CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE Ruimtelijke Onderbouwing Camperpark Heliushaven Hellevoetsluis_20220735

Raadsvergadering 17 april 2025, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Verzoek om verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de realisatie van een camperpark aan de Heliushaven, te Hellevoetsluis25.181 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

berm en spontane vegetaties

bestaande singel

1. Huidige situatie, open, niet ingericht terrein met veel doorzicht.

te verlengen singel, tevens afscherming

entree

gorzenlandschap groenstrook

struweel

boomgroep

Blad 7/20 19-april-2024

te verlengen singel, tevens afscherming

dijk/weg, ‘knik’ in het landschap

camperterrein

boomgroep: wilg ecologische water verbindingstrook

3. Groene/landschappelijke te behouden en te versterken onderdelen

geleiding

laagte/afvoer

bestaande singel

2. Inrichtingsconcept, hoofdindeling met een afschermende singel en struweelstrook.

2. INRICHTINGSPLAN LEGENDA

BOSPLANTSOEN GRAS, CAMPERPLAATS GRAS, OVERIG VERHARD, RIJSTROOK

1

OPEN VERHARDING

9

2

HALFVERHARD WATERAFVOER

f

a

a

3

STRUWEEL

4

h

NATUURGRAS BEBOUWING

105 m

I e

STANDPLAATSEN: 63 STUKS I: reguliere plaatsen 56 stuks, grootte 80-90 m2 II: avontuurlijke plaatsen 4 stuks, ‘vrije’ standplaats met bomen/houtstammen III: xxl-formaat 2 stuks, halfverharding i.v.m. stabiliteit: grootte 90 m2 IV: invalidenplaats 1 stuk, halfverhard of verhard t.b.v. rolstoelgebruik: 85 m2 ONTSLUITING EN VOORZIENINGEN 1. entree , toegang: 2 rijbanen, totale breedte verharding 6,5 m; 1 m brede bermstrook 2. terrein met incheck, nutsvoorzieningen, gastank 3. opstelplaatsen: 3 stuks, 3 x 10 m1 per stuk 4. verkeerseiland met in-uitrijvoorziening en verlichtingspaal 5. servicestraat met was-/afvalvoorzieningen: 215 m2, 10 m breedte 6. parkeerplaats en fietsenstalling, halfverharding: 330 m2 7. sanitair, gebouw: 40 m2 8. beheerders-chalet, 70 m2; terrein 160 m2 9. voetpad, halfverhard TERREININRICHTING, GROEN EN LANDSCHAP a. bosplantsoenstrook, hoogte min. 2 m, breedte 7 m1, gebiedseigen beplanting: 6-8 plantrijen b. natuurverbindingsstrook met meidoornstruweel,zoomvegetatie, breedte: 1,5 m1 c. afschermende meidoornhaag, 1,5-1,8 m hoog, afscherming gaashekwerk (1,0 m hoogte) d. natuurgras, waterafvoer naar haventerrein e. berging, afvoer, tevens natuurplek, speelaangelegenheid, zitplek f. zitplekken/recreatieplek, speel-/vuurplek, boomstammen, halfverhard pad 9. boomaanplant en scheidingshagen, 1,2 m hoog; inheemse/gebiedseigen beplantingssoorten h.

struweelstrook, gevarieerd met bomen/zoomvegetatie, inheems met hoogte min, 1.2 m i. hekwerk, (max. 1,0 m hoogte) en nooduitgang/doorgang brandweer

I i I g

f 5 6

7

I

c

II e

h

g

g

g

56 m

III g

8 I

f

IV

A’ e

I

Afbeelding: inrichtingsschetsSchaal december 2021. 1: 500 (op A3-formaat) b Schaal circa 1:500. Blad 8/20 19-april-2024

b

166 m

b

d

3. UITWERKINGEN Beschermingszones primaire waterkering Het plangebied is onderdeel van de primaire waterkering en van beschermingszone A en B. De in-/uit Verdere beoordeling en uitwerking, inclusief afstemming met WSHD is noodzakelijk omtrent het voorgenomen ontwerp. Vergunning is nodig voor werkzaamheden binnen de begrenzing van het waterstaatwerk en de beschermingszone.

Kaart: beschermingszones van de Primaire waterkering met het ontwerp als onderlegger. Legenda: 1 Waterstaatswerk; 2 Beschermingszone A; 3 Beschermingszone B

1

2

3 Afbeeldingen van de legger/beheerregister WSHD, 2023, met het plangebied in een rood kader aangeduid. Legenda: 1 Waterstaatswerk; 2 Beschermingszone A; 3 Beschermingszone B.

1 3

Blad 9/20 19-april-2024

2

Bebouwingen/voorzieningen Sfeerbeelden/referentiebeelden met de gewenste uitstraling.

Referentiebeeld: gewenste uitstraling van voorzieningen en bebouwingen in het terrein.

Blad 10/20 19-april-2024

Kabels en leidingen De te plaatsen voorzieningen en inrichtingselementen vermijden de tracés. Alertheid is gewenst op het middenterrein t.a.v. data (nummer 1 op de kaart) en riool (nummer 2 op de kaart) en een zone aan de rechterzijde (nummer 3 op de kaart). De berm aan de westzijde is de locatie van data, riool, gas en middenspanning (nummer 4 op de kaart). Hier vinden geen werkzaamheden plaats.

4

1 2

3

Kaart: kabels en leidingen, klic-melding, 2021.

Blad 11/20 19-april-2024

Water Het plangebied voert hemelwater van gebouwen en verhardingen af naar een tweetal wadi’s en een afwateringsgeul richting het aangrenzende haventerrein. Het water van de onverharde terreindelen kan in de bodem infiltreren; het zandige karakter en de hoogteligging voldoen daartoe. De wadi’s ( -0,5 tot 1,0 m) zijn tevens speel-/zitelementen, waar keien de laagtes aangeven. De wadi’s liggen in verlaagde delen die als extra waterberging fungeren (-0,2 m diepte). De totale toename aan verhard oppervlakte (daken en verharding, incl. halfverharding) bedraagt 2.983 m2. Een bruikbare norm is een norm van 664 m3 per hectare voor een bui die eens per 10 jaar voorkomt (incl. 10% extra t.b.v. klimaat-adaptie). Om het afvloeiende regenwater te bergen is een capaciteit nodig van 213 m3. Dit kan in het terrein geborgen worden (zie onderstaande tabellen). Wel is het nodig de wegen van molgoten te voorzien om het water naar de wadi’s af te voeren. Daarnaast is het nodig de maaiveldhoogte van verharding en camperstandplekken zodanig aan te leggen dat ze bij hoosbuien op de omringende groen/natuurstroken afwateren (zie rode pijlen in de naaststaande kaart).

- 0,20 m - maaiveld 5

- 0,7 m - maaiveld

- 0,20/-0,35 m maaiveld 4

1 4

4

4 5

2 2

4

4

3

2

- 0,7 m maaiveld Kaart: infiltratievoorzieningen hemelwater.

1

wadi,

2

wadi, afwateringsgeul, extra bergingsbergingsruimte, diepte min. 50 cm ruimte rondom de zware wilg: extra bergingsruimte, diepte 35 cm

benodigde capaciteit 7 m3 149 m3 56 m3

3

terreinverlaging, extra bergingsruimte voor normbuien (eens per 10 jaar), diepte 20 cm

4

molgoot

213 m3

5

open-verharding, infiltratieklinker/tegel

Overzicht van benodigde opvangcapaciteit hemelwater

Onderdeel 1. bebouwing 2. wegen (verhard oppervlakte) 3. open verharding

Oppervlakte 110 m2 2.023 m2 850 m2

norm 664 m3/ha 664 m3/ha 664 m3/ha

totaal aanwezig Infiltratietype wadi, greppel en geul (nr 1,2) terreinverlaging bergingsruimte (nr 3) terreinverlaging rondom zware wilg (nr 4) Voorbeelden van een wadi, tevens speelveld. Blad 12/20 19-april-2024

totaal aanwezig

Oppervl. 180 m2 552 m2 50 m2

Bergingsdiepte 0,5 m1 0,20 m1 0,35 m1

capaciteit 90 m3 110 m3 17 m3 217 m3

afwatering op groen/natuurstrook

Maatvoering en materiaalgebruik :De afmetingen van de campers, hun draaicirkels en hun standplaatsen bepalen in belangrijke mate de maatvoering van het plangebied . Hieronder is de standplaats uitgewerkt; op de volgende pagina’s de maatvoering (en materiaalgebruik) van de wegen en parkeerplaatsen.

PRINCIPE CAMPERSTANDPLAATS

rijbanen: verhard, 3,5 m breed (eenrichtingsverkeer) en molgoot afscherming standplaats met kastanjepalen, haag, losse haag of struweelrand, hoogte 1,2 m, afscheiding loopt niet door tot aan de rijbaan, maar er blijft een 2 m brede grasstrook over t.b.v. doorzicht/manoeuvreer-ruimte standplaats: 10 tot 11 x 8 m, haaks parkeren, circa 80-90 m2 per plek, maar sterk variabel per locatie

0,0 m maaiveld

0,15 m + maaiveld 0,10 m + maaiveld 0,05 m + maaiveld

Afbeelding boven: camperstandplaats, inrichtingsmodel. Referentiebeelden voor de camper-standplaatsen: in ‘t groen, tussen hagen met verspreidstaande jonge bomen (met enkele oudere exemplaren) en tussen de velden samenkomstplekken met picknicksets.

Blad 13/20 19-april-2024

opstelbaan, halfverharde ondergrond met grasvegetatie (grasbetontegels, ritterplaten of andere grasbewapeningsplaten), twee stroken 0,6 m breed met 0,6 m brede middenbaan (gras), brede aanzet t.b.v. in-/uitrijden

VERHARDINGEN 1. opstelplaats; 3 x 2. incheck/voorzieningen 3. in-/uitrit 4. opstelstrook sanitair 5. opstelstrook voor xxl-campers 6. parkeren 7. voetpad 8. Invaliden 9. verharding sanitair/beheerderswoning

3 2 7 1

Afbeelding boven: Het gehele terrein afgestemd voor middelgrote tot grote campers. De wegen hebben een bochtstraal van 10 m (buitenmaat). Voor de topmaten campers is de oostzijde afgestemd op nog forsere bochtstralen en ruimere standplaatsen

asfalt/klinkerverharding

7 6 5

4

9 8

9

halfverharding (graustabiel, e.d.) open verharding

7

rijrichting

Onderdeel 1. wegen (verhard ), incl. molgoot 2 open verharding, infiltratieklinker/tegel 3 halfverharding Afbeelding boven: verhardingen, verkeersafwikkeling, wegenpatroon met ‘banjonet’-aansluitingen t.b.v. langzaam rijden

Totaal

Referentiebeeld voor opstelstroken en andere open verhardingen.

Blad 14/20 19-april-2024

Oppervlakte 2.010 m2 230 m2 890 m2 3.180 m2

Referentiebeeld voor halfverharde wegen met bijvoorbeeld Graustabiel of Nobrecal op een puincunet.

4. BEPLANTINGEN Doorsneden van het plangebied.

Soortkeuze Het plangebied behoort tot het Zuid-Hollandse kustlandschap. De beplanting moet daarop afgestemd zijn en qua uitstraling aansluiten bij de plantengemeenschappen die daar thuishoren. Dit is o.a. het Meidoorn-berkenbos. De soorten in dit struweel-bostype zijn min of meer zeewind en zouttolerant, hetgeen van belang is voor deze locatie, vooral langs de buitenrand. Tevens is de klimaatbestendigheid groot, omdat de kustplanten relatief droogte-/hittebestendig zijn. Daarbij heeft de kalkrijke bodem een goede buffercapaciteit. Het is daarom van belang zoveel mogelijk de huidige grondslag te handhaven. Soorten die er thuishoren zijn enerzijds afkomstig uit de binnenduinrand, in minder extreme omstandigheden en lager grondwaterstanden en de wat jongere duinzanden en soms wat hogere grondwaterstanden. De soorten: Gladde iep, Gewone esdoorn, Zachte berk Gewone vogelkers, Es, Zomereik, Beuk en vaak aanplant (en verwildering) van Iep, Wilde kardinaalsmuts, Gewone vlier, Duindoorn, Wilde liguster, Hondsroos/Eglantier, Gelderse roos, Wilde lijsterbes, Eenstijlige meidoorn, Wilde kamperfoelie en vele fraaie bolgewassen als Gewone vogelmelk, Vingerhelmbloem, Wilde hyacint

A

C A’

B B’

C’

DOORSNEDE A-A’ boom (Iep)

prominente wilg (Schietwilg)

Duinvegetatie met referentie voor gebiedeigen beplantingen van het kustlandschap.

struweel (meidoorn, e.a.)

containerstalling singel (A) Blad 15/20 19-april-2024

- 1,0 m - maaiveld

0,15 m + maaiveld

- 0,2 m - maaiveld maaiveld

extra berging

gras wadi

gras

rijbaan - verharding - 035 m - maaiveld

te ontgraven

(A’)

boom

DOORSNEDE B-B’

EXTENSIEF GEDEELTE struik (duindoorn e.a.)

0,15 m + maaiveld

afscherming haag

natuurstrook

berm-/grasvegetatie (buitenstrook)

rijbaan - verharding

camperstandplaats

camperstandplaats

struweel (B’)

(B)

boom boom bestaand raster haventerrein

INTENSIEF GEDEELTE

afscherming haag

0,15 m + maaiveld

haag (C) Blad 16/20 19-april-2024

camperstandplaats

rijbaan - verharding

camperstandplaats

struweel/natuur (C’)

Beplantingen in het plangebied.

1

SINGELS - aanplant nr hoev.

soort

maat

kenmerken

1.

bosplantsoen

100-120

soortkeuze gelijk aan reeds bestaande deel

maat

kenmerken

80-100 80-100 80-100 50-60 2-3 tak

duinsoort, wind-/zoutbestendig, besrijk (man+vr. exempl.) landschapssoort, goed als haag, vogelstruik half-wintergroen, afscherming, bloei (behalve bij snoei) eetbare bes landschapshaag, bloeiend, ecologisch

0,7 st./m2

STRUWEEL - aanplant nr hoev. soort 2.

1

4

2 3

duindoorn eenstijlige meidoorn wilde liguster boksdoorn/gojibes egelantier

1

4

HAGEN - aanplant (5 stuks/m1, gevarieerde samenstelling) nr hoev. soort maat

4

4

4

1

4

4 2 3

0,2 st/m2 0,2 st/m2 0,2 st/m2 0,1 st/m2 0,2 st/m1

3 st/m1 2 st/m1 0,3 st/m1 2 st/m1 0,7 st/m1

haagliguster eenst. meidoorn egelantier Veldesdoorn Gelderse roos

80-100 100-125 2-3 tak 100-125 100-125

kenmerken4 halfwintergroen, prima haag, geurend, sterk landschapshaag, langs raster/buitengrens, bloeiend, bes landschapshaag, bloeiend, ecologisch landschapshaag landschapshaag, bloeiend, bes

3

4 3

3 2

2

nr

soort

hoeveelh.

kenmerken

1 2 3 4

singels struweel natuur/gras haag

1.510 m2 512 m2 730 m2 401 m1

landschapssingel 10 m breedte landschapsstruweel gevarieerd aankleding camperveld 0,15-0,8 m aankelding camperveld 0,5 x 1,2 m

1 - singel, landschap, afscherming samenstelling, dicht

afmetingen

1x per jaar wintersnoei 1x per jaar zomersnoei

1x per 5 jaar wintersnoei (fors) 1x per jaar zomersnoei (licht)

5 m hoog

4 - haag, aankleding/afscheiding strak, halfwintergroen

3 - natuurgras ecologisch, natuurlijke vegetatie met grassen/kruidachtigen

2 - struweel landschappelijk, aankleding, ecologisch, gevarieerd, besrijk (eenbaar)

bosplantsoen, losse

2x jaar knippen

1-2x per jaar maaien en ruimen, per ronde 20-25% laten overstaan gemidd. 0,5 m hoog

3 m hoog

1,20 m hoog

1-1,5 m hoog 10 m breed

Blad 17/20 19-april-2024

3-5 m breed

0,5 m breed

BOMEN - aanplant nr locatie

1

1

soort

maat

kenmerken

1

singel+ buitenrand

Zachte berk Esp/ratelpopulier

veer veer

snelle groei, fraai silhouet forse boom, landschapsboom, wind-/zoutbestendig

2

buitenrand

Meidoorn

12-14

kleine landschapsboom, wind-/zoutbestendig

3

wadi

Zachte berk

10-12

snelle groei, fraai silhouet

4

camperveld binnenterrein

Iep cv Meidoorn cv

12-14 8-10

landschapsboom, wind-/zoutbestendig, kenmerkend kust aankleding, sierboom, diverse cultivars.

nr

soort

hoeveelh.

1 2 3 4

singels+buitenrand buitenrand wadi binnenterrein/camperveld

17 stuks 10 stuks 6 stuks 26 stuks

2 1

3

2

4

4

4

3

3 2

Blad 18/20 19-april-2024

2

Palenrijen en duinachtige beplantingenen op overhoeken, lichte hoogteverschillen en geleidelijke overgangen zijn gewenst in de struweel-/natuurstrook aan de west- en zuidzijde van het terrein.

Landschappelijk haag ter afscheiding van het camperterrein aan de oostzijde.

Passend in het Zuid-Hollandse kustlandschap: struweel van Eenstijlige meidoorn, Duinroos en Sleedoorn, evenals bomen als iep (cv van 2e grootte) en berk op de velden. De soorten horen bij het Meidoorn-berkenbos, den horen thuis in de Zuid-Hollandse kuststreek.

Blad 19/20 19-april-2024

Bijlage 3 Voortoets Natura 2000

CAMPERPARK HELIUSHAVEN Voortoets Natura 2000 31 januari 2025

DATUM KENMERK PROJECTLEIDER PROJECTLEIDER PROJECTNUMMER OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER STATUS

31 januari 2025 ir. R. Sips Camping ‘t Weergors 20220735 ir. H.G. van der Aa Definitief

INHOUD 1.

2.

Inleiding

4

1.1 1.2

4 4

Aanleiding en doel Leeswijzer

Juridisch kader

5

2.1 2.2 2.3

Vogel- en Habitatrichtlijn Wet natuurbescherming Spoedwet aanpak stikstof

5 5 7

Effectbeschrijving en -beoordeling

8

3.1 3.2

Het plan Instandhoudingsdoelen Haringvliet 3.2.1 Aanwezigheid kwalificerende soorten

8 9 10

3.3 3.4 3.5

Effectenindicator Afbakening mogelijke effecten Effecten in de aanlegfase 3.5.1 Verzuring/vermesting 3.5.2 Verstoring door geluid 3.5.3 Verstoring door licht 3.5.4 Optische verstoring

11 11 12 12 13 14 15

3.6

Effecten in de gebruiksfase 3.6.1 Verzuring/vermesting 3.6.2 Geluid 3.6.3 Verstoring door licht 3.6.4 Optische verstoring

15 15 16 17 17

3.7 3.8

Cumulatie Conclusies

17 17

Bijlage 1

Bronnen

18

3.

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding en doel

Het braakliggende terrein aan de Heliushaven zal worden ontwikkeld tot een camperpark met een capaciteit van 63 plaatsen. Het projectgebied ligt op 21 meter afstand van het Natura 2000-gebied Haringvliet, zoals in figuur 1.1 weergegeven. Vanwege deze ligging buiten Natura 2000 zijn effecten als areaalverlies, versnippering etc. op voorhand geheel uit te sluiten. Dit geldt mogelijk niet voor effecten als verstoring door geluid en licht en vermesting en verzuring als gevolg van extra stikstofdepositie. In de voorliggende voortoets worden deze potentiële effecten daarom nader onderzocht.

Figuur 1.1 Ligging projectgebied (rood) t.o.v. Natura 2000 (groen)

1.2

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 gaat in op het juridisch kader. In hoofdstuk 3 is de ecologische effectbeschrijving en -beoordeling opgenomen.

2. JURIDISCH KADER 2.1

Vogel- en Habitatrichtlijn

Op Europees niveau bestaan twee richtlijnen die bepalend zijn voor het natuurbeleid in de verschillende lidstaten: de Vogelrichtlijn1) en de Habitatrichtlijn2). De Vogelrichtlijn is opgesteld in 1979 en heeft als doelstellingen: - beschermen van alle in het wild levende vogels en hun leefgebieden; extra bescherming trekvogels en bedreigde vogelsoorten door aanwijzing Speciale Beschermingszones (SBZ's); - opstellen beheersmaatregelen om de SBZ's in gunstige staat van instandhouding te houden of te brengen (instandhoudingsdoelen); - passende beoordeling van gevolgen van plannen of projecten, rekening houdend met de instandhoudingsdoelen. De Habitatrichtlijn is in 1992 opgesteld ter bevordering van de biodiversiteit in Europa. De doelstellingen van de Habitatrichtlijn luiden: - bescherming biodiversiteit door Speciale Beschermingszones (SBZ's) aan te wijzen voor bedreigde planten en dieren (behalve vogels) en hun leefgebieden; - opstellen beheersmaatregelen om de SBZ's in gunstige staat van instandhouding te houden of te brengen (instandhoudingsdoelen); - passende beoordeling van gevolgen van plannen of projecten, rekening houdend met de instandhoudingsdoelen.

2.2

Wet natuurbescherming

In Nederland hebben diverse natuurgebieden een beschermde status onder de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb). Daarbij zijn twee soorten beschermingen te onderscheiden: Natura 2000-gebieden; Bijzondere nationale natuurgebieden. Natura 2000-gebieden Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Voor Nederland gaat het om ruim 160 gebieden. Alle Natura 2000-gebieden liggen binnen het Nationaal Natuurnetwerk. In het aanwijzingsbesluit staat welke doelen Nederland nastreeft voor een bepaald gebied, bijvoorbeeld welke planten en dieren bescherming verdienen. Vervolgens komt er in nauw overleg met betrokken partijen een beheerplan, waarin onder andere staat beschreven welke maatregelen nodig zijn om de doelen te behalen. Wettelijk kader De Wnb: - verankert de Europese gebiedsbescherming van Natura 2000, bestaande uit Speciale Beschermingszones (SBZ's) op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, in de Nederlandse wetgeving; - vormt de wettelijke basis voor de aanwijzingsbesluiten met instandhoudingsdoelstellingen; - legt de rol van bevoegd gezag voor verlening van vergunningen meestal bij de provincies.

Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen. - De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen.

1) Richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand. 2) Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna.

-

-

Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast. Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft.

In artikel 2.7, eerste lid, van de Wnb is de habitattoets voor het vaststellen van een bestemmingsplan neergelegd. Artikel 2.7, eerste lid, van de Wnb luidt als volgt: Een bestuursorgaan stelt een plan dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, en dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, uitsluitend vast indien is voldaan aan artikel 2.8, met uitzondering van het negende lid. Artikel 2.8 van de Wnb luidt als volgt: 1. Voor een plan als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, of een project als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, onderdeel a, maakt het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, een passende beoordeling van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied. 2. In afwijking van het eerste lid hoeft geen passende beoordeling te worden gemaakt, ingeval het plan of het project een herhaling of voortzetting is van een ander plan, onderscheidenlijk project, of deel uitmaakt van een ander plan, voor zover voor dat andere plan of project een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten kan opleveren over de significante gevolgen van dat plan of project. 3.

Het bestuursorgaan stelt het plan uitsluitend vast, en gedeputeerde staten verlenen voor het project, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend een vergunning, indien uit de passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. 4. In afwijking van het derde lid kan, ondanks het feit dat uit de passende beoordeling de vereiste zekerheid niet is verkregen, het plan worden vastgesteld, onderscheidenlijk de vergunning worden verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. er zijn geen alternatieve oplossingen; b. het plan, onderscheidenlijk het project, bedoeld in het eerste lid, is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en c. de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft. 5. Ingeval het plan, onderscheidenlijk het project, bedoeld in het eerste lid, significante gevolgen kan hebben voor een prioritair type natuurlijke habitat of een prioritaire soort in een Natura 2000-gebied, geldt, in afwijking van het vierde lid, onderdeel b, de voorwaarde dat het plan, onderscheidenlijk het project nodig is vanwege: a.

argumenten die verband houden met de menselijke gezondheid, de openbare veiligheid of met voor het milieu wezenlijk gunstige effecten, of b. andere dwingende redenen van openbaar belang, na advies van de Europese Commissie. 6. Een advies van de Europese Commissie als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel b, wordt door de Minister gevraagd. Het bestuursorgaan, onderscheidenlijk gedeputeerde staten doen daartoe een verzoek aan de Minister. 7. Compenserende maatregelen als bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, maken onderdeel uit van het plan, onderscheidenlijk de verplichting om deze maatregelen te treffen maakt onderdeel uit van de vergunning voor het project, bedoeld in het eerste lid. Het bestuursorgaan dat het plan vaststelt meldt, onderscheidenlijk gedeputeerde staten melden de compenserende maatregelen aan Onze Minister, die de Europese Commissie van de maatregelen op de hoogte stelt. 8. Ingeval een compenserende maatregel voorziet in de ontwikkeling of verbetering van leefgebieden voor vogels, natuurlijke habitats of habitats voor soorten buiten een Natura 2000-gebied, draagt Onze Minister ervoor zorg dat deze leefgebieden of habitats een Natura 2000-gebied, of een onderdeel van een Natura 2000-gebied worden.

Een passende beoordeling is verplicht als een plan, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, significante gevolgen kan hebben voor de betrokken Natura 2000-gebieden.3) Voor de inschatting van de effecten die een plan kan hebben, moet de significantie worden beoordeeld in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, die voor kwalificerende soorten en habitats zijn geformuleerd. Als niet op grond van objectieve gegevens op voorhand significante gevolgen op een Natura 2000-gebied zijn uitgesloten, moet een passende beoordeling worden gemaakt.4) In de passende beoordeling worden de effecten op Natura 2000-gebieden nader onderzocht. Vervolgens kan een bestemmingsplan slechts worden vastgesteld indien is verzekerd dat ook bij een maximale invulling van het plan de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast.

2.3

Spoedwet aanpak stikstof

Op 1 januari 2020 is de Spoedwet aanpak stikstof aangenomen. De Spoedwet bevat instrumenten om vergunningverlening voor (specifieke) projecten makkelijker te maken. Momenteel geldt het volgende kader: - op basis van de Wet natuurbescherming is een vergunning vereist voor projecten die mogelijk een significant negatief effect kunnen hebben op een Natura 2000-gebied. Uitzondering hierop zijn projecten waarbij kan worden uitgesloten dat significante negatieve effecten optreden: hiervoor vervalt als gevolg van de spoedwet de vergunningsplicht. Indien een hoogste bijdrage van niet meer dan 0,0049 mol/ha/jaar berekend wordt kan worden uitgesloten dat er significant negatieve effecten optreden; - indien een vergunning is vereist omdat niet kan worden uitgesloten dat mogelijke significante effecten optreden, dient tevens een passende beoordeling te worden opgesteld om in beeld te brengen of er daadwerkelijk significante negatieve effecten aan de orde zijn. In een passende beoordeling mogen tevens mitigerende maatregelen betrokken worden. Indien geen significante effecten aanwezig zijn, dan kan een vergunning verkregen worden; - indien uit de passende beoordeling blijkt dat significante effecten niet zijn uit te sluiten, dan is een vergunning enkel mogelijk met het doorlopen van een ADC-toets.

Hier moet worden aangetoond dat er geen (A)lternatieven zijn, het project in het kader van een (D)wingende reden van groot openbaar belang is en dient (C)ompensatie plaats te vinden.

3) Art. 2.8, tweede lid, van de Wnb. 4) ABRvS 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1421.

3. EFFECTBESCHRIJVING EN -BEOORDELING 3.1 Het plan Figuur 3.1 laat de beoogde inrichting van het plangebied zien. De figuur is tevens in hogere kwaliteit opgenomen bij de vergunningaanvraag.

Figuur 3.1 Beoogde inrichting (17 april2024)

3.2 Instandhoudingsdoelen Haringvliet

Voor dit Natura 2000-gebied gelden de volgende instandhoudingsdoelen; Tabel 3.1. Instandhoudingsdoelen Haringvliet (bron: Haringvliet: Doelstelling | natura 2000) doelst. Habitattypen opp.vl. H3270 - Slikkige rivieroevers > H6430B - Ruigten en zomen harig wilgenroosje > H91E0A* - Vochtige alluviale bossen zachthoutooibossen = Habitatrichtlijnsoorten popula- doelst. tie opp.vl. H1095 - Zeeprik > = H1099 - Rivierprik > = H1102 - Elft > = H1103 - Fint > = H1106 - Zalm > = H1163 - Rivierdonderpad = = H1337 - Bever = = H1340* - Noordse woelmuis > > broed- doelst. Broedvogels paren opp.vl. A081 - Bruine kiekendief 20 = A132 - Kluut 2000* = A137 - Bontbekplevier 105 = A138 - Strandplevier 220* = A176 - Zwartkopmeeuw 400* = A191 - Grote stern 6200* = A193 - Visdief 6500* = A195 - Dwergstern 300* = A272 - Blauwborst 410 = A295 - Rietzanger 420 = Niet-broedvogels populatie functie doelst. opp.vl.

A005 - Fuut 160 Foerageergebied = A017 - Aalscholver 240 Slaap- en rustplaats en foerageergebied = A026 - Kleine zilverreiger 3 Slaap- en rustplaats en foerageergebied = A034 - Lepelaar 160 Foerageergebied = A037 - Kleine zwaan behoud Slaap- en rustplaats en foerageergebied = A041 - Kolgans 400 Slaap- en rustplaats en foerageergebied = A042 - Dwerggans 20 Slaap- en rustplaats en foerageergebied = A043 - Grauwe gans 6600 Slaap- en rustplaats en foerageergebied = A045 - Brandgans 14800 Slaap- en rustplaats en foerageergebied = A048 - Bergeend 820 Foerageergebied = A050 - Smient 8900 Slaap- en rustplaats en foerageergebied = A051 - Krakeend 860 Foerageergebied = A052 - Wintertaling 770 Foerageergebied = A053 - Wilde eend 6100 Foerageergebied = A054 - Pijlstaart 30 Foerageergebied =

doelst. kwal. = = = doelst. kwal. > > > > > = = > doelst. kwal. = = = = = = = = = = doelst. kwal. = = = = = = = = = = = = = = =

A056 - Slobeend A061 - Kuifeend A062 - Toppereend A094 - Visarend A103 - Slechtvalk A125 - Meerkoet A132 - Kluut A140 - Goudplevier A142 - Kievit A156 - Grutto A160 - Wulp

90 3600 120 3 8 2300 160 1600 3700 290 210

Foerageergebied Foerageergebied Foerageergebied Foerageergebied Foerageergebied Foerageergebied Foerageergebied Foerageergebied Slaap- en rustplaats en foerageergebied Slaap- en rustplaats en foerageergebied Slaap- en rustplaats en foerageergebied

= = = = = = = = = = =

= = = = = = = = = = =

3.2.1 Aanwezigheid kwalificerende soorten Een klein deel van de soorten van tabel 3.1 wordt regelmatig waargenomen in het aangrenzende deel van Natura 2000, direct ten westen van het plangebied. Het betreft met name brandgans, kievit, scholekster en rietzanger (bron: www.waarneming.nl 2013-2023). Deze informatie is gebaseerd op duizenden waarnemingen door tientallen, deels zeer ervaren waarnemers en wordt daarom als voldoende indicatief beoordeeld voor de natuurwaarden in het aangrenzende Quackgors.

3.3

Effectenindicator

De Effectenindicator van het ministerie van LNV geeft voor de combinatie Haringvliet en landrecreatie de volgende potentiele effecten op Natura 2000 aan: Tabel 3.2 Effectindicator Haringvliet en landrecreatie

In de volgende paragraaf wordt nader beoordeeld of deze potentiële effecten bij de beoogde ontwikkeling kunnen optreden. Daarbij wordt tevens mogelijke effecten als gevolg van stikstofdepositie (verzuring en vermesting) beoordeeld. De effectenindicator geeft deze effecten om onduidelijke redenen niet weer.

3.4

Afbakening mogelijke effecten

1.

Oppervlakteverlies Het plangebied ligt buiten de grenzen van het Natura 2000-gebied. Van oppervlakteverlies is derhalve geen sprake.

2.

Verzuring en vermesting De effectindicator noemt dit thema voor geen enkel Natura 2000-gebied in relatie tot landrecreatie. Het thema is echter wel zeer relevant voor bijvoorbeeld het Natura 2000-gebied Voornes Duin op circa 1700 meter afstand van het plangebied en wordt hier daarom behandeld. De aanleg- en gebruiksfase leiden immers tot extra stikstofemissies door inzet van mobiele werktuigen en extra verkeersbewegingen. Een deel van de habitattypen en leefgebieden van kwalificerende (vogel)soorten in de nabijgelegen Natura 2000-gebieden, met name Voornes Duin is (zeer) stikstofgevoelig. Dit thema wordt daarom uitgewerkt in de volgende paragrafen.

3.

Verontreiniging Verontreiniging tijdens de aanlegfase zal niet optreden door de inzet van modern materieel, strikte regelgeving en toezicht daarop. In de gebruikfase gelden eveneens strenge regels voor onder meer het inzamelen en verwerken van afval en het voorkomen van zwerfvuil. Het is bovendien in het belang van de initiatiefnemer om verontreiniging te voorkomen en hier naar te handelen en op toe te zien. Dit thema wordt daarom niet verder uitgewerkt.

4.

Verstoring door geluid De aanlegwerkzaamheden en het gebruik van zwaar materieel leveren een tijdelijke toename van geluid op. Dit geluid kan uitstralen op Natura 2000-gebied. Dit thema wordt daarom nader uitgewerkt.

5.

Verstoring door licht Tijdens de aanleg- en gebruiksfase is mogelijk sprake van tijdelijke uitstraling van licht. Dit thema wordt daarom nader uitgewerkt.

6.

Optische verstoring Optische verstoring wordt in de aanlegfase veroorzaakt door bouwwerkzaamheden alsmede een toename van verkeersbewegingen. Daarnaast zal er in de gebruikfase sprake zijn van meer recreanten rond het Natura 2000-gebied die mogelijk voor verstoring kunnen zorgen. Dit thema wordt daarom nader uitgewerkt.

7.

Verstoring door mechanische effecten Hieronder vallen verstoring door betreding, golfslag, luchtwervelingen etc. die optreden ten gevolge van menselijke activiteiten. Dergelijke effecten zijn bij het onderhavige plan niet aan de orde.

Tabel 3.3 Nader te beschrijven effecten Potentieel effect Oppervlakteverlies

Te onderzoeken

Verzuring & vermesting

X

Verontreiniging Verstoring door geluid Verstoring door licht Optische verstoring

X X X

Verstoring door mechanische effecten

3.5

Effecten in de aanlegfase

3.5.1 Verzuring/vermesting Met het rekenmodel Aerius (versie oktober 2024,is een berekening uitgevoerd om de mogelijke gevolgen van de aanlegfase voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen. In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op de gehanteerde uitgangspunten, de resultaten en de conclusie. Uitgangspunten aanlegfase De ontwikkeling bestaat uit het realiseren van een camperpark. Hiervoor zijn geen werkzaamheden, zoals het afvoeren van grond, nodig. Er wordt prefab sanitair en 1 chalet geplaatst. In tabel 3.4 zijn de afzonderlijke emissiebronnen in de aanlegfase uitgewerkt. De uitkomsten op jaarbasis (laatste kolom) zijn ingevoerd in AERIUS Calculator. De werkzaamheden vinden naar verwachting in 2024/25 plaats en zullen circa 30 werkdagen in beslag nemen. Naast de machines in tabel 3.4 wordt

ook gebruikt gemaakt van een elektrische verdichtingstrilplaat. Omdat deze machine elektrisch is, is er geen sprake van uitstoot en is deze daarom niet meegenomen in de stikstofberekening. De inzet van het overige materieel is ingevoerd als vlakbron aangezien dit materieel op het hele terrein werkzaam zal zijn. Met het bouwbedrijf zal de afspraak gemaakt worden dat machines uitgezet worden indien deze niet in bedrijf. Zodoende is er geen sprake van stationair draaien van machines. De verkeersbewegingen zijn ingevoerd als lijnbron. Tabel 3.4 Materieel inzet beoogde ontwikkeling 2023 Materieel

Vermogen

Stage Klasse

Graafmachine Minigraver

100 kW Stage V, 75-560 kW, >2019 19 kW Stage V, <56 kW >2019 Aanvoer materialen en personeel Vrachtwagens 122 zware bewegingen Woon-werkverkeer 60 lichte bewegingen

Totaal uren 80 120

Literverbruik / uur 9,7 2,4

Totaal liter verbruik / jaar 776 288

Adblue (7%) 54,3 -

De verkeerstoename door een project wordt in de berekeningen meegenomen tot het extra verkeer opgaat in het ‘heersende verkeersbeeld’. Volgens de ‘instructie gegevensinvoer Aerius’ wil zeggen dat ‘het extra verkeer door zijn snelheid en rij- en stopgedrag zich niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt’. Hierbij weegt ook de verhouding mee tussen de hoeveelheid extra verkeer en het reeds op de weg aanwezige verkeer. Bij de modellering in Aerius is er van uitgegaan dat het verkeer wordt afgewikkeld via de Nieuwe Zeedijk en Zoomweg naar de N497. Op de Zoomweg (814 mvt/etm) gaan de vervoersbewegingen die samenhangen met de realisatie op in het heersende verkeersbeeld. Voor de helft van het lichte bouwverkeer vanuit het plangebied is tevens een aparte vlakbron als koude start ingevoerd. Het zware verkeer komt bouwmaterialen en goederen afleveren en vertrekt weer binnen 2 uur. Dit zijn dus geen koude starts. Resultaten en conclusie Uit de berekening met AERIUS Calculator (versie oktober 2024 voor de gecombineerde aanlegfase & gebruiksfase in 2025 (zie ook par 3.4.1.) blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie binnen stikstofgevoelig Natura 2000-gebied. 3.5.2

Verstoring door geluid

Tijdens de inrichtingswerkzaamheden wordt geluid geproduceerd, dat in een aantal gevallen kan reiken tot in Natura 2000gebied. Tabel 3.5 laat de ligging van de geluidscontouren zien van een aantal installaties, machines en voertuigen die mogelijk of zeker bij de aanleg worden gebruikt. Voor vogels van open landschappen, zoals het Haringvliet, geldt een verstoringscontour van 47 dB(A)5. De ecologische verstoringscontour van 47 dB(A) is gemarkeerd. Maatgevend voor geluidbelasting in dit project is het geluid van een graafmachine. Tabel 3.5 Geluidscontouren aanlegwerkzaamheden

Activiteit Graafmachine Compressor Geluidarm aggregaat Geluidarme pomp (elektrisch) 60 vrachtwagenbewegingen per uur 5

Lwr (dB(A) 107 100 93 90 106

42 dB(A) 291 221 122 84 62

Afstand tot bron (m) 47 dB(A) 50 dB(A) 60 dB(A) 171 123 56 128 92 35 70 50 15 48 34 10 35 25 <2

Reijnen, M. en R. Foppen (1992): 'Effect van wegen met autoverkeer op de dichtheid van broedvogels'.

70 dB(A) 20 10 4 3 -

Wanneer deze geluidscontour van 171 meter wordt geprojecteerd op de omgeving, uitgaande van de westrand van het plangebied, dan ontstaat het beeld van figuur 3.2. Het tijdelijk verstoorde areaal bedraagt circa 3,5 hectare. Dit areaal is 5% van het totale Quackgors en 0,03% van het totale areaal van het Natura 2000-gebied Haringvliet. Een eventueel tijdelijke verstoringseffect door bouwlawaai tijdens de aanlegfase is daarom verwaarloosbaar klein en verre van significant.

Figuur 3.2 Ligging maximale 47 dB(A)-verstoringscontouren aanlegwerkzaamheden 3.5.3 Verstoring door licht In de huidige situatie zijn in de jachthavens reeds vele lichtbronnen aanwezig. Figuur 3.3 laat de reeds hoge lichtemissie rond het plangebied zien. Het aangrenzende deel van het Haringvliet is relatief donker. Nieuwe lichtbronnen die over het Natura 2000-gebied schijnen kunnen daarom leiden tot een relevant verstoringseffect. Het eventueel gebruik van kunstlicht in de aanlegfase zal daarom beperkt moeten blijven tot speciale armaturen. Door gebruik te maken van armaturen met een beperkte uitstraling naar de zijkanten en geen enkele uitstraling naar boven, kan de grens van 1 lux6) beperkt blijven tot circa 50 meter vanaf de lichtpunten. Dergelijke armaturen worden toegepast bij sportvelden in of nabij bewoond gebied zodat een hoge lichtsterkte op het terrein (150 lux) gecombineerd kan worden met een minimale lichtuitstraling naar de omgeving.

6) 1 lux geldt als de grens waarbij de zeer lichtgevoelige watervleermuis niet wordt verstoord. Voor dagactieve vogels ligt deze verstoringsdrempel waarschijnlijk aanzienlijk hoger maar dit is nooit goed onderzocht.

Figuur 3.3 Lichtemissie 2021 rond plangebied (rood) (bron: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten) Conclusie

Met inachtneming van maatregelen (speciale armaturen) zullen negatieve effecten op de instandhoudingdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Haringvliet geheel worden voorkomen. Een significant effect van verstoring door licht in de aanlegfase is derhalve uitgesloten. 3.5.4 Optische verstoring In de aanlegfase kan het gebruik van hoge kranen en machines en extra verkeersbewegingen voor de aan- en afvoer van mensen en materialen leiden tot optische verstoring. Langs de noord- en westrand van dit deel van het Natura 2000-gebied is reeds sprake van optische verstoring door passerende fietsers. De extra verstoring tijdens de aanlegfase is relatief zeer gering en verre van significant.

3.6

Effecten in de gebruiksfase

3.6.1 Verzuring/vermesting In deze paragraaf wordt voor de toekomstige gebruiksfase achtereenvolgens ingegaan op de gehanteerde uitgangspunten, de resultaten en de conclusie. De invoer- en uitvoergegevens vanuit Aerius zijn opgenomen in een aparte bijlage.

Uitgangspunten gebruiksfase Voor de gebruiksfase is het rekenjaar 2025 gehanteerd. Omdat dit hetzelfde rekenjaar is als de realisatiefase zijn beide fases in één berekening uitgevoerd. In de nieuwe situatie zal er sprake zijn van een camperpark met ruimte voor maximaal 63 plaatsen. Verkeer Op basis van het CROW uitgave 381 (2018) geldt voor een kampeerterrein een verkeersgeneratie van 0,4 mvt per standplaats (exclusief 10% voor bezoekers per standplaats). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 63 camperplaatsen, wat leidt tot een verkeersgeneratie van (63 x 0,44 = 27,72 =) 28 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde weekdag. Inclusief bezoekers komt dit neer op een verkeersgeneratie van (27,72 x 1,1 =) 30,5 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde weekdag. Daarnaast zal de afvalinzameling maximaal 1 keer per 2 weken plaatsvinden. Qua bewegingen is daarom uitgegaan van 52 middelzware mvt/jaar. De verkeerstoename door een project wordt in de berekeningen meegenomen tot het extra verkeer opgaat in het ‘heersende verkeersbeeld’. Volgens de ‘instructie gegevensinvoer Aerius’ wil zeggen dat ‘het extra verkeer door zijn snelheid en rij- en stopgedrag zich niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt’. Hierbij weegt ook de verhouding mee tussen de hoeveelheid extra verkeer en het reeds op de weg aanwezige verkeer.

Bij de modellering in Aerius is er van uitgegaan dat het verkeer wordt afgewikkeld via de Nieuwe Zeedijk en Zoomweg naar de N497. Op de N497 gaan de vervoersbewegingen die samenhangen met de gebruiksfase op in het heersende verkeersbeeld. Voor de helft van het lichte verkeer vanuit het plangebied is tevens een aparte vlakbron als koude start ingevoerd. Het zware verkeer komt goederen afleveren en vertrekt weer binnen 2 uur. Dit zijn dus geen koude starts. Gasverbruik Het propaangebruik van een camper bedraagt gemiddeld 510 gr propaan/dag (bron: Gasverbruik camper op de camping Kampeerwijzer). Bij 63 campers gaat het dus om 32,13 kg /dag. Bij een bezetting van 100% (worst-case) is het totale propaangebruik 11.727 kg/jr. Eén kilogram propaangas is 2 liter vloeibaar gas (bron: Hoeveel propaangas zit er in een gasfles? | Primagaz FAQ), dus 23.455 liter propaan per jaar. Uitgaande van 0,27 m3 per liter bedraagt de hoeveelheid propaan 6.332,85 m3 propaan. Met 6,42 Nm3 rookgas per m3 propaan ontstaat 40.656,9 Nm3 rookgas. De emissieconcentratie bedraagt 150 mg NOx per Nm3 propaan, de NOx-emissie bedraagt derhalve 6,1 kg NOx per jaar. Deze emissie is als vlakbron ingevoerd met een uitstoothoogte van 3 meter.

Daarnaast zal incidenteel gebruik worden gemaakt van aardgas voor de verwarming van het sanitair gebouw en beheerdersgebouw. De voorkeur is om geen gas te hoeven gebruiken maar gebruik te maken van heat pipes en duurzame alternatieven. Mocht dit niet toereikend zijn, dan biedt de gastank een alternatief voor verwarming van deze faciliteiten. De gastank betreft een tank van 1,5 m³ en zal circa 10 keer per jaar worden gevuld. Worst-case wordt uitgegaan van een gasverbruik van 15 m3 per jaar. Uitgaande van 8,9 Nm3 rookgas per kuub aardgas (bron: Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator, 2021) is dit 133,5 Nm3 rookgas in het maatgevende jaar. Met een emissieconcentratie van 70 mg NOx/Nm3 rookgas is de uitstoot 9,3 gram NOx per jaar. Deze emissie is in AERIUS Calculator ingevoerd als puntbron met een emissiehoogte van 4 meter. Resultaten en conclusie Uit de berekening met AERIUS Calculator (rekenjaar 2025) blijkt dat er voor de gecombineerde aanleg- en gebruiksfase geen toename is van stikstofdepositie in stikstofgevoelig Natura 2000-gebied. 3.6.2 Geluid In de gebruiksfase zal het geluid door de extra verkeersgeneratie en recreanten wegvallen tegen het reeds bestaande (verkeers)geluid in en rond de jachthaven. De 47 dB(A)-verstoringscontour zal niet verder overlappen met Natura 2000. Verstoring door geluid tijdens de gebruiksfase is daarom uitgesloten.

3.6.3 Verstoring door licht Langs de westrand van het terrein wordt een strook van 7 meter bosplantsoen in 7 rijen aangebracht die bij de aanplant minimaal 1,2 meter hoog is. In deze rand wordt onder meer de inheemse beuk (Fagus sylvatica) aangeplant die ook in de winter blad draagt en daardoor altijd voor afscherming zorgt. Het licht van in- en uitparkerende campers zal daardoor niet over het Natura 2000-gebied schijnen. Verstoring van vogels in het Natura 2000-gebied door verlichting is daarom op voorhand uit te sluiten. 3.6.4 Optische verstoring Verstoring door recreanten Langs de noord- en westrand van dit deel van het Natura 2000-gebied is reeds sprake van optische verstoring door passerende fietsers en auto’s. De onder 3.4.3. genoemde struweelrand zal visuele verstoring vanuit het plangebied geheel afschermen. Extra verstoring door recreanten zal evenmin optreden. Deze recreanten voegen zich in bestaande bezoekersstromen over bestaande wegen langs de rand van Natura 2000. Vele onderzoeken (o.a. Krijgsveld, 2022) wijzen uit dat in gebieden waar een bepaalde verstoringsbron geen werkelijke dreiging vormt en daarnaast ook voorspelbaar is, vogels steeds minder reageren op de verstoringsbron.

Het type verstoring is daarbij bepalend voor de verstoringsafstand: voorspelbaarheid: voorspelbare gebeurtenissen of gedrag leiden tot minder verstoring en kortere verstoringsafstanden; gedrag verstoorder: richting (langs versus naderend), gedrag (rustig doorgaand versus alternerend stilhoudend en roepen), vervoer (lopend met hond versus fiets, roeiboot versus motorboot) van verstoorder beïnvloeden de verstoringsafstand; Eventuele fiets- en wandelbewegingen langs de rand van het Quackgors zijn rustig, voorspelbaar, ongevaarlijk en gaan langs eventuele vogels in plaats van recht er op af. Het extra verstoringseffect als gevolg van extra fiets- en wandelbewegingen is derhalve afwezig. Verlichting Op het camperterrein worden op een aantal strategische plekken lage zonnelantaarns / oriëntatieverlichting geplaatst van maximaal 120 centimeter hoog, voor dit type is geen leidingwerk nodig. Het Licht is gericht naar de grond. Bij de entree zal een lantaarn staan van maximaal 3 meter. Deze valt naar verwachting weg in het huidige lichtbeeld. Als uit veiligheidsoverwegingen blijkt dat een lantaarn van 4,5 meter beter is, zullen we op deze plek uitwijken naar een hogere lantaarn.

3.7

Cumulatie

Er zijn geen vergunde projecten bekend die nog niet zijn uitgevoerd en die in cumulatie met het onderhavige plan/project kunnen leiden tot significant negatieve effecten op Natura 2000. Omdat het onderhavige plan niet leidt tot stikstofdepositie op stikstofgevoelig Natura 2000-gebied is een cumulatietoets ten aanzien van stikstof geheel niet aan de orde.

3.8 Conclusies Vanwege de ligging buiten Natura 2000 zijn effecten als areaalverlies en versnippering op voorhand geheel uit te sluiten. Aanlegfase  Uit de berekening met AERIUS Calculator (2024.0.1) blijkt dat er voor de gecombineerde aanleg- en gebruiksfase geen toename is van stikstofdepositie in stikstofgevoelig Natura 2000-gebied.

Verstoring door licht, geluid en beweging zijn in de aanlegfase zeer gering en verre van significant.

Gebruiksfase  Uit de berekening met AERIUS Calculator (versie oktober 2024 blijkt dat er voor de gecombineerde aanleg- en gebruiksfase geen toename is van stikstofdepositie in stikstofgevoelig Natura 2000-gebied.  Verstoring door geluid, licht en beweging zullen in de gebruiksfase niet optreden. Cumulatie  Er zijn geen vergunde projecten bekend die nog niet zijn uitgevoerd en die in cumulatie met het onderhavige plan/project kunnen leiden tot significant negatieve effecten op Natura 2000.

Bijlage 1 Bronnen          

Gies, T. (2007): 'Onderbouwing significant effect depositie op natuurgebieden' Alterra-rapport 1490. Krijgsveld, K.L., (2022): 'Verstoringsgevoeligheid van vogels, update literatuurstudie naar de reactie van vogels op recreatie'. Livezey (2016): “Database of Bird Flight Initiation Distances to Assist in Estimating Effects from Human Disturbance and Delineating Buffer Areas” Kaarten | Atlas Leefomgeving Reijnen, M. en R. Foppen (1992): 'Effect van wegen met autoverkeer op de dichtheid van broedvogels'. Tursic, A. et al (2012): “Vogels en geluid, nieuwe methode effectbepaling geluid op vogels” Haringvliet: Doelstelling | natura 2000https://calculator.aerius.nl/ http://geodata.rivm.nl/gcn/ www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/effectenindicator

Bijlage 4 Aerius berekening

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

handleidingen op onze website

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

-, -aanleg + gebruiksfase 2025

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Rv1JYAiERRF9 31 januari 2025, 10:31 OwN2000-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Aanleg- & gebruiksfase - Beoogd Aanleg- & gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

Rv1JYAiERRF9 (31 januari 2025)

2025 -

0,5 kg/j

17,5 kg/j

2/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15216034/2