RIB Verkenning ontwikkelrichtingen Walcheren 2050 bijlage 1. Rapportage verkenningen Must
Tekst van het document
Walcheren 2050
Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050 30 maart 2026
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050
De voorliggende verkenning Walcheren 2050 zijn opgesteld in opdracht van de gemeenten Middelburg, Veere en Vlissingen in de periode november 2025 – maart 2026.
30 maart 2026
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050
Inhoudsopgave
Leeswijzer
Samenvatting en conclusies
4
HOOFDSTUK 1
6
In- en aanleiding 1.1 Inleiding 1.2 Aanleiding
10
HOOFDSTUK 2
12
7
De kracht van Walcheren 2.1 2.2 2.3 2.4
Brede welvaart Grote landschappelijke veranderingen op Walcheren Bestaande Walcherse leefmilieus Drijvende krachten achter regionale groei
HOOFDSTUK 3
14 16
30
Drie ‘stel-dat’-toekomstscenario’s
15 30 60
Scenario Bestaand beleid Scenario Walcherenstad Scenario Walcherenstad XL
31 35 39 40 42 44 48 52
BIJL AGE
56
Naar een Walcherse Onderzoeksagenda Bronnen en Colofon
61
3
Hier vatten we de uitgevoerde verkenning kort samen
Hoofdstuk 2 vormt een overzicht van de analyse die we hebben gedaan van het Walcheren van nu. We gebruiken hiervoor geijkte begrippen zoals Brede Welvaart, de lagenbenadering en we onderzoeken de bestaande leefmilieus op Walcheren. We bekijken ook drijvende krachten achter regionale groei.
21
27
Uitgangspunt 1 Cijfers en prognoses Uitgangspunt 2 Zes leefmilieus om mee te rekenen Uitgangspunt 3 Excellente voorzieningen Uitgangspunt 4 Transport oriented development Uitgangspunt 5 Kustverdediging
In Hoofdstuk 1 duiden we de inhoud en de scope van de opdracht en plaatsen we dit rapport in brede context van zowel Zeeland 2050 en de Nota Ruimte.
18
De benadering ‘Aantrekkelijk Leefarrangement’ als vertrekpunt
HOOFDSTUK 4
Hier vatten we de uitgevoerde verkenning kort samen.
In Hoofdstuk 3 presenteren we de benadering van het ‘Aantrekkelijk Leefarrangement’ die we voor Walcheren hebben gevolgd. In Hoofdstuk 4 presenteren we de drie toekomstscenario’s die we hebben uitgewerkt en gevisualiseerd. Het gaat hier om zogenaamde ‘stel-dat’-toekomstscenario’s. Het betreft geen stedenbouwkundig plan maar gaat het om een verkenning: het zijn voorstellingen van een mogelijke toekomst die vooral helpen het gesprek te voeren over de toekomst, en kansen, bedreigingen en urgenties in beeld brengt. Voorafgaand belichten we een aantal uitgangspunten. Ten eerste de demografische en arbeidsmarktcijfers en prognoses die ten grondslag liggen aan de scenario’s en afkomstig zijn uit parallel onderzoek van Ecorys. Ten tweede de zes leefmilieus waarmee we hebben gerekend. Deze vormen de vertaling van de bestaande leefmilieus uit 2.3 en de cijfers naar zes kansrijke milieus voor Walcheren. Ten derde ‘excellente voorzieningen als kansrijke katalysator. Ten vierde ‘transit oriented development’: het uitgangspunt dat waarbij wonen, werken en voorzieningen in eerste instantie worden geconcentreerd rond hoogwaardig openbaar vervoer, zodat mensen zich makkelijk zonder auto kunnen verplaatsen. Het doel is compacte, leefbare en duurzame steden te creëren. Ten vijfde een urgent Zeeuws thema: kustverdediging.
In de bijlage kijken we naar wat kan volgen op dit rapport in de vorm van adviezen en potentieel vervolgonderzoek.
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050
Samenvatting en conclusies Stel-dat-toekomstscenario’s 2050 Walcheren 2050 Het vertrekpunt van ons onderzoek 15
30
60 In Hoofdstuk 4 presenteren we de drie toekomstscenario’s die we hebben uitgewerkt en gevisualiseerd.
— In ieder scenario zijn trendbreuken nodig die forse inspanningen behoeven. Demografische trendbreuken (zoals “meer jonge “Meer Zeeuwen om het draagvlak voor Zeeuwen”); trendbreuken op het voorzieningen op orde te krijgen” (Zeeland 2050) vlak van de arbeidsmarkt (een ligt genuanceerder. Er zijn investeringen nodig substantiële versterking van de om een trendbreuk te bewerkstelligen die veel werkgelegenheid (die verder gaat verder reiken dan meer woningen en betere dan kernenergie) bovenop een bereikbaarheid. Deze verkenning laat drie forse vervangingsvraag; en een mogelijke ontwikkelingsrichtingen (stel–dat– aanzienlijke mobiliteitstransitie scenario’s) zien met verschillende ambitieniveaus, (inzet op zowel fiets, bouwen bij als regionale vertaling van Zeeland 2050. OV-knopen áls het ingrijpend verbeteren van het wegennet). — Ten eerste de kracht van Walcheren. — Zet in op voorzieningen met Want Walcheren heeft heel veel in bovenregionale aantrekkingskracht handen en kwaliteiten om te koesteren, (soms tegen de stroom in). zoals de aantrekkelijke kust en de — We zien een cruciale rol voor prachtige oude binnensteden. excellent onderwijs (geclusterd — Indien groei gewenst is, dan zou de op Walcheren in de met ‘motor’ op gang gebracht te worden de trein bereikbare steden door de relatie banen—woningen— Middelburg en Vlissingen in voorzieningen te verstevigen.
Dit plaats van versnipperd over de draagt bij aan een ‘Aantrekkelijk provincie Zeeland) aansluitend Leefarrangement’ (zie Hoofdstuk 3). bij bestaande en kansrijke — Zorg dat de dragende systemen (water en economische sectoren (zoals bodem; energie en drinkwater; mobiliteit) toerisme en recreatie en het niet het zand in deze motor zijn. maritieme cluster). 4
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050
2050
CONCLUSIES EN HOOFDELEMENTEN UIT DE SCENARIO’S Scenario
Scenarioschets
Dragende systemen O
‘Aantrekkelijk Leefarrangement’ O
N
water- en bodem- energie- en drinkmobiliteitssysteem O N watersysteem N E systeem N
15
zelfs in dit scenario: veel verkeersdruk
Scenario Bestaand beleid
banen E
O
E M
woningen S
krimp in banen omzetten in groei. rijkswerkgelegenheid delta-innovatie op delta-thema’s voedsel, energie, water en veiligheid, toerisme
O
E M
voorzieningen S
O
N M
S
voorzieningen onder binnenstedelijk druk. onderwijsverdichten en vercampus ontwikkelen dichten dorpskernen, uitbreiden op de hoger gelegen delen (kreekruggen), uitbreiden bij kustdorpen +7.500 woningen
30 Scenario Walcherenstad
ruimtereservering uitbreidingen duinzone voor kustverdediging regionaal fietsnet, HOV, N661 als stadsboulevard, wegcategorisering N57 en A58/62
grote trendbreuken nodig
delta-innovatie op delta-thema’s voedsel, energie, water en veiligheid; toerisme kernenergie, defensie, zorg/ welzijn en havencluster +7.500 incl. onderwijs
verdichten en transformeren stedelijke centrum Mid+Vli, niet bouwen aan de kust (bodem+ watersysteem richtinggevend) strategische reserveringsof vrijwaringszone Vlissingen-Oost
o.a. excellent hoger onderwijs; volwaardig ziekenhuis; ‘Park Abeele’ als central park; Neeltje Jans als bestemming
+15.000 woningen
60 Scenario Walcherenstad XL
ruimtereservering uitbreidingen duinzone voor kustverdediging regionaal fietsnet, HOV, N661 als stadsboulevard, wegcategorisering N57 en A58/62
enorme trendbreuken nodig
delta-innovatie op delta-thema’s voedsel, energie, water en veiligheid; toerisme kernenergie, defensie, zorg/ welzijn en havencluster +7.500 incl. onderwijs
verdichten en transformeren stedelijke centrum Mid+Vli, niet bouwen aan de kust (bodem+ watersysteem richtinggevend) strategische reserverings- of vrijwaringszone Vlissingen-Oost +30.000 woningen
5
o.a. excellent hoger onderwijs; volwaardig ziekenhuis incl. onderwijs; ‘Park Abeele’ als central park; Neeltje Jans als bestemming + bovenregionale voorzieningen (kustmuseum en conferentiehal)
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050
Hoofdstuk 1 In- en aanleiding
6
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050
1.1 Inleiding In opdracht van de drie Walcherse gemeenten Middelburg, Veere en Vlissingen hebben we toekomstverkenningen gemaakt die laten zien hoe Walcheren zich ruimtelijk kan ontwikkelen onder verschillende groeiscenario’s. Ons is verzocht een groei met respectievelijk +15.000, +30.000 en +60.000 inwoners te onderzoeken. Daarvoor hebben we een eerste ruimtelijke analyse van het gebied gemaakt en de bandbreedtes aan leefmilieus die daarbij horen onderzocht. We hebben de analyse vertaald naar drie groeiscenario’s voor 2050 en deze gevisualiseerd. Parallel aan ons onderzoek heeft onderzoeksbureau Ecorys een demografische, voorzieningenen arbeidsmarktanalyse uitgevoerd. Wij baseren ons in ons onderzoek op de cijfers en prognoses van Ecorys (rapport 13 maart 2026).
Met de scenario’s pogen we een beeld te schetsen van de ruimtelijke vertaling van een drie mates van inwonergroei. Groei is niet een doel op zich. De aanleiding vormt Zeeland 2050, waarin groei (“Meer Zeeuwen”) wordt genoemd als noodzakelijk om de leefbaarheid op peil te houden en te verbeteren. Met deze scenario’s wijken we af van de daadwerkelijke groeiprognoses voor Walcheren: de groei van zowel inwoners als banen ziet er anders uit. Zo wordt in de Toekomstverkenning Welvaart en Leefomgeving (WLO, zie tabel) van het CPB in de lage scenario’s
zelfs uitgegaan van een afname van het aantal banen. In het geval van “meer Zeeuwen” is er vanzelfsprekend juist een toename van het aantal banen nodig. Het aandeel inwoners van 65 jaar of ouder zal naar verwachting groeien. Bij ‘“meer Zeeuwen” is de leeftijdscategorie <35 juist de groep die een groter percentage van het totale inwoners zou moeten gaan vormen. De scenario’s veronderstellen bovendien een aardig vestigingsoverschot van tal van nieuwe inwoners van buiten Walcheren (en als het echt om meer Zeeuwen gaat, dan zelfs om mensen van buiten de provincie).
DRIE SCENARIO’S VOOR WALCHEREN 2050 15
Scenario 15 (autonome ontwikkeling: +15.000 inwoners): het 0-scenario met het huidige beleid. De woningen uit de woondeal worden gerealiseerd en doorgetrokken naar 2050. 30
Scenario 30 (Walcherenstad: +30.000 inwoners) : een extra groeiscenario bovenop de autonome ontwikkeling van scenario 15, waarbij een deel van de ambitie van 75.000 extra woningen op Walcheren wordt gerealiseerd.
BANEN huidig aantal banen
aantal banen per inwoner
45.482 (-9.758) 45.829 (-9.411)
WLO hoog
Scenario 60* (Walcherenstad XL: +60.000 inwoners) : de meest verregaande groeivariant, waarin een substantieel deel van de ambitie van 75.000 extra woningen op Walcheren wordt gerealiseerd. Vormt een vertaling Provinciale reactie Nota Ruimte +75.000 woningen in Zeeland
7
0,41
autonome WLO laag vertraagd ontwikkeling volgens WLO laag snel WLO 2050
60
*Het door onze opdrachtgever inwoneraantal van 60.000 is als volgt berekend. De 75.000 woningen voor heel Zeeland uit de Zeeuwse Woondeal is vertaald naar Walcheren: 75.000 = 50.000 stedelijk en 25.000 landelijk. Van de 50.000 stedelijk landt 50% op Walcheren en 50% in Goes, Terneuzen en Zierikzee. 25.000 woningen extra bovenop de 5.000 huidige extra aantal zoals vastgelegd in de Zeeuwse Woondeal is in totaal 30.000 extra woningen, wat overeenkomt met ongeveer 60.000 inwoners.
55.240
(bron: LISA, 2024)
INWONERS
2026
(bron: Provincie Zeeland; voor scenario’s 2050: Ecorys)
Walcheren toename
49.996 (-5.244)
2050 15
30
60
scenario 15 scenario 30 scenario 60 118.075
130.665
148.075
178.075
+12.590
+30.000
+60.000
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050
In deze gevallen zou dus een trendbreuk moeten optreden: meer banen en meer jonge Zeeuwen. In ons onderzoek zijn we daarom verder gegaan dan de vraag naar ruimte voor woningen. Want in het ruimtelijk inpassen van woningen ligt niet de moeilijkste opgave. Nadenken over de ruimtelijke aspecten van de drie scenario’s leidt onvermijdelijk tot nadenken over een breder verhaal. Ruimtelijk en bouwtechnisch gezien kunnen woningen nagenoeg overal gerealiserd worden: van stevig in het zand, gestapeld aan de boulevard of drijvend op het water. Het bouwtempo moet in geval van het scenario +60.000 wel omhoog naar zo’n 1.400 woningen per jaar en uiteraard zijn er nog tal van hordes te nemen zoals vergunningen voor de woningbouw in relatie tot stikstofdeposities en belemmeringen als netcongestie. Na meerdere gesprekken met het Waterschap Scheldestromen hebben we de plekken op Walcheren in kaart gebracht die wel en niet geschikt zijn om te bouwen. Maar we hebben het in dit rapport niet alleen over wáár de stenen
Het voormalige Zeeuwse eiland Walcheren kent een lange bewoningsgeschiedenis. Het landschap bestaat uit oudland, nieuwland en duingebied, met een mix van landbouw, steden en kusttoerisme. De regio werd na de inundatie van 1944-1946 grootschalig herverkaveld en geldt sindsdien als een wederopbouwgebied van nationaal belang. Walcheren kende meerdere groeimomenten, maar drie periodes springen eruit.
worden gestapeld. Nadenken over de drie toekomstscenario’s zou het in onze ogen moeten gaan over hoe op Walcheren een ‘Aantrekkelijk Leefarrangement’ aangeboden kan worden. In Hoofdstuk 3 gaan we dieper in op onze benadering van het ‘Aantrekkelijk Leefarrangement’. Als een trendbreuk gewenst is — groei is geen doel op zich! — dan is er werk aan de winkel. Groei ontstaat niet zomaar en is een proces. Vaak is er een duidelijk aanwijsbare drijvende kracht die als groeikatalysator aan te wijzen is. Vaak zijn deze economisch van aard. Op Walcheren waren in de 17 eeuw scheepsbouw, VOC-activiteiten en handel belangrijke drijvende krachten achter de groei. Het belang van Vlissingen als havenstad (in relatie tot de havenpositie van Antwerpen) was ook een drijvende kracht. Groei is ook een proces waarbij gebeurtenissen of keuzes die op zeker moment worden gemaakt van invloed zijn op de loop van ontwikkelingen in de toe-
17e eeuw De Gouden Eeuw Middelburg was een van de belangrijkste steden van de Republiek, met scheepsbouw, VOC‑activiteiten en handel. Het einde van de tachtigjarige oorlog luidde een periode van economische groei in. Antwerpen werd beschouwd als vijandelijk gebied en daardoor werd Vlissingen belangrijker als havenstad.
19e eeuw Economisch herstel door het Kanaal door Walcheren Op 8 september 1873 werden zowel het kanaal als de nieuwe haven van Vlissingen officieel geopend door koning Willem III. De bouw van de sluizen bij Veere begon al in 1868, en delen van het oude havenkanaal werden verbreed of omgeleid. De aanleg van het kanaal en de nieuwe haven in 1873 zorgde voor betere bereikbaarheid van Middelburg, nieuwe scheepvaartverbindingen en een algehele stimulans voor handel en industrie. 8
Padafhankelijkheid: Walcherse Middeleeuwse verkaveling als blijvende ruimtelijke mal In de 11e–13e eeuw werd Walcheren systematisch bedijkt en ontgonnen. Dorpen ontstonden op kreekruggen, akkers werden in lange smalle kavels uitgezet, en wegen volgden de natuurlijke hoogtes. Deze structuur vormt tot vandaag de ruimtelijke basis. Vroege keuzes bepalen de ligging van dorpen: Koudekerke, Grijpskerke, Serooskerke en andere dorpen liggen nog steeds op dezelfde kreekruggen waar middeleeuwse boeren zich vestigden.Wegen volgen oude kreekruggen: De kronkelende wegenstructuur is niet rationeel ontworpen, maar historisch gegroeid. Nieuwe infrastructuur moet zich eraan aanpassen. Kavelstructuur stuurt landbouw en bebouwing: De smalle, langgerekte kavels bepalen waar bebouwing logisch is en waar niet. Waterbeheer blijft afhankelijk van oude patronen: Sluizen, watergangen en afwatering volgen nog steeds de middeleeuwse logica van hoog en laag land. Zelfs moderne ruimtelijke ingrepen – zoals ruilverkaveling na de inundatie, de aanleg van de N57 of toeristische kustontwikkeling – moeten rekening houden met deze oude structuur. Het landschap kan niet “from scratch” worden heringericht, omdat de historische mal te sterk verankerd is.
20e eeuw Opkomst toerisme en wederopbouw Na de inundatie aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd Walcheren herverkaveld en gemoderniseerd. De kust ontwikkelde zich sterk als toeristische bestemming.
2026 2050
2100
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050
komst. Het ‘pad’ dat wordt ingeslagen en afgelegd heeft later consequenties. Voorsorteren op wat in de toekomst nodig is, verkleint de padafhankelijkheid. Een voorbeeld van padafhankelijkheid op Walcheren is de manier waarop de middeleeuwse verkaveling en waterstaatkundige structuur het huidige ruimtelijke patroon nog steeds bepaalt. Het laat goed zien hoe vroege keuzes het landschap “vastzetten” en latere ontwikkelingen sturen (zie kader). Dit beginsel vormt een belangrijk argument om in te zetten op het van het behoud van dit cultuurhistorisch waardevolle landschap dan wel het zorgvuldig inpassen ervan bij gebiedontwikkelingen. Het gaat ook om het al dan niet creëren van een lock-in. Het gaat hierbij niet alleen om ruimtelijke zaken. Het gaat ook om zaken als de relatie tussen onderwijs en economische sectoren: zoals het nu opleiden van de beroepsbevolking van morgen. In welke sectoren die beroepsbevolking werkzaam is heeft dan wel weer ruimtelijke implicaties. Werken zijn op intensieve locaties als kantoren; extensieve locaties als productiehallen. In de toeristische sector aan de kust, of in de haven?
Dit rapport is het resultaat van ons kortlopende en in eerste instantie ruimtelijke onderzoek naar Walcheren aan de hand van drie verschillende groeicijfers en kan het startpunt zijn van verdere verkenningen en nader onderzoek. De scenariokaarten in dit rapport zijn dan ook indicatief: het zijn schetsen van een mogelijke toekomst. Het zijn ‘stel-dat’-toekomstscenario’s — verkenningen, en geen visies en zeker geen stedenbouwkundige uitwerkingen. De aan ons gestelde vraag beantwoorden we vooral ook met een tegenvraag: waar ligt in 2050 de kracht van Walcheren? Wie wonen er op Walcheren, waar werken zij en welke voorzieningen horen daarbij? Waar zit de kwaliteit van Walcheren en houden we die hoog in het geval van groei? Het gezamenlijk doorleven en beantwoorden van deze vragen zou volgens ons de opmaat moeten zijn naar een regiovisie over Walcheren zelf en over de plek van Walcheren in de wereld. De conclusies van dit proces zijn volgens waardevol in debat over de toekomst van de provincie Zeeland en politieke keuzes in het kader van ‘Zeeland 2050’ — de aanleiding van het voorliggend rapport. 9
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050
Beide afbeeldingen zijn afkomstig uit de Ontwerp–Nota Ruimte (2025).
Sterke en onderscheidende regio’s
1.2 Aanleiding De drie Walcherse gemeenten werken samen aan de uitwerking van Visie Zeeland 2050. Een belangrijk uitgangspunt van deze visie is “Er zijn meer Zeeuwen nodig”. Voor Walcheren wordt onderzocht hoe bevolkingsgroei ruimtelijk kan worden opgevangen, welke stedenbouwkundige consequenties dit heeft en hoe reëel groei is. Alle ogen op de regio Regionaal samenwerken — zoals de drie Walcherse gemeenten dat doen — past in de visie van het Rijk. De regio wordt een steeds belangrijker schaalniveau in de Nederlandse ruimtelijke ordening. In de Ontwerp-Nota Ruimte (september 2025) wordt het belang van regionaal denken expliciet benoemd als vertrekpunt. Met de ruimtelijke visie ‘Elke regio telt’ biedt de Nota Ruimte “perspectief aan alle regio’s
Ontwerp Nota Ruimte
Bouwsteen: sterke en onderscheidende regio’s
Strategie: VISTA Versterken Initiëren Stimuleren Transformeren Accommoderen
“Versterken’ in gebieden met een minder omvangrijke autonome economische ontwikkelingen bevolkingsgroei, gericht op het ontwikkelen van wonen en werken, passend bij de maat en schaal van de regio, aansluitend op de regionale vraag en met behoud en ontwikkeling van voorzieningen. (Regio’s Noord Holland-Noord, Zeeland, Groene Hart, Rivierenland, Achterhoek, omgeving Harderwijk-Zeewolde, Zuidoost-Drenthe, Noordoostpolder en Friesland)”
10
Kansen voor ontwikkeling van vier typen regionale systemen XL-regio L-regio M-regio S-regio
Voorzieningen en instellingen met regionale uitstraling C ampussen en universiteiten Brainport G roen in en om de stad
— volop kansen voor verdere ontwikkeling rondom regiokern(en) die belangrijke rol spelen in aantrekkelijkheid regio; — kan ook grootschalig woningbouw verrijzen en economische ontwikkeling plaatsvinden rondom aanknopingspunten infrastructuur; — nieuwe grootschalige buitenstedelijke locaties liggen minder voor de hand
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050
en wordt tegelijkertijd op alle regio’s een beroep gedaan”. Elke regio wordt geacht om “vanuit de eigen kracht en kwaliteiten bij te dragen aan een toekomstbestendig Nederland”. De blik op de regio gaat verder dan ruimtelijke ordening alleen. De Nota Ruimte stelt dat de noodzaak tot samenwerking en een sterk stedelijk en regionaal georganiseerd bestuur zorgen voor het ontstaan van een typisch Nederlandse maatschappelijke en politieke cultuur: “lokaal geworteld, op basis van medezeggenschap door boeren en burgers, met sterke instituties gericht op samenwerken ten behoeve van het gemeenschappelijk belang”. Zienswijze Zeeuwse overheden Op het moment van schrijven is de Nota Ruimte in ontwerpfase en loopt de periode voor het indienen van zienswijzen op het document. De Zeeuwse overheden hebben samen een zienswijze opgesteld en deze op 9 december 2025 ingediend. Deze zienswijze is mede onderschreven door Bouwend Nederland (afdeling Zeeland), VNO-NCW, ZLTO, Campus Zeeland en Evides. In de zienswijze onderschrijven de Zeeuwse overheden de inzet om in Zeeland de lijn van de huidige ambitieuze Zeeuwse woondeal – die de bouw van 16.500 woningen behelst en die op schema ligt – om te zetten in een trendbreuk in de komende 25 jaar.
“Dit vereist een grote schaalsprong in de woningbouw in zowel de steden als de dorpen gericht op het toevoegen van in totaal 75.000 woningen in Zeeland tot 2050. Voor deze ambitie is commitment uitgesproken door de gemeenten en er wordt per regio een ontwikkelstrategie opgesteld
waarin de ambities worden vertaald in concrete opgaven en projecten. Met deze schaalsprong wordt het voor heel Zeeland mogelijk om de grote nationale strategische opgaven te accommoderen die in de Nota Ruimte zijn voorzien. Fysieke ruimte alleen is daarvoor niet voldoende. Het vraagt om een schaalsprong in de woningbouw en ondersteund door uitbouw van bijbehorende voorzieningen en infrastructuur. Wij verwachten dat zo een opwaartse spiraal ontstaat waarin de groeiende (beroeps)bevolking bijdraagt aan verdere versterking van het woon- en werkklimaat.” De Zeeuwse overheden vragen in de zienswijze om Zeeland in de Nota Ruimte aan het rijtje van de drie regio’s “Initiëren” met Verstedelijkingsstrategieën Twente, Stedendriehoek en Limburg Centraal toe te voegen. “De noodzakelijke schaalsprong in de verstedelijking in combinatie met versterking van het kenniscluster en het accommoderen van het grote aantal nationale projecten heeft ook gevolgen voor de strategie zoals die in de Nota Ruime is opgenomen op de ‘VISTA’-kaart waarin de opgaven voor wonen, werken en bereikbaarheid samenkomen. De strategie ‘Versterken’ die in het ontwerp is opgenomen miskent de essentiële rol die Zeeland kan en zal spelen bij een groot deel van de nationale strategische opgaven.
De potentie voor een schaalsprong in economie en bevolking, op afstand van het economische kerngebied van de Randstad sluit aan op de strategie van ‘Initiëren’. Wij vragen de VISTA-kaart hierop aan te passen. Het realiseren van het grote aantal nationale projecten, de doorontwikkeling van het kenniscluster en de trendbreuk in de woningbouw in Zeeland zijn niet mogelijk zonder een intensieve samenwerking tussen Rijk en regio.” 11
Strategische Agenda Zeeland 2050 Rijk-Regio Rijk en regio werken op gelijke voet samen om de kwaliteit van leven, wonen en werken van inwoners en ondernemers in Zeeland te verhogen. ‘Samen met de regio’s werken we met strategische agenda’s om grote opgaven in een gebied integraal en gezamenlijk te realiseren’, staat in het regeerakkoord Aan de slag. De schets biedt een uitgelezen kans dat voornemen concreet in te vullen. Na het startdocument in april 2025 en het Toekomstperspectief Zeeland 2050 in juli vorig jaar is in maart 2026 een gezamenlijk document van Rijk en regio verschenen. Nu zijn de volksvertegenwoordigers aan zet. De komende maanden geven Staten, raden en AV hun dagelijkse besturen kaders en zienswijzen mee voor verdere uitwerking met het Rijk. In het derde kwartaal van 2026 moet de definitieve Strategische Agenda Zeeland 2050 Rijk-Regio worden vastgesteld. Uitgangspunt is dat een sterker Zeeland Nederland sterker maakt. De drie groeimotoren sterke dorpen en bruisende steden (woningbouw, bereikbaarheid, gezondheid), magneet voor talent (onderwijs, cultuur) en clean energy port (nucleair, haven en industrie, defensie) en een stevig fundament (natuurherstel, klimaaten waterveiligheid, zoetwater) zijn uitgewerkt in elf agenda’s met meerdere (sleutel)projecten, zoals een groeisprong in de woningbouw, een nuclear academy, de werf van de toekomst en een veilige delta.
In het slothoofdstuk is beschreven hoe het Rijk en Zeeland al samenwerken, welke vervolgstappen in 2026 worden genomen en hoe de bestuurlijke samenwerking eruit kan gaan zien.
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050
Hoofdstuk 2 De kracht van Walcheren
12
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050
in dit hoofdstuk
In ons onderzoek kijken we naar groeiscenario’s voor +15.000, +30.000 en +60.000 inwoners op Walcheren. In alle drie de scenario’s gaat het om grote aantallen nieuwe woningen. Maar het gaat om veel méér dan woningen alleen. Het gaat ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu, recreatieruimte en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)veiligheid. Zaken die een samenleving maken: prettige plekken om te wonen, te werken en te ontspannen. Dit is waar brede welvaart in essentie over gaat: het welzijn van mensen. Het is een maatstaf voor alles wat mensen van waarde vinden en gaat verder dan materiële welvaart. In 2.1 gaan we in op brede welvaart. Ook hebben we de kracht van Walcheren geanalyseerd aan de hand van deze kapitalen. In 2.2 kijken ook naar de grote landschappelijke veranderingen op Walcheren. In 2.3 kijken we naar hoe er nu op Walcheren wordt gewoond. We nemen de bestaande leefmilieus onder de loep. Bepaalde leefmilieus zijn sleets geraakt of minder populair bij bepaalde doelgroepen. Zulke wijken bieden kansen om de leefkwaliteit te verbeteren door het toevoegen van nieuwe woningen of het vervangen of transformeren van bestaande woningen. In 2.4 gaan we in op drijvende krachten. Ons onderzoek gaat over een veronderstelde groei van Walcheren in inwoners. Steden en regio’s groeien niet zomaar uit het niets.
Vaak zijn er aanwijsbare drijvende krachten achter regionale groei die een steden of regio’s voortstuwen. Een katalysator achter de groei — vaak herleidbaar naar één van de vier kapitalen of naar een combinatie daarvan. We kijken ook naar de drijvende krachten op Walcheren aan de hand van de vier brede welvaart-kapitalen.
13
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050
Figuur 1.4
Brede welvaart is een zaak van de regio.
2.1 Brede welvaart Brede welvaart omvat alles wat mensen van waarde vinden (PBL/SCP/CPB 2017). Dus hun leefomgeving, levensonderhoud, gezondheid, veiligheid, het onderhouden van sociale contacten, maar ook het behoud van biodiversiteit en het opstaan tegen klimaatverandering of rechten voor groepen inwoners waar iemand zelf niet toebehoort. Bij brede welvaart gaat het niet alleen om het hier en nu. Brede welvaart strekt zich uit tot buiten de grenzen van de eigen stad, de regio of het land, en gaat ook over toekomstige generaties. In het rapport ‘Het belang van regionale samenhang’ van het Planbureau voor de Leefomgeving uit 2022 wordt de regio nadrukkelijk in beeld gebracht als schaal waarop brede welvaart zich manifesteert. Brede welvaart in een gemeente wordt in belangrijke mate bepaald door de samenhang en verdeling van bredewelvaartsaspecten in de regio. Inwoners van een gemeente maken immers ook gebruik van voorzieningen in buurgemeenten: van een bezoek aan het ziekenhuis in Vlissingen, het strand, de bossen, theater, zwembad, hoger onderwijs of de woonboulevard in Middelburg. Kijken naar brede welvaart betekent dus kijken naar de score van de eigen gemeente en naar die van de buren: kijken naar brede welvaart is dus kijken naar de regio.
Brede welvaart manifesteert zich op schaal van de regio: in samenhang tussen Centrumplaatsen en Voorsteden/woongemeenten. Kijk dus naar Walcheren en niet naar afzonderlijke gemeenten. Bron: PBL (2022) Brede welvaart in Nederlandse gemeenten: het belang van regionale samenhang
In vergelijking met de rest van Nederland zijn de meest landelijk gelegen gemeenten in Zeeland, Het CBS meet brede welvaart aan de hand van vier kapitalen
Friesland, de Waddeneilanden en Oost-Drenthe dan ook het minst welvarend (zie figuur 1.2). Hier ligt veelal een gebrek aan ten minste één aspect van brede welvaart aan ten grondslag. Omdat de met gemeenten die wat hun kenmerken betreft op elkaar lijken, is het N E gebieden landelijker zijn,M S voor de inwoners van die gemeenten lastig om een lokaal ontbrekende voorziening wel te vinden in buurgemeenten. gebieden is er sprake variatie in de kenmerken van gemeen Natuurlijk kapitaal is een Economisch kapitaal In deze Menselijk kapitaal gaatvan weinig Sociaal kapitaal eerste levensvoorwaarde gaat over datgene wat over inwoners van de gaat over de kwaliteit ten. Meer landelijk gelegen gebieden hebben in mindere mate toegang tot banen en de mate van en omvat de natuur, het nodig recreatie is om materiële dorpen en steden eninover vansteden sociale verbanden en en een culturele sector die met name de grote overvloedig aanwezig is. Hoewe bodem- en watersysteem welvaart op te bouwen hun kwaliteit van leven, hoe de samenleving als men in landelijke gebieden veelal een lagere waardering heeft voor deze typisch stedelijke aspect en de luchtkwaliteit. en economische groei gezondheid en kennis en geheel functioneert en van welvaart is het tekort aan deze aspecten te groot, waardoor de brede welvaart daar lager is da mogelijk te maken, kunde. zichzelf organiseert. Dit in andere gebieden.
zoals infrastructuur voor kan bijv. tot uiting komen mobiliteit en energie. in typische gebruiken en evenementen of in een sterk verenigingsleven.
Gevolgen voor beleid
14
Verschillen in brede welvaart krijgen in Nederland steeds meer aandacht en worden als een belan rijke aanleiding gezien voor beleidsingrijpen (SER 2021). Dit past in een internationale trend van toenemende wetenschappelijke en politieke belangstelling voor regionale verschillen in economische ontwikkeling en een veronderstelde toenemende ontevredenheid in de armere regio’s (Los e
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050
Indicator brede welvaart (bron: CBS)
jaar
landelijk
Middelburg
Veere
Vlissingen
Indicator brede welvaart (bron: CBS)
N NATUURLIJK KAPITAAL
jaar
landelijk
Middelburg
Veere
Vlissingen
Levensverwachting (jaar levensverwachting in jaren bij geboorte)
2023
81,5
82,4
83,2
80,3
Tevredenheid met het leven (% van de Nederlanders geeft het leven een 7 of hoger)
2024
85,3
84,3
—
83,3
M MENSELIJK KAPITAAL
Afstand tot openbaar groen (km)
2017
0,5
0,5
0,6
0,5
Natuurlijke ecosystemen op land (% van de totale oppervlakte land)
2022
20,1
7,3
16,4
5
Kwaliteit van zwemwater kustwateren (gem. kwaliteit — 1 = slecht tot 4 = uitstekend)
2024
4
4
Particuliere zonne-energie (watt per woning)
2024
1.410
1.480
2.230
1.340
Tevredenheid met vrije tijd (% van de bevolking van 18+ is (zeer) tevreden)
2024
73,7
75,6
—
75,6
Groen-blauwe ruimte, exclusief reguliere landbouw (m2 groen- en zoetwatergebied per inwoner)
2023
954,3
291,1
2.887,5
1.376,5
Overgewicht bij volwassenen (% van de bevolking van 18+ heeft overgewicht)
2024
50
47
46,2
52,1
74,1
71,4
76,4
69
2023
15,5
25,6
8,3
42,2
Ervaren gezondheid (% van de bevolking van 18+ vindt de eigen gezondheid (zeer) goed)
2024
Bebouwd terrein (% van de totale oppervlakte land)
Personen met één of meer langdurige ziekten of aandoeningen (% van de bevolking van 18 jaar of ouder)
2024
34,4
35,8
35,3
37,4
Indicator brede welvaart (bron: CBS)
jaar
E
landelijk
Middelburg
Veere
Vlissingen
ECONOMISCH KAPITAAL
Gemiddelde schuld per huishouden (€)
2023
121.200
103.600
136.900
86.700
Mediaan vermogen van huishoudens (€)
2023
133.300
133.600
354.000
79.800
Geregistreerde problematische schulden (% van de huishoudens heeft geregistreerde problematische schulden op 1 januari)
2022
8,9
7,2
3,4
9,7
Mediaan besteedbaar inkomen (€)
2024
36.500
35.600
38.800
33.700
Afstand tot basisschool (km)
2024
0,8
0,8
0,8
0,7
Bevolking met een startkwalificatie (% van de bevolking van 15-74 jaar heeft een mbo (2-4)-, havo-, vwo-, hbo- of wo-diploma)
2024
—
76,1
77,3
71,2
Nettoarbeidsparticipatie (% van de bevolking van 15-74 jaar)
2024
73,2
73,7
71,9
70,7
Werkloosheid (% van de beroepsbevolking)
2024
3,7
3,1
2,5
3,4
Indicator brede welvaart (bron: CBS)
jaar
landelijk
Middelburg
Veere
Vlissingen
Contact met familie, vrienden of buren (% van de bevolking van 15+ had gemiddeld minstens 1 keer per week contact)
2024
71,3
70
71,7
70,2
Vertrouwen in instituties (% van de bevolking van 15+ heeft heel veel of tamelijk veel vertrouwen)
2024
62,9
62,7
—
60,9
Vertrouwen in andere mensen (% van de bevolking van 15+ vindt de meeste mensen te vertrouwen)
2024
66,1
61,9
—
60,6
0,4
S SOCIAAL KAPITAAL
Het CBS meet brede welvaart aan de hand van tal van indicatoren — veelal beschikbaar op niveau van de gemeente, maar soms ook op niveau van COROPregio of provincie. De Brede Welvaartsmonitor maakt bij ‘Brede Welvaart Later’ onderscheid tussen natuurlijk kapitaal, economisch kapitaal, menselijk kapitaal en sociaal kapitaal (zie figuur op vorige pagina). Op deze pagina staat een overzicht met een aantal van deze brede welvaartsindicatoren voor de drie Walcherse gemeenten. 15
Afstand tot ov (km)
2023
0,4
0,4
0,4
Afstand tot sportterrein (km)
2017
1
1
1,3
1
Afstand tot café e.d. (km)
2024
1,5
1,8
1,2
3,2
Tevredenheid met sociaal leven (% van de bevolking van 18+ is (zeer) tevreden)
2023
79,8
77,1
—
77,5
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050
2.2 Grote landschappelijke veranderingen op Walcheren
1860
/Schietterrein igono di tiro Verdedigingslinie/Schietterrein
Nadenken over de toekomst begint in het verleden. De kaart van het verleden is radicaal anders dan nu. Hoe ziet de kaart van de toekomst er uit? De kaarten op deze en de volgende pagina’s tonen het veranderende Walcheren. Te zien is hoe het eiland een schiereiland werd, het Wederopbouwlandschap ontworpen na de Tweede Wereldoorlog, de opkomst van kustrecreatie, de groei van de Vlissingse haven en uiteraard de Deltawerken. Relatief kort geleden in de tijd was Walcheren nog een eiland en toont hoe radicaal anders het verleden was. In Zeeland en zeker ook op Walcheren zien we de grote invloed van water en bodem op de ruimtelijke ordening. Ook de komst van het spoor en de routes richting Schouwen–Duiveland en Rotterdam via Noord-Beveland (Zeelandbrug en dammenroute) drukken hun stempel op de ruimtelijke ordening. Deze doorwerking van bodem, water en netwerken is exemplarisch voor de ‘lagenbenadering’. De lagenbenadering legt de ruimte namelijk uiteen in drie lagen — O Ondergond, N Netwerklaag en O Occcupatielaag, waarbij het kijken begint vanuit de eerste, onderste laag. De eerste laag O bestaat uit de fysieke ondergrond, het watersysteem en het biotisch systeem. De Ondergrond heeft een laagdynamisch niveau met een verandertijd van meer dan 100 jaar. De veranderende Zeeuwse kustlijn en het verloop van de Schelde zijn voorbeelden hiervan.
Menselijke ingrepen zoals de aanleg van dammen scharen we ook onder de Ondergrondlaag: ze hebben immers een enorme impact op het watersysteem en het biotisch systeem. Water- en
1950
Hybrid Landscapes 1860, 1950, 1980 en 2010 (bron: MUST) bebouwing industrie glastuinbouw park/recreatie cultuurland bos nieuwe natuur ruigte/hei zand/strand duin zoet water luchthaven
16
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050
bodem bepalen ook welke locaties meer en minder geschikt zijn voor woningbouw. De hogere kreekruggen komen daarvoor eerder in aanmerking dan de lage poelgronden die interessanter zijn voor waterberging.
1980
De N volgende laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. De Netwerklaag heeft een middeldynamisch niveau met een verandertijd van 20-80 jaar. De aanleg van spoorlijnen, snelwegen en hoogspanningstracés zijn voorbeelden van grote infrastructurele projecten waarmee grote investeringen gemoeid zijn.
O OCCUPATIELAAG Ruimtegebruik Hoogdynamisch niveau met verandertijd 10-40 jaar
2010
N
Hybrid Landscapes 1860, 1950, 1980 en 2010 (bron: MUST)
NETWERKLAAG Alle zichtbare en onzichtbare infrastructuur Middeldynamisch niveau met verandertijd 20-80 jaar
O ONDERGROND Water, bodem en het zich daarin bevindende leven Laagdynamisch niveau met verandertijd >100 jaar
bebouwing industrie glastuinbouw park/recreatie cultuurland bos nieuwe natuur ruigte/hei zand/strand duin zoet water luchthaven
17
reatiegebied
Tot slot de O laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. De Occupatielaag heeft een hoogdynamisch niveau met een verandertijd van 10-40 jaar. Voorbeelden zijn de aanleg van woonwijken en vakantieparken aan de Zeeuwse kust.
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050 de steden
2.3 Bestaande Walcherse leefmilieus Zoals gezegd: het gaat bij de groei met 15.000, 30.000 of 60.000 inwoners niet alleen om woningen, maar ook om de omgeving waarin mensen komen te wonen: de zogenaamde leefmilieus. In onze analyse (zie tabel hiernaast) hebben we gekeken naar de huidige leefmilieus op Walcheren. We hebben hiervoor veelal de onderverdeling gevolgd die gehanteerd wordt door de Klimaateffectatlas. Deze hanteert CBSbuurtgrenzen, wat datavergelijk bemakkelijkt. De kaart op de volgende pagina toont de huidige milieus op Walcheren. Op de pagina daarna zoomen we in op de steden Vlissingen en Middelburg. In de tabel hiernaast zijn de belangrijkste kermerken verzameld. Het is belangrijk de kenmerken van de huidige leefmilieus te kennen: welke milieus passen bij welke mensen? In welke buurten is nog laadvermogen voor extra woningen – ‘inbreiden’ bijvoorbeeld door optoppen? Bouwen in bestaande wijken betekent bouwen waar al kabels en leidingen liggen en zijn een kans om het draagvlak van daar aanwezige voorzieningen te verbeteren, zoals meer groen en water toevoegen.
historische binnenstad
hoogbouw
naoorlogse woonwijk
vinex-wijk
tuinstad laagbouw en hoogbouw
woonerfwijk
vooroorlogse woonwijk volkswijk
tuindorp
nieuwe ontwikkeling
Binnenstad, Middelburg
Boulevard, Vlissingen
Kern Oost-Souburg–O
Mortiere, Middelburg
Dauwendaele, Middelburg
Westerzicht, Vlissingen
Scheldestraat e.o., Vlissingen
‘t Zand, Middelburg
Scheldekwartier, Vlissingen
Binnenstad, Middelburg
Boulevard, Vlissingen
Kern Oost-Souburg–O
Mortiere, Middelburg
Dauwendaele, Middelburg
Westerzicht,Vlissingen
‘t Zand, Middelburg
Scheldekwartier, Vlissingen
grote aantrekkingskracht voorzieningen en ontmoeten
grootstedelijk wonen met zicht op zee, dicht bij voorzieningen
centrale ligging, in trek bij creative class
nieuwe typologie, mix wonen, werken, voorzieningen, hoge dichtheden
monofunctioneel, diverse type veel non-descript eensgezinswoningen, groen: kansen minder centraal inbreiden/optoppen gelegen
de dorpen kreekdorp ringdorp
veel non-descript veelal één centrale ligging, groen: kansen in trek bij woningtype, inbreiden/opcreative class vervangingstoppen opgave, kansen inbreiden/ optoppen
dorpen en steden kustdorp
polderdorp
voornameliijk vrijstaand villawijk
Grijpskerke
Domburg
Nieuw- en Sint Joosland
Prooijenspark, Middelburg
Grijpskerke
Domburg
Nieuw- en Sint Joosland
Prooijenspark, Middelburg
voorzieningenniveau onder druk (minder toerisme)
unieke propositie: voorzieningenwonen aan zee, niveau onder druk aanwezigheid (minder toerisme) toeristen die draagvlak voorziengen vergroten
18
Scheldestraat e.o., Vlissingen
lage dichtheden
Deze leefmilieus achten we kansrijk voor de scenario’s (Hoofdstuk 4). Ze zijn dikgedrukt in de tabel hiernaast. — hoogbouw — naoorlogse wijk — tuinstad — woonerfwijk — nieuwe ontwikkeling — kreekdorp — kustdorp — vakantiepark Vertaling van leefmilieus (Hoofdstuk 2) naar kansrijke rekenmilieus voor de scenario’s (Hoofdstuk 4) Aspecten van de milieus op deze pagina’s nemen we mee in de scenario’s. Aldaar zijn ze vertaald naar zes leefmilieus om mee te rekenen. Ze verschillen primair op de mate van mix (alleen wonen, of wonen én werken gemengd) en op dichtheid (veel of weinig woningen per hectare). We hebben bewust niet gekozen met dezelfde milieus te werken: het opnieuw bouwen van de ‘vooroorlogse wijk’ is uiteraard vreemd. Ook kleven er soms afleidende esthetische connotaties aan de milieus op deze pagina. Zo roept de ‘Woonerfwijk’ bijvoorbeeld het beeld op van architectuur van de jaren 1970 en 80, terwijl een ‘groen-stedelijk milieu’ (zie Hoofdstuk 4) wél de aantrekkelijke stedenbouwkundige kenmerken van de woonerfwijk kan overnemen, maar vrij is van esthetische karakteristieken.
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050
Bestaande leefmilieus op Walcheren en inwonersaantal per buurt
Breezand
Vrouwenpolder Oostkapelle Domburg
De Pekelinge
Veere Serooskerke
Aagtekerke Zanddijk
Grijpskerke
De Boomgaard
Gapinge Westkapelle
Meliskerke Sint Laurens Kustlicht
Arnemuiden
Biggekerke
Zoutelande
LE E FM I LI EUS
bebouwing steden historische binnenstad hoogbouwwijk naoorlogse woonwijk vinex–wijk tuinstad woonerfwijk vooroorlogse woonwijk tuindorp nieuwe ontwikkeling (Scheldekwartier Vlissingen) veelal vrijstaand
Groot Valknisse
Nieuw- en Sint Joosland
Dishoek Koudekerke Vebenabos
bebouwing dorpen kreek/ringdorpen kustdorpen polderdorpen veelal vrijstaand/vakantiepark
Ritthem
werkgebied data: CBS buurtmonitor, Klimaateffectatlas
19
Oranjeplaat
Walcheren 2050 Middelburg in het kader van Zeeland 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s
Vlissingen en Oost-Souburg
inzoom Vlissingen en Oost-Souburg
inzoom Middelburg
Stromenwijk Koudekerke Brigdamme
Essenvelt
Prooijenspark
Klarenbeek II–III Veersepoort
Vrijburg Souburg-N
Klarenbeek I
Schoonenburg–Groot Abeele Griffioen II
Nieuw Middelburg
Seislaan
Ramsburg
Schoonenburg
West–Souburg
Lammerenburg Papegaaienburg–Hofwijk
Abdij
Griffioen I
Molenweg e.o.
Dampoort
Paauwenburg NO Bossenburgh–Weyevliet
Paauwenburg W
Westerzicht
Rosenburg
Stadhuis
Kern Oost–Souburg-W Kern Oost–Souburg-O
Paauwenburg ZO
Breewijk
Zeewijksingel
Markt ‘t Zand
H Segherslaan e.o.
Het Fort e.o.
Arnestein II
Damplein
Edelstenenbuurt
Arnestein I
Poelendaele Vredehof N
Baskenburg–Noord
Veldzigt
Bedrijventerrein Oost–Souburg-W
Dauwendaele I
Bloemenlaan O Bloemenlaan W Vredehof Z
Magistraatswijk I
Toorenvliedt
Baskenburg–Zuid
Dauwendaele II Mortiere I
Bonedijkstraat e.o. Kennishaven
Stromenwijk Magistraatswijk II
Scheldestraat e.o.
Erasmuswijk
Buitenhaven Stashuisplein e.o.
Scheldekwartier
Nieuw- en Sint Joosland
Magistraatswijk III
Boulevards B en E
Mortiere II Reijershove Oude Binnenstad Essenvelt
Schoonenburg–Groot Abeele
LE E FM I LI EUS
bebouwing steden historische binnenstad hoogbouwwijk naoorlogse woonwijk vinex–wijk tuinstad woonerfwijk vooroorlogse woonwijk tuindorp nieuwe ontwikkeling (Scheldekwartier Vlissingen) veelal vrijstaand werkgebied
Voor de twee steden zijn de historische binnensteden de plekken die voor veel doelgroepen aantrekkelijk zijn. Hier is reuring, hier zijn de voorzieningen, hier is ook werk. Woningen toevoegen in de bestaande historische binnenstad is maar zeer beperkt mogelijk. De schil rondom de binnensteden zijn daarom kansrijk voor het toevoegen van woningen die zich nabij de binnenstad bevinden. Te denken valt aan tuindorpen zoals ‘t Zand in Middelburg of gebieden die van bestemming verschieten: de nieuwe ontwikkeling Scheldekwartier in Vlissingen. 20
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050 Regio’s die groeiden als gevolg van een duidelijk aanwijsbare ‘economische basis’
21
financiële diensten Londen, Amsterdam onderwijs Cambridge
De veranderende functie van de sociaal-economische ‘roltrap’
Ommeland en platteland Geboorte en jeugd
Stad Opleiding en werk
Groeikern Gezinsuitbreiding
IÈ
R
E
19801990
A
R
R
...en trekken daarna naar een groeikern
C
Jongeren trekken naar de stad voor opleiding en werk ...
20002010
Ommeland en platteland Geboorte en jeugd
Stad Opleiding en werk en gezinsuitbreiding
Jongeren trekken naar de stad voor opleiding en werk ...
...en blijven na hun opleiding en eerste baan in de stad wonen
Groeikern bron: MUST op basis van PBL (2015)
Mix van kapitalen als drijvende kracht De kans op ‘blijvend regionaal succes’ is groter wanneer er meerdere drijvende krachten worden aangesproken. De Britse socioloog Fielding (1992) beziet de stedelijke regio als een (sociaal-economische) roltrap: mensen stijgen op de maatschappelijke ladder en vergroten M menselijk, S sociaal en E economisch kapitaal in steden waar een aantrekkelijke mix van studie/werk, voorzieningen en woongelegenheid is. Veel grote Nederlandse steden golden voorheen als tijdelijke plek om te studeren en carrière te maken om nadien
textielindustrie elektronica Eindhoven Twente, autoindustrie Wolfsburg Lille/Roubaix/Tourcoing
E
divers en snelgroeiend ecosysteem van deeptech-ondernemerschap en geldt als cruciale economische motor van Nederland. Een belangrijk onderdeel van het Eindhovense techklimaat vormen onderwijsinstellingen als de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) en de Design Academy.
Zuidas
R
geografische locatie Rotterdam,Vlissingen, Antwerpen
Eindhoven
IÈ
grondstoffen Ruhr, Silezië,South Wales,Zuid-Limburg
Enschede
R
Vlissingen
tertiare sector dienstverlening (zakelijk+consument)
R
De teloorgang van de economische basis heeft — bij uitblijven van een nieuwe drijvende kracht — gevolgen voor een regio. Banen verdwijnen, voorzieningen sluiten. Met de sluiting van de mijnen in Zuid–Limburg verdween de economische basis van steden als Heerlen en Kerkrade. Omdat veel voorzieningen en het sociaal leven waren verbonden aan ‘de mijn’, viel ook een essentieel deel van M menselijk en S sociaal kapitaal weg voor voornamelijk de mijnwerkers. Kaderpersoneel vertrok uit de regio of vond kantoorwerk in naar Heerlen verhuisde Rijksdiensten als het CBS en de Belastingdienst. Het gezamenlijke besteedbare inkomen in de regio volstond niet meer om de eens levendige Heerlense binnenstad aantrekkelijk te houden. De regio Eindhoven wordt nog altijd geassocieerd met de voormalige consumentenproducten van Philips. De huidige realiteit is echter dat tal van o ndernemingen in Brainport geavanceerde technische systemen en producten voor industriële markten ontwikkelen. Deze regio wist zich te transformeren tot een
Heerlen
secundaire sector bouw, productie, engineering
A
Veel regio’s groeiden als gevolg van een ‘economische basis’ die de motor vormde achter de groei. Vaak trok deze economische activiteit andere bedrijvigheid aan ter ondersteuning van de oorspronkelijke economische basis. De basisindustrie vormde dus de initiële drijvende kracht achter de economische groei en de toename van het aantal inwoners. Met de groei van inwoners steeg ook de vraag naar voorzieningen — van winkels tot scholen tot recreatieruimte in het groen tot uitgaansgelegenheden tot gezondheidszorg tot musea — inclusief werkgelegenheid in die sectoren.
primaire sector landbouw, bosbouw, delfstoffenwinning
C
2.4 Drijvende krachten achter regionale groei
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050
Regio’s die ergens in de geschiedenis een periode van significante groei hebben doorgemaakt
1850—1930 Industriële revolutie
1950—1960 Wederopbouw
Drijvende kracht E Economisch kapitaal
Drijvende kracht S S ociaal kapitaal
Wonen volgt werken
Hoop en grote idealen Maakbare samenleving, nieuwe nederzettingen
werk = katalysator
een gezin te starten in meer suburbane steden en kindvriendelijke wijken. Tegenwoordig zijn juist deze groeikernen en woonerfwijken minder in trek en blijven voornamelijk theoretisch opgeleiden permanent in steden wonen. Hiernaast hebben we een aantal regio’s verzameld die ergens in de geschiedenis een periode van significante groei hebben doorgemaakt — doorgaans als gevolg van een duidelijk aanwijsbare drijvende kracht. Een drijvende kracht kan ook herleidbaar zijn naar beleid. Het door het Rijk aanwijzen van een reeks groeikernen als onderdeel van het ruimtelijke ordeningsbeleid of het plannen van de nieuwe steden in de Flevopolders zijn hier duidelijke voorbeelden van. Wat zijn de drijvende krachten van Walcheren? Op de volgende pagina’s hebben we een aantal van de ‘krachten van Walcheren’ op kaarten voor Natuurlijk, Economisch, Menselijk en Sociaal kapitaal ingetekend. Echt Walcherse sectoren als Toerisme en recreatie zijn meer dan ‘economisch kapitaal’. Toerisme en recreatie kunnen namelijk ook een bijdrage leveren aan ruimtelijke en maatschappelijke transities en aan brede welvaart. En daarmee dus ook aan menselijk kapitaal (bijv. ervaren gezondheid), sociaal kapitaal (sociaal leven, recreatieve activiteiten ondernemen) en natuurlijk kapitaal (o.a. in stand houden recreatieve buitenruimte, routenetwerken, natuurbeleving).
wonen georganiseerd door werkgever basisvoorzieningen georganiseerd door werkgever
Eindhoven, Philipsdorp
Heerlen, Schaesberg
van 19.000 in 1890 naar 43.000 inwoners in 1920
van 6.646 in 1900 naar 32.263 inwoners in 1930
functiescheiding wonen—werken geclusterde voorzieningen
Nagele
1970—1980 Suburbanisatie
Rotterdam, Lijnbaan
Walcheren
1995—2005 VINEX
Drijvende kracht E Economisch kapitaal
Drijvende kracht E Economisch kapitaal
Satellietsteden om in te wonen en elders te werken
Uit- en inbreidingswijken van steden (39% binnenstedelijk!)
één dominante woonvorm
variatie in woonvormen
basisvoorzieningen nabij bijzondere voorzieningen
geconcentreerde basisvoorzieningen nabij bijzondere voorzieningen in stadscentrum
in kernstad op afstand
werken veelal in kernstad op afstand
Zoetermeer
+90.000 inwoners in periode 1962–1991
Almere 1970 52 inw. 1980 6.632 1990 71.087
2000 142.797 2010 190.767 2020 211.704
ook werklocaties
Grote groeiregio’s anno nu
Amersfoort Vathorst totaal ca. 11.000 woningen
Walcheren 2026—2050
Drijvende kracht E Economisch + S Sociaal kapitaal
Drijvende kracht M Menselijk + E Economisch kapitaal
Brainport Eindhoven Kruisbestuiving en netwerkvorming in economische ecosysteem
Onderwijs Energiesector Toerisme
zeer suburbaan
zeer hoogstedelijk
Zilverackers, Veldhoven totaal ca. 1.250 woningen
22
Strijp–S, Eindhoven totaal ca. 2.300 woningen
Amsterdam IJburg
totaal ca. 30.000 woningen (waarvan 8.000 nog te bouwen op Strandeiland)
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050
De kracht van Walcheren
N
Natuurlijk kapitaal Natura2000
waterkeringen
zoetwaterbel onder duin
Natuur Netwerk Nederland (zonder open water)
primaire watergangen
zoetwaterlens onder kreekrug
secundaire watergangen
goede waterkwaliteit
Water optimaal infiltreren (duinen en kreekruggen)
stroomrichting water
zwemplekken
gemaal
We zien de opvallende structuur van hoger gelegen kreekruggen en lagergelegen poelgronden. Onder de duinen en kreekruggen bevinden zich zoetwaterbellen en -lenzen, die waardevol en noodzakelijk zijn voor landbouw en natuur op Walcheren. Een voorbeeld hiervan is natuurgebied De Manteling.Duinen in combinatie met dijken dienen als zeekering en beschermen het voormalige eiland. Walcheren heeft één watergangenstelsel, waarvoor de kreekruggen zijn doorgegraven. Walcheren wordt continu bemalen; het water wordt verzameld rond Middelburg en van daaruit afgevoerd via het Kanaal door Walcheren aan de zuidkant naar de Westerschelde.
De Manteling waaronder de grootste zoetwaterbel van Walcheren ligt opgeslagen
Strand en bos, Valkenisse
23
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050
De kracht van Walcheren
E
Economisch kapitaal spoorlijn met station autosnelweg autoweg regionale weg onderstation
bebouwing vooral wonen mix
hoogspanning
vooral werken
wind-/zonnepark
vakantiepark
We zien dat door netwerken van mobiliteit, energie, zoetwateraanvoer en industriewateraanvoer diverse economische sectoren vertegenwoordigd zijn op Walcheren. De steden herbergen economische activiteit die passen bij regionale centrumsteden zoals zorg, onderwijs, dienstensector en retail en — met Middelburg als hoofdstad van Zeeland — publiek bestuur. In het buitengebied is de agrarische sector actief. Specifiek voor Walcheren zijn de toerismesector en de economische activiteit die hoort bij de Vlissingse haven. De energiesector is sterk aanwezig in dit gebied. Windenergie komt hier aan land. Ook de kerncentrale van Borssele is nabij. Onderdeel van Economisch kapitaal vormt ook weginfrastructuur. Bekend is dat het mobiliteitssysteem op Walcheren niet op orde is en aandacht behoeft.
Toerisme, Westkapelle
Haven, logistiek North Sea Port, Vlissingen
24
De kracht van Walcheren
M
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050
We zien een aardig verschil in het type opleidingen dat Walchenaren hebben genoten in de verschillende buurten. In Middelburg is het aantal theoretisch opgeleiden procentueel hoger dan in Vlissingen. Er zit ook veel verschil tussen de buurten in deze steden. Er is ook onderscheid tussen de kleinere plaatsen. In de stadjes Veere en Domburg en in het kustplaatsje Dishoek wonen relatief veel theoretisch opgeleiden, in Nieuw- en Sint Joosland en Meliskerke ligt dat percentage vrij laag. Het Admiraal de Ruyterziekenhuis heeft drie locaties in Zeeland: Vlissingen, Zierikzee en Goes. Walcheren heeft géén afdeling spoedeisende hulp (SEH).
Menselijk kapitaal % theoretisch opgeleiden per buurt Stadsschouwburg Middelburg
HZ University of Applied Sciences en University College Roosevelt Admiraal de Ruyterziekenhuis (planbare en poliklinische ingrepen met een lager medisch risico — SEH in Goes)
40% 5% geen gegevens bron: CBS buurtmonitor
Werkontwikkelbedrijf Orionis Walcheren
Roosevelt
University College Roosevelt, Middelburg
25
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050
De kracht van Walcheren
S
Sociaal kapitaal
sociale samenhang goed voldoende onvoldoende geen gegevens bron: CBS buurtmonitor*
grote sportlocatie
*toelichting op Buurtmonitor ‘Sociale cohesie’ De antwoorden op de volgende acht stellingen zijn door het CBS samengenomen tot een totaalscore voor sociale samenhang (sociale cohesie) — D e mensen in de buurt kennen elkaar nauwelijks. — D e mensen in de buurt gaan op een prettige manier met elkaar om. — I k woon in een gezellige buurt waar mensen elkaar helpen. — I k voel me thuis bij de mensen die in de buurt wonen. — I k heb veel contact met andere buurtbewoners. — I k ben tevreden over de bevolkingssamenstelling in de buurt. — A ls ik op vakantie zou gaan of langere tijd afwezig zou zijn, zou ik mijn huissleutel aan de buren durven te geven. — I n deze buurt durven de mensen elkaar aan te spreken op onwenselijk gedrag.
We zien een klassiek patroon, waarbij de steden lager scoren op sociale samenhang dan dorpen. Opvallend zijn de stedelijke gebieden die geel kleuren: Souburg–Noord, Kenniswerf in Vlissingen, Prooijenspark en Mortiere II in Middelburg. Bij de kleinere plaatsen scoren Veere en Dishoek goed. Nieuw- en Sint Joosland en Arnemuiden scoren minder goed op sociale samenhang.
Veere
Nieuw- en Sint Joosland
26
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050
Hoofdstuk 3 De benadering ‘Aantrekkelijk Leefarrangement’ als vertrekpunt
27
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050
3.1 Een Aantrekkelijk Leefarrangement Goede ruimtelijke ordening betekent integraal kijken naar de ruimte. Door lagen en domeinen heen. Toch is het geheel van functies en opgaven dat samenkomt in de ruimte enorm. Het gesprek voeren over het goed inrichten en ordenen van onze leefomgeving is dan ook niet altijd eenvoudig. Met de benadering ‘Aantrekkelijk Leefarrangement’ hebben we bij MUST — in eerste instantie voor onszelf — geprobeerd een manier van denken over de leefomgeving te introduceren die vertrekt bij een voor een breed publiek herkenbaar en grijpbaar idee: aangenaam leven op een waardevolle plek. We leunen hierbij op het ordenen van de leefomgeving zoals de lagenbenadering dat doet. Daarnaast nemen we welzijnsaspecten mee door te kijken naar de vier kapitalen van brede welvaart.
Aantrekkelijk Leefarrangement banen O
E
M
S
werk in een sector die aansluitend bij opleidingsniveau
woningen O
E
M
voorwaarde: dragende systemen op orde
S
een prettige woning in een aantrekkelijke landelijke en/of stedelijke omgeving
voorzieningen O
N M
S
water- en bodemsysteem
voorzieningen die passen bij de behoefte: onderwijs, zorg, ontspanning en cultuur
Denken vanuit Brede Welvaart N Natuurlijk kapitaal
O
E Economisch kapitaal
drinkwater- en energiesysteem
M Menselijk kapitaal
Met de lagenbenadering (zie Hoofdstuk 2) is in het verleden een manier van kijken naar het inrichten van onze leefomgeving geïntroduceerd die de blik van iedereen actief in de ruimtelijke ordening – van bestuurder tot beleidsmakers – poogde te stroomlijnen, te verruimen en vaak letterlijk om te draaien. Desalniettemin gaat ruimtelijke ordening in de dagelijkse praktijk toch nog vaak over ‘actualiteiten’. Sectoren waar ‘iets urgents’ aan de hand is en een groot thema vormen in het (landelijke) politieke debat. Vaak spelen deze urgente opgaven zich af in de O Occupatielaag. Het nijpend tekort aan woningen is daar een voorbeeld van. De haast om snel woningen te bouwen gaat dan voorbij aan ‘wat voor woningen’, ‘voor wie’ en ‘in wat voor leefmilieus’; aan de vraag wáár (binnen bestaand stedelijk gebied of in
N
S Sociaal kapitaal
N
Denken vanuit de lagenbenadering
E
mobiliteitssysteem
O occupatielaag N netwerklaag
N
E
O ondergrond
uitleglocaties). Kwantiteit gaat voor kwaliteit. Het zorgvuldig kijken naar de zo essentiële samenhang met andere aspecten in de Occupatielaag (zoals de aanwezigheid van voorzieningen of werklocaties) sneeuwt vaak onder. Het kijken naar de N Netwerklaag en de O Ondergrond dreigt al helemaal achterop te raken. Daarnaast is infrastructuur een dominant domein in de ruimtelijke 28
ordeningspraktijk. Het gaat hier vaak om projecten die enkel uitgevoerd kunnen worden wanneer zij kunnen rekenen op een financiële bijdrage van het Rijk. De urgentie van lagere overheden om bij hun infrastructuurprojecten bij het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO-MIRT) hoog op de agenda te krijgen is groot.
Walcheren 2050 Een verkenning in de vorm van ruimtelijke toekomstscenario’s in het kader van Zeeland 2050
Een Aantrekkelijk Leefarrangement Met het model ‘Aantrekkelijk Leefarrangement’ hebben we gepoogd een manier van kijken naar de leefomgeving in steden en regio’s te introduceren die zowel recht doet aan de lagenbenadering, als aan de N E M S Brede welvaart-kapitalen. Een manier om de soms zeer kwantitatieve blik of korte termijn-blik op bijvoorbeeld ‘meer woningen bouwen’ te verruimen. Woningen staan niet in het niets en er is niemand die alleen maar wil O E M S wonen. Het gaat ook om de aanwezigheid van O N M S voorzieningen (scholen, recreatiemogelijkheden, zorg, uitgaansgelegenheden, etcetera) en om O E M S banen: de aanwezigheid van werkgelegenheid. Hetzelfde geldt voor sec kijken naar voorzieningen en of sec kijken naar banen. Alle drie de elementen hangen met elkaar samen en hebben nadrukkelijk invloed op elkaar. Zo breiden werkgevers hun activiteiten op een bepaalde locatie pas uit wanneer de condities daarvoor geschikt zijn. Eén van die condities is de aanwezigheid van gekwalificeerd personeel met de juiste opleiding.