CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB Beleidsplan sociaal domein 2026-2031 bijlage

Informatiebijeenkomst 29 augustus 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: STUKKEN24.349 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.3.1 Wat weten we over deze beleidsopgave Met het oog op de toekomst is de verwachting dat de vraag naar ondersteuning toeneemt. Enerzijds door de vergrijzing, anderzijds doordat inwoners langer zelfstandig thuis blijven wonen. Het onderdeel wonen in relatie tot zorg wordt te zijner tijd onderdeel van het hoofdstuk wonen met zorg in het volkshuisvestigingsprogramma. Om een toekomstbestendig sociaal domein te kunnen realiseren, vraagt dit ook voor de Wmo om een plan waarin de zorgvraag en kostenbeheersing in balans zijn met elkaar.

Veilige leefomgeving Wij zetten ons in voor een veilige leefomgeving voor alle inwoners. Huiselijk geweld en kindermishandeling zijn ernstige problemen die een integrale aanpak nodig hebben. Belangrijke doelstellingen binnen maatschappelijke ondersteuning en mentale gezondheid zijn: het voorkomen van huiselijk geweld en kindermishandeling door middel van voorlichting en educatie, vroegtijdig herkennen van signalen van geweld en mishandeling, effectieve en tijdige interventies om geweld te stoppen en slachtoffers te beschermen en het bieden van passende nazorg en ondersteuning aan slachtoffers en betrokkenen. Samen met onze partners, zoals Veilig Thuis, blijven we werken aan een toekomst zonder geweld.

In 2023 waren er ruim 4400 Wmo gebruikers in de gemeente Vlissingen, de verwachting is dat dit zal groeien naar ruim 4700 Wmo gebruikers in 2027. In alle categorieën binnen de Wmo, verblijf en opvang, ondersteuning thuis, hulp bij het huishouden, hulpmiddelen en diensten, wordt er in de gemeente Vlissingen relatief veel gebruik gemaakt van de Wmo. De afgelopen jaren hebben we grote stappen gezet in de uitvoering van de Wmo. De ondersteuning is opnieuw ingericht en aanbesteed. Met als uitgangspunt dat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen wonen en volwaardig deel kunnen nemen aan de maatschappij. We zijn een strategische samenwerking aangegaan met twee zorgcombinaties. Om de doelstellingen te kunnen behalen, evalueren we samen met onze zorgpartners de gemaakte afspraken. Hierbij kijken we onder andere naar de cliënttevredenheid.

Veilig Thuis is het meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Veilig Thuis biedt advies, ondersteuning en kan indien nodig de juiste hulp inschakelen om mishandeling en geweld te stoppen. We hanteren het principe van ''1 gezin, 1 plan, 1 aanspreekpunt'' om de regie en coördinatie van meervoudige en/of complexe ondersteuningsvragen te waarborgen. Dit zorgt voor een duidelijk aanspreekpunt voor het gezin.

In 2024 is 65-83% van de bevraagde inwoners (heel) tevreden over hun ervaringen met betrekking tot de Wmo. In 2023 31

bedroeg dit 73-83% en in 2022 60-79%. Daarnaast werken we samen met onze strategische partners aan innovatieve voorstellen en een doorontwikkeling van de contracten. Goed ingericht contractmanagement is hierbij onontbeerlijk.

Hier leggen we de focus op de komende beleidsperiode • Ondersteuning vanuit de sociale basis is de standaard binnen de maatschappelijke ondersteuning. We zetten in op voorliggende toegankelijke voorzieningen, zodat inwoners met laagdrempelige ondersteuning de eigen regie kunnen behouden. • Waar de sociale basis niet meer afdoende is, kan een inwoner een beroep doen op ondersteuning, waarbij we toetsen hoe een maatwerkvoorziening kan bijdragen aan de ondersteuningsvraag. In dit onderzoek staat de inwoner centraal en gaan we uit van de eigen kracht, het normaliseren van de hulpvraag en het netwerk van de inwoner. De ondersteuning is zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig. • We investeren in de samenwerking44 tussen de gemeente, partners in de sociale basis en de zorgaanbieders. • We investeren in de bekendheid van onafhankelijke cliëntondersteuning, zowel professioneel als vrijwillig. • We onderzoeken met onze strategische partners of meer groepsgerichte ondersteuning in de vorm van algemene voorzieningen mogelijk is.

• Het bespreekbaar maken van huiselijk geweld in de voorliggende voorzieningen; • Het trainen van professionals in het herkennen van signalen en het voeren van gesprekken over huiselijk geweld; • Het stimuleren van zorgvuldig en consistent gebruik van de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling; • We behouden een ontmoetingsplek voor beginnende dementie en hun naasten;

5.3.2 Wat willen we bereiken 1. Inwoners wonen zo lang mogelijk zelfstandig thuis en nemen volwaardig en veilig deel aan de maatschappij. We richten ons op de eigen regie en mogelijkheden van inwoners, waar mogelijk met behulp van het eigen netwerk en hun omgeving. De (professionele) ondersteuning is aanvullend, zodat deze beschikbaar blijft voor degenen die dit het hardste nodig hebben, nu en in de toekomst. Deze doelstelling heeft een directe relatie met de doelen in de beleidsopgave sociale basis. We zetten binnen de sociale basis onze inwoners in hun kracht en gaan uit van wat iemand kan, in plaats van de beperkingen. Daarbij staat het leven van de inwoner centraal. Voorop staat het recht op een oplossing, niet op ondersteuning. De sociale basis biedt een passend aanbod van kwalitatief hoogwaardig niveau. Pas als het nodig is, vindt aanvulling met een maatwerkvoorziening plaats. Volwaardig deelnemen aan de maatschappij heeft als voorwaarde een veilige leefomgeving. Door vroegtijdig te signaleren en het gesprek aan te gaan, kunnen we samen bijdragen aan het voorkomen van schade door huiselijk geweld en kindermishandeling en het creëren van een veilige leefomgeving voor iedereen. 32

•

We investeren in een aanpak in het herkennen van signalen en het voeren van gesprekken over (beginnende) dementie.

Hier leggen we de focus op de komende beleidsperiode • We investeren in de kennis van de toegang Wmo en Jeugd en partners over Positieve Gezondheid, zodat zij integraal kunnen kijken naar de ondersteuningsvragen van inwoners. • We zorgen voor voldoende aanbod in de sociale basis om zoveel mogelijk te kunnen normaliseren en instroom in Wmo voorzieningen te voorkomen. • We onderzoeken hoe een nauwere samenwerking georganiseerd kan worden tussen de toegang tot Wmo en Jeugd en de toegang tot de Participatiewet. • We starten met de implementatie van de nieuwe contracten voor doelgroepenvervoer (start op 1 augustus 2025) en woningaanpassingen (start naar verwachting op 1 januari 2026). We monitoren en evalueren de nieuwe contracten. • Vanwege aflopende contracten gaan44 we contracten opnieuw aanbesteden. Allereerst het contract voor hulpmiddelen, dit contract loopt af in 2027. Daaropvolgend de contracten voor aanvullende zorg en trapliften, die beiden aflopen in 2028. • We intensiveren het contractmanagement voor de uitvoering van de Wmo. Met goed contractmanagement kan er vroegtijdig ingesprongen worden op onvoorziene omstandigheden en kunnen de contracten duurzaam en toekomstbestendig blijven. We monitoren de uitgaven en sturen tijdig bij.

• We blijven sturen op gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en onze strategische partners voor tevreden Wmo-cliënten en goede betaalbare Wmo-ondersteuning. • We blijven investeren in innovatieve projecten binnen de contracten op het gebied van de Wmo om in te spelen op ontwikkelingen in de samenleving.

2. De maatschappelijke ondersteuning is beschikbaar voor inwoners. We streven ernaar om, ondanks de uitdagingen die we hebben, de maatschappelijke ondersteuning voor de inwoners die dat nodig hebben beschikbaar en betaalbaar te houden. We willen een kwalitatief goed en breed aanbod voor onze inwoners. Om dit te bereiken is het van belang dat alle partners, instellingen en organisaties zich committeren aan onze ambitie en integraal kader voor het sociaal domein. Samenwerking op basis van partnerschap is belangrijk om de ondersteuning te laten slagen.

33

5.4

organisaties een grote rol in spelen. Zo helpen we jongeren om gezond en veilig op te groeien. We doen dit in samenhang met de beleidsopgave leven lang leren.

Kansrijk opgroeien

Ieder kind heeft recht op een gezonde en veilige start en op een optimale ontwikkeling. De eerste 1000 dagen van een kind zijn cruciaal voor de ontwikkeling. De sociale omgeving heeft een grote invloed op zijn/haar ontwikkeling.

Normaliseren en versterken van de sociale basis We willen dat opvoedvragen zoveel mogelijk worden opgelost binnen het eigen netwerk of de sociale basis. Dat betekent: hulp pas inzetten als het echt nodig is, en altijd eerst kijken wat inwoners zelf of met steun van hun omgeving kunnen doen. Ondersteunen is niet altijd hulp organiseren, maar juist ook het versterken van wat er al is. Dat vraagt om een cultuur van normaliseren: opgroeien gaat gepaard met uitdagingen, maar dat maakt niet elk probleem een zorgvraag.

Kinderen en jongeren in Vlissingen verdienen gelijke kansen om gezond, veilig en kansrijk op te groeien. Een sterke sociale basis en een stabiel gezin zijn daarvoor essentieel. Toch zien we dat steeds meer kinderen en gezinnen ondersteuning nodig hebben, en dat deze hulp vaker complex en langdurig is. De kosten voor jeugdhulp blijven stijgen en de druk op het systeem neemt toe. Dit willen we veranderen door te investeren in het versterken van de eigen kracht van gezinnen, het normaliseren van alledaagse opvoedvragen, vroegtijdig problematiek te signaleren en preventief ondersteuning te bieden. Door effectieve en efficiënte ondersteuning te bieden op het juiste moment, voorkomen we zwaardere zorg en blijft gespecialiseerde hulp beschikbaar voor wie het echt nodig heeft.

We investeren in een sterke pedagogische basis: ouders, scholen, sportverenigingen, jeugdwerk en buurtinitiatieven spelen hierin een sleutelrol. Hoe sterker deze basis, hoe beter problemen kunnen worden voorkomen of in een vroeg stadium worden opgelost. We doen dit in samenhang met de beleidsopgaven sociale basis, vitaal leven en leven lang leren.

Het Nederlands Jeugdinstituut heeft tien belangrijke beschermende factoren benoemd. Denk aan steun van ouders, leraren en andere volwassenen, een veilige omgeving, duidelijke regels en waardering voor goed gedrag. Ook is het belangrijk dat jongeren meedoen, bijvoorbeeld op school, in sport of in de wijk. Zo ontwikkelen zij sociale en emotionele vaardigheden, leren ze omgaan met anderen en krijgen ze vertrouwen in zichzelf. Gemeenten kunnen hier samen met scholen, ouders en

Integraal werken aan oorzaken, niet aan symptomen De oorzaak van een hulpvraag ligt vaak niet alleen bij het kind, maar in de bredere context van het gezin. Denk aan schulden, relatieproblemen, slechte huisvesting of psychische problematiek van ouders. Daarom kiezen we voor een integrale benadering: signalen worden gedeeld, betrokken partijen werken samen en stemmen hulp en ondersteuning op elkaar af. We organiseren ondersteuning zoveel mogelijk in de leefwereld van het kind en het gezin – dichtbij, vertrouwd en afgestemd op 34

de situatie. Alleen zo kunnen we voorkomen dat problemen escaleren en dat gezinnen een beroep moeten doen op zwaardere vormen van jeugdhulp.

soms een breder plan van aanpak nodig om passende hulp te organiseren. Hier komt een arrangement aan oplossingen uit waar voorzieningen vanuit de sociale basis, een algemene voorziening of maatwerkvoorzieningen onderdeel van kunnen zijn.

Daarom werken we gezinsgericht en integraal: - We kijken breed naar wat er speelt in het gezin; - We bieden ondersteuning op meerdere leefgebieden; - We doen dit in samenwerking met onze partners.

Individuele voorzieningen jeugd Voor de jeugd die ondersteuning nodig heeft vanuit specialistische zorg, zetten wij de individuele voorzieningen vanuit de Jeugdwet in. De ondersteuning sluit aan bij de eigen kracht van de jeugdige en het gezin. De veiligheid van een jeugdige staat hierbij steeds voorop, daar waar ingrijpen nodig is, zorgen wij hiervoor.

Door deze aanpak helpen we niet alleen het kind, maar versterken we de veerkracht van het hele gezin. Dit kunnen we enkel en alleen met het netwerk vanuit de sociale basis en de zorgaanbieders. Een goed samenspel tussen partners uit verschillende domeinen is nodig.

Tegelijkertijd staan we voor de uitdaging om de stijgende kosten in de jeugdhulp beheersbaar te houden. Alleen door intensief samenwerken en ons beleid en de uitvoering daarvan continu te optimaliseren, kunnen we onze doelen waarmaken.

Toegang tot jeugdhulp Wanneer de ondersteuning vanuit de sociale basis en het eigen netwerk niet voldoende is, en de situatie daarom vraagt, kan aanvullend passende gespecialiseerde jeugdhulp worden ingezet.

De uitgangspunten voor ons beleid zijn vastgelegd in de Regiovisie Jeugdhulp Zeeland 2023-2028 en de Hervormingsagenda 2023-2028. De richtinggevende kaders brengen de uitdagingen van de toekomst in beeld, die we in dit beleidsplan hebben vertaald naar de lokale context.

Inwoners kunnen op verschillende manieren een beroep doen op de Jeugdwet. Dit kan bijvoorbeeld via doorverwijzing door organisaties vanuit de sociale basis, zoals Buurtteams Vlissingen, door telefonisch contact of via een bezoek aan de gemeente: toegang Wmo en Jeugd. In een gesprek wordt de ondersteuningsvraag van het kind of de jongere bekeken en wordt besproken wat de best passende oplossing is. Daarvoor is 35

5.4.1 Wat weten we over deze beleidsopgave

5.4.2 Wat willen we bereiken

Het relatieve aantal kinderen dat opgroeit in een eenouder huishouden en het aandeel kinderen dat opgroeit in een uitkeringsgezin ligt in Vlissingen hoger dan gemiddeld in Nederland. Dit zijn voorbeelden van indicatoren die de inzet van jeugdhulp kunnen voorspellen.

1. Kinderen in Vlissingen groeien veilig en gezond op en hebben gelijke kansen om mee te doen in de samenleving. Een sterke sociale basis is erg belangrijk voor jeugdigen en gezinnen. Het werkt preventief. Het zorgt ervoor dat de sociale veerkracht van jeugdigen en gezinnen toeneemt en dat zij zoveel mogelijk zelf problemen kunnen voorkomen en oplossen.

Het aantal jongeren met jeugdhulp is de afgelopen jaren flink toegenomen van ruim 1000 jongeren in 2018 (9,7%) naar bijna 1500 jongeren in 2023 (14,6%). De kosten voor jeugdhulp zijn in de periode 2017 tot 2023 gestegen van ruim 10 miljoen euro naar ruim 22 miljoen euro. Dit is een landelijke trend, zowel het aantal jeugdigen met jeugdhulp als de kosten voor jeugdhulp zijn in heel Nederland toegenomen.

Het gaat ook over een sterker en positiever opgroeiklimaat en een sterke pedagogische basis. Hoe sterker de pedagogische basis, hoe beter vragen en problemen die bij opgroeien horen in het gewone leven kunnen worden opgepakt. Iedereen die om jeugdigen heen staat, draagt daar elke dag aan bij. Dat zijn in de eerste plaats ouders en verzorgers. Het zijn bijvoorbeeld ook opa’s en oma’s, de buurman, professionals zoals leraren, pedagogisch medewerkers, sociaal werkers, en de coach van de sportvereniging.

In Vlissingen is ongeveer 11% van de totaal ingezette jeugdhulp een vorm van jeugdhulp met verblijf. In Nederland ligt dit gemiddeld op ongeveer 8%. Bijna 4 op de 10 (38%) van de trajecten wordt ingezet door een huisarts of jeugdarts in de gemeente Vlissingen. In Nederland is dat gemiddeld gelijk (38%).

Daarnaast is een stabiele en veilige omgeving van belang. Een omgeving waarbij de jeugdige een duurzame relatie heeft met en kan vertrouwen op een volwassene. Dit is voor jeugdigen belangrijk om op te groeien tot een zelfstandige en zelfverzekerde volwassene. Ook als een jeugdige niet (meer) thuis kan wonen. We streven naar een positieve ontwikkeling van de jeugd door een laagdrempelige en integrale aanpak. We zetten in op preventie, het versterken van het eigen netwerk en samenwerking met ketenpartners om de-medicalisering te bevorderen.

Het aantal jongeren dat met Halt of met jeugdreclassering in aanraking komt, ligt in Vlissingen hoger dan gemiddeld in Nederland. 13 jongeren tussen de 12 en 17 jaar per 1.000 inwoners van de gemeente Vlissingen wordt naar Halt verwezen (in Nederland gemiddeld 9 jongeren) en 0,7% van alle jongeren van 12 tot 23 jaar in de gemeente Vlissingen heeft jeugdreclassering (gemiddeld 0,3% in Nederland).

36

Hier leggen we de focus op de komende beleidsperiode • We werken aan een stabiele, veilige en kansrijke omgeving voor alle jeugdigen door in te zetten op de eerste 1000 dagen van een kind (Kansrijke Start). • De ondersteuning aan gezinnen in de sociale basis is laagdrempelig en beschikbaar in de eigen leefomgeving. • We creëren een sterk lokaal team binnen de sociale basis dat zorgt voor een samenhangend ondersteuningsaanbod voor alle inwoners 0-100+ jaar. • We versterken de samenwerking tussen ouders, scholen en ketenpartners om 44 normalisering van ondersteuningsvragen te bevorderen. Dit doen we in samenhang met de beleidsopgave leven lang leren. • In de sociale basis is er een samenhangend gericht preventief aanbod voor gezinnen. • We organiseren gerichte preventieve activiteiten bij levensgebeurtenissen. Levensgebeurtenissen zijn belangrijke momenten in het leven, zoals een zwangerschap of geboorte. Maar ook een (v)echtscheiding van de ouders is een voorbeeld. • We organiseren in samenwerking met partners vanuit Veiligheid gerichte preventieve activiteiten om kinderen en jongeren weerbaarder te maken tegen de verleidingen van criminaliteit.

2. Kinderen en jongeren hebben toegang tot specialistische jeugdhulp die kortdurend, effectief en duurzaam is. Voor kinderen en jeugdigen die specialistische ondersteuning nodig hebben, zetten we individuele voorzieningen in vanuit de Jeugdwet. De ondersteuning sluit aan bij de eigen kracht van het kind, de jeugdige en het gezin, waarbij veiligheid voorop staat. Kinderen en jongeren die goed worden geholpen, kunnen beter deelnemen aan de samenleving, wat hun kansen op een succesvolle toekomst vergroot. Hier leggen we de focus op de komende beleidsperiode • We zetten in op een betere samenwerking en aansluiting tussen onderwijs, de sociale basis, jeugdhulpaanbieders en andere partners om jeugdigen die dreigen uit te vallen tijdig passende ondersteuning te bieden. Is een jeugdige al uitgevallen, dan werken deze partijen samen om zo snel mogelijk een terugkeer naar passend onderwijs te realiseren. Dit doen we in samenhang met de beleidsopgave leven lang leren. • We evalueren de ondersteuning aan44kinderen en jeugdigen om de effectiviteit en de rechtmatigheid te toetsen van de ingezette specialistische zorg. Dit is inclusief de tussentijdse evaluaties met gezinnen en aanbieders. • We onderzoeken de mogelijkheden voor afspraken met de medeverwijzers binnen de Jeugdwet, zoals huis- en jeugdartsen, om de juiste ondersteuning aan gezinnen te kunnen bieden.

• We voeren anonieme klanttevredenheidsonderzoeken uit over de ontvangen specialistische zorg. 37

•

• •

•

We stemmen jeugdhulp en onderwijsarrangementen op elkaar af om continuïteit in de ondersteuning te bieden en het volgen van onderwijs te waarborgen. We borgen de veiligheid van kinderen en jeugdigen thuis en grijpen in waar nodig. We verkennen de mogelijkheden om onderdelen van de jeugdhulp als laagdrempelige, voorliggende voorzieningen in 44 te richten. We zetten in op een betere samenwerking met de jeugdbescherming en jeugdreclassering, zodat kinderen die in onveilige situaties opgroeien de best mogelijke aanpak krijgen om hun veiligheid zo goed mogelijk waar te borgen en indien nodig met ketenpartners zoals Veilig Thuis samen op te trekken.

38

5.5

Hierbij is er nadrukkelijk aandacht voor een vitaal leven en bestaanszekerheid, omdat die factoren zowel oorzaak als gevolg van verminderde mentale gezondheid kunnen zijn.

Mentale gezondheid

We zetten ons in voor het versterken van de mentale gezondheid in Vlissingen en daarnaast op preventie van depressie, angststoornissen en suïcide.

Binnen de beleidsopgave mentale gezondheid gebruiken we een bredere en meer inclusieve benadering van geestelijk welzijn. We leggen de focus op het welzijn van inwoners in brede zin. Dit past bij een integrale benadering binnen het sociaal domein, waarbij we verder kijken dan de traditionele geestelijke gezondheidszorg. Het gaat over inwoners met beginnende en lichte problemen, inwoners met psychische kwetsbaarheid en inwoners met een ernstige psychische aandoening (EPA).

Bij steeds meer inwoners staat de mentale gezondheid onder druk, mede als gevolg van sociale en maatschappelijke ontwikkelingen. Volgens de Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2024 van het RIVM vormt de druk op de mentale gezondheid zelfs één van de grootste gezondheidsrisico’s voor de toekomst.

Risico en beschermende factoren De mentale gezondheid kan door veel factoren worden beïnvloed. Wanneer factoren de mentale gezondheid verslechteren, vormen ze risicofactoren. Andere factoren kunnen zorgen voor een betere mentale gezondheid. Dit zijn beschermende factoren.

Inwoners met een goede mentale gezondheid hebben een 15 tot 20 jaar langere levensverwachting dan mensen met een slechte mentale gezondheid, onder meer omdat mensen met een goede mentale gezondheid sneller herstellen van lichamelijke ziekten. Het bevorderen en ondersteunen van mentale gezondheid vraagt om een brede aanpak waarbij de gemeente vanuit netwerksamenwerking met partners in zet op: • het bespreekbaar maken van mentale gezondheid; • het aanbieden van laagdrempelig preventief aanbod; • vroeg signalering vanuit de sociale basis; • gerichte interventies bij situaties van verminderde mentale gezondheid.

Riscofactoren voor suïcidaal gedrag en mentale problemen zijn onder andere eenzaamheid, ingrijpende gebeurtenissen, dakloosheid, slechte huisvesting, huiselijk geweld, gepest worden, risico internet- en middelengebruik, schulden en financiële stress. Vanuit dit beleidsplan zetten we in op het verminderen van deze risicofactoren. Met name onder jongeren vormt een depressieve stoornis een veelvoorkomende risicofactor voor suïcidaal gedrag.

39

We zetten in op het bevorderen van mentale gezondheid door beschermende factoren te versterken. Dit doen we onder andere door sociale participatie te stimuleren, de sociale cohesie te versterken en te zorgen voor een veilige thuisomgeving. Ook zetten we in op het bevorderen van een gezonde leefstijl, stabiel werk en voldoende inkomen. Dit vraagt inzet vanuit de volgende beleidsvelden: sociale basis, kansrijk opgroeien, bestaanszekerheid, maatschappelijke ondersteuning en vitaal leven.

landelijke beweging ‘Eerst een Thuis’ en vormen ook het uitgangspunt voor het Zeeuws Actieplan Dakloosheid, dat medio 2025 in ontwikkeling is. Het realiseren van deze opgave vraagt om stevige netwerksamenwerking tussen gemeenten, zorgaanbieders, woningcorporaties en andere betrokken partijen. Door domeinoverstijgend samen te werken kunnen we zorg, ondersteuning en huisvesting beter op elkaar afstemmen en voorkomen we onnodige uitval of terugval van de inwoner. Een concreet voorbeeld is de aanpak Weer Thuis op Walcheren. Deze aanpak richt zich op het duurzaam laten uitstromen van inwoners uit beschermd wonen, maatschappelijke opvang, veilige opvang en residentiële jeugdinstellingen naar zelfstandig wonen.

Beschermd wonen, maatschappelijke opvang en veilige opvang De mentale gezondheid van inwoners staat niet op zichzelf, maar raakt direct aan bredere opgaven binnen het sociaal domein op het gebied van sociale basis, vitaal leven, kansrijk opgroeien, bestaanszekerheid, maatschappelijke ondersteuning waaronder beschermd wonen, maatschappelijke opvang en veilige opvang (vrouwenopvang).

Ervaringsdeskundigen Ervaringsdeskundigen zijn opgeleid om hun eigen ervaring met ontwrichting en herstel zowel in uitvoerende processen als op beleidsniveau deskundig in te zetten. De verschillende rollen en vaardigheden staan beschreven in het beroepscompetentieprofiel ervaringsdeskundigheid.

In onze regio zetten we in op een integrale benadering waarbij herstel en participatie centraal staan. Dit betekent dat we zoveel mogelijk ondersteuning bieden in de eigen leefomgeving en streven naar het versterken van de zelfredzaamheid van inwoners.

In het IZA is afgesproken dat een landelijk netwerk van laagdrempelige steunpunten wordt ingericht. In onze gemeente wordt hier door ervaringsdeskundigen in het laagdrempelig steunpunt uitvoering aangegeven. Een laagdrempelig steunpunt is gericht op zelfregie, herstel en toegankelijkheid voor alle inwoners.

De regiovisie Beschermd Wonen en Opvang Zeeland onderstreept het belang van “beschermd thuis” in plaats van intramuraal verblijf. Ook inwoners met een psychische kwetsbaarheid of (dreigende) dak- en thuisloosheid krijgen zo meer kansen om te werken aan hun herstel en deel te nemen aan de samenleving. Deze uitgangspunten sluiten aan bij de 40

Ervaringskenners Ervaringskenners brengen kennis in die is ontstaan uit persoonlijke ervaringen en de reflectie daarop. Deze ervaringskennis helpt om beter aan te sluiten bij de leefwereld van mensen en draagt bij aan herstel en inclusie.

netwerkpartners. Zo krijgt suïcidepreventie een duidelijke plek binnen onze bredere aanpak van mentale gezondheid. Zorg en veiligheid Er is een groep inwoners bij wie de problemen met mentale gezondheid zodanig stapelen met andere problemen, dat een veiligheidscomponent ontstaat. In de praktijk lopen oorzaken en gevolgen dwars door elkaar heen en zijn de problemen die inwoners ervaren zeer complex. Voorbeelden hiervan zijn psychische klachten, verslavingen, falende maatschappelijke integratie, verstandelijke beperking, een hoog veiligheidsrisico, of een combinatie hiervan.

Wet integrale suïcidepreventie In Nederland overlijden elke dag 5 mensen door suïcide. Ook belanden er dagelijks 40 personen op de Spoedeisende Hulp na een poging. Van de overledenen is 60% niet in beeld bij de specialistische geestelijke gezondheidszorg. In 2024 is de Wet integrale suïcidepreventie aangenomen. Formeel geen nieuwe wet, maar onderdeel van de Wet op de Publieke gezondheid. Deze wet verplicht gemeenten om beleid op te stellen ter preventie van suïcide.

Voor de aanpak is een samenwerking tussen zorg en veiligheid noodzakelijk. Vaak zijn veel zorg en ondersteuning verlenende partijen betrokken. Het totaal van zorg en ondersteuning is vaak onvoldoende passend, wat kan leiden tot moeilijk of gevaarlijk gedrag voor de persoon zelf én voor de omgeving. Er kan sprake zijn van huiselijk geweld, kindermishandeling, radicalisering, stalking, ex-partnergeweld of bedreiging van bestuurders/ professionals. Bij deze multiproblematiek is een domeinoverstijgende aanpak nodig.

Investeren in suïcidepreventie en mentale gezondheid versterkt elkaar. Ze zijn allebei gericht op het bevorderen van mentaal welbevinden, het versterken van beschermende factoren en het verminderen van (risicofactoren voor) mentale problemen. Suïcidaal gedrag en mentale problemen kennen heel veel overlappende risicofactoren en beschermende factoren. We sluiten aan op de landelijk bewezen effectieve aanpak. Lokaal leggen we de nadruk op het doorbreken van het taboe, het voeren van het gesprek, en het samenwerken met

Ook in Zeeland stijgt het aantal meldingen van zorgwekkend gedrag snel, zo blijkt uit het jaarverslag 2024 van het Zorg- en Veiligheidshuis. Bij deze meldingen gaat het hoofdzakelijk om psychische problemen, verslaving en psychosociale problemen.

41

De constateringen hebben geleid tot de ontwikkeling van een aantal voorstellen die breed gedragen worden in de provincie en zijn vormgegeven in 'bouwstenen domein overstijgend samenwerken’. Over het Regionaal Interventieteam en de

(21,1%). Er was sprake van 1359 unieke personen, wat betekent dat 1 persoon voor gemiddeld 1,8 meldingen zorgde. Ook het aantal meldingen van zorgwekkend gedrag stijgt snel. In 2024 was er sprake van 293 meldingen "niet-acuut" bij het Meldpunt Zorgwekkend gedrag Zeeland. In 2022 ging het om 118 meldingen en in 2023 om 159 meldingen. In 2022 werden in de gemeente Vlissingen 18 niet-acuut meldingen gedaan, in 2023 ging het om 30 meldingen en in 2024 om 40 meldingen. Ook hier zien we dat de gemeente Vlissingen een relatief groot aandeel heeft in het totaal aantal Zeeuwse meldingen (15,3% in 2022, 18,9% in 2023 en 13,7% in 2024).

doorbraakmethodiek heeft inmiddels besluitvorming plaatsvinden. De overige voorstellen moeten nog ter besluitvorming worden voorgelegd.

5.5.1 Wat weten we over deze beleidsopgave 76% van de volwassen inwoners van de gemeente Vlissingen zegt (erg) gelukkig te zijn. 70% van de inwoners ervaart de gezondheid als (zeer) goed en 48% zegt een (zeer) hoge veerkracht te ervaren.

5.5.2 Wat willen we bereiken 1. Het is voor inwoners normaal om te praten over en te

Bijna de helft van de inwoners heeft een (matig) risico op angststoornis of depressie (49%), 8% een hoog risico. Daarnaast heeft 12% er een enkele keer tot heel vaak serieus over gedacht om een eind te maken aan het leven.

werken aan hun mentale gezondheid. We willen dat het voor alle inwoners van de gemeente Vlissingen gebruikelijker is om te praten over en te werken aan hun mentale gezondheid. Dit betekent dat we een inclusieve samenleving van openheid en acceptatie willen creëren, waarin mensen zich veilig voelen om hun mentale gezondheid te bespreken zonder angst voor stigma, uitsluiting of pesten. Daarnaast is het van belang dat inwoners kennis krijgen over hoe zij zelf, met leefstijl, hun mentale gezondheid kunnen bevorderen. We zetten hierbij in op de kracht van groepen, het collectief.

36% van de volwassen inwoners van Vlissingen geeft aan te kampen met chronisch psychische klachten en 61% met fysieke klachten. Onder jongeren is dit 27%, dat is gelijk aan het gemiddelde in Nederland. 20% heeft in de afgelopen vier weken (heel) veel stress ervaren. 47% van de huishoudens met een bijstandsuitkering heeft een verleden met GGZ kosten. In 2024 zijn in Zeeland 2394 politie zorgmeldingen geregistreerd. Dit is een stijging van 34% ten opzichte van 2023. Van de 2394 Zeeuwse meldingen hadden er 505 betrekking op Vlissingen 42

Hier leggen we de focus op de komende beleidsperiode • We denken en werken vanuit Positieve Gezondheid, hierin wordt mentale gezondheid altijd integraal meegenomen in de ondersteuning aan inwoners. • We zorgen voor goed vindbare en toegankelijke informatie over mentale gezondheid. • We zorgen voor draagvlak in buurten waardoor inwoners met mentale problemen welkom zijn. • We creëren een ondersteunende leefomgeving als basis voor een goede 44mentale gezondheid via vitaal leven. • We versterken en verbreden de inzet tegen eenzaamheid. • Samenwerking met scholen: door samen te werken met scholen kunnen we bestaande effectieve programma’s inzetten die jongeren helpen om veerkrachtiger te worden en mentale gezondheid bespreekbaar en herkenbaar te maken. • Het is essentieel om te blijven investeren in mentale gezondheid en bewustwording, zodat mentale klachten net zo bespreekbaar worden als fysieke klachten. Dit staat beschreven onder vitaal leven.

terecht kunt. Naast de acties die we hieronder hebben opgenomen is er een samenhang met de activiteiten vanuit de sociale basis, vitaal leven, leven lang leren en bestaanszekerheid. Hier leggen we de focus op de komende beleidsperiode • We zorgen voor integrale en laagdrempelige ondersteuning in de sociale basis afgestemd op de behoefte van onze inwoners. Op basis van de data leggen we de focus op groepen jongeren tussen 16 en 25 jaar en inwoners in een kwetsbare positie, waaronder kwetsbare ouderen en inwoners met een lage sociaaleconomische status. • We realiseren herstel- en ontmoetingsplekken in de buurt waarin o.a. gewerkt wordt met ervaringsdeskundigen. • We zetten de samenwerking Welzijn op recept + voort. Dit is een samenwerking tussen het sociaal en medisch domein (Kerngezond Vlissingen) vanuit de sociale basis. Dit kan ook de inzet zijn van bestaand aanbod op 44 het gebied van sport en bewegen. • We faciliteren een samenwerking tussen het sociaal, medisch en GGZ-domein. • We zoeken de samenwerking met maatschappelijke partners, zoals binnen Kerngezond Vlissingen, om laagdrempelige toegang tot hulp en ondersteuning te bieden. • We bieden online zelfhulpmodules aan wat inwoners helpt bij het verbeteren van hun mentale gezondheid.

• We organiseren psycho educatie, dat wil zeggen voorlichting over mentale gezondheid om kennis te vergroten en de drempel naar ondersteuning te verlagen. Dit doen we waar mogelijk digitaal.

2. Om hun mentale gezondheid te versterken hebben inwoners toegang tot een breed laagdrempelig aanbod. Een laagdrempelig aanbod voor mentale gezondheid omvat interventies en diensten die gericht zijn op het verbeteren van mentale gezondheid en het voorkomen van mentale problemen. Voorbeelden hiervan zijn inzetten van sport en bewegen, voorlichtingscampagnes, zelfhulpmodules, online ondersteuning, en inloopvoorzieningen waar je zonder afspraak 43

3. Als inwoners te maken hebben met mentale problematiek, is het mogelijk gebruik te maken van interventies.

Hier leggen we de focus op de komende beleidsperiode • De samenwerkende partijen in de sociale basis zijn gericht op het vroegtijdig herkennen van mentale problemen. • Het bieden van cursussen voor netwerkpartners over signalering en gespreksvoering over mentale gezondheid. • We investeren in een stevig lokaal team om een integrale samenwerking en aanpak binnen het sociaal domein te borgen. • We leggen de focus op herstel in de eigen omgeving van de inwoner. • Waar inwoners (tijdelijk) niet in de eigen omgeving kunnen blijven, zorgen we met onze partners 44 in de regio voor voldoende maatschappelijke en veilige opvang. • We geven uitvoering aan de bouwstenen voortkomend uit het project domeinoverstijgend samenwerken zorg en veiligheid Zeeland (DOSZV). • We dragen bij aan de realisatie van Skaeve Huse zodat we een prikkelarme omgeving realiseren voor mensen die dat nodig hebben. • We zetten de uitvoering van Eerst een Thuis - Weer Thuis in samenwerking met de maatschappelijke partners voort. • Beter en eerder signaleren van (mentale) problemen door inrichting van het overleg woonoverlast.

We kennen binnen de geestelijke gezondheidszorg interventies die ingezet worden als reactie op incidenten of problemen die zich voordoen. Dit houden de interventies in die we als gemeente en betrokken organisaties uitvoeren nadat een probleem is gesignaleerd. De regiovisie Beschermd Wonen en opvang benadrukt het belang van de juiste zorg op de juiste plek en herstel in de eigen omgeving van de inwoners, zoals vermeld in het hoofdstuk maatschappelijke ondersteuning. De focus in dit onderdeel ligt op het (vroeg)signaleren, (laten) behandelen, zodat inwoners ondanks hun uitdagingen een zo normaal mogelijk leven kunnen leiden. Deze geïntegreerde aanpak zorgt ervoor dat zij de juiste zorg op de juiste plek ontvangen en kunnen herstellen in hun eigen omgeving. Daarnaast draagt dit bij aan de preventie van dak- en thuisloosheid. We zien dat meervoudige en/of complexe casuïstiek op het snijvlak van zorg en veiligheid niet altijd opgelost wordt. Dit vraagt om samenwerking inclusief een regionale structuur waar besluitvorming plaats kan vinden. De komende jaren wordt hier vanuit het beleidsterrein zorg en veiligheid aan gewerkt. Dit sluit aan bij de landelijke agenda zorg en veiligheid: Perspectief 2025 (VNG).

44

5.6

Bestaanszekerheid

De beleidsopgave bestaanszekerheid richt zich op het waarborgen van voldoende inkomen en financiële rust voor alle inwoners in de gemeente Vlissingen. Zodat iedereen kan voorzien in zijn basisbehoeften en een waardig leven kan leiden. Dit omvat het bestrijden van armoede, sociale uitsluiting en het bevorderen van gelijke toegang tot kansen in de samenleving. We vinden dat iedereen recht heeft op een waardig leven. Het waarborgen van bestaanszekerheid is daarbij een basisvoorwaarde. We streven naar een samenleving waarin niemand achterblijft, en waarin iedereen de kans krijgt om zichzelf te ontwikkelen en bij te dragen aan de samenleving.

Bestrijden van sociale uitsluiting: meer inwoners doen mee aan de samenleving Minimaregelingen spelen een rol van belang, omdat ze financiële beperkingen (deels) weg kunnen nemen en ervoor zorgen dat mensen met een laag inkomen kunnen deelnemen aan de samenleving. Deze regelingen maken het mogelijk voor inwoners met een beperkt inkomen om toegang te krijgen tot sport en andere sociale activiteiten. Dit draagt bij aan hun welzijn en aan de samenleving. Door deelname aan deze activiteiten wordt persoonlijke ontwikkeling en sociale betrokkenheid bevorderd.

Orionis Walcheren voert voor de gemeente Vlissingen en de andere Walcherse gemeenten de Participatiewet, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en minimaregelingen uit. Bestrijden van armoede: minder inwoners met schulden Bestaanszekerheid is cruciaal, omdat het inwoners helpt om te gaan met financiële tegenvallers, ziekte, werkloosheid en andere uitdagingen in het leven. Schulden zijn een belangrijk signaal dat bestaanszekerheid onder druk staat. Problematische schulden veroorzaken chronische stress. Die vervolgens de oorzaak is van gezondheidsklachten en apathisch gedrag. En uiteindelijk uitmondt in zorgconsumptie en maatschappelijk afhaken.

Gelijke toegang tot kansen: minder kinderen kampen met kansenongelijkheid Onder kansengelijkheid verstaan we gelijke kansen op een plek op de arbeidsmarkt, ongeacht kenmerken die er niet toe doen. Bij kinderen die opgroeien in een gezin dat rond moet komen van een bijstandsuitkering staat kansengelijkheid onder druk. Onderzoek heeft aangetoond dat ze rond hun dertigste jaar lager opgeleid zijn dan hun leeftijdsgenoten. Bovendien moeten 45

deze kinderen ongeacht hun opleidingsniveau later bovengemiddeld vaak zelf ook van een uitkering rondkomen. Het gaat hierbij niet om een causaal verband, maar om een correlatie en die kan meer oorzaken hebben, zoals erfelijke aanleg en waarden en normen die iemand in de opvoeding meekrijgt.

Kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond hebben meer kans op armoede: 30% (492) van alle kinderen met deze achtergrond woont in een huishouden met een langdurig laag inkomen tegenover 7% (347) van alle kinderen met een Nederlandse achtergrond. Ook kinderen uit eenoudergezinnen zijn oververtegenwoordigd: 36% (584) van alle kinderen in de gemeente die opgroeien in een huishouden met één ouder, woont in een huishouden met een langdurig laag inkomen.

Bestrijden van armoede: meer inwoners aan het werk Het hebben van een betaalde baan zorgt voor voldoende inkomen en heeft gunstige effecten op de gezondheid van inwoners. Een baan geeft zin en inhoud aan het leven. Het brengt structuur in het dagelijks leven, geeft zelfvertrouwen en zorgt voor sociale contacten. Mensen die werken, hebben een kleinere kans op een depressie. Dit draagt daarom ook bij aan de doelen binnen de beleidsopgave mentale gezondheid.

6,6% (1.529) van alle huishoudens in de gemeente Vlissingen ontvangt een bijstandsuitkering. Hiermee zitten we hoger dan het gemiddelde in Nederland (4,7%). Per 1000 inwoners ontvangen 50 personen een bijstandsuitkering. In heel Nederland zijn dit 34 personen per 1000 inwoners. 9% (566) van de kinderen in de gemeente Vlissingen groeit op in een uitkeringsgezin. In Nederland is dit gemiddeld 6%.

Ook voor mensen met een beperking of chronische ziekte, voor wie het vinden van betaald werk minder vanzelfsprekend is, heeft werk een positief effect op de gezondheid en hun welbevinden. Als een betaalde baan door omstandigheden tijdelijk of voor langere tijd niet haalbaar is, kan vrijwilligerswerk voor zingeving zorgen. Ook kan vrijwilligerswerk dienen als een opstap richting een betaalde baan.

9,6% (2.225) van de huishoudens in de gemeente Vlissingen heeft geregistreerde problematische schulden. In de Binnenstad en het Middengebied is dat zelfs respectievelijk 13% en 11,7%. Landelijk heeft 8,8 % van de huishoudens geregistreerde problematische schulden. Lang niet al deze huishoudens zoeken hulp voor hun financiële problemen. In 2023 hadden ruim 300 huishoudens een zogenaamd startgesprek met een schuldhulpverlener. En ontvingen in totaal ontvingen 293 huishoudens een vorm van dienstverlening via de kredietbank.

5.6.1 Wat weten we over deze beleidsopgave 12% (2.627) van de huishoudens in de gemeente Vlissingen heeft een laag inkomen (tot 110% Wettelijk sociaal minimum) tegen 10% in heel Nederland. 13% van de kinderen in de gemeente Vlissingen groeit op in een huishouden met een langdurig laag inkomen. Dit zijn 1.045 kinderen. 46

schulden hebben we een wettelijke opdracht. Die is vastgelegd in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). De Wgs regelt dat inwoners met (dreigende) problematische schulden bij de gemeente terecht kunnen voor onder meer advies, schuldbemiddeling of een saneringskrediet.

5.6.2 Wat willen we bereiken 1. Meer inwoners maken gebruik van minimaregelingen. Bij het inzetten van acties richten we ons specifiek op huishoudens met een lage sociaaleconomische status (SES). We spreken van een huishouden met een lage SES wanneer er sprake is van één of meer van de volgende met elkaar samenhangende kenmerken: een laag inkomen, een laag opleidingsniveau, werkloosheid, weinig cultureel kapitaal, gebroken gezin en/of slechte behuizing. Concreet spitsen we ons toe op gezinnen met een inkomen tot maximaal 120 % van het Wettelijk sociaal minimum (WSM).

De activiteiten richten zich op het vroegtijdig bieden van hulp bij het oplossen van beginnende schulden, het ondersteunen bij het aanpakken van risicovolle schulden, en het bieden van schuldentrajecten bij problematische schulden, zoals Minnelijke schuldsanering natuurlijke personen (MSNP) en de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP).

Hier leggen we de focus op de komende beleidsperiode • We richten onze activiteiten op het verhogen van het bereik van minimaregelingen. Waarbij we streven naar een bereik van 70%. • We organiseren dat de Voorzieningenwijzer gemeengoed is 44 in de gemeente Vlissingen en alle samenwerkingspartners, met name in de sociale basis. • Elke aanvraag van een minimaregeling wordt behandeld als een potentiële ondersteuningsvraag. Dat betekent dat we bij elke aanvraag zorgvuldig kijken naar onderliggende problematiek om passende hulp te bieden.

Hier leggen we de focus op de komende beleidsperiode • We bieden binnen de sociale basis vroegtijdig hulp bij het oplossen van beginnende schulden. • We bieden ondersteuning bij het oplossen van risicovolle schulden. • We bieden schuldentrajecten aan bij problematische schulden, zoals Minnelijke schuldsanering natuurlijke personen (MSNP) en Wet schuldsanering natuurlijke 44 personen (WSNP). • We investeren in de samenwerking binnen het netwerk van samenwerkingspartners van vroegsignalering van schulden, zodat erger, zoals een ontruiming, voorkomen kan worden. Dit doen wij onder andere door de inzet van de Doorbraakmethode. • We investeren in een gerichte preventieve aanpak praten over geldzorgen binnen de sociale basis.

2. Minder inwoners hebben geregistreerde problematische schulden. Het voorkomen en oplossen van problematische schulden verhoogt de bestaanszekerheid. Bij (dreigende) problematische 47

3. Bij kinderen in uitkeringsgezinnen is de kansengelijkheid

4. Meer inwoners hebben betaald werk.

vergroot.

De inwoners met een Participatie-uitkering kunnen onderverdeeld worden in drie groepen van ongeveer gelijke omvang.

We willen de kansengelijkheid voor kinderen in uitkeringsgezinnen vergroten door het inzetten van acties op verschillende gebieden. Onder kansengelijkheid verstaan we gelijke kansen op een plek op de arbeidsmarkt, ongeacht kenmerken die er niet toe doen. Deze opgave is daarom in nauw samenhang met de beleidsopgaven kansrijk opgroeien, leven lang leren en de sociale basis.

Er is een groep inwoners die binnen 18 maanden kunnen re-integreren naar betaald werk (part- of fulltime, met of zonder loonkostensubsidie). Dit is de primaire doelgroep van re-integratie.

Hier leggen we de focus op de komende beleidsperiode • We hebben nadrukkelijk aandacht voor de groep uitkeringsgerechtigden met kinderen, die we willen reintegreren richting arbeidsmarkt. • We organiseren dat zoveel mogelijk kinderen uit uitkeringsgezinnen deelnemen aan voorschoolse educatie. Daarvoor 44 versterken we de samenwerking met betrokken partijen vanuit de beleidsopgaven sociale basis, leven lang leren en kansrijk opgroeien. • We investeren in de aanpak van vroegtijdig schoolverlaters uit uitkeringsgezinnen en organiseren dat dit tot een minimum wordt beperkt, zodat zoveel mogelijk kinderen met een startkwalificatie de arbeidsmarkt opstromen.

Er is een groep inwoners die op termijn vanuit een uitkering naar betaald werk gere-integreerd kunnen worden. En waar ondersteuningsvragen spelen die re-integratie binnen de 18 maanden belemmeren. Dit is de secundaire doelgroep van reintegratie. In afwachting van hun re-integratietraject worden inwoners geholpen met de voorbereiding op hun re-integratie. En er is de groep inwoners die blijvend niet in staat is te reintegreren richting betaald werk. Deze groep behoort daarmee ook niet onder de doelgroep re-integratie. Deze inwoners worden ondersteund bij het realiseren van een zinvolle daginvulling. Daarnaast stimuleren we hun ontwikkelingsmogelijkheden. Bijvoorbeeld door het verrichten van vrijwilligerswerk. Onder welke groep een inwoner valt wordt bepaald door zijn plek op de Participatieladder. De plek van iemand op de Participatieladder is niet statisch en kan in de loop van de tijd 48

veranderen. Bijvoorbeeld door het benutten van ontplooiingsmogelijkheden. Hier leggen we de focus op de komende beleidsperiode • We onderzoeken de mogelijkheden voor een nauwere samenwerking tussen de toegang tot Wmo en Jeugd en de toegang tot de Participatiewet die uitgevoerd wordt door Orionis Walcheren. • We investeren in de samenwerking binnen het netwerk sociale basis, maatschappelijke ondersteuning, mentale gezondheid en kansrijk opgroeien. • We organiseren gerichte 44 ondersteuning voor inwoners bij het oplossen van hun problemen in afwachting van reintegratie. • We organiseren dat de partners binnen de sociale basis het initiatief nemen opdat inwoners gebruik maken van hun ontplooiingsmogelijkheden. Met name door het verrichten van vrijwilligerswerk. • We monitoren en evalueren de wettelijk verplichte onderdelen van de Wet inburgering 2021 die belegd zijn bij ketenpartners.

49

5.7

Positieve Gezondheid en gaan dus uit van de eigen regie van de inwoner. In het onderwijs en kinderopvang zijn kinderen en jongeren met meer bezig dan alleen ‘werken aan basisvaardigden’. Zo wordt ook gewerkt aan de sociale ontwikkeling, aandacht voor bewegen, normen en waarden, kennis en begrip van de wereld om je heen. Als gemeente ondersteunen we deze thema’s door het aanbieden van preventieve programma’s vanuit de sociale basis.

Leven lang leren

We willen dat iedereen mee kan doen en erbij hoort in de gemeente Vlissingen. We vinden het daarom belangrijk dat kinderen en jongeren zich goed kunnen ontwikkelen, hun talenten mogen ontdekken en op kunnen groeien tot zelfredzame inwoners. Wij dragen eraan bij dat ze onderwijs kunnen volgen, bij voorkeur op de school van hun keuze in de eigen woonomgeving. Dit doen we onder andere door te voorzien in openbaar onderwijs en passende onderwijshuisvesting

Inclusiever onderwijs Alle kinderen verdienen optimale ontwikkelkansen, ongeacht zorgbehoeften, gedrag of beperkingen. Om (thuisnabij) onderwijs te organiseren is samenwerking en afstemming nodig zodat voor elk kind de best passende plek en ondersteuning voor een gezonde ontwikkeling gevonden wordt.

Uit data weten we dat kansenongelijkheid al vroeg ontstaat: waar je wieg staat is voor een groot deel bepalend voor welke kansen je krijgt. Door dit goed in beeld te brengen en gerichte acties in te zetten krijgen deze kinderen eerlijkere kansen om zich goed te ontwikkelen. Een goede start geeft kinderen betere ontwikkelkansen. Het ondersteunen van ouders bij het vergroten van de kansen van hun kind hoort hier nadrukkelijk bij. Dit doen wij onder andere door de inzet van het programma Kansrijke Start.

Landelijk beleid zet in op een inclusieve samenleving, waar inclusief onderwijs een onderdeel van is. In samenwerking met de scholen en hun samenwerkingsverbanden zoeken we hoe we inclusiever onderwijs mogelijk kunnen maken. Als dit onderwijs verder van huis is, is er een regeling voor de bekostiging van het leerlingenvervoer. Ook hierbij gaan we uit van het stimuleren van de zelfredzaamheid; we zetten in op passende ontwikkeling van zelfstandigheid van het kind binnen de eigen mogelijkheden.

Om zelfredzaamheid te zijn, zijn basisvaardigheden belangrijk; lees-, reken- en digi-vaardigheden. Ze vormen een belangrijke basis om de eigen regie over het leven te houden en mee te kunnen doen in een maatschappij die steeds verder digitaliseert. In samenwerking met het onderwijs en andere partners, bijvoorbeeld Kerngezond Vlissingen, zetten we in op basisvaardigheden voor alle inwoners. We werken hierbij vanuit 50

Passende ondersteuningsstructuur en aansluiting jeugdhulp Soms hebben kinderen extra ondersteuning nodig. Samen met scholen, samenwerkingsverbanden en andere partners, zoals het medisch domein binnen Kerngezond Vlissingen, zorgen we voor een duidelijke ondersteuningsstructuur. In de eerste plaats ter versterking van de directe omgeving van een kind (het gezin, de klas). Maar ook om, bij situaties met zwaardere problematiek, samen op te trekken bij de ondersteuning van het kind en zijn omgeving. Dit is in nauwe samenhang met de ambities in de beleidsopgaven sociale basis, kansrijk opgroeien en bestaanszekerheid.

Einddoel van de schoolse periode (op 16-jarige leeftijd) is het behalen van een startkwalificatie (diploma) als basis om goed mee te kunnen doen in de maatschappij en zelfredzaam te kunnen zijn. We hebben elk jaar te maken met leerlingen die vroegtijdig uitvallen of stoppen met school. We werken samen met scholen en andere partners zodat kinderen die (dreigen) uit (te) vallen, onderwijs kunnen blijven volgen. We vinden het als gemeente belangrijk dat vroegtijdig schoolverlaten wordt voorkomen en vroegtijdig schoolverlaters de kans krijgen om (alsnog) een startkwalificatie te behalen. Basisvaardigheden – volwasseneneducatie Digitalisering in de zorg, formulieren die (digitaal) ingevuld moeten worden, digitale postbussen waar berichten van de belastingdienst in binnen komen, een online pensioenoverzicht. De ontwikkelingen in de samenleving op het gebied van digitalisering gaan razendsnel en zorgen ervoor dat inwoners veel zelf kunnen regelen op een moment dat het hen uitkomt. Er is echter ook een groep die zich door deze ontwikkelingen steeds minder goed zelf kan redden in de maatschappij; mensen die onvoldoende lees-, reken- of digi-vaardigheden (basisvaardigheden) hebben. Dit betreft zowel inwoners met een migratieachtergrond (nieuwkomers) als inwoners die ondanks Nederlands onderwijs deze vaardigheden onvoldoende beheersen.

Zo zorgen we er samen met partners uit het onderwijs voor dat in samenhang passend onderwijs en passende opvoed- en opgroeiondersteuning georganiseerd is rondom het kind. Kansen vergroten tijdens opgroeien - op weg naar een startkwalificatie Een goede start op de basisschool geeft kinderen betere ontwikkelkansen. Met onze kinderopvang- en onderwijspartners en het consultatiebureau werken wij samen om onderwijsachterstanden bij kinderen te signaleren, te voorkomen en te verminderen. We zetten hierbij in op het zo vroeg mogelijk signaleren van kinderen met (een risico op) een onderwijsachterstand en actieve toeleiding naar een passend aanbod. Het ondersteunen van ouders bij het vergroten van de kansen van hun kind hoort hier nadrukkelijk bij. We leggen de nadruk op preventieve inzet zodat de kansen op een optimale ontwikkeling binnen het onderwijs vergroot worden.

In Vlissingen is bijvoorbeeld ongeveer 1 op de 10 volwassenen laaggeletterd. De gevolgen van onvoldoende basisvaardigheden kunnen groot zijn. Het kan bijvoorbeeld zorgen voor problemen met werk(loosheid), gezondheid, participatie en schulden. We 51

zetten in op het signaleren van inwoners met onvoldoende basisvaardigheden en de toeleiding naar passend aanbod.

Van de inwoners tussen de 16 en 65 jaar is in Vlissingen 10% laaggeletterd (landelijk 12%). Over inwoners met onvoldoende reken- en digitale vaardigheden zijn geen cijfers bekend.

5.7.1 Wat weten we over deze beleidsopgave

5.7.2 Wat willen we bereiken

Het aandeel vroegtijdig schoolverlaters voortgezet onderwijs (VO) en middelbaar Beroepsonderwijs (MBO) ligt in Vlissingen hoger dan gemiddeld in Nederland. De afgelopen jaren is dit gestegen van 3,1% in 2016 naar 3,4% in 2022.

1. Kinderen krijgen onderwijs dat past bij hun kwaliteiten en mogelijkheden. Op school is de aanpak meestal gericht op groepen die in eenzelfde ontwikkelfase zitten. Dat betekent dat af en toe bijsturing of ondersteuning moet worden geboden, om ervoor te zorgen dat een kind binnen die groep kan blijven. Ook worden in dat traject door de school collectieve preventieve maatregelen genomen en programma’s ingezet in samenwerking met de professionals binnen de sociale basis. Toch is dat niet altijd voldoende en ontstaat er behoefte, met oog op de ontwikkeling van dát kind/die leerling/die jongere, aan extra ondersteuning.

Vroegtijdig schoolverlaters (Vsv) zijn jongeren van 12 tot 23 jaar die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten. Een startkwalificatie is een havo- of vwo-diploma of minimaal een mbo-2 diploma. Het aantal vroegtijdig schoolverlaters in Vlissingen (2022-2023) in het voortgezet onderwijs (totaal 0,2%, 5 vsv’ers) is veel lager dan in het MBO (totaal 8,3%, 84 vsv'ers). Vooral in het MBO heeft Vlissingen een uitdaging om het percentage vroegtijdig schoolverlaters te verlagen en te kunnen voldoen aan de landelijke normen.

Hier leggen we de focus op de komende beleidsperiode • In samenwerking met scholen en samenwerkingsverbanden binnen het onderwijs werken we uit hoe inclusiever onderwijs ingericht wordt. • We hebben een preventieve aanpak binnen de sociale basis gericht op de mentale en fysieke gezondheid van kinderen 44 en jeugdigen. • We hebben voor inwoners een duidelijke ondersteuningsstructuur in de sociale basis voor vragen over opvoeden en opgroeien. Hierbij is aandacht voor de context waarin een kind opgroeit en wordt ingezet op normaliseren en (het ontwikkelen van) zelfredzaamheid.

In Vlissingen zijn 961 jongeren zonder werk en onderwijs per 10.000 inwoners tussen de 15 en 25 jaar, in Nederland ligt dit gemiddeld op 806 jongeren per 10.000 inwoners. Het verzuimpercentage van leerlingen in het onderwijs ligt in Vlissingen wel lager dan het landelijk gemiddelde. In de gemeente Vlissingen is onderwijs relatief dichtbij. De afstand tot de basisschool is gemiddeld 0,7 kilometer, tot het voortgezet onderwijs is dit 2,5 kilometer. 52

•

Met de samenwerkingsverbanden in het onderwijs zorgen we voor eenduidigheid over de inzet van ondersteuning. Hierin hebben we aandacht voor snel beschikbaar aanbod voor vaker voorkomende ondersteuningsvragen. Daarnaast is er ruimte voor maatwerk voor de kinderen/jongeren die niet binnen de reguliere kaders voldoende geholpen kunnen worden (Doorbraakmethode).

•

2. Kinderen en jongeren hebben de kans zich te ontwikkelen. We willen dat iedereen mee kan doen en erbij hoort in de gemeente Vlissingen. We vinden het daarom belangrijk dat kinderen en jongeren zich goed kunnen ontwikkelen. Alle kinderen verdienen optimale ontwikkelkansen, ongeacht zorgbehoeften, gedrag of beperkingen. We geven uitvoering aan het Manifest Kansengelijkheid, met als doel om gelijke kansen voor alle kinderen en jongeren te bevorderen.

zoveel mogelijk kinderen met (een risico op) een onderwijsachterstand te bereiken. Met onze kinderopvang-, onderwijspartners en het consultatiebureau hebben wij een gerichte aanpak om onderwijsachterstanden bij kinderen te signaleren, te voorkomen en te verminderen. We zetten hierbij in op het zo vroeg mogelijk signaleren van kinderen met (een risico op) een onderwijsachterstand en actieve toeleiding naar een passend aanbod.

3. Meer jongeren halen een startkwalificatie. Einddoel van de schoolse periode (op 16-jarige leeftijd) is het behalen van een startkwalificatie (diploma) als basis om goed mee te kunnen doen in de maatschappij en zelfredzaam te kunnen zijn. We hebben elk jaar te maken met leerlingen die vroegtijdig uitvallen of stoppen met school. We vinden het belangrijk dat vroegtijdig schoolverlaten wordt voorkomen en vroegtijdig schoolverlaters de kans krijgen om (alsnog) een startkwalificatie te behalen.

Hier leggen we de focus op de komende beleidsperiode • We zetten in op het bereiken en het vergroten van het aantal kinderen dat gebruik maakt van voorschoolse educatie. We hebben hierbij specifieke aandacht voor kinderen in uitkeringsgezinnen vanuit de beleidsopgave bestaanszekerheid. 44 • We investeren in het verhogen van de kennis over voorschoolse educatie binnen het netwerk in de sociale basis om de toeleiding naar het aanbod te vergroten. • Vanuit het Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) zetten we in op signalering en het realiseren van een passend aanbod om

Hier leggen we de focus op de komende beleidsperiode • We zetten met de onderwijspartners en de partners in de sociale basis in op het voorkomen van vroegtijdig schoolverlaten door gerichte inzet bij (dreigend) uitval. • In samenwerking met de scholen en44 de Walcherse gemeenten ontwikkelen we een programma voor de periode 2026-2030. Dat programma heeft tot doel het aantal vroegtijdig schoolverlaters te verminderen en deze jongeren te motiveren tot het behalen van een startkwalificatie. 53

•

We zetten in samenhang met de beleidsopgaven kansrijk opgroeien en sociale basis in op het voorkomen van (taal)achterstanden en laaggeletterdheid van jeugdigen.

4. Inwoners hebben voldoende basisvaardigheden om zelfredzaam te zijn en mee te doen in de samenleving We hebben daarom aandacht voor de inwoners die onvoldoende lees-, reken- of digi-vaardigheden (basisvaardigheden) hebben en zich daardoor minder goed kunnen redden in de maatschappij. Hier leggen we de focus op de komende beleidsperiode • We organiseren een dekkend aanbod voor het ontwikkelen van basisvaardigheden; taal-, reken- en digi-vaardigheden (Volwasseneneducatie). • We zetten met de partners binnen de sociale basis in op het herkennen en doorbreken van het generatie-op-generatie 44 doorgeven van achterstanden door specifiek in te zetten op het bereiken van ouders die onvoldoende basisvaardigheden hebben om hun kinderen hierin te begeleiden. • We zetten binnen de sociale basis in op het leren herkennen en bespreekbaar maken van laaggeletterdheid en hebben we een passend aanbod daarvoor.

54

55

6. Uitvoering en monitoring

Het overzicht met indicatoren is opgenomen in bijlage: Indicatoren beleidsplan sociaal domein.

In dit hoofdstuk lichten we nader toe wat we gaan doen om sturing te houden op de uitvoering van dit beleidsplan en hoe we dat gaan doen.

6.3

6.1

We voeren onze taken efficiënt en doelmatig uit, met een sterke focus op kostenbewustzijn. Het streven is om binnen de door de gemeenteraad vastgestelde budgetten te blijven. Het denkkader in dit beleidsplan richt zich op het vinden van de balans tussen de investeringen in preventie en de inzet van maatwerkvoorzieningen vanuit de Wmo, Jeugdwet en de Participatiewet,

Gemeenteraad

De gemeenteraad controleert de uitvoering en de ontwikkeling van het sociaal domein via de Planning en Control cyclus. Met een besluit op dit beleidsplan stelt de raad de beleidsmatige kaders vast voor de periode 2026-2031. De beleidsopgaven worden vertaald naar heldere, meetbare doelen die gerealiseerd moeten zijn. Deze vertalen we jaarlijks in de begroting met een besluit van de raad.

6.2

Financieel kader

Echter, de realiteit leert ons dat we, gezien de inhoudelijke en financiële uitdagingen in het sociaal domein en de openeinderegelingen zoals de Jeugdwet, voorkomt dat budgetten bijgesteld moeten worden. De financiële middelen vanuit het rijk zijn vaak niet toereikend voor de dagelijkse praktijk. We blijven hierover in gesprek met het rijk om deze discrepantie aan te kaarten.

Meten van resultaten

Om te volgen of we de komende jaren vorderingen boeken in het behalen van de gewenste maatschappelijke resultaten werken we datagedreven. Er is een overzicht van indicatoren opgesteld die is gebaseerd op de maatschappelijk doelen in de beleidsopgaven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15909475/1