CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Inkomend - Rijksoverheid - Rapport De lokale niet-stemmer 2022

Informatiebijeenkomst 14 oktober 2022, gemeente VlissingenBij agendapunt: Stukken54.388 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

5.3 De mogelijke invloed van de oorlog in Oekraïne Voor aanvang van de verkiezingen vroegen politieke duiders zich af wat het effect zou zijn van de oorlog in Oekraïne op de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen. Het kon twee kanten op. Enerzijds kon de oorlog juist het belang van een democratie en het recht van een vrije stem benadrukken. Daardoor zou het burgers juist kunnen motiveren om zich wel naar de stembus te begeven bij de lokale verkiezingen. Anderzijds werd het nieuws, sinds de inval van het Rusland, gedomineerd door verslaggeving over de oorlog. Hierdoor was er minder aandacht in de landelijke media voor de gemeenteraadsverkiezingen en waren de lokale verkiezingscampagnes relatief bescheiden. Dit zou ertoe kunnen hebben geleid dat Nederlanders minder op de hoogte waren van de aanstaande verkiezingen, of deze als minder belangrijk ervaarden. Uit de wetenschappelijke literatuur besproken in hoofdstuk 2 bleek al dat stemmen (onder andere) een kwestie is van een afweging tussen de kosten en de baten. In de kwantitatieve analyses van hoofdstuk 3 zagen we dat zowel informatie over de verkiezingen (kosten) als een hoge mate van relevantie van het gemeentebestuur (baten) de kans op niet-stemmen verkleinde.

Een hogere waardering van de democratie en vrije verkiezingen, als gevolg van het uitbreken van de Oekraïne-oorlog, zou de ervaren baten van het stemmen kunnen hebben vergroot. Tegelijkertijd kan een gebrek aan informatie en mediaberichtgeving als gevolg van de oorlog er ook toe hebben geleid dat de kosten van het stemmen hoger waren, doordat inwoners meer moeite moesten doen om zichzelf te informeren. Kortom, de oorlog in Oekraïne kan zowel op de ervaren kosten als op de baten van het stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 invloed hebben gehad.

5.3.1 Plichtsbesef en democratie belangrijk voor stemmers, maar dat was eerder ook zo Het eerste perspectief, over de toegenomen waardering voor de democratie, onderzoeken we door te kijken naar de belangrijkste redenen voor stemmers om wél naar de stembus te gaan. Nederlanders voor vier redenen aangeven hoe belangrijk deze was bij hun keuze (zie tabel 5.2). De belangrijkste redenen voor burgers om te gaan stemmen was het plichtsbesef als burger en de wil om bij te dragen aan de lokale democratie. Voor 88 procent was het plichtsbesef een belangrijke reden, waarvan voor 45 procent dit zelfs een heel erg belangrijke reden was. Daartegenover was voor 84 procent de wil om bij te dragen aan de lokale democratie (ook) een belangrijke reden om een stem uit te brengen bij de gemeenteraadsverkiezingen, en voor 33 procent zelfs heel erg belangrijk. Omdat deze vraag niet in een eerder Lokaal Kiezersonderzoek is gesteld, kunnen we echter niet zeggen of plichtbesef en bijdragen aan de lokale democratie in 2022 belangrijker zijn dan voorheen, noch of dat het gevolg is van de oorlog. Plichtsbesef en het belang van democratie en vrije verkiezingen bleken eerder, in ander onderzoek, immers ook een belangrijke motivatie om naar de stembus te gaan. 142 Kortom, wel-stemmers hechtten veel belang aan de plicht als burger om te gaan stemmen en de lokale democratie.

Of dit gepercipieerde belang is toegenomen door de oorlog in Oekraïne kunnen we niet zeggen op basis van de data.

Tabel 5.2 – belangrijkste redenen om wel te gaan stemmen Reden Mijn mening over een politieke kwestie in mijn gemeente Mijn plichtsbesef als burger Het belang van de gemeente voor mijn dagelijkse leven Mijn wil om bij te dragen aan de lokale democratie Bron: LKO 2022

Belangrijk 61% 88% 76% 84%

142 J. van Ostaaijen, L. de Brouwer, D. Jacobs, en S. van Zuydam (2018) ‘Ik weet niet wat ze doen, joh’ Een verkenning van de

(Brabantste) niet-stemmer) (Tilburg: Tilburg University); H. Binnema en H. Vollaard (2020), Provinciale en waterschapsverkiezingen: Van tweede orde’, in H. Vollaard et al., Meer zicht op het democratisch middenbestuur: Het kiezersonderzoek in provincies en waterschappen van 2020 (Den Haag: BZK), 27

De lokale niet-stemmer | 54

5.3.2 Minder media-aandacht in 2022, maar niet minder (lokale) politieke interesse Het tweede perspectief op de invloed van de Oekraïne-oorlog op de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen stelt juist dat mensen minder geneigd waren om te gaan stemmen omdat er in de media minder aandacht was voor de gemeenteraadsverkiezingen. Een eerste verkenning van het media-aanbod in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen lijkt dit perspectief te bevestigen. In die 28 dagen voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 zijn 3.290 krantenartikelen te vinden over de gemeenteraadsverkiezingen. Dit betreffen zowel landelijke als lokale kranten, en de resultaten zijn gevonden via de Lexis Nexis-database. In 2018 zijn er 4.512 krantenartikelen te vinden over de gemeenteraadsverkiezingen in de 28 dagen voorafgaand aan de verkiezingsdag. Kortom, er leek inderdaad in 2022 minder aandacht te zijn in de media (-27 procent) voor de gemeenteraadsverkiezingen in vergelijking met eerdere verkiezingsjaren. Een lager (landelijk of lokaal) media-aanbod en de verminderde aanwezigheid van landelijke politieke kopstukken in de aanloop naar de verkiezingen 143 kan effect hebben op de opkomst. Uit internationaal onderzoek blijkt immers dat media-aandacht en campagneactiviteiten (en het geld dat daaraan wordt gespendeerd) samenhangt met een hogere opkomst (zie hoofdstuk 2).

Als er minder aandacht is voor de verkiezingen, kan het zijn dat mensen niet weten dat er verkiezingen zijn, het belang van de verkiezingen onvoldoende over het voetlicht komt of dat het onvoldoende duidelijk wordt welke partijen en kandidaten meedoen en waar zij voor staan. Voor gemeenteraadsverkiezingen is er in Nederland altijd al minder aandacht dan voor Tweede Kamerverkiezingen – en het lokale aspect ervan komt in landelijke media sowieso minder goed over het voetlicht, maar de oorlog zou in 2022 op dit punt nog een extra duit in het zakje gedaan kunnen hebben. Als dat zo is, dan blijkt het in ieder geval geen gevolg te hebben gehad voor de mate waarin burgers het idee hadden dat ze wisten wat er speelde de gemeente (figuur 5.1). Nederlanders waren in 2022 niet minder bekend met de belangrijkste kwesties in de gemeente dan in 2018. Sterker nog, we zien een grotere groep in 2022 die aangeeft (goed) te weten wat er speelt (33 procent versus 25 procent). Tegelijkertijd is er ook nog een grote groep die een minder goed idee heeft van de belangrijkste lokale kwesties, maar deze groep is aanzienlijk kleiner in vergelijking met 2018 (28 procent vs. 42 procent). Kortom, ondanks dat er wellicht minder media-aandacht was voor de gemeenteraadsverkiezingen, hadden burgers wel een redelijk idee van hoe het er in hun gemeente aan toe gaat.

Figuur 5.1 - bewustzijn belangrijkste kwesties in de gemeente (in procenten)

Ik heb een goed idee van de belangrijkste politieke kwesties in onze gemeente. 2018

42

2022

33

28 0

10

25

39 20

30

40

(zeer) oneens

33 50

eens noch oneens

60

70

80

90

(zeer) eens

Bron: LKO 2018 & 2022

143 Zo zegden bijvoorbeeld de landelijke politieke leiders van VVD, D66 en CDA een deel van hun campagne- en media-

activiteiten af na het uitbreken van de oorlog op 24 februari 2022, zie o.a. De Telegraaf, 5 maart 2022. De lokale niet-stemmer| 55

100

Daarnaast kijken we ook naar de interesse in de (lokale) politiek. 144 Het is denkbaar dat het gebrek aan mediaaandacht (of de aanhoudende coronacrisis en het gebrek aan vertrouwen waarover we het hierna zullen hebben), hebben gezorgd voor verminderde interesse in de lokale en nationale politiek. Ook dat blijkt niet het geval. Figuur 5.2 toont de mate van politiek interesse in de lokale en de nationale politiek voor alle Nederlanders, en voor stemmers en niet-stemmers afzonderlijk. De interesse in de lokale politiek is niet erg hoog: ongeveer 51 procent geeft aan hierin geen interesse te hebben. Voor de nationale politiek is dat 41 procent. De mate van interesse in de lokale en nationale politiek is tussen 2018 en 2022 nagenoeg stabiel. De groep niet-stemmers uit 2022 is niet minder geïnteresseerd dan de groep niet-stemmers in 2018.

Figuur 5.2 – Verdeling politieke interesse lokale en nationale politiek (2018 & 2022, in procenten)

Interesse in politiek

2018

nationaal

Niet geïnteresseerd totaal stemmers

lokaal nationaal

48

27

35

51 33

4

60

7

75

totaal

6

44

niet-stemmers

47

23

12

59

18

59

totaal

2

24

41

niet-stemmers

niet-stemmers

15

59

stemmers

stemmers

11

59

niet-stemmers

stemmers

Zeer geïnteresseerd

41

totaal

lokaal

2022

Tamelijk geïnteresseerd

35

50

6

45

31

5

61 71

9 27

1

Bron: LKO 2018 & 2022

De interesse in de lokale politiek hangt sterk samen met opkomstgedrag: niet-stemmers hebben veel minder interesse dan stemmers. 145 Dit bleek al uit hoofdstuk 3, waar interesse in de lokale of in de landelijke politiek de kans om lokaal niet te gaan stemmen significant verkleinde. De rol van lokale politieke interesse was hierbij groter dan voor landelijke politieke interesse. Wanneer we nog eens goed kijken naar de samenhang tussen interesse in de lokale politiek en het wel of niet stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen zien we dat 14 procent van de variatie in opkomst verklaard kan worden door de mate waarin iemand wel of niet geïnteresseerd is in de gemeentepolitiek. 146 Deze samenhang tussen stemmen en lokale politiek interesse was even sterk in

144 Idealiter hadden we ook informatie over het gepercipieerde belang van de (lokale) verkiezingen. Echter, omdat de

vragenlijst van het Lokaal Kiezersonderzoek in het najaar van 2021 al samengesteld is en er is geprobeerd om continuïteit tussen de verschillende lokale kiezersonderzoeken te bewaren, is een dergelijke vraag niet gesteld. 145 G. Jansen en M. Boogers (2019), Opkomst en Stemgedrag, in G. Jansen en B. Denters (red.), Democratie dichterbij: Lokaal Kiezersonderzoek 2018, 9-17, https://kennisopenbaarbestuur.nl/media/255923/lokaal-kiezersonderzoek-2018democratie-dichterbij.pdf 146 r = 0,37, r2 = 0,14. Partiële correlatie, gecontroleerd voor leeftijd, geslacht, opleidingsniveau en inkomen.

De lokale niet-stemmer | 56

2018, wat betekent dat een gebrek aan politieke interesse dit jaar niet een belangrijkere verklaring was voor niet-stemmen dan in eerdere jaren (zie ook sectie 3.4). Kortom, het Lokaal Kiezersonderzoek en de aanvullende vragenlijst onder niet-stemmers stelde ons in staan om, op een indirecte manier, de verwachting dat de oorlog in Oekraïne invloed heeft gehad op de opkomst te toetsen. Om respondenten niet te sturen in hun antwoorden hebben we respondenten niet direct gevraagd naar de ervaren invloed van de Oekraïne-oorlog op de stemmotivaties. Wel hebben we ze de mogelijkheid gegeven om, via open antwoorden, eventueel de oorlog te noemen als belangrijke factor (zie sectie 5.5: Thuisblijvers zelf aan het woord, dit hoofdstuk). Uit het kwantitatieve deel blijkt in ieder geval niet dat verminderde media-aandacht heeft gezorgd voor een daling in de politieke interesse of verminderd besef van wat er in de gemeente speelt. Voor burgers die wel zijn gaan stemmen waren het plichtsbesef als burger en de wil om bij te dragen aan de lokale democratie belangrijke beweegredenen, maar dat was in eerder ook het geval.

5.3 De mogelijke invloed van corona Een tweede veelgehoorde verklaring voor de lagere opkomst betreft de rol van de Covid-19-pandemie. De pandemie betrof bijna de helft van de afgelopen raadsperiode en het virus zorgde voor grote beleidsmatige en politieke uitdagingen. Tegelijkertijd maakte de lockdowns het lastiger voor lokale ambtsdragers om contact te leggen met burgers. Het kan goed zijn dat de tevredenheid met de Covid-19-aanpak van de gemeente en/of een verminderd contact tussen burgers en vertegenwoordigers invloed hebben gehad op de motivatie van burgers om te gaan stemmen. Daarnaast had de Covid-19-pandemie ook nog zeer directe consequenties voor de opkomst, omdat sommige burgers niet in staat waren zich naar de stembus te begeven vanwege een infectie of quarantaine. We onderzoeken het corona-effect door te kijken naar de tevredenheid met de covid-19-aanpak, de mate van contact tussen burgers en lokale ambtsdragers, en naar de beweegredenen van niet-stemmers om thuis te blijven. Om te beginnen met de tevredenheid met de covid-19-aanpak. We vroegen kiezers hoe tevreden ze waren met wat de regering, de gemeente en de burgemeester afgelopen jaar had gedaan in reactie op de coronapandemie. Men kon antwoord geven op een 11-puntsschaal waarbij een 0 stond voor heel erg ontevreden en 10 voor heel erg tevreden.

Gemiddeld beoordeelden Nederlanders het coronabeleid van de regering met een 5,2, het gemeentelijke beleid met een 5,5 en de aanpak van de burgemeester een 5,3. Met andere woorden, Nederlanders waren gemiddeld tevredener over de corona-aanpak van de gemeente, maar de tevredenheid was voor geen van de instanties zeer hoog. Daarbij moet wel gezegd worden dat 37 procent van de respondenten aangaf niet voldoende te weten van de aanpak van de burgermeester om deze te beoordelen, en 23 procent wist te weinig van de aanpak van de gemeente. Dit percentage lag veel lager voor de nationale aanpak. Slechts 9 procent van de Nederlanders kon de aanpak van de regering niet beoordelen. Door de lockdowns maar ook de urgente corona-politiek op het gemeentehuis waren gemeenteraadsleden de afgelopen twee jaar minder in staat om contacten te leggen met inwoners. Het kan dus goed zijn dat raadsleden hierdoor minder zichtbaar waren. Om dit te onderzoeken vergelijken we het politieke contact tussen inwoners en de gemeenteraad in 2022 met dat contact in 2018. De vraagformulering wijkt iets af, waardoor een perfecte vergelijking niet mogelijk is. We vroegen Nederlanders of zij, in de voorafgaande vijf jaar, onder andere contact hadden gelegd met een gemeenteraadslid, een inspraakavond hadden bezocht of een raadsvergadering hadden bijgewoond (meerdere antwoorden waren mogelijk).

Wanneer we deze antwoorden vergelijken met de mate van politieke participatie in 2018, zien we dat burgers in 2022 niet mínder politiek actief waren (zie tabel 5.3). Alhoewel het overgrote deel van de Nederlanders ook in 2022 geen politieke activiteiten op het lokale niveau ondernomen heeft, is deze groep kleiner dan in 2018 (76 procent vs. 87 procent). Daarnaast zien we dat iets meer mensen in de jaren voorafgaand aan 2022 contact hebben gehad met een raadslid, wethouder, burgemeester of ambtenaar. Ook zien we een verdubbeling in het aantal burgers dat een inspraakavond van de gemeente bezocht of een initiatief of petitie over een lokale kwestie tekende, al blijven de percentages klein (minder dan 10 procent). Kortom, vanuit het perspectief van de burgers was er meer contact met het lokale bestuur in 2022 dan in eerdere jaren. De lokale niet-stemmer| 57

Tabel 5.3 - Lokale politieke activiteiten in afgelopen 5 jaar (in procenten) 2018 2022 Contact gelegd met gemeenteraadslid, wethouder of burgemeester* 4 7 Contact gelegd met een ambtenaar 9 Contact gelegd met andere inwoners en organisaties 7 Gemeenteraadsvergadering(en) bezocht 2 2 Inspraakavond(en) van uw gemeente bezocht 4 6 Lidmaatschap van een politieke partij 3 3 Actief in lokale actiegroep 1 1 Initiatief of petitie getekend over lokale kwestie 4 8 Contact opgenomen met krant, radio of tv 1 1 Contact opgenomen met politieke partij in gemeente 1 2 Geen van bovenstaande 87 76 * in 2018 was de formulering van de vraag: contact gelegd (via een afspraak, gesprek of in brief) met een gemeenteraadslid, wethouden, burgemeester of ambtenaar. Bron: LKO 2018 & 2022

Wanneer we kijken naar de mate waarop er op een persoon werd gestemd in 2022 in plaats van op een politieke partij zien we ook geen afname in vergelijking met 2018, terwijl dit volgens het coronaperspectief wel te verwachten was. Immers wanneer raadsleden minder zichtbaar zijn geweest, is er minder bekendheid van individuele raadsleden en zou het aantal voorkeursstemmen dalen. In 2018 stemde 46 procent op de lijsttrekker van een partij, en 54 procent op een andere kandidaat. Van hen die op de lijsttrekker stemden, ging het voor slechts 4 procent om het daadwerkelijk steun geven aan de lijsttrekker, de rest steunde de partij. Samengenomen stemde in 2018 58 procent op een specifieke kandidaat. In 2022 stemde iets meer mensen op de lijsttrekker: 53 procent stemde op de lijsttrekker, en 47 procent op een andere kandidaat. Van hen die op de lijsttrekker stemden, deed 16 procent dit om steun te betuigen aan de lijsttrekker zelf (in plaats van de partij in het algemeen). Kortom, in 2022 stemden in totaal 63 procent van de wel-stemmers op een kandidaat, meer dan in 2018, maar het aantal stemmen voor andere kandidaten dan de lijsttrekker was wel lager. In het kader van de zichtbaarheid van de gemeenteraad vroegen we burgers ook hun gemeenteraadsleden te evalueren.

We vroegen burgers hoe tevreden ze waren met de manier waarop raadsleden in hun gemeente hun rol als volksvertegenwoordiger in de afgelopen jaar hebben vervuld op een schaal van 0 tot 10, waar 0 stond voor heel erg ontevreden en 10 voor heel erg tevreden. Deze vraag is ook in 2018 gesteld, wat ons in staat stelt om een vergelijking te trekken over tijd.147 Waren burgers in “normale tijden” tevredener over het functioneren van hun raadsleden? In 2018 gaven Nederlanders hun tevredenheid met de raadsleden gemiddeld een 5,3. De tevredenheid nam iets toe in de afgelopen regeerperiode, in 2022 gaven Nederlanders het functioneren van hun raadsleden een 5,5.148 Als laatste kijken we nog naar de zichtbaarheid van het gemeentebestuur in het algemeen. We vroegen burgers hoeveel invloed de beslissingen van de gemeentebestuur heeft op hun degelijks leven, en vergelijken dit met de antwoorden in 2018 (weergegeven in figuur 5.3). Wat opvalt is dat, in de afgelopen vier jaar, de gepercipieerde invloed van het gemeentebestuur juist is toegenomen. Zo gaf in 2018 36 procent van de Nederlanders aan dat het bestuur weinig of geen invloed had op hun dagelijks leven, tegenover slechts 33 procent in 2022. Met name het aandeel dat aangeeft dat het gemeentebestuur enige invloed heeft op de persoonlijke leefomgeving is toegenomen, van 48 procent naar 55 procent.

147 Een kanttekening hierbij is wel dat in 2022 ook de optie “weet ik niet” als antwoord categorie is aangeboden. Dit was in

2018 niet het geval. In 2022 koos 44 procent van de respondenten voor deze optie. 148 Wel is er iets meer variatie in antwoorden in 2022 dan in 2018, met een standaard afwijking van 2 in 2022 en 1,7 in 2018.

De lokale niet-stemmer | 58

Figuur 5.3 – invloed beslissingen gemeentebestuur op het dagelijks leven (in procenten

2018

14

2022

22

10

0%

48

23

10%

20%

16

55

30%

Nauwelijks/geen invloed

40%

50%

Weinig invloed

60%

12

70%

Enige invloed

80%

90%

100%

(Zeer) veel invloed

Bron: LKO 2018 & 2022

Als laatste is het interessant om nog even terug te blikken naar hoofdstuk 3. Daar bleek dat, wanneer we de verklaringen voor niet-stemmen in 2018 en in 2022 naast elkaar legden, de ervaren relevantie van het gemeentebestuur in beiden jaren een belangrijkere factor was voor individuele opkomst. Wie dacht dat het gemeentebestuur invloed had op zijn/haar dagelijks leven, had minder kans om niet te gaan stemmen. In beide jaren speelde ook de tevredenheid met het gemeentebestuur een rol bij de opkomst, maar op verschillende manieren. Wie in 2018 tevredener was over de daadkracht van het gemeentebestuur was eerder geneigd thuis te blijven, terwijl in 2022 een positief oordeel over de aanpak van de belangrijkste lokale problemen door het gemeentebestuur juist leidde tot een hogere stemkans. Kortom, de pandemie heeft niet geleid tot een minder zichtbaar gemeentebestuur in de ogen van burgers. De contacten met de gemeenteraad zijn zelfs iets toegenomen, net als de tevredenheid met het functioneren van de gemeenteraadsleden en de ervaren invloed van het gemeentebestuur op het dagelijks leven. In 2022 zorgde zowel een hoge mate van tevredenheid met het functioneren van de raadsleden als ervaren invloed ervoor dat inwoners zich eerder naar de stembus begaven.

5.4 De mogelijke invloed van het lage vertrouwen in de politiek De laatste veelgenoemde verklaring voor de lagere opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 is een gebrek aan vertrouwen in de nationale en lokale instituties. Om dit perspectief verder te onderzoeken, vergelijken we de mate van politiek vertrouwen van Nederlanders in 2022 met de mate van politiek vertrouwen in 2018 en 2016. Dit doen we aan de hand van de vraag “Wilt u voor elk van de volgende personen/instellingen aangeven in hoeverre u daar vertrouwen in hebt?”. Voor verschillende politieke instellingen op het lokale, nationale en Europese niveau kon men aangeven of ze er helemaal geen (1), niet zo veel (2), tamelijk veel (3), of heel veel vertrouwen (4) in hebben. Vaak wordt het algemeen politiek vertrouwen gemeten aan de hand van het gemiddelde vertrouwen in verschillende politieke instituties. Zo meten we het vertrouwen in de lokale politiek met het gemiddelde vertrouwen in de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders, en het vertrouwen in de nationale politiek aan de hand van het gemiddelde vertrouwen in de regering en het parlement. Figuur 5.4 geeft per jaar het gemiddelde vertrouwen weer op het lokale en het nationale niveau. Houdt hierbij rekening dat een 2 “niet zo veel” vertrouwen betekent en een 3 “tamelijk veel”.

In alle jaren schommelt het vertrouwen lokaal en nationaal tussen een 2 en een 3, waarbij het vertrouwen in de lokale politieke instituties structureel hoger is dan in de nationale. We zien daarbij dat het politiek vertrouwen in 2022 iets lager lag in vergelijking met 2018, maar niet heel veel lager dan in 2016.

De lokale niet-stemmer| 59

Figuur 5.4 – Gemiddeld politiek vertrouwen 4

3 2,4

2,5

2,5

2,6 2,3

2,6

2

1 2016

2018 Nationaal

2022 Lokaal

Bron: LKO 2016, 2018 & 2022 Wanneer we alleen naar het vertrouwen in de gemeenteraad kijken, zien we ook slechts kleine verschuivingen. Figuur 5.5 geeft de verdeling in het vertrouwen in de gemeenteraad weer in 2016, 2018 en 2022. Er vallen twee dingen op. Allereerst geven in 2022 meer mensen aan dat ze niet weten hoeveel vertrouwen ze hebben in de gemeenteraad, in vergelijking met eerdere jaren (19 procent in 2022, 15 procent in 2018). Ten tweede zien we dat deze toename in onbekendheid vooral ten koste gaat van het percentage vertrouwende kiezers. In 2018 had 53 procent tamelijk veel of heel veel vertrouwen in de gemeenteraad, terwijl in 2022 dit 48 procent van de Nederlanders betrof. Tegelijkertijd zien we een kleine stijging in het aantal Nederlanders met weinig of geen vertrouwen, van 32 procent naar 34 procent. Kortom, we zien in 2022 een kleine afname in het aantal Nederlanders met vertrouwen in de gemeenteraad en een kleine toename in het aantal Nederlanders dat aangeeft het niet te weten.

Figuur 5.5 - Vertrouwen in de gemeenteraad (in procenten) Helemaal geen

Niet zo veel

Tamelijk of heel veel

2016

6

35

2018

4

28

53

2022

4

29

48

Weet niet

47

12

15

19

Bron: LKO 2016, 2018 & 2022 Wederom is het hier interessant om even terug te blikken naar hoofdstuk 3, waarbij we de verklaringen voor niet-stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 en 2022 naast elkaar legden. Hieruit bleek dat in beide jaren het vertrouwen in de lokale politiek een significante rol speelde voor de kans dat iemand thuisbleef. Echter zagen we weinig verschillen tussen de twee verkiezingsjaren: politiek wantrouwen was dit jaar niet een veel belangrijkere verklaring voor niet-stemmen dan eerder. Dit blijkt ook als we nog specifiek naar de samenhang kijken tussen lokaal politiek vertrouwen en opkomst. In 2022 kon 6 procent van de variatie in opkomst verklaard

De lokale niet-stemmer | 60

worden door de mate waarin iemand wel of geen vertrouwen had in de lokale politieke instituties, in 2018 was dit 4 procent. Kortom, Nederlanders hadden in 2022 niet veel minder vertrouwen in de lokale en nationale politiek in vergelijking met de gemeenteraadsverkiezingen van 2018. Daarnaast was de mate van politiek vertrouwen dit jaar niet doorslaggevender voor de opkomst dan eerdere jaren.

5.5 Thuisblijvers aan het woord Hierboven keken we met gesloten enquêtevragen uit het LKO en de aanvullende niet-stemmersenquête naar de mogelijke invloed van het lage vertrouwen, de oorlog in Oekraïne en de coronapandemie op de beslissing om wel of niet te gaan stemmen. Dat moest soms op een tamelijk indirecte manier, omdat in het LKO geen indicatoren waren opgenomen die de mechanismen waarin we geïnteresseerd zijn direct in kaart brengen, en omdat we het niet zinvol vinden om niet-stemmers te vragen naar hun eigen inschatting van de invloed van corona, de oorlog en het lage vertrouwen zonder hun antwoorden te kunnen vergelijken met die van stemmers. Een andere manier om te kijken naar de invloed van vertrouwen, de oorlog en corona, is om direct aan thuisblijvers te vragen waarom zij niet naar de stembus gingen.149 Dat gebeurde in het reguliere LKO van 2022 met een gesloten vraag, en in de niet-stemmersenquête onder niet-stemmers met een open vraag.

Tabel 5.4– Belang van redenen om niet te stemmen150 Ik was niet in de gelegenheid om te stemmen Ik wist niet op welke partij ik zou moeten stemmen Ik heb geen vertrouwen in de lokale politiek Ik voel mij niet vertegenwoordigd door de gemeenteraad Ik stem uit principe niet Ik ben niet geïnteresseerd Bij ons in de gemeente zijn er geen aansprekende politici De gemeenteraad begrijpt de problemen in mijn gemeente niet De partij waar ik op zou willen stemmen deed niet mee Het gaat toch wel goed met de gemeente Bron: LKO 2022

Procent 25 24 17 17 16 15 11 11 7 6

Voordat we uitgebreid ingaan op die open vraag, bespreken we eerst kort de uitkomsten van een gesloten vraag naar motieven om thuis te blijven. Niet-stemmers kregen tien redenen voorgelegd met de vraag hoe belangrijk deze reden voor hen waren bij de keuze om niet te gaan stemmen. Tabel 5.4 toont per reden het percentage niet-stemmers dat aangaf dat het voor hen een belangrijke overweging was. Naast praktische motieven (ik was niet in de gelegenheid), geven mensen aan dat ze moeite hebben om te kiezen (ik wist niet op welke partij, er zijn geen aansprekende politici, mijn partij deed niet mee). Ook redenen die te maken hebben met het vertrouwen in de lokale politiek en lokale vertegenwoordiging worden vaak genoemd (ik heb geen vertrouwen, ik voel me niet vertegenwoordigd, de gemeente begrijpt belangrijke problemen niet). Andere mensen gaan uit principe niet stemmen, of geven aan dat ze geen interesse hebben.

149 Dat heeft natuurlijk ook beperkingen, onder andere omdat we dit pas in juni 2022 vroegen en de verkiezingen in maart

waren; of omdat mensen niet altijd goed onder woorden kunnen brengen wat voor hun een (doorslaggevende) rol speelden. 150 Vraag: ‘Hoe belangrijk zijn de volgende redenen voor u geweest om niet te gaan stemmen?’ Getoond zijn percentages heel erg belangrijk. De lokale niet-stemmer| 61

Aanvullende analyses laten zien dat de beweegredenen om niet te gaan stemmen samenhangen met sekse, leeftijd, opleiding en inkomen. Vrouwen, mensen met een praktische opleiding, en kiezers met een bovenmodaal inkomen blijven vaker thuis, omdat ze niet weten op welke partij ze moeten stemmen. Geen vertrouwen in de lokale politiek wordt vaker als beweegreden genoemd door mensen met een praktische opleiding. Mensen met een meer theoretische opleiding stemmen vaker uit principe niet. Vrouwen en mensen met een theoretische opleiding noemen vaker hun tevredenheid met het gemeentebestuur als reden om niet te gaan stemmen: ze stemmen niet omdat het ‘toch wel goed gaat met de gemeente’.

5.5.1 Open vraag naar motieven om thuis te blijven Een voordeel van een gesloten vraag naar opkomst-motieven is, dat je alle respondenten op alle stellingen kan laten reageren. Een nadeel is dat er voor niet-stemmers geen mogelijkheid is zelf redenen aan te dragen en dat daarmee belangrijke motieven mogelijk onderbelicht blijven. Daarom legden we niet-stemmers in het aanvullende LKO een open vraag voor. Als eerste vraag in de enquête (dus nog voordat mensen beïnvloed konden worden door andere vragen) kregen zij het verzoek om in hun eigen woorden aan te geven waarom ze thuis bleven. Van de 1031 respondenten, gaven 969 daarop een inhoudelijk antwoord. 151 52 mensen gaven geen antwoord, 5 mensen zeiden niet te weten waarom ze thuisbleven. We hebben de antwoorden doorgelezen en handmatig gecodeerd (zie tabel 5.5).

5.5.2 Praktische motieven: geen tijd, op vakantie of ziek Ook bij deze gemeenteraadsverkiezingen geeft ongeveer een derde een praktisch motief om thuis te blijven: in de meeste gevallen had men op de verkiezingsdag geen tijd, of was men op vakantie. Een kleinere groep was vanwege ziekte niet in staat te gaan. Afwezigheid vanwege corona (een besmetting, quarantaine of in een enkel geval long-covid) wordt ook genoemd, en is apart gecodeerd. Het gaat niet om grote aantallen respondenten, maar het geeft wel aan dat het goed mogelijk is dat een aantal procentpunten van de kiesgerechtigden vanwege corona genoodzaakt was om thuis te blijven. Sommige respondenten geven aan dat hun praktische motieven incidenteel zijn: ze waren nu toevallig op vakantie of ziek, maar gaan normaal wel stemmen en zouden dat de volgende keer ook weer doen. Uit antwoorden van anderen blijkt dat praktische motieven om thuis te blijven vaak samenhangen met andere overwegingen, zoals een gebrek aan interesse, vertrouwen of met moeite om een partij te kiezen. Mensen lijken stemmen niet belangrijk genoeg te vinden om er tijd voor te maken. Een voorbeeld: Ten eerste was ik op dat moment niet zo gezond, ten tweede kwam ik er qua keuze niet goed uit. Heb het dus opgegeven en ben thuis gebleven.

(vrouw, 75 jaar) Ook in de interviews in hoofdstuk 6 komt naar voren dat praktische motieven en een gebrek aan interesse kunnen samenhangen.

151 5 mensen gaven aan per machtiging gestemd te hebben. Dat zijn feitelijk stemmers en tellen in deze analyse niet mee.

We gaan in totaal dus uit van 1026 respondenten.

De lokale niet-stemmer | 62

Tabel 5.5 Motieven die niet-stemmen zelf geven om thuis te blijven, juni 2022 (in aantallen en procenten) Motieven Praktische motieven – total

% van aantal respondenten aantal met inhoudelijk antwoord 347

33

geen tijd

106

11

op vakantie/niet in gemeente

92

10

ziek

33

3

corona

33

3

mobiliteit (o.a. net verhuisd)

23

2

stembiljet kwijt

14

1

vergeten te gaan stemmen

12

1

vergeten iemand te machtigen

7

1

27

3

280

27

geen interesse

130

13

niet genoeg kennis, niet verdiept

122

13

overig praktisch Gebrek aan kennis en interesse - totaal

28

3

148

15

kon geen keuze maken, wist niet op welke partij

117

12

geen goede kandidaat

14

1

ik had geen zin Kon geen keuze maken

er was te weinig informatie Gebrek aan vertrouwen / stemmen heeft geen zin

17

2

307

30

geen vertrouwen in gemeente(raad)

48

5

geen vertrouwen in politiek (algemeen, nationaal)

143

15

geen vertrouwen in democratie/verkiezingsproces

18

2

stemmen heeft geen zin (er verandert toch niets) Andere redenen

98

10

GR niet van belang / minder belangrijk

21

2

Oekraïne/mondiale problemen belangrijker

2

1

stemmen is niet belangrijk

5

1

geen behoefte aan

11

1

ik stem nooit

6

1

vanwege geloof (o.a. jehova's getuige)

3

1

geen binding met gemeente

7

1

overige redenen

8

ik weet het niet

5

-

geen antwoord

52

-

120 TOTAAL 1207 a. De open antwoorden zijn handmatig gecodeerd in excel. Een respondent kon meer motieven noemen. In totaal noemden 1026 mensen 1207 motieven. Bron: niet-stemmersenquête

De lokale niet-stemmer| 63

5.5.3 Geen vertrouwen in de politiek, stemmen heeft geen zin Bijna een derde geeft een gebrek aan vertrouwen als motief om thuis te blijven. Dat gaat meestal in algemene zin over een gebrek aan vertrouwen in de politiek (en in een aantal gevallen expliciet over de landelijke politiek). Sommigen noemen een gebrek aan vertrouwen in de gemeente of gemeenteraad, en ook een gebrek aan vertrouwen in de democratie en het democratisch proces komt een aantal keer voor. Een argument dat samenhangt met een gebrek aan vertrouwen, en we dus onder dit kopje scharen, is het idee dat stemmen geen zin heeft. Als mensen dit noemen, dan leggen ze soms ook uit waarom ze dit vinden: met hun stem wordt toch niets gedaan, er verandert niets. Het idee dat stemmen geen zin heeft, lijkt dus een uiting van gebrek aan vertrouwen in de politiek en politici. Een paar voorbeelden van motieven over een gebrek aan vertrouwen, die ook aangeven hoe motieven met elkaar samenhangen: Ik was in het buitenland op dat moment. Voelde van te voren niet de behoefte om iemand voor mij te laten stemmen.

Het vertrouwen in de politiek is hiervoor te veel gedaald (vrouw, 63 jaar) Had er geen tijd voor en niet veel vertrouwen in alle politici en denk niet dat mijn stem veel verschil had gemaakt (man, 20 jaar) De politici in mijn gemeente hebben collectief geheugenverlies en tillen besluiten inzake heikele kwesties over de verkiezingen heen (man, 62 jaar) Het heeft toch geen zin om te gaan stemmen. Politici beloven van alles net voordat er verkiezingen zijn en doen vervolgens toch gewoon waar ze zelf zin in hebben (vrouw, 37 jaar)

5.5.4 Geen interesse in en kennis van (lokale) politiek Uit de gesloten vragen bleek al dat veel niet-stemmers een gebrek aan interesse hebben, en dat blijkt uit hun open antwoorden ook. Een derde veelgenoemd motief is een gebrek aan interesse of kennis, of het verwante ‘ik had geen zin’. Soms noemt men expliciet een gebrek aan interesse in de lokale politiek, maar veel vaker gaat het over een algemeen gebrek aan interesse in de politiek. Daarmee samenhangt een gebrek aan kennis: mensen geven aan thuis te blijven omdat ze niet genoeg over de lokale politiek weten of zich niet in de verkiezingen hebben verdiept. Uit eerder onderzoek bleek al dat veel mensen de norm hanteren dat je geacht wordt een geïnformeerde stem uit te brengen. 152 Sommige mensen vinden dat ze dat niet kunnen (uit gebrek aan kennis, of gebrek aan interesse) en blijven dan thuis. Ook in dit onderzoek zien we die norm een paar keer terug: Ik heb te weinig kennis van de politiek. Daarom vind ik dat mijn stem nergens op gebaseerd zou zijn en deze stem er dus ook niet echt toe zou doen (vrouw, 41 jaar) Ik had mezelf er niet in verdiept en kon dus geen goede keuze maken (man, 47 jaar)

5.5.5 Ik wist niet waarop Dat niet kunnen kiezen, is een vierde argument dat vaker terugkomt (en eerder in onderzoek van IPSOS direct na de verkiezingen)153: veel mensen wisten niet waarop ze moesten stemmen: Combinatie van weinig tijd en niet weten op wie te stemmen (vrouw, 51 jaar) Omdat ik moest werken en vergeten was mijn vrouw te machtigen…misschien onderbewust laks omdat ik ook niet wist op welke clown ik moest stemmen (man, 49 jaar) Dat het moeilijk kiezen was, heeft voor mensen verschillende oorzaken. Sommigen geven aan dat ze zich er onvoldoende in verdiept hadden of er te weinig informatie beschikbaar was, anderen vonden dat er te veel

152 P. Dekker en J. Den Ridder (2017), Lastige kwesties: Acht focusgroepen over vertegenwoordiging en stemmen (Den Haag:

SCP). 153 IPSOS (2022), Overzicht gemeenteraadsverkiezingen 2022, https://www.ipsos.com/nl-nl/overzichtgemeenteraadsverkiezingen-2022

De lokale niet-stemmer | 64

partijen waren, of dat de partijen die er waren niet aansloten op hun voorkeuren. In een enkel geval deed de eigen partij in de gemeente niet mee. Naast deze vier ‘hoofdclusters’ van redenen om thuis te blijven, is er nog een aantal motieven dat minder vaak voorkomt: mensen hebben geen behoefte om te stemmen, hebben geen binding met de gemeente, vinden de gemeenteraad niet van belang of blijven thuis vanwege hun geloof. Oekraïne wordt slechts door twee mensen genoemd als reden om thuis te blijven.

5.5.6 Kosten van stemmen bij lokale verkiezingen zijn voor velen (te) hoog De motieven die mensen zelf noemen in de open vraag, sluiten deels aan bij de motieven die we in tabel 5.4 in een gesloten vraag voorlegden, maar er zijn verschillen. Ook in de gesloten vraag kwamen de moeite van het kiezen, een gebrek aan vertrouwen, een gebrek aan interesse en praktische motieven naar voren. Vanwege het verschillende vraagformat leidt dat wel tot heel andere percentages. De open vraag voegt wel een aantal dingen toe. Bijvoorbeeld dat het gebrek aan vertrouwen niet alleen over de lokale politiek gaat, maar ook over op de politiek in het algemeen. Datzelfde geldt voor een gebrek aan interesse: die is er bij sommige mensen vooral bij de lokale politiek, maar geldt bij anderen voor de politiek in brede zin. Naast een gebrek aan interesse, zien we dat mensen zelf ook een gebrek aan kennis noemen als motief om thuis te blijven. Ook zien we hier dat coronabesmettingen toch een kleine rol kunnen hebben gespeeld. Samenvattend duiden de open antwoorden erop, dat de lage opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen (in vergelijking met verkiezingen voor de Tweede Kamer) te maken heeft met een combinatie van factoren. Onder niet-stemmers is er weinig interesse en vertrouwen in de (lokale) politiek, men ziet het belang en de zin ervan niet in en vindt het moeilijk om een keuze te maken tussen partijen.

Of, anders gezegd: de kosten om bij lokale verkiezingen te gaan stemmen (tijd maken om te gaan, een keuze maken tussen partijen) zijn voor veel mensen te hoog zeker gezien hun gebrek aan interesse, kennis, vertrouwen en gepercipieerd belang. Een antwoord van een mevrouw van 47 geeft dat goed weer: Minder interesse in de gemeentelijke verkiezingen. Ook geen zin om helemaal uit te moeten zoeken waar ik dan op moet stemmen. Bij de landelijke verkiezingen is het duidelijker welke partijen er zijn en waar ze voor staan. Gewoon teveel gedoe al met al. (vrouw, 47 jaar) Bij de gemeenteraadsverkiezingen is het nog meer onduidelijker omdat je veel van partijen niet kent, er zijn teveel kandidaten. Waardoor het nog moeilijker wordt om te kiezen. Te weinig nieuws op tv. (vrouw, 39 jaar) Wat leren we uit de open antwoorden over de bijzondere omstandigheden van deze verkiezingen? De oorlog in Oekraïne wordt door niet-stemmers niet spontaan genoemd als reden om thuis te blijven. Corona wordt wel genoemd, en dan gaat het vooral om mensen die niet konden stemmen vanwege een coronabesmetting. Of ze anders wel waren gegaan, blijft de vraag, maar het is denkbaar dat corona-besmettingen de opkomst een (paar) procentpunt heeft gedrukt. Een gebrek aan politiek vertrouwen speelt een grote rol in de motieven van nietstemmers.

Dat is eigenlijk altijd zo, en het is op basis van deze open antwoorden niet te zeggen of het nu vaker voorkomt dan eerder. Wel is duidelijk dat het in de meeste gevallen niet alleen gaat om een gebrek aan vertrouwen in de lokale politiek, maar eerder om een algemeen gebrek aan vertrouwen in de politiek en politici die weinig naar kiezers luisteren waardoor stemmen niet veel zin heeft (zie ook hoofdstuk 6).

5.6 Thuisblijvers over oplossingen Tot slot kijken we in dit hoofdstuk wat er volgens deze lokale niet-stemmers moet veranderen om te zorgen dat mensen zoals zij de volgende keer wel naar de stembus gaan. Ook daarnaar hebben we gevraagd met een open vraag en ook die antwoorden zijn gecodeerd. Van de 1031 gaven 967 antwoord op de vraag. 154 In tabel 5.6 staat aan welke oplossingsrichtingen niet-stemmers zelf denken en welke concrete suggesties zij doen.

154 Respondenten kunnen meer suggesties noemen in één antwoord.

De lokale niet-stemmer| 65

5.6.1 Een andere opstelling van de (lokale) politiek Bijna een kwart van de respondenten heeft geen idee wat er moet gebeuren om mensen zoals zij weer naar de stembus te krijgen. De niet-stemmers die vinden dat er niets hoeft te veranderen, vallen uiteen in een groep die zegt dat er niets is wat hen nog kan bewegen om naar de stembus te gaan, en een groep die zegt dat er niets hoeft te gebeuren omdat ze volgende keer gewoon weer gaan. Een kleine groep zoekt de oplossing bij zichzelf: als ze de volgende keer wel tijd hebben of zich wel zouden verdiepen in de partijen, dan zouden ze gaan. Een deel van de mensen denkt aan praktische oplossingen, waarbij digitaal stemmen het meest genoemd wordt. Een enkeling pleit voor een opkomstplicht.155 Verreweg de meeste niet-stemmers denken dat er iets moet veranderen aan de opstelling van de politiek, om te zorgen dat mensen zoals zij weer naar de stembus gaan. Daarbij gaat het in een deel van de gevallen expliciet over de opstelling van de lokale politiek, maar vaker gaat het over ‘de’ politiek, politici of partijen in het algemeen of blijft in het midden of mensen het nu over de lokale politiek hebben of de oplossingen breder trekken. Het aantal mensen dat expliciet verwijst naar de opstelling van nationale politici is op één hand te tellen.

Net als bij de open vraag naar opkomstmotieven zien we hier dus dat veel mensen in algemene zin praten over de opstelling van de politiek – daar hebben ze weinig vertrouwen in en daar zouden dingen moeten veranderen. Wat moet er dan veranderen? Daadkracht en het waarmaken van beloftes worden het meest genoemd. Vaak in combinatie met ‘beter luisteren’ of ‘eerlijk zijn’ – twee andere vaak gewenste veranderingen. En er zijn mensen die vinden dat vooral de lokale politiek burgers ook tussen verkiezingen door bij beleidsvorming moet betrekken, bijvoorbeeld via burgerberaden. Transparantie, eerlijkheid, het opvolgen van afspraken, woorden zijn daden, etc (vrouw, 51 jaar) Ze moeten de verbeter punten proberen nakomen welken wel kan en niet kan duidelijk doorgeven of dat ze in de toekomst kunnen aanpakken niet laten liggen dan wordt je gehoord en ook doorgeven dat we het gaan aanpakken. (man, 36 jaar) Er worden ook veel suggesties gedaan die te maken hebben met keuzeproces en het belang van de verkiezingen. Veel niet-stemmers geven aan dat ze grote moeite hadden met het kiezen zelf: ze wisten niet op wie ze moesten stemmen.

Zij zoeken de oplossing vaak in betere, duidelijkere of toegankelijkere informatie: als ze zouden weten wat het belang is van de verkiezingen, het effect van hun stem, welke partijen er mee doen en waar zij voor staan, dan is de kans groter dat ze zouden gaan stemmen. Anderen zouden minder partijen willen, zodat het keuzeproces gemakkelijker wordt. Mensen weer doordringen van het belang van de gemeente door te laten zien wat de invloed van de gemeente op het dagelijkse leven is. (man, 51 jaar)

155 In de aanvullende vragenlijst onder niet-stemmers vroegen we ook middels een gesloten vraag in hoeverre het (weer)

invoeren van een opkomstplicht een goede zaak zou zijn. Slechts 14 procent van de niet-stemmers vond dit een goede zaak, 22 procent was neutraal, 52 procent vond het een slechte zaak en 11 procent wist het niet of wilde het niet zeggen.

De lokale niet-stemmer | 66

Tabel 5.6 Niet-stemmers wat er nodig is om hen naar de stembus te krijgen (N=967) Wat moet er veranderen om te zorgen dat mensen zoals u wel gaan stemmen?

Niks Ik weet het niet Praktische dingen aanpassen: - digitaal stemmen - verkiezingen verspreiden over meer dagen - openingstijden verruimen - dat je ook in andere gemeente stem kunt uitbrengen voor je eigen gemeente - mensen moeten een beloning krijgen Opkomstplicht Individu zelf moet veranderen: - ik moet me meer verdiepen - ik moet tijd hebben De opstelling van de (lokale) politiek, politici en partijen moet anders de politiek moet weer te vertrouwen zijn Het aantal partijen moet anders (vaak: minder partijen) Politici moeten competenter worden Er moet meer betrokkenheid zijn tussen kiezers en partijen, ook tussen de verkiezingen door Partijen en politici moeten doen wat ze beloven, daadkracht tonen, dingen waarmaken Betere vertegenwoordiging: politici moeten beter luisteren naar kiezers, meer diversiteit van kandidaten Moraliteit: politici moeten eerlijker zijn, open, geen eigenbelang Meer informatie (algemeen) Partijen moeten duidelijk maken waar ze voor staan, hoe ze verschillen Het belang van (gemeenteraads)verkiezingen moet duidelijker over het voetlicht worden gebracht, maak duidelijk waarom stemmen nodig is (wat wordt er bereikt, heeft stemmen zin) Veranderingen in het systeem (o.a. meer directe democratie) Bron: niet-stemmersenquête

Aantal keer genoemd 64 234

%

7 24

77 11

8 1

31

3

36 39 16

4 4 2

39

4

105

11

67 62 89 62

7 6 9 6

52 21

5 2

5.7 Conclusie In dit hoofdstuk onderzochten we drie verklaringen die in de media veel zijn genoemd om de lagere opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 te verklaren: de oorlog in Oekraïne, corona en het lage vertrouwen in de politiek. Dat deden we door te kijken naar gesloten en open vragen in de LKO-enquête. Omdat we niet altijd geschikte indicatoren hebben, het niet altijd mogelijk is om direct te vragen naar de effecten van een bepaald fenomeen en we de gegevens uit 2022 niet altijd kunnen vergelijken met eerdere gemeenteraadsverkiezingen, geeft dit hoofdstuk geen definitieve antwoorden – maar we zetten wel een stap in de richting van een verklaring voor de lage en lagere opkomst. Met de gegevens uit dit hoofdstuk konden we geen direct effect van de oorlog in Oekraïne aantonen. Nietstemmers noemen het onderwerp zelf niet als reden om thuis te blijven, en de interesse van kiezers ligt ook niet substantieel lager dan in eerdere verkiezingsjaren. Wel zagen we dat er in ieder geval in de geschreven pers in de weken voor de verkiezingen minder aandacht was voor deze gemeenteraadsverkiezingen. Ook bleek het geïnformeerd zijn over de verkiezingen dit jaar een belangrijkere verklaring voor niet-stemmen dan in 2018.

Als de oorlog een rol speelt, dan is dat vermoedelijk indirect: door de verminderde media-aandacht voor de gemeenteraadsverkiezingen en de kleinere rol van nationale politici, is de bekendheid met en het gepercipieerde De lokale niet-stemmer| 67

belang van deze verkiezingen mogelijk nog wat lager dan normaal en wordt het nog moeilijker voor kiezers om een keuze te maken. Zowel in de gesloten vraag als in de open vraag naar motieven om thuis te blijven, speelt die moeite om te kiezen een rol. In IPSOS-onderzoek direct na de verkiezingen bleek dit motief bovendien veel belangrijker dan vier jaar eerder. 156 Alhoewel we ook voor de pandemie niet het directe effect kon toetsen, gaven de open vragen wel de indruk dat corona een kleine rol heeft gespeeld, maar dan vooral de coronabesmettingen op het moment van de verkiezingen zelf. Het gemeentebestuur was niet minder zichtbaar door de pandemie: er zijn geen aanwijzingen dat mensen door corona minder contact hadden met de gemeente – dat contact was toch al zeer beperkt. In de open antwoorden gaf een kleine groep mensen zelf wel aan dat ze vanwege een coronabesmetting niet konden stemmen – en in die zin heeft corona de opkomst misschien wat gedempt. Als we niet-stemmers zelf aan het woord laten dan blijkt hun gebrek aan vertrouwen in de politiek een belangrijk motief om thuis te blijven. Veel niet-stemmers geven zelf aan dat een gebrek aan vertrouwen in de politiek in het algemeen een rol speelde en dat zij (mede daardoor) vinden dat het geen zin heeft om naar de stembus te gaan. Of dat motief in 2022 belangrijker is dan eerder, is lastig om te zeggen.

Het vertrouwen in de politiek ligt onder niet-stemmers lager dan onder stemmers. Maar dat was bij eerdere verkiezingen ook al zo. Bovendien kan laag vertrouwen in de politiek mensen ook motiveren om naar de stembus te gaan als er partijen zijn die het lage vertrouwen weten te mobiliseren. Op nationaal niveau gebeurt dat in toenemen de mate, bijvoorbeeld door partijen als de PVV en Forum voor Democratie. Op lokaal niveau hangt laag vertrouwen samen met een stem op lokale partijen.157 Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2021 was het vertrouwen in de politiek relatief laag en de opkomst hoog – dus het is geen wetmatigheid dat men in tijden van laag vertrouwen minder vaak naar de stembus gaat. In hoofdstuk 3 zagen we dat vertrouwen in de lokale politiek in 2022 niet veel bepalender was om thuis te blijven dan bij voorgaande gemeenteraadsverkiezingen. Al met al zien we dat de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022, net als in eerdere jaren, laag was door een aantal structurele factoren: een gebrek aan interesse, aan kennis, aan gepercipieerd belang en aan vertrouwen in combinatie met het feit dat veel mensen het ontzettend moeilijk vinden om een keuze te maken tussen partijen (zie ook hoofdstuk 3). De kosten van het kiezen en stemmen, zijn voor veel mensen bij lokale verkiezingen te hoog.

Een definitieve verklaring voor de iets lagere opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 in vergelijking met 2018 hebben we niet, maar op basis van dit hoofdstuk zouden we zeggen dat we het vermoedelijk moeten zoeken in een combinatie van factoren: corona-besmettingen die meer mensen thuishielden dan normaal, en mogelijk ook indirecte effecten van het lage vertrouwen in de politiek, de coronaperiode en de oorlog die ervoor gezorgd kunnen hebben dan mensen die al weinig interesse en vertrouwen hebben, te weinig cues krijgen over het belang van de verkiezingen en de partijkeuze. Als we mensen vragen wat er moet veranderen willen ze weer naar de stembus gaan, dan zoeken veel mensen de oplossing in de opstelling van partijen en politici: zij moeten zich betrouwbaar en responsief opstellen, en zo het vertrouwen herwinnen. Ook moet er meer laagdrempelige informatie zijn over het belang van gemeenteraadsverkiezingen en standpunten van partijen om het proces van kiezen te vergemakkelijken. In hoofdstuk 7 zullen we zien in hoeverre de oplossingen die thuisblijvers zelf aandragen, steekhoudend zijn in het licht van de literatuur over opkomstbevordering.

156 IPSOS (2022). 157 S. Otjes (2020), Going local: voting for independent local parties in the Netherlands 1986-2010, Local Government

Studies, 46(1).

De lokale niet-stemmer | 68

6. Kwalitatief onderzoek naar motieven van niet-stemmers Marianne van Bochove en Hans Moors

Wat dit hoofdstuk laat zien:  De motieven van niet-stemmers in vijf onderzochte gemeenten zijn divers en gelaagd. Als we uitzoomen, zien we drie motieven die in alle gemeenten voorkomen: (1) wantrouwen richting de politiek, in verschillende gradaties, (2) geen belangstelling voor de (lokale) politiek, (3) het gevoel in bepaalde dorpen, stadsdelen of wijken niet gezien te worden door lokale politici.  Termen als ‘boos’ en ‘afgehaakt’ zijn niet precies genoeg om niet-stemmers te omschrijven. Onder nietstemmers komen allerlei gevoelens voor over de (lokale) politiek, zoals onverschilligheid, tevredenheid, berusting, boosheid, teleurstelling, machteloosheid, cynisme en argwaan. Sommige niet-stemmers zijn actief in lokaal vrijwilligerswerk en vinden dát de manier om iets voor stad, dorp of buurt te betekenen; hen ‘afgehaakt’ noemen doet geen recht aan hun maatschappelijke participatie.  Veel stemmers zeggen te snappen dat niet-stemmers geen vertrouwen (meer) hebben in de politiek, en delen tot op zekere hoogte de mening dat het ‘toch niet uitmaakt’ en dat ‘politici toch doen waar ze zin in hebben’. Sommige stemmers maken zich zorgen over de lage opkomst, maar ze nemen dit de lokale politiek meer kwalijk dan hun niet-stemmende dorps- of stadgenoten.

 Bewoners en lokale sleutelfiguren zijn het erover eens: ‘de politiek is aan zet’ om de opkomstcijfers bij de gemeenteraadsverkiezingen te verbeteren. De belangrijkste aanbevelingen zijn: (1) laat als lokale politicus je gezicht vaker zien en luister écht naar bewoners, (2) maak als lokale politicus je beloftes concreet en kom ze na, (3) benut de rol van intermediairs, die een schakel zijn tussen bewoners en lokale politici, (4) investeer in het politieke bewustzijn en vertrouwen van jongeren. 6.1 Verhalen achter de lage opkomst In juni en juli 2022 zijn we in gesprek gegaan met inwoners van verschillende gemeenten waar de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 laag lag, soms historisch laag. We spraken met mensen die niet of wel gestemd hebben (in dit hoofdstuk verder ook wel kortweg aangeduid als niet-stemmers en stemmers) over wat er speelt in hun gemeente, stadsdeel of wijk, en over hun motieven om niet of wel te stemmen. Anders dan de voorgaande hoofdstukken is deze bijdrage niet gebaseerd op het LISS-panel, maar op aanvullend, verdiepend kwalitatief onderzoek. Dit hoofdstuk is een beknopte weergave van een uitgebreid onderzoeksrapport dat gelijktijdig met voorliggend rapport gepubliceerd wordt op de website van het Ministerie van BZK.158 De toegevoegde waarde van dit kwalitatieve onderzoek is drieledig.

Ten eerste zijn bij representatief opinieonderzoek bepaalde groepen, zoals mensen met een migratieachtergrond, steevast ondervertegenwoordigd. 159 De onderzoeksmethode van korte straatgesprekken op diverse locaties en tijdstippen, maakte ons onderzoek laagdrempelig, ook voor mensen die normaal gesproken niet zo snel aan een onderzoek zouden deelnemen. Ten tweede zijn motieven van mensen vaak diffuus en gelaagd. Dat komt beperkt tot uitdrukking in de antwoorden op gesloten of open vragen in een enquête. 160 In straatgesprekken, al zijn ze maar kort, en tijdens (groeps)interviews kunnen interviewers doorvragen en respondenten hun antwoorden onderbouwen en illustreren. Ten derde geeft het kwantitatieve onderzoek geen inzicht in lokaal gewortelde

158 zie M. van Bochove, L. Klarenbeek en H. Moors (2022), Verhalen achter de lage opkomst: Over de motieven van niet-

stemmers bij de verkiezingen in vijf gemeenten (Den Haag: EMMA) 159 J. van der Meer en M. Ham (2022), Niet boos maar machteloos: Twintig jaar onderzoek naar de boze burger (Amsterdam: Van Gennep). 160 Vgl. Van der Meer & Ham, 2022; P. Dekker (red.) (2002), Niet-stemmers: Een onderzoek naar achtergronden en motieven in enquêtes, interviews en focusgroepen (Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau). De lokale niet-stemmer| 69

‘culturen’ van niet-stemmen die in sommige gemeenten of wijken bestaan; zo diep wordt meestal niet ingezoomd op lokale verschillen.161 Niet-stemmen wordt door hoogopgeleide stemmers, onderzoekers, opiniemakers en politici geregeld gelijkgesteld aan ‘afhaken’. Hoewel sommigen de kanttekening maken dat politieke afhakers zeker niet altijd sociaalmaatschappelijke afhakers zijn162, heeft de term wel een negatieve connotatie. Met dit frame worden niet-stemmers feitelijk ‘apolitiek’ gemaakt. Wat veldwerk op straat en interviews met lokale sleutelfiguren laten zien, is dat mensen die niet stemmen ook een boodschap hebben. Die maken ze niet heel expliciet, ze communiceren buiten het consensusmodel van de politiek om, maar het is wel echt een boodschap. Zo bezien is niet-stemmen een vorm van (meestal) passieve ontwrichting waarmee mensen die zich politiek niet vertegenwoordigd voelen, aandacht vragen voor maatschappelijke kwesties die zij wel belangrijk vinden of waarin ze hun eigen problemen herkennen. 163 6.2 Veldwerk in vijf gemeenten Het veldwerk is uitgevoerd in vijf gemeenten, waarbij we ons in sommige gevallen op specifieke stadsdelen of wijken hebben gericht: Almere, stadsdeel Poort; Den Haag, wijk Laakkwartier en Spoorwijk; Den Helder; Oldambt; Weert.

De gemeenten hebben met elkaar gemeen dat de opkomst in 2022 relatief laag lag ten opzichte van het landelijke gemiddelde en/of dat er sprake was van een sterke daling ten opzichte van de opkomst in 2018. De gemeenten verschillen van elkaar wat betreft spreiding over het land (Flevoland, Zuid-Holland, NoordHolland, Groningen en Limburg), inwonersaantal, mate van verstedelijking en samenstelling naar demografische achtergrondvariabelen (leeftijdsopbouw, gemiddeld inkomen, percentage migratieachtergrond, etc.). Tot slot werd de keuze ook ingegeven door pragmatisme; het beschikken over goede ingangen om snel en met een beperkte doorlooptijd het veldwerk uit te kunnen voeren. Almere is een new town met een voor Nederland uniek groei- en ontwikkelpatroon. 164 Stadsdeel Poort, waar een kleine 20.000 mensen wonen, is deels nog in aanbouw en herbergt een fiks aandeel jonge gezinnen die buiten Almere werken. Wat herkomstlanden betreft is Poort het meest diverse stadsdeel van Almere. De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 lag in Poort op 31,5 procent, vergeleken met 39,9 procent in Almere als geheel. Laakkwartier en Spoorwijk in Den Haag heeft rond de 44.000 inwoners en is een typische oude grotestadswijk. Het is een van de armste wijken van Den Haag.

Vergeleken met Den Haag als geheel heeft de wijk een relatief jonge bevolking, een hoog aandeel inwoners met een migratieachtergrond (onder wie relatief veel migranten uit Midden- en Oost-Europa) en een hoge verhuismobiliteit. De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen was in Laakkwartier en Spoorwijk 22,7 procent; voor heel Den Haag was dat 43 procent. Den Helder is onmiskenbaar de stad van de marinehaven, waar een belangrijk deel van de inwoners werkt of werkte. De gemeente heeft ruim 56.000 inwoners en is een krimpgemeente. De gemeente heeft vergeleken met het Nederlandse gemiddelde meer inwoners boven de 65 jaar. De werkgelegenheid ligt precies op het Nederlands gemiddelde; het gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden ligt lager dan gemiddeld. De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen was 44,3 procent. Oldambt is een samengestelde gemeente met een verstedelijkte kern (Winschoten; Scheemda) en een uitgestrekt ommeland met kleine kernen, die van oudsher liefst hun eigen koers bepalen. Oldambt heeft een kleine 40.000 inwoners. De gemeente heeft de afgelopen decennia te maken gehad met een terugloop van de bevolking en is een van de sterkst vergrijsde gemeenten van Nederland. Oldambt kent relatief veel arme 161 Zie voor een uitzondering: J. de Voogd en R. Cuperus (2021), Atlas van afgehaakt Nederland: Over buitenstaanders en

gevestigden (Den Haag: Ministerie van BZK). 162 A. Krouwel, J. van Lindert, T. Etienne, Y. Kutiyski en D. Pupovac (2018), Typen niet-stemmers: Onderzoek naar verschillende typen niet-stemmers en hun beweegredenen om sommige verkiezingen wel en andere niet te gaan stemmen (Amsterdam: Kieskompas); M. Winninghof (2018), Afhakers lokale democratie: Een kwalitatief verkennend onderzoek (Amsterdam: Ferro Explore). 163 Vgl. F. Kaulingfreks (2015), Uncivil engagement and unruly politics (Basingstoke: Palgrave Macmillan); C. Tilly (2003), Social Movements, 1768–2004 (Boulder, CO: Paradigm); M. Warren (2011), Voting with your feet: Exit-based empowerment in democratic theory, American Political Science Review, 105(4), 683-701. 164Zie H. Moors, L. de Veen en L. van de Wijngaert (2022), Criminaliteit en veiligheid in Almere. Ontwikkelingen, perspectieven en opgaven, 2010-2030 (Den Haag: Boom criminologie).

De lokale niet-stemmer | 70

gezinnen. Wat herkomstlanden betreft is de bevolking relatief homogeen; 86 procent is van autochtoon Nederlandse herkomst. De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen was 46 procent. De gemeente Weert ligt aan de rand van Limburg en grenst aan zowel Noord-Brabant als België. De gemeente heeft iets meer dan 50.000 inwoners en bestaat uit de stad Weert en vijf omliggende kerkdorpen, waarvan Stramproy de grootste is. Weert wordt wel gezien als een van de meest gemiddelde gemeenten van Nederland, omdat veel demografische kenmerken overeenkomen met het landelijk gemiddelde, zoals inkomen en het aandeel mensen met en zonder migratieachtergrond. Wel ligt de gemiddelde leeftijd hoger dan het landelijk gemiddelde en de verwachting is dat het bevolkingsaantal in de komende dertig jaar zal dalen. Het opkomstpercentage bij de gemeenteraadsverkiezingen lag op 45,2 procent. Dat was een daling van bijna 9 procent ten opzichte van de gemeenteraadsverkiezingen in 2018.

De dataverzameling bestond uit:   

Bestuderen van bestaande data en documenten over de vijf gemeenten, over de verkiezingen en de bredere lokale context. (Groeps)interviews met lokale sleutelfiguren, zoals wijkprofessionals, gemeenteambtenaren en actieve bewoners. Straatgesprekken met bewoners, die we op verschillende tijdstippen en locaties hebben gesproken over het wel of niet stemmen. 165

Het veldwerk voor de dataverzameling vond plaats van 10 juni tot en met 12 juli 2022.

Almere (Poort) Den Haag (Laakkwartier en Spoorwijk) Den Helder Oldambt Weert Totaal

Straatgesprekken (aantal respondenten) 22 22 27 17 20 108

(Groeps)interviews (aantal respondenten) 11 7 7 12 6 43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11944225/1