CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Inkomend - Kernwaarden en spanningsvelden. Over de beroepsethiek van de griffier anno 2025 - adviesrapport Stichting Beroepseer

Informatiebijeenkomst 6 juni 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: Stukken12.275 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dat vraagt standvastigheid, timing en het vermogen om de raad als geheel in positie te brengen.

26

Spanningsveld 4: Persoonlijke waarden versus institutionele rol In sommige casussen werd de spanning niet alleen gevoeld tussen verschillende actoren, maar tussen het eigen morele kompas van de griffier en wat de formele rol van hem of haar vroeg. De professionele taak van de griffier is gebonden aan het institutionele belang van de raad als geheel. Tegelijk zijn griffiers ook mensen met persoonlijke overtuigingen, normen en ervaringen. Die komen soms in de knel wanneer ze gevraagd worden te adviseren, te faciliteren of te zwijgen over onderwerpen waar ze persoonlijk iets van vinden. Zo beschreef een griffier dat hij moeite had met het helpen bij een voorbereidende motie die in de ogen van de griffier discriminerende elementen bevatte. Een andere deelnemer gaf aan dat hij gevraagd werd om te helpen met het "in toom houden" van een kleine, radicale fractie, terwijl diegene zich ongemakkelijk voelde bij de vraag. In hoeverre ben je nog onafhankelijk wanneer je over het verzoek meedenkt? In deze situaties lopen persoonlijke integriteit en ambtelijke rolinvulling door elkaar heen. Dat is op zich niet problematisch, zolang de griffier zich bewust is van zijn of haar positie en verantwoordelijkheid. Maar wanneer het ongemak blijft knagen, of wanneer het spanningsveld structureel wordt, raakt het aan de geloofwaardigheid van het handelen.

Sommige griffiers gaven aan dat zij in zulke situaties actief het gesprek aangaan met collega’s, of in het uiterste geval overwegen zich terug te trekken uit bepaalde taken. Anderen kiezen ervoor hun persoonlijke opvatting te parkeren: “Mijn rol is niet om te oordelen over de inhoud, maar om het besluitvormingsproces goed te laten verlopen.” Deze casussen laten zien dat integriteit niet alleen een kwestie is van regels of formele kaders, maar ook van zelfkennis, reflectie en moed. Het vraagt van de griffier om telkens opnieuw te overwegen: wat is hier mijn rol, en hoe kan ik die geloofwaardig vervullen — ook als het schuurt met mijn persoonlijke waarden? Spanningsvelden vormen het werk van de griffier De besproken spanningsvelden laten zien dat de kernwaarden van het griffierschap onder druk kunnen komen te staan. Sterker gezegd: de kernwaarden krijgen pas echt betekenis als ze onder druk komen te staan: wanneer loyaliteit en onafhankelijkheid botsen (1), wanneer vertrouwelijkheid schuurt met navolgbaarheid (2), wanneer dienstbaarheid dreigt te ontaarden in normvervaging (3) en wanneer persoonlijke waarden gaan wringen met de institutionele rol (4). In deze 4 spanningsvelden komt het aan op professioneel oordeelsvermogen, rolduidelijkheid en de

27

bereidheid om het gesprek aan te gaan. Die morele rekenschap is geen zwakte, maar een essentieel onderdeel van een gezagsvol griffiersambt. 5.3 Morele oordeelsvorming: het stappenplan In een aantal groepsgesprekken werd aan het einde van het programma gereflecteerd op het stappenplan voor morele oordeelsvorming uit het bestaande kompas.34 Dit stappenplan is niet door de griffiers zelf ontwikkeld, maar ontleend aan een bredere methodiek die onder andere is terug te vinden in trainingen van Governance & Integrity. De Vereniging van Griffiers heeft het model destijds opgenomen in het kompas als hulpmiddel om op een gestructureerde manier met integriteitsdilemma's om te gaan. Hoewel het stappenplan lang niet in alle gesprekken expliciet aan de orde kwam, leverde het bij de sessies waar dat wél gebeurde waardevolle reflecties op. Sommige deelnemers herkenden het direct als een nuttige manier om complexe kwesties te ontrafelen. Het dwingt tot vertraging, structurering en explicitering van overwegingen die anders impliciet blijven. Vooral het onderscheid tussen gevolg- en beginselargumenten (stap 5) en welke gevoelens een situatie of besluit oproept (stap 7) riepen herkenning op. Ook werd een stap 8 voorgesteld: na verloop van tijd evalueren hoe het besluit heeft uitgepakt. Tegelijk klonken er ook kritische geluiden.

Enkele griffiers vonden het stappenplan te theoretisch of te omslachtig voor de praktijk. Anderen gaven aan dat zij het model niet gebruiken tijdens het dilemma zelf, maar er soms wel op terugkijken of het achteraf gebruiken als reflectiekader. Een terugkerende suggestie was om het stappenplan te koppelen aan de eerder besproken kernwaarden: niet alleen abstracte vragen stellen, maar deze laden met het eigen beroepsethos. Opvallend was ook dat veel griffiers morele oordeelsvorming willen combineren met ruggespraak. Klankborden met collega’s, werkgeverscommissies of vertrouwenspersonen bleek in de praktijk minstens zo belangrijk als het individueel doorlopen van de stappen. Het stappenplan kan dan ook het beste gezien worden als onderdeel van een bredere professionele praktijk, waarin reflectie, uitwisseling en ervaring samenkomen. 5.4 Slot In dit hoofdstuk hebben we onderzocht hoe de kernwaarden uit hoofdstuk 4 tot leven komen op de momenten dat ze onder druk staan. Uit de groepsgesprekken blijkt dat zulke momenten zich vooral voordoen wanneer de rol van de griffier onduidelijk, omstreden of rekbaar wordt. Waarden Vereniging van Griffiers (2016). Integriteitskompas. Morele richtingwijzer voor griffiers. Goes: Uitgeverij de Koperen Tuin. 34

28

als onafhankelijkheid, navolgbaarheid, betrouwbaarheid en standvastigheid blijken dan niet vanzelfsprekend toepasbaar, maar vragen om bewuste positionering, moed om te handelen en de bereidheid om rekenschap af te leggen. In paragraaf 5.2 zijn vier regelmatig terugkerende spanningsvelden benoemd waarin deze dynamiek zichtbaar wordt: 1. Onafhankelijkheid versus Loyaliteit 2. Vertrouwelijkheid versus Navolgbaarheid 3. Dienstbaarheid versus Normbewaking 4. Persoonlijke waarden versus Institutionele rol Deze spanningsvelden zijn geen uitzonderingen of incidenten, maar de alledaagse realiteit waarin griffiers hun gezag en geloofwaardigheid opbouwen of onder druk zien staan. Elk spanningsveld raakt aan de rolopvatting van de griffier en vergt morele afwegingen. Paragraaf 5.3 liet zien dat het stappenplan voor morele oordeelsvorming uit het bestaande integriteitskompas een bruikbaar hulpmiddel kan zijn om hierin richting te vinden. Tegelijkertijd blijkt dat morele afwegingen zelden individueel zijn: ze ontstaan in een context van druk, vertrouwen, ruggespraak en ervaring. Integriteit blijkt dan niet alleen een kwestie van regels of reflectie, maar ook van intercollegiaal gesprek, professionele moed en het blijven terugkeren naar de vraag: wat is hier mijn rol, en hoe kan ik die geloofwaardig vervullen?

29

6. Conclusie en aanbevelingen De uitkomsten van dit onderzoek laten zien dat het gesprek over waarden binnen het griffiersambt springlevend is. In de negen groepsgesprekken35 was voelbaar hoezeer griffiers hun werk verbinden met een normatief kompas, met een sterk besef van verantwoordelijkheid voor de democratische rechtsstaat. Tegelijkertijd bleek dat sommige begrippen uit het integriteitskompas van 2016 minder resoneren in de praktijk van vandaag. Termen als 'neutraliteit' en 'dienstbaarheid' roepen associaties op met een inmiddels achterhaald beeld van de griffier als volgzame, administratieve ondersteuner. In plaats daarvan staat een steviger professioneel ethos centraal, waarin kernwaarden als onafhankelijkheid, betrouwbaarheid, navolgbaarheid en standvastigheid richting geven. Kernwaarden Hoofdstuk 4 De kernwaarden van het griffiersambt anno 2025 vormt het hart van dit rapport: daar komt de gedeelde morele onderstroom van het griffiersambt in beeld. Uit de groepsgesprekken kwam naar voren dat griffiers zich breed herkennen in een viertal kernwaarden die in 2016 nog niet allemaal centraal stonden, maar nu als richtinggevend worden ervaren voor het beroepsethos van de griffier. Onafhankelijkheid werd vrijwel unaniem genoemd als fundament voor gezagvol handelen; het is de basis waarop andere waarden kunnen rusten.

Betrouwbaarheid kreeg een relationele lading: het gaat niet alleen om correct handelen, maar om voorspelbaarheid, beschikbaarheid en eerlijkheid in de ogen van raadsleden. Transparantie werd grotendeels vervangen door het begrip navolgbaarheid – minder formeel en juridisch, maar meer gericht op uitleg en verantwoording binnen een bestuurlijke realiteit vol vertrouwelijkheid. En standvastigheid werd herkend als de eigenschap die nodig is om als griffier koers te houden, ook wanneer het spannend wordt. De vier kernwaarden beschrijven niet alleen wat wenselijk is, maar hebben een concrete betekenis voor het handelen van de griffier. Waarden onder druk Hoofdstuk 5 Het ideaal en de praktijk: waarden onder druk laat zien hoe deze waarden worden beproefd in de weerbarstige praktijk van de lokale democratie. De vier veelvoorkomende spanningsvelden die in de groepsgesprekken naar voren kwamen – tussen onafhankelijkheid en loyaliteit, vertrouwelijkheid en navolgbaarheid, dienstbaarheid en normbewaking, en persoonlijke waarden versus institutionele rol – maken duidelijk dat integriteit voor griffiers geen abstract ideaal is, maar dagelijkse praktijk. In deze dilemma’s wordt de ware lading van waarden zichtbaar:

35

In totaal hebben 96 personen deelgenomen aan 9 groepsgesprekken.

30

pas onder druk blijkt wat ze waard zijn. Het bespreken van deze casussen bracht niet alleen herkenning, maar hielp griffiers ook om hun morele oordeelsvermogen expliciet te maken. Daarbij bleek het stappenplan uit het oorspronkelijke integriteitskompas in sommige situaties behulpzaam, mits het werd verbonden aan concrete handelingspraktijken en het gesprek met collega’s en bestuurders. Terugkijkend op de inleiding van dit rapport, waarin werd gesteld dat het ambt van de griffier in twintig jaar tijd is geëvolueerd van ondersteunende kracht naar strategisch adviseur, kunnen we stellen dat ook het beroepsethos is meegegroeid. Griffiers zoeken niet langer alleen naar het vertrouwen van de raad maar naar een stevige gezagspositie binnen de lokale democratie. De waarden die griffiers belangrijk vinden zijn dan ook niet slechts afgeleid van een dienstverlenende positie, maar zijn steeds vaker verbonden met de eisen van een moderne democratische rechtsstaat: betrouwbaarheid, het bieden van tegenkracht en moreel leiderschap. 6.1 Aanbevelingen Op basis van dit onderzoek doet Stichting Beroepseer de volgende zes aanbevelingen aan de Commissie Integriteit van de Vereniging van Griffiers. De aanbevelingen zijn geprioriteerd op basis van hun urgentie en het belang dat zij volgens dit onderzoek hebben voor het versterken van het beroepsethos van de griffier. 1.

Investeer in structurele collegiale reflectie en intervisie Griffiers hadden veel profijt van de casusbesprekingen tijdens de groepsgesprekken. Veel van hen gaven aan dat reflectie en intervisie van groot belang zijn. Griffiers missen echter vaste momenten voor reflectie. Reflectiebijeenkomsten, eventueel gecombineerd met regionale of thematische bijeenkomsten, helpen om het gesprek over waarden te concretiseren en als morele richtingwijzer te dienen bij moeilijke situaties. Dit bevordert ook het zelfvertrouwen en de veerkracht van de beroepsgroep. 2. Werk aan begripsduidelijkheid binnen het integriteitskompas Tijdens de groepsgesprekken bleek dat het begrip integriteit voor veel griffiers breed en uiteenlopend wordt geïnterpreteerd. Vaak wordt gedacht aan 'niet corrupt zijn', terwijl het integriteitskompas eigenlijk bedoeld is als richtinggevend kader voor een gedeelde beroepsethiek. Ook het onderscheid tussen waarden en vaardigheden bleek niet altijd helder: eigenschappen werden soms als waarden benoemd, terwijl ze in feite vaardigheden zijn om waarden in de praktijk te brengen. Tegelijkertijd kan ook van een kernwaarde als standvastigheid worden gesteld dat de praktische uitwerking hiervan meer een vaardigheid is dan een waarde. Dit rapport heeft een aanzet gegeven tot meer helderheid; het is 31

belangrijk dat het vernieuwde kompas die lijn voortzet, zodat er een gemeenschappelijke taal en begripsduidelijkheid ontstaat. 3. Ontwikkel een compacte handreiking voor morele oordeelsvorming, gekoppeld aan het waardenkader Het bestaande stappenplan wordt gewaardeerd, maar is voor veel griffiers te abstract of omslachtig om van nut te zijn in de werkpraktijk. Een toegankelijke handreiking – met een beknopt overzicht van de kernwaarden, reflectievragen, opdrachten en compacte toelichtingen – maakt het morele kompas beter toepasbaar. Gebruik daarbij de vier kernwaarden uit dit rapport als richtinggevend kader. 4. Ontwikkel een set fictieve casussen op basis van de vier spanningsvelden De spanningsvelden uit hoofdstuk 5 – zoals tussen onafhankelijkheid en loyaliteit of vertrouwelijkheid en navolgbaarheid – bieden een uitstekende basis voor herkenbare casussen. Gebruik deze voor opleidingen, onboarding van nieuwe griffiers, en intervisie, zodat het beroepsethos op een toegankelijke manier bespreekbaar blijft. 5. Betrek ook andere actoren bij het gesprek over het beroepsethos De waarden van de griffier krijgen pas betekenis in relatie tot anderen. Gezag kan door het individuele optreden worden opgebouwd maar moet uiteindelijk altijd door anderen worden toegekend. Leg het geactualiseerde waardenkader daarom voor aan raadsleden, burgemeesters en gemeentesecretarissen.

Dit versterkt zowel de legitimiteit als het draagvlak en draagt bij aan het gezag van de griffier binnen het lokaal bestuur. 6. Benoem expliciet het onderscheid tussen rechtmatigheid en rechtsstatelijkheid Rechtmatigheid werd in de groepsgesprekken vaak gezien als een minimale juridische standaard: het naleven van regels, procedures en wetgeving. Griffiers gaven aan dat dit belangrijk is maar niet voldoende richting geeft in situaties waarin de regels niet alles zeggen. In zulke situaties helpt het bredere begrip rechtsstatelijkheid: het geheel van democratische, morele en institutionele normen waar het lokale bestuur op rust. In de groepsgesprekken kwam naar voren dat griffiers zich vaak beroepen op rechtsstatelijke principes – zoals eerlijkheid, evenwichtige besluitvorming en bescherming van minderheden – juist als het politieke of bestuurlijke speelveld schuurt met formele kaders. Het is daarom van belang dat het vernieuwde integriteitskompas dit onderscheid expliciet maakt, en de griffier ook positioneert als mede-hoeder van de lokale democratie en van rechtsstatelijkheid. Dit versterkt het normatieve fundament van het beroepsethos en maakt zichtbaar dat de rol van de griffier

32

verder reikt dan alleen het bewaken van regels: het gaat ook om het bewaken van de democratische en rechtsstatelijke legitimiteit binnen het lokaal bestuur. 6.2 Slot Met dit rapport is de actuele morele kern van het griffiersambt in kaart gebracht aan de hand van de opbrengsten van 9 groepsgesprekken met griffiers. De vier kernwaarden die in de groepsgesprekken naar voren kwamen – onafhankelijkheid, betrouwbaarheid, navolgbaarheid en standvastigheid – vormen een eigentijds en door de beroepsgroep gedragen waardenkader. Het zijn waarden die niet alleen richting geven aan professioneel handelen van de griffier, maar ook bijdragen aan het gezag, de legitimiteit en de integriteit van de raad/de Staten als geheel. De groepsgesprekken hebben laten zien dat deze waarden pas echt betekenis krijgen op momenten van spanning, twijfel en druk. Daar komt het beroepsethos tot leven. Integer handelen vraagt van griffiers niet alleen om kennis en kunde, maar ook om moed, reflectievermogen en de bereidheid om het gesprek aan te gaan met collega’s en andere actoren binnen het lokaal/provinciaal bestuur. De inzichten, verhalen, worstelingen en twijfels die zijn gedeeld tijdens de negen groepsgesprekken met 96 deelnemers vormen samen een rijke voedingsbodem voor het verder vormgeven van het integriteitskompas van morgen.

33

Dankwoord Ter afsluiting van dit project willen wij graag van de gelegenheid gebruik maken om enkele mensen te bedanken voor hun onmisbare bijdrage aan deze publicatie. Allereerst gaat onze dank uit naar de Verenging van Griffiers, die ons als Stichting Beroepseer de opdracht heeft gegeven voor het verrichten van dit onderzoek. In het bijzonder willen wij de Commissie Integriteit bedanken voor haar betrokkenheid en het vertrouwen dat zij in ons als onderzoekers en auteurs heeft gesteld. Een speciaal woord van dank gaat uit naar alle griffiers die hebben deelgenomen aan de groepsgesprekken. Hun ervaringen en inzichten vormen het fundament van dit adviesrapport. Wij waarderen het dat zij tijd hebben vrijgemaakt om met ons in gesprek te gaan over de morele kern van het griffiersambt. De negen groepsgesprekken hebben laten zien dat de kernwaarden voor griffiers pas echt betekenis krijgen op momenten van spanning, twijfel en druk. De inzichten, verhalen, worstelingen en twijfels die zijn gedeeld vormen samen een rijke voedingsbodem voor het verder vormgeven van het integriteitskompas van morgen. Corné van der Meulen, Gerard van Nunen en Thijs Jansen Mei 2025 Stichting Beroepseer

34

Bijlage 1 - Over de auteurs Corné van der Meulen Corné van der Meulen is adjunct-directeur bij Stichting Beroepseer. Na zijn afstuderen in de sociologie aan de Universiteit Utrecht, heeft Corné zich gericht op het bevorderen van professionaliteit en goed werk in diverse sectoren, waaronder de (jeugd)zorg, accountancy en de ambtenarij. In dat kader heeft hij verschillende onderzoeken verricht en publicaties geschreven, onder andere voor de boekenreeks Beroepseer. Van der Meulen is redactielid en medeauteur van het boek Het recht op ambtelijk vakmanschap (2022), en daarnaast is hij (mede)auteur van meerdere publicaties over het gezag van (politieke) ambtsdragers en publieke professionals, zoals De sam-professional als gezagsdrager (2021), Het gezag van de raadsgriffier (2020), Het gezag van de gemeentesecretaris (2019) en Het gezag van de wethouder (2018). Gerard van Nunen Gerard van Nunen is bestuurskundige en werkt als projectmanager en onderzoeker bij Stichting Beroepseer. Hij werkt aan publicaties en onderzoeken over publieke professionals, (overheids)gezag en ambtelijk vakmanschap. Van Nunen is redactielid en medeauteur van het boek Het recht op ambtelijk vakmanschap (2022).

Daarnaast is hij medeauteur van het artikel Nut en noodzaak van ambtelijke gedragscodes (2020) en stelde hij de Goed Werk Toolkit Beleidsambtenaren (2017) samen, om ambtelijk vakmanschap in de praktijk te kunnen onderzoeken. Daarnaast werkte hij aan publicaties over het gezag van professionals en ambtsdragers, zoals De sam-professional als gezagsdrager (2021), Het gezag van de gemeenteraad (2021) en Het gezag van de raadsgriffier (2020). Thijs Jansen Thijs Jansen is directeur en medeoprichter van Stichting Beroepseer. Hij schreef diverse publicaties over (overheids) gezag, ambtelijk vakmanschap en professionaliteit. Jansen is redactielid en medeauteur van het boek Het recht op ambtelijk vakman schap (2022). Samen met Gabriël van den Brink schreef hij het boek Ambtelijk vakmanschap en moreel gezag (2016). Ook is hij lid van de redactie van het Tijdschrift Bestuurskunde, waar hij onder andere themanummers coredigeerde over ambtelijk vakmanschap (2014 en 2023) en het gezag en de geloofwaardigheid van lokale politieke bestuurders (2019).

35

Bijlage 2 - Over Stichting Beroepseer Stichting Beroepseer is een kennisinstituut met expertise op het gebied van publieke professionaliteit, ambtelijk vakmanschap en (overheids)gezag. Door haar werkzaamheden komt zij op voor het maatschappelijke belang van deze thema’s. Stichting Beroepseer fungeert daarnaast als brede netwerkbeweging van uitvoerende professionals, leiders, managers, bestuurders, wetenschappers en andere geïnteresseerden. De stichting wil publieke professionals en leidinggevenden op de werkvloer concrete en praktische hulp bieden om in hun eigen werksituatie professionaliteit te versterken. Door de jaren heen heeft Stichting Beroepseer verschillende publicaties uitgebracht over publieke professionals en publieke ambtsdragers. De boeken en papers over professionaliteit worden altijd ontwikkeld in samenwerking met de beroepspraktijk en de wetenschap.36 Naast het uitbrengen van boeken en papers verricht Stichting Beroepseer empirisch onderzoek naar de werkpraktijk van publieke professionals, door middel van kwalitatief en kwantitatief onderzoek. Stichting Beroepseer heeft ruime ervaring met het organiseren van adviestrajecten, onderwijsmodules, groepscoaching, congressen, bijeenkomsten, lezingen en workshops voor en over publieke professionals. De stichting richt zich daarbij op het versterken van professionaliteit en gezagsvol professioneel optreden.

Kijk voor meer informatie over onze activiteiten en ons aanbod op: www.beroepseer.nl en www.academieav.nl

36

Zie voor de boekenreeks van Stichting Beroepseer: https://beroepseer.nl/boekenreeks/

36

Literatuur Beauchamp, T. L. (1991). Philosophical ethics: An introduction to moral philosophy. McGrawHill. Berenschot. (2020). Knelpunten en oplossingsrichtingen in de Gemeentewet, Provinciewet en Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Utrecht: Berenschot. BMC & Vereniging van Griffiers (VvG). (2007). Op weg naar de griffier van de toekomst. Leusden: BMC. Bozeman, B. (2007). Public values and public interest: Counterbalancing economic individualism. Georgetown University Press. Gemeentewet, artikel 107a lid 1. Hulst, M. J. van, Kruyen, P., Schaap, L., & Ostaaijen, J. J. C. van. (2016). Griffier in de gemeente geschetst. Het ambt anno 2016. Tilburg/Nijmegen: Tilburg University/Radboud Universiteit. Korsten, A. F. A. (Red.). (2009). In politiek vaarwater: Verkenning van dilemma’s in de praktijk van raadsgriffiers. Heerlen: Open Universiteit Nederland. Korsgaard, C. M. (1996). The sources of normativity. Cambridge University Press. Meulen, C. van der, Nunen, G. van, Jansen, T., & Karsten, N. (2020). Het gezag van de raadsgriffier. Culemborg: Stichting Beroepseer. Musschenga, A. W. (2002). Integriteit: Een conceptuele verkenning. In Jeurissen, R. & Musschenga, A. W. (Red.), Integriteit in bedrijf, organisatie en openbaar bestuur. Necker van Naem. (2012). Tien treden van goed werkgeverschap. In opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden.

Overheid in Nederland, in opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. (2017). De raad als werkgever van de griffie(r): Raadsledenonderzoek over de werkgeversfunctie van de gemeenteraad. Den Haag: Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. Schaap, L., & Mulder, L. (2008). Kinderen van de dualisering: Over griffies en rekenkamers. In Congresuitgave Staat van de dualisering (pp. 27–43). Amersfoort: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Schwartz, S. H. (1992). Universals in the content and structure of values. In Advances in Experimental Social Psychology, 25, 1–65. Vereniging van Griffiers. (2016). Functiebeschrijving griffier. Den Haag: Vereniging van Griffiers. Vereniging van Griffiers. (2016). Integriteitskompas: Morele richtingwijzer voor griffiers. Goes: Uitgeverij de Koperen Tuin. Vereniging van Griffiers. (2018). De (rechts)positie van de griffier anno 2018. Utrecht: Eburon.

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15646547/1