Inkomend - Ministerie BiZa - Artikel 12 rapport Vlissingen 2023-2024 bijlage
Tekst van het document
Hierdoor zijn de uitgaven voor beschermd wonen veel lager uitgevallen en hield Vlissingen Rijksbijdrage over. Deze overschotten zijn voor een deel gebruikt om de taakstelling in te vullen en het grootste deel is in de reserve centrumtaken terechtgekomen. Ook bij taakveld 6.71 (Maatwerkdienstverlening 18+) wordt in 2022 een lagere realisatie dan raming geconstateerd. Dit heeft grotendeels te maken met de Gunning Wmo aanvullende zorg vanaf 01-07-2022, zoals beschreven in paragraaf 4.4 van het Inspectierapport 2021-2022. Bij 6.4 (Begeleide participatie) en 6.72 (Maatwerkdienstverlening 18-) wordt geconstateerd dat in bijna alle jaren de gerealiseerde uitgaven hoger zijn dan de geraamde uitgaven. Dit sluit aan bij hetgeen beschreven in hoofdstuk 6 dat op het vlak van de gemeenschappelijke regeling Orionis (Wsw) en jeugdzorg er naar het oordeel van de inspecteurs onvoldoende voortgang was in de periode 2019-2022 bij de het realiseren van de benodigde bezuinigingen.
Op de maatregelen en taakstellingen op het vlak van het sociaal domein wordt nader ingegaan in hoofdstuk 6. Accountant Ook de account heeft bij de controle van de Jaarrekening 2023 een opmerking gemaakt over de verschillen tussen de begrote tekorten en gerealiseerde overschotten. De accountant geeft daarbij het volgende aan: 'De gemeenteraad heeft de focus gelegd op het realiseren van de gestelde doelen. De realiteit is echter niet altijd in balans met de beschikbare capaciteit en mogelijkheden. Hiermee is de begroting meer gebaseerd op uw politiek-bestuurlijke ambities dan op wat uw gemeente daadwerkelijk met de beschikbare middelen en capaciteit kan realiseren. Uw organisatie is zich bewust van deze problematiek. In dat licht adviseren wij u dit nader te onderzoeken en eventueel maatregelen te nemen om de voorspellende waarde van de begroting van zowel de investeringen als de baten en lasten en de uitvoeringskracht ervan dichter bij elkaar te
90
brengen. Wij begrijpen dat inmiddels onderzoek plaatsvindt hetgeen tot uitdrukking moet komen in de Kadernota en Begroting 2025'.
De accountant geeft daarbij het volgende advies: 'Een mogelijke aanpak hiervoor is het 'zero-based' opbouwen van de Begroting 2025. Feitelijk is dit de begroting 'vanaf nul' opzetten in plaats van -sterk vereenvoudigd gesteld- de Begroting 2024 te indexeren en aanvullen met nieuwe projecten, investeringen en activiteiten. Dit dwingt de organisatie opnieuw te kijken naar de werkelijk uit te voeren taken en het analyseren daarvan ten opzichte van de beschikbare personele capaciteit en zorgt voor een meer realistische begroting. Wij begrijpen dat inmiddels onderzoek plaatsvindt hetgeen tot uitdrukking moet komen in de Kadernota en Begroting 2025'.
Conclusie Ook in het kader van artikel 12 en dan met name voor een goede besluitvorming met betrekking tot een afronding van de artikel 12-status is het van belang dat er een realistische begroting is. Gezien de geconstateerde verschillen in bovenstaande tabel 5.13 en ook de constateringen van de accountant is het dan ook van belang dat de bestande budgetten in de begroting worden langsgelopen en bezien wordt of deze moeten worden aangepast om aan de ene kant de voorspellende waarde van de begroting van zowel de investeringen als de baten en lasten en aan de andere kant wat daadwerkelijk met de beschikbare middelen en capaciteit gerealiseerd kan worden dichter bij elkaar te brengen. In het kader van het plan van aanpak exit artikel 12 is dan ook een onderzoek gestart waarbij alle jaarlijkse budgetten (de exploitatie) worden onderzocht op mogelijke financiële ruimte (stofkam). Door Vlissingen is dit onderzoek 'Begrotingsanalyse' genoemd. Het doel is om te komen tot een realistische begroting en de aanleiding hiervoor zijn de jaarlijkse overschotten bij de jaarrekening. Zie hiervoor ook paragraaf 7.6. De inspecteurs zijn voorstander dat de Begroting 2025 via zero-based' wordt opgebouwd. Voor de initiële Begroting 2025 is dat naar het oordeel van de inspecteurs echter niet meer mogelijk. Dit zou dan hooguit via een begrotingswijziging verwerkt kunnen worden in 2025.
Voor nu dient de bovenstaand genoemde 'Begrotingsanalyse' gebruikt te worden om de begroting realistischer te maken.
5.5
Conclusie
In dit hoofdstuk is inzichtelijk gemaakt welke afwijkingen er zijn tussen enerzijds de nettolasten van Vlissingen en anderzijds het niveau van het gemeentefonds en het niveau van een aantal groepen gemeenten bij de uitgavenclusters van het gemeentefonds. Daarnaast zijn de gerealiseerde en begrote saldi van de inkomsten en uitgaven met elkaar vergeleken.
Voor het sociaal domein, dat geheel onderwerp van onderzoek bleef in 2023 en 2024, is deze analyse vooral van belang om te volgen of de maatregelen en onderzoeken (zie ook hoofdstuk 6) uiteindelijk leiden tot lagere afwijkingen van de nettolasten van Vlissingen ten opzichte van de ijkpunten van het gemeentefonds en andere groepen van gemeenten. Voor het klassieke domein is deze analyse van belang om te bezien of er nog clusters zijn waar een vervolgonderzoek moet plaatsvinden voor mogelijke bezuinigingen en er aanleiding is voor aanpassing van de artikel 12-uitkering en de passende bijdrage van Vlissingen aan de sanering van de negatieve algemene reserve op basis van het inspectierapport 2017-2018 en het besluit van de fondsbeheerders van 19 december 2019. Gezien het door Vlissingen in Begroting 2025 gepresenteerde positieve meerjarenperspectief zijn vanaf 2025 de mogelijke besparingen zoals uit dit hoofdstuk blijken niet zo zeer van belang voor het opstellen van een saneringsbegroting met daarin inzet van reserves, verhoging van baten en taakstellingen die Vlissingen moet realiseren, 91
maar meer voor inzicht in mogelijke alternatieven die ingezet kunnen worden, zodat bij niet of niet tijdig realiseren van de nu in Begroting 2025 ingeboekte niet gerealiseerde bezuinigingen er niet gelijk weer een tekort ontstaat en mogelijk zelfs terugval in artikel 12.
De belangrijkste conclusies zijn: Cluster Bestuur en ondersteuning: Vlissingen heeft in 2023 en 2024 lagere nettolasten dan het ijkpunt van het gemeentefonds en een aantal groepen gemeenten. Er heeft in 2023 en 2024 dan ook geen verdiepend onderzoek plaatsgevonden voor dit cluster voor mogelijke bezuinigingen. Cluster Sociale basisvoorzieningen: Zowel in 2023 en 2024 heeft Vlissingen fors hogere nettolasten ten opzichte van het gemeentefonds en alle groepen gemeenten. Dit cluster is onderdeel van het sinds 2019 lopende artikel 12-onderzoek naar het sociaal domein en werk & inkomen. Dit onderzoek is in 2023 voortgezet. Op de gerealiseerde en nog niet gerealiseerde bezuinigingen op het vlak van het sociaal domein wordt in hoofdstuk 6 ingegaan. Cluster Participatie: Ook dit cluster is onderdeel van het sociaal domein waarop in hoofdstuk 6 nader ingegaan wordt. Bij de participatie wordt geconstateerd dat Vlissingen in 2023 en 2024 hogere nettolasten heeft dan het ijkpunt van het gemeentefonds en de meeste groepen gemeenten. Dit verschil neemt toe in 2024 ten opzichte van 2023. Cluster Wmo: Bij dit cluster zijn er forse verschillen met de groepen gemeenten. Dit heeft echter met name te maken met dat Vlissingen regiogemeente is voor beschermd wonen, vrouwenopvang en maatschappelijke opvang en de andere gemeenten niet.
Ten opzichte van het ijkpunt van het gemeentefonds zijn er in 2023 hogere nettolasten. In 2024 zijn er echter lagere nettolasten. Maatregelen ten aanzien van de Wmo zijn beschreven in hoofdstuk 6. Cluster Jeugd: Vlissingen heeft bij jeugd lagere nettolasten dan wordt ontvangen uit het gemeentefonds. Ten opzichte van de meeste groepen gemeenten worden echter hogere nettolasten geconstateerd. Ook dit cluster is vanzelfsprekend onderdeel van het sinds 2019 lopende en in 2023 voortgezette artikel 12-onderzoek naar het sociaal domein en werk & inkomen, zoals beschreven in hoofdstuk 6. Cluster Orde en veiligheid: Hier zijn er lagere nettolasten in vergelijking met het gemeentefonds en bij drie van de vijf vergelijkingen met andere gemeenten. Er heeft in 2023 en 2024 dan ook geen verdiepend onderzoek plaatsgevonden voor dit cluster voor mogelijke bezuinigingen. Cluster Onderwijs: Weliswaar heeft Vlissingen in 2024 lagere nettolasten dan het ijkpunt van het gemeentefonds, echter in vergelijking met andere gemeenten worden hogere nettolasten geconstateerd. Met name bij de onderwijshuisvesting zijn er hogere lasten. De inspecteurs zijn dan ook van mening dat er een besparingspotentieel is bij onderwijshuisvesting. Hierop wordt teruggekomen in hoofdstuk 7 (Klassiek domein). Cluster Sport, cultuur en recreatie: Bij alle vergelijkingen heeft Vlissingen lagere nettolasten in 2024.
Verdiepend onderzoek in 2023 en 2024 was dan ook niet nodig. Cluster Infrastructuur, ruimte en milieu: Bij dit cluster is er een sterk verbeterd beeld in 2024 ten opzichte van 2023. Waren er in 2023 nog bij alle vergelijkingen hogere nettolasten, in 2024 zijn er bij vier van de zes vergelijkingen juist lagere nettolasten. Op grond van deze vergelijkingen heeft er in 2023 en 2024 geen verdiepend onderzoek plaatsgevonden voor dit cluster. Wel is een deel van dit cluster nader beoordeeld in het kader van de beoordeling van een aantal beheerpannen kapitaalgoederen (paragraaf 7.3). Vergelijking realisatie en raming: Hier wordt met name geconstateerd dat bij het taakveld 0.4 (Overhead) er elk jaar sprake was van een lagere realisatie dan in eerste instantie geraamd. Geconcludeerd wordt dat er structureel te veel overhead wordt geraamd en dat de begroting hierop de komende jaren aangepast kan worden. Naar het oordeel van de inspecteurs zou per jaar € 0,5 miljoen minder aan overhead begroot
92
kunnen worden. Door Vlissingen is aangegeven dat dit wordt meegenomen in de Begrotingsanalyse.
In het kader van het plan van aanpak exit artikel 12 heeft Vlissingen een onderzoek gestart waarbij alle jaarlijkse budgetten (de exploitatie) worden onderzocht op mogelijke financiële ruimte (stofkam). Door Vlissingen is dit onderzoek 'Begrotingsanalyse' genoemd. Het doel is om te komen tot een realistische begroting en de aanleiding hiervoor zijn de jaarlijkse overschotten bij de jaarrekening. Mogelijke consequenties voor het sociaal domein zijn meegenomen in hoofdstuk 6. Voor het klassieke domein in hoofdstuk 7.
93
6
Sociaal domein en werk & inkomen
6.1
Inleiding
Zoals in hoofdstuk 1 aangegeven bestaat het per 2023 verbrede artikel 12-onderzoek ook uit een voortzetting van het onderzoek op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen, waarbij de in paragraaf 4.2 van het inspectierapport 2021-2022 opgenomen uitgangspunten met betrekking tot het artikel 12-onderzoek sociaal domein en werk & inkomen onverkort blijven gelden. Doel is het tekort sociaal domein en werk & inkomen terug te brengen naar een niveau waarbij Vlissingen weer op eigen benen kan staan en daarnaast betere grip op de kostenontwikkeling te krijgen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de onderzoeken en de maatregelen op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen. In paragraaf 6.2 wordt eerst ingegaan op de ontwikkeling van het tekort sociaal domein en werk & inkomen over de periode 2019-2022. Daarna wordt in paragraaf 6.3 ingegaan op de maatregelen voor het saneren van de tekorten sociaal domein en werk & inkomen. In paragraaf 6.4 wordt stilgestaan bij enkele risico's en aandachtspunten op het vlak van het sociaal domein. Vervolgens volgt paragraaf 6.5 met een aantal mogelijke alternatieve maatregelen. De conclusies volgen in paragraaf 6.6.
6.2
Ontwikkeling tekort sociaal domein en werk & inkomen 2019-2022
In onderstaande tabel 6.1 wordt op inzicht gegeven in de ontwikkeling van het tekort sociaal domein en werk & inkomen en de door Vlissingen gerealiseerde bezuinigingen vanaf 2019, de start van het artikel 12-onderzoek naar alleen het sociaal domein en werk & inkomen, tot en met 2022, het einde van het artikel 12-onderzoek naar alleen het sociaal domein en werk & inkomen. Hierbij is goed te zien dat het tekort in de periode 2019-2022 fors is gedaald.
Omdat vanaf 2023 het artikel 12-onderzoek weer verbreed is naar de totale begroting van Vlissingen wordt het tekort sociaal domein en werk & inkomen vanaf 2023 niet apart meer inzichtelijk gemaakt en meegenomen via de ontwikkeling van het totale begrotingssaldo van Vlissingen. Deze wordt weergeven in hoofdstuk 9 van dit inspectierapport.
94
Ontwikkeling tekort sociaal domein en werk & inkomen 2019-2022 (bedragen x 1.000) 2021 2020 2019 Omschrijving (bedragen x 1000)
2022
Tabel 6.1
A.l A.2 A.3 A.4 A.5 A.6
B
C
D E
Programma begroting Effecten circulaires Begrotingswijzigingen Eerste bestuursrapportage Tweede bestuursrapportage Jaarrekening
-5.019 4.486 -3.396 -3.394 -2.050 -990
-11.656 6.459 2.053 -344 -4.855 3.077
-9.787 4.732 -3.461 -492 2.946 1.745
-8.470 11.721 -1.498 3.173 -7.427 1.594
Begrotingssaldo SP en W&I
-10.363
-5.264
-4.317
-907
Correcties m.b.t. SD en W&I
15.658
26.208
33.714
46.356
Geaccepteerd begrotingssaldo SD en W&I
5.295
20.944
29.397
45.449
Totaal O&O geaccoordeerd
-15.658
-26.208
-34.399
-47.382
Aanvaardbaar begrotingssaldo SD en W&I
-10.363
-5.265
-5.002
-1.933
0 0
0 0
2.000 0
0 0
Relevante begrotingssaldo SD en W&I
-10.363
-5.265
-3.002
-1.933
Aanvullende uitkering artikel 12
10.363
5.265
3.002
1.987
0
2.763
6.922
6.664
Inbreng reserves Inbreng stijging OZB
Gerealiseerde bezuinigingen
De begrotingssaldi sociaal domein en werk & inkomen zijn bepaald aan de hand van: 1) De geboekte baten en lasten op de taakvelden van de gemeentefondsclusters Inkomen en participatie (taakvelden 6.3, 6.4 en 6.5), Samenkracht en burgerparticipatie (taakvelden 6.1 en 6.2), Jeugd (taakvelden 6.72 en 6.82) en Maatschappelijke ondersteuning (taakvelden 6.6, 6.71 en 6.81). 2) De uitkering uit het gemeentefonds (taakveld 0.7) op basis van de (september)circulaires voor de clusters Inkomen en participatie, Samenkracht en burgerparticipatie, Jeugd en Maatschappelijke ondersteuning. Dit betreft de algemene uitkering + de decentralisatie-uitkeringen + de integratie-uitkeringen. 3) De overhead (taakveld 0.4) die wordt toegerekend naar rato van de geraamde directe loonkosten (categorie 1.1. Lonen en salarissen). 4) De mutaties (algemene uitkering + decentralisatie-uitkeringen + integratieuitkeringen) op de clusters Inkomen en participatie, Samenkracht en burgerparticipatie, Jeugd en Maatschappelijke ondersteuning in de gemeentefondscirculaires. 5) De mutaties op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen in de begrotingsdocumenten 2021 en 2022 van Vlissingen (Begrotingswijzigingen, Eerste bestuursrapportage, Tweede bestuursrapportage en Jaarrekening).
Op deze begrotingssaldi zijn door de inspecteurs met name beleidsmatige correcties uitgevoerd. Bij deze beleidsmatige correcties gaat het om het zuiveren van onaanvaardbare beleidsintensiveringen, met name het schonen voor nieuw beleid. Hieronder wordt verstaan iedere verhoging van uitgaven ten opzichte van de laatst goedgekeurde primitieve begroting, inclusief gelijktijdig meegenomen wijzigingen. Deze verhogingen van de uitgaven dienen door Vlissingen via het O&O-criterium (Onvermijdelijk en Onuitstelbaar) onderbouwd te worden. Ook heeft er een correctie plaatsgevonden voor 95
de door Vlissingen in Begroting 2021 ingeboekte taakstelling en voor incidentele inzet niet benutte budgetten 2022. Na deze correcties resteren de geaccepteerde begrotingssaldi sociaal domein en werk & inkomen
Voor de berekening van de relevante begrotingssaldi sociaal domein en werk & inkomen wordt uitgegaan van de geaccepteerde saldi. Hierop worden wijzigingen aangebracht als gevolg van de voorstellen die in het Tripartite overleg (TPO) tussen gemeente, provincie en de inspecteurs zijn besproken voorafgaand aan de vaststelling door de gemeenteraad van Vlissingen. De voorstellen worden daarbij getoetst op het O&O-criterium, de financiële gevolgen en de dekking daarvan. Na verwerking van de via O&O door de provincie en de inspecteurs geaccordeerde posten ontstaan de zogenaamde aanvaardbare begrotingssaldi. Na verwerking van inzet van reserves en inbreng van de stijging van de OZB ontstaan de relevante saldi. Deze relevante saldi zijn tevens de aanvullende uitkeringen voor het sociaal domein op grond van artikel 12 van de Financiële verhoudingswet over die jaren. Omdat de aanvullende uitkering over 2022 is gebaseerd op de stand van de Tweede berap 2022 en niet op de Jaarrekening 2022 komt deze niet geheel overeen met het relevante begrotingssaldo 2022 dat is gebaseerd op de Jaarrekening 2022. Zie hiervoor ook paragraaf 9.5 van dit inspectierapport.
6.3
Sanering tekorten sociaal domein en werk & inkomen
Het artikel 12-onderzoek 2019-2022 richtte zich alleen op het sociaal domein (SD) en werk & inkomen (WI). Op basis van de opdrachten in het Plan van aanpak artikel 12 sociaal domein zijn er in de periode 2019-2022 een aantal concrete maatregelen uitgewerkt. Aan deze maatregelen zijn concrete taakstellingen gekoppeld.
In dit vanaf 2023 verbrede artikel 12-onderzoek heeft een nadere invulling plaatsgevonden van de sanering van de resterende tekorten op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen. Deze nadere invulling is bedoeld om de volgende doelen te realiseren: 1) Bezien welk deel van de resterende maatregelen op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen uit het inspectierapport 2021-2022 daadwerkelijk nog gerealiseerd en uitgevoerd kunnen worden. 2) Consolidatie van de eerder behaalde resultaten in het kader van artikel 12 op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen. 3) Oppakken van (nieuwe) maatregelen binnen met name jeugd en werk & inkomen om zo de resterende taakstelling uit het inspectierapport 2021-2022 en mogelijk aanvullende besparingen te realiseren, met het doel om een sluitende begroting te krijgen. 4) Zorgvernieuwing en in gang zetten van maatregelen om de verwachte toenemende zorgvraag (ouder worden van mensen en steeds langer thuis wonen) en de kostengroei in het sociaal domein de komende jaren op te vangen. 5) Realisatie van een aanvullende bezuiniging op grond van de Hervormingsagenda Jeugd voor Vlissingen van circa € 3,2 miljoen. Verwerking van de in het coalitieakkoord (2021) opgenomen aanvullende besparing in 6) het kader van de Jeugdwet van structureel circa € 1,6 miljoen voor Vlissingen.
Daarbij zijn alle resterende maatregelen zoals opgenomen in het Plan van aanpak artikel 12 sociaal domein (paragraaf 4.4 en bijlagen 4.1 t/m 4.12 inspectierapport 2021-2022) langsgelopen. Ook zijn recentere ontwikkelingen waarmee nog niet eerder rekening kon worden gehouden meegenomen, zoals de Hervormingsagenda Jeugd. Dit alles heeft geleid tot een (nieuwe) set van maatregelen vanaf 2024 en met name vanaf 2025, die in de komende jaren uitgevoerd moeten worden. Dit komt dus in de plaats van de resterende maatregelen zoals opgenomen in het inspectierapport 2021-2022.
96
In onderstaande tabel 6.2 wordt een overzicht gegeven van de (nieuwe) maatregelen en bijbehorende bedragen op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen. Daarnaast staat in deze tabel welke bedragen hiervan gerealiseerd zijn. Al deze bedragen, ook als ze nog niet gerealiseerd zijn, zijn opgenomen in de begroting van Vlissingen. In bijlage 6.1 staat dit overzicht waarbij ook is vermeld via welke begrotingspost. Tabel 6,2
Maatregelen en bezuinigingen artikel 12-onderzoek SP en WI (bedragen x l.OOO)
Maatregel
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2.051
1.215
1.720
2.111
2.111
2.111
2.111
2.111
200
200
200
200
200
200
200
200
169
169
169
169
169
169
169
Gerealiseerde bezuinigingen:
1) Orions (le Begrotingswijziging 2021 en Begroting 2022 Orionis) 2) Inkoop jeugd 3) ROAT 4) Mantelzorgwaardering
112
115
118
121
121
121
121
121
5) Aframen kosten PGB-jeugd
97
100
100
100
100
100
100
100
46
46
46
21
21
21
21
1.300
2.600
2.600
2.600
2.600
2.600
2.600
200
200
200
200
200
150
150
150
150
150
150
150
23) Bijstelling begroting Wmo 2025
2.121
1.902
1.335
422
24) Besparingsverlies jeugd
1.611
1.600
1.635
1.635
50
50
50
50
50
7.578
9.454
9.224
8.692
7.779
900
6) Geen indexering subsidies 7) Gunning Wmo aanvullende zorg 8) Orions (2e Begrotingswijziging 2021 Orionis)
592
9) Extra middelen jeugdzorg
208
10) Uitvoeringslasten buurtteams 11) Aframen kosten PGB-Wmo
150
12) Vrijval diverse budgetten
3.513
13) Jaarrekening 2021 Orionis
159
14) Afrekening Inkoop jeugd (Jaarrekening 2021 GGD)
342
15) Lagere lasten Wmo voorzieningen 2022
320
145
16) Incidentele voordelen 2022
2.405
2.763
17) Incidentele inzet niet benutte budgetten
1.298
18) Wmo-begroting
138
19) Incidentele voordelen 2023
2.580
20) Incidentele inzet niet benutte budgetten 2023
630
21) Wmo aanvullende zorg
1.201
22) Bijstelling begroting Wmo 2024
25) Burgerparticipatie Totaal gerealiseerde bezuinigingen
0
2.763
6.922
6.664
9.119
Nog niet gerealiseerde bezuinigingen:
1) Jeugd: Hervormingsagenda pilot jeugd (via investeringsfonds)
450
900
900
2) Jeugd: Hervormingsagenda sanering laag complexe jeugdzorg (via investeringsfonds)
150
300
300
300
3) Jeugd: Hervormingsagenda begroting 2024 (via investeringsfonds)
200
400
400
400
4) Jeugd: Hervormingsagenda versobering bestaand beleid
825
2.100
2.200
5) Jeugd (en Wmo): Hervormingsagenda bijstelling prognose
250
750
1.250
6) Jeugd en Wmo: Veranderplan toegang (via investeringsfonds)
190
190
190
190
7) Werk & inkomen: Plan statushouders
420
420
420
420
1.250
1.250
1.250
1.250
1.000
1.466
1.652
8) Werk & inkomen: Inkoopmodel GR (via investeringsfonds) 9) Werk & inkomen: Begroting 2025 Orionis (inclusief extra re-integratiemiddelen)
Totaal nog niet gerealiseerde bezuinigingen
0
0
0
0
0
0
2.660
5.535
7.776
8.562
Totaal
0
2.763
6.922
6.664
9.119
7.578
12.114
14.759
16.468
16.341
De volgende paragrafen 6.3.1 t/m 6.3.3 gaan in op de gerealiseerde bezuinigingen, nog niet gerealiseerde bezuinigingen en op de benodigde investeringen.
6.3.1
Gerealiseerde bezuinigingen
Voor een beschrijving van de in de tabel genoemde gerealiseerde bezuinigingen 1 t/m 17 wordt verwezen naar paragraaf 4.5 van inspectierapport 2021-2022. De extra vanaf 2023 gerealiseerde bezuinigingen betreffen: 18) Wmo-begroting In de Tweede bestuursrapportage 2023 is de Wmo begroting voor 2023 geactualiseerd. Enerzijds zijn een aantal budgetten naar boven bijgesteld (PGB en GGZ-vervoer).
97
Anderzijds zijn een aantal budgetten afgeraamd (aanvullende zorg, woonvoorzieningen en vervoersvoorzieningen). Per saldo is het voordeel € 1.298.000 in 2023.
19) Incidentele voordelen 2023 In 2023 zijn er een aantal budgetten die niet volledig worden ingezet (burgerparticipatie, leerlingenvervoer Oekraïense en diverse kleinere budgetten). Deze budgetten zijn incidenteel voor€ 177.000 afgeraamd. Van dit bedrag heeft € 138.000 betrekking op de taakvelden van het sociaal domein. 20) Incidentele inzet niet benutte budgetten 2023 Ten behoeve van de volledige realisatie van de taakstelling sociaal domein 2023 worden eenmalig niet benutte budgetten 2023 met betrekking tot het sociaal domein ingezet ter hoogte van € 2,6 miljoen. 21) Wmo aanvullende zorg In de Begroting 2024 is de Wmo-begroting geactualiseerd. Enerzijds zijn een aantal budgetten naar boven bijgesteld, anderzijds zijn een aantal budgetten afgeraamd. Per saldo is het voordeel € 630.000. Zie post 2.4.6 Begroting 2024. 22) Bijstelling begroting Wmo 2024 In de Tweede berap 2024 is de Wmo begroting geactualiseerd voor 2024. Dit heeft geleid tot de volgende mutaties: 1) Lagere lasten Wmo aanvullende zorg van € 1.359.000. Dit wordt veroorzaakt door de ingang van het nieuwe contract Wmo Aanvullende Zorg en de bezuinigingsopdracht in het kader van artikel 12. Vlissingen gaat uit van de vastgestelde Lumpsum 2024. De Lumpsum 2024 is lager dan verwacht, omdat de cliëntaantallen voor de Aanvullende Zorg in 2023 zijn gedaald.
Dit wordt onder andere veroorzaakt door de overstap van een deel van de inwoners in 2022 naar een persoonsgebonden budget (PGB), waardoor de kosten voor zorg in natura (ZIN) lager uitvallen. 2) Lagere lasten Wmo overige maatwerk voorzieningen van € 87.000. Sinds 2022 zijn de kosten voor deze voorzieningen verder afgenomen. Het betreft o.a. kosten voor medische advisering, kortdurend verblijf en individuele begeleiding voor zintuigelijk gehandicapten. 3) Hogere lasten voor de dekking van de pilot voorzorg wachtlijsten van € 100.000. 4) Hogere lasten Wmo PGB's van € 42.000. Vlissingen actualiseert de raming voor persoonsgebonden budgetten (PGB) op het niveau van 2023 met een prijsindexatie. Dit resulteert in een voordeel ten opzichte van de eerste raming van € 41.000. Het budget voor PGB's was bij de Begroting 2024 al verhoogd als gevolg van de overstap van een deel van de inwoners van Zorg In Natura (ZIN) naar PGB. De PGB-jeugdkosten stijgen daardoor verder met € 83.000. 5) Aframing Wmo eigen bijdrage van € 68.000. Vlissingen actualiseert deze raming op basis van de indexatie van het abonnementstarief voor de Wmo in 2024. De maximale eigen bijdrage is per 1 januari 2024 gewijzigd van € 19 naar € 20,60. Ten opzichte van 2023 stijgt dus de eigen bijdrage. In het huidige budget voor 2024 staat echter nu nog een te hoge stijging geraamd, waardoor een aframing wordt verwerkt.
6) Hogere lasten Wmo-vervoer, woonvoorzieningen en hulpmiddelen van € 34.000. De budgetten worden geactualiseerd op basis van de geldende indexaties van de tarieven en toename van het aantal voorzieningen. 23) Bijstelling begroting Wmo 2025 In de Programmabegroting 2025 is de Wmo begroting geactualiseerd voor 2025 en verder. Dit heeft geleid tot de volgende mutaties: 1) Lagere lasten Wmo aanvullende zorg: Voor 2025 en verder zijn de prijsindexaties die contractueel zijn afgesproken gehanteerd. Daarnaast wordt rekening gehouden met een stijging van de klantaantallen op basis van het Wmo-voorspelmodel van de VNG. De indexaties zijn hoger dan in onze huidige budgetten is opgenomen. Daarom wordt het gepresenteerde voordelige saldo na begrotingsjaar 2025 met het jaar kleiner.
98
2) Hogere lasten Wmo Pgb's: De Pgb's (Persoonsgebonden budget) waren in de huidige situatie alleen incidenteel bijgeraamd voor 2022, 2023 en 2024. Deze worden nu structureel geraamd op het huidige niveau. 3) Lagere lasten Wmo maatwerkvoorzieningen: Na 2022 zijn deze voorzieningen verder afgenomen. Het betreft o.a. maatwerk ontzorgen inclusief medische adviezen, kortdurend verblijf en individuele begeleiding landelijk. 4) Hogere lasten voor dekking pilot voorzorg wachtlijsten: De Pilot Voorzorg Wachtlijsten (Ergotherapeut) wordt voor het jaar 2025 op € 100.000 geraamd conform collegebesluit 19 maart 2024, en daarna structureel. Op basis van de succesvolle ervaringen uit de eerste pilot in 2023 gaat Vlissingen ervanuit dat de inzet van de ergotherapeut wordt gecontinueerd vanaf 2026. 5) Hogere lasten Wmo-vervoer, woonvoorzieningen en hulpmiddelen: Voor 2025 en verder houdt Vlissingen de volume-indexaties aan uit het Wmo-voorspelmodel. Daarnaast heeft Vlissingen de contractuele prijsindexaties toegepast, voor zover deze bekend zijn. Septembercirculaire 2024 Wmo index demografie: Met de Vereniging van Nederlandse 6) Gemeenten (VNG) is afgesproken dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering.
Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende geobjectiveerde indexering onderzocht die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Vooruitlopend op de uitwerking is bij Voorjaarsnota 2024 door het kabinet op de Aanvullende Post een jaarlijkse tranche van € 75 miljoen vanaf 2026 oplopend tot € 300 miljoen in 2029 gereserveerd voor een aanvullende indexering voor demografie. Het kabinet heeft deze middelen bij Miljoenennota 2025 overgeheveld naar het begrotingsartikel Accres (hoofdstuk 60) zodat gemeenten hier rekening mee kunnen houden in hun meerjarenbegroting. Voor Vlissingen betreft dit een bedrag oplopend tot circa € 1 miljoen in 2029 structureel. 24) Besparingsverlies jeugd Het kabinet Rutte IV had besloten om te besparen op jeugdzorg (coalitieakkoord 2021). Deze besparing (oplopend tot € 511 miljoen in 2027) was in mindering gebracht op de middelen voor jeugdzorg op de aanvullende post van het ministerie van Financiën. Het nieuwe kabinet Schoof kiest ervoor om deze besparing te laten vervallen. De genoemde besparing is daarom nu toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen jeugd van de algemene uitkering van het gemeentefonds. Het gaat om € 500 miljoen in 2026 en € 511 miljoen vanaf 2027.
In de meicirculaire 2024 was reeds gemeld dat de besparing van € 500 miljoen voor 2025 nog niet gerealiseerd kon worden en dat daarom voor 2025 een bedrag van € 500 miljoen is toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. Voor Vlissingen betreft dit een bedrag van ruim € 1,6 miljoen.
25) Burgerparticipatie Begrotingspost Leefbaarheid (burgerparticipatie) wordt ingezet voor burgerinitiatieven. Deze post laat de afgelopen jaren een onderschrijding zien. Daarom is deze post structureel vanaf 2024 met € 50.000 naar beneden bijgesteld.
6.3.2
Nog niet gerealiseerde bezuinigingen Hervormingsagenda Jeugd
De in het inspectierapport 2021-2022 opgenomen taakstelling is met name aangevuld door de Hervormingsagenda Jeugd. De Hervormingsagenda Jeugd is in 2023 vastgesteld. Deze agenda heeft als doel knelpunten in de jeugdzorg structureel aan te pakken. Een ander doel is het jeugdzorgstelsel financieel houdbaar te maken voor de toekomst. Om deze doelen te bereiken zijn een aantal maatregelen afgesproken en daarnaast is een oplopende besparing tot € 1 miljard vanaf 2027, waarvan over ruim € 650 miljoen overeenstemming is tussen Rijk en VNG over de mogelijke haalbaarheid. De rest is met meer onzekerheden omgeven.
99