CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB Uitgangspuntennotitie Toekomstbestendige Leefomgeving- bijlage (2617454) (13.0)

Informatiebijeenkomst 10 juni 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: Achtergrond informatie10.146 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De het doel voor geluid voor 2030 is:  Het gemiddeld geluidsniveau door wegverkeer is op zo veel mogelijk locaties, conform WHOnormen, per etmaal ≤ 53 dB en ‘s nacht <45 dB (streefwaarden) en is per etmaal maximaal 70 dB (nationale grenswaarde voor gemeentelijke wegen). In 2021 voldeden volgens het RIVM de woningen langs alle hoofdwegen niet aan deze streefwaarden (afbeeldingen 13 en 14). Deze woningen liggen in zones waar het geluidsniveau 5 – 10 dB hoger is. Een aantal maatregelen uit het Programma Mobiliteit, zoals het verlagen van de snelheid, een groene golf in te stellen en een aantal wegen af te sluiten voor doorgaand verkeer zijn essentieel om dit doel te halen.

30

Afbeelding 13: Geluidsniveau door wegverkeer gemiddeld per dag (wit en geel voldoet aan WHOnorm), bron: www.atlasleefomgeving.nl, RIVM, 2024.

Afbeelding 14: Geluidsniveau door wegverkeer ’s nachts (wit en geel voldoet aan WHO-norm, let op andere legenda), bron: www.atlasleefomgeving.nl, RIVM, 2024. Ambitie 3: Lichtvervuiling Licht: we streven naar winst voor gezondheid en biodiversiteit door het terugdringen van lichtvervuiling. Een indicator voor lichtvervuiling is de lichtintensiteit die met behulp van satellieten wordt gemeten. Lichtintensiteit heeft een ingewikkelde eenheid: 10-9 W/cm2 sr (10-9 Watt per vierkante centimeter steradiaal) en dit betekent hoeveel licht er vanuit een punt naar het heelal wordt uitgestraald. De afbeelding 15geeft de jaargemiddelde lichtintensiteit ‘s nachts in 2023 weer. Bijvoorbeeld de lichtintensiteit in 10-9 W/cm2 sr is in de Binnenstad 29, Paauwenburg 10, boven Ritthem 2 en de donkere punten in Vlissingen-Oost zijn 60.

31

Afbeelding 15: Jaargemiddelde lichtintensiteit in gemeente Vlissingen in 2023, bron: www.lightpollutionmap.info Er zijn geen concrete normen vanuit het Rijk of de Provincie. Wat betreft gezondheid van mens, dier en plant is de regel hoe donkerder hoe beter. Aan de andere kant hebben we ook niet voor niets straatverlichting of verlichting in gebouwen of op werkplaatsen vanwege veiligheid of productiviteit. Om een concreet en haalbaar doel te kunnen bepalen is eerst onderzoek nodig naar de lichtbronnen en hun bijdrage aan lichtvervuiling in de gemeente Vlissingen. Ambitie 4: Geurhinder Geur: we streven naar gezondheidswinst door het terugdringen van geuroverlast. Wat we ruiken zijn in feite kleine vaste deeltjes in de lucht. Degene die de meeste mensen als hinderlijke ervaren komen vaak uit dezelfde bronnen als die van luchtkwaliteit. Ook zijn er geen landelijke of provinciale normen. Daarom hebben we geen aparte indicator voor geurhinder. In deze planperiode (tot 2030) onderzoeken we of apart uitvoeringsgericht beleid voor geur wenselijk is. Ambitie 5. Bodem- en grondwaterkwaliteit Bodem- en grondwaterkwaliteit: goede kwaliteit betekent voor ons geschikt voor het beoogde gebruik en met een gezond evenwicht voor alle organismen. Een indicator voor de chemische bodem- en grondwaterkwaliteit is de bodemfunctieklasse (landbouw/natuur, wonen en industrie).

De bodemfunctieklasse moet geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Hetzelfde geldt voor de hoeveelheid PFAS in de bodem. Het uitvoeringsgericht beleid hiervoor is verwoord in de Nota bodembeheer Vlissingen 2023. Deze nota wordt onderdeel van het Programma Toekomstbestendige Leefomgeving. In Zeeuws verband wordt in 2025 de Bodemkwaliteitskaart PFAS (onderdeel van de nota) geactualiseerd. Ambitie 6: Oppervlaktewaterkwaliteit Oppervlaktewater: in bebouwd gebied moet de waterkwaliteit passen bij de functie van het gebied er omheen. Door het bebouwd gebied van gemeente Vlissingen ligt één KRW (Kaderrichtlijn Water)waterlichaam dat aan bepaalde normen moet voldoen. Dat is het Kanaal door Walcheren. Voor al het andere oppervlaktewater in de woonwijken en bedrijventerreinen is geen waterkwaliteitsdoel. Bij 32

rioolvervanging koppelt de gemeente zoveel mogelijk verhard oppervlakte af van vuilwaterriolering. Hiermee beperken of voorkomen we riooloverstorten. Dit komt de waterkwaliteit ten goede. Verder is er bij, zowel gemeente als het waterschap (wettelijke waterkwaliteitsbeheerder) geen inzicht in de (ecologische) waterkwaliteit. Daarom stellen we in de eerste versie van het programma geen concrete doelen op. Eerst is het nodig om onderzoek te doen naar de huidige situatie. Ambitie 7: Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid: de risico’s van omgevingsveiligheid zijn volledig in beeld, beheersbaar en waar mogelijk verkleind en we laten geen nieuwe risicobronnen toe, tenzij uit onderzoek blijkt dat er geen belemmeringen zijn en geen ongewenste ruimtelijke effecten ontstaan (uitgezonderd VlissingenOost). Omgevingsveiligheid (voor 2024 externe veiligheid genoemd) gaat over het beschermen van personen tegen gevaren van een brand, explosie of gifwolk door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Dit heeft betrekking op alles wat te maken heeft met de veiligheid rondom productie, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. De gemeente kan voor de activiteiten waarvoor zij bevoegd gezag is binnen de kaders van de Omgevingswet en het omgevingsveiligheidsbeleid eigen afwegingen maken over de kwaliteit en bescherming van de fysieke leefomgeving.

Het Rijk stelt hieraan voor een deel harde voorwaarden of grenzen en laat voor een deel afwegingsruimte over voor de gemeente. Het meest recente beleid voor omgevingsveiligheid in gemeente Vlissingen is de ‘Beleidsvisie Externe veiligheid’ uit 2005 en de toelichting daarop uit 2010. Dit verouderde beleid is hoognodig toe aan actualisatie. Mede ook omdat door de energietransitie nieuwe vormen van brandstof met risico’s zoals ammoniak, LNG, waterstof en batterijen in opkomst zijn. Voordat we indicatoren kiezen en doelen kunnen stellen, is eerst inzicht in de huidige en toekomstige situatie nodig. Dit goed doen kost tijd en personele capaciteit en daarom zal het uitvoeringsgericht beleid voor omgevingsveiligheid nog geen onderdeel van de eerste versie van het programma zijn. Belangrijk is dat omgevingsveiligheid integraal onderdeel dient te zijn van ruimtelijke plannen. Belangrijke speerpunten voor de beleidsactualisatie zijn samenwerking met partners, risicobronnen in beeld brengen en houden en focus op zelfredzaamheid, beheersbaarheid en acceptatie van het restrisico.

33

7. Vervolgproces Nadat het college deze uitgangspuntennotitie heeft vastgesteld, is de vervolgstap om het Programma Toekomstbestendige Leefomgeving uit te werken. De kerngroep zal deze uitgangspuntennotitie uitbreiden tot het concept programma 1.0 met daarin alle activiteiten en acties tot 2030 die nodig zijn om de doelen te halen. Ook voegen we een strategisch participatie- en communicatieplan voor de aankomende jaren toe. De planning is dat we dit eerste concept programma voor de meivakantie 2025 aan alle betrokken collega’s voorleggen, zodat zij hun reactie hier kunnen geven. Na de meivakantie presenteren we het conceptprogramma bij het DT, college en de raad. We verwachten in de zomer van 2025 het programma af te ronden, zodat na het zomerreces het programma ter inzage wordt gelegd. Nadat de inspraakreactie zijn verwerkt kan het college eind 2025 het definitieve programma 1.0 vaststellen. Er is voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties bij de uitvoering van het programma op hun eigen terrein en panden een belangrijke rol weggelegd. Daarom voeren we in het voorjaar een 0-meting uit onder deze doelgroepen om te kijken hoe zij aankijken tegen de thema’s uit dit programma. Dit is input voor het strategisch participatie- en communicatieplan.

Ook gaat dit plan in op de samenwerking met partners en het draagvlak en de bewustwording van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties.

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15602026/1