CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

rvs strategisch huisvestingsplan bijlage 1 rapport

Commissie Algemeen en Sociaal 17 juni 2021, gemeente VlissingenBij agendapunt: Vaststellen Strategisch HuisvestingsPlan onderwijs 2020-203920.042 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs 2020-2039 Toekomstbestendige opvang- en onderwijshuisvesting in de gemeente Vlissingen

Opdrachtgever Gemeente Vlissingen

Datum 30 april 2021

Referentienummer 2190242/20210414/DD

Auteur Onno Damen en Marieke Slits

│ Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

5.

Inleiding

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Feiten en cijfers

4

1.3

Plan van Aanpak

6

1.4

Beleidskaders

7

1.5

Ontwikkelingen

7

1.6

Betrokkenen

8

1.7

Status SHP

8

Visie op huisvesting

9

2.1

Aanbod en samenwerking

9

2.2

Kwaliteit onderwijshuisvesting

11

2.3

Flexibiliteit en ruimtegebruik

12

2.4

Gezondheid

13

2.5

Duurzaamheid

14

2.6

Type maatregelen binnen SHP

15

2.7

Investeren in kinderopvang en zorg

21

Inzicht en beoordeling

22

3.1

Het schoolgebouwenbestand

22

3.2

Nulmeting

22

3.2.1

Kwaliteit

23

3.2.2

Financiën

24

3.2.3

Vraag en aanbod

25

Kansenkaarten en scenario’s

29

4.1

Toelichting kansenkaarten

29

4.2

Vraagstukken en scenario’s

29

4.2.1

Centrum

31

4.2.2

Paauwenburg-Westduin

32

4.2.3

Middengebied

34

4.2.4

Lammerenburg

36

4.2.5

Oost-Souburg

39

4.2.6

Voortgezet onderwijs

41

Bewegingsonderwijs 5.1

Normatieve klokuren 2020 en 2039

www.icsadviseurs.nl

43 43

6.

7.

5.2

Bezetting accommodaties

44

5.3

Conclusie

45

Fasering

48

6.1

Korte termijn

49

6.2

Middellange termijn

49

6.3

Lange termijn

50

6.4

Overige actiepunten

50

Financiën

52

7.1

Uitgangspunten

52

7.2

Totale investering SHP

53

8.

Gewenste prioritering

55

9.

Slotsom en aanbeveling

56

9.1

Slotsom

56

9.2

Aanbevelingen

56

Bijlagendocument

58

De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICSadviseurs B.V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICSadviseurs B.V. een overeenkomst is aangegaan, heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICSadviseurs B.V., d.d. december 2008, dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave, door opdrachtgever en of derden is uitgesloten, inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via internet, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICSadviseurs B.V.

www.icsadviseurs.nl

1. Inleiding 1.1 Aanleiding In gemeente Vlissingen is in 2005 een eerste Integraal Huisvestingsplan (IHP) door de raad vastgesteld. Het betrof een beperkt IHP. Het IHP voor de periode 2009-2015 was een veel uitgebreider plan waarbij, naast een complete inventarisatie van bestaande onderwijsvoorzieningen, de onderwijskundige en/of maatschappelijke ontwikkelingen in de planperiode in relatie zijn gebracht met de huisvestingsopgaven. De afloop van de bestaande planperiode (IHP 2015-2019), ontwikkelingen met betrekking tot leerlingenprognoses, onderwijsvormen en verduurzamingsbewegingen zijn aanleiding om het plan te herzien. De gemeente Vlissingen kiest er voor om hierbij, mede vanuit haar wettelijke verantwoordelijkheid, de regie te nemen door het laten opstellen van een nieuw huisvestingsplan voor de komende periode van 2020-2039. Het IHP gaat vanaf nu verder onder de naam Strategisch Huisvestingsplan (SHP) Onderwijs. Dit SHP biedt de gemeente, schoolbesturen en opvangorganisaties een dynamisch beleidsperspectief, geborgd in een gedragen en transparant uit te voeren Meerjaren Huisvestingsplan. Dit plan geeft houvast aan besluitvorming over investeringen in gebouwen voor onderwijs en opvang opdat in gemeente Vlissingen een duurzame en gezonde onderwijs- en kinderopvangomgeving kan worden voortgezet.

Naast de ontwikkelingen van het leerlingaantal en de technische staat van de gebouwen zijn meer kwalitatieve vragen aan de orde geweest, zowel ten aanzien van de functionaliteit van de gebouwen als ontwikkelingen in het aanbod van onderwijs- en opvangvoorzieningen. Het SHP geeft inzicht in de grootste knelpunten en geeft helderheid over de gewenste oplossingsrichtingen. Hierbij dient aandacht te zijn voor korte- en langere termijn oplossingen. Het voorliggende SHP is opgesteld onder begeleiding van ICSadviseurs, in samenwerking met schoolbesturen van het primair- en voortgezet onderwijs die actief zijn binnen het gemeentegebied van Vlissingen en vertegenwoordigers van de gemeente. Ook opvangpartners van het onderwijs zijn betrokken bij het proces. Het SHP biedt perspectief voor alle schoollocaties voor primair- voorgezet- en speciaal onderwijs voor de komende twintig jaar.

1.2 Feiten en cijfers Gemeente Vlissingen bestaat uit drie kernen: Vlissingen, Oost-Souburg en Ritthem. In de gemeente zijn zeven schoolbesturen actief, waarvan vijf schoolbesturen in het basisonderwijs en twee schoolbesturen in het voortgezet onderwijs. Tot juli 2020 was in de gemeente ook een basisschool voor speciaal onderwijs (SBO ’t Springtij) van stichting Respont. Deze school is per september 2020 gefuseerd met de hoofdlocatie in de gemeente Middelburg. De leerlingen binnen het (voortgezet) speciaal onderwijs zijn aangewezen op het aanbod in Middelburg dat wordt verzorgd door Stichting Respont en Stichting de Korre. In totaal gaan ongeveer 87 leerlingen naar het speciaal basisonderwijs en 104 leerlingen naar het (voortgezet) speciaal onderwijs in Middelburg. In de gemeente zijn de volgende twee opvangorganisaties die samenwerken met de scholen met betrekking tot het aanbieden van opvang: Kinderopvang Walcheren (KOW) en Prokino. Volgens de leerlingenprognoses, opgesteld door Pronexus in 2020, daalt het aantal leerlingen in het primair onderwijs van 3.259 naar 3.040 in 2039 (- 219 leerlingen). In het voortgezet onderwijs is de verwachting dat het aantal leerlingen in 2039 gedaald is van 1.457 naar 1.289 leerlingen (- 168 leerlingen).

www.icsadviseurs.nl

4/59

De gemeente beschikt momenteel over 16 schoolgebouwen voor 20 scholen (circa 37.400 m² bvo onderwijscapaciteit). Van deze schoolgebouwen huisvesten 13 het primair onderwijs en 3 het voortgezet onderwijs. Daarnaast maakt één van de VO scholen gebruik van de techniek lokalen van het Technum.

www.icsadviseurs.nl

5/59

1.3 Plan van Aanpak Een belangrijk uitgangspunt voor het SHP is dat het een gezamenlijk plan is van de schoolbesturen en de gemeente. Betrokkenheid van en draagvlak bij de schoolbesturen vormt de basis voor de aanpak. De schoolbesturen en opvangorganisaties zijn betrokken bij het SHP-proces door het participeren in een aantal gezamenlijke bijeenkomsten. Hierin zijn informatie, inzichten en standpunten onderling gedeeld om zo tot een samenhangend en gedragen plan te komen. ▪

Visie op huisvesting Om uiteindelijk tot plannen te komen wordt eerst de vraag beantwoord wat de gemeente en schoolbesturen met hun onderwijs- en opvanghuisvesting beogen. Thema’s als aanbod, krimp en groei, gezondheid, duurzaamheid en investeren in kinderopvang zijn behandeld in werksessies. Het afsprakenkader op onderwijs- en opvanghuisvesting is beschreven in hoofdstuk 2: Visie op huisvesting.

▪

Actualisatie basisinformatie Voor elke locatie is op basis van zoveel mogelijk objectieve informatie een ‘factsheet’ gemaakt. Het gaat hier om gegevens als bouwjaar, exploitatielasten, technische en functionele kwaliteit en de ontwikkeling van vraag en aanbod op basis van de leerlingenprognoses. Tevens is het medegebruik en de verhuur van (onderwijs)capaciteit inzichtelijk gemaakt. Een samenvatting van de factsheets wordt gegeven in hoofdstuk 3: Inzicht en beoordeling.

▪

Situatieschets per kern Aan de hand van de basisinformatie en het inzicht in de vooraf benoemde knelpunten en ontwikkelingen, is een situatieschets gemaakt van gemeente Vlissingen in de vorm van een zogenaamde kansenkaart. Deze kansenkaart geeft de knelpunten per kern in een visualisatie weer. Tijdens de werksessies is per school(gebouw) stilgestaan bij mogelijke ontwikkelrichtingen, samenwerking & clustering en karakteristieken van het onderwijs en/of huisvesting inclusief opvang. Hieruit zijn verschillende scenario’s naar voren gekomen. De toelichting op de kansenkaart is weergeven in hoofdstuk 4: Kansenkaart op kern niveau.

▪

Scenariovorming, prioritering en oplossingsrichting Op basis van de scenario’s is een prioritering ontstaan met schoolgebouwen die binnen het SHP, in verschillende fasen, om een ingreep vragen. De basisinformatie uit de factsheets, de situatieschets per kern en de prioritering vormen de input voor de oplossingsrichting. De oplossingsrichting is erop gericht de geconstateerde knelpunten op te lossen en de geformuleerde ambities te realiseren. De oplossingsrichtingen zijn financieel onderbouwd. De scenario’s zijn toegelicht in hoofdstuk 5: Scenario’s per kern.

▪

Financiële vertaling oplossingsrichting Voor de oplossingsrichting worden de investeringskosten (voor de gemeente en schoolbesturen) in beeld gebracht. Op basis hiervan kan vervolgens door de gemeente de consequentie voor de meerjarenbegroting worden gemaakt. De financiële vertaling is opgenomen in hoofdstuk 6: Financiën.

▪

Rapportage SHP De situatieschets per kern, de gezamenlijke ambities en afspraken, oplossingsrichtingen en de scenario’s inclusief financiële vertaling zijn vastgelegd in het voorliggende rapport. In deze rapportage is tevens voor elke schoollocatie een voorstel opgenomen voor de toekomstige huisvesting.

www.icsadviseurs.nl

6/59

1.4 Beleidskaders De volgende documenten zijn belangrijke voeding geweest voor het opstellen van het SHP: ▪ ‘Leerlingenprognose en ruimtebehoefte basisonderwijs 2020’, Pronexus 2020; ▪ ‘Leerlingenprognose en ruimtebehoefte voortgezet onderwijs 2020’, Pronexus 2020; ▪ ‘Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2015 - 2019, Gemeente Vlissingen’, November 2015. Bij het opstellen van het SHP is voor een aantal brede beleidsthema’s een beschrijving gegeven van de wijze waarop gemeente, schoolbesturen en opvangorganisaties daarmee wensen om te gaan. De visie en daaruit volgende afspraken op onderwijs- en opvanghuisvesting worden nader toegelicht in het volgende hoofdstuk.

1.5 Ontwikkelingen Naast ontwikkelingen op basis van de oktobertellingen, leerlingenprognoses, woningbouwontwikkelingen en duurzaamheidsbewegingen, die in de volgende hoofdstukken van dit SHP besproken worden, zijn enkele andere ontwikkelingen op het gebied van onderwijs in gemeente Vlissingen te constateren: Afstoten locatie SBO ’t Springtij in Vlissingen Deze locatie wordt per 1 oktober 2020 aan de onderwijsbestemming onttrokken en teruggegeven aan de gemeente. Afspraken Technum Zowel Christelijke Scholengemeenschap Walcheren (CSW) als Mondia Scholengroep plaatsen hun techniekhuisvesting uit. Voor CSW betekent dit dat bij vervangende nieuwbouw van Toorop de techniekmeters worden “overgeheveld” naar Technum (zoals dat voor Mondia ook gebeurd is). Leerlingen 3e/4e jaars vmbo basisberoepsgerichte leerweg (bb) en kaderberoepsgerichte leerweg (kb) van Scheldemond College (Mondia) krijgen reeds techniekles in het Technum. Voor CSW geldt dat in de onderbouw, de vmbo-leerlingen bb en kb les volgen op het Toorop in Middelburg en Bestevaêr in Vlissingen.

www.icsadviseurs.nl

7/59

De bovenbouw techniek vindt voor leerlingen van vmbo klas 3 plaats in het Technum en aankomend schooljaar (2021-2022) krijgen ook de leerlingen van klas 4 daar les. Bij vervangende nieuwbouw van Toorop worden geen meters voor techniekonderwijs gerekend, omdat het techniekonderwijs in het Technum wordt gegeven. De huisvestingsverplichting gaat dan van Toorop over naar de ruimte van Technum. Een intentieverklaring is inmiddels door CSW ondertekend. De gemeente Vlissingen draagt financieel bij aan Technum, omdat hiermee integratie van techniekonderwijs plaatsvindt en geen ruimten in de andere VO-schoollocaties voor dit type onderwijs noodzakelijk is. Daarnaast onderschrijft de gemeente het belang van techniekonderwijs op Walcheren. Aanbesteding vervangende nieuwbouw Tweemaster-Kameleon en De Burcht-Rietheim Voor vervangende nieuwbouw voor de scholen in Souburg Zuid is besloten een nieuwe aanbestedingsprocedure te volgen. Er is begin 2020 een Engineer & Build uitvraag gedaan. Naar verwachting kan eind 2021 de bouw starten en begin 2023 de verhuizing naar de nieuwbouw plaatsvinden. In de tussentijd worden Tweemaster-Kameleon en Burcht-Rietheim tijdelijk gehuisvest in respectievelijk de Roerstraat en Dongestraat.

Samenwerkingsverband Passend Voortgezet Onderwijs (PVO) Walcheren Mondia Scholengroep en CSW realiseren binnen Samenwerkingsverband PVO Walcheren samen met Stichting Respont het OPDC Griffioen en De Rebound. Deze vestigingen in Middelburg zijn formele nevenlocaties van beide scholen. Tevens wordt ISK-Walcheren (internationale schakelklas) in stand gehouden.

1.6 Betrokkenen ▪ ▪

▪

Gemeente Vlissingen; Onderwijs: Archipel Scholen Walcheren, Stichting Onze Wijs, Vereniging voor Christelijk Primair Onderwijs op reformatorische grondslag in Zeeland (VCPOZ), Prisma Scholengroep, Vlissingse Schoolvereniging, Mondia Scholengroep en Christelijke Scholengemeenschap; Opvang: Kinderopvang Walcheren.

1.7 Status SHP Dit SHP is in overleg tussen gemeente, schoolbesturen en opvangorganisatie(s) tot stand gekomen. Daarin hebben alle partijen binnen de projectgroep een akkoord gesloten over de visie en ambitie op onderwijshuisvesting. Het vormt daarnaast een perspectief om alle besluiten rond investeringen in huisvesting de komende jaren langs te leggen en kan iedere vier jaar worden geactualiseerd. Het SHP is als het ware een richtsnoer. Daarbij dient wel te worden vermeld dat er geen akkoord is gesloten over de prioritering en uitwerking zoals opgenomen in hoofdstuk 6 en 7. De schoolbesturen in gemeente Middelburg en Vlissingen hebben aangegeven dat er nadrukkelijk een hoge noodzaak is om, waar mogelijk, projecten eerder uit te voeren. Aan de gemeente wordt verzocht dit mogelijk te maken gelet op de urgentie bij gebouwen om investeringen te plegen. Het is aan alle partijen om te waarborgen dat projecten en daaraan gekoppelde investeringen mogelijk zijn. Het plan krijgt status met een vaststellingsbesluit vanuit de gemeenteraad. Hiermee staan de investeringen in de eerste vier jaar vast en weet de gemeenteraad welke investering vanaf jaar vijf en verder verwacht worden. Over investering na de eerste periode van 4 jaar dient de gemeenteraad aparte besluiten te nemen.

Naast de investering van de gemeente is sprake van investering vanuit schoolbesturen in de vorm van een bijdrage, dit geldt eveneens voor kinderopvangorganisaties. Als partijen zich onverhoopt niet aan het SHP houden, dan wordt teruggevallen op de verordening onderwijshuisvesting van de gemeente.

www.icsadviseurs.nl

8/59

2. Visie op huisvesting De visie op opvang- en onderwijshuisvesting vormt een belangrijke basis voor het Strategisch Huisvestingsplan (SHP). Naast een heldere visie en ambitie op onderwijs bevat de visie ook concrete uitgangspunten voor samenwerking met opvang en (jeugd)zorg, en spelregels voor de uitvoering van het SHP. Dit kader is tot stand gekomen door samenwerking tussen schoolbesturen, opvangorganisaties en de gemeente Middelburg en Vlissingen. Er is bewust gekozen voor een gezamenlijke visie van de gemeente Middelburg en gemeente Vlissingen, niet omdat dit wettelijke verplicht is, maar omdat dit wel zeer gewenst is omdat het onderwijsveld sterk verweven is. Wel is er binnen die gezamenlijke visie ruimte voor maatwerk, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid. De vraag die centraal stond, is: “Wat is onze belofte ten aanzien van het onderwijs- en opvangaanbod betreffende de huisvesting aan de kinderen van de gemeente Middelburg en Vlissingen?” In dit hoofdstuk komen de volgende thema’s aan bod: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Aanbod en samenwerking Kwaliteit onderwijshuisvesting Flexibiliteit en ruimtegebruik Gezondheid Duurzaamheid Type maatregelen binnen SHP Investeren in kinderopvang

2.1

Aanbod en samenwerking

De gemeente Vlissingen bestaat uit drie kernen: Vlissingen, Oost-Souburg en Ritthem. De stad Vlissingen kent daarnaast vijf wijken: Binnenstad, Middengebied, Lammerenburg, Paauwenburg en Westduin. In alle delen van de gemeente, met uitzondering van Ritthem (het kleinste dorp in de gemeente), zijn meerdere onderwijs- en opvangvoorziening(en) aanwezig. De ambitie van onderwijs-,opvang- en (jeugd)zorgorganisaties, en de gemeenten Middelburg en Vlissingen is om een doorgaande ontwikkellijn van 0 tot 23 jaar (met onderwijs vanaf 4 jaar) te bieden binnen het spectrum van de eigen rol van organisatie. Een onderwijsvorm, klassikaal in groepjes of individueel, die past bij de kinderen. Iedereen doet mee. Een betekenisvolle voorziening voor de wijk of kern. Nauwe samenwerking tussen onderwijs, opvang en (jeugd)zorg is een voorwaarde voor succes. Het samenwerken kan worden geoptimaliseerd wanneer partners samen gehuisvest zijn, bijvoorbeeld in een Integraal Kindcentrum (IKC) of Kindcentrum (KC). Binnen het SHP hanteren we de term Kindcentrum tenzij nadrukkelijk anders benoemd. Ook nabijheid van jeugdzorgactiviteiten ondersteunt in de doorgaande ontwikkellijn en het maximale uit talenten van leerlingen halen.

(Integraal) Kindcentrum In de praktijk zijn er uiteenlopende vormen van samenwerking tussen onderwijs en opvang te vinden. Dat varieert van het samen delen van een gebouw (Kindcentrum) tot de meest vergaande variant van samenwerking in een IKC. In een IKC is sprake van één pedagogische visie, één team en één centrale aansturing1.

1 Bron: Landelijk Steunpunt Brede Scholen: ‘Op weg naar een IKC’

www.icsadviseurs.nl

9/59

Een KC is altijd maatwerk. In een KC staat nadrukkelijk het kind centraal, dus niet de deelnemende organisaties. Het realiseren van verschillende voorzieningen in één gebouw, zoals een KC, is geen voorwaarde noch uitgangspunt. Het vergemakkelijkt de samenwerking en faciliteert daarmee het netwerkconcept. Het zorgen voor een gedeelde visie, het maken van inhoudelijke afspraken over één pedagogisch concept en een doorgaande lijn staan centraal. Voldoende draagvlak bij de betrokken partners is essentieel om een KC te realiseren. Door de ontwikkeling van KC’s wordt tevens inhoud gegeven aan de bevordering van de integratie en het tegengaan van segregatie, indien de verschillende scholen in een wijk/gebied samengaan. Daarmee wordt voorkomen dat één school in de wijk alle leerlingen met onderwijsachterstanden onder zijn dak heeft, terwijl de school verderop nauwelijks dergelijke leerlingen heeft. Wanneer partners samenwerken in het belang van het kind doen ze dat vanuit eenduidige pedagogische waarden. Zo wordt voor het kind een bestendige ontwikkelweg vormgegeven. Het onderwijsaanbod sluit aan bij de lokale behoefte en is gevarieerd, maar scholen hebben wel een eigen identiteit. In zowel de gemeente Vlissingen als de gemeente Middelburg zijn scholen met verschillende denominaties aanwezig.

Het onderwijs richten zij in vanuit de eigen levensbeschouwelijke visie of onderwijsfilosofie. Aandacht voor, en het behoud van deze levensbeschouwelijke visies en onderwijsfilosofieën, ook wel gezien als de identiteit van de school, is belangrijk. Dit geeft ouders en kinderen de vrijheid om te kiezen voor een onderwijs- en/of opvangorganisatie die het beste bij hen en het kind past. Dit geeft ruimte voor verschillen, maar vormt geen belemmering voor de samenwerking. Verschillende identiteiten kunnen elkaar juist ook versterken. Onderwijsaanbod Met de invoering van passend onderwijs (per 1 augustus 2014) wordt beoogd dat er een onderwijsaanbod is voor alle kinderen en jongeren in de leeftijd van 4-23 jaar, in het bijzonder leerlingen met speciale zorgbehoeften. Schoolbesturen werken daartoe samen in samenwerkingsverbanden passend onderwijs. In Walcheren zijn momenteel vier samenwerkingsverbanden. De besturen van deze samenwerkingsverbanden hebben in hun ondersteuningsplannen aangegeven dat zij onderwijs en ondersteuning willen realiseren “regulier waar het kan, speciaal waar het moet”. De precieze uitwerking van dit motto wordt de komende (school)jaren vorm gegeven. Wel is nu al duidelijk dat de onderwijshuisvesting in dezen steeds meer een Walcherse aangelegenheid wordt.

Gekeken moet worden welke voorzieningen op Walchers niveau noodzakelijk zijn, dus gemeentegrens overstijgend. Een perspectief van waaruit het speciaal onderwijs reeds werkt. Duidelijke regievoering op het faciliteren van goed onderwijs is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Bereidheid om samen de schotten opzij te schuiven is een vereist uitgangspunt. Ook een nauwe samenwerking met partners rondom leerlingen, zoals jeugdzorg. Naast de ambitie om over de gemeentegrenzen heen samen te werken heeft de school in de eerste plaats een centrale plek in de gemeenschap, maar ook in het netwerk rond het kind. Een centrale plek dat sterk in het belang van zijn/haar sportieve, culturele en creatieve ontwikkeling is. Naast onderwijs en opvang kan, afhankelijk van de lokale behoefte, in de school ruimte worden geboden aan educatie, sport, buurt ontmoeting of zorg. Daarbij kan gedacht worden aan jeugdzorg, fysiotherapie, cultuur (zoals muziek, dans en kunst), welzijn, recreatie, maar ook wetenschap. Zo wordt de gemeenschap betrokken bij de groei en ontwikkeling van het kind. De combinatie tussen zorg en onderwijs kan leiden tot een meer preventiegerichte benadering. Indien sprake is van nieuwbouw of renovatie denken de betrokken partijen altijd gezamenlijk na over de mogelijkheden tot clustering van diverse maatschappelijke functies in een gebouw of in een gebied.

Het vroegtijdig maken van (integrale) plannen stelt in staat om het gebouw zodanig in te zetten dat het samenwerking tussen onderwijs en andere organisaties faciliteert in plaats van compliceert. Het onderwijs in de gemeenten Middelburg en Vlissingen is zo veel mogelijk integratief onderwijs. Integratief onderwijs betekent onderwijs dat gericht is op integratie van alle kinderen in het onderwijs. Het motto is dan ook “Goed onderwijs is passend onderwijs”. De onderwijsorganisaties en gemeente(n) beogen door samenwerking tussen organisaties voor jeugdzorg, onderwijs en gemeenten het integratief onderwijs te

www.icsadviseurs.nl

10/59

versterken daar waar de mogelijkheden zich voordoen. Daarbij wordt gekeken op welke manier, vanuit ieders verantwoordelijkheid, een gezamenlijke inzet van middelen en expertise het integratief onderwijs zo goed mogelijk versterkt kan worden. Kinderopvang Kinderopvang vervult een cruciale rol in de ontwikkeling van kinderen. Als een kind zorg of specifieke hulp nodig heeft, werkt ze nauw samen met de gemeente en (jeugd)zorg en biedt ‘kind nabije zorg’ in de dagelijkse omgeving van het kind aan. De samenwerking met onderwijs optimaliseert de doorgaande ontwikkellijn van kinderen van 0 tot 12 jaar. Kinderopvang leidt tot sociale cohesie en diversiteit. Zo stelt de Sociaal-Economische Raad (SER) in het advies ‘Gelijk goed van start (2016)’ het volgende: “voorzieningen voor jonge kinderen zijn niet alleen een belangrijk arbeidsmarktinstrument, zij leveren ook een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van kinderen, het verminderen van achterstanden en het bevorderen van gelijke kansen”. Kinderopvang wordt in Nederland overwegend gezien als marktpartij. Door de concurrentie kan de pedagogische kwaliteit, scholing, investeringen, duurzame samenwerking met (andere) lokale partijen, et cetera onder (prijs)druk komen te staan. Daarnaast wordt het als investeringsobject aangemerkt. Kinderopvang is een kostbaar goed en mag geen winstobject zijn.

Betaalbaarheid en toegankelijkheid voor alle kinderen is heel belangrijk. Idealiter herinvesteert de kinderopvang het rendement dat zij maakt met als doel borging en de versterking van de stabiliteit, de continuïteit en de kwaliteit van de kinderopvang en de vorming van kindcentra op Walcheren. Daarom is het van belang dat alle stakeholders gezamenlijk investeren in een duurzame en langdurige samenwerking met langlopende overeenkomsten die voldoende ruimte bieden om in te spelen op wijziging van omstandigheden (zoals bijvoorbeeld bestemming van lokalen voor kinderopvang bij groei van scholen, recessie en afname van vraag naar kinderopvang).

2.2

Kwaliteit onderwijshuisvesting

Op basis van wet- en regelgeving is aan te geven welke verplichtingen een gemeente heeft voor onderwijshuisvestingsvoorzieningen. De gemeente is verantwoordelijk voor voldoende en adequate huisvesting voor scholen in het primair onderwijs, voortgezet (speciaal) onderwijs en scholen die binnen de Wet op de expertise centra vallen. In essentie betekent dit, dat er voldoende middelen beschikbaar moeten worden gemaakt waarmee nieuwe schoolgebouwen kunnen worden gerealiseerd en oude schoolgebouwen kunnen worden vervangen. De verantwoordelijkheden van gemeenten voor wat betreft onderwijshuisvesting kunnen worden samengevat in: ▪ Vervanging; ▪ Nieuwbouw; ▪ Uitbreiding en tijdelijke huisvesting; ▪ Eerste inrichting; ▪ Constructiefouten; ▪ Vergoeding van schade als gevolg van bijzondere omstandigheden; ▪ OZB. Men spreekt dan van de wettelijke zorgplicht. In de bovengenoemde opsomming staat ‘renovatie’ niet genoemd. In de volgende paragrafen spreken we echter wel van renovatie als ontwikkelrichting. Dit is vooruitlopend op de verwachtte nieuwe wetgeving omtrent renovatie. Het uitgangspunt binnen dit SHP is dat renovatie een gelijkwaardig alternatief vormt voor (vervangende) nieuwbouw. Een toelichting op de daaraan verbonden voorwaarden is opgenomen in paragraaf 2.6. Via een stelsel van criteria ontvangen de gemeenten een algemene uitkering, het zogenoemde Gemeentefonds.

Dit is een algemene uitkering, waarmee gemeenten eigen beleidsprioriteiten kunnen stellen. De zorgplicht is eveneens van toepassing voor het aanbieden van huisvesting voor het bewegingsonderwijs.

www.icsadviseurs.nl

11/59

De schoolbesturen ontvangen een genormeerde vergoeding voor onderhoud, energieverbruik en schoonmaak. Daarnaast wensen school-, opvang- en zorgorganisaties en de gemeenten Middelburg en Vlissingen nog verder invulling te geven aan deze zorg voor onderwijshuisvesting door te streven naar voldoende, kwalitatief goede en veilige huisvesting, met een goede spreiding en levensvatbaarheid. Dit vanuit de overtuiging dat goede huisvesting het behalen van goede resultaten in het onderwijs bevordert. Onderwijsresultaten zijn mede afhankelijk van de kwaliteit van de huisvesting. Goed onderhouden gebouwen met een passend binnenmilieu zorgen voor een plezierig werk- en leerklimaat. De ambitie is om voor de kinderen in Middelburg en Vlissingen fijne hedendaagse leeromgevingen te realiseren. Dit zijn inspirerende ruimten, met de juiste digitale hulpmiddelen, die aanzetten tot leren, en uitdagend zijn. Eenzelfde visie geldt voor de buitenruimte. De buitenruimte is het verlengstuk van de leeromgeving en dient als zodanig ingericht te worden. Dit biedt ook kansen om het onderwijs en de opvang nog verder te verbinden met sport en recreatie. In beginsel wordt onderwijshuisvesting (nieuwbouw) voor veertig jaar neergezet. Aan het einde van deze periode kan een afweging gemaakt worden voor vervangende nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie.

Bij levensduurverlengende renovatie kan het gebouw in principe weer twintig jaar mee. Daarna is het gebouw toe aan vervangende nieuwbouw (de maximale exploitatieduur is zestig jaar; tenzij om andere redenen hiervan wordt afgeweken). Binnen het SHP wordt een keuze per gebouw gemarkeerd dat leidend is voor de maatregelen de komende periode (eerste twintig jaar). Bij elke afweging wordt in samenhang gekeken naar bouwkundige kwaliteit, onderhoud (meerjaren), installaties en functionaliteit.

2.3 Flexibiliteit en ruimtegebruik Het streven is om ruimtegebruik van bestaande en nieuwe (permanente) voorzieningen zo optimaal mogelijk vorm te geven, rekening houdend met ontwikkelingen op het gebied van KC-vorming, op het gebied van Passend Onderwijs en de ontwikkeling van de leerlingenaantallen. De komende jaren laten de leerlingenprognoses voor de gemeenten Middelburg en Vlissingen een daling van het aantal leerlingen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs zien. Met krimp kan een situatie ontstaan waarbij sprake is van leegstand of ruimteoverschot. Wat het optimaal gebruik maken van ruimten niet ten goede komt. Zo heeft ruimte overschot verschillende gevolgen voor de onderwijshuisvesting, te weten: ▪ Ruimtelijk: er wordt minder efficiënt gebruik gemaakt van onderwijsruimten. ▪ Financieel: de materiële instandhoudingsvergoeding (vanuit het Rijk) is ontoereikend om de normatief leegstaande lokalen te kunnen bekostigen. Kortom: overschot kost geld. ▪ Bedrijfsmatig: voor de opvang zijn gevulde kindplaatsen belangrijk voor de levensvatbaarheid van een locatie, maar ook om kwaliteit te kunnen bieden (bijvoorbeeld interactie tussen kinderen). Het uitgangspunt is dat wordt gesproken van ruimteoverschot of leegstand indien meer dan 55 vierkante meter bvo (circa 1 lokaal) leeg staat.

Overschot tot 55 vierkante meter bvo (circa één lokaal) geeft een school vaak extra flexibiliteit en doet niet af aan de functionaliteit van het schoolgebouw. Dit is de zogenoemde “kwalitatieve frictie. Indien twee of meer lokalen leegstaan en dit overschot ook de komende jaren aanhoudt, kan het desbetreffende schoolbestuur het gesprek aan gaan om zo gezamenlijk met de gemeente, en eventueel andere betrokken organisaties, een integraal en toekomstbestendig plan op te stellen om het ruimteoverschot de komende jaren terug te dringen. Daarbij kunnen ook afspraken gemaakt over bijvoorbeeld het avondgebruik van de ruimten. Bij het opstellen van deze integrale plannen dient rekening te worden gehouden met de toekomstige ontwikkelingen en behoeften op wijkniveau. Nieuwbouw voor meerdere scholen (samen onder één dak) is hierbij een optie die kan zorgen dat vraag en aanbod beter op elkaar aansluiten.

www.icsadviseurs.nl

12/59

Naast krimp of een stabiele situatie kan sprake zijn van groei bij een bepaalde locatie of in een specifieke kern. Het is belangrijk om op groei te anticiperen bij (vervangende) nieuwbouw of renovatie door aandacht te hebben voor: ▪ Uitbreidingsmogelijkheden: Het streven is, vanuit de onderwijsinhoud, om geen dislocatie te openen, tenzij daartoe beargumenteerd een andere uitspraak over gedaan wordt. Dit betekent dat het raadzaam is om bij de planvorming rekening te houden met ruimtelijke mogelijkheden op de hoofdlocatie voor groei en/of uitbreiding zonder dat de uitbreiding het onderwijskundige of opvangconcept te niet doet. ▪ Aanpasbaarheid: Voor nieuwbouw geldt dat de toekomstige aanpasbaarheid onderdeel is van de wijze om groei op te vangen. Daarbij is aandacht voor het installatieconcept om grote investeringen bij aanpassing (en veranderingen in het binnenklimaat) zo veel mogelijk te voorkomen. Bij sprake van een ruimtetekort in de bestaande situatie wordt conform verordening gekeken naar de structurele ruimtehoefte en uitbreidingsbehoefte van de komende jaren. Multifunctioneel gebruik Het slim en effectief gebruiken van ruimtes in een school gaat verder dan enkel het gebruik door onderwijs of kinderopvang. Door bij nieuwbouw of renovatie rekening te houden met het multifunctioneel gebruik vervult de onderwijshuisvesting een bredere maatschappelijke functie binnen de wijk.

Multifunctionaliteit biedt de mogelijkheid het schoolgebouw na schooltijden of in de avonduren beschikbaar te stellen aan derden. Daarbij is het wel belangrijk om vooraf rekening te houden met de volgende aspecten (ook als de beoogde gebruikers “alleen” onderwijs en opvang betreft): ▪ Compartimentering van het gebouw: Bij nieuwbouw dient rekening gehouden te worden met compartimentering van het gebouw. Zodat delen van het gebouw voor andere functies ingezet kunnen worden terwijl andere delen netjes af te sluiten zijn, bijvoorbeeld in de avonduren of in het weekend. Daarbij dient ook gedacht te worden aan het ontwerp en inrichting van installaties en het beheer. ▪ Eigen versus gezamenlijk: Benoem in het Programma van Eisen welke ruimten voor eigen gebruik en welke ruimten voor gezamenlijk gebruik zijn bedoelt. Daarbij is het belangrijk dat tussen de beoogde gebruikers goede afstemming heeft plaatsgevonden over uitgangspunten en afspraken rondom het multifunctioneel gebruik en het beheer van deze ruimten. ▪ Afspraken kosten: Het is belangrijk om in een vroeg stadium van het traject afspraken te maken over de verdeling van kosten voor gezamenlijke ruimten. Dit betreft niet alleen onderhoud, maar ook verbruikskosten van gas, elektra, water en schoonmaak.

Per situatie dient wel beken te worden hoe multifunctionaliteit zich verhoud tot eigenaarschap van het gebouw en aard van de organisaties die gebruik maken van het gebouw.

2.4

Gezondheid

Een gezond klimaat in het gebouw is een voorwaarde voor goed onderwijs en opvang. Om dit te waarborgen wordt gestreefd naar een goed binnenklimaat, waarbij vooral de CO2concentratie en binnentemperatuur van belang zijn. De ambitie bij nieuwbouw is het kwaliteitsniveau Frisse Scholen Klasse B en de vereisten die gelden voor opvangvoorzieningen. De gemeenten, schoolbesturen en opvangorganisaties hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om deze ambitie te realiseren. De gemeente heeft daarbij een verantwoordelijkheid en een financiële verplichting voor het realiseren van een goed binnenklimaat bij nieuwe en te renoveren voorzieningen. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het binnenklimaat in bestaande locaties2. De opvangorganisaties zijn verantwoordelijk voor het voldoen van de bekostiging via een huurvergoeding van gepleegde investeringen in de gebouwen (voor het deel dat ze gebruiken). Alle betrokken partijen maken samen een beargumenteerde keuze. 2 Met uitzondering van situaties waar bijvoorbeeld zowel het economisch als juridisch eigendom bij derden is belegd.

www.icsadviseurs.nl

13/59

Een ander aspect van gezondheid is het bevorderen van bewegen, ook bij jonge mensen. Om te komen tot goede leerprestaties en ontwikkeling van kinderen is het belangrijk dat ze voldoende kunnen bewegen in en rond het (school)gebouw. Om kinderen op school tot meer bewegen uit te dagen, moet de schoolomgeving ook als zodanig ingericht worden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan brede gangen, hoogte verschillen, klimmuren en glijbanen, maar ook activiteiten die de school organiseert: beweegactiviteiten in de pauze, naschoolse sportactiviteiten en stimuleren dat kinderen lopend of met de fiets naar school komen 3. Bij de bestaande locaties wordt de buitenruimte gehandhaafd, maar kan gekeken worden naar het “vergroenen” van de pleinen. Voor nieuwbouw of renovatie wordt de omvang van de buitenruimte nader beschouwd. Voor de opvang wordt voldaan aan de geldende regelgeving (ook bij bestaande bouw) en voor het onderwijs wordt uitgegaan van de huidige verordening. Voor een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs geldt voor het verharde gedeelte (speelplaats) een minimum terreinoppervlakte van 3 vierkante meter per leerling, met een minimum van 300 vierkant meter netto. Vanaf 200 leerlingen kan worden volstaan met 600 vierkante meter netto.

Wel kan voor zowel nieuwbouw als bestaande bouw gekeken worden naar dubbel gebruik van speelruimte rond de school. Het is aan het schoolbestuur en de opvangorganisaties om de buitenruimte op een interessante wijze vanuit de gezamenlijke pedagogische visie vorm te geven en in te richten. Bij een beweegstimulerende schoolomgeving gaat het altijd om een combinatie van fysieke infrastructuur (hardware), activiteiten en begeleiding (software) en organisatie en communicatie (orgware)4.

2.5 Duurzaamheid Met het Klimaatakkoord en vanuit Europese regelgeving wordt het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed steeds belangrijker. Het vastgoed van onderwijs valt ook onder deze categorie. Veelal zijn deze gebouwen gefinancierd met maatschappelijke middelen van overheidswege. Binnen het SHP worden deze gebouwen als overheidsgebouwen aangemerkt en duurzaamheidsambities geformuleerd. Bij ontwikkelingen in de onderwijshuisvesting zijn de volgende kwaliteitsniveaus mogelijk: ▪

BENG: Bijna Energieneutraal Gebouw. BENG is van toepassing op de gebouwgebonden energie. De gebruikgebonden energie (zoals smartboards, laden van ICT-apparatuur en keukenfaciliteiten) wordt buiten beschouwing gelaten. De energieprestatie voor BENG-gebouwen wordt vastgelegd aan de hand van drie eisen: ▪ De maximale energiebehoefte per kWh/m²/jaar; ▪ Het maximaal primair fossiel energiegebruik in kWh/m²/jaar; ▪ Het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten. Het is per project maatwerk hoe aan deze prestatie eisen kan worden voldaan. Verdere invulling van BENG-eisen is terug te vinden op de website van het RVO5. Een indicatie van de investeringskosten voor een BENG gebouw in de regio Middelburg-Vlissingen is € 2.950,- /m² bvo (prijspeil maart 2020).

▪

ENG: Energieneutraal Gebouw. Ook hier draait het om gebouwgebonden energie. De gebruikgebonden energie wordt buiten beschouwing gelaten. Het verschil met BENG is dat het saldo energieverbruik en opbrengst, ten aanzien van de gebouwgebonden energie, nul is. Een indicatie van de investeringskosten voor een ENG gebouw is € 3.050,- /m²bvo (prijspeil maart 2020).

3 Bron: De beweegstimulerende schoolomgeving, Alles over Sport: https://www.allesoversport.nl/artikel/de-beweegstimulerende-

schoolomgeving/ 4 Bron: De beweegstimulerende schoolomgeving, Alles over Sport. 5 https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-en-regels/nieuwbouw/energieprestatie-beng

www.icsadviseurs.nl

14/59

▪

0-op-de-meter: Bij een 0-op-de-meter gebouw wordt zowel het gebouwgebonden als het gebruikgebonden energieverbruik gecompenseerd. Het verschil met ENG is dat het saldo energieverbruik en opbrengst, ten aanzien van de gebouwgebonden en gebruikgebonden energie, nul is.

▪

Aardgasloos: dit is onderdeel van alle beschreven kwaliteitsniveaus.

Het is de planning dat het bouwbesluit per 1 januari 2021 wordt aangepast en alle nieuwe schoolgebouwen aan BENG dienen te voldoen. Het wordt daarmee de wettelijke taak van de gemeente om BENG te bouwen. In het kader van dit SHP is daarom het uitgangspunt bij nieuwbouw BENG. Bij renovatie wordt de ambitie van BENG beargumenteerd benaderd tot het niveau dat te plegen investeringen in verhouding staan tot de opbrengsten. De huidige normvergoeding voor een reguliere basisschool van 200 leerlingen bedraagt € 2.236,- per m² bvo (inclusief 40% verhoging normvergoeding, 6,63% indexatie 2018-2019 en 6,08% indexatie 2019-2020 (advies VNG)). De genoemde investeringskosten zijn een vervanging van de normvergoeding zoals opgenomen in de verordening.

2.6

Type maatregelen binnen SHP

In het SHP wordt een zestal scenario’s voor gebouwen onderscheiden: 1. Vervangende nieuwbouw; 2. Renovatie (inclusief verduurzamen); 3. Binnenklimaat verbeteren6; 4. Verduurzamen; 5. Positie herschikking; 6. In stand houden; 7. Afstoten. In onderstaande tabel worden de scenario’s benoemd. Daarbij wordt voor elk van de scenario’s aangegeven bij wie de verantwoordelijkheid ligt voor het uitvoeren van het scenario en wat het bijbehorende budget is. Optie

Scenario

Verantwoordelijkheid uitvoering

Verantwoordelijkheid budget

Budget7

1

Nieuwbouw

Gemeente en schoolbestuur

Gemeente

100% norm nieuwbouw

2

Renovatie

Gemeente en schoolbestuur

Gemeente en schoolbestuur

70% norm nieuwbouw

3

Binnenklimaat verbeteren

Gemeente en schoolbestuur

Gemeente en schoolbestuur

30% norm nieuwbouw

4

Verduurzamen

Gemeente en schoolbestuur

Gemeente en schoolbestuur

30% norm nieuwbouw

5

Positie herschikking

Gemeente en schoolbestu(u)r(en)

Gemeente en schoolbestuur

PM

6

In stand houden

Schoolbestuur

Schoolbestuur

MI-vergoeding

7

Afstoten

Schoolbestuur

n.v.t.

n.v.t

Per scenario wordt hieronder een nadere toelichting gegeven. Hierbij wordt gesproken over gemeente en schoolbesturen vanuit hun positie als mogelijke bouwheren. 6 Tot kwaliteitsniveau Frisse Scholen Klasse B 7 Gemeentelijk budget voor nieuwbouw, renovatie, verbeteren binnenklimaat en verduurzaming betreft de maximale gemeentelijke bijdrage

www.icsadviseurs.nl

15/59

Overweging: Het verbeteren van het binnenklimaat (type maatregel 3) en het verduurzamen (type maatregel 4) (enkel) uit te voeren in combinatie met grootschalige onderhoudswerkzaamheden of renovatie. Door deze combinatie kan efficiency bereikt worden in de uitvoering van de werkzaamheden. Bij investeren in het binnenklimaat en verduurzamen is het noodzakelijk dat het gebouw nog een aanzienlijke periode in gebruik blijft of dat het gebouw courant is waardoor de investering ook interessant is bij toekomstige herbestemming. Het kan natuurlijk zijn dat regelgeving geen uitstel duldt en dus snel gehandeld moet worden.

Nieuwbouw Voor nieuwbouw geldt vanaf 2021 aangescherpte wet- en regelgeving omtrent de kwaliteit van schoolgebouwen en daarbij duurzaamheid in het bijzonder. Het Bouwbesluit en vigerende wet- en regelgeving is altijd van kracht. Binnen het Bouwbesluit is bijvoorbeeld Frisse Scholen klasse B uitgangspunt. De aangescherpte regelgeving vanuit Europa bepaalt dat vanaf 2021 alle nieuwbouw van overheidsgebouwen (inclusief scholen) in Nederland BENG moeten zijn. BENG specificeert eisen voor de maximale energiebehoefte, het maximale fossiele energiegebruik en een minimaal aandeel hernieuwbaar op te wekken energie. Verder is de ambitie aangevuld met het aardgasloos realiseren van nieuwbouw of een beredeneerde keuze te maken om voorbereidend te bouwen, waardoor een gebouw in de toekomst relatief eenvoudig aardgasloos kan worden. Er dienen wel zwaarwegende argumenten te zijn om niet direct aardgasloos te gaan bouwen. Voor het realiseren van nieuwbouw gelden de volgende uitgangspunten: ▪ Het realiseren van de duurzaamheidsambitie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen als mogelijke bouwheren. Hierin worden de wettelijke eisen ten aanzien van duurzaamheid gevolgd, deze zijn leidend.

▪ De gemeente is in het verlengde van nieuwe regelgeving verantwoordelijk voor de bekostiging van BENG en overige wettelijke voorschriften inzake verplichte energiemaatregelen. ▪ De schoolbesturen dragen bij aan het behalen van duurzaamheidsambities via een bijdrage. Deze bijdrage bestaat enerzijds uit een bijdrage per bruto vierkante meter (onderbouwd door een businesscase per situatie) en kan bijvoorbeeld ingezet worden voor het behalen van een duurzaamheidsambitie die bovenwettelijk is, zoals onderdelen van de Frisse Scholen (binnenklimaat) of het realiseren van ENG in plaats van BENG. Anderzijds bestaat de bijdrage uit inbreng van uitgespaarde onderhoudsmiddelen. Voor beide bijdragen geldt dat deze mogelijk zijn mits deze bestaan uit een exploitatiegerichte investering met een redelijke terugverdientijd van vijftien jaar. Daarnaast geldt dat de bijdrage zich redelijkerwijs verhoudt tot het eigen vermogen, beschikbare middelen vanuit de materiele instandhouding van het schoolbestuur en binnen de kaders van het Onderwijsaccountants-protocol. ▪ Het schoolgebouw wordt aardgasloos gerealiseerd. ▪ Kwaliteitsniveau Frisse Scholen B. ▪ Bij nieuwbouw wordt uitgegaan van een levensduur van 40 jaar.

▪ Voor nieuwbouw wordt uitgegaan van een stichtingskostenbedrag van € 2.950,- per bruto vierkante meter (prijspeil maart 2020, inclusief een jaarlijkse indexering vanaf 2021 van 5% in de eerste drie jaar en 2,5% in de daaropvolgende jaren). ▪ Bij het daadwerkelijk maken van de nieuwbouwplannen wordt nogmaals gekeken hoe de feitelijke leerlingenaantallen zich verhouden tot de leerlingenprognoses en wordt de omvang van de nieuwbouw definitief bepaald.

www.icsadviseurs.nl

16/59

Renovatie Uitgangspunt is dat renovatie een gelijkwaardig alternatief vormt voor (vervangende) nieuwbouw. Hierbij zijn ook de wettelijke eisen van toepassing en de ambities van nieuwbouw worden zo veel mogelijk benaderd. Een voorbeeld vormt het voldoen aan BENG. Dit is in bestaande bouw niet volledig haalbaar, maar wordt beredeneerd zo veel mogelijk gehaald. Verder wordt per casus bezien op welke wijze renovatie verantwoord is qua investeringen versus opbrengst. De afweging voor (levensduur verlengende) renovatie wordt gemaakt wanneer een gebouw 40 jaar in gebruik is geweest zonder grootschalige tussentijdse investeringen. Bij renovatie wordt gekeken naar: ▪ Verbeteren van de functionaliteit (flexibiliteit, multifunctionaliteit en aansluiten onderwijsconcept); ▪ Levensduurverlenging door investering in bouwkundige en installatietechnische ingrepen; ▪ Verduurzaming van het gebouw (benaderen ambitie BENG niet ENG). Verder wordt bij renovatie het kwaliteitskader primair onderwijs of voortgezet onderwijs als richtlijn gehanteerd. Op basis hiervan maken gemeente en schoolbestuur een gerichte afweging van te nemen maatregelen of maatregelen die achterwege worden gelaten (vervat in een businesscase annex maatregelenplan).

Onderdeel van de businesscase is een vergelijking met de kosten van vervangende nieuwbouw op basis van kapitaallastniveau inclusief eenmalige investeringen zoals tijdelijke huisvesting. Indien de kosten te veel oplopen kan vervangende nieuwbouw de te prefereren keuze zijn in verband met het halen van maximaal rendement uit het inzetten van maatschappelijke middelen (lees: lage structurele lasten). De businesscase bestaat ten minste uit inzicht in: ▪ de kosten van instandhouding op basis van het uitgevoerde onderhoud van de afgelopen vijf jaar en een actueel meerjaren onderhoudsplan; ▪ de staat van het gebouw op basis van een objectieve schouw conform de systematiek van de verordening aangevuld met een gebrekenrapportage inclusief indicatie van de benodigde investeringen om deze op te lossen; ▪ benodigde aanpassingen op basis van een actueel ruimteprogramma (inhoudelijke wensen kindcentrum) en op basis van de meest actuele leerlingenaantallen en leerlingenprognoses; ▪ benodigde investeringen voor vernieuwen van bouwkundige en installatietechnische aspecten; ▪ benodigde investeringen voor verduurzaming; ▪ de actuele boekwaarde; ▪ benodigde tijdelijke huisvesting of andere investeringen. Voor zowel renovatie als vervangende nieuwbouw wordt een investeringsraming op kengetallenniveau gemaakt.

Deze investeringen worden vertaald naar een kapitaallast op basis van actuele parameters (zoals rekenrente en afschrijvingstermijnen) van de gemeenten Middelburg en/of Vlissingen. Bij nieuwbouw wordt ook het eenmalig afboeken van de boekwaarde betrokken. Voor de realisatie van een renovatie gelden de volgende uitgangspunten: ▪ Het realiseren is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente en schoolbesturen op basis van genoemde businesscase annex maatregelenplan; ▪ De kosten voortkomend uit de gebrekenrapportage betreffen onderhoudswerkzaamheden en zijn voor rekening van het schoolbestuur vanuit haar onderhoudsverplichting; ▪ De gemeentelijke bijdrage is maximaal 70% van de stichtingskostennorm voor nieuwbouw (€ 2.065,- per bruto vierkante meter) met een jaarlijkse indexering van 5% vanaf 2021 in de eerste drie jaar en 2,5% in de daaropvolgende jaren. Deze gemeentelijke bijdrage wordt niet overschreden. Zo wel, dan is in de businesscase beargumenteerd aangeven waarom dit gebeurt. De gemeentelijke bijdrage is een invulling van het voorstel vanuit de VNG en PO-raad dat de gemeente bijdraagt in de bekostiging van renovatie.

www.icsadviseurs.nl

17/59

▪

▪ ▪

Daarmee wordt vooruitgelopen op de verwachte nieuwe wetgeving waarin renovatie als voorziening wordt opgenomen; De schoolbesturen dragen bij in de realisatie van renovatie. Deze bijdrage bestaat enerzijds uit een bijdrage per bruto vierkante meter (onderbouwd door een businesscase per situatie) en kan bijvoorbeeld ingezet worden voor het behalen van een duurzaamheidsambitie die bovenwettelijk is, zoals onderdelen van de Frisse Scholen (binnenklimaat) of het realiseren van ENG in plaats van BENG. Anderzijds bestaat de bijdrage uit inbreng van uitgespaarde onderhoudsmiddelen. Door het in beeld brengen van de onderhoudsstaat van het bestaande gebouw, middels een gebrekenrapportage voorzien van financiële doorrekening van geconstateerde punten, ontstaat een beeld van de huidige onderhoudsverplichting van het schoolbestuur. De uitkomst vormt de onderbouwing van het tweede deel van de bijdrage die een school levert. Hiervan kan een deel bijdrage worden. Voor beide bijdragen geldt dat deze mogelijk zijn, mits deze bestaan uit een exploitatiegerichte investering met een redelijke terugverdientijd van vijftien jaar.

Daarnaast geldt dat de bijdragen zich redelijkerwijs verhouden tot het eigen vermogen van het schoolbestuur en binnen de kaders van het Onderwijsaccountantsprotocol; Ambitie is kwaliteitsniveau Frisse Scholen B; Bij renovatie wordt uitgegaan van ingrepen die de levensduur met 25 jaar verlengen.

In het proces om te komen tot een afweging voor renovatie zijn nog twee spelregels van toepassing: ▪ Indien er aanleiding is om de bouwkundige en installatietechnische maatregelen ter discussie te stellen, kan een gebrekenrapportage inclusief maatregelen opgesteld worden ter onderbouwing; ▪ Er kunnen argumenten zijn om een bestaand gebouw toch te handhaven. Dit dient uitgebreid beargumenteerd te worden.

Binnenklimaat verbeteren Dit betreft gebouwen waar geen vervangende nieuwbouw of renovatie aan de orde is. Het is de gezamenlijke ambitie om het binnenklimaat van de bestaande schoolgebouwen te laten voldoen aan het kwaliteitsniveau Frisse Scholen Klasse B. Een frisse school is een schoolgebouw met een gezond binnenmilieu als het gaat om luchtkwaliteit, temperatuur, comfort, licht en geluid. Een slechte kwaliteit van het binnenklimaat leidt tot verschillende gezondheidsklachten. Uit onderzoek is gebleken dat in 70 tot 80% van de klaslokalen voor het basis- en voortgezet onderwijs de CO₂-concentratie te hoog is (> 1.200 ppm). Dit wijst op onvoldoende ventilatie en een slechte luchtkwaliteit. Andere veelvoorkomende problemen zijn te lage temperaturen en tochtklachten in de winter, oververhitting in de zomer en problemen met daglicht en verlichting. Een gezond binnenmilieu op scholen zorgt voor: (1) verlaging gezondheidsklachten van leerlingen en personeel, (2) minder ziekteverzuim van leerlingen en personeel, en (3) verhoging welzijn en verbetering (leer/werk)prestaties van leerlingen en personeel.

Voor de verbetering van het binnenklimaat gelden de volgende uitgangspunten: ▪ Ambitie is kwaliteitsniveau Frisse Scholen B; ▪ De gemeente en schoolbesturen zorgen gezamenlijk voor voldoende kennis en expertise, in huis of ingehuurd; ▪ De maximale bekostiging vanuit de gemeente, ten behoeve van verbetering van het binnenklimaat, bedraagt €885,- per m² bvo exclusief btw. Deze investering kan bijvoorbeeld ten goede komen aan extra installaties of grotere vervangingsvraagstukken. Op basis van een uitgewerkte casus wordt het werkelijke bedrag bepaald. Kosten boven het maximale gemeentelijk budget zijn voor rekening van het schoolbestuur. ▪ De gemeente kan daarnaast bijdragen in het opschalen van de opdracht richting installateurs. Meerdere scholen onder één aanbesteding, zodat mogelijk op de kosten bespaard kan worden. Daarbij dient een

www.icsadviseurs.nl

18/59

▪ ▪

installatiebedrijf te worden ingeschakeld dat ervaring heeft met schoolgebouwen en gebalanceerde ventilatiesystemen. Verder is het aan te raden om prestatie-eisen in het contract vast te leggen. Bijvoorbeeld door de verantwoordelijkheid van het functioneren, beheer en onderhoud minimaal 1 tot 5 jaar bij de installateur te leggen; Per schoolgebouw wordt gekeken naar een oplossing op maat. Eén die past bij de school en gebruikers; Afstemming vindt plaats tussen bestuur, schooldirectie en gebruikers over het gebruik van installaties. Deze afstemming wordt in de gesprekken met de gemeente teruggekoppeld, zodat het binnenklimaat op meerdere niveaus gemonitord blijft.

Verduurzamen Dit betreft gebouwen waar vervangende nieuwbouw of renovatie niet aan de orde is. Het is de gezamenlijke ambitie om de bestaande schoolgebouwen te verduurzamen. Met de gebouwen waar vervangende nieuwbouw of renovatie niet aan de orde is kan toch een bijdrage worden geleverd aan deze ambitie door een verduurzamingslijn in te zetten. De gemeente kan op drie manieren faciliteren bij het verduurzamen van de bestaande schoolgebouwen: ▪ Kennis: Door het ontsluiten van interne kennis vanuit de gemeente en externe kennis vanuit partijen als de Schooldak Revolutie helpt de gemeente schoolbesturen bij het maken van de juiste keuzes rondom duurzaamheid. ▪ Aanbestedingen: De gemeente kan schoolbesturen helpen bij het collectief aanbesteden van ingrepen ten behoeve van duurzaamheid. Schaalgrootte en een professionele aanbesteding zorgen ervoor dat de schoolbesturen worden ontzorgd en inkoopvoordelen hebben. ▪ Routekaart scholenbouw: De PO- en VO-raad zijn momenteel bezig met het verwerken van de plannen uit het klimaatakkoord in een landelijke sectorale routekaart, met daarin een plan hoe alle schoolgebouwen in 2050 CO₂-arm kunnen worden. De routekaart geeft daarnaast de benodigde randvoorwaarden en knelpunten met betrekking tot financiering, wetgeving en organisatie, en biedt het daarvoor waar mogelijk praktische oplossingen.

Gemeente Vlissingen en gemeente Middelburg sluiten aan bij de plannen in de routekaart. Daarnaast is er sinds 1 december 2015 een erkende maatregelenlijst, van het RVO, voor instellingen waar onderwijs, opleidingen en cursussen worden aangeboden. De lijst maakt het makkelijker om energie te besparen en zo aan de wet te voldoen. De wet milieubeheer-inrichting schrijft voor dat indien een bedrijf of instelling per jaar vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas (equivalent) verbruikt. Deze bedrijven of instellingen zijn op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer verplicht om energiebesparende maatregelen te nemen. Per 1 juli 2019 is er daarnaast ook de informatieplicht energiebesparing. De lijst met erkende maatregelen bestaat uit gebouw gebonden maatregelen die binnen vijf jaar worden terugverdiend. De laatste versie van de erkende maatregelenlijst stamt uit maart 2019 en beschrijft per maatregel de mogelijke technieken die gebruikt kunnen worden.

Voor het verduurzamen van bestaande gebouwen gelden de volgende uitgangspunten: ▪ De levensvatbaarheid van de locatie is voor minimaal 6 jaar gegarandeerd vanuit het schoolbestuur en de opvangorganisatie; ▪ Het verduurzamen van het gebouw gaat in combinatie met uitvoeren van het meerjaren onderhoudsplan en gebeurt door inzicht te geven in maatregelen en terugverdientijden; ▪ De maximale bekostiging vanuit de gemeente, ten behoeve van verduurzaming, bedraagt 30% van stichtingskostennorm voor nieuwbouw (€ 885,- per bruto vierkante meter) inclusief jaarlijkse indexering van 5% vanaf 2021 in de eerste drie jaar en 2,5% in de daaropvolgende jaren;

www.icsadviseurs.nl

19/59

▪

De ontwikkelingen op het gebied van de transitie van aardgas naar aardgasloos volgen wanneer die mogelijkheid zich voor doet. De gemeente dient voor 01-01-2022 de Transitie Visie Warmte gereed te hebben. In deze visie wordt per wijk aangegeven, wanneer die van het aardgas afgaat. Als dat voor 2030 gebeurt, moet ook aangegeven worden hoe dat gaat gebeuren.

Figuur 1 - 15 Erkende Maatregelen. Bron: groenecollectief.nl

Positie herschikking Dit betreft een activiteit waarbij twee onderwijsvoorzieningen een herschikking ondergaan waarbij schoolgebouwen onderling uitgeruild worden. Het doel is dat beide scholen daarmee meer passend gehuisvest zijn. Dit is een vorm van duurzaam hergebruik van bestaand vastgoed waarbij mogelijk een beperkt budget voor aanpassing, inhuizen, et cetera nodig is.

www.icsadviseurs.nl

20/59

In stand houden Dit betreft een activiteit van het schoolbestuur om een bestaand gebouw in stand te houden. Voor het kwaliteitsniveau geldt dat voor het gebouw een adequaat niveau gehandhaafd dient te worden. Hiervoor zet zij de materiële instandhoudingsvergoeding in. Deze activiteit vergt geen bijdrage vanuit de gemeente. Mogelijk wordt een schoolbestuur wel geconfronteerd met verplichte maatregelen vanuit het Activiteitenbesluit Milieubeheer.

Afstoten Dit betreft gebouwen die niet langer als schoolgebouw in gebruik blijven en teruggegeven worden conform verordening OHV aan de desbetreffende gemeente. Daarmee worden ze onttrokken aan de onderwijsbestemming.

2.7

Investeren in kinderopvang en zorg

Binnen de gemeente Middelburg en gemeente Vlissingen zijn verschillende situaties denkbaar waarbij geïnvesteerd wordt in vierkante meters voor kinderopvang of zorgvoorzieningen. Indien sprake is van leegstand binnen een schoolgebouw kan deze worden ingezet ten behoeve van opvang of zorg. Het schoolbestuur en de opvang- of zorgorganisatie maken dan afspraken over het ruimtegebruik en de bekostiging. Dit wordt vastgelegd in een huurovereenkomst. Er is dan sprake van medegebruik. Dit medegebruik kan plaatsvinden op twee manieren; als enkel gebruik of als dubbel gebruik. ▪

Enkel- en dubbelgebruik: Bij het bepalen van de huurprijs dient onderscheid te worden gemaakt tussen enkel- en dubbelgebruik. Bij enkelgebruik wordt de ruimte uitsluitend door de opvang- of zorgorganisatie gebruikt en wordt een volledige huur betaald. Bij dubbelgebruik wordt de ruimte een bepaald deel van de tijd door de opvang- of zorgorganisatie gebruikt (bijvoorbeeld naschools) en een bepaald deel door het onderwijs. De kinderopvang- of zorgorganisatie betaalt voor dit dubbelgebruik naar rato op basis van een nader te bepalen verdeelsleutel.

Indien bij nieuwbouw of renovatie geïnvesteerd wordt in kinderopvang of zorg dient de kinderopvang of zorginstelling zelf zorg te dragen voor de investering of de investering te doen met inzet van een derde partij. Wel zal de gemeente meedenken over creatieve oplossingen. Binnen het SHP wordt de afspraak gemaakt dat onderwijs, opvang en zorg even belangrijk zijn en opvang/zorg niet wijkt als onderwijs groeit en meer capaciteitsbehoefte heeft.

www.icsadviseurs.nl

21/59

3. Inzicht en beoordeling 3.1 Het schoolgebouwenbestand In totaal bevat de onderwijsvastgoedportefeuille van gemeente Vlissingen zestien gebouwen8. Daarvan zijn veertien gebouwen in eigendom van de gemeente (het economisch claimrecht bij de gemeente en het juridisch eigendom bij de betreffende schoolbesturen) en twee gebouwen in eigendom van woningcorporaties (zowel het economisch als juridisch eigendom ligt bij de woningcorporatie). In de gemeente zijn zeven schoolbesturen actief. Zij bieden onderwijs vanuit vijf verschillende denominaties (levensbeschouwelijke achtergronden). De omvang van het scholenbestand is circa 37.400 m² bvo. De gemiddelde leeftijd van de schoolgebouwen in Vlissingen is 31,3 jaar. Hierbij moet worden opgemerkt dat daarbij reeds rekening is gehouden met realisatie vervangende nieuwbouw van de Tweemaster-Kameleon en De Burcht-Rietheim. De afgelopen jaren is het aantal gebouwen in de jongste leeftijdsgroep consequent toegenomen doordat er structureel (vervangende) nieuwbouw gerealiseerd is.

Aantal gebouwen per leeftijdscategorie 7 6 5 4 3 2 1 0 1950 en ouder

1951 1970

1971 1990 BO

1991 2010

2011 en jonger

BO

VO

Gemiddelde gebouwomvang (m² bvo)*

1.338

4.897

Gemiddeld aantal leerlingen per school(locatie)**

251

486

* Betreft enkel onderwijs vierkante meters. ** Voor het basisonderwijs is uitgegaan van het aantal leerlingen per brinnummer, oktobertelling 2019. Voor het voortgezet onderwijs is uitgegaan van het aantal leerlingen per locatie, oktobertelling 2019.

VO

Figuur 2 - Aantal gebouwen per leeftijdscategorie

3.2 Nulmeting Alle onderwijsgebouwen in de gemeente Vlissingen zijn op basis van verschillende kenmerken in kaart gebracht. Aan de hand van een vragenlijst zijn de schoolbesturen gevraagd de gebouwen te beoordelen. Voor elk schoolgebouw is een zogenaamde factsheet opgesteld, waardoor inzicht is verkregen in de staat van de gebouwen (nulmeting). Deze factsheets zijn toegevoegd aan het bijlagedocument van dit SHP. Onderstaand wordt een beschrijving gegeven van de hoofdthema’s waarop de onderwijsgebouwen beoordeeld zijn. NB: Voor schoollocaties de Tweemaster-Kameleon en de Burcht-Rietheim wordt zoals eerder aangegeven uitgegaan van de nieuwe situatie na realisatie vervangende nieuwbouw. Deze gebouwen zijn daarom op de onderdelen technische staat, functionaliteit, binnenklimaat, financiën en vraag en aanbod als goed beoordeeld. Ervan uitgaande dat dit in de nabije toekomst de realiteit is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10237506/1