Bijlage 2 Nota beantwoording Zienswijze Omgevingsvisie Voorne aan Zee 2024 aangepast
Tekst van het document
Aanvullend dient dan wet vermeld te worden in de visie dat het zoekgebied voor duurzame energie de Noordrand en de Ondernemerspolder is. b. In het omgevingsplan Buitengebied Brielle, vastgesteld in 2020 is het gebied langs het Brielse-Meer afzonderlijk gemarkeerd, met eigen bestemmingsregels over natuur en recreatie (zie bijlage 2). De grenslijn van het gebied loopt langs de bestaande kavelgrens. Aan de noordkant ligt het gebied van het Brielse-Meer en aan de zuidkant landbouwgrond. In de Omgevingsvisie Voorne aan Zee is het onderscheid tussen het gebied langs het Brielse-Meer en het agrarische deel geheel verdwenen. De landbouwgrond wordt opgeofferd voor natuur en recreatie. Daar maakt de indiener bezwaar tegen. De verkavelingslijn moet als ordening worden vastgehouden. De verkavelingslijn geeft een helder eenduidige beeld van de ondernemerspolder als een geheel, aan beide zijde van de N57. De strakke lijn strookt met de waarden van de nieuwe zeeklei polders in de Omgevingsvisie Voorne aan Zee. De sloten zijn daar ook op afgestemd. De verkavelingslijn beschermt het natuurlijk karakter van het gebied langs het Brielse-Meer en de open zichtlijnen o.a. langs het Vrijheidsbos naar de N57 en visa versa. Het beschermt de landbouwgrond. De herinrichting van de Ondernemerspolder als een coulisselandschap met zgn. groen omlijnde kamers is strijdig met het open landschap.
De polder is geen lappendeken van kleine onregelmatige percelen die worden afgeschermd door heggen, houtwallen of muurtjes. Ook de suggestie in de Omgevingsvisie dat deze groene kamers tijdelijk voor 25 jaar als zonneparken ingericht kunnen worden, acht de indiener weinig realistisch. c. In de Structuurvisie van de provincie tot 2050 is een zachte reservering opgenomen voor bedrijven terrein, onder de naam Seggelant III. In het zoekgebied voor bedrijventerrein staat Seggelant (I+II+III) als een rechthoek ingetekend, samen vormen ze een geheel (zie bijlage 3 en 4). In het ontwerp van BRO is al rekening gehouden met de landschappelijke inpassing. De landschappelijke inpassing langs de Spanjaardweg is ingetekend in het verlengde van Seggelant II en versterkt de provinciale ecologische verbindingszone. In de voorgestelde Omgevingsvisie Voorne aan Zee is de bedrijfsreservering voor een deel ingetekend in het gebied langs het 26
Brielse-Meer. Dat is verwarrend en onwenselijk. Het resultaat is een groot vierkant dat het landschap verdeelt in vier kwadranten. Het open landschap gaat verloren. Het ontwerp houdt geen rekening met het omgevingsplan Buitengebied Brielle. De kavellijn en de zichtlijn worden doorbroken. Het bedrijventerrein Seggelant (I+II+III) wordt niet als een geheel benaderd. Er is geen rekening gehouden met het eerdere ontwerp van Seggelant. De afwijkende vorm wordt niet toegelicht. De landschappelijke inpassing ontbreekt. Vanuit de N57 is het bedrijventerrein breder en daardoor meer dominant zichtbaar, wat de beoogde uitstraling van Voorne aan Zee als groene tegenhanger van Rotterdam geen goed doet. Samenvattend wil de indiener het college en de raad verzoeken om in de Omgevingsvisie Voorne aan Zee de bedrijfsreservering in lijn met het Omgevingsplan Buitengebied Brielle op te nemen, parallel aan Seggelant I en II. Dat is ook overeenkomstig het rechthoekige ontwerp van BRO. Het bruto oppervlak van het plangebied bedraagt ca 25 hectare, dat is inclusief de landschappelijke inpassingen. Indien gewenst en afhankelijk van de behoefte aan bedrijvigheid kan de grond gefaseerd in gebruik genomen worden. Het resterende deel van de bedrijfsreservering kan dan later in gebruik genomen worden.
In de tussenliggende tijd kan de grond gebruikt worden als landbouwgrond of als pauze landschap voor het opwekken van duurzame energie met zonnepanelen. d. Wonen op het eiland, recreatie en sociaal sterk zijn goed uitgelichte paragrafen, werken in de eigen regio wat minder. Omdat Rotterdam in de buurt ligt pendelen veel bewoners heen en weer. Forensen lijkt haast een vanzelfsprekendheid, maar ondanks dat wil de indiener het terugdringen van forensen graag als ambitie opgenomen zien in de Omgevingsvisie Voorne aan Zee. Het spaart het milieu, de druk op de wegen, gezondheid, met de fiets naar het werk en het versterkt de sociale cohesie. e. Deel A / pagina 110 ‘’Samen met de MRDH starten wij een onderzoek naar verdere uitbreiding van Kickersbloem 3’’ Hierop reagerend stelt de indiener voor om bij het onderzoek ook de mogelijke uitbreiding van Seggelant te betrekken. Het is nu één gemeente geworden en met het resultaat van een breder onderzoek kan het college, de raad en de provincie een goede afweging maken over waar, wanneer en welke bedrijven zich zouden moeten vestigen in Voorne aan Zee. Beantwoording a. De begrenzing van het deelgebied ‘Landschappelijke Noordrand’ is grotendeels in lijn met het Omgevingsplan (Omgevingsplan Buitengebied Brielle). Op een aantal plekken is aan de Landschappelijke Noordrand meer ruimte gegeven.
Dit is in lijn met het eerder opgestelde gebiedsperspectief voor de Landschappelijke Noordrand en dit strookt met de ambities die primair gelden voor dit gebied om de landschappelijke bufferzone door te trekken en ruimte te bieden voor het zoekgebied voor de energietransitie van Voorne aan Zee. Het gebied ten noorden van Seggelant (westelijk deel van de Nieuwe Ondernemingspolder) is een belangrijk zoekgebied voor onze energieopgave en daarom onderdeel van de Landschappelijke Noordrand geworden. In het provinciaal beleid staat het gebied ook gemarkeerd als reservering voor uitbreiding bedrijventerrein. Landschappelijk is het passend om de Landschappelijke Noordrand door te trekken tot de secundaire waterkering die de polder omsluit aan de zuidzijde. We zetten hier in op meervoudig ruimtegebruik en de eerste 15 tot 25 jaar geeft dit gebied ruimte aan de energieopgave van Voorne aan Zee. Hiermee krijgt het gebied géén bestemming natuur of bedrijven zoals door indiener wordt gesuggereerd. De Omgevingsvisie betreft slechts een ambitiedocument waarin op hoofdlijnen de ambities van de gemeente worden
27
b.
c.
d.
e.
weergeven. Pas in het nog op te stellen omgevingsplan zullen eventueel nieuwe functies, voorheen bestemmingen, toegewezen worden aan gebieden. Door de Nieuwe Ondernemingspolder toe te voegen aan het deelgebied Landeschappelijke Noordrand wordt de landbouwgrond niet opgeofferd voor natuur en recreatie zoals indiener suggereert. De agrarische sector is in dit gebied primair aan zet. Echter daar waar een andere invulling dan het huidige agrarische gebruik wordt geïnitieerd, bijvoorbeeld ten behoeve van de energietransitie of voor een uitbreiding van het bedrijventerrein, zal dit met een passende landschappelijke inpassing moeten worden gerealiseerd. We vinden dat dit landschap dan veel natuurlijker en gevarieerder ingericht mag worden en blijven inzetten op een kwaliteitsimpuls die ook de recreatieve waarde zal vergroten. Daarom zetten we ook in op het maken van interessante ‘kamers’ in het coulisselandschap (met een groene landschappelijke omzoming met bomen of beplanting). Hier is van alles mogelijk en de groene kamers kunnen nieuwe functies ‘absorberen’. In de Strategie Bedrijventerreinen MRDH 2023-2030 is de ligging van Seggelant III niet in de kaartbeelden opgenomen.
Er is slechts opgenomen dat in tegenstelling tot wat opgenomen is in de Behoefteraming Provincie Zuid-Holland 2021-2030, niet wordt verwacht dat de zachte plannen/ zoekgebieden zoals Seggelant III voor 2030 zullen worden gerealiseerd. Wij sluiten ons bij deze verwachting aan. Indiener geeft aan dat met de huidige arcering van de mogelijke uitbreiding ‘Seggelant III’ vanuit de N57 een breder bedrijventerrein ontstaat waardoor het meer dominant zichtbaar wordt, wat de beoogde uitstraling van Voorne aan Zee als groene tegenhanger van het Rotterdamse Havengebied geen goed doet. In de eerdere structuurvisie Brielle uit 2009 lag het zoekgebied voor een regionaal bedrijventerrein inderdaad ook ten westen van de huidige arcering. De arcering wordt aangepast tot een icoon voor een zoekgebied gelegen tussen de Veckhoekse Sluisweg en de Spanjaardweg. In hoofdstuk 4.9 ‘Ondernemend Voorne aan Zee’ wordt ingegaan op de werkgelegenheid binnen onze gemeente. Hierin is opgenomen dat de gemeente wil werken aan het concretiseren van de ambitie om het creëren van extra werkgelegenheid te faciliteren en ondersteunen. De Omgevingsvisie betreft slechts een ambitiedocument waarin op hoofdlijnen de ambities van de gemeente worden weergeven. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt met diverse beleidsplannen uitvoering gegeven aan de gestelde ambities in de Omgevingsvisie.
In deel A in de kaart van Bedrijventerreinen is voor Seggelant een ruimtereservering opgenomen voor een mogelijke uitbreiding van het bedrijventerrein, mits natuurlijk en landschappelijk ingepast en passend bij de landschappelijke aard van de Noordrand. In het provinciaal beleid staat het gebied echter ook gemarkeerd als reservering voor uitbreiding bedrijventerrein en dit is ook opgenomen in de Strategie Bedrijventerreinen MRDH 2023-2030. Volgordelijk richt de gemeente Voorne aan Zee zich eerst op een uitbreiding van Kickersbloem en daarna op een uitbreiding van Seggelant. Daarom wordt bij het genoemde onderzoek nog niet de mogelijke uitbreiding van Seggelant betrokken.
Conclusie De ruimtereservering voor de mogelijke uitbreiding van het bedrijventerrein Seggelant wordt aangepast tot een icoon voor een zoekgebied tussen de Veckhoekse Sluisweg en de Spanjaardweg.
28
Indiener 25 Zienswijze a. De indiener exploiteert een agrarisch bedrijf op de locatie Ring 56 in Oudenhoorn. Deze locatie is in de bebouwde kom, aan de doorgaande weg gesitueerd. Door de toenemende omvang van het bedrijf en materiaal is de locatie niet geheel passend in de bebouwde kom. In de Omgevingsvisie is benoemd dat de dorpen een specifieke identiteit hebben en specifiek voor Oudenhoorn zijn de kerk, het dorpshuis met school, de vereniging en ijsbaan van belang. Voor het behoud van deze samenhang is het in de optiek van de indiener noodzakelijk dat voor de woningbouwontwikkeling in Oudenhoorn meer ruimte wordt voorzien. Met een ruimere ontwikkelingsmogelijkheid is naar mening van cliënten de vitaliteit en leefbaarheid beter te behouden. Reden dat de indiener aan uw college voorstelt de aangegeven grens aan de noordoostzijde te vergroten zodat de locatie voor straatjeerbij, of buurtje erbij niet direct beperkt wordt in de kwaliteit en kwantiteit. De indiener is eigenaar van de aangeduide kansrijke locatie straatje erbij of buurtje erbij en willen hier met een positieve houding in meedenken ten faveure van de ontwikkeling van Oudenhoorn. En aanvullend ziet de indiener graag opgenomen dat de in de beoogde ontwikkeling op termijn ook locatie Ring 56 in Oudenhoorn betrokken wordt.
Door een groter gebied toe te staan, kan er mogelijk ook meer kwaliteit van de woningen worden bereikt. b. In de Omgevingsvisie ziet de indiener graag opgenomen dat de gemeente Voorne aan Zee medewerking kan verlenen aan het toevoegen van een agrarisch bouwvlak als dit elders door een herontwikkeling in het algemeen belang verloren gaat. Op die manier wordt het voor een agrariër mogelijk gemaakt dat de bedrijfsvoering op een andere locatie gecontinueerd kan worden wat bijdraagt aan een vitaal platteland. c. Gemeente Voorne aan Zee heeft ook in de visie de nodige aandacht aan de landbouw gegeven, en dan met name in H4.9 van deel B bij Ondernemend Voorne aan Zee. Met enige regelmaat wordt geschreven over landbouwtransitie ten behoeve van recreatie, natuurherstel, extensivering en omschakelen naar nieuwe vormen. De indiener ziet daar graag aan toegevoegd dat voldoende rekening wordt gehouden voor de aanwezige agrarische bedrijven, die niet aan de transitie deelnemen en hun agrarische exploitatie willen voortzetten. d. Op pagina 82 van deel B worden de ambities voor de agrarische sector weergegeven. Graag ziet de indiener bij de ambitie opgenomen dat de gemeente Voorne aan Zee actief faciliteert en een bijdrage levert aan een kavelruil in de gemeente.
Juist met het herverkavelen kan er efficiënt gewerkt worden, kunnen bepaalde gebieden als agrarisch te ontwikkelen gebied worden aangeduid en draagt een herverkaveling bij aan een lagere verkeersbezetting, verlaging van CO2-uitstoot en biedt dit voldoende perspectief. e. Door het mogelijk maken van omvorming van agrarische erven wordt beoogd eventuele verloedering op het platteland te voorkomen. Het toepassen van de Ruimte voor ruimte-regeling is daar een voorbeeld van. In de optiek van de indiener zou een betere ontwikkeling zijn dat de Ruimte voor ruimte-kavels nabij dorpskernen en/of linten geconcentreerd worden. f. Een andere aanvulling die de indiener graag in de visie terug ziet, is dat bij een herontwikkeling op de voormalige boerderij/locatie voldoende borging wordt opgenomen voor de omliggende agrarische percelen zodat het agrarisch gebruik niet gehinderd kan worden door de herontwikkeling van de voormalige erven. De indiener
29
denkt hier bijvoorbeeld aan een afstandscriterium, schaduwvoorkoming en een goede waterhuishouding op eigen terrein. g. Voor wat betreft de vitaliteit van Oudenhoorn is het aan te bevelen in de visie een nieuwe randweg op te nemen. Met uitbreiding van woningen, groter (landbouw)verkeer is de doorgaande weg door Oudenhoorn verre van optimaal. Met de aanleg van bijvoorbeeld een noordoostelijke randweg van de Ravenseweg naar de Eeweg kan de kern worden ontlast wat bijdraagt aan een beter woon- en leefgenot. Beantwoording a. In de Omgevingsvisie wordt, onder hoofdstuk ‘Passend wonen voor iedereen in Voorne aan Zee’ omschreven wat de ambities zijn als het gaat om woningbouw binnen de gemeente. Zo is opgenomen dat bouwen binnen bestaande stedelijk gebied en eventueel in de stads- en dorpsranden prioriteit heeft. Daarbij is het wel van belang dat de ontwikkeling passend is bij de aard en omvang van de kern waar deze is voorzien. In dat licht wordt op dit moment vastgehouden aan het reeds opgenomen gebied in de Omgevingsvisie. Daarbij wordt wel opgemerkt dat het slechts een eerste arcering betreft en geen rechten ontleend kunnen worden aan deze arcering. Om uitvoering te geven aan de Omgevingsvisie wordt vanaf 2025 het omgevingsplan Voorne aan Zee opgesteld.
Vanaf dat moment kunnen concrete ontwikkelingen mogelijke worden gemaakt en zullen deze moeten worden beoordeeld op wenselijkheid en haalbaarheid alvorens wij deze mogelijk kunnen maken in het omgevingsplan of met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa). b. In de Omgevingsvisie wordt, onder hoofdstuk ‘Ondernemend Voorne aan Zee’ omschreven dat de gemeente Voorne aan Zee inzet op een duurzaam toekomstperspectief voor de agrarische land- en tuinbouwsector. In dit hoofdstuk wordt ook omschreven welke ambities we als gemeente hebben en hoe we hierop in willen zetten. Om uitvoering te geven aan de Omgevingsvisie wordt vanaf 2025 het omgevingsplan Voorne aan Zee opgesteld, waarbij als eerste gestart zal worden met het deelgebied ‘Buitengebied’. Concrete verzoeken om bestaande bedrijfslocaties uit te breiden alsmede concrete nieuwvestiging in het buitengebied zullen wij op wenselijkheid en haalbaarheid moeten beoordelen alvorens wij deze mogelijk kunnen maken in het omgevingsplan of met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa). c. In de Omgevingsvisie wordt, onder hoofdstuk ‘Ondernemend Voorne aan Zee’ omschreven dat de gemeente Voorne aan Zee inzet op een duurzaam toekomstperspectief voor de agrarische land- en tuinbouwsector. Zo is onder andere het volgende opgenomen: Wij zijn trots op de agrarische sector in Voorne aan Zee.
De agrifoodsector – waarbij het zowel gaat om primaire productie (akkerbouw, veeteelt) als om voedselverwerking – is een beeldbepalende sector in de gemeente. Deze sector zorgt voor werkgelegenheid, verdienvermogen, voedselvoorziening en leefbaarheid van het buitengebied. We staan voor het behoud van de agrarische sector, maar stimuleren ook agrariërs die in transitie willen. Aan hen geven we de ruimte. In de Omgevingsvisie wordt dus concreet duidelijk gemaakt dat de gemeente inzet op het behoud van onze agrarische land- en tuinbouwsector. Ook als er geen sprake is van een transitie. d. Zie beantwoording onder b. Daarnaast kan de gemeente geen rol spelen in private aangelegenheden. e. De Omgevingsvisie betreft slechts een ambitiedocument waarin op hoofdlijnen de ambities van de gemeente worden weergeven. De Omgevingsvisie is niet het juiste documenten om concrete ontwikkelkaders op te nemen. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt met diverse beleidsplannen en omgevingsplannen uitvoering 30
gegeven aan de gestelde ambities in de Omgevingsvisie. De gemeente neemt de opmerking van indiener wel mee in het verdere vervolg. f. Zie beantwoording onder e. g. Wij nemen kennis van de aanbeveling voor een randweg om Oudenhoorn. Volgend op de Omgevingsvisie wordt de Mobiliteitsvisie in bestuurlijke procedure gebracht. Deze Mobiliteitsvisie is op hoofdlijnen en wordt in het eerste half jaar van 2025 verder uitgewerkt in een uitwerkingsplan. Daarbij zal nut en noodzaak van een randweg om Oudenhoorn worden meegenomen. Daarbij wordt ook het netwerk voor zwaar verkeer (zowel landbouw als aan landbouw gerelateerd vrachtverkeer) in ogenschouw genomen. Besluitvorming daarover voorzien we in de tweede helft van 2025. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.
31
Indiener 26 Zienswijze a. De indiener heeft de “visie” voor bovenstaande ingezien en wil toch zijn/haar mening over geven. De indiener begrijpt niet hoe de gemeente überhaupt akkoord kan gaan met dit plan. De indiener tekent hierbij dan ook bezwaar hiertegen aan. Beantwoording a. De gemeente kan geen inhoudelijke reactie geven op de niet onderbouwde zienswijze van de indiener. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.
32
Indieners 27, 28, 29 Zienswijze a. Om als lezer een goed beeld te krijgen van de functie/doel van deze OOV2040 zou het goed zijn dat in het document wordt opgenomen wat de uiteindelijke status is na vaststelling en hoe het vervolgtraject eruit ziet. Een visie dient een levend document te zijn dat in de looptijd, in dit geval tot 2040, moet kunnen worden aangepast in het geval van bv grote maatschappelijke veranderingen. Hoe is dit geregeld? Komen er vervolgens gedetailleerde deelplannen? Wordt er vooraf gedegen onderzoek gedaan alvorens wordt gestart met de realisatie? Wat is het tijdpad? Wat zijn de prioriteiten? Hoe worden de inwoners hierbij betrokken? b. Voorbeeld Windturbines: De uitrol op grote schaal van windturbines is al een aantal jaren gaande in het kader van de zg. energietransitie (‘’fossiele’’ energie vervangen door ‘’schone energie’’), zonder dat er gedegen onderzoek is gedaan naar de positieve en negatieve effecten. Nu wordt steeds duidelijk er dat windturbines erg schadelijk zijn voor mens en natuur. Bovendien hebben ze een negatief effect op het elektriciteitsnet, nl veroorzaakt onbalans op het net door sterk wissende stroomopbrengsten als gevolg van sterk variërende windkrachten.
Voor een gedetailleerde opsomming van de schadelijke effecten van het plaatsen van windturbines op zowel het vasteland als de Noordzee, verwijst de indiener de gemeente Voorne aan Zee kortheidshalve naar het onderzoeksrapport ‘’Het Wìndmolendrama’’ oktober 2024 en is een integraal onderdeel van deze Zienswijze. De titel zegt het al, de uitrol van windturbines is een milieuramp in wording. De in het rapport genoemde feitelijke opsomming van negatieve effecten als gevolg van het plaatsen van windturbines kan niet worden genegeerd. Gesteld kan worden, om maar even bij het voorbeeld van de windturbines te blijven, dat hier sprake is van een niet democratisch proces. Het zijn de zg. RES clubjes (verzameling van niet democratisch gekozen personen) die bepalen waar en hoeveel windturbines er dienen te worden geplaatst en de gemeente interpreteert dit als we hebben een opgave. Hoezo we hebben een opgave, waaruit blijkt dat de inwoners dit wenselijk achten. Hier worden niet de belangen van de inwoners behartigd, maar die van enkele personen/bedrijven die verdienen aan het plaatsen van windturbines. c. De visie vermeldt dat de OOV2040 in samenwerking met de inwoners tot stand is gekomen, maar hoe representatief is dit? Ca 800 tot 1100 inwoners zijn, middels interviews, enquêtes ed, betrokken bij de totstandkoming.
Dit betekent 1 à 1,5 % van het totaal aantal inwoners (van de ca 743 00) van Voorne aan Zee, met andere woorden 73.000 inwoners zijn niet betrokken bij de OOV2040. De in de visie genoemde percentages (70-75%) van de inwoners die content zijn met de inhoud/gemaakte keuzes van de visie hebben dus betrekking op de 800-1100 inwoners en niet op het totaal aantal inwoners. Door een niet objectieve vraagstelling wordt de uitkomst beïnvloed. d. Zou de gemeente de inwoners een doorkijkje geven naar de verdere toekomst, nl. 2071 en 2121 met de uiteindelijke doelen dan zou de positieve reactie wel eens kunnen veranderen in een overwegend negatieve. De landelijke Omgevingsvisie, rapport ‘’Land met een Plan’’ perspectief2121 maakt duidelijk waar het beleid uiteindelijk naar toe wil. Kort samengevat: Nederland wordt grotendeels onder water gezet. e. Terwijl de OOV2040 spreekt van een zeespiegelstijging worden er anno november 2024 gaten (begroeide bovenlaag weghalen, de zg kerven) in de duinen (primaire zeewering) gemaakt tussen Castricum aan Zee en IJmuiden. Het idee van de 33
f.
initiatiefnemers is dat door het verstuiven van het zand de duinen zullen worden versterkt en verhoogd (of herstel stikstofgevoelige habitat?). Hoe aannemelijk is dit? Meer voor de hand liggend is dat door het verstuiven de kerven worden verdiept. Een combinatie van hoogwater, storm en juiste windrichting of een hevige lokale regenbui vergroot de kans op het uitspoelen van de kerven, waardoor het risico op overstromen van het achterliggende duingebied aanzienlijk zal toenemen. Overstroomt het gebied met zeewater, dan is ten gevolge van verzilting het niet meer bruikbaar als drinkwaterwingebied. Kortom het beleid neemt op de 1e plaats enorme risico’s met onze veiligheid en ten 2e ontstaat de indruk dat hier een drinkwaterschaarste wordt gecreëerd. De werktitel van deze visie luidt ‘t is mooi hier en aangenomen wordt dat dit staat voor een mooi en goed leefklimaat voor mens en natuur. Het mooie landschap en het welzijn dient minimaal te worden behouden en waar mogelijk worden verbeterd. Het plaatsen van alternatieve energie in de vorm van enorm hoge windturbines en zonnepaneelweides op land en water is geen positieve ontwikkeling voor het landschap. De inwoners ervaren dit als foeilelijk. Voor welzijn, welvaart is betrouwbare en betaalbare energie een noodzaak. Er dienen andere keuzes te worden gemaakt, zodat we trots op onze mooie gemeente Voorne aan Zee kunnen zijn en blijven.
Beantwoording a. In lijn met de Omgevingswet presenteren we de Omgevingsvisie Voorne aan Zee als levend, dynamisch document dat we tijdens het werken met de Omgevingsvisie als gemeente blijven aanscherpen. Zoals in deel C van de Omgevingsvisie Voorne aan Zee staat beschreven is er geen wettelijke actualiseringstermijn meer zoals dat bij de structuurvisie en bestemmingsplannen wel altijd het geval was. Op enig moment zullen we tot de conclusie komen dat een bepaald thema toch nog onvoldoende is uitgewerkt of dat de situatie voor een gebied dusdanig is veranderd dat herziening van de visie nodig is. We kiezen als gemeente voor een actualiseringscyclus van eens per jaar om de Omgevingsvisie voldoende scherp en bij de tijd te houden. We kiezen voor deze korte cyclus omdat de Omgevingswet en bijbehorende instrumenten nieuw zijn. Tijdens de actualisatie wordt ingegaan op de meest actuele stand van zaken binnen onze gemeente, zowel qua bevolkingsopbouw als vastgesteld beleid. De Omgevingsvisie betreft een ambitiedocument waarin op hoofdlijnen de ambities van de gemeente worden weergeven. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt met diverse beleidsplannen uitvoering gegeven aan de gestelde ambities in de Omgevingsvisie. De gemeente heeft de Omgevingsvisie samen met zoveel mogelijk betrokkenen uit de Voornse samenleving gemaakt.
In dit project is er samengewerkt onder de noemer “Voorne aan Zet!”. Er was een grote bereidheid om mee te denken. Wij zijn voornemens ook bij de actualisatie en uitwerking van ambities in beleidsplannen inwoners te betrekken. b. De plannen voor windenergie zijn niet alleen lokaal bepaald en vastgelegd maar ingebed in nationaal beleid / het Klimaatakkoord die enerzijds provinciaal en anderzijds regionaal zijn doorgelegd in bestuurlijke afspraken. Het belang van windmolens wordt hierin onderschreven. Bij alle plannen voor windenergie wordt natuur en landschap zo veel als mogelijk gerespecteerd en dienen vergunningsaanvragen te voldoen aan wet- en regelgeving. c. In Bijlage II van het Bijlagenboek – ‘Wat hebben we met participatie opgehaald over de Omgevingsvisie?’ staat beschreven op welke wijze wij met betrokkenen hebben geparticipeerd. We hebben geprobeerd om zoveel mogelijk betrokkenen en zoveel mogelijk verschillende doelgroepen te bereiken. Indiener benoemd de enquêtes, 34
deze zijn tijdens het traject van de Omgevingsvisie tweemaal afgenomen en ook is geput uit de eerdere participatieronde bij de Toekomstvisie Voorne aan Zee. De genoemde percentages hebben inderdaad betrekking op het aantal respondenten van de betreffende enquête. Naast de enquêtes hebben wij tijdens de tweede ronde van ‘Voorne aan Zet!’ alle dorpen en steden van Voorne aan zee bezocht om met betrokken inwoners en ondernemers in gesprek te gaan. Daarnaast hebben er gesprekken plaatsgevonden met regionale ketenpartners en maatschappelijke organisaties. d. Het bureau Kuiper Compagnons werkt aan verschillende plannen en visies op uiteenlopende schaalniveaus, van mondiale perspectieven tot lokale en regionale plannen. Land met een Plan is een toekomstvisie die in 2021 is ontwikkeld met een blik op 100 jaar vooruit, waarbij de focus ligt op grote transities en klimaatscenario’s. Het is een denkrichting, geen definitief plan voor Nederland in 2121, en is bedoeld om het gesprek over de toekomst van Nederland te stimuleren. Het document is niet gepresenteerd als de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en heeft geen directe rol gespeeld bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie Voorne aan Zee. De Omgevingsvisie Voorne aan Zee richt zich op de periode tot 2040 en bevat de belangrijkste ontwikkelingen en opgaven voor de verschillende deelgebieden.
Bij het opstellen van deze visie is de Nationale Omgevingsvisie wel betrokken. De indiener verwijst echter naar Land met een Plan als zijnde de Nationale Omgevingsvisie, terwijl dit document slechts een perspectief is van Kuiper Compagnons en niet betrokken is bij de opstelling van de Omgevingsvisie Voorne aan Zee. e. De door indiener benoemde ingrepen die elders langs de Nederlandse kust worden uitgevoerd hebben geen betrekking op deze Omgevingsvisie en zijn daarom niet betrokken bij de koers voor het Haringvliet en de Voordelta met strand, duinen en zanderijen. De gemeente volgt de landelijke ontwikkelingen en inzichten nauwlettend. f. Graag geven wij een aanvullende toelichting op de titel van onze Omgevingsvisie Voorne aan Zee: ‘T is mooi hier! Onze merkessentie is mooi. Dat betekent dat we mooi op vele vlakken een plek gaan geven. Mooi is voor ons de woordelijke vertaling van de trots. In Voorne aan Zee koesteren we al ons moois. We genieten ervan. We delen het graag. En we doen er alles aan om het zo te houden. En nog mooier te maken. ’t is mooi hier, Voorne aan Zee. Mooi. Daar staan we voor. Daar werken we aan. Dat is wat we koesteren, bewaken en etaleren. Als nieuwe gemeente Voorne aan Zee gebruiken we een nieuwe positionering. Deze is geheel eigen, uniek en tweeledig. 1) Het is mooi. Dat hoeven we niet uit te leggen. Toch? 2) En het is hier. Bij ons. In onze gemeente.
Hier. Daarin herkennen we de trots. Indiener geeft als reactie op “’t Is mooi hier!” een eigen subjectieve invulling aan ‘mooi’ door aan te geven dat de toevoeging van windmolens en zonnevelden aan het landschap niet mooi is. De gemeente neemt dit voor kennisgeving aan.
Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de Omgevingsvisie.
35
Indiener 30 Zienswijze a. Indiener vraag zich af hoe de genoemde ambities en visies zich verhouden tot het opnemen van een ontwikkellocatie camperpark (zoals in de legenda staat) in de aanvullende koers per vestingstad, op een plek die door diezelfde ambities en visies wordt uitgesloten. b. Indiener merkt op dat geen woord wordt gewijd aan de ontwikkellocatie voor het camperpark. Het is voor indiener dan ook onduidelijk wat het nut en noodzaak is van het opnemen van deze locatie in de Omgevingsvisie. Indiener is van mening dat met het opnemen van deze locatie in de Omgevingsvisie een voorschot wordt genomen op de uitkomst van een juridische procedure die nog jaren in beslag kan nemen. c. De indiener verzoekt de gemeenteraad en het college van B&W de ontwikkellocatie camperpark, op grond van diverse argumenten, uit de afbeelding aanvullende koers vestingstad Hellevoetsluis en de bijbehorende legenda te verwijderen. Beantwoording a. In hoofdstuk 4.8 ‘Recreatief en toeristisch Voorne aan Zee’ wordt ingegaan op de ambities die we als gemeente hebben als het gaat om het recreatief toeristisch aanbod. Een van deze ambities is het hebben van een divers en veelzijdig aanbod. Daarbij wordt ook gerefereerd aan camperplaatsen. De beoogde ontwikkeling past in de provinciale, gemeentelijke en recreatieve ambities van de gemeente.
Met het realiseren van een nieuw camperpark in de Heliushaven in Hellevoetsluis kan Camping ’t Weergors bijdragen aan de doelstellingen van de gemeente voor toerismeontwikkeling in de Zuid-Hollandse Delta en de toeristische aantrekkingskracht van de regio versterken. b. De Omgevingsvisie betreft slechts een ambitiedocument waarin op hoofdlijnen de ambities van de gemeente worden weergeven. Tevens worden potentiële herontwikkelingslocaties of locaties waar op dit moment een herontwikkeling speelt opgenomen als kansrijke ontwikkelingslocatie. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt door middel van een omgevingsplan (of bestemmingsplan, in dit geval een uitgebreide Wabo procedure) een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. In het geval van voorliggend initiatief is sprake van een uitwerking van eerder gemaakte keuzes door de voormalige gemeente Hellevoetsluis. In 2012 heeft de gemeente Hellevoetsluis het bestemmingsplan ‘Heliushaven’ vastgesteld waarin deze locatie in eerste instantie voor een watersportservicecentrum is bestemd. Daarnaast is voor deze locatie een aanduiding opgenomen waardoor Burgemeester en wethouders bevoegd zijn het de bestemming te wijzigen naar de bestemmingen 'RecreatieVerblijfsrecreatie' met nadere aanduiding ‘recreatiewoningen’ en ‘Groen’.
Vanaf 2015 is deze ontwikkellocatie tevens als verbeterlocatie opgenomen in de “Visie verbeterlocaties Hellevoetsluis” en meerdere malen in de markt gezet. Daarbij werden ondernemingen uitgenodigd een plan in te dienen. Voor het huidige initiatief tot het realiseren van een camperpark is inmiddels een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente en de initiatiefnemer, onder voorwaarde dat de ruimtelijke procedure eerst moet worden doorlopen. Er zijn geen andere initiatieven uit de openbare inschrijfprocedure ontvangen. Er is sprake van een uitgewerkt plan, waarvoor de gemeenteraad in september 2024 een conceptverklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven. c. Zie beantwoording onder a en b. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. 36
Indiener 31 Zienswijze a. Indiener merkt op dat in de Omgevingsvisie diverse ambities worden genoemd met betrekking tot het verbeteren van de diverse steden, wijken en buurten in de gemeente. In dat licht verzoekt de gemeente om in de Omgevingsvisie de route van de Plattendijk naar de Struytse Zeedijk, via Wilgenpad, Binnendijk en Zeegatpark op te nemen als belangrijke groene route en op te nemen als te verstreken groenstructuur. b. De indiener merkt op dat de locatie Café de Dijk in de Omgevingsvisie is opgenomen als kansrijke ontwikkellocatie, zonder daar verder kwalificaties aan te geven. Initiatiefnemer meent dat dit strijdig is met de ambities die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. Initiatiefnemer verzoekt de gemeente dan ook kwalificaties op te nemen. c. Het initiatief aan het Zeegat is volgens de indiener onacceptabel groot en vernietigt de essentiële kwaliteit van het Zeegatpark. De realisatie van het plan zal een enorme verkeersdruk op de toch al krappe straten van de wijk geven, waardoor het risico op gevaarlijke situaties alleen maar zal toenemen, net als de al (te) grote parkeerdruk. Dit geldt tijdens de bouw, maar vooral ook tijdens de exploitatie. Conclusie is dat het initiatief vanwege zijn omvang en positionering strijdig met de ambities van de Omgevingsvisie en een ernstige bedreiging voor het Zeegatpark.
De indiener vraagt de volgende aanpassingen voor de Omgevingsvisie ten aanzien van de “Kansrijke ontwikkelingslocatie Café De Dijk” Herontwikkeling van de locatie, mits: • Het te realiseren gebouw kleinschalig is en ondergeschikt is aan de functie van het Zeegatpark • Er geen aantasting is van de huidige voet- en fietspadenstructuur • De openbare parkeerplaats gehandhaafd blijft • Er geen extra parkeer- en verkeersdruk op de al kwetsbare infrastructuur van de omliggende buurten ontstaat Beantwoording a. De groenstructuur aan de Struytse Zeedijk, Wilgenpad, Binnendijk en Zeegatpark wordt opgenomen in de Omgevingsvisie. b. De Omgevingsvisie betreft slechts een ambitiedocument waarin op hoofdlijnen de ambities van de gemeente worden weergeven. Tevens worden potentiële herontwikkelingslocaties of locaties waar op dit moment een herontwikkeling speelt opgenomen als kansrijke ontwikkelingslocatie. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt met een omgevingsplan (of bestemmingsplan, in dit geval een uitgebreide Wabo procedure) een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Bij een ontwikkeling worden de ambities van de Omgevingsvisie meegenomen. De Omgevingsvisie is dan ook niet het document om ruimtelijke kwalificaties te koppelen aan een locatie. c.
De gemeente onderzoekt in samenwerking met initiatiefnemers de ontwikkeling en realisatie van een woonzorgcomplex dat bestaat uit circa 35 zorgeenheden en 20 aanleunwoningen. Het is daarbij van belang dat dit op een zorgvuldige wijze gebeurt waarbij de gemeente een kaderstellende en toetsende rol heeft. Belangrijk aspect daarbij is dat het initiatief zelf zorgdraagt voor een adequate parkeervoorziening die voldoet aan het vigerend parkeerbeleid van de gemeente. Tevens wordt gekeken naar de verkeersstromen die een dergelijke ontwikkeling met zich meebrengt (ten opzichte van de huidige situatie) en in hoeverre dat het bestaande wegennet hierin kan voorzien. Gelet op de huidige situatie en verkeersintensiteiten levert het beoogde initiatief hierop geen knelpunten. De gemeente zal bij de beoordeling van het initiatief 37
toetsen of dit voldoet aan de gemeentelijke ambities, aan een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassing van de Omgevingsvisie. De bestaande groenstructuur wordt opgenomen in de Omgevingsvisie.
38
Indiener 32 Zienswijze a. Het landschap van Voorne aan Zee is gevarieerd en mooi, maar vertoont ook historische littekens en wordt beïnvloed door haven- en industriegebieden. De indiener pleit voor het herinrichten van het agrarische landschap met nieuwe landschapselementen die bijdragen aan duurzame landbouw en natuurherstel. Voorbeelden zijn bufferstroken, akkerranden, schaduwbomen en strokenteelt. Nature Based Solutions en maatregelen zoals vernatting van veenweidegebieden en bosaanplant helpen bij klimaatadaptatie en landschapsverbetering. Waterschap Hollandse Delta kan hierbij een grote rol spelen, hoewel er uitdagingen zijn zoals verzilting door zeespiegelstijging. Ook kan de gemeente processen ondersteunen en externe bedreigingen tegengaan. b. De gemeente Voorne aan Zee heeft waardevolle natuurgebieden, vooral Natura 2000-gebieden, maar de algemene Basiskwaliteit Natuur is onvoldoende. De indiener prijst de Omgevingsvisie voor maatregelen ter verbetering, maar mist aandacht voor drie subthema's: areaalvergroting naar 30%, verbetering van connectiviteit tussen natuurgebieden, en aanpassingen aan de Omgevingswet. De gemeente moet volgens de indiener ook de Basiskwaliteit Natuur buiten natuurgebieden verbeteren. De indiener biedt expertise aan en benadrukt een nieuwe benadering waarbij bij alle activiteiten rekening wordt gehouden met natuurbehoud en duurzaamheid. c.
De indiener benadrukt dat het klimaatprobleem en de natuurcrisis samen moeten worden aangepakt en doet de volgende aanbevelingen voor de Omgevingsvisie van Voorne aan Zee: • Gebruik Nature Based Climate Solutions, zoals het verhogen van het waterpeil in veengebieden om CO2 vast te leggen en biodiversiteit te verhogen. • Plaats windmolens en zonneparken strategisch, vermijd plaatsen bij kwetsbare Natura 2000-gebieden en geef de voorkeur aan locaties met lagere natuurwaarden. • Plant autochtoon bos op geschikte locaties, zowel in recreatiegebieden als stedelijke gebieden, en zorg voor een gevarieerde aanplant om biodiversiteit te verhogen. • Beheer dijken ecologisch, behoud de bijenfauna op zuidhellingen en overleg met experts. • Integreer zonneparken landschappelijk met autochtone beplanting en ecologisch beheer, en overweeg een natuurbestemming na beëindiging van het park. • Vermijd schade aan vleermuiskolonies bij na-isolatie, verzamel structureel data over beschermde soorten en handel proactief. d. In Voorne aan Zee is er de afgelopen jaren te weinig gebouwd, en de focus ligt nu op verdichting binnen de bebouwde kom. NHD ziet mogelijkheden, maar waarschuwt voor de gevolgen van inbreiding op openbaar groen. Uitbreiding zal voornamelijk moeten plaatsvinden in agrarische gebieden, vooral waar landbouw moeilijker wordt door klimaatomstandigheden.
NHD pleit voor vroegtijdige voorwaarden voor natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen en een ecologische inrichting van woonwijken. De indiener adviseert kleine privé tuinen en meer stadsnatuur in nieuwbouwwijken. Ook bestaande wijken kunnen meer natuur bevatten, en openbaar groen moet natuurvriendelijker worden beheerd. De indiener benadrukt dat natuur in
39
woonomgevingen de volksgezondheid verbetert en heeft eerder beleidsaanbevelingen gedaan voor identiteit versterkend openbaar groen. e. De indiener erkent de uitdagingen en onzekerheden waarmee boeren worden geconfronteerd en pleit voor een samenwerking tussen landbouw en natuur. De indiener benadrukt dat landbouw niet zonder natuur kan en dat duurzame, natuur inclusieve en klimaatbestendige landbouw mogelijk en noodzakelijk is. De indiener verwijst naar Nederland zijn succesvolle geschiedenis in landbouwinnovatie en ziet opnieuw een leidende rol voor Nederland in deze transitie. De indiener verzoekt de gemeente Voorne aan Zee om boeren te ondersteunen in deze omslag naar een duurzame landbouw en beschouwen de huidige Omgevingsvisie als een goede start, maar vragen om verdere versterking van de basis voor deze transitie. f. De grote haven- en industriegebieden nabij Voorne aan Zee hebben zowel positieve als negatieve invloeden op de gemeente. Economisch gezien zijn ze gunstig, maar ze veroorzaken ook schade aan landschap, natuur, milieu, klimaat en gezondheid. De indiener stelt dat de betrokken partijen zoals het Rijk, de gemeente Rotterdam en het Havenbedrijf Rotterdam, meer zouden moeten bijdragen aan compensatie voor deze schade.
De indiener stelt voor om hierover in gesprek te gaan en denkt aan maatregelen zoals het verplaatsen van windmolens naar industrieterreinen, financiële bijdragen voor landschapsherinrichting, natuurgebied uitbreiding en verbetering van de connectiviteit tussen natuurgebieden. De indiener prijst het Havenbedrijf Rotterdam voor hun uitstekende Natuurvisie en ziet dit als een inspiratie voor bedrijventerreinen in Voorne aan Zee. g. De gemeente Voorne aan Zee besteedt veel van haar maakwerk uit. Gelukkig ook aan bedrijven die over het kleurkeur certificaat beschikken. Helaas ziet de indiener dat die bedrijven maar zeer beperkt in praktijk brengen. Dat heeft alles te maken met de contractvoorwaarden waaraan die bedrijven gehouden zijn. De indiener bepleit daarom om reeds in de aanbestedingsvoorwaarden op te nemen dat overal gewerkt moet worden volgens de richtlijnen van kleurkeur groen en kleurkeur blauw. h. Voorne aan Zee is aantrekkelijk voor bewoners, recreanten en toeristen vanwege de rijke natuur, wat belangrijk is voor de economie. De indiener pleit voor investeringen in recreatieve en toeristische mogelijkheden. De indiener ziet beperkte uitbreidingsmogelijkheden in Voornes Duin, maar grote kansen rondom het Brielse Meer, zoals mountainbikeroutes, ruiterpaden, hardloopfaciliteiten, trail running banen, losloopgebieden voor honden, speelbossen en klimbossen.
Daarnaast wil de indiener meer recreatieve paden in agrarische gebieden om de recreatiemogelijkheden te versterken en agrarische nevenactiviteiten te ondersteunen. De indiener vindt ook dat recreatieparken in en rond woonwijken ecologisch moeten worden ingericht voor natuurlijke recreatie en ecologische verbindingen. Beantwoording a. In hoofdstuk 4.5 ‘Natuurlijk Voorne aan Zee’ worden de ambities geschetst als het gaat om natuur, biodiversiteit, ecologie en groen. De Omgevingsvisie betreft slechts een ambitiedocument waarin op hoofdlijnen de ambities van de gemeente worden weergeven. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt met diverse beleidsplannen uitvoering gegeven aan de gestelde ambities in de Omgevingsvisie. Daarbij wordt meegegeven dat de aanbevelingen van indiener uiteraard worden meegenomen in het verdere vervolg. b. Zie beantwoording onder a. De gemeente Voorne aan Zee heeft de ambitie om de natuur te versterken en te beschermen, er is echter geen ambitie voor areaalvergroting van de natuur. c. Zie beantwoording onder a. 40
d. In hoofdstuk 4.2 “Passend wonen voor iedereen in Voorne aan Zee wordt ingegaan op de wijze waarop woningbouw plaats zal moeten vinden binnen onze gemeente. Daarbij is het van belang dat de gemeente ook diverse ambities heeft als het gaat om klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen. Het is van belang dat diverse richtlijnen concreet worden vastgelegd. De Omgevingsvisie is hiervoor echter niet het document. De Omgevingsvisie betreft slechts een ambitiedocument waarin op hoofdlijnen de ambities van de gemeente worden weergeven. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt met diverse beleidsplannen uitvoering gegeven aan de gestelde ambities in de Omgevingsvisie. Daarbij wordt meegegeven dat de aanbevelingen van indiener uiteraard worden meegenomen in het verdere vervolg. e. In de Omgevingsvisie wordt, onder hoofdstuk ‘Ondernemend Voorne aan Zee’ omschreven dat de gemeente Voorne aan Zee inzet op een duurzaam toekomstperspectief voor de agrarische land- en tuinbouwsector. In dit hoofdstuk wordt ook omschreven welke ambities we als gemeente hebben en hoe we hierop in willen zetten. Om uitvoering te geven aan de Omgevingsvisie wordt vanaf 2025 het omgevingsplan Voorne aan Zee opgesteld, waarbij als eerste gestart zal worden met het deelgebied ‘Buitengebied’.
Concrete verzoeken zullen wij op wenselijkheid en haalbaarheid moeten beoordelen alvorens wij deze mogelijk kunnen maken in het omgevingsplan of met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa). f. Wij zullen in de gesprekken met het Havenbedrijf Rotterdam aandacht blijven vragen voor de leefbaarheid van onze gemeente. De door indiener geprezen Natuurvisie van het Havenbedrijf Rotterdam zullen wij in ogenschouw nemen als eventuele inspiratiebron voor onze bedrijventerreinen. g. De Omgevingsvisie betreft slechts een ambitiedocument waarin op hoofdlijnen de ambities van de gemeente worden weergeven. De Omgevingsvisie betreft geen uitwerkingsplan. Het stellen van normen binnen aanbestedingen is dan ook niet passend binnen de Omgevingsvisie. h. In hoofdstuk 4.8 ‘Recreatief en toeristisch Voorne aan Zee’ wordt ingegaan op de ambities die we als gemeente hebben als het gaat om het recreatief toeristisch aanbod. Eén van deze ambities is het hebben van een divers en veelzijdig aanbod. Zo wordt onder andere opgenomen dat de gemeente ambieert om diverse gebieden beleefbaar te maken voor de recreant en in te zetten om een uniek en veelzijdig recreatieaanbod. Tot slot zetten we in op recreatieve verbindingen koesteren en versterken.
Om uitvoering te geven aan de Omgevingsvisie wordt vanaf 2025 het omgevingsplan Voorne aan Zee opgesteld, waarbij als eerste gestart zal worden met het deelgebied ‘Buitengebied’. In het Omgevingsplan zal ook aandacht worden besteed als het gaat om het bieden van mogelijkheden om het recreatief en toeristisch aanbod te versterken. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
41
Indiener 33 Zienswijze a. Windmolens en zonnepanelen zijn volgens indiener niet duurzaam en passen niet in het duurzaamheidsbeleid. Windmolens en zonnepanelen zijn milieuvervuilend en schadelijk voor mens, dier en milieu. Dit is door vele wetenschappers in rapporten bevestigd. • Vogels vinden de dood, mensen hebben last van het geluid en de slagschaduw en de grond rondom de molens worden vervuild door olie die gebruikt wordt in de molen etc. • Zonnepanelen kunnen door grote hagelstenen beschadigd raken, waardoor de grond onder de zonnepanelen vol komt te liggen met glasscherven, waardoor de grond niet meer geschikt zal zijn voor de landbouw. • Als de windmolens in brand raken of wieken beschadigd raken komen deze stoffen op de grond terecht, waarbij in voorkomende gevallen gebleken is dat daar glasvezels kunnen vrijkomen en de grond voor menselijk gebruik ook ongeschikt wordt. • Wanneer de windmolens en zonnepanelen vervangen dienen te worden dan ontstaat er een enorme afval belt. Wieken van molens zijn niet recyclebaar, zonnepalen leveren bestaan uit veel giftige stoffen welke nu nog niet te recyclen zijn. • Daar komt bij het productieproces en het plaatsen van de molens welke veel schade voor de natuur oplevert. Duurzaamheid is hier ver te vinden, alleen grote bedrijven halen hier winst uit.
Daarbij komt dat door het gebruik van windmolens en zonnepanelen er een onstabiel elektriciteitsnet ontstaat. In goed vertrouwen gaat de indiener er van uit dat deze zienswijze serieus wordt genomen en dat deze meegenomen wordt in de beraadslagingen over de toekomst van Voorne aan Zee.
Beantwoording a. De plannen voor zon- en windenergie zijn niet alleen lokaal bepaald en vastgelegd maar ingebed in nationaal beleid / Klimaatakkoord die enerzijds provinciaal en anderzijds regionaal zijn doorgelegd in bestuurlijke afspraken. Bij alle plannen voor zon- en windenergie worden natuur en landschap zo veel als mogelijk gerespecteerd en dienen vergunningsaanvragen te voldoen aan wet- en regelgeving.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
42
Indiener 34 Zienswijze a. De indiener heeft in de Omgevingsvisie Voorne aan Zee geconstateerd dat de huidige locatie van het café De Dijk wordt aangemerkt als kansrijke ontwikkelingslocatie en voorts dat het Wijkpark niet wordt aangemerkt als belangrijke groenvoorziening. De indiener is niet tegen een zorginstelling op kleine schaal maar wil daarover wel graag meedenken, maar de indiener constateert dat met het onderhavige, in gang gezette initiatief qua omvang, de zorg niet in eerste aanleg van belang is, maar dat de invloed van de ontwikkelaar daarin overheerst. De indiener ziet gaarne een aanpassing in de gemeentelijke Omgevingsvisie in de vorm van een initiatief dat leidt tot een aantrekkelijk pand dat past in de bestaande groene omgeving, waarvan de afmetingen de fysieke leefomgeving niet aantast en dat het park als gevolg daarvan haar schoonheid behoudt. b. Indiener merkt op dat in de Omgevingsvisie is opgenomen dat de gemeente Voorne aan Zee zich in zet om dorpen en vestigingssteden te vergroenen. De visie gaat niet in op hoe deze ambitie gehaald wordt. c. De Omgevingsvisie gaat voornamelijk in op stedelijk groen bij nieuwbouwprojecten en benoemt hierbij dat natuurinclusief bouwen de standaard wordt. De indiener verzoekt de gemeente ook in te zetten op vergroening in bestaande wijken. d.
Voor stedelijk groen zet de gemeente in op het vergroenen van dorpen en vestigingssteden. Hiervoor wordt in de Omgevingsvisie de 3-30-300 vuistregel gebruikt en het natuurinclusief bouwen bij nieuwbouwprojecten. Er wordt echter niet ingegaan op de huidige bebouwing en hoe deze bestaande woonwijken te vergroenen of groen te houden, integendeel, in het onderhavige initiatiefplan wordt gericht voorgesorteerd op vernietiging van een wijkpark dat fungeert als een long in een dichtbebouwde vergeten wijk.
Beantwoording a. De Omgevingsvisie betreft slechts een ambitiedocument waarin op hoofdlijnen de ambities van de gemeente worden weergeven. Tevens worden potentiële herontwikkelingslocaties of locaties waar op dit moment een herontwikkeling speelt opgenomen als kansrijke ontwikkelingslocatie. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt door middel van een omgevingsplan (of een andere ruimtelijke procedure) een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Bij een ontwikkeling worden de ambities van de Omgevingsvisie meegenomen. De Omgevingsvisie is dan ook niet het document om ruimtelijke kwalificaties te koppelen aan een locatie. b. In de Omgevingsvisie zijn ambities op hoofdlijnen opgenomen. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt met diverse projecten uitvoering gegeven aan de gestelde ambities in de Omgevingsvisie. c. In hoofdstuk 4.5 ‘Natuurlijk Voorne aan Zee’ wordt ingegaan op de Natuur in Voorne aan Zee. Ook het bestaande groen wordt in dit hoofdstuk meegenomen. Zo is het volgende opgenomen: De ambitie luidt om de stedelijke en dorpse groenstructuur te behouden en te versterken en de ecologische kwaliteit ervan te verbeteren. Door nieuw groen aan te leggen en bestaand groen anders in te richten of ecologisch te beheren, kunnen ook in de steden en dorpen ecologische verbindingen worden gerealiseerd.
Het is wenselijk om de groenstructuur te koppelen aan het buitengebied, zodat zowel recreatieve als ecologische verbindingen tussen de steden en dorpen en het landelijk gebied ontstaan. Het vergroenen draagt ook bij aan een 43
gezonde en aantrekkelijke leefomgeving en klimaatadaptatie (tegengaan wateroverlast en hittestress). Daarbij is wel van belang dat toekomstige ontwikkelingen niet worden belemmerd. In de dorpen, buurten en wijken zetten we in op een robuust kwalitatief groenblauw raamwerk en gaan we het vormen van snippergroen tegen. Het verkopen van snippergroen gaat in de meeste gevallen ten koste van de hoeveelheid openbaar groen in de bebouwde kom. Daarnaast blijft ook minder openbare ruimte over voor eventuele toekomstige kabels en leidingen (denk ook aan warmtenetten). Om dit te voorkomen dient nieuw beleid opgesteld te worden dat we in de volgende versie van de Omgevingsvisie verwerken. Voorne aan Zee kiest voor behoud en waar mogelijk uitbreiding van de bestaande groenstructuren binnen de bebouwde kom en het versterken van wijkgroen. Zoals onder b opgenomen betreft de Omgevingsvisie slechts een ambitiedocument op hoofdlijnen. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt met diverse beleidsregels, projecten en andere plannen uitvoering gegeven aan de gestelde ambities in de Omgevingsvisie. d. Zoals in voorgaand punt (onder c.) aangegeven heeft de gemeente de ambitie om de stedelijke (en dorpse) groenstructuur te behouden en te versterken en de ecologische kwaliteit ervan te verbeteren met inachtneming van toekomstige en/of gewenste ontwikkelingen zoals het onderhavige initiatief.
Belangrijke opgave die onderdeel uitmaakt van het initiatief en de verdere uitwerking van het plan is het vinden van een juiste balans tussen de verschillende invalshoeken en ambities waaronder de ambitie van het behouden en versterken van de groenstructuur. Initiatiefnemer heeft hiertoe een gespecialiseerd landschapsbureau ingeschakeld. De gemeente zal bij de beoordeling van het initiatief toetsen of dit voldoet aan bovengenoemde gemeentelijke ambities, aan een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
44
Indiener 35 Zienswijze a. Indiener wil allereerst opmerken dat het plan wel leesbaar is en te begrijpen valt, maar dat het door de aanpak een nogal massaal document is geworden. Ook zit er veel overlapping in de gebiedsgerichte uitwerking (deel A) en de thematische opgaven (deel B). Op sommige vlakken lopen de plannen ook niet synchroon (b.v. natuurlijke bufferzones voor natuurontwikkeling en recreatie). Dit verstoort de overzichtelijkheid en nodigt niet uit tot de door u gepretendeerde brede maatschappelijke participatie bij de planvorming, maar maakt het meer een formeel en complex document voor adviserende en ambtelijke afdelingen. b. Verder heeft de indiener een praktisch bezwaar tegen de gebiedsbegrenzing, zoals die is gelegen over onze agrarische percelen nabij de Schapengorsedijk te Rockanje. Hier zit in de afscheiding tussen deelgebied voordelta/duinen/zanderijen en deelgebied polders een vreemde druppel aan de begrenzing. Naar de mening van de indiener vormt de doorgaande dijk een logischere scheiding tussen de gebieden. Zowel visueel als in ruimtelijke zin. Ook is er vanuit provinciaal of landelijk beleid geen aanleiding toe. Daarnaast betreft het aan de oostzijde van de dijk een perceel akkerbouwland met een goede verkaveling en drooglegging in een gebied dat eigenlijk tot jonge zeekleipolders behoort (en eerder ook al behoorde).
Gezien de beperkte beschikbaarheid van agrarische gronden in onze omgeving wil de indiener de gemeente Voorne aan Zee verzoeken hier geen plannen op te leggen waardoor deze op termijn aan de landbouw zullen worden onttrokken. Tevens ontstaat het risico op externe werking op andere agrarische percelen, wat niet wenselijk is. c. Bij de eerder getoonde concepten op bijeenkomsten was bovenstaande indeling nog niet van toepassing en hebben de indieners er geen opmerkingen over gemaakt. Wellicht dat dit is ontstaan door wensen van derden, maar als eigenaar/gebruik vindt de indiener het een onwenselijke ontwikkeling en zijn er geen voornemens om het gebied anders te gaan gebruiken. De indiener wil de gemeente Voorne aan Zee daarom verzoeken de agrarische bestemming (jonge zeekleipolders) terug te leggen aan de oostzijde van de Schapengorsedijk. Beantwoording a. Om de leesbaarheid te bevorderen is er specifiek voor gekozen een Leeswijzer op te nemen bij de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie gaat over onze hele gemeente en al het ruimtelijke beleid dat we hebben. Het gaat om heel veel informatie. In dat licht is het dus te verklaren dat sprake is van een omvangrijk document. Zeker gezien de schaalvergroting van onze gemeente. Daarbij speelt dat ervoor gekozen is om zowel een themagericht deel op te stellen als een gebiedsgericht deel.
Dit resulteert erin dat sprake is van een bepaalde overlapping. b. De begrenzing van het deelgebied Haringvliet en Voordelta, strand, duinen, binnenduinbrand en zanderijen ten opzichte van het deelgebied “Polderlandschap: oude en jonge zeekleinpolders en veenpolders” is een voortzetting van de gekozen begrenzing uit het bestemmingsplan “Omgevingsplan Buitengebied Westvoorne” en het daarbij behorende “Handboek Kwaliteitsverbetering buitengebied”. Ter onderbouwing hiervan is de volgende motivering opgenomen in het Handboek: “De St.-Annapolder als geheel is eigenlijk een jonge zeekleipolder, maar een klein noordwestelijk deel van deze polder wordt onder de zanderijen geschaard (gebied rond de Walinxweg, ten noorden van het Annabos). In de ondergrond bevindt zich hier een zandplaat in de bodem. De agrarische actviteiten zijn rond de Walinxweg 45
nagenoeg verdwenen, het landschap is meer verdicht met wonigen en er komen kleinschalige verblijfsrecreatie en natuurontwikkeling voor”. Dit wordt door indiener aangeduid als “vreemde druppel” De aanduiding van het betreffende deelgebied dateert al van de “Omgevingsvisie Westvoorne 2030” uit 2017 en is voorgezet in bovengenoemde bestemmingsplan en handboek (zie onderstaande afbeeldingen). Verbeelding Omgevingsvisie
Verbeelding bestemmingsplan
Verbeelding Handboek
c. De in de ontwerp Omgevingsvisie gehanteerde gebiedsindeling maakte ook al onderdeel uit van de eerdere versie van de Omgevingsvisie uit 2023 (zie onderstaande afbeelding). Er is dus geen sprake van een wijziging in de gebiedsindeling al dan niet op verzoek van derden. Verbeelding concept-visie 2023
Ten overvloede wordt hier nog opgemerkt dat met de Omgevingsvisie geen bestemmingen worden gewijzigd. De agrarische bestemming (aangeduid als “Algemeen grondgebruik”) uit het bestemmingsplan “Omgvingsplan Buitengebied Westvoorne” blijft dan ook gehandhaafd. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
46
Indiener 36 Zienswijze a. Als agrarisch ondernemer stelt de indiener het op prijs dat de gemeente Voorne aan Zee het belang van de agrarische sectorspecifiek beschrijft en de bijdrage ervan op de totale economie inziet. Een groot deel van het buitengebied wordt door agrariërs beheerd en de sector heeft inderdaad een belangrijke rol als drager van de inrichting. Ondanks de kritische oordelen die er soms vanuit de samenleving op een kortzichtige wijze over de agrarische sector worden geuit, zou het beheer van het buitengebied nagenoeg onmogelijk en onbetaalbaar zijn zonder zijn aanwezigheid. Een gezonde agrarische sector is daarom onmisbaar voor handhaving van het landschap op Voorne-Putten. Technische ontwikkelingen en schaalgrootte zijn daarvoor onontkoombaar. Dit strookt niet altijd met de idyllische voorstelling van landbouw, zoals dit in de visie menigmaal wordt voorgesteld. En de indiener vindt dat er te gemakkelijk een neventaak/nevenfunctie of de term meervoudig gebruik aan de agrarische ondernemers wordt opgedrongen, zonder dat hier ook maar enige vorm van financiële onderbouwing aan ten grondslag wordt gelegd. b. Om bijvoorbeeld toeleveringsbedrijven en ondersteunende diensten voor de landbouw beschikbaar en bereikbaar te houden is het niet gewenst dat het areaal agrarische grond verder afneemt.
Maar de indiener merkt daarentegen juist op dat er voor veel onderdelen van de visie gebruik gemaakt moet worden van agrarisch areaal. De agrarische sector op Voorne-Putten heeft hierover consensus bereikt en zich hierover in een gezamenlijk document uitgesproken deze ontwikkeling ongewenst te vinden. c. Verder vraagt de indiener aandacht voor het te gemakkelijk en blijkbaar onbezwaard aanduiden van groene zones en stroken. We hebben ondertussen ondervonden dat hier (op termijn) externe werking op omliggende gronden en bedrijven door kan ontstaan. Het zijn wellicht goed bedoelde en onschuldige initiatieven, maar de impact ervan kan groter zijn dan nu valt te voorzien. De doorsnijding van relatief grootschalige en efficiënte landbouwpolders met ecologische verbindingszones is mijns inziens niet gewenst. Alternatieven die gunstiger zijn voor de landbouw lijken niet te zijn onderzocht. d. De indiener vindt de documenten erg uitgebreid uitgewerkt voor een Omgevingsvisie voor een dergelijk lange termijn. Ervaringen met eerdere Omgevingsvisies zouden toch moeten hebben uitgewezen dat ruimtelijke ontwikkelingen zo snel niet gaan en dat er slechts een zeer klein deel van visies daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Verder mist de indiener de financiële onderbouwing, die ook bij een visie een basis vormt van de haalbaarheid en realiteit.