Bestemmingsplan 'Twee Getuigen-Kloosterbos'
Tekst van het document
4.10.3 Toekomstige situatie Algemeen Het plan betreft de realisatie van 84 woningen, verdeeld over de twee deelgebieden. Het gaat om verschillende type woningen; rijwoningen, vrijstaande woningen, twee-onder-een-kapwoningen en gestapelde woningen. De woningen worden gerealiseerd met bijbehorende voorzieningen, zoals tuinen en parkeerplaatsen.
Waterkwantiteit Toename in verharding dient gecompenseerd te worden. Bij een toename van aaneengesloten verhard oppervlak van 500 m² of meer moet voor de versnelde afstroom van hemelwater een vergunning worden aangevraagd in het kader van de Keur. Bij een toename aan verhard oppervlak van meer dan 500 m², dient er volgens het beleid van waterschap Hollandse Delta 10% van de toename aan functioneel open water te worden gerealiseerd. In onderhavig geval is sprake van een toename aan verhard oppervlak van meer dan 500 m². Het gaat niet om aaneengesloten, maar om losstaand verhard oppervlak. In de huidige situatie zorgen de bouwwerken en terreinverhardingen in beide deelgebieden samen voor circa 3740 m² aan verhard oppervlak.
56
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos In de nieuwe situatie zorgen de woningen, tuinen en openbare ruimten voor 16.150 m2 aan verhard oppervlak. Dit is een toename van circa 12.410 m2 verhard oppervlak verdeeld over de deelgebieden.10% van deze toename dient gecompenseerd te worden in de vorm van functioneel open water, dit komt neer op 1241 m2. Het waterhuishoudkundig plan is mede op basis van de onderzoeken ecologie tot stand gekomen. Zoals toegelicht in paragraaf 4.4 is de bestaande watergang naast het Kloosterbos een belangrijke aanvliegroute voor onder andere de watervleermuis. Met het behoud van deze watergang is geborgd dat het plan in lijn met de Wet Natuurbescherming vastgesteld en ontwikkeld kan worden. De watercompensatie vindt zowel binnen het buiten het plangebied plaats. Het inrichtingsplan en de locatie buiten het plangebied voorzien in totaal in 1271 m2 extra oppervlakte water door middel van het verbreden van bestaande en realiseren van nieuwe watergangen. Voorliggend bestemmingsplan voldoet daarmee aan het geldende beleid van het waterschap Hollandse Delta.
Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting; (in)filtratie van afstromend hemelwater; afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is gekozen voor duurzame, niet-uitloogbare materialen, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase.
Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving.
Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de 'Keur'. Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de 'Keur'. Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd.
4.10.4 Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.
(vastgesteld)
57
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
4.11
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
4.11.1 Wettelijk kader De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden, dan is een m.e.r. niet noodzakelijk. Uit het Besluit m.e.r. volgt dat een m.e.r.-beoordeling verplicht is voor de vaststelling van een bestemmingsplan voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met een oppervlakte van 100 ha of meer en/of een aaneengesloten gebied van 2.000 woningen of meer en/of een bedrijfsvloeroppervlak van 200.000 m² of meer (Besluit m.e.r., onderdeel D, categorie 11.2).
Omdat de beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 84 woningen met een omvang van minder dan 1 ha, is op basis hiervan géén m.e.r.-beoordeling nodig. Wanneer de drempelwaarden niet worden overschreden geldt in het kader van het bestemmingsplan (dan wel uitwerkingsplan) een zogenaamde vorm-vrije m.e.r.-beoordelingsplicht.
4.11.2 Onderzoek De voorgenomen ontwikkelingen in het bestemmingsplan 'Twee Getuigen-Kloosterbos' zijn getoetst aan de m.e.r.-regelgeving. De voorgenomen activiteit is opgenomen in lijst D van het Besluit m.e.r. onder categorie D 11.2. De realisatie van 84 woningen ligt onder de drempelwaarde die gelden bij categorie D 11.2. Bepaald is echter dat ook voor activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, toch nagegaan dient te worden of er sprake is van belangrijke gevolgen voor het milieu. Dit wordt in de vorm van een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. uitgevoerd. Het bevoegd gezag dient voorafgaand aan de procedure, op basis van deze aanmeldnotitie, een m.e.r. besluit te nemen. De aanmeldnotitie is voor de volledigheid toegevoegd als bijlage 16.
58
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
4.12
Stikstof
4.12.1 Wettelijke kader Als gevolg van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 mag het PAS niet meer gebruikt worden als toestemmingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot een toename van stikstofdepositie op (stikstofgevoelige habitattypen in) Natura 2000-gebieden. De drempel- en grenswaarden uit het PAS zijn daarmee ook niet meer van toepassing. Hierdoor kan een project met een geringe depositietoename van 0,01 mol/ha/jaar al vergunningplichtig zijn (artikel 2.7 en 2.8 Wnb). Oftewel, ook relatief kleinschalige projecten dienen zorgvuldig op hun stikstofdepositie getoetst te worden om aan (Europese) regelgeving te kunnen voldoen. Sinds de vernieuwing van AERIUS Calculator (versie januari 2023) kan correct berekend worden of er sprake is van stikstofdepositie op relevant Natura 2000-gebied. Daarbij dient zowel de realisatiefase als de gebruiksfase doorgerekend te worden.
4.12.2 Onderzoek De initiatiefnemer heeft een Aerius - berekening laten uitvoeren om de mogelijk stikstofdepositie in kaart te brengen. Tussen het ontwerpbestemmingsplan en het vast te stellen bestemmingsplan is de Aerius berekening geactualiseerd zodat voldaan kan worden aan de actuele wet- en regelgeving. Het stikstofonderzoek is toegevoegd als bijlage 17 aan de toelichting. Uit de rekenresultaten blijkt dat er zowel in de realisatiefase als de gebruiksfase geen sprake is van stikstofdeposities hoger dan 0,00 mol/ha/jaar vergeleken met de referentiesituatie. Derhalve is in het kader van de Wet natuurbescherming geen vergunning noodzakelijk en is er sprake van een uitvoerbaar initiatief. Het aspect stikstofdepositie vormt geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
(vastgesteld)
59
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische regelgeving
Inleiding
Het bestemmingsplan zal voorzien in een verandering in de ruimtelijke en functionele structuur, waarbij verdeeld over twee deelgebieden (Twee Getuigen en het Kloosterbos) 84 woningen wordt gerealiseerd. Deze ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt in onderhavig bestemmingsplan. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden, van de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en de daarop betrekking hebbende regels, de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden.
5.2
Systematiek van de regels
Voor het bestemmingsplan 'Twee Getuigen - Kloosterbos' wordt aangesloten op de handleiding Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Hieronder wordt een toelichting gegeven op welke wijze een en ander in de regels is vastgelegd.
5.2.1
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. Artikel 1 Begrippen De in de regels gebruikte begrippen worden hierin omschreven ter voorkoming van misverstanden of verschil in interpretatie. Artikel 2 Wijze van meten Dit betreft een omschrijving van de wijze waarop het meten dient plaats te vinden.
5.2.2
Hoofdstuk 2 Bestemmingsbepalingen
De bestemmingsbepalingen zijn opgezet volgens een vaste volgorde, die is vastgelegd binnen de SVBP. Alle bestemmingen zijn opgebouwd uit de volgende onderdelen: een bestemmingsomschrijving; bouwregels; en in sommige gevallen: afwijking van de bouwregels; nadere eisen; specifieke gebruiksregels; afwijking van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; wijzigingsbevoegdheid. Hieronder zijn de verschillende artikelen toegelicht. Allereerst komen de enkelbestemmingen aan bod die de primaire functies van de gronden aangeven. Daarnaast zijn er ook dubbelbestemmingen opgenomen, waarin de bescherming van de (verwachte) archeologische en de cultuurhistorische waarden worden geregeld. Deze dubbelbestemmingen moeten eveneens in acht worden genomen op de gronden waar deze van toepassing zijn.
60
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos Artikel 3 Groen De gronden bestemd als Groen mogen worden gebruikt voor groenvoorzieningen, bermen en beplanting, paden en kunstwerken. Hiernaast zijn voorzieningen voor spelen, algemeen nut, en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding zoals waterlopen en waterpartijen toegestaan.
Artikel 4 Tuin De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen behorende bij de op de aangrenzende gelegen hoofdgebouwen. Daarnaast zijn paden en parkeervoorzieningen toegestaan.
Artikel 5 Verkeer De gronden bestemd als 'Verkeer' mogen worden gebruikt voor wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie, voet- en rijwielpaden en parkeervoorzieningen. Daarnaast zijn groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting straatmeubilair, kunstwerken en voorzieningen van algemeen nut toegestaan. Waterlopen, waterpartijen en oeververbindingen zijn eveneens toegestaan binnen de bestemming Verkeer.
Artikel 6 Water De gronden bestemd als 'Water' zijn bestemd voor waterberging, waterhuishouding en alle soorten waterlopen en partijen. Ter plaatse van de bestemming zijn geen gebouwen toegestaan. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt een maximale bouwhoogte van 5 meter.
Artikel 7 Wonen De gronden bestemd als Wonen mogen worden gebruikt voor wonen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een beroep aan huis in hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de begane grond van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van het beroep aan huis, met een maximum van 60 m2. Daarnaast zijn parkeervoorzieningen en tuinen en erven toegestaan.
Artikel 8 Leiding - Gas De gronden bestemd als 'Leiding -Gas' zijn primair bestemd ter bescherming van de ter plaatse gelegen gasleiding. Werkzaamheden ter plaatse zijn alleen toegestaan als het gaat om vervanging/verandering van bestaande bouwwerken of met een omgevingsvergunning.
Artikel 9 Waarde - Archeologie 1
De gronden bestemd als 'Waarde - Archeologie 1' zijn op basis van de Monumentenverordening van de gemeente aangewezen als beschermd gemeentelijk (archeologisch) monument.
Artikel 10 Waarde - Archeologie 4 De gronden bestemd als 'Waarde - Archeologie 4' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen.
(vastgesteld)
61
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
5.2.3
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Dit hoofdstuk bevat regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: Artikel 11: Anti-dubbeltelregel: met deze bepaling wordt beoogd misbruik van de regels door (privaatrechtelijke) wijzigingen in de eigendomsverhoudingen van gronden te voorkomen;
Artikel 12: Algemene bouwregels: hierin zijn een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Bijvoorbeeld extra bouwmogelijkheden voor ondergeschikte bouwdelen zoals balkons, galerijen, kelders en lichtmasten. Tevens is voorzien in een algemene bouwregel voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde voor natuur inclusieve maatregelen.
Artikel 13 Algemene gebruiksregels: dit artikel geeft aan wat er in ieder geval onder verboden gebruik van gronden en opstallen ten opzichte van het bestemmingsplan wordt verstaan. Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee het behoud van parkeerplaatsen geborgd is;
Artikel 14 Algemene aanduidingsregels: In dit artikel is de geluidszone industrielawaai opgenomen. Dit betekent dat nieuwe geluidgevoelige functies niet zonder meer toelaatbaar zijn.
Artikel 15 Algemene afwijkingsregels: het gaat hierbij om een afwijkingsmogelijkheid van de in de regels gegeven maten en percentages met betrekking tot het bouwen, het oprichten van gebouwen van openbaar nut en het in beperkte mate verschuiven van bestemmingsgrenzen.
Artikel 16 Algemene wijzigingsregels: het gaat hierbij om wijzigingsmogelijkheden van de in de regels gegeven maten en bestemmingen met betrekking tot bouwen, het oprichten van gebouwen en het wijzigen van bestemmingsgrenzen.
Artikel 17 Algemene procedureregels: dit artikel geeft de te volgen procedure aan indien er ontheffing wordt verleend van het bestemmingsplan of nadere eisen worden gesteld zoals in de regels opgenomen.
5.2.4
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Dit hoofdstuk bevat de overgangsregels (artikel 18) voor bestaande bouwwerken en bestaande gebruiksactiviteiten die afwijken van het bestemmingsplan. Slotbepaling: in artikel 19 wordt aangegeven onder welke naam de regels aangehaald kunnen worden.
62
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
De gronden zijn deels in eigendom van gemeente Voorne aan Zee en deels van de initiatiefnemer. Tussen initiatiefnemer en de gemeente is een anterieure overeenkomst gesloten waarin de (financiële) afspraken over deze ontwikkeling zijn vastgelegd. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee voldoende verzekerd en er kan worden afgezien van het opstellen van een exploitatieplan.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het gemeentebestuur streeft naar draagvlak bij belanghebbenden en maatschappelijke organisaties voor de uitvoering van dit bestemmingsplan. Daarom hecht het gemeentebestuur veel belang aan de dialoog over dit bestemmingsplan. Dit hoofdstuk over de 'maatschappelijke uitvoerbaarheid' gaat nader in op de maatschappelijke dialoog die in het kader van het bestemmingsplan heeft plaatsvinden.
6.2.1
Vooroverleg
Het voorontwerp bestemmingsplan is in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro naar een aantal vooroverlegpartners van de gemeente verstuurd. De (voormalige) gemeente Brielle heeft de ontvangen overlegreacties samengevat en beantwoord in een Nota van beantwoording. De Nota van beantwoording is opgenomen in bijlage 18 van dit bestemmingsplan.
6.2.2
Communicatie
Het voorontwerp bestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld een reactie in te dienen. De (voormalige) gemeente Brielle heeft de ontvangen inspraakreacties samengevat en beantwoord in een Nota van beantwoording. De Nota van beantwoording is opgenomen in bijlage 18 van dit bestemmingsplan.
6.2.3
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende de termijn van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan zijn 4 zienswijzen ontvangen (waarvan één op het hogere waardenbesluit). De gemeente Voorne aan Zee heeft de ontvangen zienswijzen samengevat en beantwoord in een Nota van beantwoording. De Nota van beantwoording is opgenomen in bijlage 19 van dit bestemmingsplan.
(vastgesteld)
63
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Bijlagen bij toelichting
64
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Bijlage 1
(vastgesteld)
Bezonningsstudie
65
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Bijlage 2
66
Beeldkwaliteitsplan (29 maart 2023)
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Bijlage 3
(vastgesteld)
Archeologisch onderzoek
67
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Bijlage 4
68
Een aanvullend waarderend proefsleuvenonderzoek
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Bijlage 5
(vastgesteld)
Verkennend bodemonderzoek deelgebied 'Kloosterbos'
69
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Bijlage 6 Verkennend bodemonderzoek deelgebied 'Twee Getuigen'
70
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Bijlage 7 Aanvullend asbestonderzoek deelgebied 'Twee Getuigen'
(vastgesteld)
71
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Bijlage 8 Bodemonderzoek gewasbeschermingsmiddelen deelgebied 'Twee Getuigen'
72
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Bijlage 9
Verkennend bodemonderzoek woonwagenstandplaatsen
(vastgesteld)
73
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Bijlage 10
74
Quickscan flora en fauna
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Bijlage 11 Quickscan flora en fauna Woonwagenstandplaatsen
(vastgesteld)
75
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Bijlage 12 Akoestisch onderzoek wegverkeer- en industrielawaai
76
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Bijlage 13
(vastgesteld)
Aanvullend ecologisch onderzoek
77
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Bijlage 14
78
Kwantitatieve analyse groepsrisico
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Bijlage 15
(vastgesteld)
Kwalitatieve analyse groepsrisico
79
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Bijlage 16
80
Aanmeldnotitie m.e.r. Twee Getuigen - Kloosterbos
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Bijlage 17
(vastgesteld)
Aerius - berekening (stikstofdepositie)
81
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Bijlage 18
82
Nota vooroverleg en inspraak
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Bijlage 19
(vastgesteld)
Nota Zienswijzen
83
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Bijlage 20
84
Hogere Waardenbesluit
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
(vastgesteld)
85
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Regels
86
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan 'Twee Getuigen - Kloosterbos' met identificatienummer NL.IMRO.1992.TweeGetuigenKloost-0130 van de gemeente Voorne aan Zee.
1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.5
aanduidingsvlak:
een vlak, door aanduidingsgrenzen van andere vlakken gescheiden.
1.6
aaneengebouwde woning
drie of meer woningen met de hoofdgebouwen aaneengebouwd.
1.7
aan- en uitbouw:
een gebouw in één bouwlaag dat ten dienste staat van een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat wat afmetingen betreft ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en aan dat hoofdgebouw is vastgebouwd.
1.8
antennedrager:
een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne;
1.9
antenne-installatie:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gericht op het ontvangen en/of verzenden van telecommunicatie-dataverkeer, met inbegrip van de bijbehorende zijsprieten, schotelantennes, panelen en technische installatie(s).
(vastgesteld)
87
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
1.10
achtererf:
de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan, uitgezonderd brandgangen.
1.11
archeologische deskundige:
een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake archeologische monumentenzorg.
1.12
archeologisch onderzoek:
onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die daartoe gespecialiseerd is.
1.13
archeologische waarde:
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden.
1.14
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
1.15
bebouwingsgrens:
de op de kaart, blijkens de daarop voorkomende verklaring, als zodanig aangegeven lijn, die door gebouwen niet mag worden overschreden, behoudens overschrijdingen die krachtens deze regels zijn toegestaan.
1.16
bebouwingspercentage:
een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel c.q. bouwvlak of bestemmingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd.
1.17
beroep aan huis:
een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend;
1.18
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak.
1.19
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
88
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos 1.20
bevoegd gezag:
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.21
bijgebouw:
een met het hoofdgebouw verbonden of daarvan vrijstaand gebouw, dat door zijn ligging, constructie of afmeting ondergeschikt is aan dat hoofdgebouw.
1.22
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
1.23
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak.
1.24
bouwlaag:
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijk omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, dakopbouw en/of zolder.
1.25
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.26
bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel.
1.27
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
1.28
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang, van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
1.29
dak:
iedere bovenbeëindiging van een gebouw.
(vastgesteld)
89
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
1.30
dakkapel:
een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst.
1.31
dakopbouw:
een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie (deels) boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijden van de constructie in één of beide dakvlak(ken) is (zijn) geplaatst.
1.32
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.33
geluidsgevoelige objecten:
woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder.
1.34
gestapelde woning:
boven dan wel beneden en/of naast elkaar gesitueerde woningen waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is.
1.35
hoofdgebouw:
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
1.36
huishouden
één of meer personen die een gezamenlijke huishouding voeren, waarbij sprake is van continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid.
1.37
kap:
een constructie van één of meer dakvlakken.
1.38
keur:
wettelijke regels, opgesteld door het waterschap, waarin regels zijn opgenomen voor het bouwen en het gebruik van de gronden die aan een waterloop of (binnen een) waterkering zijn gelegen.
1.39
nutsvoorzieningen:
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes en apparatuur voor telecommunicatie.
90
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos 1.40
omgevingsvergunning voor bouwen:
omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, op grond van artikel 2.1 lid 1 onder a van de Wabo.
1.41
openbaar toegankelijk gebied:
weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer.
1.42
opgraving:
archeologische maatregel waarbij een aangetroffen en gewaardeerde vindplaats ex situ wordt behouden.
1.43
overkapping:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een dak.
1.44
peil:
a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: het aansluitende terrein, ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het aan het bouwwerk aansluitende afgewerkte terrein, voor aanvang van de bouwwerkzaamheden, het oorspronkelijke maaiveld. 1.45
perceelgrens:
een grens van een bouwperceel;
1.46
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub, raamprostitutie en een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
1.47
twee-aaneen gebouwde woning
een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee aaneengebouwde woningen.
1.48
voorgevel:
de naar de openbare weg gekeerde gevel, vanwaar het gebouw hoofdzakelijk toegankelijk is; indien een gebouw met meerdere zijden aan de weg grenst, geldt de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel(-s).
(vastgesteld)
91
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos 1.49
voorgevelrooilijn:
lijn waarin of waarachter een (of meer) gevel(s) van een gebouw word(t)(en) geplaatst en die is gelegen aan de zijde van de aan de weg gelegen perceelsgrens.
1.50
watergang:
een bouwwerk al of niet overdekt, dienend om in het openbaar belang water te ontvangen, te bergen, af te voeren en toe te voeren, de boven water gelegen taluds, bermen en onderhoudspaden daaronder mede verstaan.
1.51
waterkering:
een voorziening om water tegen te houden, zoals een dijk en een dam.
1.52
wonen:
het gebruik van een woning voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden
1.53
woning:
een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van één huishouden.
92
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
afstand
de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn.
2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
2.3
de breedte en diepte van een gebouw:
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren.
2.4
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
2.5
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
2.6
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
2.7
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, nederwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
2.8
vloeroppervlakte:
horizontaal tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren over alle bouwlagen.
2.9
ondergeschikte bouwonderdelen
bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, balkons, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens met niet meer dan 0,5 meter wordt overschreden.
(vastgesteld)
93
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplanting; c. paden; d. voorzieningen van algemeen nut; e. kunstwerken; f. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding zoals waterlopen en waterpartijen; g. speelvoorzieningen; h. afvalcontainers; met daaraan ondergeschikt: i. wegen en straten met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie, waaronder in ieder geval begrepen parkeervoorzieningen. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter; c. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 15 m2. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte en oppervlakte (indien bovengronds) van afvalcontainers mag niet meer bedragen dan 2 meter respectievelijk 4 m2; b. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 9 meter; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van beeldende kunst, mag niet meer bedragen dan 2 meter. 3.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van de milieukwaliteit; d. ter waarborging van de verkeersveiligheid; e. ter waarborging van de sociale veiligheid; f. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.
94
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos 3.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. prostitutie.
(vastgesteld)
95
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Artikel 4 4.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen behorende bij de op de aangrenzende gelegen hoofdgebouwen; met de daarbij behorende: a. paden; b. parkeervoorzieningen. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van voor de gevellijn van en aansluitend aan woningen gelegen: a. bijbehorende bouwwerken in de vorm van erkers op de begane grond; tot een diepte van 1,5 meter, met dien verstande dat de totale oppervlakte van de overschrijding maximaal 5 meter bedraagt en de lengte maximaal 2/3 van de betreffende gevel is.
4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 1 meter; b. de maximale bouwhoogte van pergola's bedraagt 2,5 meter; c. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 1 meter. 4.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid; d. ter waarborging van de sociale veiligheid; e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding. 4.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
96
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Artikel 5 5.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden; b. voet- en rijwielpaden; c. parkeervoorzieningen; d. groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; e. straatmeubilair; f. afvalcontainers; g. geluidwerende voorzieningen; h. speelvoorzieningen; i. kunstwerken; j. voorzieningen van algemeen nut; k. waterlopen, waterbergingen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen; l. oeververbindingen (bruggen en duikers). 5.2
Bouwregels
5.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd; b. de bouwhoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen; c. de oppervlakte mag niet meer dan 15 m2 bedragen. 5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van lichtmasten, bewegwijzering en verkeersregulering mag niet meer bedragen dan 9 meter; b. de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 3 meter; c. de bouwhoogte van speeltoestellen mag niet meer bedragen dan 3 meter; d. de bouwhoogte en oppervlakte (indien bovengronds) van afvalcontainers mag niet meer bedragen dan 2 meter respectievelijk 4 m2; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 meter. 5.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van de milieukwaliteit; d. ter waarborging van de verkeersveiligheid; e. ter waarborging van de sociale veiligheid; f. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.
(vastgesteld)
97
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
5.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. prostitutie.
98
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos
Artikel 6 6.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterberging; b. waterhuishouding; c. waterlopen en waterpartijen; d. groenvoorzieningen; e. infiltratievoorzieningen; f. waterhuishoudkundige voorzieningen waaronder begrepen kruisingen, duikers en overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden; g. een beschermingszone op grond van de Keur van 5 meter vanuit de insteek van de hoofdwatergang. 6.2
Bouwregels
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 5 meter. 6.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid; d. ter waarborging van de sociale veiligheid; e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding. 6.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
(vastgesteld)
99