CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Inkomend - Provincie Zeeland - Zeeuws Gebiedsprogramma 2023 - Deel 3 maatregelpakketten

Informatiebijeenkomst 14 juli 2023, gemeente VlissingenBij agendapunt: Stukken36.234 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Zeeuws gebiedsprogramma 2023 DEEL 3 MAATREGELPAKKETTEN

CONCEPT

Foto voorzijde: Jord Stenvert

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1 Transitiefonds .......................................................................................................................... 4 1.2 Programma Natuur fase 2 ....................................................................................................... 4 2. Maatregelpakket akkerbouw .......................................................................................................... 5 2.1 Totale pakket aan maatregelen............................................................................................... 5 2.2 Waarom dit pakket: ................................................................................................................. 5 2.3 Gevraagde financiering ........................................................................................................... 5 3. Maatregelpakket veehouderij ......................................................................................................... 7 3.1 Totale pakket aan maatregelen............................................................................................... 7 3.2 Waarom dit pakket: .................................................................................................................

7 3.3 Gevraagde financiering ........................................................................................................... 7 4. Maatregelpakket water ................................................................................................................... 8 4.1 Totale pakket aan maatregelen............................................................................................... 8 4.2 Waarom dit pakket: ................................................................................................................. 8 4.3 Gevraagde financiering ........................................................................................................... 8 5. Maatregelpakket natuur ................................................................................................................. 9 5.1 Totale pakket aan maatregelen............................................................................................... 9 5.2 Waarom dit pakket: ................................................................................................................. 9 5.3 Gevraagde financiering ........................................................................................................... 9 6. Maatregelpakket overig ................................................................................................................

10 6.1 Totale pakket aan maatregelen............................................................................................. 10 6.2 Waarom dit pakket: ............................................................................................................... 10 6.3 Gevraagde financiering ......................................................................................................... 10 Bijlage 1 Maatregelpakket Akkerbouw A1 t/m A12 & W1 t/m W5 ................................................. 11 Bijlage 2 Uitwerking KPI in NPLG...................................................................................................... 46 Bijlage 3 Maatregelenpakket veehouderij V1 t/m V7...................................................................... 50 Bijlage 4 Maatregelpakket water W6 en W7 ................................................................................... 60 Bijlage 5 Maatregelpakket natuur N1 t/m N4.................................................................................. 68 Bijlage 6 Maatregelpakket overig I1, R1 en M1 ............................................................................... 90 Bijlage 7 Aerius berekening Westerscheldeferry ...........................................................................

103 Bijlage 8 Aanvraag Programma Natuur.......................................................................................... 104

3

1. Inleiding In deel III van dit gebiedsprogramma beschrijven wij de maatregelen die wij de komende jaren willen treffen en waarvoor wij een bijdragen vragen van het Rijk. De maatregelen zijn samengebracht tot vijf pakketten namelijk (1) akkerbouw, (2) veehouderij, (3) water, (4) natuur en (5) overige. De maatregelen in de pakketten 1 tot en met 4 vormen een onlosmakelijk geheel. Alle maatregelen dragen bij aan het bereiken van één of meer van de gestelde doelen uit het NPLG. Per maatregelpakket is beschreven wat de maatregel inhoud, welke partijen betrokken zijn, aan welke doelen wordt bijgedragen. Dit betreft het eerste pakket met maatregelen. De opgaven voor Zeeland, zoals de stikstofopgave, zijn met deze maatregelpakketten niet opgelost. Dit betekent dat wij in elk geval met een gebiedsprogramma 2.0 zullen komen waarin wij aanvullende maatregelen voorstellen waarvoor wij een bijdrage van het Rijk vragen. Hieronder vindt u de totaal gevraagde financiering: 1.1

Transitiefonds (bijlage 1 t/m 7)

A1 t/m A12 W1 W2 W3 W4 W5 V1 t/m V6 V7 W6 W7 N1 N2 N3 N4 I1 R1 M1 Totaal

1.2

€ 311.000.000.€ 4.550.000,€ 40.000.000.€ 7.500.000,€ 25.000.000,€ 100.000.000,€ 49.800.000,€ 150.000.000,€ 100.000.000,€ 100.000.000,€ 29.292.500,€ 46.000.000,€ 12.000.000,€ 654.713.812,PM € 150.000,€ 30.000.000,€ 1.660.006.312,-

Programma Natuur fase 2 (bijlage 8)

Kop van Schouwen (116) Manteling van Walcheren (117) Westerschelde & Saefthinge (122) Yerseke en KHapelse Moer (121) Zwin en Kievittepolder (123) De drie kreken (124, 125 en 126) Oosterschelde Grevelingen Onderzoek en monitoring Rijksbijdrage voor boscompensatie 15% overhead i.r.t. apparaatskosten provincie en bij derden Totaal

4

€ 16.000.000 € 17.875.000 € 8.450.000 € 1.365.000 € 1.810.000 € 5.660.000 € 21.150.000 € 8.710.000 € 400.000 € 48.392 € 6.700.000 € 88.168.392

2. Maatregelpakket akkerbouw 2.1 Totale pakket aan maatregelen Totale pakket aan akkerbouwmaatregelen, bestaande uit: Bodemverbetering: - A1 Carbon farming - A2 Mestaanwendingstechnieken Teelten: - A3 Eiwitteelt, vlinderbloemigen - A4 Biobased teelten - A5 Biologische landbouw - A6 Agroforestry / boslandbouw - A7 Natuurinclusieve landbouw, bijv. extensiever inzaaien Functionele agrobiodiversiteit: - A8 Gewasbescherming door middel van agrarisch natuurbeheer - A9 Het omzetten van bouwland naar niet-productief areaal Zoet water beschikbaarheid: - W1 Slim real-time meetnetwerk - W2 Zoetwatervoorziening Reimerswaal - W3 Ondergrondse opslag - W4 Regelbare drainage - W5 Slimmer omgaan met zoet water Overig: - A10 Stimuleren korte ketens in de landbouw - A11 Stimuleren fossielvrije landbouwmachines - A12 Precisielandbouw Het betreft nadrukkelijk een globale onderverdeling. Er is overlap en wisselwerking tussen maatregelen. Het pakket is nog niet volledig. Tijdens diverse regiodialogen in het voorjaar van 2023 zijn bijvoorbeeld nog meer maatregelen aangedragen. Na afweging kunnen mogelijk nog nieuwe maatregelen worden opgenomen in volgende versies van het gebiedsprogramma.` 2.2 Waarom dit pakket: Zeeland heeft twee pakketten samengesteld die betrekking hebben op de landbouw: maatregelpakket akkerbouw en –pakket veehouderij.

Hoewel veehouderij en akkerbouw elkaar op onderdelen versterken (bijvoorbeeld mest vanuit de veehouderij aanwenden in de akkerbouw), zijn er op bedrijfsniveau wezenlijke verschillen. Daarnaast verschillen de Zeeuwse akkerbouw en veehouderij aanzienlijk van elkaar qua omvang. Daarom twee pakketten. De maatregelen in het akkerbouwpakket vormen gezamenlijk een integraal pakket dat een transitie naar een volhoudbare landbouw tot doel heeft. De watermaatregelen (W1 t/m W5) horen daar nadrukkelijk bij. Een betere zoetwaterbeschikbaarheid voor de akkerbouw is goed voor de opname van nutriënten en daardoor wordt de uitspoeling naar oppervlaktewaterlichamen beperkt. De maatregelen dragen ieder afzonderlijk in verschillende mate bij aan de NPLG-doelen. Integraal en/of gefaseerd toegepast, versterken de maatregelen elkaar daarbij. 2.3

Gevraagde financiering

A1 t/m A12 W1 W2 W3 W4

€ 311.000.000.€ 4.550.000,€ 40.000.000.€ 7.500.000,€ 25.000.000,5

W5 Totaal

€ 100.000.000,€ 488.050.000,-

6

3. Maatregelpakket veehouderij 3.1 Totale pakket aan maatregelen Totale pakket aan veehouderijmaatregelen, bestaande uit: - V1 Extensivering melkveehouderij - V2 Stalsystemen (eventueel gecombineerd met mestverwerking buiten de stal) - V3 Mest-additieven - V4 Voerspoor - V5 Verlengde weidegang - V6 Kruidenrijk grasland - V7 Vrijwillige opkoop Het betreft nadrukkelijk een globale onderverdeling. Er is overlap en wisselwerking tussen maatregelen. Het pakket is nog niet volledig. Tijdens diverse regiodialogen in het voorjaar van 2023 zijn bijvoorbeeld nog meer maatregelen aangedragen. Na afweging kunnen mogelijk nog nieuwe maatregelen worden opgenomen in volgende versies van het gebiedsprogramma. 3.2 Waarom dit pakket: Zeeland heeft twee pakketten samengesteld die betrekking hebben op de landbouw: maatregelpakket veehouderij en –pakket akkerbouw. Hoewel veehouderij en akkerbouw elkaar op onderdelen versterken (bijvoorbeeld mest vanuit de veehouderij aanwenden in de akkerbouw), zijn er op bedrijfsniveau wezenlijke verschillen. En ondanks de kleinere omvang van de veehouderij ten opzichte van de Zeeuwse akkerbouw willen we ruim aandacht schenken aan de veehouderij. Daarom twee pakketten. De maatregelen in het veehouderijpakket vormen een integraal pakket dat tot substantiële bijdragen aan de NPLG-doelen leidt.

Op basis van een integrale KPI-set kan de individuele veehouder zijn prestaties bij toepassing van maatregelen laten waarderen en belonen. Dit heeft een versnelling richting NPLG-doelbereik tot gevolg. 3.3

Gevraagde financiering

V1 t/m V6 V7 Totaal

€ 49.800.000,€ 150.000.000,€ 199.800.000,-

7

4. Maatregelpakket water 4.1 Totale pakket aan maatregelen Totale pakket aan veehouderijmaatregelen, bestaande uit: - W6 Opwaarderen suboptimale waterstromen (RWZI) - W7 Opwaarderen suboptimale zoetwaterstromen in de Zeeuwse industrie 4.2 Waarom dit pakket: In Zeeland zijn van nature weinig tot geen zoetwaterbronnen aanwezig. Zodoende wordt gekeken naar oplossingsrichtingen die de zoetwaterbeschikbaarheid kunnen vergroten en/of behouden. Eén van de richtingen is het opwaarderen van suboptimale zoetwaterstromen. Deze suboptimale stromen zijn nu nog van onvoldoende kwaliteit voor (in)directe toepassing. Door een aanvullende zuiveringstap toe te passen kunnen deze suboptimale stromen geschikt worden gemaakt voor gebruik. Vraag en aanbod fluctueert door de tijd en geografisch gezien ligt vraag en aanbod (soms) uit elkaar. Dit vraagt een investering in distributienetwerken en buffer/opslag capaciteit. Binnen dit pakket worden zowel de industriële als huishoudelijke stromen beschouwd. 4.3

Gevraagde financiering

W6 W7 Totaal

€ 100.000.000,€ 100.000.000,€ 200.000.000,-

8

5. Maatregelpakket natuur 5.1 Totale pakket aan maatregelen Totale pakket aan maatregelen natuur, bestaande uit: - N1 Bos buiten het Natuurnetwerk Zeeland - N2 Uitbreiding agrarisch natuurbeheer - N3 Aanleg moeras, treffen maatregelen Vogelrichtlijn en NPO - N4 Groenblauwe dooradering 5.2 Waarom dit pakket: Met dit pakket wordt invulling gegeven aan de realisatie va de bossenstrategie, een landelijke afspraak waar tot op heden geen dekking voor het gedeelte buiten het NNZ geregeld was. Met de uitvoering van de bossenstrategie worden doelen op het gebied van klimaat en biodiversiteit (natuurontwikkeling) gerealiseerd. Het succesvolle agrarische natuurbeheer dat een belangrijke bijdrage levert aan het halen van de instandhoudingsdoelstellingen van de weide -en akkervogels kan verder worden uitgebouwd en duurzamer worden ingericht. Dit levert kansen op voor de vergroting van de biodiversiteit. Verder wordt met de realisatie van dit pakket voor de vogelrichtlijngebieden en voor de Oosterschelde ingezet het halen van de landelijk afgesproken behoudsdoelen (VR en VHR) voor deze gebieden. 5.3

Gevraagde financiering

N1 N2 N3 N4 Totaal

€ 29.292.500,€ 46.000.000,€ 12.000.000,€ 654.713.812,€ 742.006.312,-

9

6. Maatregelpakket overig 6.1 Totale pakket aan maatregelen Totale pakket aan veehouderijmaatregelen, bestaande uit: - I1 Reductie stikstofuitstoot bij drie grootste industriële bedrijven Zeeland - R1 Onderzoek doorrekenen effectiviteit maatregelen recreatieve sector - M1 Veerdienst Westerschelde 6.2 Waarom dit pakket: Het maatregelpakket ‘overig’ bestaat uit maatregelen in de sectoren industrie, recreatie en mobiliteit. In tegenstelling tot de maatregelpakketten akkerbouw, veehouderij, water en natuur, vormen de maatregelen in dit pakket geen direct samenhangend geheel. Maar de maatregelen zijn, vanuit het principe dat alle sectoren bijdragen, van groot belang voor de opgaven in het doelbereik. Daarnaast zijn voornoemde maatregelen ook erg belangrijk voor het draagvlak van het gehele maatregelenpakket. De maatregel mobiliteit, het elektrificeren van het veer Vlissingen- Breskens is één van de weinig maatregelen waar wij als provincie direct invloed op hebben; het veer is immers in ons beheer. En deze maatregel zorgt ook direct voor een reductie van de stikstofemissie. De recreatiesector is in Zeeland actief betrokken bij het NPLG. Deze sector wil en kan graag bijdragen aan de doelen en hiervoor zijn dan ook maatregelen opgenomen.

Gezien de omvang van de sector en de ligging ten opzichte van de duingebieden Kop van Schouwen en Manteling van Walcheren zijn ook zij voor de Provincie een belangrijke partner. 6.3 I1 R1 M1 Totaal

Gevraagde financiering PM € 150.000,€ 30.000.000,€ 30.150.000,-

10

Bijlage 1 Maatregelpakket Akkerbouw A1 t/m A12 & W1 t/m W5 Aanvraag Rijksbijdrage voor beslissing tot start planuitwerking Algemene informatie aanvraag Naam

Maatregelpakket akkerbouw, met een globale onderverdeling in de volgende groepen: Bodemverbetering: A1. Carbon farming (gebruik organische mest, minder kunstmest, robuuste bodem, verhogen organisch stofgehalte); A2. Mestaanwendingstechnieken. Teelten: A3. Eiwitteelt, vlinderbloemigen; A4. Biobased teelten; A5. Biologische landbouw; A6. Agroforestry; A7. Natuurinclusievere landbouw, bijv. extensiever inzaaien. Functionele agrobiodiversiteit: A8. Gewasbescherming en bestuiving door middel van agrarisch natuurbeheer; A9. Het omzetten van bouwland naar niet-productief areaal. Zoet water beschikbaarheid (zie losse formats W1 t/m W5) Deze maatregelen zijn onlosmakelijk verbonden met maatregelpakket Akkerbouw. W1. Slim real-time meetnetwerk; W2. Zoetwatervoorziening Reimerswaal; W3. Ondergrondse Opslag; W4. Regelbare drainage; W5. Slimmer omgaan met zoet water. Overig: A10. Stimuleren korte ketens in de landbouw; A11. Stimuleren fossielvrije landbouwmachines; A12. Precisielandbouw.

Hoofdaanvrager incl. contactgegevens Deelnemende partijen

Gebied /locaties

Het betreft nadrukkelijk een globale onderverdeling. Er is overlap en wisselwerking tussen maatregelen of teelten uit en binnen de verschillende groepen. Het pakket is nog niet volledig. Tijdens diverse regiodialogen in het voorjaar van 2023 zijn bijvoorbeeld nog meer maatregelen aangedragen. Na afweging kunnen mogelijk nog nieuwe maatregelen worden opgenomen in volgende versies van het gebiedsprogramma. Provincie Zeeland Marnix van Driel (mal.van.driel@zeeland.nl, 06-25726730) Agrarisch ondernemers; Agrarische collectieven. De verdeling wordt in een later stadium bepaald. Het maatregelpakket akkerbouw heeft betrekking op het gehele landelijke gebied in de provincie Zeeland. Op het niveau van Zuidwestelijke Delta biedt het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland (IBP VP ZWD) projecten en inzichten als input voor het gebiedsprogramma. De provincie Zeeland heeft daarnaast vijf deelgebieden geselecteerd waar geïntegreerde gebiedsaanpakken (gaan) lopen: Kop van Schouwen (KvS); Manteling van Walcheren (MvW); Grenspark Groot Saefthinge (GGS);

11

-

North Sea Port District (NSPD); Veerse Meer (VM).

Afbeelding: Zeeland, inclusief deelgebieden voor geïntegreerde gebiedsaanpakken. De geïntegreerde aanpakken hebben tot doel meerwaarde te creëren met een gezamenlijke aanpak van verschillende ruimtelijke opgaven. Op basis van de specifieke kwaliteiten wordt gewerkt aan een transitie; ‘streekontwikkeling’. Deze vijf geselecteerde gebieden vormen in principe een vliegwiel in het delen en opbouwen van werkwijze en instrumentarium voor de aanpak van het gehele Zeeuwse landelijke gebied.

Samenvatting

In de deelgebieden worden ook specifieke maatregelen uit het akkerbouwpakket toegepast, vooralsnog met name in KvS, MvW en GGS. Voor met name GGS geldt dat projecten al meer in de realisatiefase zitten en versneld kunnen worden opgepakt. Lessen en voortschrijdende inzichten uit de deelgebieden worden verwerkt in de provinciebrede uitrol van maatregelen. Het maatregelpakket voor de akkerbouw in Zeeland betreft een breed pakket aan maatregelen die betrekking hebben op verbetering van de bodemkwaliteit, duurzame teelten, verhoging van de biodiversiteit en verduurzaming van de akkerbouw in het algemeen. De maatregelen dragen, afhankelijk van type, samenstelling, vakmanschap, etc., in verschillende mate bij aan de NPLG-doelen. Het gaat om het zo efficiënt mogelijk omgaan met stikstof en andere nutriënten en zoet water binnen het landbouwsysteem. Zeeland is een echte akkerbouwprovincie. Omgeven door zout water worden op grote schaal granen, aardappelen, suikerbieten, uien en andere akkerbouwgroenten geteeld. Nitraat en ammoniak komen via het bodem- en watersysteem in het milieu terecht door

12

onder andere de aanwending van (kunst)mest op landbouwgronden. Het oppervlaktewater in Zeeland bevat hierdoor een te hoge concentratie van nitraat. Mede door de relatief geringe veehouderij is de impact van de landbouw op de sterk met stikstof overbelaste duingebieden in verhouding tot veel andere provincies echter beperkt. De ambitie voor volhoudbare landbouw in Zeeland definiëren wij als het creëren van zoveel mogelijk meerwaarde. Meerwaarde die ontstaat door een samenhangende integrale benadering van bodem(vruchtbaarheid), beheer (zoet) water, biodiversiteit en landschap in combinatie met het (kosten)-efficiënter boeren. Het maatregelpakket voor de akkerbouw is globaal onderverdeeld in de groepen bodemverbetering, teelten, functionele agrobiodiversiteit, zoet water beschikbaarheid en overig. De maatregelen uit het pakket zijn niet nieuw. Op maatregelniveau ontbreekt nog wel kennis / informatie. Ook kan sprake zijn van te grote financiële risico’s bij grootschalige toepassingen of staat marktwerking of regelgeving brede toepassing in de weg. De planuitwerking heeft tot doel te voorzien in ontbrekende informatie of barrières weg te nemen. Daarbij kan met maatregelen al op grotere schaal geëxperimenteerd worden in geïntegreerde gebiedsaanpakken.

Kosten en dekking (kort) Bijlagen

Door goede waardering, bijvoorbeeld aan de hand van KPI’s, en binnen een goede kennisinfrastructuur, met onderzoek en coaching, kan uiteindelijk de transitie naar een grootschalige volhoudbare landbouw, met structurele bijdragen aan de NPLG-doelen, versneld worden. Transitiefonds: € 311.000.000 In de afgelopen jaren zijn talloze publicaties over onderzoeken verschenen van agrarische onderzoeksinstituten, scholen en universiteiten die betrekking hebben op, onder andere, een meer natuurinclusieve landbouw, koolstofmaatregelen in landbouwbodems, stikstofbindende teelten, etc. Te veel om hier te benoemen. Wij maken hier wel gebruik van bij het uitwerken van de maatregelen. Onderbouwing door onderzoeken is opvraagbaar.

Opgaven/probleemanalyse en te bereiken doelen Analyse provinciale/ gebiedsopgaven NPLG

Zeeland is een echte akkerbouwprovincie omgeven door zout water. Perspectief voor een volhoudbare landbouw die bijdraagt aan de maatschappelijke doelen vereist dan ook een specifieke aanpak. Een gezond bodem en water systeem wat past binnen - en samenwerkt met - de natuurlijke omgeving is een essentiële voorwaarde voor perspectief. Zonder dat perspectief is het ook niet mogelijk te investeren in maatregelen. Zeeland wil op basis van praktijkgericht onderzoek op bovengenoemde domeinen ondernemers ondersteunen die de transitie naar een volhoudbaar systeem willen maken. Nitraat en ammoniak komen via het bodem- en watersysteem in het milieu terecht door onder andere de aanwending van (kunst)mest op landbouwgronden. Het oppervlaktewater in Zeeland bevat hierdoor een te hoge concentratie van nitraat. Ook de vervluchtiging van ammoniak naar de atmosfeer zorgt voor ongewenste stikstofemissie. Opgemerkt dient te worden dat de landbouwsector in Zeeland een veel kleiner aandeel heeft dan gemiddeld in Nederland in de stikstofdepositie. Maatregelen zoals precisiebemesting, zorgvuldig mest aanwenden, het telen van eiwit/biobased gewassen en biologische of regeneratieve akkerbouw kunnen tot aanzienlijke ammoniakreductie leiden. De NPLG-opgave voor koolstofvastlegging in landbouwbodems in 2030 bedraagt landelijk 0,5 Mton CO₂ eq.

Begin april 2023 is een studie afgerond naar de impact van koolstofmaatregelen per provincie. Het telen van extra groenbemesters, het achterlaten van stroresten en het toepassen van compost heeft in Zeeland de meeste potentie voor koolstofvastlegging.

13

Doel planuitwerking (in welke nog ontbrekende informatie / procedurele stappen te voorzien)

De maatregelen uit het pakket zijn niet nieuw. Anno 2023 wordt al veel aandacht besteed aan de genoemde maatregelen door middel van onderzoeken, pilots of toepassing op beperkte of al grotere schaal. Op maatregelniveau ontbreekt nog wel kennis / informatie. Ook kan sprake zijn van te grote financiële risico’s bij grootschalige toepassingen of staat marktwerking of regelgeving brede toepassing in de weg. De planuitwerking heeft tot doel te voorzien in ontbrekende informatie of barrières weg te nemen. Daarmee kan de transitie naar een volhoudbare landbouw, met structurele bijdragen aan de NPLG-doelen, versneld worden. ‘KPI-systematiek’ en ‘coaching’, zie hieronder, vormen ondersteunende instrumenten om de maatregelen uit het akkerbouwpakket verder te brengen. Waardering / financiering Voor vrijwel alle maatregelen, of combinaties van maatregelen, geldt dat de landbouwer de meerwaarde tot uitdrukking moet zien komen ook in kostenbeheersing en een goede / betere productprijs. Momenteel worden Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) al toegepast voor lichte stimulering vanuit de overheid, voor rentekorting door banken en als basis voor duurzaamheidspremies en keurmerken door afnemers. De landelijke ambitie is om een integrale set KPI’s vast te stellen die in zijn geheel stuurt naar betere prestaties op alle doelen.

Zie bijlage 2 voor een uitgebreide toelichting op de KPIsystematiek en het gebiedsprogramma. Kennisopbouw, -verspreiding, coaching Het NPLG richt zich op het toekomstbestendig ontwikkelen van het landelijk gebied, mede met het oog op het voldoen aan internationale verplichtingen op het terrein van natuur (met als onderliggende opgave de reductie van stikstof) en water en klimaat (broeikasgassen). Binnen de toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied dient de Zeeuwse landbouw in zijn geheel te transformeren naar een volhoudbare landbouw. Dat vergt met betrekking tot stikstof, water en klimaat, bij de diverse akkerbouwmaatregelen, andere keuzes dan die in het verleden werden gemaakt. Specifieke coaching bij die keuzes is nodig. We kunnen hierbij onderscheid maken in algemene ondersteuning van ondernemers door onafhankelijke adviseurs en specifieke vakinhoudelijke kennis. Voor wat betreft de algemene ondersteuning sluiten we aan bij de landelijke aanpak Sociaal Economische begeleiding. Doel van dit door het Ministerie van LNV, samen met de provincies, opgezette traject is het aanbieden van langjarige onafhankelijke coaching aan ondernemers. Naast bovenstaande gebiedsprocessen zal elke boer individuele keuzes voor zijn bedrijf moeten maken voor de toekomst. Dit beseffen, ervaren, laten indalen, tot inzichten én keuzes komen is een lastig proces.

Er is daarom begeleiding nodig voor hoe de landbouwtransitie uiteindelijk landt aan de keukentafel. Langjarige trajecten zijn nodig om boeren bij te staan in de vaak ingrijpende keuzes die moeten worden gemaakt. Ongeacht of bedrijven uiteindelijk moeten stoppen, verplaatsen, of toewerken naar een meer extensieve bedrijfsvoering. Naast technische en financiële veranderingen is het maken van keuzes voor de toekomst ook allereerst een sociaal en psychologisch proces. Uit deze gesprekken maar ook via andere kanalen kan het verzoek komen om meer technisch-inhoudelijke kennis rondom een bepaald onderwerp. Voor de domeinen water en bodem wordt dit nader uitgewerkt in het project BodemUP. Hierbij is voor de planuitwerking aandacht nodig voor capaciteit (aantal coaches) en inhoud (opleidingstraject coaches). Doel planuitwerking in verband met maatregelpakket akkerbouw Per groep akkerbouwmaatregelen zoomen we hieronder in op doelen van de planuitwerking:

14

Bodemverbetering (A1 en A2): Momenteel (2022-2024) loopt een project bij een akkerbouwbedrijf op SchouwenDuiveland, met als penvoerder de ZLTO, wat tot doel heeft te komen tot een regeneratief landbouwsysteem. Regeneratieve landbouw is een nieuwe vorm van landbouw die zich richt op het natuurlijk herstellen van de balans tussen bodemfysiologie, bodemchemie en de bodembiologie, waardoor het humusgehalte zal toenemen en er een vitale bodem ontstaat als basis voor een gezonde en weerbare teelt die minder afhankelijk is van chemische hulpstoffen. Door vastlegging van koolstof en een betere waterhuishouding is de bodem beter bestand tegen klimaatinvloeden. Regeneratieve landbouw wordt voornamelijk in Oostenrijk en Duitsland toegepast en is een antwoord op vraagstukken rondom klimaat, biodiversiteit en milieu. Dit project wordt gesubsidieerd in het kader van het Europese subsidieprogramma voor plattelandsontwikkeling (POP3). Aan het eind van het project is het hele akkerbouwbedrijf omgeschakeld naar regeneratieve landbouw, zijn de kosten en baten van deze nieuwe teeltwijze in beeld gebracht en kan het bedrijf functioneren als een leerbedrijf voor de collega akkerbouwers in de regio. Als Provincie Zeeland willen we tijdens dit project opgedane kennis en geleerde lessen gebruiken bij de stimulering en uitrol van deze landbouwmethode in de gehele provincie.

In Grenspark Groot Saefthinge zetten we in op een lokaal ontwikkelde hoogwaardige compost waarmee de vruchtbaarheid en de structuur van de bodem worden verbeterd. Samenwerking wordt gestimuleerd om de compostering gezamenlijk te organiseren. Niet alleen met boeren maar ook met lokale afzet van materialen zoals maaisel uit de natuur en van dijken/bermen en bomen. Inzet is een circulair landschap. Bovengenoemde projecten / initiatieven bevorderen de lokale en regionale biodiversiteit en zorgen voor een versnelling naar een volhoudbare landbouw. Met betrekking tot koolstofvastlegging (A1) (klimaatopgave) wil het ministerie van LNV het gesprek aangaan met de provincies over de mogelijkheden van duurzame bodemmaatregelen in hun regio’s. Regeneratieve landbouw en toepassen van hoogwaardige compost (A2) vormen voorbeelden van dergelijke duurzame bodemmaatregelen. Teelten (A3 t/m A7): Van diverse typen teelten, zoals eiwitteelt / vlinderbloemigen, biobased teelten, biologische landbouw en agroforestry, is afgelopen decennia door middel van onderzoek vastgesteld dat zij elk in verschillende mate een bijdrage leveren aan de NPLG-doelen (natuur (o.a. stikstofreductie), verbetering waterkwaliteit, vastlegging koolstof). Om deze reden worden veel teelten ook al financieel ondersteund vanuit het GLB-NSP.

Maar toch blijkt die stimulans in veel gevallen nog onvoldoende om de teelten grootschalig toe te passen. Te grote financiële risico’s vanwege ziektedruk of weersinvloeden of marktwerking vormen een belemmering voor brede toepassing. Een conclusie van het project Zeeland Bonenland is dat de eiwitteelt (A3) nog niet altijd rendabel is. Hierdoor is het belangrijk om ketensamenwerkingen door te zetten en onderzoek te blijven doen naar verbeterde teeltomstandigheden en verwerking van peulvruchten. Ook is het belangrijk dat de consument waarde ziet in lokale herkomst van peulvruchten. Voor wat betreft rentabiliteit en consumentenwaardering geldt dit ook voor biologische landbouw (A5). Het areaal biologisch in Zeeland is zowel procentueel als absoluut een van de laagste van Nederland (2,3% van het totale landbouwareaal). Het Ministerie van LNV werkt aan een Actieplan Biologisch voor de stimulering van de groei van de

15

biologische sector (van 4% areaal naar 15% in 2030). De stimulering van de afzetmarkt van biologische producten dient hierbij voorop moet staan. Biobased teelten (A4) vormen een zeer brede groep van teelten. Afhankelijk van het gewas vormt met name marktwerking (marktconforme kostprijs voor biobased grondstoffen) een aandachtspunt. Uit een recent verkennend literatuuronderzoek met betrekking tot agroforestry (A6) blijkt een verwachte hogere N efficiëntie en een betere algehele N kringloop, wat kan leiden tot lagere N verliezen. Bij de geïntegreerde gebiedsaanpakken tegen de Manteling van Walcheren en in het Grenspark Groot Saefthinge zal de combinatie gezocht worden met de introductie van bomen en struiken op percelen met akkerbouwgewassen of grasland. Functionele agrobiodiversiteit (A8 en A9): Tijdens diverse inventariserende en verdiepende regiodialogen met agrarische belangenbehartigers, waterschap, natuurorganisaties, provincie en gemeenten zijn diverse maatregelen aangedragen die betrekking hebben op functionele agrobiodiversiteit: het versterken van het natuurlijke vermogen om ziekten en plagen te beheersen en bestuiving te bevorderen in cultuurgewassen door de biodiversiteit te stimuleren. Genoemd zijn onder andere: A8.

Gewasbescherming en bestuiving door het vergroten van biodiversiteit op landbouwgrond, met als voorbeelden: Bufferstroken inrichten als kruiden-/bloemrijke randen; Teeltvrije zones biodivers inzaaien; A9. Het omzetten van bouwland naar niet-productief areaal. Deze maatregelen zijn deels al gangbaar binnen de eco-regeling van het GLB en/of het ANLb. Manteling van Walcheren en Kop van Schouwen: voor het agrarisch gebied grenzend aan deze natuurgebieden zetten we in op een gedeeltelijke transitie naar een emissie armere landbouw/natuurinclusieve landbouw. In verband met de verkenning van de omschakeling is procesbegeleiding, nader onderzoek en het opbouwen van grondvoorraad nodig. Kop van Schouwen: in het bestaande project Partridge streven we naar een optimale akkervogelstand én een goed landbouwperspectief. In het project wordt succesvol geëxperimenteerd met maatregelen als strokenteelt, laten staan van stoppels, bloemblokken en keverranden. Zie hiervoor N2 Agrarisch natuurbeheer. Grenspark Groot Saeftinghe: Zeeuws (biodivers) bouwplan: Versterken biodiversiteit en natuur- landschapsbeleving agrarisch gebied, ecologische en economische verduurzaming landbouw. Ingezet wordt op minimaal 7% doelmatige maatregelen per 500 ha landbouwgebied.

Inzet keuze menukaart Zeeuws bouwplan: gewassen die bijdragen aan stikstof en broeikasgas vermindering en bodemverbetering, zoals: erwten, bonen, luzerne, vlas, graszaad. Een ander voorbeeld is ook het extensiever inzaaien. Overig (A10 t/m A12): Onder de groep ‘overig’ binnen het akkerbouwpakket zijn onder andere tijdens de regiodialogen de volgende maatregelen aangedragen: A10. Stimuleren korte ketens in de landbouw, zowel qua afzet als voor mest; A11. Stimuleren fossielvrije landbouwmachines; A12. Precisielandbouw.

16

Binnen de gebiedsprocessen is komende jaren veel aandacht voor het sluiten van korte ketens. Voor korte ketens (dierlijke) mest wordt verwezen naar het maatregelpakket veehouderij. Voor het stimuleren van fossielvrije landbouwmachines volgen we eerst het proces van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) om met alle relevante stakeholders een actieplan op te stellen gericht op het verduurzamen van landbouwmachines. Met dit plan moet duidelijk worden welke acties nodig zijn om de ontwikkeling en het gebruik van fossielvrije landbouwmachines te ondersteunen en bevorderen. De minister van Landbouw verwacht na de zomer van 2023 het actieplan met de Kamer te kunnen delen. Voor precisielandbouw worden diverse technologieën zoals GPS, sensortechnologie, ICT en robotisering ingezet voor plaats-specifieke teelthandelingen. Dit is van grote waarde bij het terugdringen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, meststoffen en water voor irrigatie. Boeren krijgen echter nauwelijks betaald voor het toepassen van precisielandbouw, waardoor de inspanningen soms groter zijn dan de voordelen die het met zich meebrengt voor de boer zelf. Komende maanden onderzoeken wij hoe precisielandbouw in Zeeland gestimuleerd kan worden.

Wijzigingen t.o.v. het gebiedsprogramma Meekoppelkansen

Projecten

Het betreft een pakket van zeer verschillende maatregelen. Ook binnen de diverse maatregelen zijn, afhankelijk van type, samenstelling, vakmanschap, etc., grote verschillen aangetoond in invloed op NPLG-doelen. Het gaat om het zo efficiënt mogelijk omgaan met stikstof en andere nutriënten en zoet water binnen het landbouwsysteem. Per groep binnen het maatregelpakket nader gekwalificeerd: Bodemverbetering: op termijn lagere input van (kunst)mest zorgt voor verbetering van oppervlaktewaterkwaliteit en reductie van broeikasgassen. Daarnaast verbetert de biodiversiteit en wordt CO2 vastgelegd in de bodem; Teelten: lagere input van dierlijke mest en kunstmest zorgt voor reducering van stikstofemissie, verbetering van oppervlaktewaterkwaliteit en reductie van broeikasgassen. Daarnaast verbetert de biodiversiteit; Functionele agrobiodiversiteit: veel lagere input van dierlijke mest en kunstmest zorgt voor structurele reducering van stikstofemissie, verbetering van oppervlaktewaterkwaliteit en reductie van broeikasgassen. Daarnaast verbetert de biodiversiteit structureel; Overig: afhankelijk van het type maatregel vindt reductie op uitstoot van stikstof en broeikasgassen plaats en wordt efficiënter omgesprongen met de zoet water kwantiteit. N.v.t. -

Binnen de gebiedsprocessen gaat per gebied een team onder leiding van een netwerkregisseur het proces aanjagen en zorgen voor de verbinding tussen partijen en opgaven. Bijvangsten zijn te verwachten door de opgaven waar mogelijk te verbinden met sectoren als industrie, mobiliteit en andere lokale en landelijk overheidsopgaven; Toepassen van materialen uit biobased teelten levert een bijdrage aan de stikstofopgave, maar daarmee ook aan de woningbouwopgave die dan ‘sneller van het slot’ af kan, én daarmee aan de opgaven van ‘de woondeal’. Bodemverbetering (A1 en A2): project regeneratief landbouwsysteem Schouwen-Duiveland: opgedane kennis en geleerde lessen gebruiken bij de stimulering en uitrol van deze landbouwmethode in de gehele provincie; Grenspark Groot Saefthinge: ontwikkeling hoogwaardige compost, stimulering regionale compostering; mestaanwendingstechnieken: resultaten PPS project ‘Betere stal, Betere mest, Betere oogst’ opvolgen, met name werkpakket 3: toepassing van meststoffen in het veld.

17

Teelten (A3 t/m A7): Eiwitteelt, vlinderbloemigen (A3): Stimulering van het ontwikkelen van waardeketens op eiwitgewassen. Stimuleren van de teelt van veldbonen, lupine, tuinbonen etc. als invulling voor het nieuwe GLB en hogere waardering van eiwitteelten middels eco-regelingen. Eiwitteelt als onderdeel inbouwen van het Zeeuwse bouwplan voor KPI’s. Ondersteunen en begeleiden van inhoudelijke projecten (POP3, maar ook toekomstige haalbaarheidsonderzoeken en innovatieve initiatieven). Uitvoering Green Deal Vlinderbloemigen in het kader van de Nationale Eiwitstrategie. In beeld brengen en bij elkaar brengen van de Zeeuwse eiwitketen(s). Aansluiten bij landelijke trajecten en trajecten vanuit het Ministerie. Koppelingen leggen met andere beleidsopgaven: stikstof, zoet water etc. Voortzetting van de Zeeuwse Protein Delta (ambitie FoodDelta Zeeland) Biologische landbouw (A5): Binnen het POP-3 project “Biologische landbouw; waardering en groei” werken we vanaf eind 2022 aan de totstandkoming van een stimuleringsplan voor de biologische sector in Zeeland. We onderzoeken daarbij de drempels die omschakeling bemoeilijken en de mogelijkheden om biologische landbouw een stimulans te geven. Het omschakelen naar biologisch brengt diverse vraagstukken met zich mee.

Hierbij valt te denken aan financiering van de overbruggingsperiode tussen gangbaar en biologisch, mechanisering, de arbeidsintensiviteit, hoe het juiste afzetkanaal ter bereiken etc. We zetten in op de transitie van 100ha per jaar. Biobased teelten (A4): Het organiseren van waardenketens op het gebied van biobased teelten: Voortzetting van onderzoek naar biobased teelten binnen de Biobased Innovations Garden (Rusthoeve); Uitbreiding van het areaal van biobased materialen; Uitbreiding van de toepassing van biobased materialen. Agroforestry/boslandbouw (A6): Bij de geïntegreerde gebiedsaanpakken tegen de Manteling van Walcheren en in het Grenspark Groot Saefthinge combinatie zoeken met de introductie van agroforestry op percelen met akkerbouwgewassen of grasland. Functionele agrobiodiversiteit (A8 en A9): De ervaringen in ondermeer het internationale project Fabulous Farmers en Op naar een toekomstbestendige landbouw, moeten nu worden opgeschaald naar een groter deel van de Zeeuwse akkerbouwbedrijven zodat zij met strokenteelt en het toepassen van kruiden- en bloemrijke stroken langs en door percelen over gaan naar een natuurinclusieve vorm van landbouw. Hiervoor zijn middelen benodigd voor een areaal van 500 ha. Daarnaast worden middelen gevraagd voor grond (250 ha) ten behoeve van de (grond)ontwikkelingsbank van de provincie, waarin ruimte kan worden gemaakt voor bv.

langjarige pacht. Alle maatregelen: Coaching: BodemUp: 500 agrarische ondernemers in Zeeland worden begeleid met minimaal 3 contactmomenten (danwel fysiek danwel digitaal en of individueel of in groepsverband) per jaar (volgens PDCA-systematiek), waarbij jaarlijks een BedrijfsBodemWaterPlan (BBWP) wordt opgesteld voor één perceel.

18

BedrijfsBodemWaterPlan (BBWP): Zoeken naar synergie met (deelnemers) BodemUP. De deelnemers aan BodemUP krijgen een BBWP voor één perceel aangeboden. Doel is dat minimaal 500 ondernemers voor minimaal 5 percelen een BBWP opstellen. In 2027 alle deelnemers een BBWP-score van minimaal 'voldoende'. o Bodemverbetering: Doel is om de deelnemers van BodemUP een verdieping te geven op het onderwerp 'bemesting' door inzicht te verschaffen over het bemesten met als doel het verhogen van het organische stofgehalte van de bodem. Aan bod komen o.a. bokassi, organische meststoffen, compost, champost, groenbemesters en vers maaisel. o Slim landgebruik: Doel is om de deelnemers van BodemUP een verdieping te geven op het onderwerp 'landgebruik' door inzicht te verschaffen op de onderwerpen CO2/carbonfarming, emissiereductie en niet-kerende grondbewerking. N-Residumeting: Doel is om de deelnemers van BodemUP een verdieping te geven op het onderwerp 'bemesting' door via N-residumetingen inzicht te krijgen in de hoeveelheid minerale stikstof die nog in de laag 0-90 cm onder maaiveld zit. Dit geeft een indicatie over de effectiviteit van bemesting. Per ondernemer 5 metingen. o

-

KPI’s: In de Zuidwestelijke Delta werken wij komende jaren mee aan een nadere toetsing onder meer dan 100 akkerbouwers van een integrale set. Hierdoor ontstaat een eenduidig systeem waarmee prestaties kunnen worden vastgesteld zodat betere prestaties ingerekend, gewaardeerd en beloond kunnen worden. Zowel private als publieke partijen kunnen de normwaarden bepalen waarbij zij boeren willen betalen voor duurzaamheidsdiensten. Naast het uitwerken van de integrale set wordt gewerkt aan een aantal randvoorwaarden om het toepassen KPI’s voor sturing en beloning tot een succes te maken, dit zijn 1) het vergroten van het netwerk van partijen die KPI’s willen gebruiken voor sturen en belonen, 2) het verbeteren van de data beschikbaarheid, ontsluiting en certificering van data, rechtdoend aan eigenaarschap en 3) het ontwikkelen van een governance structuur, zodat goede afspraken tussen publieke en private partijen kunnen worden gemaakt over het beheer en vaststelling van inhoud van de KPI's en rekenregels. Dit alles onder mom van doen, leren, beter doen. Dit is een continu proces voor het werken en sturen met KPI’s, net zoals de verduurzaming van de landbouw dat is. Zie bijlage 2 voor een nadere toelichting op de KPI-systematiek

Monitoring: Middelen zijn benodigd voor het monitoren/meten van effecten van de maatregelen op o.a. vogels, insecten, gewassen en economisch. Innovatie Zeelandbreed ondersteunen van innovatie middels ‘open lucht laboratoria’ en experimenteerruimte.

Oplossingsrichtingen, doelbereik en (sociaaleconomische) effecten Maatregelen, instrumenten

Bodemverbetering (A1 en A2): Carbon farming: koolstofvastlegging in landbouwbodems (landelijke klimaatopgave). Onderzoeken van omschakeling van traditioneel akkerbouwbedrijf naar regeneratief landbouwbedrijf, dat vervolgens functioneert als provinciebreed leerbedrijf. En stimuleren van samenwerking in de regio om hoogwaardige compost toe te passen;

19

-

Mestaanwendingstechnieken: met zo min mogelijk stikstofverliezen toepassen van dierlijke meststromen. Stimuleren van toepassen resultaten lopend onderzoek in praktijk.

Teelten (A3 t/m A7): Eiwitteelt / vlinderbloemigen, biobased teelten, biologische landbouw: dragen in verschillende mate bij aan NPLG-doelen (natuur (o.a. stikstofreductie), verbetering waterkwaliteit, vastlegging koolstof). Stimuleren van waardeketens; Agroforestry: landgebruiksysteem waarbij het planten en actief beheren van bomen wordt gecombineerd met landbouw. Bij geïntegreerde gebiedsaanpakken mogelijkheden onderzoeken. Functionele agrobiodiversiteit (A8 en A9): Het versterken van het natuurlijke vermogen om ziekten en plagen te beheersen in cultuurgewassen door de biodiversiteit te stimuleren. We stimuleren met name in de gebiedsprocessen.

Doelbereik (in verhouding tot het gebiedsprogramma)

Onderbouwing

Overig (A10 t/m A12): Stimuleren korte ketens in de landbouw, met name in gebiedsprocessen; Stimuleren fossielvrije landbouwmachines. In eerste instantie wachten we het actieplan van het ministerie af; Precisielandbouw: inzet van diverse technologieën zoals GPS, sensortechnologie, ICT en robotisering voor plaats-specifieke teelthandelingen ter terugdringing van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, meststoffen en water voor irrigatie. Wij onderzoeken hoe precisielandbouw in Zeeland gestimuleerd kan worden. Zie onderdeel 2: Beschrijf de NPLG-doelen die met het maatregelpakket gerealiseerd worden. De sociaal – economische effecten van het maatregelpakket worden momenteel onderzocht. Volgt nadat toetsingsadvies EA is vastgesteld en SEEA verder is uitgewerkt.

Besluitvorming en daarbij betrokken partijen Beschrijving partijen, rollen en verantwoordelijkheden Te doorlopen procedures en besluitvorming

Participatie en betrokkenheid democratische vertegenwoordigingen

Vanwege het pakket van brede maatregelen zal ook een lange lijst van partijen betrokken zijn bij de realisatie. Rollen en verantwoordelijkheden worden in een later stadium op maatregelniveau uitgewerkt. Provincie bespreekt mogelijke maatregelen in gebieden. Wat is waar van toepassing en wat is het potentieel van de maatregelen. Dit wordt opgenomen en geactualiseerd in volgende versies van het Gebiedsprogramma. Indien noodzakelijk worden procedures en vergunningverlening in een later stadium uitgewerkt. Bij het vormgeven van dit maatregelpakket voor Zeeland zijn agrarische belangenorganisaties (o.a. ZLTO, ZAJK) betrokken, o.a. in de Regiodialogen in Zeeland (mrt-mei 2023) In de deelgebieden zijn en worden direct betrokkenen geraadpleegd. Het pakket is in concept tweede helft 2023 gedeeld met Provinciale Staten.

Financiën en risico’s Onderbouwing Bijdrage vanuit het Rijk is nodig om grootschalig en langdurig (duurzaam) rijksbijdrage toekomstperspectief te bieden voor agrariërs die inzetten op de maatregelen. Kostenraming planuitwerking

20

Maatregel

Bodemverbetering (A1 en A2)

(Deel)gebied Plankosten en/of Realisatie korte termijn excl. btw Zeeland, € 1.000.000 (€ 1.000 x GGS, MvW, 1.000 ha (pilots in Zeeland) KvS

Eiwitteelt, vlinderbloemigen (A3) Biobased teelten (A4) Biologische landbouw (A5)

Zeeland

Zeeland

€ 7.000.000 (€ 1.000.000 x 7 jaar (cursussen, fieldlabs, ondersteuning)

Agroforestry (A6)

Zeeland, GGS, MvW, KvS

€ 900.000 (100 ha x 3 deelgebieden x € 3.000) € 400.000 (plankosten)

Functionele agrobiodiversiteit (A8)

Zeeland, GGS, MvW, KvS

€ 6.500.000 (plankosten)

Ontwikkelingsbank (o.a. langjarige pacht) (A9)

Zeeland

Omzetten /extensiveren bouwland (A9)

GGS, MvW, KvS

Korte ketens (A10)

Zeeland, GGS, MvW, KvS, Zeeland

€ 3.750.000 € 25.000.000 (proces/analyse/onderzoek) (opbouwen grondvoorraad 250 ha x € 100.000) € 7.500.000 € 50.000.000 (proces/analyse/onderzoek) (opbouwen grondvoorraad 500 ha x € 100.000) € 1.000.000 (onderzoek)

Zeeland

Fossielvrije landbouwmachines (A11) Precisielandbouw Zeeland (A12) Coaching Zeeland, GGS

21

€ 2.100.000 (€ 300.000 x 7 jaar (stimulering, ondersteunen, begeleiden) € 2.000.000 (onderzoek)

Verwachte realisatiekosten excl. btw € 85.000.000 (€ 1.000 x 85.000 ha) € 1.300.000 (opzet lokale compostering in Grenspark) € 10.000.000 (risicofonds en via KPI’s)

€ 7.000.000 (€ 10.000 p/ha x 100 ha x 7 jaar (transitie) € 2.550.000 (1% van 85.000 ha x € 3.000) € 42.500.000 ( 85.000ha x € 500)

€ 1.000.000 (onderzoek)

€ 2.000.000 (onderzoek) € 5.000.000 (500 boeren x 2 dgn x 5 jaar x € 1000), BodemUP;

KPI’s

Zeeland

Monitoring

Zeeland, GGS GGS, MvW, KvS, NSPD, VM Zeeland

Innovatie

PM (nog te ontwikkelen maatregelen) Zoet Water (W1 t/m W5) Totaal Dekkingsvoorstel planuitwerking

EU; GLB-NSP / POP3 / ANLb Rijk; Transitiefonds Provincie Zeeland Agrarische sector

Indicatieve kostenraming navolgende realisatie

Zie tabel

€ 1.000.000 (verder uitwerken KPI’s) € 500.000 (plankosten) € 1.000.000 (plankosten)

€ 5.000.000

€ 5.000.000 (500 boeren x 5 metingen x 5 jaar x € 400) € 6.000.000 (KPI’s) € 3.000.000 (monitoring) € 6.000.000 (experimenten) € 20.000.000

zie maatregelen Zoet Water € 42.650.000

€ 268.350.000

Indicatief Transitiefonds: € 311.000.000 dekkingsvoorstel navolgende realisatie

Verhouding tot PM indicatief budget voor realisatie van het gehele gebiedsprogramma (totaal maatregelpakketten) Risico’s en Beschikbaarheid agrarische coaches beheersmaatregelen Aanpak met planning en mijlpalen Aanpak PM Planning met Planvorming en snel op te pakken projecten staan gepland in 2024 en 2025. mijlpalen en afronding planuitwerking Indicatieve planning Realisatie van nieuwe - en het voortzetten van reeds gestarte - projecten vindt met mijlpalen en plaats in 2024 t/m 2030. afronding realisatie

22

W1. Slim real-time meetnetwerk Aanvraag Rijksbijdrage voor beslissing tot start planuitwerking Algemene informatie aanvraag Naam Hoofdaanvrager incl. contactgegevens Deelnemende partijen Gebied /locaties

Samenvatting

Slim real-time meetnetwerk Provincie Zeeland Gerbert de Voogd van der Straaten (gh.de.voogdvanderstraaten@zeeland.nl, 06-28904258) Provincie Zeeland en het waterschap Scheldestromen, dit wordt gezien als een overheidstaak. Eerst wordt het meetnetwerk opgezet in het Grenspark Groot Saeftinghe (oost ZeeuwsVlaanderen), zodat het op kleine schaal kan worden getest. Daarna zijn de plannen om een grootschalig meetnetwerk op te zetten in heel Zeeland. Samen leren om samen beter te beheren, is één van de leidende principes die gehanteerd wordt in het Zeeuws Deltaplan Zoet Water. Momenteel worden er door ongeveer 200 deelnemers handmatig (d.m.v. een applicatie EC metingen (zeeland.nl)) de zoet-zout verhoudingen van het oppervlaktewater in Zeeland in kaart gebracht. Ondanks deze inspanningen wil Zeeland naar een structureel meetsysteem waar continu metingen worden uitgevoerd, het voorstel hiervoor wordt uitgewerkt in dit format. Deze maatregel heeft geen direct doelbereik tot gevolg, maar is ondersteunend aan de maatregelen die wel doelbereik tot gevolg hebben. Dat maakt deze maatregel een onmisbare schakel ten opzichte van het geheel. Eén van de redenen om deze maatregel op te nemen in het NPLG is, omdat er nu en in de toekomst onvoldoende rivierwater beschikbaar is voor de verziltende kustgebieden, om de oprukkende verzilting tegendruk te geven (zie brief water en bodem sturend).

Ook de stijgende zeespiegel leidt tot meer kwel vanuit de ondergrond. Met andere woorden, de verzilting wordt de komende jaren erger en erger. Provincie Zeeland en het waterschap Scheldestromen willen grip houden op de verzilting en inzicht houden op de veranderingen door de jaren heen. Ten tweede is het van belang om zicht te krijgen op de zoet-zout verhoudingen in de haarvaten van het Zeeuwse watersysteem. De verschillen zijn lokaal enorm en soms moeilijk te verklaren. De gebruikers (voornamelijk agrarisch gebruik) van de gronden moeten bewust worden van deze situatie, zodat men adequaat kan handelen om een volhoudbare landbouw te bewerkstelligen. Ten derde is er een duidelijke link met de andere maatregelen (aanpassingen in aan het Zeeuwse watersysteem/onderlegger) die worden voorgesteld. Met dit meetwerk kunnen we prioriteren welke maatregel waar het meest effect heeft en kan de effectiviteit worden aangetoond van een maatregel of dat de maatregel juist niet de verwachte werking heeft. Niet alleen EC metingen zijn van belang, andere waterkwaliteitsparameters zoals nitraat (mogelijkheid N-totaal wordt verkend) kunnen gelijk worden meegenomen in dit netwerk (KRW doelen), zodat er een nauwkeurig beeld ontstaat van het oppervlaktewatersysteem in Zeeland.

De metingen worden real-time ontsloten en zijn van het bureau te raadplegen, dit zorgt voor meer grip op de kwaliteit van het oppervlaktewatersysteem. Om een volhoudbare landbouw in Zeeland de komende 50 tot 100 jaar te behouden en keuzes te maken voor prioriteit én effectiviteit van andere maatregelen is data nodig. Door deze data als midden-overheden te leveren aan de gebruikers van het

23

watersysteem worden handvatten meegeven waarop agrarische ondernemers, industrieën en terrein beherende organisaties hun doelen kunnen afstemmen. Kosten en dekking (kort)

€3.500,-- per meetlocatie inclusief dashboard, plaatsen en de interpretatie van de data e.d. 1.000 meetlocaties door Zeeland Plusminus €3.500.000,-Beheer en onderhoud (10 jaar, 1FTE) = plusminus €1.000.000,-Planvorming door extern adviesbureau: €50.000,-Transitiefonds: € 4.550.000,-

Bijlagen

Bij snelle toekenning mogelijk kansen om te koppelen met OP-Zuid N.v.t.

Opgaven/probleemanalyse en te bereiken doelen Analyse provinciale/ gebiedsopgaven NPLG

De brief water en bodem sturend wordt meegenomen in de scope van het NPLG. In deze brief wordt vermeld dat er niet altijd voldoende water in de toekomst beschikbaar is om de verzilting tegen te gaan. Met dit meetnetwerk houden we grip op de verzilting van het oppervlaktewatersysteem en de KRW. Daarbij kan de werking van maatregelen worden getoetst en kunnen gefundeerde maatregelen worden genomen om de belanghebbende sectoren minder vatbaar te maken voor verzilting en de KRW doelen te halen. De landbouw is een sector die hier het meeste baat bij heeft. Een betere zoetwaterbeschikbaarheid voor de landbouwsector is goed voor de opname van nutriënten en daardoor wordt de uitspoeling naar oppervlaktewaterlichamen beperkt (KRW doelen).

Doel planuitwerking (in welke nog ontbrekende informatie / procedurele stappen te voorzien)

Planuitwerking: 1. Projectplan opstellen 2. Besluit tot deelname aan het project 3. Samenwerkingsovereenkomst tussen waterschap en provincie. 4. Kiezen van strategische meetpunten en meetapparatuur, rekening houdende met de eigenaren van de sloten. 5. Plaatsen van de meetapparatuur kleine schaal 6. Opschaling 7. Data interpretatie

De technieken en de benodigde sensoren bestaan, met andere woorden, de hardware kan worden besteld. Het systeem wordt eerst geïmplementeerd in het Grenspark Groot Saeftinghe en later op grotere schaal uitgerold. 1. Water: waterkwaliteit wordt continu op vastgestelde strategische plekken gemeten. Dit maakt sturing mogelijk, dus ook sturing om een betere waterkwaliteit te bewerkstelligen (KRW doelen) 2. Klimaat: deze maatregel heeft geen mitigerend karakter. Het brengt de effecten van klimaatverandering op het oppervlaktewatersysteem in beeld. 3. Natuur: het meetnetwerk maakt sturing op waterkwaliteit mogelijk, wat als doel heeft de waterkwaliteit te verbeteren. Eventuele wijzigingen ten N.v.t. opzichte van gebiedsprogramma Meekoppelkansen Het meetnetwerk kan goed worden gecombineerd met eerder verzamelde data, zoals de zoet-zout verhoudingen in de ondergrond, bodem gegevens, kaart met waterlopen, kwel kaarten etc.

24

Projecten

Combinaties op perceel niveau met weerstations en bodemvochtsensoren mogelijk, maar moet verder worden verkend. Het hierboven omschreven meetnetwerk is het project. Mogelijk is er nog wel een eerste fase nodig waarin alle sensoren in dezelfde meetkast moeten worden geplaatst, dit is afhankelijk van het type en de leverancier, welke nog niet bekend is. Zoals eerder beschreven wordt het netwerk eerst op kleinere schaal getest in de gebiedsgerichte aanpak Grenspark Groot Saeftinghe.

Oplossingsrichtingen, doelbereik en (sociaaleconomische) effecten Maatregelen, instrumenten

Doelbereik (in verhouding tot het gebiedsprogramma) Onderbouwing

Het meetnetwerk (=instrument) geeft continu data die relevant is voor het NPLG: 1. Verzilting oppervlaktewater in kaart brengen (WBS), de ambitie is 1000 meetpunten te realiseren die jaar rond data leveren. 2. Zoete punten (seizoen afhankelijk) identificeren waar verschillende sectoren baat bij kunnen hebben. Door een goede zoetwaterbeschikbaarheid voor de landbouwsector kunnen stikstof emissies naar het oppervlaktewater met 20%-40% worden gereduceerd. 3. De kennis die wordt opgedaan is publiektoegankelijk. Dit zorgt ervoor dat kennisinstellingen en adviesbureaus gefundeerde adviezen kunnen geven over het oppervlaktewatersysteem in Zeeland. Die adviezen kunnen vervolgens een bijdrage leveren aan de doelstelling van het NPLG. Deze maatregel heeft geen direct doelbereik tot gevolg, maar is ondersteunend aan de maatregelen die wel doelbereik tot gevolg hebben. Dat maakt deze maatregel een onmisbare schakel ten opzichte van het geheel. Deze maatregel heeft geen direct doelbereik tot gevolg, maar is ondersteunend aan de maatregelen die wel doelbereik tot gevolg hebben. Dat maakt deze maatregel een onmisbare schakel ten opzichte van het geheel.

Besluitvorming en daarbij betrokken partijen Beschrijving partijen, Provincie Zeeland: trekker project rollen en Waterschap Scheldestromen: uitvoering van het project verantwoordelijkheden Te doorlopen procedures 1. Projectplan opstellen en besluitvorming 2. Besluit tot deelname aan het project 3. Samenwerkingsovereenkomst tussen waterschap en provincie. 4. Kiezen van strategische meetpunten en meetapparatuur, rekening houdende met de eigenaren van de sloten. 5. Plaatsen van de meetapparatuur kleine schaal 6. Opschaling 7. Data interpretatie Participatie en Momenteel worden er door ongeveer 200 deelnemers handmatig (d.m.v. een applicatie betrokkenheid EC metingen (zeeland.nl)) de zoet-zout verhoudingen van het oppervlaktewater in democratische Zeeland in kaart gebracht. Ondanks deze inspanningen wil Zeeland naar een structureel vertegenwoordigingen meetsysteem waar continu metingen worden uitgevoerd. Deze 200 deelnemers hebben de waarde van de verzamelde data aangetoond en zien zelf de waarde ervan in.

Financiën en risico’s Onderbouwing rijksbijdrage

Kostenraming planuitwerking

De structureerde keuzes die zijn opgelegd in de brief water en bodem sturend hebben gevolgen voor de toekomst van Zeeland. Om zo goed als mogelijk om te kunnen gaan met deze keuzes willen we grip houden op de veranderende omstandigheden. Dit kan alleen door meten, alleen dan kunnen goede en gefundeerde keuzes worden gemaakt om maatregelen te treffen of voorbereid te zijn. Projectplan opstellen, meetapparatuur kiezen, strategische punten bepalen en samenwerkingsovereenkomst. Dit zijn de zaken die moeten worden geregeld alvorens door te kunnen gaan naar de uitvoering. Een deel van de planvorming zal worden uitbesteed aan een adviesbureau. Kosten €50.000,--

25

Dekkingsvoorstel Transitiefonds planuitwerking Indicatieve kostenraming €3.500,-- per meetlocatie inclusief dashboard, plaatsen en de interpretatie van de data navolgende realisatie e.d. 1.000 meetlocaties door Zeeland Plusminus €3.500.000,-Beheer en onderhoud (10 jaar, 1FTE) = plusminus €1.000.000,-Indicatief dekkingsvoorstel Transitiefonds navolgende realisatie Verhouding tot indicatief budget voor realisatie van het gehele gebiedsprogramma (totaal maatregelpakketten) Risico’s en 1. Meetsensoren in storing/veel onderhoud -> gedegen en bewezen sensoren beheersmaatregelen gebruiken 2. Onbruikbare data -> goede inrichting aan de voorkant van het project 3. Verliezen van connectiviteit -> gebruik van LoRa netwerk

Aanpak met planning en mijlpalen Aanpak

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Planning met mijlpalen en afronding planuitwerking

Indicatieve planning met mijlpalen en afronding realisatie

Projectplan opstellen Besluit tot deelname aan het project Samenwerkingsovereenkomst tussen waterschap en provincie Kiezen van strategische meetpunten en meetapparatuur, rekening houdende met de eigenaren van de sloten Plaatsen van de meetapparatuur kleine schaal Opschaling Data interpretatie

Evalueren hoe het meetsysteem werkt en waar de verbeterpunten liggen. Het gebiedsprogramma is een iteratiefproces en dit project ook. 1. Projectplan opstellen 2024 2. Besluit tot deelname aan het project 2024 3. Samenwerkingsovereenkomst tussen waterschap en provincie 2024 4. Kiezen van strategische meetpunten en meetapparatuur, rekening houdende met de eigenaren van de sloten. 2024 1. Plaatsen van de meetapparatuur kleine schaal 2025 2. Opschaling 2026 3. Data interpretatie 2027 - 2035

26

W2. Zoetwatervoorziening Reimerswaal Aanvraag Rijksbijdrage voor beslissing tot start planuitwerking Algemene informatie aanvraag Naam Hoofdaanvrager incl. contactgegevens Deelnemende partijen

Gebied /locaties Samenvatting

Zoetwatervoorziening Reimerswaal Provincie Zeeland i.c.m. Waterschap Scheldestromen Martijn van Kalmthout, martijn.vankalmthout@scheldestromen.nl, 06-51228742 Gemeente Reimerswaal Provincie Zeeland Waterschap Scheldestromen Het grootste deel van de gemeente Reimerswaal, met uitzondering van het gebied ten westen van de Zanddijk tussen het Kanaal door Zuid-Beveland en Yerseke. Gemeente Reimerswaal beschikt over twee externe zoetwatervoorzieningen. De kleinste is de Landbouwwaterleiding van Evides die met name Zuid-Bevelandse fruittelers, waarvan een aantal uit Reimerswaal, van ruwwater uit de Biesbosch voorziet. De grote voorziening is gelegen aan de westzijde van het Bathse Spuikanaal, waar zoet water wordt ingelaten op het regionaal watersysteem van de ongeveer 1000 ha grote Reigersbergsche polder. Deze aanvraag betreft een uitbreiding van deze voorziening. Het Volkerak-Zoommeer is de grootste regionale zoetwaterbuffer en wordt voor het grootste deel gevoed met Water uit het Hollands Diep dat via de Volkeraksluizen het meer instroomt en kent een tweede aanvoer in de vorm van de Brabantse stromen van de Mark/Dintel en de Vliet. Het meer voorziet verschillende gebieden van zoet water en om die functie te kunnen leveren is doorspoeling noodzakelijk om verzilting te beperken.

Het Bathse Spuikanaal is het zuidelijkste deel van het Volkerak-Zoommeer en ook de plek waar de meest stroomafwaartse inlaat is gesitueerd, nl. die van de Reigersbergsche polder. Stroomafwaarts van dit inlaatpunt heeft het water feitelijk geen waarde mee en wordt een kilometer verder op de Westerschelde gespuid. Voor het ontvangende Westerscheldesysteem is het spuiwater eerder negatief dan positief. Daarmee is hier sprake van een situatie waarbij het water in het Spuikanaal ontwikkelingen in de nabijheid kan sturen, wat perfect aansluit bij de kaders van Water en Bodem Sturend. In dit geval dus vooral dat eerste. Het water stuurt. Rekening houdend met gebiedsbeperkingen die de watervraag voor zoetspoeling van het regionale oppervlaktewatersysteem van Oost-Zuid-Beveland sterk zouden verhogen (zilte gebieden), ligt er een logische grens bij de Zanddijk tussen het Kanaal door ZuidBeveland en Yerseke. De doorvoer van het water kan praktisch volledig gebeuren via het bestaande watersysteem, dat hiervoor wel op verschillende plekken (aanmerkelijk) verbreed moet worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13004932/1