CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Inkomend - Orionis - Begroting 2023 vastgesteld AB 20 juli

Informatiebijeenkomst 26 augustus 2022, gemeente VlissingenBij agendapunt: Publieke stukken vrijdagzending11.378 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begroting 2023 [april 2022]

Vastgesteld DB 14 april 2022 Vastgesteld AB 20 juli 2022

Inhoudsopgave Managementsamenvatting

3

PROGRAMMA’S Programma Arbeidsmarkt Programma Werkleerbedrijf Programma Inkomen Programma Schuldhulpverlening Programma Overhead Overzicht taakvelden Algemene Dekkingsmiddelen

7 11 15 18 20 21 22

PARAGRAFEN Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf financiering Paragraaf verbonden partijen Paragraaf bedrijfsvoering

23 24 24 26 26

FINANCIËN Balans Overzicht van lasten en baten Toelichting op het overzicht van lasten en baten Programma Arbeidsmarkt Programma Werkleerbedrijf Programma Inkomen Programma Schuldhulpverlening Programma Overhead Algemene Dekkingsmiddelen

29 30 30 31 32 33 34 35

BIJLAGE 1: Kerncijfers 2: Overzicht van geraamde incidentele baten en lasten 3: EMU-saldo 4: Financiële bijdragen van gemeenten 5: Lijst van afkortingen

2

36 36 36 37 39

Managementsamenvatting Terwijl de gemeenten druk bezig zijn met de uitkomst van de recente gemeenteraadsverkiezingen verschijnt de meerjarenbegroting van Orionis voor de komende 4 jaar. Dat lijkt niet met elkaar in overeenstemming. Het is immers aan de nieuwe raden om het beleid voor de komende raadsperiode te gaan bepalen? Dat klopt, en daar willen we graag bij aansluiten.

Begrotingsproces Echter, in de wettelijke planning&control cyclus is bepaald dat de begroting van een GR voor de zomer moet worden vastgesteld, nadat deze is voorgelegd aan gemeenten. Nieuw te maken beleid vanuit de nieuwe raden heeft dan ook nog geen plaats in deze versie van de begroting. Dit betekent niet dat de voorliggende begroting beleidsarm is. Integendeel, deze is juist gebaseerd op een ongewijzigde voortzetting van het bestaande beleid. Inspelend op de actualiteit om ons heen en gebaseerd op bestaande planvorming als de Kadernota 2020-2022 en het Implementatieplan Toekomstbestendig Werkleerbedrijf. Maar er zijn veel nieuwe ontwikkelingen, waarvan we de impact op beleid graag samen met de nieuwe gemeenteraden willen afstemmen. Hiervoor gebruiken we de periode april – september van dit jaar. Dat doen we door de raden de kaders te laten stellen in een nieuwe Kadernota 2022-2026 en deze vervolgens uit te werken in beleid voor de komende jaren, met een meer gedetailleerde uitwerking voor begrotingsjaar 2023. Zo bereiken we in twee stappen ons doel: een realistische, actuele begroting 2023 bij de start van het begrotingsjaar:  De nu voorliggende primaire begroting 2023, die een financiële doorvertaling is van het bestaande beleid en tijdig conform de regelgeving kan worden vastgesteld.

Gemeenten kunnen op basis hiervan hun bijdrage – gebaseerd op ongewijzigd beleid – opnemen in de gemeentelijke begroting.  Een 1e begrotingswijziging 2023 die dit najaar wordt opgesteld en recht doet aan de kaders zoals die door de nieuw gekozen raden zijn vastgesteld. Daarmee zijn tevens de kosten/opbrengsten van het gewijzigde beleid inzichtelijk gemaakt. Laten we de komende periode benutten om meerjarig kaders neer te zetten en beleid uit te werken wat ten dienste staat van de burgers op Walcheren. Dit alles vanuit onze missie/visie en onze maatschappelijke opdracht.

3

Financiële basis begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 De allereerste basis is natuurlijk de reeds bestaande meerjarenraming 2023-2025. Deze is onlangs nog geactualiseerd middels het vaststellen van de tweede begrotingswijziging van 2022, waarin deze meerjarenraming is opgenomen. Voor het saldo van de uitkeringslasten (BUIG) wordt aangesloten bij de meest recente meerjarenraming van het Rijk, die loopt t/m 2026. Ervan uitgaande dat de ontwikkeling op Walcheren gelijk op gaat met de landelijke ontwikkeling. In deze meerjarenraming is al rekening gehouden met de langjarige doorwerking van beleidskeuzes die door het Rijk zijn gemaakt. Dit maakt een structureel voordeel van € 313.000. De uitvoering van het Implementatieplan Toekomstbestendig Werkleerbedrijf zetten we ongewijzigd voort. De scope van dit plan loopt t/m 2025 gelijk aan de scope van het onderzoek KplusV. Voor 2026 handhaven we als minimum het resultaat 2025. Dit leidt tot de volgende opgenomen rendementsverbetering: 2021 2022 2023 2024 2025 Rendementsverbetering t.o.v. positie 2020 realisatie begroot begroot begroot begroot (in € miljoen) € 0,56 mln € 1,21 mln € 1,54 mln € 1,97 mln € 1,94 mln In 2022 is de personele inzet verhoogd vanwege de extra inspanning die geleverd wordt. Deze extra inspanning is het gevolg van de doorlopende gevolgen van de coronacrisis.

In 2022 is daar ook extra budget voor vanuit het landelijke steun- en herstelpakket. Deze wordt ook (deels) ingezet voor de opstart van Werken naar Vermogen. We zien dat de huidige doelgroep meer inspanning vraagt. Voor de komende jaren voorzien wij dat deze personele inspanning noodzakelijk blijft op het huidige niveau. Voor de uitvoering van de taak van Orionis is dit niveau noodzakelijk om de doelen te blijven halen, met name op het gebied van reintegratie en de daarmee samenhangende financiële resultaten BUIG. We hebben de verwachting dat hiervoor de benodigde financiering beschikbaar komt vanuit de extra gelden vanuit het regeerakkoord. Deze gelden zijn mede bedoeld voor extra re-integratie inspanningen voor een doelgroep met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Met een inzet op gelijk niveau als 2022 betekent dit dat in 2023 16% en daarna uiteindelijk ruim een kwart van het bedrag uit het regeerakkoord hiervoor beschikbaar dient te komen. Zekerheid over deze post kunnen we pas verwachten bij de verdere uitwerking van het regeerakkoord, daarom is dit in deze begroting nog niet opgenomen. Omdat het om een landelijke maatregel gaat zal een extra inspanning op dit punt niet tot een verbetering van het saldo op de uitkeringslasten leiden. Het beschikbare macrobudget zal immers worden verlaagd met de verwachte resultaten.

Het maatschappelijk rendement zal natuurlijk aanzienlijk zijn. De VZG heeft de indexering voor 2023 vastgesteld en wel op 2,7%. Deze index is in de begroting en meerjarenraming toegepast op de reguliere exploitatievergoeding van de gemeenten.

4

Nieuwe ontwikkelingen De nieuwe ontwikkelingen die we in 2022 duiding moeten geven zijn hieronder opgesomd. Deze opsomming is niet limitatief en beperkt zich tot de belangrijkste ontwikkelingen. Regeerakkoord Het nieuwe regeerakkoord bevat een aantal componenten die zijn weerslag zullen hebben op het werkveld van Orionis. De belangrijkste punten hiervan zijn:  Het kabinet trekt € 500 miljoen per jaar1 uit voor het hervormen van de arbeidsmarkt, reintegratie en het aanpakken van armoede en schulden. Dat is beduidend minder dan de tenminste € 1,5 miljard extra die volgens externe onderzoeken2 nodig is om de doelstellingen van de Participatiewet te kunnen bereiken.  Het wettelijk minimumloon gaat met 7,5% omhoog en daarmee ook de hieraan gekoppelde bijstandsuitkeringen.  Het kabinet gaat meer inzetten op beschut werk, om mensen die lang in de uitkering zitten perspectief te bieden op werk.  De bijverdiengrenzen in de Participatiewet worden verruimd.  Het kabinet wil de duur van schuldhulpverleningstrajecten verkorten en de toegang tot schuldhulp verbeteren.  Advies van commissie Borstlap en de SER dienen als basis voor herziening arbeidsmarkt.  Inwonende jongvolwassenen tot 27 jaar tellen niet langer mee als kostendeler voor de uitkering van huisgenoten.

Coronapandemie Dit voorjaar presenteert het kabinet een uitwerking van de langetermijnaanpak van het coronavirus en de bijbehorende langetermijnvisie op steun. Daarbij gaat het kabinet ook in op de schuldenaanpak van ondernemers. Volgens het kabinet wordt gezocht naar een gezonde balans in de samenleving tussen risico’s voor de overheid en risico's voor ondernemers. Ook kijkt het Rijk specifiek naar wat nodig is om bedrijven, ondernemers en werkenden met schulden te ondersteunen. Met de versoepeling van de meeste coronamaatregelen, stopt het kabinet met het coronasteunpakket per april 2022. Vanaf dan geldt ook weer het reguliere Bbz. Het CPB heeft aangegeven dat het vanuit economische perspectief onverstandig is om bij nieuwe coronaproblemen direct met steunpakketten vanuit de overheid te komen. Eventuele nieuwe problemen kunnen het beste opgevangen worden via de normale regelingen en vangnetten. Corona is daarmee een ‘regulier’ risico geworden. Oekraïne Wat de impact op Nederland en specifiek op gemeenten zal zijn, is op dit moment nog niet te overzien. Maar het is zeker dat de oorlog in Oekraïne het sociaal domein zal raken door de opvang van Oekraïense vluchtelingen. De economische boycot en andere sancties zullen ook gevolgen hebben voor de koopkracht en bestaanszekerheid van onze inwoners.

1

ter indicatie: op Walcherse schaal is dat € 2,95 miljoen

2 o.a. Beschikbare en benodigde financiële middelen voor de Participatiewet, Berenschot, 27 april 2021

5

Participatiewet De Participatiewet staat ter discussie. Veel gemeenten en partijen vragen hier al langer aandacht voor. Het ministerie van SZW werkt aan een beleidsplan over de herziening van de Participatiewet om zo de scherpe kanten (kostendelersnorm, wachttijd jongeren en vrijlating bijverdiensten) te beperken. Dit raakt ook onderwerpen als het niet-gebruik van de bijstand (rapport SZW 2021)3 en de menselijke maat (toeslagenaffaire). Bestaanszekerheid Dit is een onderwerp wat breder is dan alleen de participatiewet en waar lokaal veel invloed op uitgeoefend kan worden. De bestaanszekerheid van grote groepen inwoners staat steeds meer onder druk. Rondkomen met een bijstandsuitkering wordt moeilijker en een groeiende groep inwoners blijft lang afhankelijk van de bijstand. Ook werkzekerheid staat onder druk. Gemeenten vragen daarom om meer mogelijkheden om passende ondersteuning te bieden. Recent uitgebreid onderzoek in gemeente Den Haag laat bijvoorbeeld zien dat 50% van de groep die langdurig in de bijstand zit niet plaatsbaar is. Maar deze groep vraagt wel ondersteuning op andere levensgebieden. Dit raakt ook onderwerpen als ‘energie-armoede’ en de huidige inflatiecrisis waarvan iedereen zich afvraagt hoe deze verder ontwikkelt in 2022. Een hoge inflatie raakt juist de mensen met lage inkomens onevenredig hard.

Overig Daarnaast is er nog nieuw beleid en uitvoering wat in ontwikkeling is: de nieuwe inburgering met ingang van 2022, ons programma Werken naar Vermogen, de verdere inbedding van vroegsignalering, de samenwerking tussen Orionis en de gemeentelijke toegang en de domein overstijgende pilots met de WMO en Jeugd in het kader van Simpel Switchen.

Vlissingen, 14 april 2022 Sem Stroosnijder voorzitter

3

Henk Guise algemeen directeur

Niet-gebruik van de algemene bijstand, Inspectie SZW Ministerie van SZW, 30 april 2021

6

Programma Arbeidsmarkt Het programma Arbeidsmarkt bevat alle re-integratie activiteiten voor bijstandsgerechtigden en gerelateerde groepen. We richten ons op uitstroom naar werk en als dat (nog) niet mogelijk is op participatie. Werk of participatie is om veel redenen waardevol voor inwoners. Daarom heeft iedere bijstandsgerechtigde recht op perspectief. De vraag van de arbeidsmarkt is leidend in re-integratie. Alleen met dit uitgangspunt zijn structurele oplossingen mogelijk voor de huidige mismatch tussen enerzijds de vraag naar arbeid en anderzijds inwoners die aan de kant staan. Activerend re-integratiebeleid is onmisbaar voor iedere bijstandsgerechtigde. Iedere investering hierin heeft altijd een positieve opbrengst. Landelijke onderzoeken wijzen uit dat de re-integratiebudgetten slechts voldoende zijn voor actieve bemiddeling van een derde van alle bijstandsgerechtigden. Desondanks heeft Orionis de ambitie om ook met de overige twee derde van het bijstandsbestand actief binnen re-integratie aan de slag te zijn. Dit willen we bereiken door een innovatieve dienstverlening, inzet van het Werkleerbedrijf als re-integratie instrument en arrangementen met werkgevers en branches. Hiermee willen we komende jaren de positieve uitstroomresultaten continueren, waardoor de bijstandsuitgaven passen binnen de Rijksmiddelen. Wat willen we bereiken Product re-integratie

Realisatie Begroot 2021 2022

Begroot 2022-2

Begroot 2023

Volledige uitstroom naar werk

385

350

350

275

Opbrengsten uit deeltijdwerk

€ 2,15 mln

€ 2,3 miljoen

€ 2,2 miljoen

€ 2,2 miljoen

Duurzaamheid uitstroom werk (% na 6 maanden nog uit de uitkering)

91%

75%

75%

75%

Wat gaan we daarvoor doen Door de gunstige arbeidsmarkt zien we dat klanten die zijn aangewezen op een uitkering een steeds groter wordende afstand hebben tot werk. Klanten die zich bij ons aanmelden voor een uitkering hebben steeds vaker problematiek op verschillende leefgebieden en zijn ook kwetsbaar, bijvoorbeeld door een licht verstandelijke beperking. Daarnaast zien we dat van ons bestaande klantenbestand nagenoeg alle klanten die snel klaar zijn voor werk al zijn uitgestroomd naar werk. Om ook in 2022/2023 resultaten te kunnen blijven boeken zijn we gestart met planvorming om ook klanten met een grotere afstand tot werk te kunnen ontwikkelen en begeleiden naar uiteindelijk een betaalde baan. De werktitel waaronder we dit doen is “Werken naar Vermogen”. Uitstroom werk De arbeidsmarkt in Zeeland is en blijft krap, dit betekent dat er veel vacatures open staan. Onderstaande grafiek van het UWV geeft aan in welke sectoren dit het grootst is. Uiteraard kunnen ontwikkelingen in de komende periode dit beeld gedurende 2022 nog flink wijzigen.

7

Bron: UWV.nl, meest actuele overzicht per ultimo 3e kwartaal 2021

Tussen deze vacatures en de beschikbare klanten is vaak een mismatch. Door de krapte van de arbeidsmarkt zijn de meest makkelijk vervulbare vacatures al vervuld. Anders gezegd: iedereen die enigszins kan werken is ook aan het werk. De klanten die zich bij ons melden of die al langer een uitkering ontvangen hebben aanvullende dienstverlening nodig voordat van plaatsing op werk sprake kan zijn. Ons direct bemiddelbaar bestand bestaat in 2023 dan ook alleen uit een beperkt deel van de nieuwe instroom. Daarnaast gaan we effecten zien van het dit jaar gestarte project Werken naar Vermogen. De doorlooptijd van trajecten binnen Werken naar Vermogen is – gezien de doelgroep – langer dan voorheen gebruikelijk was. Dit alles maakt dat de verwachte uitstroom naar werk op een lager niveau komt te liggen in de komende jaren. Dit is niet alleen bij Orionis het geval, maar regionaal en landelijk zien we dezelfde ontwikkeling. Dit betekent dat het landelijk beschikbare budget voor uitkeringen hierop wordt aangepast. Een lagere uitstroom naar werk leidt dan ook niet tot een verslechtering van het BUIGsaldo. Re-integratie De re-integratie van klanten van Orionis zal de komende periode moeilijker zijn. Dit komt omdat alle klanten met een relatief korte afstand tot de arbeidsmarkt succesvol geplaatst zijn bij werkgevers.

Een relatief korte afstand tot de arbeidsmarkt betekent dat een plaatsing binnen 6 maanden mogelijk is.

8

Klanten die in 2022 en 2023 dienen te re-integreren hebben meer aandacht nodig. Zo is bijvoorbeeld vastgesteld dat momenteel 80% van alle jongeren een grotere afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Hierdoor besteden we in 2022 en 2023 extra aandacht aan de ontwikkeling van specifieke deskundigheid voor de begeleiding van klanten met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Concreet betekent dit dat deze klanten niet 6 maanden, maar tussen de 6 en de 18 maanden nodig hebben om succesvol geplaatst te kunnen worden. Hiertoe is een nieuwe methodiek nodig. Te denken valt dan aan deskundigheid op het gebied van GGZ zorg, leerdoelen stellen en cognitieve vaardigheden ontwikkelen. Zo kunnen we klanten beter equiperen om met hun problematiek om te gaan, met als doel om uitstroom naar werk te realiseren. Orionis is in 2022 begonnen om onze medewerkers middels train de trainer deze methodiek eigen te maken. De uitvoering van deze nieuwe methodiek start voorjaar 2022. Gegeven de bovenvermelde doorlooptijd van tussen de 6 en 18 maanden zullen de resultaten dan ook met name in 2023 vallen. Vooralsnog is in de cijfers van uitstroom en BUIG-saldo rekening gehouden met het gelijk opgaan met het landelijk gemiddelde. Jongeren - zoekperiode Voor jongeren voeren we een meer intensieve dienstverlening.

De jongere die een kortere afstand tot de arbeidsmarkt heeft doet ondanks het grote vacatureaanbod toch een beroep op Orionis. Veelal blijkt dat ook deze groep baat heeft bij kortdurende begeleiding en ondersteuning. Waarna de jongere uitstroomt naar werk. Orionis legt om deze redenen geen losstaande zoekperiode op, maar we gaan tijdens de zoekperiode meteen samen aan de slag. Uit de praktijk blijkt dat directe intensieve dienstverlening in combinatie met het snel bieden van bestaanszekerheid het beroep op bijstand zo kort mogelijk houdt. Met zowel maatschappelijke als financiële voordelen. Aangezien de uitkering ook bij toepassing van een zoekperiode met terugwerkende kracht toegekend wordt zijn er geen financiële nadelen voor gemeenten. Jongeren – Nuggers met indicatie baanafspraak Daarnaast is in de raden van de gemeenten Middelburg en Veere gevraagd om als Orionis meer aandacht te besteden aan jongeren die weliswaar geen recht hebben op een uitkering (zogenaamde Nuggers) maar wel baat hebben bij de dienstverlening van Orionis. Hiervoor is een voorstel uitgewerkt wat voorjaar 2022 wordt voorgelegd aan de drie gemeenten. Re-integratiebudget De Rijksvergoedingen re-integratie zijn in deze begroting opgenomen conform de meest recente meerjarenreeks: septembercirculaire 2021.

Wat mag het kosten Re-integratie

realisatie 2021

begroting 2022-2

begroting 2023

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

Doorbelast pers. en werkinfra loonkosten WiW/BW

5.028

baten 576

312

4.798 428

9

baten 317

4.811 490

baten 287

overige re-integratie

730

Rijksvergoedingen Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product

(bedragen * € 1.000) Doorbelast pers. en werkinfra

908

0

876

5.817

5.891

6.070

6.131

6.134

6.134

6.177

6.177

923

0

932

0

940

0

6.993

6.131

7.065

6.134

7.117

6.177

Saldo

Re-integratie

0 5.555

-862

raming 2024 lasten 4.823

-932

raming 2025

baten

lasten

246

4.866

-940

raming 2026

baten

lasten

236

4.909

loonkosten WiW/BW

563

636

719

overige re-integratie

858

903

917

Rijksvergoedingen Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product Saldo

5.998

6.169

baten 200

6.354

6.243

6.244

6.405

6.405

6.545

6.554

949

0

957

0

966

0

7.192

6.244

7.362

6.405

7.511

6.554

-948

10

-957

-957

Programma Werkleerbedrijf Wij zorgen voor passend beschut en beschermd rendabel werk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt binnen het Werkleerbedrijf en bij externe klanten. Door werk te bieden zorgen we ervoor dat deze groep maatschappelijk participeert. Het Werkleerbedrijf ziet het ontwikkelen van haar SW-medewerkers en bijstandsgerechtigden als één van haar hoofdtaken. Dat betekent dat we niet alleen steeds in gesprek zijn met onze medewerkers over ontwikkeling, maar hier ook invulling aan geven door het zoeken naar passend werk. Wij richten ons niet op één werksoort, maar op een ruim palet aan werksoorten zodat de SW-medewerkers intern zich kunnen ontwikkelen. Daarbij kan dit ook extern zijn in de vorm van Begeleid Werken of een detachering. Bijstandsgerechtigden stromen in op een passend werkleertraject binnen het Werkleerbedrijf en kunnen daarna via de route trajectbegeleiding en matching worden uitgeplaatst op de arbeidsmarkt. Het Werkleerbedrijf kan meerdere doelgroepen gaan bedienen, zoals arbeidsmatige dagbesteding of bijstandsgerechtigden in een tijdelijke baan. Een belangrijk financieel doel is rendementsverbetering. We werken toe naar een financieel gezond Werkleerbedrijf. Het omslagpunt is het jaar 2021. De eerste stap is om gelijk te komen met de landelijke benchmark, uiterlijk eind 2023.

En daarna een verdere verbetering, totdat Orionis zwarte cijfers schrijft op het onderdeel Werkleerbedrijf. Wat willen we bereiken Product Werkleerbedrijf (WLB) Beschikbaarheid van werkleertrajecten

Realisatie 2021

Begroot 2022

Begroot 2022-2

Begroot 2023

75

75

75

150

% succesvol afgeronde werkleertrajecten

40 %

% intern werkzaam

64%

59 %

Rendementsverbetering (productie en detacheringen)

€ 0,56 miljoen

€ 1,23 miljoen

€ 1,18 miljoen

€ 1,54 miljoen

Autonome ontwikkeling

Realisatie 2021

Begroot 2022

Begroot 2022-2

Begroot 2023

Saldo Wsw-lonen en Rijksvergoedingen

€ 2,11 mln negatief

€ 2,18 mln € 2,04 mln € 1,67 mln negatief negatief negatief

Bij de doelstelling is de vergelijking met de Cedris benchmark niet opgenomen. Niet dat we deze niet willen maken, maar deze wordt eenmalig per jaar vastgesteld en loopt minimaal een half jaar achter op de werkelijkheid. Deze komt dus ook niet in het tweemaandelijks dashboard terug. Eenmaal per jaar zullen wij wel separaat daarover rapporteren, waarbij we meteen dieper in kunnen gaan op de (on)mogelijkheden van vergelijkbaarheid. Momenteel is Cedris ook aan het beoordelen of zij deze benchmark beter vergelijkbaar kan maken. 11

Wat gaan we daarvoor doen Sociaal Rendement Het sociaal rendement omvat de ontwikkeling van de SW/BsW-medewerkers en het, middels een werkleertraject, aanbieden van een werkervaring waarmee bijstandsgerechtigden een betere uitgangspositie op de arbeidsmarkt verkrijgen. Ontwikkeling medewerkers In 2021 hebben we een programma in gang gezet gericht op het ontwikkelen van onze medewerkers. We hebben gekozen voor een aanpak waarbij onze medewerkers dezelfde interventiemogelijkheden krijgen aangeboden als bijstandsgerechtigden. Voor deze aanpak is een intensieve samenwerking tussen de afdeling Werk en het Werkleerbedrijf nodig. Hoe gaat dit in zijn werk? Een medewerker geeft aan bij zijn werkbegeleider dat hij klaar is voor een volgende stap in zijn ontwikkeling. Tijdens een driegesprek met de jobcoach wordt besproken of de “go-training”4 of een andere interventie passend is en of de medewerker zich gaat ontwikkelen in de eigen functie (vakinhoudelijk of persoonlijke vaardigheden), dan wel een stap wil maken binnen het Werkleerbedrijf naar een andere werksoort of zelfs een stap naar “buiten” in de vorm van een detachering. Alles gebeurt op basis van vrijwilligheid. Aan het einde van deze trainingsperiode volgt wederom een driegesprek en wordt vastgesteld of de medewerker nog aanvullende training of begeleiding nodig heeft om zijn ontwikkelwens te realiseren.

In het geval van een detachering gaat een jobhunter actief aan de slag om een passende detachering te vinden en wordt de medewerker tijdens zijn detachering begeleid door de jobcoach. De ervaringen met dit programma waren dusdanig dat we besloten hebben om er een vaste activiteit van te maken welke actief aangeboden wordt. Werkleertrajecten Het Werkleerbedrijf heeft doorlopend 75 werkleertrajecten beschikbaar voor de afdeling Werk om bijstandsgerechtigden werkervaring op te laten doen. Deze trajecten zijn verdeeld over het Praktijkcentrum en de werksoorten. We hebben op dit moment mogelijkheden voor het monteren van zonnepanelen, schoonmaak, horeca, het project Wonen & Werken en in de buitendienst. De ambitie is om door te groeien naar 150 beschikbare werkleertrajecten, verdeeld over álle werksoorten. Meer werkleertrajecten zijn ook nodig omdat gezien de huidige doelgroep de trajecten een langere doorlooptijd nodig hebben. In het Praktijkcentrum begeleiden we kandidaten die een grote achterstand tot de arbeidsmarkt hebben; waarvoor het naar het werk komen, het op tijd zijn of een hele dag of week werken al een flinke uitdaging vormen. Na hun traject in het Praktijkcentrum stromen de kandidaten door naar een regulier werkleertraject of meteen naar de arbeidsmarkt.

Het kost een aanzienlijk grotere inspanning om de mensen die over blijven duurzaam te mobiliseren naar een werkleertraject. Dit veroorzaakt ook een hogere uitval op de werkleertrajecten. Financieel rendement Eind 2020 hebben we een programma in gang gezet dat het financiële resultaat van het Werkleerbedrijf in drie jaar tijd naar het gemiddelde van de branche moet brengen, een resultaatsverbetering

4 Beroepenoriëntatie en leren leerdoelen te stellen i.p.v. prestatiedoelen

12

van € 1,7 miljoen op jaarbasis. Ondertussen rijkt onze ambitie verder: we willen toe naar break even, een resultaatsverbetering van € 3,8 miljoen op jaarbasis5. Het in 2021 uitgevoerde onderzoek door KplusV heeft bevestigd dat dit de juiste koers is. Dit is verder uitgewerkt in het Implementatieplan Toekomstbestendig Werkleerbedrijf. Dit leidt tot de volgende rendementsverbeteringen: 2021 2022 2023 2024 2025 Rendementsverbetering t.o.v. positie 2020 realisatie begroot begroot begroot begroot (in € miljoen) € 0,56 mln € 1,21 mln € 1,54 mln € 1,97 mln € 1,94 mln Globaal gezien willen we dit op de volgende manieren bereiken:  Samen met onze opdrachtgevers willen we steeds slimmer en handiger werken. En, waar mogelijk, automatiseren waarmee een mooie mix van mens en machine ontstaat. Hiermee ontstaat consensus over de productietijden: uitgangspunt is dat we elk uur ook betaald gaan krijgen.  In het verleden is jarenlang gestuurd op het voorkomen van leegloop, nu stellen we ondernemerschap centraal. Dat is een enorme cultuurverandering, die niet voor iedereen even evident is.  Wij nemen alleen nog opdrachten aan waarbij de opbrengsten de kosten dekken of een bescheiden winst genereren. Met uitzondering van Verpakken en in mindere mate bij Monteren.

Daar mikken we op het binnenhalen van nieuwe opdrachtgevers waarmee we op termijn (nagenoeg) kostendekkend kunnen werken; dit vereist een langdurig wederzijds commitment. In dat geval zetten we in op automatisering, innovatie en een cultuur van continue verbeteren. Bij Verpakken introduceren we ook relatief eenvoudig montagewerk.  Als we “de basis op orde hebben” gaan we afscheid nemen van opdrachtgevers die slechts ver onder onze kostprijs zaken met ons willen doen.  Flankerend beleid: magazijn- en vervoerskosten worden doorberekend. In sommige gevallen hebben we nog een overgangsregeling.  De bankwerkerij hebben we in het voorjaar 2021 overgedragen aan Zeeuws Werk, onze medewerkers zijn gedetacheerd naar deze ondernemer tegen een bescheiden tarief. In 2023 moet dit naar een regulier tarief zijn gegroeid.  Detachering van medewerkers: het hiervoor bij sociaal rendement omschreven ontwikkelprogramma zal uiteindelijk tot een hoger aantal gedetacheerden leiden en daarmee een positieve bijdrage leveren aan het rendement. Het is evident dat detacheren altijd op basis van vrijwilligheid is. Daarnaast werken we aan het verhogen van de detacheringstarieven van de individuele medewerker; dit aspect was in het verleden minder relevant en heeft daarom geleid tot relatief lage tarieven.  Ziekteverzuim: zoals bekend is er geen instroom meer van SW-medewerkers.

Alleen mensen met een BsW-indicatie komen in aanmerking voor een dienstverband. Inmiddels is wel duidelijk dat Beschut Werkers een opvallend hoog ziekteverzuim hebben en meer begeleiding vragen. Zowel langdurig als frequent. Ook het ziekteverzuim onder Wsw-ers is relatief hoog. Verzuimpreventie die in 2022 wordt ingezet moet in 2023 leiden tot een significant lager verzuimpercentage. Onze handelswijze zal veranderen van “sociaal” naar “zakelijk sociaal”. 5 disclaimer: hierbij gaan we uit dat de subsidiestroom onveranderd blijft ondanks dat het aantal medewerkers

afneemt (de instroom van BsW-medewerkers is onvoldoende om het dalend aantal SW-medew. op te vangen)

13

Samenwerkingsovereenkomst en achterliggende dienstverleningsovereenkomsten met de drie gemeenten en de Buitendienst van Orionis. Bij deze samenwerking gaan we werken met een partnermodel in plaats van een aannemer-opdrachtgever relatie. Zolang dit nog niet per gemeente is ingeregeld komt de samenwerkingsovereenkomst niet van de grond en kunnen we de beoogde resultaatsverbetering bij de Buitendienst van Orionis Walcheren (begroot 2023: € 60.000) niet verzilveren. Gesprekken met omliggende SW-bedrijven wijzen bovendien uit dat zij naar de gemeenten een substantieel hoger tarief rekenen waardoor de samenwerking met de gemeente rendabel is. Investeringen: daarbij blijft het nodig om te investeren in efficiency verbeterende maatregelen en in uitbreiding van machines/installaties/apparatuur om meer klanten te kunnen bedienen. Zoals verbetering van onze ERP-software en de logistiek binnen ons Werkleerbedrijf. Ook onderzoeken we voor de Buitendienst optimalisatie van het wagenpark en de effectiviteit van de locatie Abeelseweg.

Wat mag het kosten Werkleerbedrijf (bedragen * € 1.000)

realisatie 2021

begroting 2022-2

begroting 2023

lasten

lasten

lasten

baten

baten

baten

Werkinfrastructuur

5.980

5.191

6.545

6.174

6.376

6.214

Wsw-doelgroep

16.024

13.909

15.414

13.502

14.759

13.177

Doorbel. re-integr.

-1.530

Subtotaal Directe apparaatskst.

20.474

19.101

20.416

19.676

19.577

19.391

454

0

458

0

463

0

Totaal product

20.928

19.101

20.874

19.676

20.040

19.391

Saldo

Werkleerbedrijf (bedragen * € 1.000)

-1.544

-1.828

raming 2024 lasten

-1.558

-1.198

raming 2025

baten

lasten

-649

raming 2026

baten

lasten

baten

Werkinfrastructuur

6.381

6.447

6.336

6.609

6.320

6.610

Wsw-doelgroep

13.979

12.681

13.457

12.311

13.189

12.039

Doorbel. re-integr.

-1.572

Subtotaal Directe apparaatskst.

18.789

19.128

18.207

18.920

17.910

18.649

467

0

471

0

475

0

Totaal product

19.255

19.128

18.678

18.920

18.385

18.649

Saldo

-1.586

-127

-1.599

242

14

264

Programma Inkomen Het programma inkomen bevat de inkomensvoorziening voor bijstandsgerechtigden en de verstrekking van bijzondere bijstand en minimaregelingen. Deelnemen aan de maatschappij door werk staat centraal, maar een toereikend leefbudget is een voorwaarde en daarom is een inkomen in de vorm van een uitkering soms (tijdelijk) nodig. Deze uitkeringsverstrekking moet rechtvaardig en rechtmatig: vanuit vertrouwen en maatwerk, maar tegelijkertijd het juiste gebruik van (armoede)regelingen actief stimuleren. De financiële problematiek van de burger kan niet los gezien worden van problematiek op andere leefgebieden. Een natuurlijke en soepel lopende samenwerking met de gemeentelijke toegangen voor het sociaal domein en aanpalende organisaties is daarvoor nodig. Door volop te blijven inzetten op re-integratie hebben we in 2021 een uitkeringsbestand bereikt waarvan de kosten passen binnen de Rijksvergoeding die daarvoor staat. Vanaf 2022 blijft dit een positief saldo. Wat willen we bereiken Product Inkomen

Realisatie 2021

Begroot 2022 Begroot 20222

De ontwikkeling van het klantenaantal 60 nadeliger 17 positiever is positiever dan landelijke cijfers dan landelijk dan landelijk Het klantenbestand Participatiewet per ultimo jaar

Begroot 2023

17 positiever dan landelijk

0

2858

Afhankelijk van scenario

2840

2890

Saldo uitkeringslasten en Rijksvergoedingen

€ 0,74 mln overschot

€ 0,19 mln overschot

€ 0,25 mln overschot

€ 0,31 mln overschot

Van aanvraag tot afhandeling: alle aanvragen zijn binnen x weken afgehandeld en betaalbaar gesteld

90 % binnen 90 % binnen 4 90 % binnen 4 90 % binnen 4 weken weken weken 3 weken

Rechtmatigheid: % onderzoeken wat leidt tot wijziging uitkering

23 %

20-30 %

20-30%

20-30%

Wat gaan we daarvoor doen Klantenaantal Het jaar 2022 is het laatste jaar met extra gelden vanuit het Plan van Aanpak. De extra inspanning leidt tot een ontwikkeling van het klantenaantal dat positiever is dan de landelijke cijfers. Voor 2023 wordt de personele inzet verder verlaagd met € 151.000. We begroten voor het klantenaantal een gelijke ontwikkeling als landelijk is begroot in de meerjarenraming van het Rijk. Die gaat uit van een autonome stijging (bij ongewijzigde ontwikkelingen) vanuit de jaarlijkse toename van de doelgroep. Afsluiting van Wajong en Wsw leidt tot een jaarlijkse autonome stijging. Voor Walcheren betekent dit een stijging van 50 klanten. Ondernemers Door de coronacrisis van de afgelopen jaren is de ondernemer meer in beeld gekomen bij Orionis en ook andersom. In 2022 eindigt de laatste steunmaatregel voor ondernemers, de BBZ-tijdelijk.

15

Wat blijft bij Orionis is een breed programma voor de ondernemers: schuldhulpverlening, bedrijfsbeëindiging, re-integratie naar een baan in loondienst of een coachingstraject blijven beschikbaar. Rechtmatigheid Handhaving ter toetsing van rechtmatigheid maakt plaats voor “stimuleren Naleving”. Een aspect van het stimuleren van naleving is het in contact blijven met de klant. Zo wordt iedere uitkeringsgerechtigde die in de uitkering komt na een half jaar nog een keer gesproken. En worden bij specifieke situaties extra contactmomenten ingezet. Dit is een gelegenheid om de inwoner te informeren en zo nodig bij te sturen op het nakomen van de plichten die aan de uitkering verbonden zijn. Eventuele fraude wordt natuurlijk aangepakt. Dat leidt dan tot terugvordering van de verstrekte bijstand. We gaan ervan uit dat voor 2023 de wet zodanig is aangepast dat het onze eigen bevoegdheid is geworden al dan niet een boete of formele waarschuwing op te leggen. Bijzondere bijstand / minimabeleid De huidige onzekere economische ontwikkelingen kunnen flink van invloed zijn op regelingen als bijzondere bijstand en minimabeleid. Niet uit te sluiten is dat er vanuit de landelijke overheid aanvullende, eenmalige regelingen worden ingesteld waarvan de uitvoering bij Orionis komt te liggen, zoals in 2022 met de energietoeslag.

In de praktijk gaan dergelijke regelingen vergezeld van een vergoeding van zowel de programmakosten als de uitvoeringskosten. Vooralsnog zijn er geen regelingen begroot. Afgelopen jaren hebben we laten zien de nodige flexibiliteit te hebben om dergelijke zaken snel op te pakken door werk anders te prioriteren. Modernisering door aanpassingen klantcommunicatie naar B1 taal en digitalisering In 2022 is grondig ingezet op de begeleiding van klanten met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt en is de broodnodige modernisering in communicatie en digitalisering verschoven naar 2023. Nu de klanten een vaste contactpersoon hebben en op alle fronten kunnen worden begeleid naar werk of tenminste participatie is er ruimte om op een hedendaagse wijze onze diensten aan de klant aan te bieden en gelegenheid te geven digitaal met ons te communiceren. Wat mag het kosten Inkomen

realisatie 2021

begroting 2022-2

begroting 2023

(bedragen * € 1.000)

lasten

baten

lasten

baten

lasten

baten

Inkomensvoorziening Buig

47.584

48.322

46.157

46.409

46.408

46.721

45

0

100

0

100

0

Tozo-regeling

4.641

5.125

0

0

0

0

Bijz.bijstand/minimareg.

6.333

6.376

7.353

7.354

6.164

6.165

22

10

29

9

29

9

Subtotaal

58.625

59.833

53.639

53.772

52.701

52.895

Directe apparaatskosten

3.289

0

3.318

0

3.348

0

Totaal product

61.914

59.833

56.957

53.772

56.049

52.895

Onderzoekskosten BBZ

overig

16

Saldo

Inkomen

-2.081

raming 2024

-3.185

raming 2025

-3.155

raming 2026

(bedragen * € 1.000)

lasten

baten

lasten

baten

lasten

baten

Inkomensvoorziening Buig

47.933

48.246

49.058

49.371

49.754

50.067

Onderzoekskosten BBZ

100

0

100

0

100

0

Bijz.bijstand/minimareg.

5.917

5.917

5.970

5.971

6.024

6.024

29

9

29

9

30

9

Subtotaal

53.979

54.172

55.157

55.351

55.907

56.099

Directe apparaatskosten

3.378

0

3.409

0

3.439

0

Totaal product

57.357

54.172

58.566

55.351

59.346

56.099

overig

Saldo

-3.185

17

-3.215

-3.247

Programma Schuldhulpverlening De afgelopen jaren is de aandacht voor het onderwerp schuldhulpverlening gegroeid. Erkend wordt dat de problematiek groot is. Inwoners met problematische schulden zoeken in veel gevallen pas laat hulp. Met als gevolg dat de problematiek nog groter wordt of verborgen blijft. Terwijl een schuldenvrij bestaan een solide basis vormt om volwaardig mee te doen in de maatschappij. Het programma Schuldhulpverlening bevat alle interventies voor inwoners van Walcheren met financiële zorgen. Met als doel schuldenproblematiek zoveel mogelijk te voorkomen en dat mensen met schuldproblematiek zich als vanzelf tot de juiste instantie wenden. Hierbij moeten ze kunnen rekenen op een rechtvaardige, begripvolle en duurzame oplossing die hen weer perspectief biedt. Daarnaast moeten we onze ambitie in de context van de economische ontwikkelingen plaatsen. Ook constateren wij een toename van schulden onder jeugdige inwoners; zij verdienen extra aandacht. Wat willen we bereiken Realisatie 2021

Begroot 2022

Begroot 2022-2

Begroot 2023

Vroegsignalering: % waar we mee in contact komen % wat geen hulp accepteert

---

---

> 35% < 10%

> 35% < 10%

Maximaal 7 werkdagen tussen de melding en een gesprek met SHV-er

96 %

90%

90%

90%

Percentage geslaagde schuldregelingen

91 %

80%

80%

80%

Aantal extra interventies SHV voor kwetsbare doelgroepen*)

---

---

150

150

*) statushouders, klanten op werkleertraject, jongeren en ondernemers

Wat gaan we daarvoor doen Vroegsignalering In 2021 hebben we met ruim 60 partners zoals woningcorporaties, energiebedrijven en zorgverzekeraars convenanten afgesloten om betalingsachterstanden in het kader van vroegsignalering op te sporen en de inwoners een helpende hand te bieden. Voor 2022 staat uitbreiding hiervan als doel omdat nog niet alle deelnemers daadwerkelijk signalen leveren. In 2022 worden een aantal pilots gedraaid, waarbij er meer leveranciers van signalen (zoals banken en telecommaatschappijen) in de loop van 2022 kunnen gaan aansluiten. Ook zien wij toenaderingen van lokale instanties en partijen wiens cliënten gebaat zouden zijn bij een vorm van vroegsignalering. De dienstverlening breidt zich daarmee uit, maar op termijn mogen we dan een afname van problematische schulden verwachten. Hierdoor kan dan in 2023 maximaal vroegsignalerende dienstverlening worden ingezet. De daadwerkelijke economische ontwikkelingen, zoals inflatie, zullen mede bepalend zijn voor de aantallen en omvang van onze dienstverlening.

18

Wat mag het kosten Schuldhulpverlening

realisatie 2021

begroting 2022-2

begroting 2023

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

Overige kosten

baten

14

baten

15

baten

15

Bijdragen klanten/derden

75

94

94

Bijdrage gemeenten

31

0

0

Subtotaal

14

106

15

94

15

94

Directe apparaatskosten

1.193

0

1.204

0

1.215

0

Totaal product

1.207

106

1.219

94

1.230

94

Saldo

Schuldhulpverlening (bedragen * € 1.000) Overige kosten

-1.101

raming 2024 lasten

-1.125

raming 2025

baten

lasten

15

-1.136

raming 2026

baten

lasten

15

baten

15

Bijdragen klanten/derden

94

94

94

Bijdrage gemeenten

0

0

0

Subtotaal

15

94

15

94

15

94

Directe apparaatskosten

1.226

0

1.237

0

1.248

0

Totaal product

1.241

94

1.252

94

1.263

94

Saldo

-1.147

19

-1.158

-1.169

Programma Overhead Wat willen we bereiken Een efficiënte en effectieve uitvoering van de hiervoor genoemde programma’s binnen de kaders en budgetten die vastgesteld zijn. Wat gaan we daarvoor doen Extra dienstverlening In 2022 is de personele inzet verhoogd vanwege de extra inspanning die geleverd wordt. Deze extra inspanning is het gevolg van de doorlopende gevolgen van de coronacrisis. In 2022 is daar ook extra budget voor vanuit het landelijke steun- en herstelpakket (€ 820.000). Deze wordt ook (deels) ingezet voor de opstart van Werken naar Vermogen. Voor 2023 is daar oorspronkelijk € 343.000 voor begroot. We zien dat de huidige doelgroep meer inspanning vraagt. Voor de komende jaren voorzien wij dat deze personele inspanning noodzakelijk blijft op het huidige niveau. Voor de uitvoering van de taak van Orionis is dit niveau noodzakelijk om de doelen te blijven halen, met name op het gebied van reintegratie en de daarmee samenhangende financiële resultaten BUIG. We hebben de verwachting dat hiervoor de benodigde financiering beschikbaar komt vanuit de extra gelden vanuit het regeerakkoord. Deze gelden zijn mede bedoeld voor extra re-integratie inspanningen voor een doelgroep met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt.

Met een inzet op gelijk niveau als 2022 betekent dit dat in 2023 16% en daarna uiteindelijk ruim een kwart van het bedrag uit het regeerakkoord hiervoor beschikbaar dient te komen. Zekerheid over deze post kunnen we pas verwachten bij de verdere uitwerking van het regeerakkoord, daarom is dit in deze begroting nog niet opgenomen. Omdat het om een landelijke maatregel gaat zal een extra inspanning op dit punt niet tot een verbetering van het saldo op de uitkeringslasten leiden. Het beschikbare macrobudget zal worden verlaagd met de verwachte resultaten. Het maatschappelijk rendement zal natuurlijk aanzienlijk zijn. Inburgering De nieuwe wet inburgering 2021 is per 2022 ingegaan. Orionis voert sinds dit jaar deze taak volledig uit voor de gemeenten Middelburg en Veere. Vlissingen koopt op enkele onderdelen de dienstverlening in bij Orionis. De inzet voor Middelburg en Veere en de gemeentelijke vergoeding daarvoor waren al begroot. Het jaar 2022 kan gezien worden als ervaringsjaar, op basis waarvan eventueel de afspraken voor 2023 en verder kunnen worden bijgesteld. VZG-index De VZG heeft de indexering voor 2023 vastgesteld en wel op 2,7%. In de lopende meerjarenraming was nog uitgegaan van de huidige index, 0,9%. De nieuwe index (dus 1,8% extra) is in de begroting en meerjarenraming toegepast op de reguliere exploitatievergoeding van de gemeenten.

De verwerking van de hogere lasten als gevolg van deze index vindt grotendeels (90%) plaats bij salariskosten. Dit vormt immers het overgrote deel van de uitvoeringskosten van Orionis. Bovendien 20

zijn daar de grootste kostenstijgingen te verwachten vanuit Cao-afspraken en pensioenpremies. Het restant van 10% wordt begroot bij ICT-kosten. Wat mag het kosten Overhead

realisatie 2021

begroting 2022-2

begroting 2023

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

Personeelskosten

13.968

0

14.335

Overig

4.635

593

4.811

Doorbel. re-integr.

-2.694

baten

baten

685

-2.718

Steun/herstelpakket

baten

14.151

0

4.991

642

-2.743

407

820

343

Subtotaal

15.909

1.000

16.427

1.505

16.399

985

Directe apparaatskst.

-5.860

0

-5.913

0

-5.966

0

Totaal product

10.049

1.000

10.515

1.505

10.434

985

Saldo Reserveringen

-9.049 142

Saldo na reservering

Overhead

-9.010

325

0

-8.866

lasten

Personeelskosten

14.192

Overig

5.098

Doorbel. re-integr.

-2.767

0

lasten

raming 2026

baten

lasten

14.594 652

5.175

baten

14.960 654

-2.792 0

60 -9.388

raming 2025

baten

Regeerakkoordgelden

60 -8.950

raming 2024

(bedragen * € 1.000)

-9.448

5.314

672

-2.817 0

0

Subtotaal

16.522

652

16.976

654

17.457

672

Directe apparaatskst.

-6.019

0

-6.074

0

-6.129

0

Totaal product

10.503

652

10.903

654

11.328

672

Saldo Reserveringen Saldo na reservering

-9.851 0

-10.249

60

0

-9.791

60 -10.189

-10.656 0

24 -10.632

Overzicht taakvelden conform BBV

Bedragen in € 1.000 Taak veld

2e begrotingswijziging 2022 lasten baten saldo

21

primaire begroting 2023 lasten baten saldo

0 Bestuur en ondersteuning 0.4 Overhead 18.877 0.5 Treasury 270 0.7 Algemene uitkeringen en overige uitkeringen 0 0,9 Vennootschapsbelasting 0 0.10 Mutaties reserves 0 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten 0 6 Sociaal Domein 6.3 Inkomensregelingen 65.241 6.4 Begeleide participatie 20.874

-10.136 8.741 -15.390 -15.120 0 0 0 0 -60 -60 0 0

18.899 - 9.694 9.205 244 -15.268 -15.024 0 0 0 0 0 0 0 -60 -60 0 0 0

-60.000 -19.676

64.396 -59.166 20.040 -19.391

5.241 1.198

5.230 649

0

0

Algemene Dekkingsmiddelen

Wat mag het kosten VZG-index De VZG heeft de indexering voor 2023 vastgesteld en wel op 2,7%. In de lopende meerjarenraming was nog uitgegaan van de huidige index, 0,9%. De nieuwe index (dus 1,8% extra) is in de begroting en meerjarenraming toegepast op de reguliere exploitatievergoeding van de gemeenten.

Alg. dekkingsmiddelen

realisatie 2021

begroting 2022-2

begroting 2023

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

baten

Extra bijdrage gemeenten Exploitatiebijdrage gemeenten

baten

502

0

0

14.532

15.597

16.267

-207

-999

Reductie gemeentelijke bijdrage Totaal alg dekkingsmiddelen

Alg. dekkingsmiddelen (bedragen * € 1.000)

0

15.033

raming 2024 lasten

Extra bijdrage gemeenten Reductie gemeentelijke bijdrage Totaal alg dekkingsmiddelen

0

lasten

0

15.268

raming 2026

baten

lasten

baten

0

0

0

16.706

17.157

17.621

-1.508 0

15.390

raming 2025

baten

Exploitatiebijdrage gemeenten

baten

15.198

22

-1.879 0

15.278

-1.879 0

15.741

Paragrafen Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemene reserve De algemene reserve wordt aangehouden als bufferfunctie voor de directe en indirecte kosten. De algemene reserve mag volgens de GR maximaal 5% van de jaarlijkse directe en indirecte kosten bedragen. De verwachte stand per ultimo 2022 is nihil. Gezien het feit dat de reserve nihil is komen afwijkingen in de realisatie direct tot uiting in aanpassing van de gemeentelijke bijdrage. Reorganisatievoorziening Voor de totale kosten die samenhangen met de reorganisatie die in 2013 is doorgevoerd is een voorziening gevormd. Periodiek wordt de hoogte van deze voorziening getoetst en wordt een eventuele herziening meegenomen. De stand van de voorziening is van voldoende niveau om de uitgaven 2023 en verder te dekken. Verplichtingen lopen t/m 2025. Voorziening dubieuze debiteuren Ten behoeve van de vorderingen die niet inbaar zijn is een voorziening dubieuze debiteuren gevormd. Afboekingen van vorderingen worden ten laste van deze voorziening gebracht. Risicobeheersing Risico’s worden periodiek gemonitord, o.a. tijdens het opstellen van de jaarstukken en bij het opstellen van de begroting en van afdelingsplannen. Er vindt binnen Orionis geen centrale registratie van risico’s plaats. De top-10 van risico’s is in een risicoscan opgenomen.

Dit betreft risico’s die Orionis loopt en die zich op korte termijn (binnen 4 jaar) voor zouden kunnen doen. Na beheersmaatregelen en eventuele aanvullende maatregelen resteert een restrisico waarvan de mogelijke financiële gevolgen zijn ingeschat in de kolom “exposure”, zie de tabel hierna.

1

2

3

Risico

Inc of Str

Beheersmaatregelen (vermijden, verminderen, overdragen, zelf dragen)

Aanvullende maatregelen

Exposure

Bestandsontwikkeling bijstand op Walcheren ongunstiger dan landelijk gemiddelde Calamiteiten informatiebeveiliging: door o.a. hacking, phishing of ongeautoriseerd gebruik van onze systemen Achterblijvende nettoopbrengsten bij de begroting (productie en detachering)

Inc

---

Max € 2.320.000 (5% afwijking)

Inc

Technische en softwarematige maatregelen. Aansluiting Informatie BeveiligingsDienst

Met meer inspanning zou het landelijk gemiddelde gehaald moeten worden. Bewustwording bij personeel

Inc

Voldoende verschillende werksoorten in stand houden

Groei in minder conjunctuur- en concurrentiegevoelige werksoorten

Max € 621.000 (10% afwijking)

23

€ 1.017.000 (6% personeelskosten: meerdere weken volledige uitval)

4

Mismatch tussen ontwik- Str keling Wsw-loonkosten en rijkssubsidie

---

---

Max € 295.000 (2% afwijking op de loonkosten)

5

Frictiekosten Werkleerbedrijf wegens krimp

Inc

---

Meerjarenscenario’s flexcontracten

€ 150.000 (inschatting)

6

WW-risico: eigen risicodrager m.b.t. (nawettelijke) WW

Inc

---

---

Max € 200.000 (inschatting)

7

Niet voldoen aan AVG, datalek Wijzigingen in (voorwaarden in) regelgeving

Inc

Aanstellen functionaris Gegevensbescherming ---

Voorlichting personeel € 100.000 fysieke maatregelen (inschatting) --Max € 586.000 (1% van subsidie-omvang bijstand/Wsw)

---

---

Bewustwording bij personeel, agressieprotocol, veiligheidsmaatregelen, training

Bewaking in frontoffice

8

9 10

Inc

Inzet van Wsw-werkplek- Str ken voor kritische functies Agressie richting Inc personeel

€ 107.000 gemiddeld per jaar Max € 71.000 (1 fte ziekteverzuim)

Risico’s en weerstandsvermogen De totale exposure van incidenteel bedraagt € 5.065.000, en structureel € 402.000. Het bedrag aan incidentele risico’s dient afgezet te worden tegen het eigen vermogen wat dient als buffer, het bedrag aan structurele risico’s dient afgezet te worden tegen de financiële ruimte in de begroting. Het weerstandsvermogen is nihil in 2022. De financiële ruimte in de begroting 2022 is eveneens nihil, er is geen post “onvoorzien” opgenomen. Geconstateerd kan worden dat zowel de structurele weerstandscapaciteit als de incidentele weerstandscapaciteit van Orionis niet toereikend is. Dit betekent dat, gezien het karakter van de gemeenschappelijke regeling, dit risico voor de deelnemende gemeenten komt. Zij zullen dit in hun risicoparagraaf moeten meenemen.

Kengetallen BBV 1a-Netto Schuldquote 1b- Idem gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 2- Solvabiliteitsratio 3- Structurele exploitatieruimte

jaarrek 2021 19,4% 18,9% 2,1% 1,2%

begr 2022 20,1% 19,5% 0,8% 0,0%

begr 2023 20,2% 19,6% 0,6% 0,0%

raming 2024 19,4% 18,8% 0,4% 0,0%

raming 2025 19,1% 18,4% 0,1% 0,0%

raming 2026 18,6% 18,0% 0,0% 0,0%

Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Orionis Walcheren heeft haar hoofdvestiging aan de Oostsouburgseweg in Vlissingen. Dit gebouw is in eigendom. Hier is de frontoffice en de backoffice gevestigd alsook het werkleerbedrijf waar diverse werksoorten zijn gehuisvest.

24

Specifiek voor de afdeling Groen heeft Orionis nog een opslaglocatie aan de Abeelseweg in Vlissingen. Daarnaast zijn er diverse kleine nevenlocaties die gehuurd worden ten behoeve van de afdeling Groen. Alle installaties, kantoormeubilair en de meeste ICT-apparatuur zijn in eigendom van Orionis Walcheren. Deze zijn geactiveerd tegen de aanschaffingsprijs en worden lineair afgeschreven conform de resterende levensduur. De vervoermiddelen worden geleasd. Ten behoeve van het groot onderhoud van het gebouw Oostsouburgseweg is een meerjarige onderhoudsplanning opgesteld. Deze is in 2021 geactualiseerd. Voor het groot onderhoud is een voorziening gevormd.

Paragraaf financiering Rentevisie De rentevisie is gebaseerd op de verwachting dat de korte rente vooralsnog laag blijft en maar beperkt oploopt. Momenteel is de korte rente negatief. Daarom wordt voor de financiering maximaal gebruik gemaakt van kortlopende middelen. Zolang de korte rente lager ligt dan de debetrente op de rekening courant worden negatieve saldi op de rekeningcourant aangevuld met kortlopende kasgeldleningen. Kasstromen De bevoorschotting vanuit de gemeenten voor programmalasten en exploitatie vindt halverwege de maand plaats. Om eventuele tijdelijke liquiditeitstekorten te overbruggen is een rekening-courant krediet afgesloten bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) tot een maximum van € 6,5 miljoen. Kasgeldlimiet Als wettelijke norm voor de kasgeldlimiet geldt 8,2% van het begrotingstotaal bij het begin van het jaar en is € 7,8 miljoen. De gemiddelde korte financiering wordt per drie maanden getoetst aan deze kasgeldlimiet. Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat alle overtollige geldmiddelen boven een bepaalde drempel verplicht bij het Rijk moeten worden uitgezet. Dit wordt dagelijks getoetst. Het drempelbedrag is 2% van het begrotingstotaal, € 1.907.000. Deze drempel wordt dagelijks getoetst. Financiering van de investeringsuitgaven Ten behoeve van de huisvesting zijn langlopende leningen aangetrokken.

De uitstaande positie ultimo jaar is € 14,7 miljoen. De looptijden zijn 20, 25 en 30 jaar. De rentepercentages liggen tussen 1,9% en 4,9%, deels lineair en deels annuïtair. Van één lening wordt de rente herzien per januari 2023 (€ 2,55 miljoen, 4,7%). Ten behoeve van de overige investeringen zijn langlopende leningen aangetrokken. Deze hebben een looptijd van 10 of 20 jaar. De totale uitstaande positie bedraagt € 0,43 miljoen per ultimo jaar. De rente op deze leningen is 0,53% resp. 3,51%, lineair. 25

Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd vanaf één jaar). Het renterisico op de vaste schuld mag de zogenaamde renterisiconorm niet overschrijden. De renterisiconorm bedraagt 20% van het begrotingstotaal, € 19,07 miljoen. Uit de onderstaande gegevens blijkt dat het renterisico op de vaste schuld ruim onder deze grens ligt.  Renteherzieningen (A) € 2.553.700  Nieuw uitgezette leningen (B) € 0 Vervroegde aflossing € 0  Reguliere aflossingen (C) € 821.800 Renterisico op vaste schuld (A + laagste B, C) € 3.375.500 Toerekening van rente De totale rentelasten bedragen in deze begroting € 551.700 (bij ongewijzigd rentepercentage). Deze zijn als volgt toegerekend: Jaarbedrag Reden Toegerekend aan € 300.300 Betreft rente op leningen voor Programma Werk, nieuwbouw werkleerbedrijf onderdeel werkinfrastructuur € 244.000 Betreft rente op leningen voor Programma Bedrijfsvoering nieuwbouw kantoor (overhead) € 7.400 Overige rente, ter financiering van het Programma Bedrijfsvoering benodigde werkkapitaal (overhead) Aan eigen vermogen en voorzieningen wordt geen rente toegerekend.

Paragraaf verbonden partijen Orionis heeft geen verbonden partijen.

Paragraaf bedrijfsvoering Kadernota en begroting Zoals in de managementsamenvatting is vermeld zal in 2022 door de nieuwe gemeenteraden een Kadernota 2022-2026 worden vastgesteld. Uitwerking van deze kaders in beleid leidt dan tot een eerste begrotingswijziging 2023. De nu voorliggende begroting is gebaseerd op bestaand beleid en bevat de financiële meerjarige uitwerking daarvan. Informatievoorziening De planning&control cyclus voorziet in een periodiek dashboard met betrekking tot de belangrijkste financiële cijfers en de afgesproken doelstellingen. Tweemaandelijks wordt dit dashboard verstrekt aan de Raden van de deelnemende gemeenten waarin de voortgang zichtbaar is en wordt toegelicht. Hieruit kunnen eventueel begrotingswijzigingen voortkomen. Begrotingswijzigingen worden ter

26

zienswijze voorgelegd aan de Raden. Externe informatieverstrekking vindt plaats via de website en het jaarverslag. Informatiebeveiliging We beschikken over informatiebeveiligingsbeleid en een informatiebeveiligingsplan 2022. Beide zijn gebaseerd op de richtlijn Baseline Informatiebeveiliging Overheden (BIO). Het vastgestelde interne controleplan Suwinet wordt jaarlijks uitgevoerd, ook worden jaarlijks externe audits gehouden m.b.t. DigiD en Suwinet. Dienstverlening Klantenparticipatie vindt plaats door de Sociale Cliëntenraad Walcheren. Met de cliëntenraad wordt periodiek overleg gevoerd. Voor klachtenafhandeling is een klachtencoördinator aangesteld. Orionis heeft een eigen bezwarencommissie ten behoeve van de Participatiewet, die conform de vastgestelde verordening opereert. Orionis is aangesloten bij de nationale Ombudsman.

27

FINANCIËN

28

BALANS begin 2022

eind 2022

eind 2023

eind 2024

eind 2025

eind 2026

0

0

0

0

0

0

19.494.467

18.633.000

18.063.431

17.493.862

16.924.293

16.354.724

266.822 -1.128.289 18.633.000

691.651 -1.261.220 18.063.431

697.876 -1.267.445 17.493.862

704.157 -1.273.726 16.924.293

710.494 -1.280.063 16.354.724

716.889 -1.286.458 15.785.155

448.000

548.000

615.000

648.333

648.333

648.333

Totaal Vaste Activa

19.081.000

18.611.431

18.108.862

17.572.626

17.003.057

16.433.488

Voorraden Debiteuren Liquide middelen Overlopende activa

272.000 5.056.500 728.000 1.173.500

272.000 5.005.935 33.278 1.173.500

272.000 4.955.875 97.143 1.173.500

272.000 4.906.317 20.915 1.173.500

272.000 4.857.253 87.155 1.173.500

272.000 4.808.681 45.111 1.173.500

Totaal Vlottende Activa

7.230.000

6.484.713

6.498.518

6.372.732

6.389.908

6.299.292

Totaal Activa

26.311.000

25.096.144

24.607.380

23.945.358

23.392.965

22.732.780

Reserves / Eigen vermogen

559.000

204.000

144.000

84.000

24.000

0

Voorzieningen Stand begin jaar dotaties onttrekkingen Stand ultimo jaar

1.070.000 227.000 -271.000 1.026.000

1.026.000 121.752 -77.609 1.070.143

1.070.143 -232.754 -74.241 763.148

763.148 95.742 -57.402 801.489

801.489 -387.288 -45.286 368.915

368.915 -296.548 -24.462 47.904

Vaste schulden

16.745.000

15.941.001

15.119.232

14.278.869

13.419.051

12.603.876

Totaal Vaste Passiva

18.330.000

17.215.144

16.026.380

15.164.358

13.811.966

12.651.780

Vlottende schulden Overlopende passiva

2.386.000 5.595.000

2.286.000 5.595.000

2.986.000 5.595.000

3.186.000 5.595.000

3.986.000 5.595.000

4.486.000 5.595.000

Totaal Vlottende Passiva

7.981.000

7.881.000

8.581.000

8.781.000

9.581.000

10.081.000

Totaal Passiva

26.311.000

25.096.144

24.607.380

23.945.358

23.392.966

22.732.780

BALANSPOSITIE Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Stand begin jaar Investeringen economisch nut Afschrijvingen Stand ultimo jaar Financiële vaste activa

29

TOTAALOVERZICHT VAN LASTEN EN BATEN

Totaal

realisatie 2021

begroting 2022-2

begroting 2023

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

baten

baten

baten

Re-integratie

6.993

6.131

7.065

6.134

7.117

6.177

Werkleerbedrijf

20.928

19.101

20.874

19.676

20.040

19.391

Inkomen

61.914

59.833

56.957

53.772

56.049

52.895

Schuldhulpverlening

1.207

106

1.219

94

1.230

94

Overhead

10.049

1.000

10.515

1.505

10.434

985

Heffing VPB

0

Onvoorzien

0

Alg.dekkingsmiddelen

0

15.033

0

15.390

0

15.268

101.091

101.204

96.630

96.570

94.870

94.810

Totaal

0 0

Saldo

0

112

Reserveringen

142

-60

325

Saldo na reservering

0

0

60

0

raming 2024 lasten

-60

60

295

Totaal (bedragen * € 1.000)

0

raming 2025

baten

lasten

0

raming 2026

baten

lasten

baten

Re-integratie

7.192

6.244

7.362

6.405

7.511

6.554

Werkleerbedrijf

19.255

19.128

18.678

18.920

18.385

18.649

Inkomen

57.357

54.172

58.566

55.351

59.346

56.099

Schuldhulpverlening

1.241

94

1.252

94

1.263

94

Overhead

10.503

652

10.903

654

11.328

672

Heffing VPB

0

Onvoorzien

0

Alg.dekkingsmiddelen

0

15.198

0

15.278

0

15.741

95.549

95.489

96.762

96.702

97.833

97.810

0

60

0

60

0

24

Totaal Reserveringen Saldo na reservering

0

0

0

0

0

0

0

Programma Arbeidsmarkt

Re-integratie

realisatie 2021

begroting 2022-2

begroting 2023

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

baten

30

baten

baten

Doorbelast pers. en werkinfra

4.224

4.262 576

4.300

Doorbelast flex inzet

804

Loonkosten WiW/BW

312

428

490

Plaatsingsvergoedingen

326

461

465

Overige instrumenten

404

447

411

Rijksvergoedingen

536

317

5.555

Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product

5.817 6.134

6.134

6.177

6.177

923

0

932

0

940

0

6.993

6.131

7.065

6.134

7.117

6.177

-932

raming 2024 lasten

Doorbelast pers. en werkinfra

5.891

6.131

-862

(bedragen * € 1.000)

-940

raming 2025

baten

lasten

4.339

raming 2026

baten

lasten

4.378 246

baten

4.417

Doorbelast flex inzet

484

Loonkosten WiW/BW

563

636

719

Plaatsingsvergoedingen

469

474

479

Overige instrumenten

388

488

236

Totaal product

200

438

5.998

Directe apparaatskosten

492

429

Rijksvergoedingen Subtotaal

287

6.070

Saldo

Re-integratie

511

6.169

6.354

6.243

6.244

6.405

6.405

6.545

6.554

949

0

957

0

966

0

7.192

6.244

7.362

6.405

7.511

6.554

Saldo

-948

-957

-957

Programma Werkleerbedrijf

Werkleerbedrijf

realisatie 2021

begroting 2022-2

begroting 2023

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

baten

baten

Personeelslasten

3.410

3.686

3.558

Huisvesting

1.095

1.095

1.042

Productiemiddelen

1.120

1.078

1.095

Overig

355

0

Wsw-doelgroep

16.024

13.909

Doorbel. re-integr. WI

-1.113

Netto omzet

686

11

15.414

13.502

5.191

680

11

14.759

13.177

6.163 -1.123

31

baten

6.202 -1.133

Doorbel. re-integr. Wsw Subtotaal

-417 19.101

20.416

19.676

19.577

19.391

454

0

458

0

463

0

20.928

19.101

20.874

19.676

20.040

19.391

Saldo

-1.828

Werkleerbedrijf (bedragen * € 1.000)

-425

20.474

Directe apparaatskst. Totaal product

-421

-1.198

raming 2024 lasten

-649

raming 2025

baten

lasten

raming 2026

baten

lasten

Personeelslasten

3.555

3.548

3.541

Huisvesting

1.051

1.051

1.051

Productiemiddelen

1.110

1.086

1.080

Overig

666

Netto omzet

12

652

6.436

12

648

6.598 13.457

12 6.598

Wsw-doelgroep

13.979

Doorbel. re-integr. WI Doorbel. re-integr. Wsw

-1.143

Subtotaal

18.789

19.128

18.207

18.920

17.910

18.649

12.311

13.189

467

0

471

0

475

0

19.255

19.128

18.678

18.920

18.385

18.649

-1.153

-429

Directe apparaatskst. Totaal product

12.681

baten

-432

Saldo

12.039

-1.163 -436

-127

242

264

Bijstandsverstrekking

realisatie 2021

begroting 2022-2

begroting 2023

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

Inkomensvoorziening Buig

47.584

Programma Inkomen

Rijksvergoeding Buig Onderzoekskosten BBZ

baten 1.062

46.157

47.260 45

baten 882

46.408

45.527 100

baten 882 45.839

100

0

Tozo-regeling

4.641

5.125

Bijzondere bijstand

4.286

92

4.692

1.031

3.695

133

Minimabeleid

2.047

74

2.661

79

2.469

81

Bijdrage gemeenten bb/min Overig Subtotaal

6.210

6.243

5.951

22

10

29

9

29

9

58.625

59.833

53.639

53.772

52.701

52.895

32

Directe apparaatskosten

3.289

0

3.318

0

3.348

0

Totaal product

61.914

59.833

56.957

53.772

56.049

52.895

Saldo

Bijstandsverstrekking

-2.081

raming 2024

(bedragen * € 1.000)

lasten

Inkomensvoorziening Buig

47.933

Rijksvergoeding Buig Onderzoekskosten BBZ

-3.185

raming 2025

baten

lasten

882

49.058

47.364

-3.155

raming 2026

baten

lasten

882

baten

49.754

48.489

882 49.185

100

0

100

0

100

Bijzondere bijstand

3.623

136

3.656

137

3.689

138

Minimabeleid

2.293

83

2.314

84

2.335

84

Bijdrage gemeenten bb/min

5.699

Overig

5.750

5.801

29

9

29

9

30

9

Subtotaal

53.979

54.172

55.157

55.351

55.907

56.099

Directe apparaatskosten

3.378

0

3.409

0

3.439

0

Totaal product

57.357

54.172

58.566

55.351

59.346

56.099

Saldo

-3.185

-3.215

-3.247

Programma Schuldhulpverlening

Schuldhulpverlening

realisatie 2021

begroting 2022-2

begroting 2023

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

Advieskosten

baten

14

baten

15

baten

15

Bijdragen klanten

12

41

41

Bijdragen derden

63

53

53

Bijdrage gemeenten

31

0

0

Subtotaal

14

106

15

94

15

94

Directe apparaatskosten

1.193

0

1.204

0

1.215

0

Totaal product

1.207

106

1.219

94

1.230

94

Saldo

-1.101

33

-1.125

-1.136

Schuldhulpverlening (bedragen * € 1.000) Advieskosten

raming 2024 lasten

raming 2025

baten

lasten

15

raming 2026

baten

lasten

15

baten

15

Bijdragen klanten

41

41

41

Bijdragen derden

53

53

53

Bijdrage gemeenten

0

0

0

Subtotaal

15

94

15

94

15

94

Directe apparaatskosten

1.226

0

1.237

0

1.248

0

Totaal product

1.241

94

1.252

94

1.263

94

Saldo

-1.147

-1.158

-1.169

Programma Overhead

Overhead

realisatie 2021

begroting 2022-2

begroting 2023

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

Personeelskosten

13.968

14.335

14.151

Huisvesting

1.714

1.735

1.707

ICT

2.272

2.465

2.655

42

43

baten

Inventaris en vervoer Overig

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11764974/1