Inkomend - Kernwaarden en spanningsvelden. Over de beroepsethiek van de griffier anno 2025 - adviesrapport Stichting Beroepseer
Tekst van het document
Kernwaarden en spanningsvelden: over de beroepsethiek van de griffier anno 2025
adviesrapport voor de herijking van het integriteitskompas voor griffiers
Adviesrapport voor de Commissie Integriteit van de Vereniging van Griffiers Mei 2025 Corné van der Meulen, Gerard van Nunen en Thijs Jansen Stichting Beroepseer 1
Inhoudsopgave 1. Inleiding
3
2. Een ambt in ontwikkeling
4
2.2 Achtergrond van de griffier
4
2.2 Het functieprofiel van de griffier
5
2.3 Het gezag van de raadsgriffier
6
2.4 Slot
7
3. Het huidige integriteitskompas voor griffiers
8
3.1 De vier kernwaarden van het huidige integriteitskompas
8
3.2 De zeven stappen van morele oordeelsvorming
10
3.3 Slot
10
4. De kernwaarden van het griffiersambt anno 2025
11
4.1 Waarden en vaardigheden
11
4.2 Kernwaarden in kaart brengen: de gebruikte methode
13
4.3 De meest genoemde waarden en hun betekenis
14
Onafhankelijkheid
14
Betrouwbaarheid
15
Navolgbaarheid
16
Standvastigheid
17
4.4 Niet in de top 4, wél belangrijk
18
4.5 Slot
20
5. Het ideaal en de praktijk: waarden onder druk
22
5.1 Waarden onder druk: de gebruikte methode
22
5.2 Waarden onder druk: spanningsvelden
23
5.3 Morele oordeelsvorming: het stappenplan
28
5.4 Slot
28
6. Conclusie en aanbevelingen
30
6.1 Aanbevelingen
31
6.2 Slot
33
Dankwoord
34
Bijlage 1 - Over de auteurs
35
Bijlage 2 - Over Stichting Beroepseer
36
Literatuur
37 2
1. Inleiding De rol van de griffier is in de afgelopen twee decennia sterk veranderd. Waar de griffier bij de invoering van het dualisme in 2002 vooral werd gezien als ambtelijk ondersteuner van de gemeenteraad, is hij of zij inmiddels uitgegroeid tot een onmisbare strategische speler binnen het lokaal bestuur. Deze ontwikkeling vraagt om een hernieuwde bezinning op de beroepsethiek van de griffier: welke waarden geven richting aan het handelen van de griffier, en hoe kunnen deze waarden standhouden in een soms weerbarstige praktijk? In 2016 publiceerde de Vereniging van Griffiers het eerste Integriteitskompas voor griffiers, waarin vier procedurele kernwaarden werden geformuleerd: neutraliteit, rechtmatigheid, transparantie en dienstbaarheid. Dit kompas bood een eerste gemeenschappelijk normatief kader voor het griffiersambt, en introduceerde een stappenplan voor morele oordeelsvorming. Sindsdien zijn zowel de bestuurlijke context als de invulling van het ambt veranderd. De strategische positie van de griffier is steviger geworden, de verwachtingen zijn toegenomen, en het aantal situaties waarin waarden met elkaar botsen is gegroeid.1 Daarmee groeit ook de behoefte aan een hernieuwd en gedeeld beroepsethos dat houvast biedt als morele richtingwijzer.
In opdracht van de Vereniging van Griffiers heeft Stichting Beroepseer in 2024 en 2025 verspreid door het hele land negen groepsgesprekken2 gevoerd met griffiers. Het doel van deze gesprekken was tweeledig: ten eerste het toetsen van de vier waarden uit 2016 op actualiteit en draagvlak; ten tweede het verdiepen van het inzicht in de manier waarop waarden in de praktijk worden beleefd en in hoeverre ze onder druk kunnen komen te staan. Het uitgangspunt van het project was dan ook niet alleen om het bestaande integriteitskompas te actualiseren, maar ook om de morele kern van het griffiersambt verder te verhelderen en expliciet te maken. Met dit eindrapport doen we verslag van ons onderzoek. In hoofdstuk 2 schetsen we hoe het ambt van de griffier zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Met hoofdstuk 3 vatten we het huidige integriteitskompas dat in 2016 is uitgebracht samen. Vervolgens analyseren we in hoofdstuk 4 de waarden die in de 9 groepsgesprekken als het meest richtinggevend naar voren kwamen. Hoofdstuk 5 gaat in op hoe deze waarden in de praktijk onder druk kunnen komen te staan, en hoe griffiers daarmee omgaan. De conclusie biedt een reflectie op de betekenis van deze inzichten voor het beroepsethos van de griffier vandaag de dag. We formuleren tot slot zes aanbevelingen aan de Commissie Integriteit van de Vereniging van Griffiers op basis van dit onderzoek.
Hoofdstuk 5 gaat in op situaties waarin waarden onder druk kunnen komen te staan en hoe griffiers daarmee omgaan. 2 In totaal hebben 96 personen deelgenomen aan 9 groepsgesprekken. 1
3
2. Een ambt in ontwikkeling ‘Binnen een beroepsgroep bestaat er een moraal: een algemeen beeld van wat de “ideale” invulling van het beroep is. Anders gezegd: een antwoord op de vraag waarom de griffier op aarde is. Hiervoor wordt de term ‘ethos’, of beroepsethiek gebruikt.’ 3
Waarden sturen het handelen van mensen en bepalen hoe zij hun leven willen inrichten. Wanneer individuele ethieken samenkomen, ontstaat een moraal, die gedeelde opvattingen over goed handelen binnen een samenleving of beroepsgroep weerspiegelt. Binnen het griffiersambt verwijst beroepsethiek (ethos) naar het gedeelde beeld van de ideale invulling van het beroep en de bijbehorende waarden en normen. Het integriteitskompas uit 2016 onderstreept dat een gedeelde beroepsethiek onmisbaar is om tot een morele richtingwijzer te komen.4 Integriteit en de bijbehorende kernwaarden zijn nauw verweven met het krachtenveld waarin de griffier opereert en met diens kerntaken. Om in dit rapport de inzichten uit de groepsgesprekken goed te kunnen duiden, schetsen we daarom eerst de formele rol van de griffier. 2.1 Achtergrond van de griffier De raadsgriffier Met de Wet dualisering gemeentebestuur van 2002, waarbij de taken en posities van de raad en het college gescheiden werden, werd de ambtelijke ondersteuning van de gemeenteraad als hoogste bestuursorgaan van de gemeente stevig verankerd.
Sinds de dualisering van het gemeentebestuur heeft elke gemeenteraad namelijk recht op de ondersteuning van een ambtelijke staf: de zogenoemde griffie, onder leiding van de raadsgriffier.5 De Gemeentewet bepaalt dat elke gemeente een raadsgriffier moet hebben en dat de griffier de raad en raadscommissies bij hun taak ‘terzijde moet staan’.6
Vereniging van Griffiers (2016). Integriteitskompas. Morele richtingwijzer voor griffiers. Goes: Uitgeverij de Koperen Tuin. 4 Vereniging van Griffiers (2016). Integriteitskompas. Morele richtingwijzer voor griffiers. Goes: Uitgeverij de Koperen Tuin. 5 Vereniging van Griffiers (2018). De (rechts)positie van de griffier anno 2018. Utrecht: Eburon. 6 Gemeentewet, artikel 107a lid 1. 3
4
In de ambtsinstructie specificeert de raad wat dit ‘terzijde staan’ concreet betekent en welke taken en bevoegdheden van de griffier hieruit voorvloeien. Het is de raad die aangeeft aan welke wensen en verwachtingen de inhoudelijke ondersteuning van de griffie moet voldoen.7,8,9 De statengriffier De statengriffier vervult een vergelijkbare rol binnen de provincie, zoals vastgelegd in de Provinciewet. Net als de raadsgriffier is de statengriffier verantwoordelijk voor de ondersteuning van het volksvertegenwoordigende orgaan: Provinciale Staten. De statengriffier bereidt vergaderingen voor, adviseert Statenleden over procedures en besluitvormingsprocessen, en zorgt voor een goede informatiepositie van de Staten. In de rest van dit hoofdstuk richten we ons voornamelijk op de raadsgriffier, aangezien er in Nederland beduidend meer griffiers van gemeenten zijn dan van de provinciale staten. 2.2 Het functieprofiel van de griffier De Vereniging van Griffiers heeft een algemeen functieprofiel van de raadsgriffier opgesteld,10 dat een concreet beeld geeft van het ambt.11 Ten eerste ondersteunt de raadsgriffier de gemeenteraad bij het vervullen van zijn verantwoordelijkheden, als eerste ondersteuner en eerste adviseur. De griffier legt in die hoedanigheid direct verantwoording af aan de gemeenteraad.
Daarnaast geeft de griffier advies inzake bestuurlijke besluitvormingsprocessen, bevordert de politiek-bestuurlijkambtelijke verhoudingen, verzorgt de externe profilering van de raad en de gemeentelijke organisatie en geeft leiding aan de griffie.12 Met dit profiel beschrijft de Vereniging van Griffiers een raadsgriffier die niet alleen de raad ondersteunt, maar vanuit zijn bijzondere positie tevens fungeert als spil binnen de lokale democratie. Het ambt van griffier is in de afgelopen decennia sterk geëvolueerd. Waar de griffier oorspronkelijk werd gezien als een primair faciliterende en administratieve functie is de rol steeds meer verschoven naar die van een strategisch adviseur binnen het lokaal bestuur. Deze ontwikkeling Overheid in Nederland, in opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden (2017). De raad als werkgever van de griffie(r). Raadsledenonderzoek over de werkgeversfunctie van de gemeenteraad. Den Haag: Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. 8 Hulst, M.J. van, Kruyen, P., Schaap, L., & Ostaaijen, J.J.C. van (2016). Griffier in de gemeente geschetst. Het ambt anno 2016. Tilburg/Nijmegen: Tilburg University/Radboud Universiteit. 9 Tien treden van goed werkgeverschap (Necker van Naem, in opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden, 2012).
Geraadpleegd van: https://www.raadsleden.nl/raadsacademie/ondersteuning/tien-treden-van-goed-werkgeverschap 10 Het functieprofiel is tot stand gekomen in samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. 11 Vereniging van Griffiers (2016). Functiebeschrijving griffier. Den Haag: Vereniging van Griffiers 12 Idem. 7
5
hangt samen met veranderingen in wetgeving, bestuurlijke verhoudingen en de rol van de gemeenteraad als hoogste bestuursorgaan. De griffier speelt een sleutelrol in de ondersteuning van de raad en het functioneren van de lokale democratie. Griffiers zijn allrounders: ze houden zich bezig met veel verschillende activiteiten, die zijn in te delen in vier overkoepelende taakvelden: secretariële taken (bijvoorbeeld het organiseren van vergaderingen en de verslaglegging daarvan), facilitering (bijvoorbeeld het samenvatten van ambtelijke stukken in beleidsnotities voor raadsleden), het vertegenwoordigen van de raad (bijvoorbeeld het adviseren van burgemeester of gemeentesecretaris over zaken die de raad aangaan) en het adviseren van raadsleden (bijvoorbeeld advies over procedures, en over de haalbaarheid van raadsvoorstellen).13 Er is echter wel een duidelijk verschil in de mate waarin griffiers zich bezighouden met taken uit de vier taakvelden.
Sommige griffiers richten zich sterker op ondersteunende kerntaken, terwijl andere veel actiever zijn op het gebied van facilitering, vertegenwoordiging en advisering.14 In verschillende publicaties wordt onderscheid gemaakt tussen griffiers die een terughoudende, meer procedurele of legalistische opstelling hanteren en griffiers die meer faciliteren, vertegenwoordigen en adviseren.15,16,17,18 ,19 2.3 Het gezag van de raadsgriffier Een griffier zal zijn of haar gezag voor een groot deel zelf moeten verdienen op basis van uitgedragen waarden en persoonlijke competenties. Op papier zijn alle ambtelijke waarden die aansluiten bij dienstbaarheid aan de gemeenteraad, zoals onafhankelijkheid en integriteit, potentiële gezagsbronnen voor griffiers. Daarnaast is te verwachten dat griffiers gezag kunnen opbouwen op basis van hun competenties, zoals deskundigheid. Door hun meerwaarde voor de
Vereniging van Griffiers (2016). Functiebeschrijving griffier. Den Haag: Vereniging van Griffiers. Idem. 15 Korsten, A.F.A. (red.) (2009). In politiek vaarwater. Verkenning van dilemma’s in de praktijk van raadsgriffiers. Heerlen: Open Universiteit Nederland. 16 BMC/Vereniging van Griffiers (VvG) (2007). Op weg naar de griffier van de toekomst. Leusden: BMC. 17 Schaap, L., & Mulder, L. (2008). Kinderen van de dualisering. Over griffies en rekenkamers. Congresuitgave Staat van de dualisering, Amersfoort: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, pp. 27-43. 18 Berenschot (2020). Knelpunten en oplossingsrichtingen in de Gemeentewet, Provinciewet en Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Utrecht: Berenschot. 19 Hulst, M.J. van, Kruyen, P., Schaap, L., & Ostaaijen, J.J.C. van (2016). Griffier in de gemeente geschetst. Het ambt anno 2016. Tilburg/Nijmegen: Tilburg University/Radboud Universiteit. 13 14
6
gemeenteraad aan te tonen, zullen de toekenners van gezag eerder geneigd zijn de invloed van de griffier vrijwillig te aanvaarden.20 Gezag speelt op meerdere niveaus. Binnen de gemeenteraad of Provinciale Staten moet de griffier zijn positie versterken door proactief en rolvast te opereren. Daarnaast is gezag richting het college van B&W of Gedeputeerde Staten cruciaal om de positie van de raad of Staten als hoogste bestuursorgaan te bewaken. De griffier moet daarnaast zijn invloed laten gelden binnen de ambtelijke organisatie, waarbij hij of zij een brugfunctie kan vervullen tussen de volksvertegenwoordiging en ambtenaren om zo de raad zo goed mogelijk in positie te brengen. Tot slot komt gezag niet alleen voort uit formele structuren, maar ook uit de manier waarop de griffier zich gedraagt in het politieke en bestuurlijke krachtenveld.21 Verantwoordingsbereidheid, betrouwbaarheid en strategisch inzicht zijn essentieel om gezag op te bouwen en te behouden. 2.4 Slot De positie van zowel de raadsgriffier als de statengriffier is in de afgelopen decennia ingrijpend veranderd. Waar de functie oorspronkelijk vooral administratieve en procesmatige ondersteuning bood, zijn griffiers steeds meer strategische adviseurs geworden binnen de lokale democratie.
De ontwikkeling van het ambt brengt nieuwe uitdagingen met zich mee, zoals het balanceren tussen onafhankelijkheid en samenwerking, het adviseren over complexe bestuurlijke kwesties en het bewaken van democratische processen. Door de geschetste evolutie zijn griffiers niet alleen spilfiguren in het lokaal en provinciaal bestuur, maar ook bewakers van de democratische legitimiteit. Het is van belang dat deze rollen goed worden erkend en ondersteund, zodat gemeenteraden en Provinciale Staten effectief hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende taken kunnen vervullen.
Meulen, C. van der, Nunen, G. van, Jansen, T., Karsten, N. (2020) Het gezag van de raadsgriffier. Culemborg: Stichting Beroepseer. 21 Meulen, C. van der, Nunen, G. van, Jansen, T., Karsten, N. (2020) Het gezag van de raadsgriffier. Culemborg: Stichting Beroepseer. 20
7
3. Het huidige integriteitskompas voor griffiers In 2016 publiceerde de Vereniging van Griffiers een integriteitskompas dat moest dienen als morele richtingwijzer voor griffiers.22 Dit kompas is een normatief kader voor de beroepsethiek van de griffier en benoemt vier kernwaarden als fundament voor het ambt: neutraliteit, rechtmatigheid, transparantie en dienstbaarheid. Deze waarden kunnen houvast bieden bij het omgaan met ethische vraagstukken en het navigeren binnen het politieke en bestuurlijke krachtenveld. Het document benadrukt het belang van een integere beroepsuitoefening en biedt een gestructureerd stappenplan voor morele oordeelsvorming. In dit hoofdstuk staan we stil bij de vier kernwaarden en het stappenplan van het huidige kompas. 3.1 De vier kernwaarden van het huidige integriteitskompas Neutraliteit Neutraliteit in het werk van de griffier betekent dat hij of zij geen inhoudelijke partij is in het besluitvormingsproces. De griffier mag de uitkomst van besluitvorming niet sturen in een bepaalde richting en moet alle raadsleden gelijk behandelen, ongeacht politieke kleur of fractiebelang. Dit betekent volgens het integriteitskompas niet dat de griffier passief dient te blijven. Het waarborgen van een zuiver proces vereist juist een actieve houding, waarin rolvastheid en meervoudige partijdigheid worden gecombineerd.
Het kompas benadrukt dat neutraliteit niet betekent dat een griffier zich moet terugtrekken uit processen, maar dat hij of zij actief moet bijdragen aan een objectieve en eerlijke besluitvorming. Rechtmatigheid Rechtmatigheid betekent dat de griffier zich strikt houdt aan de wettelijke kaders en regels die gelden binnen het gemeentelijk bestuur. Dit omvat naleving van de Gemeentewet, het Reglement van Orde en andere juridische kaders die de werking van de raad en de besluitvorming regelen. In de praktijk speelt rechtmatigheid een rol bij: •
De toetsing van raadsbesluiten aan wet- en regelgeving;
•
Het waarborgen van een zorgvuldige en juridisch correcte besluitvormingsprocedure;
•
Het bewaken van de onafhankelijke positie van de gemeenteraad;
•
Het signaleren van juridische risico’s en deze bespreekbaar maken.
Vereniging van Griffiers (2016). Integriteitskompas. Morele richtingwijzer voor griffiers. Goes: Uitgeverij de Koperen Tuin. 22
8
Het huidige kompas stelt dat rechtmatigheid meer omvat dan enkel naleving van wetten; het vraagt ook om een bewuste toepassing van de begrippen redelijkheid en billijkheid in bestuurlijke processen. Transparantie Transparantie is essentieel voor het vertrouwen in de democratische besluitvorming. De griffier moet bijdragen aan openheid binnen de raad en ervoor zorgen dat alle raadsleden en burgers toegang hebben tot relevante informatie. Concreet betekent dit dat de griffier: •
De informatiepositie van de raad bewaakt en versterkt;
•
Bevordert dat besluitvorming in de openbaarheid plaatsvindt;
•
Zich inzet voor heldere (raads)communicatie richting de samenleving
Het kompas wijst erop dat transparantie niet altijd vanzelfsprekend is. Soms zijn er conflicterende belangen of juridische beperkingen die een volledig open proces bemoeilijken. In dergelijke gevallen is het aan de griffier om een zorgvuldige afweging te maken. Dienstbaarheid Dienstbaarheid is de kern van de rol van de griffier: hij of zij werkt ten dienste van de raad en draagt bij aan een goed functionerende volksvertegenwoordiging. Dit betekent niet dat de griffier klakkeloos moet uitvoeren wat de raad vraagt, maar dat hij of zij op strategische wijze ondersteuning biedt.In de praktijk betekent dienstbaarheid: •
Het ondersteunen van de raad in zijn volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol;
•
Het faciliteren van individuele raadsleden bij hun werkzaamheden;
•
Het bewaken van de onafhankelijke positie van de raad ten opzichte van het college;
•
Het optreden als bruggenbouwer tussen raad, ambtelijke organisatie en lokale samenleving.
Het kompas benadrukt dat dienstbaarheid in sommige gevallen kan botsen met andere kernwaarden, zoals neutraliteit en transparantie. Het vraagt om een professionele houding om goed met botsende waarden om te gaan en belangen zorgvuldig af te wegen.
9
3.2 De zeven stappen van morele oordeelsvorming Naast de vier kernwaarden introduceert het bestaande integriteitskompas een methode voor morele oordeelsvorming.23 Dit stappenplan helpt griffiers om zorgvuldig na te denken over ethische dilemma’s in hun werk en om tot een gedegen moreel oordeel te komen. Het plan bestaat uit zeven stappen:
1. Voor welke beslissing of keuze sta ik? > Wat is de kern van het dilemma? 2. Welke betrokkenen hebben rechten, belangen of wensen? > Wie worden geraakt door de keuze? 3. Wie neemt de beslissing? > Ligt de verantwoordelijkheid bij de griffier of elders? 4. Welke informatie heb ik nodig? > Is alle relevante kennis beschikbaar? 5. Welke argumenten kunnen worden aangevoerd? > Welke morele en praktische overwegingen spelen mee? 6. Wat is de conclusie? > Hoe weeg je de argumenten tegen elkaar af? 7. Hoe voelt deze beslissing? > Reflectie op de keuze en de mogelijke gevolgen. Het integriteitskompas benadrukt dat deze methodiek niet alleen bedoeld is als theoretisch model, maar dat het actief toegepast kan worden in de dagelijkse praktijk van de griffier. 3.3 Slot Het bestaande integriteitskompas legt een belangrijke basis voor de beroepsethiek van de griffier. De vier kernwaarden - neutraliteit, rechtmatigheid, transparantie en dienstbaarheid - bieden een solide normatief kader. Daarnaast introduceert het kompas een methodiek voor morele oordeelsvorming die griffiers helpt bij het maken van ethische afwegingen. Hoewel het huidige kompas een waardevol referentiekader biedt, is het van belang om te onderzoeken hoe de kernwaarden van de griffier zich de afgelopen jaren hebben ontwikkeld en of er behoefte is aan een herijking van het normatieve kader voor griffiers.
Dit rapport bouwt voort op de bestaande basis en verkent daarnaast op basis van de groepsgesprekken hoe de beroepsgroep vandaag de dag naar haar kernwaarden kijkt en hoe ze in de praktijk worden toegepast.
Vereniging van Griffiers (2016). Integriteitskompas. Morele richtingwijzer voor griffiers. Goes: Uitgeverij de Koperen Tuin. 23
10
4. De kernwaarden van het griffiersambt anno 2025 De kernwaarden van het griffiersambt vormen gezamenlijk het beroepsethos. In dit hoofdstuk onderzoeken we in hoeverre we, op basis van de negen groepsgesprekken, tot een door de beroepsgroep gedragen waardenkader kunnen komen. Zoals in hoofdstuk 3 besproken kwam het Integriteitskompas uit 2016 tot de kernwaarden neutraliteit, rechtmatigheid, transparantie en dienstbaarheid. Onderzoekers van Tilburg University en de Radboud Universiteit kwamen in datzelfde jaar op basis van een enquête onder griffiers tot een andere set waarden: onafhankelijkheid, integriteit, dienstbaarheid en zorgvuldigheid.24,25 Voordat we in dit hoofdstuk uitgebreid ingaan op de uitkomsten van de groepsgesprekken, staan we eerst stil bij de vraag wat waarden eigenlijk zijn en hoe zij zich verhouden tot competenties. Daarna beschrijven we de methodiek die in de groepsgesprekken is gebruikt om de kernwaarden van deelnemers in kaart te brengen. Met deze basis kunnen we vervolgens dieper ingaan op de waarden die in de groepsgesprekken naar voren kwamen. Daarbij besteden we bijzondere aandacht aan hoe deze waarden door deelnemers werden geladen: welke betekenissen en handelingsperspectieven griffiers eraan verbinden. Juist die concrete informatie biedt aanknopingspunten voor het dagelijks werk en het versterken van de professionele identiteit.
4.1 Waarden en vaardigheden Waarden zijn abstracte, normatieve principes die richting geven aan gedrag en besluitvorming. Ze drukken uit wat mensen - individueel of als groep - belangrijk vinden in het leven. Binnen de filosofie worden waarden vaak omschreven als morele drijfveren: motieven die richting geven aan het juiste handelen.26,27 In de sociale wetenschappen worden waarden meer functioneel benaderd, als relatief stabiele oriëntaties die gedrag, keuzes en houdingen beïnvloeden.28 In het publieke en ambtelijke domein worden waarden vaak onderverdeeld in intrinsieke en instrumentele waarden.29 Intrinsieke waarden zijn op zichzelf waardevol; ze drukken uit wat we
Hulst, M.J. van, Kruyen, P., Schaap, L., & Ostaaijen, J.J.C. van (2016). Griffier in de gemeente geschetst. Het ambt anno 2016. Tilburg/Nijmegen: Tilburg University/Radboud Universiteit. 25 De onderzoekers legden destijds de volgende vraag voor: Onder kernwaarden verstaan wij de uitgangspunten of ijkpunten in uw handelen als griffier. Hieronder links staat een lijst met acht kernwaarden. Kunt u deze kernwaarden in de box rechts ordenen van meest (1) naar minst belangrijk (8) voor uw handelen als griffier? 26 Beauchamp, T.L. (1991). Philosophical Ethics: An Introduction to Moral Philosophy. McGraw Hill. 27 Musschenga, A.W. (2002). Integriteit: een conceptuele verkenning. In: Jeurissen & Musschenga (red.), Integriteit in bedrijf, organisatie en openbaar bestuur. 28 Schwartz, S.H. (1992). Universals in the content and structure of values. In: Advances in Experimental Social Psychology, Vol. 25. 29 Korsgaard, C. M. (1996). The sources of normativity. Cambridge University Press. 24
11
moreel goed of nastrevenswaardig vinden, ongeacht het resultaat – denk aan menselijke waardigheid, gelijkheid of rechtvaardigheid. Instrumentele waarden daarentegen zijn niet doel op zich, maar zijn belangrijk omdat ze andere waarden mogelijk maken. Zo draagt transparantie bij aan verantwoording en controle, en ondersteunt objectiviteit een eerlijke behandeling van burgers.30 In het werk van griffiers spelen beide soorten waarden een rol. Daarin zijn intrinsieke waarden nodig om richting te geven aan het werk, terwijl instrumentele waarden zorgen voor professionele standaarden en methodes om dat werk zorgvuldig en legitiem uit te voeren. Het huidige integriteitskompas bouwt voort op het onderscheid tussen verschillende typen waarden door te wijzen op het verschil tussen materiële en procedurele waarden.31 Materiële waarden hebben betrekking op de kwaliteit van de democratische rechtsstaat waar de griffier aan bijdraagt – denk aan zuivere besluitvorming, rechtsstatelijkheid en publieke legitimiteit. De griffier levert vanuit zijn rol als ondersteuner van de raad een wezenlijke bijdrage aan deze democratische fundamenten. In het bestaande kompas - en in de groepsgesprekken die zijn gehouden in het kader van dit project - ligt de nadruk echter vooral op procedurele waarden: waarden die richting geven aan het dagelijks professioneel handelen van de griffier.
Voorbeelden daarvan zijn zorgvuldigheid, transparantie en neutraliteit. Deze indeling benadrukt dat integriteit zich niet beperkt tot het resultaat van besluitvorming, maar juist zichtbaar wordt in de manier waarop besluiten tot stand komen. Waarden als fundament voor beroepsethiek Wanneer waarden door een beroepsgroep gedeeld en erkend worden als richtinggevend voor het eigen handelen, spreken we van een beroepsethiek. Zo’n gedeelde beroepsethiek biedt niet alleen houvast bij het afwegen van morele dilemma’s, maar functioneert ook als legitimerend kader richting de buitenwereld: het maakt zichtbaar waar de beroepsgroep voor staat, en welke principes het professionele handelen dragen. Het bestaande integriteitskompas stelt dat de kern van het beroepsethos van de griffier ligt in het waarborgen van de waarden waarop de democratische rechtsstaat rust. Dit blijkt onder meer uit het volgende citaat: "De eerste loyaliteit ligt bij het mogelijk maken, ondersteunen en verbeteren van democratische besluitvorming volgens de waarden en regels van onze rechtsstaat”(p.14). Vooral de
Bozeman, B. (2007). Public values and public interest: Counterbalancing economic individualism. Georgetown University Press. 31 Vereniging van Griffiers (2016). Integriteitskompas. Morele richtingwijzer voor griffiers. Goes: Uitgeverij de Koperen Tuin. 30
12
eerder genoemde procedurele waarden - zoals zorgvuldigheid, transparantie en neutraliteit - zijn onmisbaar om dit streven geloofwaardig en professioneel vorm te geven. Hoewel het relatief jonge ambt en het beroepsethos nog volop in ontwikkeling zijn, blijkt uit de groepsgesprekken
dat
onder
griffiers
een
sterk
gedeeld
besef
leeft
van
morele
verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de lokale democratie. De keuze voor bepaalde waarden fungeert daarbij als moreel kompas: ze geven richting aan het dagelijkse handelen en helpen koers te houden in spanningen tussen politieke druk, juridische grenzen en ambtelijke loyaliteit. Het onderscheid tussen waarden en vaardigheden In de groepsgesprekken bleek regelmatig dat het onderscheid tussen waarden en vaardigheden niet altijd scherp wordt gemaakt. Dat is begrijpelijk, want waarden en vaardigheden zijn in de praktijk sterk met elkaar verweven. Toch is het onderscheid analytisch van belang. Waarden beschrijven wat wenselijk is, vaardigheden beschrijven wat nodig is om dat wenselijke in de praktijk te brengen. Bijvoorbeeld: onafhankelijkheid is een waarde die richting geeft aan hoe een griffier zich verhoudt tot de raad, het college en de ambtelijke organisatie. Maar om daadwerkelijk onafhankelijk te kunnen opereren, zijn competenties als sociaal-communicatieve vaardigheden en politiekbestuurlijke sensitiviteit essentieel. In de beschrijving van de opbrengsten van de groepsgesprekken besteden we aandacht aan in hoeverre een genoemd begrip als waarde dan wel als vaardigheid kan worden geïnterpreteerd.
4.2 Kernwaarden in kaart brengen: de gebruikte methode Om zicht te krijgen op de morele kern van het griffiersambt startte ieder groepsgesprek met de opdracht Waarden prioriteren. Daarbij maakten we gebruik van de 3-2-1 all-methode: een stapsgewijze benadering waarin deelnemers individueel en in groepsverband reflecteren op wat zij essentieel vinden in hun werk. In de eerste ronde schreven deelnemers individueel drie waarden op die volgens hen de morele kern van het griffiersambt vormen. In de tweede ronde gingen zij in tweetallen in gesprek om hun lijstjes terug te brengen tot twee waarden (dus van 6 naar 2). Vervolgens vormden zij groepjes van vier personen, waarin zij samen tot één centrale kernwaarde moesten komen. In de plenaire terugkoppeling presenteerde elk groepje zijn gekozen waarde, met daarbij ook de waarden die het nét niet haalden.
13
Hoewel de oefening in eerste instantie leidde tot het benoemen van kernwaarden, was het onderliggende doel nadrukkelijk méér dan het samenstellen van een lijstje. De gekozen werkvorm bood vooral ruimte voor reflectie, onderlinge uitwisseling en betekenisverlening. Juist het gesprek over wat een waarde concreet betekent in de context van het griffiersambt – en waarom deze voor iemand belangrijk is – gaf inzicht in het normatieve fundament van het werk. Daarmee was de oefening niet gericht op het vinden van uniforme antwoorden, maar op het verkennen van de gedeelde morele onderstroom binnen de beroepsgroep. Na de plenaire terugkoppeling en het vastleggen van de opbrengsten maakten we samen met de deelnemers de vergelijking met de kernwaarden uit andere publicaties. Daarbij keken we naar waarden uit het oorspronkelijke integriteitskompas (neutraliteit, rechtmatigheid, transparantie en dienstbaarheid) en waarden uit de studie van onderzoekers van Tilburg University en de Radboud Universiteit (onafhankelijkheid, integriteit, dienstbaarheid en zorgvuldigheid).
Naar aanleiding van deze vergelijking gingen de deelnemers met elkaar in gesprek aan de hand van twee vervolgvragen om de opbrengsten van de opdracht Waarden prioriteiten waar nodig aan te scherpen: Zijn de kernwaarden zoals opgesteld in het integriteitskompas van 2016 volgens jullie nog actueel en volledig? Welke (andere) waarden zouden volgens jullie de kern moeten vormen van het werk van de griffier? 4.3 De meest genoemde waarden en hun betekenis In deze paragraaf bespreken we de waarden die het meest genoemd werden als kernwaarden van het beroepsethos van griffiers. We hebben de uitkomsten van de groepsgesprekken geanalyseerd en kunnen zo tot een ranglijst komen van die vier waarden die het meest genoemd werden in de gesprekken. 1. Onafhankelijkheid Van alle waarden die in de groepsgesprekken werden genoemd, kwam onafhankelijkheid het meest consistent en overtuigend naar voren. Deelnemers gaven aan dat onafhankelijkheid de kern vormt van hun beroepspraktijk: zonder aan deze waarde te voldoen verliest de griffier gezag, geloofwaardigheid en functionele ruimte binnen het politieke krachtenveld. Onafhankelijkheid werd niet begrepen als afstandelijkheid of neutraliteit in traditionele zin, maar als een actieve, inhoudelijk betrokken houding waarbij de griffier zich niet laat meeslepen door partijpolitieke voorkeuren, maar zich richt op het functioneren van de raad als geheel.
Daarbij werd vaak gesproken over de noodzaak om 'voor alle raadsleden even toegankelijk' te zijn, of –
14
zoals een deelnemer het verwoordde – "wat je voor de oppositie doet, moet je ook voor de coalitie doen." In veel sessies werd onafhankelijkheid onderscheiden van neutraliteit, dat als waarde is opgenomen in het oorspronkelijke kompas. In het kompas wordt neutraliteit beschreven als een vorm van meervoudige partijdigheid: de griffier is geen inhoudelijke partij in het besluitvormingsproces, maar adviseert alle fracties op gelijke wijze, toegespitst op hun perspectief. In de groepsgesprekken werd neutraliteit echter vaker vervangen door het begrip onafhankelijkheid, dat als krachtiger en actiever werd ervaren. Waar neutraliteit geassocieerd werd met passiviteit of emotionele afstand, werd onafhankelijkheid juist geladen met stevigheid, rolvastheid en het vermogen om op te komen voor de democratische spelregels, ook wanneer deze onder druk staan. In meerdere groepsgesprekken werd onafhankelijkheid zelfs gepresenteerd als voorwaarde voor andere waarden, zoals betrouwbaarheid of integriteit: wie niet onafhankelijk is, kan ook niet betrouwbaar of integer zijn. Daarmee fungeert onafhankelijkheid als een dragende waarde, waarop andere aspecten van het professioneel ethos van de griffier rusten. De lading van deze waarde werd verder verdiept door gesprekken over hoe onafhankelijkheid zich verhoudt tot dienstbaarheid en transparantie.
Juist door onafhankelijk te zijn – en zichtbaar onafhankelijk te handelen – kan de griffier geloofwaardig zijn richting alle actoren in het lokaal bestuur. In dit licht werd onafhankelijkheid niet alleen als individuele houding benoemd, maar ook als van belang voor de institutionele rol: de griffier als onafhankelijke ondersteuner van de raad in een complex en soms spanningsvol krachtenveld. 2. Betrouwbaarheid Betrouwbaarheid werd in vrijwel alle groepsgesprekken genoemd als essentiële waarde. Het begrip werd vaak gelijkgesteld aan voorspelbaarheid, eerlijkheid en integriteit in het handelen. Een betrouwbare griffier is iemand bij wie raadsleden terecht kunnen, die doet wat hij of zij zegt, en die de eigen rol en grenzen consequent bewaakt. Betrouwbaarheid werd daarmee geladen als een relationele waarde: ze krijgt betekenis in de ogen van anderen, en ontstaat in de praktijk van samenwerking en advisering. In verschillende sessies werd de betrouwbare griffier omschreven als ‘anker’ of ‘rots in de branding’: iemand die niet meebeweegt met de grillen van de dag, maar standvastig is in het volgen van democratische spelregels en in de ondersteuning van de raad. Daarbij werd benadrukt dat betrouwbaarheid ook betekent dat je eerlijk bent over wat je wel en niet kunt doen, en dat je 15
dezelfde boodschap geeft aan verschillende fracties onder gelijke omstandigheden. De wederkerigheid die in betrouwbaarheid besloten ligt (‘wat je geeft, krijg je terug’) werd vaak gekoppeld aan de langdurige vertrouwensrelaties die griffiers onderhouden binnen hun raad. In tegenstelling tot waarden als transparantie of rechtmatigheid, is betrouwbaarheid niet als expliciete kernwaarde opgenomen in het oorspronkelijke kompas. Toch ligt ze impliciet besloten in andere begrippen. Zo vraagt de in het kompas omschreven procedurele waarde neutraliteit om voorspelbaarheid en consistentie in advisering, terwijl dienstbaarheid vraagt om beschikbaarheid en loyaliteit – aspecten die vaak verbonden werden met betrouwbaarheid. Sommige deelnemers koppelden betrouwbaarheid ook aan integriteit in bredere zin: wie betrouwbaar is, handelt vanuit een stabiel normatief kader en laat zich niet leiden door opportunisme of angst voor gezichtsverlies. In die zin is betrouwbaarheid niet alleen een waarde die het dagelijks werk ordent, maar ook een toetssteen voor het geweten van de griffier. Zoals een deelnemer het samenvatte: "Als ik betrouwbaar ben, kunnen raadsleden mij alles vragen. En weten ze ook dat ik het zeg als ik ergens van af blijf." 3.
Navolgbaarheid Hoewel het begrip transparantie een prominente plek inneemt in het huidige kompas werd in de groepsgesprekken geregeld afstand genomen van deze term. Transparantie werd door veel deelnemers geassocieerd met radicale openheid, met het idee dat alles altijd zichtbaar is en gedeeld moet worden (‘het lokaal bestuur als glazen huis’). Daarnaast werd transparantie geassocieerd met formele juridische verplichtingen zoals in het kader van de Wet open overheid (Woo). Deze associaties riepen spanning op, zeker in situaties waar vertrouwelijkheid of bestuurlijke sensitiviteit vereist is. In plaats van transparantie werd gesproken over navolgbaarheid als kernwaarde: het vermogen om het eigen handelen en de gemaakte keuzes uit te leggen en te verantwoorden. Een griffier hoeft niet altijd alles te vertellen, maar moet wél kunnen uitleggen waarom iets op een bepaalde manier is gedaan – en dit op consistente wijze doen richting verschillende actoren. Daarmee raakt navolgbaarheid aan eerlijkheid, betrouwbaarheid en professionele rolvastheid. Waar transparantie in het bestaande integriteitskompas wordt gedefinieerd als openheid richting betrokkenen en verantwoording afleggen over het eigen handelen, kreeg het begrip in de groepsgesprekken een meer praktische en relationele invulling.
Navolgbaarheid werd benoemd als een manier om vertrouwen op te bouwen: door consequent te handelen, duidelijk te zijn over je rol, en steeds opnieuw aan verschillende partijen uit te leggen waarom je doet wat je doet. In
16
die zin werd navolgbaarheid ook als brug gezien tussen individuele integriteit en institutioneel vertrouwen. Sommige deelnemers gaven aan dat navolgbaarheid een kernvoorwaarde is voor het functioneren binnen het krachtenveld van de raad, het college en de ambtelijke organisatie. Juist in politiek gevoelige situaties maakt het verschil of je uitleg kunt geven over je afwegingen. Of, zoals één griffier het zei: "Ik hoef niet alles te zeggen, maar ik wil wel altijd kunnen uitleggen wat ik doe en waarom." De verschuiving van transparantie naar navolgbaarheid markeert daarmee ook een ontwikkeling in het beroepsethos van de griffier: van formele, statische waarden naar situationeel geladen waarden die recht doen aan de complexiteit van het dagelijks werk. 4. Standvastigheid Standvastigheid werd in meerdere groepsgesprekken genoemd als essentiële eigenschap van een gezaghebbende griffier. Deelnemers beschreven standvastigheid als het vermogen om koers te houden, ook wanneer de druk toeneemt of de omgeving verandert. Het gaat daarbij niet om starheid, maar om het vasthouden aan een moreel of professioneel kompas in een dynamische en soms politiek geladen context. Enkele keren werd dit principe ook in verband gebracht met het begrip ‘moed’. De griffier moet zijn gezag in de driehoek met burgemeester en gemeentesecretaris doorgaans zelf
verdienen.
Niet
zelden
werden
situaties
besproken
waarin
de
griffier
een
minderheidsstandpunt moest verdedigen, of te maken krijgt met situaties waarin bestuurders of juist de eigen raadsleden buiten hun rol treden. Standvastigheid vraagt dan om moed en overtuiging, maar ook om een goed ontwikkeld beoordelingsvermogen en het vermogen om eigen oordelen te heroverwegen zonder de kern uit het oog te verliezen. In het oorspronkelijke kompas wordt standvastigheid niet expliciet als waarde benoemd, maar elementen ervan klinken door in de beschrijvingen van integriteit en neutraliteit. Het kompas benadrukt het belang van trouw blijven aan de spelregels van de democratische rechtsstaat en het vermogen om daar professioneel en persoonlijk voor te staan – ook onder druk. In dat licht kan standvastigheid worden gezien als de praktische vorm die integriteit aanneemt in het handelen van de griffier. Ook in de publicatie Het gezag van de raadsgriffier32 komt deze waarde impliciet aan bod. Daar wordt gesteld dat het gezag van de griffier voor een belangrijk deel berust op de consistentie en
Meulen, C. van der, Nunen, G. van, Jansen, T., Karsten, N. (2020) Het gezag van de raadsgriffier. Culemborg: Stichting Beroepseer. 32
17
betrouwbaarheid van het optreden, juist wanneer er veel op het spel staat. De griffier die stevig in zijn of haar schoenen staat en de eigen rol niet laat ondersneeuwen, vergroot het eigen gezag en het gezag van de gemeenteraad als geheel. Reflectie op de vier kernwaarden De vier besproken kernwaarden – onafhankelijkheid, betrouwbaarheid, navolgbaarheid en standvastigheid – vormen samen een krachtig en eigentijds waardenpalet dat goed aansluit bij de praktijk van het griffiersambt anno nu. Wat opvalt, is dat veel van deze waarden niet alleen over algemene principes of uitgangspunten gaan, maar over professioneel handelen in de concrete werkpraktijk. De vier kernwaarden worden geladen met betekenis door de manier waarop griffiers dagelijks opereren in het politieke en bestuurlijke krachtenveld. De 9 groepsgesprekken hebben laten zien dat de beroepsgroep zelf zoekt naar waarden die richting geven aan het professioneel handelen onder druk. Daarbij verschuift voor de griffier de focus op juridische zuiverheid verder richting een stevige eigenstandige gezagspositie – zonder het eerste los te laten. De vier beschreven kernwaarden geven een beeld van een beroepsethos in ontwikkeling: stevig geworteld in de democratische rechtsstaat, maar ook meebewegend met de politieke werkelijkheid.
4.4 Niet in de top 4, wél belangrijk In de groepsgesprekken werden verschillende andere waarden besproken die volgens de deelnemende griffiers evengoed belangrijk waren, maar de uiteindelijke selectie niet hebben gehaald. In deze paragraaf gaan we dieper in op een aantal van deze waarden. We bespreken eerst de waarden dienstbaarheid en zorgvuldigheid, twee waarden die wel in het integriteitskompas staan, maar anno 2024 de schifting niet overleefden. Daarna bespreken we een aantal andere waarden die door griffiers als belangrijk werden ervaren. Dienstbaarheid Dienstbaarheid is een van de vier procedurele kernwaarden die expliciet worden benoemd in het huidige integriteitskompas. In dat document wordt dienstbaarheid verbonden aan loyaliteit aan de volksvertegenwoordiging, en beschreven als een vanzelfsprekende maar soms conflicterende waarde. In het spanningsveld tussen de raad, het college en de ambtelijke organisatie kunnen dienstbaarheid en transparantie, of dienstbaarheid en neutraliteit, elkaar in de weg zitten. Het kompas waarschuwt bovendien voor ongebreidelde dienstbaarheid: de griffier is er niet alleen om te doen wat de raad vraagt, maar moet ook loyaal zijn aan de democratische rechtsstaat.
18
In de groepsgesprekken kwam deze spanning nadrukkelijk terug. De term dienstbaarheid bleek voor veel deelnemers een zekere "jeuk" op te roepen. Griffiers gaven aan dat de term te veel doet denken aan een traditionele rolopvatting, waarin de griffier vooral uitvoert wat de raad vraagt. Die invulling werd als achterhaald en onwenselijk gezien. Dienstbaarheid werd daardoor vaak geassocieerd met gedienstigheid, volgzaamheid en het ontbreken van professionele tegenkracht. Toch werd de waarde niet volledig afgewezen. In sommige sessies werd gezocht naar een herijking van de term, bijvoorbeeld door te spreken van "dienstbaarheid aan het democratisch proces" of "loyaliteit aan de democratische rechtsorde". Anderen wezen op het belang van rolzuiverheid: dienstbaar zijn betekent niet klakkeloos volgen, maar juist het zorgvuldig bewaken van de eigen rol in dienst van het grotere geheel. Kortom, dienstbaarheid is als waarde niet verdwenen uit het normatieve repertoire van de griffier, maar wordt in de beroepsgroep anno 2024 kritisch bekeken en anders geladen dan in 2016. Niet de beschikbaarheid of volgzaamheid staat centraal, maar de vraag: aan wie ben ik dienstbaar, en waarom? Zorgvuldigheid Zorgvuldigheid werd in de groepsgesprekken regelmatig genoemd, toch werd deze waarde uiteindelijk zelden tot de morele kern van het ambt gerekend. Dat heeft meerdere redenen.
Allereerst werd zorgvuldigheid door veel deelnemers niet zozeer als waarde gezien, maar eerder als vaardigheid of algemene professionele norm. In paragraaf 4.1 van dit hoofdstuk werd al benoemd dat waarden en competenties in de praktijk sterk met elkaar verweven kunnen raken. Zorgvuldigheid is daar een treffend voorbeeld van: essentieel voor goed functioneren, maar geen moreel principe. Daarmee verliest de term voor sommige deelnemers zijn onderscheidend vermogen als morele kernwaarde. Het werd eerder gezien als randvoorwaarde dan als richtinggevend principe. Veel deelnemers vonden eveneens het begrip zorgvuldigheid ook onvoldoende onderscheidend voor het griffiersambt. In meerdere sessies werd opgemerkt dat vrijwel ieder beroep hoge eisen stelt aan zorgvuldigheid. Wie niet zorgvuldig werkt, krijgt het in elk vak lastig. Toch werd de waarde niet als onbelangrijk afgedaan. Integendeel, zorgvuldigheid werd vaak verbonden aan betrouwbaarheid, integriteit en rechtmatigheid. Het werd gewaardeerd als een concrete vertaling van die waarden in het dagelijks werk: het zorgvuldig voorbereiden van stukken, zorgvuldig omgaan met vertrouwelijke informatie en zorgvuldig adviseren. In die zin fungeert zorgvuldigheid als praktische expressie van verschillende waarden.
19
Andere genoemde waarden Naast dienstbaarheid en zorgvuldigheid passeerden in de groepsgesprekken nog vele andere waarden de revue. Sommige daarvan werden door meerdere deelnemers krachtig bepleit, maar haalden uiteindelijk de kernlijst niet. Zo werd toewijding meerdere keren genoemd als alternatief voor dienstbaarheid. Waar dienstbaarheid te veel riep om onderdanigheid, drukte toewijding voor veel griffiers een meer zelfbewuste vorm van betrokkenheid uit: een sterke innerlijke motivatie om het werk goed te doen, in dienst van de democratische rechtsorde. Ook moed werd in verschillende sessies genoemd als relevante waarde. Griffiers gaven aan dat het in sommige situaties moed vergt om tegengeluid te laten horen, grenzen te bewaken of de raad te confronteren met oncomfortabele waarheden. Moed werd daarmee gezien als een noodzakelijke eigenschap om andere waarden, zoals standvastigheid, onafhankelijkheid of betrouwbaarheid, daadwerkelijk in de praktijk te brengen. Integriteit werd door sommigen benoemd als overkoepelend begrip waarin andere waarden samenkomen, zoals betrouwbaarheid, eerlijkheid en zorgvuldigheid. Tegelijkertijd werd opgemerkt dat het begrip inmiddels zó breed en normatief beladen is geraakt, dat het aan kracht en onderscheidend vermogen heeft ingeboet.
In plaats van integriteit als zelfstandige waarde te benoemen, kozen veel deelnemers ervoor om de onderliggende waarden expliciet te maken. Daarnaast werd in sommige gesprekken gesproken over verbinding, aanspreekbaarheid, eerlijkheid, oprechtheid, objectiviteit en verleiding als manieren om invloed uit te oefenen zonder formele macht. Deze begrippen weerspiegelden vaak het sociale en relationele karakter van het griffierschap. Toch bleven ze vaak hangen op het niveau van persoonlijke eigenschappen of stijlkenmerken, en werden ze minder snel als kernwaarde voor de beroepsethiek herkend. De rijkdom aan genoemde waarden toont dat het gesprek over het beroepsethos van de griffier volop leeft. Niet elke waarde hoeft de kernlijst te halen om van belang te zijn. Juist het gezamenlijk verkennen en verdiepen van deze begrippen draagt bij aan het vormen van een gedeelde professionele taal en identiteit. 4.5 Slot De gesprekken over waarden hebben laten zien dat griffiers veel belang hechten aan hun professionele houding en morele kompas. Ze zoeken naar duidelijke richting in hun werk, zeker in een tijd waarin het politieke en bestuurlijke speelveld voortdurend in beweging is. Tegelijkertijd 20
blijkt dat sommige meer traditionele begrippen, zoals dienstbaarheid en transparantie, minder goed aansluiten bij hoe griffiers hun rol vandaag de dag beleven. Ze roepen te veel associaties op met een oude rolopvatting en dekken de lading van de werkpraktijk niet meer volledig. De vier meest genoemde waarden – onafhankelijkheid, betrouwbaarheid, navolgbaarheid en standvastigheid – bieden samen een herkenbaar en eigentijds fundament voor het werk van de griffier. Het zijn waarden die helpen koers te houden, ruimte geven om stevig te staan en richting bieden in het contact met de raad, het college, de ambtelijke organisatie en de lokale samenleving. Ze zijn niet bedoeld als harde meetlat, maar als richtingwijzers die houvast geven in de dagelijkse praktijk. Het doel van dit hoofdstuk was niet om tot een definitieve lijst te komen, maar om het gesprek over wat belangrijk is in het werk van griffiers verder te brengen. Waarden krijgen immers pas betekenis als ze gedeeld, besproken en beleefd worden. Daarom ging het tweede deel van de groepsgesprekken over situaties waarin waarden onder druk komen te staan in de werkpraktijk van de griffier. De uitkomsten van die gesprekken bespreken we in het volgende hoofdstuk.
21
5. Het ideaal en de praktijk: waarden onder druk In hoofdstuk 4 hebben we de belangrijkste waarden onderscheiden in de ogen van griffiers zelf. Maar waarden worden pas echt betekenisvol wanneer ze in de praktijk worden beproefd. Procedurele waarden dienen als morele richtingwijzers juist op die momenten waarop de situatie complex, gespannen of ambigue is. In dit hoofdstuk onderzoeken we hoe zulke waarden onder druk komen te staan en wat het betekent om als griffier geloofwaardig te blijven handelen. We beginnen in paragraaf 5.1 met een toelichting op de methode die we tijdens de groepsgesprekken hebben gebruikt om casussen uit de praktijk te bespreken en te analyseren. Omwille van de vertrouwelijkheid kunnen we deze casussen in dit verslag niet herleidbaar uitwerken. In paragraaf 5.2 beschrijven we daarom de belangrijkste spanningsvelden en botsende waarden die in de groepsgesprekken naar voren kwamen. Wat stond er op het spel en hoe gingen griffiers daarmee om? Tot slot gaan we in paragraaf 5.3 dieper in op het stappenplan morele oordeelsvorming uit het bestaande integriteitskompas.33 Hoe kijken griffiers hier tegenaan? Wat vinden zij de waarde en beperkingen van dit hulpmiddel? 5.1 Waarden onder druk: de gebruikte methode In de tweede helft van ieder groepsgesprek werd stilgestaan bij concrete casussen waarbij de kernwaarden van griffiers onder druk kwamen te staan.
Dit gebeurde aan de hand van de oefening Waarden in de praktijk. Bij deze oefening hoorde de volgende centrale vraag: Heb je een situatie meegemaakt waarin een kernwaarde van jou als griffier onder druk stond? Deelnemers brachten naar aanleiding van deze vraag casussen uit de eigen praktijk in. Vervolgens werden deze casussen in subgroepen besproken aan de hand van een gestructureerde werkvorm. De subgroep kreeg de opdracht om op een casusposter antwoorden te formuleren op de onderstaande vragen: •
Wat is de inhoud van de casus?
•
Welke waarden staan onder druk? > hulpvraag: Welke spanningen of dilemma’s spelen een rol?
•
Wat is er nodig om geloofwaardig te handelen?
•
Wat vraagt dat van jou en van anderen?
De subgroepen kozen een woordvoerder die de casus plenair presenteerde, waarna ruimte was voor reflectie, vragen en het delen van ervaringen. Deze gesprekken brachten de abstracte
Vereniging van Griffiers (2016). Integriteitskompas. Morele richtingwijzer voor griffiers. Goes: Uitgeverij de Koperen Tuin. 33
22
kernwaarden tot leven: waarden bleken soms met elkaar te botsen of deelnemers bleken verschillende opvattingen te hebben over de concrete betekenis van een waarde. De opdracht stimuleerde deelnemers om hun morele kompas te expliciteren door onder woorden te brengen wat ‘goed handelen’ is voor de griffier in een lastige praktijkcasus. De opbrengst van deze groepsgesprekken vormt de basis voor de volgende paragraaf, waarin de meest voorkomende spanningsvelden worden beschreven. 5.2 Waarden onder druk: spanningsvelden De casussen die griffiers inbrachten tijdens de groepsgesprekken laten zien dat morele spanning zelden abstract is. Integendeel: waarden staan onder druk juist op momenten waarop de griffier wordt geconfronteerd met situaties waarin het niet altijd helder is wat het juiste handelen is. Dan moet je als griffier expliciet maken: wat is mijn taak, wat niet, en waar trek ik de grens? De meeste casussen gingen precies daarover: het bepalen, bewaken of soms opnieuw uitleggen van de eigen rol. De casussen in dit hoofdstuk laten zien dat de kernwaarden uit hoofdstuk 4 – onafhankelijkheid, betrouwbaarheid, navolgbaarheid en standvastigheid – in de praktijk niet zomaar vanzelfsprekende richtlijnen zijn.
Ze vragen voortdurend om een actieve invulling: wat betekent betrouwbaarheid in deze situatie? Hoe blijf je navolgbaar als de druk oploopt? De toepassing van waarden is dus niet eenduidig, maar vraagt om een moreel oordeel, positie kiezen en soms om de moed om in te gaan tegen anderen. Opvallend is dat morele spanning niet alleen voortkomt uit botsende waarden, zoals bijvoorbeeld onafhankelijkheid versus dienstbaarheid. Morele spanning kan ook ontstaan als de normatieve eisen aan het griffiersambt botsen met de druk van de omgeving. Denk hierbij aan politieke gevoeligheden, verwachtingen van raadsleden of persoonlijke loyaliteiten. In die situaties ontstaat snel verwarring over de rol van de griffier: moet je je terughoudend opstellen of juist stevig positie kiezen? Zo raken waarden verweven met de vraag hoe de griffier zijn of haar eigen rol begrijpt. In de gesprekken kwamen vier spanningsvelden vaak terug. Het zijn situaties waarin niet alleen een kernwaarde, maar ook de gezagspositie van de griffier op het spel staat. In deze paragraaf lichten we deze spanningsvelden toe, telkens met herkenbare voorbeelden en een reflectie op wat dit vraagt van de griffier.
23
Spanningsveld 1: Onafhankelijkheid versus loyaliteit Bij het prioriteren van de waarden kozen griffiers overtuigend voor onafhankelijkheid als belangrijkste waarde. Zonder onafhankelijkheid verliest de griffier gezag, geloofwaardigheid en functionele ruimte binnen het politieke krachtenveld. Toch werd bij de casusbesprekingen zichtbaar dat deze onafhankelijkheid regelmatig wordt getest, vooral wanneer er een impliciet beroep wordt gedaan op loyaliteit aan een individuele actor: een raadslid, een burgemeester, een wethouder of een fractie. De spanning ontstaat zodra er de verwachting is dat de griffier 'meedenkt' of 'meewerkt' met een politieke lijn, of wanneer de griffier wordt gezien als bondgenoot van één partij in plaats van als ondersteuner van de raad als geheel. Casussen rondom de voorbereiding van moties van wantrouwen illustreren deze spanning. Wanneer een fractie bijvoorbeeld een motie van wantrouwen geheim houdt tot de raadsvergadering, wordt de griffier soms vroegtijdig betrokken. Maar mag of moet deze informatie dan gedeeld worden met de burgemeester als voorzitter van de raad? En wat betekent dat voor de gezagspositie van de griffier in de raad zelf? Sommigen kiezen ervoor om niets te delen; anderen informeren de burgemeester vlak voor de vergadering, zodat deze in positie kan worden gebracht.
Wat opvalt, is dat griffiers hierin verschillende handelingslijnen hanteren. Een andere regelmatig terugkerende casus betrof de omgang met wethouders of burgemeesters wanneer er sprake is van een integriteitsprobleem, of wanneer gevoelige informatie de griffier bereikt via informele kanalen. Mag of moet de griffier dan proactief opereren richting de raad en/of in de driehoek? In veel gevallen kan proactief opereren ook tot scheve gezichten leiden bij de coalitiepartijen, die niet zitten te wachten op onrust in de raad over het college. En hoe houd je als griffier het verschil zuiver tussen een ambtelijk klankbord en een politiek oordeel? Ook de relatie met raadsleden zelf bleek soms lastig. Griffiers gaven voorbeelden waarin zij werden gevraagd om moties te helpen schrijven, of om juridisch advies te geven voor voorstellen die een bepaalde politieke uitkomst moesten legitimeren. De vraag is dan: ondersteun je het individuele raadslid? De meest genoemde strategie hierbij was: meedenken op techniek en proces, maar geen inhoudelijke sturing geven. Tegelijkertijd gaven griffiers aan dat die scheiding in de praktijk niet altijd op voorhand duidelijk te maken is. De gesprekken laten zien dat onafhankelijkheid geen passieve waarde is.
Het vraagt om actieve positionering, om duidelijke grenzen, en soms om het vermogen om een verzoek te weigeren of een ongemakkelijk gesprek aan te gaan. Juist in die situaties wordt zichtbaar hoe de onafhankelijkheid van de griffier bijdraagt aan het functioneren van het lokaal bestuur.
24
Spanningsveld 2: Vertrouwelijkheid versus navolgbaarheid Een tweede veelbesproken spanningsveld betreft de omgang met vertrouwelijke informatie tegenover het uitgangspunt van navolgbaarheid. In hoofdstuk 4 bespraken we al dat je als griffier niet altijd transparant kunt zijn. Griffiers opereren regelmatig met gevoelige informatie die niet zomaar gedeeld kan of mag worden: informele signalen over een mogelijk integriteitsprobleem, interne beraadslagingen over strategisch gedrag van een fractie, of een juridische beoordeling van een besluit met politieke gevolgen. Tegelijkertijd vraagt het ambt om handelen dat uitlegbaar en navolgbaar is. Juist daar ontstaat de spanning: hoe geef je rekenschap zonder het vertrouwen te schaden? De casuïstiek liet zien dat griffiers vaak fungeren als scharnier tussen vertrouwelijkheid en navolgbaarheid. Bijvoorbeeld in het geval van een raadslid dat een juridisch probleem aankaart in een vertrouwelijke persoonlijke context. Wanneer de griffier dan op verzoek van het raadslid extern advies inwint, is het de vraag: namens wie gebeurt dit? Is het te verantwoorden tegenover de raad als geheel, of moet dit in het presidium worden teruggekoppeld? In sommige casussen leidde dit achteraf tot vragen over mandaat, budgetgebruik of het selectief informeren van de raad.
Een ander type situatie betreft informatie die via ambtelijke of bestuurlijke lijnen bij de griffier terechtkomt. Bijvoorbeeld een signaal dat de begrotingstekst niet klopt, of dat een wethouder bewust een onvolledige toelichting heeft gegeven. Wat doe je dan? Griffiers gaven aan dat zij het moeilijk vinden om te bepalen of en wanneer zij dit moeten oppakken. Enerzijds willen zij de raad in positie brengen, anderzijds riskeren zij de vertrouwensrelatie met het college, de ambtelijke organisatie of zelfs de coalitiepartijen in de raad. Deze spanningen worden nog complexer wanneer de griffier moet optreden richting een vertrouwenscommissie of een fractievoorzittersoverleg. In sommige gesprekken werd benoemd dat vertrouwelijkheid soms ook wordt gebruikt als politiek schild: "je mag dit niet delen, want het is informeel gedeeld." De vraag is dan: hoe houd je het onderscheid scherp tussen wat persoonlijk is en wat institutioneel gedeeld moet worden? Griffiers gaven aan dat het soms moeilijk is om te bepalen of iets in vertrouwen tegen hén is gezegd als persoon, of tegen hen als instituut. Die verwarring werkt door in hoe en met wie zij informatie delen.
De kernwaarde navolgbaarheid blijkt hier geen kwestie van volledige openheid of transparantie, maar van uitlegbaarheid: kan ik rekenschap afleggen over wat ik doe, waarom ik het doe, en voor wie ik het doe? In veel gevallen vraagt dit om bewuste keuzes in positionering, heldere communicatie over je rol, en zo nodig het betrekken van het presidium of de hele raad om je legitimiteit te borgen. 25
Spanningsveld 3: Dienstbaarheid versus normbewaking Een derde terugkerend spanningsveld betreft de spanning tussen dienstbaarheid aan de raad en het bewaken van juridische of morele grenzen. Griffiers willen de raad goed faciliteren, maar komen in situaties terecht waarin meebewegen op gespannen voet staat met zorgvuldigheid of rechtmatigheid. In de casuïstiek werd dit zichtbaar in situaties waarin raadsleden iets willen ‘regelen’ voor een inwoner of zichzelf, of waarin zij buiten het reglement om handelen met een beroep op pragmatisme of politieke urgentie. Een besproken voorbeeld betrof een raadslid dat zwangerschapsverlof wilde opnemen buiten de hiervoor bestaande formele regelingen. De raad wilde 'gewoon een uitzondering maken' en vroeg de griffier om dit mogelijk te maken. Griffiers gaven aan dat zij in zulke situaties het ongemak voelden tussen meedenken met de raad en het bewaken van rechtmatigheid. Wie zich dan strikt aan de regels houdt, wordt al snel als star of formalistisch gezien. Maar wie het laat gebeuren, geeft geen rekenschap aan de waarde rechtmatigheid. Een ander veelvoorkomend thema is belangenverstrengeling. Stel: een raadslid is persoonlijk betrokken bij een kwestie waarover de raad een besluit moet nemen – bijvoorbeeld omdat het gaat om familie, eigen grond, of een zakelijke relatie.
Andere raadsleden kijken dan al snel naar de griffier: kun jij hier niet even naar kijken? Maar wat als er formeel niets verboden is, terwijl het moreel wél schuurt? Dien je als griffier dan ook het individuele raadslid dat te maken heeft met de specifieke kwestie? In zulke gevallen proberen sommige griffiers het gesprek aan te zwengelen – via het presidium of in overleg met de burgemeester. Anderen kiezen ervoor om terughoudend te blijven, bijvoorbeeld om de vertrouwensband met het raadslid niet te beschadigen. Ook in de omgang met ‘ombudspolitiek’ komt dit spanningsveld naar voren. Griffiers herkennen het verlangen van raadsleden om op te komen voor individuele burgers, specifieke groepen of problemen in de wijk. Tegelijkertijd zien zij dat dit leidt tot voorstellen die juridisch niet haalbaar of beleidsmatig niet doordacht zijn. Meegaan in de politieke energie kan dan botsen met de rol van de griffier als bewaker van een zorgvuldige en evenwichtige besluitvorming. De rode draad in de casuïstiek rondom dit spanningsveld is de vraag: hoe blijf ik dienstbaar aan individuele raadsleden of fracties zonder de positie van de raad als geheel te schaden? Griffiers benadrukten dat dit spanningsveld niet vraagt om 'nee' zeggen als reflex, maar om strategisch en situationeel opereren. Soms is het goed om ruimte te zoeken, soms juist om op de rem te trappen en grenzen te trekken.