CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB Wind in de Zeilen - bijlage 2 DCC-Plan

Informatiebijeenkomst 17 februari 2023, gemeente VlissingenBij agendapunt: Stukken12.387 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

•

Het DCC als financier van onderwijsontwikkelingsprojecten. Het DCC financiert zowel de ontwikkeling van nieuwe opleidingen bij HZ en Scalda als de ontwikkeling en uitvoering van de doorlopende leerlijn op het gebied van Duurzame Delta Transities. Voor wat betreft de nieuwe opleidingen bij HZ en Scalda gaat het alleen om financiering van het ontwikkeltraject. Daarna dalen de opleidingen in in de reguliere

Delta Climate Center Plan 10 februari 2023

30

onderwijsbekostiging. Voor wat betreft de doorlopende leerlijn gaat het om wijzigingen die nodig zijn in bestaande opleidingen, ontwikkeling van nieuwe cursussen, ontwikkeling van challenge-based studentenprojecten, ontwikkeling van extra curriculaire activiteiten en bekostiging van tijdelijk verblijf van WO-studenten in Zeeland. •

Het DCC als financier van begeleidingskosten van bachelor- en masterstudenten die in onderzoeksprojecten worden ingezet. Deze begeleidingskosten kunnen door het DCC worden vergoed voor zover deze niet uit de reguliere onderwijsbekostiging kunnen worden vergoed (bijvoorbeeld in het geval van NIOZ en WR) of die vergoeding aantoonbaar ontoereikend is.

Het DCC mag geen concurrent worden van de zes partijen die in het DCC samenwerken. Daarom mag het DCC geen opdrachtnemer zijn en kan acquisitie alleen plaatsvinden in naam van, en in lijn met de randvoorwaarden van, de samenwerkende partijen. Tarifering Het DCC financiert onderzoeksactiviteiten in principe op basis van IKS-tarifering. Daarmee wordt recht gedaan aan de verschillen in tarievenstructuur tussen de betrokken kennisinstellingen. Investeringen in het onderwijs worden daarentegen tegen kostprijs begroot en geïndexeerd. De begeleiding van bachelor- en masterstudenten (bij DCCgerelateerde stages en scripties) wordt uit het onderwijsbudget betaald op basis van kostprijs, maar met als randvoorwaarde dat de besteding van deze middelen alleen kan in overeenstemming met en gericht op de DCC-onderzoek-impact-keten. Daarbij geldt tevens dat studentbegeleiding alleen gefinancierd kan worden als dat niet via de reguliere onderwijsbekostiging mogelijk is. DCC-budget en budgetverdeling Voor het DCC is een budget beschikbaar van 88,4 miljoen euro voor een periode van 10 jaar. Dat budget bestaat uit een bijdrage van de rijksoverheid van 68,4 miljoen euro (waarover BTW moet worden afgedragen) en een bijdrage van de provincie Zeeland van 20 miljoen euro. Daarnaast zullen de betrokken kennisinstellingen een in-kind bijdragen leveren.

Ook is cofinanciering vanuit het bedrijfsleven te verwachten, maar de omvang daarvan is vanzelfsprekend onzeker. Daarover later meer. De zes betrokken kennisinstellingen zijn een verdeling van het budget overeengekomen die recht doet aan hun toekomstige rol in het DCC. In tabel 1 is de verdeling van het beschikbare budget van 88,4 miljoen euro weergegeven. Bij de budgetverdeling zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd.

Delta Climate Center Plan 10 februari 2023

31

Een substantieel deel van het budget wordt besteed aan onderzoek. De onderzoeksagenda, zoals hiervoor gepresenteerd, is daarbij leidend. De academische instellingen (UU, WUR en NIOZ) zullen, gelet op hun beoogde rol in het DCC, het grootste deel van hun budget aan onderzoek besteden, terwijl de andere meer onderwijsgeoriënteerde instellingen (HZ, Scalda en UCR) ook een belangrijk deel van hun budget aan onderwijsvernieuwing besteden. De beschikbare financiële middelen voor onderzoek kunnen, in beperkte mate, ook worden gebruikt voor investeringen in kleinschalige onderzoeksfaciliteiten indien die nodig zijn voor de uitvoering van onderzoek en thans niet in Zeeland aanwezig zijn. Dit moet op projectbasis worden bepaald. Voor het overige wordt door DCC-onderzoekers zoveel mogelijk gebruik gemaakt van reeds in Zeeland bestaande faciliteiten (JRCZ, andere labs, proefbedrijven, onderwijsruimtes, etc.). Alleen als de benodigde faciliteiten niet aanwezig of beschikbaar zijn, kan een beroep worden gedaan op faciliteiten elders. Gebruik maken van bestaande faciliteiten in Zeeland wordt vergoed uit het DCC-budget en is onderdeel van een projectbegroting. De tarieven voor huur en gebruik van faciliteiten worden in onderling overleg vastgesteld. Onderwijsvernieuwing vindt op twee manieren plaats, zoals hiervoor reeds uiteengezet.

Het betreft in de eerste plaats investeringen in nieuwe opleidingen en specialisaties (en de doorontwikkeling daarvan) bij HZ en Scalda. In de tweede plaats wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van een doorlopende leerlijn. De daaraan gerelateerde activiteiten omvatten zowel de ontwikkeling van een doorlopende opleidingslijn als de begeleiding van studenten die in het kader van onderzoeksprojecten kunnen worden ingezet, alsook het ontwikkelen van extra curriculaire activiteiten en het verzorgen van trainingen en cursussen voor professionals in de regio en daarbuiten. Beide typen investeringen zijn apart zichtbaar gemaakt. In het kader van de doorlopende leerlijn is het de bedoeling om studenten van de UU en de WUR voor een deel van hun opleiding naar Zeeland te halen. De huisvestingskosten van deze studenten worden door het DCC vergoed. Het gaat om circa 40-50 studenten per jaar, voor een periode van 3-6 maanden. Met deze kosten is rekening gehouden in het onderwijsbudget voor beide instellingen (50.000 euro per jaar). Het genereren van economische en maatschappelijke impact is een inherent onderdeel van alle onderzoeksactiviteiten. Minimaal 10% van het totale onderzoeksbudget wordt besteed aan activiteiten gericht op kennisbenutting.

Het precieze budget per project is afhankelijk van het soort onderzoek, de maatschappelijke doelgroepen die met dit onderzoek zijn verbonden (publieke of private organisaties) en de specifieke kennisbenuttingsambities en mogelijkheden.

Delta Climate Center Plan 10 februari 2023

32

De nieuwe kennis die met DCC-middelen wordt gegenereerd moet niet alleen leiden tot versterking van bestaande bedrijven (via business development) maar ook tot nieuwe bedrijvigheid in de regio, bijvoorbeeld in de vorm van startups. Het is belangrijk ook andere kennispartijen te betrekken als partner in onderzoeksactiviteiten. Te denken valt aan Deltares, TUD, TUe, TNO, OnePlanet, etc.

Opleidingen Practoraten, Onderzoek & Organisatie TOTAAL Initieel Doorlopende Lectoraten, Valorisatie Leerlijn Hoogleraren projecten WUR UU NIOZ HZ Scalda UCR

4,00 0,45

0,80 0,80 0,30 1,00 2,25 1,90

2,50 2,50 3,20 4,80

Derden Profilering DCC bureau Kosten kwartiermakersfase TOTAAL

4,45

7,05

13,00

Percentage

13,72 13,72 7,78 8,62 3,22 2,06

17,02 17,02 8,08 16,82 10,72 3,96

19,26

3,21 1,82

3,64

9,55 0,20

3,21 1,82 9,55 0,20

9,75

88,40

54,15

19,26 9,14 19,02 12,13 4,48

2,05 10,80 0,23

100

Tabel 1: Verdeling van het DCC-budget (bedragen in miljoenen euro’s). Een klein deel van de activiteiten van het DCC is BTW belast.

Ten slotte wordt een klein deel van het budget besteed aan de verdere profilering en opbouw van het DCC als kenniscentrum, ook met het oog op de toekomst. Op basis van dat budget kunnen bijvoorbeeld verkennende studies worden verricht (over organisatie en financiering op de langere termijn), kunnen adviezen worden ingewonnen, kan de nationale en internationale branding worden georganiseerd en kunnen ‘position papers’ worden geschreven door toonaangevende onderzoekers. De DCC-middelen worden ingezet voor activiteiten in en voor de Zeeuwse regio. Slechts bij uitzondering kan van dit principe worden afgeweken, bij een duidelijke noodzaak en met een positieve bijdrage aan de profilering en positionering van het DCC. Geen enkele instelling kan eigenstandig besluiten over de inzet van middelen. Dat kan alleen in samenwerking met andere instellingen en na akkoord van het voltallige Raad van Bestuur (zie hoofdstuk Governance), waarbij overwegingen zoals verwoord onder missie, doelen en onderscheidend karakter leidend zijn.

Delta Climate Center Plan 10 februari 2023

33

Investeringsritme onderzoek De investeringen in onderzoek geschieden in 4 rondes: in jaar 1, in jaar 2, in jaar 4 en in jaar 6. Het idee is om spoedig na de formele oprichting van het DCC meteen te starten met drie icoonprojecten, die representatief zijn voor het profiel en de wijze van werken van het DCC. Juist in deze icoonprojecten moet het unieke karakter van het DCC sterk naar voren komen en ieders rol, zeker wanneer deze (nog) niet vanzelfsprekend is, worden uitgewerkt. De projecten worden geïnitieerd vanuit de thema’s 1, 2 en 3 en hebben elk verbindingen met thema 4 (zie figuur 2). Voor elk van deze drie projecten worden teams samengesteld met vertegenwoordigers van de zes berokken kennisinstellingen. Op deze wijze zijn de noodzakelijke verbindingen in de kennisketen vanaf de start goed georganiseerd. Essentieel is dat deze teams interdisciplinair zijn met aandacht voor wetenschappelijke vragen van alfabèta- en gammasignatuur. Voor deze eerste ronde is in totaal 6 miljoen euro beschikbaar. In drie ronden – in jaar 2, jaar 4 en jaar 6 – worden de overige middelen voor onderzoek verdeeld en in gelijke delen. Dit betekent dat er voor elke ronde circa 11 miljoen euro beschikbaar is. Een investeringsronde wordt altijd voorafgegaan door een investeringsplan, mede op basis van de kennisbehoeften van bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties.

Het is geen vereiste om elk onderzoeksthema in gelijke mate aandacht te geven. Elke investeringsronde heeft een maximale doorlooptijd van vier jaar. De laatste investeringsronde in jaar 6 biedt de laatste kans om PhDs in te zetten in het onderzoek (aangezien zij doorgaans voor vier jaar worden benoemd en die tijd nodig hebben om een proefschrift tot stand te brengen). Dit betekent dat na jaar 6 het merendeel van de DCCmiddelen reeds is bestemd. Investeringsritme onderwijs De elementen van de doorlopende leerlijn worden vanaf 2023 opgestart. Hierbij gaat het initieel om ontwikkelingskosten, vanaf 2024 zal dit resulteren in eerste onderwijs. Het opstarten van nieuwe opleidingen is een intensief proces van jaren, een eerste indicatie van te plannen fasering is aangegeven in de bijlages van HZ en Scalda over onderwijs. In de periode van januari tot juli 2023 zullen precieze tijds- en investeringsplannen worden ontwikkeld voor de nieuwe opleidingen. Cofinanciering van onderzoek Onderzoek dat door het DCC wordt gefinancierd behoeft cofinanciering. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: Voor deelname van het bedrijfsleven aan onderzoeksprojecten geldt de regel van minimaal 25% cofinanciering (in-cash en/of in-kind).

Delta Climate Center Plan 10 februari 2023

34

Voor deelname van private organisaties in de non-profit sector aan onderzoeksprojecten geldt een lagere cofinancieringsverplichting van 10%, die zowel cash of in-kind kan zijn. In bijzondere gevallen kan deze cofinancieringsverplichting worden geschrapt, wanneer de deelnemende maatschappelijke partijen onvoldoende middelen hebben om aan de verplichting te voldoen. Voor deelname van overheden in door het DCC te financieren onderzoeksprojecten geldt een cofinancieringsverplichting (in-cash of in-kind) van 10%. De cofinanciering kan worden gebruikt voor onderzoeksactiviteiten, voor experimenten met praktijktoepassingen en/of voor het genereren van maatschappelijke en economische impact. Afhankelijk van de bestemming van de cofinanciering kan worden bepaald welke betrokken kennisinstellingen van de extra middelen gebruik kunnen maken. Wij verwachten dat de helft van het onderzoeksbudget kan worden besteed aan onderzoek dat relevant is voor het bedrijfsleven. De andere helft van het budget is naar verwachting relevant voor overheden en maatschappelijke organisaties. Gelet op de hiervoor genoemde cofinancieringsregels levert dat een extra budget op van circa 7 miljoen euro.

In-kind bijdragen van de zes kennisinstellingen De zes betrokken kennisinstellingen leveren in-kind bijdragen in de vorm van begeleiding van studenten, PhDs, post docs, PDEngs, professional doctorates en overige onderzoekers. Een voorzichtige inschatting is dat deze in-kind bijdrage ten hoogste 4 miljoen euro (ruwweg 10% van het onderzoeksbudget) zal bedragen. De in-kind bijdrage van de betrokken kennisinstellingen wordt in een volgende fase nader bepaald en gespecificeerd. DCC-multiplier Het DCC beoogt ook op te treden als een multiplier. Met een beperkte voorfinanciering of cofinanciering kan hopelijk een veelvoud aan nieuwe subsidiemiddelen worden aangeboord (NWA, Horizon Europe, Nationaal Groeifonds, regiofondsen, etc.). Daarbij moet wel worden bedacht dat deze middelen vaak in competitie moeten worden verworven en dat succes niet verzekerd is. Wij verwachten dat in een periode van 10 jaar minimaal 10 miljoen euro aan extra onderzoeksmiddelen kan worden verworven voor projecten waarbij de zes kennisinstellingen (in verschillende combinaties) zijn betrokken. Vanzelfsprekend is de ambitie hoger. We hopen uit te komen op een bedrag van rond de 20 miljoen euro.

Totale investeringsomvang DCC In de onderstaande tabel 2 is het budget van het DCC weergegeven dat kan worden gebruikt voor onderzoeks-, onderwijs- en impactactiviteiten, dus exclusief de kosten van het DCCbureau en inclusief BTW.

Delta Climate Center Plan 10 februari 2023

35

Beschikbaar budget voor DCC-activiteiten Budget op basis van rijks- en provinciale bijdragen Verwachte cofinanciering van bedrijfsleven Verwachte cofinanciering van overheden en maatschappelijke organisaties In-kind bijdragen van betrokken kennisinstellingen DCC – multiplier Verwachte investeringsomvang

Bedrag 78.6 5.0 2.0 4.0 10.0 99.6

Tabel 2: Totale investeringsomvang DCC (exclusief kosten DCC-organisatie, inclusief BTW; bedragen in miljoenen euro’s).

Delta Climate Center Plan 10 februari 2023

36

Bestendiging van het DCC op de lange termijn Voorwaarden voor bestendiging Essentieel voor het lange termijnperspectief is dat de onderscheidende ketenaanpak en samenwerking ook onderscheidend werkt voor alle kennisinstellingen en voor de Zeeuwse regio in het bijzonder. Dit moet blijken uit het feit dat onderscheidende experts zijn aangetrokken die blijvend in de regio kunnen en willen werken. In de toekomst moeten middelen beschikbaar blijven om de DCC-samenwerking duurzaam vorm te blijven geven. De eerste twee punten zijn ruim voor afloop van de DCC-subsidieperiode (10 jaar) te beoordelen. Het derde punt ligt vanzelfsprekend ingewikkelder. Een toezegging voor structurele financiering en commitment vanuit de overheden na de eerste periode van 10 jaar kan op dit moment niet worden gegeven. Er kan echter ook niet worden gewacht tot het einde van de subsidieperiode. Daarom is een mid-term evaluatie in jaar 5 noodzakelijk om te bepalen hoe verder te kunnen gaan na afloop van de subsidieperiode en welke financiële mogelijkheden daartoe beschikbaar zijn, inclusief de mogelijkheid om zaken heel anders aan te pakken als dat nodig is om voortzetting na 10 jaar mogelijk te maken. Daarbij hoort ook dat, indien dat noodzakelijk blijkt blijkt, het mogelijk moet zijn om het DCC na 10 jaar af te bouwen en de stichting te ontbinden.

Periodieke monitoring op programmaniveau Op programmaniveau vindt periodiek een review plaats door nationale en internationale experts. Een eerste tussentijdse review wordt georganiseerd 4 jaar na de officiële start van het DCC conform beoordelingsprincipes uit het Strategy Evaluation Protocol (SEP) 20212027 dat VSNU, NWO en KNAW toepassen op al het publiek gefinancierde onderzoek. Dit geldt voor de brede spectrum van onderzoek dat het DCC uitvoert. Resultaten van deze review kunnen worden gebruikt voor bijstelling van de onderzoekagenda en bijstelling van de strategie, na goedkeuring van de Raad van Bestuur. Een tweede programmareview wordt georganiseerd 9 jaar na oprichting van het DCC. Deze review wordt uitgevoerd op basis van het dan geldende SEP en staat vooral ook in het teken van het trekken van lessen uit het verleden, die van belang zijn voor de continuïteit van het DCC na 10 jaar. Kwaliteitszorg houdt ook in dat het onderzoeksprogramma en de onderzoeksprojecten regelmatig worden geijkt aan de state-of-the-art van de wetenschap en de maatschappelijke agenda. Van belang zijnde inzichten en ontwikkelingen dienen bediscussieerd te worden met de onderzoekgemeenschap, maatschappelijk partijen en sociaaleconomische kennisnetwerken.

Dit kan op verschillende wijzen worden georganiseerd, bijvoorbeeld in de vorm van symposia, workshops, lezingen, debatten, brainstormbijeenkomsten, experimenteersessies, etc.

Delta Climate Center Plan 10 februari 2023

37

Vanzelfsprekend is de Wetenschappelijke en Maatschappelijke Adviesraad ook onderdeel van het systeem van kwaliteitszorg en reflectie. Deze raad adviseert de Directie en de Raad van Bestuur, gevraagd en ongevraagd, over de wetenschappelijke en maatschappelijke koers van het DCC, in de context van het vastgestelde profiel en daarbij behorende ambities. De opdrachtgever voor de mid-term review en de eindreview is de Raad van Bestuur. De Raad ziet erop toe dat de uitvoering van de review op een transparante en onafhankelijke wijze geschiedt. De Directie en het DCC-bureau geven administratieve en organisatorische ondersteuning.

Delta Climate Center Plan 10 februari 2023

38

DCC-plan in de context van Fiche 1C De scope van het DCC zoals beschreven in fiche 1c is integraal gevolgd. Wij hebben gekozen voor een aanpak waarin onderzoek door alle betrokken partners, van zowel fundamenteel, toepassingsgericht als uitwerkingsgericht karakter, een langjarige versterking van de kennisinfrastructuur zal opleveren. Bij de inzet van de middelen is de nadruk gelegd ‘mensen’ in plaats van faciliteiten. We zijn bij deze nadere keuzes ook consistent met wat we eerder kenbaar hebben gemaakt. De partners hebben immers van het begin af aan verwoord dat de in 2020 opgestelde concept business case met het oog op een haalbare uitvoering tegen het licht moest worden gehouden. Op het gebied van onderzoek en onderwijs hebben deze keuzes geleid tot een zeer ambitieus, door alle zes de partners gedragen programma. Voor wat betreft het aantal nieuwe opleidingen is het plan bescheidener dan in 1c geformuleerd, maar tegelijkertijd ambitieus, innovatief en realistisch. Voor wat betreft vestigingsplaats is gekozen voor een fysiek herkenbaar hoofdkantoor in Vlissingen, dat tevens het intellectuele centrum is van activiteiten. Van hieruit waaieren medewerkers en studenten uit over living labs en andere faciliteiten in de hele regio.

Opbrengsten en indicatoren 1. Sociaaleconomische impact Het aantal studenten van in totaal 8 nieuw te realiseren opleidingen zal rond de 130 per jaar liggen. Jaarlijks 40 masterstudenten van UU en WUR, en mogelijk van andere instellingen, zullen projectwerk komen doen in de provincie. Dit brengt het totale aantal extra studenten per jaar in de regio op een geschatte 170. 2. Impact op vestigingsklimaat De beoogde impact op het vestigingsklimaat blijft onverkort staan. We bieden een uniek geïntegreerd programma aan en verwachten dat dit zeer profilerend kan werken op het vestigingsklimaat. Het DCC draagt door onderzoek, onderwijs en een intensieve samenwerking met bedrijfsleven, organisaties en overheden langjarig bij aan een veilige, leefbare, toekomstbestendige en duurzame delta. De regio kan zich zodoende profileren als een ‘frontrunner’ met een geïntegreerde, maatschappij brede aanpak van de uitdagingen van klimaattransities. 3. Effect werkgelegenheid Gelet op het beschikbare bedrag voor investeringen in onderzoek en onderwijs schatten wij dat circa 100-120 nieuwe (maar tijdelijke) arbeidsplaatsen kunnen worden gecreëerd. De principiële inpasbaarheid binnen het Rijksbeleid is thematisch gewaarborgd op de in fiche 1c aangegeven gebieden. Delta Climate Center Plan 10 februari 2023

39

Vervolgacties en planning tot juli 2023 Na een formele vaststelling van dit plan door de besturen van de zes betrokken kennisinstellingen en de Stuurgroep Wind in de Zeilen moeten diverse aspecten worden uitgewerkt. Voor een deel kan hiermee al na 1 december 2022 worden begonnen. De verwachting is dat het DCC op uiterlijk op 1 juli 2023 van start kan gaan. Vervolgacties omtrent de governance van de stichting: •

Stichtingsakte en samenwerkingsovereenkomst. De samenwerking tussen de zes betrokken kennisinstellingen wordt vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. Vervolgens richten de zes kennisinstellingen een stichting op, de Stichting Delta Climate Center Zeeland, als juridische entiteit. De stichtingsakte volgt op de goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst. In die overeenkomst (of in een daaraan verbonden, maar separaat document) worden, naast de algemene beginselen van samenwerking, ook de financiële spelregels vastgelegd, inclusief gebruik van elkaars faciliteiten en een specificering van de in-kind bijdragen die van de afzonderlijke kennisinstellingen wordt verwacht. Ook het beleid ten aanzien van kwaliteitszorg wordt in de samenwerkingsovereenkomst gespecificeerd. Ten slotte wordt in de samenwerkingsovereenkomst vastgelegd dat de academische partijen, zijnde UU, WUR, NIOZ en UCR, geen aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid hebben ten aanzien van de initiële investeringen in nieuwe opleidingen bij HZ en Scalda (Stroom 1). Voor het opstellen van de samenwerkingsovereenkomst en de stichtingsakte wordt zo spoedig mogelijk een team gevormd met vertegenwoordigers van alle betrokken instellingen.

•

Subsidiebeschikkingen. De stichting gaat gebruik maken van een subsidie verstrekt door het ministerie van OCW en een subsidie van de provincie Zeeland. Beide subsidiebeschikkingen moeten goed op elkaar worden afgestemd en uiterlijk beschikbaar zijnop 1 ju1i 2023 wanneer de stichting formeel wordt opgericht en het DCC van start gaat. De verantwoordelijkheid voor de totstandkoming van beide subsidiebeschikkingen ligt bij de uitvoeringsregisseur.

•

Uitwerking van het businessplan. Het businessplan voor het DCC, zoals op hoofdlijnen beschreven in dit plan, behoeft nadere uitwerking. Dit dient opgepakt te worden door financieel deskundigen en/of business developers verbonden aan de zes betrokken instellingen. In elk geval dient helderheid te worden verkregen over de BTW-afdracht. Voorts is het van belang te toetsen op ongeoorloofde staatssteun. Ook moet de begroting van het DCC-bureau nader uitgewerkt worden alsook het investeringsritme voor de periode van 10 jaar. Ten slotte moet de in-kind bijdrage van de zes instellingen worden bepaald en nader worden gespecificeerd.

Delta Climate Center Plan 10 februari 2023

40

•

Benoeming van leden van de Directie en leden van de Raad van Bestuur. Het voorstel is om een tweehoofdige Directie te benoemen, bestaande uit een wetenschappelijk directeur en een zakelijk directeur. Er vindt een open werving plaats. De leden van de Raad van Bestuur zijn wel vertegenwoordigers van of namens de zes betrokken instellingen, met uitzondering van de onafhankelijk voorzitter. De zes betrokken instellingen stellen gezamenlijk een profiel op voor beide directieleden en regelen een procedure voor selectie en benoeming. Voorts overleggen zij over de selectie van leden van de Raad van Bestuur en kiezen zij een onafhankelijk voorzitter.

•

Het aantrekken van medewerkers voor het DCC-bureau. Zodra de leden van de Directie en de leden van de Raad van Bestuur zijn benoemd kan de werving starten van de medewerkers van het DCC-bureau. Bij voorkeur zijn deze medewerkers afkomstig van de participerende instellingen. Zij worden vanuit deze instellingen gedetacheerd bij het DCC-bureau.

•

Benoeming van hoogleraren, lectoren en practoren. Conform Fiche 1C worden uit het DCC-budget 4 hoogleraren (2 WUR en 2 UU), 4 lectoraten (HZ) en 4 practoraten (Scalda) gefinancierd. Samen moeten deze personen het brede scala aan expertises vertegenwoordigen dat nodig is voor de realisering van de missie en de doelen van het DCC. Aangezien deze sleutelpersonen in teams gaan samenwerken, moeten zij complementaire expertises hebben. De zes betrokken kennisinstellingen overleggen zo spoedig mogelijk over de samenstelling van deze teams. Hoogleraren die worden gefinancierd met DCC-middelen kunnen verbonden zijn aan de UU of WUR. Eventuele deelaanstellingen via HZ, NIOZ en/of UCR zijn mogelijk. De UU en de WUR zullen in overleg nader bepalen welke hoogleraren in de Zeeuwse regio actief zullen worden en op welke onderwerpen. Zij komen spoedig met een voorstel wat daarvoor nodig is, vanuit de ambitie blijvend in de regio actief te zijn, mits de lange termijn financiering dat toelaat. In plaats van direct hoogleraren te benoemen kan er ook voor gekozen worden UHDs aan te stellen die een hoogleraarspositie in het vooruitzicht worden gesteld. Lectoren en practoren worden benoemd bij respectievelijk HZ en Scalda.

Beide kennisinstellingen komen zelf met een voorstel welke benoemingen worden voorzien, rekening houdend met de ambitie deze personen in teams te laten samenwerken met complementaire expertises.

Delta Climate Center Plan 10 februari 2023

41

Uitwerking van de onderzoeks- en onderwijsagenda: •

Ontwikkelteam voor onderzoek. Er wordt een team gevormd van vertegenwoordigers van de zes kennisinstellingen dat een uitwerking gaat maken van de belangrijkste elementen van de onderzoeksagenda. De opdracht betreft: (1) drie icoonprojecten te selecteren die gelijk na de formele oprichting van het DCC van start kunnen gaan: (2) een plan te ontwikkelen voor de organisatie van match-making bijeenkomsten met bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties (en deze aanpak ook met de betreffende organisaties te bespreken om zoveel mogelijk belangstelling en steun te verwerven); (3) een plan op hoofdlijnen te maken voor de deelname aan nationale en/of internationale calls voor onderzoek en impact, inclusief een verkenning van geschikte partners; daarbij hoort ook een voorstel hoe de ontwikkeling van nieuwe onderzoeksvoorstellen via het DCC financieel gesteund kan worden.

•

Ontwikkelteam voor de doorlopende leerlijn mbo-hbo-wo. Er wordt een ontwikkelteam gevormd van vertegenwoordigers van de zes kennisinstellingen dat een plan van aanpak gaat maken voor de ontwikkeling van een doorlopende leerlijn mbo-hbo-wo op het gebied van Duurzame Delta Transities. Daarbij ligt de nadruk op het inventariseren van de belangrijkste kansen voor afstemming en samenwerking. Deze doorlopende leerlijn wordt modulair opgebouwd en zo veel mogelijk verbonden met de thema’s uit de onderzoeksagenda. Het plan dient ook in te gaan op de organisatie van gezamenlijke projecten voor studenten in de vorm van challenges en op de ontwikkeling van extra curriculaire activiteiten. Op termijn zal daarnaast ook moeten worden verkend hoe studenten kunnen worden ingezet in door het DCC gefinancierde onderzoeksprojecten. Dat kan echter pas gebeuren nadat de eerste projecten van start zijn gegaan.

Delta Climate Center Plan 10 februari 2023

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12439976/1