CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-034 Bijlage 2 definitief besluit aanwijzing GS

Commissie Algemene Zaken en Middelen 21 januari 2026, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Bespreking ingekomen stukken inzake verplichte GR in het kader van de woonruimteverdeling11.711 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

provincie Zuid-Holland

Gedeputeerde Staten

Gemeente Voorne aan Zee lngekomen d.d.

1 2 DEC 2025

Contact

R.A. Tetteroo ra.tetteroo@pzh.nl

Provinciehuis

Postbus 90602 2509 LP Den Haag TIJ70-4416611 www.zuid-holland.nl/contact Datum

Zie verzenddatum linksonder

Ons kenmerk

College van Burgemeester en wethouders gemeente Voorne aan Zee Postbus 13 3220 AA Hellevoetsluis

PZH-202 5-883843195 DOS-2013-0009992 Uw kenmerk ßijiagen

2

Onderwerp

Defi nitief besl uit aa nwijzi ng a rtikel 99 Wet gemeenscha ppelijke regelingen Geacht college, Met uw brief van 7 oktober 2025 heeft u namens uw 11 gemeenten van de (woningmarkt)regio Rotterdam ons verzocht om een aanwijzing als bedoeld in artikel 3 van de Huisvestingswet 2014 (verder: Hvw) en/of een aanwijzing als bedoeld in artikel 99 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (verder: Wgr). Met deze brief besluiten wij — in vervolg op ons voorgenomen besluit van 11 novemberjl. (PZH-2025-882629155) - op uw verzoek met toepassing van artikel 99 Wgr, rekening houdend met de input die verkregen is uit het overleg, onder meer zoals bedoeld in genoemd artikel 99 Wgr. Hoewel wij met deze brief uw gemeenteri als aanvragers adresseren en de brief daarop inrichten, richten wij het besluit als vervat in deze brief mede tot de gemeente Ridderkerk, die wij een kopie van dit besluit sturen met het verzoek dit besluit als mede tot haar gericht te beschouwen. De aanieiding voor uw verzoek

U wijst op de samenwerking ¡n de regio Rotterdam sinds 2014 op het gebied van wonen en woonruimteverdeling. Ll betreurt dat de gemeente Ridderkerk de bestuursovereenkomst die sindsdien gold, eind 2024 niet heeft verlengd. Dit betreft de eerdere bestuursovereenkornst waarin de 12 gemeenten uit de woningmarktregio Rotterdam (dus inclusief de gemeente Ridderkerk) een evenwichtige regionale verdeling van woonruimte mogelijk maakten. U wenst die samenwerking, gezamenlijke inzet en afstemming te continueren, met inbegrip van de mogelijkheden voor de gemeenten omtrent andere onderdelen die de Hvw biedt. De gemeente Ridderkerk (verder: Ridderkerk) wil echter een lokale huisvestingsverordening met eigen woonruimteverdeelsysteem voor sociale huurwoningen van woningcorporatie5 vaststellen. U benadrukt het belang van een regionaie woningmarkt, waarin de schaarste aan betaalbare woningen voor (ook urgent) woningzoekenden regionaal wordt aangepakt en geiijkluidende regels

Verzonden op 10-12-2025

PZH-2025-883842281 dd.09-12-2025

Ons kenmerk PZH-2025-883843195 DOS-2013-0009992

voor het te huur aanbieden en in gebruik nemen en geven van socíale huurwoningen van corporaties en urgentie blijven gelden. U geeft aan dat het breken van de gemeente Ridderkerk met de regionale samenwerking tot versnippering en verstoring van het evenwicht in de regio leidt. De vestigingsmogelijkheden van woningzoekenden worden in relevante mate beperkt. Dit Ieidt naar uw mening tot ongelijkheid en rechtsonzekerheid voor de woningzoekenden in de regio. Naar wij begrijpen schaart u daar ook de woningzoekenden in Ridderkerk onder. U wijst op de grote schaarste aan betaalbare koop- en huurwoningen in de regio en op de verhuisbewegingen tu55en gemeenten in de regio. Naar uw mening biedt regionaie woonruimteverdeling met urgentieregels en regels voor de toewijzing van sociale huurwoningen van corporaties die gelijkluidend ziin (1) transparantie, (2) gelijkheid voor de woningzoekenden in de regio, (3) doeimatigheid bij de (efficiënte) inzet van de schaarse woningvoorraad en (4) regionale solidariteit bij de huisvesting van kwetsbare groepen. Een lokaal woonruimteverdeelsysteem voor sociale huurwoningen van woningcorporaties beperkt de mogelijkheden voor (urgent) woningzoekenden binnen de regio, hetgeen een evenwichtige regionale woonruimteverdeling en samenwerking om de woningnood voor hen op te lossen verstoort. Dit leidt tot ongelijke behandeling van woningzoekenden.

Algemene reactie

Allereerst merken wij op dat wij uw visie op het stopzetten van regionale samenwerking op het gebied van wonen door Ridderkerk onderschrijven en delen. Na het stopzetten van de Wgrplusregios ziin de gemeenten in de regio Rotterdam — dat wil zeggen uw gemeenten en Ridderkerk— een vrijwillige samenwerking aangegaan voor onder meer een regionaal woonruimteverdeelsysteem. Derhalve is er na de Wgr-plusregios vanafde inwerkingtreding van de Hvw een woningmarktregio zoals gedefinieerd in artikel 1 van de Hvw geweest, waaraan Ridderkerk deelnam (verder: de woningmarktregio). De 12 gemeenten maken aldus deel uit van een gebied dat vanuit het oogpunt van het functioneren van de woningmarkt als één geheel kan worden beschouwd. Die woningmarktregio is bevestigd met bestuursovereenkomsten, die tot aan de voorlaatste versie daarvan (de Bestuursovereenkomst 2020) mede door Ridderkerk werden ondertekend. Ridderkerk heeft in dat kader mede de bepalingen uit die bestuursovereenkomst ondertekend, die de basis waren voor een regionaal woonruimteverdeelsysteem.

Met de bestuursovereenkomst 2020 heeft Ridderkerk onderkend dat zij samen met de andere 11 gemeenten één aaneengesloten woningmarktregio vormt (eerste bullet van de considerans van de bestuursovereenkomst 2020) en dat het, omdat sprake is van één woningmarktregio, wenselijk is dat de regels voor het in gebruik geven en nemen van goedkope woonruimte ¡n die woningmarktregio gelijkluidend zijn (tweede en derde bullet). Onderdeel van de afspraken was om te komen tot continuering van de eerdere afspraken (zesde bullet) en tot een regionale standaardtekst voor de woonruimteverdeelregels (de Regionale Verdeelregels genoemd). ln het kadervan de regionale samenwerking is een regionaal afgestemde huisvestingsverordening opgesteld (Verordening Woonruimtebemiddeling Regio Rotterdam 2025) en in werking als vervolg op de eerdere regionaal afgestemde huisvestingsverordeningen, waarin is vastgelegd hoe de 2/17

PZH-2025-883842281 dd. og-12-2025

Ons kenmerk PZH-2025-883843195 DOS-2013-0009992

beschikbare woonruimte wordt verdeeld en hoe urgentieverlening is vormgegeven. De uitwerking van de huisvestingsverordening is geregeid in het regionale woonruimteverdeelsysteem Woonnet Rijnmonci. Wij hebben het bestaan en functioneren van deze woningmarktregio en de regionale werkwijze met Woonnet Rijnmond steeds toegejuicht en het past in het beleid van de provincie Zuid-Holland. Er was — tot 2024 — geen reden hier nadere stappen in te nemen. De regionaal onder uw 11 gemeenten afgestemde Verordening Woonruimtebemiddeling Regio Rotterdam 2025 is niet van kracht in Ridderkerk. Ridderkerk wenst nu binnen de woningmarktregio, ondanks het bestaan van een regionale woningmarkt en de eerdere deelname van Ridderkerk daaraan, een eigen, lokaal woonruimteverdeelsysteem en een daarop aansluitende eigen huisvestingsverordening vast te 5te11en. Deze breuk met het recente verleden is naaronze mening in strijd met onder meer de Hvw en het belang van een evenwichtige verdeling van woonruimte in de woningmarktregio, en daarmee in strijd met het belang van alle woningzoekenden in die regio.

Regionale afstemming en de Hvw De Hvw gaat uit van regionale afstemming Dat volgt het meest nadrukkelijk uit artikel lid 2 Hvw, dat bepaalt dat burgemeester en wethouders bij cle voorbereiding van de vaststelling of wijziging van een huisvestingsverordening deze afstemmen met burgemeester en wethouders van de overige gemeenten die deel uitmaken van de woningmarktregio waarin de gemeente is gelegen. De noodzaak van regionale afstemming blijkt ook uit artikel 3 Hvw. lndien een evenwichtige regionale verdeling van woonruimte dat vereist, kunnen Gedeputeerde Staten de woningmarktregio aanwijzen waarin dan alieen met toepassing van de Wgr het in gebruik nemen of geven van woonruimte en wijzigingen in de bestaande woonruimtevoorraad kunnen worden gereguleerd. Het initiatief is ciaarbij aan gemeenten gelaten (waaraan uw 11 gemeenten met uw verzoek invulling hebben gegeven). Als sprake is van een woningmarktregio die eerder als zodanig heeft gefunctioneerd, is de grondslag voor een dergelijk verzoek en daarmee ook cle noodzaak voor een evenwichtige regionale verdeling van woonruimte in een dergelijke woningmarktregio, een gegeven.

De memorie van toelichting op de wet waarmee het huidige artikel 3 Hvw is ingevoerd geeft aan dat het belang van een evenwichtige woningmarkt met name aan de orde is in verstedelijkte regios waar de gemeenten van elkaar afhankelijk zijn, maar hun belangen niet zonder meer paraliel Iopen. De wetgeverschetst hiermee een situatie zoals die nu in de onderhavige regio aan de orde is. üok blijkt de noodzaakvan een regionale benadering uit artikel 6 lid 3 Hvw. Dat artikellid bepaalt dat bij de voorbereiding van een huisvestingsverordening advies aan Gedeputeerde Staten moet worden gevraagd over de gevolgen voor de regionale woningmarkt, de woningbouwopgave en de toepassing van artikel 14. Verder blijkt uit artikel 6 lid 4 Hvw dat de gemeenteraad bij een voornemen tot het vaststellen van een huisvestingsverordening vanuit het oogpunt van het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte (wat ook het geval is in Ridderkerk), in de 3/17

PZH-2025-883842281 dd. 09-12-2025

Ons kenmerk PZH-2025-883843195 DOS-2013-0009992

gemeentelijke woonvisie onder meer de inzet van de gemeente op het gebied van de regionale woningbouwopgave dient te onderbouwen. Ook wijzen wij erop dat de 12 gemeenten onderdeel uitmaken van de woondeairegio Rotterdam in welk verband in het Regioakkoord 2022 afspraken zijn gemaakt over de woonopgaven. ln dit Regioakkoord 2022 is — onder rneer — als doelstelling opgenomen een regionaal gelijkmatigere toegang tot, kort gezegd, sociale huurwoningen. Ook Ridderkerk heeft haar handtekening onder dit akkoord gezet. De noodzaak van regionale afstemming en het in acht nemen van de noodzaak voor een evenwichtige regionale verdeling van woonruimten in de onderhavige woningmarktregio waar uw gemeenten en Ridderkerk deel van uitmaken, staat naar onze mening vast. ln dat kader merken wij ten overvloede op dat de Wet versterking regie volkshuisvesting, die naar verwachting volgend jaar van kracht wordt, in veel opzichten tot regionale samenwerking verplicht, waaronder ook ten aanzien van de besluiten op basis van de Hvw. Het verzoek van Rídderkerk voor advies tot het vaststellen van een lokale huisvestingsverordening Op 23 september 2025 ontvingen wij van Ridderkerk het verzoek advies te geven over de voorgenomen vaststelling van een lokale huisvestingsverordening, zonder regionaal woonruimteverdeelsysteem.

Dit voornemen is een direct gevolg van de in uw brief beschreven aanleiding voor uw verzoek, zijnde dat de wens van Ridderkerk om de samenwerking ¡n de regio niet te continueren zich concretiseert in het willen vaststellen van een lokale huisvestingsverordening met lokaal woonruimteverdeelsysteem. Bij brief van 21 oktober 2025 (kenmerk PZH-PZH-2025-881376129) hebben wij Ridderkerk dringend verzocht de (concept-)verordening niet iri december vast te stellen. Het college van burgemeester en wethouders (het college) heeft bij briefvan 7 november 2025 (kenmerk 2025-070735) aangegeven vooralsnog geen reden te zien om aan dat verzoek gehoor te geven. Daarin heeft zij een aantal argumenten genoemd, die elders in deze aanwijzing geadresseerd worden. Het college heeft ook gevraagd om een nadere onderbouwing waarom het vaststeilen van de lokale huisvestingsverordening met een eigen woonruimteverdeelsysteem in strijd met de Hvw zou zijn. Die nadere onderbouwing geven wij in de onderhavige aanwijzing, en hebben wij reeds gegeven in onze brief d.d. 29 oktober 2025 (PZH-2025-881555358) waarin wij negatief over het voornemen van Ridderkerk hebben geadviseerd. Een afschrift van dit advies hebben wij op 29 oktober 2025 bij brief met u gedeeld. De gronden uit dat genoemde advies zijn direct van toepassing op uw verzoek tot het geven van een aanwijzing.

Wij verzoeken u die gronden in de onderhavige brief als herhaald en ingelast te beschouwen. Het advies is toegezonden als bijlage bij het genoemde voorgenomen besluit van 11 novemberjl. ln het navolgende gaan wii meer specifiek in op uw verzoek om een aanwijzing. Noodzaak voor afstemming met lokale woningcorporaties en praktische aspecten 4/17

PZH-2025-883842281 dd. 09-1 2-2025

Ons kenmerk PZH-2025-883843195 DOS-2013-0009992

Artikel 6 Hvw stelt met lid 1 de noodzaak voor overleg met de in de gemeente werkzame toegelaten instellingen, woonconsumentenorganisaties en andere daarvoor in aanmerking komende organisaties bij de vaststelling van een huisvestingsverordening voorop. Wij hebben van Ridderkerk geen inzicht gekregen in de uitkomst van dat overleg en met welke organisaties overleg is gepleegd. Het aanwijzen van vergunnirig plichtige woonruimte (Ridderkerk beperkt zich daarbij in haar voornemen tot woonruimten van woningcorporaties) mag niet tot gevolg hebben dat woningcorporaties mogen worden beperkt in hun taak om passend aan de doelgroep toe te wijzen (artikel 9 lid 2 onder c Hvw). Woningcorporaties zijn zodoende partijen waarmee primair bij voornemens over woonruimteverdeling overleg moet worden gepleegd en wiens input daarbij van groot belang moet worden geacht. Een lokaal woonruimteverdeelsysteem beperkt woningcorporaties in hun mogelijkheden passend toe te wijzen aan de doelgroep. De mogelijkheden passend toe te wijzen worden dan immers beperkt tot een onderdeel van de doelgroep die gezien de regionale noodzaak feitelijk ruimer is. Het voornemen van Ridderkerk houdt geen, althans volstrekt onvoldoende rekening met deze aspecten, zodat dat voornemen ook in strijd met onder meer de artikelen 3:2 en 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht is genomen.

Een belangrijke organisatie in dat verband is de grootste lokale woningcorporatie te Ridderkerk, de stichting Wooncompas. Zij heeft de gemeenteraad van Ridderkerk op 29 septemberjl. een brief gestuurd, die op de website vari de gemeente is gepubliceerd. Deze brief geeft inzicht in de bezwaren van deze organisatie tegen het voornemen van Ridderkerk en maakt duidelijk dat dit voornemen niet alleen strijdig is met de uitgangspunten van de Huisvestingswet, maar dat het ook praktisch niet goed uitvoerbaar is en niet in het belang van de woningzoekenden is. Zij wijst erop dat een lokaal woonruimteverdeelsysteem voor de korte en langere termijn voor praktische problemen voor haar zorgt en nadelig is voor bewoners in de regio en in Ridderkerk. Zij wijst op cle noodzaak van intensieve afstemming met de regio. Ook wijst zij op de dubbele financiële lasten voor woningzoekenden in Ridderkerk om zich iri rneerdere systemen in te schrijven, met ook dubbele administratieve lasten tot gevolg. Voorts plaatst zij kanttekeningen bij de kennelijk bij Ridderkerk levende gedachte dat een lokaal wooriruinitebemiddelingssysteem nodig zou zijn. Zij geeft aan dat woningzoekenden uit Ridderkerk al in Ridderkerk een veel grotere kans hebben een woning te vinden dan woningzoekenden elders uit de regio.

Ook wijst zii erop dat de mogelijkheid die een verordening biedt om lokale woningzoekenden voorrang te geven onvoldoende door Ridderkerk is benut en dat in de praktijk de bestaande mogelijkheden om woningzoekenden uit Ridderkerk te huisvesten, doorstroming van senioreri en herhuisvesting bij herstructurering te realiseren, ruim voldoende zijri. Ook wordt genoemd dat er grote zorgen zijn voor het kunnen huisvesten van kwetsbare urgent woningzoekenden uit de regio. Tevens merkt zij op dat het nooit de bedoeling kan zijn met woningtoewijzing groeperi uit te sluiten. Recent heeft Wooncompas tijdens de raadsvergadering van 2 oktober 2025 een mondelinge inspraakreactie gegeven waarin zij nogmaals uitsprak bezwaren te hebben bij het voornemen van

5/17

PZH-2025-883812281 dd. 09-1 2-2025

Ons kennierk PZH-2025-883843195 DOS-2013-0009992

Ridderkerk om een lokale huisvestingsverordening met eigen woonruimteverdeelsysteem vast te stellen. Wij onderschrijven de bezwaren van Wooncompas en leggen die bij deze mede ten grondslag aan het onderhavige besluit. Noodzaak lokaal woonruimteverdeelsysteem ontbreekt ln dit verband wijzen wij nog specifiek op de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024 die gold op het moment dat Ridderkerk besloot de Bestuursovereenkomst 2020 niet te verlengen. Die biedt — net als de Hvw — mogelijkheden om meer woningen binnen de gemeenten in de woningmarktregio toe te wijzen aan woningzoekenden met binding met de betreffende gemeente. Uit toewijzingscijfers van de Maaskoepel blijkt dat 41% van het aantal verhuringen wordt toegekend aan woningzoekenden die voldoen aan een bindingseis. Dit illustreert wat Wooncompas in haar brief aangeeft Ridderkerk loopt nog niet tegen de grenzen aan van de huidige mogelijkheden, zodat ook daarom — onverminderd de motivering voor het overige ¡n dit besluit — de noodzaak om te komen tot een lokale huisvestingsverordening ontbreekt. Belangen woningzoekenden Dat de belangen van de woningzoekenden in de regio door het afschermen van de woningmarkt in Ridderkerk geschaad worden, ligt ten grondslag aan uw verzoek.

Ook Ridderkerk zal dat in ieder geval ten aanzien van de woningzoekenden in andere gemeenten dan haar eigen, waarschijnlijk niet niiskennen, zij het dat zij de belangen van de woningzoekenden ¡n Ridderkerk (kennelijk) zwaarder wil laten wegen. Wij willen nogmaals benadrukken dat ook de belangen van de woningzoekenden in Ridderkerk met een lokaal stelsel niet gediend worden. Zij zijn duurder uit, moeten zich, indien zij ook op woningen in de andere 11 gemeenten willen reageren, in meerdere systemen inschrijven en bovendien is het zeer de vraag of de kansen op de woningmarkt van de gemeente Ridderkerk door het stelsel toenemen. Een deugdelijke motivering voor de premisse dat de gemeentelijke woningzoekenden wel met de door Ridderkerk voorgenomen concept huisvestingsverordening gediend zouden zijn, zien wij niet. Het toepassen van een eigen woonruimteverdeelsysteem beperkt het beginsel van vrije vestiging zonder legitimerende grondslag en bewerkstelligt feitelijk dat woningzoekenden uit de regio in Ridderkerk worden geweerd, dan wel dat hun mogelijkheden ten onrechte worden beperkt.

Eerdere contacten met de 11gemeenten en Ridderkerk Al sinds het besluit van Ridderkerk de bestaande situatie van een regionaal woonruimteverdelingssysteem niet te willen continueren, te breken met de samenwerking en toe te werken naar een lokaal woonruimteverdeelsysteem is er intensief gecommuniceerd met u en Ridderkerk. Met Ridderkerk is diverse malen overleg gepleegd. Onder meer hebben wij op 24 september 2024 (PZH-2024-860544589) een brief aan Ridderkerk gestuurd met de dringende oproep geen lokaal 6/17

PZH 2025 883842281 dd.09 12 2025

Ons kenmerk PZH-2025-883843195 DOS-2013-0009992

woonruimteverdeelsysteem op te zetten, omdat wij grote meerwaarde zien in het handhaven van het woonruimteverdeelsysteem voor de gehele regio, inclusief Ridderkerk. Die oproep is nadien herhaald en nadertoegelicht bij briefvan 12 november2024(PZH-2024-863859374), en ookvertolkt door de Minister van VRO, SvWrR, de Maaskoepel en Wooncompas. Zo heeft SvWrR Ridderkerk met een brief van 30 september 2024 aangeschreven en haar gewezen op aspecten die ook in onderhavig besluit worden genoemd. 0p Ridderkerk is een dringend beroep gedaan om het voornemen uit het regionale wooriruimteverdeelsysteem te stappen te heroverwegen en samen te blijven werken aan het gezamenlijk oplossen van de proljlernatiek in de woriingmarktregio Rotterdam. Bij de al genoemde brief van 128 november 2024 (PZH-2024-863859374) hebben wij gereageerd op uw adviesverzoek over de regionaal afgestemde verordening, die helaas niet mede namens Ridderkerk kon worden voorgelegd aan ons. Wij hebben in die brief onder meer aangegeven graag te zien dat u de constructieve samenwerking vanuit uw kant met Ridderkerk zou blijven voortzetten, over zowel de afstemming over de huisvestingsverordeningen als over andere woononderwerpen ¡n de regio. ln die zin is ook Ridderkerk aangeschreven (PZH-2024-863859374) en is haar een kopie van de brief aan het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam (SvWrR) verstrekt.

Ridderkerk heeft bij briefvan 6 december 2024 aangegeven te volharden in haarvoornemen een lokaal woonruimteverdeelsysteem en bijbehorende lokale huisvestingsverordening na te streven.

0p 7 februari 2025 heeft de Maaskoepel namens 22 woningcorporaties cle Ministervan Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (verder: de Minister) aangeschreven en haar zorgen geuit. Bij briefvan diezelfde dag (PZH-2025-868785744) heeft gedeputeerde drs. irA.L. Koning haarzorgen bij die Minister geuit en om steun gevraagd in deze kwestie. Bij brief van 13 februari 2025 heeft de Minister Ridderkerk aangeschreven naar aanleiding van voornoemde brieven. Onder meer wijst zij erop dat ongeacht of Ridderkerk deelneemt aan een regionaal woonruimteverdeelsysteem woningzoekenden uit de regio binnen de kaders die zii in haar brief op basis van de Hvw aangeeft, niet mogen worden geweerd. Ook wijst zij op de woondeal regio Rotterdam die samenhangt met bestaande afspraken en die samenwerkingsstructuren borgt. Zij heeft Ridderkerk gevraagd samen met de regio tot een oplossing te komen om de regionale samenwerking zo vorm te geven dat er geen extra barrières worden gecreëerd voor de inwoners in Ridderkerk en in de regio in hun zoektocht naar een huis. Ridderkerk heeft de Minister bij brief van 4 april 2025 geantwoord. Zij wijst op de druk op de woningmarkt in Ridderkerk en de instroom van urgenten uit de regio die de leefbaarheid van wijken onder druk zou zetten.

Overigens erkent zij in diezelfde brief dat zij om aan de leefbaarheid een impuls te geven een aanvraag heeft ingediend voor de Regiodeal Samen Sterker en dat zij verheugd is dat die ¡s gehonoreerd zodat zij daarmee in de leefbaarheid van haarwijken kan investeren. Van haar keuze woonruimtebemiddeling lokaal te organiseren neemt zij echtergeen afstand. Op 24junij1., als vervolg op het overleg van 11 apriljl., hebben wij met u, dan wel SvWrR, en Ridderkerk, de Maaskoepel en het ministerie van VRO een tiental alternatieve denkrichtingen voor sturingsrnogelijkheden geformuleerd. 0nze verwachting was dat deze mede in overleg met Ridderkerk tot stand gekomen alternatieven tot een herbezinning zouden leiden voor het nastreven 7/17

PZH-2025-883842281 dd. 09-1 2-2025

Ons kenmerk PZH-2025-883843195 DOS-2013-0009992

van een Iokaal woonruimteverdelingssysteem. Ridclerkerk heeft deze route kennelijk, en zonder verdere mecleclelingen aan ons verlaten. Ook is er met Ridderkerk gezocht naar alternatieve oplossingen, maar heeft Ridderkerk de gevonden oplossingen niet in haar keuzes geïmplementeerd. Tevens is een bemiddelaar ingeschakeid. Dit alles zonder het gewenste resultaat waarbij Ridclerkerk de eigen weg verlaat en weer aansluiting zoekt bij de regio. Strijdigheid met de gemeentelijke woonvisie Het voornemen van Ridderkerk is boven in strijd met artikel 6 lid 4 Hvw dat onder meer (ook) bepaalt dat indien de gemeenteraad voornemens is een huisvestingsverordening vast te stellen vanuit het oogpunt van het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte, de gemeenteraad in de woonvisie de maatregelen onderbouwt die zij neemt om deze schaarste tegen te gaan en de inzet van de gemeente op het gebied van de regionale woningbouwopgave. Hiermee wordt bereikt dat de onclerbouwing en de beweegredenen van de gemeente inzichtelijker worden en beter integraal gewogen kunnen worden (ook door derde partijen). ln de Woonvisie Ridderkerk 2021-2026 is een onderbouwing gegeven van de schaarste en de woningbouwprogrammering. Dit is gedaan vanuit het perspectiefvan de samenwerking binnen de woningmarktregio.

De onderbouwing en beweegredenen van de gemeente om te komen tot een lokale huisvestingsverordening wijken daarvan af, zoclat de recente beleidslijn omtrent het eigen woonruimteverdeelsysteem niet strookt met het beleid uit de woonvisie. ln die woonvisie wordt juist het belangvan regionale samenwerking benadrukt: Wijmaken onderdeeluit van een grotere grootstedelijke regio. Rond onze gemeente staat geen hek., De druk op de regionale en Iokale woningmarkt is groot: we moeten ook a,s regio snelschakelen om de tekorten op te /ossen., We willen ons positioneren als een aantrekkelijke gemeente om te wonen, recreëren en werken. Voor de Ridderkerkers, maor ook voor de regio. Het vaststellen van een lokale huisvestingsverordening met een eigen woonruimteverdeelsysteem druist in tegen wat in de woonvisie wordt vastgesteld over het belang van regionale samenwerking. Om die reden is aan de noodzaak van een onderbouwing in de woonvisie zoals bedoeld in artikel 6 lid 4 Hvw niet voldaan. lntegendeel. De gemeentelijke woonvisie onderbouwt juist de noodzaak voor een regionale samenwerking.

Tussenconclusie Op basis van het voorgaande komen wij, net zoals in ons advies over het voornemen van Ridderkerk een lokale huisvestingsverordening vast te stellen, tot de conciusie dat de noodzaak voor een evenwichtige regionale verdeling van woonruimte in de Rotterdamse woningmarktregio groot is en een lokale huisvestingsverordening met een eigen woonruimteverdeelsysteem dus in strijd is met de Hvw, de woonvisie van Ridderkerk, de eerdere bestuursovereenkomst en het beleid dat in de woningmarktregio waarvan de 12 gemeenten (inclusief Ridderkerk) onderdeel uitmaken gevoerd wordt, alsmede in strijd met de belangen van de woningzoekenden in de regio én in de gemeente Ridderkerk.

8/17

PZH-2025-883842281 dd. 09-12-2025

Ons kenmerk PZH-2025-883843195 DOS-2013-0009992

Bovendien is de lokale huisvestingsverordening in strijd met de uitdrukkelijke wens van gemeenten eri de zienswijze van de lokaie woningcorporatie. Schriftelijke reactie Ridderkerk op verzoek gemeenten tot aanwijzing

Op 31 oktober 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk (het college) per brief (de brief, kenmerk 2025-070735) gereageerd op het verzoek van de overige gemeenten uit de woningmarktregio een aanwijzing te géven. Het doel van die brief is om uit te leggen waarom er naar het oordeel van Ridderkerk een juridische grondslag noch noodzaak bestaat voor het geven van de aanwijzing, omdat die een verregaande inbreuk op de gemeentelijke autonornie zou bëtekenen en slechts kan worden gegeven indien aan strikte wettelijke voorwaarden is voldaan. Het college noemt een aantal cijfermatige en inhoudelijke argumenten die een disproportionele, toenemende druk op de woningvoorraaci van Ridderkerk moeten aantonen, die naar mening van het college terecht tot het aansturen op een lokale huisvestingsverordening en een lokaal woonruimtebemiddelingssysteem hebben doen besluiten. Hierna geven wij een reactie op de cijfermatige argumenten uit de brief.

1.

Quotum maatschappelijke en econornische binding grotendeeis opgebruikt

Ridderkerk heeft 44% van de wettelijk rnogelijke 50% toegewezen aan woningzoekenden met maatschappelijke en/of economische binding, waarvan een deel aan urgent woningzoekenden en een deei voor herhuisvesting als gevolg van herstructureringsprojecten. Reactie Gedeputeerde Staten: Kennelijk is niet het volledige potentiële quotum uit artikel 14 Hvw gebruikt zodat er nog ruimte is voor huisvesting van lokaal woningzoekenden. Die kunnen ook nog reageren op het woningaanbod dat niet speciaal voor hen is gereserveerd. De toewijzing aan economisch en maatschappelijk gebonden woningzoekenden is ook bedoeld voor de doelgroepen die het college noemt, zodat dit niet wijst op een niet proportionele belasting. Uit de Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam tabellenboek eerste helft 2025 blijkt dat dit percentage is gedaald naar 42%. Ridderkerk benut dus al zeer geruime tijd niet alle beleidsruimte die beschikbaar is. 2.

Toewijzing door directe bemiddeling en statushouders

ln de gemeente Ridderkerk worden relatief veel woningen (in 2024 55%) toegewezen door middel van directe bemiddeling, mede door huisvesting van statushouders. Reactie Gedeputeerde Staten: Ridderkerk is niet uniek wat dit onderwerp betreft. Ten minste vier andere gemeenten in de regio huisvesten meer statushouders, nog los van de huisvesting van ontheemden uit Oekraïne. Huisvesting van statushouders, maar ook van ontheemde Oekraïners is daarnaast een wettelijk bepaalde opdracht, die daarom niet als een buitenproportionele opgave ten opzichte van de woningmarktregio kan worden gezien. Bovendien blijkt uit analyse d.d. 18 juni 2025 (de Analyse van Data 9/17

PZH-2025-883842281 dd. 09-12-2025

Ons kenmerk PZH-2025-883843195 DOS-2013-0009992

woonruimtebemiddeling / Gegeven5 over cle woonruimtebemiddeling in de gemeente Ridderkerk ten opzichte van de andere gemeenten in de regio Rotterdam) dat een relatief groot deel van de directe bemiddelden in Ridderkerk niet-urgent woningzoekenden zijn 3.

veel sociale voorraad in stand gehouden

Ridderkerk heeft de sociale voorraad in stand gehouden en uitgebreid, terwijl enkele omliggende gemeenten dat niet doen of zelfs aan de sociale voorraad onttrekken. Reactie Gedeputeerde Staten: De cijfers van het CBS en de verantwoordingsinformatie van de woningcorporaties in Ridderkerk (de dVi) tonen dat het aandeel sociale huurwoningen in Ridderkerk tussen eind 2018 en eind 2023 is gedaald met 1,7%. Deze daling is sterker dan de gemiddelde daling in de regio van 1,2%. 4.

Lange inschrijfduur woningzoekenden in Ridderkerk

De primaire doelgroep voor sociale huurwoningen had een mediane irischrijfduur voor een woning in 2024 van 85 maanden, terwijl dat voor de gehele woonregio 67 maanden was. De secundaire doelgroep had een nog langere inschrijfduur. Reactie gedeputeerde Staten: De Monitor Wooriruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024 toont dat de mediane inschrijfduur voor de primaire doelgroep in Ridderkerk in 2024, 34 maanden was. ln acht andere gemeenten in de regio was de inschrijfduur hoger. Dat de druk op de woningmarkt hoog is, geldt dus niet alleen voor Ridderkerk. Een lokaal toewijzingssysteem verlicht de druk op de woningmarkt bovendien niet. Het werpt extra barrières op voor woningzoekenden zowel uit Ridderkerk als uit de andere gemeenten en verstoort de regionale aanpak. 5.

ln Ridderkerk stromen meer urgenten in (bu!Iet 5, 6 en 7 uit de brief van Ridderkerk)

De instroom woningzoekenden van elders uit de woningmarktregio naar Ridderkerk bestond in 2022 uit 75%, in 2023 en 2024 uit 60% woningzoekenden met een urgente woonvraag. ln de woonregio gaat 34% van de beschikbaar komende sociale huurwoningen naar urgent woningzoekenden. ln Ridderkerk is dat 56%. ln de woonregio gaat 64% naar regulier woningzoekenden. ln Ridderkerk is dat 44%. Reactie Gedeputeerde Staten: De monitor Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024 toont een ander beeld. Regionaal was in 2024 32% regulier urgent woningzoekende, terwijl dit in Ridderkerk 28% was. Ook in 2023 was het aandeel in Ridderkerk lagerdan regionaal. 6.

Rekitiefgrotere stijging woningzoekenden in Ridderkerk

Het aantal woningzoekenden dat een sociale huurwoning in Ridderkerk zoekt, neemtjaarlijks toe. Van 12.123 actiefwoningzoekenden in 2017 naar 30.305 in 2024; een stijgingvan 250%. Het aantal actief woningzoekenden in de gehele woonregio steeg toen minder, namelijk met 144%. Reactie Gedeputeerde Staten: 10/17

PZH-2025-883842281 dd. 09-1 2-2025

ons kenmerk PZH-2025-883843195 DOS-2013-0009992

Ridderkerk ¡s niet uniek in de 5tijg1ng van het aantal woningzoekenden. De Woonbarometer van de provincie Zuid-Holland toont dat vijf gemeenten in de woningmarktregio een hogere stijging van het aantal woningzoekenden laten zien dan Ridderkerk tussen 2019 en 2023. Opgave van 70% betaalbare woningen voor Ridderkerk Ridderkerk levert een bovengemiddelde bijdrage aan de regionale samenwerking. Op basis van de Woningmarktafspraken regio Rotterdam en de Woondeal met de provincie Zuid-Holland en het ministerie van VRO is de opgave voor Ridderkerk ruim 70% betaalbare woningen. Reactie Gedeputeerde Staten: De opgave die Ridderkerk heeft, is positief voor de regio en wordt door ons gewaardeerd. Echter, ook andere gemeenten in de woningmarktregio nemen een hoge opgave betaalbare woningen voor hun rekening. Bovendien is niet duidelijk waarom een opgave tot realisatie van een hoog percentage betaalbare woningen, een afsplitsing van het regionale Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdarn wat betreft het woonruimteverdeelsysteem rechtvaardigt. Het voornemen daartoe eind 2024 heeft de samenwerking op het gebied van het wonen in de regio al verzwakt. Dit volgt

bijvoorbeeld al uit het gegeven dat in het Regioakkoord 2022 waarop Ridderkerk zich kennelijk baseert, eveneens een regionaal gelijkmatigere toegang tot, kort gezegd, sociale huurwoningen is opgenomen. Conclusies naar aanleiding van de brief van 31 oktober van Ridderkerk, ciifermatige aspecten Ridderkerk concludeert in haar brief dat uit de door haar genoemde cijfers blijkt dat momenteel sprake is van disproportionele en toenemende druk op haar woningvoorraad. 0p grond van de door ons weergegeven cijfers kunnen wij die conclusie niet delen en kunnen wij deels zelfs tegengesteld concluderen. Dit is in lijn rnet het overig in deze aanwijzing gestelde. Voor zover Ridderkerk echter geheel ofgedeeltelijk terecht zou kunnen concluderen dat sprake is van disproportionele druk op de Ridderkerkse woningmarkt (wat wij riiet kunnen constateren), menen wij dat dit niet afdoet aan de noodzaak tot regionale samenwerking op grond van de Hvw. 0f de druk op de woningvoorraad van Ridderkerk nu hoger is, zoals zij stelt, of dat dit niet kan worden geconcludeerd, dient altijd op basis van de Hvw in regionaal verband te worden bezien.

Ten overvloede wordt in dit verband herhaald dat er geen aanleiding is te veronderstellen dat een lokaal toewijzingssysteem een verlaging van het aantal woningzoekenden voor Ridderkerk zal opleveren, maar dat dit wel meer barrières oplevert, zowel voor wonirigzoekenden uit Ridderkerk als daarbuiteri. Wij zijn van mening dat de onderhavige aanwijzing een geschikt, noodzakelijk en evenredig middel is om tot een evenwichtige verdeling van woonruimte in de regio te komen. overige aspecten naar aanleiding van de brief van 31 oktober van Ridderkerk ln aanvuiling op de cijfermatige argumenten geeft het college in haar brief aan dat door de door haar geschetste situatie de leefbaarheid in meerdere wijken onder druk komt te staan. Wij hebben in deze aanwijzing onder Eerdere contacten met de 11 gemeenten en Ridderkerk, aangegeven dat Ridderkerk al ondersteuning bij deze problematìek heeft ontvangen. Daarnaast wijzen wij erop dat de leefbaarheid in meerdere — zo niet alle — gemeenten in de woningmarktregio onder druk staat. Een 11/17

PZH-2025-883842281 dd. 09-1 2-2025

Ons kenmerk PZH-2025-883843195 DOS-2013-0009992

regionaal woonruimteverdeelsysteem is één vari de middelen om tot een evenwichtigere regionale verdeling van deze problematiek te komen. Voorts geeft het college van Ridderkerk aan dat een lokaal woonruimtebemiddeiingssysteem door de provincie Zuid-Holland eiders impliciet is aanvaard. Het is juist dat er binnen de provincie gemeenten zijn die een lokaai woonruimteverdeelsysteem hebben en dat bijvoorbeeld binnen de regio MiddenHolland meerdere wooriruimteverdeelsystemen actief zijn. Die situatie verschilt echter van de situatie van Ridderkerk, omdat daar vanaf de vorming van die regio lokale woonruimteverdeelsystemen actief waren, hetgeen de instemming heeft van de overige gemeenterl in die regio en in zoverre onderling is afgestemd. Dit is de onderhavige woningmarktregio niet het geval. Ridderkerk maakt sinds jaar en dag onderdeel uit van aanvankelijk de Stadsregio en later van de woriingmarktregio Rotterdam. Bovendien hebben de gemeenten in de regio Midden-Holland of gemeenten in enige andere regio geen verzoek op grond van de artikelen 3 Hvw en 99 Wgr gedaari, welk verzoek voorwaardelijk is voor het geven van een aanwijzing door gedeputeerde staten. Het college stelt voorts dat niet voldaan wordt aan de eisen die de artikelen 3 Hvw en 99 Wgr stellen (vereist voor een evenwichtige regionale verdeling van woonruimte, respectievelijk een zwaarwegend openbaar belang).

Op deze aspecten wordt elders in deze aanwijzing ingegaan. Het college stelt tot slot graag in gesprek te blijven om tot regionale afspraken te komen, mits aan het door haar geschetste en gestelde belang van cie inwoners en woningzoekenden in Ridderkerk voldoende recht wordt gedaan. Wij onderschrijven het belang van overleg, maar stellen ook vast dat de in deze aanwijzing genoemde overleggen, correspondentie en de bemiddelingspoging, helaas niet tot een oplossing hebben geleid. Overleg op grond van de Wgr Wij hebben conform artikel 99 Wgr overleg gehad met alle besturen van gemeenten in de woningmarktregio. Het overleg met uw 11 gemeenten en de gemeente Ridderkerk geeft geen aanleiding om dit besluit niet te nemen. De impressie van bedoeld overleg is als bijlage bijgevoegd. Gezien al deze aspecten zijn wij van oordeel u in uw verzoek tot het doen van een aanwijzing te volgen. Bemiddelaar ln een uiterste poging tot een oplossing te komen ter voorkoming dat Ridderkerk haar breuk met de woningmarktregio continueert, is de heerJ. van Belzen, oud-burgemeestervan onder meer de gemeente Barendrecht, als provinciaal bemiddelaar ingeschakeld. Hij heeft intensief contact gehad met betrokken bestuurders. De reflectie van de bemiddelaar, die is bijgevoegd, geeft geen aanleiding om anders te besluiten.

12/17

FZH-2025-883842281 dd. 09-1 2-2025

Ons kenmerk PZH-2025-883843195 DOS-2013-000Y992

Grondsiag voor de aanwijzing en verband artikel 3 Hvw en - artikel 99 Wgr Wij constateren dat er reeds een woningmarktregio zoals bedoeld in artikel 1 Hvw is waarvan uw gemeenten en Ridderkerk deel uitmaken. Dit volgt uit wat met deze brief is geschetst, vooral uit het gegeven dat er na de afschaffing van de Wgr-Plusregios als één regio gehandeld is en is deelgenomen aan (door alle gemeenteraden goedgekeurde) bestuursakkoorden, op basis waarvan is afgestemd en gewerkt met Woonnet Rijnmond. Dit is tussen de gemeenten niet in dispuut. De aanleiding voor uw verzoek om een aànwijzing is dat Ridderkerk met deze regionale samenwerking in de woningmarktregio heeft gebroken. De afstemming voor de woonruimteverdeling tussen alle gemeenten van de regio (dus ¡nclusief Ridderkerk) is daardoor niet meer mogelijk. Uw doel is die afstemming weer mogelijk te maken. Daartoe biedt artikel 3 Hvw een instrument. lndien één of meerdere gemeenten daarom verzoeken, kunnen wij een woningmarktregio aanwijzen waarin de in artikel 4 Hvw tot het vaststellen van een huisvestingsverordening gegeven bevoegdheid uitsluitend met toepassing van de Wgr kan worden uitgeoefend. Dit betreft aldus een discretionaire bevoegdheid. Het stelsel van artikel 3 Hvw is ervoor bedoeld in overleg tot regionale samenwerking te komen.

ln de Nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel voor de aanwijzingsbevoegdheid wordt bijvoorbeeld opgemerkt dat de aanwijzingsbevoegdheid tot consequentie heeft dat GS een woningmorktreqio oanwijzen waarin de in ortikel 4 gegeven bevoegdheid uitsiuitend met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen kan worden uitgeoefend. Een instrument om tot verplichte samenwerking te komen biedt het artikel of de Hvw voor het overige niet. Artikel 3 biedt met lid 5 slechts een (negatieve) prikkel om tot samenwerking te komen doordat de gemeentelijke huisvestingsverordeningen die op het tijdstip waarop de aanwijzing wordt gegeven van kracht zijn, een jaar na dat tijdstip vervallen. Wij bevinden ons in de situatie dat alle overige gemeenten uit de woningmarktregio wel de regionale samenwerking respecteren. De Hvw en de wetsgeschiedenis geven geen duidelijke richting voor de situatie waarin door toepassing van het instrument om regionaie samenwerking te willen bewerkstelligen, ook de wel regionaal afgestemde huisvestingsverordening zouden vervallen. U geeft in uw brief aan die laatstbedoelde situatie te willen voorkomen.

ln de Nota naar aanleiding van het verslag bij de wet wordt de bevoegdheid van Gedeputeerde Staten aldus omschreven: De bevoegdheid van de provincie om een woningmarktregio aan te wijzen kan uitsluitend worden toegepost als alleen zo kan worden voorkomen dat gemeenten op individuele basis een restrictief beieid gaan voeren, terwijl dat de belangen van de andere gemeenten in de regío schaadt. Van een dergelijke situatie is enerzijds in het onderhavige geval sprake doordat Ridderkerk beoogt een restrictief beleid te voeren. Anderzijds is door de expliciete en aanhoudende stellingname van Ridderkerk duidelijk dat met het gebruikmaken van een aanwijzing op grond van artikel 3 Hvw niet kan worden voorkomen dat Ridderkerk een restrictief beleid gaat voeren en daarin ook na de aanwijzing zal volharden.

13/17

PZH-2025-883842281 dd. 09-1 2-2025

Ons kenmerk PZH-2025-883843 195 DOS-2013-0009992

Artikel 3 Hvw maakt duideiijk dat het eigenlijke instrument om daadwerkelijk— dus ook in dergelijke gevallen als nu aan de orde — tot regionale afstemming te komen, gezocht moet worden in de Wgr. Artikel 3 Hvw introduceert de stap naar de Wgr expliciet. De Wgr biedt mogelijkheden voor een vrijwiilige samenwerking, maar ook voorverplichte samenwerking. Dat is geregeld in Hoofdstuk X met als titel Verplichte samenwerking. De grondslag voor een aanwijzing op basis van artikel 3 Hvw is dat dit door een évenwichtige regionale verdeling van woonruimte naar het oordeel van de aanvragende gemeenten vereist ¡s. ln dit besluit hebben wij onderbouwd dat ook wij van mening zijn dat een evenwichtige regionale verdeling vereist is. Wij menen ook dat die evenwichtige regionale verdeling wordt verstoord door het restrictieve beleid dat Ridderkerk beoogt door te voeren. Met uw gemeenten zijn wij dus van mening dat stappen gezet moeten worden om de regionale samenwerking te herstellen. Artikel 3 Hvw biedt daartoe de schakel naar de Wgr, die in dit geval als een nadere regeling voor situaties als de onderhavige kan worden gezien, onder meer nu inmiddels duidelijk is dat die stap noodzakelijk is omdat Ridderkerk niet van zins blijkt de in artikel 4 Hvw gegeven bevoegdheid om een huisvestingsverordening vast te stellen, binnen en met de woningmarktregio toe te passen.

Artikel 99 Wgr geeft ons de bevoegdheid op verzoek van het bestuur van één of meer gemeenten, gemeenten aan te wijzen waarvan de besturen een gemeenschappelijke regeling moeten treffen ter behartiging van één of meer bepaalde belangen. Een zwaarwegend openbaar belang is dan vereist. Een evenwichtige regionale woonruimteverdeling is een wettelijk ingegeven en daarmee een zwaarwegend openbaar belang. Dat is temeer het geval gezien de huidige woningcrisis, die vooral hen raakt die door het restrictieve beleid van Ridderkerk worden getroffen, namelijk de woningzoekenden. Ook de dreiging dat de evenwichtige regionale woonruimteverdeling zal worden verstoord, draagt mee aan het (zware) gewicht van het openbare belang. Datzelfde geldt voor de dreiging dat het niet handelen tegen de expliciet door de wetgever niet gewenste situatie van gemeenten die een restrictief beleid voeren, niet wordt opgetreden, reden voor andere gemeenten in de provincie (en later mogelijk in andere provincies} zou kunnen zijn eveneens voor een eigen, restrictief beleid te gaan kiezen. Dat zou de woningcrisis die nationaal, provinciaal, regionaal en lokaal gevoeld wordt, verergeren en ten nadele komen van de kwetsbare doelgroep die juist gebaat is bij een evenwichtige regiona le woonruimteverdeling.

Het tweede lid van artikel 99 Wgr bepaalt dat de aanwijzing op basis van artikel 99 Wgr ook de verplicFìting kan betreffen tot toetreding tot een bestaande regeling. Wij menen dat die situatie aan de orde is. Wij maken daarbij gebruik van onze discretionaire bevoegdheid waarop u in uw aanvraag ook doelt, de aanwijzing conform uw verzoek niet op artikel 3 Hvw te baseren, maar— via artikel 3 Hvw dat die route daarvoor aanwijst—op (artikel 99 van) de Wgr. Wij zullen dan ook primair een aanwijzing geven dat uw gemeenten, de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den lissel, Krimpen aan den ljssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Schiedam, Rotterdam, Vlaardingen en Voorne aan Zee, (opnieuw) samen met de gemeente 14/17

PZH-2025-883842281 dd. 09-12-2025

Ons kenmerk PZH-2025-883843195

D0S-2013-0009992

Ridderkerk — tot wie deze aanwijzing zich ook richt — een gemeenschappelijke regeling moeten treffen ter behartiging van de belangen van een evenwichtige woonruimteverdeiing op basis van de Huisvestingswet. Wij stellen ons voor dat claarvoor de bestaande situatie die is geregeld met de meest recente bestu ursovereenkomst als uitga ngspunt wordt genomen. De aanwijzing komt er primair op neer dat die Ridderkerk verplicht weer tot de bestaande regionale samenwerking toe te treden en dat de andere gemeenten dit toelaten, ervan uitgaande dat de bestaande regionale samenwerking al een gemeenschappelijke regeling zonder meer is en daarvoor aan de vereisten zoals bedoeld in artikel 1 Wgr is voldaan. Mochten én of meer van de 12 gemeenten van mening zijn dat niet aan die vereisten is voldaan, dan strekt deze aanwijzing er subsidiair toe alsnog aan die formele vereisten te voldoen. Het doel blijft hetzelfde, te weten dat de belangen van een evenwichtige regionale woonruimteverdeling worden gediend. Conform artikel 99 lid 4 Wgr moeten wij een termijn stellen binnen welke de regeling ter kennisneming aan ons dient te worden gezonden. Deze termijn bedraagt ten hoogste zes maanden.

Nu over de onderhavige kwestie uitermate veel is gecommuniceerd en de standpunten over en weer duidelijk zijn, terwijl de oplossing betrekkelijk eenvoudig is — te weten: toetreding door Ridderkerk tot de bestuursovereenkomst die zij eerder onderschreef, al dan niet met aanpassingen ter tegemoetkoming aan Ridderkerk als daar ruimte voor zou zijn — stellen we de termijn op twee maanden. Wij merken op dat conform artikel 99 derde lid Wgr overleg noodzakelijk is alvorens de aanwijzing te geven. Wij hebben met u overlegd in de aanloop naar uw verzoek om een aanwijzing, hetgeen uiteindelijk tot het verzoek heeft geleid, dat u namens alle 11 gemeenten die al wel en nog steeds regionaal samenwerking heeft ingediend bij ons. Op 4 december jl. heeft bedoeld overleg plaatsgevonden. De uitkomst van dat overleg is hiervoor onder Overleg op grond van de Wgr verwoord. Wij wijzen er nadrukkelijk op dat artikel 100 Wgr ons de bevoegdheid geeft een vervolgstap te zetten als niet binnen uiterlijk twee maanden door de 12 gemeenten tot opvolging van onze aanwijzing wordt gekomen. Wij hebben in beginsel het voornemen om die stap ook te zetten indien binnen de termijn van twee maanden geen regeling aan ons wordt toegezonden door alle 12 gemeenten. De belangen van een evenwichtige woonruimteverdeling zijn te groot daarin te veel tijd te laten verstrijken.

Als wij aan dat besluit toe (moeten komen, zullen wij eveneens een korte termijn hanteren, mede met het oog op het belang van de woningzoekenden in de regio en een evenwichtige woonruimteverdeling. Besluit Hierbij besluiten wij op grond van artikel 99 Wet gemeenschappelijke regelingen, dit mogelijk gemaakt door de verwijzing in artikel 3 Hvw2014 naar die wet, een aanwijzing te geven aan de (bevoegde organen van de) gemeenten: Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den lissel, Krimpen aan den lJssel, Lansingerland, Maassiuis, Nissewaard, Schiedam, Ridderkerk, Rotterdam, Vlaardingen en Voorne aan Zee. 15/17

PZH-2025-883842281 dd. 09-12-2025

Ons kenmerk PZH-202 5-883843195 D0S-2013-0009992

De aanwijzing behelst primairte komen tot een evenwichtige regionale verdeling van woonruimte, in de woonregio Rotterdam zoals afgebakend met de bestuursovereenkomsten met als laatste de Bestuursovereenkomst 2020 waar de gemeente Ridderkerk nog wei aan deelnam. Deze aanwijzing moet dan zo worden opgevat dat die zich enerzijds richt tot de gemeente Ridderkerk om zich (weer) aan te sluiten bij de bestaande gemeenschappelijke regeling en als zodanig tot die gemeenschappelijke regeling opnieuw toe te treden, althans daar weer deel van uit te gaan maken, met als doel een evenwichtige regionale verdeling van woonruimte mogelijk te maken. Anderzijds richt deze aanwijzing zich dan tot de overige 11 gemeenten om de aansluiting als hiervoor bedoeld door de gemeente Ridderkerk mogelijk te maken. Subsidiair, voor zover één of meerdere van de genoemde gemeenten van mening zou(den) ziin dat de gemeenschappelijke regeling die mede met de genoemde bestuursovereenkomsten is vormgegeven tot laatstelijk met de Bestuursovereenkomst 2020, niet kwalificeert als een gemeenschappelijke regeling zoals bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, behelst deze aanwijzing dat alle 12 gemeenten een gemeenschappelijke regeling tot stand doen komen waarmee (wel) is voldaan aan de vereisten uit cle Wet gemeenschappelijke regelingen, met name artikel 1 van die wet.

Zulks met als doel een evenwichtige regionale verdeling van woonruimte mogelijk te maken zoals in de primaire aanwijzing bedoe1d Als termijn zoals bedoeld in artikel 99 lid 4 Wet gemeenschappelijke regelingen stellen wij een termijn van twee maanden, binnen welke termijn de regeling met daarbij de toetreding door de gemeente Ridderkerk, dan wel een regeling waaraan de 12 gemeenten deelnemen, ter kennisneming aan ons dient te worden gezonden. Bekendmaking Dit besluit zal worden gepubliceerd in het Provinciaal Blad. Bezwaar en voorlopige voorziening Bezwaar maken Tegen dit besluit kunnen belanghebbenden op grond van artikel 7.1 van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland t.a.v. het Awb-secretariaat Postbus 90602 2509 LP Den Haag ln de linkerbovenhoek van de enveloppe vermeldt u Awb-bezwaar. U kunt uw bezwaarschrift ook online indienen via www.zuid-holland.nl. F-let indienen van bezwaar betekent Overigen5 niet dat het besluit niet geldt. 16/17

PZH-2025-883842281 dd. 09-1 2-2025

Ons kenmerk PZH-2025-883843195 DOS-2013-0009992

Voorlopige voorziening aanvragen lndien u de inwerkingtreding van dit besluit wilt uitstellen, kunt u - als u tegen dit besluit bezwaar heeft gemaakt - bij de rechtbank om een voorlopige voorziening vragen op grond van artikel 8.81 van de Algemene wet bestuursrecht. U kunt het verzoek richteri aan: de Voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag sector Bestuursrecht Postbus 20302 2500 EH Den Haag. Meer informatie Op de website http5://loket.rechtspraak.nl/ vindt u meer informatie over de bezwaarprocedure en de aanvraag van een voorlopige voorziening. Ook leest u daar welke mogelijkheden er zijn om een bezwaar of een verzoek om een voorlopige voorziening digitaal in te dienen. Tot slot Wij verzoeken u goede notie te nemen van dit besluit en dit ook aan de gemeenteraden kenbaar te maken. Wij sturen een afschrift van dit besluit toe aan burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk, omdat zii mede adressant van dit besluit is. Voorts sturen wij een afschrift van dit besluit toe aan de voorzitter van het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam, de Maaskoepel, woningcorporatie Wooncompas, cle Minister en Provinciale Staten. Gedeputeerde Staten, besluitnummer PZH-2025-883842281 (DOS-2013-0009992) d.d. 9 december 2025. Hoogachten ci, Gedeputeerde Staten van Zuid-Holiand, secretaris,

voorzitter,

drs. M.J.A. van Bijnen MBA

mr. A.W. Kolff

Wij verzoeken u ¡n uw correspondentie altijd het DOS-nummer (DOS-2013-0009992) te vermelden. Meer ¡nformatie www.zuid-holland.nl/contact

17/17

PZH-2025-8838 2281 dd. 09-1 2-2025

Ons kenmerk PZH-2025-883843195 D0S-2013-0009992

Bijlagen 1. Reflectie van de bemiddelaar 2. lmpressie van overleg(gen) d.d. 4 december 2025 Afschrift aan Maaskoepel Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam (SvWrR) WoonCompas Ridderkerk Provinciale Staten

18/2

PZH-2025-883842281 dd. 09-1 2-2025

l.

lmpressie overleg 4-12-2025, ochtend: pagina 1 tot en met 4

11. lmpressie overieg 4-12-2025, avond: pagina 5 tot en met 12

Dit is de impressie van het overleg dat plaatsvond op 4-12-2025 om 09.00-10.00 uur met gedeputeerde Anne Koning en de bestuurders van gemeenten in de Rotterdamse Regio.

Aanwezigen •

Gedeputeerde Anne Koning, namens Provincie Zuid Hoiland

•

Wethouder Kees van der Duijn Schouten, namens gemeente Ridderkerk

•

Wethouder DirkVermaat, namens gemeente Barendrecht

•

Wethouder Sjoerd Geissler, namens gemeente Capelle aan den lJssei

•

Wethouder Jan-Willem Mijnans, namens gemeente Nissewaard

•

Wethouder Aart Jan Spoon, namens gemeente Voorne aan Zee

•

Wethouder Youri Volkman, namens gemeente Schiedam

•

Wethouder Pieter Kos, namens gemeente Albrandswaard

•

Wethouder Michiel Muis, namens gemeente Lansingerland

•

Wethouder Sjoerd Kuiper, namens gemeente Maassluis

•

Hermen Borst — gemeente Rotterdam ter vervanging van wethouder Chantal Zeegers

•

Wouter Orth — Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

•

Miriam Wellenberg — Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

•

Victor Pluym — Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimteiijke Ordening

•

Sjoerd Lubbers — Provincie Zuid Holland

•

Ludolf de Boer — Provincie Zuid Holland

•

Bart van de Giessen — Provincie Zuid Holland

Afwezig •

lvana Somers — Wethouder gemeente Vlaardingen

•

Kirsten Jaarsma — Wethouder gemeente Krimpen a/d lJssel

Aanleiding Het overieg is met de bestuurders van gemeenten over het voornemen van gemeente Ridderkerk om uit te treden uit het gemeenschappelijke woonruimteverdeelsysteem. Naar aanleiding daarvan hebben de gemeenten in het regionale samenwerkingsverband aan de Provincie Zuid Holland gevraagd om op basis van artikelen 3 Huisvestingswet en 99 Wet Gemeenschappe!ijke Regelingen een aanwijzing te doen aan gemeente Ridderkerk om onderdeel van een Gemeenschappelijke Regeling te worden met de strekking van (wederomJ een regionale woonruimteverdeling.

1

PZH-2025-883842281 dd. 09-1 2-2025

Opening Gedeputeerde Koning heet iedereen welkom en er volgt een kort voorstelrondje. De gedeputeerde licht de reden toe van dit overleg. Hierna geeft ze de samenwerkingspartners ¡n de regio het woord over het verzoek dat er aan de Provincie gesteld is en vraagt om een eerste reactie van de wethouder van gemeente Ridderkerk.

Een toelichting op het verzoek van de regiogemeenten aan de Provincie Zuid Holland Aanwezige wethouders benadrukken dat de gemeente Ridderkerk en de wethouder Van der Duijn Schouten altijd een erg prettige samenwerkingspartner in het regionale samenwerkingsverband zijn geweest en dat het betreurd wordt dat Ridderkerk een eigen woonruimteverdeelsysteem wil en dat het nodig is om deze stap te nemen. Het verzoek tot de aanwijzing is ¡n het belang van alle woningzoekenden in de regio. Het achterliggende probleem is de knellende woningmarkt, waaraan door alle gemeenten hard wordt gewerkt. Dit probleem kan niet door gemeenten afzonderlijk worden opgelost. Het is in het belang van de toegankelijkheid van de woningmarkt en de gelijke kansen van woningzoekenden om in een groter gebied naar woningen te kunnen zoeken. Als iedere gemeente een eigen woonruimteverdeelsysteem heeft dan verhoogt dat de administratieve lasten en onderlinge drempels. Het is beter om samen te werken, dat levert namelijk schaalvoordelen op en biedt inwoners meer mogelijkheden. Om deze redenen zijn deze vorm van samenwerkingsverbanden opgericht en is het jammer dat gemeente Ridderkerk al uit het regionale samenwerkingsverband is gestapt en nu ook een lokaal woonruimteverdeelsysteem wil opzetten. Bij meerdere gemeenten leeft de behoefte om meer te kunnen doen voor woningzoekenden met lokale binding.

Om dat te realiseren zou het een alternatieve oplossing kunnen zijn om met het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, hierna Ministerie van VRO, te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn binnen de kaders van de Huisvestingswet 2014 (en daarbij ook kijkend naar de nieuwe Wet Versterking regie volkshuisvesting, hierna Wet Regie). Hier is binnen de regio draagvlak voor als alternatief voor de uittreding uit het gemeenschappelijke woonruimteverdeelsysteem.

De reactie van Ridderkerk op het verzoek van de regio De wethouder van Ridderkerk benoemt dat de beslissing uiteindelijk bij de gemeenteraad ligt. Als de gedeputeerde vanavond bij haar bijeenkomst de gemeenteraad van Ridderkerk overtuigt dat het geen heil biedt om een eigen woonruimteverdeelsysteem op te zetten, dan kan het onderwerp van de agenda worden gehaald en wordt er niet over gestemd volgende week donderdag 11 december. De wethouder schat de kans van slagen van die missie echter in als nihil.

2 PZH-2025-883842281 dd. 09-1 2-2025

ln de vergadering wordt gevraagd aan de wethouder van Ridderkerk hoe hij de kansen van de verdere oriderhandelingen met VRO inschat om lokale woningzoekenden meer soelaas te bieden. Tevens komt aan de orde of de gemeente Ridderkerk naar de inschatting van de wethouder anders zou omgaan met de aanwijzing indien dat besluit niet nu, maar bijvoorbeeld na de gemeenteraadsverkiezingen genomen zou worden. Daarop gaf de wethouder aan dat dat niet te verwachten is, waarna hij aangaf zich te kunnen voorstellen dat het besluit dan maar zo snel mogelijk genomen zou kan worden. Meerdere andere aanwezige wethouders gaven aan ook te voelen voor snelle besluitvorming. De wethouder geeft aan dat deze oplossingsrichtingen al eens besproken zijn in de gemeenteraad. Deze hebben onvoldoende raadsleden overtuigd om niet uit het samenwerkingsverband te stappen ofgeen lokaal woonruimteverdeelsysteem op te zetten. Als er onderhandelingen met VRO komen over de percentages lokale woningzoekenden binnen de Wet Regie, dan zouden deze na het uittreden uit het samenwerkingsverband plaatsvinden. Meerdere wethouders spreken uit dat geluiden over mogelijk uittreden uit het samenwerkingsverband ook in hun gemeente voorkomen. Het is aantrekkelijk voor gemeenteraden om te kunnen vertellen dat ze woningen aanbieden en realiseren voor mensen uit de eigen gemeente.

De aankomende gemeenteraadsverkiezingen hebben op deze sentimenten ook invloed

De reactie van het Ministerie van VRO De vertegenwoordigers van het Ministerie van VRO benadrukken dat het minder wenselijk is dat er dit soort sentimenten voor een lokaat systeem leven bij de gemeenteraad van Ridderkerk, maar ook van andere gemeenteraden. Dit creëert onnodige complexiteit voor woningzoekenden, omdat in algemene zin gesteld kan worden dat regionale samenwerking de voorkeur heeft. Er wordt benadrukt dat er geen mogelijkheid is om in de Huisvestingswet 2014 aanpassingen te maken in het percentage van lokale woningzoekenden die de gemeente zelf kan toewijzen. Dit is en blijft 50 procent. Het maakt hierbij niet uit of het een lokaal of regionaal woonruimteverdeelsysteem is. Echter is er wel ruimte om te onderzoeken welke doelgroepen er onder de categorie lokale binding kunnen vallen binnen die 50 procent De gedeputeerde benadrukt dat het ook mogelijk zou zijn om een pilot te organiseren binnen deze regio met aangepaste categorieën. De wethouder van Ridderkerk benadrukt dat de regio zelf ook een rol speelt in de houding van de gemeenteraad. De gemeente Ridderkerk vangt volgens hem relatief veel woningzoekenden met een urgentiestatus op uit de buurgemeenten. De gedeputeerde geeft aan dat de Provincie Zuid Holland al langere tijd stuurt op meer sociale huurwoningen in gemeenten en dat dit ook geldt voor de gemeenten in deze regio. Het ¡s niet duidelijk of deze

3 PZH-2025-883842281 dd. 09-1 2-2025

inspanningen ook gezien worden door de gemeenteraad van Ridderkerk aangezien dit niet voor een kortetermijnoplossing zorgt.

Clausules tot beëindiging van de gemeenschappelijke regeling Bij het instelien van een gemeenschappelijke regeling is er altijd de mogelijkheid om een einde te maken aan de gemeenschappelijke regeling door eruit te stappen als gerneente. Hierbij gelden overigens allerlei wettelijke regels die voorkomen dat uittreden plotseling zou gebeuren. ln de vergadering wordt kort besproken dat het niet de bedoeling is dat het mogelijk is voor de gemeenten om direct uit de gemeenschappelíjke regeling te kunnen stappen. lndien dit wel gepoogd wordt, is de gedeputeerde bang ínterbestuurlijk toezicht te moeten toepassen. Binnen de vergadering is er breed draagvlak om ernaar te streven een eventuele uittreding te voorkomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16471845/1