CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: Omgevingsplan Buitengebied Westvoorne Veegplan 3 vast te stellen

Commissie Ruimte 25 oktober 2023, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Vaststelling Omgevingsplan Buitengebied Westvoorne Veegplan 3.27.059 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

20

h. Op het onderzoeksgebied worden geen (oude) tractoren opgeslagen. Het onderzoeksgebied is elk jaar in gebruik als landbouwgrond zonder dat daar bodemverontreinigende activiteiten plaatsvinden. De bodemonderzoeken zijn derhalve aan het DCMR voorgelegd ter beoordeling. Uit de reactie blijkt niet dat de onderzoeken niet langer houdbaar zijn. Er wordt door de DCMR geconcludeerd dat de onderzoeken voldoen aan de norm voor dit type onderzoek. Alleen de twee asbestverdachte locaties dienen nader onderzocht te worden wanneer het gebruik hier wijzigt naar wonen (met tuin). Besloten is om de asbest verdachte locatie aan de Vleerdamsedijk buiten de woonbestemming gehouden. Voor de Boomweg was dit al het geval. De huidige activiteiten geven geen aanleiding om te veronderstellen dat de bodem verontreinigd zou zijn. Bij de omgevingsvergunningaanvraag zal de initiatiefnemer moeten aantonen dat de bodem geschikt is voor woningbouw zoals staat omschreven in het artikel ‘kwalitatieve toetsing in de zone zanderijen’ wanneer een ontwikkeling aangevraagd wordt. Hiervoor kan het huidige rapport worden gebruikt. i. Deze zienswijze gaat niet in op het ontwerpbestemmingsplan dat ter inzage heeft gelegen, maar op mogelijke schade die is ontstaan door te maaien in het broedseizoen. Met het melden van dergelijke overtredingen bij het waterschap is juist gehandeld. j.

Er is zeker geen sprake van een ‘slager keurt zijn eigen vlees’ principe. De gemeente is opdrachtgever voor de ontwikkelingen aan de Quacksedijk, Boomweg, Vleerdamsedijk en Middelweg. De projectontwikkelaar is de initiatiefnemer in het geheel. De projectontwikkelaar levert op eigen initiatief een aantal onderzoeken aan, maar toetst zijn eigen ontwikkeling en ook de onderzoeken niet. De gemeente ziet toe op een goede ruimtelijke ordening en toetst zowel het initiatief als de onderzoeken aan de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Wij delen de mening van reclamant dat de ruimtelijke onderbouwing te eenzijdig in elkaar steekt dan ook niet. k. Het is niet gezegd dat het onmogelijk is om woningen aan de N57 te realiseren. Gezien de ligging aan de N57 en de doodlopende weg is er in een vroeg stadium voor gekozen alternatieve woningbouwlocaties te onderzoeken. Dit heeft te maken met de geluidsbelasting op deze woningen en (de kosten van) te nemen maatregelen om tot een goed woon- en leefklimaat te komen. Of er andere geschikte locaties voor handen zijn is altijd een samenspel van grondbezit, kostenafwegingen en risico-inschattingen. Of een locatie geschikt is voor een bepaalde functie wordt uiteindelijk bepaald door het schrijven van een ruimtelijke onderbouwing of een bestemmingsplan.

Daaruit moet blijken of aan bestaand beleid wordt voldaan en of het woon- en leefklimaat op orde is voor de beoogde functie. De Middelweg is een bestaand lint en is hierom gekozen om verder te onderzoeken middels de ruimtelijke onderbouwing. In de ruimtelijke onderbouwing wordt vervolgens aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

21

l.

Het perceel aan de Quacksedijk is in het verleden (2020) aangekocht door initiatiefnemer. Daarvoor behoorde het perceel vele jaren toe aan de gemeente. De percelen aan de Boomweg, Vleerdamsedijk en Middelweg waren al in bezit van initiatiefnemer en zijn geen onderdeel van de overeenkomst. De overdracht van het perceel aan de Quacksedijk is budgettair neutraal afgewikkeld tussen de gemeente en initatiefnemer. Voor de ontwikkeling van woningen op de locaties Boomweg, Vleerdamsedijk en Middelweg wordt gebruik gemaakt van het principe ‘Ruimte voor Ruimte’. Met de sanering van de varkenshouderij en de sloop van de bebouwing aan de Quacksedijk kunnen conform het gemeentelijk beleid twee burgerwoningen worden gerealiseerd. In zienswijze 2, sub a, is de verantwoording voor dit aantal grondig uiteengezet. Wij verwijzen voor de inhoudelijke uitgangspunten dan ook graag naar deze onderbouwing. Daarnaast mag de initiatiefnemer de twee bedrijfswoningen omzetten naar burgerwoning vanwege de bedrijfsbeëindiging. In de aanleiding van de ruimtelijke onderbouwing (hoofdstuk 1) voor de Quacksedijk zullen wij bovenstaande uitleg toevoegen waaruit blijkt dat de (financiële) compensatie in verhouding is. m. Met voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat er op de locatie woningbouw mogelijk is en dat dit gebeurd conform een goede ruimtelijke ordening.

De ruimtelijke onderbouwing zal op een aantal van bovenstaande punten worden aangepast om deze sluitend te maken. Er is dan nog geen vergunning afgegeven voor de beoogde activiteit. Om te komen tot de realisatie van de woning dient vervolgens nog te worden voldaan aan artikel 138 – kwalitatieve toetsing Zanderijen uit de regeling van het bestemmingsplan. De initiatiefnemer zal een concreet bouwplan moeten opstellen. Hiermee wordt eerst het gesprek met de gemeente en later met de buurt (omgevingsdialoog) gevoerd. Op basis van deze gesprekken en de andere voorwaarden uit dit artikel wordt uiteindelijk besloten of er een omgevingsvergunning kan worden verleend. De gesprekken zelf zijn overigens al gestart waarbij er per brief (informerend) contact is geweest tussen initiatiefnemer en de omgeving. Tevens zijn er enkele pogingen geweest om tot een datum te komen voor een presentatie van het voornemen. Deze presentatie heeft nog niet plaatsgevonden. Conclusie De zienswijze wordt deels gegrond verklaard.

Gelet op de beantwoording van de zienswijze leidt de zienswijze tot wijziging van het bestemmingsplan: - In hoofdstuk 3 van de toelichting van de Ruimtelijke Onderbouwing Quacksedijk (bijlage 6 van het bestemmingsplan) wordt de aanvulling, zoals voorgesteld in de beantwoording onder zienswijze 2a, toegevoegd om realisatie van de woningen uitgebreider te onderbouwen én te onderbouwen waarom dit ruimtelijk aanvaardbaar is. - De twee quickscans Flora en Fauna voor de locatie Quacksedijk en de locaties Boomweg/Middelweg/Vleerdamsedijk zijn toegevoegd als bijlage 8 en 9 bij de ruimtelijke onderbouwing. Het aanvullend ecologisch onderzoek naar de Quacksedijk is inmiddels ook afgerond en toegevoegd als bijlage 7. Ook is een conclusie toegevoegd aan de paragraaf Ecologie. - De woonbestemming aan de Vleerdamsedijk wordt verkleind, zodat de asbestverdachte locatie geen onderdeel meer uitmaakt van deze locatie.

22

Reclamant 7, zienswijze Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond Onderwerp: Colinslandsedijk 4 Zienswijze Reclamant merkt op dat de ontwikkeling (realiseren van een Bed & Breakfast) op de Colinslandsedijk 4 te Tinte is gelegen nabij buisleiding W-538-02 en in het worstcasescenario binnen het effectgebied ligt. Daarom adviseert de VRR de volgende maatregelen: a. Construeer eventuele (her)ontwikkeling van (beperkt) kwetsbare bestemmingen binnen de 1% letaliteitscontour (15 meter vanuit het hart van de leiding) van de W-53802 zodanig dat aanwezigen bij een (dreigende) fakkelbrand goede ontvluchtingsmogelijkheden hebben. Voor het ontvluchten is het wenselijk om minimaal één (nood)uitgang van de buisleiding W-538-02 af te richten en deze in voldoende mate aan te laten sluiten op de infrastructuur van de omgeving. b. Draag zorg voor een goede voorlichting en instructie van de aanwezige personen zodat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit door middel van de campagne “Goed voorbereid zijn heb je zelf in de hand”. Er kan informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming en bestrijding van incidenten en over de daarbij te volgen gedragslijn. Beantwoording a. Wij communiceren deze adviezen en verantwoordelijkheden met de initiatiefnemer, zodat deze hier tijdens de uitvoering van het plan rekening mee kan houden. b.

Wij communiceren deze adviezen en verantwoordelijkheden met de initiatiefnemer, zodat deze hier tijdens het gebruik rekening mee kan houden. Conclusie Gelet op de beantwoording leidt de zienswijze niet tot wijziging van het bestemmingsplan.

23

Reclamant 8, zienswijze Provincie Zuid-Holland Onderwerp: RO Walinxweg 3, RO Quacksedijk en ontwikkelingen Boomweg, Vleerdamsedijk en Middelweg, RO Langeweg 32/34, RO Nieuw Rockanjesedijk 1b. Zienswijze Reclamant merkt op dat Ruimtelijke ontwikkelingen zijn toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. Sturen op ruimtelijke kwaliteit betekent voor de provincie richting en ruimte geven aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. Het kwaliteitsbeleid van de provincie gaat uit van ‘ja, mits’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De provincie hanteert hier het handelingskader ruimtelijke kwaliteit: een benadering die enerzijds onderscheid maakt in drie soorten ruimtelijke ontwikkelingen (nieuwe bebouwing of nieuw gebruik van grond of bebouwing) naar gelang hun impact op de omgeving en anderzijds de realisatie van bepaalde soorten ruimtelijke ontwikkelingen uitsluit in gebieden met een bepaalde beschermingscategorie. Onderhavig Veegplan maakt 13 ontwikkelingen mogelijk ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan.

Op grond van ons ruimtelijke kwaliteitsbeleid hebben wij bezwaren tegen de volgende van deze locaties in Rockanje: Walinxweg 3, Quacksedijk 2/2a Middelweg tussen 36 en 38, Vleerdamsedijk tegenover 23 en Boomweg naast 20, Nieuwe Rockanjesedijk 1a en Langeweg 32/34. Al deze locaties zijn op grond van de Omgevingsverordening aangewezen als ‘Beschermingscategorie 3 Buitengebied’. Op grond van artikel 6.9a van de verordening kan een bestemmingsplan voor een locatie binnen buitengebied waarvan de plaats geometrisch is verbeeld op kaart 14 in bijlage II voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast, blijkens een afdoende motivering die tevens ingaat op de keuze voor een locatie buiten bestaand stads- en dorps gebied (BSD). Voor genoemde locaties is de provincie van mening dat onvoldoende rekening is gehouden met behoud van de openheid en het groene karakter van het landschap en dat de locatiekeuze buiten BSD onvoldoende is gemotiveerd. Daarbij nemen wij nog in aanmerking dat alle ontwikkelingen op zich wellicht bezien geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft die ladderplichtig is (want minder dan 12 woningen), maar dat op deze wijze via het veegplan over het geheel genomen veel nieuwe stedelijke bebouwing aan het buitengebied wordt toegevoegd. a.

Aan de Walinxweg 3 is sprake van de sanering van een glastuinbouwbedrijf en de herontwikkeling naar wonen. Op deze locatie wordt volgens de ruimtelijke onderbouwing 12.450 m² aan kassen en 961 m² aan overige objecten gesaneerd. Op een groot deel van het terrein wordt na de sanering in dit plan een woonbestemming gelegd. Vijf in totaal, waarvan één de regulier bestemde bedrijfswoning betreft. In de ruimtelijke onderbouwing is opgenomen dat de belangrijkste ruimtelijke kwaliteitsverbetering wordt gevonden in de blijvende sanering van de bedrijfsbebouwing en dat per saldo het verhard bebouwd oppervlak afneemt. Reclamant is van mening dat de onderbouwing voor de toevoeging van vijf woningen op deze plek echter onvoldoende is onderbouwd.

24

b. Reclamant erkent dat de sanering van de agrarische bebouwing aan de Quacksedijk 2/2a een kwaliteitswinst op kan leveren. De inwisseling voor 4 nieuwe compensatie woningen aan de genoemde bewoningslinten vindt reclamant echter te fors. In het richtpunt ruimtelijke kwaliteit voor linten (Omgevingsbeleid) vraagt de provincie om de doorzichten aan de linten te behouden. De provincie kan dan ook niet instemmen met het zonder meer volbouwen van de linten zoals nu met het plan wordt mogelijk gemaakt. Op grond van het richtpunt voor de stads- en dorpsranden willen zij het buitengebied beleefbaar maken en dat kan op deze plekken. Dit plandeel is daarmee strijdig met de richtpunten en ambities voor ruimtelijke kwaliteit. De provincie kan daarmee dan ook niet instemmen en verzoeken de gemeente het plan in overeenstemming te brengen met de richtpunten van ruimtelijke kwaliteit voor dit gebied en de omvang van de bebouwing terug te brengen. c. Ook de omzetting van de bedrijfswoning en de toevoeging van drie extra woningen vindt reclamant te fors op de locatie Nieuw Rockanjesedijk 1b. In totaal zou de te slopen bebouwing en verharding op deze locatie gezamenlijk 3.700 m2 bedragen.

In dat kader verwijst de provincie wederom naar het richtsnoer ruimte-voor-ruimte waarbij zij tevens benadrukken dat de provincie uitgaat bij dat richtsnoer van te slopen bebouwing en niet van afname in het verhard oppervlak. Dit plandeel is daarmee strijdig met de richtpunten en ambities voor ruimtelijke kwaliteit. Zij kunnen daarmee dan ook niet instemmen en verzoeken de gemeente het plan in overeenstemming te brengen met de richtpunten van ruimtelijke kwaliteit voor dit gebied en de omvang van de bebouwing terug te brengen. d. Reclamant merkt op dat ook aan de Langeweg 32/34 een glastuinbouwbedrijf met bijbehorende bedrijfsbebouwing gesloopt zal worden. De totale oppervlakte van de bebouwing die gesloopt zal worden bedraagt ca. 5.800 m2. Voor de sanering van de kassen komt ter plaatse een woning terug, de bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning en de voormalige vakantiewoning wordt ook omgezet naar een burgerwoning. Ook hier acht de provincie de toevoeging van woonfuncties op deze plek te fors. Daarbij vinden zij onvoldoende gemotiveerd hoe de woning achter op de kavel (voorm. vakantiewoning) zich verhoudt tot het richtpunt ruimtelijke kwaliteit voor de linten. De omzetting van een recreatiewoning naar een bestemming burgerwoning vinden zij niet zonder meer aanvaardbaar, maar zal gemotiveerd moeten worden in relatie tot het handelingskader ruimtelijke kwaliteit.

Er wordt in het geheel geen aandacht besteed aan landschappelijke inpassing. Dit plandeel is daarmee strijdig met de richtpunten en ambities voor ruimtelijke kwaliteit. Zij kunnen daarmee dan ook niet instemmen en verzoeken de gemeente het plan in overeenstemming te brengen met de richtpunten van ruimtelijke kwaliteit voor dit gebied en de omvang van de bebouwing terug te brengen.

25

Beantwoording Wat betreft de opmerkingen over het toevoegen van meer dan 12 woningen aan het buitengebied geldt dat deze projecten niet samenhangen met elkaar. Dit zijn op zichzelf staande projecten waarbij geen van deze projecten ladderplichtig is. Door ze in een veegplan op te nemen betekent niet dat er directe samenhang is tussen de projecten en daarom zijn ze gezamenlijk niet ladderplichtig. a. Met betrekking tot bovenstaande zienswijze over de Walinxweg 3 wordt meegeven deze locatie niet langer onderdeel uitmaakt van het ‘Omgevingsplan Buitengebied Westvoorne: Veegplan 3’ dat aangeboden zal worden aan de gemeenteraad ter vaststelling. Derhalve is de zienswijze niet beantwoord. Er is op de locatie spuitzoneonderzoek uitgevoerd en de conclusie uit dit rapport houdt vanwege een uitspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2022:3023) op een andere zaak niet langer stand. Dat betekent dat er voor de locatie Walinxweg momenteel geen onderzoek is waaruit blijkt dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat op het aspect spuitzones. Het initiatief wordt derhalve geparkeerd en later mogelijk weer opgepakt in het geval uit voortschrijdend inzicht blijkt dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat in relatie tot de spuitzones. b. De provincie stelt dat er vier compensatiewoningen worden opgericht. Dit is niet correct.

Met de beoogde ontwikkeling worden twee bedrijfswoningen omgezet naar twee burgerwoningen. Daarnaast wordt voor de sanering van meer dan 2.000 m2 aan varkenshouderij ook nog twee compensatiewoningen gerealiseerd. Voor verdere beantwoording van de zienswijze verwijzen wij naar de beantwoording onder zienswijze 2, onder a. Hier gaan wij in op de motivering van zowel het aantal woningen als de toetsing van de locatiekeuze aan het provinciaal beleid. De ruimtelijke onderbouwing wordt aangepast op basis van deze zienswijze. c. Wij vinden 3 compensatiewoningen geen te grote compensatie. Het provinciaal beleid is gericht op het behouden en verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Hiervoor is de ontwikkeling getoetst aan artikel 6.9 uit de provinciale verordening. Op basis van dit artikel is een ontwikkeling mogelijk binnen de eisen zoals die gelden ten aanzien van de beschermingscategorie (buitengebied), het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit. Met dit initiatief is sprake van inpassen. Hierbij dient de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk te blijven. Met de beoogde ontwikkeling aan de Nieuw Rockanjesedijk 1b wordt ruim 1.500 m2 bebouwing gesaneerd in ruil voor 1,5 compensatiewoningen. In totaal worden er 3 compensatiewoningen gerealiseerd.

De ruimtelijke kwaliteitsvoordelen die de sanering van de manege oplevert zijn relatief fors: de sanering levert een aanzienlijke stikstofverbetering op doordat de manege verdwijnt en daarmee ook het houden van paarden, de opslag van mest en de vele verkeersbewegingen die bij een manege horen. Tevens wordt asbest gesaneerd met het slopen van de bebouwing. Er is daarmee naar onze mening sprake van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Wij kennen hier nog 1,5 compensatiewoning aan toe. De beleidstoets wordt tevens aangepast, zodat duidelijker naar voren komt wat de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van deze ontwikkeling is. Naast de sanering levert een andere situering van de bebouwing ook meer doorzichten naar de polder op.

26

d. Reclamant geeft aan dat zij de hoeveelheid toe te voegen bebouwing te fors vindt en dat onduidelijk is hoe de bebouwing zich verhoudt tot de richtpunten en ambities voor ruimtelijke kwaliteit. In de ruimtelijke onderbouwing is aangegeven dat er circa 5.800 vierkante meter aan kassen en bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. Er wordt geconcludeerd dat dit voldoende is voor de bouw van één compensatiewoning en het omzetten van de zomerwoning naar een permanente woning. Deze onderbouwing is achteraf gezien te minimaal. Wij stellen voor om de hoeveelheid aan bebouwing beter te onderbouwen en meer aandacht te besteden aan de ambities/richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit. Wij zijn wel van mening dat deze locatie voldoet aan het provinciaal beleid. Daarnaast maken wij als gemeente gebruik van het handboek kwaliteitsverbetering. Allereerst gaan wij in op de hoeveelheid toe te voegen bebouwing. Het perceel aan de Langeweg bestaat uit een bedrijfswoning, een zomerwoning en een kassencomplex. De bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. Dit is niet strijdig met het provinciaal beleid.

Voor de andere twee woningen dient op basis van het provinciale beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit in relatie met de gemeentelijke structuurvisie ‘Glasherstructurering (na 1e herziening)’ te worden berekend hoeveel woningen er mogelijk gemaakt kunnen worden door permanente beëindiging van het glastuinbouwbedrijf en sanering van het kassencomplex. Op het perceel zijn twee kassen aanwezig van respectievelijk circa 2.500 m2 en circa 2.460 m2. Er is dus 4.960 m2 aan glas op het perceel aanwezig. In totaal mag de eigenaar 20.000 m2 aan glas realiseren. Er is naast het fysieke glas ook nog 15.000 m2 aan papieren glas aanwezig. Verder bestaat het perceel uit twee watersilo’s à 150 m2, een schuurruimte à 165 m2, een te behouden schuur (nummer 34a) à 210 m2 en een hobbykas à 288 m2. De hobbykas komt te vallen onder het persoonsgebonden overgangsrecht. Dit is per abuis niet aangegeven in de ruimtelijke onderbouwing en de regels van het bestemmingsplan. In de toelichting van de ruimtelijke onderbouwing wordt dit onderbouwd en in het bestemmingsplan wordt een artikel toegevoegd waarin de hobbykas wordt gekoppeld aan de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen persoonsgebonden overgangsrecht’. Hier mag dit gebouw (de hobbykas) worden gebruikt als hobbykas.

Op deze locatie geldt vervolgens dat het gebruik van de hobbykas mag worden voortgezet door diegene(n) die de Langeweg 34 bewoont/bewonen ten tijde van het vaststellen van dit bestemmingsplan Veegplan 3. Uitbreiding van de hobbykas is niet toegestaan. Zodra het gebruik van de hobbykas en/of woning aan de Langeweg 34 door de bestaande gebruikers wordt beëindigd, vervalt het recht op gebruik van het gebouw als hobbykas en dient deze te worden gesaneerd. Als bestaande gebruiker wordt aangemerkt de persoon/personen die op het moment van het van kracht worden van deze regels volgens de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Voorne aan Zee staan ingeschreven op het betreffende adres. Op basis van de voormalige provinciale ruimte voor ruimte regeling gold altijd dat per 5.000 m2 aan te saneren kassen of 1.000 m2 aan te saneren bedrijfsbebouwing een woning mag worden gerealiseerd. Er is 4.960 m2 aan glas aanwezig. Dat is afgerond al 1 woning. Verder wordt nog 150 + 165 + 288 m2 = 603 m2 te saneren bedrijfsbebouwing, zie onderstaande figuur. Waarvan de hobbykas niet direct, maar op termijn wordt gesaneerd. De te saneren bedrijfsbebouwing is in totaal goed voor 0,6 woning. Dat betekent dat er nog 0,4 woning te kort komt aan fysieke bebouwing. Omdat er ook nog 15.000 m2 aan papieren glas bestaat zijn wij coulant in de afronding.

Er wordt met de sanering en beëindiging van het bedrijf immers een grote ruimtelijke 27

kwaliteitswinst geboekt. Hiermee wordt naast de om te zetten bedrijfswoning ook een nieuwe woning mogelijk gemaakt en wordt een woonbestemming, inclusief bouwregels toegekend aan de zomerwoning.

Verder vraagt reclamant om ook aandacht te besteden aan de ruimtelijke kwaliteit/ligging in bestaand lint. Op basis van artikel 6.9 uit de provinciale verordening kan gesteld worden dat er sprake is van inpassen: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en houdt rekening met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In het glasbeleid van de gemeente wordt ook aangehouden dat woningen het liefst worden gerealiseerd op de locatie van het voormalige kassencomplex. Bovendien ligt deze locatie op de rand van het zoekgebied voor woningen. Dit houdt in dat er (clusters van) woningen mogelijk zijn op deze locatie mits deze goed worden ingepast in de landschappelijke structuur. Voor een goede landschappelijke inpassing in de landschappelijke structuur kijken we verder naar het provinciaal en gemeentelijk beleid (handboek kwaliteitsverbetering). Op de provinciale kwaliteitskaart is het gebied gelegen in een polderlint. Dit houdt in dat de bebouwing op één niveau ligt met de omgeving. Dit biedt ruimte voor plaatselijke verbreding van het profiel door differentiatie in kaveldiepte en daarmee mogelijk tot ligging achterop de kavel.

Er liggen hier kansen voor ontwikkeling, mits rekening wordt gehouden met de overige karakteristieken van het lint. Wanneer we verder kijken naar het gemeentelijk beleid (Handboek kwaliteitsverbetering buitengebied) zien we dat de locatie is gelegen in het zandlint binnen het deelgebied Zanderijen. Dit zijn rechte wegen met halfopen landschappen met doorzichten naar het achterliggende landschap. Door de compensatiewoningen achter de voorste woning te situeren wordt openheid gecreëerd ten opzichte van de bestaande situatie op het perceel en wordt voorkomen dat het lint aan de Langeweg verder wordt verdicht en verlengd. Bovendien past de beoogde situering bij de karakteristiek van de Langeweg. Dat in de huidige situatie al drie vertakkingen kent (op de locatie van de beoogde ontwikkeling, langs de Langeweg 40/42 en bij het Waterbospad). De situering van de compensatiewoning en de 28

zomerwoning passen daarmee in het karakteristiek van het lint. De Langeweg 32, de zomerwoning en nieuw te realiseren woning kunnen mede worden gezien als cluster van woningen, zoals omschreven in ons glasbeleid, met daartussen open doorzichten naar het achterliggende gebied. Hiermee wordt voldaan aan de structuurvisie ‘Glasherstructurering (na 1e herziening)’. Voor de zomerwoning specifiek geldt nog dat wanneer er herbouw plaatsvindt buiten de bestaande fundering er opnieuw getoetst zal worden aan het artikel voor kwalitatieve toetsing binnen het deelgebied Zanderijen. Hiermee behouden wij als gemeente de regie over de aansluiting van deze locatie bij het lint van de Langeweg. Met een zorgvuldige invulling van de locatie is zoveel mogelijk aangesloten bij de uitgangspunten voor woningclusters in de zoekgebieden en met de uitgangspunten voor woningbouw binnen de bestaande bebouwingslinten (zie paragraaf 5.3 van de structuurvisie). Met een forse sanering van agrarische bebouwing en een zorgvuldige invulling van de locatie, doet het bestemmingsplan geen afbreuk aan de richting die met de structuurvisie wordt beoogd, namelijk het behouden van de openheid van het buitengebied. Bovendien wordt er nog getoetst aan het handboek kwaliteitsverbetering bij realisatie van de woning. In het handboek worden kwaliteitseisen gesteld aan de inpassing van het perceel.

Voor de Langeweg gelden de voorwaarden binnen het deelgebied Zanderijen. Wanneer de initiatiefnemer voldoende aanbevelingen uit dit handboek overneemt zal de gemeente akkoord gaan met de omgevingsvergunning voor realisatie van de woning. Conclusie De zienswijze wordt deels gegrond verklaard. Gelet op de beantwoording van de zienswijze leidt de zienswijze tot wijziging van het bestemmingsplan: - Doordat de locatie Walinxweg niet langer wordt meegenomen in dit Veegplan worden bovenstaande wijzigingen ook niet doorgevoerd in het bestemmingsplan. Deze wijzigingen zullen op een later moment, wanneer de locatie Walinxweg wordt verwerkt in een bestemmingsplan, wel worden verwerkt. - In hoofdstuk 3 van de toelichting van de Ruimtelijke Onderbouwing Quacksedijk (bijlage 6 van het bestemmingsplan) wordt de aanvulling, zoals voorgesteld in de beantwoording onder zienswijze 2 sub a, toegevoegd om realisatie van de woningen uitgebreider te onderbouwen én te onderbouwen waarom dit ruimtelijk aanvaardbaar is. - Bijlage 1 van de RO Nieuw Rockanjesedijk 1b wordt vervangen door een aangepaste beleidstoets met een duidelijker overzicht over de te saneren bebouwing en ruimtelijke kwaliteitsverbetering en daarmee in het aantal toegestane compensatiewoningen.

- Hoofdstuk 3 van de toelichting van de Ruimtelijke Onderbouwing Langeweg 32a/34a wordt aangevuld met waarom dit plandeel niet strijdig is met de richtpunten en ambities voor ruimtelijke kwaliteit, zoals voorgesteld in de beantwoording sub d. - In hoofdstuk 3 van de toelichting van de Ruimtelijke Onderbouwing Langeweg 32a/34 wordt onderbouwd waarom met de ontwikkeling twee woningen kunnen worden toegevoegd. - Hoofdstuk 2 van de toelichting van de Ruimtelijke onderbouwing Langeweg 32a/34a wordt aangevuld met een toelichting over plannen voor de hobbykas.

29

-

In het bestemmingsplan wordt een nieuw artikel (artikel 166, navolgende artikelen vernummeren) toegevoegd waarin de hobbykas wordt gekoppeld aan de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - persoonsgebonden overgangsrecht’. Hier mag dit gebouw (de hobbykas) worden gebruikt als hobbykas bij de functie Wonen. Op deze locatie geldt vervolgens dat het gebruik van de hobbykas mag worden voortgezet door diegene(n) die de Langeweg 34 bewoond/bewonen ten tijde van het vaststellen van dit bestemmingsplan Veegplan 3. Uitbreiding van de hobbykas is niet toegestaan. Zodra het gebruik van de hobbykas en/of woning aan de Langeweg 34 (kadastraal perceel gelegen op kadastraal perceel WVN00-B-817) door de bestaande gebruikers wordt beëindigd, vervalt het recht op gebruik van het gebouw als hobbykas en dient deze te worden gesloopt. Als bestaande gebruiker wordt aangemerkt de persoon/personen die op het moment van het van kracht worden van deze regels volgens de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Voorne aan Zee staan ingeschreven op het betreffende adres. Voorgaande wordt ook zo aangegeven in de ruimtelijke onderbouwing van de Langeweg.

30

Hoofdstuk 3 Ambtshalve wijzigingen a. In de toelichting in paragraaf 1.3.9 is per abuis opgenomen dat artikel 87 – bouwvlak woning op de locatie Strypsedijk van toepassing is. Artikel 87 wordt verwijderd uit deze tabel. b. Voor de locatie Achterstrypseweg 9c zijn per abuis onjuiste gegevens overgenomen in het bestemmingsplan. De juiste gegevens uit de overeenkomst worden hersteld in artikel 84 – Bouwregels Achterstrypseweg 9c. Hierin wijzigt de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen en overkappingen per woning van 225 m2 naar ten hoogste 250 m2. De bouw- en goothoogte van de hoofdbouwmassa, inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde overkappingen, wijzigt voor de bouwhoogte van ten hoogste 5 naar 10 meter en voor de goothoogte van ten minste 3 naar 4,5 meter. De bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen en vrijstaande overkappingen wijzigt van ten hoogste 5 naar ten hoogste 6m. c. Voorafgaand aan het ontwerp is een nieuw artikel toegevoegd aan het bestemmingsplan. Dit betreft artikel 85 – bouwregels nieuwbouwwoning. Per abuis is in de toelichting geen onderbouwing opgenomen voor deze toevoeging. Deze onderbouwing wordt alsnog toegevoegd en luidt als volgt: Artikel 85 is een nieuw artikel dat is toegevoegd voor nieuwbouwwoningen vanaf Veegplan 3. Dit betekent dat artikel 85 niet komt te gelden voor locaties waar al een nieuwbouwwoning is toegekend in eerdere veegplannen.

Artikel 87 – bouwvlak woning werd gebruikt in combinatie met artikel 75 – bouwregels woning om te regelen waar een woning kan worden gebouwd. De bouwregels voor een woning in artikel 75 zijn gericht op vervangende nieuwbouw en niet op complete nieuwbouw. In het geval van artikel 75 dient een woning altijd te worden teruggebouwd op de bestaande fundering (vervangende nieuwbouw) en anders moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd wanneer hiervan wordt afgeweken. Deze eis is ook bedoeld voor complete nieuwbouw, maar sub k van artikel 75 voorziet niet in bouwregels voor complete nieuwbouw. Feitelijk is het daarmee niet mogelijk binnenplans een nieuwbouwwoning te realiseren via de artikelen voor kwalitatieve toetsing (138 – 142). Hierdoor hebben wij een nieuw artikel 85 – bouwregels nieuwbouwwoning toegevoegd waarin wel regels voor nieuwbouwwoningen zitten. Met artikel 85 – Bouwregels nieuwbouwwoning wordt zowel een bouwvlak aangeduid als een toetsmoment ingebouwd. Voorheen werkten wij hier met de artikelen 75 (toetsmoment) en 87 (bouwvlak). Artikel 85 – bouwregels nieuwbouwwoning en artikel 75 – bouwregels woning verschillen alleen in sub k. Voor artikel 85 is daar het woordje vervangende tussen haakjes gezet om aan te geven dat deze sub ook geldt voor niet vervangende nieuwbouw. Voor de huidige nieuwbouwsituaties (t/m veegplan 1 en 2) laten wij deze situatie bestaan.

Voor nieuwe situaties werken wij vanaf dit bestemmingsplan (veegplan 3) met artikel 85.

31

d. In artikel 66.2 is een voorwaardelijke bepaling opgenomen voor de locatie Quacksedijk/Boomweg/Middelweg/Vleerdamsedijk. In deze bepaling staat dat de gronden aan de Middelweg (WVN00-B-419), Vleerdamsedijk (WVN00-B-920) en Boomweg (WVN00-B-1949, WVN00-B-1950 en WVN00-B-1951) niet gebruikt of bebouwd mogen worden als er voorafgaand aan de sloop op de Quacksedijk 2/2a geen aanvullend ecologisch onderzoek is gedaan naar de soorten uit bijlage 5 van het ontwerp. Ook stond er dat een van de maatregelen getroffen diende te worden ten aanzien van vogels zonder jaarrond beschermd nest. Het ecologisch vervolgonderzoek is inmiddels uitgevoerd en hierin is vastgesteld dat er ontheffing dient te worden aangevraagd voor de gewone dwergvleermuis en de steenmarter. Het is waarschijnlijk dat deze ontheffing wordt verleend, zo is bevestigd door de uitvoerders van het ecologisch adviesbureau. De ontheffing is inmiddels aangevraagd. Doordat er nog geen ontheffing is mag het initiatief (sloop) niet worden uitgevoerd.

Om te voorkomen dat er gesloopt en gebouwd wordt voordat de ontheffing is verleend wijzigen wij de voorwaardelijke bepaling zo dat de genoemde gronden niet gebruikt en bebouwd mogen worden als er niet voorafgaand aan de sloop op de Quacksedijk 2/2a ontheffing is verleend op de Wet natuurbescherming voor het vernietigen van de verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en van de steenmarter binnen de bebouwing aan de Quacksedijk en er voldaan wordt aan alle voorwaarden en maatregelen voortkomend uit de verleende ontheffing. e. Voor een aantal locaties is stikstofonderzoek uitgevoerd. Ten tijde van de ter inzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan bestond die alleen nog uit de gebruiksfase. Voor de realisatiefase kregen initiatieven destijds vrijstelling. In november 2022 heeft een rechter in de uitspraak Porthos (ECLI:NL:RVS:2022:3159) een streep door deze vrijstelling gehaald. Alle initiatieven met een bouwfase dienen vanaf heden dan ook de realisatiefase te berekenen. Voor de projecten Langeweg 32/34a, Nieuwe Rockanjesedijk 1b, Achterweg/Strypsedijk en Quacksedijk/Boomweg/Vleerdamsedijk/Middelweg is voor vaststelling een Aeriusberekening voor de realisatiefase toegevoegd. Ook is de Aeriusberekening voor de gebruiksfase opnieuw berekend. Deze berekeningen zijn opnieuw toegevoegd aan de diverse ruimtelijke onderbouwingen en de paragrafen ecologie zijn hierop aangepast.

De stikstofdepositie van alle berekeningen is 0,00 mol/ha/jr. Voor de locaties Vleerdamsedijk en Middelweg geldt als aanvullende voorwaarde dat er modulair gebouwd wordt en gewerkt wordt met elektrisch materieel om op een stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jr uit te komen. f. De voorwaardelijke bepaling onder artikel 66.2 in relatie tot bodemkwaliteit wordt verwijderd uit het stuk. Voor de Boomweg was verder onderzoek niet relevant, doordat het bestemmingsvlak niet ligt ter locatie van de verdachte grond. Voor de Vleerdamsedijk geldt ook dat het bestemmingsvlak wordt verkleind. Hierdoor komt de asbest verdachte locatie buiten het bouw- en functievlak voor Wonen te liggen en geldt er geen verdere onderzoeksverplichting.

32

g. In de ruimtelijke onderbouwing van de Quacksedijk (bijlage 6 bij het bestemmingsplan) corresponderen de namen van bijlagen 2 t/m 5 (2: Quacksedijk, 3: Middelweg, 4: boomweg en 5: Vleerdamsedijk) niet met de inhoud van de rapporten. Bijlage 2 verwijst naar de Middelweg in plaats van de Quacksedijk. Bijlage 3 verwijst naar de Boomweg in plaats van de Middelweg. Bijlage 4 verwijst naar de Vleerdamsedijk in plaats van de Boomweg en bijlage 5 verwijst naar de Quacksedijk in plaats van de Vleerdamsedijk. Het juiste bodemonderzoek wordt nu geplaatst bij de juiste naamgeving. Kortom: aan bijlage 2 Bodemonderzoek Quacksedijk wordt ook inhoudelijk het bodemonderzoek van de Quacksedijk gekoppeld. Ditzelfde geldt voor bijlage 3 Bodemonderzoek Middelweg, bijlage 4 Bodemonderzoek Boomweg en bijlage 5 Bodemonderzoek Vleerdamsedijk. h. Voor de locatie Nieuw Rockanjesedijk 1b is voor de meest oostelijk gelegen woning in 2022 al een hogere waarden besluit genomen. Deze is per abuis nog niet toegevoegd aan de ruimtelijke onderbouwing en wordt nu alsnog toegevoegd als bijlage bij de onderbouwing. i. In het ontwerpbestemmingsplan is de locatie Colinslandsedijk 4 opgenomen. Op deze locatie wordt een grotere bed&breakfast toegestaan, van 55 vierkanter meter. Inmiddels is de vergunning verleend (d.d. 10 maart 2022) en ook onherroepelijk geworden.

In paragraaf 1.3.1 van het vast te stellen bestemmingsplan is aangegeven dat deze onherroepelijke vergunning is verwerkt. j. In paragraaf 4.3 van de ruimtelijke onderbouwing van de locatie Quacksedijk (bijlage 6 bij het bestemmingsplan) wordt eerst beschreven dat er voor de locatie aan de Quacksedijk gronden verontreinigd zijn met minerale olie en dat de initiatiefnemer deze gaat saneren. Waarna vervolgens wordt geschreven dat er mogelijk saneringsmaatregelen nodig zijn om de locatie geschikt te maken voor toekomstig gebruik. Met de initiatiefnemer is afgesproken dat er een saneringsplan wordt opgesteld om de verontreinigde grond te saneren. Hierbij willen wij wel aangeven dat de saneringsopgave geen deel uitmaakt van de voorwaarden om de bouwwerkzaamheden te kunnen starten. Aansluitend op de sloopwerkzaamheden zal nader bodemonderzoek worden uitgevoerd en het saneringsplan met de DCMR worden afgestemd en uitgevoerd. Dit is ook in het belang voor de verkoop van de locatie als agrarische grond (zonder verontreinigingen en/of saneringsplicht) aan een volgende eigenaar. De laatste alinea van paragraaf 4.3 over de locatie Quacksedijk wordt hierop aangepast. k. In artikel 56 – Algemeen grondgebruik wordt weidegang toegestaan bij een agrarisch bedrijf en voor hobbymatig gebruik.

Wij menen dat weidegang voor andere bedrijfsmatige functies als een manege, paardenstalling of dressuurstal ook bedoeld is als toegestaan gebruik voor weidegang ten behoeve van een bedrijfsmatige functie. Om dit daadwerkelijk mogelijk te maken wordt sub a van artikel 56 daarom opgedeeld in twee subs waarin enerzijds weidegang toegestaan wordt voor de functies die hierboven benoemd zijn en daarnaast wordt een extra sub na a ingelast waarin het gedeelte waarin productiegronden bij agrarische bedrijven worden toegestaan in geplaatst wordt. De nieuwe subs a en b luiden vervolgens: a. weidegang bij een agrarisch bedrijf als bedoeld in artikel 4, een manege als bedoeld in artikel 13, een dressuurstal als bedoeld in artikel 14 en een paardenstalling als bedoeld in artikel 12; en b. productiegrond bij een agrarisch bedrijf als bedoeld in artikel 4. De andere reeds bestaande subs vernummeren naar sub c en d.

33

l.

Aan de aanleiding van het Veegplan 3 wordt in de toelichting, paragraaf 1.1, toegevoegd dat de gemeenten Westvoorne, Hellevoetsluis en Brielle per 1 januari 2023 zijn gefuseerd tot de gemeente Voorne aan Zee. In de ruimtelijke onderbouwingen is dit ook aangepast waar mogelijk, maar op onderdelen (in sommige onderzoeken) zal nog ‘gemeente Westvoorne’ vermeld staan. Per 1 januari is dit de gemeente Voorne aan Zee geworden.

34

Bijlage 2 Toelichting Colinslandsedijk 4

Rho adviseurs voor leefruimte

20210301

Beste mevrouw Goossens, Naar aanleiding van ons persoonlijk gesprek van 3 februari jl. geven wij u graag toelichting op de artikelen die voor ons relevant zijn in het kader van onze aanvraag voor het opzetten van een Bed & Breakfast (B&B). Hieronder volgt onze toelichting op de procedure- en beoordelingsregels voor nieuwe gebruiksactiviteiten. Artikel 171 Procedure- en beoordelingsregels voor nieuwe gebruiksactiviteiten Artikel 71.1 Gemeentelijk vooroverleg Met betrekking hiertoe delen wij u mee dat op ons initiatief een afspraak is gemaakt voor een persoonlijk overleg met de heer J. Brinkman op 7 oktober 2020. Dit overleg vond plaats bij ons thuis zodat de heer Brinkman de situatie ter plekke in ogenschouw kon nemen. Naar aanleiding van dit gesprek hebben we een plan ingediend hoe we onze voorgenomen B&B willen vormgeven. Dit plan is akkoord bevonden en naar aanleiding daarvan zijn we op 3 februari jl. in gesprek gegaan met mevrouw N. Goossens om zaken verder door te nemen. Artikel 71.2 Dialoog met de omgeving We zijn in gesprek gegaan met de omwonenden aan de Rietdijk 72, 74 en 76 en de Colinslandsedijk 2 en 3 om hen op de hoogte te stellen van onze plannen. Hiermee tonen we aan dat we over de te vergunnen activiteit een dialoog hebben gevoerd zoals bedoeld in de Beleidsregel Dialoog met de omgeving. Voor verdere informatie verwijzen wij u naar de bijlage.

Artikel 71.3 Inpassing We sluiten met ons B&B plan graag aan bij de ambities van de gemeente ten aanzien van het gebied waarin we wonen. Zoals eerder aangegeven in ons plan naar de gemeente Westvoorne, leggen we graag de verbinding naar Brielle door deze mooie stad onder de aandacht te brengen als een gastvrije cultuurhistorische stad waar de omgeving uitnodigt tot ontdekken. We hebben diverse mooie boeken over het eiland Voorne Putten in ons bezit welke we in onze B&B zullen neerleggen, evenals de uitgaves van o.a. De Briellenaer en informatie over de wandel- en fietsroutes in de omgeving. We richten ons op natuurliefhebbers die genieten van een wandeling of fietstocht door de mooie en weidse polders en na een fietstocht graag tot rust willen komen en blijven overnachten in ons authentieke koetshuis waar veel privacy wordt geboden. We onderzoeken de mogelijkheid om naast de boomgaard van het koetshuis waar o.a. een walnotenboom, een vijgenboom en veel frambozen en braamstruiken staan nog een pluktuin te realiseren. Onze gasten kunnen naar believen frambozen/bramen of vijgen plukken (afhankelijk van het seizoen) en we willen ze de mogelijkheid bieden om een mooi bosje bloemen te plukken om mee te nemen naar huis. Daarnaast brengen we uiteraard (de verkoop van) producten uit de streek bij onze gasten onder de aandacht. We steunen graag zoveel mogelijk de lokale economie.

Ons initiatief sluit hiermee goed aan op de aanbevelingen die staan genoemd in de Beleidsregel handboek kwaliteitsverbetering buitengebied. Artikel 71.4 Natuur- en landschapselementen Dit artikel is op ons initiatief niet van toepassing.

Artikel 71.5 Woon- en leefkwaliteit Ons initiatief voldoet aan de voorwaarden zoals genoemd in punt a t/m j. Ik licht hieronder toe: a. De B&B zal geen onevenredige overlast veroorzaken op het gebied van geur, stof, geluid, gevaar, verkeer of vergelijkbare gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Het betreft een kleinschalige B&B en de B&B heeft een eigen oprit. b. de toekomstige activiteit leidt niet tot relevante negatieve gezondheidseffecten. Dit punt is niet van toepassing op onze B&B. c. omliggende bedrijven worden niet onevenredig in hun activiteiten en/of ontwikkelingsmogelijkheden aangetast. Onze B&B is hier niet van op invloed, eerder heeft de manage aangegeven (het meest nabij gelegen bedrijf) dat men eventueel wel mensen wil doorverwijzen voor een overnachting in onze B&B. d. voor een toekomstig activiteit binnen het invloedsgebied voor het groepsrisico van een risicobron vindt een verantwoording van het groepsrisico plaats. Er is navraag gedaan naar het invloedsgebied van de desbetreffende gasleiding. De B&B valt op basis van de beoordeling van de VRR buiten het invloedsgebied van de dichtstbijzijnde risicobron, zijnde een gasleiding. e. de capaciteit van de omliggende wegen is voldoende voor een veilige afwikkeling van een eventuele verkeerstoename.

Zoals gemeld bij punt a is het een kleinschalige B&B met een eigen oprit waar meerdere auto’s geparkeerd kunnen worden. f. er moet op eigen terrein voorzien zijn in voldoende parkeergelegenheid. Zie punt e. Er kunnen meerdere auto’s parkeren op het eigen terrein. g. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van natuurwaarden. Dit is niet het geval. h. de bodemkwaliteit geschikt is voor de toekomstige activiteit. De activiteit is niet van invloed op de bodemkwaliteit. i. er is sprake van hydraulisch neutraal ontwikkelen. Een en ander verandert niet. Het regenwater wordt afgevoerd op dezelfde manier als voorheen. j. de waterkwaliteit wordt niet nadelig beinvloed. Er is geen invloed op de waterkwaliteit. Artikel 71.6 nieuwe stedelijke functies Dit artikel is niet van toepassing aangezien het alleen tijdelijk verblijft van gasten betreft. Artikel 71.7 Planschadeovereenkomst De planschadeverhaalovereenkomst met de gemeente zal worden ondertekend.

Bijlage I BB Koetshuis handtekeningen buren

Bijlage 3 RM Rondeweiweg 20

Rho adviseurs voor leefruimte

20210301

Onderbouwing t.b.v. de kiosk bij restaurant de Houten Paardjes aan de Rondeweiweg nr. 20 in Rockanje Punt 1: De te vergunning activiteit moet in voldoende mate worden ingepast in de omgeving. Op pagina 35 wordt gesproken over:

vergroten van de belevingswaarde van landschap en natuur voor bewoners en recreanten (bijvoorbeeld door het creëren van / bijdragen aan recreatieve wandelroutes vanuit de dorpen en routes tussen de duinen en de kreken en dijken in de oude zeekleipolders)

Wij denken dat we doormiddel van de kiosk, de recreanten die het wandelgebied (wat aan ons perceel grenst) bezoeken een betere belevingswaarde kunnen bieden. Tijdens de wandeling bieden wij de mogelijkheid om iets te eten en te drinken. Zowel ter plaatsen als om mee te nemen. Er is een mogelijkheid om gebruik te maken van sanitaire voorzieningen en we bieden een mogelijkheid om afval weg te gooien (deze mogelijkheid is erg beperkt in het wandelgebied) Op pagina 40 wordt gesproken over:

Versterk de cultuurhistorische identiteit

Daar word ook de horeca onder genoemd Aanvullend; In de tijd van de familie Hazelbag was er ook een kiosk aanwezig (Zie afbeelding)

Op pagina 51 wordt gesproken over:

Sluit aan bij de karakteristiek van het lint Daarbij wordt de Rondeweiweg ook als voorbeeld genoemd.

Door de plaatsing van onze kiosk, behouden we het open karakter en de doorzicht. De kiosk is compact en is daardoor naar onze mening prima inpasbaar binnen het beleid Op pagina 65 wordt gesproken over:

Ontwikkel het landschap als recreatieve trekker

Wij bieden de wandelaars een mogelijkheid om even te rusten en te stoppen. Ze hebben de mogelijkheid om naar de vogels te kijken, die verblijven op het terrein dat aan ons terrein grenst en ze kunnen in alle rust genieten van de heerlijke rust die er rond ons terrein hangt. Veel mensen komen hier voorbij om herinneringen aan vroegere tijden op te halen en vinden het prachtig dat de Houten Paardjes nog bestaan Op pagina 67 word gesproken over:

Punt 2: Maak recreatieterreinen aantrekkelijk en pas ze in het landschap in Beperk clustering en herhaling van recreatievoorzieningen, maar zorg voor kleinschaligheid en individualiteit. In dit gebeid zijn wij de enige die deze voorzieningen voor de wandelaars/passanten aanbieden.

Punt 3: Plaats recreatievoorzieningen logisch in het landschap en zorg dat ze niet te veel opvallen. De kiosk staat vooraan het terrein opgesteld waardoor het voor de recreanten goed zichtbaar is, maar niet zo dat hij het uitzicht en doorkijk beperkt. Door de boerderij look, is hij prima inpasbaar in dit gebied

Uitgangspunt blijft dat als het restaurant is geopend, dat dan de kiosk is gesloten en vice versa. De openingstijden van de kiosk en het restaurant tezamen passen binnen de exploitatievergunning. Ook de aangeboden producten wijzigen niet.

Restaurant de Houten Paardjes - Rondeweiweg 20 - 3235CN Rockanje info@dehoutenpaardjes.nl - www.dehoutenpaardjes.nl

- MEMO Memo

DATUM KENMERK VAN AAN CC

9 juni 2021 20210714_001 Luuk van de Gevel en Jody Bakker Arjen Delmee en Miranda Oostrum

PROJECT OPDRACHTGEVER AANWEZIG AFWEZIG BIJLAGE(N)

Kiosk bij Restaurant De Houten Paardjes Restaurant De Houten Paardjes V.o.f.

DEFINITIEF MEMO TEN BEHOEVE VAN RUIMTELIJKE MOTIVERING In dit memo wordt de beoogde ontwikkeling, zoals beschreven in hoofdstuk 1, getoetst aan de milieuaspecten geur, stof, geluid, gevaar, verkeer, natuurwaarden en bodem. Deze toetsing wordt uitgevoerd in hoofdstuk 2. Deze toetsing kunt u integreren in of voegen bij de ruimtelijke motivering die u zelf opstelt ten behoeve van de beoogde ontwikkeling.

1. DE BEOOGDE ONTWIKKELING 1.1

Achtergrond

Op uw perceel aan de Rondeweiweg 20 in Rockanje heeft uw sinds eind 2020 een tijdelijke standplaatsvergunning voor een mobiele verkoopwagen. Deze mobiele verkoopwagen dient als kiosk en is gerealiseerd nadat u voor de tweede keer uw restaurant op hetzelfde perceel moest sluiten als gevolg van de maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus. U heeft de wens om de tijdelijke standplaatsvergunning om te zetten in een permanente vergunning om de verkoop vanuit de kiosk in de toekomst voort te kunnen zetten. Om dit mogelijk te maken dient een ruimtelijke motivering te worden opgesteld, als bijlage en onderbouwing bij de omgevingsvergunning voor een bestemmingsplan activiteit. De voorliggende memo kunt u als een onderdeel van deze ruimtelijke motivering beschouwen.

1.2

Ligging projectgebied

De planologische ontwikkeling heeft betrekking op de Rondeweiweg 20 te Rockanje en omvat het kadastrale perceel in de gemeente Westvoorne, sectie A, nummer 516 (zie Figuur 1). Het perceel ligt aan de westkant op korte afstand van het duingebied. Aan de achterzijde van het perceel bevindt zich camping ‘De Houten Paardjes’. Het projectgebied bevindt zich in een aantrekkelijk wandel- en fietsgebied, wat zowel in de winter als in de zomer de nodige toeristische gasten ontvangt.

Figuur 1: ligging projectgebied (bron: Google Earth)·

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Op de locatie geldt het bestemmingsplan 'Omgevingsplan Buitengebied Westvoorne'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 22 januari 2020. Op de locatie bevinden zich de aanduidingen ‘Restaurant – Eetcafé’, ‘Wonen in bedrijfswoning(en)’ en ‘Algemeen grondgebruik’. Ter plaatse van de aanduiding ‘Restaurant – Eetcafé’ is een horecabedrijf toegestaan in de vorm van een restaurant/eetcafé. In Figuur 2 is een uitsnede opgenomen van de huidige planologische situatie, afkomstig van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan.

Figuur 2: uitsnede verbeelding ‘Omgevingsplan Buitengebied Westvoorne’ (d.d. 22-01-2020)

1.4

Bestaande situatie

Aan de Rondeweiweg 20 in Rockanje bevindt zich het restaurant ‘De Houten Paardjes’. Het restaurant biedt de mogelijkheid om binnen of buiten op het terras te eten en/of wat te drinken. Het terras is normaal gesproken geopend vanaf april tot en met september. Vanwege de uitbraak van het coronavirus moest het restaurant noodgedwongen tweemaal haar deuren sluiten. Bij de tweede sluiting is een tijdelijke standplaatsvergunning verkregen voor een mobiele verkoopwagen (kiosk) op het perceel (zie Figuur 3). Vanuit de kiosk worden koffie, thee, frisdrank, broodjes, soep, koek en ijs verkocht aan voorbijgangers. Als het restaurant is geopend, dan is de kiosk gesloten en vice versa. De openingstijden van de kiosk en het restaurant tezamen passen binnen de exploitatievergunning.

Figuur 3: impressie kiosk

2/8

1.5

Beoogde situatie

De beoogde situatie bestaat uit de omzetting van de tijdelijke standplaatsvergunning van de kiosk naar een permanente vergunning om het gebruik van de kiosk voort te zetten. Deze gebruiksmogelijkheid wordt toegevoegd aan de bestaande planologische bouw- en gebruiksmogelijkheden op het perceel. De positionering van de kiosk (zie Figuur 4) wijzigt niet en is al zodanig dat deze niet voor de entree van het restaurant staat en ook het uitzicht niet belemmert voor de gasten op het terras. Uitgangspunt blijft dat als het restaurant is geopend, dat dan de kiosk is gesloten en vice versa. De openingstijden van de kiosk en het restaurant tezamen passen binnen de exploitatievergunning. Ook de aangeboden producten wijzigen niet.

Figuur 4: positionering kiosk

2. TOETSING AAN DE MILIEUASPECTEN In dit hoofdstuk wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan de geldende beleidskaders van enkele milieuaspecten. Per milieuaspect wordt het beleidskader beschreven en vindt de toetsing plaats. Hierbij wordt opgemerkt dat de milieuaspecten geur, stof en geluid worden besproken in paragraaf 2.1 over bedrijven en milieuzonering. Het aspect gevaar wordt zowel besproken in paragraaf 2.1 als 2.2. Het aspect stof komt aan de orde in paragraaf 2.2 en 2.3.

2.1

Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ● ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; ● rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. 2.1.1

Om in de planologische procedure de belangenafweging tussen bedrijvigheid en woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit memo gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Voor een gemengd gebied geldt dat een trede lager genomen mag worden. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof.

3/8

2.1.2 Toetsing en conclusie De omgeving van het projectgebied kan worden aangemerkt als ‘rustig buitengebied’. De beoogde ontwikkeling staat niet in de richtafstandenlijst uit de VNG-publicatie, maar is qua aard en invloed vergelijkbaar met ‘restaurants, cafetaria’s, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d.’ met milieucategorie 1. De richtafstanden die voor deze milieucategorie gelden, zijn 10 meter voor geur, geluid en gevaar. Voor stof is de richtafstand gelijk aan 0 meter. De maximaal aan te houden richtafstand vanaf de kiosk tot aan milieugevoelige functies bedraagt 10 meter. Binnen een straal van 10 meter vanaf de kiosk bevinden zich geen woningen van derden of overige milieugevoelige functies. Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van (omliggende) woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat in de omgeving geen bedrijven aanwezig zijn die door de beoogde ontwikkeling in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Er wordt voldaan aan de richtafstanden uit de VNG-publicatie. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

2.2

Externe veiligheid

2.2.1 Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: ● bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; ● vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde wordt overschreden. 2.2.2 Toetsing en conclusie Met de beoogde ontwikkeling wordt geen nieuw kwetsbaar- of beperkt kwetsbaar object mogelijk gemaakt. Bovendien is er geen sprake van de oprichting van een nieuwe risicobron.

Op basis van de risicokaart zijn daarnaast geen risicobronnen geconstateerd met een externe werking op het projectgebied. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

2.3

Luchtkwaliteit

2.3.1 Toetsingskader Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in Tabel 1 weergegeven.

4/8

Tabel 1: grenswaarden maatgevende stoffen Wm

Stof

Toetsing van

Grenswaarde

stikstofdioxide (NO2)

jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

fijn stof (PM10)

jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

24-uurgemiddelde concentratie

max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³

jaargemiddelde concentratie

25 µg /m³

fijn stof (PM2,5)

Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: ● een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); ● een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit.

2.3.2 Toetsing en conclusie Met de omgevingsvergunning wordt een kiosk bij een bestaand restaurant mogelijk gemaakt. Deze ontwikkeling resulteert niet in een verkeerstoename, zoals beschreven in paragraaf 2.4, en valt daarmee onder het Besluit niet in betekenende mate onder de categorie met een effect van minder dan 3% op de jaargemiddelde grenswaarden. Dit betekent dat de beoogde ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse en dat nader onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2020 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Schapengorsedijk. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden liggen. Omdat direct langs deze weg ruimschoots aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het projectgebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de weg ligt. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het projectgebied.

Ter plaatse van het projectgebied is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

5/8

2.4

Verkeer

2.4.1 Toetsing Ontsluiting en verkeersafwikkeling In het projectgebied wordt het gebruik van een kiosk mogelijk gemaakt. De openingstijden van de kiosk passen binnen de exploitatievergunning van het restaurant. Het restaurant is gesloten op momenten dat de kiosk geopend is. Bovendien is de aard en omvang van de kiosk zodanig dat er geen zelfstandige verkeersaantrekkende werking is. De kiosk wordt bezocht door fietsers en wandelaars die in het nabijgelegen duingebied recreëren en de kiosk passeren. De ontsluiting vindt plaats via de Rondeweiweg. Parkeerbehoefte Gelet op de beschrijving van de openingstijden en de verkeersaantrekkende werking in de vorige subparagraaf en de beschikbaarheid van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, kan de incidentele parkeerbehoefte van wandelaars die de auto parkeren bij De Houten Paardjes worden opgelost op het eigen perceel. 2.4.2 Conclusie Het aspect verkeer en parkeren staat de ontwikkeling niet in de weg.

2.5

Natuurwaarden

2.5.1 Toetsingskader Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: ● Natura-2000 gebieden; ● Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura-2000 gebieden: De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13266091/4