Bijlage 1 vaststelling TAM-Omgevingsplan H22G Dorpshart Zwartewaal
Tekst van het document
bestemmingsplan
TAM-Omgevingsplan H22g Dorpshart Zwartewaal Voorne Aan Zee
04-06-2026
DATUM IMRO IDN
NL.IMRO.1992.OPDorpshrtZWL- 0130
PROJECT PROJECTLEIDER
TAM-Omgevingsplan Dorpshart Zwartewaal ir. R.A. Sips
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Voorne aan Zee 20241275
AUTEUR STATUS
drs. S den Breejen, drs. M. van der Meulen, mr. D.J. Greguss vastgesteld
Inhoudsopgave
Motivering
6
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging locatie wijziging omgevingsplan
7
1.3
Procedure
8
1.4
Leeswijzer
9
Beschrijving van het project en de omgeving
10
2.1
Huidige situatie
10
2.2
Toekomstige situatie
14
2.3
Milieueffectrapportage
18
Participatie en vooroverleg
20
3.1
Participatie
20
3.2
Vooroverleg
20
Beleidskader en toetsing daaraan
22
4.1
Inleiding
22
4.2
Rijk
22
4.3
Provincie
23
4.4
Gemeente Voorne aan Zee
24
4.5
Waterbeheerprogramma 2022-2027
26
Beoordelingsregels waaronder instructieregels
27
5.1
Inleiding
27
5.2
Waarborgen van de veiligheid
28
5.3
Beschermen van de waterbelangen
31
5.4
Kwaliteit van de buitenlucht
35
5.5
Geluid door activiteiten
36
5.6
Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen
37
5.7
Bodemkwaliteit
42
5.8
Geur
44
5.9 erfgoed
Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel
5.10
Mobiliteit en parkeren
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
3/89
46 51
5.11
Ecologie: soortenbescherming
55
5.12
Ecologie: gebiedsbescherming
56
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
58
Hoofdstuk 7
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
59
Regels
60
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
61
Artikel 1
Begripsbepalingen
61
Artikel 2
Toepassingsbereik
65
Artikel 3
Meet- en rekenbepalingen
66
Artikel 4
Algemeen gebruiksverbod
67
Regels voor functies en activiteiten
68
Artikel 5
Groen
68
Artikel 6
Maatschappelijk - 1
69
Artikel 7
Maatschappelijk - 2
70
Artikel 8
Verkeer
71
Artikel 9
Verkeer - Verblijfsgebied
72
Artikel 10
Water
73
Artikel 11
Wonen
74
Artikel 12
Waarde - Archeologie - 3
77
Artikel 13
Waarde - Cultuurhistorie
79
Artikel 14
Waterstaat - Waterkering
80
Algemene regels
81
Artikel 15
Anti-dubbeltelregel
81
Artikel 16
Algemene bouwregels
82
Artikel 17
Algemene gebruiksregels
84
Artikel 18
Algemene aanduidingsregels
85
Artikel 19
Overschrijding maatvoering en bouwgrenzen
86
Artikel 20
Overige regels
87
Artikel 21
Aanvraagvereisten
88
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Bijlagen Bijlage 1
4/89
Tabel analyse instructieregels
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek (bestemmingsplan)
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek aangepaste verkaveling (industrielawaai)
Bijlage 4
Stap 3-besluit (vastgesteld 2022)
Bijlage 5
Hogere waardenbesluit (2026)
Bijlage 6
Bodemonderzoek
Bijlage 7
Quick scan ecologie
Bijlage 8
Vleermuizenonderzoek
Bijlage 9
Stikstofnotitie en -berekeningen
5/89
Motivering
6/89
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
In 2022 heeft de (toenmalige) gemeente Brielle, het bestemmingsplan vastgesteld voor ontwikkeling van het project Dorpshart Zwartewaal. Dat bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om 85 woningen, een plint met commerciële functies aan het nieuwe dorpsplein en vervangende nieuwbouw voor basisschool 't Want, het dorpshuis en de sportzaal. Inmiddels zijn delen van dit project al gerealiseerd. De verdere realisatie vindt in fasen plaats. Bij de verdere uitwerking van de bouwplannen, zijn nu afwijkingen ontstaan van het oorspronkelijke stedenbouwkundig plan dat als basis heeft gediend voor het bestemmingsplan. Met als gevolg dat voor enkele bouwvlakken afwijkingen van het bestemmingsplan optreden. Om deze afwijkingen planologisch mogelijk te maken, kiest de gemeente Voorne aan Zee er voor om het omgevingsplan aan te passen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2023, is het oorspronkelijke bestemmingsplan immers onderdeel geworden van het omgevingsplan. Een reeds verleende BOPA (2025) voor een viertal bouwblokken binnen het project, wordt met deze wijziging ook direct doorgevoerd in het omgevingsplan. Deze wijziging van het omgevingsplan is vormgegeven met toepassing van de TAM-IMRO systematiek.
Dit betreft een Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM) die landelijk van toepassing is, nu met name technische componenten van de Omgevingswet nog niet optimaal functioneren. De TAM-IMRO systematiek maakt het in dat verband mogelijk om deze omgevingsplanwijziging op te stellen met toepassing van technische standaarden die nog bekend zijn van de wijze waarop bestemmingsplannen werden opgesteld. Inhoudelijk dient deze wijziging van het omgevingsplan wel te voldoen aan de wettelijke vereisten, waaronder de toetsing aan de instructieregels van Rijk en provincie Zuid-Holland en de motivering dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voorliggende motivering voorziet daarin. In de planregels en op verbeelding worden de nieuwe activiteiten en daarbij behorende regels vastgelegd.
1.2
Ligging locatie wijziging omgevingsplan
De locatie waarvoor dit TAM-omgevingsplan wordt opgesteld, betreft het Dorpshart van Zwartewaal (ten noorden van de oude dorpskern), gelegen in de gemeente Voorne aan Zee. Het werkingsgebied kent dezelfde begrenzing als het oorspronkelijke bestemmingsplan 'Dorpshart Zwartewaal'.
7/89
Figuur 1.1: Ligging locatie in omgeving
1.3
Procedure
Om de wijzigingen in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het project Dorpshart Zwartewaal mogelijk te maken, is gekozen voor het opstellen van een TAM-omgevingsplan. De keuze voor een TAM-omgevingsplan is mede gemaakt om een lappendeken aan geldende plannen en vergunningen te voorkomen. Het eerdere bestemmingsplan (2022) en de nadien vastgestelde partiële herziening (2024) zijn inmiddels onderdeel van het gemeentelijk omgevingsplan. Daarnaast is er een BOPA-procedure doorlopen voor enkele bouwblokken in het zuidelijk deel van het project en wordt er momenteel een BOPA-procedure doorlopen voor enkele afwijkingen in het noordelijk deel van het project. Met dit TAM-omgevingsplan wordt (weer) voorzien in één samenhangend en actueel plan voor het project als geheel.
8/89
Er is gekozen om met het wijzigen van het omgevingsplan gebruik te maken van het format TAM-IMRO. Aangezien de gemeente Voorne aan Zee nog niet beschikt over een casco en/of regelbibliotheek voor het (nieuwe deel van het) omgevingsplan, is dit TAM-omgevingsplan opgesteld volgens de bestemmingsplanvariant.
1.4
Leeswijzer
In Hoofdstuk 2 van deze motivering gaan we in op de huidige en toekomstige situatie. De huidige situatie wordt beschreven aan de hand van de reeds toegestane activiteiten en bebouwing binnen het werkingsgebied en de onderdelen die met deze wijziging nieuw mogelijk worden gemaakt. Hoofdstuk 3 gaat in op het onderdeel participatie. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 4 en 5 het plan getoetst aan het relevante beleidskader en het beoordelingskader van de relevante aspecten van de fysieke leefomgeving. In Hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de financiële haalbaarheid van de wijziging van het omgevingsplan. Tot slot wordt in Hoofdstuk 7 ingegaan op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ook wel afgekort als ETFAL).
9/89
Hoofdstuk 2
Beschrijving van het project en de omgeving
2.1
Huidige situatie
2.1.1
Bestaande situatie
Het werkingsgebied van dit TAM-omgevingsplan ligt geografisch gezien aan de noordzijde van de huidige woonkern van Zwartewaal. Voor het project is in 2022 het bestemmingsplan Dorpshart Zwartewaal vastgesteld (meer hierover in paragraaf 2.1.2) waarmee het project geschikt is gemaakt voor de ontwikkeling van 85 woningen, de realisatie van nieuwe huisvesting voor bestaande, maatschappelijke voorzieningen uit het gebied en de realisatie van enkele commerciële functies. Sinds de vaststelling van dit bestemmingsplan is de projectontwikkeling in fasen van start gegaan. In de tussentijd is de nieuwbouw voor basisschool 't Want, dorpshuis De Gaffelaar en de gymzaal gerealiseerd. Deze fase is als eerste gerealiseerd, zodat daarna de oude bebouwing van deze voorzieningen - eveneens binnen dit gebied - gesloopt kon worden. Op die manier ontstond vervolgens weer ruimte voor realisatie van volgende fasen van het project. De luchtfoto uit figuur 2.1 laat de nieuwbouw van de maatschappelijke voorzieningen zien (wit, centraal in beeld) en daarnaast ook nog oude bebouwing die inmiddels gesloopt is (bebouwing ten zuiden van de centrale bomenstructuur). Ook is de Martinuskerk te zien, die behouden blijft en waar de nieuwbouw van Dorpshart Zwartewaal omheen ontworpen is. Een nadere toelichting op het project als geheel, is opgenomen in paragraaf 2.2.1.
10/109
Figuur 2.1: De planlocatie (rood omlijnd) vanaf bovenaanzicht 2.1.2
Mogelijkheden omgevingsplan
Omgevingsplan gemeente Voorne aan Zee Op dit moment staan de regels van het omgevingsplan Voorne aan Zee nog op verschillende plaatsen, te weten in: a. de besluiten genoemd in artikel 4.6, eerste lid van de Invoeringswet Omgevingswet, waaronder: 1. een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening; 2. een regel als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet; 3. een verordening als bedoeld in artikel 6 van de Wet geurhinder en veehouderij; 4. een verordening als bedoeld in artikel 10.32a van de Wet milieubeheer en een besluit tot aanwijzing van een gebied op grond van die verordening;
11/109
b. de kaarten, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet, en de besluiten, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, van die wet; c. c. de bruidsschat (zie artikel 22.1 van de Omgevingswet). Hierna wordt kort ingegaan op de onderdelen uit het omgevingsplan die van belang zijn voor het voorliggende initiatief. In paragraaf 2.3 wordt beschreven met welke regels van het omgevingsplan de locatie in strijd is. Ad a1. Het bestemmingsplan als onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan Voor de planlocatie gelden een tweetal bestemmingsplannen. Deze worden hierna beknopt beschreven: Dorpshart Zwartewaal Het bestemmingsplan 'Dorpshart Zwartewaal' is op 16 november 2022 vastgesteld door de raad van de voormalige gemeente Brielle en is geheel onherroepelijk in werking. Met dit bestemmingsplan is de ontwikkeling van het project Dorpshart Zwartewaal als integraal project oorspronkelijk mogelijk gemaakt. Het bestemmingsplan is gebaseerd op het oorspronkelijk, stedenbouwkundig plan. Dat voorzag in 85 woningen, commerciële functies aan een nieuw te realiseren dorpsplein en nieuwbouw voor basisschool 't Want, het dorpshuis en de sportzaal. De beoogde functies en bebouwing zijn met maatwerkbestemmingen vastgelegd, zoals ook blijkt uit figuur 2.2 waarin een uitsnede van dit bestemmingsplan is opgenomen.
Figuur 2.2: uitsnede bestemmingsplan 'Dorpshart Zwartewaal'
12/109
Over de bestemmingen liggen daarnaast diverse dubbelbestemmingen ter bescherming van cultuurhistorische waarden, een dijklichaam en archeologische (verwachtings)waarden, alsmede een gebiedsaanduiding voor de geluidzone van industrieterrein Botlek Pernis. Partiële herziening Dorpshart Zwartewaal De partiële herziening Dorpshart Zwartewaal is vastgesteld op 30 mei 2024 en herziet het oorspronkelijke bestemmingsplan op twee specifieke onderdelen. In het noordelijk deel van het project is een bouwaanduiding aangepast, voor een aantal rijwoningen waar in het oorspronkelijke bestemmingsplan (per abuis) was opgenomen dat deze vrijstaand of twee-aaneengebouwd moesten worden. Tevens is de regeling voor beroep aan huis in deze herziening gecorrigeerd, nadat er in het oorspronkelijke bestemmingsplan een tegenstrijdige regeling was opgenomen. Ad a2, 3 en 4 Verordeningen Tot het tijdelijke deel van het omgevingsplan behoren ook de gemeentelijke archeologieverordening, de geurverordening en de verordening afvoer regen- en grondwater, mits de gemeente een dergelijke verordening heeft vastgesteld. Binnen de gemeente Voorne aan Zee maken de volgende verordeningen deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Ruimtelijke ontwikkelingen hebben hier zodoende aan te voldoen: Artikel 14 van de Verordening Fysieke Leefomgeving Voorne aan Zee.
Verordening aansluitvoorwaarden riolering Voorne aan Zee 2023. Ad b. Bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart De bodemkwaliteitskaart, bestaande uit een bodemfunctieklassenkaart, ontgravingskaart en toepassingskaart, is een door de gemeente vastgestelde kaart met daarop de bodemkwaliteit per gebied. De gemeente Voorne aan Zee heeft samen met de gemeente Nissewaard een Bodemkwaliteitskaart regio Voorne-Putten en een bodemfunctieklassenkaart, deze zijn opgenomen als bijlage 1 in de Nota Bodembeleid Regio Voorne-Putten. Op de bodemkwaliteitskaart ligt het werkingsgebied van dit TAM-omgevingsplan in zone A2. Op de bodemfunctieklassekaart ligt het werkingsgebied van dit TAM-omgevingsplan in een gebied met de functieklasse 'Wonen'. De bodemkwaliteitszone van zowel de boven- als de ondergrond van het plangebied betreft eveneens oude bebouwing. Ad c. Bruidsschat In de bruidsschat zijn verschillende regels opgenomen die relevant kunnen zijn voor een nieuwe ontwikkeling. De bruidsschat bevat voorrangsbepalingen en overgangsrecht, regels over bouwwerken, open erven en terreinen, regels over milieubelastende activiteiten, regels over aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafond en regels over gemeentelijke omgevingsvergunningen.
13/109
2.2
Toekomstige situatie
2.2.1
Ontwikkeling als geheel
Sinds de vaststelling van het bestemmingsplan Dorpshart Zwartewaal zijn een aantal fasen van het project reeds in ontwikkeling gebracht, zoals beschreven in paragraaf 2.1.1. Dat bestemmingsplan voorziet in 85 woningen, commerciële functies aan het dorpsplein en nieuwbouw voor basisschool 't Want, het dorpshuis en de sportzaal. In figuur 2.3 is het stedenbouwkundig plan weergegeven dat als uitgangspunt heeft gediend voor het bestemmingsplan uit 2022.
Figuur 2.3: Stedenbouwkundig plan Dorpshart Zwartewaal (bron: Kuiper Compagnons) Het plan is zo opgezet dat er rondom de Martinuskerk een plein wordt ingericht. Aan dit plein zijn in de oorspronkelijke opzet de commerciële plint met bovenwoningen en de woonblokken met seniorenwoningen gesitueerd, net als het voorzieningencluster. Deze opzet vormt een duidelijke afbakening van het plein met daar omheen een mix aan functies.
14/109
In het noordelijke woongedeelte is er voor gekozen om de auto het projectgebied in te laten. Voor de woningen in dit deel van het plangebied en voor het voorzieningencluster (school, dorpshuis, sportzaal) wordt hier ook in de benodigde parkeerruimte voorzien binnen het plangebied. In het zuidelijke deel van het plangebied, rondom de kerk met meer gemengde functies, wordt de auto overwegend buiten het plangebied gehouden. Langs de Christinalaan worden nieuwe parkeerplaatsen aangelegd. Langs de kopse kant van het blok met commerciële functies en langs het blok met senioren woningen worden eveneens parkeerplaatsen voorzien, maar voor autoverkeer wordt geen verdere toegang het plangebied in geboden. Het plein rondom de kerk moet op die manier een gezellig dorpsplein worden waar mensen rustig kunnen verblijven. De kerk behoudt zijn maatschappelijke bestemming met rondom groen. Ten opzichte van deze oorspronkelijke opzet, zijn afwijkingen ontstaan bij de uitwerking van de bouwplannen voor verschillende fasen. Die komen in de volgende paragraaf verder aan de orde. 2.2.2
Nieuwe ruimtelijke mogelijkheden
Bij de uitwerking van de bouwplannen voor de verschillende fasen van het project, zijn er inmiddels verschillende strijdigheden met het oorspronkelijke bestemmingsplan (nu onderdeel van het omgevingsplan) opgetreden. Deze vormen de directe aanleiding om nu met dit TAM-omgevingsplan de ruimtelijke mogelijkheden op die betreffende punten aan te passen, om op die manier de nader uitgewerkte bouwplannen mogelijk te maken. Hieronder volgt een opsomming van de betreffende strijdigheden. 5 extra woningen in plaats van commerciële functies aan het dorpsplein In het blok aan het nieuwe dorpsplein, worden door de ontwikkelaar geen commerciële functies meer voorzien. In het (oorspronkelijke) stedenbouwkundig plan en bestemmingsplan, werd voor de begane grond van het blok aan het nieuwe dorpsplein, voorzien in commerciële ruimten. Voor de invulling daarvan waren uiteenlopende functies mogelijk gemaakt, zoals kleinschalige detailhandel, lichte horeca, maatschappelijke functies en dienstverlening. Dergelijke functies zouden een toevoeging vormen voor het voorzieningenniveau van Zwartewaal en zouden bovendien de levendigheid van het nieuwe dorpsplein vergroten en daarmee ook de leefbaarheid. In de tussentijd is echter gebleken dat er weinig tot geen belangstelling voor deze commerciële eenheden is, of in ieder geval niet tegen marktconforme voorwaarden.
De ontwikkelaar van het project heeft in de tussentijd ook meerdere kanalen gebruikt om potentiële gebruikers te benaderen. Zowel via een bedrijfshuisvestingsmakelaar, de projectwebsite als een informatieavond (2024) hebben zich geen serieuze gegadigden gemeld. Terwijl diezelfde kanalen wel de gewenste uitwerking hadden voor de nieuwe woningen. Ook een door de gemeente aangedragen ondernemer die regionaal zeer actief is, leidde niet tot de gewenste invulling. In overleg tussen gemeente en ontwikkelaar, zijn daarom de mogelijkheden verkend voor invulling van dit blok met meer woningen (dan oorspronkelijk beoogd). Vanuit de gemeente is daarbij aangestuurd op (meer) kleinere woningen en daarmee meer betaalbare woningen. Dit heeft geresulteerd in de beoogde invulling van het blok met 16 benedenbovenwoningen.
15/109
Dit betreft een toename van 5 woningen, in vergelijking met de 11 eerder beoogde woningen boven de commerciële plint. Met dit TAM-omgevingsplan wordt de planologische mogelijkheid voor 1.100 m2 BVO aan diverse, commerciële functies ingetrokken en in plaats daarvan worden met dit TAM-omgevingsplan in het betreffende blok de 5 extra woningen mogelijk gemaakt. Gewijzigde indeling van 3 blokken met rijwoningen Voor de drie blokken met rijwoningen ten noorden van de maatschappelijke voorzieningen, is een nieuwe situering ontworpen. De oorspronkelijke situering kent namelijk twee keer de confrontatie tussen de voorzijde van een bouwblok met de achterzijde van het volgende bouwblok. Tevens biedt die situering ruimte aan twee 'kleinere' groenstroken. Door twee blokken met de achtererven naar elkaar toe te situeren, ontstaat er ruimte voor één grotere groenstrook waar uitsluitend voorzijden van woningen naartoe gesitueerd zijn. Dit vergroot zowel de gebruiksmogelijkheden als de uitstraling van deze groenstrook. Figuur 2.4 geeft twee impressies: één van de oorspronkelijke en één van de nu beoogde inrichting. De nieuwe situering van de rijwoningen correspondeert niet met de bouw- en bestemmingsvlakken uit het bestemmingsplan Dorpshart Zwartewaal, wat met dit TAM-omgevingsplan wordt aangepast.
Figuur 2.4: impressies van situering rijwoningen oorspronkelijk (links) en nieuw (rechts) Vertaling BOPA in dit TAM-omgevingsplan Naast bovengenoemde wijzigingen, wordt er met dit TAM-omgevingsplan ook een eerder vergunde BOPA vertaald in de regeling van het omgevingsplan. Dit betreft de verleende BOPA voor de drie blokken met beneden-bovenwoningen in het zuidelijke deel van het project en een drietal grondgebonden woningen aan de Willem-Alexanderlaan.
16/109
Figuur 2.5: blokken waar een eerdere BOPA is verleend, die in dit TAM-omgevingsplan wordt vertaald Voor het blok dat in figuur 2.5 is aangeduid als blok 1, is met de BOPA een verschuiving van drie grondgebonden woningen dichter naar de weg toegestaan. Hierdoor ontstaat achter de woningen een grotere achtertuin. Voor de blokken 2, 3 en 4 uit diezelfde figuur zijn voor de beneden-bovenwoningen diverse afwijkingen toegestaan van relatief beperkte omvang. Het gaat onder meer om goot- en bouwhoogten, overschrijdingen van het bouwvlak en dakhellingen. Nieuwe eindsituatie De wijzigingen ten opzichte van het oorspronkelijke stedenbouwkundig plan, zoals die in dit hoofdstuk beschreven zijn en in dit TAM-omgevingsplan mogelijk worden gemaakt, resulteren in de gewijzigde eindsituatie zoals weergegeven in figuur 2.6.
17/109
Figuur 2.6: stedenbouwkundig plan inclusief wijzigingen
2.3
Milieueffectrapportage
2.3.1
Algemeen
In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke activiteiten mer-(beoordelings)plichtig zijn. Activiteiten die zijn genoemd in kolom 1 zijn mer-plichtig als wordt voldaan aan de drempelwaarden uit kolom 2 en merbeoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3. In kolom 4 staat aangegeven bij welk besluit de mer(beoordelings)plicht geldt.
18/109
Voor mer-beoordelingsplichtige activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn m.e.r.). Samengevat zijn dit de kenmerken van een plan, de locatie van een plan en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten. De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W (artikel 16.45, lid 1 van de Omgevingswet). In die mededeling (de aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen (artikel 11.10 Ob). Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt die beoordeling op in de omgevingsvergunning (artikel 11.11 Ob). 2.3.2
Toetsing
Het voorliggende plan is conserverend van aard en voorziet slechts in enkele beperkte wijzigingen ten opzichte van het eerder vastgestelde bestemmingsplan. De beoogde ontwikkeling maakt geen extra bouwmassa mogelijk en brengt, ten opzichte van de vigerende planologische situatie. Er is derhalve geen sprake van een toename van milieudruk of van nieuwe ontwikkelingen met relevante milieueffecten. Gelet op de aard en omvang van de wijzigingen kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling niet valt onder een van de activiteiten als bedoeld in bijlage V van het Omgevingsbesluit, en dat het opstellen van een m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk is. Vormvrije m.e.r.-beoordeling bij bestemmingsplanprocedure In het kader van de bestemmingsplanprocedure uit 2022 (bestemmingsplan 'Dorpshart Zwartewaal') is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld, gedateerd op 28 juni 2022. Uit deze beoordeling blijkt dat de voorgenomen ontwikkelingen geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaken. De kenmerken van het project, de locatie en de potentiële milieueffecten zijn daarbij systematisch beoordeeld conform de criteria uit het Besluit milieueffectrapportage.
19/109
Hoofdstuk 3 3.1
Participatie en vooroverleg
Participatie
De gemeenteraad van de gemeente Voorne aan Zee heeft op 3 oktober 2023 een besluit genomen over het participatiebeleid. In de opvolgende jaren gaat de gemeente het participatiebeleid 'Samen aan zet' uitvoeren. Voor een wijziging van het omgevingsplan is participatie voor de gemeente verplicht. Voor andere initiatiefnemers is het wenselijk dat wordt aangegeven op welke manier er is geparticipeerd en wat dit heeft opgebracht. Voor het project Dorpshart Zwartewaal, heeft participatie reeds plaatsgevonden. Dit is nog voorafgaand aan het oorspronkelijke bestemmingsplan geweest. In 2016 is de visie Leefbaarheid Zwartewaal 2030 opgesteld. Daarin wordt ingezet op de leefbaarheid en vitaliteit van Zwartewaal met behoud van de eigen identiteit, het rijke verenigingsleven en de sociale betrokkenheid. In navolging op de genoemde visie is nadien via een participatieproces het plan Dorpshart gekozen, waarmee wordt ingezet op de vernieuwing van de bestaande voorzieningen (school, dorpshuis en sportzaal), woningbouw met uiteenlopende woningtypen en het toevoegen van kleinschalige, commerciële voorzieningen. In opnieuw een volgende fase is dat programma aan functies, vervolgens uitgewerkt in verschillende varianten.
Deze zijn beoordeeld door een klankbordgroep, bestaande uit vertegenwoordiging van bewoners en andere belanghebbenden, de ambtelijke afdeling van de gemeente Brielle, stedenbouwkundig adviesbureau Kuiper Compagnons (als partij die de varianten heeft opgesteld) en Stichting Dorp, Stad en Land. Dit heeft uiteindelijk geleid tot de voorkeursvariant die met het bestemmingsplan uit 2022 planologisch mogelijk is gemaakt en waarvan verschillende fasen reeds gerealiseerd of in voorbereiding zijn. Gelet op het uitvoerige participatieproces dat bij het oorspronkelijke plan reeds is doorlopen en gezien de beperkte aard en omvang van de nu mogelijk gemaakte wijzigingen (zie hoofdstuk 2), wordt geen nieuw c.q. extra participatieproces doorlopen voor dit TAM-omgevingsplan. Conform wettelijke bepalingen is het uiteraard wel mogelijk geweest voor een ieder om zienswijzen in te dienen in de periode dat het ontwerp-omgevingsplan was gepubliceerd. Tijdens deze periode, lopend van 18 december 2025 tot en met 28 januari 2026, zijn geen zienswijzen ontvangen. Bij de uitwerking en ontwikkeling van de resterende fasen van het project, worden door de ontwikkelaar wel informatiebijeenkomsten gehouden om de omgeving, belanghebbenden en geïnteresseerden te informeren over de uiteindelijke uitwerking en voortgang per fase.
3.2
Vooroverleg
In het kader van de te doorlopen procedure is het TAM-omgevingsplan voorgelegd aan overlegpartners. In deze paragraaf wordt beknopt weergegeven wat de strekking was van de reactie van de verschillende overlegpartners en hoe daar (zo nodig) in het TAM-omgevingsplan mee omgegaan is.
20/89
DCMR De DCMR geeft in haar reactie aan in te kunnen stemmen met vrijwel alle, door haar te beoordelen, (milieu)aspecten. Ten aanzien van geluid signaleert de DCMR dat er voor de 5 extra woningen een hogere waardenbesluit opgesteld en vastgesteld dient te worden, zoals reeds in deze motivering was benoemd. Dit besluit is opgesteld en als bijlage bij dit omgevingsplan gevoegd (bijlage 5) Ten aanzien van stikstof signaleert de DCMR dat er een nieuwe stikstofberekening nodig is, aangezien er tussentijds een nieuwe versie van de AERIUS Calculator beschikbaar is gekomen. Bij de ontwerpversie van dit TAM-omgevingsplan, is een nieuwe stikstofberekening opgenomen (bijlage 9). De reactie van de provincie geeft zodoende geen aanleiding het plan in ruimtelijke zin aan te passen of nadere regels op te nemen. Provincie Zuid-Holland De provincie richt zich in haar reactie op de parkeernorm bij sociale huurwoningen die de provinciale omgevingsverordening voorschrijft. Daarbij heeft zij per abuis de aanname gedaan dat het gehele plan (90 woningen) uit sociale huurwoningen bestaat. Naar aanleiding van de provinciale reactie, is paragraaf 5.10 van deze motivering aangepast. Hierin is nader toegelicht dat het TAM-omgevingsplan voor 85 van de 90 woningen de reeds bestaande, planologische mogelijkheden vastlegt. En dat daarnaast 5 extra woningen mogelijk worden gemaakt.
De gemeente kent eigen parkeerbeleid dat ook in parkeernormen voorziet. Het TAM-omgevingsplan voorziet in een regeling dat bij de realisatie en het gebruik van de nieuwbouw aan deze normen voldaan moet worden. Gezien de bepaling uit de provinciale omgevingsverordening waar de provincie in haar reactie op doelt, is toepassing van de provinciale parkeernorm in dat geval niet nodig. De reactie van de provincie geeft zodoende geen aanleiding het plan in ruimtelijke zin aan te passen of nadere regels op te nemen. VRR De VRR gaat in haar advies in op de mogelijkheden voor effectieve hulpverlening, de zelf- en samenredzaamheid van de aanwezigen en de continuïteit van de samenleving. Het advies is betrokken bij paragraaf 5.2 van deze motivering, over het aspect omgevingsveiligheid. De reactie van de VRR geeft geen aanleiding het plan in ruimtelijke zin aan te passen of nadere regels op te nemen. GGD Van de GGD heeft de gemeente een positieve reactie ontvangen, waarin zij aangeven geen inhoudelijke opmerkingen te hebben op het plan. Waterschap Hollandse Delta Van het Waterschap Hollandse Delta heeft de gemeente een positieve reactie ontvangen, waarin zij aangeven geen inhoudelijke opmerkingen te hebben op het plan.
21/89
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader en toetsing daaraan
Inleiding
Door de verschillende overheden is beleid geformuleerd ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Paragraaf 4.2.1 behandelt het Rijksbeleid. Het provinciaal beleid is opgenomen in paragraaf 4.3 Tot slot wordt in paragraaf 4.4 de beoogde ontwikkeling getoetst aan het gemeentelijk beleid.
4.2
Rijk
4.2.1 Nationale omgevingsvisie Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) wordt richting gegeven aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende 30 jaar ingrijpend zullen veranderen. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2.
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toetsing De beoogde ontwikkeling voldoet aan het rijksbeleid, omdat de herontwikkeling van het Dorpshart in Zwartewaal erin resulteert dat het woningaanbod wordt uitgebreid. Dit sluit aan bij de visie van de NOVI om te sturen op sterke en gezonde steden en regio's en het duurzaam economisch groeipotentieel van woongebieden. Daarnaast houdt het project rekening met de kenmerken en identiteit van het gebied en voorziet in een kwalitatieve versterking van de bestaande dorpskern. Daarmee draagt het plan bij aan een toekomstbestendige
22/89
leefomgeving, zonder afwenteling naar toekomstige generaties.
4.3
Provincie
4.3.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerde versie 1 april 2023) De Omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie Zuid-Holland. Het beleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn, welke regels daarbij gelden en welke inspanningen de provincie daarvoor levert. De provincie heeft zeven vernieuwingsambities vastgelegd. Met deze zeven ambities maakt de provincie ruimte voor belangrijke ontwikkelingen rond participatie, bereikbaarheid, energie, economie, natuur, woningbouw en gezondheid en veiligheid. De zeven ambities zijn: 1. Samen werken aan Zuid-Holland 2. Bereikbaar Zuid-Holland 3. Schone energie voor iedereen 4. Een concurrerend Zuid-Holland 5. Versterken natuur in Zuid-Holland 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland 7. Gezond en veilig Zuid-Holland Voor voorliggende ontwikkeling is vooral de uitwerking van de ambitie 'sterke steden en dorpen in Zuid-Holland' van toepassing. Hieronder wordt beschreven hoe de provincie invulling geeft aan deze ambitie. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland Zuid-Holland staat voor de uitdaging om in het komende decennium 200.000 woningen te bouwen, een toename van meer dan 10% van de huidige woningvoorraad.
De focus ligt daarbij op het creëren van een evenwichtige woningvoorraad, met voldoende woningen van de juiste kwaliteit op geschikte locaties. Toetsing en conclusie De voorgenomen ontwikkeling in het Dorpshart van Zwartewaal sluit aan bij het provinciale beleid zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie Zuid-Holland. In het bijzonder draagt het plan bij aan de ambitie 'Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland'. De provincie wil zorgen voor meer woningen van goede kwaliteit op plekken die daarvoor geschikt zijn. Door in de bestaande dorpskern woningen toe te voegen en slim om te gaan met de ruimte, sluit de ontwikkeling goed aan bij dat streven. De ontwikkeling draagt bij aan de provinciale opgave om de woningvoorraad uit te breiden. De ontwikkeling past binnen het provinciale beleid.
23/89
4.4
Gemeente Voorne aan Zee
4.4.1 Omgevingsvisie Voorne aan Zee 2040 De gemeente Voorne aan Zee heeft op 17 april 2025 de Omgevingsvisie Voorne aan Zee vastgesteld. De Omgevingsvisie Voorne aan Zee beschrijft een langetermijnvisie voor de leefomgeving op hoofdlijnen. De visie bevat veel thema's die allemaal betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zoals bijvoorbeeld klimaat, energie, natuur en landschap, gezondheid, mobiliteit, recreatie, bedrijvigheid, wonen en maatschappelijke voorzieningen. Ook de relaties tussen deze thema's met het sociale domein worden beschreven. In de visie heeft de gemeente negen centrale thematische opgaven uitgewerkt. Dit zijn de volgende opgaven: 1. Passend wonen voor iedereen; 2. Sociaal en leefbaar; 3. Gezond en veilig; 4. Natuurlijk; 5. Duurzaam en klimaatbestendig; 6. Cultureel en beleefbaar; 7. Recreatief en toeristisch; 8. Ondernemend; en 9. Bereikbaar. Voor voorliggende ontwikkeling is de uitwerking van de thematische opgave 'passend voor iedereen' relevant. In de uitwerking van deze opgave is de gemeente onder andere tot de volgende standpunten gekomen: De gemeente heeft een focus op transformatie en verdichting. Bouwen binnen bestaand stedelijk gebied (transformatie en verdichting) en eventueel in de stads- en dorpsranden heeft de prioriteit. De gemeente zet in op kwantitatieve woningbouw.
De gemeente Voorne aan Zee bouwt tot 2030 4.600 woningen conform de gesloten Woondeal. Daarnaast biedt de omgevingsvisie een gedegen gebiedsindeling met gebiedsgerichte uitwerking. De beoogde ontwikkeling bevindt zich in het polderdorp 'Zwartewaal'. In de omgevingsvisie wordt beschreven dat voor dit dorp reeds de Leefbaarheidsvisie Zwartewaal 2030 is vastgesteld. De volgende visie is toen vastgelegd (2016); ‘Zwartewaal is in 2030 een aantrekkelijk dorp, waarin het aangenaam wonen is, haar inwoners actief deel uitmaken van het maatschappelijk leven en bezoekers graag vertoeven.’ Belangrijke benoemde opgaven betreffen: 1. Versterken van het recreatief routenetwerk; 2. Opstellen van een integrale gebiedsvisie Christinalaan en omgeving; 3. Werken aan een toekomstbestendige Gaffelaar en basisschool; 4. Actief ondersteunen van initiatieven, vrijwilligers en verenigingen; 5. Opwaarderen van het historisch centrum; 6. Onderzoeken potentie Plas van Heenvliet; 7. Opwaarderen van de dorpsentree; 8. Opstellen van een integrale aanpak ten aanzien van parkeren; 9. Onderzoeken en agenderen van de mogelijkheid van een tweede ontsluiting.
24/89
Toetsing en conclusie De beoogde ontwikkeling voorziet in het toevoegen van woningen, daar waar oorspronkelijk commerciële voorzieningen waren beoogd. Daarnaast wordt voor een aantal bouwblokken - met behoud van het oorspronkelijke aantal woningen - de situering en bouwmogelijkheden op onderdelen gewijzigd. Hiermee draagt de ontwikkeling bij aan de woningbouwopgave in de gemeente. De planlocatie is gelegen binnen het bestaande stads- en dorpsgebied. Op deze punten is de ontwikkeling in lijn met de uitgangspunten van de omgevingsvisie. Figuur 4.1 toont aan dat de planlocatie (aangeduid met rood vlak) zal fungeren als het nieuwe dorpshart van Zwartewaal. De gemeente streeft naar een sociaal en leefbare woonomgeving, wat uitstekend aansluit aan dit streven. Aansluitend op de Leefbaarheidsvisie Zwartewaal 2030, die als gebiedsgerichte uitwerking in de omgevingsvisie wordt meegenomen, versterkt deze ontwikkeling het woon- en leefklimaat in het dorpshart. Daarmee ondersteunt de ontwikkeling de opgaven en ambities van de Omgevingsvisie Voorne aan Zee 2040, in het bijzonder op het gebied van woningbouw en leefbaarheid. Het plan past binnen de gebiedsgerichte visie op Zwartewaal en sluit aan bij de gemeentelijke focus op binnenstedelijke verdichting en passende woningbouw.
Figuur 4.1: Omgevingsvisie Voorne aan Zee (Bron: Omgevingsvisie Voorne aan Zee) De beoogde ontwikkeling past binnen het beleid van de Omgevingsvisie Voorne aan Zee.
25/89
4.5
Waterbeheerprogramma 2022-2027
Het waterschap Hollandse Delta beschikt over het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (vastgesteld 10 november 2021). In het Waterbeheerprogramma (WBP) beschrijft het waterschap de doelen die zij tijdens de planperiode 2022-2027 wil bereiken voor de primaire taken waterveiligheid, watersysteem en waterketen. Het waterschap zet in op toekomstbestendig waterbeheer. Het zet zich in om verdere klimaatverandering tegen te gaan en de omgeving tijdig aan te passen aan nieuwe omstandigheden. Dit doet het waterschap door zelf haar eigen werkzaamheden zoveel mogelijk klimaatneutraal uit te voeren, gebieden klimaatbestendig en waterrobuust in te richten en door vergroening en biodiversiteit te stimuleren. Het waterschap beschrijft drie ambities voor het waterbeheer: 1. Het beschermen en verbeteren van waterveiligheid Het waterschap biedt blijvende bescherming tegen overstromingen voor de burgers in haar gebied. Dit gebeurt robuust waar het moet, natuurlijk waar het kan en slim waar het loont. Het waterschap realiseert meerwaarde waar dat mogelijk is, maar doet hierbij geen concessies aan de veiligheid. 2. Het bieden van voldoende en schoon water Het waterschap zorgt voor genoeg water; niet te veel en niet te weinig. Ook zorgt het waterschap voor gezond water, dat bruist van leven. Water verbindt en is van meerwaarde voor natuur en mens, voor stad en platteland. 3.
Het beschermen en verbeteren van de waterketen. Het waterschap draagt samen met de omgeving bij aan een circulaire waterketen met als doel een gezonde en duurzame leefomgeving. Toetsing en conclusie Het waterbeheerprogramma geeft sturing aan grote ontwikkelingen in het gebied. Voorliggende ontwikkeling is relatief klein. Hiermee ligt de ontwikkeling in lijn met de uitgangspunten van het waterbeheerprogramma.
26/89
Hoofdstuk 5 5.1
Beoordelingsregels waaronder instructieregels
Inleiding
Voor het beoordelen van de ontwikkeling in voorliggend wijzigingsbesluit gelden verschillende beoordelingsregels. In dit hoofdstuk worden (onder andere) de instructieregels van het Rijk en de provincie behandeld. De instructieregels van het Rijk staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In het Bkl staan instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De instructieregels gaan over: Waarborgen van de veiligheid; Beschermen van de waterbelangen; Beschermen van de gezondheid en van het milieu; Kwaliteit van de buitenlucht; Geluid door activiteiten; Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen; Bodemkwaliteit; Geur; Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed; Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; Groepsrisicobenadering; Toelaten van een bouwactiviteit op een grondwatergevoelige locatie; Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen; Ruimtelijke kwaliteit; De instructieregels van de provincie staan in de omgevingsverordening. In de tabel in bijlage 1 zijn alle instructieregels geanalyseerd en is aangegeven welke artikelen voor de ontwikkeling relevant zijn. In de paragrafen 5.2 tot en met 5.9 zijn de relevante instructieregels en de daarbij behorende omgevingsaspecten en andere thema's uitgewerkt.
Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat geen instructieregels met betrekking tot een aantal (ruimtelijk) relevante aspecten. Echter, bij het toelaten van een nieuwe ontwikkeling dient met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wel aandacht aan deze aspecten te worden besteed. Met het oog op de beoogde wijziging die in dit TAM-omgevingsplan is voorzien, zijn dat de aspecten mobiliteit en ecologie (soorten- en gebiedsbescherming). In de paragrafen 5.10 tot en met 5.12 wordt ingegaan op deze aspecten in relatie tot de ontwikkeling. Voor het opstellen van het voorliggende omgevingsplan is gebruikgemaakt van de toelichtingen op de milieuaspecten zoals opgenomen in het bestemmingsplan “Dorpshart Zwartewaal”. De daarin opgenomen bevindingen, analyses en conclusies zijn – voor zover relevant – als uitgangspunt genomen bij het onderhavige plan. Deze toelichtingen zijn beoordeeld op actualiteit en juridische houdbaarheid. Waar mogelijk zijn ze geactualiseerd, en waar nodig is de onderbouwing volledig herschreven, met inachtneming van de toepasselijke beoordelingskaders onder de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
27/89
5.2
Waarborgen van de veiligheid
5.2.1 Algemeen Besluit kwaliteit leefomgeving Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat in paragraaf 5.1.2. instructieregels voor het waarborgen van de veiligheid. Op basis van artikel 5.2 van het Bkl wordt in een omgevingsplan voor risico’s van branden, rampen en crises als bedoeld in artikel 10, onder a en b, van de Wet veiligheidsregio’s, rekening gehouden met het belang van: het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan; de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en de geneeskundige hulpverlening, bedoeld in artikel 1 van die wet. Omgevingsverordening Zuid-Holland In de omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland is in artikel 7.18 een specifieke instructieregel opgenomen ten behoeve van het waarborgen van de veiligheid. Artikel 7.18 (groepsrisicobenadering aandachtsgebieden met verhoogd groepsrisico) 1. In aanvulling op artikel 5.15, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, worden voor een aandachtsgebied met verhoogd groepsrisico de volgende overwegingen betrokken in het omgevingsplan: a. mogelijkheden om de ruimtelijke ontwikkeling plaats te laten vinden buiten het aandachtsgebied; b. alternatieven met een lager groepsrisico; c. waardering van al bestaande bescherming, waaronder: 1°. in de wet- en regelgeving voorgeschreven basisvoorzieningen; 2°.
andere in het verleden getroffen maatregelen die gedeeltelijk of geheel bescherming bieden; d. mogelijkheden tot aanvullende bescherming, waaronder: 1°. binnen het aandachtsgebied afstand houden tot de risicobron; 2°. aanvullende risicocommunicatie; 3°. beperking van personendichtheden in de omgeving van de risicobron; 4°. vlucht- en schuilmogelijkheden binnen het aandachtsgebied; 5°. treffen van omgevingsmaatregelen tussen de risicobron en bebouwde omgeving; 6°. aanvullende bouwmaatregelen; e. mogelijkheden om aan de risicobron maatregelen te treffen; f. door de veiligheidsregio geadviseerde maatregelen op het gebied van hulpverlening, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid; g. de aanwijzing van een brandaandachtsgebied en explosieaandachtsgebied als brandvoorschriftengebied respectievelijk explosievoorschriftengebied als bedoeld in artikel 5.14 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 2. Bij het opstellen of wijzigen van het omgevingsplan wordt gemotiveerd op welke wijze de onderdelen, bedoeld in het eerste lid, zijn betrokken.
28/89
5.2.2 Beoordeling en conclusie De ontwikkeling is relevant voor omgevingsveiligheid, omdat het plan voorziet in het toelaten van woningen. Woningen zijn gedefinieerd als kwetsbare gebouwen als bedoeld in Bijlage VI bij het Bkl. Binnen de planlocatie worden geen activiteiten mogelijk gemaakt met een extern veiligheidsrisico. Aan de hand van de kaarten en gegevens van het register externe veiligheid (REV) zijn de aandachtsgebieden en plaatsgebonden risicocontouren nabij de plan locatie onderzocht. Zie onderstaande uitsnede.
Figuur 5.2.2.1 Uitsnede PAV-kaart, planlocatie in blauw aangegeven (REV,2025) Gifwolkaandachtsgebieden De locatie ligt binnen gifwolkaandachtsgebieden van meerdere bedrijven vanuit Europoort (Waalhaven Botlek Terminal B.V., Huntsman Holland B.V., CLdN RoRo Agencies NV. en Reym Rotterdam). Binnen aandachtsgebieden moet de gemeente in het omgevingsplan rekening houden met het groepsrisico (artikel 5.15 van het Bkl). Hierbij gaat het om de kans per jaar dat tien of meer personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een aandachtsgebied. Het RIVM heeft het handboek omgevingsveiligheid opgesteld met daarin een stappenplan besluitvorming groepsrisico. Dit stappenplan licht toe welke stappen het bevoegd gezag kan nemen in het bestuurlijke afwegingsproces om mens en milieu binnen aandachtsgebieden te beschermen en geeft daarmee invulling aan lid 2 van artikel 5.15, onderstaand loopt deze stappen langs. Afstand houden van het aandachtsgebied Het is niet mogelijk de beoogde ontwikkeling buiten het aandachtsgebied te plaatsen. Het verminderen van het aantal aanwezige personen is niet wenselijk vanuit stedenbouwkundige en financieel economische overwegingen. Aanpassing aan de plaatsing van het pand binnen de plangrenzen zal geen effect hebben op het verminderen van het groepsrisico.
29/89
Waarderen al bestaande bescherming De gifwolkaandachstgebieden zijn omvangrijk en de planlocatie ligt aan de rand van het gifwolkaandachtsgebieden. De wet- en regelgeving voorgeschreven basisvoorzieningen, o.a. de organisatie van hulpdiensten en risicocommunicatie (artikel 46 Wet veiligheidsregio's), zijn al op orde. Overwegen aanvullende bescherming Conform het Bbl bestaat de verplichting tot mechanische ventilatie en dient een mechanisch ventilatiesysteem standaard te beschikken over een voorziening waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld (artikel 4.124 Bbl). Bij het ontwerp van de nieuwbouw is hier dan ook nadrukkelijk rekening mee gehouden. Bij mechanische ventilatie heeft het de voorkeur dat deze in de meterkast kan worden uitgezet. Hiermee is langdurig verblijf inpandig bij een toxische wolk mogelijk. De aanbeveling luidt om woningen te voorzien van mechanische ventilatie zodat de luchttoevoer bij een toxische wolk kan worden geminimaliseerd. De standaard risicocommunicatie (artikel 46 Wet veiligheidsregio's) biedt mensen in een aandachtsgebied onvoldoende bescherming tegen de gevaren van brand, explosie en gifwolk. Door actief te communiceren over risico's zal de zelfredzaamheid namelijk worden vergroot. Het advies luidt op een communicatieplan op te stellen met deskundigen op dit gebied (brandweer en veiligheidsregio).
In dit plan kan dan worden vastgelegd met wie, op welke wijze en met welke frequentie over de risico's wordt gecommuniceerd. Bij het sluiten van een huur-/koopcontract kunnen bewoners op de (externe) veiligheidsrisico's gewezen worden. Er kan informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming en bestrijding van incidenten en over de daarbij te volgen gedragslijn. De veiligheidsregio legt belang bij de constructie van het gebouw; construeer het gebouw zodanig dat bij een toxische wolk de mogelijkheden tot zelfredzaamheid van aanwezigen verbeterd worden (conform artikel 4.124 lid 4 van het Bbl). Als deuren, ramen en ventilatieopeningen afsluitbaar zijn en het luchtverversingssysteem uitgeschakeld kan worden is een gebouw geschikt om enkele uren in te schuilen. Voorgaande stappen tonen dat het groepsrisico voldoende is verantwoord. De genoemde maatregelen kunnen de omvang en effecten van mogelijke incidenten reduceren tot een omvang die beter beheersbaar wordt geacht. Aanvullende (bouw)maatregelen of planregels worden niet noodzakelijk geacht.
Overige aandachtsgebieden en PR-contouren Uit de kaarten en gegevens van de REV blijkt dat de locatie zich niet binnen de contouren van het plaatsgebonden risico of de aandachtsgebieden (brand- en explosieaandachtsgebieden) van activiteiten met een extern veiligheidsrisico bevindt, zoals de opslag, productie, het gebruik of vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook ligt de locatie niet in een belemmeringengebied van een buisleiding voor het transport van gevaarlijke stoffen. Met deze wijziging van het omgevingsplan worden geen risicovolle activiteiten gerealiseerd. Gelet hierop zijn de instructieregels in § 5.1.2.2 e.v. van het Bkl niet van toepassing. Verder bevindt de planlocatie zich niet in een van de aandachtsgebieden van de niet-basisnetwegen zoals bepaald in artikel 7.3.2.4. van de provinciale omgevingsverordening Zuid-Holland. De Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) is in de gelegenheid gesteld om op het plan te reageren. In het advies zijn de volgende maatregelen en adviezen opgenomen:
30/89
Omgevingsmaatregelen: De VRR adviseert rondom de te realiseren gebouwen nabij "Dorpshart Zwartewaal" zorg te dragen voor toereikende bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen zodat hulpdiensten bij een incident adequaat kunnen optreden. De regionaal vastgestelde 'Handleiding advies bluswater en bereikbaarheid VRR' biedt mogelijkheden om daar invulling aan te geven; Installatietechnische maatregelen: Construeer het gebouw zodanig dat bij een toxische wolk de mogelijkheden tot zelfredzaamheid van aanwezigen verbeterd worden (conform artikel 4.124 lid 4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving). Als deuren, ramen en ventilatieopeningen afsluitbaar zijn en het luchtverversingssysteem uitgeschakeld kan worden is een gebouw geschikt om enkele uren in te schuilen. Organisatorische maatregelen: Draag zorg voor een goede voorlichting en instructie van de aanwezige personen zodat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit. Bij het sluiten van een huur-/koopcontract kunnen bewoners op de (externe) veiligheidsrisico's gewezen worden. Er kan informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming en bestrijding van incidenten en over de daarbij te volgen gedragslijn. Op de website www.rijnmondveilig.nl vindt u meer informatie over wat te doen in geval van een incident.
Bij de verdere uitwerking van de plannen en de te verlenen omgevingsvergunningingen zal rekening worden gehouden met en invulling worden gegeven aan deze maatregelen en adviezen. Conclusie De beoogde ontwikkeling is in overeenstemming met de instructieregel van het Bkl, omdat uit de beoordeling blijkt dat de veiligheid op de planlocatie is gewaarborgd. Er hoeven geen aanvullende regels te worden opgenomen om te voldoen aan de instructieregels en ETFAL.
5.3
Beschermen van de waterbelangen
5.3.1 Algemeen Besluit kwaliteit leefomgeving Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat in paragraaf 5.1.3 instructieregels voor het beschermen van de waterbelangen. In een plan wordt rekening gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Daarbij worden, voor een duiding van die gevolgen, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken (artikel 5.37, eerste lid, van het Bkl). Omgevingsverordening Zuid-Holland In de omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland zijn in paragraaf 7.3.6a instructieregels opgenomen met betrekking tot toekomstbestendig bouwen en ontwikkelingen. Uit deze paragraaf is artikel 7.41a van toepassing op de ontwikkeling. Artikel 7.41a (risico’s van klimaatverandering) In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met de risico’s van klimaatverandering, waaronder in ieder geval de te verwachten gevolgen van: wateroverlast door overvloedige neerslag; overstroming; hitte;
31/89
droogte; alsmede de effecten van de gevolgen op het risico van bodemdaling. Voor zover risico’s aan de orde zijn wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, of het gericht aanvaarden van deze risico’s. 5.3.2 Toetsing Het voorliggende omgevingsplan is grotendeels conserverend van aard en zal de ontwikkeling van het bestemmingsplan Dorpshart Zwartewaal (16-11-2022) omvatten. Dit TAM-omgevingsplan voorziet daarnaast in het opheffen van (nog niet gebruikte) planologische mogelijkheden voor commerciële voorzieningen. Ter plaatse worden nu 5 extra woningen voorzien. Ook zijn een aantal reeds beoogde bouwblokken marginaal verschoven. Hiervan is de omvang niet noemenswaardig gewijzigd. Deze wijzigingen hebben geen invloed op de waterhuishoudkundige situatie zoals beschreven in het bestemmingsplan Dorpshart Zwartewaal. Huidige situatie Het plangebied bestaat momenteel uit enkele maatschappelijke functies en is grotendeels onbebouwd. Bodem en grondwater Het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Vanwege de ligging in de bebouwde kom is het plangebied niet gekarteerd op de Bodemkaart van Nederland. Ten noorden van het plangebied bestaat de grond uit zavel met homogeen profiel. Met betrekking tot grondwater is ten zuidwesten van het plangebied sprake van grondwater VI.
Dit betekent dat de hoogste gemiddelde grondwaterstand (GHG) schommelt tussen 40 en 80 centimeter onder maaiveld. De gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) ligt op 120 centimeter onder maaiveld. Het maaiveld ligt op circa 0,9 meter NAP. Waterkwantiteit Conform de Legger van het Waterschap Hollandse Delta zijn in het plangebied hoofdwatergangen en overige wateren aanwezig (figuur 5.3.1). De beschermingszone van een hoofdwatergang betreft 5 meter en 1 meter voor overige wateren. Binnen deze beschermingszones gelden conform de Keur van het Waterschap Hollandse Delta beperkingen voor bouwen en aanleggen ter bescherming van en om onderhoud aan de watergang mogelijk te houden.
32/89
Figuur 5.3.1 Uitsnede Legger Oppervlaktewateren Waterschap Hollandse Delta Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied. Veiligheid en waterkeringen Ten oosten van het plangebied bevindt zich een beschermingszone van een waterkering, zie figuur 5.6.2. De beschermingszone valt niet in het plangebied. Afvalwaterketen en riolering Het bestaande gebouw is aangesloten op het gemeentelijke gemengde rioolstelsel. Gevolgen klimaat verandering Klimaatadaptatie richt zich op het verminderen van de gevolgen van klimaatverandering, zoals extreme neerslag, hittestress, droogte en overstromingen. Aan de hand van kaarten en gegevens van de klimaateffectatlas blijkt dat de locatie een matig stedelijk hitte-eiland-effect kent van 0.2 tot 0.4 Celsius. Bij extreme neerslag kan er sprake zijn van wateroverlast ten zuiden van het plangebied met een waterdiepte van 20-30 cm. Het plaatsgebonden overstromingsrisico is getypeerd als zeer klein, met een zeer kleine kans van 1/3.000 tot 1/30.000 per jaar.
Op basis van de kaarten van de klimaateffectatlas kan gesteld worden dat er geen sprake is van bodemdaling of droogtestress binnen de planlocatie. Toekomstige situatie Bodem en grondwater
33/89
De voorgenomen ontwikkeling heeft geen gevolgen voor bodem en grondwater. Waterkwantiteit In het kader van het oorspronkelijke bestemmingsplan Dorpshart Zwartewaal (2022) is de toename aan verharding berekend en de mate van compensatie die daarvoor nodig is. Een belangrijk deel van de watercompensatie vindt reeds plaats binnen het project, door een uitbreiding van de waterstructuur. De wijzigingen die nu met dit TAM-omgevingsplan mogelijk worden gemaakt, laten die uitgebreide waterstructuur ongemoeid, zodat compensatie in dezelfde mate plaatsvindt. Behalve binnen het plangebied, bleek er bij het bestemmingsplan uit 2022 ook 343 m2 aan watercompenatie buiten het plangebied nodig. De watervergunning voor het aanleggen van deze watercompensatie is in de tussentijd vergund en inmiddels ook al deels aangelegd. Het resterende deel wordt op basis van deze vergunning nog verder aangelegd. Waarbij opgemerkt wordt, dat bij het aanvragen van deze watervergunning, reeds rekening is gehouden met de nieuwe inrichting zoals die met dit TAM-omgevingsplan is voorzien. De wijzigingen die met dit TAM-omgevingsplan mogelijk worden gemaakt, bestaan als gezegd uit 5 extra woningen ter vervanging van eerder beoogde commerciële voorzieningen, en om relatief beperkte aanpassingen in de situering en het ontwerp van een aantal bouwblokken.
Deze aanpassingen leiden niet tot noemenswaardige wijzigingen in de oorspronkelijke berekeningen van de toename aan verharding. Om die reden wordt volstaan met de reeds beoogde watercompensatie, die deels binnen het project en deels daarbuiten wordt gerealiseerd. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Veiligheid en waterkeringen De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Klimaatadaptatie De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een verslechtering van de huidige situatie op het gebied van hittestress, wateroverlast, overstromingskans of droogteproblematiek. Wel kunnen bij de bouw diverse klimaatadaptieve maatregelen worden overwogen om droogte en bodemdaling te beperken. Essentieel hierbij is goed waterbeheer, zoals regenwateropslag, infiltratievoorzieningen en waterdoorlatende bestrating. Groene daken en gevels dragen bij aan waterbuffering en verminderen hittestress. Daarnaast kunnen waterbesparende installaties en een grijswatersysteem bijdragen aan duurzaam watergebruik. Deze maatregelen zorgen voor een toekomstbestendige en klimaatrobuuste ontwikkeling.
Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt.
34/89
Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting, infiltratie van afstromend hemelwater, afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI.
5.3.3 Conclusie Gelet op de toetsing en beschrijving in deze paragraaf, is het waterbelang conform de genoemde instructieregels uit Bkl betrokken bij de totstandkoming van dit plan. Ook de provinciale instructieregels ten aanzien van klimaatverandering zijn toegepast. Geconcludeerd wordt dat deze de uitvoering van het plan niet in de weg staan.
5.4
Kwaliteit van de buitenlucht
5.4.1 Algemeen Besluit kwaliteit leefomgeving Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat in paragraaf 5.1.4.1 instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht. In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu dient rekening te worden gehouden met de kwaliteit van de buitenlucht. Bij het toelaten van een nieuwe ontwikkeling moet in een aantal situaties worden getoetst aan omgevingswaarden voor lucht. In een beperkt aantal gevallen is onderzoek nodig. Onderzoek is niet nodig als de activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit is het geval als activiteiten leiden tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel stikstofdioxide als PM10 van 1,2 µg/m³ of minder. Daarnaast zijn in artikel 5.54 Bkl standaardactiviteiten genoemd die niet in betekenende mate bijdragen. Het gaat onder andere om het toelaten van gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, met: 1. één ontsluitingsweg: ten hoogste 1.500 woningen; of 2. twee ontsluitingswegen: ten hoogste 3.000 woningen. In het kader van ETFAL met betrekking tot het beschermen van de gezondheid is de luchtkwaliteit ter plaatse wel beoordeeld op aanvaardbaarheid bij de toe te laten activiteit.