2e herziening Nieuw-Helvoet Eendraghtshof ter vaststelling
Tekst van het document
bestemmingsplan
2e herziening Nieuw-Helvoet "Eendraghtshof" Voorne Aan Zee
DATUM IMRO IDN
12-04-2024 NL.IMRO.1992.BPEendraghtshof-0130
PROJECT PROJECTLEIDER
2e herziening Nieuw-Helvoet "Eendraghtshof" Rob Sips
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Gemeente Voorne aan Zee 20230646
AUTEUR STATUS
Iris van Malsen/Roy van Oosterhout ter vaststelling
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
9
1.1
Aanleiding
9
1.2
Ligging plangebied
9
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
10
1.4
Leeswijzer
11
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
13
2.1
Bestaande situatie
13
2.2
De ontwikkeling
13
2.3
Wijzigingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan
15
Beleidskader
17
3.1
Rijksbeleid
17
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
21
3.3
Gemeentelijk beleid
26
3.4
Conclusie
34
Omgevingsaspecten
35
4.1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
35
4.2
Verkeer
36
4.3
Wegverkeerslawaai
37
4.4
Bedrijven en milieuzonering
38
4.5
Externe veiligheid
38
4.6
Kabels en leidingen
38
4.7
Luchtkwaliteit
39
4.8
Bodem
39
4.9
Water
39
4.10
Ecologie
42
4.11
Archeologie en cultuurhistorie
43
4.12
Duurzaamheid
43
4.13
Klimaatadaptatie
44
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
3/138
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
45
5.1
Economische uitvoerbaarheid
45
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
45
Juridische planbeschrijving
47
6.1
Inleiding
47
6.2
Partiële herziening
47
6.3
Planregels
47
6.4
Verbeelding
50
Hoofdstuk 6
Bijlagen toelichting Bijlage 1
m.e.r.-beoordelingsbesluit
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek
Bijlage 3
Actualiserend bodemonderzoek
Bijlage 4
Stikstofmemo
Bijlage 5
Realisatiefase stikstof
Bijlage 6
Gebruiksfase stikstof
Bijlage 7
Nota zienswijzen
4/138
Regels Hoofdstuk 1
Inleidende regels
69
Artikel 1
Begrippen
69
Artikel 2
Wijze van meten
80
Bestemmingsregels
83
Artikel 3
Agrarisch
83
Artikel 4
Bedrijf
84
Artikel 5
Bedrijf - Nutsbedrijf
85
Artikel 6
Gemengd - 1
86
Artikel 7
Gemengd - 2
87
Artikel 8
Groen
88
Artikel 9
Maatschappelijk
89
Artikel 10
Maatschappelijk - IKC
91
Artikel 11
Recreatie - Dagrecreatie
92
Artikel 12
Sport
93
Artikel 13
Sport - Sportcomplex
94
Artikel 14
Tuin
95
Artikel 15
Verkeer
96
Artikel 16
Verkeer - Verblijfsgebied
97
Artikel 17
Water
98
Artikel 18
Wonen - 1
99
Artikel 19
Wonen - 2
100
Artikel 20
Wonen - 3
101
Artikel 21
Woongebied - 1
102
Artikel 22
Woongebied - 2
106
Artikel 23
Woongebied - 3
107
Artikel 24
Woongebied - 4
108
Artikel 25
Leiding - Gas
109
Artikel 26
Leiding - Water
110
Artikel 27
Waarde - Archeologie
111
Artikel 28
Waarde - Archeologie 1
114
Artikel 29
Waarde - Archeologie 2
115
Artikel 30
Waarde - Archeologie 3
116
Artikel 31
Waarde - Archeologie 4
117
Artikel 32
Waarde - Archeologie 5
118
Hoofdstuk 2
5/138
Hoofdstuk 3
Algemene regels
119
Artikel 33
Anti-dubbeltelregel
119
Artikel 34
Algemene bouwregels
120
Artikel 35
Algemene aanduidingsregels
121
Artikel 36
Algemene afwijkingsregels
122
Artikel 37
Algemene wijzigingsregels
123
Artikel 38
Overige regels
124
Overgangs- en slotregels
125
Artikel 39
Overgangsrecht
125
Artikel 40
Slotregel
126
Hoofdstuk 4
Bijlagen regels Bijlage 1
Kavelpaspoorten
Bijlage 2
Handvatten voor de architect
Bijlage 3
Beeldkwaliteitsplan
Bijlage 4
Standaard SvB
Bijlage 5
Staat van Horeca-activiteiten
6/138
TOELICHTING
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het bestemmingsplan Nieuw-Helvoet is op 13 december 2018 gewijzigd vastgesteld door de gemeenteraad van Hellevoetsluis. In dit bestemmingsplan waren voor de betreffende gronden 25 woningen planologisch mogelijk gemaakt. Met de herziening 'Nieuw- Helvoet 1e partiële herziening' wat op 28 mei 2020 is vastgesteld, is het gebied rondom de Sportlaan herzien. Met deze herziening zijn 43 woningen (41 reguliere- en 2 zorgwoningen) mogelijk gemaakt op de gronden met de enkelbestemming 'Woongebied 1' en de aangrenzende gronden met de bestemming 'Maatschappelijk' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - zorgwoningen'. Vanwege de grote behoefte aan seniorenwoningen en sociale woningbouw is het nu voorliggende plan gedeeltelijk aangepast met een seniorenhof. De maatschappelijke bestemming is na marktconsultatie komen te vervallen. Op de locatie van de maatschappelijke kavel zijn 3 woningen teruggekomen. Gezien de grote vraag naar woningen is bekeken welke mogelijkheden er zijn voor een efficiënter ruimtegebruik. In voorliggend plan worden er op de gronden, bovenop het aantal woningen wat met de herziening is mogelijk gemaakt, nog eens 18 extra woningen mogelijk gemaakt. Het maximaal aantal woningen komt daarmee uit op 61.
Om de maximaal 61 woningen mogelijk te maken dient het bestemmingsplan wederom te worden herzien, hiertoe is voorliggende 2e herziening Nieuw-Helvoet 'Eendraghtshof' opgesteld.
1.2
Ligging plangebied
Hoewel het bestemmingsplan Nieuw-Helvoet de gehele wijk Nieuw-Helvoet omvat heeft deze herziening uitsluitend betrekking op een relatief klein deel van het ontwikkelingsgebied ten zuidoosten van de Sportlaan. In figuur 1.1 is het gebied aangegeven waarbinnen deze herziening wijzigingen mogelijk maakt.
Figuur 1.1 Ligging plangebied op luchtfoto. 9/138
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor het plangebied is op 13 december 2018 het bestemmingsplan 'Nieuw-Helvoet' door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Hellevoetsluis vastgesteld. Momenteel vigeert het bestemmingsplan 'Nieuw- Helvoet 1e partiële herziening' wat op 28 mei 2020 is vastgesteld ter plaatse van het overgrote deel van het plangebied. Met de herziening is de regeling van het bestemmingsplan Nieuw-Helvoet grotendeels ongewijzigd gebleven maar wordt de herontwikkeling van het gebied rondom de Sportlaan mogelijk gemaakt. Zo zijn de planregels op onderdelen aangevuld en/of gewijzigd om de gewenste bouwmogelijkheden en functies mogelijk te maken. In het vigerende bestemmingsplan 'Nieuw-Helvoet 1e partiële herziening' heeft het overgrote deel van het plangebied de enkelbestemmingen 'Woongebied -1' en 'Maatschappelijk' met de functieaanduiding 'zorgwoningen'. Daarnaast heeft het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' en de dubbelbestemming 'Leiding Gas'. Binnen deze bestemmingen zijn in totaal 43 woningen toegestaan. Aan de westzijde vigeert het bestemmingsplan 'Nieuw-Helvoet'. Dit deel van het plangebied heeft de enkelbestemmingen 'Groen” en Water' en tevens de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 5'. Een uitsnede van de vigerende bestemmingsplannen is weergegeven in figuur 1.2.
Figuur 1.2 Uitsnede van de vigerende bestemmingsplannen.
10/138
Voorbereidingsbesluit Kamerverhuur en woningsplitsing De gemeenteraad heeft op 22 juni 2023 een voorbereidingsbesluit vastgesteld waarin wordt bepaald dat het voor het gehele grondgebied van Voorne aan Zee verboden is om het gebruik van bestaande gebouwen of gedeelten daarvan, die als woning zijn bestemd of aangemerkt, te wijzigen of te laten wijzigen met het doel woningen te splitsen of deze om te zetten in (on)zelfstandige woonruimtes ten behoeve van de huisvesting van meer dan één huishouden, en/of een bestaande woning om te zetten in twee of meer woningen, een en ander voor zover dit gebruik of deze omzetting nog legaal bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit voorbereidingsbesluit. Met het voorbereidingsbesluit is het niet langer mogelijk om woningen te wijzigen ten behoeve van kamerverhuur of om woningen te splitsen. In een nieuw paraplubestemmingsplan worden deze regels voor de gehele gemeente vastgelegd. Inwerkingtreding Het voorbereidingsbesluit is in werking getreden op 5 juli 2023, de dag van bekendmaking, en geldt voor de duur van 1 jaar.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 bevat de planbeschrijving. In Hoofdstuk 3 volgt een beschrijving en toetsing aan de beleidskaders die relevant zijn voor deze herziening ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. Vervolgens komen in Hoofdstuk 4 de omgevingsaspecten (zoals milieu, ecologie, water en archeologie) aan de orde. Hoofdstuk 5 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. In Hoofdstuk 6 is de juridische planbeschrijving opgenomen waarin de regels op het plan worden toegelicht.
11/138
12/138
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
Eendraghtshof verwijst naar het inmiddels gesloopte gebouw De Eendraght, waarin voorheen het zwembad en de sporthal gevestigd waren. Ook waren op deze plek basisscholen en een kinderdagverblijf aanwezig. Inmiddels ligt het terrein braak, in afwachting van de beoogde woningbouw. Binnen het plangebied zijn enkele bomen en groenstroken aanwezig. Deze bomen en groenstroken blijven intact en zijn ingepast in het stedenbouwkundig plan of worden verplant.
2.2
De ontwikkeling
Momenteel wordt het inrichtingsplan voor Eendraghtshof verder uitgewerkt. Gezien de grote vraag naar woningen is bekeken welke mogelijkheden er zijn voor een efficiënter ruimtegebruik. Hiertoe is het stedenbouwkundig plan zodanig aangepast dat met voorliggende herziening 18 extra woningen mogelijk zijn. Het totaal aantal woningen komt daarmee uit op maximaal 61. Het inrichtingsplan is weergegeven op figuur 1.2.
Figuur 2.1 Inrichtingsplan van de beoogde ontwikkeling. Vrije kavels Het plangebied krijgt maximaal 30 vrije kavels. Er wordt de mogelijkheid geboden om 4 woningen uit te voeren als twee-onder-eenkapwoning.
13/138
Het plangebied krijgt een dorps karakter met een moderne uitstraling en die aansluit op de korrel en bouwhoogte van de omliggende bebouwing. De woningen zijn georiënteerd op het openbaar gebied en op de groene hoofdstructuur. Woningen die op de hoek staan en aan twee zijden grenzen aan het openbaar gebied zijn overhoeks georiënteerd en hebben een hoogwaardig vormgegeven kopgevel met bijvoorbeeld entreepartij of erker en royale gevelopeningen. De overgang van openbaar naar privé wordt gemaakt door middel van een groene erfafscheiding in de vorm van een haag. Hekwerken mogen ten behoeve van extra privacy/veiligheid achter de haag gepositioneerd worden mits de haag aan de buitenzijde van de kavel doorloopt. Aan de voorzijde van de woning en aan de zij-erfgrens (tot aan de rooilijn) heeft de woning een lage haag eventueel in combinatie met een hekwerk een maximale hoogte van 1 meter. De hagen (al dan niet in combinatie met een hekwerk) langs de zij- en achtertuinen hebben een maximale hoogte van 2 meter. Schuttingen of bouwwerken op de erfgrens zijn niet toegestaan. Om de groene afscheidingen te borgen is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Met de voorwaardelijke verplichting wordt geborgd dat de groene haag moet worden uitgevoerd en in stand moet worden gehouden.
Bergingen en garages staan minimaal 0,7 m uit de uitgiftegrens, zodat de haag doorloopt langs de erfgrens en een aantrekkelijk en doorlopend groen beeld ontstaat vanaf het openbaar gebied. Bergingen en garages en worden mee-ontworpen met de woningen. Garages staan minimaal 11 meter achter de rooilijn, zodat er voldoende ruimte is om twee auto’s achter elkaar op te stellen. In aansluiting op het dorpse karakter wordt zo veel mogelijk geparkeerd op het eigen kavel en in besloten parkeerhoven. De vrijstaande woningen en twee-onder-eenkapwoningen hebben twee achter elkaar gelegen parkeerplaatsen op eigen terrein. Een ruim en groen beeld is uitgangspunt en daarom staat de bebouwing verder naar achter op het kavel en hebben alle woningen een royale voortuin. De voortuinen zijn minimaal 3 meter diep. Binnen het plangebied wordt een langgerekt plantsoen vormgegeven. Het plantsoen is geschikt voor het aanplanten van een centrale boomgaard in de buurt. In dit stuk groen komen de bewoners samen en kunnen kinderen spelen tussen de fruitbomen. Seniorenhof In het oostelijk deel van het plangebied is het seniorenhof beoogd. Hier zijn maximaal 30 (sociale) seniorenwoningen mogelijk. Deze woningen zijn deels grondgebonden en deels gestapeld. De gelijkvloerse woningen worden uitgevoerd op de begane grond. Op de verdieping is sprake van een woning met kap.
Voor het seniorenhof wordt uitgegaan van een afwijkende maximale bouwhoogte. Om de hof een dorps en omsloten karakter te geven wordt de goothoogte verlaagd ten opzichte van de vrije kavels. Naast woningen biedt het plan ook ruimte voor een gemeenschappelijke ruimte waar bewoners activiteiten kunnen verrichten, zoals gezamenlijk eten, koffie ochtenden, hobbyclubs. De binnenhof heeft een groen en omsloten karakter, het is een ontmoetingsplek voor met name de omwonenden. Om de betrokkenheid te vergroten kunnen de bewoners mogelijk een deel van het onderhoud van de tuin op zich nemen.
14/138
Programma Als programma voor de in totaal 61 woningen wordt uitgegaan van een minimaal percentage van 40% sociale woningen. Dat betekent dat minimaal 25 woningen als sociale huurwoning worden uitgevoerd.
2.3
Wijzigingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan
Met de voorliggende herziening blijft de regeling van het bestemmingsplan Nieuw-Helvoet en de 1e herziening grotendeels ongewijzigd. De belangrijkste wijzigingen die met deze herziening worden doorgevoerd zijn: 1. Het mogelijk maken van maximaal 61 woningen op de gemeentelocatie (bestemd als Woongebied - 1), waarvan minimaal 40% sociaal; 2. Het verwijderen van de maatschappelijke bestemming; 3. Het meer specifiek bestemmen van de bouwmogelijkheden; 4. Het wijzigen van de bestemmingen 'Groen' en 'Water' in de bestemming 'Woongebied 1', conform het toekomstige gebruik en het herbestemmen van het zuidelijk deel van de waterbestemming naar een groenbestemming, conform het huidige gebruik; 5. Het borgen van het beeldkwaliteitsplan, kavelpaspoorten en handvatten voor de architect in het bestemmingsplan; 6. Het borgen van natuurinclusief bouwen.
15/138
16/138
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op Rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is.
Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten; dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de mede-overheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.
Voor dit project relevante nationale belangen zijn: bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte.
17/138
De belangrijkste keuzes zijn: duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit; ruimte voor overgang naar een circulaire economie; woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden; landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen. Wonen is voor dit project het meest relevant Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijven. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimten en wateropvang en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. Toetsing De ontwikkeling voorziet in de verdichting van woningaantallen binnen bestaand stedelijk gebied. Dit is in overeenstemming met de NOVI.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro is de juridische vertaling van het beleid dat geschetst is in de NOVI. Dit beleidsdocument bevat regels die doorwerken naar lagere overheden. Dit betekent dat de regels uit het Barro ook geïmplementeerd moeten worden in provinciale en gemeentelijke ruimtelijke plannen. Evenals de NOVI wordt het Barro gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau. Het Barro bevat regels voor bijvoorbeeld de mainportontwikkeling van Rotterdam, het kustfundament en defensie. Toetsing De ontwikkeling voorziet in de verdichting van woningaantallen binnen bestaand stedelijk gebied. Het plangebied heeft geen invloed op de door het Rijk gestelde doelen van nationaal belang zoals vastgelegd in het Barro.
18/138
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Uitbreiding of nieuwe functies zijn niet zonder meer mogelijk, omdat sprake moet zijn van 'zorgvuldig ruimtegebruik'. Ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, moeten daarom worden getoetst aan artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet de behoefte worden beschreven. Bij stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied, moet worden gemotiveerd waarom deze niet binnenstedelijk gerealiseerd kunnen worden. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit de handreiking ladder voor duurzame verstedelijking (bron: Infomil) en jurisprudentie blijkt dat een ontwikkeling van meer dan 11 woningen wordt gezien als een stedelijke ontwikkeling. De geldende planologische mogelijkheden zijn vertrekpunt bij de beoordeling of iets een nieuwe stedelijke ontwikkeling is. Toetsing In dit geval is sprake van een stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Het gaat om meer dan 11 woningen. Daarom moet de behoefte aan de extra woningen worden onderbouwd.
Beschrijving woningbehoefte Regioakkoord woningmarktafspraken regio Rotterdam 2021-2030 én de Regionale realisatieagenda 2023-2030 In de regionale realisatieagenda 2023-2030 (getekend op 27 januari 2023) maken de 12 gemeenten van het Samenwerkingsverband Wonen zich sterk om het aantal woningen in de regio Rotterdam uit te breiden. Dit akkoord is medeondertekend door Rijk en provincie. Deze regionale afspraken zijn gemaakt op basis van het Regioakkoord 2018-2030 en het daarbij horende woningmarktonderzoek van het ABF. Het woningbouwprogramma wordt door de provincie getoetst aan de meest recente provinciale woningbehoefteraming. Het woningmarktonderzoek van ABF laat een regionale behoefte aan circa 73.000 woningen zien voor de periode 2020-2030. 4.000 daarvan zouden in Voorne aan Zee gerealiseerd moeten worden. De provinciale woningbehoefteraming gaat uit van een gewenste regionale voorraadgroei van 71.000 woningen voor de periode 2023-2032 (zie figuur 3.1).
19/138
Figuur 3.1 Gewenste toename woningvoorraad (bron: WBR 2023 provincie Zuid-Holland). Er moet ook rekening gehouden worden met planuitval. De provincie stelt dat daarom maximaal 30% van de woningbehoefte geprogrammeerd mag worden. De regio Rotterdam mag 92.300 woningen programmeren. In Voorne aan Zee wordt uitgegaan van de bouwopgave van 5.050 woningen zoals deze is vastgelegd in het regioakkoord woningmarktafspraken regio Rotterdam 2021-2030 én de Regionale realisatieagenda 2023-2030. Slechts 35% van het huidige bouwprogramma heeft een harde planstatus. Dat betekent dat er veel nieuwe harde plancapaciteit moet worden toegevoegd om te kunnen voorzien in de opgave. Er is behoefte aan alle woningtypen en prijsklassen, met een accent op betaalbare (huur)woningen. Hier wordt mede voorzien in het voorliggende plan. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking, er is sprake van een goede ruimtelijke ordening.
3.1.4 Conclusie Het rijksbeleid staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
20/138
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerde versie 2023) Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Toekomstige beleidsvernieuwing biedt kansen voor verbeteringen in Zuid-Holland. De provincie heeft hiervoor 7 vernieuwingsambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten; 2. bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor; 3. schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen; 4. een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland; 5. versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving; 6. sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit; 7. gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. Deze ambities zijn vertaald in beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de volgende opgaven relevant.
Verstedelijking De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. De provincie hanteert de volgende uitgangspunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen: 1. bouw naar behoefte; 2. bouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied; 3. bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer; versterk de langzaam vervoersrelaties; houdt rekening met de gevolgen van de ontwikkeling voor de bereikbaarheid; 4. benut het netwerk van stedelijke centra en knooppunten; 5. bouw toekomstbestendig; houd rekening met energietransitie, natuurinclusiviteit, klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving; 6. bouw voldoende betaalbare woningen. Als een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) de 'ladder voor duurzame verstedelijking' doorlopen. Toepassing is ook van provinciaal belang.
21/138
Toetsing Met de voorgenomen ontwikkeling worden woningen gerealiseerd binnen bestaand stads- en dorpsgebied. De ladder voor duurzame verstedelijking is doorlopen in paragraaf 3.1.3. Ruimtelijke kwaliteit De provincie stuurt op behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, als onderdeel van de kwaliteit van de leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit is het evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning op een positieve manier bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. Ruimtelijke kwaliteit begint met het kiezen van de juiste plek voor nieuwe ontwikkelingen. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Toetsing In dit geval is sprake van verdichting binnen bestaand stedelijk gebied. Deze ontwikkeling valt in de categorie 'inpassen'. 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland (geconsolideerde versie 2023) In samenhang met de omgevingsvisie is de omgevingsverordening opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het volgende is relevant voor dit bestemmingsplan.
Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen, wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap. 3. Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid. 4. Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop. Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij: a. een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap; of b. sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid. 5. Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a.
de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen;
22/138
b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. 6. Specifieke regels voor de gebiedstypen als bedoeld in de artikelen 6.9a, 6.9b, 6.9c, 6.9d. 6.9e, 6.9f en 6.9g worden in acht genomen tenzij een zwaarwegend openbaar belang hieraan in de weg staat. 7. Om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te waarborgen kan het nodig zijn om aanvullende maatregelen te nemen bij aanpassen en transformeren. Aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit een combinatie van: a.
duurzame sanering van bestaande bebouwing, kassen en boom- en sierteelt; b. wegnemen van verharding; c. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; d. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert, waarbij: aanvullende maatregelen worden getroffen binnen het plangebied van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat onmogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen buiten het plangebied worden betrokken in de motivering; indien aanvullende maatregelen niet volstaan, financiële compensatie wordt toegepast. Lid 8 tot en met 12 zijn voor deze ontwikkeling niet relevant. Er dient rekening te worden gehouden met de kwaliteitskaart van de Omgevingsvisie. De kwaliteitskaart is opgebouwd uit vier lagen: de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving. Voor het plangebied zijn de volgende richtpunten uit de Laag van de stedelijke occupatie relevant. Steden en dorpen Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur.
Daar waar hoogbouw niet samenvalt met 'zwaartepunten' in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads- en dorpsranden). Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt.
23/138
Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht.
Deze ontwikkeling vindt plaats in huidig stedelijk gebied nabij het centrum. De ontwikkeling draagt door het toevoegen van woningen bij aan de versterking van de karakteristieke kenmerken van de kern. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 ha nodig is, wordt gebruikgemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. 2. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt voorziet in voldoende sociale huurwoningen. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan wat hierover is vastgelegd in de geldende door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale woonvisie. 3.
Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 4. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale visie. Toetsing artikel 6.10 Met betrekking tot de ladderonderbouwing voor de realisatie van nieuwe woningen wordt verwezen naar paragraaf 3.1.3. Voor het percentage sociale huurwoningen heeft de gemeente regionaal afspraken gemaakt. Artikel 6.10b Parkeernorm sociale huur 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwe sociale huurwoningen hanteert een parkeernorm van maximaal 0,7 autoparkeerplaats per sociale huurwoning. 2. In afwijking van het eerste lid kan een andere parkeernorm worden gehanteerd, als de gemeente op de lokale situatie afgestemde regels of beleid voor parkeren heeft vastgesteld. Toetsing artikel 6.10b In voorliggend plan wordt uitgegaan van een parkeernorm van 0,7 autoparkeerplaats per sociale huurwoning.
Daarmee voldoet het plan aan artikel 6.10b. In paragraaf 4.2 wordt nader ingegaan op het aspect parkeren.
24/138
Artikel 6.10d Bereikbaarheid Een bestemmingsplan voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met de gevolgen van die ontwikkeling voor de bereikbaarheid. Toetsing Artikel 6.10d Toetsing aan het aspect verkeer en parkeren vindt plaats in paragraaf 4.2. Artikel 6.27a Risico's van klimaatverandering 1. In een bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering, ten minste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte. 2. Alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. Toetsing art. 6.35a Het aspect duurzaamheid en klimaatadaptatie wordt behandeld in paragraaf 4.12.
3.2.3 Regionale Energiestrategie De energieregio Rotterdam – Den Haag heeft conform afspraak uit het nationale Klimaatakkoord een Regionale Energiestrategie (RES) ontwikkeld. Deze energieregio bestaat uit 21 gemeenten, waaronder de gemeenten op Voorne-Putten, 4 waterschappen en de provincie Zuid-Holland. Het is één van de 30 energieregio's in Nederland. In de RES geeft de energieregio Rotterdam – Den Haag onder andere aan welke bijdrage zij wil leveren in de landelijke doelstelling van de opwek van opgeteld 35 TWh duurzame energie op land in 2030 en hoe de regiopartijen samen kansen willen verzilveren voor de (warmte)transitie in de gebouwde omgeving. De RES 1.0 is vastgesteld in de voormalig gemeenten Hellevoetsluis en Westvoorne, maar niet in Brielle. Toetsing Het aspect duurzaamheid wordt behandeld in paragraaf 4.12. 3.2.4 Routekaart Duurzaam Voorne-Putten 2040 In de Routekaart Duurzaam Voorne-Putten 2040 zijn via de thema's energie en circulariteit de strategie en doelen uitgewerkt om te komen tot een Duurzaam Voorne-Putten in 2040.
De aanleiding voor het opstellen van dit document is divers: Allereerst wil Voorne-Putten haar maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen op het gebied van verduurzaming van het eiland, als bijdrage aan de bestrijding van de wereldwijde klimaat- en milieuproblematiek; Een stevig en ambitieus regionaal duurzaamheidsbeleid past als van zelfsprekend bij Voorne-Putten als ”groen en recreatief aantrekkelijke regio” en biedt ook kansen voor een toekomst-bestendige regionale economie; 25/138
Een ambitieus regionaal duurzaamheidsbeleid maakt het eiland tot een belangrijke samenwerkingspartner richting andere partijen die een belangrijke rol vervullen op het gebied van duurzaamheid, zoals de MRDH, de provincie, het Havenbedrijf, DCMR, Stedin etc.
Toetsing In paragraaf 4.12 wordt ingegaan op het aspect duurzaamheid. 3.2.5 Conclusie Het provinciaal en regionaal beleid staat de ontwikkeling niet in de weg.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Gemeentelijke herindeling De gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne zijn per 1 januari 2023 gefuseerd naar de gemeente Voorne aan Zee. Er wordt nog gewerkt aan de harmonisatie van beleid. In het geval dat er nog geen geharmoniseerd beleid is vastgesteld, wordt de ontwikkeling getoetst aan het beleid van de voormalige gemeente Hellevoetsluis. 3.3.2 Structuurvisie Hellevoetsluis 2015+ (2004) In deze ruimtelijke visie is opgenomen op welke wijze de gemeente wenst om te gaan met ruimtelijke ontwikkelingen, zoals onder meer wonen, werken, infrastructuur en recreatie. Sinds 2004 zijn er echter nieuwe ontwikkelingen die aanleiding vormen om het structuurplan bij te werken. De Structuurvisie 2015+ doet uitspraken over ruimtelijke ontwikkelings- en investeringsprojecten die de komende tien tot vijftien jaar aan de orde gaan komen. Voor het algemene ruimtelijke kader achter deze projecten is uitgegaan van de ruimtelijke afwegingen die gemaakt zijn voor de Structuurvisie 2010+. Voor de onderwerpen waarover onderhavige structuurvisie geen uitspraken doet, blijft het Structuurplan 2010+ van kracht. Toetsing De herontwikkeling Eendraghtshof valt in het gebied Stadsdorp 3223 (voorheen heette dit gebied: Sportlaan en omgeving). Herontwikkeling van het gebied Sportlaan en omgeving past binnen de gemeentelijke structuurvisie.
3.3.3 Groenstructuurplan Hellevoetsluis 2010-2020 (2009) Het Groenstructuurplan heeft als doel om het bestaande (stedelijke) groen te behouden, de ecologische kwaliteit ervan te verbeteren en de samenhangende structuur ervan op termijn verder te ontwikkelen. Om dat de bereiken heeft het de volgende status: 1. beleidskader voor al het gemeentelijk beleid; 2. toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen; 3. uitvoeringskader voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte voor de aspecten groen en water. In het Groenstructuurplan worden elf belangrijke groenstructuren behandeld. Dit zijn bijvoorbeeld bermen, dijken, watergangen en stedelijk groen. Per groenstructuur worden kernkwaliteiten van de huidige situatie, relevante ontwikkelingen, toekomstig beheer en inrichting en het streefbeeld voor 2020 weergegeven.
26/138
Toetsing Bij nieuwe bouwprojecten binnen de bestaande woonwijken is het streven om minimaal 30% van het plangebied in te richten met groen, water en spelen. Verder dient bestaand groen binnen het plangebied zoveel mogelijk behouden te blijven (met name ecologisch of cultuurhistorisch waardevol groen). Voorafgaand aan de ontruiming van het gebied heeft een kwaliteitstoets plaatsgevonden van het aanwezige groen. De aanwezige bomen die van een goede kwaliteit zijn, blijven behouden en zijn ingepast in het stedenbouwkundig plan. De berekening van het percentage groen, water en spelen is opgenomen in figuur 3.3. In voorliggend plan wordt er 31% van het plangebied ingericht met groen. Daarmee wordt voldaan aan het groenbeleid.
Figuur 3.3: Berekening percentage Groen, water en spelen.
3.3.4 Gebiedsgerichte ontheffing en Soortenmanagementplan vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen De voormalige gemeente Hellevoetsluis heeft samen met Maasdelta een gebiedsgerichte ontheffing aangevraagd voor vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen binnen de bebouwde kom. De verwachting is dat deze binnenkort verleend wordt. Eén van de voorwaarden van de gebiedsgerichte ontheffing is dat in nieuwbouw verblijfplaatsen voor vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen worden gerealiseerd. Welke methoden daarvoor toegepast moeten worden, staat beschreven in werkprotocol 10 Realiseren verblijfplaatsen in nieuwbouw. De sociale woningen zullen gebouwd worden door Maasdelta. Aangezien Maasdelta ook gebruik maakt van de gebiedsgerichte ontheffing, zijn zij verplicht om verblijfplaatsen voor vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen te realiseren in de nieuwbouw. Om te zorgen dat ook bij de vrije kavels verblijfplaatsen worden gerealiseerd, is natuurinclusief bouwen opgenomen in de Handvatten voor de architect. Dit wordt verder geborgd door het opnemen van een planregel die regelt dat woningen voorzien dienen te worden van ingebouwde nestplaatsen voor huismussen, gierzwaluwen en verblijfplaatsen voor vleermuizen. In deze planregel wordt verwezen naar de Handvatten voor de architect.
27/138
3.3.5 Visie op verbeterlocaties en actualisatie 2015 De visie verbeterlocaties beschrijft het gemeentelijk beleid ten aanzien van locaties die in aanmerking komen voor herontwikkeling. Op basis van dit beleid zijn voor diverse locaties concrete plannen gemaakt of in procedure gebracht. Met de actualisatie wordt opnieuw bekeken wat de status is van de verbeterlocaties, daarbij rekening houdend met gewijzigde wet- en regelgeving. Ook zijn enkele nieuwe verbeterlocaties opgenomen in de visie. Toetsing De locatie Eendraghtshof is één van de locaties die wordt genoemd in de visie. Het voorliggende plan geeft invulling aan de herontwikkeling van de locatie en is in lijn met de visie. 3.3.6 Nota Ruimtelijke Kwaliteit (2010), technische herziening 2019 De gemeenteraad van de gemeente Hellevoetsluis heeft op 23 januari 2020 de Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Hellevoetsluis 2010, technische herziening 2019 vastgesteld. In artikel 12a van de Woningwet is bepaald dat voor het uitvoeren van welstandstoezicht een gemeentelijke welstandsnota dient te zijn vastgelegd. Het welstandsbeleid voor de gemeente Hellevoetsluis is vastgelegd in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit 2010. Vanwege de toevoeging van Oudenhoorn aan het grondgebied van de gemeente Hellevoetsluis is de Nota Ruimtelijke Kwaliteit in 2019 technisch aangepast.
De Nota Ruimtelijke Kwaliteit voorziet niet in welstandscriteria voor grotere herstructureringsprojecten waarbij sprake is van een nieuwe ruimtelijke structuur. Voor de ontwikkeling Sportlaan is een Masterplan opgesteld. Het Masterplan geeft op hoofdlijnen richting aan: 1. richtlijn voor de beeldkwaliteit van de woningbouw; 2. de aansluiting van het ontwikkelgebied op de omgeving; 3. de samenhang van de verschillende herontwikkelingslocaties tot een nieuwe herkenbare buurt; 4. de opzet van de groen- en waterstructuur; 5. de ontsluiting van de woonlocaties en het voorzieningencluster, voor snel- en langzaam verkeer, inclusief parkeeroplossingen; 6. de verkavelingsopzet en beeldkwaliteit van de toekomstige bebouwing; 7. principes voor duurzaamheid en klimaatadaptatie. De uitgangspunten die benoemd zijn in het Masterplan zijn nader uitgewerkt in het Beeldkwaliteitsplan Sportlaan e.o., met beeldkwaliteitsregels voor zowel de bebouwing als voor het openbaar gebied. 3.3.7 Beeldkwaliteitsplan Sportlaan e.o. 2019 Het beeldkwaliteitsplan (BKP) is een verdere uitwerking van het Masterplan Sportlaan e.o. in Hellevoetsluis. Het masterplan omvat de verschillende deelgebieden als Helvoet (nu: At Home 3223), Vermaat (nu: Acapella Wonen) en een deel gemeentegrond (voorzieningen plus Eendraghtshof). De gebieden zullen gefaseerd worden ontwikkeld (deels is dit al gebeurd).
Er wordt onderscheid gemaakt in drie woonmilieus en een voorzieningencluster. Dit levert een gemixt milieu op passend binnen de huidige structuren van Hellevoetsluis: dorps wonen, stedelijk wonen en voorzieningen en vrije kavels. De verschillende deelgebieden dienen onderdeel te zijn van een herkenbare en goed samenhangende wijk. De aansluiting van de deelgebieden op de omgeving is een belangrijk onderdeel van de uitwerking. De samenhang van de verschillende herontwikkelingslocaties leidt tot een nieuwe herkenbare buurt, waarin veel ruimte is voor groen en water.
28/138
De verschillende deelgebieden (A, B en C) kennen een eigen dichtheid en stedenbouwkundige opzet. Voorliggend plangebied is aangewezen als deelgebied C. De gronden in deelgebied C komen vrij door verplaatsing van de bestaande basisscholen en de oude sporthal naar hun nieuwe locatie op het voormalige Vermaatterrein. De deelgebieden zijn onderverdeeld in verschillende typen, waarmee de beoogde woonsfeer en karakteristiek van het deelgebied wordt vastgelegd: stedelijk wonen met voorzieningen in deelgebied A en een dorps wonen in de deelgebieden B en C. De drie deelgebieden hebben allen hun eigen programma en kennen verschillende dichtheden. De bebouwing binnen deelgebied C bestaat uit voornamelijk vrijstaande woningen. Deelgebied C heeft een dorps karakter met een bouwhoogte die aansluit op de woningtypes in de directe omgeving. De uitgangspunten die benoemd zijn in het Masterplan zijn nader uitgewerkt in het een Beeldkwaliteitsplan Sportlaan e.o., met beeldkwaliteitsregels voor zowel de bebouwing als voor het openbaar gebied. Het beeldkwaliteitsplan is opgenomen als bijlage bij de regels en in de regels is opgenomen dat bij de inrichting van de gronden rekening dient te worden gehouden met de uitgangspunten uit dit plan. Verkavelingsplan en kavelpaspoorten Voor het plangebied is een verkavelingsplan opgesteld (zie ook figuur 2.1).
Dit verkavelingsplan geeft de positie van de verschillende kavels weer en geeft onder andere de aan te houden rooilijnen en afstanden van bebouwing tot aan de erfgrenzen. De kavelpaspoorten zijn opgenomen als bijlage bij de regels. In de regels is opgenomen dat bij de inrichting van de gronden rekening dient te worden gehouden met de uitgangspunten uit dit plan. Handvatten voor de architect Voor het plangebied zijn daarnaast Handvatten voor de architect opgesteld. Dit document is een aanvulling op het vastgestelde Beeldkwaliteitsplan Sportlaan e.o. (11-04-'19). Dit document is gemaakt als inspiratiedocument voor de stedenbouwkundige en architectonische uitwerking van de vrije kavels. De beschreven richtlijnen en randvoorwaarden vormen het toetsingskader voor de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en gaan boven het Beeldkwaliteitsplan. Het doel is het vastleggen van het beoogde beeld voor de individuele uitwerking van de architectuur van de woningen en de inrichting van de kavels. Hiermee wordt de samenhang tussen de verschillende woningen gewaarborgd en een duurzame en groene inrichting van de percelen vastgelegd. De Handvatten voor de architect zijn als bijlage bij de regels opgenomen. In de regels is opgenomen dat bij de inrichting van de gronden rekening dient te worden gehouden met de uitgangspunten uit dit document.
3.3.8 Duurzaamheidsbeleid Voorne aan Zee Beleidsvisie duurzaamheid en milieu Op 13 maart 2014 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie duurzaamheid en milieu vastgesteld. Het doel van het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid is het 'inzetten op een duurzaam wonen, werken en recreëren in de gemeente Hellevoetsluis'. Het begrip duurzaamheid refereert aan een ontwikkeling die in evenwicht is met wat de omgeving te bieden heeft, lokaal, mondiaal, nu maar ook in de toekomst. Bij een duurzame ontwikkeling zijn ecologische, economische en sociale waarden in evenwicht.
29/138
Binnen de Beleidsvisie duurzaamheid en milieu worden de volgende duurzaamheidaspecten gedefinieerd: sociale aspecten: participatie en samenwerking en kennisdeling en innovatie; milieuaspecten: geluid, luchtkwaliteit & geur, (externe) veiligheid, bodem, water; groen & ecologie, energie & materialen, afval & grondstoffen; economische aspecten: duurzaam inkopen en aanbesteden, werkgelegenheid; duurzame mobiliteit, duurzame verdienmodellen; om te zorgen voor een goede inbedding in de gemeentelijke organisatie worden bovengenoemde duurzaamheidaspecten thematisch beschouwd. Deze thema's zijn: 1. duurzame leefomgeving; 2. duurzame ruimtelijke ontwikkeling; 3. duurzame bedrijvigheid; 4. duurzame gemeentelijke bedrijfsvoering. Warmtetransitievisie In het landelijke Klimaatakkoord is de ambitie benoemd van een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Het van het aardgas af halen van alle bestaande woningen en gebouwen is een enorme opgave die inwoners en ondernemers direct raakt. De Warmtetransitievisie Voorne-Putten geeft bewoners, huis- en gebouweigenaren een eerste beeld van het stapsgewijze tijdpad richting aardgasvrij. In de visie staat in welke wijken de gemeenten op Voorne-Putten voor 2030 aan de slag gaat en welke alternatieve energievoorzieningen kansrijk zijn in deze gebieden.
Hiermee wordt (meer) duidelijkheid geboden aan inwoners, woningcorporaties en gebouweigenaren voor het nemen van (grote) investerings- en verduurzamingsbeslissingen en het afstemmen van planningen. Routekaart Duurzaam Voorne-Putten 2040 In de Routekaart Duurzaam Voorne-Putten 2040 zijn via de thema's energie en circulariteit de strategie en doelen uitgewerkt om te komen tot een Duurzaam Voorne-Putten in 2040. De aanleiding voor het opstellen van dit document is divers: Allereerst wil Voorne-Putten haar maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen op het gebied van verduurzaming van het eiland, als bijdrage aan de bestrijding van de wereldwijde klimaat- en milieuproblematiek; Een stevig en ambitieus regionaal duurzaamheidsbeleid past als van zelfsprekend bij Voorne-Putten als ”groen en recreatief aantrekkelijke regio” en biedt ook kansen voor een toekomst-bestendige regionale economie; Een ambitieus regionaal duurzaamheidsbeleid maakt het eiland tot een belangrijke samenwerkingspartner richting andere partijen die een belangrijke rol vervullen op het gebied van duurzaamheid, zoals de MRDH, de provincie, het Havenbedrijf, DCMR, Stedin etc. Toetsing In paragraaf 4.12 wordt ingegaan op het aspect duurzaamheid en in paragraaf 4.13 wordt ingegaan op klimaatadaptatie. Voor de beoogde ontwikkeling is rekening gehouden met de duurzaamheidsambities van de gemeente.
30/138
3.3.9 Beleidsplan Geluid gemeente Hellevoetsluis 2020-2030 In de gemeente Hellevoetsluis en tevens in de rest van Nederland worden woningen en overige geluidsgevoelige bestemmingen dicht bij geluidsbronnen gebouwd, zoals rond wegen en industrie. Middels verschillende landelijke en provinciale wetgeving worden op het gebied van geluid voor de omgeving eisen/normen gesteld waarmee de kwaliteit van de omgeving wordt gewaarborgd. Daarnaast wordt men geconfronteerd met de eisen die worden gesteld vanuit Europese regelgeving. Het beleidsplan is een vervolg op het Geluidbeleid 2008-2017 van de gemeente Hellevoetsluis. Omdat het geluidsbeleid goed werkbaar bleek, is de inhoud grotendeels ongewijzigd gebleven. Er is in dit geval gekozen voor een beperkte update tot aan de intreding van de Omgevingswet, wanneer deze wet in werking treedt, treedt ook het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) in werking. Het Bkl geeft gemeenten aanzienlijke ruimte en in sommige gevallen zelfs een verplichting, om geluidsregels in het omgevingsplan op te nemen. In dit geluidsbeleid maken we een doorkijk naar de aankomende Omgevingswet. Het geluidsbeleid is geactualiseerd en ontwikkelingen met betrekking tot de Omgevingswet zijn in beeld gebracht. In dit beleid zijn de bestaande werkwijzen nog eens helder en eenduidig vastgelegd of nader toegelicht zodat het meer als een handboek kan fungeren.
Tevens worden akoestische knelpunten inzichtelijk gemaakt en een actieplan opgesteld hoe toekomstige knelpunten voorkomen kunnen worden. Toetsing In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op het aspect geluid ten aanzien van het woonprogramma. 3.3.10 Beleidsplan Luchtkwaliteit gemeente Hellevoetsluis 2020-2030 Er is een Luchtbeleidsplan 2020-2030 opgesteld. In de gemeente Hellevoetsluis wordt men geconfronteerd met de eisen ten aanzien van luchtkwaliteit, zoals gesteld in Europese en nationale regelgeving. De gemeente kent – nu en in de toekomst – geen overschrijding van de wettelijke grenswaarden, zoals gesteld in Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen en bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Naast het in beeld brengen van de huidige en toekomstige luchtkwaliteit, heeft de gemeente behoefte aan een methodiek waarin op een eenvoudige wijze kan worden aangetoond dat wordt voldaan aan de eisen uit de Wet milieubeheer, zonder dat de noodzakelijke (juridische) zekerheid wordt aangetast. Het gemeentelijke beleidskader luchtkwaliteit heeft als doel een eenvoudig en uniform toetsingskader te vormen voor nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen, waarmee kan worden voldaan aan de vereiste onderbouwingseisen vanuit de relevante wet- en regelgeving. Het luchtkwaliteit beleidskader is de opvolger van het in 2008 vastgelegde Beleidsplan luchtkwaliteit 2008-2017.
Onderliggend beleidsplan is een vervolg op het Beleidsplan luchtkwaliteit 2008-2017 van de gemeente Hellevoetsluis. Er is gekozen voor een beperkte update tot aan de intreding van de Omgevingswet. In het jaar 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Dit kader heeft toepassing op de luchtkwaliteit en de daarbij behorende wet- en regelgeving. Hier valt de Wet natuurbescherming niet onder. Het in beeld brengen van de depositie van stikstof op Natura 2000-gebieden is voor dit beleidskader derhalve niet relevant. In dit beleid zijn de bestaande werkwijzen nog eens helder en eenduidig vastgelegd of nader toegelicht zodat het meer als een handboek kan fungeren.
31/138
Toetsing In paragraaf 4.7 wordt nader ingegaan op het aspect luchtkwaliteit. 3.3.11 Beleidsvisie Externe Veiligheid Het vervoer of het gebruik of de opslag van gevaarlijke stoffen betekent altijd dat er een kans is op een incident met die gevaarlijke stoffen. Een risicoloze maatschappij bestaat niet. Er blijft altijd, ook na het toepassen van risico reducerende maatregelen, een restrisico. De vraag welk (rest)risico nog te verantwoorden is en wie die verantwoording hiervoor draagt, zijn centrale vragen binnen het externe veiligheidsbeleid. De externe veiligheidswetgeving geeft kaders voor zowel de gemeentelijke organisatie als de veroorzakers van de mogelijke risico's. Het is daarom van belang dat deze veroorzakers, mogelijk in combinatie met personen binnen de omgeving van de risicobron, actief bij het beleidsproces betrokken worden. Samenwerking en risicocommunicatie zijn hierbij de sleutelwoorden. Binnen de gemeentelijke organisatie heeft externe veiligheid een nauwe relatie met andere beleidsvelden, waarbij milieu, ruimtelijke ordening en openbare veiligheid de hoofdrolspelers zijn. Het is om deze reden belangrijk dat bij de omgang met externe veiligheid vanuit meerdere disciplines een integrale aanpak wordt beoogd. De voormalige gemeente Hellevoetsluis heeft als doel een gezond en veilig leefklimaat te versterken.
De geactualiseerde beleidsvisie geeft handvatten voor het structureel omgaan met externe veiligheid binnen de gemeente Hellevoetsluis. Het doel van dit document is om handvatten te creëren voor de omgang met externe veiligheid bij vergunningverlening aan nieuwe risicobronnen of het nemen van ruimtelijke besluiten nabij een risicobron. Deze handvatten dienen zo veel mogelijk universeel toepasbaar te zijn maar zullen eveneens richtlijnen geven voor uitzonderlijke en individuele gevallen. Toetsing In paragraaf 4.5 wordt nader ingegaan op het aspect externe veiligheid. 3.3.12 Watertakenplan 2017-2020 De gemeente Hellevoetsluis heeft in september 2016 het Watertakenplan opgesteld. Het Watertakenplan beschrijft het stedelijk waterbeleid voor de hele planperiode 2017-2020 en legt vast welke activiteiten de gemeente verricht en welke onderzoeken de gemeente doet. Dit deel wordt jaarlijks geëvalueerd en waar nodig aangevuld en aangepast. Voor het Watertakenplan en het daarin vastgelegde beleid gelden de volgende doelstellingen: 1. duurzame bescherming van de volksgezondheid; 2. voorkomen van wateroverlast; 3. voorkomen van hinder door andere oorzaken dan wateroverlast; 4. voorkomen van milieuschade. Toetsing In paragraaf 4.9 wordt ingegaan op het aspect waterhuishouding.
Voor ruimtelijke ontwikkelingen worden in de planperiode van het Watertakenplan technische randvoorwaarden ten aanzien van een goede (grond)waterhuishouding geformuleerd. Zodra deze voorwaarden van kracht zijn, zullen ruimtelijke ontwikkelingen hieraan worden getoetst.
32/138
3.3.13 Gemeentelijk Verkeer & vervoersplan 2013 Het Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan Hellevoetsluis is opgesteld in 2013 en in dit document wordt de huidige visie gegeven op het aspect verkeer. In het document is het beleid vastgelegd voor de komende jaren en sluit aan bij de Stadsvisie 2030 en de Structuurvisie 2015+. In het beleidsdocument wordt ingegaan op de volgende aspecten: categorisering; fiets; openbaar- en goederenvervoer; verkeersveiligheid; parkeren. Toetsing In paragraaf 4.2 wordt ingegaan op het aspect verkeer. 3.3.14 Parkeernormen Voorne aan Zee 2023 Deze beleidsnotitie is vastgesteld in 2023 en heeft tot doel het bieden van duidelijkheid en transparantie ten aanzien van de werkwijze bij het opstellen van de parkeereis bij ontwikkelingen, bouwplannen of functiewijziging van een gebouw. De gemeente Voorne aan Zee toetst de door de initiatiefnemer berekende parkeereis aan o.a. deze Nota Parkeernormen en het APV. Het toepassen van de juiste parkeernormen draagt bij aan een goed woon- en leefklimaat, waarin het risico op parkeeroverlast wordt verkleind. Toetsing In paragraaf 4.2 is op basis van deze normen berekend hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn en hoe hierin wordt voorzien. 3.3.15 Nota bodembeleid 2021 Op 3 oktober 2023 is de Nota bodembeheer Voorne aan Zee vastgesteld.
Het doel van deze nota is het geven van concrete richtlijnen voor een duurzaam beheer van de bodem en het scheppen van heldere kaders voor saneringen die onder de bevoegdheid van de gemeente vallen. In de nota is een regionale bodemkwaliteitskaart opgenomen. Deze kaart geeft een algemeen beeld van de bodemkwaliteit en faciliteert bij het toepassen van grond of baggerspecie binnen de regio, zonder dat telkens een bodemonderzoek of partijkeuring hoeft te worden uitgevoerd. In het beleid worden regels genoemd voor het hergebruik van de grond. Deze gaan over ontgraven, transport, tijdelijke opslag, toepassingen, opbulken van partijen grond en baggerspecie. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning, de wijziging van een bestemming of bij gemeentelijke grondtransacties is in veel gevallen bodemonderzoek vereist. Dit beleidskader beschrijft wanneer bodemonderzoek daadwerkelijk nodig is en hoe de gegevens worden getoetst. Toetsing In paragraaf 4.8 wordt ingegaan op het aspect bodemkwaliteit. 3.3.16 Conclusie Het gemeentelijk beleid staat de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg.
33/138
3.4
Conclusie
Het mogelijk maken van 18 extra woningen binnen bestaand stedelijk gebied is conform het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid.
34/138
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Beleid en Normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit betekent voor een bestemmingplan waarin een activiteit uit de C of D-lijst wordt mogelijk gemaakt, dat voor het ontwerpbestemmingsplan een m.e.r-beoordelingsbeslissing moet worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen.