CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 bij BBV: Bijlagen bij aanvragen omgevingsvergunningen [verzameldocument]

Raadsvergadering 4 juni 2026, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Definitieve verklaring van geen bedenkingen Windproject Noordzeeboulevard18.076 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Inhoudsopgave verzameldocument bijlagen bij aanvragen omgevingsvergunning Windproject Noordzeeboulevard Voorne aan Zee

Bijlage 1: Ruimtelijke onderbouwing

Pagina 1

Bijlage A: Akoestisch onderzoek

Pagina 66 + 92

Bijlage B: Externe veiligheidsonderzoek

Pagina 67 + 142

Bijlage C: Visualisaties

Pagina 68

Bijlage D: TNO-onderzoek defensieradar

Pagina 83 + 215

Bijlage E: Toetsing LVNL

Pagina 84 + 236

Bijlage F: Advies bodemonderzoek

Pagina 85 + 238

Bijlage G: Nee, tenzij-toets

Pagina 86 + 185

Bijlage H: Natuurtoets

Pagina 87 + 240

Bijlage I: Project- en participatieplan & advies klankbordgroep

Pagina 88 + 388

Bijlage J: QRA Hytransport

Pagina 89 + 433

Bijlage K: Memo Risicocontouren van Hytransport

Pagina 90 + 473

Bijlage 2: Aanzichttekening

Pagina 481

Bijlage 3: Principetekening fundering en palenplan

Pagina 482

Bijlage 4: Principetekening inkoopstation

Pagina 483

Bijlage 5: Principetekening situatie 1

Pagina 484

Bijlage 6: Principetekening situatie 2

Pagina 485

Bosch & van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht 030 – 677 6466

Auteurs D. Booij MSc.

Opdrachtgever Pure Energie Wind B.V. C.V. Voorne-Putten Energie U.A.

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

Datum

19 augustus 2025

Versie

2.3

Auteur

D. Booij

Tweede lezer

W. Verweij

1

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

Inhoudsopgave

INHOUDSOPGAVE H OOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3 1.4

H OOFDSTUK 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

H OOFDSTUK 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

H OOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14

BIJLAGEN BIJLAGE A BIJLAGE B BIJLAGE C BIJLAGE D BIJLAGE E BIJLAGE F BIJLAGE G BIJLAGE H BIJLAGE I Inhoudsopgave

2 INLEIDING

4

Aanleiding Omgevingsvergunning Conclusie Leeswijzer

4 5 6 7

PROJECTBESCHRIJVING

8

Ligging projectgebied Vigerend bestemmingsplan Nee, tenzij-toets Toets aan vigerend bestemmingsplan Afmetingen windturbines Coördinaten windturbines

8 9 10 10 10 11

BELEIDSKADER

12

Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionale Energiestrategie (RES) Gemeentelijk beleid Conclusie

13 13 14 15 16 17

SECTORALE ONDERZOEKEN

18

Inleiding Belemmeringenkaart Geluid Handhaving Slagschaduw Obstakelverlichting Externe veiligheid Waterwerken Rijkswaterstaat Ecologie Landschap Bodem en Archeologie Water Radar Niet gesprongen explosieven

19 19 20 24 25 29 30 43 45 52 58 60 61 63

65 AKOESTISCH ONDERZOEK 66 EXTERNE VEILIGHEIDSONDERZOEK 67 VISUALISATIES 68 TNO-ONDERZOEK DEFENSIERADAR & VGB MINISTERIE VAN DEFENSIE 83 TOETSING LVNL 84 ADVIES BODEMONDERZOEK 85 NEE, TENZIJ-TOETS 86 NATUURTOETS 87 PROJECT- EN PARTICIPATIEPLAN 88 2

2

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

BIJLAGE J BIJLAGE K

QRA HYTRANSPORT MEMO RISICOCONTOUREN VAN HYTRANSPORT

89 90

3 Inhoudsopgave

3

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding Pure Energie Wind B.V. (hierna: Pure Energie) is voornemens samen met de lokale energiecoöperatie Voorne-Putten Energie (VPE) twee windturbines te ontwikkelen aan de Noordzeeboulevard in de gemeente Voorne aan Zee. De windturbines hebben beoogde maximale afmetingen van 190m ashoogte en 180m rotordiameter. Pure Energie heeft de tender van het Rijksvastgoedbedrijf gewonnen, waarmee zij de mogelijkheid hebben gekregen de gronden te benutten voor het opwekken van duurzame energie door middel van windturbines. Voorliggend document bevat een gedetailleerde analyse van de locatie, het beleidskader en van effecten op de leefomgeving op grond waarvan kan worden beoordeeld of het project in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. In Nederland is windenergie één van de goedkoopste manieren om duurzame energie op te wekken. Bij windenergie door middel van windturbines behoren de kosten per opgewekte kWh tot de laagste van alle duurzame opwekkingsvormen. De initiatiefnemer acht het haalbaar en wenselijk om twee windturbines te plaatsen als een stap voorwaarts in de energietransitie. De beoogde windturbineposities zijn weergegeven in Figuur 1.

Figuur 1

Inleiding

Beoogde windturbineposities Windproject Noordzeeboulevard.

4

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

1.2

Omgevingsvergunning De voorgenomen ontwikkeling van twee windturbines met toebehoren past niet binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Zeegebied Westvoorne 2013’. Voor het verkrijgen van ruimtelijke toestemming is gekozen voor de voorbereiding van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan ex. artikel 2.1 lid 1 onder c Wabo. Op grond van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) moet de aanvraag het besluit tot afwijken van het bestemmingsplan een ruimtelijke onderbouwing bevatten. Voorliggend document bevat deze onderbouwing. Het instrument van de omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan is om de volgende redenen geschikt: -

Geschiktheid locatie. De locatie is reeds een gevolg van windbeleid, waarin de opwekking van duurzame energie door middel van windenergie plaatsvindt in aangewezen locaties voor windenergie. De locatie staat in de RES 1.0 als VRMlocaties stadsregio- en haven convenant. Noordzeeboulevard is voor de gemeente Voorne aan Zee een regionaal zoekgebied voor windenergie, vastgelegd in ‘Locaties windenergie Rijnmond (herziening VRM)’ van de provincie Zuid-Holland, waaraan de gemeente invulling geeft volgens de afspraken uit het ‘Convenant Realisatie Windenergie Stadsregio Rotterdam’ (d.d. 21 juni 2012). Het Rijksvastgoedbedrijf heeft hiervoor een tender uitgeschreven om windturbines op deze plek mogelijk te maken welke Pure Energie heeft gewonnen.

-

Eén procedure. Het volgen van één procedure (omgevingsvergunning voor afwijken, bouwen en overige activiteiten) heeft in de communicatie naar belanghebbenden het voordeel dat alle informatie tegelijkertijd voorhanden is in een overzichtelijke procedure.

-

Inspraak. Ook in de voorgestelde procedure heeft eenieder de mogelijkheid om inspraak te leveren op een concreet voornemen voor de bouw en het gebruik van windturbines. Dit kan door middel van het indienen van een zienswijze. Tevens is het mogelijk om een beroepsprocedure op te starten.

Naast afwijken van het bestemmingsplan wordt de omgevingsvergunning ook aangevraagd voor de activiteiten ‘bouwen’, ‘aanleggen’, ‘uitrit’ en ‘uitvoeren werkzaamheden’. Op basis van artikel 1.9b en 1.10 van het Activiteitenbesluit geldt een meldingsplicht voor het oprichten en/of veranderen van activiteiten waarop hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit van toepassing is. In dit geval par. 3.2.3. ‘In werking hebben van een windturbine’. De aanvraag dient ten aanzien van de activiteiten die onder het Activiteitenbesluit vallen aangemerkt te worden als melding. Het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning is (na overdracht van bevoegdheid door de provincie) het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Voorne aan Zee. Overdracht van deze bevoegdheid heeft plaatsgevonden middels een bestuursovereenkomst1. Vergunningen op grond van overige wetten 1

Inleiding

Bestuursovereenkomst Provincie Zuid-Holland en Westvoorne

5

5

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

zoals de Wet natuurbescherming en de Waterwet worden gecoördineerd met de Omgevingsvergunning voorbereid en verleend.

1.2.1

Openbare voorbereidingsprocedure Na het indienen van de vergunningaanvragen zorgt het bevoegd gezag voor een degelijke beoordeling van de vergunningaanvragen. Gedurende deze periode kunnen eventuele verzoeken tot aanpassing voorkomen, deze worden verwerkt voordat de ontwerpbesluiten ter inzage worden gelegd. Als onderdeel van het proces na de indiening van de aanvraag maar voor de publicatie van het ontwerp vindt wettelijk vooroverleg plaats als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro in samenhang met artikel 6.18 Bor. Dat vooroverleg wordt gevoerd met diverse overlegpartners, zoals de provincie Zuid-Holland, DCMR Milieudienst Rijnmond (ondersteunt de gemeente bij het beoordelen van de aanvraag), de GGD, de veiligheidsregio, Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat, RWS en Stedin. De ontwerpbesluiten liggen zes weken ter inzage bij de gemeente Voorne aan Zee. Informatie hierover wordt gepubliceerd in de Staatscourant en het Gemeenteblad. Iedereen kan een zienswijze indienen over deze ontwerpbesluiten. De binnengekomen zienswijzen, indien aan de orde, worden door de Gemeente Voorne aan Zee van een antwoord voorzien, waarna een besluit over de aanvragen wordt genomen. Naast de formele momenten waarop inspraak mogelijk is hebben initiatiefnemers uitgebreid de mogelijkheid geboden voor participatie tijdens de voorbereiding van de vergunningaanvragen.

Dit staat beschreven in het project- en participatieplan (Bijlage I). Hierop volgt een beroepstermijn van zes weken. De beroepstermijn vangt aan met ingang van de dag na de dag waarop de beslissing ter inzage is gelegd. In verband met de van toepassing zijnde gemeentelijke coördinatieregeling zullen de eventuele beroepen rechtstreeks bij de Raad van State behandeld worden. De omgevingsvergunning treedt pas in werking na afloop van de beroepstermijn.

1.3

Conclusie In de voorliggende ruimtelijke onderbouwing is de voorgenomen realisatie van Windproject Noordzeeboulevard getoetst aan het ruimtelijk beleid, en het beleid en de normstelling voor de relevante sectorale aspecten. Uit de toetsing blijkt het volgende: - Het initiatief is in lijn met rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. - De plannen passen binnen de (beoogde) ruimtelijke en functionele structuur. - De diverse omgevingsaspecten staan de uitvoering van het project niet in de weg, mede vanwege de grote afstand ten opzichte van woningen. Geconcludeerd wordt dat het project voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening.

Inleiding

6

6

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

1.4

Leeswijzer Hoofdstuk 2 van voorliggende ruimtelijke onderbouwing bevat een beschrijving van het project. In Hoofdstuk 3 zijn de beleidskaders geschetst. De sectorale aspecten komen in Hoofdstuk 4 aan bod. Per aspect is een samenvatting van het toetsingskader opgenomen en zijn de resultaten van de toetsing van het project aan het betreffende kader weergegeven.

Inleiding

7

7

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

Hoofdstuk 2 Projectbeschrijving 2.1

Ligging projectgebied Het projectgebied ligt in de gemeente Voorne aan Zee en tegen de grens aan van de gemeente Rotterdam direct aansluitend aan het industrie- en havengebied Europoort Rotterdam, in de provincie Zuid-Holland. Het projectgebied wordt begrensd door de Noordzeeboulevard ten noorden en door de Slikken van Voorne in het zuiden. In het verlengde van het projectgebied in westelijke richting is WTB14 van het Windpark Slufterdam gesitueerd. Het projectgebied is gelegen in het Natura 2000-gebied Voordelta en betreft een zanderig terrein met veel begroeiing. Ten westen van het projectgebied bevindt zich windpark Slufterdam bestaande uit 14 windturbines van 3,6 MW, een ashoogte van 94 meter en rotordiameter van 112 meter. Ten westen hiervan ligt windpark Tweede Maasvlakte bestaande uit 22 windturbines. Ten noorden van de beoogde posities van Windpark Noordzeeboulevard liggen de kleinere windparken Maasmond, Zuidwal en SIF. Aanvullend liggen de windparken Dintelhaven, Landtong Rozenburg II en Suurfhoffbrug ten oosten van de beoogde windturbines van windpark Noordzeeboulevard.

Figuur 2

Projectbeschrijving

Overzichtskaart windturbines nabij Beoogde windturbineposities Noordzeeboulevard.

8

8

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

2.2

Vigerend bestemmingsplan Het projectgebied ligt binnen het bestemmingsplan ‘Zeegebied Westvoorne 2013’ van de voormalige gemeente Westvoorne (vastgesteld op 2013-06-25), zie Figuur 3.

Figuur 3

Bestemmingsplan ‘Zeegebied Westvoorne 2013’ met de beoogde windturbines van Windpark Noordzeeboulevard.

In het projectgebied van de beoogde windturbines komen de volgende functies en bestemmingen voor: ➢ Enkelbestemming natuur – 1 (donkergroen gekleurd): De beoogde windturbines passen niet binnen de bestemmingsregels van de aangewezen grond van genoemde enkelbestemming. ➢ Dubbelbestemming Waarde - Archeologie – 1 (beide windturbines): De beoogde windturbines passen niet binnen de bestemmingsregels voor de aangewezen gronden van genoemde dubbelbestemming. ➢ Dubbelbestemming Waarde – Waterstaat – Waterkering (windturbine 2): De beoogde windturbines passen niet binnen de bestemmingsregels voor de aangewezen gronden van genoemde dubbelbestemming. Het projectgebied bevat de waarde ‘specifieke vorm van waarde – 4’. Hier zijn werkzaamheden tot een diepte van de huidige onderwaterbodem direct toegestaan tot een oppervlakte van 200 m2. De beoogde windturbines voldoen hier niet aan. Tevens ligt in het projectgebied de Gebiedsaanduiding geluidszone - industrie (Oranje lijnen). Voor deze zone geldt artikel 40 van de Wet geluidhinder. Dit betreffen Projectbeschrijving

9

9

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

industrieterreinen waarop zich gronden bevinden die zijn aangewezen voor mogelijke vestiging van zogenaamde “grote lawaaimakers”. Buiten deze grens geldt dat de geluidsbelasting vanwege dat terrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan.

2.3

Nee, tenzij-toets Het gehele projectgebied, en dus de beoogde twee windturbines, zijn gelegen in Natuurnetwerk Nederland. Het provinciaal ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op het behoud, herstel en de ontwikkeling van wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied. Met de ontwikkeling van windenergie in windgebieden is eveneens een provinciaal ruimtelijk doel gemoeid. Gelet op het beschermingsregime voor NNN moet worden afgewogen of ontwikkeling van windenergie verenigbaar is met de NNN-doelen. Ten behoeve van die afweging van belangen door het bevoegd gezag is een zogeheten ‘nee, tenzij, toets opgesteld in het verlengde van het ‘nee, tenzij’-regime2 dat volgt uit landelijke regels. De ‘nee, tenzij, toets vormt een bijlage bij deze Ruimtelijke onderbouwing (Bijlage G).

2.4

Toets aan vigerend bestemmingsplan De voorgenomen ontwikkeling van Windproject Noordzeeboulevard past niet binnen de bestemmingsregels van het vigerend bestemmingsplan ‘Zeegebied Westvoorne 2013’. Desalniettemin hebben zowel de voormalige gemeente Westvoorne als de huidige gemeente Voorne aan Zee te kennen gegeven dat zij in principe medewerking wil verlenen aan de beoogde ontwikkeling van de windturbines.

2.5

Afmetingen windturbines Het te kiezen type windturbine is gebonden aan vooraf bepaalde minimale en maximale afmetingen, zodat de betrokkenen een beeld hebben van de te verwachten ontwikkeling. Binnen deze bandbreedte bedraagt de maximale ashoogte (de hoogte waarop de rotorbladen bij elkaar komen) 190 meter en de maximale rotordiameter 180 meter. De maximale hoogte wanneer een wiek op haar hoogste punt is (de tiphoogte) bedraagt maximaal 280 meter boven het maaiveld (ter hoogte van de Noordzeeboulevard). Zie Figuur 4 en Tabel 1.

2

Projectbeschrijving

Vanaf 1 oktober 2012 is het ‘nee, tenzij’-regime vastgelegd in het Besluit algemene regelingen ruimtelijke ordening (Barro)

10

1

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing Figuur 4

Tabel 1

Schematische weergave van mogelijke afmetingen van de te plaatsen windturbines.

Afmetingen van de bandbreedte van de beoogde windturbines

Bandbreedte

Ashoogte

Rotordiameter

Tiphoogte

Tiplaagte

Ondergrens Bovengrens

150m 190m

149m 180m

225m 280m

76m 100m

Het vermogen van de windturbines heeft geen ruimtelijke gevolgen en wordt daarom niet opgenomen als kenmerk van de bandbreedte voor deze vergunningaanvraag.

2.6

Coördinaten windturbines

Tabel 2

Coördinaten windturbines in Rijkscoördinatenstelsel

Windturbine

Projectbeschrijving

x-coördinaat

y-coördinaat

WT 1

61.562

438.068

WT 2

62.099

438.258

11

1

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

Hoofdstuk 3 Beleidskader

Projectbeschrijving

12

1

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

3.1

Inleiding In dit hoofdstuk wordt het relevante planologische beleidskader beschreven vanuit het Rijk, de provincie Zuid-Holland en de gemeente Voorne aan Zee. Het initiatief om twee nieuwe windturbines te plaatsen wordt in dit hoofdstuk aan het beleidskader getoetst. De resultaten van de toetsing staan in paragraaf 3.6.

3.2

Rijksbeleid De Raad en het Europees parlement hebben richtlijn 2009/28/EG vastgesteld op grond waarvan Nederland wordt verplicht om in 2020 14% van het totale bruto eindverbruik aan energie op te wekken met behulp van hernieuwbare bronnen. Deze richtlijn vormt de basis voor het rijksbeleid ten aanzien van de opwekking van duurzame energie. Op 28 juni 2019 is het nationale Klimaatakkoord gepubliceerd door het kabinet. Het doel is om ten minste 35 terawattuur (TWh) aan hernieuwbare energie op land te realiseren. De uitwerking van deze doelstelling van 35 TWh wordt uitgevoerd in regionale energiestrategieën (RES), waarin plannen per regio worden uitgewerkt. De regio Rotterdam Den Haag heeft RES 1.0 gepubliceerd, zie paragraaf 3.4. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In de NOVI schetst het Rijk een lange termijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van een duurzame leefomgeving in Nederland. Daarbij wordt een integrale benadering voorgesteld, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties en met meer regie vanuit het Rijk. In de NOVI worden de nationale belangen en opgaven in de fysieke leefomgeving vertaald naar prioriteiten, waarbij prioriteit 1 van de NOVI luidt: ‘Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie’.

Ten aanzien van de productie van duurzame energie (door windturbines, eventueel in combinatie met zonnevelden) wordt in het NOVI een voorkeur voor grootschalige clustering van duurzame energieproductie meegegeven. Daarbij is het wel van belang dat er een afweging wordt gemaakt tegenover andere relevante waarden zoals landschap, nationale veiligheid, natuur, cultureel erfgoed, water en bodem en draagvlak. Een natuur inclusief ontwerp en beheer van het windpark is hierbij van belang om verstoring of aantasting van natuur en biodiversiteit zoveel mogelijk te voorkomen. Ook moeten bewoners van een gebied worden betrokken, participeren in het project en waar mogelijk meeprofiteren. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de in het nationale Klimaatakkoord gestelde doelstelling voor hernieuwbare energieopwekking. Daarnaast is de locatie van de voorgenomen ontwikkeling in lijn met de voorkeur die in het NOVI is opgenomen; grootschalige clustering in het Rotterdamse Havengebied. Alhoewel de locaties van de windturbines buiten het beheergebied van Havenbedrijf Rotterdam zijn gelegen is in ruimtelijke zin wel sprake van ligging van beide locaties op land in het Havengebied van Rotterdam.

Projectbeschrijving

13

1

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

3.3

Provinciaal beleid In de ‘Structuurvisie Windenergie op Land 2014’ is bepaald dat 735,5 MW van het nationale totale streefdoel van 6.000 MW toegewezen is aan de provincie Zuid-Holland. In de omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerd 01-04-2023) en in de omgevingsverordening Zuid-Holland (geconsolideerd 01-04-2023) staat het gehele projectgebied aangegeven als locatie voor Windenergie op land. Specifiek beleid over de aanpak van de doelstelling is opgenomen in het document ‘Visie Ruimte en Mobiliteit 2018’ (VRM). De VRM bestaat uit: de Visie ruimte en mobiliteit, de Verordening ruimte, het Programma ruimte en het Programma mobiliteit. Visie ruimte en mobiliteit en Verordening ruimte Met het Rijk zijn afspraken gemaakt om in 2020 te voorzien in 735,5 MW opgesteld vermogen op land. Windenergie is van groot provinciaal belang. In de VRM en de Verordening ruimte zijn locaties aangewezen voor de ontwikkeling van windenergie. De locaties die zijn opgenomen in de verordening (zie Figuur 5), zijn het resultaat van een afweging tussen eisen vanuit windenergie en voorwaarden vanuit landschap en ruimtelijke kwaliteit. De locaties combineren windenergie met technische infrastructuur, grootschalige bedrijvigheid en grootschalige scheidslijnen tussen land en water.

Figuur 5

Kaart 16 Windenergie uit Verordening ruimte. Locatie Windturbines Noordzeeboulevard rood omcirkeld.

Partiële herziening VRM Windenergie Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland heeft een herziening van de VRM voorbereid waarmee 17 locaties voor windenergie in de Rijnmondregio worden toegevoegd aan de VRM en de Verordening ruimte. Het betreft deels locaties die voorheen deel uitmaakten van het ‘Convenant Realisatie windenergie stadsregio Projectbeschrijving

14

1

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

Rotterdam’ (2012). De provincie streeft naar maximale invulling van de locaties windenergie (paragraaf 4.4 van Programma ruimte). Convenant ‘Realisatie Windenergie in de Rotterdamse haven’ (2009) In september 2009 hebben diverse partijen, waaronder het Havenbedrijf Rotterdam en de gemeente Voorne aan Zee (destijds Westvoorne), het convenant ‘Realisatie Windenergie in de Rotterdamse haven’ ondertekend. De locatie is vastgelegd in ‘Locaties windenergie Rijnmond (herziening VRM)’ van de provincie Zuid-Holland, waaraan de gemeente invulling geeft volgens de afspraken uit het ‘Convenant Realisatie Windenergie Stadsregio Rotterdam’ (d.d. 21 juni 2012). In dat convenant is opgenomen dat de betrokken partijen zich inspannen voor een optimale benutting van de mogelijkheden om met behulp van windenergie duurzame energie op te wekken. De doelstelling is in de periode 2009-2020 locaties te realiseren met minimaal 150 MW aan extra opgesteld vermogen. Met het convenant hebben de convenantpartners, waaronder gemeente Voorne aan Zee, provincie Zuid-Holland en Deltalinqs invulling gegeven aan de ambitie voor de ontwikkeling van windenergie in het Rotterdamse havengebied. Conclusie De locatie van de voorgenomen ontwikkeling bevindt zich in een ‘Locatie windenergie’ in de partiële herziening VRM Windenergie en is daarmee in lijn met het provinciaal beleid.

3.4

Regionale Energiestrategie (RES) In maart 2021 is de Regionale Energiestrategie 1.0 van de regio Rotterdam Den Haag uitgebracht. Hierin werken 23 gemeenten, 4 waterschappen en de provincie Zuid-Holland samen om de nationale doelstelling energietransitie van het Klimaatakkoord te behalen (zie Figuur 6). Het beoogde projectgebied van Windproject Noordzeeboulevard valt binnen deze RES-regio aangezien het als provinciale Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM)-locatie is aangewezen. Conclusie De locatie van de voorgenomen ontwikkeling bevindt zich in een ‘Locatie windenergie’ in de partiële herziening VRM Windenergie en is daarmee in lijn met de Regionale Energiestrategie 1.0 van de regio Rotterdam Den Haag.

Projectbeschrijving

15

1

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

Figuur 6

Zoekgebieden voor 2030 in de RES-regio Rotterdam Den Haag (uit RES 1.0). Locatie Windproject Noordzeeboulevard rood omcirkeld.

3.5

Gemeentelijk beleid Leidraad Windenergie De gemeente Voorne aan Zee heeft samen met de gemeente Putten in 2018 ‘De Leidraad Windenergie Voorne-Putten’ gepubliceerd. In deze leidraad Windenergie staan de uitgangspunten en randvoorwaarden die de gezamenlijke gemeenten op Voorne-Putten hanteren bij het beoordelen van plannen met betrekking tot windenergie. De samenwerkende gemeenten vinden het belangrijk om de regie te houden op de uitvoering van de windopgave op Voorne-Putten. De intentie is daarom om met de Provincie Zuid-Holland tot uitvoeringsafspraken te komen voor deze gezamenlijke opgave. In de handreiking van Voorne-Putten is de locatie Noordzeeboulevard (locatie W in Figuur 7) opgenomen als een locatie voor windenergie met een ambitie om daar minimaal 9 MW te realiseren. De belangrijkste zaken in de leidraad en die voor alle windprojecten gelden is dat er invulling moet worden gegeven aan de volgende randvoorwaarden: -

-

Projectbeschrijving

Participatie in het proces: Er wordt sterk belang aan gehecht dat bij de uitwerking van de plannen van het begin af aan een rol voor omwonenden/omliggende bedrijven is weggelegd. Een initiatiefnemer dient hier actief invulling aan te geven. Financiële-participatie: De gemeenten op Voorne-Putten hechten er sterk aan dat de (financiële) voordelen van windprojecten maximaal ten goede komen aan hun eigen gemeenschap. Er bestaan verschillende vormen van 16

1

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

-

financiële participatie die elders in deze leidraad worden toegelicht. In deze leidraad worden minimum eisen voor financiële participatie gesteld. Initiatiefnemers dienen aan deze verplichtingen voor financiële participatie te voldoen. Leefkwaliteit: binnen de randvoorwaarden van een locatie, het aantal te realiseren Megawatt aan windenergie en het geformuleerde zoekgebied, dient een zo goed mogelijke inpassing te worden nagestreefd waarbij hinder voor omwonenden zoveel mogelijk wordt beperkt. Bij het bepalen hiervan is opnieuw participatie van omwonenden van groot belang.

Figuur 7

Locaties windenergie opgenomen door Leidraad Windenergie Voorne-Putten 2018.

3.6

Conclusie De ontwikkeling van windenergie binnen de gemeente Voorne aan Zee is wenselijk vanuit het rijks-, provinciaal- en regionaal belang. De locatie van de twee windturbines past binnen het beleid en is aangewezen als locatie voor windenergie. Ook is de voorgenomen ontwikkeling in lijn met het gemeentelijke beleid. Tevens is er ruime invulling gegeven aan participatie. In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op de verschillende sectorale aspecten.

Projectbeschrijving

17

1

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

Hoofdstuk 4 Sectorale onderzoeken

Projectbeschrijving

18

1

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

4.1

Inleiding In dit hoofdstuk vindt de toetsing van het voornemen plaats aan het beleid en de normstelling voor de relevante sectorale aspecten, te weten geluid, slagschaduw, externe veiligheid, ecologie, landschap, bodem, archeologie, water, vliegverkeer, radarverstoring en overig.

4.2

Belemmeringenkaart Het inpassen van moderne windturbines vraagt om maatwerk. Er dient bijvoorbeeld rekening te worden gehouden met de hierboven genoemde sectorale aspecten om de fysieke ruimte te bepalen. Daarnaast is medewerking nodig van één of meerdere grondeigenaren en bepalen politieke keuzes de maatschappelijk geaccepteerde locaties. Wanneer een beoogde locatie geschikt lijkt te zijn dient ook voldoende ruimte aanwezig te zijn voor onder andere de fundatie, een inkoopstation, een permanente kraanopstelplaats met voldoende ruimte voor de ligging van een kraan en overige werkruimte. Die werkruimte is vereist tijdens de bouw, exploitatie én demontage van de windturbine(s). Onderstaande belemmeringenkaart (Figuur 8) geeft middels een weergave van verschillende vuistregels een indruk van de aanwezige ruimtelijke belemmeringen rondom het plangebied van Windproject Noordzeeboulevard welke van invloed zijn bij het bepalen van de optimale windturbineposities. Bij het bepalen van posities is een zo groot mogelijke onderlinge afstand tussen de windturbines aangehouden. Dit is gedaan om onder andere de elektriciteitsopbrengst van beide windturbines te optimaliseren. Nader onderzoek maakt het mogelijk om van de in de belemmeringenkaart gehanteerde vuistregels af te wijken. In het geval van Windproject Noordzeeboulevard geldt dat vooral voor de thema’s externe veiligheid en ecologie.

Uit de belemmeringenanalyse bleek dat ruimte beschikbaar is voor inpassing van ten hoogste 2 moderne windturbines. In de belemmeringenanalyse zijn we uit van windturbines met een rotordiameter van circa 150 meter.

Projectbeschrijving

19

1

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing Figuur 8

Belemmeringenkaart Noordzeeboulevard (windturbinepositie 1 en 2 in geel)

4.3

Geluid

4.3.1

Toetsingskader Windturbines produceren geluid, dat meestal wordt omschreven als suizend of zoevend. Er is veel onderzoek gedaan naar windturbinegeluid en de effecten van blootstelling aan dit geluid. Op basis van deze onderzoeken zijn relaties bepaald tussen de hinderbeleving en de blootstelling aan geluidniveaus. Dit zijn dosis-effectrelaties waarbij met de mate van blootstelling een bepaalde mate van effect gepaard gaat. Deze relaties vormen de basis voor de geluidwetgeving in Nederland. Solitaire windturbines of windprojecten bestaande uit twee windturbines vallen onder het Activiteitenbesluit. De geluidsnorm is opgenomen in artikel 3.14a lid 1: Een windturbine of een combinatie van windturbines voldoet ten behoeve van het voorkomen of beperken van geluidhinder aan de norm van ten hoogste 47 dB L den en aan de norm van ten hoogste 41 dB Lnight op de gevel van gevoelige gebouwen, tenzij deze zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein, en bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein.

De Lden (Engels: Level day-evening-night) is een maat om de geluidsbelasting door omgevingslawaai uit te drukken, zo ook het geluid van windturbines. Het betreft Projectbeschrijving

20

2

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

een jaargemiddelde norm. Hierbij wordt de geluidsbelasting die optreedt gedurende de nacht en de avond zwaarder meegewogen dan geluid overdag (Figuur 9). De norm staat beschreven in artikel 3.14a van het Activiteitenbesluit. Aan deze norm moet worden voldaan op de gevel van een gevoelig gebouw of op de grens van een gevoelig terrein. Dit betreft een gevoelig gebouw zoals bepaald in artikel 1.1 lid 1 van het Activiteitenbesluit. Figuur 9

Berekening LE,den, met het meetellen van de straffactoren in de avond en nacht.

4.3.2

Onderzoek In het kader van deze ruimtelijke onderbouwing voor de omgevingsvergunningaanvraag is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Bijlage A) bij de ruimtelijke onderbouwing). In het akoestisch rapport wordt ingegaan op diverse aspecten zoals de jaargemiddelde geluidsdruk en cumulatie van geluid. Aangezien het geluid dat windturbines produceren niet 1-op-1 schaalt met de afmetingen is voor het milieuaspect geluid een tweetal windturbinetypes uitgekozen die: Voldoen aan de bandbreedte-eisen voor wat betreft afmetingen. Een zo groot mogelijke bandbreedte voor geluid opspannen. Binnen de bandbreedte blijkt dat de V172-7.2MW zonder Trailing edge serrations TES de hoogste maximale geluidsemissie heeft, en de V162-7.2MW de laagste. Trailing edge serrations (TES) verwijzen naar kleine inkepingen of zaagtandachtige structuren aan de achterrand van het rotorblad. Deze inkepingen zijn ontworpen om de aerodynamische eigenschappen te verbeteren en tegelijkertijd de geluidsproductie verminderen. Ter aanvulling op deze twee windturbinetypes (onderkant en bovenkant van de bandbreedte) is ook een representatief windturbinetype onderzocht (midden) die tussen de onder- en bovenkant van de bandbreedte zit. Zie onderstaande tabel voor de samengevatte gegevens van de twee doorgerekende types die voor geluid de onderzijde en bovenzijde van de bandbreedte in effecten weergeven:

Tabel 3

Kop 1

Gegevens doorgerekende types v.w.b. geluid Variant Type Stil (ondergrens) Midden Luid (bovengrens)

V162-7.2MW V172-7.2MW V172-7.2MW zonder TES

Rotordiameter m 162 172 172

Ashoogte m 150 175 190

LWmax dB 105,5 106,9 110,1

Onderstaande afbeeldingen tonen de 47 dB Lden-contouren van de onder- en bovengrens van de bandbreedte maar ook de representatieve variant. Een 47 dB-Lden

Projectbeschrijving

21

2

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

contour wil zeggen dat de jaargemiddelde geluidsbelasting binnen de contour hoger is dan 47 dB Lden en erbuiten 47 dB of lager. De wettelijke norm stelt naast het jaargemiddelde geluidsniveau (LDEN) ook een maximum voor het jaargemiddelde nachtelijke geluidsniveau (Lnight). Hiervan zijn geen aparte contouren getekend, de 41 dB Lnight contour valt nagenoeg samen met de 47 Lden contour; wel is de Lnight waarde voor elke woning berekend en in Bijlage B van het Akoestisch onderzoek weergegeven. In de praktijk geldt voor woningen buiten de 47 dB Lden-contour vrijwel altijd dat hier ook aan de 41 dB Lnight-voorwaarde wordt voldaan. Dit wordt bevestigd door de rekenresultaten in Bijlage B van het Akoestisch onderzoek. Figuur 10

47 dB Lden-contouren van de stille, middel en luide variant.

Bovenstaande figuur laat zien dat bij de onder- en de bovengrens er geen woningen binnen de Lden-47 dB-contour liggen. De maximale geluidsbelasting op een woning bij de bovenkant van de bandbreedte ligt tussen de 32 en 36 dB Lden. Bij de onderkant van de bandbreedte is dat tussen de 21 en 26 dB Lden. Bij alle woningen wordt dus ruimschoots aan de norm voldaan. Uit de berekende geluidniveaus en de dosiseffectrelatie voor geluid van windturbines volgt dat het statisch verwachte aantal ernstig gehinderden minder dan 0,5% bedraagt. Als gevolg van de grote afstand tot de woningen en de optredende jaargemiddelde geluidniveaus is de kans op het ontstaan van geluidhinder zeer gering tot nihil. Omdat er geen woningen binnen de contouren liggen is er geen mitigatie nodig. Verdere mitigatiestrategieën zijn dan ook niet uitgewerkt.

Projectbeschrijving

22

2

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

4.3.3

Cumulatie De omgeving van het plangebied wordt in de huidige situatie al blootgesteld aan bestaande windturbines en andere geluidsbronnen dan windturbines. Het gaat met name om de bestaande windturbines van windpark Slufterdam en het geluid ten gevolge van industrie en van wegverkeer. Hiernaast loopt de Rotterdamse Havenspoorlijn (goederentreinen) langs de noordelijke oever van het Oostvoornse Meer. Omdat alle beoordelingspunten buiten de geluidscontouren van de spoorwegen liggen (<55 dB Lden) is dit niet meegenomen bij de berekening van cumulatie. Op het industrieterrein bevinden zich de grote spoorwegemplacementen Maasvlakte oost en west. Het rangeren van treinen en het overstaan van materieel wordt beoordeeld als industrielawaai. Deze activiteiten zijn wél meegenomen in de beoordeling van cumulatie. Uit de cumulatieberekening blijkt dat de geluidsbelasting bij de gevoelige objecten niet stijgt als de twee windturbines van het windproject in bedrijf worden genomen. De geluidssituatie blijft gedomineerd worden door het geluid van de industrie. Bij twee horecaondernemingen (Strandweg 1 en 4 in Oostvoorne) stijgt de cumulatieve geluidsbelasting bij de bovenkant van de bandbreedte door ongunstige afronding met slechts 1 dB.

4.3.4

Stiltegebied In het natuurgebied Voornes Duin ten zuiden van de beoogde windturbines is een stiltegebied gelegen (art. 2.4. Provinciale Omgevingsverordening Zuid-Holland). In de atlas leefomgeving3 staat doel is om het gemiddelde geluidsniveau onder de 40 decibel te houden. In Figuur 11 is het stiltegebied op kaart weergegeven. Het geluidsniveau op de grens van het stiltegebied ligt bij de luidste variant tussen de 31 – 36 dB Lnight. Omdat de windturbines een groot deel van de tijd op het maximale geluidsniveau draaien zal het maximale geluidsniveau ten hoogste enkele decibellen hoger liggen dan de Lnight waarde. Daarmee blijft het geluidsniveau van de luidste variant op de grens van het stiltegebied onder de 40 dB.

3 https://www.atlasleefomgeving.nl/

Projectbeschrijving

23

2

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing Figuur 11

Stiltegebied nabij windturbineposities Noordzeeboulevard.

4.4

Handhaving Artikel 3.14a, eerste lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer bevat regels over de maximale geluidsbelasting van windturbines. Deze maximale geluidsbelasting betreft een jaargemiddelde, een zogenoemde Lden- en Lnight-norm. Het is daarom niet nodig om de geluidsbelasting op een woning direct door middel van immissiemetingen vast te stellen. Handhaving van de jaargemiddelde normen vindt plaats op basis van verplichte registraties van de windturbinedata. Er is onder meer geregeld dat de drijver van de inrichting gedurende de exploitatie bepaalde gegevens dient te registreren omdat het bevoegd gezag hierom kan vragen (artikel 3.14e van de Activiteitenregeling). Op basis van de registraties is het mogelijk om te monitoren of aan de jaargemiddelde geluidsnormen is voldaan. Als omwonenden redenen hebben om te twijfelen of er wel aan de geluidsnorm wordt voldaan kan er een verzoek tot handhaving worden ingediend bij de gemeente. De gemeente kan dan besluiten een onderzoek uit te voeren. Hierbij kan het zijn dat er eventuele afwijkingen in het karakter van het windturbinegeluid ten opzichte van de opgave van de fabrikant (verkregen voor metingen bij certificering van de windturbine) worden geconstateerd. Indien dit aan de orde is, dient dit door de vergunninghouder opgelost te worden.

Projectbeschrijving

24

2

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

4.4.1

Conclusie Uit bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de windturbines voldoen aan de grenswaarden voor geluid uit het Activiteitenbesluit ter plaatse van nabijgelegen woningen. Turbinetypes in dezelfde MW-klasse die niet onderzocht zijn hebben een gelijkwaardige of kleinere geluidemissie waardoor diverse windturbinetypes geplaatst kunnen worden op deze locatie. Aangezien de windturbines direct onder het Activiteitenbesluit Milieubeheer vallen en er geen sprake is van bijzondere lokale omstandigheden zijn aanvullende voorschriften omtrent geluid niet nodig. Geconcludeerd wordt dat het aspect Geluid de uitvoering van het project niet in de weg staat. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening voor het aspect geluid.

4.5

Slagschaduw

4.5.1

Toetsingskader Bewegende slagschaduw van windturbines kan tot hinder leiden. De flikkerfrequentie, het contrast en de tijdsduur van de blootstelling zijn van invloed op de mate van hinder die kan worden ondervonden. De beoogde windturbines vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. Het toetsingskader voor wat betreft het aspect slagschaduw wordt gevormd door de voorschriften die zijn opgenomen in de Activiteitenregeling. De artikelen 3.12 en 3.13 van de Activiteitenregeling bevatten voorschriften ter voorkoming van het optreden van hinder door slagschaduw en lichtschittering. Hierin is opgenomen dat een windturbine moet zijn voorzien van een automatische stilstandvoorziening indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten voor zover de afstand tot de windturbine minder dan 12x de rotordiameter bedraagt en de schaduw gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten kan optreden. Om normoverschrijding te voorkomen kan een stilstandvoorziening op de windturbine worden aangebracht zoals vermeld in het Activiteitenbesluit. Deze zorgt ervoor dat bij overschrijding van de slagschaduwnorm, de windturbine wordt uitgeschakeld. De voorziening wordt per schaduwgevoelige woning vooraf ingeregeld, aangezien het gaat om specifieke momenten die van tevoren bepaald kunnen worden afhankelijk van de zonnestand.

Daarnaast wordt gemeten of er daadwerkelijk voldoende zon (en dus slagschaduw) is op die momenten.

4.5.2

Onderzoek Er is een slagschaduwonderzoek uitgevoerd voor de boven en ondergrens van de bandbreedte. De verwachte schaduwduur ter plaatse van gevoelige objecten in de omgeving van de beoogde windturbines is gemodelleerd met behulp van het programma WindPRO. Ook dit onderzoek is uitgevoerd aan de hand van een tweetal

Projectbeschrijving

25

2

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

windturbinetypen waarmee de bandbreedte is onderzocht (zie Tabel 4). Hiermee kan de minimale en maximale schaduwduur in de omgeving van de windturbine worden weergegeven. Bij het slagschaduwonderzoek wordt uitgegaan van een realistische meteorologische situatie. Hierbij wordt rekening gehouden met het aantal verwachte zonuren en het aantal operationele uren van de windturbine, gebaseerd op data van meteostation Vlissingen. Daarnaast geldt dat het gebied waarbinnen ‘hinderlijke slagschaduw’ kan optreden is berekend onder de volgende aannames; de minimale zonhoek is 3 graden en minimale zonafdekking door wieken is 20%. Daarbuiten is het zonlicht en de slagschaduw dermate diffuus dat deze nauwelijks voor hinder zorgt. Dit is een veelgebruikte en geaccepteerde aanname in slagschaduwonderzoeken in Nederland4. Tabel 4

Gegevens onder- en bovengrens v.w.b slagschaduw (in meter).

Bandbreedte

Type

Ondergrens Bovengrens

Nordex N-149 Indicatief windturbinetype

Ashoogte

Rotordiameter

150 190

149 180

Onderstaande afbeelding toont de 5 uur en 40 minuten per jaar slagschaduwcontour (wettelijke norm) van zowel de onder- en bovengrens. Dit wil dus zeggen dat er binnen de contour jaarlijks meer dan 5 uur en 40 minuten slagschaduw optreedt en erbuiten minder. Figuur 12

De 5:40u / jaar slagschaduwcontour van de onder- en bovengrens van de bandbreedte.

Er bevinden zich geen gevoelige objecten binnen de 5 uur en 40 minuten slagschaduwcontouren voor de onder- en bovengrens van de afmetingen. Er hoeven 4 Zie ECLI:NL:RVS:2016:1228 en ECLI:NL:RVS:2018:616

Projectbeschrijving

26

2

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

daarom geen mitigerende maatregelen te worden opgenomen ter voorkoming van meer dan 5 uur en 40 minuten slagschaduw op een gevoelig object.

4.5.3

Kantoorpanden Uit inventarisatie is gebleken dat er één object met een kantoorfunctie van derden binnen de 5:40u contour van de bovengrens ligt. Daarnaast bevindt zich ook nog een gebouw met kantoorfunctie van derden binnen de 0u contour van de bovengrens. Een inventarisatie in beide kantoorpanden laat zien dat het kantoorpand op de Noordzee boulevard (>5u40) geen lichtdoorlatende gevel bevat aan de oost of zuid zijde van het pand, en daardoor ook geen hinderlijke slagschaduw zal ontvangen. Het noordelijk gelegen kantoorpand van Odin Warehousing bevat aan de relevante zuidzijde een naar inschatting raamoppervlak van 6 meter hoog en 11 meter breed. Deze indicatieve schatting van het raamoppervlak inclusief zuidoriëntatie (19*) is ingeladen in WindPRO. Het kantoorpand ontvangt respectievelijk 02:52 uur slagschaduw van de bovengrens bandbreedte en 00:52 uur slagschaduw van de ondergrens bandbreedte.

Figuur 13

Projectbeschrijving

De slagschaduwcontour bovengrens inclusief kantoorpanden.

27

2

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing Figuur 14

De slagschaduwcontour bovengrens inclusief kantoorpanden.

4.5.4

Cumulatie Bij de cumulatieve berekening wordt gekeken naar de invloed van de windturbineopstelling in combinatie met het al bestaande windpark Slufterdam. Voor normoverschrijding door aanwezigheid van gevoelige objecten is de cumulatieve situatie onveranderd, aangezien er geen gevoelige objecten aanwezig zijn binnen de slagschaduwcontour van het beoogde windpark. De cumulatieve situatie heeft wel invloed op het kantoorpand van Odin Warehousing. Het zuidgeoriënteerde raam ontvangt 04:05 uur slagschaduw van turbine 13 uit windpark Slufterdam. Uit hoofdstuk 4.5.3 is gebleken dat de slagschaduw van de onder- en bovengrens respectievelijk 00:52 uur en 02:52 uur is. De cumulatieve slagschaduw is weergeven in Tabel 5.

Tabel 5

Projectbeschrijving

Cumulatieve slagschaduw windpark Noordzeeboulevard.

Bandbreedte

Slagschaduw (uu:mm)

Cumulatieve slagschaduw (uu:mm)

Ondergrens Bovengrens

00:52 02:52

04:57 06:57

28

2

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing Figuur 15

Cumulatieve slagschaduwcontour bovengrens

4.5.5

Conclusie Uit bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de windturbines ook in cumulatie met windpark Slufterdam voldoen aan de grenswaarden voor slagschaduw uit het Activiteitenbesluit ter plaatse van nabijgelegen woningen. Uit inventarisatie is gebleken dat zich één object met een kantoorfunctie van derden binnen de 5:40u contour van de bovengrens bevindt. Door de afwezigheid van ramen aan de oost- en zuidzijde ontvangt dit pand echter geen hinderlijke slagschaduw. Daarnaast bevindt zich ook nog een gebouw met kantoorfunctie van derden binnen de 0u contour van de bovengrens. Dit betreft echter geen slagschaduwgevoelig object waarvoor moet worden gemitigeerd. Daarmee is de te verwachten slagschaduw erg laag en is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.

4.6

Obstakelverlichting De windturbines dienen voorzien te worden van obstakelverlichting in het verband met de luchtvaartveiligheid. De Directie Luchtvaart-Vergunningen van de Inspectie Leefomgeving en Transport is het bevoegd gezag voor de beoordeling van het verlichtingsplan voor de luchtvaart. Op dit moment is er nog geen verlichtingsplan opgesteld. Dit is onder meer afhankelijk van het type windturbine en zal later uitgewerkt worden en voorgelegd aan de Directie Luchtvaart-Vergunningen. De

Projectbeschrijving

29

2

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

Luchtvaartwet bepaalt waar deze verlichting/markering aan moet voldoen. Landelijk lopen er diverse onderzoeken naar de beste mogelijkheden om hinder als gevolg van deze verlichting zoveel als mogelijk te beperken. In donkere omstandigheden zal vastbrandend en dimbaar licht worden gebruikt.

4.7

Externe veiligheid

4.7.1

Toetsingskader Vanwege de kans op falen kunnen windturbines een risico opleveren voor de omgeving. Bij de toetsing op veiligheidsaspecten wordt gebruik gemaakt van verschillende (wettelijke) kaders. (Beperkt) kwetsbare objecten De normstelling omtrent windturbines en objecten waar personen verblijven volgt uit het Activiteitenbesluit: 1.

2.

Het plaatsgebonden risico voor een buiten de inrichting gelegen kwetsbaar object, veroorzaakt door een windturbine of een combinatie van windturbines, is niet hoger dan 10-6 per jaar. Het plaatsgebonden risico voor een buiten de inrichting gelegen beperkt kwetsbaar object, veroorzaakt door een windturbine of een combinatie van windturbines, is niet hoger dan 10-5 per jaar.

Zie Bijlage B voor de definities kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Op de 10-6 contour heeft een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, een kans op overlijden van één keer in de miljoen jaar als rechtstreeks gevolg van een falende windturbine. Op de 10-5 contour is deze kans één keer in de honderdduizend jaar. Risicovolle installaties Indien plaatsing van windturbines niet leidt tot een substantiële verhoging van de veiligheidsrisico’s van risicovolle installaties behorende tot de Bevi-inrichting dan zullen ook de veiligheidsafstanden van de Bevi-inrichting niet substantieel wijzigen. Dat betekent dat toetsing aan de afstanden tot (beperkt) kwetsbare objecten ook na plaatsing van de windturbines niet tot belemmeringen leidt. Om te toetsen of de windturbines de risico’s van de inrichting niet substantieel verhogen kan in eerste instantie naar de toename van de catastrofale faalfrequentie van risicovolle installaties behorende tot de inrichting worden gekeken. Indien deze toename een bepaalde richtwaarde niet overschrijdt dan is plaatsing van de windturbine uit oogpunt van risicobeoordeling toegestaan. Als uitgangspunt voor deze richtwaarde wordt volgens het Handreiking Risicozonering Windturbines (HRW 2020)5 10% gehanteerd.

5

Projectbeschrijving

Handreiking Risicozonering Windturbines, Rijkswaterstaat Water, Verkeer & Leefomgeving, versie 1.1, 20 mei 2020.

30

3

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

Indien de toename deze richtwaarde overschrijdt, is plaatsing niet direct uitgesloten, maar wordt door een uitgebreidere analyse bepaald of er na plaatsing nog steeds voldaan wordt aan de normen uit het Bevi: -

De grenswaarde, bedoeld in artikel 4, eerste lid, voor kwetsbare objecten is 106 per jaar. - De richtwaarde, bedoeld in artikel 4, tweede lid, voor beperkt kwetsbare objecten is 10-6 per jaar. N.B. indien de risicovolle installatie een zogenaamde categoriale inrichting (Bevi, artikel 4, vijfde lid) betreft dienen in afwijking van het Bevi, artikel 4, eerste en derde lid niet de bovengenoemde grens- en richtwaarde tot (beperkt) kwetsbare objecten maar de vastgestelde afstanden uit de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) te worden gebruikt. Wegen Voor rijkswegen zijn generieke afstanden bepaald waarbuiten geen ontoelaatbare risico’s voor passanten plaatsvinden. In het document “Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over Rijkswaterstaatwerken” staan de minimale afstanden tot rijkswegen gegeven: “Langs rijkswegen wordt plaatsing van windturbines toegestaan bij een afstand van ten minste 30m uit de rand van de verharding of bij een rotordiameter groter dan 60m, ten minste de halve diameter”. Voor alle wegen die geen eigendom zijn van Rijkswaterstaat maar bijvoorbeeld van de provincie of gemeente, zijn geen algemene externe veiligheidsnormen van toepassing. Voor deze wegen kan allereerst worden getoetst of plaatsing van de windturbines voldoet aan de beleidsregel tot rijkswegen.

Indien dit het geval is kunnen de veiligheidsrisico’s voor de provinciale, gemeentelijke of waterschapsweg ook toelaatbaar worden geacht. Buisleidingen Voor ondergrondse buisleidingen adviseert Gasunie een afstand aan te houden waarbuiten geen significant additioneel risico van een windturbine te verwachten is. Voor ondergrondse buisleidingen wordt door Gasunie geadviseerd, de grootste afstand van: ➢ maximale werpafstand bij nominaal toerental ➢ ashoogte + ½ rotordiameter Voor alle onderzochte windturbinetypes geld dat de ashoogte + ½ rotordiameter de grootste afstand geeft en daarmee maatgevend is. Hoogspanningsleidingen Er bestaat geen wettelijke kader voor de toetsing van de invloed van windturbines op hoogspanningsverbindingen. TenneT heeft in het Handreiking Risicozonering Windturbines (HRW2020) een adviesafstand opgenomen voor het transportnetwerk van 110kV tot en met 380kV. Deze adviesafstand is gelijk aan de maximale werpafstand bij nominaal toerental of indien deze groter is, de ashoogte + 1/2 rotordiameter. Projectbeschrijving

31

3

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

Dit betreft echter geen wettelijke grenswaarde. Wanneer niet wordt voldaan aan de afstandseis, vraagt TenneT om met hen in overleg te treden. TenneT zal op basis van het concrete geval bepalen welk risico voor de betreffende asset op dat moment aanvaard kan worden. Als eerste richtlijn kan gebruikt worden dat windturbine(s) de kans op falen van de verbinding met 10% mag verhogen. Deze additionele faalkans wordt gerelateerd aan de al aanwezige faalkans van de verbinding tussen de aangrenzende verdeel- of transformatorstations. Aangezien er geen standaard faalfrequentie van een hoogspanningsverbinding bestaat, dient in alle gevallen overleg en afstemming met TenneT plaats te vinden. Waterkering Voor waterkeringen is er geen landelijk uniform beleid met betrekking tot de plaatsing van windturbines. De waterkering die is gelegen binnen het invloedsgebied van windturbine 2 is in het beheer van waterschap Hollandse Delta. Dit waterschap heeft de Beleidsregel Windturbines op of nabij primaire waterkeringen opgesteld. Deze beleidsregel bevat randvoorwaarden en toetsingscriteria voor de behandeling van vergunningaanvragen voor windturbines. Om aan te tonen dat de waterveiligheid geborgd is en blijft, worden twee toetsingscriteria gehanteerd: ad 1: borgen van de waterveiligheid I.

Voor het borgen van de waterveiligheid dient de initiatiefnemer een beoordeling te overleggen (conform het WBI) van de overstromingskans op de betreffende locatie: ➢ zonder windturbine(s) en ➢ met de voorgenomen windturbine(s). II. De onder I. genoemde beoordelingen dienen te voldoen aan de volgende eisen: a. De bijdrage van de windturbine(s) aan de overstromingskans is kleiner dan 1% van de wettelijke faalkans (signaleringswaarde) per relevant faalmechanisme op doorsnede-niveau; b. Er moet voor elke windturbine een aparte beoordeling op relevante faalmechanismen en doorsnede-niveau gemaakt worden indien de windturbines op een onderlinge afstand van méér dan 1.000 meter van elkaar geplaatst worden. Afvallend ijs IJsafworp en ijsafval Als gevolg van ijsafzetting op delen van de windturbine kan ijsafworp plaatsvinden, als het ijs van de draaiende rotor loskomt. Daarnaast kan ijsafval plaatsvinden, als het ijs los komt van een stilstaande rotor of overige stilstaande delen van de windturbine. Het gebied waarbinnen ijsafworp veiligheidsrisico’s tot gevolg heeft is groot, terwijl ijsafval voornamelijk risico’s vormt voor het gebied onder de rotor van de windturbine. In het Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid Module IV is opgenomen dat het risico door afvallend ijs in de risicobeoordeling van een windpark meegenomen moet worden, als het gebied onder de rotor vrij toegankelijk is.

Omdat de beoogde windturbines zullen worden voorzien van een ijsdetectiesysteem dat de windturbines in

Projectbeschrijving

32

3

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

geval van ijsafzetting stil zet, is in dit externe veiligheidsonderzoek enkel het risico van ijsafval beschouwd. Risicogebied voor ijsafval In de toelichting op het Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid staat beschreven dat loslatende ijsbrokken bij een windturbine met een ashoogte van 65 meter op 10 tot 15 meter van het rotorvlak terecht kwamen. Ten behoeve van het bepalen van het risicogebied voor ijsafval is in dit onderzoek de valafstand van 15 meter lineair doorgetrokken op basis van de ashoogte van de windturbines. De ashoogte van de windturbines bedraagt 190 meter, waardoor de aangehouden valafstand (190/65) * 15 = 43,8 meter van het rotorvlak is. Beoordeling risico’s door ijsafval Wanneer het ijsdetectiesysteem de windturbine stilzet in geval van ijsafzetting, is het mogelijk de rotor van de windturbine in een positie te draaien waarbij afvallend ijs zo min mogelijk veiligheidsrisico’s zal veroorzaken. Deze veiligheidsrisico’s zullen doorgaans het grootst zijn op wegen, waar personen de windturbines passeren. In voorliggend externe veiligheidsonderzoek is daarom onderzocht in welke positie de windturbines kunnen worden gedraaid om het risicogebied door afvallend ijs zo min mogelijk met wegen en vaarwegen te laten overlappen. De weglengte die hierbij alsnog binnen het risicogebied komt te liggen, vormt de basis voor de beoordeling van het criterium ‘afvallend ijs’.

4.7.2

Onderzoek (Beperkt) kwetsbare objecten Binnen de 10-5 en 10-6 contouren van de windturbines is nagegaan of er (geprojecteerde) kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten aanwezig zijn. Hiervoor is gebruik gemaakt van het BAG en de luchtfoto. In Figuur 16 is te zien dat zich binnen de PR 10-6 contour van de windturbines geen panden bevinden. Daarmee bevinden zich dus geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten binnen respectievelijk de PR 10-6 en PR 10-5 contour. Oprichten van nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten binnen de PR-contouren Om aan de normen uit het Activiteitenbesluit te voldoen mag de PR 10 -6 contour van de windturbines niet met toekomstige buiten de inrichting gelegen kwetsbare objecten komen te overlappen. Evenzo mag de PR 10-5 contour van de windturbines niet met toekomstige buiten de inrichting gelegen beperkt kwetsbare objecten komen te overlappen. In de volgende paragraaf wordt besproken of deze beperking in strijd is met de huidige bestemming op de gronden in beheer van het Havenbedrijf Rotterdam. Daarnaast wordt ingegaan op het door het Havenbedrijf Rotterdam gehanteerde beleid ten aanzien van windturbines.

Projectbeschrijving

33

3

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing Figuur 16

Plaatsgebonden risicocontouren en panden rondom de beoogde windturbines

Beleid Havenbedrijf Rotterdam Ten aanzien van windturbines hanteert het Havenbedrijf Rotterdam het volgende beleid: “Waar havenactiviteiten strijdig zijn met plaatsing van windturbines wordt in principe altijd de voorkeur gegeven aan de havenactiviteiten”. Bij de beoordeling of wordt voldaan aan dit beleid benoemt het Havenbedrijf dat de windturbines zodanig moeten worden opgesteld dat ze minstens de afstand van de tiphoogte verwijderd zijn van de terreingrens6. De onderzochte windturbines voldoen niet aan dit beleid maar kunnen ook niet zo ver naar het zuiden worden verschoven dat aan dit beleid zou worden voldaan, vanwege ongewenst ecologische effecten.

6

Projectbeschrijving

Hiermee wordt bedoeld: de naburige terreingrens in beheer van het Havenbedrijf, niet behorende tot de inrichting van de windturbine.

34

3

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing Figuur 17

Gebied waarbinnen de mast van de windturbines niet geplaatst zou kunnen worden om te voldoen aan het beleid van het Havenbedrijf Rotterdam ten aanzien van windturbines.

Omdat niet wordt voldaan aan het door het Havenbedrijf gehanteerde beleid t.a.v. windturbines is onderzocht of de onderzochte windturbines in strijd zouden zijn met de huidige bestemming op gronden van het Havenbedrijf. Op basis van het vigerende bestemmingsplan Maasvlakte 1 kan niet volledig worden uitgesloten dat de windturbines een beperking voor de ontwikkelmogelijkheden op gronden van het Havenbedrijf op zullen leveren, wanneer in een bestemmingsplan zou worden opgenomen dat binnen de PR 10-6 contour van de windturbines geen kwetsbare objecten mogen worden opgericht. Een dergelijke ontwikkeling lijkt wel erg onwaarschijnlijk, omdat de gronden van het Havenbedrijf binnen de PR 10-6 contouren van de windturbines al grotendeels als afvalberg in gebruik zijn en de gronden in het bestemmingsplan ook volledig deze specifieke functieaanduiding hebben. Daarnaast valt op te merken dat de PR 10-6 contouren van nabijgelegen windturbines van windpark Slufterdam ook over de gronden van het Havenbedrijf liggen. Binnen de PR 10-5 contour van de windturbines zouden ook geen beperkt kwetsbare objecten kunnen worden opgericht. Omdat de PR 10-5 contour niet met de gronden van het Havenbedrijf overlapt, levert dit voor het Havenbedrijf geen beperking op.

Risicovolle installaties Op basis van de Atlas leefomgeving, luchtfoto’s en streetview foto’s is nagegaan welke risicovolle installaties zich binnen de maximale werpafstanden rondom de beoogde winturbines bevinden (Figuur 18).

Projectbeschrijving

35

3

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing Figuur 18

Risicovolle installaties binnen de invloedsfeer van de beoogde windturbines

Op Figuur 18 is te zien dat zich binnen de invloedsfeer van windturbine 1 een propaantank bevindt op het terrein van Van Gansewinkel Milieutechniek B.V. Dit betreft een bovengrondse propaantank met een inhoud van minder dan 13 m3, waarop het Activiteitenbesluit van toepassing is. Voor dergelijke propaantanks gelden aan te houden veiligheidsafstanden tot beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten tot maximaal 50 meter. Deze veiligheidsafstand wordt niet beïnvloed door een eventuele trefkans van een falende windturbine. Om deze redenen is de risicotoevoeging als gevolg van de plaatsing van de windturbines niet relevant. Wegen Geen van de windturbines zullen overdraaien boven wegen die in beheer zijn van Rijkswaterstaat, waarmee wordt voldaan aan de “Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over Rijkswaterstaatwerken”. Beide windturbines zullen wel boven de gemeentelijke weg (de Noordzeeboulevard) overdraaien. Voor deze weg is daarom berekend wat de kans is dat een persoon die de windturbine op de weg passeert door (delen van) een falende turbine wordt getroffen. Deze trefkans is: ➢ 7,58*10-13 per passage Hieruit volgt dat aan het IPR (10-6) wordt voldaan zolang één passant de windturbines niet vaker passeert dan: ➢ 1.318.411 keer per jaar; oftewel 3.612 passages per dag gedurende een heel jaar door dezelfde persoon.

Projectbeschrijving

36

3

Windproject Noordzeeboulevard Ruimtelijke onderbouwing

Er wordt aan het MR (2*10-3) voldaan zolang het aantal passanten dat de windturbines per jaar passeert niet meer is dan: ➢ 2.636.821.181 Gelet op de aard van de weg is het niet realistisch dat het IPR of MR wordt overschreden. Buisleidingen Vanwege de aanwezigheid van buisleidingen in het plangebied is onderzocht of de windturbines voldoen aan de adviesafstand van Gasunie. Omdat de buisleidingen ondergronds zijn geldt als adviesafstand de grootste waarde van: ➢ de maximale werpafstand bij nominaal toerental, of ➢ de ashoogte + ½ rotordiameter (tiphoogte). De tiphoogte is voor de beschouwde turbines een grotere afstand (280 m) dan de maximale werpafstand bij nominaal toerental (171 m) en is daarmee de maatgevende afstand. In Figuur 19 is te zien dat er geen buisleidingen van Gasunie binnen de adviesafstand van de turbines zijn gelegen. Wel is een toekomstige waterstofleiding binnen de adviesafstand van WT2 voorzien. Dit betreft een leiding van Hynetwork Services, dat in samenwerking met het Havenbedrijf Rotterdam de leiding ontwikkelt. Figuur 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16850625/2