RIB Beleidsplan sociaal domein 2026-2031 bijlage
Tekst van het document
Inhoudsopgave
5.5
Mentale gezondheid .................................................................. 39
1.
Inleiding................................................................................................... 3
5.6
Bestaanszekerheid ..................................................................... 45
1.1
Hoe is dit beleidsplan tot stand gekomen? ............................... 4
5.7
Leven lang leren ......................................................................... 50
1.2
Participatieproces beleidsplan sociaal domein ........................ 4
6.
Uitvoering en monitoring ................................................................... 56
2.
Leeswijzer ............................................................................................... 6
6.1
Gemeenteraad ............................................................................ 56
2.1
Waarom een integraal beleidsplan sociaal domein? ............... 6
6.2
Meten van resultaten ................................................................. 56
2.2
Wat doet dit beleidsplan in de praktijk? .................................... 6
6.3
Financieel kader ......................................................................... 56
2.3
Begrippen sociaal domein in de gemeente Vlissingen ............ 7
6.4
Investeren in samenwerken ..................................................... 57
2.4
Welke budgetten vallen onder dit beleidsplan ......................... 9
7
Bijlagen ................................................................................................. 59
2.5
Opbouw van het integraal beleidsplan sociaal domein .......... 9
I.
Participatieproces beleidsplan sociaal domein ...................... 60
3.
Wat zijn onze uitdagingen .................................................................. 11
II.
Wettelijk kader ............................................................................ 73
3.1
Wat zien we in de gemeente Vlissingen .................................. 11
III.
Begrippenlijst sociaal domein .................................................. 74
3.2
Overige ontwikkelingen om rekening mee te houden .......... 14
IV.
Zeeuwse samenwerking sociaal domein ................................ 78
4.
Ambitie voor een integraal sociaal domein ..................................... 16
V.
Bijlage Maatschappelijke ondersteuning ................................ 79
4.1
Integraal beleidskader voor het gehele sociaal domein ....... 16
VI.
Indicatoren beleidsplan sociaal domein ................................. 80
4.2
Overkoepelende integrale thema’s sociaal domein .............. 17
VII.
Bronvermelding .......................................................................... 91
5.
Beleidsopgaven & ................................................................................ 21
Maatschappelijke doelen 2026-2031 ......................................................... 21 5.1
Sociale basis ................................................................................ 21
5.2
Vitaal leven .................................................................................. 26
5.3
Maatschappelijke ondersteuning ............................................. 29
5.4
Kansrijk opgroeien ..................................................................... 34
1
2
gezondheid en zetten we de inwoners centraal. We werken binnen Kerngezond Vlissingen samen met het medisch domein. We zijn een langdurig partnerschap aangegaan voor de aanvullende zorg.
1. Inleiding Voor u ligt het beleidsplan sociaal domein 2026-2031 van de gemeente Vlissingen. Met dit beleidsplan zetten we de ingezette koers om een integraal sociaal domein in de gemeente Vlissingen te realiseren door.
Ondanks dat er in de afgelopen jaren transities en nieuwe vormen van samenwerking en diensten zijn geïntroduceerd, is doorontwikkeling nog steeds noodzakelijk in het sociaal domein. Dit om op lange termijn de ondersteuning aan kwetsbare inwoners te kunnen blijven bieden.
Dit beleidsplan biedt een ambitie en integraal kader voor de jaren 2026-2031 met als basis de lange termijn doelstellingen uit de Ontwikkelagenda sociaal domein. We introduceren in dit beleidsplan het werken vanuit verschillende beleidsopgaven die bijdragen aan het realiseren van het integraal kader voor het sociaal domein.
Dit integraal beleidsplan is tot stand gekomen in samenwerking met maatschappelijke partners, professionals én inwoners. In dit beleidsplan beschrijven we waar we de komende jaren aan werken, samen met onze inwoners en maatschappelijke partners. Wettelijke regelingen als de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo), Jeugdwet en Participatiewet, maar ook sport, gezondheid en onderwijs zijn opgenomen in dit integraal beleidsplan.
We hebben de afgelopen jaren gebouwd aan de lokale zorginfrastructuur waarin we beogen een goede samenwerking en gezamenlijke aanpak van alle partijen in en om de zorg te realiseren: de Vlissingse Zorgdriehoek. Deze ontwikkeling zetten we voort. We blijven ook inzetten op meer preventie, vroegsignalering en een sterke sociale basis. In de afgelopen jaren zijn er ook vanuit het artikel 12 proces wijzigingen doorgevoerd voor de toekomstbestendigheid van het sociaal domein. Dit proces is afgerond, echter de meerjaren ambities lopen door en zijn integraal onderdeel van dit beleidsplan.
Dit beleidsplan is integraal opgesteld, omdat we ons realiseren dat verschillende beleidsterreinen bij elkaar komen in het dagelijks leven van onze inwoners. Door meer preventief en beter samen te werken in alle lagen in het sociaal domein, zorgen we ervoor dat ondersteuningsvragen in een zo vroeg mogelijk stadium worden gesignaleerd. Daarbij streven we ernaar dat de benodigde ondersteuning vanuit de leefomgeving van de inwoners kan worden aangeboden en dat deze ondersteuning beter aansluit bij de behoefte van onze inwoners.
Buurtteams Vlissingen is gestart en werkt buurtgericht en vanuit de leefomgeving van onze inwoners. Positieve Gezondheid wordt breed geïntroduceerd bij professionals in het sociaal domein. Vanuit dit model hebben we een bredere kijk op 3
Deze andere manier van denken en werken zal de komende jaren ook de nodige aandacht krijgen. Het vraagt van alle betrokkenen, zoals inwoners, uitvoerders en maatschappelijke partners een andere houding. Tegelijkertijd is het sociaal domein een breed en complex veld met veel partijen. Hierin zijn we ook afhankelijk van samenwerkingen in de subregio Walcheren en op Zeeuws niveau, waarin we gezamenlijk werken aan gemeenschappelijke opgaves, zoals de Zeeuwse samenwerking sociaal domein of waar gezamenlijk uitvoering wordt gegeven aan taken van gemeenten. In deze samenwerkingen worden visies opgesteld, waarvoor consensus en commitment nodig is en die op een bepaald niveau invloed hebben op onze lokale ambities en doelen.
-
-
Digitaal participatieproces via DoeMeeVlissingen. Inloopbijeenkomst voor inwoners. Inspraak van formele adviesraden. Inwonerakkoord burgerberaad Zorg Zeeland 2023. Onderzoek naar relevante ontwikkelingen op de verschillende beleidsterreinen, wet- en regelgeving. Onderzoek naar ontwikkelingen landelijk en regionaal en de vertaalslag die daarbij nodig is geweest voor een lokale invulling binnen de gemeente Vlissingen. Analyse van beschikbare data op alle onderdelen in het sociaal domein. De ontwikkeling om meer data gedreven te werken is nog in volle gang.
1.2 Participatieproces beleidsplan sociaal domein Om te komen tot een gedragen beleidsplan sociaal domein, is het van belang om inwoners, stakeholders, samenwerkingspartners, de gemeenteraad en de adviesraden te betrekken. Voor de ontwikkeling van dit beleidsplan is een participatieplan vastgesteld. Het participatieniveau in dit proces was infomeren en raadplegen. In het participatieproces hebben de volgende activiteiten plaatsgevonden: - Er zijn 2 netwerkbijeenkomsten georganiseerd voor samenwerkingspartners, stakeholders en de formele adviesraden; - Er heeft een vragenlijst opengestaan voor inwoners via DoeMeeVlissingen; - Er is een inloopbijeenkomst voor inwoners georganiseerd. De opbrengst van het participatieproces is te lezen in de bijlage: Participatieproces beleidsplan sociaal domein.
Bij het opstellen van dit beleidsplan zijn ook andere vastgestelde stukken en ontwikkelingen meegenomen, zoals het coalitieakkoord 2022-2026, de strategische visie 2040, de Omgevingsvisie 2040, lokale en regionale programma’s en landelijke ontwikkelingen. 1.1 Hoe is dit beleidsplan tot stand gekomen? De volgende informatie en methoden zijn gebruikt om te komen tot dit integraal beleidsplan sociaal domein: - Ontwikkelagenda sociaal domein gemeente Vlissingen juni 2020. - Strategische visie 2040. - De Omgevingsvisie 2040. - Regiovisie Zeeuwse Zorg Coalitie 2023 – 2030 e.v. - Netwerkbijeenkomsten met stakeholders, samenwerkingspartners en adviesraden. 4
5
2. Leeswijzer 2.1 Waarom een integraal beleidsplan sociaal domein?
2.2 Wat doet dit beleidsplan in de praktijk?
Het sociaal domein omvat een groot aantal beleidsvelden, regels, wetten en er zijn continu ontwikkelingen waarop we als gemeente moeten inspelen. Om koersvast te blijven en flexibel te kunnen inspelen op deze ontwikkelingen, is het belangrijk een rode draad te hebben waaraan we vasthouden en op basis waarvan we keuzes kunnen maken. Niet alleen als gemeente maar ook voor de vele samenwerkingspartners, zoals binnen de Vlissingse zorgdriehoek en Kerngezond Vlissingen en uitvoerders in het sociaal domein en onze inwoners.
Bij het maken van keuzes in het sociaal domein vormt dit beleidsplan een toetsingskader. In de uitvoering van dit beleidsplan maken we gebruik van de vastgestelde budgetten sociaal domein. Dit beleidsplan zorgt ervoor dat we focus hebben, doelmatige en efficiënte keuzes maken en integraler werken. We leggen in dit beleidsplan onze ambitie en een integraal beleidskader voor het sociaal domein vast, welke maatschappelijke doelen we nastreven en waar we de komende beleidsperiode tot en met 2031 de focus op leggen. Zo kunnen we jaarlijks de geboekte resultaten monitoren en bijsturen.
Dit beleidsplan geeft houvast om integraal te werken. Onder integraal werken verstaan we dat we onze inwoners centraal stellen in wat zij nodig hebben om eigen regie te behouden of te krijgen. De ondersteuning om de eigen regie te behouden wordt door veel verschillende organisaties aangeboden. Zij werken weer vanuit verschillende wettelijke kaders en budgetten, waardoor het integraal werken in de praktijk niet eenvoudig is.
De inzet kan zo beter worden gericht, zowel intern tussen verschillende beleidsdomeinen als extern in de samenwerking met partners. We zijn ervan overtuigd dat we op deze manier bijdragen aan een toekomstbestendig sociaal domein in de gemeente Vlissingen.
Dit beleidsplan geeft richting aan waar we met elkaar naar toe werken. Hoe we de samenhang zien in het gehele sociaal domein en het geeft richting aan de benodigde samenwerking tussen de vele betrokken organisaties.
6
-
2.3 Begrippen sociaal domein in de gemeente Vlissingen 2.3.1 Wettelijk kader Binnen het sociaal domein zijn we als gemeente wettelijk verantwoordelijk voor zorg en ondersteuning aan onze inwoners. We hebben een zorgplicht op het gebied van ondersteuning, participatie, meedoen in de samenleving, werk en jeugdhulp. Een overzicht van het wettelijk kader is te lezen in de bijlage: Wettelijk kader.
leerlingenvervoer; de reguliere en bijzondere bijstand, schuldhulpverlening; en de (jeugd)gezondheidzorg.
Wat niet binnen het sociaal domein valt zijn de voorzieningen die worden gefinancierd vanuit de Wet langdurige zorg en/of de Zorgverzekeringswet. Echter zijn we als gemeente wel verantwoordelijk voor een soepele overgang naar voorzieningen die in het kader van deze wetten worden geboden aan inwoners.
In de gemeente Vlissingen hanteren we een ruimere definitie van het sociaal domein dan alleen de wettelijke verantwoordelijkheid zoals omschreven in de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet. Ook activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van het welzijn van onze inwoners behoren in deze bredere definitie tot het sociaal domein.
Bij de uitvoering van de wettelijke taken leggen we de verbinding met andere gemeentelijke domeinen, zoals de fysieke leefomgeving, economie en openbare orde en veiligheid. 2.3.2 Preventie – het denkkader in het sociaal domein De kosten voor de uitvoering van de wettelijke taken zijn in de afgelopen jaren gestegen en blijven stijgen net als de vraag naar zorg en ondersteuning. Tegelijkertijd zien we personeelstekorten in het sociaal domein en in de zorg en verwachten we dat dit de komende jaren zal voortzetten. Om te zorgen dat we de benodigde ondersteuning kunnen blijven bieden aan de inwoners die dit echt nodig hebben, willen we, waar mogelijk, voorkomen dat een ondersteuningsvraag ontstaat. Dit kan door te investeren in welzijn en gezondheid en door signalen van inwoners, zoals eenzaamheid of geldzorgen, vroegtijdig te signaleren en vroegtijdige ondersteuning te bieden, zodat problemen niet groter worden. Positieve Gezondheid is hiervoor de basis. Dit is een benadering die niet de ziekte, maar een betekenisvol leven van mensen centraal stelt. De nadruk ligt op
Onder de term ‘sociaal domein’ verstaan we alle inspanningen die de gemeente verricht rond werk, participatie en zelfredzaamheid, zorg en jeugd, op basis van de Wmo, de Participatiewet, Jeugdwet, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet inburgering 2021 en de Wet Publieke Gezondheid. In de ruime, integrale zin van het woord vallen onder ‘sociaal domein’ ook alle aanverwante taken, zoals: - handhaving bij leerplicht; - preventie en vroegsignalering; - sport en bewegen; - het voorkomen van vroegtijdig schoolverlaten; - passend onderwijs; 7
de veerkracht, eigen regie en het aanpassingsvermogen van de mens en niet op de beperkingen of ziekte zelf. Waar mogelijk, is het inzetten op normaliseren ook een wijze van preventie.
Alle inspanningen die ertoe bijdragen dat zoveel mogelijk wordt voorkomen dat ondersteuning- of zorgvragen ontstaan noemen we preventie. Om preventief te werken is het belangrijk dat: • Het aanbod van de preventieve activiteiten aansluit bij de vraag en de leefwereld van onze inwoners; • We collectief en datagedreven werken. • Bestaande netwerken en voorzieningen optimaal worden benut, waarbij zowel formeel georganiseerde netwerken als informele verbindingen tussen inwoners, vrijwilligers en professionals in de buurten een sleutelrol spelen. • Preventieve activiteiten niet alleen door professionals worden georganiseerd, maar juist ook ontstaan door initiatieven waarin mensen naar elkaar omzien en elkaar ontmoeten. • We samenwerken met professionals die ook contact hebben met inwoners zoals huisartsen, de wijkverpleging en woningcorporaties; • Er doorzettingskracht is bij betrokkenen omdat effectieve aanpakken vaak een lange adem vragen.
Het denkkader in het sociaal domein is dat we een evenwicht zoeken tussen normaliseren, preventie en de maatwerkvoorzieningen. En op alle onderdelen in het sociaal domein zo efficiënt en effectief mogelijk werken vanuit de principes: • Digitaal is normaal; • Data gedreven; • Bewezen effectieve interventies; • Waar mogelijk collectief, waar noodzakelijk individueel; • Waar mogelijk met vrijwillige inzet, waar noodzakelijk met professionals; • En integraal en domein overstijgende samenwerkingen.
Preventief werken is hiermee de tegenhanger van individueel maatwerk. Individueel maatwerk richt zich op hulp en noemen we ook wel een maatwerkvoorziening. Dit is de vaak dure vorm van ondersteuning in het sociaal domein die wordt geboden door professionals. Preventie is niet altijd voldoende. Het sociaal domein is een breed en een complex veld met vele spelers. De uitdaging is om niet in beleidsdomeinen en wetten te denken, maar te doen wat nodig is voor onze inwoners zodat deze gezond en veilig kunnen leven en opgroeien, gebruikmakend van de hiervoor beschikbare middelen. 8
In hoofdstuk 4 beschrijven we onze ambitie voor het sociaal domein en op welke manier we willen werken. Hierin beschrijven we een integraal kader voor het gehele sociaal domein.
Begrippen die bij het denkkader in het sociaal domein horen en een eenduidige uitleg vragen lichten we toe in bijlage: Begrippenlijst sociaal domein.
In hoofdstuk 5 beschrijven we de beleidsopgaven en de maatschappelijke doelen waarmee we onze ambitie willen realiseren. Dit doen wij op basis van de beleidsopgaven sociale basis, vitaal leven, maatschappelijke ondersteuning, kansrijk opgroeien, mentale gezondheid, bestaanszekerheid en leven lang leren. Bij deze doelen geven we aan waar we de komende beleidsperiode de focus op willen leggen.
2.4 Welke budgetten vallen onder dit beleidsplan De taken van dit beleidsplan voeren we zoveel als mogelijk uit met de door de gemeenteraad gealloceerde budgetten die zijn verbonden aan de wettelijke en niet wettelijke taken van het sociaal domein. Concreet zijn dit dus: • Budgetten die zijn verbonden aan wettelijke taken in het sociaal domein. • Budgetten die zijn verbonden aan preventie: o Subsidies voor activiteiten die bijdragen aan de maatschappelijke doelen – subsidieregels; o Brede SPUK-sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis; o Gelden die beschikbaar komen in het kader van GALA en IZA, bedoeld om de zorg betaalbaar en beschikbaar te houden en gezondheidsverschillen te verkleinen.
En in hoofdstuk 6 tenslotte besteden we aandacht aan de wijze waarop er uitvoering gegeven wordt aan dit beleidsplan sociaal domein.
2.5 Opbouw van het integraal beleidsplan sociaal domein Dit beleidsplan kent de volgende opbouw: We starten in hoofdstuk 3 met een beschrijving van de actuele uitdagingen in onze gemeente die van invloed zijn op het leven van onze inwoners, het beleid en de financiën om onze wettelijke taken uit te kunnen voeren.
9
10
3. Wat zijn onze uitdagingen
inwoners noodzakelijk is. Niet als doel op zich, maar als middel. Zodat een verdere afbrokkeling van voorzieningen in zorg en onderwijs, van ontmoetingsplaatsen, van sociale verbanden en leefgemeenschappen kan worden tegengegaan. Als er niets verandert, heeft de sector zorg en welzijn in Zeeland in 2030 een personeelstekort van 7.500 medewerkers.
Kijkend naar de ontwikkelingen in de samenleving van de gemeente Vlissingen zien we een aantal uitdagingen waarop we de nadruk willen leggen de komende zes jaar. Naast uitdagingen besteden we ook aandacht aan wat goed gaat in de gemeente Vlissingen. Wat goed gaat willen we koesteren en kan mogelijk worden ingezet bij de uitdagingen die we constateren.
Deze ontwikkelingen vragen om een inclusieve en integrale benadering van beleid en voorzieningen, zodat alle inwoners, ongeacht leeftijd of achtergrond, volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving.
De gemeente Vlissingen heeft momenteel ongeveer 45.000 inwoners. De verwachting is dat het aantal inwoners de komende jaren zal stijgen en bij ongewijzigd beleid vanaf 2036 iets zal gaan dalen. De demografische druk zal de komende jaren verder toenemen. Dit komt met name door een toename van het aandeel ouderen in de gemeente. Door de toename van het aandeel ouderen in de gemeente moeten er in het sociaal domein keuzes gemaakt worden.
3.1
Wat zien we in de gemeente Vlissingen
De gemeente Vlissingen scoort hoog op allerlei indicatoren waar je niet hoog op wilt scoren. In landelijke lijsten staat de gemeente Vlissingen regelmatig in de top. Het aandeel jongeren dat verdacht wordt van een misdrijf ligt in Vlissingen bijvoorbeeld hoog. Er is veel armoede onder de bevolking en dat brengt ook weer andere problematiek met zich mee, bijvoorbeeld gezondheidsproblemen.
De Strategische visie 2040 vormt een overkoepelend kader, toekomstvisie, voor onze gemeente om met deze uitdagingen om te gaan. In deze visie is de ambitie om Vlissingen in balans te brengen: demografisch, qua arbeidsmarkt, sociaaleconomisch, etc. Door onder andere het woningaanbod in balans te brengen, de stad op verschillende wijzen aantrekkelijker te maken en te investeren in de delta-innovatie die zorgt voor meer werkgelegenheid en groei van de werkende bevolking.
Er is een meetinstrument om de sociaaleconomische status, financiële welvaart, opleidingsniveau en recent arbeidsverleden te meten: de SES-WOA score. Deze score geeft de verhouding weer van de sociaaleconomische positie van een gemeente of wijk tot het Nederlands gemiddelde. De gemiddelde SES WOAscore in Nederland is 0 in 2023. Een score hoger dan 0 betekent een hogere sociaaleconomische positie ten opzichte van het gemiddelde, een score daaronder een lagere sociaaleconomische positie ten opzichte van gemiddeld.
Daarnaast is op Zeeuws niveau, in het Startdocument Zeeland 2050, de ambitie en noodzaak uitgesproken dat groei van 11
Ook het aantal huishoudens met geregistreerd problematische schulden ligt hoger dan gemiddeld in Nederland. Er wordt relatief veel zorg gebruikt in de gemeente Vlissingen, in vergelijking met het Nederlands gemiddelde. Jeugdigen in Vlissingen maken relatief veel gebruik van jeugdzorg, zie figuur 2, en er zijn relatief veel volwassenen die gebruikmaken van Wmo maatwerkvoorzieningen.
De gemiddelde SES-WOA-score ligt in de gemeente Vlissingen lager dan in Nederland. Met name in het Middengebied en de Binnenstad is dit lager.
Figuur 3. Prognose Wmo gebruikers per jaar
Figuur 1. SES-WOA score per wijk.
Vlissingen: Binnenstad Vlissingen: Middengebied Vlissingen: Paauwenburg - Westduin Vlissingen: Lammerenburg Vlissingen: Oost-Souburg Vlissingen: Ritthem e.o. Vlissingen: Totaal
SES-WOA totaalscore -0,265 -0,33 0,01 0,128 -0,006 0,279 -0,117
Tabel 1. SES-WOA score per wijk.
12
en de verwachting is dat het de komende jaren ook toe zal nemen, zie figuur 3. Wanneer we niets doen wordt de zorg en ondersteuning onbetaalbaar. Het aantal personen dat een beroep doet op ondersteuning en zorg is de afgelopen jaren toegenomen en de kosten zijn ook sterk gestegen. Op het gebied van mentale gezondheid is er ook nog een wereld te winnen voor de inwoners van de gemeente Vlissingen. Ongeveer de helft van de inwoners voelt zich eenzaam en dat is de afgelopen jaren toegenomen. Weliswaar heeft bijna 90% het idee regie over het eigen leven te hebben, minder dan de helft van de inwoners zegt een (zeer) hoge veerkracht te ervaren. Door de bevolkingsopbouw en de bevolkingsontwikkeling zijn de kosten in het sociaal domein de gemeente Vlissingen hoog. De kosten zijn de afgelopen jaren gestegen en de verwachting is ook dat die de komende jaren blijven stijgen. Om ervoor te zorgen dat de voorzieningen beschikbaar en betaalbaar blijven en er geen zorgkloof ontstaat is het van groot belang de beschikbare middelen doelmatig en efficiënt te besteden. De data die in deze hoofdstuk wordt beschreven is een algemene schets van de uitdagingen in de gemeente Vlissingen. Per beleidsopgave wordt in de paragraaf ‘wat weten we over deze beleidsopgave’ een verdiepingsslag gemaakt voor de uitdagingen die er voor de gemeente Vlissingen zijn en beschrijven we wat de stand van zaken.
Figuur 2. Jongeren met jeugdzorg (relatief), CBS Kerncijfers over jeugdzorg
Het aantal personen dat gebruikmaakt van de jeugdzorg is de afgelopen jaren toegenomen. Ook het aantal personen dat gebruikmaakt van de Wmo is de afgelopen jaren toegenomen,
13
3.2
Overige ontwikkelingen om rekening mee te houden
• Medio mei 2025 vinden er op landelijk niveau gesprekken en onderhandelingen plaats over het zogeheten Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Dit akkoord is een aanvulling op het eerder gesloten Integraal Zorg Akkoord (IZA) en zet net als het IZA in op een beweging naar de voorkant: van zorg naar welzijn en het voorkomen van de zorgvraag. Op moment van schrijven is de verwachting dat het AZWA medio 2025 gepresenteerd wordt en alle overeenkomsten en verschillen t.o.v. het IZA op dat moment bekend zullen worden. • De inkomensafhankelijke bijdrage in de Wmo wordt naar verwachting in 2027 ingevoerd. • Op 1 januari 2024 is de nieuwe Omgevingswet in werking getreden. Het streven naar een gezonde en veilige leefomgeving staat centraal in de omgevingswet. Een integrale benadering, waarbij burgers en overheid samenwerken, wordt daarmee ook in ruimtelijke ordening steeds belangrijker. • Het hoofdstuk wonen met zorg in het volkshuisvestigingsprogramma. De verplichting voor gemeenten om een volkshuisvestingsprogramma incl. wonen en zorg te hebben, zal naar verwachting eind 2026 zijn. • Het addendum op de Regiovisie Beschermd wonen en opvang. • De Vereniging Nederlandse Gemeenten schat de haalbaarheid van de taakstelling hervormingsagenda (macro 1,5 miljard inclusief indexering) op 60%. Zij geeft aan dat de
• •
•
•
14
haalbaarheid van de overige 40% onzeker is wegens bijvoorbeeld door het Rijk nog aan te passen wetgeving. Het is op dit moment onzeker of het rijk het onhaalbare deel aan gemeenten gaat vergoeden. Dit hangt mede af van advies van de deskundigencommissie van Ark. Begin 2027 brengt deze commissie opnieuw advies uit. Aanbesteding inkoop van Jeugdhulp (tweede voor de contracten vanaf 2028). De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen om te borgen dat de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven (het voormalige SW-bedrijf) behouden blijft. Op basis van advies van Berenschot heeft het ministerie van SZW een aanpak opgesteld. Die houdt in dat beschutte banen behouden blijven en dat er daarnaast banen komen voor andere groepen mensen die niet regulier aan het werk kunnen komen. Deze transitie van Werkleerbedrijven naar Sociale ontwikkelbedrijven moet in 2048 gerealiseerd zijn. Orionis Walcheren maakt daartoe in 2025 samen met de Walcherse gemeenten een transitieplan. Wet- en regelgeving in het sociaal domein blijft zich aanpassen, ook de komende jaren. We volgen dit uiteraard op de voet voor de inhoudelijke en financiële gevolgen. In opdracht van het Overleg Zeeuwse Overheden wordt in 2025 gewerkt aan een nieuw governance model Gemeenschappelijke Regeling (GR). In deze GR worden SWVO, IJZ, CZW-bureau, toezicht en eventueel de Zeeuwse Samenwerking Sociaal Domein opgenomen.
De geplande besluitvorming is in 2026.
15
4. Ambitie voor een integraal sociaal domein
hanteren we drie navigatiebanen die richting geven aan ons handelen: voorkomen van problemen, een samenhangende en integrale benadering en kortdurend en duurzaam herstel. Met dit kader kan beleid en uitvoering beter op elkaar afgestemd worden, waardoor we gezamenlijk kunnen sturen op impact.
Onze beleidsambitie voor het sociaal domein is: In de gemeente Vlissingen streven we naar een inclusieve samenleving waarin iedereen elkaar helpt en ondersteunt. Alle inwoners kunnen zelfstandig en volwaardig leven, werken, wonen en meedoen.
Problemen voor zijn
Samenhangende & integrale benadering
Kortdurend en duurzaam
• Problemen voor zijn We investeren in een sterke sociale basis, waarin inwoners elkaar helpen, steunen en motiveren om het beste uit hun leven te halen. En waarin iedereen meedoet naar eigen kunnen en uitgenodigd wordt om samen actief te zijn. In de sociale basis werken we preventief. We investeren in Positief Gezonde inwoners en willen ernstige problematiek voorkomen door vroegtijdig te signaleren en laagdrempelige ondersteuning aan te bieden. We maken de beweging van zorgen voor naar zorgen dat.
We gaan uit van de kracht van de inwoner en de samenleving. Waar dat niet lukt, helpen we die mogelijkheden te vergroten. De gemeente Vlissingen ondersteunt inwoners daarbij met het geven van informatie, de inzet van basisvoorzieningen, specialistische zorg en wanneer het echt niet anders kan een vangnet.
4.1 Integraal beleidskader voor het gehele sociaal domein Om het sociaal domein in de gemeente Vlissingen toekomstbestendig te maken en betaalbaar te houden moeten we anders denken en werken. Dit is nodig om beter aan te sluiten bij de vraag van onze inwoners en meer gebruik te maken van de kennis en kunde in de samenleving. Dit vraagt om slimme verbindingen en samenwerking met inwoners, vrijwilligers(organisaties), stakeholders en samenwerkingspartners. Om invulling te geven aan de beleidsambitie stellen we een integraal kader vast voor het gehele sociaal domein. Om hier concreet invulling aan te geven,
• Samenhangende en integrale benadering We organiseren de ondersteuning in samenhang en integraal en dicht bij de inwoners. De ondersteuning is erop gericht dat inwoners en hun gezin of sociale netwerk zelf aan het stuur komen van hun leven, zodat inwoners weer op eigen kracht vormgeven aan hun leven. Deze integrale aanpak zet de inwoner centraal, voorkomt versnippering, minimaliseert kosten en zorgt ervoor dat hulp efficiënt en effectief wordt ingezet. 16
•
Kortdurend en duurzaam We zetten inwoners weer in hun eigen kracht door kortdurende, effectieve ondersteuning te bieden. Voor de meeste inwoners volstaat kortdurende ondersteuning om hen weer zelfstandig verder te helpen. Een kleinere groep heeft echter langdurige of structurele ondersteuning nodig. Voor deze groep blijft de langdurige of structurele ondersteuning.
Gezondheid zorgt ervoor dat professionals, beleidsmakers en inwoners op een gelijk niveau kunnen praten over wat nodig is voor een goed en vitaal leven. Deze gemeenschappelijke taal zorgt ook voor verbinding tussen de verschillende beleidsterreinen en domeinen. We blijven de komende jaren investeren in het gebruik en toepassen van het model Positieve Gezondheid binnen de gemeentelijke organisatie en daarbuiten bij onze samenwerkingspartners. In de samenwerking binnen Kerngezond Vlissingen zijn we hiermee gestart.
We hebben binnen het sociaal domein, o.a. vanuit de Jeugdwet, Wmo en Participatiewet, de verantwoordelijkheid om hulp en ondersteuning aan inwoners te bieden en bestaanszekerheid te herstellen of in stand te houden. Hierin ligt de focus op de formele specialistische ondersteuning, vallend onder de verantwoordelijkheid van de gemeente wanneer een inwoner een hulpvraag niet alleen of binnen de eigen omgeving kan oplossen.
Aanpak complexe multi problemen – Doorbraakmethode Er is sprake van multi problematiek als huishoudens op meerdere leefgebieden problemen hebben. Vrijwel altijd spelen financiële problemen een rol. Daarnaast spelen er vaak opvoedvraag-stukken, huisvestings- en relatieproblemen, verminderde gezondheid, werkloosheid en problemen met justitie. We ondersteunen inwoner(s) met multi problemen om tot een echte oplossing te komen. Dit doen we door nauwe samenwerking tussen medewerkers van Buurtteams Vlissingen, de uitvoerende organisaties en samenwerkingspartners in het sociaal domein. En de zorgverzekeraar en zorgaanbieders. Het middel dat we daarbij gebruiken is de Doorbraakmethode, waarmee we zijn gestart in 2025.
4.2 Overkoepelende integrale thema’s sociaal domein Positieve Gezondheid Om een verandering in gedrag en cultuur te bereiken, investeren we sinds 2021 in een nieuwe manier van denken en werken. We gebruiken hiervoor het model Positieve Gezondheid. Gezond zijn betekent meer dan alleen niet ziek zijn. Positieve Gezondheid kijkt breder naar gezondheid en legt de nadruk op de eigen regie van de inwoner. De bredere blik op gezondheid richt zich op een zestal dimensies, namelijk: lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en het dagelijks functioneren. Denken en werken vanuit Positieve
De Doorbraakmethode is een beproefde manier van werken langs zes processtappen, waarmee sociaal professionals makkelijk en onderbouwd maatwerk kunnen leveren in het sociaal domein. De Doorbraakmethode stelt hun in staat gelegitimeerd, onderbouwd en goedkoper maatwerk te leveren zonder willekeur te veroorzaken. 17
Uit Doorbraakplannen worden thema's opgehaald waar actieonderzoeken op worden gezet in nauwe samenwerking met partners. Die actieonderzoeken worden uitgeprobeerd om nieuwe, structurele oplossingen te ontwikkelen. Denk hierbij aan samenwerking met GGZ-instellingen, organiseren van collectieve oplossingen in de wijken, ontschotte financieringsmodellen en integrale sociale verordeningen.
•
•
• Na het vaststellen van het beleidsplan wordt geregeld op welke wijze de Doorbraakmethode binnen de gemeente Vlissingen duurzaam geborgd kan worden. Bijvoorbeeld door middel van een verordening Sociaal Domein.
•
•
Stevig lokaal team De stevige lokale teams vanuit de Hervormingsagenda Jeugd moeten per 2028 gerealiseerd zijn. De ontwikkeling en de lokale invulling van een stevig lokaal team in de gemeente Vlissingen wordt als volgt opgepakt: • Dichtbij en laagdrempelig: een stevig lokaal team werkt buurtgericht, is fysiek aanwezig in buurten en is voor alle inwoners van 0-100+ jaar; • Generalistisch met specialistische kennis: de basis van het team bestaat uit breed inzetbare professionals, met toegang tot specialistische kennis waar nodig uit verschillende sectoren; • Preventief en vroegtijdig handelen: de focus van het stevig lokaal team ligt op signalering en voorkomen van problematiek voordat zwaardere hulp nodig is;
•
18
Eén huishouden, één plan, één aanspreekpunt: er is een integrale benadering om versnippering van hulp te voorkomen. Een huishouden heeft één aanspreekpunt; Samenwerking als kernwaarde: een stevig lokaal team werkt nauw samen met maatschappelijke partners binnen en buiten het sociaal domein en sluit aan bij de lokale netwerken; Vraag gestuurd werken: een stevig lokaal team speelt in op de specifieke behoeften van inwoners in hun buurt; Innovatieve werkvormen: een stevig lokaal team heeft ruimte om te experimenten met outreachend werken, mobiele ondersteuning en digitale hulpverlening; Schakelpunt tussen preventie en gespecialiseerde hulp: een stevig lokaal team moet, in overleg met de toegang tot maatwerkvoorzieningen, ondersteuning kunnen aanvullen met specialistische zorg met als uitgangspunt samen verantwoordelijkheid te nemen voor passende ondersteuning. Lerende cyclus: voortdurende vorming. Professionals binnen een stevig lokaal team moeten blijvend worden bijgeschoold in thema’s zoals trauma, complexe gezinsdynamieken en crisissituaties, om risico’s en veiligheidsaspecten te kunnen signaleren. Door deze aanpak streven we naar een samenleving waarin iedereen gelijke kansen heeft en niemand wordt buitengesloten.
komen tot een efficiëntere samenwerking. Er is samenwerking nodig tussen de verschillende disciplines binnen het sociaal domein, als ook domeinoverstijgend tussen het sociaal domein en de andere domeinen, zoals het medisch domein binnen Kerngezond Vlissingen, veiligheid, wonen en het fysiek domein.
Inclusieve samenleving In een inclusieve samenleving doet iedereen mee. Het maakt niet uit hoe oud of hoe jong je bent, wat je culturele achtergrond, gender, seksuele voorkeur, levensvisie, inkomen, talenten en beperkingen zijn. De mogelijkheden, eigen regie en talenten van inwoners staan centraal. We vinden het belangrijk dat iedereen in Vlissingen zich geaccepteerd voelt en het gevoel heeft erbij te horen in eigen wijk of dorp.
Netwerksamenwerking In plaats van te werken met overdrachten tussen organisaties en op en afschaal modellen, kiezen wij voor een netwerkgerichte aanpak waarin professionals, vrijwilligers, inwoners en organisaties samen verantwoordelijk zijn voor passende ondersteuning. De samenwerking is niet gebaseerd op het doorgeven van casussen, maar op het gezamenlijk oppakken van signalen en het vroegtijdig afstemmen van acties. Dit voorkomt dat inwoners van het kastje naar de muur worden gestuurd en bevordert een integrale benadering van hulpvragen.
Daarom krijgt inclusie niet alleen een plek in de Lokale Inclusie Agenda, maar ook in dit beleidsplan sociaal domein. We beschrijven in dit beleidsplan onze visie op een samenleving waarin iedereen kan meedoen. De Lokale Inclusie Agenda vormt daarbij een verdiepende uitwerking voor specifieke doelgroepen en situaties, met concrete acties op het gebied van onder andere bewustwording, communicatie, dienstverlening en toegankelijkheid. Beide documenten versterken elkaar en geven richting aan ons streven naar een inclusieve gemeente waarin iedereen zich gezien, gehoord en betrokken voelt.
Domeinoverstijgend samenwerken Verbinding en domeinoverstijgend samenwerken is nodig om de doelen in het sociaal domein te bereiken. Dit geldt zowel op het niveau van de individuele ondersteuningsvragen van inwoners als ook voor collectieve preventie en vroegsignalering. We investeren daarom in het netwerk van relaties, de uitvoerende organisaties, samenwerkingspartners en stakeholders om te 19
20
5. Beleidsopgaven & Maatschappelijke doelen 20262031
vertrek- en landingsplaats en daarmee een plek die continu een rol speelt in ieders leven. De voorzieningen binnen de sociale basis raken dan ook aan álle aspecten van het dagelijkse leven van onze inwoners: ontmoeting, onderwijs, opvoeding, opgroeien, werk, gezondheid, wonen, bewegen, veiligheid, familie, vrienden, buren, mantelzorgers en vrijwilligers.
5.1 Sociale basis De sociale basis is de plek waar inwoners elkaar vinden, ontmoeten en waar sociale cohesie ontstaat. In de sociale basis werken inwoners, vrijwilligers en professionals samen aan een breed, laagdrempelig en vrij toegankelijk aanbod van activiteiten en voorzieningen in de buurt. Dit aanbod is gericht op preventie, het versterken van de eigen kracht en de samenredzaamheid. De sociale basis is er voor alle inwoners: jong en oud, kansarm en kansrijk. Het is het fundament van ons stelsel voor meedoen, ondersteuning en zorg.
Deze beleidsopgave is daarom integraal onderdeel van alle beleidsopgaven (vitaal leven, maatschappelijke ondersteuning, kansrijk opgroeien, mentale gezondheid, bestaanszekerheid, leven lang leren) in dit beleidsplan en omvat daarbinnen de preventieve en collectieve aanpak. We zien het belang van de sociale basis, maar erkennen ook dat deze van de samenleving is. Onze rol is dan ondersteunend en faciliterend, waarbij we aansluiten bij wat inwoners zelf al doen. Dat betekent dat de gemeente een beperkte rol heeft in de maakbaarheid van dit deel van de sociale basis. Op het meer institutionele deel van de sociale basis, heeft de gemeente meer een regisserende rol. We willen de sociale basis versterken.
Het gaat om ontmoetingen en informele steun: een vrijwilliger bij de (sport)vereniging, een buurtbewoner die samen met anderen een keer per maand zwerfvuil gaat rapen, een mantelzorger die zorgt voor een naaste, een inloopochtend in de bibliotheek, een zelfhulpgroep, een sociaal werker, een taalmaatje, de vrijwilliger van de thuisadministratie, een jeugdwerker, de wijkagent of de woonconsulent van de corporatie.
Een inclusieve en toegankelijke sociale basis vraagt om versterking van eigen kracht, netwerkvorming en samenwerking tussen inwoners en organisaties. We zetten daarom in op het meer bewust maken van inwoners van hun eigen verantwoordelijkheden en mogelijkheden. Daarbij ondersteunen wij inwoners in hun bestaanszekerheid en stimuleren wij hen tot een gezonde, actieve leefstijl en tot meedoen en ontwikkeling.
De sociale basis is er altijd, krachtig of niet. Waar mensen zijn en zich tot elkaar verhouden is er een sociale basis. Het is de 21
Ook faciliteren wij een sociale infrastructuur, zodat inwoners een sociaal netwerk kunnen opbouwen. We zetten met de partners binnen de sociale basis in op vroegsignalering en preventie om formele ondersteuning voor te zijn. Wij dragen zorg voor meer samenwerking tussen organisaties en gemeenschappen in verbinding met alle domeinen. Samen faciliteren we een breed aanbod van voorzieningen en transformeren we waar mogelijk maatwerk naar een algemeen toegankelijk aanbod.
De persoonlijke sociale basis De persoonlijke sociale basis gaat over de inwoner en diens netwerk. Inwoners kunnen een (hulp)vraag hebben, maar ook ideeën of initiatieven. De gemeenschappelijke sociale basis Inwoners maken deel uit van gemeenschappen en netwerken, in allerlei vormen. Inwoners zijn lid van formele netwerken (zoals verenigingen) en nemen deel aan informele verbanden (denk aan een bureninitiatief). Inwoners zetten zich zowel incidenteel als structureel vrijwillig in (zowel via georganiseerd vrijwilligerswerk als in onderling verband). Dit doen zij op diverse plekken zoals in het buurthuis, op de sportclub, in de speeltuin, op een openbaar plein, in de buurttuin, het park, de bibliotheek, maar ook online. Deze vormen van participatie zijn waardevol en moeten voor iedereen toegankelijk zijn. De institutionele sociale basis Inwoners maken gebruik van accommodaties, bijvoorbeeld buurthuizen, bibliotheken, verenigingsgebouwen en gezondheidscentra, om samen te komen. De institutionele sociale basis bestaat verder uit van collectieve en/of algemene voorzieningen, vrijwilligerssteunpunten, mantelzorgondersteuning, vrijwilligersorganisaties en betaalde krachten: sociaal werkers, onderwijzers, woonconsulenten van woningcorporaties, huisartsen, wijkverpleegkundigen, wijkagenten, et cetera.
22
Buurtteams Vlissingen heeft een belangrijke rol en taak in de sociale basis. Het is de organisatie in de sociale basis die de preventieve activiteiten in de gemeente in beeld heeft, waar nodig zelf initieert, outreachend werkt om inwoners te bereiken en signalen vroegtijdig te herkennen en de laagdrempelige ondersteuning biedt. Buurtteams Vlissingen is daarmee de belangrijkste schakel tussen de specialistische zorg, de gemeentelijke toegang (en andere verwijzers) en de sociale basis. Voor alle inwoners van 0-100+ jaar.
zich enigszins tot (zeer) sterk eenzaam voelt ligt in Vlissingen op 55,8% tegenover 48,6% gemiddeld in Nederland.
5.1.2 Wat willen we bereiken 1. Inwoners zijn zelfredzaam en kunnen zo lang mogelijk de regie op hun leven houden. We zetten in op het behouden van de eigen regie van onze inwoners. Dat onze inwoners ‘Positief Gezond’ zijn, meedoen in hun eigen buurt en iets betekenen voor de eigen omgeving. We stimuleren de maatschappelijke participatie in buurten. Het gaat dan om meedoen in sociale verbanden, zoals (vrijwilligers) werk en mantelzorg en deelname aan culturele, sportieve en leefstijl activiteiten.
5.1.1 Wat weten we over deze beleidsopgave 35% van de volwassen inwoners van de gemeente Vlissingen is lid van een vereniging of club. 21% van de volwassenen in de gemeente Vlissingen doet vrijwilligerswerk (23% in Nederland).
Hier leggen we de focus op de komende beleidsperiode • We investeren in een aanpak om eenzaamheid te herkennen en te verminderen, zodat niemand zich buiten gesloten voelt. Dit in samenhang met de beleidsopgave mentale gezondheid. • We hebben in samenhang met de beleidsopgave vitaal leven een uitgebreid aanbod van preventieprogramma’s die zijn afgestemd op de diverse behoeften van onze inwoners. • We stimuleren actieve ontmoeting en verbinding tussen alle inwoners in de buurten, ongeacht hun achtergrond of situatie. • We stimuleren dat in iedere buurt in de gemeente Vlissingen er buurtverbinders en sociaal werkers actief zijn die investeren in de zelf- en samenredzaamheid met de ABCD-
15,5% van de inwoners geeft mantelzorg. In Nederland is dit 13,4%. Dit neemt zowel in Nederland als in Vlissingen de laatste jaren iets af. De afstand tot collectieve voorzieningen is in de gemeente Vlissingen nabij het gemiddelde of kleiner dan in de referentiegroep. 7% van de volwassenen mist emotionele steun, dit is evenveel als het Nederlands gemiddelde. Dit kan zijn in de vorm van mensen die bijvoorbeeld een steuntje in de rug geven, mensen die helpen problemen te verhelderen of geruststellen. De eenzaamheid in Vlissingen ligt hoger dan het gemiddelde in Nederland. Het percentage personen van 18 jaar en ouder dat 23
•
methode, community building, en op een laagdrempelige manier ondersteuning bieden aan inwoners. We stimuleren het collectief werken. Collectief werken houdt in dat daar waar een probleem of vraag van inwoners eerst individueel werd opgepakt we nu inwoners met dezelfde problemen of vragen samenbrengen en inzetten op een gezamenlijke aanpak. Daarbij sluiten we zoveel mogelijk aan op de ondersteuningsbehoefte, veel voorkomende problematiek en initiatieven (activiteiten) die er al zijn in een buurt en faciliteren we wat er ontbreekt.
Hier leggen we de focus op de komende beleidsperiode • We stimuleren de vrijwillige inzet in onze buurten. • We ondersteunen en waarderen mantelzorgers. • Met de Frans Naereboutprijs zetten we een (vrijwilligers)organisatie en een vrijwilliger in het zonnetje, die op een aansprekende en verdienstelijke wijze actief was binnen de Vlissingse samenleving. • We willen dat lokale vrijwilligersorganisaties krachtig zijn en blijven en ondersteunen deze organisaties.
2. Een hechte en levendige buurt waarin inwoners zich verbonden voelen met elkaar en hun omgeving.
3. Inwoners die ondersteuning nodig hebben, krijgen
Vrijwillige inzet levert een belangrijke bijdrage aan een sterke sociale basis. Vrijwilligers vormen een belangrijke schakel in de sociale cohesie van buurten en zijn vaak de schakel naar de leefwereld van inwoners omdat ze actief zijn en kennis hebben over de eigen omgeving. Dit draagt ook bij aan een hechtere gemeenschap en een betere samenwerking tussen buurtbewoners. Zonder vrijwilligers en actieve inwoners is er geen sociale basis.
(laagdrempelige) ondersteuning dicht bij huis. We zetten onze inwoners centraal en organiseren ondersteuning integraal en in samenhang vanuit de leefomgeving van onze inwoners. Er is een duurzame en integrale vorm van laagdrempelige ondersteuning voor alle inwoners van 0-100+ jaar in de sociale basis. We zoeken daarvoor de samenwerking met maatschappelijke partners in het medisch en sociaal domein.
We versterken, faciliteren en zorgen voor de nodige randvoorwaarden zodat inwoners die zich vrijwillig willen inzetten daartoe de mogelijkheid voelen en gestimuleerd worden.
Hier leggen we de focus op de komende beleidsperiode • We gaan de positie van Buurtteams Vlissingen blijvend verduidelijken en versterken. • We creëren een stevig lokaal team binnen de sociale basis dat zorgt voor een samenhangend ondersteuningsaanbod voor alle inwoners 0-100+ jaar. 24
•
• •
•
Om het aanbod vrij toegankelijk te maken verleggen we de focus van geïndiceerde maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen. Het aanbod in de sociale basis is herkenbaar en vindbaar voor de inwoners. We stimuleren de samenwerking tussen de uitvoerders in de sociale basis, zowel de vrijwilligers als de professionals. We blijven hiervoor investeren in de Vlissingse zorgdriehoek en de samenwerkingen binnen Kerngezond Vlissingen. We blijven investeren in een outreachende aanpak in de sociale basis om ondersteuningsvragen eerder te signaleren en op te pakken, zodat inwoners de juiste ondersteuning op tijd krijgen.
25
5.2
Vitaal leven
Kracht van sport en bewegen Sport en bewegen zijn onmisbare pijlers voor een vitale en veerkrachtige gemeente Vlissingen. We investeren daarom in preventie, gezondheid en inclusie. Regelmatige lichaamsbeweging vermindert het risico op chronische ziekten, bevordert mentale weerbaarheid en stimuleert actieve deelname aan de samenleving. Voor kwetsbare groepen, zoals ouderen, jongeren in een kwetsbare positie en nieuwkomers, biedt sport een toegankelijk platform voor ontmoeting en integratie. Sport en bewegen dragen ook bij aan sociale samenhang en het versterken van een toekomstbestendige samenleving. Door structureel samen te werken met sportaanbieders, scholen en zorgaanbieders kunnen we beschikbare netwerken beter benutten en maatschappelijke impact vergroten.
Gezonde en actieve mensen voelen zich beter, doen meer en nemen makkelijker deel aan de samenleving. Tegelijkertijd zien we de cijfers van overgewicht en andere voorspellers voor een slechtere gezondheid stijgen. Een deel van onze inwoners weet gelukkig zelf de weg te vinden naar activiteiten die bijdragen aan een gezond leven en maakt gezonde voedingskeuzes. Niet voor iedereen is dat haalbaar of gemakkelijk. We vinden het belangrijk dat iedere inwoner gestimuleerd en geïnformeerd wordt om gezonde keuzes te maken. Zo werken we samen aan een gezond, fit en veerkrachtig Vlissingen. GGD Zeeland voert voor de gemeente Vlissingen en de andere Zeeuwse gemeenten de Wet Publieke gezondheid uit. En heeft ook een kennis- en adviesfunctie voor de gemeenten.
Gezondheidsvaardigheden Sommige mensen hebben moeite met het vinden, begrijpen en toepassen van informatie over gezondheid. Dit noemen we beperkte gezondheidsvaardigheden.
Gezondheidsachterstanden In Vlissingen is de sociaaleconomische status lager dan het landelijk gemiddelde. Mensen met een lage sociaaleconomische status krijgen bijna 15 jaar eerder te maken met een slechte gezondheid dan mensen die het beter hebben. Deze gezondheidsachterstanden zijn in de gemeente Vlissingen breed aanwezig. Er zijn bovengemiddeld veel schulden, veel kinderen groeien op in armoede en er zijn veel huishoudens met een bijstandsuitkering of een laag inkomen. We leggen daarom de focus op de onderliggende factoren van gezondheid in samenhang met de beleidsopgave bestaanszekerheid.
Mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden ervaren vaker gezondheidsproblemen en leven gemiddeld zeven jaar korter dan mensen met betere gezondheidsvaardigheden. Het versterken van gezondheidsvaardigheden kan onder andere door goede voorlichting, begrijpelijke communicatie en samenwerking met het onderwijs en maatschappelijke organisaties. Het stimuleren van gezondheidsvaardigheden 26
moet zo jong mogelijk starten om er generaties lang plezier van te hebben.
5.2.1 Wat weten we over deze beleidsopgave De levensverwachting in de gemeente Vlissingen (80,5 jaar) ligt ruim een jaar lager dan het Nederlandse gemiddelde (81,6 jaar). Meer kinderen in de gemeente Vlissingen groeien op in een uitkeringsgezin (9%) dan gemiddeld in Nederland (6%). Dit benadrukt nog eens de lagere gemiddelde sociaaleconomische status in Vlissingen t.o.v. het landelijk gemiddelde.
Gezonde leefomgeving Een gezonde leefomgeving waarin sporten, spelen, bewegen en ontmoeten vanzelfsprekend zijn, is van onschatbare waarde voor het welzijn van inwoners. De openbare ruimte moet toegankelijk, groen, schoon, heel en veilig zijn en uitnodigen tot ontmoeting en activiteit, zodat iedereen – van jong tot oud gemakkelijk in beweging kan komen en er ruimte is voor ontmoeten. Dit is niet alleen belangrijk voor de fysieke gezondheid, maar heeft ook een preventieve werking op andere sociale vraagstukken zoals eenzaamheid, mentale veerkracht en maatschappelijke participatie.
Een andere indicator waaruit blijkt dat de gezondheidsachterstanden in Vlissingen groter zijn dan gemiddeld in Nederland heeft betrekking op de zogeheten beweegrichtlijn. Het percentage personen van 18 jaar en ouder dat voldoet aan de beweegrichtlijn (minstens 150 minuten per week matig tot intensief bewegen) ligt in Vlissingen op 46,5% ten opzichte van 47,5% gemiddeld in Nederland. In 2016 was dit nog 54,7%, een substantiële daling dus in de afgelopen jaren.
De Omgevingsvisie 2040 benadrukt het belang van een gezonde leefomgeving waarin actieve mobiliteit, groen en ontmoeting centraal staan. In de uitvoering van het beleidsplan leggen we dan ook de verbinding met het Programma Toekomstbestendige leefomgeving. Dit programma, voortkomend uit de Omgevingsvisie, beschrijft wat de leefomgeving van onze gemeente in de toekomst is: energieneutraal, circulair, klimaatbestendig, gezond en veilig.
Uit de data blijkt ook dat overgewicht in Vlissingen een (nog) groter probleem is dan gemiddeld in Nederland. In Vlissingen kampt 54% van de personen van 18 jaar en ouder met overgewicht (een BMI van 25 of hoger), ten opzichte van 52% gemiddeld in Nederland. 5.2.2 Wat willen we bereiken 1. Inwoners maken gezonde keuzes en zijn een voorbeeld voor de volgende generaties.
Daarnaast werken we ook aan een zo gezond mogelijke leefomgeving vanuit voedingsperspectief. Daarin wordt de gezonde keuze zo aantrekkelijk mogelijk gemaakt en zo bevorderd. Dit kan, zeker bij de jongere generaties, veel positieve lange-termijn-effecten opleveren.
Gezondheidsachterstanden worden vaak van generatie op generatie doorgegeven. Door opvoeders van de nieuwe 27
generatie te helpen bij het maken van gezonde keuzes, geven we kinderen een betere start. Dit in samenhang met de beleidsopgave bestaanszekerheid.
inwoners automatisch worden gestimuleerd tot een actievere en gezondere leefstijl. Hier leggen we de focus op de komende beleidsperiode • We ontwikkelen een brede kijk op ontmoeten, sporten, spelen en bewegen in de openbare ruimte in de gemeente Vlissingen. • Inwoners met een risico op gezondheidsachterstanden stimuleren we tot beweging.
Hier leggen we de focus op de komende beleidsperiode • Kennis van en bewustzijn over de kracht van sport & bewegen is breed geïntegreerd in het sociaal domein en aanpalende beleidsterreinen. • Preventieactiviteiten worden gericht ingezet voor groepen die de grootste kans hebben op een gezondheidsachterstand. • We stimuleren een gezonde levensstijl, voldoende beweging en goede voeding. • We continueren onze inzet ten behoeve van de verdere doorontwikkeling van de ketenaanpak Kansrijke Start. Dit is in samenhang met de beleidsopgave kansrijk opgroeien. • We leggen de verbinding tussen het signaleren van gebrek aan gezondheidsvaardigheden (basisvaardigheden) en een preventieprogramma om deze vaardigheden te ontwikkelen (volwasseneneducatie).
3. Inwoners sporten en bewegen meer. We stimuleren dat alle inwoners, ongeacht leeftijd of achtergrond, actief zijn of worden. Dit doen we door barrières weg te nemen, sport en beweging zoveel mogelijk te integreren in het dagelijks leven en samenwerking te zoeken met maatschappelijke partners. Zo zorgen we ervoor dat iedereen mee kan doen in een vitaal en veerkrachtig Vlissingen.
Hier leggen we de focus op de komende beleidsperiode • We maken samenwerkingsafspraken met aanbieders voor een divers start- of structureel aanbod voor een gezonde leefstijl die we uitvoeren in de sociale basis. 44 van inwoners met • Drempels verlagen; we vergroten de kennis een laag inkomen over de financieringsmogelijkheden m.b.t. sport, cultuur en activiteiten vanuit bestaanszekerheid. • We geven uitvoering aan de (keten)aanpakken die volgen uit de landelijke akkoorden op dit gebied.
2. Inwoners hebben een gezondere leefomgeving die uitnodigt tot sporten, spelen, bewegen en ontmoeten. Een leefomgeving die stimuleert tot sporten, spelen, bewegen en ontmoeten, draagt bij aan een gezondere stad en dorp. We streven naar toegankelijke en veilige openbare ruimtes, meer groen en het bevorderen van gezonde keuzes in de wijk, zodat 28
5.3
de sociale basis, zoals Buurtteams Vlissingen, door telefonisch contact of via een bezoek aan de gemeente: toegang Wmo en Jeugd. Als een inwoner contact opneemt met het team Wmo en Jeugd, dan volgt er een (keukentafel)gesprek. In dit gesprek wordt de ondersteuningsvraag van de inwoner bekeken en wordt besproken wat de best passende oplossing is.
Maatschappelijke ondersteuning
Het doel van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is dat inwoners mee kunnen doen in de maatschappij. Dit komt neer op: •
•
•
Het bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente en het voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld; Het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving; Het bieden van beschermd wonen en opvang.
Algemene voorzieningen ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie Binnen de maatschappelijke ondersteuning zijn verschillende ondersteuningsvormen binnen de sociale basis als algemene voorziening georganiseerd. Op basis van een lichte toets kunnen inwoners hier een beroep op doen. Dit zijn: Schoon en leefbaar huis; Zinvolle dagbesteding. Maatwerkvoorzieningen ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie Tijdens het (keukentafel)gesprek met de inwoner wordt in kaart gebracht welke beperkingen de inwoner ervaart in het dagelijks leven en welke mogelijke oplossingen daarvoor zijn. Hier komt een arrangement aan oplossingen uit waar voorzieningen vanuit de sociale basis, een algemene voorziening of maatwerkvoorzieningen onderdeel van kunnen zijn. Maatwerkvoorzieningen zijn: • Individuele ondersteuning; • Beschermd wonen (is nader uitgewerkt in de beleidsopgave mentale gezondheid); • Hulpmiddelen en woningaanpassingen; • Kortdurend verblijf;
De Wmo is bedoeld voor inwoners die niet (meer) zelfredzaam zijn. Dit betekent dat zij hun vraag niet zelf kunnen oplossen. Hulp van familie of het sociale netwerk ontbreekt en hulp vanuit de sociale basis is niet (meer) afdoende. Het gaat hier om hulp en ondersteuning voor bijvoorbeeld inwoners met een beperking, voor mensen die langdurig niet goed mee kunnen doen in de maatschappij of voor mensen die een veilige of beschermde woonomgeving nodig hebben. Toegang tot maatschappelijke ondersteuning Inwoners kunnen op verschillende manieren een beroep doen op de Wmo. Dit kan via doorverwijzing door organisaties vanuit 29
• Doelgroepen vervoer. De voorzieningen die hieronder vallen wordt toegelicht in de bijlage: Beleidsopgave maatschappelijke ondersteuning.
Vlissingen en vrijwillige onafhankelijke cliëntondersteuning door de Vrijwillige Burgeradviseurs. De wijze waarop continuïteit van maatschappelijke ondersteuning wordt gewaarborgd Een belangrijk uitgangspunt in de Wmo is de continuïteit van de ondersteuning. Als een inwoner een indicatie heeft voor een maatwerkvoorziening wordt deze geleverd door één van de aanbieders. Mocht er iets voordoen waardoor een aanbieder de ondersteuning niet langer kan leveren, dan zorgt het team Wmo en Jeugd voor een aansluitend en passend aanbod bij een andere aanbieder. Ook voor de doelgroep jongeren die vanuit de Jeugdwet doorstromen naar de Wmo is het belangrijk de continuïteit te waarborgen. De problemen die zij ervaren stoppen niet bij de wettelijke leeftijdsgrenzen. Het team Wmo en Jeugd kijkt samen met de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland naar mogelijkheden om deze aansluiting verder te verbeteren. Deze verbeteringen worden enerzijds gezocht in het proces, namelijk doordat de Wmo-consulent al ruim voor het 18e levensjaar contact heeft over de meest passende ondersteuning vanaf 18 jaar. Anderzijds door de inkoop beter op elkaar af te stemmen en daarin gezamenlijk op te trekken. Dit is in samenhang met de beleidsopgave kansrijk opgroeien.
De keuzemogelijkheden tussen aanbieders In de gemeente Vlissingen worden de maatwerkvoorzieningen ingekocht bij twee zorgcombinaties: het aanbod voldoet aan de eisen van kwaliteit, diversiteit en keuzevrijheid (aanvullende zorg). Inwoners kunnen met hun indicatie zelf een aanbieder kiezen binnen de twee zorgcombinaties die bij hen en hun ondersteuningsvraag past. De leveringsvormen zorg in natura en persoonsgebonden budget (pgb) staan als gelijkwaardige alternatieven naast elkaar. Echter pgb-vaardigheid is hierbij een belangrijke voorwaarde. Deze moet aanwezig zijn bij een inwoner of indien van toepassing bij de vertegenwoordiger. Dit is een van de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een pgb. Cliëntondersteuning en vertegenwoordiging Een onderdeel binnen de Wmo is de onafhankelijke cliëntondersteuning. Cliëntondersteuning is een voorziening voor inwoners die vragen hebben over levensdomeinen als zelfstandig leven, zorg en ondersteuning, participatie, wonen, onderwijs en werk en inkomen. Een cliëntondersteuner is onafhankelijk en denkt mee in het belang van de inwoner. Inwoners worden geïnformeerd over de mogelijkheden van cliëntondersteuning. De professionele onafhankelijke cliëntondersteuning wordt uitgevoerd door Buurtteams
Tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.1.7 Wmo 2015 De toegang Wmo en Jeugd biedt geen voorzieningen als genoemd in artikel 2.1.7 Wmo 2015 omdat de invulling van deze regeling via de Participatiewet is geregeld binnen de beleidsopgave bestaanszekerheid. 30
De regelingen vanuit de Participatiewet als bedoeld in artikel 2.1.7 Wmo 2015 voldoen aan de volgende criteria: • De ondersteuning dient inwoners tegemoet te komen in werkelijk gemaakte en anderszins niet vergoede meerkosten als gevolg van chronische ziekte en handicap; • De ondersteuning dient terecht te komen bij hen die dat financieel gezien het hardst nodig hebben.