CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Lasten en lusten in balans Impact rapport Kerncentrales-afdrukversie (2)

Informatiebijeenkomst 19 maart 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: Presentatie over Lokaal impactrapport kerncentrales37.586 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

LASTEN EN LUSTEN IN BALANS Impactrapport bouw kerncentrales Borssele versie 1.0

Inhoudsopgave 1.

Inleiding................................................................................................................................ 1 1.1 Schets achtergrondsituatie en aanleiding voor dit onderzoek.............................................1 1.2 Doel van het impactonderzoek ..............................................................................................2 1.3 Focus en afbakening van het impactonderzoek ...................................................................3 1.4 Onderzoeksaanpak ................................................................................................................. 4 1.5 Status van dit impactrapport: versie 1.0 ...............................................................................5 1.6 Leeswijzer ............................................................................................................................... 5

2.

Advies: Lasten en lusten in balans......................................................................................... 7 2.1 Inleiding ................................................................................................................................... 7 2.2 Maatregelen voor verminderen negatieve impact.................................................................8 2.3 Aanbevelingen voor versterken positieve impact ...............................................................12 2.4 Organiseren van uitvoeringskracht ......................................................................................15 2.5 Vervolgonderzoek .................................................................................................................15

3.

Vertreksituatie en context van het impactonderzoek .......................................................... 17 3.1 Inleiding .................................................................................................................................17 3.2 Keuze bouwproces bepalend voor de impact .....................................................................17 3.3 Hoe bouw je een kerncentrale?.............................................................................................19 3.4 Situatieschets voorkeurslocatie Borssele............................................................................21

4.

Economische impact .......................................................................................................... 25 4.1 Inleiding .................................................................................................................................25 4.2 Samenvatting advies voor economische impuls.................................................................25 4.3 Kenmerken van de regionale economie...............................................................................26 4.4 Wat als er twee nieuwe kerncentrales komen?...................................................................31 4.5 Verwachtingen over de effecten en impact voor Zeeland..................................................34 4.6 Analyse economisch beleid..................................................................................................39

5.

Sociaalmaatschappelijke impact ........................................................................................ 44 5.1 Inleiding .................................................................................................................................44 5.2 Samenvatting advies voor sociale impact...........................................................................44 5.3 Sociale kenmerken van de regio ..........................................................................................44 5.4 Wat als er twee nieuwe kerncentrales komen?...................................................................48 5.5 Verwachtingen over de effecten en impact voor Zeeland..................................................50 5.6 Analyse sociaalmaatschappelijk beleid...............................................................................55

6.

Impact fysieke leefomgeving .............................................................................................. 59 6.1 Inleiding .................................................................................................................................59 6.2 Samenvatting advies voor impact fysieke leefomgeving...................................................59 6.3 Kenmerken van de omgeving...............................................................................................60 6.4 Wat als er twee nieuwe kerncentrales komen? ..................................................................64 6.5 Verwachtingen over de effecten en impact voor Zeeland .................................................66 6.6 Analyse beleid fysieke leefomgeving...................................................................................71

7.

Monitoring en evaluatie ...................................................................................................... 74 7.1 Inleiding .................................................................................................................................74 7.2 Monitoring van de impact.....................................................................................................75 7.3 Mitigerende maatregelen......................................................................................................77 7.4 Monitoring van het verzilveren van kansen..........................................................................77 7.5 Transparantie en vertrouwen................................................................................................78

Bijlage 1: Referentieprojecten..................................................................................................... 79 Bijlage 2: Onderzoeksverantwoording ........................................................................................ 81 Bijlage 3: Suggesties voor maatregelen uit documentenstudie en gesprekken............................ 86 Bijlage 4: Documentenoverzicht ................................................................................................ 92 Bijlage 5: Overzicht gesprekspartners ....................................................................................... 98

1. Inleiding 1.1 Schets achtergrondsituatie en aanleiding voor dit onderzoek Het Kabinet Rutte-IV heeft eind 2022 aangegeven Borssele als voorkeurslocatie te zien voor de mogelijke bouw van twee nieuwe kerncentrales. Daarnaast sprak het vorige kabinet de wens uit de huidige kerncentrale in Borssele langer open te willen houden. Vanuit de gemeente Borsele en de Provincie Zeeland is in reactie daarop benadrukt dat als deze plannen doorgaan, de lasten en lusten voor de inwoners van Zeeland zoveel mogelijk in evenwicht moeten zijn. Tegelijkertijd is de ambitie van de gemeente Borsele en de Provincie Zeeland om kansen die deze ontwikkelingen met zich meebrengen optimaal te benutten en (extra) investeringen te plegen die Zeeland duurzaam versterken, om daarmee een structurele meerwaarde te realiseren voor (de directe omgeving van) Borsele en de provincie Zeeland. Om de lasten en lusten in evenwicht te brengen en structurele meerwaarde te realiseren, is het van belang dat met het Rijk afspraken worden gemaakt en dat deze juridisch geborgd zijn. Deze afspraken dienen niet incidenteel of tijdelijk, maar langjarig en structureel van aard te zijn. Om die reden hebben de gemeente Borsele en de Provincie Zeeland ervoor gekozen om een voorwaardenpakket op te stellen.

Op 11 januari 2024 stelde de gemeenteraad van Borsele 39 voorwaarden vast die gelden voor de komst van meerdere grootschalige energieprojecten.1 De voorwaarden zijn in een intensief participatietraject geformuleerd door 100 Borselse burgers met hulp van 13 lokale experts (Borselse Voorwaarden Groep, BVG). Voor deelnemers aan de Borselse Voorwaarden Groep gold overigens dat meedoen in dit proces niet automatisch betekende dat zij voorstanders zijn van de komst van één of meerdere van de negen (energie)projecten, waaronder de kerncentrales. Parallel heeft de Provincie Zeeland een consultatieproces doorlopen waarin maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven, Zeeuwse gemeenten, het waterschap en burgers zijn geconsulteerd. Op basis van hun inbreng zijn provinciale voorwaarden geformuleerd, die op 9 februari 2024 zijn vastgesteld door Provinciale Staten.2 De Borselse voorwaarden en de Voorwaarden van de Provincie Zeeland zijn op 10 april 2024 aangeboden aan de toenmalige minister voor Klimaat en Energie (minister Jetten). Deze voorwaardenpakketten zijn vervolgens ter kennisname verstrekt aan de Tweede Kamer.

De huidige minister Hermans van Klimaat en Groene Groei heeft in reactie hierop in de Kamerbrief van 11 september 20243 laten weten dat het beantwoorden van de voorwaarden nog veel onderzoek vergt en dat het daarom te vroeg is om nu al voorwaarden toe te kennen of te schrappen. Om de ingeslagen weg verder in te zetten, hebben de gemeente Borsele, de Provincie Zeeland en de minister van Klimaat en Groene Groei een intentieverklaring afgesloten waarin afspraken zijn gemaakt over hoe gezamenlijk wordt toegewerkt naar afspraken over het voorwaardenpakket. In deze intentieverklaring zijn ook de procesafspraken van het Rijk-Regiopakket uitgewerkt, waarmee het Rijk, de Provincie Zeeland en de gemeente Borsele het belang van de samenwerking hebben onderstreept.

1) Zie: Borselse Voorwaarden | Gemeente Borsele. 2) Zie: Provinciale voorwaarden kernenergie | Provincie Zeeland. 3) Zie: Kamerbrief bij Locatieonderzoek nieuwbouw kerncentrales | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl.

1

In de Kamerbrief van 11 september jl. zijn de volgende leidende principes verwoord: “We werken aan een positieve nalatenschap voor de Zeeuwen, we nemen elkaar serieus en we vertellen het eerlijke verhaal. Een belangrijke basis voor het Rijk-Regiopakket is de vertaling van de Borselse en Zeeuwse voorwaarden in concrete afspraken.”4 Beide voorwaardenpakketten zijn in mei 2024 gedeeld met drie potentiële bouwers, te weten: Westinghouse (VS), Électricité de France (EDF, Frankrijk) en Korea Hydro & Nuclear Power (KHNP, Zuid-Korea) (zie ook hoofdstuk 3). Aanvankelijk was de verwachting dat het ministerie van Klimaat en Groene Groei in de eerste helft van 2025 de eerste voorbereidingen zou treffen voor de aanbestedingsprocedure voor de bouwers, voor de vergunningverlening en het opstellen van een milieueffectrapportage.5 De verwachting was ook dat medio 2025 een besluit genomen zou worden over de locatie. Nadat minister Hermans in de Kamerbrief van 11 september 2024 aankondigde onderzoek te doen naar geschikte locaties voor kerncentrales in Maasvlakte II en de gemeente Terneuzen (in aanvulling op de gebieden Borssele/Vlissingen (Sloegebied) en Maasvlakte I), heeft de minister met de Kamerbrief van 22 november 20246 de Tweede Kamer geïnformeerd over de stand van zaken van nieuw te bouwen kerncentrales.

Over de voortgang en planning wordt in deze brief gemeld dat in 2025 besluitvorming zal plaatsvinden over de rol van de overheid in de financierings- en eigendomsstructuur. Daarbij wordt ook opgemerkt dat de daadwerkelijke begrotingsbesluitvorming op een later moment zal plaatsvinden. In de Kamerbrief van 22 november wordt verder toegelicht dat wordt toegewerkt naar het locatiebesluit en de start van het proces voor de selectie van een technologieleverancier in 2025. Als voornemen wordt aangekondigd de Kamer drie keer per jaar op de hoogte te brengen van de algemene stand van zaken. Richting het tweede kwartaal van 2025 wordt een nieuwe update van de stand van zaken voorzien. Deze actuele ontwikkelingen betekenen dat de locatiekeuze en andere besluiten die medio 2025 genomen zouden worden, zijn uitgesteld, dat nader onderzoek nodig blijkt naar de financierings- en eigendomsstructuur, dat ook onderzoek is aangekondigd naar andere locaties, en dat vooralsnog niet duidelijk is wanneer een besluit genomen wordt over de locatie Borssele.

1.2 Doel van het impactonderzoek Om de Borselse voorwaarden, de voorwaarden van de provincie en de mogelijke kansen voor meerwaarde verder aan te vullen en aan te scherpen, hebben de gemeente Borsele en de Provincie Zeeland aan HZ | University of Applied Sciences en aan Lysias Advies de opdracht verstrekt om een impactonderzoek uit te voeren.

4) Zie: Intentieverklaring Rijk - Regiopakket Nieuwbouw Kerncentrales | Rapport | Rijksoverheid.nl. 5) Doorlopen stappen hiervoor zijn: 1) het opstellen van de Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (RND, hierin wordt aangegeven voor welke precieze locatie en detailniveau een milieueffectrapportage wordt opgesteld), 2) de concept milieueffectrapportage, inclusief het ontwerpprojectbesluit (hierin worden de milieueffecten van de locatie beschreven en wordt een ontwerpprojectbesluit beschreven) en 3) de definitieve milieueffectrapportage, inclusief het voorkeursalternatief (hierin wordt definitief de milieueffectrapportage vastgesteld en het projectbesluit genomen). Bij de derde stap is er geen inspraak meer mogelijk, maar wel een beroep bij de Raad van State. 6) Zie: Stand van zaken nieuw te bouwen kerncentrales | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl.

2

Het doel van dit onderzoek is om een reële inschatting te maken van de impact die de bouw van nieuwe kerncentrales in Borssele met zich meebrengt. Daarbij gaat het om de impact van de bouw en exploitatie van twee nieuwe kerncentrales op de inwoners in de directe omgeving van de centrales, inwoners in het overige deel van Zeeland en andere betrokkenen in de regio. Daarnaast is het doel van het impactonderzoek om zicht te krijgen op te treffen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of te verminderen (mitigeren), en mogelijke kansen in beeld te brengen die de komst van twee nieuwe kerncentrales met zich meebrengen voor Zeeland. Derde doelstelling van dit onderzoek is om een goede basis te leggen voor een nulmeting en monitoring. Bij monitoring gaat het zowel om de inhoud: wat willen we monitoren, als om het proces: op welke wijze wordt gemonitord (denk bijvoorbeeld aan vragenlijsten en/of metingen). Om deze monitoring in te kunnen richten, is een nulmeting van de huidige situatie van belang. Dit impactonderzoek vormt de basis voor de nulmeting en monitoring. Tot slot is dit onderzoek bedoeld als stevig fundament voor het Rijk-Regiopakket. De mogelijke bouw van twee nieuwe kerncentrales vormt de aanleiding om met het Rijk in gesprek te gaan over een Rijk-Regiopakket.

Argumentatie voor te treffen maatregelen (en financiering daarvoor) ligt ook in de cumulatie van effecten van alle grote (energie)projecten in Zeeland (zie § 3.4). Daarom is dit impactonderzoek uitgevoerd met een goed begrip van de bredere context. Bovenstaande doelstelling betekent ook dat dit impactonderzoek niet een onderzoek is naar draagvlak voor de komst van twee nieuwe kerncentrales in Borssele. Uit vergelijkbare trajecten in het Verenigd Koninkrijk is wel naar voren gekomen dat het uitvoeren van een impactonderzoek kan bijdragen aan draagvlak en vertrouwen bij betrokkenen in de regio, mits deze stakeholders betrokken blijven bij het vervolgproces van het impactonderzoek.

1.3 Focus en afbakening van het impactonderzoek In dit impactonderzoek is de focus gericht op het gebied waar de bouw van de nieuwe centrales de meeste impact heeft. Voor thema’s die spelen op een groter schaalniveau, is naar een groter gebied gekeken. Dat geldt ook voor mogelijke maatregelen om positieve effecten te bereiken en meerwaarde voor het hele gebied te realiseren. In relatie tot de scope van dit onderzoek merken we op dat dit impactrapport betrekking heeft op de locatie Borssele. Zoals hiervoor opgemerkt, zijn tijdens de uitvoering van ons onderzoek ook Terneuzen en Vlissingen genoemd als mogelijke locaties voor de bouw van nieuwe kerncentrales. Dit rapport heeft betrekking op de situatie in Borssele. De mogelijke komst van een kerncentrale in Terneuzen en/of Vlissingen was geen onderwerp van dit onderzoek. Gelijktijdig aan het uitvoeren van dit impactonderzoek worden technische haalbaarheidsstudies uitgevoerd. Dit betekent dat de (technische) vraag naar ruimtelijke inpasbaarheid van de nieuwe kerncentrales geen onderdeel uitmaakte van ons impactonderzoek. Daarnaast moet er een milieueffectrapportage worden opgesteld. De impact van de mogelijke bouw van twee nieuwe kerncentrales op het milieu is belangrijk, maar komt minder prominent aan bod in dit rapport, omdat dit een hoofdonderwerp is in de formele milieueffectrapportage.

3

De resultaten van het onderzoek naar de milieueffecten waren niet beschikbaar ten tijde van het schrijven van dit impactrapport.

1.4 Onderzoeksaanpak Onderzoeksvragen Voor dit impactonderzoek zijn de volgende twee hoofdvragen geformuleerd: 1. Wat is de verwachte impact van de komst van twee nieuwe kerncentrales op de brede welvaart in Zeeland voor inwoners in de directe omgeving van de centrales (de Sloedorpen7), voor inwoners in het overige deel van Zeeland, en voor andere betrokkenen? 2. Welke (aanvullende) maatregelen kunnen genomen worden om de brede welvaart in Zeeland te waarborgen en te versterken tijdens de bouw- en exploitatiefase van de nieuwe kerncentrales?

Brede welvaart Het concept van brede welvaart is een werkbare benaderingswijze voor het onderzoeken van impact. In essentie gaat brede welvaart over “de kwaliteit van het leven hier en nu, rekening houdend met de mate waarin die invloed heeft op de kwaliteit van leven van toekomstige generaties en mensen ergens anders in de wereld. Hierin zijn alle welvaarts– en welzijnsaspecten van belang, zoals gezondheid, werk, zorg, wonen, gelijke kansen, veiligheid, onderwijs, kwaliteit van de natuur en de leefomgeving” (bron: Rijksoverheid Miljoenennota, 2023). De benaderingswijze van brede welvaart biedt een breder (meer integraal) afwegingskader, waarbij ook ruimte is voor immateriële aspecten die van waarde zijn, zoals natuur, milieu, gezondheid en vertrouwen in instituties. Daarnaast kan met de brede-welvaartsbenadering gebruik gemaakt worden van bestaande cijfers van het CBS, om data te kunnen ordenen en te kunnen duiden. Daardoor is het, bijvoorbeeld in het kader van monitoring, ook mogelijk om vergelijkingen te maken (bijvoorbeeld van Borsele of van Zeeland ten opzichte van andere gebieden en van ontwikkelingen in de tijd). Ook sluit deze benaderingswijze goed aan op de huidige denkwijze en het taalgebruik binnen de Rijksoverheid. Dat is van belang voor het af te sluiten Rijk-Regiopakket.

Beantwoording onderzoeksvragen Voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen voerden we een documentenstudie uit, spraken we met enkele experts en ervaringsdeskundigen uit gebieden waar andere kerncentrales zijn of worden gebouwd (referentiegebieden) en organiseerden we diverse bijeenkomsten met betrokkenen en belanghebbenden uit de regio. Voor de uitvoering van ons onderzoek hebben we gebruik gemaakt van de Theory of Change (ToC). Dit is een onderzoeksinstrument om op systematische wijze een verwachte ‘keten van verandering’ in kaart te brengen.

Rolverdeling en onderzoeksverantwoording Dit impactonderzoek is uitgevoerd door HZ | University of Applied Sciences en Lysias Advies, in nauwe onderlinge samenwerking en met gedeelde verantwoordelijkheid voor het eindresultaat. HZ | University of Applied Sciences analyseerde de referentieprojecten en interviewde de experts en ervaringsdeskundigen uit referentiegebieden.

7) De Sloedorpen zijn: Nieuwdorp, Borssele, ’s-Heerenhoek en Lewedorp (bron: website gemeente Borsele).

4

De bevindingen hiervan zijn verwerkt in de hoofdstukken 4, 5 en 6 van dit rapport. HZ en Lysias organiseerden gezamenlijk de bijeenkomsten met betrokkenen en belanghebbenden uit de regio. Lysias Advies voerde de analyse van beleidsdocumenten uit en formuleerde de adviezen die zijn beschreven in hoofdstuk 2. Onze onderzoeksaanpak is nader toegelicht in bijlage 2 (onderzoeksverantwoording). De overzichten van geraadpleegde documenten en geconsulteerde gesprekspartners zijn opgenomen als bijlagen 4 en 5.

1.5 Status van dit impactrapport: versie 1.0 Belangrijke informatie was tijdens het uitvoeren van dit onderzoek nog niet beschikbaar. Dan gaat het bijvoorbeeld om het definitieve besluit over de voorkeurslocatie Borssele, de uitkomsten van technische haalbaarheidsstudies, de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD), de milieueffectrapportage, de voorwaarden voor de vergunningverlening, de keuze van de aannemer(s) en de contractvoorwaarden die met de bouwer(s) worden overeengekomen. Informatie die wel beschikbaar was voor de uitvoering van dit onderzoek, betrof onder andere de impactonderzoeken van enkele referentieprojecten (zie bijlage 1). We analyseerden de issues die daar speelden en onderzochten vanuit de referentieprojecten wat relevant is voor dit onderzoek en voor de situatie in Borsele. Tegelijkertijd hielden we rekening met verschillen, zoals de andere context van referentieprojecten en verschillen in wet- en regelgeving. De komende periode kan de vertaalslag van de gebruikte referentieprojecten naar de situatie in Borsele nog verder worden gemaakt. Dit onderzoek biedt belangrijke inzichten die kunnen dienen als input voor de nulmeting en de monitoring én voor de contractering van de aannemer, met name over welke voorwaarden in de vergunningverlening moeten worden opgenomen en onder welke omstandigheden de bouw kan plaatsvinden.

Verdere verdieping en aanvullende analyses zullen nodig zijn naarmate er meer duidelijkheid ontstaat over de bouwer, de keuze van de locatie en over andere relevante factoren. Dit rapport moet daarom worden beschouwd als een eerste versie en als een levend document. Onze verwachting is dat er volgende versies zullen komen, op basis van nieuwe informatie en uitkomsten van andere onderzoeken (waaronder de technische haalbaarheidsstudie, de notitie RND en de milieueffectrapportage). Daarnaast betekent de keuze voor een 1.0-versie dat hierin ook is benoemd welke onderwerpen om nader onderzoek vragen, zodra aanvullende informatie beschikbaar is (zie hoofdstuk 2).

1.6 Leeswijzer In het eerstvolgende hoofdstuk beschrijven we onze aanbevelingen en geven we antwoord op de tweede hoofdvraag van ons onderzoek: “Welke (aanvullende) maatregelen kunnen genomen worden om de brede welvaart in Zeeland te waarborgen en te versterken tijdens de bouw- en exploitatiefase van de nieuwe kerncentrales?” Dit hoofdstuk bevat ons advies voor te treffen (mitigerende) maatregelen om de negatieve impact van de bouw van de kerncentrales te verminderen, onze aanbevelingen voor het versterken van de positieve impact voor de regio en we benoemen in dit hoofdstuk enkele onderwerpen die om nader onderzoek vragen.

5

In hoofdstuk 3 schetsen we de vertreksituatie van het impactonderzoek. We beschrijven de richtinggevende keuzes die het Rijk heeft gemaakt, lichten de fasen van het bouwproces nader toe en we verkennen de omgeving van de voorkeurslocatie Borssele. Daarmee zetten we enkele uitgangspunten op een rij die bepalend zijn voor hoe we de impact van de kerncentrales in de hoofdstukken daarna onderzoeken. Daarna volgen drie hoofdstukken waarin de impact van de mogelijke komst van twee nieuwe kerncentrales in Borssele aan bod komt. Deze hoofdstukken geven antwoord op de eerste hoofdvraag van dit onderzoek. Hoofdstuk 4 brengt de economische impact in kaart, hoofdstuk 5 beschrijft de sociaalmaatschappelijke impact en in hoofdstuk 6 komt de impact op de fysieke leefomgeving aan de orde. We starten de hoofdstukken 4, 5 en 6 met een inleiding waarin we de te treffen maatregelen en de aanbevelingen (uit hoofdstuk 2) samenvatten. Deze zijn geordend naar de impact op de verschillende onderwerpen. In deze hoofdstukken schetsen we vervolgens steeds eerst de huidige situatie. Daarna bespreken we de mogelijke gevolgen, de te verwachten effecten en de impact van de bouw en de exploitatie van de kerncentrales. De hoofdstukken 3, 4, 5 en 6 bevatten enkele kaders met citaten uit onze gesprekken. Deze citaten zijn bedoeld om onze bevindingen te illustreren.

We sluiten dit rapport af met hoofdstuk 7, waarin we de ingrediënten beschrijven voor een monitoringprogramma. Het monitorprogramma beschrijft het doel van de monitoring en bestaat uit een overzicht van te monitoren effecten, de daaraan gekoppelde indicatoren, de methodiek van onderzoek, de frequentie van het onderzoek, de rol van verschillende partijen en de wijze van publicatie van de monitoringgegevens. We geven in hoofdstuk 7 een voorbeeld van de uitwerking van een effect en schetsen hoe het monitoringproces eruit kan zien.

6

2. Advies: Lasten en lusten in balans 2.1 Inleiding Op basis van onze onderzoeksresultaten, zoals hierna uitgewerkt in de hoofdstukken 4, 5 en 6, formuleren we in dit hoofdstuk onze aanbevelingen. Daarmee geven we antwoord op de tweede hoofdvraag van ons onderzoek: “Welke (aanvullende) maatregelen kunnen genomen worden om de brede welvaart in Zeeland te waarborgen en te versterken tijdens de bouw- en exploitatiefase van de nieuwe kerncentrales?” In onze gesprekken is benadrukt dat het tijdig treffen van voorbereidingen van groot belang is. Er is dan ook waardering voor de tijdige voorbereidingen die zijn getroffen, zoals het vroegtijdig instellen van de Borsele Voorwaarden Groep, het opstellen van de Provinciale Voorwaarden, de reguliere afstemming tussen de betrokken overheden en het laten opstellen van dit impactrapport. Van belang is die betrokkenheid de komende periode te continueren. Het belang van het tijdig treffen van voorbereidingen wordt ook bevestigd in onze analyse van impactstudies van referentieprojecten. Zoals hierna in dit rapport toegelicht, zal de voorbereidingsfase enkele jaren in beslag nemen. Uit ons onderzoek is nadrukkelijk naar voren gekomen dat het nog enige tijd zal duren voordat er iets zichtbaar wordt van de bouw van de kerncentrales, en dat het van belang is de lokale investeringen zo snel mogelijk te starten.

Met de aanbevelingen in dit hoofdstuk beogen we houvast te bieden om de komende periode de juiste verdere voorbereidingen en maatregelen te treffen en evenwicht aan te brengen in de lasten en de lusten voor de inwoners van Zeeland. Uit ons onderzoek komt in algemene zin naar voren dat de positieve impact en de mogelijkheden om meerwaarde te realiseren met name betrekking hebben op het economisch domein, op het regionale schaalniveau. Terwijl de gevolgen voor het sociaalmaatschappelijk domein en de fysieke leefomgeving meer nadelig zijn en betrekking hebben op het lokale schaalniveau.

7

Gezien het belang om de lasten en lusten voor de inwoners van Zeeland zoveel mogelijk in evenwicht te brengen, is het van belang in beleid oog te hebben voor de fysieke en sociale consequenties van deze keuze in de regio. De voorgestelde maatregelen en aanbevelingen die in dit hoofdstuk worden gepresenteerd, zijn tot stand gekomen op basis van een combinatie van verschillende bronnen en onderzoeksmethoden. Zo is gebruikgemaakt van inzichten uit referentieprojecten, waarbij vergelijkbare initiatieven en ontwikkelingen elders zijn bestudeerd om relevante lessen en best practices te identificeren. Daarnaast hebben we geput uit de inbreng van betrokkenen, die we hebben geconsulteerd tijdens individuele gesprekken en groepsbijeenkomsten. Bij de analyse van deze input is bijzondere aandacht besteed aan de onderwerpen die door meerdere belanghebbenden zijn genoemd. Dit betekent dat onze aanbevelingen niet gebaseerd zijn op incidentele of individuele opmerkingen, maar op ’verwachtingen, zorgen en kansen’ die breder gedragen zijn en die herhaaldelijk naar voren zijn gebracht (zie ook bijlage 2 voor onze onderzoeksverantwoording). Een uitgebreider overzicht van suggesties voor maatregelen is opgenomen als bijlage 3.

Deze bijlage is gebaseerd op onze analyse van referentieprojecten, de uitkomsten van interviews met experts en ervaringsdeskundigen en de bijeenkomsten die we georganiseerd hebben voor de direct betrokken inwoners, de betrokken overheden, bedrijfsleven, onderwijs- en kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties. In paragraaf 2.2 beschrijven we ons advies voor te treffen (mitigerende) maatregelen om de negatieve impact van de bouw van de kerncentrales te verminderen. Paragraaf 2.3 bevat onze aanbevelingen voor het versterken van de positieve impact voor de regio. In paragraaf 2.4 gaan we nader in op het organiseren van uitvoeringskracht en de langjarige samenwerking die nodig is om opvolging te kunnen geven aan de adviezen in deze rapportage. In paragraaf 2.5 benoemen we enkele onderwerpen die om nader onderzoek vragen.

2.2 Maatregelen voor verminderen negatieve impact Kom de inwoners, die de meeste lasten ervaren, ruimhartig tegemoet De inwoners in de directe nabijheid van de bouwlocatie zullen in hun directe leef- en woonomgeving de meeste hinder ondervinden van de bouwwerkzaamheden. Dat vereist maatregelen om de hinder zoveel mogelijk te voorkomen en te beperken (zie hierna). We adviseren de direct omwonenden ruimhartig tegemoet te komen door hen te ontzorgen bij het verduurzamen van hun woningen, waarbij woningen worden voorzien van geluids- en warmte-isolatie. Daarnaast adviseren we om de inwoners die de meeste lasten ervaren tijdens de bouwperiode nadrukkelijk te laten meeprofiteren van de ontwikkelingen in de regio (bijvoorbeeld door het realiseren van een warmtenet). Ook is ons advies om in de komende periode – ondanks de planning die uitloopt – in gesprek te blijven met direct omwonenden over de zorgen en behoeften die zij hebben.

Bespreek met North Sea Port en bedrijven in Sloegebied gewenste maatregelen en mogelijke incentives Naast de inwoners in de directe nabijheid van de bouwlocatie raakt de mogelijke bouw van de kerncentrales direct de omgeving van Nort Sea Port en de bedrijven in het haven- en industriegebied het ‘Sloegebied’ (zie figuur 3.1 in hoofdstuk 3). Uitkomst uit ons onderzoek is dat de verwachte impact voor North Sea Port (NSP) en de bedrijven in het Sloegebied tweeledig is.

8

Mogelijk negatief effect is dat er minder fysieke ruimte is voor uitbreiding, terwijl de ontwikkeling ook positieve impact kan hebben gezien de ambitie van North Sea Port om zich verder te ontwikkelen als ‘Energyport’. We adviseren om – naast het reguliere overleg met NSP – ook te spreken met afzonderlijke bedrijven, danwel met vertegenwoordigers van bedrijven in het Sloegebied, over gewenste maatregelen in relatie tot de mogelijke overlast en negatieve impact van de bouw van de kerncentrales. Daarbij dient ook de bredere context te worden betrokken van ontwikkelingen op het gebied van duurzame energie in Zeeland, evenals de economische kansen die deze ontwikkelingen met zich meebrengen voor de bedrijven in het Sloegebied, ook in relatie tot de ambitie van ‘Energyport’.

Tref maatregelen om overlast bouwverkeer te beperken Een gevolg van de bouw van de kerncentrales is dat het woon-werkverkeer (tijdelijk) zal toenemen. Waar deze toename zal plaatsvinden, is afhankelijk van de afspraken met de bouwer en de keuzes die worden gemaakt. Om de overlast van het bouwverkeer te beperken en de verkeersveiligheid te borgen, formuleren we de volgende aanbevelingen: • Doe zo nodig nader onderzoek naar de verkeerssituatie en de logistieke bewegingen (afhankelijk van de werkwijze van de geselecteerde bouwer). • Concentreer de huisvesting van arbeiders op enkele plekken en organiseer het verkeer naar de bouwplaats met (elektrische) bussen. Hierbij kan gedacht worden aan een of enkele campussen, in de buurt van de bouwlocatie en het aanleggen van ‘Park and Ride’ (P&R)-terreinen. • Beperk de hoeveelheid vervoersbewegingen en de verkeersoverlast in de dorpen zoveel als mogelijk. Sluit hiervoor aan bij de nieuwe regionale mobiliteitsstrategie. Dit betreft een flexibel systeem dat inspeelt op de vraag naar vervoer. Zorg ervoor dat de nieuwe mobiliteitsstrategie rekening houdt met de verwachte toename aan vervoersbewegingen, waaronder de toename aan personenvervoer (woon-werkverkeer) door de komst van extra arbeiders. • Verken de mogelijkheden om optimaal gebruik te maken van vervoer via het water en van de havenfaciliteiten.

• Organiseer een deel van het werk in de buurt van waar de werknemers zijn gehuisvest. Dit kan het aantal verkeersbewegingen beperken. Niet al het werk hoeft op de bouwplaats te worden uitgevoerd. • Houd er rekening mee dat er mogelijk extra wegen, bruggen of spoorverbindingen aangelegd moeten worden. Ook dijkversterking is noodzakelijk. De planningsvragen en doorlooptijden die hiermee gepaard gaan, vormen een belangrijk punt van aandacht tijdens de voorbereidingsfase.

Ontwikkel een programma voor het huisvestingsvraagstuk en organiseer regionale afstemming De komst van nieuwe/tijdelijke (buitenlandse) werknemers zal leiden tot een grotere vraag naar woonruimte en voorzieningen in de regio. Een toenemende vraag naar (huur)woningen en (toeristische) verblijfsaccommodaties kan leiden tot verdringing op de woningmarkt, met als gevolg stijgende huurprijzen en het mogelijk wegblijven van een deel van de verblijfstoeristen. Het huisvestingsvraagstuk vraagt om een programmatische aanpak en om regionale afstemming. We adviseren het vraagstuk van huisvesting van arbeiders te combineren met de woonopgave van de provincie en met de sector van verblijfsrecreatie. Daarbij dienen antwoorden te worden geformuleerd

9

op vragen als: Wat is tijdelijk nodig? Welke huisvesting blijft beschikbaar na afronding van de bouw van de kerncentrales en welke woningen kunnen dan een nieuwe functie krijgen, bijvoorbeeld als campus voor studenten, zodat deze ontwikkeling ook langdurige meerwaarde kan opleveren voor de regio? Voor dit vraagstuk dient ook een verbinding te worden gelegd met het Voorzieningenplan van de gemeente Borsele.

Creëer voorzieningen voor zorg en onderwijs Het grote aantal nieuwe/tijdelijke werknemers brengt ook de noodzaak met zich mee van een (aparte) zorgvoorziening. Advies is om deze voorziening te realiseren in de buurt van de bouwplaats. Daarbij zal ook behoefte zijn aan tolken. In dit verband dient ook opnieuw gekeken te worden naar het spreidingsplan ambulancezorg, waarbij ook de relatie wordt gelegd met Bergen op Zoom en Roosendaal. Ook Antwerpen en Gent kunnen hierin meegenomen worden. Wat er echt nodig is, wat beschikbaar is, en waar gebruik van gemaakt kan worden, zijn onderwerpen die vragen om nader onderzoek. Hiervoor is nadere informatie vereist van de werkwijze van de bouwer(s), de aantallen arbeidskrachten per fase en de locaties waar arbeiders gehuisvest worden. Zoals hierna toegelicht in hoofdstuk 5, kan de vraag naar onderwijs en kinderopvang ook toenemen, maar dit hangt af van het aantal werknemers dat samen met het gezin verhuist. We adviseren ook hier nader onderzoek naar te doen, zodra er meer informatie beschikbaar is over waar behoefte aan is.

Breng in beeld over welke onderwerpen afspraken nodig zijn in aanbestedingsvoorwaarden en vergunningverlening Verschillende experts benadrukken dat in voorbereiding op de aanbesteding goed moet worden nagedacht over de te maken afspraken met de bouwer(s). Daarbij is het van belang dat de Omgevingsdienst en andere betrokken partijen tijdig en goed in positie worden gebracht en dat zij over voldoende capaciteit en kennis beschikken. Onderwerpen waarover afspraken gemaakt moeten worden (zoals technische specificaties, prestatie-eisen, een veiligheidsplan en emissiebeheersing tijdens de bouw), zijn vastgelegd in reguliere wetgeving in Nederland. Uit ons onderzoek (met name de analyse van impactstudies van referentieprojecten) zijn enkele nadere suggesties naar voren gekomen die relevant zijn voor de bouw van kerncentrales: • Planning en beheersing van vertragingen, de wijze waarop geanticipeerd wordt op vertragingen en mechanismen om de voortgang te waarborgen, inclusief een clausule voor aansprakelijkheid bij eventuele vertragingen, gebreken of overschrijding van kosten. Uit de referentieprojecten blijkt dat dit relevant is, en eerder regel is dan uitzondering.

• Inzet op lokale werkgelegenheid (afspraken over bepaald percentage van regionale werknemers), opleidingsprogramma’s, samenwerking met lokale partijen (regionale kennispartijen, onderwijsinstellingen en bedrijven) en kennisoverdracht naar Nederlandse partijen, zodat expertise lokaal wordt opgebouwd en behouden. • Een voorstel voor hoe de bouw en exploitatie maatschappelijke waarde kunnen toevoegen, bijvoorbeeld door duurzame technologieën te integreren of restwarmte beschikbaar te stellen voor de regio.

10

•

Een gedegen communicatie- en participatiestrategie om de omgeving te betrekken bij de voortgang van de bouw (bijvoorbeeld vooraf informatie verstrekken over het aantal werknemers per fase, maatregelen om hinder te minimaliseren, aanvoerroutes van materieel en werknemer). Omgeving vooraf informeren over bouwproces en over eventuele uitloop en wijzigingen in de aanpak. Waarbij ook wordt beschreven hoe het bedrijf omgaat met de belangen van omwonenden en andere stakeholders.

Daarbij is het van belang dat bij de onderhandelingen die het Rijk voert met de bouwers, de lokale invloed vanuit Borsele en Zeeland wordt betrokken, vanwege de lokale kennis van het gebied, de bedrijvigheid, de omgeving, de arbeidsmarkt en de voorzieningen.

Benut de structuur van de Veiligheidsregio om veiligheidsvraagstukken te identificeren In ons onderzoek is nadrukkelijk aandacht gevraagd voor effectief kunnen handelen wanneer er iets misgaat. Dit vooral in relatie tot kernenergie en toenemende criminaliteit. Advies in dit verband is om een crisisteam samen te stellen om snel en adequaat te kunnen reageren en de veiligheid te borgen. Evacuatiemogelijkheden en -routes moeten nu al in kaart worden gebracht. Het is logisch hiervoor aan te sluiten bij bestaande structuren in de regio en samen te werken met de Veiligheidsregio Zeeland. Aandachtspunten waar volgens de Veiligheidsregio rekening mee gehouden moet worden, zijn: de context van meerdere, verschillende energieprojecten in en rond het Sloegebied en de integrale aanpak die daarvoor nodig is; de mogelijke cumulatieve effecten tijdens de bouwfase; benodigde verbetering van evacuatieroutes en de benodigde capaciteit. We adviseren op korte termijn nader in gesprek te gaan met de Veiligheidsregio over de aandachtspunten die zij signaleren.

Anticipeer op onzekerheden in de planning De bouw van kerncentrales is een groot en complex project. Daarbij is het belangrijk om rekening te houden met de mogelijkheid dat de uitvoering langer duurt dan oorspronkelijk gepland. Dat blijkt ook uit de studie van referentieprojecten, die een doorlooptijd kennen van 10 tot 15 jaar (zie bijlage 1). In zo’n periode kunnen de omgeving en context veranderen, bijvoorbeeld op het gebied van technologie, regelgeving en/of maatschappelijke ontwikkelingen. Wij bevelen daarom aan om in de planningsfase al vooruit te denken over de mogelijke impact van vertragingen. Dit omvat het identificeren van risicofactoren die tot vertraging kunnen leiden, en het ontwikkelen van strategieën om hierop te anticiperen. Behalve dat dit een belangrijk onderwerp is om afspraken over te maken met de bouwer(s), is het van belang om te verkennen wat vertragingen betekenen voor verschillende belanghebbenden en betrokkenen (omwonenden, betrokken bedrijven en maatschappelijke partners), en hoe eventuele negatieve gevolgen tijdig kunnen worden gemitigeerd.

Besteed voortdurend aandacht aan informatie-uitwisseling en participatie De bouw van de kerncentrales is een langlopend traject, dat te maken zal krijgen met nieuwe ontwikkelingen en wisselingen in de context. Dat vereist een goede borging van continue communicatie en participatie en het managen van verwachtingen, om te voorkomen dat direct omwonenden en andere betrokkenen voor verrassingen worden geplaatst. Dat geldt ook voor North Sea Port en de bedrijven die momenteel gevestigd zijn in het Sloegebied.

11

Het Sloegebied is een beveiligd gebied. De bedrijven zijn niet of beperkt toegankelijk voor omwonenden. Daar zijn uiteraard goede redenen voor vanuit veiligheidsoverwegingen. In ons onderzoek is opgemerkt dat het kan helpen om de bedrijven op enkele momenten toegankelijk te maken, zodat mensen kunnen zien en horen wat er zoal gebeurt.

Organiseer structureel partnerschap en waarborg duurzame investeringen Het gaat hier om een megaproject zonder precedent. De impact van de bouw van twee kerncentrales is van on-Nederlandse omvang. Het gaat om duizenden werknemers en een mogelijke bouwtijd van 10 tot 15 jaar. Uit ons onderzoek is naar voren gekomen dat omwonenden zich grote zorgen maken. Sommigen slapen er slecht van. Om de negatieve impact van de bouw van de kerncentrales te verminderen, evenwicht aan te brengen in de lasten en de lusten voor de inwoners van Zeeland en de positieve impact voor de regio te versterken (zie hierna), is het van groot belang de zorgen van omwonenden serieus te nemen. Dit vraagt om een betrouwbare Rijksoverheid die Borsele en Zeeland ziet als partners (en niet als wingewest). Uit onze gesprekken is nadrukkelijk naar voren gekomen dat het niet moet gaan om ‘compensatie’. Dat impliceert dat het afkopen van geleden schade een optie is. Dat is niet het beeld dat de partijen samen nastreven, zo is onze inschatting. Wel ligt het traject van compensatie-afspraken, voor het afketsen van het plan om een nieuwe marinierskazerne te bouwen in Vlissingen, nog vers in het geheugen. Eén van de afspraken in dit compensatiepakket is een betere treinverbinding tussen Zeeland en de randstad.

Het huidige voornemen om een nieuw spoorwegbeveiligingssysteem te testen, waardoor tussen Goes en Vlissingen vier maanden lang geen treinen kunnen rijden, zorgt dan voor onrust en ongenoegen. Er ontstaat een kans om het vertrouwen van de Zeeuwen en inwoners van Borsele te herwinnen door als overheden zorgvuldig te communiceren en zorgen van inwoners serieus mee te wegen. De inzet moet zijn een structureel partnerschap en een betrouwbare overheid die er ook voor de Zeeuwen is. De behoefte aan partnerschap gaat niet alleen over de afstemming tussen betrokken overheden, maar heeft ook betrekking op de samenwerking met maatschappelijke organisaties, het onderwijs, het bedrijfsleven, de bouwers en andere relevante partijen in de waardeketen. Vertrouwen in de democratie en overheidsorganisatie is niet uit te drukken in compensatiemiddelen; het kan wel ontstaan door betrokkenheid en nakomen van beloftes.

2.3 Aanbevelingen voor versterken positieve impact Realiseer een positieve nalatenschap voor Borssele en Zeeland We adviseren om met investeringen in de leefkwaliteit, de infrastructuur, de economie en het onderwijs een positieve nalatenschap voor Borssele en omgeving te realiseren. In ons onderzoek zijn suggesties gedaan om Zeeland te profileren als een groene, duurzame en gezonde provincie en met dit imago de aantrekkingskracht te vergroten.

Investeer in (technisch) onderwijs op basis van een gezamenlijke onderwijsagenda Gezien de krappe arbeidsmarkt in Zeeland is het van groot belang om op korte termijn te starten met investeren in (technisch) onderwijs. Zoals toegelicht in dit impactrapport, is tijdens de bouwfase met name technisch personeel nodig dat onder meer gespecialiseerd is in (af)bouw, montage, metaal, civiele techniek en elektrotechniek. Daarnaast is er behoefte aan ondersteunend personeel, bijvoorbeeld voor de catering, schoonmaak en beveiliging.

12

Dat biedt doorgroei- en ontwikkelmogelijkheden voor Zeeuwse werknemers. Verder zal er vraag zijn naar managers, toezichthouders en administratief personeel. Het personeel dat nodig is voor de exploitatie, zal met name verantwoordelijk zijn voor de juiste werking van de kerncentrale, zoals onderhoudspersoneel, beveiliging en kwaliteitszorg. Ook zal er behoefte zijn aan financieel en administratief personeel en leidinggevenden. De exploitatiefase vraagt dus om andere expertises dan de bouwfase. Naast personeel voor de bouw en exploitatie van de kerncentrales, zal er ook meer vraag komen naar geschoold personeel in zorg en onderwijs. De krappe arbeidsmarkt en de toenemende vraag naar personeel bieden kansen voor de Zeeuwse onderwijsinstellingen, die jongeren kunnen opleiden voor zowel de bouw als de exploitatie van de kerncentrale. Ze kunnen daarnaast bijdragen aan het omscholen van personeel in andere beroepssectoren. De nieuwe opleidingsvraag zal waarschijnlijk betrekking hebben op diverse richtingen en niveaus, zoals ook geschetst in hoofdstuk 4. De toenemende behoefte (op landelijk niveau) aan technische studenten, de koppeling met de Campus Zeeland en de Bèta Campus Zeeland, en de verdieping op een nucleair kenniscluster bieden kansen voor de regio, om opgebouwde kennis en innovatie toe te passen in Deltavraagstukken.

Van belang is hier tijdig mee te beginnen, op tijd alle vormen van onderwijs (vanaf PO) te betrekken en gezamenlijk een onderwijsagenda te ontwikkelen. Samenwerking tussen onderwijsinstellingen is hierbij essentieel, waarbij er ook voor gezorgd moet worden dat nieuwe kennisinstellingen dichtbij de bedrijvigheid zit. Dat vergroot de kansen op synergie. Van de betrokken overheden vraagt dit het creëren van de juiste randvoorwaarden en het investeren in onderwijs in aansluiting op de vraag naar arbeid. Bij de Provincie Zeeland, de gemeente Borsele en de betrokken onderwijsinstellingen staat het belang om te investeren in (technisch) onderwijs helder op het netvlies. De onderwijsagenda is reeds in de maak. De uitvoering van deze agenda vergt forse investeringen. We adviseren de betrokken partijen om de inzet die gepleegd wordt om te investeren in (technisch) onderwijs en de onderwijsagenda tot uitvoering te brengen, te intensiveren en te versnellen.

Zorg ervoor dat lokale ondernemingen zich tijdig kunnen voorbereiden Ons advies is om tijdig te starten met een ondersteuningsprogramma voor lokale, Nederlandse bedrijven om hen te helpen om aan te haken bij de bouw van de kerncentrales. Daarbij is het van belang dat lokale bedrijven tijdig duidelijkheid krijgen over benodigde certificering, en zij in staat worden gesteld om betrokken te worden bij de bouw. Het gaat dan bijvoorbeeld om ondersteuning bij complexe contracten en kwaliteitszorg bij nucleaire bouwprocessen. Geïnteresseerde bedrijven dienen goed geïnformeerd te worden over kansen en risico’s. Voorkomen moet worden dat zij de complexiteit van dit bouwproces onderschatten, het documentbeheer en de contractering (te) complex blijkt en bedrijven daardoor grote risico’s lopen.

Versterk het vestigingsklimaat en -imago De komst van de kerncentrales biedt kansen om het vestigingsklimaat te versterken door het aanleggen van infrastructuur die is aangesloten op het hoofdnetwerk van wegen en spoorwegen. Voorwaarde hiervoor is dat deze infrastructuur behouden blijft na de bouw van de kerncentrales en niet tijdelijk van aard is. Dit vergt de nodige investeringen die nog verder in kaart gebracht moeten worden.

13

Door een betere bereikbaarheid van de regio wordt het aantrekkelijker voor bedrijven om zich in de regio te vestigen. Ook de beschikbaarheid van voldoende stroom zou het voor bedrijven aantrekkelijk kunnen maken om zich in de regio te vestigen. Met name voor energie-intensieve bedrijven kan het aantrekkelijk zijn zich dichter bij energieproducenten te vestigen, bijvoorbeeld in Zeeland. Dichtbij de toevoerende partij betekent in principe stabiele(re) toevoer van energie.

Ontwikkel een overkoepelende integrale strategie voor transitie naar duurzame energie We adviseren de komst van de kerncentrales te beschouwen in de bredere context van de energietransitie, de bijbehorende opgaven en de benodigde mensen en skills (ook na de bouw van de kerncentrales). Een overkoepelende (integrale) strategie is hiervoor een belangrijke voorwaarde, waarbij ook aandacht is voor een revolverend fonds8 voor lokale bedrijven, waarbij milieuwinst voorop staat. Sluit hierbij aan op de Energievisie Zeeland, die op dit moment in ontwikkeling is.

Ontwikkel een integrale landschapsvisie en investeringsprogramma Hoogspanningsverbindingen en -stations hebben impact op het Zeeuwse landschap, de natuur en de leefomgeving van inwoners. We adviseren om op korte termijn – voordat de bouwwerkzaamheden van start gaan – een integrale landschapsvisie te ontwikkelen, waarbij de gebiedskwaliteiten als uitgangspunt dienen, aandacht is voor de cultuurhistorie van het gebied en gebruik gemaakt wordt van eerder uitgewerkte visies voor deelgebieden. Daarbij dienen ook principes te worden geformuleerd voor de wijze waarop wordt omgegaan met toekomstige ontwikkelingen, bijvoorbeeld over de openheid van het landschap. De groene buffer tussen het Sloegebied en de omliggende kernen verdient in dit verband speciale aandacht. Een deel van de groene buffer is aangetast door de aanleg van nieuwe hoogspanningslijnen. Uit ons onderzoek is naar voren gekomen dat betrokkenen de ruimte voor inspraak als onvoldoende hebben ervaren, dat dit heeft geleid tot frustratie en dat dit niet bijdraagt aan het vertrouwen. Onze aanbeveling is om op korte termijn te investeren in een robuuste buffer tussen het Sloegebied en de Sloedorpen. Toegankelijke natuur is nu relatief beperkt in omvang. Dit vraagt dan ook om een stevige ambitie om ruimte vrij te maken voor natuur en te investeren in de ontwikkeling van hoogwaardige natuur.

Ons advies is om hier – vooruitlopend op de bouw van de nieuwe kerncentrales – mee aan de slag te gaan. Dit schept vertrouwen. De gemeente Borsele is in november 2024 gestart met het opstellen van een nieuwe visie voor de Sloerand. Hierbij worden de zogenaamde koppelingsgebieden als voorbeeld genomen. Koppelingsgebieden zijn aan de Belgische zijde van NSP ontwikkeld als buffer tussen de haven en woonkernen. Koppelingsgebieden kennen verschillende functies, zoals natuur, landbouw, landschapselementen, recreatie en toerisme. Tegelijkertijd bieden koppelingsgebieden ruimte voor onder- en bovengrondse leidingen. Deze nieuwe visie voor de Sloerand dient als één van de deelvisies te worden benut voor de te ontwikkelen integrale landschapsvisie.

8) Bij een revolverend fonds is er sprake van een constructie waarbij financiële middelen beschikbaar worden gesteld in een zodanige vorm dat de middelen terugbetaald dienen te worden en er rente betaald moet worden over de middelen. Mogelijke constructies zijn leningen, garanties en risicokapitaalinvesteringen. Door de aflossing komen de middelen weer terug in het revolverende fonds en kunnen deze opnieuw en dus meerdere keren (revolverend) worden ingezet.

14

Ook het vraagstuk van waterveiligheid is een punt van aandacht als het gaat om de inrichting van het landschap. Gezien de verschillende grootschalige energieprojecten in de omgeving van Borsele, is het van belang om het ontwikkelen van een landschapsvisie integraal te benaderen, vanuit een collectieve verantwoordelijkheid, met commitment vanuit het Rijk. We adviseren om het College van Rijksadviseurs te betrekken bij het ontwikkelen van de landschapsvisie. Aan deze integrale landschapsvisie dient vervolgens een programma gekoppeld te worden voor investeringen in het gebied.

2.4 Organiseren van uitvoeringskracht In het verlengde van onze aanbevelingen over structureel partnerschap tussen de betrokken overheden en duurzame investeringen, gaan we in deze paragraaf nader in op de langjarige samenwerking die nodig is om opvolging te kunnen geven aan de adviezen in deze rapportage. Belangrijke voorwaarde voor succes is het voortzetten van de samenwerking tussen de Provincie Zeeland en de gemeente Borsele, zowel op bestuurlijk als op ambtelijk niveau. We adviseren de Provincie Zeeland, de gemeente Borsele en de regio om een gezamenlijke programmaorganisatie in te richten, waar het Rijk op een passende manier op aangehaakt is, waarin de uitvoeringskracht is georganiseerd en waarbij de programmaorganisatie met mandaat van de ‘moederorganisaties’ kan opereren. Daarbij gaan we ervan uit dat het overeen te komen Rijk-Regiopakket een goede basis biedt voor een nader uit te werken gezamenlijk programma. Het is dan aan de in te richten programmaorganisatie om regie te voeren, de uitvoering van dit programma te coördineren, de relevante partijen aan te schakelen en verbindingen te organiseren. Het perspectief van brede welvaart biedt goede aanknopingspunten voor het bepalen welke partijen relevant zijn om te betrekken bij de uitvoering van het programma.

Zoals verderop in dit rapport toegelicht in paragraaf 3.4, zijn in en rond Borsele meerdere, verschillende energieprojecten aan de orde of aanstaande. We adviseren om de programmaorganisatie op korte termijn in te richten, zodat de komende periode ervaring opgedaan kan worden met ontwikkelingen die minder omvangrijk en complex zijn dan de bouw van kerncentrales. Uit deze ervaringen zijn ongetwijfeld lessen te trekken die kunnen worden benut in aanloop naar en tijdens de bouw van de kerncentrales.

2.5 Vervolgonderzoek Samenhang en afstemming tussen onderzoeken Voorafgaand aan de bouw van de kerncentrales worden diverse onderzoeken uitgevoerd, zoals technische haalbaarheidsstudies en de milieueffectrapportage (mer). De komende tijd zullen meer onderzoeken volgen. Om ervoor te zorgen dat de resultaten van deze studies bijdragen aan besluitvorming en vervolgstappen, is het belangrijk dat deze onderzoeken niet volledig parallel plaatsvinden. Wij raden daarom een samenhangende benadering aan waarbij de resultaten van diverse onderzoeken elkaar kunnen beïnvloeden en ondersteunen.

Actualisering impactonderzoek Zoals we eerder in dit impactrapport hebben aangegeven, komt de komende tijd meer informatie beschikbaar die invloed heeft op het bepalen van de impact van de komst van kerncentrales.

15

Zodra er meer duidelijkheid ontstaat over de keuze van de bouwer, de locatiekeuze, de specifieke technische en operationele kenmerken van de centrale is een herziening/verdieping van het impactonderzoek noodzakelijk. Daarnaast kunnen ook andere ontwikkelingen, zoals veranderingen in regelgeving, technologie of de maatschappelijke context, aanleiding zijn om het impactonderzoek te actualiseren. Verschillende aspecten van de impact, zoals de gevolgen voor de waterkwaliteit, de noodzaak voor aanpassen van de infrastructuur, waaronder ook dijken, en andere milieukundige en veiligheidsaspecten, vereisen specialistisch onderzoek. Dat kan worden uitgevoerd als er meer duidelijkheid is over de exacte plannen en de locatie van de kerncentrales.

Onderzoek naar cumulatie van risico’s en veiligheidsimpact In het Sloegebied komen verschillende energieprojecten samen. Elk afzonderlijk project heeft invloed op de omgeving en brengt specifieke risico’s met zich mee. Tegelijkertijd is het Sloegebied ook een locatie met bestaande intensieve bedrijvigheid. Voor zover ons bekend, is de cumulatieve impact van de verschillende energieprojecten in combinatie met de komst van kerncentrales op risico’s en veiligheid in dit gebied nog niet onderzocht. Het waarborgen van veiligheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het Rijk, de provincie, gemeenten/de Veiligheidsregio en bedrijven. Wij adviseren om specifiek onderzoek te doen naar risico’s en daarbij de Veiligheidsregio Zeeland nadrukkelijk te betrekken.

16

3. Vertreksituatie en context van het impactonderzoek 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk schetsen we de vertreksituatie van het impactonderzoek. We hebben aandacht voor richtinggevende keuzes die het Rijk al heeft gemaakt, de fasen van het bouwproces en we verkennen de omgeving van voorkeurslocatie Borssele. Daarmee zetten we enkele uitgangspunten op een rij die bepalend zijn voor hoe we de impact van de kerncentrales in de volgende hoofdstukken onderzoeken. Als reflectie op verschillende uitgangspunten die het Rijk kiest, refereren we meerdere keren aan de bouw van kerncentrales elders in Europa. We verwijzen voornamelijk naar drie referentietrajecten, te weten: Hinkley Point C (VK), Sizewell C (VK) en Olkiluoto 3 (Finland). Bijlage 1 bevat enige nadere informatie over deze referentieprojecten.

3.2 Keuze bouwproces bepalend voor de impact Eind 2022 sprak het toenmalige kabinet-Rutte IV het voornemen uit om nieuwe kerncentrales te bouwen in Nederland. Sindsdien is een aantal richtinggevende besluiten genomen over het type kernreactor, het tijdspad, welke aannemers de voorkeur hebben en het invullen van enkele randvoorwaarden.

Reactor generatie III+ Het Rijk kiest voor het bouwen van twee generatie III+ reactoren. Van deze reactoren wordt verwacht dat ze elk een vermogen hebben van 1.000 tot 1.650 megawatt (MW). De reactoren moeten ongeveer 24 Terawattuur (TWh) aan elektriciteit gaan produceren. Dit komt overeen met 9 tot 13% van het verwachte totale energieaanbod van Nederland in 2035.9 Ter vergelijking: de bestaande EPZkerncentrale Borssele heeft een netto vermogen van 485 MW.10

9) Zie: Kamerstukken II 2022/23, 32645, nr. 116. 10) EPZ is een afkorting van N.V. Elektriciteits Produktiemaatschappij Zuid-Nederland.

17

Wereldwijd is vanaf 2016 een aantal generatie III+ reactoren in bedrijf genomen. Het Rijk kiest bewust voor bestaande technologie om daarmee risico’s op uitloop en kostenoverschrijding te beperken. Bij het maken van een afweging is ook gekeken naar thoriumreactoren en Small Modular Reactors (SMR’s), maar deze technologieën hebben zich nog onvoldoende bewezen om voor deze opties te kiezen. Het kabinet beschouwt de keuze voor generatie III+ reactoren als de snelste en veiligste route naar een grotere bijdrage van kernenergie aan een stabiel, CO2-neutraal en een divers energiesysteem.11 Het Rijk heeft drie bedrijven op het oog voor het bouwen van de kerncentrales: Westinghouse (VS), Électricité de France (EDF, Frankrijk) en Korea Hydro & Nuclear Power (KHNP, Zuid-Korea). Deze bedrijven hebben aantoonbaar ervaring met het bouwen van generatie III+ reactoren met een minimaal vermogen van 1.000 MW. Het Rijk is in gesprek met deze partijen en voert in samenwerking met hen technische haalbaarheidsstudies uit ter voorbereiding op het samenstellen van een aannemersopdracht.12

Tijdsduur van de impact Het Rijk zet in op tempo maken. Volgens het geschetste tijdspad start de bouw van de centrales in 2028 om vervolgens in 2035 klaar te zijn voor het opwekken van kernenergie. De bouwperiode is dan zeven jaar. Een ambitieuze doelstelling, want een blik op de bouw van dit type kerncentrale elders leert dat de bouwtijd tot dusver minimaal acht jaar in beslag neemt.13 In Europa zijn voornamelijk recente voorbeelden te vinden van bouwtrajecten die zijn uitgelopen richting vijftien jaar en langer.14 Het uitgangspunt is twee kerncentrales op een voorkeurslocatie te realiseren en daar tegelijkertijd te bouwen. Op basis van referentietrajecten is het onze verwachting dat de bouw van de tweede kerncentrale circa een jaar achterloopt op de eerste. De veronderstelling is dat deze bouwwijze leereffecten en daarmee productiviteitswinst oplevert. Dat betekent dat de kerncentrales niet tegelijkertijd klaar zijn voor ingebruikname, maar dat daar enige tijd tussen zit, wat daarmee een (verlengend) effect heeft op de totale duur van de bouw. Als we kijken naar de complexe stapeling van energieprojecten in en rondom Borsele (zie §3.4), ervaringen uit referentiegebieden en een relatief hoge bevolkingsdichtheid15 achten we het reëel om uit te gaan van een bouwperiode van 10 tot 15 jaar met impact op de omgeving.

Een langere bouwduur achten we op basis van ervaringen uit referentietrajecten overigens niet geheel onmogelijk.

11) Zie: Kamerstukken II 2022/23, 32645, nr. 116. 12) Zie: Kamerstukken II 2022/23, 32 645, nr. 121. 13) Kerncentrales type generatie III+ die in een tijdsbestek van 8 tot 9 jaar zijn gebouwd: Vogtle 3 & 4 (VS) en Barakah (VAE). 14) Een voorbeeld van bouwtijdoverschrijding is Flamanville 3 in Frankrijk. De bouw begon in 2007 met als doel de kerncentrale in 2012 in bedrijf te nemen. Door verschillende redenen werd de bouw vertraagd. De reactor is onlangs na een bouwperiode van 17 jaar in bedrijf genomen. Een ander voorbeeld is Hinkley Point C in Engeland. De bouw startte in 2016 met 2025 als verwacht opleverjaar. De huidige verwachting is dat de kerncentrale in 2032 gereed zal zijn. 15) Relatief hoge bevolkingsdichtheid in vergelijking met gebieden waar (recentelijk) kerncentrales zijn gebouwd in Europa.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15187292/2