Bestemmingplan Boomgaard, fase 1_ter vaststelling_toelichting_regels_verbeelding
Tekst van het document
4.9
Externe veiligheid
Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: y bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; y vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde.
67/167
De externe veiligheidssituatie in de gemeente Hellevoetsluis is weergegeven in de Visie Externe Veiligheid 2008 – 2017 die op 20 maart 2008 is vastgesteld door de gemeenteraad. Binnen de gemeente Hellevoetsluis is een aantal risicobronnen aanwezig. Het betreft stationaire bronnen, zoals een LPGtankstation, opslag voor gevaarlijke stoffen, propaantanks en vuurwerkopslag. De overige bronnen betreffen het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg. De risicobronnen zijn weergegeven op de signaleringskaart externe veiligheid (figuur 4.2).
figuur 4.4: uitsnede signaleringskaart externe veiligheid Onderzoek Uit de risicokaart blijkt dat in de nabijheid van het plangebied verschillende risicobronnen zijn gelegen. Ten zuiden is een Bovengrondse tank met chloorbleekloog gelegen, Sportcentrum De Eendracht (Zwembad) aan de Sportlaan 2. Ten noorden van het plangebied is een gasontvangststation "v.d. Doesstraat" aan de Noorddijk gelegen. De inrichtingen zijn allen op dusdanige afstand van het plangebied gelegen, 285 meter of meer, dat deze niet van invloed zijn op de externe veiligheidssituatie in het plangebied. Ten noorden van het plangebied is een aardgasleiding W53807 gelegen. De aardgasleiding (6,61 inch; 40 bar) heeft een invloedsgebied van 70 meter, het plangebied ligt op meer dan 700 meter van de voorgenoemde leiding en is dan ook buiten de PR 106 contour en het invloedsgebied gelegen. Ten noorden van het plangebied vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de weg, N57: afrit N495 (Nieuwehoorn) afrit N215 (Stellendam). Op dit traject vindt vervoer plaats van de stofcategorie LF1, LF2, LT1, Lt2, GF1 en GF2. Het invloedsgebied bedraagt 355 meter, de stofcategorie GF3 is hier maatgevend. Het plangebied is gelegen op meer dan 1000 meter tot het midden van de weg en is dan ook buiten het invloedsgebied gelegen.
68/167
Conclusie De benoemde risicobronnen zijn op zodanige afstand gelegen dat deze niet van invloed zijn op de externe veiligheidssituatie in het plangebied. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor (de uitvoerbaarheid van) het plan.
4.10 Archeologie Toetsingskader Sinds 1 juli 2016 is de Wet op de archeologische monumentenzorg vervangen door de Erfgoedwet. De uitgangspunten uit het 'Verdrag van Malta' blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort. De gemeente Hellevoetsluis heeft een archeologisch beleid en beleidsinstrumenten ontwikkeld (vastgesteld in 2007), waarmee een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen is gewaarborgd.
De gemeentelijke bestemmingsplannen worden dan ook voorzien van een archeologieparagraaf. Het doel van het voorgenomen archeologisch beleid (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is en (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. Het belangrijkste gemeentelijk toetsinstrument is de Archeologische Waarden en Beleidskaart Hellevoetsluis. Bewoningsgeschiedenis De oudste sporen van menselijke aanwezigheid in de wijdere omgeving van het plangebied worden gevormd door enkele honderden benen spitsen met weerhaken en enkele benen harpoenpunten; het waren onderdelen van jacht en visgerei. Ze dateren uit het VroegMesolithicum (90007000 voor Christus), en zijn gevonden in het opgespoten zand van de Maasvlakte. De werktuigen moeten afkomstig zijn uit de oudste Holocene rivierafzettingen, op een diepte van circa 2022 m beneden NAP. De vondsten dateren uit een tijd dat de zeespiegel nog veel lager stond dan nu het geval is. Ook in het plangebied zouden, in theorie, dergelijke vondsten op grote diepte (circa 20 m), aanwezig kunnen zijn.
69/167
Vanaf ruwweg 7000 voor Christus kreeg de zee ten gevolge van de stijging van de zeespiegel greep op het gebied, en veranderde de riviervlakte in een waddengebied met mariene sedimentatie. Uit de periode van het verschuiven van het mondingsgebied van Rijn en Maas naar het noorden, waardoor de oude monding verzandde, stammen de Afzettingen van het Hellevoeterzand (kwelderafzettingen), die in de ondergrond van het gebied De Boomgaard aanwezig zijn. Het landschap van het Hellevoeterzand is door de mens geëxploiteerd. Een deel van een (later opgevulde) geul van waaruit het Hellevoeterzand is gevormd, loopt door het westelijk deel van het plangebied. Net buiten het plangebied (aan de oostzijde) is een zandige kwelderrug in de ondergrond aanwezig, waarop in het LaatNeolithicum is gewoond. Een klein deel van die prehistorische nederzetting is in 2006 opgegraven. Vanaf circa 4000 voor Christus ontstond een meer gesloten kust met strandwallen, waarachter zich veen ging vormen. Dit geldt ook voor het plangebied, waar het Hellevoeterzand uiteindelijk volledig onder het veen verdween. Waarschijnlijk raakte het veen pas in de Late IJzertijd (vanaf circa 200 jaar voor Christus) bewoond, doordat kreken het veengebied ontwaterden.
Voor het plangebied geldt dat gedurende de Late IJzertijd en de Romeinse tijd (circa 200 voor Christus tot 300 na Christus) de mogelijkheden voor bewoning van het ontwaterde veengebied bleven bestaan. Noordelijker op Voorne werd er kort voor de Romeinse tijd een kleidek op het veen afgezet waarop in de Romeinse tijd werd gewoond. Uitlopers van de kleiafzettingen reikten mogelijk tot in het plangebied. Binnen het plangebied zijn (nog) geen vindplaatsen uit de IJzertijd en de Romeinse tijd bekend, maar elders in Hellevoetsluis en op Voorne wel. Na de Romeinse tijd treedt er (plaatselijk) weer veengroei op. De veengebieden van Voorne werden ruwweg vanaf circa 1000 ontgonnen. Over de precieze aard en omvang van de vroege ontginningen is weinig bekend, wel kennen we enkele vindplaatsen uit de tijd van circa 1000 tot 1500 uit de directe omgeving van het plangebied. Rond 1214 ontstond het Haringvliet en in het begin van de 14de eeuw breekt de bewoning in Hellevoetsluis en omgeving af ten gevolge van overstromingen. Er vond sterke erosie plaats en er werd een in dikte wisselend pakket zandige klei afgezet, dat steeds tenminste 80 cm dik is, zo blijkt uit een analyse in 2006 van beschikbare geologische boringen. Voorafgaand aan de vorming van dit pakket is in het gebied veen ontgonnen (in de Middeleeuwen en wellicht al in de Romeinse tijd).
In 1368 werd de polder Nieuwenhoorn bedijkt, waarvan de huidige Oostdijk (langs de rand van het plangebied) de westelijke begrenzing vormde. Kort daarna, in 1395, werd de Polder NieuwHelvoet bedijkt, waarbinnen het plangebied ligt. Vondsten en sporen uit die periode ná de bedijking zijn van diverse plaatsen bekend. Onderzoek Op basis van de Archeologische Waarden en Beleidskaart Hellevoetsluis geldt voor het gehele plangebied een redelijk hoge tot hoge archeologische verwachting. Op grote diepte (circa 20 m NAP) kunnen vondsten en bewoningssporen uit het VroegMesolithicum aanwezig zijn. Op het in de ondergrond, onder het veen, aanwezige Hellevoeterzand kunnen zich bewoningssporen uit het LaatNeolithicum bevinden. In het gehele plangebied moet, gezien de dichtheid van vindplaatsen in de omgeving, rekening gehouden worden met bewoningssporen uit de periode van de Late IJzertijd tot en met de Romeinse tijd, die zich bevinden op of in de (soms kleiige) bovenkant van het veen. Door het gehele plangebied heen kunnen ook bewoningssporen uit de periode circa 1000 1300 worden aangetroffen, op de bovenkant van het veen. Bewoningssporen uit de periode na 1368, respectievelijk na 1395, worden vooral verwacht langs de Oostdijk. Aan de Voorvorseweg bevindt zich een verhoogd perceel met daarop een boerderij die op 17deeeuwse kaarten staat aangeduid als 'Den Hoogh Werf'.
70/167
Vanwege deze verwachting zijn ten behoeve van de eerste nieuwbouwplannen in 2008 en 2009 verkennende en karterende inventariserende archeologische veldonderzoeken uitgevoerd: een bureaustudie (BOOR PvA2007007), een verkennend inventariserend onderzoek door middel van grondboringen (BOORrapporten 413) en een verkennend en karterend veldonderzoek door middel van grondboringen (BOORrapporten 448). Op grond van deze onderzoeken zijn binnen het plangebied van dit bestemmingsplan op vier locaties aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen. Door Archeologie Rotterdam is een PvE opgesteld (BOOR PvE2022001, bijlage 7) voor het uitvoeren van inventariserend veldonderzoek binnen deze deelonderzoeksgebieden. Op advies van Archeologie Rotterdam zijn voor het gehele plangebied archeologische dubbelbestemmingen opgenomen ondanks de reeds uitgevoerde onderzoeken. De exacte plannen kunnen wijzigen en de archeologische dubbelbestemmingen voorkomen dat archeologische waarden alsnog kunnen worden geschaad, bijvoorbeeld als gevolg van gewijzigde diepten van werkzaamheden. Het betreft de dubbelbestemmingen 'Artikel 9 Waarde Archeologie 1', 'Artikel 10 Waarde Archeologie 2', 'Artikel 11 Waarde Archeologie 3' en 'Artikel 12 Waarde Archeologie 4'.
Conclusie Met inachtneming van de bouwregeling en aanlegvergunning conform de dubbelstemmingen in 9, 10, 11 en 12 is behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden geborgd en is archeologie geen belemmering voor (de uitvoerbaarheid van) het plan.
4.11 Cultuurhistorie Toetsingskader Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Hiertoe dient middels bestudering van kaarten bepaald te worden of binnen (de invloedsfeer van het plangebied) Rijksmonumenten (historische gebouwen, sluizen, tuinbeelden en grafstenen), Archeologische Rijksmonumenten, Werelderfgoederen en beschermde stads en dorpsgezichten aanwezig zijn. Ook het voorkomen van gebieden met landschappelijke waarden en beschermde natuurgebieden (Natura 2000gebieden, Wetlands, Beschermde Natuurmonumenten, Nationale Parken, Nationale Landschappen en de Ecologische Hoofdstructuur of NNN dient bepaald te worden. Onderzoek en conclusies In het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig. Nabij het plangebied staat bij Nieuwenhoorn een molen.
Voor het behoud van de molen, het vrije zicht op de molen en het functioneren ervan als werktuig worden beperkingen gesteld aan de hoogte van obstakels (bebouwing en beplanting) die de windvang of het vrije zicht onevenredig negatief kunnen beïnvloeden. Het gebied waarbinnen deze hoogtebeperkingen gelden, wordt molenbiotoop of molenbeschermingszone genoemd.
71/167
Op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie ZuidHolland is de molenbiotoop van de molen bij Nieuwenhoorn aangegeven. Een deel van de molenbiotoop ligt binnen het plangebied van dit bestemmingsplan. Binnen een afstand van 100 m tot het middelpunt van de molen mag geen bebouwing worden opgericht hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek. Binnen een afstand van 100 tot 400 m tot het middelpunt van de molen mag geen bebouwing worden opgericht met een bouwhoogte die meer bedraagt dan 1/30 van de afstand van het bouwwerk tot het middelpunt van de molen, gerekend vanaf de onderste punt van de verticaal staande wiek. Hiervan kan worden afgeweken als de vrije windvang of het zicht op de molen al zijn beperkt vanwege aanwezige bebouwing en beplanting en de windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt vanwege de nieuw op te richten bebouwing en de beplanting of als toepassing van deze afstands en/of hoogtematen de belangen in verband met de nieuw op te richten bebouwing onevenredig zouden schaden. Slechts een beperkt deel van het plangebied ligt binnen de molenbiotoop. Op dit deel wordt geen bebouwing toegestaan met een hoogte die in strijd is met de molenbiotoop.
figuur 4.5: molen bij Nieuwenhoorn en bijbehorende molenbiotoop (bron: cultuurhistorische waardenkaart provincie ZuidHolland) Conclusie Het behoud van de molen, het vrije zicht op de molen en het functioneren ervan als werktuig is voldoende geborgd en het omgevingsaspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor (de uitvoerbaarheid van) het plan.
72/167
4.12 Kabels en leidingen Toetsingskader Rond planologisch relevante leidingen, zoals hoofdgasleidingen, rioolpersleidingen en hoogspanningslijnen, moet rekening worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden (belemmeringenzones). Binnen deze zones kunnen sommige bouwwerken of werkzaamheden niet toegestaan of aan een vergunningplicht onderworpen zijn. Onderzoek Om inzicht te krijgen in de ligging van kabels en leidingen die van belang kunnen zijn voor dit plan en de werkzaamheden vanwege dit plan, is er bij het Kadaster op 29 juli 2021 een KLICmelding gedaan (bijlage 6). Tevens zijn Gasunie (hoofdtransportgasleidingen) en Evides (waterleidingen) geraadpleegd in het kader van het vooroverleg. Hieruit is gebleken dat de nieuwe ontsluitingsweg een hoofdwatertransportleiding kruist. Ter bescherming van deze leiding is de dubbelbestemming 'Leiding Water' opgenomen. Andere leidingen waarmee bij de nieuwe ontsluitingsweg rekening moet worden gehouden zijn laag en middenspanningslijnen, gasleidingen (Stedin), een waterleiding en een rioolleiding. Deze leidingen zijn planologisch niet relevant en hebben in dit plan daarom geen beschermingszone. Wel moet rekening worden gehouden met het trafostation bij de rotonde: direct ten zuiden ervan vindt de aansluiting van de nieuwe ontsluitingsweg plaats.
In de rest van het plangebied liggen geen (planologisch) relevante kabels en leidingen, met uitzondering van de kabels en leidingen ten behoeve van de enige bestaande woning in het plangebied, Voorvorseweg 1 (lagedrukgasleiding, waterleiding, rioolleiding). Conclusie Een planologisch relevante hoofwatertransportleiding doorkruist het plangebied. Deze leiding wordt beschermd door middel van de dubbelbestemming WaterLeiding.
4.13 Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de realisatie van woningen nabij bedrijven of vice versa; y ter plaatse van de woningen een goed woon en leefmilieu kan worden gegarandeerd; y rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNGpublicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorieindeling heeft plaatsgevonden.
73/167
Onderzoek De beoogde ontwikkeling betreft een milieugevoelige functie. Gezien de ligging aan de rand van Hellevoetsluis en de aanwezigheid van slechts enkele bedrijven kan het gebied nu getypeerd worden als 'rustig buitengebied' en straks, na de realisatie van het plan, als 'rustige woonwijk'. De ligging van de nieuwe woningen is getoetst aan de richtafstanden die horen bij dit omgevingstype: y Aan de zuidrand van het plangebied liggen boomgaarden. Voor boomgaarden wordt in verband met spuitzones doorgaans een afstand van 50 meter gehanteerd tot woningen (inclusief tuin). Op de spuitzones wordt hierna onder het kopje 'spuitzonering' ingegaan. y Ten noorden van de Stormweg is de Volkstuin Vereniging Hellevoet gevestigd. Voor een volkstuin geldt geen richtafstand tot woningen. y Op Verlengde Lagelandseweg 6 is de wildhandel/poelier Oosthoek gevestigd, op een perceel met de bestemming 'Agrarisch'. Voor deze functie(s) geldt volgens de VNGpublicatie ten opzichte van woningen in een 'rustige woonwijk' een richtafstand van 100 meter geldt. Deze contour reikt tot de kreek. Binnen deze contour ligt binnen het plangebied alleen de bestemming 'Groen' en zijn geen woningen toegestaan. De afstand tot de woonbestemmingen in het plangebied is minimaal 160 meter. Er wordt aan de richtafstand voldaan. Overigens zijn er binnen de contour ook reeds bestaande woningen aanwezig.
y Ten noordoosten van het plangebied ligt het agrarisch loonbedrijf A. den Bakker & Zn., op Rijksstraatweg 167. Volgens de VNGpublicatie geldt voor een agrarisch loonbedrijf (> 500 m²) voor woningen in een rustige woonwijk een richtafstand van 50 meter. De dichtstbijzijnde woningen zijn op circa 340 meter beoogd. Er wordt aan de richtafstand voldaan. Er is derhalve sprake van een aanvaardbaar woon en leefklimaat. y Aan de Rijksstraatweg 151 ligt een perceel met de bestemming 'Gemengd1' en de functieaanduiding 'specifieke vorm van horeca horeca categorie 1c'. Hier is nu Ouderenzorg Boa Vista gevestigd maar is ook een groter restaurant mogelijk. Voor een restaurant geldt een richtafstand van 10 meter. De nieuwe woningen worden gerealiseerd op een afstand van circa 190 meter: ook aan deze richtafstand wordt voldaan. Spuitzonering Er gelden in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en nabij gelegen, voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige objecten, zoals woningen. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak geldt als vuistregel dat een veilige afstand van spuitzones minimaal 50 meter moet zijn. Vanwege mogelijk vrijkomende verwaaiing van spuitvloeistof bij het spuiten van agrarische gronden wordt deze afstand gehanteerd tot het bouwvlak van een woning.
De afstand van de agrarische gronden tot het plangebied is minder dan 50 meter. Met de ontwikkeling zullen de boomgaarden in het plangebied worden stopgezet. De boomgaard ten oosten van het plangebied hoort bij fase 2 en zal in een later stadium ontwikkeld worden. De gronden van de boomgaarden zijn niet meer in gebruik en in het bezit van de ontwikkelaar en zullen dus niet meer bespoten worden. Na de ontwikkeling van fase 2 is er geen sprake meer van boomgaarden in het plangebied. De overige gronden zijn akkerbouwgronden. Over het algemeen is de omvang van de spuitzones bij lage teelten aanzienlijk kleiner dan bij hoge teelten. Gezien de situatie ter plaatse zal het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de agrarische gronden in de omgeving van het plangebied naar verwachting niet leiden tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's binnen het toekomstige woongebied. Conclusie In het plan is rekening gehouden met de aanwezige milieuhinderlijke functies en daarbij behorende (richt)afstanden. Het aspect bedrijven en milieuzonering is geen belemmering voor (de uitvoerbaarheid van) het plan.
74/167
4.14 Vormvrije m.e.r.beoordeling Beleid en Normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planm.e.r.plichtig, projectm.e.r.plichtig of m.e.r.beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.beoordeling. y Voor de ontwerpbestemmingsplanfase moet een m.e.rbeoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
y Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. Onderzoek In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van maximaal 360 woningen. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent wel dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.beoordeling' noodzakelijk is. Deze is toegevoegd in bijlage 9. Op basis van deze notitie nemen burgemeester en wethouders een besluit over het doorlopen van een m.e.r.procedure. Gelet op de aanmeldnotitie is het doorlopen van een m.e.r. procedure niet aan de orde.
75/167
76/167
Hoofdstuk 5
5.1
Juridische aspecten
Inleiding
Het juridische deel van een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels. De regels bevatten regels voor gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen juridisch bindende werking; maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Het bestemmingsplan is opgesteld conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Deze standaard schrijft voor op welke wijze de opbouw van regels en de presentatie van de verbeelding (plankaart) moet plaatsvinden. Bij de regels in dit plan is ook de systematiek zoals opgenomen in het Handboek bestemmingsplannen gemeente Hellevoetsluis in acht genomen. De regels zijn als volgt ingedeeld y Inleidende regels. De inleidende regels lichten de begrippen toe die in de regels voorkomen en ook de wijze van meten (hoogte, diepte et cetera) die moet worden gehanteerd. In artikel 1 worden belangrijke begrippen die in het plan voorkomen nader gedefinieerd.
In artikel 2 is aangegeven hoe afstanden en maten die in de regels worden voorgeschreven, moeten worden gemeten. Het definiëren van begrippen en de aanwijzingen voor het meten vergroten de duidelijkheid en de rechtszekerheid. y Bestemmingsregels (zie paragraaf 5.2). De bestemmingsregels bevatten voor elke bestemming een omschrijving van de doeleinden, de bouwregels en de gebruikregels. y Algemene regels (zie paragraaf 5.3). De algemene regels bevatten algemene – voor alle bestemmingen geldende – regels zoals algemene gebruiksregels. y Overgangs en slotregels. De laatste twee artikelen betreffen achtereenvolgens het overgangsrecht en de slotregel.
5.2
Bestemmingsregels
Artikel 3 Groen Essentiële natuur en landschapselementen (zie paragraaf 2.2.3) zijn bestemd als Groen, Het gaat onder meer de ecologische zones aan weerszijden van de kreek en bij de nieuwe ontsluitingsweg, langs bestaande watergangen en polderwegen en de groene omzoming van de boerderijkavel en woongebieden.
77/167
De omzoming van de boerderijkavel en de woongebieden wordt doorbroken door de ontsluiting van dat kavel en die woongebieden, deze doorbrekingen zijn mogelijk binnen de bestemming Groen (max 10% van het bestemmingsvlak). De ontsluiting van het zuidwestelijke woongebied op de Stormweg (voor langzaam verkeer en calamiteiten) is expliciet op de verbeelding aangeduid: met deze situering is de impact van in en uitrijdend verkeer op de woningen aan de Stormweg beperkt. Aan de situering van andere ontsluitingen kunnen burgemeester en wethouders nadere eisen stellen als dat nodig is om onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of bouwwerken en van ecologische en landschappelijke waarden te voorkomen. Artikel 4 Verkeer De bestaande wegen die in het plan met het bestaande profiel worden gehandhaafd, zijn bestemd als Verkeer. Binnen deze bestemming zijn ook functies mogelijk die ondergeschikt zijn aan de functie verkeer, zoals groenvoorzieningen, speelvoorzieningen en parkeerplaatsen. Ter plaatse van de Voorvorseweg is expliciet bepaald dat hier uitsluitend sprake mag zijn van langzaam verkeer en calamiteitenverkeer. Doorgaand verkeer is niet toegestaan. Artikel 5 Water Belangrijk oppervlaktewater in het plangebied (zie paragraaf 2.2.4) is bestemd als Water. Het gaat onder meer om de kreek en andere secundaire en primaire watergangen.
Onder andere bruggen zijn hier ook toegestaan. Artikel 6 Wonen 2 De (boerderij)woning Voorvorseweg 1 is, conform het Handboek Bestemmingsplannen van de gemeente Hellevoetsluis, bestemd als Wonen 2. Er is binnen het bouwvlak alleen (een hoofdgebouw van) een vrijstaande woning toegestaan, met een maximale goothoogte van 5 m. In de woning mag onder voorwaarden ook een aanhuisverbonden beroep of bedrijf worden uitgeoefend, ondergeschikt aan de woonfunctie. Buiten het bouwvlak mogen bijbehorende bouwwerken worden gebouwd tot een bepaalde maximale oppervlakte. Artikel 7 Woongebied De stedenbouwkundige opzet die ten grondslag ligt aan dit bestemmingsplan beoogt de realisatie van maximaal 360 woningen. Binnen de bestemming Woongebied mogen daarom in totaal maximaal 360 grondgebonden woningen worden gebouwd. Er is een afwijkingsbevoegdheid voor het college opgenomen om hier met maximaal 5% onder voorwaarden van af te wijken. Een voorwaarde is dat de extra woningen, betaalbare woningen moeten zijn. Van de 360 woningen moeten ten minste 60 woningen als sociale huurwoningen worden gebouwd en minimaal 10 jaar als zodanig in stand blijven, conform de begripsbepaling in lid 1.72 en in artikel 1.1.1 onder d Bro. De bestemming is globaal en rechtstreeks bindend: er is veel flexibiliteit bij de situering van de woningen binnen de bestemmingsvlakken: er zijn geen bouwvlakken aangeduid.
In de bouwregels zijn alleen de goothoogte en de bouwhoogte gemaximeerd: 6 respectievelijk 10,5 meter. Platte afdekkingen zijn uitsluitend mogelijk met een afwijking en dus na nadere afweging door het college. Er zijn uitsluitend grondgebonden woningen mogelijk. In afwijking hiervan mogen, onder voorwaarden, in totaal 3 appartementengebouwtjes met een oppervlakte van maximaal 1.000 m² per gebouw worden gerealiseerd met een maximale goothoogte van 4 meter en een maximale bouwhoogte van 15 m. Deze afwijking is niet mogelijk in de bouwvelden grenzend aan de bestaande woonwijken. Dit is specifiek aangeduid.
78/167
Het college heeft verder de bevoegdheid om nadere eisen te stellen aan de de situering en afmetingen van gebouwen indien dit noodzakelijk wordt geacht voor het verkrijgen van de juiste beeldkwaliteit, zoals beschreven in het beeldkwaliteitplan Beaugaard (zie bijlage 11). Met een aanduiding en bijbehorende regels zijn voorts specifieke regels opgenomen voor de geplande vrije kavels aan de Boslaan. Deze zijn gebaseerd op de kavelpaspoorten uit het beeldkwaliteitplan Beaugaard. Het gebied dient voorts te bestaan uit minimaal 30% groen, water en spelen. Dit is als voorwaardelijke verplichting opgenomen om de woningen in gebruik te kunnen nemen. Indien er een hoger percentage dan 30% wordt gerealiseerd binnen het plangebied, kan in fase 2 minder worden gerealiseerd. Het totaal voor heel De Boomgaard dient minimaal 30% te zijn. In het plangebied zijn voorts twee gebieden aangeduid als 'overige zone groenblauwe zone'. Voor deze gebieden geldt een voorwaardelijke verplichting: pas na realisatie en met instandhouding van de inrichting van aaneengesloten groen, water en speelvoorzieningen op een oppervlakte van minimaal 60% van de gebieden en over een minimale breedte van 20m ( gebied overige zone groenblauwe zone 1) respectievelijk 5 m ( gebied overige zone groenblauwe zone 2 ) is het toegestaan om de woningen in gebruik te nemen.
Artikel 8 Leiding Water Voor de bescherming van de hoofdwaterleiding die de nieuwe ontsluitingsweg doorkruist is de dubbelbestemming 'Leiding water' opgenomen. Bij (bouw)werkzaamheden is een omgevingsvergunning nodig en dient vooraf advies te worden ingewonnen bij de leidingbeheerder. Artikel 9 Waarde Archeologie 1, Artikel 10 Waarde Archeologie 2, Artikel 11 Waarde Archeologie 3 en Artikel 12 Waarde Archeologie 4 Voor het behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden (zie paragraaf 4.10) is het plangebied (mede) bestemd met de dubbelbestemmingen 'Waarde Archeologie 1, 2, 3 en 4'. Voor bouw en aanlegwerkzaamheden met een oppervlakte groter dan 200 m² en dieper dan respectievelijk 80, 130, 170 en 200 cm beneden maaiveld is een omgevingsvergunning nodig. Deze vergunning wordt verleend als blijkt, al dan niet aan de hand van nader archeologisch onderzoek, dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn of als deze door maatregelen niet worden aangetast. Voor een groot deel van het plangebied geldt overigens dat er al afdoende archeologisch onderzoek is uitgevoerd en dat dit deel al is 'vrijgegeven' voor het huidige stednebouwkundige plan.
5.3
Algemene regels
Artikel 13 Antidubbeltelregel Deze standaardbepaling heeft als doel te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie is mogelijk gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw ten tweede male zou kunnen worden gebruikgemaakt. Artikel 14 Algemene bouwregels De op de verbeelding aangegeven bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen worden overschreden met kleine bouwdelen. In dit artikel is geregeld hoe groot de overschrijding mag zijn en onder welke voorwaarden. Voorts zijn in dit artikel regels opgenomen voor bestaande afwijkingen van voorgeschreven maten, regels ten aanzien van de Keur en de parkeernormen die de gemeente hanteert voor nieuwe ontwikkelingen.
79/167
Artikel 15 Algemene aanduidingsregels Een deel van het plangebied, aan de noordoostkant, ligt binnen de vrijwaringszone van een molenbiotoop (zie paragraaf 4.11). In dit artikel zijn regels voor bouwen in deze vrijwaringszone opgenomen. Artikel 16 Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn alle afwijkingsregels opgenomen die voor het gehele plangebied van toepassing zijn. Het gaat om kleine afwijkingen die kunnen worden verleend als een aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen niet geheel past binnen het bestemmingsplan. Het gaat dan om onderschikte afwijkingen ten behoeve van bijvoorbeeld balkons, trappenhuizen en liftkokers. In het plan voor De Boomgaard, fase 1 is ook ruimte voor een theehuis of een vergelijkbare, kleinschalige horecavoorziening. Omdat de locatie hiervan niet vooraf vastligt maar sterk afhankelijk is van de uitwerking van het stedenbouwkundig plan, in het bijzonder van de groenblauwe zone, is ervoor gekozen om een algemene afwijkingsbevoegdheid op te nemen voor zowel de groenblauwe zone in de bestemming 'Woongebied' als voor de bestemming 'Groen', voor in totaal één horecabedrijf van de categorie 1a van de Staat van horecaactiviteiten, zoals een theehuis, lunchroom of ijssalon.
Voor het horecabedrijf mag een gebouwtje van 100 m² worden gebouwd en bij het horecabedrijf is een terras toegestaan, mits de stedenbouwkundige en landschappelijke waarden niet onevenredig worden geschaad. Artikel 17 Algemene wijzigingsregels Met deze wijzigingsmogelijkheid kan het college bestemmingen wijzigen indien dat noodzakelijk is voor het technisch beter realiseren van een bouwwerk. De mogelijkheid is uitsluitend bedoeld voor beperkte bestemmingswijzigingen. Artikel 18 Overige regels In dit artikel is bepaald dat de stedenbouwkundige bepalingen van de bouwverordening niet (aanvullend) van toepassing zijn en indien verwezen wordt naar andere (wettelijke) regelingen dan is in dit artikel bepaald dat deze dienen te worden gelezen als op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan.
5.4
Verbeelding
Algemeen Op de verbeelding zijn vrijwel alle functies apart bestemd, waardoor het direct mogelijk is om met het bijbehorende renvooi (verklaring van de bestemmingen) te zien welke functies binnen de bestemming aan de grond binnen het plangebied gegeven zijn. In de bijbehorende regels zijn de bestemmingsomschrijving, de bouwregels, de specifieke gebruiksregels alsmede de afwijkingsbevoegdheden te vinden.
80/167
Bestemmingsvlak en bouwvlak Elke bestemming bestaat doorgaans uit twee facetten: een bestemmingsvlak en een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik toegestaan is. Het bouwvlak is een gebied dat op de verbeelding is aangegeven waarvoor de mogelijkheden om te bouwen in de regels zijn aangegeven. Bouwvlakken worden op de verbeelding doorgaans voorzien van aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering. Indien in het plangebied het bestemmingsvlak en het bouwvlak met elkaar samen vallen, is op de verbeelding uitsluitend een bouwvlak te zien (de grenzen van het bestemmingsvlak liggen hieronder). Wanneer het bestemmingsvlak en bouwvlak niet samenvallen, is het bouwvlak ingetekend door middel van een dikke zwarte lijn binnen het bestemmingsvlak. Binnen de bestemming Woongebied zijn geen bouwvlakken opgenomen. Dit om zoveel mogelijk flexibiliteit te genereren en zo ruimte te laten voor de vraaggestuurde ontwikkeling van het plangebied. Waar nodig is met aanduidingen en regels aangegeven waar iets wel of niet kan. Aanduidingen De letteraanduidingen van de bestemmingen zijn ingetekend in het bestemmingsvlak. Nadere specificaties die iets zeggen over het gebruik of bouwmogelijkheden zijn door middel van aanduidingen opgenomen.
Als deze specificaties op het hele bestemmingsvlak van toepassing zijn, dan staan de aanduidingen achter de bestemmingsaanduiding in het bestemmingsvlak. Voor de leesbaarheid of omdat het bestemmingsvlak en het bouwvlak met elkaar samenvallen, is soms gekozen om de aanduidingen in het bouwvlak te plaatsen. IMRO2012 en SVBP2012 De regels en verbeelding zijn opgesteld volgens IMRO2012 en SVBP2012. IMRO2012 staat voor InformatieModel Ruimtelijke Ordening en heeft betrekking op de inrichting van de ruimtelijke instrumenten van de Wro. Het is het informatiemodel voor het opstellen en het uitwisselen van visies, plannen, besluiten, verordeningen en algemene regels op alle bestuurlijke niveaus. Het model is geschikt voor uitwisseling van informatie tussen de organisaties op het gebied van de ruimtelijke ordening en aanverwante werkterreinen. SVBP2012 staat voor Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen. Doel van deze standaard is het op vergelijkbare wijze inrichten, vormgeven en verbeelden van bestemmingsplannen en de daarbij behorende uitwerkings en wijzigingsbesluiten.
81/167
82/167
Hoofdstuk 6
6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Wettelijk vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1 Bro moet bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plaatsvinden met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In dit verband is het voorontwerpbestemmingsplan in elk geval voorgelegd aan diverse overlegpartners, waaronder de provincie ZuidHolland en het waterschap Hollandse Delta. De resultaten van dit vooroverleg zijn opgenomen in bijlage 14. Inspraak Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder e Bro moet in een bestemmingsplan worden beschreven hoe burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Op de voorbereiding van dit bestemmingsplan is daarom de Algemene Inspraakverordening van de gemeente Hellevoetsluis van toepassing. Op verschillende momenten zijn de inwoners van Hellevoetsluis en andere belanghebbenden betrokken bij de planvorming. Op 30 mei 2023 is er een inloopbijeenkomst georganiseerd in het gemeentehuis. Bovendien lag het voorontwerpbestemmingsplan ter inzage en kon een ieder een inspraakreactie indienen. De ingekomen reacties tijdens de inloopavond van mei 2023 en de schriftelijk ingekomen reacties zijn samengevat en van een reactie voorzien in bijlage 14.
Naast het bovenstaande is er in 2021 een enquete uitgevoerd en hebben er verschillende gesprekken plaatsgevonden met omwonenden van onder andere de Stormweg en de Rijksstraatweg. Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan heeft in de periode van 30 november 2023 gedurende zes weken (tot en met 11 januari 2024) ter inzage gelegen voor het indienen van zienswijzen. Er zijn in totaal 11 zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan ingediend. De zienswijzen zijn samengevat en van een beantwoording voorzien in een Nota beantwoording zienswijzen. In de nota is aangegeven of een zienswijze aanleiding heeft gegeven tot aanpassing van het bestemmingsplan. De aanpassing zijn vervolgens verwerkt in het vast te stellen bestemmingsplan. De nota beantwoording zienswijzen is opgenomen als bijlage 15 bij deze toelichting.
83/167
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is het van belang te weten of het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostendekking/kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). De ontwikkeling betreft een aangewezen bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.12 Wro. Dit betekent dat de kosten van gemeentewege dienen te worden verhaald. Dit kan ofwel via een exploitatieplan ofwel via een anterieure overeenkomst. Het voorliggende plan maakt de bouw van 360 woningen mogelijk en voldoet daarmee aan de definitie van een 'aangewezen bouwplan'. Tussen de gemeente en de initiatiefnemers is een overeenkomst gesloten. Daarmee is het kostenverhaal 'anderszins verzekerd' en wordt afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan.
84/167
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING (zie separaat bijlagenboek)
Bijlage 1 Quickscan ecologie
Bijlage 2 Nader onderzoek ecologie
Bijlage 3 Waterhuishoudingsplan
Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 5 Nader (asbest)onderzoek in bodem
Bijlage 6 Overzicht kabels en leidingen