CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Nota beantwoording Zienswijze Omgevingsvisie Voorne aan Zee 2024 aangepast

Raadsvergadering 17 april 2025, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Omgevingsvisie Voorne aan Zee 204034.891 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nota beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie Voorne aan Zee 2040

1

Inhoud Hoofdstuk 1 Inleiding ............................................................................................................. 4 Hoofdstuk 2 Samenvatting en beantwoording inspraakreacties ............................................. 5 Indiener 1 ....................................................................................................................... 5 Indiener 2 ....................................................................................................................... 6 Indiener 3 ....................................................................................................................... 7 Indieners 4 t/m 12...........................................................................................................

9 Indieners 13 t/m 15........................................................................................................10 Indiener 16 ....................................................................................................................12 Indiener 17 ....................................................................................................................15 Indiener 18 ....................................................................................................................16 Indiener 19 ....................................................................................................................18 Indiener 20 ....................................................................................................................20 Indiener 21 ....................................................................................................................21 Indiener 22 ....................................................................................................................23 Indiener 23 ....................................................................................................................25 Indiener 24 ....................................................................................................................26 Indiener 25

....................................................................................................................29 Indiener 26 ....................................................................................................................32 Indieners 27, 28, 29.......................................................................................................33 Indiener 30 ....................................................................................................................36 Indiener 31 ....................................................................................................................37 Indiener 32 ....................................................................................................................39 Indiener 33 ....................................................................................................................42 Indiener 34 ....................................................................................................................43 Indiener 35 ....................................................................................................................45 Indiener 36 ....................................................................................................................47 Indiener 37

....................................................................................................................50 Indiener 38 ....................................................................................................................51 Indieners 39, 40.............................................................................................................52 Indiener 41 ....................................................................................................................53 Indieners 42, 43, 44, 45, 46, 47 .....................................................................................55 Indiener 48 ....................................................................................................................57 Indieners 49, 50.............................................................................................................59 Indiener 51 ....................................................................................................................62 Indiener 52 ....................................................................................................................63 Indiener 53 ....................................................................................................................68 2

Indiener 54 ....................................................................................................................71 Indiener 55 ....................................................................................................................72 Indiener 56 ....................................................................................................................73 Indiener 57 ....................................................................................................................76 Indiener 58 ....................................................................................................................78 Indiener 59 ....................................................................................................................80 Indiener 60 ....................................................................................................................84 Indiener 61 ....................................................................................................................87 Indiener 62 ....................................................................................................................90

3

Hoofdstuk 1 Inleiding De ontwerp Omgevingsvisie Voorne aan Zee 2040 heeft van 11 oktober 2024 tot en met 21 november 2024 ter inzage gelegen. De ontwerp Omgevingsvisie kon in deze periode digitaal via het Omgevingsloket - Regels op de kaart - worden bekeken en was ook raadpleegbaar op het gemeentehuis. Tijdens deze periode van zes weken konden inwoners en andere belanghebbenden in de gemeente een reactie geven op de ontwerp Omgevingsvisie. Er zijn in totaal 62 zienswijzen ontvangen. Deze zienswijzen zijn binnen de gestelde termijn ingediend en om die reden allen ontvankelijk verklaard. De zienswijzen zijn in deze Nota beantwoording zienswijzen (de Nota) samengevat en van beantwoording voorzien. Daarbij is aangegeven hoe de zienswijzen zijn betrokken bij de uitwerking van de Omgevingsvisie zoals dat ter vaststelling aan de gemeenteraad is voorgelegd. De Nota wordt door de gemeenteraad vastgesteld bij de vaststelling van de Omgevingsvisie. Het raadsbesluit tot vaststelling van de Omgevingsvisie wordt aan de indieners van een zienswijze toegestuurd. Hiermee zijn de zienswijzen van een beantwoording voorzien en kan door de indieners ook worden bekeken op welke manier de gemeenteraad de zienswijzen in de besluitvorming heeft betrokken.

Anonimisering De Nota wordt bij de ter inzagelegging van de gewijzigd vastgestelde Omgevingsvisie elektronisch beschikbaar gesteld. Op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is het niet toegestaan om persoonsgegevens (zogenaamde NAW-gegevens: naam, adres en woonplaats) van natuurlijke personen te verwerken zonder bijvoorbeeld een wettelijke grondslag, dringende noodzaak of toestemming van de betreffende personen. Er is geen wettelijke grondslag of dringende noodzaak om de NAW-gegevens van natuurlijke personen te vermelden. Voor de inhoudelijke beoordeling van de zienswijzen en de beantwoording is dit ook niet noodzakelijk. In de Nota wordt hieraan voldaan door geen namen van personen te noemen. Ook wordt de zienswijze zelf niet aan de Nota gehecht en niet in papieren vorm ter inzage gelegd.

4

Hoofdstuk 2 Samenvatting en beantwoording inspraakreacties In dit hoofdstuk worden de ontvangen reacties samengevat en beantwoord.

Indiener 1 Zienswijze a. De indiener wijst op de veiligheid van de Rijksstraatweg vanaf het viaduct over de N57 richting Brielle. De indiener benadrukt meermaals het belang van onderhoud en de gevaarlijke verkeerssituatie van de Rijksstraatweg. De indiener hoort graag welke stappen er ondernomen kunnen worden om de veiligheid te verbeteren en wat de redenen zijn voor het ondermaats onderhoud van dit stuk Rijksstraatweg. Beantwoording a. Wij hebben kennis genomen van de signalen over het belang van onderhoud en de gevaarlijke verkeerssituatie van de Rijksstraatweg. De gemeente is geen beheerder van de wegen buiten de bebouwde kom. Het waterschap Hollandse Delta is beheerder van een groot deel van de polderwegen. Bij hen vragen we aandacht voor verkeersveiligheid in samenhang met het landbouwverkeer dat inherent is aan het gebied. Zie ook deel B van de Omgevingsvisie Voorne aan Zee met de thematisch opgaven, hoofdstuk 4.10 onder de ambitie: Zorgen voor een veilig netwerk voor alle gebruikers (pagina 92). Conclusie De zienswijze leidt tot een aanpassing in de Omgevingsvisie. Wij voegen de term ‘onderhoud’ dan ook toe in de laatste zin onder de ambitie: Zorgen voor een veilig netwerk voor alle gebruikers (pagina 92). Oftewel: Bij hen vragen we aandacht voor onderhoud en verkeersveiligheid in samenhang met het landbouwverkeer dat inherent is aan het gebied.

Wij zullen in gesprekken met het Waterschap Hollandse Delta aandacht blijven vragen voor het onderhoud en de verkeersveiligheid op de polderwegen, waaronder de Rijksstraatweg.

5

Indiener 2 Zienswijze a. De indiener verzoekt de gemeente om mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen alsook te kunnen uitbreiden, alsmede nieuwvestiging in het buitengebied mogelijk te maken om uitvoering te kunnen geven aan de in de Omgevingsvisie vermelde ambities. b. De indiener verzoekt de gemeente om het bestaansrecht van cumelabedrijven in het buitengebied te erkennen en dit expliciet te benoemen in de Omgevingsvisie. c. De indiener verzoekt de gemeente om bij de aanleg, verandering of onderhoud van alle ontsluitingswegen rekening te houden met het materieel van cumelabedrijven. d. De indiener verzoekt de gemeente om bij de bedrijfslocaties van cumelabedrijven voldoende (buiten)opslagmogelijkheden toe te staan en dit expliciet te benoemen in de Omgevingsvisie. e. De indiener verzoekt de gemeente om bij de bedrijfslocatie van cumelabedrijven voldoende mogelijkheden te creëren om energie op te wekken en op te slaan en dit expliciet te benoemen in de Omgevingsvisie. Beantwoording a. In de Omgevingsvisie wordt, onder hoofdstuk ‘Ondernemend Voorne aan Zee’ omschreven dat de gemeente Voorne aan Zee inzet op een duurzaam toekomstperspectief voor de agrarische land- en tuinbouwsector. In dit hoofdstuk wordt ook omschreven welke ambities we als gemeente hebben en hoe we hierop in willen zetten.

Om uitvoering te geven aan de Omgevingsvisie wordt vanaf 2025 het omgevingsplan Voorne aan Zee opgesteld, waarbij als eerste gestart zal worden met het deelgebied ‘Buitengebied’. Concrete verzoeken om bestaande bedrijfslocaties uit te breiden alsmede concrete nieuwvestiging in het buitengebied zullen wij op wenselijkheid en haalbaarheid moeten beoordelen alvorens wij deze mogelijk kunnen maken in het omgevingsplan of met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa). b. Zie beantwoording onder a. Daarbij wordt opgemerkt dat de term cumelabedrijven zal worden opgenomen in hoofdstuk 4.9. c. De ontsluitingswegen waar door de indiener op wordt gedoeld zijn grotendeels gelegen buiten de bebouwde kom. Het waterschap Hollandse Delta is beheerder van een groot deel van de polderwegen. Bij hen vragen we aandacht voor verkeersveiligheid in samenhang met het landbouwverkeer dat inherent is aan het gebied. Zie ook deel B van de Omgevingsvisie Voorne aan Zee met de thematisch opgaven, hoofdstuk 4.10 onder de ambitie: Zorgen voor een veilig netwerk voor alle gebruikers (pagina 92). d. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar de beantwoording onder a. Indien sprake is van een concreet initiatief wordt geadviseerd dit aan de gemeente voor te leggen. e. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar de beantwoording onder a.

Indien sprake is van een concreet initiatief wordt geadviseerd dit aan de gemeente voor te leggen. Conclusie De zienswijze leidt tot een aanpassing in de Omgevingsvisie, zodat sprake is van een goede vertegenwoordiging van de diverse bedrijven die actief zijn binnen de agrarische land- en tuinbouwsector.

6

Indiener 3 Zienswijze a. De indiener verzoekt de gemeente om in de Omgevingsvisie bevolkingstoename door natuurlijke groei, stijging leeftijd van overlijden, verhuizingen uit het Westland en Den Haag door Blankenberg tunnel, arbeidsmigranten voor de kassen in het Westland en expats voor de projecten in de industrie op te nemen. b. De indiener verzoekt de gemeente om in de Omgevingsvisie klimaatverandering met temperatuurstijging, grotere variaties in neerslag en zeespiegelstijging op te nemen. c. De indiener verzoekt de gemeente om in de Omgevingsvisie bedreiging uit de nabijgelegen industrie door het stoppen fossiele industrie overgaand naar groen en potentieel verlies van veel werkgelegenheid, aanvoer van ammoniak en H2, kerncentrales op de Maasvlakte en aanname van warmteaanbod voor gebouwverwarming op te nemen. d. De indiener verzoekt de gemeente om in de Omgevingsvisie de energietransitie die druk geeft op de energie slurpende kassen, oudere huizen, windturbines en zonnepanelen op land, elektrische accu’s en warmtepompen en H2 in woningen en elektrische auto’s op te nemen. e.

De indiener gaat er van uit dat jaarlijks wordt gemonitord en bijstelling van beleid volgt en dat er iedere 5 jaar in de update van de Omgevingsvisie volgt, waarbij wordt onderzocht: • Hoe was het 5 jaar geleden, wat waren de verwachte autonome ontwikkelingen en wat wensten gemeente, regio, Provincie en Rijk we voor het nu en wat is het geworden? • Welk beleid is er gepland, wat is er gerealiseerd en hoe waren de werkelijke ontwikkelingen en wat leren we hier uit? Beantwoording a. In de Omgevingsvisie wordt ingegaan op diverse doelgroepen en ontwikkelingen binnen en rondom onze gemeente. Denk hierbij aan de Blankenburgtunnel, eventuele mogelijkheden voor arbeidsmigrantenhuisvesting, verkeersverbindingen en de woningnood. Met de Omgevingsvisie spreekt de gemeente op al deze onderwerpen diverse ambities uit en wordt ingegaan op het mogelijke vervolg. Na vaststelling van de Omgevingsvisie zal voor veel van deze onderwerpen beleid worden ontwikkeld, uitvoeringsprogramma’s worden opgesteld of worden ingezet op woningbouw voor diverse doelgroepen. b. In deel B, hoofdstuk 4.5 ‘Natuurlijk Voorne aan Zee’ staat onder het kopje ‘Landgebruik en waterbeheer afstemmen op de bodemcondities en de druk op de zoetwatervoorziening verlagen’ benoemd wat het effect is van de klimaatverandering op de verzilting van de bodem.

Ook de stijging van de zeespiegel en toenemende droogte maken hier onderdeel van uit. Daarnaast komen deze onderwerpen naar voren in hoofdstuk 4.6 ‘Duurzaam en klimaatbestendig Voorne aan Zee’, onder meer onder het kopje Waterveiligheid. c. In deel B, hoofdstuk 4.6 ‘Duurzaam en klimaatbestendig Voorne aan Zee’ wordt ingegaan op de energietransitie van Voorne aan Zee in relatie tot de Rotterdamse Haven. In hoofdstuk 4.9 ‘Ondernemend Voorne aan Zee’, wordt in gegaan op de werkgelegenheid. d. In deel B, hoofdstuk 4.6 ‘Duurzaam en klimaatbestendig Voorne aan Zee’ komt de energietransitie uitgebreid aan de orde.

7

e. Zoals in deel C van de Omgevingsvisie Voorne aan Zee staat beschreven is er geen wettelijke actualiseringstermijn meer zoals dat bij de structuurvisie en bestemmingsplannen wel altijd het geval was. Op enig moment zullen we tot de conclusie komen dat een bepaald thema toch nog onvoldoende is uitgewerkt of dat de situatie voor een gebied dusdanig is veranderd dat herziening van de visie nodig is. We kiezen als gemeente voor een actualiseringscyclus van eens per jaar om de Omgevingsvisie voldoende scherp en bij de tijd te houden. We kiezen voor deze korte cyclus omdat de Omgevingswet en bijbehorende instrumenten nieuw zijn. Tijdens de actualisatie wordt ingegaan op de meest actuele stand van zaken binnen onze gemeente, zowel qua bevolkingsopbouw als vastgesteld beleid. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.

8

Indieners 4 t/m 12 Zienswijze a. Samenvattend constateren de indieners dat de huidige ambities rond energieopwekking in de conceptvisie 2040 niet aansluiten bij de wensen van de inwoners en de standpunten van de gemeenteraad. De indieners verzoeken de gemeente om de windambitie van Windproject Brielse Brug bij de N57, die bij herhaling ongeschikt is bevonden, uit de Omgevingsvisie te verwijderen. Beantwoording a.

Gezien het eerder ingenomen standpunt van de gemeenteraad over de Verklaring van Geen Bedenkingen tijdens de raadsvergadering van 26 september 2024 begrijpen wij uw verzoek om de mogelijkheid voor windturbines nabij de Brielse Brug langs de N57 uit de Omgevingsvisie te verwijderen.. Echter de Omgevingsvisie van Voorne aan Zee moet het beleid en de visie van de gemeente bevatten. Uit het oogpunt van behoorlijk bestuur dient daarbij ook rekening gehouden te worden met het beleid van andere bestuursorganen, waaronder het beleid van de Provincie ZuidHolland als hogere overheid. Hoewel de gemeenteraad geen definitieve verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven voor het windproject Brielse Brug en het college de omgevingsvergunning voor het realiseren van twee windturbines in de Nieuwe Ondernemingspolder heeft geweigerd, is deze ontwikkeling nog wel opgenomen in onze Omgevingsvisie. Het besluit waarbij de omgevingsvergunning is geweigerd, is namelijk nog niet onherroepelijk. Bovendien is op de locatie de Omgevingsverordening Zuid-Holland van toepassing. In 2018 is het besluit van de provincie om windmolens in de Nieuwe Ondernemingspolder toe te staan al definitief geworden. Het besluit van de gemeente Voorne aan Zee om geen omgevingsvergunning te verlenen voor deze ontwikkeling verandert hier niets aan.

Wij passen de Omgevingsvisie aan en nemen erin op dat het provinciale beleid het plaatsen van windturbines in de Nieuwe Ondernemingspolder planologische mogelijk maakt.

Conclusie De zienswijze heeft tot aanpassing van de Omgevingsvisie geleid, waarbij opgenomen wordt dat het provinciale beleid het plaatsen van windturbines in de Nieuwe Ondernemingspolder planologisch mogelijk maakt. De windturbines op de afbeelding worden vervangen door een gearceerd gebied dat aangeeft waar de provincie naar windenergie zoekt.

9

Indieners 13 t/m 15 Zienswijze a. Aan het Havenhoofd in Brielle staat een hardstenen bank, opgericht ter nagedachtenis aan notaris Leendert Pieter van den Blink (1857-1940), die zich als notaris van Brielle van 1890 tot 1940 onder andere heeft ingezet voor de verbetering van de Brielse veren. Deze bank vormt een blijvende herinnering aan zijn inzet voor de stad en het behoud ervan is essentieel om de historische betekenis van deze plek te waarborgen. b. In de Toekomstvisie wordt terecht veel aandacht besteed aan het behoud en beheer van recreatieterreinen, jachthavens en de groene recreatieve randen langs het Brielse Meer. Ook wordt het belang van kwaliteitsverbetering en vergroening van de wijken en de recreatieve aantrekkingskracht van de vestingstad Brielle onderstreept. Echter, de huidige staat van het Havenhoofd staat in schril contrast met deze doelstellingen. Het gebied is verwaarloosd en dringend toe aan groot onderhoud, waaronder de lange houten steiger, de meerpalen, de kademuur en het talud. Het gebrek aan aandacht voor dit deel van Brielle doet afbreuk aan de brede visie die is neergelegd in de Toekomstvisie. Het Havenhoofd is niet alleen van historisch belang, maar ook van groot belang voor de recreatieve aantrekkingskracht van de stad en verdient derhalve een prominente plaats in de toekomstplannen. c.

Het huidige bestemmingsplan Rochus Meeuwiszweg/Veerweg (NL.IMR0. 1992.BPVeerRMeeuwiszoon-0 120), dat voorziet in de bouw van 11 recreatiewoningen, 19 garageboxen en 30 parkeerplaatsen, is naar mening van indiener in strijd met de doelstellingen van de Toekomstvisie. Dit plan bedreigt de karakteristieke Tromphaven, die steeds verder wordt ingeperkt door de verkoop van kavels en water voor aanlegsteigers. Indien deze ontwikkeling doorgaat, zal de haven uiteindelijk worden gereduceerd tot een brede sloot in plaats van een open havengebied. Dit doet ernstig afbreuk aan de recreatieve en landschappelijke waarde van het gebied. d. In plaats van bebouwing en verstening pleiten de indieners voor de aanleg van een groene parkachtige strook met een voetpad langs de Veerweg, aansluitend op andere groene recreatieve zones rondom het Brielse Meer. Dit zou het gebied zijn open, groene karakter teruggeven en een welkome verrijking vormen voor de smalle straat zonder voetpad die de Veerweg momenteel is. Het zou daarnaast bijdragen aan de door de gemeente gewenste kwaliteitsverbetering en vergroening van de omgeving, zonder gebiedsvreemde elementen zoals garageboxen en privéparkeerplaatsen. e.

De indieners verzoeken de gemeente Voorne aan Zee met klem om het Havenhoofd en de Tromphaven op te nemen in de Toekomstvisie voor Brielle en maatregelen te treffen om deze historische en recreatieve plek in ere te herstellen. Laat dit deel van Brielle geen offer worden voor verstedelijking, maar een plek blijven waar historie, natuur en recreatie elkaar versterken. De voorgestelde groene strook langs de Veerweg past perfect binnen de doelstellingen van de Toekomstvisie en zou een waardevolle aanvulling zijn voor de aantrekkingskracht van de vestingstad Brielle. Beantwoording a. De indiener verwijst naar een hardstenen bank ter nagedachtenis aan notaris Leendert Pieter van den Blink, als blijvende herinnering aan zijn inzet voor de stad. Wij zijn het met indiener eens dat het behoud van een dergelijk object ter herinnering 10

b.

c.

d. e.

waardevol is om de historische betekenis van deze plek te waarborgen. Dit past ook binnen onze ambitie om de geschiedenis van Voorne aan Zee beleefbaar te maken. Voorne aan Zee kent ook vele kenmerkende cultuurhistorische of landschappelijke elementen die bijdragen aan de identiteit van Voorne aan Zee die geen directe wettelijke beschermingsstatus hebben (op het vlak van cultuurhistorie en erfgoed), maar wel van belang zijn voor cultuurhistorie en beeldkwaliteit. Een voorbeeld daarvan is ook de door indiener benoemde de hardstenen bank ter nagedachtenis aan notaris Leendert Pieter van den Blink. In Deel B, hoofdstuk 4.7 ‘Cultureel en beleefbaar Voorne aan Zee’ wordt ingegaan op cultuur, erfgoed en archeologie. De rijke cultuurhistorie en de ‘strijd tegen het water’ door de eeuwen heen speelt hierin een belangrijke rol. Het Havenhoofd wordt niet separaat benoemd bij de beschrijving van de kwaliteiten van de Vesting van Brielle. In hoofdstuk 4.7 noemen we als voorbeeld onze belangrijkste monumenten en historische structuren. De Veerweg en het Havenhoofd horen hier niet bij. Hoewel de locatie zeker karakteristiek is, is de Veerweg en daarmee ook het Havenhoofd al ernstig verstoord door de aangelegde havenkommen. De Omgevingsvisie betreft slechts een ambitiedocument waarin op hoofdlijnen de ambities van de gemeente worden weergeven.

De locatie aan de Rochus Meeuwiszoonweg/Veerweg zien wij als toekomstige ontwikkelingslocatie. Er heeft een ontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegen om op deze locatie recreatiewoningen mogelijk te maken. Hierbij wordt ook stedenbouwkundig gekeken naar een goede invulling waarbij rekening wordt gehouden met de karakteristiek van de Tromphaven. Wij nemen kennis van uw voorstel en verwijzen u naar de beantwoording onder c. Onduidelijk is of de indiener met de Toekomstvisie verwijst naar de voorliggende Omgevingsvisie Voorne aan Zee of een Toekomstvisie Vesting Brielle. Als het de Toekomstvisie Vesting Brielle is, dan hoort deze locatie daarin niet thuis, want dit maakt geen onderdeel uit van het beschermd stadsgezicht. De Tromphaven heeft geen historische waarde. De Veerweg en het Havenhoofd zijn van belang in relatie tot de geschiedenis en ontwikkeling van de Vesting Brielle en de plek zou daarom zeker een opwaardering verdienen. De Omgevingsvisie betreft echter slechts een ambitiedocument waarin op hoofdlijnen de ambities van de gemeente worden weergeven.

Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.

11

Indiener 16 Zienswijze a. De indiener verzoekt de gemeente de vermelde punten uit de al bestaande Dorpsvisie Oostvoorne van 2022 een spoedige aanpak en afronding te geven. b. Bij Ambitie 1 beveelt de indiener het aan om specifiek aandacht te besteden aan de jongere generatie die een sociale omgeving missen waarbinnen zij met generatiegenoten en onder toezicht kunnen samenkomen of zichzelf, los van schooltijd, maatschappelijk kunnen ontwikkelen (tegengaan van jongeren overlast en voorkomen van fysieke escalatie en sociaal “afglijden” in het verslaafden milieu). c. De indiener verzoekt de gemeente om duidelijk te maken wat wordt bedoeld met specifieke groepen. d. Bij Ambitie 2 verzoekt de indiener om meer aandacht voor de recreatieve waarde van het Oostvoornse strand. Laat de ambitie in ieder geval zijn om het strand (weer en beter) bereikbaar te maken voor fietsen en voor ouderen. Nu is het onmogelijk om het strand te bereiken met de fiets of als je slecht ter been bent. e. De Novex-haven beschrijft, naar aanname van de indiener, de effecten van de uitbreiding of transitie van de Rotterdamse haven op onze leefomgeving. De toekomstige (positieve en negatieve) effecten, maatregelen, beperkingen en voorzieningen zijn niet herkenbaar en onvoldoende in de beschrijving van de omgevingsveiligheid weergegeven. De indiener verzoekt de gemeente om dit toe te voegen.

Daarnaast merkt indiener op dat de effecten van de uitbreiding en of transitie van het industrieel havencomplex op onze sociale leefomgeving niet aan bod komt. Het anticiperen op het effect van dit alles op onze (starters)huizenmarkt, in al haar vormen, en de belasting van de rijks- en lokale wegen dient volgens de indiener duidelijker te worden weergegeven, zodat een inhoudelijk beleid, met het vizier op 2040, kan worden ontwikkeld en gerealiseerd. f. De indiener is van mening dat de veiligheid van ouderen, die zich in de openbare ruimte begeven, aandacht moeten krijgen. Het ontwikkelen van een aanpak die de kwaliteit van de looppaden en het doorgang hebben zonder barrières met een rollator of rolstoel, dient onderdeel te zijn van dit hoofdstuk. g. De indiener mist de “randvoorwaardes” waaraan dient te worden voldaan voordat op warmtetransitie wordt overgegaan. Op dit moment zijn de gebruikerskosten en de uitvoering barrières en -kosten onvoldoende inzichtelijk. De indiener verzoekt de gemeente om de aan te houden randvoorwaardes te benoemen. h. De indiener vraag of er rekening wordt gehouden met geluidsoverlast van warmtepompen? i. De indiener verzoekt de gemeente om aan te geven welke aanpak de gemeente nastreeft. Er is sprake van ontwikkelingen die het energieverbruik verlagen.

De indiener verzoekt de gemeente om aan te geven tegen welke criteria deze ambitie wordt afgezet, voordat projecten worden gestart die de inwoners hinderen of de kwaliteit van hun leefomgeving aantasten terwijl de techniek ons inhaalt. j. De financiële veranderingen in 2026 zullen een impact hebben op de financiële slagkracht van gemeenten, ook die van Voorne aan Zee. Het is belangrijk dat duidelijk is hoe deze veranderende financiële situatie effect heeft op essentiële diensten zoals jeugdzorg, infrastructuur, onderwijs, sportfaciliteiten, zwembaden en sociale programma’s. De indiener verzoekt de gemeente om de gevolgen die het financieel veranderend landschap in 2026 mogelijk heeft op bestaande (verenigings-) structuren, maatschappelijke of sportfaciliteiten en of de realisatie van elementen te benoemen zoals benoemd in de ontwerp Omgevingsvisie. Een realistisch 12

planningskader vindt de indiener wenselijk, om te voorkomen dat verwachtingen teniet worden gedaan na 2026. k. De indiener verzoekt de gemeente in de Omgevingsvisie de rol van de Dorps-en wijkraden op te nemen. De indiener vindt het wenselijk dat ook in de Omgevingsvisie een duidelijk beeld wordt gegeven van hoe het College en de raad aankijkt, nu en vooral in de toekomst, tegen de functie en de rol (ontwikkeling) van een Dorps-of wijkraad binnen Voorne aan Zee. l. De indiener verzoekt de gemeente om ook de wijze waarop prioriteiten en de planning zal worden bepaald te benoemen. Oude voornemens uit de Dorpsvisie Oostvoorne van 2022 die (deels) nog niet zijn gerealiseerd, dienen te worden uitgevoerd volgens de indiener. Beantwoording a. In de Omgevingsvisie is de Dorpsvisie Oostvoorne in hoofdlijnen opgenomen. Bestaande ambities zijn overgenomen en samengevat. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt met diverse projecten uitvoering gegeven aan de gestelde ambities in de Omgevingsvisie. b. In hoofdstuk 4.3 “Sociaal en leefbaar Voorne aan Zee” wordt ingegaan op waar de ambitie van de gemeente ligt als het gaat om het bieden van kansen voor jongeren. Zo is het volgende opgenomen: ‘Voorzieningen zoals basisonderwijs, zorg, verenigingen, winkels, kunst en cultuur en sport zijn in de buurt van de stad, dorpen en wijken.

Deze voorzieningen moeten bereikbaar en toegankelijk zijn voor onze inwoners. De ambitie luidt om te zorgen voor een passend pakket maatschappelijke voorzieningen per dorp of wijk (in de stad), afgestemd op de samenleving en eventuele sociale uitdagingen.’ c. In hoofdstuk 4.2 “Passend wonen voor iedereen in Voorne aan Zee” wordt ingegaan op wat wordt verstaan onder specifieke doelgroepen. Zo is het volgende opgenomen: ‘We hebben daarbij de opgave om te zorgen voor passende huisvesting van specifieke doelgroepen. Het gaat dan onder andere om de huisvesting van arbeidsmigranten, zorgbehoevenden, spoedzoekers, vluchtelingen en de opvang van thuis- en daklozen’. d. In hoofdstuk 4.8 “Recreatief en Toeristisch Voorne aan Zee” wordt ingegaan op de diverse ambities en varianten van strandrecreatie die onze gemeente te bieden heeft. Daarbij wordt onderscheidt gemaakt tussen natuurstranden en recreëer stranden. Het Oostvoornse strand is een natuurstrand met slikken en zandplaten die vele vogels aantrekken en waar met een verrekijker zeehonden kunnen worden gespot. Het toegankelijk maken van dit strand voor fietsers of mindervaliden is gelet op de grote afstand van het parkeerterrein tot aan het strand op dit moment niet haalbaar. Het toegankelijk maken van dit strand voor fietsers en mindervaliden is op dit moment dan ook geen ambitie binnen de Omgevingsvisie. e.

In de Omgevingsvisie wordt ingegaan op diverse doelgroepen en ontwikkelingen binnen en rondom onze gemeente. Denk hierbij aan de Blankenburgtunnel, eventuele mogelijkheden voor arbeidsmigrantenhuisvesting, verkeersverbindingen, het havenindustrieel complex en de woningnood. Met de Omgevingsvisie spreekt de gemeente op al deze onderwerpen diverse ambities uit en wordt ingegaan op het mogelijke vervolg. Na vaststelling van de Omgevingsvisie zal voor veel van deze onderwerpen beleid worden ontwikkeld, uitvoeringsprogramma’s worden opgesteld of worden ingezet op woningbouw voor diverse doelgroepen. In deel B, hoofdstuk 4.6 ‘Duurzaam en klimaatbestendig Voorne aan Zee’ wordt ingegaan op de energietransitie van Voorne aan Zee in relatie tot de Rotterdamse Haven. In 13

hoofdstuk 4.9 ‘Ondernemend Voorne aan Zee’, wordt in gegaan op de werkgelegenheid. f. In de hoofdstukken 4.3 “Sociaal en leefbaar Voorne aan Zee’ en 4.10 “Bereikbaar Voorne aan Zee wordt ingezet op de toegankelijkheid van gebouwen, maar ook op de veiligheid van voet- en fietsverkeer voor diverse doelgroepen. Zo wordt ingezet op een veilig netwerk voor alle gebruikers en zetten we in op een inclusief en toegankelijk Voorne aan Zee. Zo is het volgende opgenomen: ‘Voorne aan Zee zet daarom in op het verbeteren van de toegankelijkheid van gebouwen, het openbaar vervoer en de (inclusieve) openbare ruimte (ook voor nood- en hulpdiensten) en het zorgen voor de beschikbaarheid van voldoende geschikte woningen en woonvormen voor mensen met een beperking’. g. De Omgevingsvisie betreft slechts een ambitiedocument waarin op hoofdlijnen de ambities van de gemeente worden weergeven. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt met diverse beleidsplannen uitvoering gegeven aan de gestelde ambities in de Omgevingsvisie. Zo zal naar verwachting ook worden gewerkt aan een programma ‘Energietransitie’. h. De Omgevingsvisie betreft slechts een ambitiedocument waarin op hoofdlijnen de ambities van de gemeente worden weergeven. De Omgevingsvisie betreft geen uitwerkingsplan. Het stellen van normen is dan ook niet passend binnen de Omgevingsvisie.

Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt met diverse beleidsplannen uitvoering gegeven aan de gestelde ambities in de Omgevingsvisie. i. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar de beantwoording onder g en h. j. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar de beantwoording onder g en h. k. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar de beantwoording onder g en h. De Omgevingsvisie betreft geen proces- of uitvoeringsdocument, maar een ambitiedocument. De wens om de rol van de dorps- en wijkraden vast te leggen is voorstelbaar, maar voorliggende Omgevingsvisie is hiervoor niet het juiste document. l. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar de beantwoording onder a, g en h. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.

14

Indiener 17 Zienswijze b. Samenvattend constateert de indiener dat de huidige ambities rond energieopwekking in de conceptvisie 2040 niet aansluiten bij de wensen van de inwoners en de standpunten van de gemeenteraad. De indiener verzoekt de gemeente om de windambitie van Windproject Brielse Brug bij de N57, die bij herhaling ongeschikt is bevonden, uit de Omgevingsvisie te verwijderen. Beantwoording a. Gezien het eerder ingenomen standpunt van de gemeenteraad over de Verklaring van Geen Bedenkingen tijdens de raadsvergadering van 26 september 2024 begrijpen wij uw verzoek om de mogelijkheid voor windturbines nabij de Brielse Brug langs de N57 uit de Omgevingsvisie te verwijderen.. Echter de Omgevingsvisie van Voorne aan Zee moet het beleid en de visie van de gemeente bevatten. Uit het oogpunt van behoorlijk bestuur dient daarbij ook rekening gehouden te worden met het beleid van andere bestuursorganen, waaronder het beleid van de Provincie ZuidHolland als hogere overheid. Hoewel de gemeenteraad geen definitieve verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven voor het windproject Brielse Brug en het college de omgevingsvergunning voor het realiseren van twee windturbines in de Nieuwe Ondernemingspolder heeft geweigerd, is deze ontwikkeling nog wel opgenomen in onze Omgevingsvisie. Het besluit waarbij de omgevingsvergunning is geweigerd, is namelijk nog niet onherroepelijk.

Bovendien is op de locatie de Omgevingsverordening Zuid-Holland van toepassing. In 2018 is het besluit van de provincie om windmolens in de Nieuwe Ondernemingspolder toe te staan al definitief geworden. Het besluit van de gemeente Voorne aan Zee om geen omgevingsvergunning te verlenen voor deze ontwikkeling verandert hier niets aan. Wij passen de Omgevingsvisie aan en nemen erin op dat het provinciale beleid het plaatsen van windturbines in de Nieuwe Ondernemingspolder planologische mogelijk maakt. Conclusie De zienswijze heeft tot aanpassing van de Omgevingsvisie geleid, waarbij opgenomen wordt dat het provinciale beleid het plaatsen van windturbines in de Nieuwe Ondernemingspolder planologisch mogelijk maakt. De windturbines op de afbeelding worden vervangen door een gearceerd gebied dat aangeeft waar de provincie naar windenergie zoekt.

15

Indiener 18 Zienswijze a. De zienswijze richt zich op de Omgevingsvisie Voorne aan Zee 2040, met specifieke focus op de geplande windturbines langs de N57 tussen Brielle en Zwartewaal (Windproject Brielse Brug). De indiener verzoekt de gemeente om de plannen voor windturbines op locatie langs de N57 uit de Omgevingsvisie Voorne aan Zee 2040 te schrappen, omdat deze plannen niet overeenkomen met de wensen van de inwoners en de gemeenteraad. Het Windproject Brielse Brug werd op 26 september 2024 door de gemeenteraad met grote meerderheid afgewezen, met veel argumenten tegen het project. De Omgevingsvisie 2040 zou een document moeten zijn dat de langetermijnambities van de gemeente en haar inwoners beschrijft, maar de indiener vindt dat de visie nu niet aansluit bij de wensen van de raad en de burgers. Er wordt gewezen op een petitie tegen de turbines, die door 3500 mensen werd ondertekend, evenals meer dan 80 zienswijzen. Het College wordt verweten de belangen van de inwoners en de gemeenteraad niet serieus te nemen. De indiener benadrukt dat bij een visie niet alleen ruimtelijke aspecten, maar ook gezondheid, het aangezicht van de gemeente en de wensen van de burgers meegewogen moeten worden. De turbines passen volgens de indiener niet op deze locatie.

De indiener betoogt dat er al een overschot aan elektriciteit is door zon- en windenergie, en dat het toevoegen van meer windturbines onnodig is en het elektriciteitsnet verder zou belasten. b. Er wordt door de indiener gepleit voor gesprekken met initiatiefnemers over alternatieve projecten voor energieopslag, die praktischer zouden zijn en meer waarde zouden toevoegen aan het energienet, in plaats van meer windturbines te bouwen. De indiener stelt voor dat de gemeente een visie ontwikkelt gericht op andere vormen van energieopwekking en -opslag, en pleit ervoor om bestaande turbines niet te vervangen wanneer ze het einde van hun levensduur bereiken. Beantwoording a. Gezien het eerder ingenomen standpunt van de gemeenteraad over de Verklaring van Geen Bedenkingen tijdens de raadsvergadering van 26 september 2024 begrijpen wij uw verzoek om de mogelijkheid voor windturbines nabij de Brielse Brug langs de N57 uit de Omgevingsvisie te verwijderen.. Echter de Omgevingsvisie van Voorne aan Zee moet het beleid en de visie van de gemeente bevatten. Uit het oogpunt van behoorlijk bestuur dient daarbij ook rekening gehouden te worden met het beleid van andere bestuursorganen, waaronder het beleid van de Provincie ZuidHolland als hogere overheid.

Hoewel de gemeenteraad geen definitieve verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven voor het windproject Brielse Brug en het college de omgevingsvergunning voor het realiseren van twee windturbines in de Nieuwe Ondernemingspolder heeft geweigerd, is deze ontwikkeling nog wel opgenomen in onze Omgevingsvisie. Het besluit waarbij de omgevingsvergunning is geweigerd, is namelijk nog niet onherroepelijk. Bovendien is op de locatie de Omgevingsverordening Zuid-Holland van toepassing. In 2018 is het besluit van de provincie om windmolens in de Nieuwe Ondernemingspolder toe te staan al definitief geworden. Het besluit van de gemeente Voorne aan Zee om geen omgevingsvergunning te verlenen voor deze ontwikkeling verandert hier niets aan. Wij passen de Omgevingsvisie aan en nemen erin op dat het provinciale beleid het plaatsen van windturbines in de Nieuwe Ondernemingspolder planologische mogelijk maakt.

16

b. Wij zijn het met de indiener eens dat het van belang is om alternatieve projecten voor energieopslag nader te onderzoeken. Hiertoe starten wij met het opstellen van een Programma Energietransitie. Conclusie De zienswijze heeft tot aanpassing van de Omgevingsvisie geleid, waarbij opgenomen wordt dat het provinciale beleid het plaatsen van windturbines in de Nieuwe Ondernemingspolder planologisch mogelijk maakt. De windturbines op de afbeelding worden vervangen door een gearceerd gebied dat aangeeft waar de provincie naar windenergie zoekt.

17

Indiener 19 Zienswijze a. Indiener merkt op dat de Omgevingsvisie van Voorne aan Zee geeft een goede beschrijving van wat voor gemeente Voorne aan Zee is en wat er gebeurt. Het beschrijft wonen, werken en recreatie met bijbehorende aspecten. De beschrijving is echter voornamelijk kwalitatief. Het ontbreekt grotendeels aan data die hand in hand gaat met de kwalitatieve aspecten. Beide zijn nodig om een goed beeld te hebben van de huidige situatie (Punt A). Als we Punt A niet goed begrijpen is het schetsen van een Punt B moeilijk en de weg ernaartoe heel lastig. b. Er is geen SWOT-analyse in de Omgevingsvisie. Een SWOT is een heel transparant hulpmiddel om een visie en strategie te ontwikkelen en implementeren, dus de indiener verzoekt de gemeente om deze nog op te nemen in de definitieve Omgevingsvisie. c. De ontwerp Omgevingsvisie bevat heel weinig data. Er worden op geen van de gebieden trends geïdentificeerd. De indiener verzoekt de gemeente om kwantitatieve data over bijvoorbeeld de samenstelling van de bevolking, verkeer, milieu, toerisme, industriële en andere bedrijvigheid etc. te verwerken in de visie. d. De Omgevingsvisie lijkt te zijn geschreven en te worden gezien als Voorne aan Zee in ideaal isolement, geschreven in een vacuüm. Alsof er een grote muur om onze gemeente staat. Invloeden van buitenaf, mogelijkheden etc. worden niet in beschouwing genomen. e.

In de introductie wordt aangegeven dat er keuzes gemaakt moeten worden. Er is echter geen enkele keuze duidelijk. Alles wat we nu doen, blijven we doen. De indiener pleit ervoor dat er keuzes worden gemaakt over de industriële activiteiten, landbouw, recreatie, aantal inwoners etc. Een voorbeeld zou kunnen zijn; we zetten in op hoogwaardige, ruimte en energie efficiënte activiteiten. f. Mobiliteit binnen en vooral buiten de gemeente wordt niet of nauwelijks besproken. Het is tegenwoordig al heel moeilijk om via Rotterdam te reizen. Het verkeer zit op grote delen van de dag vast en openbaar vervoer is slecht ontwikkeld. De enige uitwijkmogelijkheid om uit VaZ te vluchten is via de Haringvlietdam naar Zeeland. Deze route is ontoereikend. De indiener pleit ervoor om mobiliteit meer aandacht te geven in de visie. Beantwoording a. De Omgevingsvisie beoogt niet een volledig naslagwerk met kwantitatieve data te zijn. Kwantitatieve data is wel gebruikt voor het bepalen van onze ambities. Zo is er kwantitatieve data opgenomen in de Foto van de Leefomgeving, deze is opgesteld ter voorbereiding op de Omgevingseffectrapportage Voorne aan Zee. b. Er is in 2022 in voorbereiding op de fusie van de voormalige drie gemeenten een SWOT-analyse gemeente Voorne opgesteld voor de Toekomstvisie Voorne aan Zee. Deze Toekomstvisie dient als basis voor de Omgevingsvisie Voorne aan Zee.

Zoals opgenomen in het Bijlagenboek, bijlage III, is de SWOT-analyse gemeente Voorne gebruikt bij het opstellen van de Omgevingsvisie. c. De meer kwantitatieve data is onderdeel van de Foto van de Leefomgeving, welke is opgesteld ter voorbereiding op de Omgevingseffectrapportage Voorne aan Zee. d. Wij zijn het de indiener eens dat de positie van Voorne aan Zee in de landelijk, provinciale en regionale context, op weg naar 2040 belangrijk is. Wij beschrijven onze positie in het Bijlagenboek, bijlage I, ‘Voorne aan Zee doet het niet alleen’.

18

e. We koersen op kwaliteit en niet ‘meer van hetzelfde’. Dit geldt in principe ook voor de gemaakte keuzes. In de Omgevingsvisie zijn de gemaakte keuzes onderdeel van de gebiedsgerichte uitwerking. Deze zijn niet per keuze specifiek gemaakt maar de beschrijving en de kaartbeelden laten deze keuzes helder zien. f. De Omgevingsvisie betreft slechts een ambitiedocument waarin op hoofdlijnen de ambities van de gemeente worden weergeven. De Omgevingsvisie betreft geen uitwerkingsplan. Het stellen van normen is dan ook niet passend binnen de Omgevingsvisie. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt door middel van diverse beleidsplannen uitvoering gegeven aan de gestelde ambities in de Omgevingsvisie. In het kader van de mobiliteit wordt dan ook in aansluiting op de Omgevingsvisie Voorne aan Zee een Mobiliteitsvisie opgesteld, gevolgd door een uitvoeringsplan met agenda. Ook wordt periodiek de Verkeersmonitor Voorne-Putten en Haven Rotterdam opgesteld in samenwerking met het Rijk, de provincie, de MRDH, het havenbedrijf en de gemeenten Rotterdam en Nissewaard. De data hebben betrekking op doorstroming op het (boven)regionale wegennet, verkeersveiligheid en reizigerskilometers openbaar vervoer. De volgende op te stellen monitor vergelijkt de situatie 2023 met die van 2025, het jaar na openstelling van de Blankenburgverbinding.

Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassing van de Omgevingsvisie. De Foto van de Leefomgeving wordt toegevoegd als bijlage bij de Omgevingsvisie Voorne aan Zee.

19

Indiener 20 Zienswijze a. Op 15 februari 2023 heeft de indiener een initiatief plan ingediend met betrekking tot onze locatie aan de Hellevoetse Achterweg (Nieuw Helvoet, Hoeves en hoven, november 2022). Het plan biedt plaats aan ca 300 woningen (waarvan 2/3 in het sociale en betaalbare segment) in een voor deze locatie passende, lage dichtheid. Ook zijn hierin voorstellen opgenomen voor zorgwoningen en flexwoningen. De indiener ziet de locatie van dit plan niet terug als kansrijke locatie in de gepresenteerde ontwerp Omgevingsvisie. Het initiatief bevat veel elementen die in alle drie de delen van (A, B en C) van de Ontwerp Omgevingsvisie Voorne aan Zee 2040 naar voren komen. Graag ziet de indiener op basis van diverse aangeleverde argumenten de locatie als kansrijke locatie opgenomen in de definitieve Omgevingsvisie van Voorne aan Zee.

Beantwoording a. Het klopt dat de locatie aan de Hellevoetse Achterweg niet is opgenomen als kansrijke ontwikkellocatie. Het is voor de gemeente op dit moment te vroeg om de locatie aan te duiden als kansrijke ontwikkellocatie. Wel worden kansen gezien binnen de Omgevingsvisie als het gaat om ontwikkelingen aan de stads- en dorpsranden. Het ontwikkelkader voor woningbouw benoemd in H4.2 van deel B; Passend wonen voor iedereen in Voorne aan Zee is leidend. Mogelijkheden bij de stads- en dorpsranden ontstaan door het 'straatje erbij' principe te onderzoeken. Zo is in de Omgevingsvisie het volgende opgenomen: We hanteren het volgende ontwikkelkader voor toekomstige woningbouwaanvragen, waarbij we rekening houden met de behoefte per stad of dorp: 1. Locaties die binnen bestaand stedelijk gebied liggen komen als eerst in aanmerking voor transformatie of verdichting. 2. We geven prioriteit aan de herontwikkeling van locaties, verouderd of leegstaand vastgoed die in eigendom zijn van de gemeente. Dit om langdurige leegstand en verrommeling van de wijk te voorkomen. 3. Indien mogelijk wordt medewerking verleend aan kansrijke initiatieven binnen bestaande stads- en dorpsgebieden die bijdragen aan de programmatische en ruimtelijke ambities van Voorne aan Zee, zoals woonzorg-concepten en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. 4.

Waar mogelijk zoeken we in de stads- en dorpsranden naar locaties waar specifieke doelgroepen goed gehuisvest kunnen worden. We zoeken hier naar de juiste match tussen doelgroep, beschikbare voorzieningen en locatie. Denk aan verstandelijk beperkten en zorgbehoevende ouderen die prettig kunnen wonen in bijvoorbeeld een zorgboerderij aan de rand van de steden of dorpen. 5. Als al het bovenstaande niet genoeg mogelijkheden biedt voor ontwikkeling en de woningbouwopgave na 2030, overweegt de gemeente pas om buiten de huidige rode contour te ontwikkelen, onder geschikte ruimtelijke voorwaarden. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie

20

Indiener 21 Zienswijze a. De indiener is sinds 2015 de eigenaar van 9 hectare landbouwgrond tussen de Fazantenlaan en Hellevoetse Achterweg. Deze locatie grenst aan 3 zijden direct aan bestaand stedelijk gebied. De locatie is momenteel in gebruik en bestemd als landbouwgrond. In samenwerking met WDevelop Vastgoed Ontwikkeling en met steun van woningcorporatie Maasdelta heeft de indiener een woningbouwplan ontwikkeld op de genoemde locatie. De ingediende inhoudelijke zienswijze van wDevelop onderschrijft de indiener en dient hier als ingelast te worden beschouwd. Het plan voor deze locatie was en is gebaseerd op de urgente woningvraag, met mogelijkheden voor tijdelijke woningen en opvang van ontheemden, spoedzoekers of arbeidsmigranten en sluit perfect aan op het stedelijk gebied. Een locatie die al in 2010 in de Verordening Ruimte binnen de provinciale bebouwingscontour lag en derhalve als uitbreidingslocatie door de provincie Zuid-Holland werd onderschreven. Het realiseren van een straatje of buurtje erbij, in aansluiting op het stedelijk gebied, gebiedsontsluitingswegen en bestaande voorzieningen, getuigt van goede ruimtelijke ordening. De daadwerkelijke invulling van de locatie en beoogde doelgroepen is in overleg nader te bepalen. De indiener wil graag een bijdrage leveren aan oplossen van de wooncrisis.

Dit doet de indiener niet alleen, maar in samenwerking met wDevelop en woningcorporatie Maasdelta. Voor tijdelijke woningen wordt samenwerking gezocht met regiogemeenten als verplaatsingslocatie voor tijdelijke woningen. Daartoe verzoekt de indiener de gemeente Voorne aan Zee de genoemde locatie aan te merken als kansrijke locatie in de definitieve versie van de Omgevingsvisie Voorne aan Zee 2040. Daarnaast start de indiener graag met de gemeente Voorne aan Zee de verdere verkenning en invulling van de locatie op. Beantwoording a. Het klopt dat de locatie aan de Hellevoetse Achterweg niet is opgenomen als kansrijke ontwikkellocatie. Het is voor de gemeente op dit moment te vroeg om de locatie aan te duiden als kansrijke ontwikkellocatie. Wel worden kansen gezien binnen de Omgevingsvisie als het gaat om ontwikkelingen aan de stads- en dorpsranden. Het ontwikkelkader voor woningbouw benoemd in H4.2 van deel B; Passend wonen voor iedereen in Voorne aan Zee is leidend. Mogelijkheden bij de stads- en dorpsranden ontstaan door het 'straatje erbij' principe te onderzoeken. Zo is in de Omgevingsvisie het volgende opgenomen: We hanteren het volgende ontwikkelkader voor toekomstige woningbouwaanvragen, waarbij we rekening houden met de behoefte per stad of dorp: 1. Locaties die binnen bestaand stedelijk gebied liggen komen als eerst in aanmerking voor transformatie of verdichting. 2.

We geven prioriteit aan de herontwikkeling van locaties, verouderd of leegstaand vastgoed die in eigendom zijn van de gemeente. Dit om langdurige leegstand en verrommeling van de wijk te voorkomen. 3. Indien mogelijk wordt medewerking verleend aan kansrijke initiatieven binnen bestaande stads- en dorpsgebieden die bijdragen aan de programmatische en ruimtelijke ambities van Voorne aan Zee, zoals woonzorg-concepten en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. 4. Waar mogelijk zoeken we in de stads- en dorpsranden naar locaties waar specifieke doelgroepen goed gehuisvest kunnen worden. We zoeken hier naar de juiste match tussen doelgroep, beschikbare voorzieningen en locatie. 21

Denk aan verstandelijk beperkten en zorgbehoevende ouderen die prettig kunnen wonen in bijvoorbeeld een zorgboerderij aan de rand van de steden of dorpen. a. Als al het bovenstaande niet genoeg mogelijkheden biedt voor ontwikkeling en de woningbouwopgave na 2030, overweegt de gemeente pas om buiten de huidige rode contour te ontwikkelen, onder geschikte ruimtelijke voorwaarden. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.

22

Indiener 22 Zienswijze a. Indiener merkt op dat nergens wordt opgemerkt dat water en bodem sturend zijn. Dit is in de laatste kamerbrief van 22 oktober 2024 aangepast naar belangrijk, maar de 7 uitgangspunten en 33 structurerende keuzes uit de voorgaande brief van 25 november 2022 blijven gehandhaafd. b. Indiener wil graag aan de voorkant betrokken om de waterschapbelangen tijdig mee te geven bij ruimtelijke ontwikkelingen. Dit is ook van belang bij het maken van ruimte afwegingen en locatie keuzes, waarbij het water- en bodemsysteem het uitgangspunt moeten zijn. c. Indiener is van mening dat er te weinig aandacht is voor overstromingen, waarbij de MLV (meerlaagsveiligheid) benoemd moet worden m.b.t. laag 2 en 3 gevolgbeperking en crisisbeheersing. Vanuit de DPRD en de DPRA worden deze gesprekken wel gevoerd, maar laat het belang hiervan dan ook zien in de Omgevingsvisie. d. De indiener merkt op dat als het gaat om waterveiligheid er meer aandacht moet zijn voor overstromingen. Het blijvende belang van de bescherming door dijken en de ruimte die nodig is voor toekomstige dijkversterkingen (laag 1 van de meerlaagsveiligheid) moet volgens indiener terugkomen in de Omgevingsvisie. e. Indiener merkt op dat wordt ingegaan op het zoveel mogelijk afkoppelen van hemelwater en dit water vast te houden in het gebied.

Hierbij moet duidelijk terugkomen dat afkoppeling niet moet leiden tot wateroverlast, doordat afgekoppeld water versneld in het regionale watersysteem terecht komt. f. Indiener merkt op dat meer aandacht moet zijn voor waterkwaliteit en de KRW in samenwerking met het waterschap. Dit geldt ook voor het thema droogte. Beantwoording a. In hoofdstuk 4.2 “Passend wonen voor iedereen in Voorne aan Zee” wordt ingegaan op het feit dat water en bodem sturend zijn. Zo is het volgende opgenomen: In Voorne aan Zee zijn nieuwbouwontwikkelingen klimaatadaptief en natuurinclusief. Nieuwe woningen in Voorne aan Zee zijn klaar voor de toekomst en gebouwd volgens de woonwensen en eisen van nu. We hanteren de structurerende keuzes voor gebruik van water en bodem en laten deze sturend zijn. Daarnaast noemen we water en bodem sturend in hoofdstuk 4.5 “Natuurlijk Voorne aan Zee” in de paragraaf ‘Landgebruik en waterbeheer afstemmen op de bodemcondities en de druk op de zoetwatervoorziening verlagen’: Waterbeheer stemmen we af op de bodemcondities met aandacht voor Bodem en Water sturend. Tot slot wordt dit benoemd in hoofdstuk 4.9 ‘Ondernemend Voorne aan Zee’ in paragraaf ‘Duurzaam toekomstperspectief voor de agrarische land- en tuinbouwsector’: Op basis van de beleidskeuzes ‘stikstofreductie en bodem en water sturend’ ontstaan belangrijke inzichten voor de landbouw.

De gemeente acht het dan ook niet noodzakelijk dit nog nader toe te voegen. Wel worden wij graag aan de voorkant door het Waterschap meegenomen bij het maken van gebiedsplannen en waterbalans. Klimaatadaptatie vraagt meer en meer om samen op te trekken en samen plannen te maken. b. Het WSHD vraagt om aan de voorkant tijdig te worden betrokken bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het VBI-proces (verkennen en begeleiden initiatief) is een proces dat zich afspeelt in de fase van het vooroverleg en bestaat uit meerdere stappen. Eén van deze stappen is de Omgevingstafel. Aan deze tafel wordt de vraag beantwoord hoe kan worden meegewerkt aan een initiatief en wat daarvoor nodig is. Hierbij 23

sluiten zowel interne als externe adviseurs aan, waaronder het WSHD. Het WSHD wordt dus aan de voorkant betrokken bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wij blijven ons inzetten om deze samenwerking voort te zetten. Ook wordt nogmaals benadrukt dat de gemeente partijen zoals het Waterschap graag aan de voorkant betrekt bij ruimtelijke ontwikkelingen. Dat kan ook in het verlengde van de gesprekken die gevoerd worden vanuit de uitvoeringsagenda van de werkregio Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) Voorne-Putten. c. De Omgevingsvisie betreft slechts een ambitiedocument waarin op hoofdlijnen de ambities van de gemeente worden weergeven. De Omgevingsvisie betreft geen uitwerkingsplan. Het stellen van normen is dan ook niet passend binnen de Omgevingsvisie. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt met diverse beleidsplannen uitvoering gegeven aan de gestelde ambities in de Omgevingsvisie. Waterschap en gemeenten werken vanuit het Deltaprogramma RijnmondDrechtsteden (DPRD) en het DPRA samen aan meerlaagsveiligheid en de verbinding met de veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. d. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar de beantwoording onder c. e. De gewenste toevoeging wordt opgenomen in de Omgevingsvisie. f. De Omgevingsvisie betreft slechts een ambitiedocument waarin op hoofdlijnen de ambities van de gemeente worden weergeven.

De Omgevingsvisie betreft geen uitwerkingsplan. Het stellen van normen is dan ook niet passend binnen de Omgevingsvisie. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt met diverse beleidsplannen uitvoering gegeven aan de gestelde ambities in de Omgevingsvisie. Gemeente werkt samen in DPRD en DPRA reeds aan het thema, als ook in de overleggen over de afvalwaterketen. Daarnaast wordt de gemeente graag betrokken bij de plannen die het Waterschap aan het maken is, en worden wij graag geïnformeerd over de uitkomsten van het Deltaprogramma Zoetwater. Conclusie De zienswijze leidt tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. Zo wordt opgenomen dat dat afkoppeling niet moet leiden tot wateroverlast, doordat afgekoppeld water versneld in het regionale watersysteem terecht komt.

24

Indiener 23 Zienswijze a. De indiener verzoekt de gemeente Voorne aan Zee om een verwijzing naar het Omgevingsveiligheidsbeleid 2023 van de VRR mee te nemen in de Omgevingsvisie en/of aanverwante beleidsstukken. b. De indiener verzoekt de gemeente Voorne aan Zee om in ‘Deel B - De thematische opgaven’ natuurbrand en eventuele domino-effecten daarvan als een potentieel risico in relatie tot thema’s als ‘gezondheid en veilig Voorne aan Zee’, ‘natuurlijk Voorne aan Zee’, ‘duurzaam en klimaatbestendig Voorne aan Zee’, ‘recreatief en toeristisch Voorne aan Zee’ te benoemen. c. De indiener wordt graag in de gelegenheid gesteld te adviseren in het kader van fysieke veiligheid bij het opstellen van een eventuele MER en in het verdere (plan)proces (Omgevingsplan) betrokken. Beantwoording a. Opgemerkt wordt dat de Omgevingsvisie een ambitiedocument betreft van de gemeente Voorne aan Zee. In dat licht is een verwijzing naar beleidsdocumenten van derden in eerste instantie niet voor de hand liggend. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt door middel van diverse beleidsplannen uitvoering gegeven aan de gestelde ambities in de Omgevingsvisie. Naar verwachting zal het omgevingsveiligheidsbeleid 2023 van de VRR wel worden betrokken bij nadere planuitwerkingen zoals (wijzigingen op) het omgevingsplan. b.

In de Omgevingsvisie wordt ingegaan op diverse risico’s in het kader van Omgevingsveiligheid. De term natuurramp is opgenomen in de Omgevingsvisie. In dat licht acht de gemeente het niet noodzakelijk de term natuurbrand expliciet op te nemen. c. Om uitvoering te geven aan de Omgevingsvisie wordt vanaf 2025 het omgevingsplan Voorne aan Zee opgesteld, waarbij als eerste gestart zal worden met het deelgebied ‘Buitengebied’. Vanzelfsprekend zal de VRR als externe adviseur worden betrokken bij dit proces. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.

25

Indiener 24 Zienswijze a. In de nota Gebiedsperspectief Noordrand, Geuzelinie Voorne Putten loopt de Noordrand achter het Vrijheidsbos en parallel aan het Brielse-Meer (zie bijlage 1). In de Omgevingsvisie Voorne aan Zee is de Noordrand helemaal verschoven naar het zuiden, tot aan Seggelant. De verbreding wordt in algemene zin gemotiveerd dat deze wijziging in lijn is met de nagestreefde buffer tussen de industrie van Rotterdam en Voorne aan zee (zie deel A/p.84-85). Deze verbreding van de Noordrand vindt de indiener onwenselijk en niet logisch. De Noordrand is ter plaatse al veel breder dan langs de rest van het Brielse-Meer. Er is al een stevig buffer aanwezig, het Vrijheidsbos. Het landbouw gebied wordt opgeofferd en veranderd in natuur en recreatie. De voorgestelde verbreding van de Noordrand, aan de westzijde van N57 en de daarin geformuleerde visie van natuur en recreatie staat op gespannen voet met de in dezelfde visie opgenomen reservering bedrijventerrein. Het bedrijventerrein komt dan in de natuur te staan. Er zou dan een dubbele bestemming bedrijven en natuur ontstaan. De Noordrand in de Geuzelinie Voorne-Putten van 2015 is in het Omgevingsplan Buitengebied Brielle van 2020 vastgelegd langs de bestaande kavelgrens. Het is logisch en wenselijk dat deze grens wordt aangehouden in de nieuwe Omgevingsvisie Voorne aan Zee.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15425337/1