CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

rvs Begroting 2022 en jaarrekening 2020 VRZ bijlage 1 rapporten

Commissie Algemeen en Sociaal 17 juni 2021, gemeente VlissingenBij agendapunt: Begroting 2022 en jaarrekening 2020 VRZ37.075 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

In de nieuwe beleidsperiode zal meer worden ingestoken op een gedifferentieerd, uitdagend, maatwerkprogramma voor het verkrijgen en bijhouden van de vakbekwaamheid van zowel individuen als teams. Het streven is dat alle aangestelde crisisfunctionarissen voldoen aan de bekwaamheidseisen, waardoor ze inzetbaar zijn voor hun taak in de crisisorganisatie en op regelmatige basis deelnemen aan bijscholing, training en oefening. Deze doelstellingen zijn nader uitgewerkt in het nieuwe MOTO-beleidsplan 2022-2025, als bijlage van het Meerjarenbeleidsplan 2022-2025.

Dóórontwikkeling van (multidisciplinaire) vakbekwaamheid In 2021 wordt gestart met het opstellen van de kwaliteitseisen waaraan crisisfunctionarissen en teams moeten voldoen. Op basis daarvan zal een competentietraject worden opgestart. Om voor zowel de functionaris als de organisatie inzicht te kunnen krijgen op de competentieontwikkeling, zal een functionarisvolgsysteem worden doorontwikkeld. Om genoemde ontwikkelingen gestalte te geven wordt vanaf 2022 ingezet op het opleiden en bijscholen van waarnemers. In 2020 is, versneld door covid-19, gestart met het aanbieden van andere vormen van opleiding, training en oefening. Er zijn digitale activiteiten aangeboden als alternatief voor de bekende vormen van oefenen en trainen. In 2021 zal dit verder worden doorontwikkeld en worden de daarvoor noodzakelijke ondersteunende middelen en faciliteiten aangeschaft. Ook in 2022 zal dat worden

38

$

Veiligheids

voortgezet, waarbij de verwachting is dat dit dan wel weer in combinatie zal zijn met daadwerkelijk fysiek oefenen op locatie.

Verbeteren van de evaluatiesystematiek van trainingen en oefeningen Leermomenten uit zowel oefeningen als inzetten worden zodanig verwerkt dat de 'lessons learned' zo snel mogelijk gedeeld worden en in de (bij)scholing van functionarissen verwerkt worden en gevolgd worden in het functionarisvolgsysteem. In de nieuwe beleidsperiode zal verder worden ingezet op het verbeteren van de evaluatiesystematiek. Inrichting en continuïteit van de crisisorganisatie

Voorzien in de kwalitatieve inrichting van de crisisorganisatie Om te kunnen blijven voorzien in een kwalitatief hoogstaande crisisorganisatie, worden prestatieindicatoren opgesteld waaraan individuele functionarissen en teams moeten voldoen. De uitdaging is om ten minste de wettelijk vastgelegde functies in de crisisorganisatie te kunnen blijven bemensen. Ingezet moet gaan worden op werving en selectie van functionarissen die voldoen aan het basisniveau voor functies om de wettelijke verplichte piketten te kunnen blijven behouden. Vanwege de continuïteit zullen alle piketten voortaan door 5 personen worden ingevuld. De komende jaren wordt meer buiten de organisatie gezocht naar geschikte mensen en zullen daarvoor afspraken worden gemaakt met gemeenten en andere relevante ketenpartners. In 2021 en 2022 zal er een nieuw organisatiebreed piketbeleid worden opgesteld, waarin deze zaken verder zullen worden uitgewerkt. De ondersteuning (facilitair, ICT, gebouwbeheer) van de crisisorganisatie zal in 2021 en begin 2022 worden geëvalueerd en verbeterpunten zullen worden meegenomen in de verbetering van de ondersteuning van de crisisorganisatie.

Instandhouding van de operationele informatievoorziening en crisiscentrum De crisisbeheersing wordt onder omstandigheden aangestuurd vanuit het RCC. Dit biedt onderdak aan het regionaal beleidsteam (RBT), het regionaal operationeel team (ROT) en de secties van operationele diensten (politie, brandweer, GHOR, bevolkingszorg), crisiscommunicatie, informatiemanagement en ondersteuning. Het RCC is een cruciale randvoorwaarde voor elke crisisorganisatie. Om zo snel mogelijk een start te kunnen maken is het van belang dat zaken onafhankelijk van het tijdstip direct kunnen werken. We dienen het RCC zo in te richten dat we daar in principe dagenlang kunnen werken. Dit betekent dat het gebouw en de faciliteiten in het gebouw zodanig moeten zijn dat dit 24/7 binnen de wettelijk vastgestelde tijden een functionerend crisiscentrum moet zijn. Een belangrijk onderdeel van de instandhouding is borging van het functioneel beheer op de in gebruik zijnde techniek en informatiesystemen. Informatie en informatiesystemen worden steeds belangrijker voor de effectiviteit van crisisbeheersing. Niet alleen gaat het hierbij om het digitaliseren van bestaande producten maar er komen ook steeds meer informatiebronnen en systemen beschikbaar. De huidige operationele informatievoorziening wordt in stand gehouden en onderzocht wordt waar uitbreiding mogelijk is.

Zo wordt in 2022 onder meer gewerkt aan de dóórontwikkeling van netcentrisch werken bij de witte kolom (GHOR en ketenpartners) en zijn diverse experimenten gestart om de werkwijzen binnen de informatieorganisatie te verbeteren, zoals een applicatie voor een digitale tijdlijn. In de covid-19 crisis hebben deze ontwikkelingen een vlucht gekregen, waarop in 2021 en 2022 zal worden verder gebouwd.

39

Veiligheids

Wat gaat het kosten: programmabudget ? Begroting:

Begroting:

Begroting:

Begroting:

2022

2023

2024

2025

2.887.000

2.900.200

2.905.600

2.923.700

30.000

30.000

30.000

30.000

1.004.700

1.004.700

1.004.700

1.004.700

134.500

134.500

134.500

134.500

STR Lasten

HOSalarissen en sociale lasten 351lngeleend personeel

3800verige goederen en diensten 436lnkomensoverdrachten - overige overheden

500

300

1.200

1.100

18.907

13.979

12.143

12.143

4.075.607

4.083.679

4.088.143

4.106.143

352Uitgeleend personeel

-15.700

-15.700

-15.700

-15.700

3800verige goederen en diensten

-8.200

-8.200

-8.200

-8.200

-23.900

-23.900

-23.900

-23.900

4.051.707

4.059.779

4.064.243

4.082.243

-175.000

-175.000

-175.000

-175.000

-175.000

-175.000

-175.000

-175.000

Totaal INC

-175.000

-175.000

-175.000

-175.000

Totaal Saldo van baten en lasten

3.876.707

3.884.779

3.889.243

3.907.243

0

0

0

0

3.876.707

3.884.779

3.889.243

3.907.243

510Rente

730Afschrijvingen Totaal Lasten Baten

Totaal Baten Totaal STR

INC Baten

436lnkomensoverdrachten - overige overheden Totaal Baten

Totaal Mutaties reserves

Eindtotaal INC= Incidenteel; STR= Structureel

40

Veiligheids

1.1.6 Overhead en kostentoerekening Om het Algemeen Bestuur meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie en ook meer zeggenschap over die kosten te geven, wordt voorgeschreven (BBV, art. 8.1c) dat in het programmaplan een apart overzicht moet worden opgenomen van de kosten van de overhead. De (BBV) definitie van overhead luidt: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Juli 2016 heeft de Commissie BBV de 'Notitie Overhead' gepresenteerd. Deze notitie geeft een overzicht van de regelgeving inzake de overhead en geeft op een aantal punten een nadere toelichting, omdat de toepassing van de definitie in de praktijk tot vragen leidde. Overhead bestaat op hoofdlijnen in elk geval uit:

1. Hiërarchisch leidinggevenden primair proces 2. Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie 3. P&O/HRM 4. Inkoop (incl. aanbesteding en contractmanagement) 5. Interne en externe communicatie 6. Juridische zaken 7. Bestuurszaken en Bestuursondersteuning 8. Informatievoorziening en automatisering (ICT) 9. Facilitaire zaken en Huisvesting 10. Documentaire Informatie Voorziening (DIV) 11. Managementondersteuning primair proces In de programma's worden alleen de kosten opgenomen die betrekking hebben op het primaire proces. Omdat VRZ niet werkt met kostendekkende heffingen of tarieven of opereert in concurrentie met de markt, wordt doorberekening van overhead aan de programma's achterwege gelaten.

Wat gaat het kosten: programmabudget ? Begroting:

Begroting:

Begroting:

Begroting:

2022

2023

2024

2025

5.407.400

5.437.300

5.479.400

5.516.100

8.900

8.900

8.900

8.900

STR

Lasten

HOSalarissen en sociale lasten

210Belastingen

5.000

5.000

5.000

5.000

2.316.300

2.320.850

2.315.850

2.320.850

436lnkomensoverdrachten - overige overheden

26.600

26.600

26.600

26.600

510Rente

7.200

7.500

15.500

15.200

253.161

249.165

284.516

284.547

8.024.561

8.055.315

8.135.766

8.177.197

Totaal STR

8.024.561

8.055.315

8.135.766

8.177.197

Totaal Saldo van baten en lasten

8.024.561

8.055.315

8.135.766

8.177.197

0

o

o

0

8.024.561

8.055.315

8.135.766

8.177.197

351lngeleend personeel

3800verige goederen en diensten

730Afschrijvingen Totaal Lasten

Totaal Mutaties reserves

Eindtotaal INC= Incidenteel; STR= Structureel

41

Veiligheids

1.1.7 Algemene dekkingsmiddelen

Wat gaat het kosten: programmabudget ? Begroting:

Begroting:

Begroting:

Begroting:

2022

2023

2024

2025

-140.000

-140.000

-140.000

-140.000

STR

Lasten

HOSalarissen en sociale lasten 3800verige goederen en diensten

-90.674

-172.904

-153.613

-181.813

-230.674

-312.904

-293.613

-321.813

431lnkomensoverdrachten - Rijk

-6.608.972

-6.609.826

-6.609.826

-6.609.826

432lnkomensoverdrachten - gemeenten

-28.995.152 -29.469.405 -30.068.405 -30.672.405

Totaal Lasten

Baten

Totaal Baten

-35.604.124 -36.079.231 -36.678.231 -37.282.231

Totaal STR

-35.834.798 -36.392.135 -36.971.844 -37.604.044

Totaal Saldo van baten en lasten

-35.834.798 -36.392.135 -36.971.844 -37.604.044

Mutaties reserves INC

Baten 710Mutaties reserves

Totaal Baten

-311.003

0

0

0

-311.003

0

0

0

0

o

Totaal INC

-311.003

Totaal Mutaties reserves

-311.003

Eindtotaal

0 0

-36.145.801 -36.392.135 -36.971.844 -37.604.044

INC= Incidenteel; STR= Structureel

Toelichting Negatieve lasten 110 Salarissen en sociale lasten In de begroting 2022 is per saldo € 60.000 voor de aan- en verkoop van verlofuren opgenomen (als negatieve last op economische categorie 110).

Met de maatregel 'Invulling vacatures na gemiddeld 2 maanden' is een voordeel dat normaal gesproken pas zichtbaar wordt gedurende het jaar in de bestuursrapportages, (deels) in de begroting verwerkt. Er is een bedrag van € 80.000 opgenomen (als negatieve last op economische categorie 110). 380 Overige goederen en diensten Voor een toelichting wordt verwezen naar 1.2.6. Paragraaf taakstelling.

Baten VRZ kent naast enkele, beperkte, eigen inkomstenbronnen twee algemene financieringsstromen: een rijksbijdrage (Brede doeluitkering rampenbestrijding (BDUR)) een gemeentelijke bijdrage

42

Veiligheids Rijksbijdrage - Brede doeluitkering rampenbestrijding

Het in de begroting 2022 opgenomen bedrag voor de BDUR is gebaseerd op de decembercirculaire 2020 van het Ministerie van J&V. Het (basis)bedrag voor 2022 bedraagt € 6.458.972. De BDURcirculaires van het Rijk zijn opgesteld in 'constante prijzen'. In de begroting 2022 is rekening gehouden met de toekenning van loon-en prijscompensatie in de BDUR, die naar verwachting in 2021 en 2022 zullen worden uitgekeerd. Deze zijn nu nog niet bekend. Voor zowel 2021 als 2022 is een bedrag geraamd van € 75.000, samen € 150.000. In totaal bedraagt de raming voor de BDUR vanaf 2022 daarmee € 6.608.972. Gemeentelijke bijdrage (exclusief Bevolkingszorg)

Uitgangspunt is de gemeentelijke bijdrage 2021, omdat bij de vaststelling van de begroting 2021 geen besluit is genomen over de oplopende gemeentelijke bijdrage in de meerjarenraming 2022 t/m 2024 (als gevolg van oplopende kapitaallasten), behorende bij de begroting 2021. Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

28.746.152 0

28.746.152 260.000

28.746.152 260.000

28.746.152 260.000

28.746.152 260.000

Structureel Structurele bijdrage VRZ op basis van begroting 2021 VZG-richtlijn 2022, loon- en prijsontwikkelingen (0,9%)

Oplopende kapitaallasten vervangingsinvesteringen *)

0

0

170.000

769.000

1.373.000

Waterveiligheid /overstromingsrisico's 2 Fte Risicobeheersing

87.500 67.000

0 0

0 0

0 0

0 0

Begrotingstekort 2021 (CAO 2019-2020)

0

0

304.253

304.253

304.253

28.900.652

29.006.152

29.480.405

30.079.405

30.683.405

-11.000

-11.000

-11.000

-11.000

-11.000

28.889.652

28.995.152

29.469.405

30.068.405

30.672.405

Totaal gemeentelijke bijdrage (excl. bevolkingszorg) Correctie gemeente Schouwen-Duiveland

Totaal gemeentelijke bijdrage (excl. bevolkingszorg) *) Een toelichting is opgenomen in de Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen

Loon- en prijsontwikkelingen 2022 (VZG-richtlijn) Voor de compensatie van de loon- en prijsontwikkeling in 2022 via de gemeentelijke bijdrage is de VZG-richtlijn van 0,9% gehanteerd. De bijstelling bedraagt € 260.000. Rekening houdend met 2/3 loonkosten en 1/3 materiële kosten is door de VZG een te hanteren loon- en prijsbijstelling bepaald. Loonbijstelling

VZG-richtlijn (0,9 %)

0,6%

Prijsbijstelling 1,5 %

Gewogen gemiddelde loon- en prijsbijstelling

0,9 %

De nieuwe CAO vanaf 2021 is nog niet bekend. Er ontstaat dus op een later moment pas duidelijkheid over de werkelijke loonontwikkeling in 2021 en 2022. Opgeteld is in de begroting rekening gehouden met een CAO-loonstijging van 2,6% voor de periode 2021 en 2022 en een ABPpensioenpremiestijging van een 0,5% van de loonkosten per 1 januari 2021, samen 3,1% conform VZG-richtlijn.

Oplopende kapitaallasten vervangingsinvesteringen vanaf2023 In de begroting 2021 was nog een verhoging voorzien in 2022 voor oplopende kapitaallasten van € 487.358. Door het temporiseren van de geplande vervangingsinvesteringen is dit in de begroting 2022 teruggebracht naar 0. Vanaf 2023 wordt wel een verhoging van de gemeentelijke bijdrage voorzien samenhangend met oplopende kapitaallasten (€ 170.000). Vervallen incidentele bijdragen 2021 In de begroting 2021 is rekening gehouden met een incidentele gemeentelijke bijdrage van € 87.500 voor het project Waterveiligheid (Wave) en een incidentele bijdrage van € 67.000 voor risicobeheersing. Vanaf 2022 komen deze bijdragen te vervallen. 43

Veiligheids

Begrotingstekort 2021 (CAO 2019-2020) Tijdens het opstellen van de begroting 2021 is een begrotingstekort 2022 ontstaan van € 311.003. Dit begrotingstekort is nieuw ontstaan in 2021 en heeft niets te maken met de taakstelling uit de begroting 2020. Belangrijkste oorzaak is de CAO gemeenten 2019-2020: CAO gemeenten 2019-2020 Er is rekening gehouden met een structurele verhoging van 4,9 % in de periode 2019-2020 op basis van de VZG-richtlijn. In de CAO is een verhoging van 6,25% afgesproken. Omdat de verhoging gefaseerd wordt ingevoerd, ontstaan er in 2019 en 2020 geen budgettaire problemen. Vanaf 2021 wel. Het tekort ten opzichte van de begroting dat vanaf 2021 ontstaat bedraagt 1,35% dat overeenkomt met ca. € 300.000. Er zijn geen afspraken gemaakt met de deelnemende gemeenten over nacalculatie van de VZG-richtlijn. De extra kosten zijn daarom als begrotingstekort opgenomen.

Uitgangspunt van VRZ is dat de werkelijke loon- en prijsstijgingen worden gecompenseerd om uitholling van de taakuitvoering te voorkomen. Het Algemeen Bestuur heeft in 2021 besloten om de (exogene) structurele ontwikkelingen, zonder verhoging van de gemeentelijke bijdragen, te verwerken in de (meerjaren)begroting 2021. Voor 2021 is voorgesteld dit begrotingstekort te dekken door een incidentele onttrekking uit de algemene reserve. Voor 2022 wordt opnieuw voorgesteld dit begrotingstekort te dekken door een incidentele onttrekking uit de algemene reserve. Deze dekking is mogelijk door de opnieuw te verwachten onderuitputting in 2021 als gevolg van Corona. Vanaf 2023 wordt een structurele verhoging van de gemeentelijke bijdrage voorzien van € 304.253.

Exogene ontwikkelingen begroting 2021 Dekking algemene reserve

2022

2023

2024

2025

-311.003

-304.253 0

-304.253 0

311.003

-304.253 0

Verhoging gemeentelijke bijdrage

0

304.253

304.253

304.253

Totaal

O

0

o

o

Bijdrage gemeente Schouwen-Duiveland De bijdrage voor de gemeente Schouwen-Duiveland neemt met € 11.000 af. Het betreft een correctie die zijn oorsprong heeft in 2013. Hier tegenover staat een structurele verlaging van de kosten met € 11.000 op het programma Risicobeheersing. Verdeling gemeentelijke bijdrage (exclusief Bevolkingszorg)

| Bijdrage aan Veiligheidsregio Zeeland 2021 Gemeente VRZ

2022 VRZ

Verschil VRZ -9.299 36.793

Borsele Goes Hulst

1.816.947 2.687.121

1.807.648 2.723.914

1.893.064

1.900.029

6.965

Kapelle________ Middelburg

791.620 3.066.395

-5.851 21.190

Noord-Beveland

863.840

785.769 3.087.585 872.778

Reimerswaal Schouwen-Duiveland

1.492.518 2.862.232

1.496.712 2.856.439

4.194 -5.793

Sluis Terneuzen Tholen

2.357.095 4.237.992 1.848.714

2.360.994 4.220.480 1.856.043

3.899 -17.512 7.329

Veere Vlissingen

1.971.830 3.011.284

1.970.807 3.055.955

-1.023 44.671

Totaal

28.900.652

28.995.152

94.500

8.938

44

Veiligheids

De verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage is gebaseerd op artikel 30 van de gemeenschappelijke regeling VRZ (op basis van de uitkeringsmaatstaf Veiligheid in het Gemeentefonds). De peildatum is de septembercirculaire 2020, jaarschijf 2022. Er is een herijking van het Gemeentefonds gepland in 2023. Onduidelijk is nog welke consequenties deze herijking zal hebben voor de vastgestelde verdeelsleutel in de gemeenschappelijke regeling VRZ. Prognose gemeentelijke bijdrage (exclusief Bevolkingszorg)

Bijdrage aan Veiligheidsregio Zeeland 2022

2023

2024

2025

Gemeente

VRZ

VRZ

VRZ

VRZ

Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen

1.807.648 2.723.914 1.900.029 785.769 3.087.585 872.778 1.496.712 2.856.439 2.360.994 4.220.480 1.856.043 1.970.807 3.055.955

1.837.111 2.768.310 1.930.998 798.576 3.137.909 887.003 1.521.107 2.903.175 2.399.476 4.289.269 1.886.295 2.002.930 3.107.247

1.874.438 2.824.558 1.970.233 814.802 3.201.667 905.025 1.552.014 2.962.387 2.448.230 4.376.421 1.924.622 2.043.627 3.170.382

1.912.077 2.881.276 2.009.795 831.164 3.265.957 923.198 1.583.178 3.022.093 2.497.391 4.464.301 1.963.268 2.084.663 3.234.043

Totaal

28.995.152

29.469.405

30.068.405

30.672.405

Mutaties reserves

In 2022 vindt een onttrekking plaats van € 311.003 aan de algemene reserve voor eenmalige dekking van het begrotingstekort uit 2021. Eerder in deze paragraaf is een toelichting opgenomen.

45

Veiligheids

1.1.8 Onvoorzien Wat gaat het kosten: programmabudget ? Begroting:

Begroting:

Begroting:

Begroting:

2022

2023

2024

2025

INC

Lasten 3800verige goederen en diensten

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

Totaal INC

50.000

50.000

50.000

50.000

Totaal Saldo van baten en lasten

50.000

50.000

50.000

50.000

Totaal Lasten

Totaal Mutaties reserves

Eindtotaal

0

o

o

0

50.000

50.000

50.000

50.000

INC= Incidenteel; STR= Structureel

Toelichting De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven. Voor de risico's die VRZ loopt wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

46

$

Veiligheids

Deel 1.2: De paragrafen 1.2.1 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Afschrijvingstermijnen en vervanging

VRZ houdt bij aanschaf van kapitaalgoederen rekening met het eventueel vervangen van de kapitaalgoederen op termijn (vervangingsschema), zodat dit bij vervanging (over het algemeen) niet leidt tot hogere, onvoorziene lasten. De kapitaalgoederen worden lineair afgeschreven. De (maximale) afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de 'Financiële verordening' van VRZ en in de uitgangspunten voor de begroting. Het is moeilijk om vooraf de exacte technische levensduur van een kapitaalgoed te voorspellen, zeker wanneer dit een langere periode dan 10 jaar bedraagt. Wanneer er na verloop van tijd dusdanige correctieve werkzaamheden moeten worden uitgevoerd die niet meer in relatie staan tot de restwaarde moet er vroegtijdig worden afgestoten en vervangen. Omgekeerd kan het ook voorkomen dat er vervangen zou moeten worden terwijl de maximale technische levensduur nog niet is bereikt en er geen noemenswaardige problemen zijn. In deze situaties kan de vervanging worden uitgesteld en vooruit worden geschoven. De komende jaren komt er een piek aan te vervangen (brandweer)voertuigen en -materiaal aan. Het niet doen van deze vervangingen leidt tot vermindering van de operationaliteit en de slagkracht van Brandweer Zeeland. Voor het investeringsplan 2021 t/m 2025 wordt verwezen naar bijlage 2.3.4.

Het investeringsplan is gebaseerd op het huidige beleid. Binnen dit beleid is 1 op 1 vervanging voorzien, gebaseerd op de vastgestelde maximale afschrijvingstermijnen om zo de operationele sterkte op peil te houden. Vervolgens is (met name in de jaarschijf 2022) gekeken of de technische levensduur van activa langer kan zijn dan de economische levensduur en of daarmee investeringen kunnen worden doorgeschoven. Vervolgens is (met name de jaarschijf 2022) doorgelopen op de haalbaarheid van de planning. Voor sommige activa wordt momenteel gewerkt aan nieuw beleid en daarnaast kunnen beleidsontwikkelingen binnen de brandweer gevolgen hebben voor dit vervangingsplan. Aanpassing/besluitvorming over het huidige beleid gaat echter vooraf aan aanpassing van het vervangingsplan. Bij een aanbesteding van bijvoorbeeld nieuwe tankautospuiten zal er daarom aandacht zijn voor flexibiliteit in de afname van het aantal voertuigen. Er is een onderscheid tussen investeringen met economisch nut en maatschappelijk nut. Alle investeringen van VRZ zijn van economisch nut. Op het investeringsplan staan alleen vervangingsinvesteringen en geen uitbreidingsinvesteringen. Oplopende kapitaallasten voor vervangingsinvesteringen

De kapitaallasten zullen daarmee oplopen. De verwachting is dat de kapitaallasten zich in de toekomst om en nabij de € 5,5 mln. zullen stabiliseren (prijsniveau 2022 en een rekenrente van 2% voor de financieringsbehoefte). Bij de overdracht van budget voor de regionale brandweer aan de Veiligheidsregio in 2013 is rekening gehouden met een niveau van € 4,2 mln. aan kapitaallasten. Hierop zijn in het verleden bezuinigingen gerealiseerd in de vorm van een lagere marktrente (2%), verlenging van afschrijvingstermijnen en de invoer van restwaarden op voertuigen. Vervolgens is het budget in de begroting 2020 voor het eerst weer verhoogd, gedekt door een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Het kapitaallastenniveau in de meerjarenbegroting bedraagt vanaf toen ca. € 3,7 mln.

47

$

Veiligheids

€6.000.000

Begroting 2021 €5.500.000

Jaarrekening2020 Begroting 2022 €5.000.000

Jaarrekening2019 €4.500.000

€4.000.000

€3.500.000

€3.000.000

Begroting 2021 na wijziging €2.500.000

€2.000.000

/////////////////// / AC9’

f

f

f

,f

jf

jf

A*9’

aC9’

,f

f

jf

jf

f

jf

jf

De kapitaallasten lopen op door: Vervangingsachterstand en inflatie (over een groot aantal jaren) Uit een benchmark (2016) is gebleken dat bij VRZ het percentage afschrijvingen ten opzichte van de vaste activa hoger is dan bij andere regio's, omdat VRZ relatief veel oude voertuigen in gebruik heeft met lage of geen boekwaarden. De prijs voor bijvoorbeeld een nieuwe tankautospuit is nu aanzienlijk hoger dan de prijs van 17 jaar geleden toen de oude voertuigen zijn geactiveerd.

Afschaffing BTW-compensatiefonds De aanschafkosten van het meest van de bestaande activa, waarover nu wordt afgeschreven, zijn tot en met 2013 exclusief BTW opgenomen. Met ingang van 2014 is het BTW-compensatiefonds voor Veiligheidsregio's afgeschaft. Het effect van de afschaffing van het BTW-compensatiefonds op de afschrijvingslasten is destijds berekend op circa € 100.000 per jaar, waarvoor onvoldoende compensatie van het Rijk is ontvangen. De compensatie van het Rijk was alleen voldoende voor het verhogen van de exploitatiebudgetten voor de BTW-component. Als al het (brandweer)materiaal en materieel inclusief BTW is geactiveerd, zal dit effect niet meer optreden. Het totale effect op de kapitaallasten is berekend op ongeveer € 1,1 mln.

Materieel grootschalig brandweeroptreden Vanuit het rijk is het rijksmaterieel voor rampenbestrijding in 2013 'aan het veld' geschonken, in eerste instantie aan het IFV als landelijke ondersteuningsorganisatie. De Veiligheidsregio's hebben vervolgens het huidig materieel van het IFV gekregen. Dit bestaat bij VRZ onder andere uit 6 dompelpompen/watertransportsystemen en 2 commando-containers. Vervanging wordt, afhankelijk van de maximale technische levensduur, verwacht in de periode 2023 t/m 2025. Dit leidt tot een schoksgewijze verhoging van de kapitaallasten. Onderhoud (brandweer)materieel en - materiaal

VRZ werkt voor onderhoud met drie servicecentra, gepositioneerd in Terneuzen (kazerne Koegors), Middelburg (kazerne Stromenweg) en Borssele (kazerne Quistenburg). De servicecentra voeren beheertaken uit op het gebied van grote en kleine voertuigen, bepakkingen, ademlucht, bluskleding etc. Daarnaast wordt een aantal beheertaken centraal uitgevoerd, zoals niet-repressieve kleding, verbindingsmiddelen etc. Deze centrale taken zijn binnen één van de servicecentra's gepositioneerd.

48

Veiligheids Onderhoudskosten voertuigen en materiaal (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel)

Onderhoud materieel en -materiaal

Realisatie

Begroting 2021

Programma

2020

(na wijziging)

begroting 2022

1.188.089

956.300

977.700

16.006

47.273

1.204.095

1.003.573

Investeringsplan Werkplaatsinrichting servicecentra

Totaal

977.700

Onderhoud kantoren VRZ (Middelburg, Goes, Borssele, Terneuzen)

VRZ is sinds januari 2017 eigenaar van het kantoor Segeerssingel 10 te Middelburg. Hierin was tot medio 2020 ook de Meldkamer Zeeland gehuisvest. In het kader van het onderzoek naar de samenwerking tussen VRZ, GGD en RUD is voortgang op het huisvestingdossier tijdelijk 'on hold' gezet. Zodra er meer duidelijkheid is omtrent samenwerking wordt dit dossier met urgentie opgepakt. Medio 2020 is de Meldkamer Zeeland-Brabant gehuisvest in Bergen op Zoom. Een vleugel van de Segeerssingel 10 staat sindsdien leeg. Er is in 2021 nog een bedrag van € 100.000 voorzien voor investeringen in o.a. de klimaatinstallatie. Het gebouw plus de verbouwingskosten worden in 25 jaar afgeschreven zonder rekening te houden met een restwaarde. Uiteindelijk resteert de waarde van de grond op de balans. In de begroting 2022 is voor onderhoud een totaalbedrag van € 76.400 opgenomen. Onderhoudskosten kantoren VRZ (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel)

Gebruikers- en eigenaarsonderhoud

Realisatie

Begroting 2021

Programma

2020

(na wijziging)

begroting 2022

56.386

70.500

76.400

Segeerssingel 10 Middelburg

Kantoormeubilair

1.164

Investeringsplan 6

Aanpassingen Segeerssingel 10, GMZ

15.000

135.000

Aanpassingen installaties Segeerssingel 10

29.779

100.000

Totaal

102.329

205.500

76.400

Naast de Segeerssingel 10 te Middelburg bevinden zich o.a. op de kazernes Middelburg Stromenweg, Goes Oranjeweg, Borssele Quistenburg en Terneuzen Koegors kantoren van VRZ. Ook op een aantal kleinere posten zijn werkruimtes beschikbaar. Onderhoud en vervanging brandweerposten

Het eigendom van de brandweerposten en het beheer daarvan is in 2013 niet aan VRZ overgedragen. Voor alle brandweerposten is een verdeling van de verantwoordelijkheid voor het onderhoud afgesproken. Het Algemeen Bestuur heeft hiervoor in 2013 een zogenaamde demarcatielijst vastgesteld. Hierbij geldt dat het (gebruikers)onderhoud van de in de demarcatielijst onder de kolom "VRZ" opgenomen zaken voor rekening komt van VRZ. De kosten voor onderdelen die wortel- en nagelvast zijn, zijn voor rekening van de gemeenten. De kosten voor de losse inventaris zijn voor rekening van VRZ. De bestaande inventaris is in 2013 'om-niet' overgedragen aan VRZ. Voor de

6 Investeringen in de huisvesting volgen op besluitvorming op het onderzoek naar de samenwerking VRZ, GGD, RUD.

49

Veiligheids

vervanging is dus geen financiële ruimte overgedragen. Hiervoor is € 25.000 per jaar voorzien (op het investeringsplan). Afschrijving zal plaatsvinden in 10 jaar. In de Notitie Huisvesting brandweerposten, die op 1 maart 2018 in het AB is vastgesteld, zijn de uitgangspunten voor oprichting en vervanging vastgesteld. Indien binnen een gemeente brandweerposten worden gesloten of nieuwe brandweerposten worden opgericht, dan zijn de investeringslasten in eerste instantie voor de betreffende gemeente. De gemeente brengt daarbij de kapitaallasten in die de gemeente ook in de begroting zou (moeten) verwerken voor het vervangen van de bestaande brandweerpost. Een nieuwe brandweerpost heeft minimaal twee uitrukdeuren of verlengde diepte. Indien (een) extra deur(en) of verlengde diepte noodzakelijk is/zijn voor regionaal materieel van de basis brandweerzorg, dan zijn de kosten voor:

a) individuele gemeente, bij een gelijke situatie; b) alle gemeenten, indien meer uitrukdeur(en) gewenst zijn dan in de huidige situatie; c) als er sprake is van frictiekosten vindt hierover overleg plaats tussen partijen. Onderhoudskosten brandweerposten(exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel)

Gebruikersonderhoud brandweerposten

Realisatie

Begroting 2021

Programma

2020

(na wijziging)

begroting 2022

203.187

119.700

126.600

35.000

Gebruikersonderh. brandweerposten (INC)

Eigenaarsonderhoud Stadsgewest

69.768

71.000

72.000

17.108

12.800

25.528

25.000

25.000

30.000

30.000

295.500

253.600

Vlissingen-Middelburg7 Energiebesparende maatregelen

Investeringsplan Vervanging inventaris brandweerposten

Inventaris nieuwe kazerne Rilland Totaal

315.991

7 Na onderzoek is gebleken dat de Stadsgewestelijke Brandweer Middelburg-Vlissingen (SGB) abusievelijk het volledige onderhoudsbudget,

bedoeld voor zowel het eigenaarsonderhoud en het gebruikersonderhoud, heeft overgedragen aan VRZ. Afgesproken is dat voor het eigenaarsonderhoud jaarlijks tot een bedrag van € 68.000 in rekening gebracht mag worden bij VRZ. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.

50

$

Veiligheids

1.2.2 Paragraaf Bedrijfsvoering Visie en kernwaarden VRZ

Zoals in de inleiding reeds is aangegeven zal medio 2021 het nieuwe beleidsplan worden vastgesteld. Afhankelijk van de ambities in dit beleidsplan wordt de (meerjaren)begroting 2022 bijgesteld. Onderzoek

Begin 2021 is een onderzoek gestart naar de mogelijkheid voor een eventuele samenwerking tussen GGD, RUD en VRZ. Bij alle drie de organisaties zijn medewerkers, onder leiding van een extern bureau, gestart met het verkennen van de mogelijkheden tot samenwerking. De uitkomsten van dit onderzoek worden in het 2e halfjaar 2021 verwacht. Rechtmatigheidsverantwoording vanaf 1 januari 2021.

Vanaf 2021 moeten naast gemeenten ook gemeenschappelijke regelingen een rechtmatigheidsverantwoording afgeven. Een rechtmatigheidsverantwoording is een verantwoording van het DB aan het AB waarin ze aangeeft dat de organisatie rechtmatig heeft gehandeld. Rechtmatig handelen is handelen conform/ voldoen aan wet- en regelgeving. Het gaat hierbij om financiële rechtmatigheid. De accountant gaf tot en met 2020 een verklaring af over getrouw beeld en financiële rechtmatigheid. Dat laatste komt nu bij DB te liggen. De accountant geeft vanaf 2021 een verklaring af over het getrouw beeld inclusief getrouw beeld bestuur verantwoording. Hierbij wordt meer gesteund op de verbijzonderde interne controle. Het jaar 2021 wordt benut om de organisatie en interne beheersing zodanig in te richten dat het afgeven van deze verantwoording door het Dagelijks Bestuur mogelijk is. Bij de voorbereiding wordt samengewerkt met de Zeeuwse Gemeenten en andere gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast vindt ook landelijke samenwerking plaats tussen veiligheidsregio's om het afgeven van een rechtmatigheidsverantwoording mogelijk te maken. Doelmatigheid

In 2023 wordt een doelmatigheidsonderzoek uitgevoerd door controllers van Zeeuwse gemeenten Doorzetten van de ingezette ontwikkeling en ondersteunen meerjarenbeleidsplan 2022-2025

Het woord bedrijfsvoering staat voor het besturen en beheersen van de organisatie, c.q. van de bedrijfsprocessen. In organisaties wordt het woord ook veel gebruikt voor ondersteunende werkzaamheden, denk aan personeel, informatie(-voorziening), organisatie, facilitair, financiën, automatisering en huisvesting. Op en over deze zogenaamde PIOFAH-functies is VRZ trots, maar VRZ is zich ervan bewust dat het altijd beter kan en moet. Na het voor Bedrijfsvoering intense Corona-jaar 2020 volgde 2021 waarin de basis is gelegd voor een verdere verbetering van de bedrijfsvoering. In 2020 hadden veel medewerkers binnen bedrijsfvoering een functie in de crisisorganisatie, moest het (thuis-) anders-werken worden ondersteund/gerealiseerd, moest er zelf vooral vanuit huis worden gewerkt en "bleef de winkel open": de reguliere producten zijn geleverd. Als gevolg van het jaarplan Bedrijfsvoering 2021 is Bedrijfsvoering beter geworden wat betreft aansluiting op de wensen en noodzaken van de primaire taken van de VR Zeeland. Binnen geheel VRZ is vanaf 2020 projectmatig werken geïncorporeerd. Het meerjarenbeleidsplan 2022-2025 verandert de opgaven voor de organisatie én voor Bedrijfsvoering. De organisatie moet: wendbaarder, digitaler, meer data-ondersteund, meer duidelijke rol- en verantwoordelijkhedenverankering en nog bedrijfsmatiger/zakelijker, worden.

Op het moment van dit schrijven is nog onbekend welk meerjarig beleid bestuurlijk wordt voorgestaan, maar de externe ontwikkelingen leiden naar verwachting tot veranderingen. Ook onbekend is of en wat de financiële consequenties hiervan zijn. Eventuele financiële gevolgen zullen volgens de reguliere besluitvormingsprocessen worden aangeboden. In 2021 heeft bedrijfsvoering stappen gezet om voorliggende ontwikkelscenario's mogelijk te maken. 51

$

Veiligheids

Uit externe onderzoeken (2017 Twijnstra Gudde en 2020 Berenschot) blijkt overigens dat met relatief weinig mensen, veel en goed werk wordt verzet op het gebied van bedrijfsvoering. Speerpunten voor bedrijfsvoering in 2022

De focus ligt voor Bedrijfsvoering op het managen van ons menselijke kapitaal, digitalisering en risico's:

menselijk kapitaal is belangrijkste succesfactor van de organisatie digitalisering risicomanagement: risico's zijn bijvoorbeeld overvraag, terugval op oude gewoontes en kwetsbaarheid in solofuncties. Het menselijk kapitaal managen betekent onder meer het ontwikkelen en introduceren van Strategische Personeelsplanning (SPP). Ons kennisintensieve en specialistische werk vraagt dat we meerjarig vooruitkijken om ook in de toekomst te kunnen blijven voorzien in de invulling van operationele functie bij de brandweer en crisisbeheersing, met name voor de operationele hoofdstructuur. Met de introductie van een ERP-systeem per 1 januari 2021 is een goede aanloop genomen voor het werken aan een digitale organisatie. Het biedt onder meer betere mogelijkheden om de stuurinformatie op operationeel en het personeelsgebied te verbeteren. Daarnaast moeten de bestuurlijk besluiten in het meerjarenbeleidsplan worden ondersteund in implementatie en uitvoering. Belangrijkste antwoorden op drie focuspunten is het doorzetten van de lijn uit 2021. Dat betekent dat in de uitvoering van het jaarplan 2022 door Bedrijfsvoering grote aandacht moet zijn voor proceskwaliteit.

Sinds de start van de veiligheidsregio is gewerkt met een begroting die onder druk staat en die steeds onder druk heeft gestaan. Dat heeft van meet af aan geresulteerd in krappe bemensing van de (bedrijfsvoerings-)taken en heeft verbeteringsinitiatieven soms gesmoord of vertraagd. Met de vertragende economische conjunctuur in 2020 en 2021 en met gemeentelijke partners, die financieel onder druk staan, ligt het niet in de lijn der verwachtingen dat hier snel verandering in komt. Met het oog op het nieuwe meerjarenbeleidsplan 2022-2025 moeten de verwachtingen daarom worden gemanaged en bezien worden wat voor versterking echt nodig is. Dat betekent ook dat er begrip moet zijn dat Bedrijfsvoering niet (direct) aan alle verwachtingen invulling kan geven en dat iedere nieuwe impuls vanuit de organisatie kritisch moet worden afgewogen op noodzakelijkheid en bijdrage aan de organisatiedoelen.

52

Veiligheids Organogram

Vanaf 2018 ziet de organisatie er als volgt uit:

Z

Bestuur y

z

z Commandant Brandweer/

Directeur GHOR

Bestuurssecretaris

X.

z

z

X X

Control & Audit

Coördinerend gem.

secretaris

X

/

X Gemeenschappelijke

Brandweerzorg

Meldkamer (weg per

F

Cluster-

Risico- en

Crisisbeheersing

juni 2020)

X

k

y

✓

y Crisisbeheersing

Directiestaf

commandanten

x

Bevelanden /

HRM

Tholen,

GHOR

z

Walcheren / Schouwen-

f

Financiën

Du iveland,

Bevolkingszorg

Zeeuws-

W

z

Vlaanderen

y

I &A

Risicobeheersing ITR

"X

X

Operationele

z

X

Z

/

Facilitair

Voorbereiding

z

Risicobeheersing WWR

X

Vakbekwaam­

heid

Z

z

X Materieel Techniek Logistiek

X

y

53

i i i i i i i i i i i i i i i i i i i i i i i i i i i i i i i i i i i i i

$

Veiligheids

1.2.3 Paragraaf Financiering Inleiding

De paragraaf financiering is samen met het treasurystatuut voorgeschreven in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido). De wet is per 1 januari 2001 in werking getreden. Algemeen

Het streven naar de optimale financiering van de gemeentelijke inkomsten en uitgaven (op korte en lange termijn) noemen we treasury-functie. Om deze functie goed uit te voeren, kijken we naar de liquiditeitsontwikkeling van de gemeente en de renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt in Nederland. De treasury-functie voeren wij uit binnen de normen van de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording), de Wet FIDO(Wet Financiering Decentrale Overheden), de Wet HOF (Wet Houdbare Overheids Financiën) en het Treasurystatuut. Doelstelling

Het treasurybeleid van de VRZ is gericht op de ondersteuning van de uitvoerende werkzaamheden en heeft een risicomijdend en voorzichtig karakter. Uitgangspunten zijn: Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden; De risico's die aan de financiële transacties zijn verbonden zoveel mogelijk te beheersen en beperken; het betreft het renterisico's, koersrisico's en het debiteuren-/crediteurenrisico; De rentelasten van de leningen zoveel mogelijk beperken; Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. Financiering

Bij financiering gaat het om de vraag hoe we aan financiële en liquide middelen komen (door het aangaan van geldleningen). Om vooral de financieringsrisico's te beperken staan in de WET FIDO twee instrumenten: de kasgeldlimiet en de rente risiconorm. In de Wet HOF zijn de bepalingen opgenomen die betrekking hebben op het beleggen van overtollige financieringsmiddelen bij de Schatkist, het zogenaamde schatkistbankieren. Dit zijn de drie indicatoren voor het treasury-beleid. Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is een instrument om de renterisico's op de netto vlottende schuld te beheersen en bedraagt voor gemeenschappelijke regelingen 8,2% van het begrotingstotaal. Voor VRZ bedraagt de limiet: Berekening kasgeldlimiet________________

2022

Omvang van de begroting op 1 januari 2022 Kasgeldlimiet in procenten van de omvang Kasgeldlimiet in bedrag________________ Totaal netto vlottende schuld, 31-12-2020 Ruimte

€37.082.827 8,20% €3.040.792 -€5.713.231 €8.754.023

Het positieve saldo zal naar verwachting de komende jaren ingelopen worden door aflossingen op de langlopende schuld, een toename van de activa, een afname van de vooruit ontvangen subsidies en een afname van de reserves.

54

$

Veiligheids

Renterisico op langlopende schuld

Evenals bij de korte schuld is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van VRZ als gevolg van renteschommelingen bij lange financiering een belangrijk uitgangspunt. Om de effecten van deze schommelingen te beheersen is in de wet Fido de renterisiconorm opgenomen. Deze heeft het doel renterisico's op de vaste schuld te beheersen door het aanbrengen van een spreiding in de looptijden van de leningenportefeuille. Door onze langlopende financiering te realiseren binnen de kaders van de renterisiconorm wordt het renterisico van de langlopende schuld op verantwoorde wijze beheerst.

Leningenportefeuille Leningenportefeuille Looptijd Opnamedatum

Leningnummer

Hoofdsom

40.110.820 40.110.839

3.100.000 4.000.000

25 15

40.111.707 40.110.883

20.000.000 2.000.000

40.110.882 Totaal

2.000.000

Aflossing/jaar

Rente

20-1-2017 15-9-2017

124.000 266.667

1,30% 1,07%

17 15

14-2-2018 2-1-2019

1.176.471 133.333

1,22% 1,45%

15

2-1-2020

133.333 1.833.804

1,67%

Gemiddeld in 2022

1,26%

Renterisico op de leningenportefeuille Berekening renterisiconorm

Begrotingstotaal

2022

2023

2024

2025

€ 37.082.827

€37.236.381

€37.724.831

€38.158.581

20%

20%

20%

20%

€7.416.565

€7.447.276

€ 7.544.966

€7.631.716

2022

2023

2024

2025

€0

€0

€0

€0

Aflossingen

€ 1.883.804

€ 1.883.804

€ 1.883.804

€ 1.883.804

Renterisico

€ 1.883.804

€ 1.883.804

€ 1.883.804

€ 1.883.804

Renterisiconorm

€7.416.565

€7.447.276

€ 7.544.966

€7.631.716

Ruimte onder renterisiconorm

€5.532.761

€5.563.472

€5.661.162

€5.747.912

Overschrijding renterisiconorm

€0

€0

€0

€0

Percentage regeling Renterisiconorm

Renteherziening op vaste schuld o/g

Uitzettingen

In 2013 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF). Deze wet bepaalt onder meer dat Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Daarmee worden de tekorten van gemeenten of provincies door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort, dat volgens de EU-regels niet meer dan 3% mag bedragen (zie 2.3.2 Geprognosticeerd EMU-saldo). Het (eventuele) positieve saldo op de bank wordt dagelijks afgeroomd door het Ministerie van Financiën in het kader van 'het schatkistbankieren'. Het wetsvoorstel verplicht alle decentrale overheden, dus ook VRZ, om hun overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Het woord 'overtollig' verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Een decentrale overheid behoudt, op basis van de wet Fido, de mogelijkheid om leningen te verstrekken en uitzettingen te verrichten uit hoofde van de publieke

55

Veiligheids

taak. Deelname aan schatkistbankieren verandert daar niets aan. Tegelijkertijd met de wet is een ministeriële regeling van kracht geworden. Onderdeel van die regeling is de rekeningcourantovereenkomst die iedere decentrale overheid krijgt met de Staat der Nederlanden. Financieringsbehoefte en ontwikkeling rentelasten 2021

2022

2023

2024

2025

Liquide middelen 1/1

13.401.884

4.580.419

-48.360

-2.804.444

-2.430.475

Investeringsplan Afschrijvingen

-7.035.448 3.027.877

-5.112.220 3.451.682

-12.741.800 3.532.403

-9.054.975 4.005.748

-5.539.400 4.536.160

Mutatie Eigen vermogen Mutatie Overl. passiva met spec, bestedingsdoel

-2.199.036 -781.054

-834.436 -300.000

-512.883 0

-243.000 0

-72.750 0

Aflossingen

-1.833.804

-1.833.804

-1.833.804

-1.833.804

-1.833.804

Liquide middelen 31/12

4.580.419

-48.360

-11.604.444

-9.930.475

-5.340.269

Financieringsbehoefte

0

0

8.800.000

7.500.000

4.300.000

4.580.419

-48.360

-2.804.444

-2.430.475

-1.040.269

Totaal *) Rente (kort) over financieringsbehoefte Rente (lang) over financieringsbehoefte Planningsoptimisme Rente over lopende leningen Totaal

0

0

o

o

o

o

o

0 352.878 352.878

303.800 303.800

88.000 -30.000 280.800 338.800

251.000 -30.000 248.900 469.900

369.000 -30.000 200.900 539.900

0

*) Negatieve bedragen worden gefinancierd met kort geld binnen de kasgeld limiet (tegen een rekenrente van 0%)

De komende jaren is er sprake van een fors investeringsprogramma. Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 1.2.1 'Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen'. De boekwaarde van de activa stijgt daardoor van € 25 mln. in 2020 naar circa € 46 mln. in 2025. De lange termijnschulden van VRZ nemen mede hierdoor toe van € 27 mln. in 2020 naar circa € 39 mln. in 2025. De stijging van de lange termijn schulden is geringer dan de stijging van de boekwaarde van de activa, vooral omdat er eind 2020 nog ruim € 13 mln. aan liquide middelen beschikbaar is (schatkistbankieren). Voor de stand en het verloop van de reserves wordt verwezen naar paragraaf 2.3.3.

56

$

Veiligheids

1.2.4 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding

Binnen de private en publieke sector is sprake van toenemende aandacht voor het inzicht in en de beheersing van risico's. Het spectrum van veiligheidsregio's vormt hierop geen uitzondering. Risicomanagement is daarom een vast onderdeel van goed bestuur (Good Governance) en een belangrijk middel om de continuïteit van de organisatie te waarborgen. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 19 december 2013 is de 'Notitie Risicomanagement en weerstandsvermogen' vastgesteld. Hierin is het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's aangegeven. De notitie is ook in 2022 nog steeds actueel. In deze notitie worden de termen risico's, weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen als volgt gedefinieerd: Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate VRZ in staat is om omvangrijke tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid aanzienlijk moet worden aangepast. Het gaat daarbij om de verhouding tussen de weerstandscapaciteit, ofwel de beschikbare (financiële) middelen die zonder ingrijpende beleidswijzigingen beschikbaar zijn en de risico's.

Risico's moeten in dit verband worden opgevat als reële, doch niet altijd te kwantificeren, bedreigingen die, ook nadat maximale inspanningen zijn verricht om het optreden ervan te voorkomen, of de gevolgen ervan te verminderen, kunnen leiden tot uitgaven die niet begroot zijn.

Een nuttig instrument om risico's efficiënter en effectiever te beheersen en tegelijkertijd organisatiedoelstellingen te realiseren is risicomanagement. Het managen van risico's geeft geen garantie dat gebeurtenissen met een negatief gevolg niet (meer) zullen optreden, maar het geeft de organisatie wel tools om zich bewust te worden en blijven van mogelijke risico's en middels beheersmaatregelen te anticiperen op het plaatsvinden ervan.

Naast de interne behoefte om risico's in beeld te hebben en te beheersen is er ook vanuit het Rijk wetgeving opgelegd omtrent risico's. In het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) wordt in artikelen 9 en 26 gesteld dat in ieder geval in de begroting en de jaarrekening een paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt opgenomen. In deze paragraaf worden ten minste opgenomen:

een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; een inventarisatie van de risico's; het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's. Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit is in artikel 11 BBV omschreven als "de middelen en mogelijkheden waarover een organisatie beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken". Volgens de 'Notitie weerstandsvermogen en risicomanagement' wordt de beschikbare weerstandscapaciteit bepaald aan de hand van de post onvoorzien en de algemene reserve. Aanvullend is vanuit de VZG bepaald dat het onbestemde deel van de bestemmingsreserves onder beschikbare weerstandscapaciteit wordt gerangschikt. De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven.

57

Veiligheids

Op basis van de jaarrekening 2019 heeft de algemene reserve van VRZ eind 2019 een saldo van € 1.490.829. De concept-jaarrekening 2020 laat een positief resultaat zien. Het bestuur zal worden voorgesteld de algemene reserve aan te vullen tot het maximum-saldo van € 1.841.733. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt daarmee begin 2022 naar verwachting: Algemene reserve Onttrekking begroting 2021 Post onvoorzien Totaal

€ 1.841.733 -/- € 334.403 € 50.000 € 1.557.330

De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt daarmee eind 2022 naar verwachting:

Algemene reserve Onttrekking begroting 2022 Brandweerzorg 2030 (in 2022) Post onvoorzien __ Totaal

€ 1.507.330 -/-€ 311.003 -/- € 200.000 € 50.000 € 1.046.327

Benodigde weerstandscapaciteit

Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen moet de beschikbare weerstandscapaciteit afgezet worden tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De risico's die VRZ loopt zijn bepalend voor de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit. Om de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen is het noodzakelijk de risico's te voorzien van een kwantificering van zowel kans als financiële gevolgen. Door de maximale gevolgen van de individuele risico's bij elkaar op te tellen ontstaat een te negatief oordeel over het weerstandsvermogen. Immers, het is vrijwel zeker dat niet alle risico's zich tegelijkertijd voor zullen doen. Daarnaast zal niet ieder risico zich daadwerkelijk in de maximale omvang voordoen. Een aantal risico's is qua omvang en waarschijnlijkheid niet in te schatten. Risico's

Kans op

Impact

Benodigde

optreden in

2022

weerstands­

2022 in %

01

Later of niet realiseren van de structurele taakstelling 2022

capaciteit 2022

10%

90.000

9.000

50%

226.000

113.000

50%

50.000

25.000

50%

100.000

50.000

90%

60.000

54.000

5%

100.000

5.000

Nvt in 2022

Nvt in 2022

Nvt in 2022

ad €90.674_____________________________________________ 02

In de begroting 2021 en 2022 is uitgegaan van een loonstijging van respectievelijk 2% (na aftrek van de ABPpremiestijging vanaf 2021) en 0,6 % cfm vzg norm. Samen 2,6% voor de periode 2021 en 2022. De VZG norm wordt vergoed via de gemeentelijke bijdragen. De werkelijke loonstijging, als gevolg van de onderhandelingen voor de cao

vanaf 2021, kan hiervan afwijken. Bv. 3,6% over € 22.600.000. Het verschil nacalculatorisch is dan 1% nadelig 03

Risico op een lagere rijksbijdrage (BDUR) als gevolg van ontwikkelingen in de verdeelmaatstaven in Nederland in relatie tot Zeeland en/of een lagere loon- en prijscompensatie dan geraamd

04

Werkgevers in de sector Overheid en Onderwijs zijn verplicht

eigenrisicodrager voor de Werkloosheidswet (WW). Als eigenrisicodrager voor de WW betaalt VRZ de kosten van de WW-uitkering, als (ex)-werknemers werkloos worden 05

Risico dat de bijdrage voor het project Externe Veiligheid (BEVI) vanaf 2022 gedeeltelijk wordt ontvangen. De eerdere bijdrage bedroeg € 98.600. Te verwachten is ca. € 38.000

06

Risico dat de bijdrage van North Seaports (Maritieme Veiligheid) na 2022 gedeeltelijk wordt ontvangen of niet voor het volledige bedrag van € 175.000

07

Risico dat de bijdrage van NV Westerscheldetunnel (tunneltraining) na 2024 niet meer wordt ontvangen. Er is een overeenkosmt afgesloten tot 2024.

58

Veiligheids 08

Claims agv wetgeving zoals de AVG. De bewaker hiervan is de autoriteit persoonsgegevens en deze heeft de mogelijkheid

10%

100.000

10.000

50%

30.000

15.000

25%

175.000

44.000

50%

300.000

150.000

om boetes opte leggen (tot ca. 4% jaaromzet)

09

Risico dat de feitelijke kosten van de exploitatie van de gezamenlijke Meldkamer Zeeland-Brabant hoger zijn dan

begroot. Er is nog sprake van afbouw van de formatie. Dit risico is al deels afgedekt met de reserve meldkamer. 10

Risico op hogere kosten vrijwilligers indien meerdere grote incidenten in een jaar voorkomen_________________________

11

Uitval in die gevallen waarin slechts één persoon bepaalde werkzaamheden verricht (inhuurtbv vervanging van één

persoon). Ivm risico op langdurige crisis wordt dit hoger geacht dan in begroting 2021_____________________________

12

Uitval online ICT diensten

2%

50.000

1.000

13

Claim volgens het niet (goed/volledig) uitvoeren van de Wet

10%

75.000

7.500

14

Stijging brandstofprijzen. Impact is gekwantificeerd op basis van een prijsstijging van ca. 15%

25%

40.000

10.000

Risico op een hogere bijdrage aan het Instituut Fysieke

25%

40.000

10.000

Nvt in 2022

Nvt in 2022

Nvt in 2022

10%

200.000

20.000

50%

150.000

75.000

20%

7.500.000

1.500.000

10%

50.000

€5.000

PM

PM

PM

10%

400.000

40.000

Ransomware of andere externe aanval op ICT infrastructuur met financiële schade tot gevolg

10%

250.000

25.000

De voertuigenverzekering is voor de oudere (brandweer)

10%

50.000

5.000

Poortwachter

15

Veiligheid (IFV) voor VRZ

16

Rentestijging financieringsbehoefte in 2022

17

Risico op juridische procedures, onder andere bij aanbestedingstrajecten en arbeidsgeschillen

18

Het vergroten van de beschikbaarheid van vrijwilligers vormt een belangrijk aandachtspunt de komende jaren. Het risico op uitstroom van brandweervrijwilligers mede als gevolg van

vergrijzing, groter dan de instroom, zou extra kosten voor

wervingscampagnes en opleidingen tot gevolg kunnen hebben om de posten op sterkte te houden. Impact is

gebaseerd op de inkoop van een extra opleiding Manschap A voor 12 manschappen ( € 150.000)________________________

19

Naar verwachting wordt in de loop van 2021/2022 duidelijk wanneer en op welke wijze de wet Normalisering rechtspositie ambtenaren ingevoerd wordt voor brandweerpersoneel. Deze wet zorgt ervoor dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde arbeidsrechtelijke positie krijgen als

werknemers in het bedrijfsleven en op grond van een

arbeids-overeenkomst werkzaam zijn. De loonkosten kunnen hierdoor stijgen en de WnRA kan leiden tot (gedeeltelijke of volledig) einde van vrijwillige brandweer. De invoering leidt tot taakdifferentiatie tussen beroeps en vrijwilligers. Dit meerjarig traject is onderdeel van de kabinetsformatie 2021 Vanuit het veiligheidsberaad is gesteld dat financiering van

het rijk een ontbindende voorwaarde is. Kans op optreden is om bovenstaande redenen geschat op 20%. Het totaalrisico op 7,5 mln voor Zeeland. Naar schatting is minimaal 1 a 2

jaren gemoeid met implementatie. Voorzichtigheidshalve is

rekening gehouden met een impact voor 2022. De jaren erna kan ditzelfde risico zich eveneens in deze vorm voordoen 20

Overschrijding van de belastingvrije ruimte WKR met als risico toonheffing verschuldigd zijn over het bedrag van de overschrijding. De ruimte is inmiddels gebudgetteerd; het risico is daarom verlaagd naar 10%

21

De aanleg en onderhoud van primaire bluswatervoorzieningen is de verantwoordelijkheid van gemeenten. Bij niet voldoende aanwezigheid van primaire bluswatervoorzieningen loopt VRZ operationeel risico en

daardoor imagoschade en/ of claims van derden____________ 22

Langdurige gripsituatie i.v.m. bijzondere (langdurige) rampen en crisis met extra kosten tot gevolg zoals bijvoorbeeld Covid19 in 2020/2021_________________________________________

23 23

teruggebracht naar een WA-dekking voertuigen (>15 jr. voor zware voertuigen en >8 jr voor dienstvoertuigen). Dit brengt

het risico met zich mee dat in geval van een ongeval, waarbij een ouder voertuig is betrokken, met schuld VRZ,

restwaarden moeten worden afgeboekt zonder dat er een verzekeringsvergoeding tegenover staat

59

Veiligheids 24

De toenemende aanscherping van regelgeving rondom P-fas houdende middelen kan mogelijk leiden tot versnelde

25

VRZ wordt per 2022 of 2023 eigen risicodrager bij ongevallen.

50%

200.000

100.000

25%

100.000

25.000

€ 10.336.000

€ 2.298.500

afschrijving van blusschuim

Op dit moment hebben alle veiligheidsregio's nog een ongevallenverzekering. Voorgaande komt onder meer voort uit de marktwerking bij verzekeringsmaatschappijen. De

mate waarin het eigenrisicodragerschap vorm gaat krijgen,

wordt nog bepaald.______________________________________ Totaal

Beoordeling weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Beschikbare weerstandscapaciteit Deze uitkomst wordt gepresenteerd in de vorm van een ratio: Benodigde weerstandscapaciteit

Op basis van de financieel berekende risico's in de begroting 2022 is de ratio weerstandsvermogen begin en eind 2022: Begin 2022:

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

€ 1.557.330 € 2.298.500

= 0,68

Eind 2022:

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

€ 1.046.327 € 2.298.500

= 0,46

Op basis van de gehanteerde normeringsystematiek door VRZ wordt het weerstandsvermogen van VRZ begin 2022 en eind 2022 respectievelijk als "onvoldoende" en "ruim onvoldoende" geclassificeerd. Indien risico's daadwerkelijk cumulatief optreden, kan dit mogelijk wel leiden tot een negatief resultaat. In de Notitie risicomanagement en weerstandsvermogen is een maximum bepaald aan het aan te houden weerstandsvermogen. Inmiddels is de gemeenschappelijke regeling 2017 VRZ vastgesteld. Conform de VZG-richtlijn is hierin opgenomen artikel 25 : "Veiligheidsregio Zeeland vormt een reserve ten laste van de gemeentelijke bijdragen aan de uitvoeringskosten tot maximaal 5% van de jaaromzet, inclusief de bijdrage van de deelnemers." Dat betekent voor 2022 een maximale reserve van 5 % van € 37.082.827 = € 1.854.141. De beschikbare weerstandscapaciteit is, rekening houdend met het bestedingsvoorstel van het resultaat van de jaarrekening 2020 en de begroting 2021, begin 2022 aanzienlijk lager dan de maximaal toegestane weerstandscapaciteit en zelfs ruim onvoldoende.

Verloop van de kengetallen Verloop van de kengetallen illen

Netto schuldquote (NSQ) NSQ gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

2023 2023

2024

2020

2021

Jaarrekening

ïgroting

56,11%

72,42%

73,53%

106,33%

118,85%

120,44%

56,11%

72,42%

73,53%

106,33%

118,85%

120,44%

12,33%

7,69%

5,39%

3,10%

2,14%

1,87%

0

0

0

0

0

0

Nvt Nvt

Nvt Nvt

Nvt Nvt

Nvt Nvt

Nvti Nvt

Nvt Nvt

2022

2025

Begroting Meerjarenraming Meerjarenraming Meerjarenraming

De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van VRZ ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen is voor VRZ gelijk aan 60

de netto schuldquote. De netto schuldquote neemt naar verwachting toe.

$

Veiligheids

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin VRZ in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van VRZ bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. De solvabiliteitsratio neemt naar verwachting af.

Het financiële kengetal "structurele exploitatieruimte" geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de organisatie in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. De structurele exploitatieruimte bestaat uit het saldo van de structurele baten en structurele lasten. VRZ beschikt in de begroting en meerjarenraming niet over structurele exploitatieruimte.

Verwezen wordt naar paragraaf 2.3.1 "Prognose begin- en eindbalans 2021 t/m 2025' voor meer toelichting op het verloop van de kengetallen.

61

Veiligheids

1.2.5 Paragraaf Verbonden partijen Verbonden partijen zijn in het Besluit 'Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten' gedefinieerd als: privaat- of publiekrechtelijke organen, waarin de provincie of gemeente c.q. de gemeenschappelijke regeling een bestuurlijk en financieel belang heeft. Operationeel Centrum Veiligheidsregio/Brandweer (OC VR/Brw)

Doel en belang

Deelnemers

Bestuurlijk belang

Financieel belang

Risico's

Portefeuillehouder

Het door het OC VR/Brw bieden van een snelle en effectieve hulpverlening aan de burger, waarbij deze zoveel mogelijk in het eerste contact geholpen wordt, en het snel en effectief begeleiden en coördineren van de hulpdiensten in Zeeland en Midden-West-Brabant. De doelstelling van één meldkamerorganisatie is ook dat de Meldkamers eikaars werk kunnen overnemen, zodat zij elk incident in heel Nederland kunnen afhandelen, onafhankelijk van waar het zich voordoet. VRMWB en VRZ De besturen van de veiligheidsregio's hebben een convenant gesloten, dat afspraken bevat over de uitvoering van de meldkamerfunctie. Indien geschillen ontstaan met betrekking tot de uitleg of uitvoering van de bepalingen in dit convenant treden de algemeen besturen van partijen met elkaar in overleg om in gezamenlijkheid tot een voor iedere partij aanvaardbare oplossing te komen. De verdeling van de kosten van de brandweermeldkamer (inclusief CaCofunctie) vindt plaats op basis van inwoneraantallen van beide Veiligheidsregio's (74% VRMWB - 26% VRZ). Na verloop van een periode van vier jaar, voor de eerste keer ten behoeve het jaar 2024 wordt de verdeelsleutel op basis van de nieuwe inwoneraantallen opnieuw vastgesteld. Eind 2020 was er nog sprake van een hogere bezetting dan de afgesproken formatie. De bezetting zal worden afgebouwd.

Ook is er sprake van tijdelijke reiskosten woon-werkverkeer in de periode 2020-2025 (5 jaar). De komende jaren kan hierdoor nog sprake zijn van hogere kosten. In de loop van 2021 zal een nieuwe (meerjaren)begroting opgesteld worden. Tijdelijke, extra kosten worden opgevangen met de reserve meldkamer. Dhr. J. Lonink Mw. E. van der Reijden, lid beheeroverleg OC VR/BRW

62

Veiligheids

1.2.6 Paragraaf Taakstelling De programmabegroting 2020 was sluitend door het opnemen van een algemene structurele taakstelling. De afgelopen jaren hebben we al stevig ingezet op het verminderen van structurele uitgaven. In de begroting 2020 en 2021 was het met huidige koers en beleid niet mogelijk om deze sluitpost geheel structureel om te buigen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10237500/1