Raad - Rekenkamer Vlissingen - Definitief rapport WIZ voor raad 10 okt 2024
Tekst van het document
Plan van aanpak 26 nov 2020
Voortgangsrapportage 24 nov 2021
Voortgangsrapportage 30 nov 2023
Voortgangsrapportage 30 jun 2024
Planvorming
Q2 2021
Q3 2021- Q1 2022
Q2 2022 -Q1 2024
juni 2024 vaststellen ontwikkelvisie
Uitvoeringsfase, grondverwerving
Q3 20212024
2022 -2024
2022 -2025
Nieuwe planning volgt na vaststelling ontwikkelvisie
27 Adviesrapport 26 juni 2020, bijlage 1 Fiche D, pagina 19
Wind in de Zeilen
27 van 80
Uitvoeringsfase, communicatieen marketing
Q4 2020 2024
Q4 2020, 2021-2025
Afronding
2025
2025
Na besluitvorming ontwikkelvisie meer duidelijkheid over doorlooptijd
Tijdspad niet benoemd, planning wordt aangepast
Planvorming Kenniswerf Het college heeft begin november 2021 ingestemd met het ontwikkelplan voor de Kenniswerf. Dit ontwikkelplan is opgesteld naar aanleiding van de beschikking specifieke uitkering (SPUK) van het ministerie van BZK. Het ministerie van BZK en het ministerie van Financiën hebben het ontwikkelplan goedgekeurd, waarna BZK de resterende € 14 miljoen aan Vlissingen heeft overgemaakt. De planvorming Kenniswerf bestaat uit 28: • Het concretiseren en actualiseren van de ontwikkelvisie Kenniswerf, inclusief het opzetten en openen van een grondexploitatie voor de onderdelen van het plangebied Wind in de Zeilen; • Het opstellen van een lange termijn communicatie- en marketingplan; • Het opstellen van het ontwikkelplan Kenniswerf. Met betrekking tot de planning voor de uitvoeringsfase wordt aangegeven dat na besluitvorming over de ontwikkelvisie meer duidelijkheid zal ontstaan over de doorlooptijd. Vertraging in de planvormingsfase is ontstaan doordat voor het opstellen van de ontwikkelvisie, inclusief grondexploitatie, meer tijd nodig is geweest dan vooraf was aangenomen. Door een collegebesluit wordt de ontwikkelvisie opgesteld in co-creatie met HZ University of Applied Sciences, Scalda en Dockwize om te komen tot een meer integrale visie. Ook is er externe procesbegeleiding aangesteld om de samenhang tussen alle betrokken partijen te bevorderen.
De ontwikkelvisie is het brondocument om de grondexploitatie door te rekenen en het tempo van grond verwerven in te plannen. Tijdens ons onderzoek is aangegeven dat in de ontwikkelvisie ook de te bereiken effecten zullen worden opgenomen, alsmede de communicatie- en marketingstrategie. Het uitgangspunt is dat het resultaat van de in te stellen grondexploitatie minimaal neutraal sluit 29.
28 3e Voortgangsrapportage Wind in de Zeilen, 24 november 2021, pagina 24 29 Bijstelling college-opdracht Kenniswerf, maart 2022, pagina 7
Wind in de Zeilen
28 van 80
Met de verkoopopbrengst van bouwrijpe gronden dienen de ontwikkelkosten en de kosten voor het bouwrijp maken gedekt te zijn. In de raadsinformatiebijeenkomst op 5 maart 2024 is de stand van zaken met betrekking tot de ontwikkelvisie toegelicht. Het ‘Ontwerp ontwikkelvisie Kenniswerf’ heeft vanaf 7 maart 2024 ter inzage gelegen. Binnen die termijn zijn 9 inspraakreacties ontvangen. In de raadsvergadering van 27 juni 2024 is de ontwikkelvisie en grondexploitatie Kenniswerf fase 5 vastgesteld. Tevens is besloten om het tekort van € 2,7 miljoen op de grondexploitatie te dekken uit de bestemmingsreserve WIZ. Uitvoeringsfase (grondverwerving) Om een versnelde realisatie van de Kenniswerf te kunnen realiseren is een actief grondbeleid vastgesteld door de raad voor de gronden binnen het gebied van de Kenniswerf. In juli 2022 heeft de raad bovendien een besluit genomen tot vestiging van de Wet Voorkeursrecht Gemeenten (Wvg) 30. De Wvg verplicht eigenaren om een perceel waarop een voorkeursrecht is gevestigd, bij verkoop eerst aan de overheid (de gemeente, provincie of het Rijk) aan te bieden. Deze wet geeft overheden de mogelijkheid om een betere positie – en dus meer grip – op de grondmarkt te krijgen. Bovendien kan prijsopdrijving door speculatie worden voorkomen.
Voor de grondverwerving, waarvoor de Nota grondbeleid de basis is, is door het college een externe grondverwerver aangesteld. De aangestelde grondverwerver zal een strategisch verwervingsplan uitwerken in samenhang met de ontwikkelvisie. In het gebied zijn 30 eigenaren en 50 percelen. Uit de WIZ voortgangsrapportage van juni 2024 blijkt dat 3 panden (4 percelen) aangekocht zijn voor een bedrag van € 523.027. In eerste instantie wordt uitgegaan van minnelijke verwerving. Mocht dat niet lukken dan zal mogelijk worden overgegaan tot onteigening, waarvoor een raadsbesluit noodzakelijk is. Op de beantwoording van een Q&A-vraag, voor de commissie Ruimte op 6 juni 2024, wordt aangegeven dat “de gemeente beoogt in 2031 alle percelen in eigendom te hebben”. Dit wijkt significant af van de beoogde termijn (2022 -2025) zoals in de voortgangsrapportage van november 2023 is opgenomen. Het verplaatsen van huidige eigenaren kan mogelijk een extra probleem zijn. De gemeente biedt alternatieve locaties aan op het bedrijventerrein Poortersweg en Baskenburg. Ook bodemsanering kan zorgen voor vertraging. Na de definitieve vaststelling van de ontwikkelvisie zal de gemeente de huidige eigenaren actiever gaan benaderen om de individuele wensen in beeld te krijgen. Tijdens dit onderzoek was er nog geen compleet beeld hoe eigenaren erin staan.
Effect, effectindicator en streefwaarde Voor het hele project Kenniswerf wordt in de begroting 2024-2027 het volgende benoemd:
30 Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Wvg is daarmee komen te vervallen, en op die datum is
ook de Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet in werking getreden. De regels in deze nieuwe wet zijn in grote lijnen hetzelfde als in de oude Wvg.
Wind in de Zeilen
29 van 80
Effect (wat wil de raad bereiken)
Een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en (kennis)instellingen op de Kenniswerf om te komen tot een Hotspot voor Delta Innovatie (HDI).
Effectindicator
Aantal nieuw te vestigen bedrijven, aantal arbeidsplaatsen, aantal studenten.
Streefwaarde
De Kenniswerf wordt dé stedelijke hotspot voor deltainnovatie met internationale uitstraling waar innoveren, ondernemen, studeren en recreëren in een inspirerende omgeving centraal staan.
3.4.4 Risicomanagement In het Plan van aanpak van dit fiche wordt een vijftal potentiële risico’s beschreven: 1. Het ontbreken en/of wegvallen van samenhang tussen de diverse voor de Kenniswerf belangrijke fiches; 2. Trage besluitvorming; 3. Projectorganisatie (capaciteit en kwaliteit) niet op orde; 4. Moeizame verwervingen; 5. Tegenvallende vraag uit de markt. In de vertrouwelijke nota Bijstelling collegeopdracht Kenniswerf (maart 2022) zijn de risico’s voor het hele project Kenniswerf op pagina’s 8, 9 en 10 benoemd, inclusief beheersmaatregelen. Tijdens ons onderzoek hebben wij 3 verslagen van het “kernteam overleg Kenniswerf” ontvangen (van 2024) en 3 voortgangsrapportages (voortgang op de collegeprojecten). In deze rapportages zijn er geen noemenswaardige nieuwe risico’s opgenomen. In de 7e voortgangsrapportage die de rekenkamer heeft ontvangen (1 april 2023) komt alleen voor “In de afgelopen voortgangrapportages is vertraging ontstaan bij diverse gronduitgiftes. De afstemming met onze partners vergt meer tijd dan van tevoren bedacht. Vooralsnog lijken deze vertragingen op te vangen binnen de looptijd van het project.’’
3.4.5 Financiën Voor dit fiche is een specifieke uitkering (SPUK) toegekend voor een bedrag van € 15 miljoen inclusief BTW-afdracht. De verkregen gelden na afdracht BTWCompensatiefonds bedroegen € 14.960.000. De uitkering is in twee delen verstrekt; een bedrag van € 1 miljoen voor het opstellen van het ontwikkelplan Kenniswerf en na goedkeuring van het ontwikkelplan door het Ministerie van BZK is de overige € 14 miljoen ontvangen voor de uitvoering van het ontwikkelplan. In juni 2021 is via een collegebesluit € 400.000 vrijgemaakt uit de beschikbare € 15 miljoen voor plankosten. Met een deel van dit budget is het ontwikkelplan
Wind in de Zeilen
30 van 80
Kenniswerf opgesteld. Het budget van € 15 miljoen is met name bedoeld voor de aankoop van percelen genoemd in fiche D 31. Op verzoek van de rekenkamer is onderstaand overzicht opgesteld van de kosten per eind 2023. Uit het overzicht blijkt dat de kosten deels ten laste komen van het WIZbudget (SPUK) en deels ten laste van de grondexploitatie. WIZ Fiche D
2021
2022
2023
totaal
Inhuur extern personeel
40.611
49.888
125.154
215.653
Inzet vaste medewerkers
0
140.068
108.974
249.042
Voorbereiding/toezicht
3.160
-3.160
0
0
Plankosten - Ontwikkelvisie
91.990
0
83.851
175.841
Plankosten - Communicatie/Marketing
30.429
52.542
-2.728
80.244
0
0
3.973
3.973
Rente boekwaarde Verwerving gronden Totale lasten Totale lasten Ten laste van rijksbijdrage (SPUK)
(1)
Ten laste van grondexplotatie Totale lasten (1)
0
0
0
0
166.189
239.339
319.224
724.752
2021
2022
2023
totaal
166.189
0
120.517
286.706
0
239.339
198.708
438.046
166.189
239.339
319.224
724.752
gerapporteerd in SiSa bijlage verantwoordingsinformatie (jaarstukken)
Voor dit fiche geldt dat overschrijdingen uit eigen middelen betaald moeten worden. Er komt geen extra geld vanuit het Rijk. Vanuit het Rijk zijn er op dit moment geen voorwaarden gesteld aan de termijn van besteding van de gereserveerde € 15 miljoen. Verantwoording over de besteding van gelden verloopt via het systeem van single information, single audit (SiSa).
3.5
Fiche F2: Ontwikkeling stationsomgeving Vlissingen
3.5.1 Doelstelling fiche Het fiche F Bereikbaarheid omvat deelfiches voor verschillende onderdelen. De gemeente Vlissingen is binnen dit fiche actiehouder voor het onderdeel F2 ‘Ontwikkeling Stationsomgeving Vlissingen’. De rekenkamer focust bij het onderzoek op dit onderdeel van het fiche. Doelstelling van deelfiche F2 is het stationsgebied te ontwikkelen tot de mobiliteitshub in de regio. Hierbij krijgen huidige mobiliteitsvormen en het gebied een kwaliteitsimpuls, en worden nieuwe, slimme en duurzame mobiliteitsvormen toegevoegd32. Met deze kwaliteitsimpuls van het Stationsgebied wordt de bereikbaarheid verbeterd van kleine kernen binnen Zeeland en van de Zeeuwse kennis- en onderwijsinstellingen. Daardoor kunnen meer Zeeuwse jongeren deze
31 Collegebesluit Bijstelling collegeopdracht Kenniswerf, 29 maart 2022 32 Adviesrapport 26 juni 2020, bijlage 1 fiche F
Wind in de Zeilen
31 van 80
instellingen goed bereiken, wat ervoor zorgt dat meer kennis binnen de provincie blijft, wat positief uitpakt voor de arbeidsmarkt en de economie. Het Stationsgebied gaat dan functioneren als een motor voor economische groei. Vanwege het belang van goede bereikbaarheid van kennis- en onderwijsinstellingen heeft deelfiche F2 heeft ook relatie met de fiches C (Delta Climate Center) en D (Fysieke ontwikkeling Kenniswerf).
3.5.2 Governance De Ontwikkeling Stationsgebied Vlissingen is aangemerkt als een collegeproject en is daarmee opgezet volgens een vastgestelde projectstructuur. In januari 2021 is de Visie Stationsgebied Vlissingen 2025 definitief door het college vastgesteld. De college-opdracht Stationsgebied Vlissingen is vastgesteld op 15 juni 2021. De huidige bestuurlijk opdrachtgever is de heer Boonman (wethouder) na het vertrek van de heer Cracau als wethouder. Ambtelijk opdrachtgever is de heer Hendrikse (directeur Ruimte en Samenleving gemeente Vlissingen). Elk kwartaal is er een overleg tussen projectleider en bestuurlijk opdrachtgever. Vanaf januari 2024 zijn 2 interne projectleiders aangesteld voor het Stationsgebied. Eén projectleider is verantwoordelijk voor de procesmatig-bestuurlijke afstemming, de andere projectleider is verantwoordelijk voor de uitvoering. Hiermee is de projectleiding weer op orde na het vertrek van de projectleider van een extern bureau eind maart 2023.
3.5.3 Realisatie uitwerking en uitvoering Voor deelfiche F2 heeft de gemeente Vlissingen vanuit het pakket Wind in de Zeilen € 5 miljoen ontvangen voor investeringen in de stationsomgeving (aanleg infrastructuur). De doelstelling van deelfiche F2 dient bereikt te worden door 33: • Ontwikkeling en uitvoering van een Masterplan Stationsgebied Vlissingen • Faciliteren van pilots met betrekking tot mobiliteit Het deelfiche F2 heeft een nauwe samenhang met deelfiche F3 Living Lab Slimme Mobiliteit. De mobiliteitspilots uit het onderdeel Living Lab Slimme Mobiliteit vormen het vliegwiel voor de infrastructurele maatregelen en voorzieningen in het Stationsgebied; de pilots die succesvol zijn, worden structureel ingepast in het Stationsgebied. En mobiliteitswensen en mobiliteitspilots vanuit de gebruikers, bedrijven of bezoekers van het Stationsgebied kunnen binnen het Living Lab Slimme Mobiliteit worden uitgevoerd. Deelfiche F3 heeft € 5 miljoen ontvangen voor het testen/experimenteren van de aannames met betrekking tot mobiliteit.
33 2e Voortgangsrapportage Wind in de Zeilen, 15 mei 2021, pagina 28
Wind in de Zeilen
32 van 80
Plan van aanpak Op 15 april 2021 heeft de Stuurgroep WIZ het plan van aanpak vastgesteld voor het deelfiche F2. In het plan van aanpak is een fasering en planning opgenomen. De stand van zaken zoals vermeld in de 8e voortgangsrapportage van juni 2024 is als volgt: Fasering en planning
Plan van aanpak
Voortgangsrapportage 30 jun 2024
Fase 1: Opstart project
jan – apr 2021
jan - apr 2021
Fase 2: Inhoudelijke uitwerking & opstart pilots
apr 2021 – jan 2022
apr 2021 - jan 2022
Fase 3: Ontwikkeling Masterplan Stationsgebied Vlissingen
mei 2021 – dec 2022
mei 2021 – nov 2024
Fase 4: Van succesvolle pilots naar permanente mobiliteitsoplossingen
jan 2022 – dec 2025
jan 2022 – dec 2025
Fase 5: Uitvoering Masterplan Stationsgebied
dec 2022 – dec 2025
dec 2024 – dec 2025
De planning is meermalen aangepast. De aangepaste tijdsplanning is gerapporteerd in de voortgangsrapportages Wind in de Zeilen. Uitgangspuntennotitie Stationsgebied Voor het project Ontwikkeling Stationsgebied Vlissingen heeft de bestuurlijke kickoff in november 2022 plaatsgevonden met de vaststelling van de Uitgangspuntennotitie Stationsgebied. Deze notitie over de herontwikkeling van het Stationsgebied en de ambities voor volgende fases is gebaseerd op gesprekken met stakeholders als NS, ProRail en Provincie Zeeland. De notitie geeft ook aandachtspunten voor het opstellen van het Masterplan. Masterplan Bij het opstellen van het Masterplan zijn de volgende vier aandachtspunten leidend: • Verblijfskwaliteit; • Mobiliteit; • Duurzaamheid; • Economische groei. Mobiliteit (spoor en aanvullende bereikbaarheid) is een belangrijk onderdeel. De regionale mobiliteits-strategie is daarbij de leidraad. Met drone-onderzoek en parkeerdrukmetingen is gekeken naar verkeersstromen en parkeerdruk in de stationsomgeving. Voor het opstellen van het Masterplan is een externe partij ingehuurd. In het Masterplan zullen verschillende varianten worden opgenomen. Eén variant op basis
Wind in de Zeilen
33 van 80
van het ontvangen WIZ-bedrag van € 5 miljoen en uitgebreidere varianten waarbij extra bijdragen van de gemeente Vlissingen of andere stakeholders nodig zullen zijn. Er is vertraging in de voortgang van deelfiche F2. Er was meer aandacht nodig voor het stakeholdersoverleg, waardoor de vaststelling van de Uitgangspuntennotitie Stationsgebied later heeft plaatsgevonden (november 2022). In 2023 is substantiële vertraging ontstaan bij het opstellen van het Masterplan door onderbezetting in ambtelijke capaciteit. Nu ambtelijke capaciteit weer beschikbaar is, is de verwachting dat in Q3 2024 het Masterplan opgeleverd kan worden als afronding van fase 3 ‘Ontwikkeling Masterplan Stationsgebied Vlissingen’ (oorspronkelijke planning was december 202234), zie tabel fasering en planning bij plan van aanpak. Pilots mobiliteit De herontwikkeling van het stationsgebied wordt ook gebruikt om verschillende experimenten uit te voeren op het gebied van deelmobiliteit (bijvoorbeeld deelfietsen, elektrische deelscooters) en duurzame slimme mobiliteit (bijvoorbeeld een slim laadplein). De experimenten dienen gegevens op te leveren over de haalbaarheid om nieuwe vormen van mobiliteit structureel in te passen in het Stationsgebied. De gegevens uit de experimenten kunnen ook gebruikt worden door andere Zeeuwse gemeenten. Het experiment met deelscooters stond nagenoeg klaar om van start te gaan.
Er was een partij die graag scooters wilde plaatsen in zowel Middelburg als Vlissingen, maar deze partij heeft zich teruggetrokken voor dit initiatief. Begin 2023 is een tijdelijke Stuurhut gerealiseerd op het Stationsplein. De Stuurhut had als doel om input te verzamelen voor het Masterplan. Deze inzet heeft beperkt bruikbare gegevens opgeleverd voor het Masterplan. Tijdens ons onderzoek werd er verkend of de Stuurhut kan dienen als informatievoorzieningspunt. Effect, effectindicator en streefwaarde In de begroting 2024-2027 wordt het volgende benoemd: Effect (wat wil de raad bereiken)
Een kwaliteitsimpuls geven aan het stationsgebied. Daarbij verbeteren we de aansluiting op en bereikbaarheid van de Kenniswerf en binnenstad. Het stationsgebied gaat functioneren als motor voor economische groei.
Effectindicator
(Gefaseerde) oplevering Masterplan stationsgebied en herinrichting stationsgebied.
Streefwaarde
Herinrichting openbare ruimte Stationsgebied.
In de begroting 2023-2026 worden het aantal reizigers, studenten, werkers en toeristen en aantal pilots deelmobiliteit genoemd als effectindicatoren.
3.5.4 Risicomanagement In het Plan van aanpak worden een vijftal potentiële risico’s beschreven:
34 2e Voortgangsrapportage, 15 mei 2021
Wind in de Zeilen
34 van 80
1. Veranderde mobiliteitsbehoefte door Corona; 2. Versnipperde grond- en eigendomsposities; 3. Het ontbreken en/of wegvallen van samenhang tussen de diverse, voor het Stationsgebied belangrijke, fiches; 4. Verschil in mobiliteitsbelangen en visie op uit te voeren mobiliteitspilots ; 5. Vertraging door besluitvorming en inspraakprocedures. Ad 2: de versnipperde grond- en eigendomsposities is een belangrijk risico. Er zijn ongeveer 5-10 verschillende grote grondeigenaren in het stationsgebied. Het is van belang dat zij bereid zijn te participeren en te investeren in de upgrade van het gebied. Juridisch zullen afspraken geborgd moeten worden. Met alle eigenaren is inmiddels gesproken en alle neuzen lijken dezelfde kant op te staan. NS is de grootste eigenaar en die wil geen afstand doen van eigendom, maar wil wel meewerken aan herinrichting van de stationsomgeving. De Uitgangspuntennotitie Stationsgebied wordt nog een keer besproken met NS om daarna akkoord te krijgen. De herontwikkeling van het Stationsgebied vindt dan ook plaats op gronden van andere eigenaren, zoals de NS. Met de NS is veelvuldig overleg over de uitwerking en fasering van het project. De visies van gemeente en NS zijn volgens de projectleider gelijklopend. Over het tempo van het proces wordt wel verschillend gedacht (gemeente wil sneller).
Ad 3: het risico op het ontbreken en/of wegvallen van samenhang tussen de diverse, voor het Stationsgebied belangrijke, fiches. Dit wordt ingeperkt door onderlinge afstemming van de verschillende belangen die er zijn rond het Stationsgebied. Voor deelfiche F3 (Living Lab Slimme Mobiliteit) is een extra projectleider aangesteld, waarmee wordt bijgedragen aan een goede samenhang tussen de verschillende fiches voor het Stationsgebied. Ad 5: het risico op vertraging door besluitvorming en inspraakprocedures wor dt ingeperkt door zoveel mogelijk stakeholders tijdens de ontwikkeling van het Masterplan te betrekken en met betrokken partijen tot overeenstemming te komen alvorens besluiten genomen worden. Dit heeft geleid tot de Uitgangspuntennotitie Stationsgebied. Met betrekking tot actualisatie van risico’s heeft de rekenkamer 5 collegeprojectrapportages ontvangen waarin de stand van zaken met betrekking tot de risico’s wordt gerapporteerd. In deze rapportages worden geen voorstellen gedaan voor bijsturingsmaatregelen. Onvoldoende ambtelijke capaciteit was voor het fiche Stationsomgeving niet als potentieel risico beschreven in het plan van aanpak. Onderbezetting heeft wel voor substantiële vertraging gezorgd. In de voortgangsrapportage van 30 juni 2024 is onderbezetting projectteam als risicogebeurtenis benoemd in de risicomatrix.
3.5.5 Financiën Voor deelfiche F2 is een eenmalige specifieke uitkering (SPUK) toegekend voor een bedrag van € 5 miljoen inclusief BTW afdracht. De verkregen gelden na afdracht BTW-Compensatiefonds bedroegen € 4.132.000. De middelen mogen worden
Wind in de Zeilen
35 van 80
uitgegeven conform de gemaakte afspraken in het Bestuursakkoord Compensatiepakket Marinierskazerne, meer in het bijzonder conform het betreffende Plan van aanpak dat door de Stuurgroep Wind in de Zeilen is vastgesteld. Ook voor dit fiche geldt dat overschrijdingen uit eigen middelen betaald moeten worden. Er komt geen extra geld vanuit het Rijk. Vanuit het Rijk zijn er op dit moment geen voorwaarden gesteld over de termijn van besteding van de gereserveerde € 5 miljoen. Verantwoording over de besteding van gelden verloopt via het systeem van single information, single audit (SiSa). Er wordt een stelregel gehanteerd dat 10% van het ontvangen bedrag van € 5 miljoen te besteden is aan voorbereidingskosten inclusief personeelskosten. Deze stelregel is afgestemd met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Er is geen begroting aanwezig waaruit blijkt voor welke zaken de gelden zullen worden ingezet. Er is wel een grove indeling gemaakt in de vastgestelde collegeopdracht: • Fysieke aanpassingen Stationsgebied t.b.v. vervoer: 1,5 miljoen • Fysieke aanpassingen Stationsgebied t.b.v. laadinfrastructuur 1,0 miljoen • Fysieke aanpassingen t.b.v.
verblijfskwaliteit 1,5 miljoen • Stimuleren van levendigheid in het Stationsgebied 0,5 miljoen • Technisch, planuitvoering, financieel, juridisch en integratie van de onderdelen 0,5 miljoen In 2021 t/m 2023 is ervoor gekozen om de personeelskosten, intern en extern, op de reguliere begroting van de gemeente te boeken, omdat voorzien werd dat de voorbereidingskosten hoger zouden uitvallen dan de beschikbare 10% van de WIZgelden. Alle overige kosten, zoals de onderzoeken en pilots, zijn op het WIZ-budget geboekt. Voor 2024 is er vanuit de gemeente nog € 38.000 beschikbaar voor personeelskosten, de kosten boven de € 38.000 worden ook op het WIZ-budget geboekt. Op verzoek van de rekenkamer is onderstaand overzicht opgesteld van de kosten per eind 2023. Uit het overzicht blijkt dat de kosten deels ten laste komen van het WIZbudget (SPUK) en deels ten laste van de programmabegroting. WIZ Fiche F
2021
2022
2023
totaal
Inhuur extern personeel
130.469
191.944
96.751
419.164
Inzet vaste medewerkers
125.190
86.358
35.953
247.501
Plankosten
7.863
169.988
114.361
292.212
Totale lasten
263.522
448.290
247.065
958.877
2021
2022
2023
totaal
7.863
167.553
114.361
289.777
Ten laste van programmabegroting
255.659
280.737
132.704
669.100
Totale lasten
263.522
448.290
247.065
958.877
Totale lasten Ten laste van rijksbijdrage (SPUK)
(1)
(1)
gerapporteerd in SiSa bijlage verantwoordingsinformatie (jaarstukken)
Wind in de Zeilen
36 van 80
3.6
Fiche J: Aardgasvrije wijken
3.6.1 Doelstelling fiche Doelstelling van fiche J betrof een subsidieaanvraag van circa € 4 miljoen voor deelname als proeftuin in het Programma Aardgasvrije wijken (PAW). De subsidie is bedoeld om de onrendabele top voor het gasvrij maken van een woonwijk in Vlissingen af te dekken. De onrendabele top zijn activiteiten die niet in regulier werk zitten en anders niet uitgevoerd kunnen worden. Het gaat daarbij om stimuleren en mensen enthousiast te maken om met de transitie mee te doen. Daarnaast geeft deelname aan het programma een impuls voor de energietransitie binnen de gemeente en binnen de provincie door het opdoen van kennis en ervaring voor de wijkgerichte aanpak van de verdere energie-en warmtetransitie. Naast de subsidieaanvraag en het opdoen van kennis en ervaring is ook realisatie van een aardgasvrije wijk binnen 8 jaar na besluitvorming van de minister van BZK een beoogd resultaat voor dit fiche 35. In de toelichting aan de raadscommissie Ruimte op 22 februari 2024 is aangegeven dat men binnen de proeftuin een deel van het gebied daadwerkelijk aardgasvrij wil krijgen en een deel aardgasvrij-klaar.
3.6.2 Governance De Governance-structuur bestaat uit een stuurgroep (met bestuurders van zowel Vlissingen als woningbouwvereniging l’escaut als gelijkwaardige partners). De stuurgroep ontvangt occasioneel een delegatie van bewoners. Daarnaast is er een tactisch programmateam om de samenhang te bewaken en zijn er drie operationele werkgroepen. Een werkgroep isolatie (opzetten van subsidieregelingen, energieadvies etc.), een werkgroep warmte(net) (ontwikkeling van een warmtenet voor de wijk) en de werkgroep communicatie & participatie. Projectleider was de heer Vrins (extern), die medio 2022 is opgevolgd door de heer Lugtenburg. Bestuurlijk verantwoordelijke is de heer Portier en ambtelijk verantwoordelijke is mevrouw Davidse. Schematisch overzicht van de programma-organisatie:
35 Plan van Aanpak Aardgasvrije wijken (WIZ) 28-10-2020 en 2 e Voortgangsrapportage 15 mei 2021, pagina 57
Wind in de Zeilen
37 van 80
3.6.3 Realisatie uitwerking en uitvoering Plan van aanpak Op 26 november 2020 heeft de Stuurgroep WIZ het plan van aanpak vastgesteld waarin wordt aangegeven dat een ontvankelijke subsidieaanvraag ingediend gaat worden voor een Vlissingse proeftuin in de derde tranche van het Programma Aardgasvrije wijken (PAW). In het Plan van aanpak wordt aangegeven dat circa 75% van dit bedrag wordt besteed aan subsidies in gebouwmaatregelen en infrastructuur om particuliere woning-eigenaren te verleiden de woning na te isoleren en uiteindelijk gasloos te worden. De resterende gelden (25%) zijn aan te wenden voor project- en proceskosten voor de uitvoerende instanties. Subsidieaanvraag De subsidieaanvraag is tijdig ingediend en in maart 2022 is de subsidie door de Minister BZK toegekend. Formeel is met dit besluit fiche J afgerond. De subsidieaanvraag heeft vanwege de toezegging in het kader van het compensatiepakket WIZ niet de gehele selectieprocedure doorlopen. De Adviescommissie aardgasvrije wijken heeft de aanvraag buiten beschouwing gelaten vanwege deze toezegging. De aanvraag is wel door de expertteams o.l.v. RVO beoordeeld op kwaliteit. Uit de kwaliteitsanalyses blijkt dat de algehele kwaliteit van de aanvraag goed is en dat de voorgestelde aanpak heel goed scoort op uitvoeringsgereedheid.
Als aandachtspunt wordt meegegeven dat de waterbeheerder niet betrokken lijkt te zijn, terwijl deze wel de bronhouder voor aquathermie is. Collegeopdracht Panoramabuurt Aardgasvrij In vervolg op de formele goedkeuring van de subsidieaanvraag is de collegeopdracht Panoramabuurt Aardgasvrij begin september 2022 vastgesteld door zowel het college van B&W van Vlissingen als door de directie van woonservice l’escaut. De uitvoering en de besteding van de subsidiegelden valt buiten het compensatiepakket WIZ. In dit rekenkameronderzoek willen we echter wel de stand van zaken van de uitvoering opnemen. Mede omdat een doelstelling van de gemeente is om veel te leren ten behoeve van verdere invulling van de Transitievisie warmtenet (TVW), welke door de gemeenteraad op 9 december 2021 is vastgesteld. In het programmaplan is opgenomen dat het programma eindigt ultimo 2030 (ca. 8 jaar na het besluit van BZK). De keuze van de proefwijk is gebaseerd op duidelijke criteria/wijkanalyse, uitvoerbaarheid, technische en financiële haalbaarheid, planning, synergie met overige projecten in de stad, sociale structuur van de wijk (energiearmoede), aandeel corporatiewoningen etc. Dit project is het eerste project waarmee uitvoering wordt gegeven aan de Transitievisie Warmte. De Panoramabuurt bestaat uit 654 woningen.
Het betreft 124 koopwoningen (particulieren) en 530 huurwoningen (in bezit van woningbouwvereniging).
Wind in de Zeilen
38 van 80
Verduurzaming (woningen) Tot ultimo februari 2024 zijn er 78 energiescans uitgevoerd. Tot medio mei 2024 zijn er 6 subsidieaanvragen verleend met een totaalbedrag van € 10.664. Drie aanvragen zijn in behandeling. Eigenaren lijken afwachtend te zijn met het zetten van vervolgstappen. Veel eigenaren hebben zich aangemeld voor collectieve inkoop via Energiek Zeeland. Dit proces vergt enige tijd, maar de verwachting is dat door de voordelen van collectieve inkoop meer eigenaren zullen meedoen. Woningeigenaren zijn ook terughoudend door de problematiek rondom het isoleren van de spouwmuur. Daarnaast moet een aanpassing van de subsidieregeling ervoor gaan zorgen dat de investeringslast voor aanvragers vermindert (door per verduurzamingsmaatregel een aanvraag te doen in plaats van een aanvraag voor een combinatie van maatregelen). De verwachting is dat dit voor een versnelling in het aantal aanvragen zal leiden. De doelstelling is (en blijft) dat alle particuliere eigenaren hun woning aardgasvrij klaar maken binnen de looptijd van de subsidieregeling (31 december 2025). Om dit te bereiken zal er de komende maanden extra ingezet worden op communicatie en participatie d.m.v. nieuwsbrieven, thema-avonden en persoonlijke benadering. Ook het inzetten van buurtteams voor moeilijk bereikbare eigenaren zal ingezet worden.
Als blijkt dat op het einde van de looptijd er minder dan 80% van de eigenaren maatregelen hebben genomen zal voorgesteld worden om de looptijd van de regeling te verlengen (einddatum 2030). Warmtenet Over de haalbaarheid van een warmtenet kan nog geen uitspraak worden gedaan. De technische- en financiële haalbaarheid wordt uitgewerkt. Er worden gesprekken gevoerd met een potentiële warmteleverancier. Volgens het programmaplan is de benodigde tijd voor analyse en uitrol van het warmtenet voorzien op 3,5 jaar welke eindigt ultimo Q3 2025. Het aansluiten van de aangewezen woningen, het aanleggen van het net en het ontsluiten van diverse bronnen is geraamd op een investering van ca. € 11,7 miljoen. Verduurzamingsbeleid Er is op dit moment geen verduurzamingsbeleid binnen de gemeente Vlissingen. Tot op heden worden er ad hoc besluiten genomen. De ambitie is vastgelegd in de Strategische visie 2040 en wordt nu uitgewerkt in een verduurzamingsprogramma . De planning is dat dit eind 2024-begin 2025 gereed is.
3.6.4 Risicomanagement De risico’s van de subsidieaanvraag waren beschreven in het plan van aanpak, maar zijn gezien de afronding niet meer relevant. Technische en financiële risico’s van het vervolgproject zijn beschreven in de subsidieaanvraag. Eén van de speerpunten die genoemd wordt, is de benodigde aanpassing van de gemeentelijke organisatie om de hele warmtetransitie uit te kunnen voeren. Ultimo maart 2024 zijn er geen zorgen wat betreft beschikbaarheid van personele capaciteit. De uitvoeringsorganisatie wordt deels versterkt door inhuur extern personeel en er is samenwerking met de HZ (participatietraject).
Wind in de Zeilen
39 van 80
3.6.5 Financiën Voor dit fiche is een specifieke uitkering (SPUK) toegekend voor een bedrag van € 4 miljoen inclusief BTW-afdracht voor de onrendabele top voor het gasvrij maken van een woonwijk in Vlissingen. De verkregen gelden na afdracht aan het BTWCompensatiefonds bedroegen € 3.900.000. In het Programmaplan is het hierna vermelde overzicht opgenomen van de kosten waarvoor de SPUK zal worden aangewend. Proceskosten betreft de personele inzet voor participatieve activiteiten en financiële en operationele ondersteuning van bewoners bij het verduurzamen. De kosten voor de woningen en het warmtenet zijn kosten voor materialen. Een deel van de SPUK-subsidie wordt gebruikt om woningeigenaren in deze buurt financieel te stimuleren om hun woning aardgasvrij-klaar te maken. De verdeling van het bedrag van € 4 miljoen is volgens het programmaplan 36 als volgt: Allocatie PAW subsidie
€
Woningen particulier
1.165.900
Woningen l’escaut
426.733
Warmtenet
1.000.000
Proceskosten
1.055.000
Onvoorzien
352.367
Totaal
4.000.000
Voor de ontvangen subsidie is een terugvorderingsbeleid van toepassing. Indien uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de uitkering niet volledig is besteed aan de activiteiten waarvoor deze is verstrekt, dan kan de minister (dat deel van) de toegekende specifieke uitkering terugvorderen. Verantwoording verloopt via de single information, single audit (SiSa) methodiek in de jaarrekening. Op verzoek van de rekenkamer is onderstaand overzicht opgesteld van de totale kosten per eind 2023. Uit het overzicht blijkt dat de kosten deels ten laste komen van het WIZ-budget (SPUK) en deels ten laste van het project Panoramabuurt Aardgasvrij. WIZ Fiche J
2022
2023
totaal
Participatie & communicatie
17.850
2.821
20.671
Inhuur extern personeel
258.148
261.827
519.975
Inzet eigen personeel
159.870
63.606
223.476
Onroerende zaken
7.266
239
7.504
Overige kosten
17.945
39.803
57.748
Totale kosten
461.079
368.295
829.375
Totale lasten Ten laste van rijksbijdrage (SPUK) (1) Ten laste van project Totale lasten (1)
2022
2023
totaal
461.079
297.085
758.164
0
71.210
71.210
461.079
368.295
829.374
gerapporteerd in SiSa bijlage verantwoordingsinformatie (jaarstukken); in jaarstukken 2023 wordt als jaarcijfer € 368.295 gerapporteerd, dit komt niet overeen met verdeling in tabel
36 Programmaplan Panoramabuurt Aardgasvrij, 13 sep 2022, pagina 24
Wind in de Zeilen
40 van 80
De rekenkamer constateert een onjuistheid in de SiSa-bijlage bij de jaarstukken 2023. Het gerapporteerde cumulatieve bedrag van € 758.164 komt niet overeen met het jaarcijfer 2022 van € 461.079 plus het jaarcijfer 2023 van € 368.295 (is € 829.374). Bij het overzicht totale kosten is als toelichting gegeven dat de inhuur extern personeel en de inzet eigen personeel gedekt is vanuit de proceskosten in de onderverdeling van € 4 miljoen subsidie. Subsidies aan woningeigenaren zijn vanaf 2024 verstrekt en zijn derhalve niet in bovenstaand overzicht opgenomen. Medio mei 2024 was een bedrag van € 10.664 uitgekeerd en was voor een bedrag van € 9.169 de aanvraag in behandeling. Bij de vaststelling van het uurtarief van intern personeel wordt gerekend met een gemiddeld uurtarief van de betreffende afdeling. Hierover zijn afspraken gemaakt met het Rijk. De eigen bijdrage van de gemeente Vlissingen bedraagt € 1,9 miljoen.37 Deze is voornamelijk ter dekking van de proceskosten (interne uren), voor het deel dat niet door de SPUK-subsidie wordt gedekt. In het programmaplan is ook een totaalbeeld opgenomen van de kosten en alle activiteiten die er moeten worden uitgevoerd om tot realisatie van aardgasvrij (klaar) te komen. Bij de financiering van deze kosten worden zowel reguliere als programma specifieke budgetten aangesproken. Kosten
€
Financiering
€
Woningen particulier
1.840.291
Reguliere gebouw geb. subsidie
2.539.778
Woningen l'escaut
13.815.906
PAW subsidie (WIZ)
4.000.000
Warmtenet
11.731.671
Eigen bijdrage gemeente Vlissingen
1.885.981
100.000
Eigen bijdrage l'escaut
12.669.565
Proceskosten gemeente Vlissingen
2.521.311
Eigen bijdrage partners
10.831.671
Proceskosten l'escaut
1.867.922
Eigen bijdrage bewoners-koop
Netwerkbedrijf
Onvoorzien
342.229
Totale kosten
32.219.330
Totale kosten
292.335 32.219.330
37 Programmaplan Panoramabuurt Aardgasvrij, 13 sep 2022, pagina 21
Wind in de Zeilen
41 van 80
4
Bevindingen
4.1
Governance (deelvraag 1) In deze paragraaf beantwoorden we onderzoeksvraag 1: Is de governance bij de uitwerking en uitvoering van de gemaakte afspraken en plannen uit het compensatiepakket adequaat 38?
4.1.1 Bevindingen in het kort 1.
De stuurgroep heeft op 3 juli 2024 besloten om het contract van de uitvoeringsregisseur te verlengen tot 1 juni 2025 met de intentie om deze daarna met nog een jaar te verlengen. De governance-structuur met een stuurgroep, uitvoeringsregisseur en ondersteuningsteam is tot en met 2025 ingesteld.
2.
In het Bestuursakkoord zijn afspraken gemaakt over verbintenisscheppende termijnen met betrekking tot termijnen van uitvoering. Een tussentijdse evaluatie, of aan de afgesproken termijnen wordt voldaan, ontbreekt.
3.
De governance voor de uitvoering van de Vlissingse fiches moet worden verbeterd mede om verdere vertraging te voorkomen.
4.1.2 Toelichting op bevindingen Bevinding 1: De stuurgroep heeft op 3 juli 2024 besloten om het contract van de uitvoeringsregisseur te verlengen tot 1 juni 2025 met de intentie om deze daarna met nog een jaar te verlengen. De governance-structuur met een stuurgroep, uitvoeringsregisseur en ondersteuningsteam is tot en met 2025 ingesteld. De interbestuurlijke samenwerking met Rijk en regio wordt door de betrokken partijen als zeer positief ervaren. En dan met name de snelheid waarmee adviseur Wientjes een samenhangend pakket heeft opgesteld met als doel sociaal-economische versterking van de Regio met daarbij de coördinatie vanuit één ministerie (BZK). Het is inmiddels ook een landelijk voorbeeld voor toekomstige projecten. De gemeente Vlissingen geeft aan dat het een unieke manier van overheidssamenwerking is, die is gebaseerd op gelijkwaardigheid. De lijnen zijn korter en men weet elkaar daardoor ook goed te vinden op andere onderwerpen. WIZ heeft daardoor als spin-off dat onderwerpen sneller op de agenda komen van de provincie of Den Haag. De gemeente Vlissingen heeft ook het gevoel dat de betrokkenheid van de Tweede Kamer en ministers bij Zeeuwse aangelegenheden groter is dan voorheen. De stuurgroep, de uitvoeringsregisseur en het ondersteuningsteam zijn tot en met 2025 ingesteld39.
De rekenkamer constateert dat voor de geselecteerde Vlissingse fiches ook na 2025 de nodige zaken afgerond moeten worden. Een vervolg van de
38 Adequaat: is de governance gericht op een doelmatige en doeltreffende realisatie van de beoogde opbrengsten (good
governance). 39 Bijlage 1 van het Advies, Fiches per maatregel, pagina 52
Wind in de Zeilen
42 van 80
governance na 2025 is dus belangrijk. Hierover wordt medio/2 e helft 2025 een advies en een besluit verwacht. Bevinding 2: In het Bestuursakkoord zijn afspraken gemaakt over verbintenisscheppende termijnen met betrekking tot termijnen van uitvoering. Een tussentijdse evaluatie, of aan de afgesproken termijnen wordt voldaan, ontbreekt. Uit stuurgroepverslagen is op te maken dat knelpunten en aandachtspunten besproken worden en acties opgezet worden om voortgang te bewerkstelligen. Bij de uitwerking van de plannen van de Vlissingse fiches zijn aanzienlijke vertragingen opgetreden, zie bevinding 5. Een tussentijdse evaluatie of deze vertragingen strijdig zijn met de afspraken in het Bestuursakkoord is (nog) niet gemaakt. In gebreke stelling kan aan de orde komen wanneer de overeengekomen prestaties niet volgens afgesproken termijnen worden geleverd. Bevinding 3: De governance voor de uitvoering van de Vlissingse fiches moet worden verbeterd mede om verdere vertraging te voorkomen. Goed bestuur draagt bij aan een doeltreffende en doelmatige realisatie van doelen. De rekenkamer constateert dat meer aandacht nodig is bij met name de onderdelen beheersen, toezicht houden en verantwoorden van goed bestuur (good governance) die door het college uitgevoerd worden. We lichten dit hieronder verder toe. Sturen Voor de fiches zijn projectorganisaties en een governancestructuur ingericht.
Doelen zijn echter niet scherp genoeg geformuleerd om daar goed op te kunnen sturen, zie bevinding 10. Bij fiche D Kenniswerf is de governance nog niet duidelijk. Tijdens ons onderzoek is aangegeven dat de governance in de ontwikkelvisie zou worden opgenomen. Dit heeft echter niet plaatsgevonden. Beheersen De capaciteit en continuïteit van de ambtelijke organisatie is niet voldoende toereikend. De uitwerking van plannen vraagt veel capaciteit van de organisatie. In fiche F2 Stationsomgeving is aanzienlijke vertraging ontstaan door gebrek aan ambtelijke capaciteit, zie bevinding 5. De noodzakelijke inhuur van externe capaciteit heeft als nadeel dat bepaalde kennis niet voldoende meer in de organisatie aanwezig is en dat maakt de organisatie kwetsbaar. Het beëindigen van externe inhuur en overdracht aan de ambtelijke organisatie leidt tot extra druk op de ambtelijke organisatie. De rekenkamer constateert dit bij de financiële organisatie na vertrek van de financieel adviseur WIZ en bij fiche F2 Stationsomgeving na vertrek van de externe projectleider. Toezicht houden Op basis van actieoverzichten en verantwoordingsdocumenten heeft de rekenkamer niet kunnen vaststellen dat het college hier afzonderlijk of gezamenlijk toezicht houdt op een doeltreffende en doelmatige realisatie van doelen. Wij hebben niet
Wind in de Zeilen
43 van 80
kunnen vaststellen dat de potentiële risico’s afdoende zijn getoetst en dat hiervoor beheersmaatregelen zijn getroffen, zie bevinding 4. Verantwoorden Alhoewel de raad wel informatie ontvangt via de reguliere P&C cyclus en voortgangsrapportages, is niet goed inzichtelijk wat nu precies de stand van zaken is voor wat betreft de uitwerking en uitvoering van de Vlissingse fiches in relatie met de bestede middelen. In het Adviesrapport van de heer Wientjes wordt aangegeven dat het cruciaal is dat het geld uit deze extra financiële componenten niet wordt gebruikt in het lopende artikel 12-traject om de gemeente weer financieel gezond te maken. Inzichtelijkheid in de besteding van WIZ-gelden is dan ook zeer van belang. Bevindingen met betrekking tot het open en gestructureerd verantwoorden lichten we hieronder verder toe: Fiche B1 Law Delta In het persbericht over de rijksbijdrage van € 2,4 miljoen voor de ontwikkeling van het stadslandgoed wordt geen melding gemaakt van compensatie voor ontstane derving van OZB-inkomsten door vertraging in de bouw van het JCV, terwijl dit wel als zodanig aan de orde is geweest in de stuurgroep. Op dit punt beoordeelt de rekenkamer de verantwoording dan ook als onvolledig.
Fiche D Kenniswerf In de 1e Bestuursrapportage 2024 wordt bij de onderdelen ‘Vaststellen ontwikkelvisie Kenniswerf’ en ‘Verwerven percelen’ de stand van zaken als ‘groen’ als conform begroting aangegeven. Hierbij wordt niet gerapporteerd dat de ontwikkelvisie met aanzienlijke vertraging ten opzichte van de initiële planning is vastgesteld. Ook de verwerving van percelen loopt achter op de initiële planning (afronding in 2025). Het communicatie- en marketingplan komt helemaal niet aan de orde, maar is ook vertraagd en nog niet vastgesteld. De vaststelling van de stand van zaken als ‘groen’ beoordeelt de rekenkamer als onvolledige verantwoording. Bij de aanpassing van de college-opdracht Kenniswerf in 2022 werd als uitgangspunt gehanteerd dat het resultaat van de grondexploitatie minimaal neutraal zou sluiten. Bij de vaststelling van de ontwikkelvisie Kenniswerf in 2024 wordt een negatief te verwachten eindresultaat van € 2,7 miljoen gemeld, zie bevinding 5. Verantwoording ontbreekt hoe dit verschil in 2 jaar is ontstaan. Onduidelijk is welke uitgangspunten bij de aanpassing van de college-opdracht zijn gehanteerd en welke verandering nu zorgt voor het negatieve resultaat.
4.1.3 Normenkader In de onderstaande tabel is het normenkader voor deelvraag 1 opgenomen. Hierin wordt de relatie gelegd tussen de normen en de beoordeling. Norm 1a
De verantwoordelijkheden en rollen van de verschillende partijen zijn
Beoordeling De interbestuurlijke samenwerking met Rijk en regio is helder en werkt productief. Wordt door
Wind in de Zeilen
44 van 80
Norm
Beoordeling
helder. Het samenspel tussen de betrokken partijen is productief en slagvaardig. Partijen versterken elkaar in plaats van elkaar te hinderen. 1b De opgave is duidelijk en concreet om het proces en de organisatie daartoe in te richten (sturen).
de betrokken partijen ook als zeer positief ervaren.
Voor de geselecteerde fiches zijn projectorganisaties opgezet. Doelen zijn niet scherp genoeg geformuleerd om daar goed op te kunnen sturen. Voor fiche D Kenniswerf moet de governancestructuur nog worden opgesteld.
1c
Er is een stelsel van maatregelen en procedures die zekerheid geven dat de uitvoering van het compensatiepakket blijvend de juiste richting opgaat (beheersen).
1d Het toezicht richt zich op toetsing van de kwaliteit, inhoudelijke risico’s en financiën met als doel continuïteit van de uitvoering en tijdige doelrealisatie van het compensatiepakket te waarborgen (toezicht houden). 1e
Het communiceren en verantwoording afleggen aan belanghebbenden over de wijze van sturen, beheersen en toezicht houden wordt op een open en gestructureerde wijze gedaan (verantwoorden).
Capaciteit en continuïteit van de ambtelijke organisatie zijn in onvoldoende mate aanwezig om zekerheid te geven dat de uitvoering blijvend de juiste richting opgaat.
Een afzonderlijk risicodossier per fiche ontbreekt, daardoor is niet vast te stellen dat potentiële risico’s afdoende zijn getoetst en dat hiervoor beheersmaatregelen zijn getroffen.
De financiële en projectmatige verantwoording is onvoldoende inzichtelijk en wordt niet altijd op een open en gestructureerde wijze gedaan.
Wind in de Zeilen
45 van 80
4.2
Risicomanagement (deelvraag 2) In deze paragraaf beantwoorden we onderzoeksvraag 2: Zijn de risico’s ten aanzien van de uitvoering van het compensatiepakket voldoende inzichtelijk gemaakt en worden deze voldoende beheerst (zijn er voldoende waarborgen getroffen)?
4.2.1 Bevindingen in het kort 4.
Potentiële risico’s bij de geselecteerde fiches zijn niet afdoende getoetst. Een systematische beoordeling van vastgestelde risico’s en getroffen beheersmaatregelen heeft de rekenkamer niet aangetroffen. Met name de financiële ontwikkelingen bij de Kenniswerf zijn zeer risicovol en worden onvoldoende beheerst.
4.2.2 Toelichting op bevindingen Bevinding 4: Potentiële risico’s bij de geselecteerde fiches zijn niet afdoende getoetst. Een systematische beoordeling van vastgestelde risico’s en getroffen beheersmaatregelen heeft de rekenkamer niet aangetroffen. Met name de financiële ontwikkelingen bij de Kenniswerf zijn zeer risicovol en worden onvoldoende beheerst. Per fiche is het risicomanagement benoemd. Hiervoor verwijzen wij naar paragrafen 3.3.4, 3.4.4, 3.5.4 en 3.6.4. In het Plan van Aanpak van elk fiche en de college-projectrapportages (en soms in de projectverslagen) worden potentiële risico’s genoemd. De rekenkamer heeft voor de geselecteerde fiches meerdere malen geïnformeerd naar de actualisatie van risico’s. Hierbij werd aangegeven dat de vastgestelde risico’s, inclusief de geactualiseerde risico’s, in de projectrapportages zijn opgenomen. In de ontvangen college projectrapportages en projectverslagen zijn deze slechts marginaal opgenomen. Beheersmaatregelen en de consequentie voor het beschikbare budget en voor het tijdpad hebben wij hierin niet aangetroffen. Ook door het ontbreken van een afzonderlijk risicodossier, per fiche, hebben wij niet vast kunnen stellen dat de potentiële risico’s afdoende zijn getoetst en dat hiervoor beheersmaatregelen zijn getroffen.
Bij de bijstelling van de college-opdracht de Kenniswerf in maart 2022 was het uitgangspunt dat het resultaat van de in te stellen grondexploitatie minimaal neutraal sluit40. Bij de vaststelling van de ontwikkelvisie, medio 2024, blijkt dat het resultaat van de grondexploitatie niet neutraal zal sluiten, maar dat een tekort van € 2,7 miljoen wordt voorzien gebaseerd op het aanvullende risicoprofiel midden. Bij een aanvullend risicoprofiel hoog kan het tekort oplopen tot € 4,7 milj oen. Wij hebben niet vast kunnen stellen dat er voldoende beheersmaatregelen zijn getroffen die een groter tekort gaan voorkomen.
40 Bijstelling College-opdracht Kenniswerf, pagina 7, maart 2022
Wind in de Zeilen
46 van 80
4.2.3 Normenkader In de onderstaande tabel is het normenkader voor deelvraag 2 opgenomen. Hierin wordt de relatie gelegd tussen de normen en de beoordeling. Norm
4.3
Beoordeling
2a
De inventarisatie, analyse en beoordeling van risico’s vindt op een gestructureerde, objectieve, onderbouwde en systematische wijze plaats.
Risico’s staan beschreven in Plan van Aanpak en in de bijstelling College-opdracht Kenniswerf. Een eenduidige, systematische wijze van inventarisatie, analyse en beoordeling hebben wij niet aangetroffen.
2b
Voor het beheersen van de risico’s zijn beheersmaatregelen ontwikkeld.
Voor fiche Kenniswerf worden beheersmaatregelen benoemd in de bijstelling College-opdracht. Voor fiche Stationsomgeving is het onduidelijk welke beheersmaatregelen zijn ontwikkeld.
2c
De gemeente actualiseert periodiek de geïnventariseerde, geanalyseerde en beoordeelde risico’s.
Systematische beoordeling van eerder vastgestelde risico’s heeft de rekenkamer niet kunnen vaststellen.
2d
De gemeente actualiseert en evalueert periodiek en tijdig de getroffen beheersmaatregelen op effectiviteit.
Systematische beoordeling van getroffen beheersmaatregelen heeft de rekenkamer niet kunnen vaststellen.
Realisatie uitwerking en uitvoering (deelvraag 3) In deze paragraaf beantwoorden we onderzoeksvraag 3: Welke resultaten zijn behaald sinds het vaststellen van het compensatiepakket en is dit in lijn met de gemaakte afspraken en plannen?
4.3.1 Bevindingen in het kort 5.
De uitwerking van plannen voor de geselecteerde Vlissingse fiches laat aanzienlijke vertragingen zien ten opzichte van termijnen zoals vastgesteld in bijlage 1 van het Advies of in de plannen van aanpak. De uitwerking van plannen voor de geselecteerde Vlissingse fiches verloopt daarmee stroef. De tijdplanning met betrekking tot de realisatie wordt meermaals aangepast.
6.
Voor de geselecteerde fiches ontbreekt een duidelijke financiële planning met tussentijdse mijlpalen.
Wind in de Zeilen
47 van 80
7.
In de geselecteerde fiches worden gelden uit de reguliere (programma) begroting gebruikt voor plankosten, terwijl het budget voor planvorming vanuit het WIZ-budget nog niet is gebruikt. Daarnaast is de verdeling tussen WIZbudget en eigen middelen niet altijd duidelijk.
8.
Kaders voor toevoeging en met name voor de onttrekking aan de bestemmingsreserve WIZ ontbreken.
9.
In 2023 en 2024 worden voorgestelde onttrekkingen en toevoegingen aan de bestemmingsreserve niet transparant in de begrotingsstukken weergegeven. In 2023 is de onttrekking niet conform goedkeuring van de raad.
10. Effectindicatoren en streefwaarden zoals beschreven in de begroting 2024-2027 zijn niet SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden) geformuleerd. 11. Er is nog geen plan voor het monitoren van effecten opgesteld.
4.3.2 Toelichting op bevindingen Bevinding 5: De uitwerking van plannen voor de geselecteerde Vlissingse fiches laat aanzienlijke vertragingen zien ten opzichte van termijnen zoals vastgesteld in bijlage 1 van het Advies of in de plannen van aanpak. De uitwerking van plannen voor de geselecteerde Vlissingse fiches verloopt daarmee stroef. De tijdplanning met betrekking tot de realisatie wordt meermaals aangepast. Per fiche is de realisatie van uitwerking en uitvoering benoemd. Hiervoor verwijzen wij naar paragrafen 3.3.3, 3.4.3, 3.5.3 en 3.6.3. De snelheid waarmee het compensatiepakket is samengesteld wordt door de betrokken partijen als positief ervaren. De rekenkamer constateert echter wel dat inschattingen over de doorlooptijd van de geselecteerde Vlissingse fiches bij aanvang (te) optimistisch zijn geweest en niet geheel realistisch. De gemeente lijkt onderschat te hebben in hoeverre er rekening gehouden moest worden met andere partijen waarmee commitment moest worden verkregen (o.a. bij samenwerking Kenniswerf, stakeholders stationsgebied). Het benodigde commitment van verschillende partijen maakt het besluitvormingsproces complex. De uitwerking van de fiches vraagt daardoor ook veel van de ambtelijke organisatie.
Mijlpalen genoemd in de plannen van aanpak en voortgangsrapportages worden niet gehaald doordat onder andere de afstemming met de partners meer tijd vergt dan was ingeschat, daarnaast was er sprake van onderbezetting in de ambtelijke capaciteit en zijn er maatschappelijke vraagstukken, zoals stikstof en marktwerking als gevolg van de oorlog in Oekraïne. De stroeve uitwerking van plannen lichten we hieronder verder toe. Fiche B1 Law Delta Voor fiche B1 Law Delta was een realisatie van de bouw voorzien in 4 jaar tijd, oplevering staat nu gepland voor eind 2029 (met in gebruik name medio 2030) in plaats van 2026. Voorbereidingen voor de aanbesteding hebben hier meer tijd gekost dan vooraf was ingeschat. Daarnaast spelen maatschappelijke vraagstukken, zoals stikstof en marktwerking als gevolg van de oorlog in Oekraïne een rol bij de opgetreden vertraging.
Wind in de Zeilen
48 van 80
Daarnaast is het onduidelijk in hoeverre de verwachte dijkversterking door het waterschap en de vergunning voor een geitenhouderij kan leiden tot extra vertraging van de bouw van het JCV. Deze vertragingen hebben indirect ook gevolgen voor de ontwikkeling van het stadslandgoed. Er is nog geen begroting voor de ontwikkeling van het Stadslandgoed opgesteld. Fiche D Kenniswerf De ontwikkelvisie is op 27 juni 2024 vastgesteld door de raad. De oorspronkelijke planning in het plan van aanpak was Q2 2021. Het opstellen van de ontwikkelvisie, inclusief het opzetten en openen van een grondexploitatie voor de onderdelen van het plangebied WIZ, vergde meer tijd dan vooraf was aangenomen. Tijdens ons onderzoek werd aangegeven dat de ontwikkelvisie het brondocument is om de grondexploitatie door te rekenen en het tempo van grond verwerven in te plannen. Tevens zouden de te bereiken effecten, alsmede de communicatie- en marketingstrategie worden opgenomen in de ontwikkelvisie. In de ontwikkelvisie die door de raad in juni 2024 is vastgesteld is hierover echter niets opgenomen. Uit bijlage 2 Grondexploitatie Kenniswerf fase 5 van de vastgestelde ontwikkelvisie Kenniswerf valt op te maken dat de beschikbare € 14 miljoen voor de aankoop van gronden niet voldoende is. Voor fiche D Kenniswerf wordt een versnelling in de realisatie nagestreefd van 15 jaar naar 5 jaar (2025).
Ultimo april 2024 zijn er 3 percelen aangekocht door de gemeente van de in totaal 50 aan te kopen percelen. Het is dan ook niet realistisch om aan te nemen dat in 2025 alle percelen aangekocht zijn ten behoeve van de verdere ontwikkeling van de Kenniswerf. Een planning met betrekking tot de aankoop van percelen hebben wij niet aangetroffen. Tijdens ons onderzoek is aangegeven dat de ontwikkelvisie hier meer duidelijkheid over gaat geven. De rekenkamer ziet in de vastgestelde ontwikkelvisie daar echter geen informatie over terug. Doordat een planning voor de aankoop van percelen ontbreekt, is het verloop van aankopen niet te volgen. Op de beantwoording van een Q&A-vraag, voor de commissie Ruimte op 6 juni 2024, wordt aangegeven dat “de gemeente beoogt in 2031 alle percelen in eigendom te hebben”. Dit wijkt significant af van de beoogde termijn (2022-2025) zoals eerder in voortgangsrapportages WIZ was opgenomen. De versnelde realisatie van de Kenniswerf als doelstelling van fiche D wordt daarmee niet waargemaakt. Fiche F2 Ontwikkeling Stationsgebied Voor dit fiche is de verwachting dat het Masterplan in Q3 2024 opgeleverd kan worden als afronding van fase 3 ‘Ontwikkeling Masterplan Stationsgebied Vlissingen’. De oorspronkelijke planning volgens het plan van aanpak was december 2022.
Met de verwachtte oplevering van het Masterplan in Q3 2024 is het niet realistisch om aan te nemen dat afronding van de uitvoering in december 2025 kan plaatsvinden, zoals in de laatste voortgangsrapportage van juni 2024 nog wordt aangegeven. Zoals in paragraaf 3.5 is opgenomen zijn er vertragingen opgetreden. Voor de uitvoering van het Masterplan is volgens de meest recente planning 1 jaar, in plaats van 3 jaar, beschikbaar. Het verkrijgen van commitment van de verschillende partijen over inrichting en beheer van het stationsgebied is ingewikkeld en maakt het besluitvormingsproces complex.
Wind in de Zeilen
49 van 80
Fiche J Aardgasvrije wijk De PAW-subsidie is toegekend nadat de aanvraag tijdig en conform het plan van aanpak was ingediend. Strikt genomen is met de toegekende subsidie fiche J afgerond. Een deel van de PAW-subsidie dient gebruikt te worden om particuliere woningeigenaren financieel te stimuleren om woningen aardgasvrij-klaar te maken. In het traject van subsidieverlening aan particuliere woningeigenaren constateert de rekenkamer wel vertraging, doordat woningeigenaren afwachtend en terughoudend lijken te zijn. Ultimo februari 2024 zijn 78 energiescans uitgevoerd wat tot medio mei 2024 heeft geleid tot 9 subsidieaanvragen (van de in totaal 124 particuliere koopwoningen). Ook hier is het niet realistisch om aan te nemen dat het alle particuliere eigenaren lukt om hun woning aardgasvrij-klaar te maken binnen de looptijd van de subsidieregeling (eind 2025). Tijdens ons onderzoek is aangegeven dat, wanneer blijkt dat eind 2025 er minder dan 80% van de eigenaren maatregelen hebben genomen, er voorgesteld zal worden om de looptijd van de regeling te verlengen (einddatum 2030). In de toelichting aan de raadscommissie Ruimte op 22 februari 2024 is aangegeven om binnen de proeftuin een deel van het gebied daadwerkelijk aardgasvrij te krijgen en een deel aardgasvrij-klaar.
De SPUK voorziet in een stapsgewijze aanpak, maar op middellange termijn (2035-2040) moet wel worden overgegaan naar aardgasvrij. Over de haalbaarheid van een warmtenet kan nog geen uitspraak worden gedaan. De technische- en financiële haalbaarheid wordt nog uitgewerkt. Volgens het programmaplan eindigt de tijd voor analyse en uitrol van het warmtenet ultimo Q3 2025. Bevinding 6: Voor de geselecteerde fiches ontbreekt een duidelijke financiële planning met tussentijdse mijlpalen. De organisatie geeft aan dat prognoses door alle huidige onvoorziene ontwikkelingen (stikstof, gestegen bouwkosten, personeelstekort, oorlog Oekraïne) niet erg zinvol meer worden geacht. In het begin zijn prognoses wel gedaan, maar daarna is de planning losgelaten. Door het ontbreken van een duidelijke financiële planning met tussentijdse mijlpalen is het moeilijk te bepalen of tussentijdse sturing nodig is. Bevinding 7: In de geselecteerde fiches worden gelden uit de reguliere (programma)begroting gebruikt voor plankosten, terwijl het budget voor planvorming vanuit het WIZ-budget nog niet is gebruikt. Daarnaast is de verdeling tussen WIZ-budget en eigen middelen niet altijd duidelijk. In de fiches zijn van tevoren stelregels opgesteld voor de verdeling van het WIZbudget in plankosten en kosten voor uitvoering:
fiche D Kenniswerf: via een collegebesluit is € 400.000 vrijgemaakt uit de beschikbare € 15 miljoen voor plankosten; in WIZ-voortgangsrapportages
Wind in de Zeilen
50 van 80
wordt aangegeven dat € 1 miljoen beschikbaar is voor het opstellen van het ontwikkelplan Kenniswerf (planvorming) en € 14 miljoen voor de uitvoering van het ontwikkelplan 41.
fiche F2 Stationsomgeving: 10% van het ontvangen bedrag van € 5 miljoen is te besteden aan voorbereidingskosten inclusief personeelskosten;
fiche J Aardgasvrij: 26% van het ontvangen bedrag van € 4 miljoen is voor proceskosten en betreft de personele inzet voor participatieve activiteiten en financiële en operationele ondersteuning van bewoners bij het verduurzamen.
Op basis van de financiële cijfers die door de rekenkamer zijn opgevraagd, constateert de rekenkamer dat plankosten niet alleen op het WIZ-budget worden geboekt, maar ook op de reguliere (programma)begroting, terwijl het WIZ-budget voor plankosten volgens de stelregel nog niet is gebruikt. Als reden wordt aangegeven dat er zoveel mogelijk gelden uit het WIZ-budget moet overblijven voor de daadwerkelijke uitvoering van de fiches. Deze reden is opmerkelijk, omdat er geen financiële prognoses voor besteding van WIZ-gelden zijn opgesteld, zie bevinding 6. Daarnaast is de verdeling tussen WIZ-budget en eigen middelen niet altijd duidelijk. Bij fiche D Kenniswerf is het voor de rekenkamer niet duidelijk geworden welke uitgangspunten gehanteerd worden voor de verdeling tussen WIZ-budget en eigen middelen. Bij fiche F2 Stationsomgeving worden personeelskosten op de programmabegroting geboekt en de overige kosten op het WIZ-budget. Bij fiche J Aardgasvrije wijken wordt aangegeven dat de inhuur van extern personeel en de inzet eigen personeel gedekt wordt vanuit het WIZ-budget. Dit blijkt echter niet uit de rapportage in de jaarstukken (SiSa-bijlage). De rekenkamer constateert ook dat er aanzienlijke kosten zijn voor inhuur van extern personeel in de geselecteerde fiches. Bevinding 8: Kaders voor toevoeging en met name voor de onttrekking aan de bestemmingsreserve WIZ ontbreken.
Het specifieke doel van de bestemmingsreserve WIZ, namelijk ‘versterking van de fysieke –, sociaal economische – of culturele infrastructuur van de gemeente Vlissingen’ is niet SMART beschreven en daarmee ontbreken duidelijke kaders. De rekenkamer stelt vast dat met deze algemene omschrijving onvoldoende verantwoording kan worden afgelegd met betrekking tot een zinnige en zuinige besteding van compensatiegelden. Door het ontbreken van concrete kaders zijn er o.a. onttrekkingen geweest voor de financiering van personele capaciteitsinzet bij de uitvoering van WIZ-fiches, uitbreiding en verbouwing van het Maritiem Muzeeum Zeeland en voor de aanleg van een kunstgras voetbalveld (bij de begroting 2024 via een amendement aangenomen).