Jaarstukken 2021 DEF Gouda
Tekst van het document
Deze opgaven zijn verdeeld over drie kernthema’s: groeigebied, bereikbaarheid en economische vitaliteit. In 2021 is onder andere verder gewerkt aan: • Het ontwikkelen en vaststellen van een nieuwe regiovisie jeugd en Wmo in nauw overleg met de raden; • Het uitwerken van de regiovisie met onder andere een samenwerkingsovereenkomst tussen gemeenten die per 1 januari 2022 van kracht is; • Het sluiten van een MKB-deal tussen de vijf gemeenten, het georganiseerd bedrijfsleven en de provincie Zuid-Holland ter bevordering van de uitvoering van de strategische economische visie Midden-Holland; • Ondersteuning van bedrijven in de verduurzamingsopgave door het opzetten van een energieloket; • Het actualiseren en afstemmen met de provincie van het regionale woningbouwprogramma Midden-Holland 2021; • Het aanbieden en bespreken van de Agenda Verstedelijking en Mobiliteit met de provincie. Dit is gebruikt als gespreksbasis voor de provinciale verstedelijkingsstrategie en groeiagenda; • Het opstellen en laten vaststellen van het RMP. In het Regionale Mobiliteitsprogramma zijn maatregelen opgenomen die gericht zijn op CO2-reductie én tegelijk ook op schonere, slimmere en andere mobiliteit. Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland De BSGR verzorgt de heffing en de invordering van de publieksleges ter dekking van de kosten voor de door afdeling services diverse geleverde diensten.
3.7.6 Overhead 3.7.6.1 Inleiding Het BBV schrijft voor dat in het programmaplan een overzicht van de overhead wordt opgenomen. Doordat de overhead in een apart overzicht verantwoord wordt, ontstaat beter inzicht in de directe kosten die de gemeente maakt voor het leveren van haar producten en het halen van haar doelstellingen. Het idee is dat de begroting transparanter wordt en dat de raad beter kan sturen op de kosten van overhead. Daarnaast kan door het hanteren van een eenduidige systematiek een betere vergelijking met andere gemeenten worden gemaakt. Het BBV geeft de volgende definitie van overhead die de gemeenten moeten hanteren: 'alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces'. Deze kosten worden verantwoord op het taakveld Overhead. De kosten van personeel (en goederen en diensten) in het primaire proces worden rechtstreeks doorberekend aan de betreffende taakvelden. Vanwege administratief technische redenen heeft de gemeente ervoor gekozen de overhead in de programmabegroting 2019-2022 onderdeel uit te laten maken van programma 7 Bestuur en organisatie.
3.7.6.2 Toelichting op de overhead Voorbeelden van kosten die tot de overhead worden gerekend zijn de salarislasten van leidinggevenden en van medewerkers van de afdeling financiën. Ook de exploitatielasten van het Huis van de Stad maken deel uit van de overhead. Om de raad op eenvoudige wijze meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie en ook meer zeggenschap over die kosten te geven, worden de overheadkosten centraal begroot. Voorheen werden deze kosten verdeeld over de programma’s en niet apart inzichtelijk gemaakt.
86
Jaarstukken 2021
Voor het specificeren van de overheadkosten hanteert de gemeente Gouda een indeling in elf onderdelen. Onderdeel
Toelichting
Directie
Kosten van de drie directieleden en de bijbehorende managementondersteuning.
Primaire proces
Loonkosten van het personeel die niet direct aan een taakveld kunnen worden toegerekend, zoals alle leidinggevenden in het primaire proces en ondersteuning in het primaire proces (managementassistentes en administratieve medewerkers).
Bestuursondersteuning en Communicatie
Kosten die worden ingezet ten behoeve van de interne en externe communicatie en de bestuursondersteuning.
Concernstaf
Kosten die gemaakt worden ten behoeve van interne controle en advies.
Informatisering en Automatisering
Kosten die gemaakt worden voor het aanschaffen van hard- en software, licenties, onderhoud, systeem- en netwerkbeheer, helpdesk, applicatiebeheer en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces. Ook vallen hier de telefoonkosten, de kopieerkosten en de kosten van DIV onder. Hiervoor zijn alle automatisering en ICT kosten doorgelopen en indien van toepassing direct toegerekend aan een taakveld. De overgebleven kosten zijn verantwoord onder overhead.
HRM
Kosten die gemaakt worden voor het personeelsbeheer, zoals de salariskosten van de HRMmedewerkers, de kosten van het personeelssysteem, concernbrede opleidingskosten en trainingen, werving en selectie, arbodienst, OR, detachering en kosten organisatieontwikkeling.
Huisvesting
Kapitaallasten en onderhoud die betrekking hebben op het Huis van de Stad, alsmede waterverbruik, energiekosten, schoonmaakkosten, beveiliging en het onderhoud binnen het Huis van de Stad.
Facilitaire zaken
Kosten die betrekking hebben op het callcentrum, catering/kantine en portokosten.
Financiën
Kosten voor het voeren van de administratie, de planning- en controlfunctie en adviesfunctie op het gebied van financiën, treasury en fiscale zaken.
Inkoop
Kosten die worden gemaakt ten behoeve van inkoop, waaronder ondersteuning aanbestedingen, ontwikkelen contractenbank en contractmanagement en de verzekeringen.
Juridische Zaken
Kosten die betrekking hebben op juridische zaken, zoals juridische advieskosten, proceskosten en schadevergoeding.
In het BBV is voor de grondexploitaties, investeringen en voorzieningen een uitzondering gemaakt voor wat betreft het centraal begroten en verantwoorden van overheadkosten. Deze uitzondering is gemaakt omdat het niet toerekenen van de overhead zou leiden tot een nadelig resultaat. De jaarlijkse last zou dan namelijk ineens ten laste van het begrotingsresultaat moeten worden gebracht in plaats van deze toe te rekenen aan het grondbedrijf, de onderhoudsvoorzieningen en de investeringen. Toerekening overhead aan heffingen en tarieven Doordat de overhead kosten sinds de BBV-wijziging op een apart overzicht worden verantwoord en niet worden doorbelast aan de producten in het primaire proces, ontstaat een beter inzicht in de directe kosten die de gemeente maakt voor het leveren van haar producten binnen de programma's. Dit betekent niet dat dat de overhead buiten beschouwing wordt gelaten bij de berekening van de heffingen en tarieven. Deze wordt namelijk extracomptabel (buiten de boekhouding om) berekend ten behoeve van de tariefstelling en om aan te tonen dat de gemeente met deze heffingen geen winst maakt. De toegerekende overhead aan de heffingen en tarieven maken onderdeel uit van de in dit onderdeel gepresenteerde kosten van overhead.
Jaarstukken 2021
87
3.7.6.3 Specificatie overhead Exploitatie - Lasten (bedragen * € 1.000)
Begroting 2021
Beheer Openbare Ruimte Bestuurs- en Managementondersteuning
Cultuur, Vastgoed en Ontwikkeling
Rekening 2021
Verschil rekening t.o.v. begroting na wijzigingen
88
187
204
-18
1.321
1.321
1.571
-249
Centraal Juridische Afdeling Concernstaf
Begroting 2021 na wijzigingen
0
0
0
0
619
684
736
-52
2.424
2.389
2.364
25
Directie Algemeen
296
296
598
-302
Directie Maatschappelijke Ontwikkeling
262
548
193
355
Directie Ruimtelijke Ordening
161
161
143
18
2.391
2.293
2.256
37
585
482
673
-191
Facilitaire Zaken Financiën Griffie
0
0
0
0
Human Resource Management
2.292
2.577
2.219
358
Informatievoorziening en Automatisering
6.423
8.110
7.153
957
193
362
387
-26
0
405
185
220
330
0
-2
2
Maatschappelijk Beleid Opgroeien en Start Arbeidsmarkt Programmaorganisatie Control en Info Sociaal Domein Projecten Openbare Ruimte Regionale Dienstverlening Sociaal Domein
373
373
414
-41
1.222
1.072
1.241
-169
Rekenkamer
0
0
0
0
114
114
174
-60
1.006
1.320
1.413
-93
94
94
233
-139
Veiligheid en Wijken
147
147
153
-5
Werk en Financiën
429
219
154
65
Ruimtelijk Beleid en Advies Services Stadstoezicht
Zorg en Ondersteuning Totaal Exploitatie - Baten (bedragen * € 1.000)
270
551
555
-3
21.040
23.705
23.016
689
Begroting 2021 na wijzigingen
Rekening 2021
Verschil rekening t.o.v. begroting na wijzigingen
Begroting 2021
Beheer Openbare Ruimte
0
0
0
0
Bestuurs- en Managementondersteuning
0
0
-3
3
Centraal Juridische Afdeling
0
0
0
0
Concernstaf
0
0
0
0
-168
-168
-175
6
Cultuur, Vastgoed en Ontwikkeling Directie Algemeen
0
0
0
0
Directie Maatschappelijke Ontwikkeling
0
0
0
0
Directie Ruimtelijke Ordening Facilitaire Zaken Financiën
0
0
0
0
-542
-584
-589
5
0
0
0
0
Griffie
0
0
0
0
Human Resource Management
0
0
-10
10
Informatievoorziening en Automatisering
-963
-2.599
-2.266
-333
Maatschappelijk Beleid
-18
-18
-74
56
Opgroeien en Start Arbeidsmarkt
0
0
0
0
Programmaorganisatie Control en Info Sociaal Domein
0
0
0
0
Projecten Openbare Ruimte Regionale Dienstverlening Sociaal Domein
0
0
0
0
-799
-799
-930
130
Rekenkamer
0
0
0
0
Ruimtelijk Beleid en Advies
0
0
-1
1 14
Services
0
0
-14
Stadstoezicht
0
0
0
0
Veiligheid en Wijken
-102
-102
0
-102
Werk en Financiën
0
0
-7
7
88
Jaarstukken 2021
Exploitatie - Baten (bedragen * € 1.000)
Zorg en Ondersteuning Totaal
Begroting 2021
Begroting 2021 na wijzigingen
Rekening 2021
Verschil rekening t.o.v. begroting na wijzigingen
0
0
0
0
-2.592
-4.271
-4.069
-202
3.7.6.4 Overheadpercentage Het BBV schrijft voor dat een indicator moeten worden opgenomen in de begroting, welke de totale overheadkosten uitdrukt in een percentage van de totale lasten exclusief toevoegingen aan reserves. Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Begroting 2021 na wijzigingen
Rekening 2021
Totale overheadkosten (programma totaal)
23.705
23.016
Toerekening externe kostendragers
-4.271
-4.069
Totale overheadkosten (excl toerekening)
19.435
18.948
Totale lasten (exclusief toevoegingen aan reserves)
311.829
299.602
6,2%
6,3%
Berekend overheadpercentage
Jaarstukken 2021
89
3.8 Financiering en algemene dekkingsmiddelen Waar staat het programma voor? Lasten * € 1.000 165 Baten * € 1.000 199.189 Percentage van totale uitgaven 0%
90
Jaarstukken 2021
In de zeven programma’s van deze jaarstukken zijn de specifieke lasten en baten per programma opgenomen. Daarnaast heeft de gemeente ook lasten en baten, die niet aan een programma zijn toe te rekenen. Het betreft de algemene uitkering, de algemene belastingen, de financiering, onvoorziene uitgaven en stelposten en ook de vennootschapsbelasting. Deze maken deel uit van de Financiering en Algemene dekkingsmiddelen.
3.8.1 Inleiding Algemene dekkingsmiddelen zijn gelden die geen vooraf bepaald bestedingsdoel hebben. Voorbeelden zijn de uitkering uit het gemeentefonds en de opbrengsten van gemeentelijke belastingen (OZB, precariobelasting et cetera) of de treasury. Binnen de algemene dekkingsmiddelen wordt geen directe koppeling gelegd tussen middelen en doelstellingen. Daarom bevat dit onderdeel van de jaarrekening geen overzicht met indicatoren. De volgende algemene dekkingsmiddelen worden onderscheiden: • Financiering/treasury; • Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is; • Algemene uitkering uit het gemeentefonds; • Overige baten en lasten.
3.8.2 Toelichting op financiering Treasury Op het taakveld treasury worden de financiële resultaten van de gemeentelijke activiteiten met betrekking tot de treasuryfunctie verantwoord. Dit resultaat bestaat enerzijds uit het renteresultaat (€ 1.378.000 voordelig in 2021) en anderzijds uit overige resultaten (€ 105.000 voordelig in 2021) op onder andere deelnemingen. Renteresultaat Het renteresultaat wordt ook wel aangeduid als het saldo van de financieringsfunctie. Dit geeft het saldo weer tussen enerzijds: • de betaalde rente (lasten) over de aangegane langlopende leningen en over de aangetrokken kortlopende middelen zoals kasgeld en middelen in rekening courant; en • de ontvangen rente (baten) over de uitzettingen, zoals deposito’s, verstrekte langlopende leningen en beleggingen, de ontvangen rente over opgenomen kasgeldleningen tegen negatieve rente en anderzijds de rente die wordt doorberekend aan de producten, de investeringen en de grondexploitaties. Saldo financieringsfunctie (bedragen * € 1.000)
Begroting 2021
Begroting 2021 na wijzigingen
Rekening 2021
Verschil rekening t.o.v. begroting na wijzigingen
Lasten
7.215
7.200
7.188
12
Baten
-22
-120
-151
31
7.193
7.080
7.037
43
Saldo van baten en lasten
Toelichting Het werkelijk saldo van de financieringsfunctie wijkt ten opzichte van de begroting na wijziging per saldo af met € 42.609 voordelig. Oorzaken: • Lagere rentelasten op aangetrokken langlopende geldleningen € 11.610 • Hogere rentebaten op aangetrokken kasgeld tegen negatieve rente € 23.421 • Hogere rentebaten leningen Stimuleringsfonds Volkshuisvesting € 7.578 Overige resultaten Het resultaat op deelnemingen bestaat uit ontvangen dividend van aandelen BNG. Oasen en Cyclus keren geen dividend uit. Dividend (bedragen * € 1.000)
Begroting 2021
Begroting 2021 na wijzigingen
Rekening 2021
Verschil rekening t.o.v. begroting na wijzigingen
Lasten
0
0
0
0
Baten
-100
-149
-149
0
Saldo van baten en lasten
-100
-149
-149
0
Toelichting op de tabel Het werkelijk saldo van de ontvangen dividenden wijkt ten opzichte van de begroting na wijziging per saldo niet af. Naast dividend worden op deze post ook de in rekening gebrachte garantiepremies als gevolg van verleende borgstellingen aan Stichting Schouwburgcomplex Gouda, Stichting Gouda Cheese Experience en de Vof Westergouwe verantwoord. Tot slot worden de kapitaallasten (rentelasten) voor deelnemingen in het aandelenkapitaal van de BNG, Cyclus N.V. en Oasen hier verantwoord.
Jaarstukken 2021
91
3.8.3 Toelichting op overige algemene dekkingsmiddelen De overige onderdelen van de algemene dekkingsmiddelen worden als volgt toegelicht.
3.8.3.1 Lokale heffingen Onroerende zaakbelasting (woningen en niet-woningen) De OZB is een belasting die gemeenten mogen heffen over woningen en niet-woningen. De OZB maakt onderdeel uit van de groep lokale heffingen (rioolheffing, OZB, afvalstoffenheffing, leges, parkeeropbrengsten, precariobelasting, hondenbelasting en toeristenbelasting) en genereert voor de gemeente Gouda binnen de lokale heffingen de op een na hoogste belastingopbrengst. De OZB kan worden gesplitst in een eigenarenbelasting en een gebruikersbelasting. De aanslagen OZB worden berekend op basis van de waarde van de onroerende zaken. Deze waardering dient de gemeente uit te voeren op grond van de Wet WOZ. Het tarief voor de heffing van de OZB wordt jaarlijks gewijzigd. De aanslag OZB wordt berekend naar een percentage van de waarde van de onroerende zaken, zoals die op de voet van de Wet WOZ wordt vastgesteld. Voor het jaar 2021 werden de onroerende zaken gewaardeerd naar waardepeildatum 1 januari 2020. In de paragraaf Lokale heffingen is een uitgebreide toelichting opgenomen. De opbrengst van de OZB wordt verantwoord op de taakvelden 0.61 OZB woningen en 0.62 OZB niet-woningen. Aan de lastenkant van deze taakvelden staan de kosten voor het innen van de opgelegde belastingen, de zogenaamde perceptiekosten.
Feitelijk zijn dit alle personele en materiële kosten die verband houden met de oplegging en inning van de belastingaanslagen, afhandeling bezwaarschriften en de kosten van de uitvoering van de Wet WOZ. Parkeerbelastingen Tot dit taakveld behoren de heffing en invordering van parkeerbelasting, de opbrengsten van parkeerfaciliteiten en de opbrengsten uit boetes. In Gouda zorgen met name het betaalde straatparkeren rondom de binnenstad en de Stationsgarage voor jaarlijkse inkomsten. In de paragraaf Lokale heffingen is een toelichting opgenomen. Overige belastingen Tot dit taakveld behoren overige gemeentelijke belastingen, zoals de precariobelasting en de hondenbelasting. In de paragraaf Lokale heffingen is een toelichting opgenomen.
3.8.3.2 Algemene uitkering De uitkering uit het gemeentefonds is de grootste algemene inkomstenbron van de gemeente. De uitkering bestaat uit verschillende onderdelen die veelal zijn gebaseerd op objectieve maatstaven zoals bijvoorbeeld het aantal inwoners, de sociale en fysieke samenstelling van de gemeente en het aantal woonruimten. In principe is de gehele uitkering vrij te besteden. Mede als gevolg van de coronacrisis is sprake van een opvallend groot verschil tussen de oorspronkelijke raming in de primitieve begroting 2021 (€ 159 miljoen) en de werkelijke ontvangsten (€ 175 miljoen). De raad is tussentijds geïnformeerd over de ontwikkelingen. De decembercirculaire 2021 en enkele recente bijstellingen over voorgaande jaren konden niet meer verwerkt worden in een begrotingswijziging. Daardoor vallen de ontvangen middelen uiteindelijk € 2 miljoen hoger uit dan geraamd bij de laatste begrotingswijziging.
3.8.3.3 Overige baten en lasten Onderdeel van de overige baten en lasten is de post voor onvoorzien. Daarnaast zijn er ook de overige stelposten. Tevens worden binnen dit onderdeel de loonkosten voor bovenformatief personeel dat niet meer aan het werk is verantwoord en de lasten en baten van gedetacheerd personeel. Onvoorziene uitgaven Wettelijk is voorgeschreven dat in de programmabegroting een post voor onvoorziene uitgaven is opgenomen. Gebruik ervan is alleen onder voorwaarden toegestaan. In de primitieve begroting was een bedrag van € 151.000 opgenomen. In de tweede begrotingswijziging 2021 is deze post afgeraamd naar nul. Stelposten De gemeente Gouda had in de primitieve begroting 2021 voor € 552.000 aan (stel)posten opgenomen voor taakmutaties binnen de uitkering uit het Gemeentefonds. Uiteindelijk resteert € 64.000 voor de taakmutatie Breed offensief (meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk) uit de septembercirculaire 2021. Dat bedrag valt vrij in het rekeningsaldo.
3.8.3.4 Vennootschapsbelasting (VPB) In 2021 heeft de gemeente Gouda een inventarisatie van het financieel resultaat 2020 uitgevoerd, waarbij de gemeentelijke activiteiten zijn beoordeeld op VPB-plicht.
92
Jaarstukken 2021
In totaal is van 38 clusters bepaald of ze door de ondernemerspoort komen voor de VPB en zo ja, wat het fiscaal resultaat is. Uit deze analyse blijkt dat alleen de clusters Parkeergarage en Straatparkeren door de ondernemerspoort gaan. Bovendien heeft de Belastingdienst aangegeven dat de concessie van reclameborden ook onder de VPB-plicht valt. De verwachting is dat dezelfde clusters voor 2021 onder de VPB-plicht vallen. Dit betekent voor de VPB-druk: • voor het Straatparkeren kan een vrijstelling worden toegepast, waardoor geen VPB-druk ontstaat; • voor de cluster Parkeergarage geldt geen vrijstelling en ontstaat een VPB-druk van ongeveer € 27.500; • voor de concessie reclameborden geldt geen vrijstelling en ontstaat een VPB-druk van ongeveer € 43.500. De optelsom van de clusterresultaten die door de ondernemerspoort gaan, gaat resulteren in een aangifte van € 381.500 bij de belastingdienst over 2021. Dit resulteert in een VPB-druk 2021 van ongeveer € 79.000. De gemeente Gouda heeft van de Belastingdienst naheffingsaanslagen opgelegd gekregen voor de concessie reclameborden voor de jaren 2016, 2017 en 2018 (en aanslagen betaald voor 2019 en 2020). Hiertegen is bezwaar aangetekend. Enkele gemeenten zijn een gerechtelijke procedure gestart inzake deze casus, maar deze uitspraak kan nog wel jaren op zich laten wachten.
Voor toekomstige aanslagen inzake de concessie reclameborden zal ook bezwaar worden aangetekend. De Belastingdienst heeft toegezegd dat de gemeente de lopende beroepsprocedures mag afwachten en geen aparte procedure hoeft te starten.
3.8.4 Corona Op grond van een raadsbesluit in oktober 2020 zijn de tarieven precariobelasting voor terrassen en voor het uitstallen van goederen voor geheel 2021 op nul vastgesteld. Daarmee kon een bijdrage worden verleend aan lastenverlichting van de ondernemers met uitstallingen of terrassen. Bovendien werden de ondernemers, die gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om het terras uit te breiden, niet extra belast. In 2021 zijn minder bezoekers naar de stad gekomen met onder andere achterblijvende parkeerinkomsten als gevolg. Uit het gemeentefonds heeft Gouda coronacompensatiemiddelen ontvangen. De gemeenteraad is hierover in de loop van het jaar geïnformeerd. De coronacompensatiemiddelen zijn mede aanleiding geweest voor een aanvullende tussentijdse actualisatie van de begroting door middel van de vierde begrotingswijziging 2021.
3.8.5 Wat heeft het gekost? 3.8.5.1 Overzicht exploitatie Exploitatie (bedragen * € 1.000)
Begroting 2021
Begroting 2021 na wijzigingen
Rekening 2021 Verschil rekening t.o.v. begroting na wijzigingen
Lasten
1.235
139
165
-26
Baten
-183.145
-197.945
-199.189
1.245
Saldo van baten en lasten
1.218
-181.911
-197.806
-199.024
Toevoegingen aan reserves (lasten)
1.000
5.680
5.680
0
Onttrekkingen aan reserves (baten)
0
-88
0
-88
-180.911
-192.214
-193.344
1.130
Gerealiseerd resultaat
3.8.5.2 Taakvelden De volgende taakvelden maken deel uit van dit programma. Per taakveld zijn de lasten, de baten en het saldo van lasten en baten weergegeven. Taakvelden (bedragen * € 1.000)
Lasten / Baten
0.5 Treasury
Lasten
-1.203
0.5 Treasury
Baten
-186 -1.389
Saldo
Begroting 2021 Begroting 2021 na wijzigingen
Rekening 2021
Verschil rekening t.o.v. begroting na wijziging
-1.239
-1.129
-110
-321
-354
33
-1.561
-1.483
-77
0.61 OZB woningen
Lasten
715
243
249
-6
0.61 OZB woningen
Baten
-8.297
-8.627
-8.613
-14 -19
Saldo
-7.582
-8.384
-8.364
0.62 OZB niet-woningen
Lasten
184
229
234
-5
0.62 OZB niet-woningen
Baten
-7.707
-8.298
-7.768
-531 -536
Saldo
-7.523
-8.070
-7.533
0.63 Parkeerbelasting
Lasten
122
66
51
15
0.63 Parkeerbelasting
Baten
-3.986
-3.986
-3.695
-291
-3.864
-3.920
-3.644
-276
90
81
121
-40
Saldo 0.64 Belastingen overig
Lasten
Jaarstukken 2021
93
Taakvelden (bedragen * € 1.000)
Lasten / Baten
0.64 Belastingen overig
Baten
Begroting 2021 Begroting 2021 na wijzigingen
Saldo
Rekening 2021
Verschil rekening t.o.v. begroting na wijziging
-2.433
-2.398
-2.486
88
-2.343
-2.317
-2.365
48
0.7 Alg uitk en ov uitk gemeentefonds
Lasten
0
0
0
0
0.7 Alg uitk en ov uitk gemeentefonds
Baten
-159.129
-172.721
-174.680
1.959
-159.129
-172.721
-174.680
1.959 120
Saldo 0.8 Overige baten en lasten
Lasten
1.327
655
536
0.8 Overige baten en lasten
Baten
-1.408
-1.593
-1.594
1
-81
-938
-1.058
120
Saldo 0.9 Vennootschapsbelasting (VPB)
Lasten
0
104
104
0
0.9 Vennootschapsbelasting (VPB)
Baten
0
0
0
0
0
104
104
0
-181.911
-197.806
-199.024
1.218
Saldo Totaal saldo taakvelden
3.8.5.3 Verschillenverklaring exploitatie Omschrijving (bedragen * € 1000)
Lasten
V/N
0.5 Treasury
110
N
Dit betreft lagere doorbelaste rente aan investeringen en grondexploitaties met name als gevolg van lagere boekwaarden per 1-1-2021.
83
N
Diverse kleine verschillen.
27
0.61 OZB woningen Diverse kleine verschillen. 0.62 OZB niet-woningen
Baten
V/N 33
V
N
33
V
6
N
14
N
6
N
14
N
5
N
De OZB-opbrengst van niet-woningen is lager dan geraamd. Diverse kleine verschillen.
5
N
0.63 Parkeerbelasting
15
V
De parkeeropbrengsten in 2021 zijn als gevolg van de coronamaatregelen achtergebleven. Er zijn minder mensen naar de stad gekomen en er is daardoor minder geparkeerd.
531
N
547
N
16
V
291
N
291
N
Diverse kleine verschillen.
15
V
0.64 Belastingen overig
40
N
88
V
Diverse kleine verschillen.
40
N
88
V
0.7 Alg uitk en ov uitk gemeentefonds
0
V
De decembercirculaire gemeentefonds 2021 heeft geleid tot € 2,0 miljoen extra baten. Daarvan is € 0,7 miljoen coronacompensatie en € 0,2 miljoen overige algemene middelen. Deze middelen (totaal € 0,9 miljoen) vloeien naar de algemene reserve. € 0,5 miljoen is beschikbaar gekomen voor maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en beschermd wonen. Voorgesteld wordt dit bedrag toe te voegen aan de betreffende reserve (resultaatbestemming). Er is € 0,6 miljoen is ontvangen voor onder andere te nemen maatregelen na de kwestie over de kinderopvangtoeslag, middelen voor de wet kwaliteitsborging bouwen en voor de Gelijke Kansen Alliantie. De raad wordt voorgesteld om dit budget opnieuw beschikbaar te stellen in 2022, om tot daadwerkelijke besteding over te kunnen gaan. 0.8 Overige baten en lasten
120
V
De lasten voor niet-aktief personeel, dat gedekt wordt uit de Reserve Organisatieontwikkeling zijn lager dan begroot. De onttrekking aan de reserve is (mede) daardoor ook lager dan geraamd.
70
V
1.959
V
1.959
V
1
V
De stelpost taakmutaties uitkering gemeentefonds is niet ingezet.
64
V
Diverse kleine verschillen.
14
N
1
V
0.9 Vennootschapsbelasting (VpB)
0
V
0
V
Geen afwijkingen.
94
Jaarstukken 2021
3.8.5.4 Verschillenverklaring reserves Verschil
V/N
Reserve organisatieontwikkeling: deze reserve wordt breed ingezet ter dekking van zowel reeds in gang gezette als toekomstige organisatieontwikkelingen. In 2021 zijn minder kosten gemaakt die verrekend worden met de reserve.
Omschrijving (bedragen * € 1000)
88
N
Totaal
88
N
3.8.6 Verbonden partijen Verbonden partijen
Doel
Belastingsamenwerking Gouwe Rijnland De BSGR verzorgt de heffing en invordering van lokale belastingen voor het Hoogheemraadschap van Rijnland en elf gemeenten. Daarnaast bepaalt de BSGR de hoogte van de WOZ-waarden voor alle onroerende zaken in de deelnemende gemeenten. NV Bank Nederlandse Gemeenten
De BNG draagt met gespecialiseerde financiële dienstverlening bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.
Oasen NV
Oasen voorziet op een efficiënte, effectieve en duurzame wijze de aangesloten gemeenten van drinkwater.
Cyclus N.V.
Cyclus NV voert taken uit op het gebied van Afvalbeheer (onder meer inzameling en verwerking), Reiniging en Gladheidsbestrijding.
Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland De BSGR verzorgt de heffing en de invordering van de onroerendezaakbelastingen, de hondenbelasting en de precariobelasting als algemeen dekkingsmiddel. De aanslagen zijn overeenkomstig de betreffende belastingverordeningen opgelegd. De aanslagen precariobelasting voor terrassen en uitstallen van goederen zijn niet opgelegd. De raad heeft in oktober 2020 besloten om deze tarieven op nul vast te stellen. Daarmee kon een bijdrage worden verleend aan de lastenverlichting van de ondernemers met uitstallingen of terrassen. Bank Nederlandse Gemeenten De gemeente Gouda heeft 82.446 aandelen BNG à € 2,50 nominaal van de in totaal 55.690.720 uitgegeven aandelen. Het aandelenbezit blijft in stand en er zijn geen jaarlijkse bijdragen aan de BNG. De betrokkenheid van de BNG bij de doelstellingen van het programma Algemene dekkingsmiddelen beperkt zich tot de dividenduitkering die als algemeen dekkingsmiddel wordt gebruikt. Voor 2020 en verder wordt uitgegaan van een jaarlijkse dividenduitkering van € 175.000. Oasen De gemeente Gouda heeft 72 aandelen Oasen à € 455,00 nominaal van de in totaal 2.500 uitgegeven aandelen. Het aandelenbezit blijft in stand en er zijn geen jaarlijkse bijdragen aan Oasen. De betrokkenheid van Oasen bij de doelstellingen van het programma Algemene dekkingsmiddelen is gering.
Oasen keert geen dividend uit en levert in dit verband geen bijdrage aan de algemene dekkingsmiddelen.
Jaarstukken 2021
95
4 Jaarverslag: paragrafen 4.1 Lokale heffingen 4.1.1 Inleiding Gemeentelijke belastingen en heffingen vormen een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente. Inwoners en ondernemers dragen hiermee bij aan de goede voorzieningen in de stad (denk aan zorg, onderwijs, winkels, wegen, riolering en afvalvoorziening). In deze paragraaf staan de opbrengsten en het beleid voor de diverse gemeentelijke belastingen en heffingen in 2021. De paragraaf geeft inzicht in de effecten van diverse gemeentelijke belastingen van het afgelopen jaar en de consequenties daarvan voor de inwoners en bedrijven. Tevens worden de verschillen tussen de werkelijke opbrengst en de begroting 2021 verklaard. De Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland verzorgt voor Gouda de heffing en invordering van de lokale belastingen. Ook bepaalt de BSGR de hoogte van de WOZ-waarde voor alle onroerende zaken in de gemeente Gouda. Meer informatie over de BSGR is te vinden in de paragraaf Verbonden partijen en op de website van de BSGR.
4.1.2 Beleid Algemeen In het Coalitieakkoord 2018-2022 is aangeven dat het streven is om de OZB niet meer te laten stijgen dan het inflatiepercentage. Daarom zijn de tarieven voor de meeste belastingen verhoogd met het inflatiepercentage van 1,8%. Dit percentage volgt uit de financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden die in regionaal verband is vastgesteld. Dit percentage geldt voor zowel de eigen begroting als voor de begrotingen van verbonden partijen en/of gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast is het streven om Gouda binnen de top 25 van duurste gemeenten te laten zakken. Er zijn diverse mogelijkheden onderzocht om de lokale lasten voor alle inwoners te verlichten. De conclusie van dit onderzoek was dat de OZB-tarieven voor huiseigenaren onder het landelijk gemiddelde liggen. Daarom is dit OZB tarief met ingang van 2021 opgetrokken naar het landelijk gemiddelde. Deze verhoging heeft nagenoeg geen stijging van de gemiddelde woonlasten tot gevolg. Immers het tarief voor rioolheffing kon vanaf 2021 lager worden vastgesteld. Tariefontwikkeling De OZB-tarieven stijgen in 2021 met het inflatiepercentage van 1,8% (2020: 1,5%). Daarnaast is het OZB tarief voor woningen opgetrokken naar het landelijk gemiddelde. De tarieven rioolheffing zijn gedaald als gevolg van minder kosten.
Er zijn minder projecten uitgevoerd en er zijn geen rioolkredieten meer nodig. De rioolheffing eigenaren is met 6,4% gedaald en de rioolheffing gebruikers is ook met 6,4% gedaald. Dit is inclusief 1,8% inflatie. De tarieven voor afvalstoffenheffing zijn opgehoogd met het inflatiepercentage van 1,8%. Woonlasten (lokale lastendruk) Tot de woonlasten rekenen we de onroerende zaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffing. De woonlasten worden berekend voor een eigenaar of huurder van een woning die de woning bewoont met meerdere personen. In 2021 stijgen de woonlasten voor de eigenaar (die tevens gebruiker is) van een woning met een WOZ-waarde van € 245.000 (gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Gouda in 2021) met 0,2%. De woonlasten voor de huurder dalen in 2021 met 2,3%. De stijging van de gemiddelde woonlasten voor de eigenaar van een woning wordt veroorzaakt door de sterke stijging van de huizenprijzen. Bij het vaststellen van de belastingtarieven in december 2020 is rekening gehouden met een waardestijging van 9,67%. In januari 2021 is de herwaardering afgerond en zijn alle woningen van een WOZ-waarde voorzien. De gemiddelde waardestijging is uiteindelijk 10,4%. Corona Om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zijn er ingrijpende maatregelen genomen. De economische gevolgen van deze maatregelen zijn enorm; ook voor een groot aantal ondernemers in Gouda.
Daarom heeft de raad in oktober 2020 besloten om voor de jaren 2020 en 2021 de tarieven voor toeristenbelasting op nul vast te stellen. Tevens is besloten om voor de jaren 2020 en 2021 de tarieven precariobelasting voor terrassen en voor het uitstallen van goederen op nul vast te stellen. Daarmee kon een bijdrage worden verleend aan lastenverlichting van de ondernemers met uitstallingen of terrassen. Bovendien werden de ondernemers, die gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om het terras uit te breiden, niet extra belast. Er zijn nog meer factoren die ervoor zorgen dat een aantal belastingopbrengsten voor 2021 lager zijn. Als gevolg van de coronamaatregelen hebben minder mensen de stad kunnen bezoeken en is er een aantal maanden ook geen volledige markt geweest (alleen food). Hierdoor zijn de opbrengsten voor parkeerbelasting, marktgelden en havengelden ook minder dan de jaren vóór 2020.
96
Jaarstukken 2021
4.1.3 Aanslagoplegging, kwijtschelding en bezwaarschriften In onderstaande tabel is de totale productie van de BSGR in 2021 voor de gemeente Gouda opgenomen. Ter vergelijking zijn de cijfers 2020 toegevoegd. Omschrijving (bedragen * € 1.000) Aantal aanslagregels belastingjaar
2021
2020
193.608
192.100
Aantal aanslagregels 2 voorliggende belastingjaren
4.004
2.542
Bruto opgelegd
50.183
50.370
Correcties
-813
-933
Kortingen (afvalstoffenheffing diftar)
-18
-14
Kwijtscheldingen (inclusief voorgaande belastingjaren)
-1.693
-1.621
Netto
47.659
47.802
De bedragen in bovenstaande tabel betreffen ook oudere belastingjaren. Zo is in het nettobedrag van € 47.659.000 een bedrag van € 2.213.493 opgenomen dat betrekking heeft op belastingjaren vóór 2021. Opbrengsten Onroerende zaakbelastingen De heffingsmaatstaf van de onroerende zaakbelastingen is de WOZ-waarde van de woning/niet-woning. Er wordt belasting geheven naar een percentage van deze vastgestelde WOZ-waarde. Bij het vaststellen van de tarieven is rekening gehouden met een gemiddelde stijging van circa 9,67 % van de WOZ-waarden van de woningen en een gemiddelde daling van 1,% van de WOZ-waarden niet-woningen per waarde peildatum 1 januari 2020. Gezien het uitgangspunt om de totale opbrengst OZB te verhogen met het inflatiepercentage, heeft dit voor het OZB-tarief niet- woningen geleid tot een verhoging. Het OZB-tarief voor een woning is verhoogd omdat ook rekening is gehouden met een meeropbrengst van € 1 miljoen. De opbrengst OZB voor woningen is 0,3% (€ 30.000) lager dan de raming. Het verschil tussen de begroting en de jaarrekening is voor deze heffing dus minimaal. De OZB-opbrengst voor het eigendom niet-woningen is € 311.000 (6%) lager dan geraamd. Dit wordt deels verklaard door het bedrag aan verminderingen dat in 2021 is verleend betreffende de voorgaande belastingjaren.
Daarnaast moeten er nog aanslagen worden opgelegd omdat een aantal niet woningen nog niet van een WOZ-waarde is voorzien. De OZB-opbrengst voor het gebruik van niet-woningen is € 236.000 (7%) lager dan geraamd. Er worden nog aanslagen niet woningen opgelegd, omdat een aantal niet woningen nog niet van een WOZ-waarde is voorzien. Reinigingsheffingen Bij de vaststelling van het tarief van de afvalstoffenheffing is uitgegaan van 100% kostendekkendheid. De afvalstoffenheffing wordt opgelegd aan gebruikers van woningen voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Het tarief bestaat uit een vast tarief en een variabel tarief. Het aanslagbedrag betreffende het variabele tarief is afhankelijk van het aantal maal dat restafval wordt aangeboden door een huishouden in het voorgaande belastingjaar. De kosten voor inzameling en verwerking van afval zijn gestegen. De opbrengst afvalstoffenheffing is € 93.000 (0,9%) lager dan geraamd. Dit heeft te maken met leegstand van woningen en een lager aantal huishoudens die een aanslag afvalstoffenheffing ontvangen dan begroot. Rioolheffingen De basis voor de tarieven rioolheffing is het GRP. Het uitgangspunt is 100% kostendekkendheid. Uiteindelijk worden op basis van de actualisatie baten en lasten bij de begroting de tarieven vastgesteld. De tarieven rioolheffing zijn gedaald als gevolg van minder kosten.
Er zijn minder projecten uitgevoerd en er zijn geen rioolkredieten meer nodig. De tariefvoorstellen voor de rioolheffing zijn door de raad goedgekeurd. De opbrengst rioolheffingen is € 135.000 (0,7%) lager dan geraamd. Het aantal aansluitingen op de riolering is iets minder dan geraamd. Marktgelden Als gevolg van corona kon er minder gebruik worden gemaakt van de markt. Kooplieden die als gevolg van coronamaatregelen gedurende een aantal maanden niet op de markt konden staan hoefden voor die periode ook geen marktgelden te betalen. De opbrengst marktgelden zijn € 19.000 lager dan begroot.
Jaarstukken 2021
97
Toeristenbelasting De raad heeft in oktober 2020 besloten om voor de jaren 2020 en 2021 de tarieven voor toeristenbelasting op nul vast te stellen. De opbrengst toeristenbelasting 2021 is daarom ook € 0,00. Precariobelasting De opbrengst precariobelasting is € 47.000 (2,2%) hoger dan begroot. In de begroting 2021 (na wijziging) is rekening gehouden met de gevolgen van de coronamaatregelen. Deze gevolgen zijn minder ingrijpend dan verwacht. Hondenbelasting De hondenbelasting is een algemene heffing voor de houder van een hond. De opbrengst hondenbelasting is 1,4% lager dan de raming. Dit heeft te maken met verminderingen die in 2021 voor de voorgaande jaren zijn verleend. Havengelden Ook de havengelden laten een lagere opbrengst zien als gevolg van de corona-maatregelen. Een groot aantal passagiersschepen die normaal gesproken de haven van Gouda betreden, is niet geweest en de recreatievaart was ook minimaal. Leges De opbrengsten van de burgerzakenleges zijn hoger dan begroot. Dit wordt grotendeels veroorzaakt doordat er meer reisdocumenten zijn afgegeven. De opbrengsten van de bouwleges zijn iets hoger dan begroot. Sommige bouwprojecten zijn iets eerder vergund dan oorspronkelijk geraamd. Ook zijn er aanslagen betreffende 2020 opgelegd in 2021. Parkeerbelastingen De parkeeropbrengsten in 2021 blijven als gevolg van de corona-maatregelen iets achter.
Er komen minder mensen naar de stad dus er wordt ook minder geparkeerd. De opbrengst is 7,3% (€ 291.000) lager dan begroot.. Kwijtschelding In Gouda komen de volgende heffingen in aanmerking voor kwijtschelding: onroerende zaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffing. De kwijtscheldingsnorm is 100% van de bijstandsnorm (dit is het wettelijk maximum). Voor het variabele tarief afvalstoffenheffing is een maximale kwijtschelding van € 75 mogelijk. In het kalenderjaar 2021 is een bedrag van € 1.693.000 kwijtgescholden. Dit is € 102.000 meer dan begroot. Hiervan had € 1.612.000 betrekking op het belastingjaar 2021 en € 81.000 op voorliggende belastingjaren. In de drie daaraan voorafgaande kalenderjaren bedroeg de kwijtschelding als volgt: ; € 1.620.000 (2018); € 1.510.000 (2019); € 1.1621.000 (2020). In het onderstaande overzicht zijn alle kwijtscheldingsverzoeken over 2021, die in 2021 zijn binnengekomen en eventueel al zijn afgehandeld, opgenomen. Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Aantal 2021
Bedrag 2021
Aantal 2020
Bedrag 2020
(Geheel of gedeeltelijk) toegewezen
3.045
1.693
2.808
1.584
Afgewezen
489
-
675
0
In behandeling
44
-
44
1
3.578
1.693
3.527
1.585
Totaal ingediende kwijtscheldingsverzoeken
Bezwaarschriften tegen WOZ-beschikkingen Bezwaar tegen WOZ-waarde openstaand 31-12-2020 ingediend openstaand 31-12-2021
2021 20 1.479 117
Bezwaar tegen WOZ-waarde openstaand 31-12-2019 ingediend openstaand 31-12-2020
2020 124 1.056 20
Per 1 januari 2021 waren er bij de BSGR met betrekking tot Gouda nog 20 bezwaarschriften tegen WOZ-beschikkingen in behandeling. In 2021 zijn er 1.479 nieuwe bezwaarschriften bijgekomen. Het aantal nog af te handelen bezwaarschriften per 31 december 2021 bedroeg 117. In Gouda zijn in 2021 voor het eerst OZB aanslagen opgelegd waarbij de WOZ-waarde is gebaseerd op oppervlakte (in plaats van inhoud). Het is gebruikelijk dat een dergelijke wijziging in de grondslag het eerste jaar extra bezwaren oplevert.
98
Jaarstukken 2021
4.1.4 Overzichten In deze paragraaf staan de volgende overzichten: 1. Overzicht lokale lastendruk eigenaar/gebruiker en huurder; 2. Overzicht lokale heffingen. ad 1. Overzicht woonlasten (lokale lastendruk) eigenaar/gebruiker en huurder In onderstaande tabel hieronder is de lastendruk in Gouda in het jaar 2021 voor zowel een eigenaar-gebruiker als een huurder aangegeven. Ter vergelijking zijn de cijfers 2020 toegevoegd. Zoals gebruikelijk in het woonlastenoverzicht worden hierbij de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffingen betrokken. Verder is als uitgangspunt genomen een meerpersoonshuishouden. Voor de berekening van de OZB 2021 is uitgegaan van € 245.000 (gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Gouda per 1 januari 2020 (bron: waarderingskamer)). De gemiddelde WOZ-waarde voor 2020 is € 222.000. omschrijving
2021 eigenaar/ gebruiker
OZB eigenaar
256,03
Afvalstoffenheffing
306,00
Rioolheffing eigenaar
252,70
Rioolheffing gebruiker Totaal
2020
2020
huurder eigenaar/ gebruiker
2021
huurder
223,11 306,00
302,00
302,00
270,00
247,40
247,40
264,30
264,30
1.062,13
553,40
1.059,41
566,30
ad 2. Overzicht lokale heffingen Belasting (bedragen * € 1.000)
Opbrengst 2020
Opbrengst 2021 begroting na wijziging
Opbrengst Kwijtschelding Kwijtschelding 2021 begroot 2021 rekening 2021 rekening
Tarieven 2021
Belastingen en heffingen OZB-eigenaren woningen
7.412
8.627
8.596
2
1
0,1045%
OZB-eigenaren niet-woningen
4.730
4.898
4.586
0
0
0,3327%
OZB-gebruikers niet-woningen
3.048
3.401
3.165
Afvalstoffenheffing
9.547
10.123
10.030
870
929
Rioolheffing eigenaren
9.455
9.058
8.917
0,2567% 306,00 252,70
Rioolheffing gebruikers
9.775
9.120
9.126
719
763
Totaal Belastingen en heffingen
43.967
45.226
44.421
1.591
1.693
247,40
Overige belastingen Hondenbelasting
251
266
262
Parkeerbelastingen
3.435
3.986
3.695
Toeristenbelasting
15
2
0
Precariobelasting
2.103
2.132
2.179
Totaal Overige belastingen
5.804
6.386
6.136
78,05 div. 0 div. 0
0
Overige rechten Leges burgerzaken
793
900
1.020
div.
2.581
2.283
2.442
div.
Marktgelden
117
121
102
div.
Havengelden
74
107
93
div.
Staangelden
50
60
50
Totaal Overige rechten
3.615
3.471
3.706
0
0
Totaal Lokale heffingen
53.386
55.083
54.264
1.591
1.693
Leges bouwvergunningen
div.
NB: Het tarief voor afvalstoffenheffing is als volgt opgebouwd: Vast tarief (€ 261,00) + (Variabel tarief 140 liter container (€ 1,50) x Gemiddeld aantal inzamelingen (50) Vergelijking met andere gemeenten Jaarlijks brengt het COELO de atlas van de lokale lasten uit. Deze atlas bevat een overzicht van de heffingen van gemeenten, provincies en waterschappen. Hoewel het COELO rekent met andere waarden voor het bepalen van de woonlasten (bijv. afwijkende gemiddelde waarde van een woning en een gemiddelde OZB-aanslag), geeft deze atlas een inzicht in de positie van Gouda met de omliggende gemeenten.
Jaarstukken 2021
99
Gouda staat niet meer in de top 10 van duurste gemeenten. (COELO 2021 P. 73). Gouda is gedaald van plaats 8 in 2020 naar plaats 14 van duurste gemeenten voor wat betreft de woonlasten van een eigenaar van een woning. In vergelijking met Bodegraven-Reeuwijk betaalt een eigenaar € 8 meer aan woonlasten. Ten opzichte van Alphen aan den Rijn (en Krimpenerwaard) betaalt een eigenaar van een woning € 253 meer aan woonlasten. Ten opzichte van Zuidplas betaalt een eigenaar van een woning € 226 meer aan woonlasten. Voor wat betreft huurders van een woning staat Gouda op plaats 40 van duurste gemeenten. De netto woonlasten voor meerpersoonshuishoudens bedragen in Gouda € 1.103 (COELO 2021 p. 77). Netto woonlasten zijn de woonlasten gecorrigeerd voor de lagere AU. Gemeenten met een hogere gemiddelde OZB- waarde ontvangen namelijk minder uit de AU. Om dit te compenseren heffen zij doorgaans meer OZB. Deze extra OZB, die het directe gevolg is van een lagere AU, kan per gemeente berekend worden en kan worden afgetrokken van de OZB (COELO, 2021, p. 76). Voor de netto woonlasten is Gouda nummer 3 in Nederland. Alleen Bloemendaal en Meerssen zijn duurder. Voor de bruto woonlasten is Gouda zoals hierboven aangegeven nummer 14 in Nederland (COELO, 2021, p. 77).
4.1.5 Kostenonderbouwing tarieven Voor gemeentelijke heffingen geldt de wettelijke eis van maximaal kostendekkende tarieven. In deze paragraaf is de kostendekking van de belangrijkste gemeentelijke heffingen voor 2021 inzichtelijk gemaakt. Leges Per titel en per hoofdstuk wordt onderstaand, gebaseerd op de realisatie 2021, de kostendekkendheid van de legesgerelateerde tarieven aangegeven. De afzonderlijke onderdelen van de legesverordening mogen per titel en per hoofdstuk een kostendekkendheid hebben van meer dan 100%. De legesverordening mag in zijn geheel op begrotingsbasis niet boven de 100% kostendekkendheid uit komen. In de realisatie treden afwijkingen op. Titel 1 Algemene dienstverlening - Realisatie 2021 (bedragen * € 1.000) Legesverordening Totale lasten
Totale baten
Kostendekkendheid
1.1 Burgerlijke stand
310
126
40,6%
1.2 Reisdocumenten en NL ID-kaart
793
346
43,7%
1.3 Rijbewijzen
451
304
67,5%
1.4 Verstrekking Basisreg Personen
480
35
7,2%
1.5 Publiekszaken ov
21
22
102,8%
1.7 Gemeentearchief
0
3
0,0%
1.9 Geluidshinder
0
0
0,0%
1.11 Huisvestingswet
27
0
0,0%
1.13 Verkeer en Vervoer
88
35
39,6%
1.14 Leegstandswet
0
0
0,0%
1.16 Kansspelen
0
0
0,0%
1.17 Telecommunicatie
69
61
88,2%
1.18 Diversen
6
3
46,1%
Totaal titel 1
2.244
935
41,7%
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving (FLO)/Omgevingsvergunning - Realisatie 2021 (bedragen * € 1.000) Legesverordening Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid Totaal titel 2
2.566
2.473
96,4%
De lasten en baten binnen titel 2 (fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning) worden niet op hoofdstukniveau begroot maar op titelniveau. Het totaal van titel 2 heeft daarom betrekking op de totalen van hoofdstuk 2.1 tot en met hoofdstuk 2.10. Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn - Realisatie 2021 (bedragen * € 1.000) Legesverordening Totale lasten Totale baten
Kostendekkendheid
3.1 Horeca
103
9
8,8%
3.2 Organiseren evenementen of markten
125
3
2,3%
3.3 Prostitutiebedrijven
0
0
0,0%
3.4 Winkeltijdenwet
0
0
0,0%
3.6 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
0
0
0,0%
Totaal titel 3
228
12
5,3%
100
Jaarstukken 2021