Inkomend - ROB - Rapport signalement-naar-een-sterkere-democratie
Tekst van het document
verkiezingen: wat beweegt de kiezer? In onze representatieve democratie kiest het volk zijn eigen vertegenwoordigers. Een belangrijke graadmeter voor het functioneren van de democratie is dan ook de verkiezing van de Tweede Kamer. Het Nationaal Kiezersonderzoek onderzoekt al meer dan vijftig jaar wat de kiezer beweegt om zo diepere maatschappelijke en politieke trends te duiden. Wat is het beeld van de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2023? 4.7.1 Van onderstroom naar doorbraak Van onderstroom naar doorbraak is hoe het NKO de verkiezingen duidt.167 Bij de verkiezingen van 2023 heeft bijzonder laag vertrouwen in regering en parlement geleid tot een grote verschuiving. Niet eerder werd in een NKO zo’n laag vertrouwen gemeten en dat heeft geleid tot een sterk veranderd politiek landschap. De al langer aanwezige onderstroom van wantrouwen vertaalde zich in 2023 tot een politieke verschuiving waarmee een recordaantal zetels zijn verwisseld en voor het eerst een partij uit het radicaal-rechtse blok de grootste partij is geworden. De doorbraak zit ’m in het verlies van traditionele middenpartijen. Het radicaal-rechtse blok heeft kiezers gewonnen uit vooral het centrumrechtse blok, maar ook uit het linkse blok. Ook trok er een groep kiezers uit het linkse blok naar het centrumrechtse blok.
Het democratische gehalte van Nederland wordt weliswaar over de hele breedte als voldoende beschouwd, maar niet eerder was de waardering zo laag als in 2023. 4.7.2 Veranderingen in afkeer, oftewel: verkiezingen kunnen het vertrouwen in de politiek verbeteren Met de democratie is een meerderheid tevreden, met het functioneren van de politiek en politici is dat niet het geval, zo blijkt uit het NKO.168 Er blijven grote verschillen in de mate van afkeer of steun, onder meer naar opleidingsniveau en naar partijvoorkeur. Mensen met een hbo- en wo-opleiding hebben veel
167 NKO (2024), p. 19. 168 Idem, p. 61.
76
naar een sterkere democratie - signalement van de raad voor het openbaar bestuur
minder afkeer dan gemiddeld, mensen met een vmbo-opleiding meer. Onder kiezers van D66 en CDA is de afkeer veel minder groot dan gemiddeld, onder kiezers van PVV en FvD juist veel groter. Mensen met minder afkeer hebben meer politiek zelfvertrouwen en politieke interesse en minder behoefte aan sterke leiders en referenda. Ze gaan vaker stemmen, maar zijn niet per se op andere manieren politiek actiever, zo blijkt uit het NKO. Onder PVV-kiezers is de afkeer in 2023 lager dan in 2021. Een oorzaak daarvan is dat kiezers die alleen in 2023 PVV stemden iets minder negatief zijn dan kiezers die zowel in 2021 als in 2023 op die partij stemden. Daarnaast bleek dat zowel oude als nieuwe PVV-kiezers ná de verkiezingen (toen de afkeer vooral gemeten werd) minder negatief over politiek en democratie waren dan voor de verkiezingen. Verkiezingen blijken dus te kunnen zorgen voor een positievere, ofwel minder negatieve, stemming over democratie en politiek onder de kiezers van een traditioneel ‘afkerige’ partij. 4.7.3 Stemproces en eerlijke verkiezingen Het NKO keek ook naar vertrouwen in het verkiezingsproces van 2023.169 De belangrijkste conclusie is dat het vertrouwen van Nederlandse kiesgerechtigden in het verkiezingsproces aanzienlijk is gestegen ten opzichte van 2021. Het toegenomen vertrouwen is het meest opvallend onder PVV-kiezers, praktisch opgeleiden en jongeren.
Opleidingsverschillen in vertrouwen zijn nagenoeg verdwenen. Leeftijdsverschillen zijn nog wel aanwezig, maar ze zijn aanzienlijk kleiner dan in 2021. De PVV behoort in 2023 tot de partijen waarvan de kiezers het meeste vertrouwen hebben in een eerlijk verloop van de verkiezingen. Maar ook onder kiezers van andere partijen, zoals de PvdD, SP en JA21, en onder niet-stemmers is het vertrouwen in het verkiezingsproces aanzienlijk gestegen in vergelijking met 2021. Tegelijkertijd blijft er een groep kiesgerechtigden die onzeker is over het verloop van de verkiezingen, vooral bij DENK en FvD en in mindere mate bij de SP en onder niet-stemmers. Kiezers zijn met name onzeker over alternatieve stemmethodes. Waar kiezers relatief veel vertrouwen hebben in het ‘traditioneel’ stemmen met potlood en papier in een stemhokje, worden het stemmen per post, volmacht en computer nog altijd gewantrouwd. 4.7.4 Opkomst: waarom stemmen mensen niet? In maart 2022 vonden gemeenteraadsverkiezingen plaats. De opkomst was 51%, historisch laag. In Rotterdam stemde maar iets meer dan een derde van de mensen die mochten stemmen. Er zijn grote verschillen tussen wijken: in Carnisse was de opkomst 20%, in Hillegersberg 60%. Waarom stemmen Rot-
169 NKO (2024), p. 44.
77
naar een sterkere democratie - signalement van de raad voor het openbaar bestuur
terdammers niet? Uit onderzoek170 blijkt dat niet-stemmers uiteenlopende redenen hebben om niet te gaan stemmen en vaak meerdere redenen noemden. Veel niet-stemmers zien stemmen als een vergeefse moeite, omdat ze denken dat het niet uitmaakt voor wat er gebeurt in hun wijk of stad. In sommige wijken zeggen bewoners dat politiek er niet is voor ‘mensen zoals zij’. Sommige mensen vinden elke vorm van politiek oninteressant, of het nu lokaal is of landelijk. Andere mensen stemmen wel voor de Tweede Kamerverkiezingen, maar vinden de lokale verkiezingen minder belangrijk. Sommige bewoners zien in hun directe omgeving niets dat dringend moet veranderen en hebben daarom niet gestemd. Bewoners die in een ander land zijn opgegroeid, ervaren soms een taalbarrière. Ze vinden de communicatie rond lokale politiek ingewikkeld. Ook is er bij bewoners zonder Nederlands paspoort soms verwarring over het hebben van stemrecht bij de lokale verkiezingen. Overigens heeft ook een deel van de mensen die wel gingen stemmen weinig vertrouwen. Of Rotterdammers wel of niet stemmen, zegt weinig over hoe zij meedoen in de samenleving. Er zijn stemmers en niet-stemmers die actief zijn in hun wijk. En er zijn stemmers en niet-stemmers die daarmee niet bezig zijn. Vooral bewoners en sleutelfiguren in wijken met een lage opkomst hebben het gevoel dat ze in de steek gelaten zijn door de politiek.
Er zijn structurele problemen in hun wijk, die volgens hen onvoldoende worden aangepakt. Veel bewoners weten niet wat raadsleden doen en vinden het ook niet altijd belangrijk om dat te weten. Als inwoners wel verwachtingen hebben, dan vinden ze het vooral belangrijk dat raadsleden ‘woord houden’, ‘weten wat er speelt’ en problemen als veiligheid en huisvesting aanpakken. Regelmatig twijfelen zij eraan of dat ook echt gebeurt. Het beeld van Rotterdam wordt bevestigd door ander onderzoek naar de lokale niet-stemmer.171 Factoren die verklaren waarom iemand wel of niet gaat stemmen (individueel niveau) hebben te maken met iemands hulpbronnen (o.a. opleidingsniveau), socialisatie, blootstelling aan campagnes en media-aandacht, gepercipieerd belang van de verkiezingen, gewoonte, een gevoel van burgerplicht, politieke interesse en zelfvertrouwen. De kans op niet-stemmen was groter voor jongeren en voor inwoners met een meer praktische opleiding, een huurwoning of een migratieachtergrond. Vrouwen stemden minder dan mannen, door een structurele ‘genderkloof’ is er verminderde participatie van vrouwen in alle onderdelen van het politieke proces, waaronder opkomst bij verkiezingen. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2021 bracht 69% van de jongeren onder de 25 jaar een stem uit, maar bij
170 EMMA, De Haagse Hogeschool, Universiteit Utrecht en Citisens (2023). 171 Vollaard e.a. (2022).
78
naar een sterkere democratie - signalement van de raad voor het openbaar bestuur
de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 was dat percentage slechts 36%. Veel jongeren raken eerst in landelijke politiek geïnteresseerd en pas op latere leeftijd in lokale politiek. Opleiding hangt sterk samen met lokaal politiek zelfvertrouwen en politieke interesse, wat een mogelijke verklaring biedt voor de verschillen in opkomst tussen inwoners met een theoretische en praktische opleiding bij de gemeenteraadsverkiezingen. Dit is belangrijk omdat inwoners met verschillende opleidingen andere beleidsvoorkeuren hebben. De opkomst onder kiesgerechtigden met een migratieachtergrond was lager dan de opkomst onder kiesgerechtigden zonder die migratieachtergrond. De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen 2022 was vooral laag in meer-stedelijke gemeenten, maar ook in enkele (minder stedelijke) gemeenten met een groter aandeel praktisch opgeleiden en in gemeenten waar gezondheidsproblemen en eenzaamheid vaker voorkomen. De lage opkomst in meer stedelijke gemeenten wordt mogelijk verklaard door een relatief hoog niveau van politiek cynisme, een laag oordeel over het functioneren van de gemeenteraad en een relatief lage verbondenheid met de woonplaats onder stedelingen. De motieven van nietstemmers zijn divers en gelaagd.
Drie motieven die in alle gemeenten voorkomen zijn wantrouwen richting de politiek, geen belangstelling voor de (lokale) politiek en het gevoel in bepaalde dorpen, stadsdelen of wijken niet gezien te worden door lokale politici. Bewoners en lokale sleutelfiguren zijn het erover eens: ‘de politiek is aan zet’ om de opkomstcijfers bij de gemeenteraadsverkiezingen te verbeteren. De belangrijkste aanbevelingen zijn: laat als lokale politicus je gezicht vaker zien en luister écht naar bewoners, maak als lokale politicus je beloftes concreet en kom ze na, benut de rol van intermediairs, die een schakel zijn tussen bewoners en lokale politici en investeer in het politieke bewustzijn en vertrouwen van jongeren.
79
naar een sterkere democratie - signalement van de raad voor het openbaar bestuur
5 Uitgeleide: en de burger dan?
5.1
inleiding In de vorige hoofdstukken is naar voren gekomen dat de representatieve, deliberatieve en directe democratie elkaar moeten aanvullen. Vaak wordt daarbij het beeld gebruikt van communicerende vaten; een terugloop in de één kan dan worden opgevangen door een versterking of intensivering van de ander. In plaats van communicerende vaten is het beeld van naast elkaar staande pilaren treffender. De representatieve, deliberatieve en directe democratie zorgen er samen voor dat het algemeen belang zo goed mogelijk behartigd kan worden. En uiteindelijk is dat het bestaansrecht van de overheid. Responsiviteit, participatie en representatie stelt eisen aan overheidshandelen. En hoe zit het dan met de burger? Responsiviteit, participatie en representatie zijn geen eenrichtingsverkeer, ook de burger heeft een verantwoordelijkheid bij de totstandkoming van het algemeen belang en de vraag of de overheid nog wel voor, van en met hem is. De burger als drager van de civil society gaat over zijn rol bij deelname aan de democratie: burgerschap. Belangrijk is om eerst een kort historisch overzicht van ontwikkelingen over mens- en maatschappijvisie te geven.
5.2
mens- en maatschappijvisie 172 Om burgerschap goed in de huidige context te plaatsen helpt een kort historisch overzicht van ontwikkelingen over mens- en maatschappijvisie. We beschouwen hier de periode na de Tweede Wereldoorlog. Nederland kenmerkt zich in de periode na 1945 als een verzuilde samenleving. Tijdens de verzuiling speelde het maatschappelijke leven in Nederland zich af binnen de eigen levensbeschouwelijke kring en het contact van burgers met de overheid verliep via een tussenlaag van zuilinstituties. De economische voorspoed van de jaren ’60 en ’70, de beschikbaarheid en toegankelijkheid van sociale voorzieningen en de verbetering van het onderwijs zorgden voor processen als individualisering en secularisering. De verzuiling brokkelde af en de centrale overheid en haar democratische instituties wonnen aan kracht. Waar de overheid in de jaren ’60 en ’70 nog werd gezien als instrument voor maatschappelijke ordening en sociaaleconomische voorspoed, zag men haar vanaf de jaren ’80 steeds meer als obstakel. Een dominant perspectief op mens, maatschappij en bestuur ontwikkelde zich: het neoliberalisme. Die visie ver-
172 ROB (2022), p. 35-38.
80
naar een sterkere democratie - signalement van de raad voor het openbaar bestuur
onderstelt een competitieve houding. Niet alleen voor de markt, maar voor de hele samenleving, inclusief het openbaar bestuur. In het kader van marktwerking, met als belofte deregulering, efficiency en innovatie, zijn systemen uit elkaar getrokken (openbaar vervoer, energie), verantwoordelijkheden verspreid (beleid, toezicht, uitvoering, overheid en markt) en organisaties op afstand gezet. Het beeld dat overblijft van het openbaar bestuur is gefragmenteerd: publieke taken werden in een proces van privatisering gedelegeerd aan private instanties en de overheid riep zelfstandige bestuursorganen in het leven waarmee prestatiegerichte afspraken werden gemaakt. Die bestuurlijke rationaliteit ging gepaard met een technocratisering van het maatschappelijk debat. Niet idealen maar pragmatische oplossingen werden dominant. Het bewaken van complexe processen en het halen van targets werden doelen op zich. Na de eeuwwisseling ontstond het beeld dat de verhouding tussen markt, overheid en samenleving uit het lood was geslagen. Niet de markt, maar de samenleving zou weer centraal moeten staan en het concept van de participatiemaatschappij deed z’n intrede. Het mensbeeld van de zelfredzame burger zoals dat in de jaren ’80 en ’90 was ontstaan, werd hiermee bestendigd, maar ook dit beeld kantelt: niet iedereen heeft het doenvermogen om mee te komen.
Desondanks zijn in maatschappij en bestuur nog steeds sporen zichtbaar die uitgaan van de burger die als homo economicus rationeel handelt. Daarin is klantdenken nog steeds aanwezig, net als het consumeren van overheidsdiensten die worden geleverd door een efficiënte en prestatiegerichte overheid. Mensen stellen zich op als consument en de rol als burger is onderbelicht. 5.3
democratie en burgerschap Democratie, zo zagen we, kan niet functioneren zonder de deelname van burgers. Want democratie is niet iets dat je als burger overkomt, je kunt er zelf een actieve bijdrage aan leveren. Immers, democratie gaat niet alleen over verkiezingen en politieke instituten, het gaat ook over de vraag wat je eigen rol is als burger in het oplossen van problemen en het aanpakken van uitdagingen. De burger als drager van de civil society. Bij deelname aan democratie door de burger komt al gauw de term ‘burgerschap’ op. Maar wat wordt daaronder verstaan? Burgerschap is lastig te definiëren, er worden allerlei definities gebruikt met accenten op verschillende onderdelen. Dat komt mede doordat, zo zullen we zien, burgerschap een sterk normatief begrip is. Politiek filosofen spreken van vrije individuen die op gelijke basis kunnen deelnemen aan de samenleving.173 Voor de uitoefening van burgerschap is een
173 Vergelijk Miller (2000).
81
naar een sterkere democratie - signalement van de raad voor het openbaar bestuur
democratische rechtsstaat een voorwaarde: inspraak en zeggenschap (democratie) en bescherming tegen machtsmisbruik van de overheid (rechtsstaat). Waarden die met burgerschap samenhangen zijn vrijheid, gelijkheid, tolerantie, pluriformiteit, rechtvaardigheid en solidariteit. Maar over de invulling van die waarden wordt verschillend gedacht. Soms ligt de nadruk op gemeenschap, tradities en het aanpassen aan de samenleving, of op individuele autonomie, vrijheidsrechten en keuzevrijheid. En soms ligt de nadruk op gelijkheid, maatschappelijke betrokkenheid en vooruitgang. Oftewel: wat goed burgerschap inhoudt, is onderdeel van een stevig en oneindig debat (essentially contested). Deelnemen aan de democratie door middel van burgerschap gaat over het politiek-bestuurlijke domein en het sociaal-maatschappelijke domein. Bij het politiek-bestuurlijke domein gaat het over verticale relaties van burgers ten opzichte van politieke-bestuurlijke instellingen. Burgerschap gaat dan bijvoorbeeld over het politiek of bestuurlijk actief zijn. Bij het sociaal-maatschappelijke domein gaat het over horizontale relaties tussen burgers in de samenleving: het omgaan met elkaar, de bereidheid om naar anderen te luisteren, het omgaan met verschillen en diversiteit, en activiteiten organiseren in de civil society (maatschappelijke middenveld).
Democratie is dus niet uitsluitend verbonden aan het politiek-bestuurlijke domein. Ook binnen het sociaal-maatschappelijke domein heeft democratie een plek, doordat ook daar sprake kan zijn van democratische besluitvorming: mensen discussiëren met elkaar om tot oplossingen te komen voor maatschappelijke vraagstukken. Burgerschap in het politiek-bestuurlijke domein kan grofweg in twee typen worden onderscheiden.174 De ene benadering stelt dat burgers ‘politieke dieren’ zijn. Een politiek dier vindt politiek belangrijk, laat zich er rijkelijk over informeren en is op allerlei manieren actief in de politiek. In deze benadering heeft iedereen in beginsel de neiging om politiek actief te zijn, als ze daar maar toe in staat worden gesteld. Passiviteit komt voort uit een gebrek aan mogelijkheden, bijvoorbeeld een gebrek aan hulpbronnen (tijd, geld, vaardigheden), aan een netwerk om gevraagd te worden, of aan door de overheid opengestelde participatiekanalen. Tegenover de benadering van de burgers als politieke dier staat de benadering van de monitorende burger of de burgernachtwaker. Deze benadering stelt dat de burger-nachtwaker politiek (en daarmee politieke participatie) niet ziet als een doel, maar als een middel. Bijvoorbeeld om in te grijpen uit onvrede met het regeringsbeleid of omdat er belangrijke keuzes gemaakt moeten worden.
Dat zou verklaren waarom burgers actiever deelnemen aan verkiezingen en referenda waarbij grote keuzes op het spel staan, en aanzienlijk minder bereid zijn tot structurele participatie op andere manieren. In dit model zijn burgers bereid het bestuur in handen 174 Kranendonk e.a. (2019), p. 19.
82
naar een sterkere democratie - signalement van de raad voor het openbaar bestuur
te leggen van volksvertegenwoordigers en een sterke leider, maar willen zij wel de mogelijkheden hebben om in te stappen wanneer zij dat nodig achten. Steun voor democratische waarden en het functioneren van het democratisch systeem en de overheid is niet vanzelfsprekend.175 Daarom zijn voor het bestendigen en versterken van een democratie zowel democratische instituties als een democratische cultuur noodzakelijk. Niet alleen op het niveau van het openbaar bestuur, maar breed in de samenleving. Is er bijvoorbeeld bereidheid om deel te nemen aan de samenleving, zich in te zetten voor publieke belangen en het gesprek met andersdenkenden aan te gaan? Daarvoor zijn plaatsen nodig waar bewustzijn over democratische instituties en cultuur ontwikkeld kan worden. Het onderwijs is een van de voor de hand liggende plaatsen. 5.4
het discours over burgerschap verschuift In theoretische beschouwingen zijn er drie aspecten van burgerschap die van belang worden geacht voor het functioneren van de democratie, namelijk stemgedrag, burgerparticipatie en verbondenheid met de politieke gemeenschap.176 Stemmen is een belangrijk aspect van het functioneren van de democratie. Elke kiezer die de moeite neemt te stemmen, doet mee aan het democratisch proces en is daarmee winst voor de democratie. Niet-stemmen trekt de legitimiteit van het functioneren van de democratie in twijfel en vergroot de achterstandspositie van de thuisblijvers. Burgerparticipatie is te onderscheiden naar politieke participatie, zoals lidmaatschap van een politieke partij of politieke activiteit in de vorm van demonstreren, en niet-politieke participatie, zoals het organiseren van activiteiten in de eigen buurt of vrijwilligerswerk. De verbondenheid met de politieke gemeenschap, ofwel politieke identificatie, is van fundamenteel belang voor het functioneren van de democratie: je onderdeel voelen van die gemeenschap is een basisbenodigdheid. Politieke identificatie vergroot de kans dat men bereid is om het collectieve belang boven het eigen belang te stellen, boven het belang van de eigen groep.
Volgens Marlies Honingh177 verschuift de interpretatie van burgerschap vanuit het politiek-bestuurlijke domein naar een vorm van burgerzin die wordt ingezet op beleidsterreinen zoals welzijns- en maatschappelijk werk, ruimtelijke ordening en criminaliteitsbestrijding. Het gaat minder om actief en kritisch
175 Zo blijkt uit onderzoek van het SCP bijvoorbeeld dat mensen die weinig vertrouwen hebben in de politiek en vinden dat de politiek niet naar hen luistert, harde acties tegen de overheid toelaatbaar vinden. Bijna één op de vijf Nederlanders vindt zelfs dat de overheid zo slecht functioneert, dat het hele systeem maar het beste omvergeworpen kan worden. Bron: SCP (2023c), p. 44 e.v. 176 Vergelijk Steenvoorden (2018), p. 55 e.v. 177 Honingh en Van Ham (2024).
83
naar een sterkere democratie - signalement van de raad voor het openbaar bestuur
democratisch burgerschap, tegenspraak en tegenmacht, maar meer om burgerschapszin en om meedoen. Het gaat meer om een invulling van burgerschap vanuit het idee dat mensen op basis van kennis en kunde behoefte hebben om bij te dragen en gebruik te maken van in de samenleving aanwezige vormen van zelfredzaamheid. Burgerschap wordt dan ingestoken vanuit de wens dat burgers taken van de overheid overnemen en dat er en passant beleidslegitimatie plaatsvindt. Onderliggende mensbeelden over hoe wordt aangekeken tegen de rol en positie van burgers spelen daarbij mee en die maken inzichtelijk of er vanuit het individu, de gemeenschap of vanuit besturende instituties wordt gedacht. Honingh spreekt over verkleining van de democratie door depolitisering en de stille ideologie ten aanzien van burgerschap: de verschuiving naar burgerzin. Zij stelt daartegenover dat in bestuur en beleid meer gezocht moet worden naar de kernwaarden die de democratie dragen en herbevestigen: passende vormen van inspraak, betrokkenheid, processen, discussie en besluitvorming. 5.5
goed democratisch burgerschap is niet makkelijk en burgerschapsonderwijs laat te wensen over 178 Politiek filosofen zijn het erover eens dat een democratische staat zijn kernwaarden mag uitdragen. Voor de weerbaarheid van een democratie is het zelfs erg belangrijk dat de staat dit doet, aangezien een democratie alleen floreert als voldoende burgers eraan bijdragen. Als te weinig burgers hiertoe in staat (of toe bereid) zijn, functioneert de politieke gemeenschap ondermaats en kunnen individuele grondrechten en gelijkheid niet gewaarborgd worden. Maar goed democratisch burgerschap is niet makkelijk: je moet het politieke stelsel en de rechtsorde begrijpen, andere burgers als gelijken behandelen, de actualiteit volgen, politiek delibereren en zo nodig machthebbers ter verantwoording roepen. Ga er maar aan staan als je met meerdere laaggeschoolde baantjes de eindjes moeilijk aan elkaar kunt knopen, net voldoende om je kinderen ontbijt te geven voor ze naar school gaan. Kennis, waarden en vaardigheden over burgerschap zijn dus belangrijk voor een weerbare democratie. Toch zijn de instrumenten om die aan mensen aan te reiken beperkt. Een democratie kan alleen via verplicht publiek onderwijs echt alle burgers direct bereiken. En daarin stelt het burgerschapsonderwijs teleur.
Hoewel het sinds 2006 wettelijk verplicht is voor het basis- en voortgezet onderwijs om aandacht te besteden aan burgerschap, stelde de Inspectie van het Onderwijs179 in 2016 vast dat de kwaliteit van de lessen onvoldoende is. Activiteiten in het kader van burgerschap vertonen weinig verband, scholen maken van tevoren niet duidelijk wat ze leerlingen willen leren en er is ook weinig zicht op wat leerlingen uiteindelijk meenemen. Vanaf 1 augustus 2021
178 Vergelijk De Waal (2018), p. 194 e.v. 179 Inspectie van het Onderwijs (2016).
84
naar een sterkere democratie - signalement van de raad voor het openbaar bestuur
gelden nieuwe wettelijke eisen voor bevordering van burgerschap in het (speciaal) basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs om ‘actief burgerschap en sociale cohesie’ te bevorderen. De wettelijke burgerschapsopdracht onderstreept dat bevordering van burgerschap en sociale cohesie een taak is die gerichte aandacht van scholen vraagt. Wel hebben scholen veel ruimte om zelf te bepalen hoe ze hun burgerschapsonderwijs willen inrichten, want vrijheid van onderwijs is hier een belangrijk uitgangspunt. Uit internationaal vergelijkend onderzoek180 uit 2023 blijkt echter dat Nederlandse jongeren minder weten over democratie dan leeftijdsgenoten in vergelijkbare landen. En ook het burgerschapsonderwijs voor nieuwkomers laat te wensen over. Volgens de Algemene Rekenkamer181 wordt de ‘zelfredzaamheid’ van nieuwkomers overschat, is de kwaliteit van veel private taal- en inburgeringsscholen gebrekkig, en lukt het ongeveer de helft van de verplichte inburgeraars niet de voorgeschreven inburgeringsexamens op tijd te halen.
Nederlandse jongeren weten weinig van democratie182 De kennis van Nederlandse leerlingen over burgerschap en de democratische rechtsstaat is gelijk aan het internationale gemiddelde, maar ligt beduidend lager dan in landen die op Nederland lijken, zoals de Scandinavische landen of de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen. In vergelijking met andere landen is de groep die het laagste scoort in Nederland naar verhouding groot: één op de zeven jongeren. De verschillen tussen scholen zijn bovendien aanmerkelijk groter dan in andere landen. Daarnaast bestaan er in Nederland grote verschillen tussen jongeren met ouders met een verschillende opleidingsachtergrond (zoals hbo/wo versus mbo) en tussen jongeren met of zonder migratieachtergrond. De opvattingen van Nederlandse scholieren over burgerschap en democratische waarden zijn in de afgelopen jaren niet veel veranderd. Opvallend is dat jongeren in Nederland minder vertrouwen hebben in hun eigen burgerschapsvaardigheden dan leeftijdsgenoten in vergelijkbare landen. Veel jongeren in Nederland steunen de democratie. Bijna vier op de vijf vindt democratie de beste manier om het land te besturen en dat het politieke systeem goed werkt, en heeft vertrouwen in de overheid.
Maar Nederlandse scholieren hebben minder vertrouwen in de overheid dan leeftijdsgenoten in vergelijkbare landen, en verwachten minder vaak dat ze later aan politieke activiteiten meedoen. Hoewel bijna driekwart van
180 Daas e.a. (2023). 181 Algemene Rekenkamer (2017). 182 Nederlandse jongeren weten weinig over democratie | Kohnstamm Instituut.
85
naar een sterkere democratie - signalement van de raad voor het openbaar bestuur
de jongeren zegt te gaan stemmen als ze 18 jaar zijn, is dat aantal lager dan in landen die op Nederland lijken. Ook geven jongeren in Nederland minder steun aan gelijke rechten van mannen en vrouwen, en aan gelijke rechten voor etnische groepen. Nederlandse scholen doen weinig aan burgerschap. Leraren besteden relatief weinig aandacht aan verschillende perspectieven op politieke en maatschappelijke onderwerpen, en aan diversiteit en inclusie. In vergelijking met leeftijdsgenoten elders zeggen Nederlandse leerlingen dat ze op school minder geleerd hebben over burgerschap. Tussen jongeren met ouders met een verschillende opleiding bestaan grote verschillen in burgerschapscompetenties. Die verschillen zijn er niet alleen wat betreft kennis, maar ook bij steun voor gelijke rechten voor mannen en vrouwen en voor gelijke rechten van verschillende etnische groepen. Jongeren met ouders met een hbo- of wo-opleiding hebben meer kennis en geven meer steun aan gelijke rechten. Jongeren met een migratieachtergrond hebben een positievere houding ten opzichte van immigranten dan hun leeftijdsgenoten, maar minder vertrouwen in de instituties van de democratie. Jongeren zonder migratieachtergrond zijn als ze 18 jaar zijn vaker van plan om te gaan stemmen dan leerlingen met een migratieachtergrond.
Democratische kernwaarden in het voortgezet onderwijs183 De Universiteit van Amsterdam bracht de opvattingen over de democratische rechtsstaat van jongeren in jaar 5 en 6 van het voortgezet onderwijs in kaart, en bekeek hoe deze opvattingen zich hebben ontwikkeld ten opzichte van voorgaande jaren. Het onderzoek is gebaseerd op data die zijn verzameld in het Adolescentenpanel Democratische Kernwaarden en Schoolloopbanen (ADKS), een meerjarig onderzoek waarbij duizenden Nederlandse leerlingen in tientallen scholen gedurende hun middelbare schoolloopbaan zijn gevolgd om de ontwikkeling van democratische kernwaarden in kaart te brengen. De belangrijkste uitkomsten worden hier op een rij gezet. Er is sterke steun voor de representatieve democratie onder jongeren en dit wordt steeds sterker naarmate ze ouder worden. Onder alle groepen leerlingen is een sterke hechting aan de democratie en een sterke voor-
183 Huijsmans e.a. (2024).
86
naar een sterkere democratie - signalement van de raad voor het openbaar bestuur
keur voor representatieve democratie als bestuursvorm te zien. Een autoritair bestuursmodel wordt steeds sterker afgewezen. Daarnaast wijzen jongeren inperking van het stemrecht massaal af en onderschrijven ze in ruime meerderheid de vrijheid van meningsuiting. Zorgen dat jongeren steeds minder gehecht zouden zijn aan de democratie komen dus niet overeen met deze onderzoeksresultaten. Verder is te zien dat niet alle jongeren zich even sterk bij de politiek betrokken voelen. De mate waarin jongeren van plan zijn om te gaan stemmen als ze 18 jaar zijn, waarin ze het idee hebben dat ze de politiek begrijpen, of waarin ze vertrouwen hebben in publieke ambtsdragers, verschilt substantieel tussen groepen leerlingen. Veel van deze structurele ongelijkheden zijn al bekend uit onderzoek naar volwassenen, maar deze resultaten laten zien dat ze al op jonge leeftijd bestaan. Soms ontstaan ze al voor de middelbare schoolleeftijd, en blijven ze gedurende de hele middelbare schoolperiode min of meer stabiel. Dit duidt op een zeer beperkte invloed van scholen op het verkleinen van deze ongelijkheden tussen groepen leerlingen. Ongelijkheden ontstaan dus al op jonge leeftijd, wat het belang onderstreept van meer gedegen onderzoek naar politieke socialisatie en ontwikkeling van jongeren. Er zijn flinke verschillen in verkiezingsopkomst tussen volwassenen met verschillende opleidingsniveaus.
Opvallend genoeg zijn deze verschillen ook al zichtbaar als de leerlingen in jaar 1 wordt gevraagd naar hun intentie om te gaan stemmen als ze 18 jaar zijn, en blijven deze ongelijkheden gedurende de gehele middelbare schoolloopbaan in stand. Daarnaast hebben havo- en vwo-leerlingen sterker het idee dat ze de politiek begrijpen dan vmbo-leerlingen, praten ze vaker over politiek met ouders en leeftijdsgenoten, en hebben ze een sterkere ambitie om later in de politiek te werken (al is die ambitie onder alle groepen laag). Al deze verschillen tonen dat de ‘Diplomademocratie’ al op jonge leeftijd zichtbaar is in de opvattingen, voorkeuren en intenties van jongeren, nog ruim voordat er sprake is van een diploma. Verder is bekend dat volwassenen met een migratieachtergrond gemiddeld genomen minder vertrouwen hebben in de politiek dan volwassenen zonder migratieachtergrond. Het onderzoek laat zien dat dit ook onder jongeren het geval is, en dat volwassenen met een migratieachtergrond minder het idee hebben dat de politiek er voor hen is. Ook deze verschillen bestaan al vanaf de eerste jaren van het middelbare onderwijs en blijven stabiel. Ten slotte: dat veel ongelijkheden stabiel blijven, betekent niet dat opvattingen van jongeren statisch zijn. Jongeren hechten steeds sterker aan de representatieve democratie. Veel andere opvattingen en waarden
87
naar een sterkere democratie - signalement van de raad voor het openbaar bestuur
zijn ook nog volop in ontwikkeling tijdens de middelbare schoolperiode. Jongeren hebben over het algemeen steeds sterker het idee dat ze de politiek begrijpen naarmate ze ouder worden. Ook lijken ze steeds beter in staat om genuanceerde differentiaties te maken tussen verschillende opvattingen of instituties. Ze krijgen bijvoorbeeld steeds minder vertrouwen in politici, maar het vertrouwen in rechters blijft stabiel. Verder maken ze steeds duidelijker onderscheid tussen uitspraken die ze wel en niet acceptabel vinden. Ze lijken steeds behendiger te worden in de omgang met democratische dilemma’s rond de vrijheid van meningsuiting. Ook is te zien dat jongeren steeds meer politiek volwassen worden: ze praten steeds meer over politiek met hun vrienden en leren relatief steeds meer van leeftijdsgenoten dan van hun ouders over politiek. Democratische waarden ontwikkelen zich dus naarmate jongeren ouder worden. Deze trends zijn veelal vergelijkbaar tussen verschillende groepen leerlingen, waardoor bestaande ongelijkheden stabiel blijven.
Jong geleerd, oud gedaan184 Voor een levendige democratie zijn betrokken burgers van groot belang en dat geldt temeer voor jongeren. Het is namelijk belangrijk dat jonge mensen toegang hebben tot democratische besluitvorming. Want de beslissingen die nu worden genomen, hebben straks invloed op hun leven. Bovendien zijn jongeren de toekomstige dragers van de democratie. Er zijn echter zorgen over de politieke betrokkenheid van jongeren. Uit onderzoek blijkt dat de betrokkenheid van jongeren verhoogd kan worden door de kiesgerechtigde leeftijd te verlagen. Daarom adviseerde de ROB in zijn advies Jong geleerd, oud gedaan om de kiesgerechtigde leeftijd uit de Grondwet te schrappen en de Kieswet aan te passen, zodat experimenten met verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd van 18 naar 16 jaar mogelijk worden.
184 ROB (2019).
88
naar een sterkere democratie - signalement van de raad voor het openbaar bestuur
89
naar een sterkere democratie - signalement van de raad voor het openbaar bestuur
bijlage II Politieke strijd en polarisatie
strijd (de; m; meervoud: strijden)185 1 gevecht; de gezamenlijke gevechten; = oorlog: ten strijde trekken tegen iem. of iets 2 gevecht met zichzelf, in de eigen geest: innerlijke strijd 3 wedstrijd 4 tegenspraak: in strijd met de regels
Politiek gaat over het besturen van een samenleving en de manier waarop belangentegenstellingen van groepen en individuen tot hun recht komen. Politiek wordt in verband gebracht met ‘de staat’, ‘de overheid’, maar ook met een bepaalde manier van optreden, van handelen. In die zin is politiek een verbeelding, een vormgeving van de strijd en het conflict in de samenleving. We hebben verschillende opvattingen, idealen, waarden en belangen. We zijn het eens met gelijkgestemden, maar oneens met andersdenkenden. We hebben democratische politiek om deze verschillen tot uitdrukking te brengen via vertegenwoordiging, via controle van het bestuur, via coalitievormin.186 We hebben afgesproken dat we conflicten en strijd op politieke en democratische wijze met elkaar beslechten. Zo beschouwd is democratische en rechtsstatelijke politiek de vormgeving van strijd en conflict op een vreedzame manier. Zodat we kunnen samenleven op een geweldloze manier, ook al verschillen we (soms grondig) van mening. Zo geven we vorm aan de gemeenschap die we zijn en beslechten we conflicten die onoplosbaar lijken. De meerderheid beslist, maar zonder het belang en de waarden van de minderheid permanent te schaden. In een democratie horen inhoudelijk politiek conflict en belangen en waardenstrijd erbij, mits op de inhoud en de waarden. Bij strijd hoort een arena.
De politieke arena is een verbeelding van de strijd die zich anders op straat zou afspelen en dat maakt politiek tot ‘theater’. Op een podium, voor iedereen zichtbaar. Politiek als de verbeelding van de samenleving en dus als toneel. De toeschouwer, de burger, zal dus ook altijd moeten beseffen dat hij of zij naar een verbeelding van strijd zit te kijken. In die verbeelding zijn politici en volksvertegenwoordigers geen personen, maar ambtsdragers. Volksvertegenwoordiging is een ambt en het bekleden
185 Betekenis van 'strijd' | Van Dale Uitgevers. 186 Vergelijk NSOB (2022).
90
naar een sterkere democratie - signalement van de raad voor het openbaar bestuur
ervan is een uitdrukking van burgerschap. Dat politiek een verbeelding van maatschappelijke strijd is, betekent dat politici en volksvertegenwoordigers die met elkaar in debat zijn niet alleen spreken tot elkaar, maar namens een deel van de samenleving dat zij vertegenwoordigen tot een ander deel van de samenleving, het electoraat van de opponent. De politieke strijd beperkt zich niet tot het podium van de Tweede Kamer, provinciale staten of de gemeenteraad, maar speelt zich in belangrijke mate daarbuiten af. Strijd tegen maatschappelijke ongelijkheden, tegen onrecht en onrechtvaardigheid, strijd vóór gelijkberechtiging. Meer dan honderd jaar geleden ging dat over algemeen kiesrecht, vijftig jaar geleden over vrouwenemancipatie, vandaag over Black Live Matters, etnisch profileren en discriminatie. Politiek gaat dus over belangenbehartiging, het behalen van het politieke doel van de achterban. Politiek gaat ook over inhoudelijke besluitvorming, de strijd over de inhoud en de grondslagen van het goede leven. Daarbij horen politieke omgangsvormen die eigen zijn aan het politieke bedrijf. Nederland kent een meerpartijenstelsel en dus is de politiek van oudsher gericht op samenwerking, op consensus, op compromis.
De laatste decennia zien veel mensen steeds meer polarisatie en grotere meningsverschillen in de maatschappij en in het politieke theater.187 Polarisatie wordt vaak onderscheiden in twee vormen: inhoudelijke en affectieve polarisatie. Inhoudelijke polarisatie gaat om ver uit elkaar liggende meningen over maatschappelijke kwesties; affectieve polarisatie duidt op negatieve beelden van en gevoelens over personen met andere meningen.188 Polarisatie levert soms een boeiend schouwspel op en media doen er gretig verslag van. In positieve zin kan polarisatie de interesse wekken bij een lauw publiek, met als gevolg het verhelderen van keuzen en het aanmoedigen om beleidsalternatieven beter te doordenken. Overheersend echter is een negatieve waardering: in 2019 maakte driekwart van de Nederlandse bevolking zich zorgen om de in hun ogen toenemende polarisatie.189 Polarisatie wordt dan geassocieerd met afnemende bereidheid compromissen te sluiten, het redeloos opgaan in het eigen gelijk en niet meer willen luisteren naar andersdenkenden, toenemende vervreemding en vijandigheid tussen bevolkingsgroepen, terugtrekking van mensen uit maatschappelijke discussies of juist radicalisering uitmondend in extremistisch geweld. In een polariserende
187 SCP (2019), p. 38. 188 Idem, p. 46. 189 Idem, p. 38.
91
naar een sterkere democratie - signalement van de raad voor het openbaar bestuur
dynamiek is compromis nauwelijks nog denkbaar, omdat de polen er niet op gericht zijn tot elkaar te komen, elkaar te willen begrijpen of elkaar te overtuigen. Dekker en anderen190 constateren dat polarisatie zich ruwweg uit in drie zorgpunten. Allereerst angst voor een grote tweedeling in de samenleving of op zijn minst een vastlopen van politiek en landsbestuur in blokkades. Een tweede zorg betreft angst voor conflictueuze polarisatie rond uiteenlopende maatschappelijke kwesties: migratie, de opvang van vluchtelingen, de aanpak van de coronapandemie, klimaat, stikstof, LHBTIQA+ en genderidentiteit, Zwarte Piet. Een laatste zorgpunt betreft een meer gepolariseerde toon en stemming in de publieke ruimte. Mensen uiten zich extremer en stelliger en hebben minder empathie. Veel zorgen over verharding en verruwing in de samenleving hebben betrekking op dat soort gedrag. Het SCP duidt deze zorgen ook.191 Het gaat dan over een verharding van de toon en verslechterde omgangsvormen in het debat. Men zou niet goed naar elkaar luisteren, geen gesprek meer aangaan, zich ingraven in het eigen gelijk en weinig bereid zijn tot het sluiten van compromissen. Respondenten zijn het erover eens dat er sprake is van polarisatie en verharding in de politiek en in het publieke debat in de (sociale) media.
Mensen zien een ontwikkeling waarbij meningen extremer en vaak harder worden geuit en dat vooral kleine groepen met een harde toon veel aandacht vragen en krijgen. Hier is soms ook begrip voor, vooral wanneer die groepen achterstelling ervaren of het gevoel hebben niet gehoord te worden. Het is echter de vraag of deze zorgen over toenemende polarisatie ook duiden op daadwerkelijk toenemende meningsverschillen of negatieve beelden van en gevoelens over mensen met een andere mening. De geschiedenis brengt enige relativering, polarisering is van alle tijden. Hoekse en Kabeljauwse twisten, staatsgezind en prinsgezind, rekkelijken en preciezen. En ook de socialist Schaper en CHU’er De Savornin Lohman konden er wat van,192 net als Den Uyl en Wiegel.193 Het SCP constateert dat tussen 1970 en 2013 de polarisatie over de gehele linie niet is toegenomen.194 Tegenover gevallen van polarisatie staan gedepolariseerde kwesties als euthanasie en inkomensnivellering, en dubbelzinnige polarisatietrends (minder extremen én meer blokvorming in de linksrechtszelfplaatsing). Verschillen tussen bevolkingsgroepen zijn op de meeste
190 Vergelijk Dekker (2022). 191 SCP (2022), p. 47 e.v. 192 Zie ook: Smerige bende! Dompers ben jullie - Obstructie van Schaper (1910) Parlement.com. 193 Zie ook: Politieke polarisatie die ergens over ging - Platform Overheid. 194 Dekker en Den Ridder (2014).
92
naar een sterkere democratie - signalement van de raad voor het openbaar bestuur
kwesties niet groter geworden. Recent onderzoek van Muis bevestigt dit beeld.195 Volgens haar zijn mensen op heel veel onderwerpen juist dichter naar elkaar toe gegroeid. Polarisatie als selffulfilling prophecy: de fixatie op polarisatie versterkt het idee dat we heel verschillend zijn, waardoor we vergeten hoeveel we gemeenschappelijk hebben. Kortom: politieke strijd en polarisatie hebben een positieve en negatieve bijklank. Waar politieke strijd en polarisatie oplopen en worden beheerst door een geest van onverdraagzaamheid en verbetenheid, kan dit ten koste gaan van waarden als tolerantie, gelijkwaardigheid, verscheidenheid en menselijke waardigheid.
195 Muis (2024).
93
naar een sterkere democratie - signalement van de raad voor het openbaar bestuur
94
naar een sterkere democratie - signalement van de raad voor het openbaar bestuur
bijlage III
Literatuurlijst
Acemoğlu, D. en Robinson, J.A. (2019). The Narrow Corridor. How Nations Struggle for Liberty. London: Penguin Ltd. Adams, M. en Witteveen, W. (2014). ‘Drie dimensies van de rechtsstaat’, in: Nederlands Juristenblad, 23 mei 2014, aflevering 20. Adviescommissie Versterken Weerbaarheid Democratische Rechtsorde (2023). Koester de democratie!, 2 november 2023. Akerboom, S. (2018). Between public participation and energy transition. The case of wind farms (diss. UvA). Amsterdam: Universiteit van Amsterdam. Algemene Rekenkamer (2017). Eerste Resultaten van de Wet inburgering 2013. Den Haag: Algemene Rekenkamer. Anker, M. van den (2023). Die overheid is er ook voor mij, in: F. van der Meer (red.), Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD) 2023: Bouwen aan vertrouwen. Den Haag: CAOP. Ankersmit, F.R. (1987). Politieke representatie. Betoog over de esthetische staat, in: Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden. Deel 102. Den Haag: Nederlands Historisch Genootschap 1987. Ashikali, T. en Kolvoort, S. (2019). Inclusief Leiderschap in de Publieke Sector. Leids Universiteits Fonds. Raadpleegbaar via inclusief-leiderschap-hand-out.pdf. Baiocchi, G. en Ganuza, E. (2016). Popular Democracy. The Paradox of Participation. Standford: Stanford University Press. Berge, L. van den (2020).
Responsief bestuursrecht, in: Maatwerk in het bestuursrecht: Preadviezen (VAR-reeks 164) (pp. 7-61). (Vereniging voor Bestuursrecht (VAR); Vol. 149). Den Haag: Boom Juridisch 2020. Binnema, H. en Michels, A. (2016). Loting en diversiteit. Te hoge verachtingen, in: G. Boogaard en A. Michels (red.), G1000 ervaringen met burgertoppen, Den Haag: Boom Bestuurskunde. Boogaard, G., Hendriks, F., Tiemeijer, W. en Verloo, N. (2024). Essaybundel burgerparticipatie op nationaal niveau. Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Braun, C. (2022). Ongekende Belangen. Over maatschappelijke democratie en bestuurlijke responsiviteit (oratie Leiden). Brink, J.E. van den (2023). De compensatiemaatschappij (oratie UvA). Amsterdam: Universiteit van Amsterdam. Burg, W. van der en Meer, T.W.G. van der (2017). Referenda in de praktijk. RM Themis, 2017/4. CBS (2023). Minste vertrouwen in Tweede Kamer in 10 jaar tijd. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek. Çelik, S. (2020). Meer vrouwen in het openbaar bestuur: lessen uit de publieke sector. In: Beleid en Maatschappij, 47(1). Çelik, S. (2023). Een blauwe familie voor iedereen: diversiteit en inclusie voor een beter politiekorps. In: Beleid en Maatschappij, 14(2).
95
naar een sterkere democratie - signalement van de raad voor het openbaar bestuur
Daas, R., Dam, G. ten, Dijkstra, A.B., Karkdijk, E.M., Naayer, H.M., Nieuwelink, H. en Veen, I. van der (2023). Burgerschap in Beeld. Burgerschapscompetenties en burgerschapsonderwijs in vergelijkend perspectief. Amsterdam: Amsterdam University Press. Dagevos, J. en Vermeulen, F. (2024). Is de politiek er voor iedereen? Een onderzoek naar ervaren representatie, institutioneel vertrouwen en politieke participatie bij personen met een migratieachtergrond. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. Dekker, P. (red.) (2022). Politieke polarisatie in Nederland. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. Dekker, P. en Ridder, J. den (2014). Polariseert Nederland? Ontwikkelingen in politiekculturele tegenstellingen, in: M. Bovens, P. Dekker en W.L. Tiemeijer (red.), Gescheiden werelden?: Een verkenning van sociaal-culturele tegenstellingen in Nederland (pp. 103129). Den Haag: SCP en WRR. Denktank Vereniging van Nederlandse Gemeenten (2013). Van eerste overheid naar eerst de burger. Over maatschappelijke initiatieven die de lokale overheid uitdagen. Den Haag: Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Denters, S.A.H. e.a. (2013). Burgerinitiatieven in Overijssel. Een inventarisatie. Overijssel: Provincie Overijssel. Driessen, E.M.M.A. (2024a). Stimulering en facilitering van burgerinitiatieven door de overheid.
Over de ‘dienende overheid’ in relatie tot derde generatie burgerparticipatie (diss. Leiden). Den Haag: Boom. Driessen, E.M.M.A. (2024b). De keuze is (te) reuze: over de keuze voor het juiste participatieinstrument. Nederland Rechtsstaat online. Raadpleegbaar via: Nederland Rechtsstaat. Driessen, E.M.M.A. (2025). De wet versterking participatie op decentraal niveau nader bekeken. Tijdschrift voor Constitutioneel Recht 2024, afl. 3. Dryzek, J. en Niemeyer, S. (2008). Discursive Representation, in: American Political Science Review, Volume 102, Issue 4. Elliott, K.J. (2023). Democracy for Busy People. Chicago: Chicago University Press 2023. EMMA, De Haagse Hogeschool, Universiteit Utrecht en Citisens (2023). Opkomst onder Rotterdammers. Onderzoek naar de lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022. Den Haag: EMMA. Fontein, F., Bernards, B. en Ashikali, T. (2023). Factsheet: politisering & inclusief leiderschap. Geraadpleegd via Scholarly Publications. Gemeente Amsterdam (2024). Evaluatie referendum hoofdgroenstructuur. Amsterdam: Gemeente Amsterdam. Gemeente Houten (2021). Naar een ruimer woningaanbod. Woonvisie Houten 2021-2030. Houten: Gemeente Houten. Habermas, J. (1981). Theorie des kommunikativen Handelns. Suhrkamp Verlag Gmbh. Harst, M. van der, Bredewold, F. en Tonkens, E. (2019).
Democratische legitimatie en duurzaamheid van burgerinitiatieven in zorg en welzijn. Utrecht: Universiteit voor Humanistiek. Hendriks, F. (2006). Vitale democratie. Theorie van democratie in actie. Amsterdam: Amsterdam University Press. Hendriks, F. (2018). Leidende principes voor bestuurlijke innovatie: Naar een robuust referentiekader. Bestuurswetenschappen, 2018/1. Hendriks, F. (2023). Rethinking democratic innovation: Cultural clashes and the reform of democracy. Oxford: Oxford University Press. Hendriks F. e.a. (2016). Bewegende beelden van democratie. Legitimiteitsmonitor Democratisch Bestuur 2015. Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
96
naar een sterkere democratie - signalement van de raad voor het openbaar bestuur
Honingh, M. en Ham, C. van (2024). Verkenning en verdieping democratische erosie en respons in Nederland. Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Huijsmans, T. (2023). Why some places don’t seem to matter: Socioeconomic, cultural and political determinants of place resentment. Electoral Studies, 83, Article 102622. Raadpleegbaar via ScienceDirect. Huijsmans, T., Mulder, L., Slageren, J. van, Alebeek, C. van, Berg, B. van den, Kempen, S., Rosmalen, M., Dam, G. ten, Meer, T. van der en Werfhorst, H. van de (2024). Democratische Kernwaarden in het voortgezet onderwijs. Universiteit van Amsterdam. Hurenkamp, M., Tonkens, E. en Duyvendak, J. (2006). Wat burgers bezielt. Een onderzoek naar burgerinitiatieven. Amsterdam/ Den Haag: Universiteit van Amsterdam / NICIS Kenniscentrum Grote Steden. I&O Research (2021). Ruimtelijke Koersachtergronden bij het referendum. Houten: Gemeente Houten. Inspectie van het Onderwijs (2016). Burgerschap op school. Een beschrijving van burgerschapsonderwijs en de maatschappelijke stage. Ippel, M. (2020). Het beginsel van de dienende overheid als grondslag voor responsief bestuursrecht; aanknopingspunten voor de bestuursrechter. Nederlands Tijdschrift voor Bestuursrecht, 2020/73. Irwin, G.A. en Andeweg, R.B. (1981). Politieke participatie en democratie, in: J.J.A. Thomassen (red.), Democratie. Theorie en Praktijk.
Alphen aan den Rijn/Brussel: Samson Uitgeverij. Jacobs, K.T.E., Klingeren, M. van, Kolk, H. van der, Krieken, K.H.J van der, Rooduijn, M. en Wagenaar, C.C.L. (2018). Het Wiv-referendum: Nationaal Referendum Onderzoek 2018. Nijmegen: Stichting Kiezersonderzoek Nederland en Radboud Universiteit Nijmegen. Karapetian, G. (2019). Morganatisch burgerschap (diss. Groningen). Deventer: Wolters Kluwer. Karapetian, G. (2024). ‘Er is een Staten-Generaal van het Koninkrijk’. Over voorstellen tot opheffing van het democratisch deficit in het Koninkrijk der Nederlanden. NJB, 2024/2584, afl. 39. Kranendonk, M., Mulder, L., Thijs, P., Wanders, F., Dam, G. ten, Meer T. van der en Werfhorst, H. van de (2019). De ontwikkeling van democratische kernwaarden. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam. Krieken, K.H.J. van der (2019). Winst of verlies: Het lokale referendum in Nederland 19062018 (diss. Tilburg University). Alblasserdam: Ridderprint. Kromhout, D.M. en Marseille, A.T. (2018). Responsief bestuursrecht in de veranderende publieke ruimte. Verslag van een op 15 juni 2018 gehouden VAR-studiemiddag. Nederlands Tijdschrift voor Bestuursrecht, 2018/60. Lijphart, A. (1984). Democracies: Patterns of Majoritarian and Consensus Government in Twenty-one Countries. New Haven: Yale University Press. Mair, P. (2009). Representative versus responsible government (MPIfG Working Paper, No. 09/8).
Cologne: Max Planck Institute for the Study of Societies. Meer, T. van der (2017). Niet de kiezer is gek. Amsterdam: Spectrum Meer, T. van der (2018). De politieke participatie-paradox, in: N.S. Efthymiou, J. Goossens en R. de Lange (red.), Democratie: nieuwe ontwikkelingen. Oisterwijk: Wolf Legal Publishers.
97
naar een sterkere democratie - signalement van de raad voor het openbaar bestuur
Meer, F.M. van der (2021). Openbaar bestuur en het ambtelijk apparaat: de gevolgen van een voorwaardenscheppende staat voor de publieke dienst in een multilevel governance systeem (Publicatiereeks overheid & arbeid nr. 51). Den Haag: CAOP. Michels, A., Hendriks, F. en Ham, C. van (2021). Democratische innovaties; een verkenning van de aanbodkant en de relevante criteria. Tilburg/Utrecht: REDRESS. Miller, D.I. (2000). Citizenship and National Identity. Polity Press. Ministerie van BZK (2019) met bijdragen van Liza Mügge, Zahra Runderkamp en Maria Kranendonk, Op weg naar een betere m/v-balans in politiek en bestuur. Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Ministerie van BZK (2023). Staat van bestuur 2022. Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Muis, Q. (2024). “Who are those people?”: Causes and consequences of polarization in the schooled society. Open Press Tilburg University. Nederlands Kiezersonderzoek (NKO). Voogd, R., Jacobs, K., Lubbers, M. en Spierings, N. (2024). De verkiezingen van 2023. Van Onderstroom naar Doorbraak: Onvrede en Migratie. SKON: www.dpes.nl. Nord, M., Altman, D., Angiolillo, F., Fernandes, T., Good God, A., and Lindberg, S.L. (2025). Democracy Report 2025: 25 Years of Autocratization – Democracy Trumped? University of Gothenburg: V-Dem Institute. NSOB (2022). Politiek is grenzenwerk.
Den Haag: Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. Ortlep, R. (2020). Referentiekader van waaruit wij het bestuursrecht bezien en waarderen. Juridische Berichten plus 2020/4. Pateman C. (1970). Participation and Democratic Theory. Cambridge: Cambridge University Press. Pitkin, H.F. (1967). The Concept of Representation. Berkeley/Los Angeles. Prange, M. (2024). Waarom we een auditieve democratie nodig hebben. Raadpleegbaar via Bij Nader Inzien. Raad van State (2023). Jaarverslag Raad van State 2022. Den Haag: Raad van State. Raad van State (2024). 70 jaar Statuut voor het Koninkrijk. Den Haag: Raad van State. Raad van State (2025). De waarde van democratie. Jaarverslag 2024. Den Haag: Raad van State. Raad voor de financiële verhoudingen (2014). Tussen betalen en bepalen. Publieke bekostiging van maatschappelijk initiatief. Den Haag: Raad voor de financiële verhoudingen. Regeerprogramma (2024). Uitwerking van het hoofdlijnenakkoord door het kabinet, 13 september 2024. Rienks, H. (2022). From preferences to policy: turnout, accountability and policy responsiveness in Dutch local government. [Thesis fully internal (DIV), University of Groningen]. University of Groningen, SOM search school. Rli, ROB en RV&S (2023). Elke regio telt! Een nieuwe aanpak van verschillen tussen regio’s.
Den Haag: Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, Raad voor het Openbaar Bestuur, Raad voor Volksgezondheid & Samenleving. ROB (2017). Democratie is méér dan politiek alleen. Burgers aan het roer in hun leefwereld. Den Haag: Raad voor het Openbaar Bestuur. ROB (2019). Jong geleerd, oud gedaan. Den Haag: Raad voor het Openbaar Bestuur. ROB (2020). Een sterkere rechtsstaat. Verbinden en beschermen in een pluriforme samenleving. Den Haag: Raad voor het Openbaar Bestuur. ROB (2022). Gezag herwinnen. Den Haag: Raad voor het Openbaar Bestuur.
98
naar een sterkere democratie - signalement van de raad voor het openbaar bestuur
ROB (2024). Wegingskader goed openbaar bestuur. Den Haag: Raad voor het Openbaar Bestuur. Sartori, G. (1962). Democratic Theory. Detroit: Wayne University Press. Scheltema, M. (1989). De rechtsstaat, in: J.W.M. Engels e.a. (red.), De rechtsstaat herdacht. Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink. Schumpeter, J.A. (1943). Capitalism, Socialism and Democracy. Londen: Allen & Unwin. Schuyt, K. (2013). Wensen en noden; de verzorgingsstaat gezien als historisch fenomeen (2e Van Doornlezing). SCP (2015). Meer democratie, minder politiek? Een studie van de publieke opinie in Nederland. Den Haag: Sociaal Cultureel Planbureau. SCP (2019). Continu onderzoek burgerperspectieven 2019 | 1. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. SCP (2022). Continu onderzoek burgerperspectieven 2022 | 2. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. SCP (2023a). Continu onderzoek burgerperspectieven 2023 | 1. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. SCP (2023b). Continu onderzoek burgerperspectieven 2023 | 2. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. SCP (2023c). Continu onderzoek burgerperspectieven 2023 | 3. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. SCP (2024a). Burgers over democratie en rechtsstaat. Kennisnotitie voor de Staatscommissie rechtsstaat. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. SCP (2024b). Continu onderzoek burgerperspectieven 2024 | 2. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. SCP (2025).
Continu onderzoek burgerperspectieven 2025 | 1. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. SCP en Radboud Universiteit Nijmegen (2021). Draagvlak voor het burgerforum Een verkenning van de Nederlandse publieke opinie. Den Haag en Nijmegen: Sociaal Cultureel Planbureau en Radboud Universiteit Nijmegen. SER Diversiteit in Bedrijf (2020). Van culturele diversiteit naar inclusie. Den Haag: SociaalEconomische Raad. Staatscommissie parlementair stelsel (2018). Lage drempels, hoge dijken. Democratie en rechtsstaat in balans. Eindrapport van de staatscommissie parlementair stelsel. Den Haag: Staatscommissie parlementair stelsel. Steenvoorden, E. (2018). Maatschappelijk onbehagen: Bron van boosheid?, in: Sarah L. de Lange & Jasper Zuure (red.), #WOEST, de kracht van verontwaardiging. Den Haag/ Amsterdam: Raad voor het Openbaar Bestuur / Amsterdam University Press. Steenvoorden, E. (2023). Woorden zeggen meer dan cijfers. Uiteenlopende betekenissen van (gebrek aan) politiek vertrouwen onder sociale groepen in Nederland. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam. Thijn, E. van (1991). Democratie als hartstocht: Commentaren en pleidooien 1966-1991. Amsterdam: Van Gennep. Thorbecke, J.R. (1869). Parlementaire redevoeringen 1840-1866 (zes delen). Narede (opgenomen in deel V). Ilmenau. Tjeenk Willink, H.D. (2023).
Brief aan de voorzitter en de leden van de Staatscommissie Rechtsstaat, 13 augustus 2023. Tonkens, E. (2006). De bal bij de burger. Burgerschap en publieke moraal in een pluriforme dynamische samenleving (oratie UvA). Amsterdam: Vossiuspers.
99
naar een sterkere democratie - signalement van de raad voor het openbaar bestuur
Tonkens, E. (2015). Vijf misvattingen over de participatiesamenleving (Afscheidsrede bijzonder hoogleraar Actief Burgerschap UvA). Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken, 2015/1. Tonkens, E. en Verhoeven, I. (2011). Bewonersinitiatieven: proeftuin voor partnerschap tussen burgers en overheid. Een onderzoek naar bewonersinitiatieven in de Amsterdamse wijkaanpak. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam. Tyler, T.R. (1990). Why people obey the law. New Haven, CT: Yale Univ. Press. Veenendaal, W. (2024a). Hoe democratisch is ons Koninkrijk? Nieuwe leerstoel van ministerie voor Leidse Politicoloog. Raadpleegbaar via Universiteit Leiden. Veenendaal, W. (2024b). Het democratisch tekort in het Koninkrijk: voor- en nadelen van drie mogelijke oplossingen. Raadpleegbaar via StukRoodVlees. Vermeulen, F. (2023). Hoe divers zijn de Nederlandse gemeenteraden? Amsterdam: Universiteit van Amsterdam. Visscher, K., Hurenkamp, M. en Tonkens, E. (2024). Witte vlekken in democratische vernieuwing Een literatuuronderzoek naar het ontwerp van democratische vernieuwingen. Amsterdam: Universiteit voor Humanistiek. Vollaard, H., Blok, L. de, Ridder, J. den en Jansen, G. (red.) (2022). De lokale niet-stemmer. Een analyse van de lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022. Utrecht: Universiteit Utrecht/SKON. Voogd, J. de en Cuperus, R. (2021). Atlas van Afgehaakt Nederland.
Over buitenstaanders en gevestigden. Raadpleegbaar via Atlas van Afgehaakt Nederland | Kennisbank Openbaar Bestuur. Vulpen, B. van (2023). Politics out of place: understanding the geography of discontent in the Netherlands from a spatial justice perspective. University of Groningen. Waal, T. de (2018). Voorwaardelijk burgerschap, in: Sarah L. de Lange & Jasper Zuure (red.), #WOEST, de kracht van verontwaardiging. Den Haag/Amsterdam: Raad voor het Openbaar Bestuur / Amsterdam University Press. Wagenaar, C.C.L. (2023a). Meer dan een noodrem: hoe kunnen we referenda constructiever inrichten?. De Hofvijver, 13(142). Raadpleegbaar via Montesquieu Instituut. Wagenaar, C.C.L. (2023b). Amending and Extending Referendum Ballots. Innovations in Referendum Literature and Practice. Politics of the Low Countries, 2023/1. Wessel, M. van (2011). Hoezo luistert de overheid (niet)? Burgerperspectieven op overheidsresponsiviteit. Ministerie van BZK - Bureau Verkenningen en Onderzoek / Wageningen Universiteit. Westerweel, J. (2021). Lokale democratische innovatie. Een juridische analyse. Deventer: Kluwer. WRR (2013). Naar een lerende economie. Den Haag: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. WRR (2023). Grip. Het maatschappelijk belang van persoonlijke controle. Den Haag: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.