BIJLAGE Ruimtelijke Onderbouwing Camperpark Heliushaven Hellevoetsluis_20220735
Tekst van het document
CAMPERPARK HELIUSHAVEN HELLEVOETSLUIS Camperpark Hellevoetsluis b.v. 6 februari 2025
1/46
DATUM KENMERK PROJECT PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER IMRO-CODE STATUS
2/46
6 februari 2025 20220735/60528/RvO20220735/60528/RvO Camperpark Heliushaven Rob Sips Camperpark Hellevoetsluis b.v. 20220735 NL.IMRO.1992.OVCamperpark-0130 Definitief
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
INHOUD 1.
2.
3.
3/46
Inleiding
7
1.1 1.2 1.3 1.4
7 7 8 8
Aanleiding Ligging projectgebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
Planbeschrijving
9
2.1 2.2
9 10 10 10 11 11 11 11 11 11
Huidige situatie Toekomstige situatie 2.1.1 Algemeen 2.1.2 Programma 2.1.3 Beheerderschalet 2.1.4 Sanitair gebouw 2.1.5 Gastank 2.1.6 Entree 2.1.7 Verlichting 2.1.8 Landschappelijke inpassing en groene inrichting
Beleidskader
13
3.1
13
Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (geconsolideerde versie 2020) 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 lid 2 Bro) 3.1.3 Kustpact
13 14 15
3.2
Provinciaal en regionaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerde versie 2023) 3.2.2 Omgevingsverordening (geconsolideerde versie 2023)
15 15 17
3.3
Gemeentelijk beleid 3.3.1 Toekomstvisie Voorne aan zee (2021) 3.3.2 Structuurvisie Hellevoetsluis 2015+ 3.3.3 Beleidsplan Toerisme en Recreatie 2014-2017 3.3.4 Nota Ruimtelijke Kwaliteit Hellevoetsluis 2010, technische herziening 2019 3.3.5 Duurzaamheidsbeleid 3.3.6 Geluidbeleidsplan 2020-2030 3.3.7 Luchtbeleidsplan 2020-2030 3.3.8 Beleidsvisie Externe Veiligheid (2020-2030) 3.3.9 Watertakenplan 2017-2020 3.3.10 Gemeentelijk Verkeer & vervoersplan 2013 3.3.11 Parkeernormen Voorne aan Zee 2023 3.3.12 Nota bodembeheer Voorne aan Zee 3.3.13 Groenstructuurplan Hellevoetsluis
19 19 19 20 20 21 22 22 22 23 23 23 24 24
3.4
Conclusie
24
4.
4/46
Omgevingsaspecten
25
4.1
Geluidshinder 4.1.1 Beleid en normstelling 4.1.2 Toetsing en conclusie
25 25 25
4.2
Verkeer en parkeren 4.2.1 Toetsingskader 4.2.2 Bereikbaarheid 4.2.3 Verkeersgeneratie 4.2.4 Verkeerstoedeling 4.2.5 Beoordeling verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid 4.2.6 Conclusie
25 25 25 25 26 26 28
4.3
Water 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4
28 28 29 29 30
4.4
Ecologie 4.4.1 Wet natuurbescherming 4.4.2 Gebiedsbescherming 4.4.3 Soortenbescherming 4.4.4 Natuurinclusief bouwen 4.4.5 Conclusie
30 30 32 33 34 34
4.5
Bodemkwaliteit 4.5.1 Toetsingskader 4.5.2 Onderzoek 4.5.3 Conclusie
34 34 34 36
4.6
Archeologie en cultuurhistorie 4.6.1 Regelgeving en beleid 4.6.2 Archeologisch onderzoek 4.6.3 Conclusie
36 36 37 37
4.7
Luchtkwaliteit 4.7.1 Beleid en normstelling 4.7.2 Onderzoek 4.7.3 Conclusie
37 37 38 38
4.8
Bedrijven en milieuhinder 4.8.1 Beleid en normstelling 4.8.2 Onderzoek en conclusie
38 38 39
4.9
Externe veiligheid 4.9.1 Beleid en normstelling 4.9.2 Onderzoek 4.9.3 Conclusie
39 39 40 40
4.10 Kabels en leidingen 4.10.1 Toetsingskader 4.10.2 Onderzoek en conclusie
40 40 40
Waterbeheer en watertoets Huidige situatie Toekomstige situatie Conclusie
5.
6.
4.11 Vormvrije m.e.r.- beoordeling 4.11.1 Onderzoek
40 41
Uitvoerbaarheid
42
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.1.1 Participatie 5.1.2 Vooroverleg 5.1.3 Zienswijzen
42 42 43 43
5.2
Economische uitvoerbaarheid
44
Conclusie
45
BIJLAGEN Bijlage 1
Inrichtingstekening 17 april 2024
Bijlage 2
Ontwerpboek 18 april 2024
Bijlage 3
Voortoets Natura 2000
Bijlage 4
Aerius berekening
Bijlage 5
Quickscan Wet Natuurbescherming
Bijlage 6
Verkennend, aanvullend en nader bodemonderzoek
Bijlage 7
Asbestonderzoek
Bijlage 8
Evaluatie Sanering
Bijlage 9
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.
Bijlage 10
Reactiedocument
Bijlage 11
Nota Vooroverleg
Bijlage 12
Nota van beantwoording zienswijze
5/46
6/46
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
1.2
Ligging projectgebied
Gelet op de groeiende populariteit van reizen in een camper en de stijging in het aantal geregistreerde campers, wil Camping ’t Weergors voorzien in de behoefte van campertoeristen. Daartoe heeft Camping 't Weergors 'Camperpark Hellevoetsluis B.V.' opgericht. De Nederlandse Kampeerauto Club (NKC) heeft de typische kenmerken van deze doelgroep in kaart gebracht, waaronder een brede interesse, mobielheid en het verkiezen van een plaats waar campers van verschillende afmetingen en gewichtsklassen op een stevige ondergrond kunnen staan. Met het realiseren van een nieuw camperpark met 63 plaatsen in Hellevoetsluis kan Camping ’t Weergors bijdragen aan de doelstellingen van de gemeente voor toerismeontwikkeling in de Zuid-Hollandse Delta en de toeristische aantrekkingskracht van de regio versterken. Op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Heliushaven’ is een camperpark op deze plek niet mogelijk. Met een omgevingsvergunning buitenplanse afwijking (artikel 2.12 lid 1, sub a onder 3c Wabo) kan worden afgeweken van het bestemmingsplan. Hiervoor is het noodzakelijk dat wordt aangetoond dat voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening. De voorliggende ruimtelijke onderbouwing toont aan dat het planvoornemen niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De ruimtelijke onderbouwing maakt daarbij enkel het afwijken van het bestemmingsplan mogelijk.
Het projectgebied betreft de kadastrale kavels A nummer 2495 (groot 87 are), nummer 2633 (groot 65 centiare) en nummer 2631 (een gedeelte groot circa 34 ), samen groot 10.165 m² en ligt ten westen van de vesting van Hellevoetsluis (gemeente Voorne aan Zee, provincie Zuid-Holland). De bebouwing van Hellevoetsluis ligt aan de noord- en oostkant van het projectgebied en de jachthaven ligt ten zuiden van het projectgebied. Ten westen ligt het natuurgebied het Quackgors. Het projectgebied ligt in de noordwestpunt van de jachthaven. De weg de Heliushaven ligt direct ten noorden en westen van het projectgebied. Direct ten zuiden ligt een parkeerplaats en een groen dijklichaam.
Figuur 1.1 Projectgebied (bron: grondverkoopkaart 2022).
7/46
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Het geldende bestemmingsplan voor het projectgebied betreft ‘Bestemmingsplan Heliushaven’ zoals vastgesteld op 22 maart 2012 door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Hellevoetsluis. In dit bestemmingsplan heeft het projectgebied de bestemming ‘Bedrijf’ met de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ en ‘bedrijf tot en met categorie 3.2’ met daarbij een bouwvlak waarbinnen gebouwen zijn toegestaan. Het projectgebied heeft tevens de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie -C’, waardoor nieuwe bouwwerken slechts toelaatbaar zijn als de oppervlakte en/of diepte van de bodemingreep kleiner zijn dan 200 m². Ook heeft het projectgebied de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’. Deze dubbelbestemming geeft een vergunningenstelsel ter bescherming van de waterkering. Voor een deel van het projectgebied geldt daarnaast de dubbelbestemming ‘Leiding – Riool’. Deze dubbelbestemming geeft een vergunningenstelsel ter bescherming van de aanwezige hoofdrioolpersleiding. Ten slotte ligt het projectgebied in de aanduiding 'wro - zone - wijzigingsgebied'. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan ter plaatse van de aanduiding 'wro - zone - wijzigingsgebied' onder voorwaarden te wijzigen in de bestemming 'Recreatie-Verblijfsrecreatie' met de nadere aanduiding ‘recreatiewoningen’ en ‘Groen’.
Figuur 1.2 geldend bestemmingsplan Heliushaven (2012) (bron: ruimtelijkeplannen.nl).
1.4
Leeswijzer
Deze ruimtelijke onderbouwing is als volgt opgebouwd: ● Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de ontwikkeling die met deze ruimtelijke onderbouwing wordt mogelijk gemaakt; ● Hoofdstuk 3 toetst de ontwikkeling aan het beleid; ● Hoofdstuk 4 behandelt de omgevingsaspecten; ● Hoofdstuk 5 maakt de uitvoerbaarheid van het plan inzichtelijk; ● Hoofdstuk 6 geeft de slotconclusie of het project voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.
8/46
2. PLANBESCHRIJVING 2.1
Huidige situatie
Het projectgebied bevindt zich op een knikpunt in het landschap: op de grens van binnen- en buitendijks land, verbonden aan de dijk. Het projectgebied grenst zowel aan de dijk, daar waar de weg in noordwestelijke richting het binnendijkse polderland buigt, én aan het water, in een door recreatie gedomineerd landschap, als aan het tussenliggende gorzengebied, een grootschalig half natuurlijk landschap. Op de onderstaande kaart is de ligging tussen de verschillende landschappen weergegeven.
figuur 2.1 ligging van het projectgebied (bron: inrichtingsplan Camperpark Heliushaven K4H) Het projectgebied met een oppervlakte van circa 12.165 m² bestaat op dit moment uit een weide, braakliggend terrein met ruigtekruiden. Aan de oostkant van het gebied staat een grote schietwilg en is een struweel te vinden. Aan de zuidwestkant is het gebied wat drassiger met een rietvegetatie en wilgen- en bramenbosschage.
9/46
2.2
Toekomstige situatie
2.1.1 Algemeen Het inrichtingsplan van het camperpark zoals weergegeven in figuur 2.2 en opgenomen in de bijlage bij de vergunningaanvraag gaat uit van 63 camperplaatsen en bijbehorende voorzieningen waaronder een sanitair gebouw, beheerders-chalet, nutsvoorzieningen waaronder een gastank en een servicestraat. Het camperpark wordt landschappelijk ingepast in dit kustgebied met zoveel mogelijk inheemse beplanting. 2.1.2 Programma In totaal zijn er 63 standplaatsen, onderverdeeld in het volgende type: • reguliere plaatsen 56 stuks, grootte 80-90 m2; • avontuurlijke plaatsen 4 stuks, ‘vrije’ standplaats met bomen/houtstammen; • XXL-formaat 2 stuks, half verharding i.v.m. stabiliteit: grootte 90 m2; • Invalidenplaats 1 stuk, half verhard of verhard t.b.v. rolstoelgebruik: 85 m2.
Figuur 2.2 inrichtingsplan april 2024 (bron: inrichtingsplan Camperpark Heliushaven K4H)
10/46
2.1.3 Beheerderschalet Dit chalet bevindt zich op het camperpark met als doel om in perioden waarin het camperpark drukbezet is een slaap- en werkmogelijkheid te hebben voor een toezichthouder/beheerder. Er is geen sprake van permanente bewoning in dit chalet. In het participatietraject is duidelijk naar voren gekomen dat omwonenden vrezen dat een onbemand camperpark kan zorgen voor overlast. Met de mogelijkheid om een beheerder dag en nacht aanwezig te laten zijn, wordt eventuele overlast voor de buurt voorkomen en bewaken we de rust op het terrein. De oppervlakte van het chalet is maximaal 70m² en de bouwhoogte 5meter. Met een schuurtje van maximaal 6m². 2.1.4 Sanitair gebouw Het sanitair gebouw krijgt een oppervlakte van 40m² met dezelfde bouwhoogte als het beheerdersgebouw namelijk 5 meter. 2.1.5 Gastank De gastank betreft een 1.600liter tank van 1,5 m³ en zal circa 10 keer per jaar worden gevuld. Deze gastank is bedoeld voor incidentele verwarming van het beheerderschalet en sanitair gebouw. De voorkeur is om geen gas te hoeven gebruiken maar gebruik te maken van heat pipes en duurzame alternatieven. Mocht dit niet toereikend zijn biedt de gastank een alternatief voor verwarming van deze faciliteiten. Uit veiligheidsoogpunt zal de gastank zal worden omheind met een hek van 2 meter.
2.1.6 Entree Het camperpark wordt via de noordzijde ontsloten, de aansluiting op de Heliushaven is naar het westen gelegd. Dit voorkomt een verkeersknelpunt bij de scherpe bocht en deze bocht blijft daarmee overzichtelijk. De entree bestaat uit twee rijstroken voor in- en uitgaand verkeer. Er komt een secundaire in-/ uitgang voor de hulpdiensten, zo is het projectgebied van twee kanten bereikbaar. Deze wordt afgesloten met een hek van 1 meter. 2.1.7 Verlichting Op het camperterrein worden op een aantal strategische plekken lage zonnelantaarns / oriëntatieverlichting geplaatst van maximaal 120 centimeter hoog, voor dit type is geen leidingwerk nodig. Het Licht is gericht naar de grond. Bij de entree zal een lantaarn staan van maximaal 3 meter. Deze valt naar verwachting weg in het huidige lichtbeeld. Als uit veiligheidsoverwegingen blijkt dat een lantaarn van 4,5 meter beter is, zullen we op deze plek uitwijken naar een hogere lantaarn. 2.1.8 Landschappelijke inpassing en groene inrichting Veel nadruk in het plan ligt op de landschappelijke inpassing, waarin in het ontwerp ruimte is opgenomen voor natuur en inheemse beplantingen. Een inrichting met respect voor de natuur zoals deze op het eiland oorspronkelijk voorkomt, zorgt ervoor dat recreëren en inheemse natuur hand-in hand gaan.
Het inrichtingsplan voorziet in het behoud van de huidige hoogteligging en verkaveling, versterking van de inheemse singelbeplanting, benadrukken van de huidige belijningen in het landschap. Het ontwerp heeft een brede groenstrook rondom als voortzetting van de bestaande singel langs de Nieuwe Zeedijk, behoud van de reeds aanwezige boomgroepen, met name de imposante, meerstammige, gebiedseigen wilg. Deze krijgen een prominente plek in het oostelijke deel van het terrein. Enkel bij de in-/ uitrit voor de hulpdiensten komt een hekwerk van 1 meter hoog, de rest van het terrein wordt in principe niet omheind, de groene zone zou genoeg barrière moeten zijn en zo kunnen dieren ook het terrein doorkruisen. Mocht er toch vanwege veiligheidsoverwegingen een hekwerk nodig zijn, dan wordt hierover in overleg getreden met de gemeente. Het plan heeft ruime en groene standplaatsen, open, centrale gedeelten, relatief weinig verharding, infiltratie van (afstromend) hemelwater in terreinlaagten met schrale vegetaties. Uitwerkingen;
11/46
Er komt randbeplanting met aan de noordzijde een bosplantsoen van 7 meter breed met een minimale hoogte van 2 meter in 6-8 plantenrijen met gebiedseigen beplanting (zoals meidoorn, kardinaalsmuts, egelantier, wegedoorn, duindoorn, vlier en hondsroos). Aan de westzijde wordt een struweelstrook gevarieerd met bomen en zoomvegetatie, inheems met een minimale hoogte van 1,2 meter aangeplant. Aan de zuidzijde komt een natuurverbindingsstrook van 1,5 meter breed met meidoornstruweel, langgras, zoomvegetatie. Er komt op twee locaties op het camperpark een droge berging voor het vasthouden van regenwater. De bestaande schietwilg midden op het camperpark blijft behouden, net als de bestaande meidoorns en waar nodig worden deze verplaatst. Tussen de camperplaatsen worden bomen en scheidingshagen met inheemse/gebiedseigen soorten van circa 1,2 meter hoog aangeplant. Beheer en onderhoud van het groen wordt uitgevoerd op een natuurlijke wijze (bijvoorbeeld door later te maaien en maaisel kort te laten liggen voordat het af wordt gevoerd) zodat er ruimte is voor plantensoorten en insecten om zich te (her)vestigen. In de gebouwen worden nest en verblijfplaatsen gerealiseerd.
Figuur 2.3 impressie landschappelijke inpassing.
12/46
3. BELEIDSKADER 3.1
3.1.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (geconsolideerde versie 2020) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit project relevante nationale belangen zijn: ● Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. ● Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit.
Figuur 3.1 Uitsnede kaart Grote rivieren uit het Barro. Artikel 2.4.3 (rivierbed) 1. Een bestemmingsplan wijst ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan alleen nieuwe bestemmingen in een rivierbed aan in het geval er sprake is van: a. een zodanige situering van de bestemming dat het veilig en doelmatig gebruik van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; b. geen feitelijke belemmering voor de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier; c. een zodanige situering van de bestemming dat de waterstandverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is, en d. een zodanige situering van de bestemming dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert.
13/46
2. Bij toepassing van het eerste lid worden resterende waterstandeffecten of afname van het bergend vermogen gecompenseerd. 3. In een bestemmingsplan wordt vastgelegd hoe de effecten op de waterstand en de afname van het bergend vermogen worden gecompenseerd. Toetsing In paragraaf 4.3 wordt ingegaan op de watercompensatie voor de toename aan verharding. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 lid 2 Bro) De ladder is als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, moet in de toelichting worden gemotiveerd waarom niet binnenstedelijk in de behoefte kan worden voorzien. Toetsing Uit jurisprudentie (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL: RVS: 2017:1724) blijkt dat het toevoegen van meer dan 500 m2 gebouwde Leisure voorzieningen wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. In dit geval worden 63 camperplaatsen toegevoegd en is geen sprake is van gebouwde Leisure voorzieningen. Het betreft geen stedelijke ontwikkeling. Een beschrijving van de behoefte is niet noodzakelijk.
De behoefte is uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening beschreven. Beschrijving behoefte De behoefte aan camperplaatsen blijkt uit trends en ontwikkelingen. Het aantal campers blijft maar groeien. Op 1 oktober 2022 zijn er ruim 170.000 kampeerauto’s geregistreerd (bron: RDW). In vergelijking met 10 jaar geleden is het aantal verdubbeld. Er is door deze groei in Nederland ook een grote behoefte aan meer camperplaatsen. De coronacrisis heeft deze trend versterkt. In heel Europa staan meer dan 2.500.000 campers geregistreerd. Met als gevolg dat steeds meer buitenlandse bezoekers voor korte trips of langere vakanties ons land per camper bezoeken. Deze groeiende doelgroep moet ook op passende wijze worden gefaciliteerd. De groei zie je ook terug in het aantal camperlocaties op de website Campercontact.com, Europa’s grootste camperplaatsenwebsite. Campercontact heeft in oktober 2022 de miljoenste gebruiker geregistreerd. Het camperplatform, bestaande uit een app en website, telt inmiddels bijna 39.000 camperlocaties in 58 landen. Camperaars verwachten een schone, veilige, rustige, comfortabele en mooie camperplaats in een prettige omgeving. Naarmate het overnachtingstarief hoger is, stelt de camperaar uiteraard meer eisen. Een gratis camperplaats kan en mag sober zijn, maar hygiëne en veiligheid zijn basisvoorwaarden.
Dit plan voorziet in een modern camperpark waar overnacht wordt tegen marktconforme tarieven. De campertoerist weet ook Hellevoetsluis te vinden. Op dit moment beschikt ’t Weergors over 25 verharde camperplaatsen waar campertoeristen het hele jaar gebruik van kunnen maken. Niet zelden staan er in het seizoen echter rond de 60 campers, die dan naast de verharde camperplaatsen ook op de graskampeerplaatsen staan. Op Voorne-Putten zijn, in tegenstelling tot Goeree-Overflakkee, geen camperparken met 30+ plaatsen puur gericht op de campertoerist. Veel campertoeristen reserveren over het algemeen niet lang van tevoren een plaats, maar besluiten lastminute waar zij de nacht doorbrengen. Een grotere camperlocatie helpt in het faciliteren van deze doelgroep. Vaak komen ze pas tegen het einde van de middag op hun camperplaats aan. De camperaar die op zeker wil spelen, kan een plaats reserveren op het camperpark. Op dit moment is er op Voorne-Putten geen park dat zich specifiek op de camperaar richt. Met het nieuw te realiseren camperpark Heliushaven met 63 camperplaatsen, wil Camping ‘t Weergors in deze behoefte voorzien.
14/46
De Nederlandse Kampeerauto Club (NKC) heeft goed in beeld wat een campertoerist onderscheidt van een ‘gewone’ kampeerder. Dit beeld kan Camping ‘t Weergors bevestigen vanuit jarenlange ervaring met het ontvangen van campertoeristen. De camperaar (NKC 2021): ● is mobiel, heeft een brede interesse, blijft vaak voor kortere tijd en doet zijn inkopen graag lokaal; ● recreëert het hele jaar door, dus camperplaatsen helpen de inkomsten voor buiten het seizoen bij musea, horeca en winkels te vergroten; ● gaat ruim tien keer per jaar op pad, waarvan vijf keer kort (1-3 dagen); ● blijft gemiddeld drie dagen op één locatie; ● besteedt gemiddeld €60 per dag per camper aan overnachten, boodschappen, uit eten, etc.; ● zoekt een plaats waar campers van verschillende gewichtsklassen en lengtes op een draagkrachtige vlakke ondergrond kunnen staan; ● zoekt een plaats met voldoende ruimte vanwege de grote draaicirkel van een camper; ● 55% van de camperaars staat graag op een camping, 40% geeft de voorkeur aan een camperplaats, 5% elders. Camping ‘t Weergors ziet kansen om in te spelen op de toeristische groeimarkt van het campertoerisme. Specifieke terreininrichting en faciliteiten die goed aansluiten op de wensen en eisen van de campertoerist horen daarbij, net als: ● Receptie loze check-in en check-out.
● Flexibele in- en uitchecktijden en mogelijkheid om verblijf te verlengen; ● De mogelijkheid om alleen het sanistation te gebruiken en daarna weer door te reizen. Conclusie Uit bovenstaande blijkt dat er vraag is naar overnachtingsplaatsen van campertoeristen. 3.1.3 Kustpact In 2017 ondertekenden provincies, gemeenten, ondernemers, waterbeheerders, natuur- en maatschappelijke organisaties het Kustpact. Zij maakten landelijk afspraken over een goede balans tussen ontwikkeling van recreatieve bebouwing en natuur, stilte en open landschap langs de kust. Toetsing Het camperpark voorziet in een recreatieve en daarnaast groene invulling van het perceel dat voor bedrijvigheid bestemd is. De landschappelijke inpassing, behoud van doorzichten en groene eigenschappen van deze invulling zijn weergeven en verwoord in paragraaf 2.2. Conclusie Het realiseren van een camperpark is niet in strijd met de omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland.
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerde versie 2023) Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Toekomstige beleidsvernieuwing biedt kansen voor verbeteringen in Zuid-Holland. De provincie heeft hiervoor 7 vernieuwingsambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten; 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor; 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen; 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland; 5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving; 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit; 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving.
15/46
Deze ambities zijn vertaald in beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de volgende beleidskeuzen relevant: Ruimtelijke kwaliteit De provincie stuurt op behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, als onderdeel van de kwaliteit van de leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit is het evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning op een positieve manier bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. Ruimtelijke kwaliteit begint met het kiezen van de juiste plek voor nieuwe ontwikkelingen. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Toetsing Op de kwaliteitskaart is het gebied deels aangemerkt als onderdeel van de dorpsrand. De naastgelegen camping is aangemerkt als verblijfsrecreatiegebied. Verblijfsrecreatiegebieden hebben een recreatief karakter en passen qua locatie, schaal, inrichting en kwaliteit van de randen goed in hun omgeving. De haven is onderdeel van de stedelijke groen en waterstructuur.
Ontwikkelingen dragen bij aan het behouden en versterken van de stedelijke groen- en waterstructuur. Daarbij gaat het om de recreatieve kwaliteit, de bijdrage aan klimaatbestendigheid en de verbinding tussen stad en land. Het projectgebied ligt in de dorpsrand. Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). In het ontwerp is daarmee rekening gehouden door een groene, recreatieve inrichting.
Figuur 3.2 kwaliteitskaart Zuid-Holland. Buitenstedelijke recreatieve ontwikkelingen De provincie vindt het van belang dat de behoefte aan grootschalige recreatieve ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied wordt onderbouwd en regionaal afgestemd. Daarnaast beschouwt de provincie permanente bewoning van recreatiewoningen als een onwenselijke ontwikkeling. Nieuwe recreatiewoningen zijn alleen toegestaan in bestaande of in nieuwe verblijfsrecreatieparken, teneinde permanente bewoning tegen te gaan. Grootschalige recreatieve ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied, zoals een verblijfsrecreatiepark, een golfbaan of een jachthaven, beschouwt de provincie in het algemeen als vormen van buitenstedelijke recreatie. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is hierop dus niet van toepassing. Het is wel van belang om, op een vergelijkbare manier als bij de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’, de behoefte aan de recreatieve ontwikkeling te onderbouwen en regionaal af te stemmen.
16/46
Toetsing In dit geval is sprake van een camperpark. Dit is een vorm van recreatie die buitenstedelijke past. Er worden geen recreatiewoningen gerealiseerd. De behoefte is beschreven in paragraaf 3.1.2. Conclusie Het realiseren van een camperpark is in lijn met de omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland. 3.2.2 Omgevingsverordening (geconsolideerde versie 2023) In samenhang met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke bestemmingsplannen. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de onderstaande artikelen relevant. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap. 3. Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid. 4.
Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop. Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij: a. een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap; of b. sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid. 5. Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: c. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; d. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; e.
de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt o ok rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. 6. Specifieke regels voor de gebiedstypen als bedoeld in de artikelen 6.9a, 6.9b, 6.9c, 6.9d. 6.9e, 6.9f en 6.9g, worden in acht genomen tenzij een zwaarwegend openbaar belang hieraan in de weg staat.
17/46
7.
Om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te waarborgen kan het nodig zijn om aanvullende maatregelen te nemen bij aanpassen en transformeren. Aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit een combinatie van: f. duurzame sanering van bestaande bebouwing, kassen en boom- en sierteelt; g. wegnemen van verharding; h. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; i. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert, waarbij: j. aanvullende maatregelen worden getroffen binnen het projectgebied van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat onmogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen buiten het projectgebied worden betrokken in de motivering; k. indien aanvullende maatregelen niet volstaan, financiële compensatie wordt toegepast. Lid 8 Tm 12 zijn voor deze ontwikkeling niet relevant.
Toetsing Het projectgebied ligt in een dag- en verblijfsrecreatiegebied met een jachthaven. Het toevoegen van verblijf recreatieve mogelijkheden past binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Er is sprake van inpassen. Het gebied is aangemerkt als beschermingscategorie 3 buitengebied (zie artikel 6.9a). Artikel 6.9a Beschermingscategorie 3 Buitengebied 1. Een bestemmingsplan voor een locatie binnen buitengebied waarvan de plaats geometrisch is verbeeld op kaart 14 in bijlage II kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast, blijkens een afdoende motivering die tevens ingaat op de keuze voor een locatie buiten bestaand stads- en dorps gebied. 2. In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. de openheid en de structuur van het landschap en de vergezichten daarin; b. de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; c. het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; d. de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. 3. n.v.t.
Figuur 3.3 kaart ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën.
18/46
Toetsing Het mogelijk maken van camperplaatsen tast de openheid of structuur van het gebied niet aan. Verblijfsrecreatie is bovendien een functie die passend is op een aantrekkelijke recreatieve locatie buiten bestaand stads- en dorpsgebied. De kwaliteiten van dit dag- en verblijfsrecreatiegebied rond de jachthaven wordt versterkt door het toevoegen van verblijfsrecreatie mogelijkheden. Artikel 6.10e Permanente bewoning recreatiewoningen Een bestemmingsplan voor een verblijfsrecreatiepark met een omvang van 12 of meer recreatiewoningen, sluit permanente bewoning of functiewijziging naar wonen uit, met uitzondering van de verblijfsrecreatieparken die zijn opgenomen in bijlage XI bij de provinciale verordening. Toetsing Er worden geen recreatiewoningen gerealiseerd.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Toekomstvisie Voorne aan zee (2021) Vanaf 1 januari 2023 vormen Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne een nieuwe gemeente: Voorne aan Zee. Een gemeente in de Zuid-Hollandse delta met prachtige natuur en historische kernen in de nabijheid van de Rotterdamse haven. Kenmerkend voor Voorne aan Zee zijn de rijke historie en prachtige natuur. Dat maakt de gemeente een geliefde plek om te wonen en recreëren. De dorpen en wijken van Voorne aan Zee zijn divers en authentiek. Het zijn hechte gemeenschappen waarin iedereen mee kan doen. De gemeente zet zich in om die eigenheid te versterken. De rust en ruimte blijven behouden, maar er worden ook kansen gecreëerd voor toerisme en recreatie, groot- en detailhandel en de agrarische sector. Dat houdt de lokale economie gezond. In Voorne aan Zee staat de veilige, gezonde, beleefbare en duurzame leefomgeving centraal. De gemeente streeft naar balans tussen rust en ruimte en het aantrekken van toerisme en ontwikkelen van recreatie. Dat is goed voor mens, natuur en economie. De kust en duinen zijn specifieke aandachtsgebieden. Recreatieplekken zoals het strand, de duinen, het Haringvliet en de meren zijn erg geliefd bij de inwoners. Ook bezoekers van buiten de gemeente komen graag naar Voorne aan Zee om te ontspannen.
De bereikbaarheid van het strand en de vestingen is verbeterd door het verbreden van wegen en het aanleggen van nieuwe parkeerplaatsen. Er is geïnvesteerd in recreatievoorzieningen, zoals nieuwe horeca, openbare toiletten en vakantiehuisjes. Toetsing Investeren in recreatievoorzieningen geeft invulling aan de toekomstvisie van de gemeente Voorne aan zee. Hiermee wordt de gemeente aantrekkelijker voor toeristen. 3.3.2 Structuurvisie Hellevoetsluis 2015+ De gemeente blijft zich inzetten op het bieden van ontwikkelingsruimte voor toerisme en recreatie binnen de oeverzone en het ontwikkelen van recreatieve voorzieningen. De Structuurvisie biedt in de oeverzone ontwikkelingsruimte voor toerisme en recreatie. Het deel vanaf de Haringvlietdam tot aan De Vesting vormt de toeristisch-recreatieve (ontwikkelings)zone van Hellevoetsluis. Het gebied leent zich uitstekend voor verschillende vormen van recreatie en toerisme, maar herbergt tegelijkertijd enkele zeer belangrijke natuurgebieden. Voor meer intensieve vormen van recreatie is voldoende ruimte beschikbaar in het overgangsgebied tussen het verstedelijkingsgebied en het landschappelijk en ecologisch waardevol gebied. Het gaat dan om 'Moolen Heerenhoek', de Quackpolder en het stedelijke uitloopgebied tussen de Amnesty Internationallaan en het Quackgors.
19/46
Op deze plekken is, aansluitend op de bestaande voorzieningen, ruimte gereserveerd voor toeristisch-recreatieve ontwikkeling in combinatie met landschapsontwikkeling. Dat wil zeggen dat het primaat bij recreatie en toerisme ligt, maar dat bij de ontwikkeling van nieuwe voorzieningen nadrukkelijk rekening moet worden gehouden met het belang van andere functies, zoals landbouw, natuur en landschap. Door ontwikkeling van natuur en kleinschalige landschapselementen ontstaat een gebied met een vloeiende overgang van stad naar natuurgebied. De kwetsbare natuurgebieden (Duinen van Voorne) worden ontlast doordat voor recreanten nieuwe interessante gebieden beschikbaar komen, terwijl tevens de ecologische structuur aanzienlijk verbeterd wordt. Toetsing Het gebied is onderdeel van de toeristisch-recreatieve (ontwikkelings)zone van Hellevoetsluis. Beleidsmatig biedt de gemeentemogelijkheden voor een toeristisch-recreatieve ontwikkeling in combinatie met landschapsontwikkeling. Het ontwikkelen van een camperpark draagt bij aan de te realiseren beleidsdoelstellingen van de gemeente die het ontwikkelen van toerisme in de Zuid-Hollandse Delta hoog op de agenda heeft staan en de toeristische aantrekkingskracht van de Vesting wil versterken.
Met het realiseren van dit camperpark wordt Hellevoetsluis de eerste plaats op Voorne-Putten en kan daarmee de regio Zuid-Hollandse Delta als campervriendelijke regio op de kaart gezet worden. 3.3.3 Beleidsplan Toerisme en Recreatie 2014-2017 Het beleidsplan bevat een aantal speerpunten binnen de drie pijlers voor het toeristisch-recreatief: “Op, aan en in het water”; de ligging aan het Haringvliet en de nabijheid van Noordzee is kenmerkend voor Hellevoetsluis en heeft voor een groot deel de ontwikkeling van de vestingstad beïnvloed. Enkele speerpunten zijn: verbetering aanlegplaatsen voor riviercruises, het behouden van de blauwe vlag, organiseren van watersport gerelateerde evenementen. “Het roemruchte verleden” (cultuurhistorie); Het hart van het roemruchte verleden ligt in de Hellevoetse Vesting. De historische vesting is een van de best bewaard gebleven verdedigingswerken in Nederland. De vesting is nu vooral de thuishaven voor watersporters. “Recreëren aan de kust en in de natuur” (strand, duinen, recreatiegebieden en natuur); de komende jaren wordt er ingezoomd op de ontwikkeling van de recreatieve zone. Deze zone betreft o.a. het Quackstrand en het gebied langs de Dam. Beleving en kwaliteitsverbetering staan voorop. Concreet wordt daarbij ingezet op o.a.
intensievere vormen van recreatie, het verbeteren van de bereikbaarheid en het opwaarderen van horeca- en sanitaire voorzieningen. Toetsing Het initiatief geeft mede invulling aan de beleidsdoelstellingen uit het beleidsplan Toerisme en recreatie. De Visie op de Gastvrijheidseconomie geeft geen belemmeringen en ondersteunt het faciliteren van kwalitatief hoogwaardige verblijfsrecreatie. Met ‘hoogwaardig wordt de aanwezigheid van sanitair, beheer, toezicht en afvalverwerking bedoeld. Dit is vaak niet het geval bij losse camperplaatsen in de openbare ruimte waar kosteloos nachtverblijf plaatsvindt en toezicht en handhaving lastig zijn. 3.3.4 Nota Ruimtelijke Kwaliteit Hellevoetsluis 2010, technische herziening 2019 Richtlijnen die architectonisch van aard zijn, zijn opgenomen in de Kwaliteitsnota. De Kwaliteitsnota is vastgesteld als onderdeel van het welstandsbeleid en heeft een volwaardige plek bij de toetsing van bouwplannen. In de nota zijn voorwaarden opgenomen ten aanzien van het uiterlijk van bouwwerken. Daarbij gaat het om zaken zoals materiaal- en kleurgebruik van gevels en daken te regelen. Daarnaast zijn gevelindeling, ornamenten en detaillering ook zaken die in het kader van welstand worden geregeld. Voor dit project is het van belang dat de te realiseren bebouwing passend is in het landschap.
Toetsing Volgens de Nota Ruimtelijke Kwaliteit valt de locatie onder buitengebied. Een van de criteria is dan dat woningen in principe worden gebouwd onder een zadelkap. En dat bijgebouwen ondergeschikt zijn. Er zijn geen referentiegebouwen in de omgeving waar qua materialisering op aangesloten kan worden. Het sanitair gebouw en de beheerderschalet worden op elkaar afgestemd, qua materiaal wordt nu gedacht aan een houten buitenkant, glas en aluminium kozijnen n bijvoorbeeld. Eventueel een mosdak. Wanneer er meer duidelijkheid bestaat over de te bouwen gebouwen wordt tijdig overleg gevoerd met de welstandscommissie.
20/46
3.3.5 Duurzaamheidsbeleid Beleidsvisie duurzaamheid en milieu
Op 13 maart 2014 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie duurzaamheid en milieu vastgesteld. Het doel van het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid is het 'inzetten op een duurzaam wonen, werken en recreëren in de gemeente Hellevoetsluis'. Het begrip duurzaamheid refereert aan een ontwikkeling die in evenwicht is met wat de omgeving te bieden heeft, lokaal, mondiaal, nu maar ook in de toekomst. Bij een duurzame ontwikkeling zijn ecologische, economische en sociale waarden in evenwicht. Binnen de Beleidsvisie duurzaamheid en milieu worden de volgende duurzaamheidaspecten gedefinieerd: sociale aspecten: participatie en samenwerking en kennisdeling en innovatie; milieuaspecten: geluid, luchtkwaliteit & geur, (externe) veiligheid, bodem, water; groen & ecologie, energie & materialen, afval & grondstoffen; economische aspecten: duurzaam inkopen en aanbesteden, werkgelegenheid; duurzame mobiliteit, duurzame verdienmodellen; om te zorgen voor een goede inbedding in de gemeentelijke organisatie worden bovengenoemde duurzaamheidaspecten thematisch beschouwd. Deze thema's zijn: 1. duurzame leefomgeving; 2. duurzame ruimtelijke ontwikkeling; 3. duurzame bedrijvigheid; 4. duurzame gemeentelijke bedrijfsvoering. Warmtetransitievisie In het landelijke Klimaatakkoord is de ambitie benoemd van een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050.
Het van het aardgas af halen van alle bestaande woningen en gebouwen is een enorme opgave die inwoners en ondernemers direct raakt. De Warmtetransitievisie Voorne-Putten geeft bewoners, huis- en gebouweigenaren een eerste beeld van het stapsgewijze tijdpad richting aardgasvrij. In de visie staat in welke wijken de gemeenten op Voorne-Putten voor 2030 aan de slag gaat en welke alternatieve energievoorzieningen kansrijk zijn in deze gebieden. Hiermee wordt (meer) duidelijkheid geboden aan inwoners, woningcorporaties en gebouweigenaren voor het nemen van (grote) investeringsen verduurzamingsbeslissingen en het afstemmen van planningen. Routekaart Duurzaam Voorne-Putten 2040 In de Routekaart Duurzaam Voorne-Putten 2040 zijn via de thema's energie en circulariteit de strategie en doelen uitgewerkt om te komen tot een Duurzaam Voorne-Putten in 2040.
De aanleiding voor het opstellen van dit document is divers: Allereerst wil Voorne-Putten haar maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen op het gebied van verduurzaming van het eiland, als bijdrage aan de bestrijding van de wereldwijde klimaat- en milieuproblematiek; Een stevig en ambitieus regionaal duurzaamheidsbeleid past als van zelfsprekend bij Voorne-Putten als ”groen en recreatief aantrekkelijke regio” en biedt ook kansen voor een toekomst-bestendige regionale economie; Een ambitieus regionaal duurzaamheidsbeleid maakt het eiland tot een belangrijke samenwerkingspartner richting andere partijen die een belangrijke rol vervullen op het gebied van duurzaamheid, zoals de MRDH, de provincie, het Havenbedrijf, DCMR, Stedin etc. Toetsing Duurzaamheid speelt al vanaf de planvorming in het projectgebied een belangrijke rol.
21/46
Dat uit zich in de keuze voor bijvoorbeeld lage parkverlichting met armaturen op zonne-energie; het opwarmen van water met zonnecollectoren of heat pipes, elektra overdag op zonne-energie, Andere duurzame aspecten zijn het toevoegen van biodiversiteit aan het gebied, migratieroutes, een afvalstation waar afval gescheiden wordt, het aanleggen van twee droge bergingen voor de opvang van hemelwater. 3.3.6 Geluidbeleidsplan 2020-2030 In de gemeente Hellevoetsluis en tevens in de rest van Nederland worden woningen en overige geluidgevoelige bestemmingen dicht bij geluidbronnen gebouwd, zoals rond wegen en industrie. Middels verschillende landelijke en provinciale wetgeving worden op gebied van geluid voor de omgeving eisen/normen gesteld waarmee de kwaliteit van de omgeving wordt gewaarborgd. Daarnaast wordt men geconfronteerd met de eisen die worden gesteld vanuit Europese regelgeving. Het Beleidsplan is een vervolg op het Geluidbeleid 2008 – 2017 van de Gemeente Hellevoetsluis. Omdat het Geluidbeleid goed werkbaar bleek is de inhoud grotendeels ongewijzigd gebleven. Er is in dit geval gekozen voor een beperkte update tot aan de intreding van de Omgevingswet. Naar verwachting treedt in het jaar 2023 de Omgevingswet in werking. Op dat moment treedt ook het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) in werking.
Het Bkl geeft gemeenten aanzienlijke ruimte en in sommige gevallen zelfs een verplichting, om geluidregels in het omgevingsplan op te nemen. In dit Geluidbeleid maken we een doorkijk naar de aankomende Omgevingswet. De gemeente Hellevoetsluis heeft Antea Group opdracht gegeven om het geluidbeleid te actualiseren en ontwikkelingen met betrekking tot de Omgevingswet in beeld te brengen. In dit beleid zijn de bestaande werkwijzen nog eens helder en eenduidig vastgelegd of nader toegelicht zodat het meer als een handboek kan fungeren. Tevens worden akoestische knelpunten inzichtelijk gemaakt en een actieplan opgesteld hoe toekomstige knelpunten voorkomen kunnen worden. Toetsing In paragraaf 4.1 wordt nader ingegaan op het aspect geluid. 3.3.7 Luchtbeleidsplan 2020-2030 Er is een Luchtbeleidsplan 2020-2030 opgesteld. In de gemeente Hellevoetsluis wordt men geconfronteerd met de eisen ten aanzien van luchtkwaliteit, zoals gesteld in Europese en nationale regelgeving. De gemeente kent – nu en in de toekomst – geen overschrijding van de wettelijke grenswaarden, zoals gesteld in Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen en bijlage 2 van de Wet milieubeheer.
Naast het in beeld brengen van de huidige en toekomstige luchtkwaliteit, heeft de gemeente behoefte aan een methodiek waarin op een eenvoudige wijze kan worden aangetoond dat wordt voldaan aan de eisen uit de Wet milieubeheer, zonder dat de noodzakelijke (juridische) zekerheid wordt aangetast. Toetsing In paragraaf 4.7 wordt nader ingegaan op het aspect luchtkwaliteit. 3.3.8 Beleidsvisie Externe Veiligheid (2020-2030) Het vervoer of het gebruik of de opslag van gevaarlijke stoffen betekent altijd dat er een kans is op een incident met die gevaarlijke stoffen. Een risicoloze maatschappij bestaat niet. Er blijft altijd, ook na het toepassen van risico reducerende maatregelen, een restrisico. De vraag welk (rest)risico nog te verantwoorden is en wie die verantwoording hiervoor draagt, zijn centrale vragen binnen het externe veiligheidsbeleid. De externe veiligheidswetgeving geeft kaders voor zowel de gemeentelijke organisatie als de veroorzakers van de mogelijke risico’s. Het is daarom van belang dat deze veroorzakers, mogelijk in combinatie met personen binnen de omgeving van de risicobron, actief bij het beleidsproces betrokken worden. Samenwerking en risicocommunicatie zijn hierbij de sleutelwoorden.
22/46
Binnen de gemeentelijke organisatie heeft externe veiligheid een nauwe relatie met andere beleidsvelden, waarbij milieu, ruimtelijke ordening en openbare veiligheid de hoofdrolspelers zijn. Het is om deze reden belangrijk dat bij de omgang met externe veiligheid vanuit meerdere disciplines een integrale aanpak wordt beoogd. De geactualiseerde beleidsvisie geeft handvatten voor het structureel omgaan met externe veiligheid binnen de gemeente Hellevoetsluis. Hieronder wordt per handvat een korte toelichting gegeven. De gemeente Hellevoetsluis heeft als doel een gezond en veilig leefklimaat te versterken. Het doel van dit document is om handvaten te creëren voor de omgang met externe veiligheid bij vergunningverlening aan nieuwe risicobronnen of het nemen van ruimtelijke besluiten nabij een risicobron. Deze handvaten dienen zo veel mogelijk universeel toepasbaar te zijn maar zullen eveneens richtlijnen geven voor uitzonderlijke en individuele gevallen. Toetsing In paragraaf 4.9 wordt nader ingegaan op het aspect externe veiligheid. 3.3.9 Watertakenplan 2017-2020 De gemeente Hellevoetsluis heeft in september 2016 het Watertakenplan opgesteld. Het Watertakenplan beschrijft het stedelijk waterbeleid voor de hele planperiode 2017-2020 en legt vast welke activiteiten we verrichten en welke onderzoeken we doen. Dit deel wordt jaarlijks geëvalueerd en waar nodig aangevuld en aangepast.
Voor het Watertakenplan en het daarin vastgelegde beleid gelden de volgende doelstellingen: 1. Duurzame bescherming van de volksgezondheid; 2. Voorkomen van wateroverlast; 3. Voorkomen van hinder door andere oorzaken dan wateroverlast; 4. Voorkomen van milieuschade. Toetsing In paragraaf 4.3 wordt ingegaan op het aspect waterhuishouding. 3.3.10 Gemeentelijk Verkeer & vervoersplan 2013 Het Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan Hellevoetsluis is opgesteld in 2013 en in dit document wordt de huidige visie gegeven op het aspect verkeer. In het document is het beleid vastgelegd voor de komende jaren en sluit aan bij de Stadsvisie 2030 en de Structuurvisie 2015+. In het beleidsdocument wordt ingegaan op de volgende aspecten: • categorisering; • fiets; • openbaar- en goederenvervoer; • verkeersveiligheid; • parkeren. Toetsing In paragraaf 4.2 wordt ingegaan op het aspect verkeer. 3.3.11 Parkeernormen Voorne aan Zee 2023 Deze beleidsnotitie is vastgesteld in 2023 en heeft tot doel het bieden van duidelijkheid en transparantie ten aanzien van de werkwijze bij het opstellen van de parkeereis bij ontwikkelingen, bouwplannen of functiewijziging van een gebouw. De gemeente Voorne aan Zee toetst de door de initiatiefnemer berekende parkeereis aan o.a. deze Nota Parkeernormen en het APV.
Het toepassen van de juiste parkeernormen draagt bij aan een goed woon- en leefklimaat, waarin het risico op parkeeroverlast wordt verkleind. Toetsing Voor camperstandplaatsen gelden geen parkeernormen, de camper is zowel het vervoersmiddel als de overnachtingsplaats. Parkeerplaatsen voor bezoekers zijn in het ontwerp opgenomen.
23/46
3.3.12
Nota bodembeheer Voorne aan Zee
Op 3 oktober 2023 is de Nota bodembeheer Voorne aan Zee vastgesteld. Het doel van deze nota is het geven van concrete richtlijnen voor een duurzaam beheer van de bodem en het scheppen van heldere kaders voor saneringen die onder de bevoegdheid van de gemeente vallen. In de nota is een regionale bodemkwaliteitskaart opgenomen. Deze kaart geeft een algemeen beeld van de bodemkwaliteit en faciliteert bij het toepassen van grond of baggerspecie binnen de regio, zonder dat telkens een bodemonderzoek of partijkeuring hoeft te worden uitgevoerd. In het beleid worden regels genoemd voor het hergebruik van de grond. Deze gaan over ontgraven, transport, tijdelijke opslag, toepassingen, opbulken van partijen grond en baggerspecie. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning, de wijziging van een bestemming of bij gemeentelijke grondtransacties is in veel gevallen bodemonderzoek vereist. Dit beleidskader beschrijft wanneer bodemonderzoek daadwerkelijk nodig is en hoe de gegevens worden getoetst.
Toetsing In paragraaf 4.5 wordt ingegaan op het aspect bodem. 3.3.13 Groenstructuurplan Hellevoetsluis Op 10 december 2009 is het Groenstructuurplan Hellevoetsluis 2010-2020 vastgesteld. Het Groenstructuurplan heeft als doel om het bestaande (stedelijke) groen te behouden, de ecologische kwaliteit ervan te verbeteren en de samenhangende structuur ervan op termijn verder te ontwikkelen. Om dat te bereiken heeft het de volgende status: 1. beleidskader voor al het gemeentelijk beleid; 2. toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen; 3. uitvoeringskader voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte voor de aspecten groen en water. In het Groenstructuurplan worden elf belangrijke groenstructuren behandeld. Dit zijn bijvoorbeeld polders, bermen, dijken, watergangen en stedelijk groen. Per groenstructuur worden kernkwaliteiten van de huidige situatie, relevante ontwikkelingen, toekomstig beheer en inrichting en het streefbeeld voor 2020 weergegeven. Toetsing Het Groenstructuurplan Hellevoetsluis is niet eenduidig over de Heliushaven. Deze staat ingetekend in de zone ‘Kuststrook’, waarin gestreefd wordt om de kuststrook als doorgaand natuurgebied en ecologische verbindingszone toegankelijk en geschikt te maken voor soorten die afhankelijk zijn van de oevers van het Haringvliet.
In het document staan echter ook twee ontwikkelingen benoemd in deze strook, waaronder de Heliushaven. Conclusie
Het camperpark voorziet in een recreatieve en daarnaast groene invulling van het perceel dat voor bedrijvigheid bestemd is. De landschappelijke inpassing en groene eigenschappen van deze invulling zijn weergeven en verwoord in paragraaf 2.2.
3.4
Conclusie
Het beleid staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg. De beoogde ontwikkeling geeft mede invulling aan de recreatieve ambities van de gemeente.
24/46
4. OMGEVINGSASPECTEN 4.1
Geluidshinder
4.1.1 Beleid en normstelling Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) dient akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd voor de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen. 4.1.2 Toetsing en conclusie Camperplaatsen zijn geen geluidgevoelige functies, derhalve is akoestisch onderzoek niet noodzakelijk. Het aspect geluid staat de ontwikkeling niet in de weg.
4.2
Verkeer en parkeren
4.2.1 Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. 4.2.2 Bereikbaarheid Gemotoriseerd verkeer De beoogde ontwikkeling wordt ontsloten via de Heliushaven. De Heliushaven is gecategoriseerd als een erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 30 km/u en komt ten oosten van het projectgebied uit op de Nieuwe Zeedijk. De Nieuwe Zeedijk is ingericht als een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/u. In noordelijke richting loopt de Nieuwe Zeedijk over in de Zoomweg en leidt vervolgens verder naar het kruispunt Amnesty Internationallaan – Zoomweg – Provincialeweg (N497). De Amnesty Internationallaan is ingericht als een gebiedsontsluitingsweg en leidt in oostelijke richting naar het centrumgebied van Hellevoetsluis. De Provincialeweg leidt in noordwestelijke richting buiten de bebouwde kom naar de aansluiting op de N57, tussen de A15 en Middelburg. Langzaam verkeer Op de Heliushaven zijn geen voorzieningen aanwezig voor het langzaam verkeer.
Ten westen van het projectgebied sluit het fietspad het Gorzenpad aan op de Heliushaven. Voor fietsers op de Heliushaven is een aparte oversteekplaats ingericht naar het vrij liggende tweerichtings fietspad aan de noordzijde van de Nieuwe Zeedijk. Openbaar vervoer Er zijn geen OV-haltes aanwezig op loopafstand van het projectgebied. 4.2.3 Verkeersgeneratie Voor het berekenen van de verkeersgeneratie van het beoogde camperpark is gebruik gemaakt van kencijfers uit CROWpublicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’. Hierbij wordt voor het bepalen van het te hanteren kencijfer op basis van CBS-data voor Hellevoetsluis een stedelijkheidsgraad van ‘sterk stedelijk’ aangehouden. De ligging van het projectgebied is gedefinieerd als ‘buitengebied’. Vervolgens wordt op basis van de omgevingsadressendichtheid en het gemiddelde autobezit in de gemeente Voorne aan Zee conform het CBS, per kencijfer het maximum van de bandbreedte aangehouden. Tenslotte is met behulp van de CROW-kencijfers de verkeersgeneratie gedurende een gemiddelde weekdag berekend. Voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling is echter de gemiddelde werkdag maatgevend. Conform CROW-publicatie 272 wordt voor het omrekenen van weekdag naar werkdag voor campings een omrekenfactor van 1,1 aangehouden.
25/46
Voor het bepalen van de verkeersgeneratie wordt aangesloten bij de kencijfers behorende bij een ‘camping/kampeerterrein’. Voor deze functie geldt een kencijfer van 0,4 voertuigbewegingen per standplaats, exclusief 10% voor de bezoekers van gasten. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 63 camperplaatsen, wat leidt tot een verkeersgeneratie van (63 x 0,44 = 27,72 =) 28 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde weekdag. Omgerekend komt dit neer op een verkeersgeneratie van (27,72 x 1,1 = 30,49 =) 30 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag. Ook zal er wekelijks een voertuig voor afvalinzameling rijden, hiertoe wordt de verkeersgeneratie van 30,49 alsnog naar 32 afgerond. Het kencijfer van het CROW en de omrekenfactor houden rekening met het verschil tussen week en weekenddagen voor recreatieve functies. 4.2.4 Verkeerstoedeling Voor het bepalen van de toedeling van het gegenereerde verkeer wordt gebruik gemaakt van de navigatietool van Google Maps. Het gegenereerde verkeer wordt volledig ontsloten via de Heliushaven op de Nieuwe Zeedijk, om vervolgens in noordelijke richting te worden ontsloten naar de aansluiting op de N497. Vanaf de aansluiting op de N497 wordt 60%) van het gegenereerde verkeer ontsloten in westelijke richting naar de aansluiting op de N57.
De overige 40% wordt ontsloten in oostelijke richting naar het kruispunt Rijksstraatweg – Amnesty Internationallaan. Op dit kruispunt wordt 20% ontsloten in noordelijke richting over de Rijksstraatweg en 20%) richting het oosten over de Amnesty Internationallaan. Bij het reserveren van de standplaatsen worden bezoekers geadviseerd om gebruik te maken van de beschreven ontsluitingsroute richting de N497. Daarnaast wordt de gewenste routering ook met bebording aangegeven. Op deze manier wordt het risico verminderd dat campers gebruik maken van een sluiproute via de Gorslaan door de omliggende woonwijk. 4.2.5 Beoordeling verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid De hoogste verkeerstoename ten gevolge van de ontwikkeling vindt plaats tussen het projectgebied en de aansluiting op de N497. Op deze wegvakken zorgt de ontwikkeling voor een verkeerstoename van 32 mvt/etmaal (werkdaggemiddelde). Op de Heliushaven zijn er geen voorzieningen voor het langzaam verkeer, waardoor zij gemengd met het gemotoriseerde verkeer worden afgewikkeld. Conform het GVVP Hellevoetsluis is de Heliushaven gecategoriseerd als een erftoegangsweg, waarvoor binnen de bebouwde kom een snelheid van 30 km/u geldt.
Gezien de rechtstand van de weg wordt aangehouden dat het snelheidsverschil tussen de verschillende verkeersdeelnemers op de Heliushaven van dermate aard is dat de verkeersveiligheid van het langzaam verkeer geborgd is. Zowel de Nieuwe Zeedijk als de Zoomweg is ingericht als een gebiedsontsluitingsweg-type II. Binnen het verkeerskundig vakgebied wordt op basis van Duurzaam Veilig voor GOW-type II aangehouden dat een verkeersomvang van 6.000 à 15.000 mvt/etmaal zonder problemen vlot en veilig kan worden afgewikkeld. Een verkeerstoename van 32 mvt/etmaal is dan ook dermate laag dat de beoogde ontwikkeling niet zal zorgen voor knelpunten in de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid op deze wegen. Veelal maken campergasten gebruik van de fiets om naar de lokale voorzieningen en/of er op uit te trekken. De verkeersstromen in en naar Hellevoetsluis ten gevolge van het camperpark zullen dan ook verwaarloosbaar zijn. Naar verwachting leidt de beoogde ontwikkeling tot een stijging in het gebruik van de recreatieve fiets- en wandelroutes in de omgeving. Een van deze recreatieve routes loopt vanaf het Gorzenpad langs het projectgebied en steekt vervolgens de Nieuwe Zeedijk over naar het vrij liggende tweerichtings fietspad aan de overzijde van de weg (zie figuur 4.1).
26/46
Figuur 4.1 oversteekplaats fietsers Nieuwe Zeedijk Voor zowel de Heliushaven als de oversteek op de Nieuwe Zeedijk geldt dat de verwachte verkeerstoename van het gemotoriseerde verkeer vanuit het plan dermate laag is dat het effect op de verkeersveiligheid van het langzaam verkeer gering is. Desondanks dient vanwege de verwachte toename aan fietsers en wandelaars in verband met de beoogde ontwikkeling extra aandacht te worden besteed aan de inrichting van de oversteek op de Nieuwe Zeedijk. De oversteekvoorziening betreft een fietsoversteek in twee richtingen met een breedte van circa 2,8 meter en is aangegeven met behulp van blokmarkering. Bij de oversteek dienen fietsers voorrang te verlenen aan het gemotoriseerde verkeer. Aandacht dient echter te worden besteed bij het toepassen van blokmarkering in situaties waarbij fietsers voorrang moeten verlenen aan het gemotoriseerde verkeer. Conform het ASVV 2021 kan in soortgelijke situaties door de markering onterecht de suggestie worden gewekt dat het fietsverkeer voorrang heeft op het gemotoriseerde verkeer. Daarnaast zijn er geen snelheid remmende maatregelen aanwezig rondom de oversteek voor het verminderen van het snelheidsverschil tussen de weggebruikers. De oversteekplaats op de Nieuwe Zeedijk is enkel ingericht voor fietsers.