06 (bijlage 15) Bijlage 13 - Verslechteringstoets Wnb met AERIUS-berekening
Tekst van het document
Voor deze soorten is in voorliggende effectbepaling geen berekening van het aantal aanvaringsslachtoffers uitgevoerd, omdat dit effect op basis van de verspreiding en het gedrag van de soort in zowel het huidige als in het toekomstige windpark nihil zal zijn (ruim minder dan één slachtoffer op jaarbasis in het gehele windpark).
WINDTURBINES HARINGVLIETDAM VERSLECHTERINGSTOETS E-Connection Project BV
42
5.5 Cumulatieve effecten In een cumulatiestudie hoeft alleen rekening te worden gehouden met projecten waarvoor een Wnb-vergunning is afgegeven en die nog niet (volledig) zijn gerealiseerd. Daarnaast hoeft ook alleen gecumuleerd te worden met projecten die eenzelfde ‘type’ effect sorteren, op instandhoudingsdoelstellingen waar het te toetsen project ook een effect op heeft. Uit voorgaande effectbeoordeling blijkt dat de bouw en realisatie van het project Windturbines Haringvlietdam, zonder mitigatie, de volgende negatieve effecten heeft: ▪ ▪ ▪
Verstoring van de fint, elft en zalm als gevolg van heiwerkzaamheden in de aanlegfase van de twee nieuwe windturbines. Verstoring van de gewone zeehond, grijze zeehond en bruinvis als gevolg van heiwerkzaamheden in de aanlegfase van de twee nieuwe windturbines. Verstoring van kwalificerende niet-broedvogels als gevolg van heiwerkzaamheden in de aanlegfase van de twee nieuwe windturbines.
Voor deze drie punten zijn in deze Verslechteringstoets mitigerende maatregelen opgenomen (par. 5.6) waarmee het optreden van het desbetreffende negatieve effect volledig voorkomen kan worden. Er is in dat geval op deze punten geen sprake van een resteffect. Dit betekent dat met betrekking tot verstoring van vissen, zeezoogdieren en nietbroedvogels er geen sprake is van een resteffect dat in cumulatie met het effect van andere plannen en projecten in de omgeving beschouwd moet worden. Een cumulatiestudie is daarom in het kader van de Wnb (onderdeel gebiedenbescherming) niet nodig.
5.6 Mitigatie Voor de kwalificerende soorten van aanwezige vissen, zeezoogdieren en niet-broedvogels zijn mitigerende maatregelen van belang om negatieve effecten tijdens de aanlegfase, als gevolg van heiwerkzaamheden, te voorkomen of zoveel mogelijk te minimaliseren. Deze zullen ook worden opgenomen in het ecologische werkprotocol De maatregelen zijn hieronder uitgewerkt. ▪
▪
▪
Om negatieve effecten op kwalificerende broedvogels binnen en buiten het projectgebied te voorkomen dienen de heiwerkzaamheden ten bate van de bouw van de twee nieuwe windturbines uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen, of gestart voorafgaand aan het broedseizoen. Onderbreek in het laatste geval het heien voor niet meer dan 2 kalenderdagen. Voor het broedseizoen wordt de periode 15 maart tot 15 juli aangehouden. Bij het toepassen van deze maatregel is het optreden van significant negatieve effecten op kwalificerende broedvogels uitgesloten. Om negatieve effecten op kwalificerende vissen, zeezoogdieren en niet-broedvogels te voorkomen mag er voor de heiwerkzaamheden (indien dit technisch noodzakelijk is) ten bate van de bouw van de twee nieuwe windturbines maximaal 14 dagen per windturbine worden geheid. Verder dienen de heiwerkzaamheden niet meteen op volle kracht te beginnen, maar worden aangevangen met een slow start (toenemende frequentie heien) en soft start (toenemende hei-energie heien). Daarbij wordt de hei-energie langzaam opgevoerd, zodat schrikeffecten onder aanwezige vissen, zeezoogdieren en niet-broedvogels worden geminimaliseerd. Dit geldt ook voor een eventuele herstart van de heiwerkzaamheden na een onderbreking.
De verstorende negatieve effecten als gevolg van het verdragende impulsgeluid van de heiwerkzaamheden kunnen volledig voorkomen worden door het boren van de heipalen. Met deze trilling-arme hei-methode is ook werken in het broedseizoen mogelijk.
Ecologisch werkprotocol De hierboven beschreven mitigerende maatregelen dienen nader uitgewerkt en eenduidig beschreven te worden in een ecologisch werkprotocol. Bij het bepalen van niet-werkbare perioden dient rekening gehouden te worden met wisselende seizoensinvloeden en specifieke omgevingsfactoren. Eventueel aanvullende maatregelen die in de vergunning zijn beschreven dienen ook in dit ecologisch werkprotocol te worden opgenomen. De initiatiefnemer en aannemer dienen zich bij de voorbereiding en uitvoering van de werkzaamheden te houden aan de maatregelen uit het ecologisch werkprotocol. Om dit te kunnen aantonen dient tijdens de werkzaamheden een exemplaar van het werkprotocol op het werk aanwezig te zijn. Het ecologisch werkprotocol zal uiterlijk 8 weken voor aanvang van de bouw ter goedkeuring aan het bevoegd gezag worden voorgelegd.
WINDTURBINES HARINGVLIETDAM VERSLECHTERINGSTOETS E-Connection Project BV
44
5.7 Vergunning Uit deze Verslechteringstoets blijkt dat het optreden van significant negatieve effecten op het behalen van IHD van kwalificerende habitattypen, Habitatrichtlijnsoorten en Vogelrichtlijnsoorten, mits de beschreven mitigerende maatregelen worden toegepast, met zekerheid zijn uitgesloten. Omdat negatieve effecten kunnen optreden ligt het aanvragen van een vergunning voor de hand. Op basis van de conclusie uit deze Verslechteringstoets kan een vergunning in beginsel worden verleend.
45
WINDTURBINES HARINGVLIETDAM VERSLECHTERINGSTOETS E-Connection Project BV
6. Bronnen ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
▪ ▪
▪ ▪ ▪
▪ ▪
Van der Aa, H.G., 2019. Deventer, Tuinen van Zandweerd. Natura 2000-toets in het kader van de Wet natuurbescherming. Datum: 18 maart 2019. Rho Adviseurs voor leefruimte. Andringa, T., van Opzeeland, I., Slabbekoorn, H., & ten Cate, C. (2007). Vissen en geluidsoverlast: Effect van geluidsbelasting onder water op zoetwatervissen. University of Groningen. Arcadis, 2015. Passende beoordeling transmissiesysteem op zee. Borssele. In opdracht van Tennet T.S.O. B.V. Bergen, F. 2001. Untersuchungen zum Einfluss der Errichtung und des Betriebs von Windenergieanlagen auf Vögel im Binnenland. Dissertation. Ruhr Universität Bochum, Bochum. BIJ12, 2021; Handreiking Voortoets Stikstof. In opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid, Directoraat-generaal Stikstof. Laatste update: 23 februari 2021. Blacquiere G., Ainslie M., de Jong C., van Noort A. & Verboom W., 2008. Geluidmetingen heiwerkzaamheden Eemshaven inclusief technische bijlagen. TNO-rapport TNO-DV 2008 C038. Brasseur, S. M. J. M. & Reijnders, P. J. H., 1994. Invloed van diverse verstoringsbronnen op het gedrag en habitatgebruik van gewone zeehonden: consequenties voor de inrichting van het gebied. IBN-rapport 113. IBNDLO, Wageningen. Buijs, R.J., 2019a. Rapportage vogeltellingen windenergiezoekgebied Haringvlietdam. Projectnummer 190930. 30 september 2019. Buijs Eco Consult B.V. Adviseurs Ecologie.
Buijs, R.J. & S.J.M.P. Halters, 2019b. Rapportage vleermuisonderzoek windenergiezoekgebied Haringvlietdam. Projectnummer 190927. 30 september 2019. Buijs Eco Consult B.V. Adviseurs Ecologie. Buijs, R.J. & S.J.M.P. Halters, 2021. Rapportage vleermuisonderzoek op rotorhoogte Haringvlietdam. Projectnummer 210222. 11 maart 2021. Buijs Eco Consult B.V. Adviseurs Ecologie. Cutts N., Phelps A. & Burdon D. 2009. Construction and Waterfowl: Defining Sensitivity, Response, Impacts and Guidance. Report to Humber INCA, 98. ECLI:NL:RVS:2020:1125, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 22 04 2020; (Eerste aanleg -meervoudig). Everaert, J. 2008. Effecten van windturbines op de fauna in Vlaanderen. Onderzoeksresultaten, discussie en aanbevelingen. Rapportnr. INBO.R.2008.44. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. Foppen R.P.B. & Roodbergen M. 2020. Vogels en verstoringsbronnen in de Rotterdamse Haven. Handreiking voor een beoordelingskader. Sovon-rapport 2020/18. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. Heinis, F., C. de Jong, M. Ainslie, W. Borst & T. Vellinga, 2013. Monitoring programme for the Maasvlakte 2, part III- The effects of underwater sound. Terra et Aqua 132: 21-32. Heinis, F. (2009). Aanleg warmtetransportleiding Diemen-Almere: Effecten van onderwatergeluid. Heinis waterbeheer en ecologie. Hötker, H., K.-M. Thomsen & H. Köster, 2006.
Impacts on biodiversity of exploitation of renewable energy sources: the example of birds and bats. Facts, gaps in knowledge, demands for further research, and ornithological guidelines for the development of renewable energy exploitation. Michael-Otto-Institut im NABU, Bergenhusen. Hötker, H., 2017. Birds: displacement. in M.R. Perrrow (Ed.). Wildlife and wind farms, conflicts and solutions. Volume 1 Onshore: Potential Effects. Pelagic Publishing. Exeter, UK. Kleyheeg-Hartman, J.C., K.L. Krijgsveld, M.P. Collier, M.J.M. Poot, A.R. Boon, T.A. Troost & S. Dirksen, 2018. Predicting bird collisions with wind turbines: Comparison of the new empirical Flux Collision Model with the SOSS Band model. Ecological Modelling 387: 144-153. Klop, E., A. Brenninkmeijer & E. van der Heijden, 2014. Ecologische beoordeling uitbreiding opgave windenergie provincie Groningen. A&W-rapport 2020. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden. Kruckenberg, H. & J. Jaene 1999. Zum Einfluss eines Windparks auf die Verteilung weidender Blässgänse im Rheiderland (Landkreis Leer, Niedersachsen). Natur und Lanschaft 74(10): 420-427. Krijgsveld, K.L., Kleyheeg-Hartman, J.C., Klop, E. & Brenninkmeijer, A., 2016. Stilstandsprogramma windturbines Eemshaven Mogelijkheden en consequenties. Bureau Waardenburg-rapportnr 16-100. Altenburg & Wymenga, Veenwouden en Bureau Waardenburg, Culemborg. Lensink, R.
& P.W. van Horssen, 2012. Een matrixmodel om effecten op een populatie te voorspellen van slachtoffers door windturbines. Rapport 11-198. Bureau Waardenburg, Culemborg. Lensink, R. & M. van der Valk, 2013. Effecten van luchtvaartverlichting aan windturbines op vogels en vleermuizen. Bureau Waardenburg, Culemborg.
WINDTURBINES HARINGVLIETDAM VERSLECHTERINGSTOETS E-Connection Project BV
46
▪
▪
▪ ▪ ▪ ▪
▪ ▪ ▪ ▪
▪
▪ ▪ ▪ ▪
▪
47
Lagrange, H., P. Rico, Y. Bas, A.-L. Ughetto, F. Melki & C. Kerbiriou, 2013. Mitigating bat fatalities from windpower plants through targeted curtailment: results from 4 years of testing CHIROTECH©. Book of abstracts CWE, Stockholm. Pearce-Higgins, J.W., L. Stephen, A. Douse & R.H.W. Langston, 2012. Greater impacts of wind farms on bird populations during construction than subsequent operation: results of a multi-site and multi-species analysis. Journal of Applied Ecology 49(2): 386-394. Pearce-Higgins, J.W., L. Stephen, R.H.W. Langston, I.P. Bainbridge & R. Bullman, 2009. The distribution of breeding birds around upland wind farms. Journal of Applied Ecology. Potiek, A., M.P. Collier, H. Schekkerman & R.C. Fijn, 2019. Effects of turbine collision mortality on population dynamics of 13 bird species. Rapport 18-342. Bureau Waardenburg, Culemborg. Popper, A.N. & M.C. Hastings (2009). The effects of human-generated sound on fish. Integrative Zoology 2009; 4: 43-52. Prinsen, H.A.M., S.K. Jeninga, M.P. Collier & M. Boonman, 2022. Effecten op vogels en vleermuizen van Windpark Haringvlietdam. Beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming. Rapport 21.097. Bureau Waardenburg, Culemborg. Eindrapport, versie 25 januari 2022. Provincie Zuid-Holland, 2016. Natura 2000 beheerplan bijzondere natuurwaarden Voornes Duin. Beheerplan 2015-2020. Haarlem, maart 2016.
Provincie Noord-Holland, 2017. PAS gebiedsanalyse Voornes Duin. PAS periode 2015-2021. AERIUS Monitor 2016L. Versie d.d. 15 december 2017. Reijnen M.J.S.M., Veenbaas G. & Foppen R.P.B. 1992. Het voorspellen van het effect van snelverkeer op broedvogelpopulaties. Rijkswaterstaat, Dienst Weg- en Waterbouwkunde, Delft. Reichenbach, M., R. Brinkmann, A. Kohnen, J. Köppel, K. Menke, H. Ohlenburg, H. Reers, H. Steinborn & M. Warnke, 2015. Bau- und Betriebsmonitoring von Windenergieanlagen im Wald. Abschlussbericht 30.11.2015. Erstellt im Auftrag des Bundesministeriums für Wirtschaft und Energie. RIVM, 2019. Gevoeligheid van de gesommeerde depositiebijdrage onder 0,05 mol/ha/jaar voor fluctuaties in de ruimtelijke verdeling van de veroorzakende emissiebronnen. Memo 1 februari 2019. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven. RHDHV, 2017. Natuurtoets HES Hartel Tank Terminal, in het kader van het MER. Referentie: I&BBE4185-101103R001F02. Versie: 02/Finale versie. Datum: 12 juni 2017. Schaub, A., J. Ostwald & B.M. Siemers, 2008. Foraging bats avoid noise. Journal of Experimental Biology 211, pg. 3174-3180. SOVON; Netwerk Ecologische Monitoring, Sovon, provincies & CBS, www.sovon.nl. Steinborn, H., Reichenbach, M., Timmermann, H., 2011.
Windkraft – Vögel – Lebensräum Ergebnisse einer siebenjährigen Studie zum Einfluss von Windkraftanlagen und Habitatparametern auf Wiesenvögel. Eine Publikation der ARSU GmbH. Arbeitsgruppe für regionale Struktur- und Umweltforschung GmbH. Winkelman, J.E., F.H. Kistenkas & M.J. Epe 2008. Ecologische en natuurbeschermingsrechtelijke aspecten van windturbines op land. Alterra-rapport 1780. Alterra, Wageningen.
WINDTURBINES HARINGVLIETDAM VERSLECHTERINGSTOETS E-Connection Project BV
7. Bijlagen
WINDTURBINES HARINGVLIETDAM VERSLECHTERINGSTOETS E-Connection Project BV
48
7.1 Bijlage 1: Rapport Haringvlietdam
aanvaringsslachtoffers
Windturbines
Rapportage apart bijgevoegd: Prinsen et al, 2022. Effecten op vogels en vleermuizen van Windturbines Haringvlietdam.
49
WINDTURBINES HARINGVLIETDAM VERSLECHTERINGSTOETS E-Connection Project BV
7.2 Bijlage 2: Rapportage Aeriusberekening Windpark Haringvliet Rapportage bijgevoegd: Projectberekening, AERIUS kenmerk: S4W4MvycPZMd, Datum berekening: 17 november 2022.
WINDTURBINES HARINGVLIETDAM VERSLECHTERINGSTOETS E-Connection Project BV
50
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Totale emissie
Windpark Haringvlietdam - Beoogd
Resultaten
Windpark Haringvlietdam - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
S4W4MvycPZMd (17 november 2022)
E-Connection Projects Haringvlietweg, 3221 MB Hellevoetsluis Windpark Haringvlietdam Bouw van 2 windmolens in Windpark Haringvlietdam. Transport routes via paralelweg N57 in zuidelijke richting. S4W4MvycPZMd 17 november 2022, 12:58 Wnb-rekengrid Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Hoogste depositie
Hexagon
Gebied
2023
2.886,32 mol/ha/j 234,33 ha 0,00 ha 0,25 mol/ha/j 0,00 mol/ha/j
3,8 kg/j
3761672
103,0 kg/j
Voornes Duin
2/9
Projectberekening
Windpark Haringvlietdam (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 3 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Bouw HV1 4 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Bouw HV2 Verkeersnetwerk
S4W4MvycPZMd (17 november 2022)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
1,8 kg/j 1,8 kg/j 80,0 g/j
49,3 kg/j 49,3 kg/j 4,5 kg/j
3/9
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
1000 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. S4W4MvycPZMd (17 november 2022)
4/9
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Windpark Haringvlietdam" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
234,33
Per gebied
Berekend (ha gekarteerd)
Voornes Duin 200,48 (100) Duinen Goeree & Kwade Hoek 33,85 (101)
S4W4MvycPZMd (17 november 2022)
Hoogste totale Met toename (ha Grootste toename Met afname (ha Grootste afname depositie (mol gekarteerd) (mol N/ha/jr) gekarteerd) (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
2.886,32
234,33
0,25
0,00
0,00
Hoogste totale Met toename (ha Grootste toename Met afname (ha Grootste afname depositie (mol gekarteerd) (mol N/ha/jr) gekarteerd) (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
2.886,32
200,48
0,25
0,00
0,00
2.156,38
33,85
0,01
0,00
0,00
5/9
Projectberekening
Windpark Haringvlietdam, Rekenjaar 2023
1 Wegverkeer | Weg Naam Transport Bouw HV1 Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogte ligging Normaal Weghoogte 0m 2 Wegverkeer | Weg Naam Transport Bouw HV2 Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogte ligging Normaal Weghoogte 0m
S4W4MvycPZMd (17 november 2022)
Links Rechts NOₓ 1,8 kg/j Type scherm - NO₂ 94,7 g/j Hoogte - NH₃ 31,8 g/j Afstand tot de weg - -
Links Rechts NOₓ 2,7 kg/j Type scherm - NO₂ 0,1 kg/j Hoogte - NH₃ 48,1 g/j Afstand tot de weg - -
6/9
Projectberekening
3
Naam Locatie
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam
Bouw HV1 63595, 428661
Stageklasse
NOₓ NH₃
BrandstofverbruikDraaiurenAdBlue Stof Emissie verbruik
Graafmachine 230kW
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
Hijskraan 450kW
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
1732 l/j
Heimachine 250kW
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
670 l/j
Verreiker 75kW
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
353 l/j
2014-2018, 56-75 kW, Asfaltafwerkinstallatie 60kW Stage-IV, diesel, SCR: ja
144 l/j
Wals 54kW
Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee
130 l/j
Betonwagens 200kW
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
1954 l/j
Graafmachine 230kW (Kabel Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, Leggen) diesel, SCR: ja
772 l/j
2014-2018, <= 56 kW, Trekker 40 kW (Kabel Leggen) Stage-IV, diesel, SCR: nee
150 l/j
S4W4MvycPZMd (17 november 2022)
49,3 kg/j 1,8 kg/j
2060 l/j
92 u/j 124 l/j NOₓ 11,4 kg/j NH₃ 0,5 kg/j 40 u/j 104 l/j NOₓ 9,5 kg/j NH₃ 0,4 kg/j 28 u/j 40 l/j NOₓ 3,9 kg/j NH₃ 0,2 kg/j 46 u/j 21 l/j NOₓ 2,2 kg/j NH₃ 84,7 g/j 23 u/j 9 l/j NOₓ 0,7 kg/j NH₃ 34,6 g/j 23 u/j NOₓ 2,7 kg/j NH₃ 0,0 kg/j 100 u/j 117 l/j NOₓ 11,2 kg/j NH₃ 0,5 kg/j 35 u/j 46 l/j NOₓ 4,5 kg/j NH₃ 0,2 kg/j 35 u/j NOₓ 3,2 kg/j NH₃ 1,1 g/j
7/9
Projectberekening
4
Naam Locatie
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam
Bouw HV2 64149, 429027
Stageklasse
NOₓ NH₃
BrandstofverbruikDraaiurenAdBlue Stof Emissie verbruik
Graafmachine 230kW
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
Hijskraan 450kW
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
1732 l/j
Heimachine 250kW
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
670 l/j
Verreiker 75kW
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
353 l/j
2014-2018, 56-75 kW, Asfaltafwerkinstallatie 60kW Stage-IV, diesel, SCR: ja
144 l/j
Wals 54kW
Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee
130 l/j
Betonwagens 200kW
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
1954 l/j
Graafmachine 230kW (Kabel Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, Leggen) diesel, SCR: ja
772 l/j
2014-2018, <= 56 kW, Trekker 40 kW (Kabel Leggen) Stage-IV, diesel, SCR: nee
150 l/j
S4W4MvycPZMd (17 november 2022)
49,3 kg/j 1,8 kg/j
2060 l/j
92 u/j 124 l/j NOₓ 11,4 kg/j NH₃ 0,5 kg/j 40 u/j 104 l/j NOₓ 9,5 kg/j NH₃ 0,4 kg/j 28 u/j 40 l/j NOₓ 3,9 kg/j NH₃ 0,2 kg/j 46 u/j 21 l/j NOₓ 2,2 kg/j NH₃ 84,7 g/j 23 u/j 9 l/j NOₓ 0,7 kg/j NH₃ 34,6 g/j 23 u/j NOₓ 2,7 kg/j NH₃ 0,0 kg/j 100 u/j 117 l/j NOₓ 11,2 kg/j NH₃ 0,5 kg/j 35 u/j 46 l/j NOₓ 4,5 kg/j NH₃ 0,2 kg/j 35 u/j NOₓ 3,2 kg/j NH₃ 1,1 g/j
8/9
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2021.2_20221004_3d4bf05159 Database versie 2021.2_3d4bf05159 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
S4W4MvycPZMd (17 november 2022)
9/9