbegroeiing zijn. Bij voorkeur zijn deze structuren niet teveel verlicht.  Foerageerhabitat van dwergvleermuizen wordt gekenmerkt door structuurrijk groen: bomen, struwelen, hagen, ruigtevelden. Groot open terrein is ongeschikt.  Als belangrijkste randvoorwaarde voor het soort groen geldt: inheems en divers. Op inheemse planten en bomen komen meer insecten af (voedsel voor vleermuizen), en een hoge diversiteit aan soorten zorgt voor een hoge abundantie van insecten gedurende het gehele groeiseizoen. Men kan hierbij denken aan de volgende soorten: zomereik, wilg, els, es, populier, esdoorn, haagbeuk, hazelaar, meidoorn, sleedoorn, liguster en vlier. De vleermuizen zijn opgenomen in bijlage 4 van de Habitatrichtlijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13887711/1