CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

AB4-b1 Ontwerp Begroting 2025

Raadsvergadering 2 juli 2024, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond: jaarstukken 2023, begrotingswijziging 2024 en ontwerpbegroting 202516.025 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ontwerp BEGROTING 2025 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Versie Controllersoverleg en AOJ op 18 maart 2024

INHOUDSOPGAVE 1. AANBIEDING......................................................................................................... 3 Leeswijzer...................................................................................................4 Begrotingsproces conform Wet gemeenschappelijke regelingen. . .5 2. PROGRAMMAPLAN.............................................................................................. 7 2.1 Achtergrond en algemene kaders GRJR........................................7 2.2 Kaders voor de GRJR-begroting.......................................................7 2.3 Doelstelling en inzet per opdracht.................................................10 3.PARAGRAFEN....................................................................................................... 22 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing..................................22 3.2 Bedrijfsvoering...................................................................................24 3.4 Rechtmatigheid...............................................................................25 3.3 Financiering......................................................................................27 4. FINANCIËLE BEGROTING.....................................................................................

29 4.3 Financieel perspectief.....................................................................34 4.3 Overige toelichtingen en overzichten...........................................37 5. VASTSTELLINGSBESLUIT........................................................................................ 44

1. Aanbieding Met de begroting 2025 bepalen de samenwerkende gemeenten in de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) de doelstellingen en middeleninzet voor de inkoop van specialistische jeugdhulp en de jeugdbeschermingsketen in de jeugdhulpregio Rijnmond. Opdracht en ambitie GRJR De gemeenten hebben een gezamenlijke beleidsvisie op de jeugdhulp: de Regiovisie Nabij en Passend. Daarin staat dat de gemeenten bouwen aan een “jeugdhulp-infrastructuur” die aansluit bij “sterke lokale infrastructuren”. Gemeenten zorgen zo dat gezinnen in hun leefomgeving ondersteuning, basishulp en lichte jeugdhulp kunnen vinden die op elkaar aansluiten. En dat op het juiste moment zo nodig ook persoonsgebonden specialistische hulp komt. Om dit mogelijk te maken werken de gemeenten in de GRJR samen aan de opdracht om te zorgen dat er volgende specialistische jeugdhulp beschikbaar is. Middeleninzet 2025 Bij het bepalen van de benodigde middelen voor de regionale beschikbaarheid van zorg moet rekening worden gehouden met diverse invloedrijke ontwikkelingen. Inhoudelijk: beleidsvisie, inkoop 2023 en ontwikkelopgaven De eerste uitdaging is om met het aanbod inhoudelijk aan te sluiten op de Regiovisie en de inzet van de gemeenten. Hulp waarbij een kind in (een desnoods vervangende) thuissituatie kan blijven wonen heeft de voorkeur boven (al dan niet tijdelijk) verblijf in een instelling.

Dan moet de benodigde voorkeurshulp wel beschikbaar zijn! Per 1 januari 2023 zijn nieuwe regionale contracten afgesloten. Zeven zogenaamde systeemaanbieders bieden samen een dekkend aanbod en leveren in principe alle benodigde hulp zonder onacceptabele wachttijden. Met deze aanbieders werken we aan grote ontwikkelopgaven om het aanbod meer in lijn te brengen met de Regiovisie. Ook werken we met deze aanbieders samen om mee te kunnen sturen op instroom, doorstroom en uitstroom. Financieel: zo realistische mogelijke raming van jeugdhulpuitgaven De hoogte van de budgetten vormt de tweede uitdaging. De afgelopen jaren bleken de uitgaven vaak hoger dan verwacht. Voor een deel was dit door onvoorziene groei, maar ook doordat de uitgaven te laag begroot waren. Om deze laatste afwijking te voorkomen ramen we de budgetten zo realistisch mogelijk. We leren uit het grote verschil tussen begroting en jaarrekening 2023 dat terughoudendheid nodig is met gunstige begrotingsaannames. De raden

van deelnemende gemeenten wezen hier ook al op en riepen op om rekening te houden met trendmatige ontwikkelingen. We volgen hierbij ook de uitgangspunten zoals opgenomen in de Kadernota 2025. De reacties van diverse raden op deze Kadernota bevestigen deze financiële beleidslijn. We geven hier samen met de gemeenten, en op het niveau van individuele gemeenten, zo goed mogelijk invulling aan. Dat betekent dat we de budgetten aanpassen naar het bestedingsniveau van 2023 (op basis van recente gegevens) en indexeren voor loon- en prijsontwikkeling. Ook houden we rekening met trendmatige ontwikkeling van de uitgaven. Kostenbeheersingsmaatregelen Tot slot betrekken we effecten van kostenbeheersingsmaatregelen voor zover deze al voldoende zijn onderbouwd om werkelijke kostenbesparing te verwachten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het door het algemeen bestuur in februari 2024 vastgestelde Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing en bijbehorend maatregelenpakket. Dit pakket is gericht op het stopzetten van de groei van de specialistische jeugdhulp, met maatregelen binnen dat domein. De implementatie is in de voorbereidende fase. De effectiviteit van dit pakket loopt de komende jaren op. Op dit moment is de effectiviteit van het pakket nog te onzeker in omvang en tijd om er al een voorschot op te nemen in deze ontwerpbegroting 2025.

De financieel toezichthouder Provincie Zuid-Holland ziet hier – mede door eerdere onderschattingen in onze begrotingen – nauwlettend op toe. In de loop van 2024 krijgen de maatregelen concreter vorm, zodat er wellicht voldoende onderbouwing zal zijn voor gunstige bijstellingen van voorliggende ontwerpbegroting richting vaststelling van de definitieve begroting 2025. Naast het vastgestelde pakket zullen er maatregelen moeten komen om niet alleen de groei te stoppen maar ook krimp te bereiken zodat de uitgaven meer in lijn komen met de Hervormingsagenda. Begroting 2025 De mutaties ten opzichte van de gewijzigde begroting 2024 bedragen in totaal € 36,3 mln. De wijzigingen zijn:  Indexatie 2024 (+ € 18,6 mln.), waarvoor gemeenten accres in de algemene uitkering ontvangen;  Het effect van het verwerken van de trend volgens de kadernota 2025 (+ € 22,7 mln.);  Gemeentelijke aanpassing van de trend ter uitvoering van kostenbeheersingsmaatregelen (- € 4,9 mln.).

Leeswijzer

Volgens het Besluit Begroten en Verantwoorden provincies en gemeenten (BBV), dat ook voor gemeenschappelijke regelingen geldt, bestaat de begroting uit twee hoofddelen: de beleidsbegroting en de financiële begroting. De beleidsbegroting wordt gevormd door hoofdstuk 2 (het programmaplan) en hoofdstuk 3 (de paragrafen). Hoofdstuk 2 bevat het programma voor 2025 en beschrijft de inhoudelijke kaders voor de financiële begroting. In dit hoofdstuk wordt teruggegrepen op de in 2023 vastgestelde Kadernota 2025. Hoofdstuk 3 gaat in verschillende in het BBV verplichte paragrafen in op bedrijfsmatige aspecten zoals risico’s en bedrijfsvoering (inclusief rechtmatigheid). Hoofdstuk 4 is de financiële begroting.

Begrotingsproces volgens Wet gemeenschappelijke regelingen Artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) geeft de procedure aan waarmee raden van deelnemende gemeenten worden betrokken bij de totstandkoming van de begroting. Geconcretiseerd voor de begroting 2025 is het proces als volgt: • Op 5 april 2024 behandelt het algemeen bestuur (AB) de ontwerpbegroting; • Het dagelijks bestuur (DB) zendt de ontwerp-begroting voor zienswijze toe aan de raden van de deelnemende gemeenten, waarbij deze twaalf weken in de gelegenheid worden gesteld hun zienswijze naar voren te brengen; • Binnen twaalf weken, uiterlijk 28 juni 2024, brengen de raden van de deelnemende gemeenten bij het DB hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren. Het verzoek aan gemeenten is om de conceptzienswijzen al eerder te delen met de GRJR. • Wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen en de definitieve jaarrekeningcijfers 2023 en eventueel structurele effecten uit de 1 e Burap 2024 worden verwerkt. • Uiterlijk 1 september 2024 biedt het DB de ontwerp-begroting met zienswijzen aan het AB aan. • Het AB besluit op 13 september 2024 definitief over de begroting. • Nadat deze is vastgesteld, zendt AB de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten. • Het DB zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 september 2024 aan gedeputeerde staten.

Hoofdstuk 2 PROGRAMMAPLAN

2. Programmaplan 2.1 Achtergrond en algemene kaders GRJR 2.1.1 Samen werken aan de jeugdhulp in Rijnmond De GRJR is een samenwerkingsverband van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee. De gemeenten besloten in 2014 om in het openbaar lichaam GRJR gemeenschappelijk de specialistische jeugdhulp in te kopen en jeugdbescherming en -veiligheid te bieden. Het jaar 2024 is het tweede jaar dat we werken met twee inkoop- en bekostigingsmodellen voor 10 gemeenten en daarnaast de MVS-gemeenten. 2.1.2 Ambitie in de samenwerking De gemeenten hebben een gezamenlijke visie op de jeugdhulp: de Regiovisie Nabij en Passend. Daarin staat dat de gemeenten bouwen aan een “jeugdhulp-infrastructuur” die aansluit bij “sterke lokale infrastructuren”. Gemeenten zorgen zo dat gezinnen in hun leefomgeving ondersteuning, basishulp en lichte jeugdhulp kunnen vinden die op elkaar aansluiten. En dat op het juiste moment zo nodig ook persoonsgebonden specialistische hulp komt. Om dit mogelijk te maken werken de gemeenten in de GRJR samen om: 1. Regionale beschikbaarheid van persoonsgebonden hoog-complexe zorg te garanderen; 2. Deze zorg aan te laten sluiten op wat in de deelnemende gemeenten al geregeld is.

De GRJR-ambitie hierbij is om het regionaal jeugdhulplandschap te overzien en zo in te richten dat voor gezinnen en jeugdigen tijdig en nabij passende hulp beschikbaar is. De GRJR stuurt op het niveau van jeugdhulpaanbieders en het zorglandschap. De sturing op en coördinatie van daadwerkelijke inzet van jeugdhulp zijn taken van individuele gemeenten. Zo vindt toewijzing van jeugdhulp en validatie van declaraties plaats door lokale teams. 2.1.3 Taken GRJR De GRJR is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de bovenlokale taken door middel van: • Contracteren of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp in het kader van de Jeugdwet; • Contracteren of subsidiëren van uitvoerders jeugdreclassering en jeugdbescherming in het kader van de Jeugdwet en het organiseren van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis); • Bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten over de uitvoering van de jeugdhulptaken. Hieronder valt ook het met informatievoorziening

faciliteren van gemeenten in het leren van elkaar en het behartigen van gemeentelijke belangen. De uitvoering moet gebeuren binnen afspraken op bovenregionaal of landelijk niveau.

2.2 Kaders voor de GRJR-begroting 2.2.1 Doelen Jeugdwet Een gemeente heeft op grond van de Jeugdwet de verplichting om een jeugdige: a. Gezond en veilig op te laten groeien; b. In staat te stellen te groeien naar zelfstandigheid; c. In staat te stellen voldoende zelfredzaam te zijn en mee te doen in de maatschappij; d. En hiertoe een verordening op te stellen die het aanbod aan individuele en overige voorzieningen jeugdhulp op een voor de Jeugdige onderscheidende wijze beschrijft. Voor de nakoming van deze verplichting is een fijnmazige ondersteuningsstructuur ontwikkeld die voorziet in de nodige hulp. Deze stelsel heeft als doel om gezinnen die belemmeringen in de opvoeding en ontwikkeling van hun kinderen ondervinden op een zo vroeg mogelijk moment te ondersteunen en waar nodig zwaardere hulp in te zetten. De ondersteuningsstructuur kent grofweg een vierdeling:  0e lijn, vrijwilligers, welzijnsorganisaties, sport- en beweegaanbieders, onderwijs etc.;  1e lijn, het lokale team als uitvoerder van basishulp. Dit binnen het sociaal domein en in samenwerking met andere wettelijke verwijzers in de jeugdhulp.

Naast de basishulp voor jeugdigen zorgt een lokaal team voor intensieve vrijwillige hulp (IVH), laag-intensieve begeleiding bij chronische problematiek en hulp voor zorgmijders;  2e lijn; vormen van zorg waarvoor vanuit het lokale team verwijzing of een nadere opdracht/toewijzing aan een regionaal gecontracteerde hulpaanbieder nodig is;  3e lijn; vormen van landelijk gecontracteerde zorg die niet is opgenomen in de bovenstaande 2de lijn. Wat doet de GRJR De GRJR zorgt voor het aanbod van ondersteuning, hulp en zorg door aanbieders van 2e-lijns jeugdhulp. De GRJR realiseert dit aanbod door regionale inkoop, plus aanvullende inzet van buiten-regionale maatwerkvoorzieningen en landelijk ingekochte voorzieningen. Jeugdbescherming en -reclassering en Veilig Thuis worden door middel van

subsidiëring mogelijk gemaakt. Waar aanvullend nodig worden subsidies verleend. 2.2.2 Ontwikkeldoelen Regiovisie Het huidige zorglandschap (het beschikbare aanbod van jeugdhulp) is nog niet voldoende ingericht om de hulp te kunnen inzetten op de manier waarop gemeenten dat in de Regiovisie voor ogen hebben: nabij en passend. Op basis van de Regiovisie zijn daarom voor de komende jaren ontwikkeldoelen uitgewerkt. De bijbehorende ontwikkelopdrachten zijn vanaf 2023 onderdeel van de contracten met systeemaanbieders en worden in partnerschap uitgewerkt. De ontwikkeldoelen zijn: Doel 1: Hulp aan de jeugdige moet nabij en passend zijn  Nabij: hulp wordt binnen het sociale netwerk van de jeugdige geboden (ambulante hulp), dat netwerk wordt betrokken, zodat duurzame oplossingen ontstaan.  Passend: de hulp is kort en bondig zodat geen onnodige afhankelijkheidssituatie ontstaat. Hierbij wordt ingezet op methoden die passen bij de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en bewezen effectief zijn, tegen zo laag mogelijke kosten. Doel 2: Regionaal sluit aan op lokaal De regionale jeugdhulpdienstverlening sluit naadloos aan op lokaal aangeboden zorg en het lokale netwerk; aanbieders en maatschappelijke partners vinden en ondersteunen elkaar op kennis, vaardigheden en expertise.

Ze zorgen samen dat de jeugdige een vloeiend verlopende behandeling heeft richting goed functioneren, passend in de samenleving. Doel 3: jeugdigen groeien zoveel mogelijk op binnen een (pleeg)gezin Jeugdigen die niet langer thuis kunnen wonen groeien zoveel mogelijk op binnen een pleeggezin/gezinshuis. Om dit mogelijk te maken is het van belang om:  het aanbod van pleegouders/gezinshuizen zo groot te laten zijn, dat altijd een beroep gedaan kan worden op een pleegouder (ook in deeltijd); eventuele alternatieve gezinssituaties worden gecreëerd om te voorkomen dat een tekort aan plekken ontstaat;  in te zetten op behoud van pleegouders/gezinshuizen. Door goede samenwerking tussen opdrachtnemer en casusregisseur kunnen jeugdigen in een pleeggezin blijven. Doel 4: Minimale inzet van bedden Het perspectief is gericht op behandeling in samenwerking met gezin en school. Daarom moet hulp met verblijf zo kort mogelijk. Dit vraagt domeinoverstijgend werken. Beschikbare bedden zijn daarom flexibel

inzetbaar, zodat ook voor jeugdigen in de residentiele zorg opvoeden en opgroeien normaliseert en waar mogelijk het sociale netwerk ingezet wordt. Waar thuis wonen echt niet (meer) mogelijk is moet voldoende capaciteit voor langdurige opvang beschikbaar zijn met de mogelijkheid om integrale zorg te bieden. Doel 5: Kosteneffectiviteit In de aanbesteding 2023 is ook een ontwikkelopdracht afgesproken behorende bij monitoring en sturing, die gaat over inzicht in kosteneffectiviteit. Op deze doelen moet zichtbaar resultaat behaald worden. In 2023 en 2024 wordt niet alleen aan de ontwikkelopgaven zelf gewerkt en gestuurd op zorglandschapsniveau en in het contractmanagement, maar wordt ook aanvullende informatievoorziening over de resultaten ingericht die stevigere sturing mogelijk moet maken. 2.2.3 Kadernota GRJR 2025 Op grond van artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) stuurt de GRJR jaarlijks de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten. Het bestuur van de GRJR heeft al in een vroeg stadium, bij besluit van 15 december 2023, de kaders voor de begroting 2025 aangegeven in de Kadernota GRJR 2025. De hierin vastgelegde begrotingsuitgangspunten zijn hieronder samengevat: 1. Vertrekpunt 2e Burap 2023. De jaareindeverwachting uit de 2e bestuursrapportage bevat de meest recente prognose voor 2023. 2.

Indexatie van de budgetten naar prijspeil 2025. Conform GRJR-beleid en zorgcontracten worden de zorg- en subsidiebudgetten als volgt geïndexeerd: a. 90% verondersteld loondeel met OVA-loonindex voorgaand jaar b. 10% verondersteld prijsdeel met PPC -prijsindex voorgaand jaar. Voor indexering van uitvoeringskosten geldt de richtlijn die aan het begin van het voorafgaande jaar wordt afgegeven door en/of namens colleges van de deelnemende gemeenten. Op verzoek van de gemeenten wordt geen rekening gehouden met de indexatie in het meerjarenperspectief. Hiermee sluit het beter aan bij de systematiek zoals gemeenten die hanteren. 3. Rekening houden met trendmatige ontwikkeling. De trend is berekend aan de hand van de ontwikkeling van de zorgkosten per opdracht van de afgelopen 4 jaar. 4. Gevolgen Hervormingsagenda. De gevolgen van de Hervormingsagenda worden pas verwerkt als deze in concrete maatregelen is uitgewerkt die zowel lokale als regionale lastenramingen beïnvloeden, en voor zover de effecten op de regionaal ingekochte hulp onderbouwd zijn met realistische aannames.

5. Van regionaal naar lokaal. De verwachte verschuiving van regionale zorg naar lokale zorg was in de tweede bestuursrapportage niet zichtbaar. 6. Jeugdhulp+. Op dit moment zijn de mogelijke financiële gevolgen van het om- en afbouwen van de gesloten jeugdhulp nog niet volledig in beeld, mede doordat er nog onzekerheid is over de (hoogte van de) vergoeding van het rijk voor deze kosten. 7. Het verlagen van de caseload bij Jeugdbescherming heeft effect op de kosten. 8. Eind 2023 heeft het AB een bestuursopdracht gegeven om maatregelen in kaart te brengen met als doel beheersing van de (zorg)kosten. Het financiële effect hiervan wordt in de loop van 2024 in kaart gebracht, zodat dit waar mogelijk nog tot gunstige bijstelling kan leiden van de definitieve begroting (sept) ten opzichte van de ontwerpbegroting.

2.3 Doelstelling en inzet per opdracht Het hiervoor omschreven beleid krijgt invulling in de afzonderlijke opdrachten en deelbudgetten die hierna worden toegelicht. De volgorde in deze toelichting is in lijn gebracht met de prioriteiten in het beleid en de samenhang tussen de verschillende onderdelen: Ambulante hulp -> Daghulp -> Pleeghulp > Langdurig verblijf -> Opname met behandeling -> Niet regionaal ingekochte hulp. 2.3.1 Ambulante hulp (opdracht E) Wat willen we bereiken Gemeenten kunnen in de thuissituatie aan de jeugdige die wordt beperkt in zijn functioneren de nodige behandeling en ondersteuning geven. De jeugdige leert omgaan met een mogelijk blijvende beperking in het functioneren, gericht op het vergroten en/of behoud van de zelfredzaamheid en/of voorkomen van terugval. Perspectief daarbij is een zekere mate van herstel, vermindering of stabilisatie van de problematiek. De zwaarste vormen van ambulante hulp zijn bedoeld om een opname van de jeugdige te voorkomen of vervangen. Ontwikkeling indicatoren zorggebruik Ambulante hulp

Jaar*a

2021 2022 2023

Aantal toewijzingen * 16.495b 12.476 10.975

Aantal jeugdigen*

Weektarief in €***

Toewijzingsduur in weken*

8.899 8.937 7.902

212 237 309

53 53 46

*Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over de jaren 2021 en 2022 (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 5-2-2024)

a

Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de JR 2022: door toewijzingen die met terugwerkende kracht zijn ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2023 is te verwachten dat het door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd. b Aantal toewijzingen is hoog doordat eind 2020/begin 2021 veel toewijzingen zijn beëindigd en verlengd.

Wat gaan we daarvoor doen De ingekochte ambulante hulp en ondersteuning is flexibel in tijd, intensiteit en specialisme. De hulp en ondersteuning wordt door gemeenten, huisartsen, medisch specialisten en jeugdbescherming verwezen en gericht door aanbieders (zoveel mogelijk) uitgevoerd in het gebied waar de jeugdige leeft. De hulpverleners zorgen samen met het Lokale Team voor continuïteit in de hulpverlening. Wat mag het kosten

Realisatie Realisatie Concept Begroting Begroting JR2021 JR2022 JR2023 2024 *) 2025 46,7 52,1 57,4 65,2 70,6 *) inclusief eerste begrotingswijziging

2.3.2

Daghulp (D)

Wat willen we bereiken Gemeenten, ook via verwijzingen van met name jeugdbescherming, kunnen dagbehandeling geven aan jeugdigen:  Met gedragsproblematiek waarvan nog niet bekend is wat het is;  Met een medisch probleem en ontwikkelingsproblemen die daarvoor dagbehandeling en verpleegkundige zorg nodig hebben;  Die (hoog) specialistische SGGZ-dagbehandeling nodig hebben. Er wordt zo veel mogelijk ambulant in de omgeving van het kind gewerkt, dus samen met school en thuis. Dagbehandeling is aanvullend. Het perspectief is een zekere mate van herstel, vermindering of stabilisatie van de problematiek is, en/of dat de jeugdige vaardigheden vergroot en/of behoudt. Ontwikkeling indicatoren zorggebruik Daghulp

Jaar

2021 2022 2023

Aantal toewijzingen * 1.508 1.417 1.540

Aantal jeugdigen*

Weektarief in €***

Toewijzingsduur in weken*

972 1.114 1.107

810 857 1.011

42 41 37

*Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over de jaren 2021 en 2022 (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 5-2-2024)

a

Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de JR 2022: door toewijzingen die met terugwerkende kracht zijn ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2023 is te verwachten dat het door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd.

Wat gaan we daarvoor doen De ingekochte hulp wordt bij voorkeur naschools of in de schoolsituatie aangeboden, zodat de jeugdige op school kan blijven meedoen. Voor jongere kinderen wordt samengewerkt met kinderdagverblijven (KDV). Voor kinderen die niet naar een KDV gaan wordt de jeugdhulpdiagnosestelling gekoppeld aan de reguliere screening in het (speciaal) basisonderwijs, zodat ook dan vroegtijdig hulp geboden kan worden. Geen onderdeel van D zijn lokale vormen van daghulp, zoals vervanging van onderwijs, combinaties van behandeling en onderwijs, naschoolse opvang, dagbehandeling gericht op werk, het daghulp aanbod voor de doelgroep Jeugd met een beperking en chronische GGZ problematiek (zoals jeugdigen uit de oude AWBZ-GGZdoelgroep of met een uitbehandeld autisme). De regionale daghulpaanbieders hebben een ontwikkelopdracht die aansluit op afspraken met samenwerkingsverbanden uit het onderwijs, het ‘voorveld’ en het Centrum voor Jeugd en Gezin. De opdracht is om de uitstroom te bevorderen vanuit dagbehandeling richting (speciaal) onderwijs en bijvoorbeeld richting welzijnsen jongerenwerk en vrijwilligers rond de jeugdige. Wat mag het kosten

bedragen in € 1 mln. Realisatie Realisatie Concept Begroting Begroting JR2021 JR2022 JR2023 2024 *) 2025 19,1 24,4 26,9 34,1 42,2 *) inclusief eerste begrotingswijziging

2.3.3 Pleeghulp (A) Wat willen we bereiken Gemeenten kunnen, ook op verwijzing van met name jeugdbescherming, pleegzorg geven als het wonen in de thuissituatie niet mogelijk is. Ambulante hulp en daghulp in het oorspronkelijke gezin zijn niet altijd de oplossing. Het pleeggezin is de nieuwe woonomgeving voor het kind. Ontwikkeling indicatoren zorggebruik Pleeghulp

Jaar*a 2021

Aantal toewijzingen

Aantal jeugdigen

Weektarief in €***

Toewijzingsduur in weken

4.108b

1.954

261

92

2022

2.358

1.876

266

116

2023**

2.294

1.762

272

132

*Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over de jaren 2021 en 2022 (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 5-2-2024). a Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de JR 2022: door toewijzingen die met terugwerkende kracht zijn ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2023 is te verwachten dat het door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd. b Aantal toewijzingen is hoog doordat eind 2020/begin 2021 veel toewijzingen zijn beëindigd en verlengd.

Wat gaan we daarvoor doen De ingekochte pleegzorg houdt rekening met de identiteit van een kind. Daarom heeft bij de keuze voor pleegzorg de inzet van een netwerkpleeggezin de voorkeur. Daarnaast is het streven om die nieuwe woonomgeving dichtbij de oude te realiseren. Daarmee kan de band met ouder(s), broers/zussen, school, sport en buurt worden gecontinueerd. Er zijn ook situaties waarin juist afstand van oorspronkelijke omgeving en gezin gewenst is. Om de continuïteit te waarborgen is pleegzorgbegeleiding en indien nodig direct bij te schakelen ambulante hulpverlening beschikbaar. In de nieuwe contracten met systeemaanbieders is een van de centrale ontwikkelopdrachten om het aantal pleeggezinnen omhoog te krijgen. Speciale aandacht is nodig voor pleegzorg in de leeftijdscategorie 14 jaar tot 21 jaar. Als geen pleeggezinnen in de nabijheid zijn, is een gezinshuis een goed alternatief (zie onder langdurig verblijf). Wat mag het kosten

bedragen in € 1 mln. Realisatie Realisatie Concept Begroting Begroting JR2021 JR2022 JR2023 2024 *) 2025 22,7 21,8 22,4 30,0 31,3 *) inclusief eerste begrotingswijziging, de stijging van de kosten wordt vooral veroorzaakt door de budget neutrale verschuiving van pleegzorgkosten vanuit de Buitenregionale plaatsingen naar opdracht A Pleegzorg

2.3.4 Langdurig verblijf (C) Wat willen we bereiken Gemeenten kunnen, ook op verwijzing door met name jeugdbescherming, aangeven dat langdurig verblijf nodig is voor een jeugdige, als het niet lukt om terug te keren naar de thuissituatie of een pleeggezin. Het gaat om kinderen met ernstige problematiek, veroorzaakt door bijvoorbeeld verstoorde

gehechtheid, trauma, autisme, getuige of slachtoffer zijn van huiselijk geweld, seksueel misbruik of andere vormen van mishandeling en/of verwaarlozing. Door een ernstig verstoorde basis ontstaan achterstanden in de sociaal- en emotionele ontwikkeling en vaak ook een psychische stoornis die leidt tot (ernstig) afwijkend gedrag. Mede hierdoor kunnen deze jeugdigen niet terecht bij een netwerk- of pleeggezin. Ze hebben een integrale combinatie van vervangende opvoeding en begeleiding nodig. Het perspectief is gericht op maximaal (ondersteunen tot) zelfstandig wonen, doen wat je zelf kan en (tijdelijke) overname daar waar het zelf niet lukt. De hulp is gericht op meedoen in de maatschappij. Ontwikkeling indicatoren zorggebruik Langdurig verblijf

Jaar*a 2021 2022 2023**

Aantal toewijzingen 554 430 489

Aantal jeugdigen 309 338 369

Weektarief in €*** 1.348 1.456 1.633

Toewijzingsduur in weken 53 60 57

*Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over de jaren 2021 en 2022 (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 5-2-2024) a Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de JR 2022: door toewijzingen die met terugwerkende kracht zijn ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2023 is te verwachten dat het door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd.

Wat gaan we daarvoor doen Bij het ingekochte langdurig verblijf ligt de focus op een stabiele bekende plek, rust en regelmaat en passende dagbesteding en onderwijs. Mogelijke vormen zijn: C1: Gezinshuizen (en kleinschalige groepen, voor 1 januari 2023 C4) C2: Kamertraining (en begeleid zelfstandig wonen) C3: Beschermd wonen Opvang in een kleinschalige woonvorm of gezinshuis is bedoeld voor kinderen tot 12 jaar, die het beste thuis of in een pleeggezin kunnen opgroeien, maar waarbij dat niet mogelijk is. Een gezinshuis kan ook een goed alternatief vormen als er geen pleeggezin in de nabijheid is. Voor de oudere jeugdige kan ook kamerbewoning of beschermd wonen in beeld komen. Bij het langdurige verblijf kan ook behandeling of intensieve begeleiding worden ingezet. Deze ondersteuning krijgt de jeugdige in de instelling waar deze verblijft. In de regio wordt toegewerkt naar minder kinderen in behandeling met verblijf. Een kind plaatsen in behandeling met verblijf is de laatste ultieme inzet. Het aanbod van kleinschalige alternatieven wordt vergroot, waardoor er meer afschalingsmogelijkheden zijn in een doorgaande lijn, met zo min mogelijk plaatsingen in opnamesettings en landelijk gecontracteerde voorzieningen

(LTA). Het flexibeler benutten van beddencapaciteit is een ontwikkelopdracht in de nieuwe contracten. Wat mag het kosten

bedragen in € 1 mln. Realisatie Realisatie Concept Begroting Begroting JR2021 JR2022 JR2023 2024 *) 2025 14,3 15,5 21,1 32,4 40,5 *) inclusief eerste begrotingswijziging

2.3.5 Behandeling met verblijf/Opname (B) Wat willen we bereiken Gemeenten kunnen, vaak op verwijzing van de jeugdbescherming, als het echt nodig is, een jeugdige laten behandelen door (kortdurende) opname. Het perspectief is het binnen een afzienbare periode (weer) thuis kunnen wonen. Hierbij wordt gekeken naar de opvoedsituatie, wat de ouders en het gezin nodig hebben om een terugkeer mogelijk te maken, de opvoeding zelf weer op te kunnen pakken, en terugkeer naar de eigen school voor (passend) onderwijs te laten plaatsvinden. Ontwikkeling indicatoren zorggebruik Behandeling met verblijf/Opname

Jaar*a 2021 2022 2023**

Aantal toewijzingen 1.701 1.394 1.332

Aantal jeugdigen 864 845 805

Weektarief in €*** 2.649 2.976 3.363

Toewijzingsduur in weken 40 42 40

*Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over de jaren 2021 en 2022 (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 5-2-2024) a Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de JR 2022: door toewijzingen die met terugwerkende kracht zijn ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2023 is te verwachten dat het door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd.

Wat gaan we daarvoor doen De ingekochte behandeling met verblijf is in verschillende vormen beschikbaar:  B1: lichte behandeling met verblijf (opname)  B2: gesloten jeugdhulp (jeugdzorg+/jeugdhulpplus)  B3: zwaardere behandeling met verblijf (opname intensieve behandeling)  B4: zwaardere behandeling in gedwongen/gesloten kader (gesloten behandelsetting).

Landelijk en bovenregionaal wordt gewerkt aan verdere transformatie van de gesloten jeugdzorg, met meer ambulante hulp en kleinschalige (tijdelijke) woonvormen voor jeugdigen met een “gesloten machtiging”. Richtpunt is de landelijk aangenomen motie “Beweging naar 0”. Het betreft een complexe opgave met grote bestuurlijke en financiële beslissingen en risico’s over veel jeugdhulpregio’s heen. In de nieuwe contracten is als ontwikkelopdracht opgenomen dat er minimale inzet (flexibeler, kortere ligduur) van bedden plaatsvindt. Wat mag het kosten

bedragen in € 1 mln. Realisatie Realisatie Begroting Begroting JR2021 JR2022 Concept JR2023 2024 *) 2025 66,2 78,7 82,9 94,2 100,9 *) inclusief eerste begrotingswijziging

2.3.6 Crisiszorg: Crisishulp (F), Crisis Interventie Team (G) en Acute dienst GGZ (I4) Wat willen we bereiken Crisishulp is beschikbaar wanneer nodig. Er is één toegang tot crisishulp. Crisishulp wordt tot een minimum teruggebracht door tijdige beschikbaarheid van reguliere hulp. Wat gaan we daarvoor doen De toegang tot crisishulp wordt gevormd door het Crisis Interventie Team (CIT) van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond aangevuld met expertise van de acute diensten van GGZ-aanbieders en vanuit Veilig Thuis. Het CIT kan rechtstreeks benaderd worden door politie, ziekenhuizen, huisartsen, scholen, hulpverleners en ook ouders en kinderen. Alleen als een crisismelding een jeugdige betreft die nog niet eerder in crisis verkeerde, wordt na de beoordeling door het CIT direct crisishulp ingezet (vanuit opdracht F). De systeemaanbieders organiseren hiervoor een gezamenlijk coördinatiepunt met een plaatsingscoördinator. Crisishulpverlening kan bestaan uit ambulante crisishulp, crisispleegzorg of crisisopname in een instelling. Crisishulp is per definitie kortdurend (maximaal 4 tot 8 weken) en is alleen voor nieuwe cliënten. Als een jeugdige al wel onder behandeling is bij een aanbieder, gebeurt de inzet van crisishulp namelijk vanuit deze aanbieder (en dus vanuit een andere opdracht).

In de loop van 2024 is duidelijk hoe de huidige crisisdiensten vanaf 1 januari 2025 integraal samenwerken en zo mogelijk zijn samengevoegd binnen één organisatie.

bedragen in € 1 mln. Realisatie Realisatie Concept Begroting Begroting JR2021 JR2022 JR2023 2024 *) 2025 8,6 8,7 8,3 8,9 9,4 *) inclusief eerste begrotingswijziging

Jaar

Ambulante Crisishulp*

Crisispleegzorg*

Crisisopvang*

Totaal*

2021 2022 2023

333 259 247

119 103 93

302 256 250

754 618 590

*Cijfers zijn afkomstig van zorgaanbieder

2.3.7 Niet-regionaal ingekochte jeugdhulp (I) Buitenregionale plaatsingen (BRP) Wat willen we bereiken Het budget voor buitenregionale plaatsingen is bedoeld voor van jeugdhulpplaatsingen bij zorgaanbieders buiten de regio. Het is de bedoeling dat hier alleen in zeer uitzonderlijke gevallen gebruik van wordt gemaakt als het regionale aanbod redelijkerwijs niet in de behoefte kan voorzien. Wat gaan we daarvoor doen Deze begrotingspost bestaat uit twee vormen van buitenregionale plaatsingen, namelijk buitenregionale pleegzorgplaatsingen en individuele maatwerkcontracten met niet-gecontracteerde jeugdhulpaanbieders buiten de regio. Door aanpassing van het woonplaatsbeginsel zijn met ingang van 2023 relatief veel lopende zorgcontracten-op-maat met aanbieders buiten de regio overgekomen en gecontinueerd. Wat mag het kosten

bedragen in € 1 mln. Realisatie Realisatie Concept Begroting Begroting JR2021 JR2022 JR2023 2024 *) 2025 2,6 17,8 11,6 1,1 1,1 *) inclusief eerste begrotingswijziging

De meeste maatwerkcontracten zijn inmiddels zoveel mogelijk onder de reguliere contracten voor A t/m E gebracht. In de begroting is daarvoor het budget verschoven en daardoor is het budget BRP veel lager geworden.

Landelijke inkoop (LTA) Wat willen we bereiken Gemeenten en wettelijke verwijzers, zoals jeugdbescherming, huisartsen en medisch specialisten, kunnen hoog-specialistische zorgvoorzieningen inzetten waarvan het aanbod landelijk is georganiseerd. De VNG sluit voor deze hoogspecialistische hulp contracten met jeugdhulpaanbieders namens alle gemeenten. Uitgangspunt hierbij is dat er sprake is van weinig cliënten en een landelijke spreiding van voorzieningen. Daarnaast is er een aantal landelijk georganiseerde functies die weliswaar niet rechtstreeks zorg voor jeugd raken maar wel randvoorwaardelijk zijn voor het functioneren van het stelsel rondom jeugdhulp. De functies die landelijk zijn gecontracteerd zijn: 1.

Topklinische GGZ (eetstoornissen, autisme, forensische en orthopsychiatrie, persoonlijkheidsstoornissen, trauma en gezin, dwang angst en tics, psychotrauma, neuropsychiatrie); 2. Verblijf en behandeling van jeugdigen die de diagnose sterk gedragsgestoord licht verstandelijk beperkt krijgen (J-SG LVB); 3. Diagnostiek, observatie en exploratieve behandeling LVB & GGZ; 4. Jeugdigen in een universitair medisch centrum, de medisch specialist kan als wettelijke verwijzer ook verwijzen naar een specialisme binnen hetzelfde academische behandelcentrum; 5. Jeugd GGZ in academische behandelcentra; 6. Landelijke opvang en behandeling van slachtoffers van seksuele uitbuiting en eergerelateerd geweld; 7. Jeugdigen met de diagnose ARFID (specifieke eetstoornis) of onzindelijkheid; 8. JeugdzorgPlus ZIKOS; 9. Jeugdigen die zintuiglijk beperkt zijn; 10. Jeugd GGZ voor chromosomale gebonden genetische syndromen; 11. Jeugd GGZ voor jeugdigen met FASD (reeks aan geboortedefecten als gevolg van inname van alcohol tijdens de zwangerschap); 12. Landelijk werkende klinieken voor Gezinspsychiatrie; 13. Kliniek intensieve behandeling Autisme; 14. Gastplaatsingen High Intensive Care (HIC).

Wat gaan we daarvoor doen De kosten van deze landelijke gecontracteerde hulp zijn moeilijk te beïnvloeden, omdat de inzet doorgaans volgt op een rechtstreekse medische verwijzing. De lokale teams zijn daar meestal niet bij betrokken. De inzet is om de onderliggende verwijsstromen beter in beeld te krijgen en te beïnvloeden met het doel om meer kinderen zoveel mogelijk thuis en nabij te helpen door eigen gecontracteerde partijen. Wat mag het kosten

bedragen in € 1 mln. Realisatie Realisatie Concept Begroting Begroting JR2021 JR2022 JR2023 2024 *) 2025 17,6 19,4 24,0 25,7 27,2 *) inclusief eerste begrotingswijziging

2.3.8 Zorgbemiddeling en Niet-wettelijke taken GI’s (G) Wat willen we bereiken Bij een zorgvraag die te complex is om direct toe te wijzen aan één aanbieder vindt zorgbemiddeling plaats. Zorgbemiddeling functioneert met een integrale blik en bundelt kennis vanuit in ieder geval jeugdhulp, GGZ, LvB, sociaal domein en veiligheid. De zorgbemiddelingstafels worden tot een onafhankelijk regionaal expertiseteam doorontwikkeld, zodat mee sturing op passende inzet plaatsvindt. Wat gaan we daarvoor doen Bij de Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond zijn (naast de wettelijke taken) diverse aanvullende (niet-wettelijke) taken gelegd:  Zorgbemiddeling  Kennis- en Service Centrum voor Diagnostiek (dat onder andere diagnostisch onderzoek uitvoert en instemmingsverklaringen voor gesloten plaatsingen afgeeft). Wat mag het kosten Het budget voor zorgbemiddeling en het KSCD maakt deel uit van de subsidie Jeugdbescherming/Jeugdreclassering (zie 2.3.9). 2.3.9 Wettelijk taken Jeugdbescherming en jeugdreclassering (G) Wat willen we bereiken Kinderen hebben het recht om veilig op te groeien tot evenwichtig functionerende volwassenen. Ouders zijn hiervoor eerstverantwoordelijk. Als die hun pedagogische verantwoordelijkheid niet nemen of waarmaken, kan de veiligheid en ontwikkeling van het kind ernstig bedreigd worden en is soms jeugdbescherming nodig.

De wettelijke taken jeugdbescherming en jeugdreclassering (JB/JR) worden uitgevoerd door gecertificeerde instellingen (GI’s). Deze instellingen voldoen aan een normenkader om continu de kwaliteit te verbeteren en te borgen. Het normenkader heeft daarnaast als doel dat de rechtsgelijkheid en rechtszekerheid voor jeugdigen en het gezin worden geborgd. Wat gaan we daarvoor doen

De GRJR subsidieert drie GI’s. Het grootste deel van de maatregelen JB/JR wordt uitgevoerd door de GI Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR). Daarnaast leveren William Schrikker en Leger des Heils jeugdbescherming en jeugdreclassering in onze regio. Landelijk en regionaal werken we aan vereenvoudiging van de jeugdbeschermingsketen. Daarvoor is landelijk een toekomstscenario kind- en gezinsbescherming ontwikkelt dat het perspectief schetst van een slimmere en effectievere jeugdbeschermingsketen waarbij kind en gezin centraal staan. Op weg naar dit toekomstscenario loopt een pilot in Rijnmond waarin jeugdbescherming, veilig thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en wijkteams van meerdere gemeenten het nieuwe samenwerken beproeven. Wat mag het kosten Onderstaande bedragen zijn de totale subsidiebedragen voor Jeugdbescherming, dus inclusief subsidie voor het Crisis Interventie Team (zie 2.3.6) en de overige niet-wettelijke taken van JBRR (zie 2.3.8). Invoering van landelijke tarieven en een landelijke caseloadnorm per 1 januari 2024 heeft geleid tot hogere kosten voor deze taak.

bedragen in € 1 mln. Realisatie Realisatie JR2021 JR2022 48,5 44,2

Concept Begroting Begroting JR2023 2024 *) 2025 44,9 50,8 53,7

*) inclusief eerste begrotingswijziging

2.3.10 Veilig Thuis (H) Wat willen we bereiken Er is een Advies en Meldpunt huiselijk Geweld en Kindermishandeling (Veilig Thuis) dat meldingen over mogelijke situaties van huiselijk geweld en/of kindermishandeling in de leeftijd van 0 – 100 onderzoekt, en indien nodig vervolgens zorgt voor voorwaarden en vervolgstappen om veiligheid te brengen in die situatie. Wat gaan we daarvoor doen De GRJR subsidieert Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond, een zelfstandige stichting die aan de wettelijke taak invulling geeft onder inhoudelijke aansturing van de drie door de rijksoverheid aangewezen centrumgemeenten Rotterdam, Vlaardingen en Nissewaard in onze regio. Wat mag het kosten Het subsidiebedrag stijgt in verband met groeiende noodzaak om Veilig Thuis in te zetten.

bedragen in € 1 mln. Realisatie Realisatie JR2021 JR2022 16,4 17,6

Concept Begroting Begroting JR2023 2024 *) 2025 19,2 21,8 23,1

*) inclusief eerste begrotingswijziging

2.3.11 Innovatie/Transformatie Wat willen we bereiken Naast levering van benodigde hulp moet er gewerkt worden aan ontwikkeling van een passend en nabij aanbod via samenwerking in het zorglandschap. Wat gaan we daarvoor doen De GRJR heeft met de systeemaanbieders contractuele afspraken gemaakt over ontwikkeling van het aanbod in lijn met de Regiovisie Nabij en Passend (2021). De GRJR geeft de 7 systeemaanbieders jaarlijks elk een vast bedrag van € 150.000 om voor deze ontwikkelopdrachten capaciteit in te zetten en de gewenste ontwikkelresultaten te leveren. De gemeenten werken beleidsmatig samen in een regionaal programmateam. Gemeenten investeren hierin zelf tijd en leveren via het GRJR-budget Innovatie/Transformatie ook een financiële bijdrage aan het programmateam. Wat mag het kosten

bedragen in € 1 mln. Realisatie Realisatie JR2021 JR2022 7,1 1,2

Concept Begroting Begroting JR2023 2024 *) 2025 1,4 1,9 2,0

*) inclusief eerste begrotingswijziging

Hoofdstuk 3 PARAGRAFEN

3.Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De begroting 2025 is gebaseerd op veel aannames die samen met de deelnemende gemeenten zijn gekozen. De risico’s op overschrijding liggen direct bij de deelnemende gemeenten. Er vindt geen verevening van risico’s (voorheen door middel van de vlaktaks) meer plaats. De GRJR houdt zelf geen weerstandsvermogen aan. De risicobeheersing is een samenspel tussen GRJR en gemeenten. De GRJR stuurt op tijdige, juiste en volledige data-aanleveringen van gemeenten en zorgaanbieders om een actueel beeld te kunnen geven van de ontwikkeling van zorggebruik en -kosten zodat per gemeente en aanbieders de budgetvolumes kunnen worden bewaakt. Contractmanagement richt zich op de nakomen van verantwoordelijkheden van aanbieders in het proces. De gemeenten en jeugdbescherming versterken hun casusregie en daarmee hun grip op de inzet aan het door de GRJR beschikbaar gestelde aanbod van jeugdhulp. Voor deze begroting zijn de volgende hoofdrisico’s onderscheiden:

1

2

3

4

Risico Uitgangspunt realisatieniveau 2023 Hogere zorgkosten A t/m E dan begroot doordat de begroting het productieniveau 2023 als uitgangspunt neemt, terwijl dit uitgangspunt is bepaald op basis van onvolledige data. Trendmatige ontwikkeling Hogere zorgkosten door onderschatting van  Trendmatige stijging en/of  Inzet van lokaal aanbod De trendmatige ontwikkeling is wel in de begroting meegenomen maar is gebaseerd op aannames. Indexatie voor loonontwikkeling wordt gedurende het jaar aangepast naar aanleiding van wijzigingen in de CAO Jeugd.

Omvang PM

Beheersingsmaatregel Om dit risico deels te ondervangen is in de begroting rekening gehouden met trendmatige groei (zie 2).

PM

De ontwikkeling wordt gedurende het jaar zo goed mogelijk gemonitord om de kunnen zien of er afwijking is van de aannames. Naast de twee bestuurlijke rapportages, vindt tweemaandelijkse financiële monitoring plaats.

PM

Effecten Hervormingsagenda en besparingsmaatregelen De landelijke ontwikkeling van de hervormingsagenda gaat uit van nog te effectueren maatregelen. De hoogte van deze opbrengst is onzeker, mede doordat veel maatregelen in Rijnmond al zijn toegepast. Veel

PM

Er is nadrukkelijk voor gekozen om het advies van de VNG te volgen en de landelijke indexatienorm te blijven hanteren. Alleen als deze norm wordt aangepast zal dit tot hogere kosten leiden. Er is vanuit het voorzichtigheidsprincipe geen gewenste besparing ingeboekt. Dit zou ook in strijd zijn met de door de raden bevestigde uitgangspunten van de Kadernota 2025 om zo realistisch mogelijk te begroten. Het regionale maatregelenpakket voor kostenbeheersing levert naar verwachting

maatregelen wachten ook op wetgeving vanuit het Rijk.

5

6

Continuïteit aanbod cruciale jeugdhulp Faillissement(sdreiging) van aanbieders in het bijzonder van aanbieders van gesloten jeugdhulp in verband met de ambitie tot vergaande beperking van het aanbod. Aannames van budgettaire aanpassingen op gemeenteniveau De begroting bevat aanpassingen op basis van aannames over verschuiving naar lokaal, kostenbesparingsmaatregelen, trendmatige effecten, hervormingsagenda effecten en inkoopeffecten. Indien geen invulling aan de aanpassingen gegeven wordt, zal dit leiden tot hogere kosten dan begroot.

PM

PM

in de komende jaren besparingen op. Als de maatregelen verder zijn uitgewerkt kan het effect onderbouwd worden verwerkt in definitieve begroting 2025 of een eerste begrotingswijziging 2025. De afbouw van de gesloten jeugdhulp gaat gepaard met frictiekosten. De verwachting is dat hiervoor vergoeding van het rijk komt.

Gedurende het jaar wordt gemonitord of deze verschuiving c.q. besparing in de afgegeven toewijzingen zichtbaar is. Naast twee bestuurlijke rapportages vindt tweemaandelijkse monitoring plaats.

Financiële positie in kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeenschappelijke regeling. Om dit te bereiken schrijft het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) enkele kengetallen voor. Deze staan alle op 0. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen zijn nihil omdat er geen sprake is van aangegane leningen. Solvabiliteitsratio De solvabiliteit is nul omdat er geen sprake is van eigen reserves. Het is een bewuste keus om de reserves van de GRJR zo laag mogelijk te houden. Als er een tekort ontstaat op het totaalbudget van de GRJR storten gemeenten een evenredig bedrag bij conform de voor dat jaar afgesproken verdeelsleutel. Grondexploitatie Voor de GRJR is dit financiële kengetal niet van toepassing. Structurele exploitatieruimte Omdat binnen de begroting van de GRJR gestreefd wordt naar een structureel evenwicht tussen de baten en lasten komt de structurele exploitatieruimte op 0 uit. De baten in de vorm van de bijdragen van de deelnemende gemeenten

zijn exact even hoog als de begrote lasten. Zoals bij het kengetal solvabiliteit al is toegelicht is dit een bewuste keus van het AB Jeugdhulp Rijnmond en betekent dit wel dat de deelnemende gemeenten bij een tekort een extra bijdrage moeten doen. Belastingcapaciteit Dit kengetal is vanwege het feit dat de GRJR een bijdrageregeling kent niet van toepassing. Het EMU-saldo Het EMU-saldo is een berekening van de totale inkomsten en uitgaven verminderd met inkomsten en uitgaven ten aanzien van aandelen in bedrijven en kredietverstrekking. EMU-saldo bedra (berekening) g (O-x) – (U-y) = EMUsaldo € 0

3.2 Bedrijfsvoering Bestuurlijke processen De verantwoordelijkheid voor de taken en organisatie van de GRJR berust primair bij het Algemeen Bestuur (AB), dat gevormd wordt door de wethouders jeugd van de deelnemende gemeenten. Vanuit iedere subregio wordt één wethouder afgevaardigd als deelnemer in het Dagelijks Bestuur (DB). De taken zijn binnen het DB bij portefeuillehouders belegd en bij bijzondere sturing aangevuld met (een) wethouder(s) uit het AB. Organisatie van de GRJR De organisatie van de GRJR – de Uitvoeringsorganisatie GRJR (UO) – ondersteunt de hierboven beschreven bestuurlijke processen. Ten behoeve van de ondersteuning van het AB en het DB is een ambtelijk secretaris/directeur aangesteld. De secretaris/directeur coördineert het proces zoals hierboven omschreven en geeft leiding aan de uitvoeringsorganisatie. Deze uitvoeringsorganisatie is door middel van een Uitvoeringsovereenkomst hiërarchisch ondergebracht bij de gemeente Rotterdam. Uitvoering van en sturing op zorgtaken De uitvoering is een samenwerking tussen de GRJR-uitvoeringsorganisatie en gemeenten: - Individuele gemeenten geven – op verwijzing van wettelijke verwijzers beschikkingen op grond van de Jeugdwet en bestellen vervolgens de hulp bij (geven een toewijzing aan) een door de GRJR gecontracteerde

-

-

aanbieder. De gemeente stuurt daarmee rechtstreeks op het gebruik en/of volume. Deze sturing kent beperkingen, doordat er ook andere wettelijke verwijzers zijn en doordat maatregelen in het kader van jeugdbescherming en jeugdreclassering een eigen juridische basis kennen. De zorgaanbieders dienen hun declaraties in bij de gemeente die de zorg heeft besteld (toegewezen). Gemeenten beoordelen deze declaraties, waarna de GRJR als contractueel opdrachtgever betaalt. Gemeenten voeren decentraal los van elkaar staande zorgadministraties van waaruit doorlopende gegevens worden doorgegeven aan de GRJR. De financiële afhandeling van toewijzingen en declaraties behoort tot de GRJR-taken; de zorgkosten worden door de GRJR betaald en geadministreerd. De hiermee gepaard gaande lasten worden door de GRJR begroot en verantwoord. Deze verantwoording stoelt op de gemeentelijke administraties.

In deze taakverdeling heeft de GRJR een stevige informatiepositie om regionale sturingsinformatie te verzorgen. De administratieve processen en informatievoorziening zijn steeds verder geautomatiseerd op basis van een strategisch informatieplan. Door de informatie van de individuele gemeenten in een dashboard op GRJR-niveau bij elkaar te brengen, is de GRJR steeds meer in staat om op het zorglandschap, de opdrachten en contracten voor de specialistische jeugdhulp te sturen. Tegelijkertijd zien gemeenten zo steeds beter de ontwikkeling van gebruik en kosten, zodat zij beter kunnen sturen op de toegang tot de hulp en de kwaliteit van gegevens. Om tijdiger en vollediger sturingsinformatie, minder administratieve lasten en betere rechtmatigheidsverantwoording te kunnen bewerkstellingen is de GRJR in 2024 gestart met een onderzoek naar mogelijk verdergaande centralisatie van backofficetaken. Speerpunten/ focus bedrijfsvoering Overkoepelend speerpunt voor de UO is optimale samenwerking met de gemeenten. Deze samenwerking is de afgelopen jaren sterk verbeterd maar is een kritische succesfactor. We zijn gezamenlijk de GRJR en gezamenlijk verantwoordelijk voor (specialistische) jeugdhulp. Samenwerking is in woord én daad nodig. Dat vraagt concreet commitment, goed partnerschap en sensitiviteit, zowel in de bestuurlijke als ambtelijke processen.

Zeker ook in het licht van de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Een kerntaak van de UO is het regionale contractmanagement. De verdere implementatie van de nieuwe contracten 2023/2028 gaat onder meer over het concreet toepassing geven aan de sturingsprincipes, over toezicht op nakoming van contractuele verplichtingen en over het samen leren en

ontwikkelen bij de realisatie van de afgesproken ontwikkelopdrachten. Belangrijk punt voor het contractmanagement is ook het ophalen van input bij en geven van terugkoppeling aan gemeenten. Versterking van de sturing wordt bevorderd door de planning en control meer datagedreven vorm te geven en meer te richten op inzicht op gemeenteniveau. Daarvoor blijft het gebruik en de verder ontwikkeling van de informatievoorziening een speerpunt. Uitvoeringskosten De uitvoeringskosten bestaan uit een vaste vergoeding aan de gemeente Rotterdam voor de kosten van personeel en ondersteuning van de zelfstandige organisatie-eenheid Uitvoeringsorganisatie GRJR. Daarnaast zijn binnen de begroting van de GRJR werkbudgetten opgenomen voor uitvoeringskosten die niet onder deze vergoeding vallen.

Overhead Organisatiekosten GR Specifieke ICT kosten Accountants- en bankkosten Werk en onderzoek Projectbudget inkoop en implementatie Totaal

Lasten 5.267.403 205.245 237.708 413.058 270.237 6.393.651

3.4 Rechtmatigheid De rechtmatigheid wordt sinds 2023 door gemeenten en GR-en zelf verantwoord op basis van eigen interne beheersing. Onderdeel van die interne beheersingsmaatregelen zijn een intern controleplan en interne audits door de onafhankelijke afdeling Financial Audit van de Gemeente Rotterdam. De uitkomsten van interne controle worden intern gebruikt om tussentijds fouten te detecteren en herstellen. De benodigde beheersingsmaatregelen liggen vast in een Kader interne beheersing. De jaarrekening wordt gecontroleerd door een externe accountant. Bevindingen en aanbevelingen van de uitgevoerde interne audits worden door de accountant in eerste instantie gebruikt in een Management Letter waarmee de accountant de secretaris/directeur en het dagelijks bestuur informeert over aandachtspunten in de interne beheersing, die van belang zijn voor adequate financiële informatievoorziening en verantwoording. In tweede instantie gebruikt de accountant de interne auditbevindingen bij het vormen van een oordeel over getrouwheid van de controleverklaring bij de jaarrekening. De controle van de jaarrekening vindt plaats met inachtneming van een door het AB vastgesteld controleprotocol en

een toetsingskader. Het toetsingskader geactualiseerd door het AB.

rechtmatigheid

wordt

jaarlijks

Administratieve afhankelijkheid van gemeentelijke backoffices De GRJR is daarnaast afhankelijk van interne beheersing bij gemeenten op het proces van toewijzing en declaratiebeoordeling. Ook is de GRJR afhankelijk van gemeenten voor de beschikking over tijdige, juiste en volledige informatie over toewijzingen en declaraties. Hierdoor is er een aantal moeilijk te mitigeren risico’s. In 2024 voert de GRJR samen met deelnemende gemeenten onderzoek uit naar mogelijk verdergaande centralisatie van backofficetaken. Begrotingscriterium Met het begrotingscriterium wordt getoetst of het budgetrecht van het AB is gerespecteerd. Het systeem van budgetbeheer- en bewaking moet waarborgen dat de baten en de lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan het AB. Begrotingsoverschrijdingen worden in bestuursrapportages gemeld. Zo nodig wordt de begroting tussentijds gewijzigd. Omdat hiervoor een zienswijzeprocedure langs de raden bij moet worden gevolgd met 13 weken zienswijze termijn, is het in de praktijk haalbaar om slechts één begrotingswijziging vast te stellen. Voorwaardencriterium Met het voorwaardencriterium wordt getoetst op de naleving van de in de wet- en regelgeving vastgelegde voorwaarden. Bij het bepalen van de reikwijdte en scope van de audits en controles wordt de risico-benadering gehanteerd.

Zwakke punten die de accountant signaleert in de interne beheersing worden zodoende ondervangen door uitgebreidere controlewerkzaamheden achteraf. Criterium misbruik en oneigenlijk gebruik Met het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik wordt gekeken naar de werking van het vastgestelde GR-beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik, bestaande uit een mix van maatregelen op het gebied van voorlichting, controle en sanctionering. Het eerder genoemde Kader interne beheersing gaat hier uitgebreid op in.

3.3 Financiering Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden), is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarstukken op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft

de renterisiconorm, de verwachte toe- en afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. Deze paragraaf bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het (treasury)risicobeheer van de financieringsportefeuille. De GRJR heeft geen eigen financiering anders dan de bijdragenregeling waarmee de inleg van middelen door gemeenten wordt bepaald. Dit is uitgewerkt en toegelicht in de financiële begroting. Daarbij is ook direct het betaalritme vastgelegd om de liquiditeit te borgen. Betalingen vinden alleen plaats als er voldoende liquide middelen voorhanden zijn, zodat daarvoor geen financieringsbehoefte ontstaat. De GRJG doet geen investeringen, zodat ook daarvoor geen financieringsbehoefte is. Liquiditeitssteun wordt verleend onder strikte voorwaarden en nooit in de vorm van langlopende uitzettingen. In combinatie met tijdige inning van gemeentelijke bijdragen heeft de GRJR hiervoor geen eigen financieringsbehoefte.

Hoofdstuk 4 FINANCIËLE BEGROTING

4. Financiële begroting 4.1 Overzicht baten en lasten Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2025

Verschil

BATEN Bijdragen deelnemende gemeenten Extra bijdrage gemeenten t.b.v. resultaat Totaal baten

372.873.106 0 372.873.106

409.194.151 0 409.194.151

36.321.044 0 36.321.044

Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Weer naar huis (Opname) Lichte behandeling met verblijf Gesloten jeugdhulp Zwaardere behandeling met verblijf Zwaardere behandeling gedwongen kader Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Gezinshuizen Kamertraining Beschermd wonen Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Pakket thuis (Ambulante hulp) Crisishulp Gecertificeerde instellingen JBRR WSS LDH Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Overige 1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg) 3. Landelijke inkoop 4. Acute dienst GGZ 5. Transformatiefonds/Innovatie Uitvoeringskosten 1)Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) 2) Organisatiekosten GR 3 )Specifieke ICT-kosten 4) Accountants- en bankkosten 5) Werk en Onderzoek 6) Projectbudget Inkoop en Implementatie Totaal lasten

30.009.909 94.184.132 10.568.100 13.890.591 67.820.155 1.905.286 32.359.173 15.344.934 14.358.946 2.655.293 34.053.792 65.180.342 8.905.172 50.807.770 38.410.936 9.582.215 2.814.618 21.800.000 29.464.919 1.056.630 25.743.917 775.234 1.889.138 6.107.898 1.084 5.031.092 196.037 227.044 394.527 258.113 372.873.106

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14211087/1