CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

(bijlage 1) windturbines A - Regels en toelichting bij het bestemmingsplan

Raadsvergadering 22 juni 2023, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam44.689 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Verder staan er op ruim 10 kilometer afstand ten noordwesten van het plangebied windturbines op de Maasvlakte in Rotterdam. Wegen Over de Haringvlietdam loopt de Rijksweg N57. Parallel aan de N57 loopt over het noordelijk gedeelte van de dam de Haringvlietweg welke geschikt is voor bestemmingsverkeer. Via de Haringvlietweg zijn onder andere twee parkeerplaatsen te bereiken. Door het plangebied loopt tevens een onverharde weg langs de oever van het Haringvliet. Het Haringvliet is geen hoofdwaarweg voor het vervoer van goederen maar wordt veel gebruikt voor de recreatievaart. In de nabije omgeving zijn diverse havens waar boten kunnen aanmeren. Primaire waterkering De Haringvlietdam, met daarin de Haringvlietsluizen, beschermt het achterland tegen hoogwater van de zee. De sluizen voeren een groot deel van het toegestroomde Rijn- en Maaswater af naar de Noordzee. De waterkering verbindt Goeree-Overflakkee met Voorne-Putten. Vanaf 2018 functioneren de Haringvlietsluizen als stormvloedkering. Bij vloed gaan de sluizen op een ‘kier’ om het ecologisch functioneren van het Haringvliet, met name de vismigratie, te kunnen verbeteren.

20

Gemeente Voorne aan Zee

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis Natuur Het plangebied bevindt zich op de grens van de drie Natura 2000-gebieden Haringvliet, Voornes Duin en Voordelta. Ten westen van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied Duinen Goeree & Kwade Hoek. Ter hoogte van het plangebied valt op land de ligging van het Natuurnetwerk Nederland gelijk met de ligging van de Natura 2000-gebieden. Figuur 3.1 Ligging natuurgebieden

3.2

Landschappelijke structuur

Het plangebied wordt ruimtelijk begrensd door de Haringvlietdam, de N57, het Haringvliet en recreatieve voorzieningen. De weidsheid van het Haringvliet contrasteert met het beschutte land achter de dijk. De voormalige zeedijken vormen markante grenzen. Het gebied leent zich uitstekend voor verschillende vormen van recreatie en toerisme. Het Haringvliet is een afgesloten zeearm die via een open verbinding met het Hollands Diep deel uitmaakt van de delta van Rijn en Maas. Na de voltooiing van de Haringvlietsluizen in 1970 viel het getij in het voormalige brakke getijdengebied grotendeels weg. Het water werd zoet tot aan de sluizen en het getij werd beperkt. Het Haringvliet vormt nu een groot zoetwaterbekken, dat alleen via Spui, Oude Maas en Nieuwe Waterweg nog in verbinding staat met de Noordzee. Het peil wordt beïnvloed door de Haringvlietsluizen en de bovenstroomse stuwen. [bron: bestemmingsplan "Recreatie"]

Gemeente Voorne aan Zee

21

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 4.1

Projectbeschrijving

Keuze opstelling windturbines

Windturbines kunnen niet overal geplaatst worden. Bij de inrichting van het gebied moet rekening worden gehouden met onder andere fysieke belemmeringen zoals woningen en wegen, landschap, en voorwaarden die voortkomen uit wet- en regelgeving, waaronder normen voor geluid, slagschaduw en veiligheid (wegen en waterveiligheid). Maar ook (wind)technische aspecten spelen een rol bij de inrichting van het gebied. Aanvankelijk is voor de opschaling van het bestaande windpark vooral gekeken naar dezelfde locatie aan de zeezijde (buitenzijde) van de dam. Een plan voor drie nieuwe windturbines (ter vervanging van de bestaande zes turbines) is in 2015 echter door Rijkswaterstaat afgewezen om redenen van waterveiligheid. Sindsdien is naar een oplossing gezocht en die is, in samenspraak met de gemeente en de provincie, gevonden in het realiseren van twee windturbines aan de binnenzijde van de Haringvlietdam. Vanwege de aanwezigheid van de waterkering en de blokkendam is plaatsing van de windturbines vlak langs de oever niet mogelijk. Door het blijvende recreatieve gebruik van het gebied is met de positionering van de windturbines daarom gekozen voor een positie zo veel mogelijk van de oever af richting de dijk, maar wel zo dat de dijkveiligheid (waterveiligheid) niet in het geding komt.

4.2

Beschrijving van het plan

De windturbines Het plan bestaat uit de realisatie en exploitatie van twee nieuwe windturbines. Ook onderdeel van het plan is het saneren van de bestaande zes windturbines op de Haringvlietdam (zie figuur 4.1). De bestaande windturbines worden in elk geval buiten bedrijf gesteld voordat de nieuwe windturbines in bedrijf worden genomen. Er vindt geen zogenoemde dubbeldraaiperiode plaats. De bestaande zes windturbines worden na uit gebruik name verwijderd. Afspraken over het moment van slopen van deze windturbines worden vastgelegd in de anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente. In de omgevingsvergunning wordt een voorschrift opgenomen waarin wordt vastgelegd dat de nieuwe windturbines niet eerder in gebruik genomen mogen worden dan dat de bestaande windturbines buiten bedrijf zijn gesteld. Het te plaatsen windturbinetype wordt pas op een later moment gekozen. De exacte afmetingen van de te plaatsen windturbines zijn daardoor nog niet bekend. Er wordt een omgevingsvergunning aangevraagd voor een bandbreedte qua afmetingen. De bandbreedte van de afmetingen is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 4.1 Bandbreedte afmetingen windturbines

Er worden twee gelijke windturbines gerealiseerd met de maximale afmetingen zoals weergegeven in Tabel 4.1 en Figuur 4.2 en op de posities zoals weergegeven in Figuur 4.3. Het verwachte opgestelde vermogen van de windturbines bedraagt 10 tot 12 MW.

22

Gemeente Voorne aan Zee

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis

Figuur 4.1 Overzicht bestaande en nieuwe windturbines

Figuur 4.2 Maximale afmetingen windturbines

Gemeente Voorne aan Zee

23

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis (vastgesteld)

Figuur 4.3 Windturbineposities

Kraanopstelplaats en ontsluiting Het plan omvat naast de te plaatsen windturbines ook de bij de windturbines behorende voorzieningen zoals kraanopstelplaatsen voor bouw en onderhoud. De kraan wordt gebruikt tijdens de bouw, maar ook voor onderhoud aan de windturbines tijdens de exploitatiefase. De locatie van de windturbines dient voldoende bereikbaar te zijn voor de bouw en voor onderhoud en daarmee dient ook de aanvoerroute van materialen voldoende breed te zijn (doorgaans circa 4-5 meter, uitgezonderd bochten en kruisingen met andere wegen). De exacte positionering en technische uitwerking (waaronder minimale draagkracht) van kraanopstelplaatsen wordt in een later stadium bepaald tijdens de detailengineering. De kraanopstelplaats wordt bij de mast geplaatst en zodanig gepositioneerd dat deze het beste is in te passen in de omgeving. De ontsluiting van beide windturbines gaat naar de bestaande aansluiting van het gebied op de Haringvlietweg. Aansluiting elektriciteitsnetwerk De windturbines worden met een ondergrondse kabel onderling verbonden en verbonden met het aansluitpunt op het elektriciteitsnetwerk. De exacte ligging van de kabels en aansluiting op het openbaar net dient nog bepaald te worden.

De aanleg van parkbekabeling en aansluitpunten heeft echter geen relevante ruimtelijke impact (het is geen hoogspanning, en kent dus geen beschermende zone) waardoor de aanleg van kabels en leidingen verder niet specifiek in dit bestemmingsplan hoeven worden opgenomen. In de turbines worden faciliteiten geplaatst voor de eerste transformatie (naar 10/33 kV). Er wordt één inkoopstation gebouwd voor de windturbines, onder de overdraai van windturbine 2 (oostelijke windturbine). Een inkoopstation (ook wel koppelstation genoemd) is een klein gebouw dat is bedoeld voor het onderbrengen van schakel- en meetapparatuur om de windturbines te verbinden met het landelijke elektriciteitsnet. De exacte locatie, omvang en verdere invulling wordt in een nadere uitwerking gekozen in overleg met de netbeheerder. Het inkoopstation krijgt een oppervlakte van maximaal circa 40 m2 en wordt maximaal 4 meter hoog.

24

Gemeente Voorne aan Zee

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis

Kaders voor landschappelijke inpassing Het inkoopstation wordt landschappelijk ingepast door gebruik te maken van een passende kleur voor het gebouw. Verder wordt het aan het zicht onttrokken door het aanplanten van gebiedseigen bosschages rond het gebouw. Nadat de exacte locatie en de exacte afmetingen van het gebouw bekend zijn, wordt de landschappelijke inpassing voor het inkoopstation verder ingevuld. De fundering van de windturbines komt maximaal 3 meter boven het maaiveld uit. Indien de fundering van de windturbine meer dan 1,5 meter boven het maaiveld uitkomt, wordt de fundering landschappelijk ingepast. Bij een fundering tot 1,5 meter boven maaiveld wordt de vereiste van een landschappelijke inpassing niet doelmatig geacht. Het doel van de landschappelijke inpassing van de fundering is om deze zoveel mogelijk te laten opgaan in het omliggende landschap. Inpassing wordt gedaan door het aanplanten van groen passend bij de omgeving, of het realiseren van een oplopend aarden talud. Het aanplanten van groen rondom de fundering kan naast het aan het zicht onttrekken van de fundering ook zorgen voor een verhoging van de biodiversiteit. De verplichting tot het landschappelijk inpassen van fundering en inkoopstation is opgenomen in de planregels.

Verhardingen Per windturbine wordt rekening gehouden met het grondgebruik voor de fundering van de windturbine van een cirkel met een diameter van maximaal 25 meter (oppervlakte circa 490 m 2 per windturbines). Daarnaast wordt rekening gehouden met een permanente kraanopstelplaats van maximaal 6.500 m 2 per windturbine voor de bouw van en het onderhoud aan de windturbine. Het uiteindelijke exacte oppervlak is afhankelijk van het windturbinetype dat wordt gekozen. Rekening wordt gehouden met een totaal (permanent) grondgebruik van maximaal 16.370 m 2 voor de windturbines, inclusief één inkoopstation van maximaal 40 m 2 en ontsluitingswegen van in totaal circa 2.350 m2. Tijdelijke voorzieningen, zoals een grotere opstelplaats, opslagruimte bij de opstelplaats, grotere boogstralen en bouwwegen, hoeven niet meegenomen te worden in de ruimtelijke procedure. Obstakelverlichting Voor een windturbine hoger dan 150 meter (tiphoogte) geldt dat de turbine op basis van opgave van de Inspectie Leefomgeving en Transport in het Informatieblad over obstakelverlichting (2020)22 voorzien dient te worden van obstakelverlichting (zie ook Kader 4.1). Dit geldt dus ook voor de windturbines van onderhavig project. Voor de windturbines wordt voor de aanvang van de bouw een verlichtingsvoorstel uitgewerkt gericht op het zo veel mogelijk beperken van hinder, overeenkomstig het Informatieblad.

Mogelijkheden om hinder te beperken zijn bijvoorbeeld toepassen van vastbrandende verlichting, dimmende verlicht naar gelang de zichtbaarheid en toepassen radardetectie of transponders zodat verlichting alleen aan gaat wanneer er een vliegtuig of helikopter laag overvliegt (voor hoog overvliegende luchtvaart hoeven de lichten nooit aan). Een voorstel voor het aanbrengen van markering en obstakellichten op windturbines en windparken dient voorafgaand aan de realisatie van de windturbines ter instemming te worden voorgelegd aan de Inspectie Leefomgeving en Transport. De op dat moment best beschikbare en wettelijk toegestane technieken kunnen dus ook in het verlichtingsplan betrokken worden. Er wordt gewerkt aan de verankering van het gebruik van een transpondersysteem (naderingsdetectie) in de Nederlandse wetgeving. Als het gebruik van de techniek van naderingsdetectie wettelijk is toegestaan op het moment van indiening van het verlichtingsplan gaat voorkeur uit naar het gebruik van die techniek. In de regels is een voorwaarde opgenomen dat de windturbines moeten worden voorzien van obstakelverlichting op basis van een goedgekeurd verlichtingsplan door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILenT).

Gemeente Voorne aan Zee

25

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis (vastgesteld)

Kader 4.1 Toepassen obstakel- of markeringsverlichting

4.3

Landschappelijk beeld

De locatie is beschreven en beoordeeld in het planMER voor de VRM Windenergie Zuid-Holland. In het planMER is uitgegaan van een voorbeeldopstelling van vier windturbines op de Haringvlietdam. De windturbines zijn beoordeeld op het effect dat het heeft op het landschap. De maat en schaal van moderne windturbines zijn zodanig groot dat feitelijk niet gesproken kan worden van een landschappelijke inpassing, maar eerder van een landschappelijk beeld. Het landschappelijk beeld van het plan wordt hieronder weergegeven op basis van de voorziene opstelling van twee windturbines. Om het landschappelijk beeld te beschrijven zijn visualisaties gemaakt vanaf verschillende standpunten. Hierbij is gebruik gemaakt van een voorbeeldturbine met een ashoogte van 126,5 meter en een rotordiameter van 147 meter (en dus een tiphoogte van 200 meter). Alle visualisaties zijn te vinden in Bijlage 1. In de standpunten wordt rekening gehouden met verschillende schaalniveaus. Onderscheid wordt gemaakt in de beoordeling van het effect op het landschap in zijn ruimere omgeving (2 tot 5 kilometers van de windturbines), in zijn directe omgeving (0 tot 2 kilometer vanaf de windturbines) en in het plaatsingsgebied zelf (directe nabijheid van de windturbines). De afstanden zijn mede gebaseerd op de waarnemer en de afstanden waarop deze bepaalde zaken nog wel of nauwelijks meer kan waarnemen.

Het effect van de windturbines op het landschap wordt aan de hand van de volgende criteria beschouwd. Deze criteria komen overeen met de criteria die in het planMER VRM zijn gehanteerd:  aansluiting bij en invloed op de landschappelijke structuur. Hier wordt gekeken wat de maat, schaal en inrichting is van het landschap en de in het gebied voorkomende infrastructuur en andere landschapselementen;

26

Gemeente Voorne aan Zee

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis 

herkenbaarheid van de opstelling. Hier wordt gekeken of de opstelling zelfstandig en samenhangend is;  interferentie met andere windturbines of andere hoge elementen. Interferentie met andere windopstellingen of hoge landschapselementen betreft het ‘lijken over te lopen’ van de opstelling ín die andere opstellingen of elementen. Hierbij geldt dat een grotere interferentie negatiever wordt beoordeeld dan kleinere. Bij een combinatie van opschaling en sanering zoals in dit project het geval is, kan interferentie ook positief uitpakken. Verder wordt aanvullend gekeken naar:  invloed op de (visuele) rust. Dit criterium heeft betrekking op de waarneembare beweging van de rotoren. Hierbij wordt de volgende regel gehanteerd: hoe meer rotoren en/of hoe groter de draaisnelheden en/of hoe meer verschillende draaisnelheden, hoe groter het effect op de visuele rust;  invloed op de openheid. Het criterium (invloed op de) openheid heeft betrekking op de ‘vulling’ van het beeld dat de waarnemer heeft. In de regel wordt hierbij aangehouden dat naarmate een windopstelling het beeld minder vult en daarmee de openheid of weidsheid minder aantast, deze minder negatief wordt beoordeeld dan een opstelling die het beeld meer vult. Vooral het aantal turbines is hierbij van belang;  zichtbaarheid.

Hierbij wordt gekeken naar de mate waarin voor een willekeurige waarnemer de windturbines zichtbaar zijn. Aansluiting bij en invloed op de landschappelijke structuur De windturbines zijn gepositioneerd op het noordelijke gedeelte van de Haringvlietdam, aan de zuidzijde van Voorne-Putten. De Haringvlietdam maakt onderdeel uit van de structuur van de provinciale weg N57. De dam is een scheidslijn in het landschap. Windturbines zijn op deze locatie geen nieuw element in het landschap. Er staan op dit moment al zes windturbines. De nieuwe windturbines sluiten landschappelijk aan bij de grootschalige scheidslijn tussen land en water (zie figuur 4.4 en 4.5). Figuur 4.4 Visualisatie op circa 2 kilometer ten zuiden van de Haringvlietdam nabij Stellendam

Gemeente Voorne aan Zee

27

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis (vastgesteld)

Figuur 4.5 Visualisatie op circa 2 kilometer vanaf het strand bij Rockanje

Op het middelste schaalniveau (0-2 kilometer) zijn de windturbines vanaf de weg, het water en de rand van het water (stranden) goed zichtbaar. Het grootste deel van het zicht vanaf de binnenlanden op de windturbines wordt door het tussengelegen duingebied ontnomen. Op het middelste schaalniveau is het al dan niet kunnen waarnemen van de windturbines sterk afhankelijk van het punt waarop de waarnemer zich bevindt. Het waterrijke landschap aan de zuidzijde van het plangebied is een open landschap, waarin de dam zelf een kenmerkend element is. De windturbines vinden aansluiting bij de landschappelijke lijn van de weg en de dam waardoor dit landschappelijke element wordt geaccentueerd. Ook op het laagste schaalniveau is waarneembaar dat de windturbines de lijn van de dam volgen, echter omdat het slechts twee windturbines betreft is dit minder herkenbaar. Figuur 4.6 Visualisatie op circa 570 meter vanaf The Shamrock Inn

Herkenbaarheid van de opstelling Het landschap wordt gekenmerkt door het water van de Noordzee en de Haringvliet, waar het deltawerk van de Haringvlietdam een kenmerkend element vormt. Daarnaast is er sprake van duinlandschap ter hoogte van de aanlanding van de dam bij het vaste land van Voorne-Putten. Op het hoogste schaalniveau is waarneembaar dat de windturbines de lijn van de dam volgen en parallel langs de weg liggen. In het geval er drie of meer turbines in lijnopstelling zouden staan, zou de

28

Gemeente Voorne aan Zee

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis herkenbaarheid van de opstelling sterker zijn in vergelijking met een opstelling van twee turbines. Er is echter nog wel sprake van een herkenbare opstelling. Door het open landschap is de lijn vanaf de stranden goed zichtbaar. Landinwaarts zijn door diverse obstakels de twee windturbines niet overal zichtbaar. De herkenbaarheid van de opstelling is daardoor minder waarneembaar (zie figuur 4.7). Figuur 4.7 Visualisatie op circa 1,5 km vanaf de N57 ten noordoosten van plangebied

Op het middelste en laagste schaalniveau is duidelijk zichtbaar dat het gaat om twee windturbines, die vanaf de meeste standpunten gezamenlijk zichtbaar zijn. Er is dan ook sprake van een herkenbare opstelling van twee windturbines. Interferentie met andere windturbines of andere hoge elementen In de ruime omgeving van het plangebied zijn meer windturbines aanwezig. Ten zuidoosten van het plangebied is windpark Kroningswind in 2022 gebouwd op ruim 4 kilometer afstand aan de overzijde van het Haringvliet. Er is sprake van enige interferentie met deze windturbines vanaf het strand en de duinen bij Rockanje (zie figuur 4.8). Vanaf andere locaties, zoals Hellevoetsluis of het Quackstrand, is er geen sprake van interferentie omdat de turbines op de Haringvlietdam en de turbines van windpark Kroningswind niet in één blik gevangen kunnen worden. De huidige windturbines op de Haringvlietdam interfereren met de windturbines van windpark Kroningswind (zie figuur 4.8). De bestaande windturbines lijken dezelfde afmetingen te hebben als de windturbines van windpark Kroningswind. Het lijkt alsof de windturbines samenklonteren. Dit heeft tot gevolg dat de opstellingsvorm onherkenbaar wordt. De nieuwe windturbines op de Haringvlietdam zijn groter van formaat waardoor er meer diepte waargenomen kan worden (zie figuur 4.9).

De turbines op Haringvlietdam staan duidelijk vóór de turbines van windpark Kroningswind. De turbines van windpark Kroningswind verdwijnen visueel meer naar de achtergrond waardoor een rustiger beeld ontstaat. Door opschaling met nieuwe turbines neemt de interferentie af. Dit heeft een positief effect. Dit effect is het grootst op het hoogste schaalniveau en wordt geleidelijk minder. Op het middelste en laagste schaalniveau geldt dat er geen sprake is van interferentie. Er is geen sprake van interferentie met andere hoge elementen.

Gemeente Voorne aan Zee

29

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis (vastgesteld)

Figuur 4.8 Visualisatie op circa 2 kilometer vanaf de duinen bij Rockanje - huidige situatie met windpark Kroningswind

Figuur 4.9 Visualisatie op circa 2 kilometer vanaf de duinen bij Rockanje - toekomstige situatie

Invloed op de (visuele) rust De dimensies van de turbines in de nieuwe situatie verschillen sterk met die van de bestaande turbines. Doordat het aantal turbines afneemt, maar vooral doordat hun rotordiameter toeneemt en deze rustiger draaien, zal over het geheel genomen het effect op de (visuele) rust positief zijn. Op het middelste en laagste schaalniveau geldt dat het effect op de visuele rust afneemt. Op dit schaalniveau is de beweging van de rotoren beter zichtbaar echter hebben ze een lage draaisnelheid wat een positief effect heeft op de visuele rust. Doordat het aantal turbines afneemt van zes naar twee is er minder visuele beweging en minder variëteit in draaisnelheden. Dit zorgt voor meer visuele rust.

30

Gemeente Voorne aan Zee

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis Figuur 4.10 Visualisatie vanaf restaurant Boelies

Invloed op de openheid Door de schaalvergroting van de windturbines is het effect op de openheid al op het hoogste schaalniveau aanwezig. Dit effect neemt toe op het middelste schaalniveau. Het aantal turbines neemt weliswaar af maar de hoogte neemt juist toe. De toegenomen hoogte heeft een negatief effect op de openheid. De nieuwe situatie kent, in vergelijking met de bestaande situatie wel een afname van het ruimtebeslag over de dam. De turbines worden namelijk minder ver op de Haringvlietdam gepositioneerd. Dit heeft een positief effect op de openheid omdat de windturbines het beeld van de waarnemer minder vullen. Hierdoor wordt de openheid en weidsheid van het gebied in vergelijking met de huidige situatie minder aangetast. Met name vanaf het water zal dit een meer open beeld opleveren voor recreanten en scheepvaart richting de Haringvlietsluizen. Dit is positief. Zichtbaarheid Door de toename van de turbinedimensies neemt de zichtbaarheid van de windturbines ten opzichte van de huidige situatie op alle schaalniveaus toe. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat op het middelste schaalniveau (0-2 kilometer) er meer obstakels het zicht op de windturbines ontnemen, dat gaat in mindere mate op bij gezichtspunten over het water. Op het grootste schaalniveau (2-5 kilometer) werken de windturbines als landmark en oriëntatiepunt voor de Haringvlietdam.

Vanaf de rand van de binnenstad van Hellevoetsluis en Rockanje zijn de windturbines maar beperkt zichtbaar door afschermende bebouwing en bosschages. Op het laagste schaalniveau zijn de windturbines zeer goed zichtbaar in het recreatiegebied. De waarneembaarheid van de rotoren is op dit schaalniveau het grootst. De opschaling van de windturbines van de zeezijde naar de 'binnenzijde' van de Haringvlietdam kent het grootste effect op het laagste schaalniveau. Vanaf het Quackstrand zal in de nieuwe situatie ook de voet van de turbines zichtbaar zijn, terwijl dat in de bestaande situatie niet het geval is door de ligging van de bestaande turbines achter de dam. Door de grotere afmetingen en de locatie in het recreatiegebied neemt de zichtbaarheid van de turbines op het laagste schaalniveau toe. In de nacht zal in de nieuwe situatie, anders dan in de huidige, objectverlichting gevoerd moeten worden, hetgeen een negatief effect heeft op de zichtbaarheid.

Gemeente Voorne aan Zee

31

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis (vastgesteld)

Figuur 4.11 Visualisatie op circa 4 kilometer afstand net buiten de bebouwde kom van Hellevoetsluis

Zicht vanaf recreatieterreinen Vanaf EuroParcs Resort Poort van Zeeland zijn de windturbines niet zichtbaar. Onderstaande visualisatie laat zien dat naar verwachting de nieuwe windturbine net boven de bomen uitkomt. Dit zal echter niet op elke plek op de camping zo zijn en daarnaast slechts in zeer beperkte mate. Op grotere afstand ligt de Heliushaven. De windturbines zullen vanaf dit punt niet of slechts beperkt zichtbaar zijn. Figuur 4.12 Visualisatie vanaf Molencaten Park Rondeweibos op circa 2 kilometer afstand

32

Gemeente Voorne aan Zee

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis

Figuur 4.13 Visualisatie vanaf de Heliushaven op circa 4 kilometer afstand

Gemeente Voorne aan Zee

33

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis (vastgesteld)

Hoofdstuk 5

Onderzoek

5.1

Uitgangspunten

5.1.1

Algemene uitgangspunten voor toetsing omgevingsaspecten

Voor het bepalen van milieueffecten is gebruik gemaakt van een voorbeeldturbine, omdat de keuze voor een specifieke windturbine met bijbehorende specificaties pas in een later stadium plaatsvindt. Voor alle omgevingsaspecten worden berekeningen of beschrijvingen uitgevoerd voor een worst-case windturbinetype. Voor het aspect geluid wordt uitgegaan van een luide windturbine, waarbij het maximale bronvermogen en de maximale ashoogte bepalend zijn. Voor de overige omgevingsaspecten geldt dat een windturbine met maximale afmetingen de worst-case situatie is, de onderzoeksconclusies zijn dan ook geldig voor kleinere en lagere windturbinetypes dan de voorbeeldwindturbine, ongeacht hun afmetingen. Als voorbeeldturbine is in de onderzoeken uitgegaan van een windturbine met een ashoogte van 117,5 meter en een rotordiameter van 165 meter. Hierbij is de tiphoogte 200 meter en dus een windturbine met de maximale afmetingen in dit bestemmingsplan. Voor geluid is een akoestisch realistische worst-case windturbine binnen de bandbreedte van het bestemmingsplan gehanteerd. 5.1.2

Algemeen kader voor lokale milieunormen

In dit bestemmingsplan zijn planregels toegevoegd met eigen milieunormen voor de aspecten geluid, slagschaduw en externe veiligheid naar aanleiding van de uitspraak inzake windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding. Alhoewel dat voor een windproject van twee windturbines, zoals bij windturbines Haringvlietdam, niet noodzakelijk is heeft de voormalige gemeente Hellevoetsluis daar wel specifiek toe besloten. Deze paragraaf voorziet samen met Bijlage 5 in de inhoudelijke uitleg en motivering van deze lokale (en specifiek vooR dit project geformuleerde) milieunormen. Bijlage 2 tot en met Bijlage 4 vormen het onderliggende technisch onderzoek voor de afweging van lokale milieunormen. In Bijlage 5 is de motivering van de in de planregels van dit bestemmingsplan gestelde milieunormen opgenomen zoals die door burgemeester en wethouders aan dit bestemmingsplan zijn verbonden. In deze paragraaf wordt een samenvatting van de motivering gegeven. In paragraaf 5.2, 5.3 en 5.4 wordt voor de windturbines Haringvlietdam in het kader van een goede ruimtelijke ordening aan de gestelde normen getoetst.

Uitspraak Raad van State Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) een uitspraak gedaan over windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding over - onder meer en - samengevat de vraag of voor de 'windturbinebepalingen' in het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) en de Activiteitenregeling milieubeheer (Activiteitenregeling) een plan-MER-plicht bestaat op grond van de Europese SMB-richtlijn23 in navolging op het Vlaamse Nevele-arrest.24 De Afdeling is in die uitspraak tot het oordeel gekomen dat op grond van het Europese recht inderdaad een dergelijke beoordeling van de windturbinebepalingen moet worden gemaakt. Gevolgen uitspraak voor windprojecten Het Rijk moet dus nu alsnog een plan-m.e.r. doorlopen voor de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en -regeling (paragrafen 3.2.3 Activiteitenbesluit en 3.2.3 Activiteitenregeling). Dit gaat dus onder meer op voor de normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid. Op basis van dat plan-m.e.r. kunnen vervolgens nieuwe normen worden vastgesteld. Die kunnen gelijk zijn aan de ‘huidige’, maar ook hoger of lager worden.

Tot die beoordeling is gemaakt mogen de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet zonder meer worden gebruikt bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een nieuw bestemmingsplan en/of de vergunbaarheid van een omgevingsvergunning vanuit het oogpunt van de bescherming van het milieu. Projecten kunnen wachten tot het plan-MER voor de windturbinebepalingen is uitgevoerd door het Rijk en vervolgens toetsen aan de direct van toepassing zijnde nieuwe normen. Dit zorgt wel voor vertraging in een project omdat het plan-MER nog niet gereed is en daarna dienen de eventuele nieuwe normen nog te worden opgenomen in de wet- en regelgeving.

34

Gemeente Voorne aan Zee

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis De Afdeling geeft in haar uitspraak echter ook aan dat het bevoegd gezag bij het beoordelen van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een plan ten behoeve van het vaststellen van een plan voor een concreet project eigen normen kan stellen ter vervanging van de normstelling uit het Activiteitenbesluit en de -regeling. Daarvoor geldt dat de te hanteren normen moeten worden voorzien van een 1) actuele, 2) deugdelijke, 3) op zichzelf staande en op de 4) aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. Uitspraak niet van toepassing op één of twee windturbines Voor één of twee windturbines, zoals in onderhavig project op de Haringvlietdam, zijn de windturbineregels uit het Activiteitenbesluit en -regeling nog steeds van toepassing, zo bevestigt ook de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat in haar Kamerbrief over de ‘uitspraak Delfzijl’ van 7 juli 2021.25 De uitspraak gaat er namelijk van uit dat het Activiteitenbesluit niet meer toepasbaar is vanwege een onjuiste implementatie van de Europese SMB-richtlijn. De SMB-richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in het Besluit m.e.r. Het Besluit m.e.r. is alleen van toepassing op “De oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark”. Een windturbinepark is volgens de begripsbepaling van het Besluit m.e.r.

een “park bestaande uit ten minste drie windturbines”. Het Besluit m.e.r. is dus niet van toepassing op één of twee windturbines en dus reikt de uitspraak niet tot projecten van één en twee windturbines. Dit volgt ook uit de Nota van toelichting bij de 'Tijdelijke overbruggingsregeling windparken'26, die naar aanleiding van de uitspraak windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding per 1 juli 2022 in werking is getreden voor bestaande windparken. Einduitspraak Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding Inmiddels is op 12 april 2023 de einduitspraak over windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding gedaan door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft geconstateerd dat voor windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding er sprake is van voldoende gemotiveerde onderbouwing van de eigen (lokale) milieunormen voor het windpark. De eigen milieunormen zoals die in het bestemmingsplan zijn opgenomen houden dus stand en het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning voor het windpark zijn onherroepelijk geworden. Wel locatiespecifieke normen voor windturbines Haringvlietdam De voormalige gemeente Hellevoetsluis wil echter niet zonder meer uit gaan van de normen uit het Activiteitenbesluit en -regeling voor windproject Haringvlietdam. Er is derhalve voor het ontwerpbestemmingsplan onderzoek uitgevoerd om te komen tot passende normen specifiek voor deze locatie.

In paragraaf 5.1.2 en 5.1.3 wordt dat nader toegelicht en onderbouwd. De normen zijn juridisch-planologisch vastgelegd in dit bestemmingsplan en de vergunningsaanvraag wordt vervolgens getoetst aan deze lokale normen. Kader voor het bepalen van een ruimtelijk aanvaardbaar beschermingsniveau In zijn algemeenheid hebben de normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid voor windturbines uit het Activiteitenbesluit en -regeling een belangrijke overeenkomst met elkaar en met die van andere (hinder)bronnen en inrichtingen. Het accepteren van enige mate van hinder of risico is inherent aan het feit dat Nederland een druk bevolkt en dicht bebouwd land is en multifunctioneel ruimtegebruik toegepast wordt. Uitsluiten van hinder of risico behoort niet tot de mogelijkheden, omdat daarmee geen ontwikkelingen meer kunnen plaats vinden. Deze benadering heet het ALARA-beginsel (zie ook Kader 5.1) en geldt voor veel maatschappelijke activiteiten, zoals weg- en railverkeer, luchtvaart, industrie, sport- en recreatieterreinen, maar ook windturbines.

Gemeente Voorne aan Zee

35

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis (vastgesteld)

Kader 5.1: Bescherming tegen hinder versus ruimtelijke ontwikkelingen: ALARA

Aanpak tot de normstelling voor de windturbines Normen worden dus over het algemeen vastgesteld op basis van de aanvaardbaarheid van enige mate van hinder of risico voor omgeving ten opzichte van het algemene maatschappelijk belang - in deze bij het realiseren van windturbines - om duurzame energie op te wekken en daarmee de landelijke, provinciale en gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen en klimaatdoelstellingen te behalen. Daarmee is sprake van een belangenafweging tussen het individueel belang van een omwonende, op het gebied van leefbaarheid, veiligheid en gezondheid, versus het algemeen maatschappelijk belang van de energietransitie naar hernieuwbare energie en verbetering van het klimaat. De afweging tussen (individuele) hinder voor de omgeving enerzijds en het (algemeen) belang van duurzame elektriciteitsopwekking anderzijds vindt dus ook plaats bij beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de mate van geluidhinder, slagschaduwhinder en externe veiligheidsrisico's van windturbines. Voor de windturbines Haringvlietdam is onderzoek uitgevoerd ter onderbouwing van de eigen normen ter vervanging van de windturbinebepalingen.

Voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid in de onderzoeken:  inzichtelijk gemaakt welke effecten verwacht kunnen worden bij de realisatie van de windturbines;  aangegeven aan de hand van welke criteria en (reken)methodieken deze effecten inzichtelijk kunnen worden gemaakt en beoordeeld;  inzichtelijk gemaakt hoe deze effecten zich lokaal manifesteren in het beoogde project, en:  of de normstelling, rekening houdend met alle relevante aspecten en belangen, voldoende bescherming biedt om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te borgen;  welke gevolgen de normstelling heeft voor het initiatief. In deze onderzoeken is gebruik gemaakt van de actuele stand van wetenschappelijk kennis op verschillende milieuthema's. In deze plantoelichting wordt, op basis van de onderzoeken, een ruimtelijk aanvaardbare normstelling bepaald voorzien van 'actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering' en vertaald in de planregels. De achterliggende motivering van de normstelling wordt in paragraaf 5.1.3 weergegeven, waarna in de nadere toelichting op deze normstelling in de paragrafen 5.2 tot en met 5.4 wordt gegeven.

36

Gemeente Voorne aan Zee

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis

5.1.3

Motivering van de lokale normstelling voor windturbines Haringvlietdam

In deze paragraaf is beknopt de achterliggende motivering van de lokale normstelling voor de windturbines Haringvlietdam weergegeven op basis van de motivering, zoals uitgebreider gegeven in Bijlage 5, en het proces dat is doorlopen om te komen tot lokale normen, zoals beschreven in paragraaf 8.2.4. In de paragrafen daarna (paragraaf 5.2, 5.3 en 5.4 wordt het onderzoek weergegeven met toetsing aan de lokale normen. De gekozen normen zijn ook juridisch-planologisch geborgd in de planregels. Lokale norm voor geluid Norm op geluidgevoelige objecten Toepassing van een geluidsnorm van 45 dB Lden en bijbehorende 39 dB Lnight op geluidgevoelige objecten27 is aanvaardbaar om de volgende redenen:  Er is sprake van een relatief stil gebied met in de huidige situatie een goed akoestisch klimaat ter plaatse van geluidgevoelige objecten: bij de meeste objecten met een verblijfsfunctie is er cumulatief met ander geluidbronnen sprake van een goed tot redelijk geluidklimaat (< 48 dB L cum). De heersende geluidniveaus ter plaatse van verspreid liggende woningen rond de N57 variëren van 48 tot 62 dB Lcum.  het statistisch verwachte aantal potentieel ernstig gehinderden als gevolg van de windturbines Haringvlietdam is al zeer beperkt als gevolg van de relatief grote afstand tot de windturbines en de relatief lage geluidniveaus.

 Met een norm van 45 dB Lden wordt aangesloten bij de advieswaarde uit het wetenschappelijke onderzoek van de WHO voor de dag-avond-nachtperiode. Het advies van de WHO om het aantal gehinderden verder te beperken en te streven naar een jaargemiddelde grenswaarde van 45 dB Lden past bij de aard van het gebied, waar in de huidige situatie sprake is van relatief lage cumulatieve geluidniveaus ter plaatse van geluidgevoelige objecten (behoudens objecten die op kort afstand van de N57 zijn gelegen). De WHO hanteert geen aparte waarde voor de nacht. Voor de windturbines Haringvliet is besloten voor extra borging van bescherming tegen nachtelijk geluid een bij Lden 45 dB passende Lnight-normering van 39 dB op te nemen. Omdat de Lden systematiek voor meerdere omgevingsgeluidbronnen de standaardmaat is en omdat hiervoor wetenschappelijke inzichten bestaan over de samenhang met gezondheidseffecten, heeft deze systematiek de voorkeur voor het stellen van een lokale norm. Daar komt bij dat het WHO in haar advies ook is uitgegaan van de dosismaat Lden. Additioneel kan een norm worden gesteld voor het maximale momentane geluidniveau dat gedurende een bepaalde tijd mag voorkomen, vooral vanuit het oogpunt van handhaving Immissienorm om 'normopvulling' tegen te gaan Bij veel geluidgevoelige objecten is een geluidbelasting berekend die onder de norm is gelegen.

De hoogst berekende immissiewaarde bij een maatgevend geluidgevoelig object (Duinweg 9) bedraagt 43 dB Lden. Alhoewel in het akoestisch onderzoek milieueffecten in beeld zijn gebracht op basis van een relatief luid windturbinetype, is op grond van een vergunning niet uitgesloten dat immissiewaarden ter plaatse van geluidgevoelige objecten kunnen toenemen tot de norm. Er moet immers nog een windturbinetype worden gekozen, passend binnen de bandbreedte voor afmetingen die zijn vastgelegd in het bestemmingsplan. Om die reden wordt er voor gekozen om in het bestemmingsplan zeker te stellen dat ‘normopvulling’ niet kan plaatsvinden en omwonenden de zekerheid te bieden dat in geen geval een hogere geluidbelasting optreedt dan in het kader van dit bestemmingsplan inzichtelijk wordt gemaakt. De berekende maximaal optredende geluidbelasting (immissiewaarde) op enkele toetspunten van geluidgevoelige objecten (allen woningen) wordt vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan. Laagfrequente normgrens gevoelige objecten Laagfrequent geluid maakt deel uit het totale geluidspectrum dat met de lokale norm wordt genormeerd.

De gemeente wenst handhavend op te kunnen treden in situaties waarin de jaargemiddelde norm wordt overschreden maar ook in situaties waarin ontoelaatbaar veel laagfrequent geluid wordt geproduceerd door de windturbines (bijvoorbeeld wegens een technisch/mechanisch mankement) maar de jaargemiddelde norm van 45 dB L den niet wordt overschreden. Daartoe wordt vergunninghouder verplicht om binnen zes maanden na oprichting van de windturbines een bronsterktemeting uit te laten voeren conform paragraaf 2 van het Reken en

Gemeente Voorne aan Zee

37

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis (vastgesteld) meetvoorschrift windturbines. Met deze steekproef kan worden gecontroleerd of de gemeten bronsterkte overeenkomt met de opgave van de fabrikant. Tevens dient een tonale analyse te worden uitgevoerd, om na te gaan of sprake kan zijn van tonaal (laagfrequent) geluid, hetgeen op basis van gecertificeerde bronvermogens en geluidspectra niet mag optreden. De verplichting tot het uitvoeren van een bronsterktemeting en een tonale analyse wordt opgenomen als een voorschrift van de omgevingsvergunning. Handhavings- en rekenmethodiek Voor de volledigheid en duidelijk ten aanzien van reken- en meetvoorschriften voor (handhaving van) geluid wordt in de planregels naar het 'Reken- en meetvoorschrift windturbines" verwezen. Dit is de best beschikbare rekenmethodiek en basis voor handhaving geluid. Piekgeluid Tijdens de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn vanuit de omgeving zorgen geuit over geluidhinder in stille periodes, waarin sprake is van een relatief laag achtergrondgeluidniveau. Het is echter niet nodig om voor dergelijke situaties een aanvullende norm op te stellen. De normering voor geluid van windturbines is immers gebaseerd op een dosis-effectrelatie en een aanvaardbaar hinderniveau zonder rekening te houden met achtgrondgeluidniveaus.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een beoordeling is uitgevoerd van de toename van het cumulatieve geluidniveau (zie paragraaf 5.2.2). Het is wellicht wenselijk om na oprichting van de windturbines te controleren of de optredende geluidniveaus overeenkomen met de waarden die op grond van het akoestisch onderzoek voor het gebouwde windturbinetype overeenkomen. Daarvoor kan het instrument van de bronsterktemeting in worden gezet. Met de verkregen meetgegevens over de daadwerkelijke bronsterkte kan de geluidbelasting ter plaatse van geluidgevoelige objecten en referentiepunten worden berekend. Een uitvoeringsvoorschrift hierover kan desgewenst in de omgevingsvergunning opgenomen worden. Lokale norm voor slagschaduw Onder het Activiteitenbesluit en de bijbehorende regeling was een grenswaarde van 5 uur en 40 minuten per jaar ‘common practice’. Dit betrof een interpretatie van de wettelijke norm uit de Activiteitenregeling (maximaal 17 dagen gedurende maximaal 20 minuten), maar is feitelijk aanzienlijk strenger dan die norm.

Zo oordeelde de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) ook in haar deskundigenadvies over Windpark Drentse Monden Oostermoer28, waar getoetst werd aan een normstelling van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar: “de streefwaarde van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar voorziet in (veel) geringere aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden dan de normering in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Ten eerste tellen nu ook de dagen mee waarop de slagschaduw minder is dan 20 minuten. Ten tweede worden alle minuten meer dan 20 minuten ook meegeteld.” Nog recenter heeft de Raad van State haar visie hierop bevestigd in haar uitspraak ten aanzien van Windmolenpark Elzenburg - De Geer.29 Maar omdat deze norm nu niet toegepast mag worden, moet opnieuw worden gemotiveerd welke schaduwduur aanvaardbaar is. Gevoelige objecten Uit het slagschaduwonderzoek (zie Bijlage 6) blijkt dat er slagschaduw als gevolg van de windturbines optreedt ter plaatse van slagschaduwgevoelige objecten30. Voorgesteld wordt om deze norm te hanteren ter voorkoming van het ontstaan van hinder als gevolg van bewegende slagschaduw. Een normgrens van 6 uur per jaar volstaat.

Voor vele woningen geldt dat gelet op de aard van het gebied afscherming plaatsvindt door verschil in terreinhoogte en begroeiing waardoor in bijna alle gevallen sprake is van afscherming door ofwel bomen/opgaand groen ofwel objecten (woningen, verblijfsrecreatieobjecten). De toepassing van stilstand om aan de normgrens te voldoen leidt tot een opbrengstverlies van 0,34%. Dit brengt een rendabele exploitatie niet in gevaar. Objecten en terreinen met verblijfsrecreatie Als gevolg van de ligging ten opzichte van en de afstand tot de windturbines wordt ter plaatse van terreinen en objecten voor verblijfsrecreatie een schaduwduur berekend van ten hoogste 8 uur per jaar. Dat is nauwelijks meer dan de normgrens voor woningen. Verblijfsrecreatieobjecten vormen geen gevoelig object. Gelet op de maximaal optredende schaduwduur is er geen aanleiding om aparte of specifieke normgrenzen te introduceren voor verblijfsrecreatieobjecten.

38

Gemeente Voorne aan Zee

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis

Strandpaviljoens Boelies en The Shamrock Inn Nabij de oostelijke windturbine zijn twee strandpaviljoens gevestigd. Deze strandpaviljoens, Boelies en The Shamrock Inn, zijn in grote mate afhankelijk van strandbezoekers en hebben daardoor een seizoensmatig karakter. Bezoekers van de strandpaviljoens kunnen zowel binnen als buiten plaatsnemen en hebben daarbij uitzicht over de Haringvliet en het strand. Gelet op de terrasfunctie en het beschermen van de toeristische aantrekkelijkheid is het nodig dat de schaduwduur ter plaatse van deze objecten wordt beperkt. Verwacht is dat de slagschaduweffecten bij Boelies, The Shamrock Inn (en op iets grotere afstand van de windturbines het strandpaviljoen van catamaranvereniging Hellecat) hinderlijk kunnen zijn. Om de negatieve effecten voor Boelies en The Shamrock Inn zo veel mogelijk uit te sluiten wordt met behulp van een automatische stilstandregeling bewegende slagschaduw geheel te voorkomen tijdens het exploitatieseizoen (1 mei t/m 15 september) en voor zover deze schaduw optreedt tijdens openingstijden. Voor catamaranvereniging Hellecat geldt dat deze meeprofiteert van de normstelling voor Boelies en The Shamrock Inn, door de ligging ten opzichte van The Shamrock in en de windturbines.

In de praktijk betekent dit dat de slagschaduw op beide strandpaviljoens, als gevolg van de tijd die nodig is om de windturbine af te schakelen, gedurende voornoemde periode in totaal tussen 0 uur en een halfuur zal bedragen. Om die reden wordt de normgrens voor beide paviljoens gesteld op ten hoogste 30 minuten totale schaduwduur, gedurende het hoogseizoen. Stilstand ter beperking van bewegende slagschaduw ter plaatse van beide strandpaviljoens leidt naar verwachting tot een aanvaardbaar opbrengstderving, waardoor het een rendabele exploitatie van de windturbines niet in gevaar brengt. Met een stilstandvoorziening wordt de slagschaduwduur ter plaatse van de strandpaviljoens tot een minimum beperkt en wordt het ontstaan van hinder nagenoeg geheel voorkomen. Als gebied waar maximaal hinderlijke slagschaduw kan plaatsvinden wordt de afstand van 12 maal de rotordiameter gehanteerd, conform de Activiteitenregelig. Buiten dit gebied kan er weliswaar nog slagschaduw plaatsvinden, maar dat is zodanig diffuus gezien de grote afstand tot de windturbines dat deze niet meer hinderlijk wordt geacht.

Lokale norm voor externe veiligheid (plaatsgebonden risico) Omgaan met risico’s in een drukbevolkt land De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid op rijksniveau luidt: “Het uitvoeren van een veiligheids- en risicobeleid om mens en milieu te beschermen tegen maatschappelijk onaanvaardbaar geachte gezondheids- en milieurisico’s”. Het beleid is erop gericht een zogenaamd basisbeschermingsniveau voor externe veiligheid te bieden aan personen die wonen, werken of recreëren in de omgeving van risicovolle activiteiten. Uitgangspunt van het landelijke risicobeleid in zijn algemeenheid is dat het gevaar van een activiteit acceptabel is wanneer op een bepaalde plaats een daar aanwezig individu geen hogere kans op overlijden heeft dan maatschappelijk is geaccepteerd. Deze basisbescherming, die veelal een limiet kent van 10-6 of 10-5 per jaar31, wordt uitgedrukt in het plaatsgebonden risico (PR). Dit geldt voor onder andere industrie, transport en opslag van gevaarlijke stoffen zoals toxische of brandbare stoffen maar is ook toepasbaar voor windturbines. Het externe veiligheidsbeleid van alle risicobronnen is met introductie van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in 2004 gelijkgetrokken.

Het hanteren van PR10 -5 en PR10-6 voor een aanvaardbaar risico dateert al van eerder, zo wordt het onder andere genoemd in het Nationaal milieubeleidsplan 4 (juni 2001) maar ook daarvoor werd deze norm als aanvaardbaar gehanteerd. In het kader van de vuurwerkramp in Enschede (2000) en het daarop volgende rapport van de commissie Oosting heeft er toe geleidt dat het gehele externe veiligheidsbeleid in Nederland tegen het licht is gehouden en er uiteindelijk maatschappelijk aanvaardbare normen in het Bevi zijn vastgelegd. Er is gelet op de kenmerken van de omgeving geen sprake van omstandigheden die aanleiding geven tot het stellen afwijkende normgrenzen voor het plaatsgebonden risico dan PR10 -5 en PR10-6, zoals ook bij andere risicobronnen wordt gehanteerd. Weliswaar is er een kans op een effect, maar het hanteren van een andere kans als beoordelingsniveau leidt niet tot een afname van het gevolg maar alleen van de kans dat dit effect kan optreden. Het feit dat een zekere mate van risico, alhoewel zeer beperkt, wordt geaccepteerd is inherent aan het feit dat Nederland een drukbevolkt land is en multifunctioneel ruimtegebruik toegepast wordt.

Gemeente Voorne aan Zee

39

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis (vastgesteld) Lokale norm voor plaatsgebonden risico Nu de windturbinebepalingen niet toegepast mogen worden is nagegaan of bij andere wettelijke besluiten aangaande risicovolle activiteiten zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) kan worden aangesloten. Het vermijden van het ontstaan van onaanvaardbare risico’s op overlijden als gevolg van een ongevalscenario bij windturbines kan worden geborgd door in het bestemmingsplan vast te leggen:  het plaatsgebonden risico voor een kwetsbaar object, veroorzaakt door een of meer windturbines van windproject Haringvlietdam, is niet hoger dan 10-6 per jaar.  Het plaatsgebonden risico voor een beperkt kwetsbaar object, veroorzaakt door een of meer windturbines van windproject Haringvlietdam, is niet hoger dan 10-5 per jaar. Voor de definitie van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten kan worden aangesloten bij de definitie uit artikel 1 lid 1b en artikel 1 lid 1l uit het Bevi. Er is gelet op de kenmerken van de omgeving geen aanleiding tot het hanteren van een afwijkende definitie van kwetsbaarheid van objecten in relatie tot plaatsgebonden risico.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt in paragraaf 5.4.2 extra aandacht geschonken aan het groepsrisico onder en nabij de windturbines vanwege de recreatieve aard van het gebied. Overige windturbinebepalingen De windturbinebepalingen kennen naast normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid ook nog een aantal (technische) bepalingen om hinder te beperken en veiligheid te borgen. Dit betreffen de volgende regels ten aanzien van het in gebruik nemen en hebben van windturbines:  ter voorkoming van lichtschittering;  ten aanzien van algemene veiligheid en controle;  verplichte NEN-certificering van de windturbines. Windturbines dienen aan deze bepalingen/regels te voldoen. Dit is voor een windproject van twee windturbines nog steeds in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling geborgd, maar voor de volledigheid worden voor deze overige bepalingen ook nadere planregels opgenomen.

5.2

Geluid

5.2.1

Toetsingskader

In deze paragraaf worden de uitgangspunten voor onderzoek, waaronder de gekozen normstelling voor geluid nader toegelicht. Wat is geluid van windturbines? Windturbines produceren geluid als de rotoren draaien. Dit geluid is voornamelijk aerodynamisch geluid afkomstig van de bladen die door de wind 'zoeven'. Windturbines produceren daarnaast ook mechanisch geluid, dit is afkomstig uit het overbrengen van de energie vanuit de wieken naar de generator en uit de generator zelf. Het mechanische geluid is meestal vele malen lager dan het aerodynamische geluid. Net als voor andere geluidbronnen waaronder wegverkeers-, industrie-, railverkeer- en luchtvaartgeluid is het wenselijk om normen vast te leggen voor de hoeveelheid geluid die mag optreden op de omgeving teneinde de hinder hiervan te beperken tot een aanvaardbaar niveau. Om te komen tot een normstelling speelt het daadwerkelijk optredende geluidniveau, de betreffende omgeving en de hinderlijkheid van het specifieke geluid een rol. Het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (kortweg: het Activiteitenbesluit milieubeheer)32 als kader voor de toetsing van geluid van windturbines wordt in deze niet gebruikt (zie paragraaf 5.1.2).

Lokale geluidnorm Voor onderhavig plan wordt getoetst aan de volgende lokale normen voor geluid (zie paragraaf 5.1.3 en Bijlage 5):  een jaargemiddelde geluidnorm van 45 dB Lden en 39 dB Lnight ter plaatse van geluidgevoelige objecten (allen woningen); De normstelling voor geluid is juridisch-planologisch verankerd in de planregels. De berekende

40

Gemeente Voorne aan Zee

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis maximaal optredende geluidbelasting (immissiewaarde) op enkele toetspunten van geluidgevoelige objecten (woningen) wordt vervolgens vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan. Cumulatie met andere geluidbronnen Cumulatie met andere bronnen wordt beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines (Activiteitenregeling milieubeheer33 Bijlage 4). In het geval van dit project is dat wegverkeersgeluid. De methode berekent de gecumuleerde geluidbelasting rekening houdend met de verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidbronnen. Er zijn geen normen voor de cumulatie van geluid. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient echter de cumulatie van geluid met andere bronnen wel te worden afgewogen. Een gangbare en geaccepteerde methodiek om cumulatieve geluideffecten te beoordelen is de 'Methode Miedema', deze wordt hiervoor dan ook toegepast. Laagfrequent geluid Daarnaast wordt ingegaan op laagfrequent geluid. Onder hoorbaar laagfrequent geluid worden geluiden met een frequentie tussen circa 20 en 100 Hertz (Hz) verstaan. In het besluit 'wijziging milieuregels windturbines' (2010)34 is voor windturbines de norm voor de geluidbelasting buiten aan de gevel gesteld op Lden = 47 dB.

Bij deze normen is uitgegaan van windturbinegeluid en de mate van hinderlijkheid die wordt ervaren op basis van empirisch onderzoek. Daarbij is ook rekening gehouden met het optreden van laagfrequent geluid, dat altijd een onderdeel van het geluidspectrum van windturbinegeluid is. 5.2.2

Onderzoek

Ten behoeve van de windturbines is een akoestisch onderzoek uitgevoerd om enerzijds te toetsen aan de lokale norm voor geluid en anderzijds de effecten op de omgeving in beeld te brengen (Bijlage 6). Ter bepaling van de akoestische effecten is in het akoestisch onderzoek uitgegaan van een Nordex N163-5.X windturbine met een rotordiameter van 163 meter op 119 meter ashoogte. De Nordex is een akoestisch zeer luide windturbine (wanneer er geen rotorbladen met serrated edges worden toegepast), wat betekent dat deze qua bronvermogen aan de bovenkant van de turbineklasse voor de windturbines op de Haringvlietdam zit. Vrijwel alle moderne, gangbare windturbines in deze klasse zullen voor lagere geluidbelastingen zorgen. Figuur 5.1 Referentietoetspunten

Gemeente Voorne aan Zee

41

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis (vastgesteld)

In het akoestische model zijn 13 referentietoetspunten gedefinieerd ter plaatse van maatgevende woningen en andere toetspunten in het gebied rondom de locatie van de windturbines, zie figuur 5.1. Per toetspunt zijn de jaargemiddelde geluidniveaus Lden en Lnight berekend. De Lden is het tijdgewogen gemiddelde van:  Het jaargemiddelde geluidniveau in de dag Lday;  Het jaargemiddelde geluidniveau in de avond Leven vermeerderd met 5 dB;  Het jaargemiddelde geluidniveau in de nacht Lnight vermeerderd met 10 dB. Tabel 5.1 geeft de geluidbelasting van de windturbines op Haringvlietdam weer op de 13 toetspunten. In Figuur 5.2 wordt de geluidbelasting weergegeven in contouren van verschillende L den waarden, waaronder Lden 45 dB (3e contour van vanaf de windturbines). Tabel 5.1 Geluidbelasting van windturbines Haringvlietdam [dB(A)]

Voor gevoelige objecten wordt aangesloten op de definitie van de Wet geluidhinder, gevoelige objecten zijn woningen, woonwagens, ligplaatsen voor woonboten en zorgcentra. De gevoelige objecten in de omgeving van de windturbines Haringvlietdam zijn allen woningen. De strandpaviljoens Boelies en Shamrock Inn zijn beide geen geluidgevoelig object op basis van de Wet geluidhinder. Op basis van het geldende bestemmingsplan mag er ook niet gewoond worden bij de strandpaviljoens en er zijn ook geen aanwijzingen dat de gemeente voornemens is hier verandering in te brengen. Haringvlietplein 1 is een kantoor van Rijkswaterstaat. Op basis van de Wet geluidhinder is dit ook geen gevoelig object. Ter plaatse van de geluidgevoelige objecten (woningen) wordt aan de lokale norm Lden 45 dB en Lnight 39 dB voldaan. Er zijn dan ook geen mitigerende maatregelen nodig. Ter voorkoming van 'normopvulling' (zie paragraaf 5.1.3 en Bijlage 5) wordt een immissienorm bij representatieve toetspunten opgenomen in de planregels. Representatieve toetspunten zijn toetspunten bij gevoelige objecten (woningen) die een geluidbelasting van 37 dB en meer hebben. Bij een lagere geluidbelasting wordt er van uit gegaan dat de geluidhinder verwaarloosbaar is (zie Bijlage 2). 35

42

Gemeente Voorne aan Zee

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis

Figuur 5.2 Geluidcontour Lden 45 dB

Cumulatie met andere geluidbronnen Cumulatie met andere geluidbronnen wordt beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines. Voor de cumulatieve geluidbelasting zijn geen wettelijke normen van kracht. Met de cumulatieve rekenmethode uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines is de gecumuleerde geluidbelasting berekend. Daarbij wordt rekening gehouden met de verschillende mate van hinderlijkheid van de diverse geluidbronnen:  Windturbine L*WT = 1,65 * LWT - 20,05 dB WegverkeerL*VL = 1,00 * LVL + 0,00 dB = LVL  De cumulatieve geluidbelasting wordt bepaald door de afzonderlijke waarden L* bij elkaar op te tellen (zogenoemde energetische sommatie). De geluidbelasting (grootheid L) wordt uitgedrukt in Lden. De cumulatieve geluidbelasting in de toekomstige situatie is vergeleken met de referentiesituatie. Het wegverkeergeluid van de N57 is meegenomen in de cumulatieve geluidbelasting van de referentiesituatie. In de referentiesituatie zijn voor windturbinegeluid de bestaande zes windturbines op de Haringvlietdam meegenomen. Windpark Kroningswind ligt op meer dan 4 kilometer afstand is daarom niet meegenomen, op die afstand draagt het geluid van de windturbines niet mee bij aan de cumulatieve geluidbelasting. Er bestaan geen normen waaraan getoetst kan worden voor cumulatief geluid.

Een gangbare en (door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State) geaccepteerde methodiek om cumulatieve geluideffecten te beoordelen is de 'Methode Miedema'. In deze methode wordt de akoestische kwaliteit van de omgeving bepaald voor en na toevoeging van een nieuwe geluidbron. Hiermee kan de leefomgeving objectief worden beoordeeld (zie ook Tabel 5.2). De cumulatieve geluidbelasting van alle geluidbronnen is berekend voor de referentietoetspunten.

Gemeente Voorne aan Zee

43

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis (vastgesteld)

Tabel 5.2 Waardering kwaliteit akoestische omgeving volgens 'Methode Miedema'

Tabel 5.3 Cumulatieve geluidbelasting referentiesituatie [dB(A)]

In Tabel 5.4 is voor de referentietoetspunten de huidige situatie (referentiesituatie) vergeleken met de toekomstige situatie (bestaande zes windturbines zijn vervangen door twee nieuwe windturbines)

44

Gemeente Voorne aan Zee

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis

Tabel 5.4 Cumulatieve geluidbelasting toekomstige situatie [dB(A)]

In de bestaande situatie, zonder windturbines Haringvlietdam maar met de bestaande windturbines, wordt de akoestische omgeving ter plaatse van de geselecteerde toetspunten bepaald door wegverkeersgeluid wanneer geen rekening wordt gehouden met de mate van hinderlijkheid van het geluid (zie Tabel 5.3). Rekening houdend met de mate van hinderlijkheid wordt de bestaande akoestische omgeving nog steeds bepaald door wegverkeersgeluid. De bestaande akoestische kwaliteit van de omgeving (Lcum referentiesituatie) varieert van goed (<50 dB L den) tot redelijk (=<55 dB Lden) op geluidgevoelige objecten en van goed (<50 dB Lden) tot slecht (=< 70 dB Lden) op niet voor geluidgevoelige objecten. In de toekomstige situatie met de windturbines (en na sanering van het bestaande windpark) wordt de akoestische kwaliteit van de omgeving ter plaatse van de geluidgevoelige objecten (woningen) nog steeds bepaald door het wegverkeersgeluid. Rekening houdend met de mate van hinderlijkheid van de bron dan wordt geluidbelasting nog steeds bepaald door wegverkeersgeluid en op een drietal punten mede door het windturbinepark. Op niet-geluidgevoelige objecten wordt de akoestische kwaliteit ook vooral bepaald door wegverkeersgeluid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12843178/2