CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Twee Getuigen Toelichting Bijlage 19 Nota Zienswijzen

Commissie Ruimte 14 september 2023, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Twee Getuigen - Kloosterbos.11.121 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan ‘Twee Getuigen – Kloosterbos’ Nota zienswijzen (versie 7 juli 2023) Vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Voorne aan Zee

7 juli 2023

Algemene gegevens Naam auteur(s)

Gemeente Voorne aan Zee

Naam opdrachtgever(s)

Gemeente Voorne aan Zee

Adres

Oostzanddijk 26 3220 AA, Hellevoetsluis Postbus 13

E-mail

7 juli 2023

gemeente@voorneaanzee.nl

Bestemmingsplan ‘Twee getuigen – Kloosterbos’ Nota zienswijzen beantwoording

2

Inhoud Algemene gegevens ........................................................................................................................................................... 2 Inhoud .................................................................................................................................................................................. 3 Inleiding ............................................................................................................................................................................... 4 Voorgeschiedenis........................................................................................................................................................... 4 Gevolgde zienswijzenprocedure ..................................................................................................................................... 4 Zienswijzen .......................................................................................................................................................................... 5 Ontvangen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan .........................................................................................................

5 Zienswijze 1 ................................................................................................................................................................... 5 Zienswijze 2 ................................................................................................................................................................. 17 Zienswijze 3 ................................................................................................................................................................. 19 Zienswijze Hogere Waardenbesluit – indiener 1 ........................................................................................................... 20 Aanpassingen bestemmingsplan ..................................................................................................................................... 21

7 juli 2023

Bestemmingsplan ‘Twee getuigen – Kloosterbos’ Nota zienswijzen beantwoording

3

Inleiding Voorgeschiedenis Voorontwerpbestemmingsplan (afgerond) Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brielle heeft op 15 december 2021 bekend gemaakt dat het voorontwerpbestemmingsplan 'Twee Getuigen - Kloosterbos' (NL.IMRO.0501.TweeGetuigenKloost-0101) werd vrijgegeven voor inspraak. Het voorontwerpbestemmingplan inclusief bijbehorende stukken hebben van vrijdag 17 december 2021 tot en met donderdag 27 januari 2022 ter inzage gelegen. Gelijktijdig heeft ook het wettelijk vooroverleg (3.1.1. Bro) plaatsgevonden. De Nota inspraakreacties en vooroverleg is toegevoegd aan het vast te stellen bestemmingsplan als bijlage 15. Naast het ter inzage liggen van het voorontwerpbestemmingsplan, vond de eerste fysieke informatieavond (georganiseerd door de initiatiefnemer) voor omwonenden plaats op 6 oktober 2020, op maandag 20 december 2021 heeft er een digitale informatieavond over het voorontwerpbestemmingsplan (en het onderliggende bouwplan) plaats gevonden. Tijdens deze avonden is een toelichting op het plan gegeven, is uitleg gegeven over de procedure en is gelegenheid geweest tot het stellen van vragen. Ook was het mogelijk om tijdens deze laatste informatieavond vragen te stellen aan de initiatiefnemer. Na afloop van de informatieavond heeft de initiatiefnemer contact gehad met enkele deelnemers om aanvullende vragen te beantwoorden.

Plangebied en beoogde ontwikkeling Het bestemmingsplan ‘Twee Getuigen-Kloosterbos’ maakt het realiseren van 84 woningen mogelijk in twee deelgebieden aan De Rik. Deelgebied 1, het Kloosterbos, is gelegen naast de Bedevaartkerk en is een momenteel met bomen omsloten grasveld met hier en daar een opening in het groen. Op deze locatie worden 21 woningen gerealiseerd. Het woonprogramma bestaat uit 12 aaneengeschakelde woningen in twee blokken van zes, 6 aaneengeschakelde woningen in twee blokken van drie, 1 paar twee-onder-één-kap woningen en 1 vrijstaande woning. Deelgebied 2, Twee Getuigen, is gelegen aan de overzijde van de doorgaande weg De Rik. De huidige woning, woonwagenstandplaatsen en schuren worden gesloopt. Het voormalige café De Twee Getuigen met woonhuis is na een brand reeds gesloopt. Hier worden 63 woningen gerealiseerd. Het woonprogramma bestaat uit 30 aaneengeschakelde woningen, 18 sociale aaneengeschakelde en gestapelde woningen, 14 twee-onder-één-kapwoningen en 1 vrijstaande woning. De huidige bestemmingen in het vigerende bestemmingsplan zijn toegesneden op de bestaande functies in het gebied en niet passend voor de nieuwe ontwikkeling, waardoor een bestemmingsplanprocedure noodzakelijk is.

Gevolgde zienswijzenprocedure Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brielle heeft op 30 augustus 2022 bekend gemaakt dat het ontwerpbestemmingsplan 'Twee Getuigen - Kloosterbos' (NL.IMRO.0501.TweeGetuigenKloost-0120) werd vrijgegeven voor de zienswijzen termijn. Het ontwerpbestemmingplan inclusief de bijbehorende stukken (waaronder het ontwerp Hogere Waardenbesluit) hebben van vrijdag 2 september tot en met donderdag 13 oktober 2022 ter inzage gelegen. Gedurende de periode van zes weken, zoals hiervoor genoemd, kon een ieder schriftelijk of mondeling zijn of haar zienswijze omtrent het ontwerpbestemmingsplan kenbaar maken. De gemeente heeft uiteindelijk 3 unieke zienswijzen ontvangen op het ontwerpbestemmingsplan en 1 zienswijze op het ontwerp Hogere waardenbesluit. In hoofdstuk 2 worden allereerst de zienswijzen (paragraaf 2.1) op het ontwerpbestemmingsplan behandeld en voorzien van een inhoudelijke reactie. In paragraaf 2.2. wordt de zienswijze op het ontwerp Hogere waardenbesluit behandeld en voorzien van een inhoudelijke reactie.

7 juli 2023

Bestemmingsplan ‘Twee getuigen – Kloosterbos’ Nota zienswijzen beantwoording

4

Zienswijzen Ontvangen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Van de volgende (rechts)personen zijn zienswijzen ontvangen. De NAW-gegevens van natuurlijke personen zijn vanwege de landelijke AVG-wetgeving weggelaten.

Naam en adres

Datum ontvangst

Indiener 1

11 oktober 2022

Indiener 2

12 oktober 2022

Bedevaartsoord HH. Martelaren van Gorcum

13 oktober 2022

Alle ingediende zienswijzen zijn binnen de daarvoor gestelde termijn ontvangen en worden daarom inhoudelijk behandeld.

Zienswijze 1 1.1. Indiener heeft een voorkeur om deelgebied 1 te ontsluiten via de Rik. Indiener ziet graag een volledige onderbouwing (o.a. draaicirkels en veiligheid) van de beoogde ontsluiting op de Mgr. Smitstraat op basis van de geldende wet- en regelgeving. Indiener stelt tevens dat de in-en uitrit niet veilig gebruikt kan worden door vrachtwagens. Indiener wenst een volledige onderbouwing o.b.v. wet- en regelgeving voor een ontsluiting van deelgebied 1 op De Rik. Deze onderbouwing moet volgens indiener uitgaan van de volgende uitgangspunten (zoals opgesomd vanaf 1.1.1).

Met de vaststelling van de structuurvisie in 2009 is reeds voorzien dat de ontsluiting van de nieuwe woonwijk zou kunnen gaan plaatsvinden op de Mgr. Smitstraat. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan dient de gemeenteraad aan te tonen dat de ontsluiting passend is en voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. De zienswijze van indiener wordt puntsgewijs voorzien van een reactie, ter onderbouwing van ruimtelijke redenen waarop de gemeenteraad haar besluit heeft genomen voor een ontsluiting via de Mgr. Smitstraat.

1.1.1.

Waarom geen snelheidsverlaging op De Rik naar 30 km/h, zeker omdat het deel van De Rik waarop wordt ontsloten al een 30 km/h weg is. De Rik is een belangrijke gebiedsontsluitingsweg voor de kern van Brielle. De Rik kent een maximale snelheid van 50 km/uur. De gemeente heeft recent verkend wat de toekomstige wegfunctie van de Rik moet zijn. Het college van de (voormalige) gemeente Brielle heeft op 15 november 2022 besloten om De Rik als 50 km/uur gebiedsontsluitingsweg te behouden. Belangrijk uitgangspunt om het snelheidsregime te behouden is de scheiding van langzaam en gemotoriseerd verkeer en het beperken van in- en uitritten. Ten slotte wordt opgemerkt dat een bestemmingsplan nooit toeziet op snelheid regimes van wegen, daar neemt de gemeente separate besluiten over. Voor een volledige onderbouwing waarom De Rik een 50 km/uur weg is en blijft wordt verwezen naar het collegebesluit van 15 november 2022.

1.1.2.

Indiener concludeert dat de gemeente stelt dat een extra in- en uitrit op De Rik niet wenselijk is, terwijl er 3 ontsluitingen voor Deelgebied 2 worden gerealiseerd. Met name de privé ontsluiting wil indiener nader beoordeeld hebben op veiligheid. Mocht deze vervallen, dan stelt indiener dat er een ontsluitingsmogelijkheid voor Deelgebied 1 ontstaat. Ten opzichte van de bestaande situatie worden er geen in- en uitritten toegevoegd. In de bestaande situatie kent deelgebied 2 ook 3 in- en uitritten op De Rik. Eén bij de woonwagenstandplaats, het Riksestraatje en verharde parkeerterrein. De inrit ter plaatse van de huidige woonwagenstandplaats wordt vervangen om voor de vrijstaande kopwoning één parkeerplaats te kunnen realiseren. Dit betreft een privé parkeerplaats waardoor het aantal verkeersbewegingen op De Rik beperkt is en ten opzichte van de bestaande situatie niet zal toenemen.

7 juli 2023

Bestemmingsplan ‘Twee getuigen – Kloosterbos’ Nota zienswijzen beantwoording

5

De overige woningen binnen deelgebied 2 worden middels een éénrichtingsweg ontsloten op De Rik, er is daarmee sprake van één inrit en één uitrit. Daarmee is er geen sprake van een toename ten opzichte van de bestaande situatie aan De Rik. Nieuwe aansluitingen op gebiedsontsluitingswegen zijn in principe mogelijk, maar afhankelijk van de uitvoering en specifieke functie. Daarbij moet er rekening worden gehouden met mogelijke alternatieven en het functioneren van de te maken aansluitingen/uitritten op verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid. Het laten vervallen van één particuliere inrit (zoals voorgesteld door indiener) betekent daarmee niet dat er automatisch voldoende ruimte ontstaat voor een nieuwe in- en uitrit voor deelgebied 1. Daarnaast zullen de te realiseren in- en uitritten in het kader van de aan te vragen Omgevingsvergunning getoetst worden op verkeersveiligheid en vormgeving, op deze manier wordt de verkeersveiligheid voor alle weggebruikers gewaarborgd. Ten slotte is één van de uitgangspunten van de ontwikkeling geweest dat beide deelgebieden (Twee Getuigen & Kloosterbos) beide fungeren als een eigen nieuwe woonwijk. Er is geen directe ruimtelijke samenhang tussen beide nieuwe woonwijken.

Het uitgangspunt van de ontwikkeling is altijd geweest om de bestaande groenstructuur tussen het Kloosterbos en De Rik intact te laten in de definitieve afgeronde plannen (hetgeen ook door indiener wordt aangehaald onder 1.3.4), op deze manier blijft sprake van een kwalitatief hoogwaardige en groene entree van Brielle. Het realiseren van een extra in- en uitrit ter plaatse is dan ook niet wenselijk.

1.1.3.

Indiener wil een nadere motivatie dat de verkeersgeneratie op de Mgr. Smitstraat passend is. In deze motivatie zouden ook de plannen Bedevaartspad en Gorcumplein meegenomen moeten worden. Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen hanteert de gemeente een verkeersmodel (RVMK, versie 2.1). Op basis van het verkeersmodel en de (eventuele) extra verkeersgeneratie die door een ruimtelijke ontwikkeling ontstaat kan beoordeeld worden of sprake is van een passende verkeerssituatie. Het verkeersmodel van de gemeente wordt regelmatig geüpdatet, hierin worden de actuele ruimtelijke ontwikkelingen alsmede de autonome ontwikkelingen van autobezit betrokken. De meest recente versie van het verkeersmodel gaat uit van de situatie in 2040. Het verkeersmodel geeft een goed beeld van de verkeerssituatie binnen Brielle. Niet alle wegen zijn opgenomen in het verkeersmodel. De Mgr. Smitstraat zit er niet in, daarom wordt gekeken naar vergelijkbare omliggende wegen en de daarop aanwezige verkeersstromen. Zowel de Mgr. Smitstraat als de Ruggeweg vallen binnen de categorie ‘erftoegangsweg binnen de bebouwde kom’ met een maximale snelheid van 30 km/u. Voor deze wegen geldt dat een maximale etmaalintensiteit tussen de 3000 – 6000 verkeersbewegingen mogelijk is. Voor de onderbouwing van de verkeersafwikkeling op de Mgr. Smitstraat wordt dan ook gekeken naar de Ruggeweg.

Het actuele verkeersmodel (hoog scenario) geeft voor de Ruggeweg in 2030 en 2040 een etmaalintensiteit van 2.000 voertuigen, het drukste stuk betreft de aansluiting op De Rik. De door indiener genoemde ontwikkelingen + deelgebied 1 (m.u.v. deelgebied 2 Twee Getuigen) omvatten 110 woningen. Uitgaande van een maximale verkeersgeneratie van 8 per woning, per etmaal bedraagt de maximale toename 880 ritten. Met de toevoeging van 880 ritten blijft de etmaalintensiteit op de Ruggeweg ruim onder de genoemde grenswaarden voor een erftoegangsweg. Specifiek voor De Rik komen daar de woningen van deelgebied 2 (Twee Getuigen) ook bij. Deelgebied 2 omvat 63 woningen. Als wederom wordt uitgegaan van 8 ritten per woning, per etmaal bedraagt de maximale toename 504 ritten. Deze toename komt op De Rik samen met de hierboven genoemde ontwikkelingen. Het totaal aan extra ritten op de Rik bedraagt daarmee 1.304. De huidige etmaalintensiteit op De Rik (tussen de Ruggeweg en aansluiting Boogerdweg) bedraagt 3.600. Met de toevoeging van 1.304 ritten bedraagt de etmaalintensiteit 4.904. De Rik is een gebiedsontsluitingsweg en heeft daarmee een verkeers(doorstroom)functie. Op deze type wegen is een maximale etmaalintensiteit van 5.000 wenselijk. Alle ontwikkelingen samen beschouwd kan hieraan voldaan worden.

Op basis van het verkeersmodel inclusief de extra voertuigbeweging kan dan ook geconcludeerd worden dat sprake is van een passende verkeerssituatie in en rondom de plangebieden.

1.1.4.

Ontsluiting via de Mgr. Smitstraat is volgens indiener onwenselijk vanwege het PENTA College. Zoals toegelicht onder 1.1.3. zal de toename van het aantal verkeersbewegingen vanwege de ontwikkeling van deelgebied 1 beperkt zijn. Het aantal verkeersbewegingen op de Mgr. Smitstraat ligt ook met de ontwikkeling van deelgebied 1 nog ruim onder de maximaal gewenste capaciteit om verkeersdoorstroming en verkeersveiligheid te garanderen. Fietsers van en naar het PENTA college krijgen bij aanvang van schooltijden te maken met een zeer beperkte hoeveelheid extra verkeer. Het effect is verwaarloosbaar en naar oordeel van de gemeente dan ook aanvaardbaar in relatie tot de bestaande functies aan de Mgr. Smitstraat.

7 juli 2023

Bestemmingsplan ‘Twee getuigen – Kloosterbos’ Nota zienswijzen beantwoording

6

1.1.5.

Indiener wil een nadere motivatie n.a.v. de inspraakreactie over de ontsluiting die al voorzien was in de Structuurvisie van 2009. De structuurvisie gaat volgens indiener uit van maximaal 40 woningen. Dat worden er (inclusief Gorcumplein) nu 120 wat te veel afwijkt van de Structuurvisie om als onderbouwing te kunnen gebruiken. Zoals toegelicht in de Nota Vooroverleg heeft de gemeenteraad (van de voormalige gemeente Brielle) met de vaststelling van de structuurvisie 2009 woningbouw voorzien binnen het plangebied. Indicatief is het aantal woningen aangegeven. De realiteit is dat de hedendaagse maatschappelijke opgaven vragen om extra woningbouw, waarbij de voorkeur (ook van de provincie) uitgaat naar locaties binnen bestaand stedelijk gebied. Het intensiveren en efficiënter gebruiken van beschikbare woningbouwlocaties binnen het stedelijk gebied is noodzakelijk om te voorzien in de gestegen woningbehoefte. Ondanks het toegenomen aantal woningen is de gemeente van oordeel van de ontsluiting op de Mgr. Smit-straat voldoet om het toekomstige verkeer te verwerken. Ondanks deze stijgende woningbouwbehoefte dient uiteraard wel beoordeeld te worden of sprake is van een passende verkeerssituatie. Voor deze beoordeling is het verkeersmodel gebruikt (zoals reeds toegelicht onder 1.1.3.).

Uitgaande van de beoogde plannen met 120 woningen (voorliggend plan alsmede Gorcumplein) zal sprake zijn van een toename van circa 840 verkeersbewegingen per etmaal (CROW). Zoals toegelicht onder 1.1.3 bedraagt de maximale capaciteit van de Mgr. Smitstraat 4.000 verkeersbewegingen. Inclusief de extra 840 verkeersbewegingen zal het verkeersbewegingen nog altijd ruim om de 4.000 liggen. Op basis van deze constatering is dan ook sprake van een passende verkeerssituatie en zijn de beoogde plannen vanuit verkeerskundig oogpunt uitvoerbaar.

1.1.6.

Indiener stelt dat sluipverkeer kan worden voorkomen met alleen een voet/fietspad aansluitend op de Mrg. Smitstraat. Alhoewel de opmerking van indiener in principe correct is, kan een aanpassing niet doorgevoerd worden omdat ontsluiting op de Rik ruimtelijk, stedenbouwkundig en verkeerskundig niet gewenst is, hetgeen onder 1.1.1 t/m 1.1.5 beargumenteerd is.

1.2. Indiener stelt dat het parkeerprobleem wordt verergert. Indiener heeft hiervoor verschillende argumenten welke zijn opgenomen onder 1.2.1 t/m 1.2.8. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient de gemeenteraad het plan te toetsen aan de geldende parkeernota van de gemeente. In dit geval is dat het ‘Gemeentelijk verkeer- en vervoerplan (GVVP)’. Op basis van deze uitgangspunten is het plan als passend beoordeeld. De losse argumenten van indiener zullen onder 1.2.1 t/m 1.2.8 nader besproken en toegelicht worden.

1.2.1.

De nieuwe huizen staan te ver van de parkeergelegenheid. Indiener stelt dat nieuwe bewoners bij PENTA college zullen gaan staan. Hierdoor zal het parkeerprobleem zich door de wijk verspreiden. De parkeerkoffer in deelgebied 1 ligt direct nabij de inrit van de nieuwe woonwijk. De gemeente hanteert de CROW-uitgangspunten. Het CROW hanteert voor de functie wonen een acceptabele loopafstand van 100 meter (bewoners en bezoekers). Gemeten vanaf het meest verre (westelijke) punt van de parkeerkoffer liggen alle woningen (zowel met als zonder eigen oprit) binnen een acceptabel loopafstand van 100 meter. Voor slechts een beperkt aantal van de woningen liggen de parkeerplaatsen van het PENTA college dichterbij de woningen. Het is niet aannemelijk dat aanzienlijke verschuivingen ontstaan in het parkeergedrag.

1.2.2.

Indiener stelt dat de nieuwe bewoners gedwongen moeten worden gebruik te maken van de nieuwe parkeervlakken. Dit zou volgens indiener kunnen door de ontsluiting aan De Rik te situeren. De essentie van openbare parkeerplaatsen is dat ze gebruikt kunnen worden door éénieder, zowel bewoners als bezoekers. Het is niet mogelijk en/of wenselijk nieuwe bewoners te verplichten specifieke openbare parkeerplaatsen te gebruiken. Wel kan in een bestemmingsplan vastgelegd worden dat ruimte voor parkeren (zowel openbaar als op privégronden) altijd beschikbaar is en blijft voor parkeren. Middels artikel 13.2 is dit geregeld. Planologisch is daarmee geborgd dat het aantal noodzakelijke parkeerplaatsen beschikbaar is en blijft. Ten aanzien van de opmerking dat ontsloten kan worden op de Rik wordt verwezen naar de reactie onder 1.1.

7 juli 2023

Bestemmingsplan ‘Twee getuigen – Kloosterbos’ Nota zienswijzen beantwoording

7

1.2.3.

Indiener stelt dat de toegezegde parkeerplaatsen in de Nota Vooroverleg niet gerealiseerd worden, maar slechts toegewezen. Op basis van het woningbouwprogramma in deelgebied 1 zijn 42 parkeerplaatsen noodzakelijk op het maatgevende moment. In totaal worden er 46 parkeerplaatsen, dat is 4 meer dan het beleid eist, aangelegd om de vervallen onofficiële (gedoogde) parkeerplaatsen ter hoogte van de in- en uitrit te compenseren. De eis om deze vervallen onofficiële (gedoogde) parkeerplaatsen te compenseren zijn ook anterieur vastgelegd tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Deze 4 extra officiële parkeerplaatsen zijn afdoende om de parkeerbalans sluitend te maken conform het gemeentelijke parkeerbeleid

1.2.4.

Indiener stelt dat het afronden van het aantal parkeerplaatsen niet correct is toegepast. Het afronden van de parkeerbehoefte vindt pas als laatste stap in de parkeerberekening plaats. De parkeerbehoefte zonder aanwezigheidspercentages bedraagt 46,9 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte met aanwezigheid percentages bedraagt 41,58. Afgerond zijn dat 42 parkeerplaatsen voor deelgebied 1. Het aantal parkeerplaatsen voor deelgebied 2 is op dezelfde wijze berekend. De parkeerbalans is nagerekend door de verkeerskundige van de gemeente en akkoord bevonden

1.2.5.

Indiener wil een verklaring voor het toepassen van de gelijktijdigheidsfactor. De parkeernomen van de gemeente zijn gebaseerd op de parkeercijfers van het CROW. Het CROW hanteert aanwezigheidspercentages om het maatgevende parkeermoment te bepalen. In deze aanwezigheidspercentages zit verwerkt dat bewoners bijvoorbeeld veelal thuis zijn op een werkdagavond, en bezoekers bijvoorbeeld vaker in het weekend langskomen.

1.2.6.

Indiener stelt dat het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein (bij de woningen) onvoldoende is. Indiener stelt tevens dat de afstand tot de parkeerkoffer te groot is en dat bewoners daarom op straat gaan parkeren. De ontwikkeling voorziet in parkeerplaatsen op eigen terrein en in openbaar gebied. Zoals toegelicht onder 1.2.1 is de loopafstand voor alle woningen acceptabel. Het is niet verplicht om voor elke woning een parkeerplaats te realiseren in de vorm van een oprit, het uitgangspunt is dat de gehele parkeerbehoefte gefaciliteerd wordt.

1.2.7.

Indiener wil weten wat de loopafstand is van de verste woning tot aan de parkeerkoffer. Indiener stelt dat de afstand te groot is. Voor de beantwoording wordt verwezen naar 1.2.1.

1.2.8.

Indiener mist parkeervlakken voor elektrische auto’s. In het openbare gebied wordt niet direct voorzien in elektrische laadpalen, mede vanwege het feit dat deze parkeerplaatsen dan niet vrij uitwisselbaar zijn. De parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen door de toekomstige bewoners wel voorzien worden van een elektrische laadpaal. Voor parkeerplaatsen in het openbaar gebied kunnen bewoners met een elektrische auto een aanvraag doen tot een laadpaal, welke bij voldoende behoefte kan worden gerealiseerd door de gemeente.

1.3. Indiener stelt dat het groene kader rond deelgebied 1 niet goed wordt beschermd. Indiener heeft hiervoor een aantal argumenten gegeven welke separaat van een reactie worden voorzien. Het bestemmingsplan voorziet in de ruimtelijke kaders voor de ontwikkeling van het nieuwe woongebied. In zowel deelgebied 1 als 2 is de groenstructuur vastgelegd middels de bestemmingen ‘Groen’ en ‘Water’. De gemeenteraad is van mening dat het aandeel groen en water in de totale ontwikkeling aanzienlijk en voldoende robuust is. Zowel de vormgeving van de woningen als de groenstructuur is mede op basis van veelvuldig overleg met de welstandscommissie en stedenbouwkundigen tot stand gekomen. De uitgangspunten zijn vastgelegd in het beeldkwaliteitsplan (bijlage 1 van het vast te stellen bestemmingsplan).

7 juli 2023

Bestemmingsplan ‘Twee getuigen – Kloosterbos’ Nota zienswijzen beantwoording

8

1.3.1.

Ontwikkelaar gaat te makkelijk om met verwijderen groen. Dit zou blijken uit een meegezonden e-mail. Indiener stelt dat een duidelijk werkplan moet komen. De initiatiefnemer, de gemeente en de welstandscommissie hebben gezamenlijk een zorgvuldig groenstructuurplan opgesteld. Deze uitgangspunten zijn vastgelegd in het beeldkwaliteitsplan behorende bij het bestemmingsplan. Met het opgestelde beeldkwaliteitsplan en de beoogde groenstructuur is sprake van een zorgvuldige inpassing van de nieuwe woonwijken. De gronden waar indiener naar verwijst zijn in eigendom van de gemeente en zullen na de realisatie van de woonwijk in eigendom blijven van de gemeente. Bovendien blijft de groenstructuur in het bestemmingsplan beschermd middels de bestemming ‘Groen’, feitelijk op deze wijze als in de bestaande situatie het geval is. Ten slotte dient de initiatiefnemer voorgaand aan de bouwwerkzaamheden aan te tonen op welke wijze omgegaan wordt met het bestaande groen.

1.3.2.

Groene kaders deelgebied 1 uit plan halen, dan heeft ontwikkelaar minder zeggenschap. De gronden met de groenbestemming maken onlosmakelijk onderdeel uit van de ontwikkeling. Na afronding van het project blijven de gronden rondom het plangebied met de groenbestemming in eigendom van de gemeente. De volledige zeggenschap deze gronden ligt dan ook bij de gemeente en niet bij de ontwikkelaar. De gemeente wenst de groenvoorzieningen te behouden, hetgeen ook blijkt uit de toegekende groenbestemming.

1.3.3.

Het is mogelijk om groen aan de Mgr Smitstraat te behouden door ontsluiting te realiseren op de Rik. In de bestaande situatie is er ook een opening aan de Mgr. Smitstraat aanwezig. De ontsluiting aan de Mgr. Smitstraat wordt zorgvuldig en groen ingepast. Daarna wordt (conform het beeldkwaliteitsplan, pagina 22) ook de groenstructuur aan de zijde van de Mgr. Smitstraat in de ontwikkeling meegenomen. In reactie op de opmerking over de ontsluiting wordt verwezen naar 1.1. Voorafgaand aan de vaststelling heeft de initiatiefnemer middels een aanvullende 3D-impressie aan indiener laten zien hoe de nieuwe ontsluiting beleefd wordt vanuit de woning.

1.3.4.

Het lijkt of de groenstrook tussen deelgebied 1 en de Rik wordt aangepast, waar is dit voor nodig? De bestaande groenstructuur tussen de Rik en deelgebied 1 blijft grotendeels intact met dien verstande dat er enkele bomen verdwijnen ten behoeve van de woningbouw. Het behoud van een robuuste groenstructuur was één van de uitgangspunten voor deze ontwikkeling, daar voldoet het plan aan.

1.3.5.

Na realisatie ontstaan situaties waar geen onderhoud gepleegd kan worden aan het groen. Graag een beoordeling hiervan. Zoals reeds toegelicht zullen alle gronden rondom het plangebied overgedragen worden aan de gemeente. Bij de ontwikkeling van het plan heeft de gemeente ook vanuit toekomstig beheer meegekeken en het plan beoordeeld. Het oordeel van de gemeente is dat er voor het toekomstige onderhoud geen belemmering ontstaan

1.3.6.

Graag de waterbalans opnemen in het plan. Specifiek de hoeveelheid water dat verdwijnt en de watercompensatie. In paragraaf 4.10.2 van het ontwerpbestemmingsplan is reeds voorzien in de door indiener gevraagde waterbalans. Tevens is in deze paragraaf aangegeven op welke wijze de extra verharding gecompenseerd wordt, conform de eisen van zowel de gemeente als het Waterschap Hollandse Delta.

1.4. Indiener stelt dat het bodemonderzoek is verouderd en niet voldoet aan de wettelijke eisen. Indiener heeft hiervoor een aantal argumenten gegeven welke separaat van een reactie worden voorzien. De gemeenteraad dient bij de vaststelling van een bestemmingsplan aannemelijk te hebben gemaakt dat de bodem passend is bij de beoogde functie. 1.4.1.

Het (asbest) onderzoek is verouderd. De geldigheidsduur van een asbestonderzoek/bodemonderzoek is niet wettelijk genormeerd en de stelling “is verouderd” is daarmee interpretatie-gevoelig. Normaliter wordt een periode van 5 jaar aangehouden voor de geldigheidstermijn van bodemonderzoeksrapporten. Wanneer het aannemelijk is dat sinds de uitvoering van de onderzoeken de milieukundige situatie van de bodem is verslechterd, vanwege bijvoorbeeld specifieke (bedrijfs-) activiteiten en/of bodem belastende incidenten, kan worden overwogen om een actualisatie uit te voeren. In 2017 is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd en in mei 2020 een aanvullend asbestonderzoek (met een rapport van juli 2020) en in september 2021 een aanvullend bodemonderzoek t.b.v. gewasmiddelen.

7 juli 2023

Bestemmingsplan ‘Twee getuigen – Kloosterbos’ Nota zienswijzen beantwoording

9

Gelet op het feit dat de discutabele grens van 5 jaar nauwelijks is overschreden en gelet op het ontbreken van concrete verdenkingen van nieuwe/additionele verontreinigingen, kunnen de onderzoeksrapporten nog als voldoende representatief worden beschouwd. 1.4.2.

Er is geen onderzoek gedaan naar PFAS. Tijdens de uitvoering van de onderzoeken werd nog geen aandacht geschonken aan PFAS. Volgens de inzichten anno 2023 is PFAS geen parameter die wordt meegewogen in een onderzoek ten behoeve van de ruimtelijke onderbouwing, tenzij sprake is van een specifieke verdenking tot een potentiële PFAS-verontreiniging op de locatie. Onderzoek naar PFAS bij een ruimtelijk plan dan ook alleen nodig als er een verdenking is van bovengemiddelde verontreiniging. Die verdenking is binnen het plangebied niet aanwezig. Onderzoek naar PFAS is alleen noodzakelijk als bij de aanleg van het plan grond verplaatst wordt tot buiten het plangebied. Dit onderzoek heeft geen relatie tot het bestemmingsplan en/of de ruimtelijke onderbouwing van het beoogde woningbouwplan. Dit onderzoek is ter voorkoming van eventuele verontreiniging van schone grond bij het eventuele hergebruik buiten het plangebied. De initiatiefnemer heeft aangegeven dat naar alle waarschijnlijk sprake zal zijn van een gesloten grondbalans. Indien toch grond afgevoerd moet worden zal dat conform de wettelijke eisen onderzocht worden, maar van een relatie tot het bestemmingsplan is geen sprake.

1.4.3.

Onvoldoende onderzoek naar onder- en/of bovengrondse tanks. De database van DCMR is onvoldoende. Uit de bodeminformatie van de (voormalige) gemeente Brielle, de DCMR, interviews met de bewoners/gebruikers van het perceel en uit informatie verkregen uit het locatiebezoek zijn geen aanwijzingen gebleken dat eventuele overige tanklocaties binnen het perceel aanwezig zijn. Het vooronderzoek en het daarop volgende verkennend bodemonderzoek voldoen daarom aan de eisen van de NEN 5725 en NEN 5740.

1.4.4.

De locaties van de woonwagens zijn niet opgenomen in het onderzoek, de onderbouwing is ontoereikend vanwege de activiteiten in het verleden. De bodem ter plaatse van de woonwagenlocatie is inmiddels separaat onderzocht en gerapporteerd. Dit rapport zat nog niet bij het ontwerpbestemmingsplan, maar is nu alsnog toegevoegd voorafgaand aan de vaststelling.

1.4.5.

Geen saneringsplicht geldt alleen voor behoud locatie en functie. Bij een ontwikkeling moet hier wel rekening mee gehouden worden. Uit het uitgevoerde bodemonderzoek uit 2017 blijkt het volgende: a.

Deellocatie 1: in de rapportage is een aanbeveling tot een bodemsanering gedaan. Dit rapport zat per abuis niet bij het ontwerpbestemmingsplan en is alsnog toegevoegd aan het vast te stellen bestemmingsplan. De bodemparagraaf is hierop ook aangepast.

b.

Deellocatie 2: in het onderzoek zijn geen gehaltes boven de betreffende interventiewaarden aangetoond. Hierdoor is geen sanerings-noodzaak in de zin van de Wet bodembescherming. Voor grond met eventueel verhoogde gehaltes op de locatie die desondanks lager zijn dan de interventiewaar-den is geen saneringsplicht van toepassing.

1.4.6.

Onvoldoende onderzoek naar bodem onder de bestaande bebouwing. De bebouwing dateert van 1940 en was nog in gebruik tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek. Inpandig onderzoek was niet mogelijk en eventuele verontreiniging zou dan moeten zijn ontstaan voor 1940. Omdat een woning niet als een bodembedreigende activiteit wordt gezien, omdat geen informatie over een eerder ontstane verontreiniging bekend is en omdat het bebouwde oppervlak relatief gering is, bestaat er geen noodzaak tot onderzoek onder het pand en is er evenmin reden om het als ‘onvoldoende onderzoek’ te omschrijven. Voor het bestemmingsplan is dit historische vooronderzoek derhalve voldoende. Alleen als uit historisch vooronderzoek blijkt dat er sprake is van een (vermoeden van) ernstige verontreiniging is nader onderzoek nodig. Zoals toegelicht is dat bij de woning niet aan de orde en is het uitgevoerde onderzoek voldoende voor het vast te stellen bestemmingsplan. In het kader van de omgevingsvergunning zal na de sloop van de woning en voor het bouwen van de nieuwe woningen middels een verkennend bodemonderzoek beoordeeld worden of de hypothese dat inderdaad sprake is van een goede bodemkwaliteit correct is.

7 juli 2023

Bestemmingsplan ‘Twee getuigen – Kloosterbos’ Nota zienswijzen beantwoording

10

1.4.7.

De resultaten van de analyse/boring van de afbakende boringen ontbreken in het rapport. Voor de beantwoording wordt verwezen naar de bijlagen bij de bodemrapporten.

1.4.8.

De afbakende boringen in Deelgebied 1 worden onvoldoende beschreven om hier conclusies aan te verbinden. Deelgebied I en deelgebied 2 zijn gescheiden gerapporteerd vanwege de leesbaarheid. Met de toevoeging van het rapport voor deelgebied 1 is de beschrijving voldoende verwoord in de betreffende rapportages en zijn de conclusies hierin correct en eenduidig onderbouwd.

1.4.9.

Er is asbest gevonden. Ook zonder overschrijding van waarden kan niet gesteld worden dat de grond geschikt is voor wonen. Spreiding tussen waardes van proef-gat 31 is te groot. Nadere toelichting is nodig. In het verkennend bodemonderzoek voor deelgebied 2 is een nader asbestonderzoek aanbevolen. Het nader onderzoek is uitgevoerd en gerapporteerd (bijlage 5 bij het ontwerpbestemmingsplan). Hieruit blijkt dat plaatselijk asbesthoudend plaatmateriaal in de bodem aanwezig is, wat niet heeft geleid tot een overschrijding van de interventiewaarde en waarvoor derhalve geen saneringsplicht bestaat vanuit de Wet bodembescherming. Het is onduidelijk wat indiener bedoelt met de opmerking ‘de spreiding’.

1.4.10.

Er wordt getoetst naar asbest in grond. De verharding dient getoetst te worden als bouwstof. Asbest in grond wordt onderzocht conform NEN 5707 en de interventiewaarde voor asbest in grond bedraagt 100 mg/kg.ds. Asbest in bouwstof wordt onderzocht conform NEN 5897 en de restconcentratienorm voor asbest in bouwstof bedraagt eveneens 100 mg/kg. De normwaarden zijn zodoende aan elkaar gelijk waardoor van een verkeerde toetsing geen sprake is.

1.4.11.

Er is een dam aanwezig van het erf naar het weiland. Uit de rapporten blijkt niet of deze verdachte locatie is onderzocht. Voorafgaand aan het uitgevoerde bodemonderzoek is een historisch vooronderzoek uitgevoerd. Voor het vooronderzoek is informatie gebruikt van de gemeente, de DCMR als ook van bewoners/gebruikers van het perceel. Op basis van dit vooronderzoek is een boorplan opgesteld welke voldoet aan de hiervoor geldende normen. De bedoelde dam is in het onderzoek beschouwd als een deel van de omliggende locatie. Op basis van het vooronderzoek was er geen reden om aan te nemen dat de bodemkwaliteit ter plaatse zou afwijken van de bodemkwaliteit van het omliggende terrein. Specifiek in de dam zijn daarom geen boringen uitgevoerd en geen monsters genomen. De boringen zijn gelijkmatig over het plangebied verdeeld om zodoende een representatief beeld te krijgen van het gehele beoogde te ontwikkelen plangebied inclusief dam). Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek was er geen reden om dat aan te nemen. Het plangebied, inclusief de dam, is daarmee afdoende onderzocht.

1.5. Indiener stelt dat het stikstofonderzoek niet voldoet omdat: 1.5.1. Er niet wordt toegelicht waarom de uitstoot van de ontwikkeling (opmerking gemeente: aangenomen wordt dat indiener hiermee de bouwfase bedoelt), terwijl dit eerder de belemmerende factor was. 1.5.2. De simpele feiten en berekeningen niet kloppen. De stikstofberekening is naar aanleiding van de Porthos-uitspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2022:3159) aangevuld en geactualiseerd. Daarnaast is de berekening ook geactualiseerd vanwege de update van de Aerius calculator per 26 januari 2023. Uit deze actuele berekening blijkt dat er geen sprake is van significant negatieve effecten in zowel de realisatiefase als bouwfase. De stikstofberekening voldoet daarmee aan de geldende normen tijdens de vaststelling van het bestemmingsplan. Stikstof vormt daarmee geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. De geactualiseerde rapportage en berekeningen worden toegevoegd aan het vast te stellen bestemmingsplan.

7 juli 2023

Bestemmingsplan ‘Twee getuigen – Kloosterbos’ Nota zienswijzen beantwoording

11

1.6. Indiener stelt dat uit de onderzoeken blijkt dat deelgebied 1 archeologisch waardevol is. Indiener heeft hierover een aantal vragen. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan dienen de archeologische belangen op de juiste manier meegewogen, dan wel beschermd te worden. De archeologische waarden zijn conform het KNA-protocol in kaart gebracht. De stedenbouwkundige opzet van de woonwijk is mede gebaseerd op de archeologische waarden. Op basis van de onderzoeken is geconcludeerd dat er sprake is van een behoudenswaardige vindplaats. De behoudenswaardige vindplaats blijft in zijn geheel in situ behouden door de projectie van een parkeerterrein en groenstroken ter plaatse van de kloosterresten en de zuidelijke en oostelijke sloot. De dubbelbestemming archeologie blijft bij behoud in situ gehandhaafd. 1.6.1.

Het gebied onder de parkeerkoffer is archeologisch waardevol. Hoe wordt geborgd dat de maatregel wordt gevolgd. De indeling van de woonwijk is mede gebaseerd op de archeologisch waarden binnen het plangebied. Vanwege resten van het Regulierenklooster (deelgebied 1) is ervoor gekozen om het parkeerterrein verhoogd aan te brengen. Hierdoor zullen de archeologische waarden onaangetast blijven. Dit zogenaamde in situ behoud is het uitgangspunt van internationale wetten en regelgeving. De wijze van “duurzaam in situ behoud” wordt vastgelegd in een behoudsplan dat door het gemeentelijk bevoegd gezag beoordeeld en geaccordeerd wordt. Op deze manier kunnen de resten van het Regulierenklooster ‘in situ’ behouden blijven. Planologische blijven deze archeologische waarden ter plaatse ook beschermd middels een archeologische dubbelbestemming.

1.6.2.

Er zijn vondsten gedaan onder de bouwvoor. Hoe wordt de afwatering van de parkeerkoffer/straat gerealiseerd, met nadruk op de buizen/putten in de ondergrond. Alle graaf- en aanlegwerkzaamheden (ter plaatste van een archeologische dubbelbestemming) binnen het plangebied die de drempelwaarde overschrijden zijn omgevingsvergunningplichtig. Voorafgaand aan werkzaamheden ter plaatse van de parkeerkoffer dient aangetoond te worden dat de archeologische waarden niet onevenredig aangetast worden, dat geldt ook voor de aanleg van nutsvoorzieningen.

1.6.3.

In deelgebied 1 worden huizen gebouwd buiten bereik/afkadering proefsleuvenonderzoek. Gelden hier de norm van 250 m2 en aanvullende onderzoek eisen? Het reeds uitgevoerde proefsleuvenonderzoek is een representatieve steekproef. De uitkomsten van het proefsleuvenonderzoek, in dit geval zelfs twee, bepalen de archeologische omgang met het gehele plangebied. Een deel van het plangebied is behoudenswaardig verklaard, het overige deel is daarmee door de gemeente als zijnde bevoegd gezag archeologie vrijgegeven. Dit is gebeurd door goedkeuring van het rapport van het laatste proefsleuvenonderzoek (zoals toegelicht onder 1.6.2).

1.6.4.

Worden de werkzaamheden bij de meest waardevolle gebieden uitgevoerd onder archeologische begeleiding? Archeologische begeleiding is niet noodzakelijk. Immers, middels de uitgevoerde onderzoeken, met name de twee proefsleuvenonderzoeken, is het gehele plangebied gewaardeerd en is vastgesteld dat alleen in het noordwestelijke deel een behoudenswaardige vindplaats ligt. Deze wordt “in situ behouden”. Zie tevens het antwoord onder 1.6.1.

1.6.5.

Het proefsleuvenonderzoek is toegevoegd als conceptversie. Wie controleert deze documenten? Het gemeentelijk bevoegd gezag heeft geoordeeld dat de aangeleverde rapportage voldoet en heeft op basis hier van het genoemde selectiebesluit genomen. Het rapport zal als definitief toegevoegd worden aan het vast te stellen bestemmingsplan.

1.6.6.

Uit de tekening blijkt dat er een ophoging wordt toegepast bij de parkeerkoffer. Er is niet onderzocht wat de gevolgen hiervan zijn op de omgeving (grondwater/kruipruimtes en archeologie). De effecten van de ophoging voor het erfgoed zijn te verwaarlozen. Zettingen zijn gezien de geringe ophoging verwaarloosbaar. Bovenal en cruciaal, de informatiewaarde van het erfgoed gaat niet achteruit. Een onderbouwing hiervan wordt opgenomen in het eerder genoemde behoudsplan (zie het antwoord op vraag 1.6.1). Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar 1.6.1/ t/m 1.6.5).

7 juli 2023

Bestemmingsplan ‘Twee getuigen – Kloosterbos’ Nota zienswijzen beantwoording

12

1.7. De nieuwe huizen lange de Mgr Smitstraat dienen volgens indiener zo min mogelijk overlast te veroorzaken. Indiener heeft hiervoor een aantal argumenten. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan bepaalt de gemeenteraad kaders wat er (grenzend aan de Mgr. Smitstraat) maximaal gerealiseerd “kan” worden. In een bestemmingsplan wordt niet exact bepaald hoe de woningen er uit komen te zien, dat zal duidelijk worden op het moment dat de omgevingsvergunning voor de bouw wordt aangevraagd. 1.7.1.

Er komen zonnepanelen op de nieuwe woningen. Graag vastleggen dat deze niet aan de zijde van de Mgr. Smitstraat komen vanwege schittering. Het is niet mogelijk (en wenselijk) om in het bestemmingsplan de plaatsing van zonnepanelen uit te sluiten, behoudens als sprake is van een beschermd stadsgezicht of monumentale bebouwing. Daar is binnen het plangebied geen sprake van. Het plaatsen van zonnepanelen op daken is in de meeste gevallen vergunningsvrij, conform de regels zoals opgesteld door de Rijksoverheid. De keuze om vergunningsvrij zonnepanelen te plaatsen ligt bij de toekomstige bewoners. Het beperken van het plaatsen van zonnepanelen staat bovendien haaks op de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Voorne aan Zee.

1.7.2.

Gevels aan de Mgr. Smitstraat uitzonderen van verbijzonderingen in de vorm van uitbouwen, dakkapellen en Franse balkons. Het is toegestaan om binnen de bestemming ‘Tuin’ een erker te plaatsen op de begane grond. Tussen de bestemming ‘Tuin’ en de Mgr. Smitstraat zit ca. 9 meter, de afstand tot aan de weg is daarmee ruim voldoende om te spreken van een passende stedenbouwkundige inpassing. Wijzigingen aan kozijnen, dakvlakken en/of gevels aan de voorzijde van een woning zijn altijd vergunningplichtig, bijvoorbeeld bij de realisatie van een frans balkon en/of een dakkapel

1.7.3.

Opnemen dat gevels en daken aan Mgr Smitstraat vrij blijven van warmtepompen en airco’s. In het beeldkwaliteitplan is opgenomen dat warmtepompunits uit het zicht worden onttrokken door deze bijvoorbeeld te integreren in de bergingen, welke aan de achterzijde van de woningen zijn gesitueerd. In aanvulling hierop gelden voor warmtepompen en airco’s algemene regels zoals opgenomen in het Bouwbesluit. Het bestemmingsplan ziet hier niet op.

1.7.4.

Bakstenen muur tussen de twee rijtjes huizen half hoog maken. Voorkom zo een massief bakstenen blok van 20 meter. Graag half hoog met begroeiing er bovenop. De indiener doelt naar mening van de gemeente op de muurtjes van de achtertuinen van de linker hoekwoningen. Deze muren zullen grotendeel voorzien worden van begroeiing, zoals opgenomen in het beeldkwaliteitsplan.

1.7.5.

Overkappingen/pergola’s verwijderen uit het plan. Er wordt gesteld dat die bijdraagt aan hofjesuitstraling, maar dat is nergens in Brielle te zien. Draagt ook niet bij aan het beeld bij de aangrenzende kerk. De pergola’s zijn gepland in het hof van deelgebied 1. Op deze locatie worden pergola’s passend geacht door zowel de architect van de initiatiefnemer als de welstandscommissie van de gemeente. Vanwege de hofjes structuur is er geen directe fysieke relatie met de naastgelegen kerk.

1.7.6.

Aangeven wat tuindorp inhoud. Een tuindorp is een term voor een specifieke vorm van Europese stedenbouw. De term verwijst naar stadswijken met een typisch dorps karakter. Veel tuindorpen zijn gebouwd vanaf de jaren twintig van de twintigste eeuw, om een tegenwicht te bieden aan de verpauperde arbeiderswoningen van grote steden. In deelgebied 2 zijn karakteristieken passend bij een tuindorp opgenomen.

1.7.7.

Halfverharding in deelgebied 1 wijzigen naar groen, zoals in rest van het plan. Half verharding bevorderd fout parkeren. Halfverharding is wenselijk in het kader van de waterhuishouding, klimaatadaptatie en het tegengaan van hittestress. Er is geen reden om aan te nemen dat halfverharding bijdraagt aan foutief parkeren.

7 juli 2023

Bestemmingsplan ‘Twee getuigen – Kloosterbos’ Nota zienswijzen beantwoording

13

1.8. Indiener stelt dat er veel meer woningen gerealiseerd worden dan is opgenomen in de structuurvisie. Bovendien zou het woningbouwprogramma niet voldoen aan de benodigde woningen in Nederland, voornamelijk sociale huur. Indiener verwijst naar algemene literatuur waarin gesproken wordt over 30% binnen plannen. De Structuurvisie van de (voormalige) gemeente Brielle is vastgesteld in 2009. Het aantal woningen is indicatief weergegeven, o.a. gebaseerd op de toen verwachte woningbouwbehoefte. Zoals toegelicht in paragraaf 1.1. van deze Nota Zienswijzen is de woningbouwbehoefte in de gemeente (en in heel Nederland) toegenomen. Om in deze stijgende behoefte te kunnen voorzien is het op basis van voortschrijdend inzicht wenselijk en noodzakelijk het aantal woningen binnen het plangebied te vergroten (t.o.v. het indicatieve aantal in 2009). De ontwikkeling voorziet in de realisatie van 18 sociale huurwoningen (afgerond 21%). Het woningbouwplan is al vele jaren in ontwikkeling, de woningaantallen vallen binnen de afspraken met de woonregio-partners en de provincie Zuid-Holland. Het plan past binnen de huidige woningbouwafspraken en is daarmee uitvoerbaar. Het huidige streven (anno 2022/2023) is dat gemeentes in Zuid-Holland toewerken naar 30% sociale huur op de woningvoorraad van de gemeente als geheel.

Het gaat daarbij niet specifiek om 30% sociale huur per ontwikkeling, maar het gemeente brede gemiddelde. De provincie en de regionale partners ontwikkelen op dit moment beleid om doel van 30% sociale huur te bereiken. De gemeente heeft zich wel als doel gesteld op vanaf 2022 30% sociale huur per nieuw op te starten bouwproject te realiseren. Vanaf 2025 wordt het beleid om 30% sociale en 30% betaalbare woningen te realiseren per nieuw op te starten bouwprojecten, zoals vastgelegd in het coalitieakkoord Voorne aan Zee. 1.9. Indiener stelt dat onzorgvuldig gehandeld wordt met betrekking tot flora en fauna. Indiener heeft hiervoor een aantal argumenten Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient de gemeenteraad voldoende rekening te houden met de flora & fauna. Voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan hebben verschillende ecologische onderzoeken plaatsgevonden. De uitgevoerde onderzoeken zijn opgenomen in de bijlagen van het ontwerpbestemmingsplan. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken heeft de initiatiefnemer inmiddels een ontheffing voor de dwergvleermuis ontvangen van de provincie Zuid Holland. De onderzoeken zijn conform het landelijke vleermuisprotocol en onder begeleiding van een gecertificeerd ecoloog uitgevoerd. De gemeente en de initiatiefnemer hebben zorgvuldig gehandeld. 1.9.1.

Er is onvoldoende onderzoek gedaan. Gemeente is bekend met meer onderzoek naar vleermuizen in het plangebied aangrenzend (Bedevaartskerk HH martelaren van Gorcum). De betrokken ecoloog heeft contact gehad met de ecoloog van de aangrenzende plannen. In de onderzoeken en de inmiddels verleende ontheffing is ook rekening gehouden met de conclusies uit deze aangrenzende onderzoeken. De belangrijkste eis is het behoud van de huidige watergang voor de watervleesmuis. Planologisch is dit geborgd door de bestemming ‘Water’ onveranderd te laten, zoals weergegeven op de verbeelding.

1.9.2.

Er is al begonnen met mitigerende maatregelen terwijl hier geen vergunning voor is. Het nemen van mitigerende maatregelen vooruitlopend op een ontwikkeling is niet in strijd met de Wet natuurbescherming. De huidige verblijfplaatsen van de dwergvleermuis zijn niet aangetast. Het tijdig nemen van de mitigerende maatregelen geeft de dwergvleermuizen meer kans om te wennen aan de tijdelijke verblijfplaatsen. Ten slotte zijn alle reeds uitgevoerde mitigerende maatregelen uitgevoerd onder begeleiding van een gecertifieerd ecoloog.

1.9.3.

De mitigerende maatregelen zijn tijdelijk van aard. Er moeten ook permanente oplossingen komen. De tijdelijke borden mogen niet verongelukken tijdens de bouw. De mitigerende maatregelen zijn inderdaad tijdelijk van aard. Binnen het plangebied wordt voorzien in nieuwe, permanente verblijfplaatsen voor de dwergvleermuis. De overgang tussen de tijdelijk en toekomstige situatie zal conform de daarvoor geldende protocollen en eisen worden uitgevoerd onder begeleiding van de ecoloog.

1.9.4.

De onderzoekers zouden onvoldoende zijn voorgelicht. Er zou meer onderzoek verricht moeten worden vanwege het kappen van bomen langs de Mgr Smitstraat en langs het nieuw te graven water. De uitgevoerde ecologische onderzoeken zijn volledig en conform alle daarvoor geldende protocollen uitgevoerd onder begeleiding van een gecertificeerd ecoloog. De ecoloog is ten alle tijden op de hoogte geweest van de locatie en de plannen en heeft de uitgevoerde onderzoeken hierop gebaseerd.

7 juli 2023

Bestemmingsplan ‘Twee getuigen – Kloosterbos’ Nota zienswijzen beantwoording

14

1.9.5.

In het onderzoek wordt een straatverlichtingstype voorgeschreven. Graag opnemen in het plan. Het bestemmingsplan legt niet vast welke straatverlichting exact gerealiseerd wordt. Straatverlichting is bovendien veelal vergunningsvrij te realiseren (Bor, bijlage 2, artikel 2, lid 18, sub b). De initiatiefnemer en de gemeente zijn overeengekomen om de juiste straatverlichting toe te passen op basis van het Handboek Openbare Ruimte van de gemeente Brielle. Bij de aanleg van de openbare ruimte zal de juiste straatverlichting opgenomen worden zodat voldaan wordt aan de conclusies uit het ecologische onderzoek.

1.10. Indiener vraagt zich af waar en hoe de nutsvoorzieningen worden aangelegd voor de nieuwe bewoners. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan bepaalt de gemeenteraad wat er met de ruimte binnen het nieuwe woongebied kan gebeuren. Het bestemmingsplan legt de exacte locatie van nutsvoorzieningen niet vast, dat volgt bij de uitwerking van het woongebied en bij aanvraag omgevingsverguninng. 1.10.1.

De locatie voor afvalbakken aan de Mgr Smitstraat verdwijnt met deze plannen. Welke alternatieve locatie wordt er voorgesteld? Voor de ontwikkeling van deelgebied 1 is een bestaande middenspanningskabel reeds verlegd. Deze kabel ligt niet op een locatie waar de toekomstige ondergrondse containers mogelijk zijn voorzien. De locatie voor de benodigde nutsvoorzieningen voor de woningen zijn nog niet definitief bekend. Zoals aangegeven volgt dit bij nadere uitwerking van het woongebied en vindt bij aanvraag omgevingsvergunning een toets plaats.

1.10.2.

Voldoet de huidige ondergrondse container aan de Lennaert Vechelstraat voor deelgebied 1? Het bestemmingsplan voorziet in voldoende flexibiliteit om de noodzakelijke nutsvoorzieningen te realiseren. Op basis van de definitieve woningbouwplannen zal beoordeeld worden of de bestaande nutsvoorzieningen in de wijk, bijvoorbeeld de containercapaciteit, nog voldoen. Indien blijkt dat er met de komst de nieuwe woningen onvoldoende containercapaciteit overblijft zal de aanvullende vraag gefaciliteerd worden door de gemeente en de initiatiefnemer.

1.10.3.

Graag ontwerp ondergrondse infrastructuurdelen, voornamelijk i.r.t. groen en archeologie. De gevraagd stukken zijn nog niet beschikbaar ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan. Deze gedetailleerde uitwerking volgt pas bij de aanvraag omgevingsvergunning conform het beleid van de gemeente. Het is overigens niet gebruikelijk om tekeningen van nutspartijen te delen met derden. Het bestemmingsplan voorziet in de noodzakelijke archeologische- en groenbestemming om de bestaande en toekomstige waarden te beschermen.

1.10.4.

Voldoet de rioolcapaciteit van het huidige stelsel inclusief de nieuwe woningen. In lijn met de eerdere reactie betreft dit ook een uitwerkingsvraagstuk welke afgestemd worden tussen de gemeente, de initiatiefnemer en de desbetreffende nutspartijen. Bij de verdere uitwerking van het woongebied zal beoordeeld worden in hoeverre de rioolcapaciteit voldoet en zullen indien nodig passende maatregelen getroffen worden.

1.10.5.

Voldoet het energienetwerk voor de nieuwe woningen met zonnepanelen? Het energienetwerk voldoet aan de toekomstige vraag van de woningen, inclusief de zonnepanelen. Wel wordt er binnen het plangebied een nieuw trafo gerealiseerd om de woonwijk ook toekomstbestendig te maken, dit wordt afgestemd tussen de gemeente, de initiatiefnemer en de nutspartijen.

1.11. Indiener stelt dat het onderzoek naar het groepsrisico incompleet en onduidelijk is. Indiener heeft hiervoor een aantal argumenten. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan bepaalt de gemeenteraad of het plan in overeenstemming is met de wetgeving rondom externe veiligheid. Bij de beoordeling van voorliggend vast te stellen bestemmingsplan zijn meerdere onderzoeken uitgevoerd (door een extern onderzoeksbureau) om de veiligheid van alle toekomstige inwoners te kunnen garanderen. Uit deze onderzoeken is gebleken dat voldaan wordt aan de landelijke wet- en regelgeving. 1.11.1.

Bestaande situatie klopt niet. Graag een goede berekening maken van de huidige situatie en het gehele onderzoek verwerpen. Het onderzoek is uitgevoerd door een gespecialiseerd extern bureau. De bestaande situatie is correct weergegeven op basis van de nu geldende maximale planologische kaders. Het onderzoek is beoordeeld door de DCMR en akkoord bevonden. Er is derhalve geen reden om aan te nemen dat sprake is van een verkeerde berekening dan wel de daaraan verbonden conclusies.

7 juli 2023

Bestemmingsplan ‘Twee getuigen – Kloosterbos’ Nota zienswijzen beantwoording

15

1.11.2.

Niet alle risico’s worden meegenomen (hoogspanning, masten, bestrijdingsmiddelen, kassen, propaan tanken in de omgeving, chloor van het zwembad). De wettelijke verplichte en relevante risicobronnen zijn meegenomen in het onderzoek. Het onderzoek is volledig en akkoord bevonden door de DCMR.

1.11.3.

Kwantitatieve risicoanalyse, 100% lethaliteitszone. Is het normaal om in deze zone huizen te bouwen? Bouwen in de 100% lethaliteitszone is toegestaan indien het groepsrisico onder de wettelijke oriëntatiewaarde blijft. Zoals aangetoond in de onderzoeken (specifiek het kwantitatieve deel) blijft het groepsrisico ook na realisatie van het plan onder oriëntatiewaarde, daarmee is sprake van een goede ruimtelijke ordening en wordt voldaan aan de geldende wetgeving.

1.12. Indiener stelt dat overlast van het bouwen voorkomen moet worden. Indiener heeft hiervoor een aantal argumenten. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan bepaalt de gemeenteraad wat er met de ruimte binnen het nieuwe woongebied kan gebeuren. De tijdelijke verkeerssituatie tijdens de bouwfase is geen afwegingkader bij de vaststelling van het bestemmingsplan. De initiatiefnemer zal voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden een volledig bouw- en inrichtingsplan moeten aanleveren bij de gemeente. De werkzaamheden kunnen niet starten zonder goedkeuring van de gemeente. 1.12.1.

Bouwverkeer deelgebied 1 via de Rik. De initiatiefnemer is voornemens de volle vrachtwagens voor deelgebied 1 via de Rik te laten rijden. De definitieve keuzes zullen later vastgelegd worden in het bouw- en inrichtingsplan.

1.12.2.

Indien bouwverkeer niet kan via de Rik rekening houden met start en eindtijd scholen. Alle bouwverkeer, materieel binnen het plangebied tijdens de bouw. Vooralsnog is het niet de bedoeling om de volle vrachtwagens via de Mgr. Smitstraat te laten rijden tijden de bouwfase. De lege vrachtwagens die het bouwterrein verlaten rijden wel door de Mgr. Smitstraat vanwege het ontbreken van voldoende draairuimte. Dit zal door de initiatiefnemer vastgelegd moeten worden in een bouw- en inrichtingsplan en goedgekeurd moeten worden door de gemeente.

1.12.3.

Hoe wordt schade aan bestaande woningen voorkomen, bijvoorbeeld door trillingen? Staat gemeente garant voor schade, wordt er vooronderzoek gedaan? Voorafgaand aan de werkzaamheden zal een opname van de bestaande belendingen (een nulmeting van de omliggende woningen) plaatsvinden. Indien tijdens de bouw schade ontstaat, welke aan de bouw toe te rekenen zijn, zal dit voor rekening en risico zijn van de aannemer. De aannemer zal eventueel ontstane schade ook herstellen (met goedkeuring van de eigenaren).

1.12.4.

Waarheen wordt de huidige hangplek van de jeugd verplaatst. Nu wordt het bankje op het veld in deelgebied 1 gebruik. Het speelruimteplan van Brielle kent geen formele hangplekken, van formele compensatie is dan ook geen sprake.

1.13. Indiener vraagt of er een toezichthouder en/of handhaver aangesteld kan worden. Indiener geeft een aantal ideeën mee aan de gemeente en initiatiefnemer: 1.13.1. De gemeente heeft te weinig capaciteit om goed toezicht te houden en klachten af te handelen. Kan er één contactpersoon aangewezen worden voor dit specifieke project? Vanuit de gemeente wordt een vaste planbegeleider aan dit project toegewezen. De ontwikkelaar dient een communicatieplan op te stellen waarin o.a. communicatie met de omgeving en afhandeling van klachten opgenomen dient te worden. Dit communicatieplan maakt geen deel uit van het vast te stellen bestemmingsplan, maar zal wel opgenomen worden in het bouw- en inrichtingsplan. 1.13.2.

De gemeente moet handhavend optreden als ontwikkelaar afwijkt van het bestemmingsplan. Dit moet bevestigd worden door de gemeente. Wanneer sprake is van een strijdige situatie met het bestemmingsplan (gebruiksregels en/of bouwregels) dient de gemeente handhavend op te treden. Dit geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente, niet alleen voor deze ontwikkellocatie.

7 juli 2023

Bestemmingsplan ‘Twee getuigen – Kloosterbos’ Nota zienswijzen beantwoording

16

Zienswijze 2 2.

Zienswijze nummer 2 is ingediend namens 4-tal huishoudens welke nabij deelgebied 2 woonachtig zijn. Aanvullend is een handtekeningenlijst bijgevoegd van overige buurtbewoners. Indieners geven aan op dit moment vanaf de achterzijde van hun woningen uit te kijken of de watergang en het weiland. Behoefte geen beantwoording.

2.1. De reactie van de gemeente op de vooroverlegreactie van indieners hebben op een aantal aspecten tot geruststelling geleid (dwarsprofiel en vormgeving erfafscheiding). Er blijven nog een aantal aanvullende vragen over. Het is goed om te lezen dat een deel van de zorgen die in de vooroverlegreactie zijn geuit zijn weggenomen door de gemeente. De gemeente en de initiatiefnemer hopen gezamenlijk de nog openstaande zorgen weg te kunnen nemen met de beantwoording van de zienswijzen. 2.2. Indieners maken zich zorgen om een goede juridische borging van de instandhouding van de groen perceelafscheiding bij de nieuwe woningen. Dit kan volgens indieners privaatrechtelijk geregeld worden, waarbij zowel een kettingbeding als een boeteclausule nodig is. Indieners wensen een bevestiging van het college dat de privaatrechtelijke afspraken voldoen aan de genoemde eisen (kettingbeding + boeteclausule). De initiatiefnemer heeft aangegeven akkoord te zijn met het opnemen van de door indieners gewenste privaatrechtelijke afspraken in de toekomstige koopcontracten met de nieuwe bewoners. In deze koopcontracten zal ook een kettingbeding inclusief boeteclausule opgenomen worden. De gemeente en de initiatiefnemer hopen hiermee de zorgen bij de indieners weggenomen te hebben. 2.3. Indieners wensen dat het hekwerk aan de noordzijde van deelgebied 2 afsluitbaar is.

Deze opmerking is ook in de vooroverlegreactie gegeven. In reactie hierop heeft het college aangegeven dat dit niet wenselijk is voor het toekomstige beheer en onderhoud van groen en water. Zonder afsluiting zien indieners overlast ontstaan wegens gebruik van deze gronden (vissers, honden uitlaten, kinderen etc). Het eerdere bezwaar van het college om het hek te kunnen sluiten kan volgens indiener gemakkelijke opgelost worden met een gemeentelijke sleutelplan. Voor de beantwoording van deze zienswijze heeft de gemeente ook overleg gehad met verschillende partijen, waaronder de Gasunie en het waterschap. De Gasunie geeft aan dat de strook ten alle tijden bereikbaar moet zijn in geval van calamiteiten, het realiseren van een hekwerk inclusief slot is dan ook niet mogelijk en niet acceptabel in het kader van de openbare veiligheid. Het waterschap heeft aangegeven dat de watergang goed bereikbaar moet blijven voor het uitvoeren van onderhoud. Een hekwerk is voor het waterschap niet acceptabel, dit bemoeilijkt het onderhoud. Ditzelfde geldt voor het onderhoud dat de gemeente dient uit te voeren in kader van groenbeheer. Vanwege deze redenen is het niet mogelijk om tegemoet te komen aan de wens van indieners om een hekwerk te realiseren. Om toch voor een deel tegemoet te kunnen komen aan de zorgen zal een bord ‘verboden toegang voor onbevoegden art. 461 Wetb. V.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13080093/2