CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

GL - Nationaal Crisisplan Gas bijlage 1

Raadsvergadering 3 november 2022, gemeente VlissingenBij agendapunt: GL - Nationaal crisisplan gas14.535 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De DCC’s van de betrokken departementen verzamelen de beschikbare informatie op de eigen beleidsterreinen. Deze delen zij op hun beurt met het NCC of, indien geactiveerd, het informatieteam en het gezamenlijk beeld in LCMS. De beschikbare informatie wordt verwerkt tot een interdepartementaal situatiebeeld met duiding ten behoeve van de nationale crisisstructuur. Onderstaande tabel geeft in hoofdlijnen een overzicht van de informatie die actoren tot hun beschikking hebben en delen met andere actoren:

3.6 Crisiscommunicatie Een verminderde of gestopte levering van aardgas kan een behoorlijke impact hebben op het dagelijks leven. Crisiscommunicatie is gericht op informeren, schadebeperking en betekenisgeving. In een tijd waarin door social media berichten (of die nu waar of niet waar zijn) binnen enkele minuten massaal gedeeld kunnen worden, zijn heldere uitgangspunten over communicatie van groot belang. Crisiscommunicatie heeft de volgende doelen: • Informeren: - Wat is er gebeurd? - Wat zijn de (mogelijke) gevolgen? - Wat is de verwachte duur van de uitval? (door netbeheerders) - Welke maatregelen zijn/worden genomen? - Procesinformatie: hoe nu verder, wanneer verwachten we welke informatie? • Schade beperken (richting geven aan gedrag): - Waar vindt u informatie? • Het bieden van een handelingsperspectief • Betekenisgeven (bestuurder): - Duiden van de situatie. - Verbinding maken met de gevoelens in de samenleving. - Verwoorden van de sfeer.

3.6.1 Betrokken actoren In geval van een crisis in het gasdomein met aanzienlijke maatschappelijke gevolgen stemmen alle betrokken actoren de timing en inhoud van communicatie zoveel mogelijk met elkaar af. Zichtbaarheid en tijdigheid van communicatie helpt de impact van een crisis beperken. Uitgangspunt is dat ook bij maatschappelijke ontwrichting als gevolg van gasschaarste vastgehouden wordt aan bestaande structuren, rollen en werkwijzen.

Overzicht van de informatie die actoren tot hun beschikking hebben en delen met andere betrokkenen Actor

Informatie

Deelt met

Landelijke netbeheerder

Feitelijke informatie over de gasschaarste en geraamde oplostijd.

EZK, RNB

Regionale netbeheerder

Feitelijke informatie over de gasschaarste en geraamde oplostijd.

VR, LNB

EZK

Impact gasschaarste en de hieruit voortvloeiende dilemma’s binnen beleidsdomeinen EZK.

LNB, NCC

NCC

Bestuurlijk landelijk beeld met betrekking tot maatschappelijke impact.

LOCC, vakministeries, VR’s en relevante crisispartners

LOCC

Landelijk operationeel beeld.

NCC, VR’s

Vakministeries

Maatschappelijke impact gasschaarste en bijbehorende dilemma’s binnen beleidsdomeinen.

NCC

Veiligheidsregio’s

Maatschappelijke impact gasschaarste in regio. Impact op openbare orde en veiligheid.

LOCC, NCC, VR’s

22

Nationaal Crisplan Gas | Openbaar

3.6.1.1 Nationaal Indien nodig ondersteunt de Eenheid Communicatie van het NCC het lokaal of regionaal bevoegd gezag en de betrokken departementale directies Communicatie met adviezen, middelen en een netwerk van ervaringsdeskundigen. Het Rijk en de veiligheidsregio/gemeente wisselen informatie via communicatieadviseurs/medewerkers uit. De mogelijkheid bestaat om tussen Rijk en veiligheidsregio/gemeente liaisons uit te wisselen. Afstemming tussen nationaal en lokaal/regionaal niveau vindt dan plaats door middel van een liaison. Als de nationale crisisorganisatie nog niet is geactiveerd, coördineert het Ministerie van EZK de communicatie vanuit de Rijksoverheid. Zodra de nationale crisisorganisatie is geactiveerd, coördineert het NKC de pers- en publieksvoorlichting vanuit de rijksoverheid. Het NKC adviseert de crisisgremia op rijksniveau over de te volgen communicatiestrategie en de gevolgen voor communicatie van (voor)genomen besluiten. Het NKC communiceert over zichtbare maatregelen en geeft procesinformatie over wat de overheid doet en waarom. Daarnaast formuleert het communicatiekaders en kernboodschappen, daar waar het de nationale bevoegdheden betreft en stemt deze af met de veiligheidsregio/direct betrokken gemeente(n).

3.6.1.2 Regionaal De Wet veiligheidsregio’s bepaalt dat het bestuur van de veiligheidsregio de verantwoordelijkheid heeft voor de informatievoorziening aan burgers over rampen en crises en over de maatregelen die de overheid heeft getroffen ter voorkoming en bestrijding ervan. Binnen gemeenten is de eindverantwoordelijkheid voor de crisiscommunicatie lokaal belegd bij de burgemeester van een getroffen gemeente of de voorzitter van de veiligheidsregio. De voorzitter van de veiligheidsregio of de burgemeester richt zich bij de communicatie op zijn/haar eigen regio/gemeente, daarbij rekening houdend met wat er in de eventuele buurgemeente/regio gecommuniceerd wordt. Daarnaast heeft de vakminister, in dit geval de minister voor KE, de verantwoordelijkheid om binnen zijn domein specifieke informatie over mogelijke crises te geven. 3.6.1.3 Netbeheerders Zolang het openbaar bestuur nog niet betrokken is bij het incident draagt de bij het incident betrokken netbeheerder zorg voor de communicatie. Ook als het openbaar bestuur is betrokken blijft de netbeheerder communiceren over de oorzaak van gasschaarste. Bij een gasgerelateerd incident met een bovenlokaal karakter vindt afstemming plaats tussen de veiligheidsregio en de regionale en eventueel de landelijke netbeheerder over (het voorbereiden van) de crisiscommunicatie.

De netbeheerder kan de veiligheidsregio verzoeken te helpen informatie te verspreiden via een NL-Alert. De landelijk netbeheerder is contactpersoon voor het Rijk.

3.6.2 Verantwoordelijkheden Crisiscommunicatie bij gasschaarste volgt de reguliere bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Uitgangspunt is dat wordt vastgehouden aan bestaande structuren, rollen en werkwijzen, met oog voor het bijzondere dat gasschaarste met zich meebrengt. Iedere betrokken actor communiceert bij een crisis, waarbij nationaal is opgeschaald, vanuit de eigen verantwoordelijkheid. Onder communicatie verstaan we naast externe communicatie naar het algemeen publiek ook communicatie met stakeholders en interne communicatie. Alle betrokken actoren zijn verantwoordelijk voor hun eigen interne communicatie en communicatie naar stakeholders. Interne communicatie is belangrijk voor rust in de organisatie. Houd daarbij in het achterhoofd dat interne communicatie altijd extern bekend kan worden.

3.6.3 Afstemming Bij elk van de scenario’s treden de eerste symptomen van een crisis op bij de netbeheerders. Er wordt direct contact gezocht met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat bij een (dreigende) crisis. Als de crisisstructuur is opgeschaald, dan vindt een eerste afstemming tussen betrokken organisaties (vaak via een conference call) plaats waarin het volgende besproken wordt: • delen van omgevings- en media analyses • delen van wat er al aan communicatie gedaan is in aanloop naar opschaling • delen van timing en inhoud van de eerste statements • afspraken maken voor de komende uren: wie gaat er wanneer naar buiten • wie zijn de ‘talking heads’ • bevestiging rolverdeling en bevoegdheden • wanneer spreken we elkaar weer • bevestigen wie contactpersoon is vanuit de getroffen regio, gemeente, organisatie, departement; bereikbaar voor een contactpersoon vanuit het Rijk • bespreken of er liaisons uitgewisseld worden.

3.6.4 Communicatietaken Er zijn vele scenario’s denkbaar als het gaat om gasschaarste. Wat betreft de communicatierollen kunnen we de scenario’s indelen in twee groepen: 1. Een dreigende of actuele gasschaarste met beperkte maatschappelijke impact zonder opschaling naar de nationale crisisstructuur. 2. Een dreigende of actuele gasschaarste met zodanige maatschappelijke impact, waarbij is opgeschaald naar de nationale crisisstructuur.

23

Nationaal Crisplan Gas | Openbaar

Communicatie zonder opschaling naar nationale crisisstructuur In deze situaties is er sprake van een gasschaarste, maar is de maatschappelijke impact (nog) beperkt. Er is (nog) niet opgeschaald naar de nationale crisisstructuur. Mogelijke scenario’s waarbij dit speelt zijn dat de stroom is uitgevallen waardoor gas niet getransporteerd kan worden en bewoners in een regio enkele dagen zonder gas zitten, of een breuk in een hoofdgastransportleiding.

Communicatie zonder opschaling naar nationale crisisstructuur Wie

Taken

Ministerie van Economische • Communiceert procesinformatie naar algemeen publiek over wat de rijksoverheid doet en waarom. Zaken en Klimaat (EZK) • Bepaalt of en wanneer wordt gecommuniceerd over dreigend gastekort (zowel G-gas als H-gas). • Geef handelingsperspectief op nationaal niveau en voor sectoren. • Communicatie richting bedrijfsleven/industrie (gebruikers H-gas). • Communicatie richting commercie (winkels hebben geen verwarming (G-gas)). Veiligheidsregio

• Communiceert op basis van de maatschappelijke informatiebehoefe over de efecten van de storing op openbare orde en veiligheid, de maatregelen in het kader van gevolgbestrijding en over handelingsperspectieven voor bewoners, bedrijven en instellingen (burgemeester of voorziter veiligheidsregio). • Communiceert over mogelijke burgerslachtofers. • Stemt communicatie af met getrofen gemeente(n). • De netbeheerder kan veiligheidsregio verzoeken een NL-Alert te verzenden. De netbeheerder blijf verantwoordelijk voor de inhoud van de boodschap.

GTS

• Is als eerste aan zet in communicatie: communiceert over technische inhoud van probleem en voortgang; ontstane situatie, maatregelen, adviezen en vooruitzichten. • Communiceert richting haar klanten (ook over dreigend gastekort). • Informeert de afdeling communicatie EZK en veiligheidsregio tijdig: zodra het probleem regio-overstijgend is, wordt EZK betrokken en stemt GTS verdere externe communicatie af. • Coördineert communicatie namens gasnetbeheerders met EZK. • Communiceert over de landelijke gassituatie, waarbij mogelijk regionale accenten worden aangegeven. • Communiceert over slachtofers onder werknemers of ingehuurd personeel.

TenneT

• In het scenario dat de gasschaarste van invloed is op het elektriciteitsnet, communiceert TenneT over de technische inhoud van het probleem (ontstane situatie, maatregelen, adviezen en vooruitzichten). • Coördineert namens de elektriciteitsnetbeheerders de communicatie en is dus aanspreekpunt voor EZK.

Regionale netbeheerders

• Alle betrokken netbeheerders zullen de crisiscommunicatie naar hun 'aangeslotenen' zelfstandig starten en deze op elkaar afstemmen.

24

Nationaal Crisplan Gas | Openbaar

Communicatie tijdens gasschaarste met opschaling naar nationale crisisstructuur In deze situatie is de beslissing genomen om op te schalen naar de nationale crisisstructuur. Het Nationaal Kernteam Crisiscommunicatie (NKC) is namens het Rijk in de lead voor de communicatie. Voorbeelden van scenario’s waarbij dit speelt zijn importproblemen door politiek-bestuurlijke onrust of een kapot conversiestation, waardoor huishoudens in een deel van het land voor een langere periode zonder aardgas zitten.

Communicatie tijdens gasschaarste met opschaling naar nationale crisisstructuur Wie

Taken

Nationaal Kernteam Crisiscommunicatie (NKC)

• Coördineert de communicatie over de gasschaarste vanuit het Rijk. • Coördineert de totstandkoming van een snelle eenduidige en afgestemde boodschap met handelingsperspectief. • Informeert over maatregelen die de rijksoverheid neemt en waarom. • Geef duiding op het gebied van nationale veiligheid en veiligheidsmaatregelen. • Bepaalt of en wanneer wordt gecommuniceerd over dreigend gastekort (G-gas of H-gas). • Beslist bij slachtofers wie namens het Rijk communiceert. • Kan een landelijke NL-Alert versturen als dat nodig is.

Ministerie van Economische • Neemt deel aan het NKC. Zaken en Klimaat (EZK) • Communiceert in afstemming en overleg over timing en inhoud met NKC. • Onderhoudt contact met landelijk netbeheerder(s). • Communicatie richting bedrijfsleven/industrie (gebruikers H-gas). • Communicatie richting commercie (winkels hebben geen verwarming (G-gas)). Vakministeries

• Communiceren in afstemming en overleg over timing en inhoud met NKC. • Communicatie over gevolgen (en handelingsperspectief) richting de sectoren waarvoor zij verantwoordelijk zijn.

Veiligheidsregio

• Communiceert op basis van de maatschappelijke informatiebehoefe over de efecten van de storing op openbare orde en veiligheid, de maatregelen in het kader van gevolgbestrijding en handelingsperspectieven voor bewoners, bedrijven en instellingen (burgemeester of voorziter veiligheidsregio). • Communiceert over mogelijke burgerslachtofers. • Stemt communicatie af met getrofen gemeente(n). • De netbeheerder kan veiligheidsregio verzoeken een NL-Alert te verzenden. De netbeheerder blijf verantwoordelijk voor de inhoud van de boodschap.

GTS

• Communiceert over technische inhoud van probleem en voortgang in afstemming met EZK. • Communiceert over slachtofers onder werknemers of ingehuurd personeel. • Coördineert communicatie namens gasnetbeheerders en is dus aanspreekpunt voor EZK. • Communiceert richting zijn klanten (ook over dreigend gastekort).

TenneT

• In het scenario dat de gasschaarste van invloed is op het elektriciteitsnet, communiceert TenneT over de technische inhoud van het probleem (ontstane situatie, maatregelen, adviezen en vooruitzichten). • Coördineert namens de elektriciteitsnetbeheerders de communicatie en is dus aanspreekpunt voor EZK.

Regionale netbeheerders

• Alle betrokken netbeheerders zullen de crisiscommunicatie naar hun 'aangeslotenen' zelfstandig starten en deze op elkaar afstemmen. • Stemt communicatie af met landelijk netbeheerder.

3.6.5 Aandachtspunten voor crisiscommunicatie Communicatie is in eerste instantie gericht op schadebeperking, vervolgens op het beantwoorden van de maatschappelijke informatiebehoefte en betekenisgeving. • Communicatie is omgevingsbewust, proactief, open, tijdig en consistent. • Communiceer over het proces (wat is al bekend en wat nog niet, stappen die de overheid en crisispartners zichtbaar maken) en communiceer wat de burger moet doen/laten of wil weten. • Communiceer over zichtbare maatregelen en indien wenselijk/ mogelijk ook over onzichtbare maatregelen (daarmee vertellen

we wat we doen en bouwen we aan het vertrouwen in de overheid). • Bevestig wat zichtbaar is, vertel wat je wel en wat je niet weet, ontkracht geruchten of laat weten dat je de geruchten kent en ze onderzoekt. Geef een handelingsperspectief mee: wat kunnen burgers en ondernemers doen? • Communiceer zonder afstemming niet over SISOS: slachtoffers, identiteiten, scenario’s, oorzaken en schade. • Communiceer het ritme waarin een stand van zaken wordt gedeeld, zodat mensen in dit ritme kunnen meebewegen en in de tussentijd actie kunnen nemen. 25

Nationaal Crisplan Gas | Openbaar

4. Belangrijke dilemma’s en aandachtspunten Dit hoofdstuk geeft een niet-uitputtende beschrijving van mogelijke dilemma’s en aandachtspunten die een rol kunnen spelen bij de voorbereiding van de besluitvorming in de diverse crisisgremia zoals de ICCb/MCCb.

De volgende elementen zijn van belang bij de aandachtspunten en dilemma’s: • Technische (on)mogelijkheden. • Beschikbare tijd en mate van urgentie in relatie tot besluitvorming. • H- en/of G/L-gas tekort. • Beschermde gebruikers conform EU-verordening (huishouders) dienen zo lang mogelijk van gas voorzien te worden. • Economische gevolgen. • Mate van maatschappelijke ontwrichting/openbare orde en veiligheid.

4.1 Technische (on)mogelijkheden Het is bij gaslevering niet of slechts beperkt mogelijk om onderscheid te maken in de levering aan verschillende doelgroepen. Het type gas, H-gas of L/G-gas, de omvang en locatie van de schaarste bepaalt welke afnemers geraakt worden. Grofweg kan gesteld worden – er zijn uiteraard uitzonderingen – dat H-gas gebruikt wordt door grote industriële gebruikers en voor conversie naar L/G-gas en L/G-gas door huishoudens en middelgrote ondernemingen en kleinere industriële afnemers. Daarnaast zijn actoren als zorginstellingen en ziekenhuizen doorgaans aangesloten op L/G-gas. Daarnaast dient het afsluiten van gas gedaan te worden middels het afsluiten van de gasleidingen. Dit gebeurt het snelst op het niveau van gasverdeelstations. Hier zijn altijd diverse doelgroepen, bedrijven, huishoudens, ziekenhuizen, etc., op aangesloten. Het is daarmee tevens niet mogelijk om bij het weer opschakelen van het netwerk onderscheid te maken naar afnemers.

11

De navolgende dilemma’s en aandachtspunten hebben daarmee met name betrekking op de gevolgbestrijding van gasschaarste, de wederopbouw van het gasnetwerk en indien er sprake is van een te voorziene gasschaarste.

4.2 Dilemma’s 4.2.1 Afschakelen industrie Er zijn verschillende scenario’s denkbaar waarin een nationaal tekort aan aardgas in het gasnet optreedt. Eén van de maatregelen die overwogen kan worden door de minister voor KE is om grootverbruikers in de industrie af te schakelen, om zo kwetsbare afnemers veilig te stellen11. De keuze om industrie af te schakelen, heeft grote gevolgen, bijvoorbeeld op de productiecapaciteit van een industriële afnemer en de opwekking van elektriciteit, maar ook op het milieu indien bedrijfsprocessen minder eenvoudig/ niet op korte termijn veilig stilgelegd kunnen worden, of doorgang vinden met behulp van vervuilendere brandstoffen. Overwegingen • Het type crisis bepaalt of het zinvol is om (delen) van de industrie af te schakelen of niet. Dit komt door het verschil in afnemers tussen H- en G/L-gas. • Afhankelijk van het percentage gasverbruik van de industrie is afschakelen bij een (dreigend) tekort meer of minder zinvol vanwege weerseffecten. • Snelheid en mogelijkheid van afschakelen van industrie is afhankelijk van wijze van aansluiting van industrie op het aardgasnetwerk.

Zie Bescherm- en Herstelplan Gas. 27

Nationaal Crisplan Gas | Openbaar

• De chemische industrie is in sterke mate afhankelijk van aardgas, maar het is onduidelijk hoelang deze sector zonder aardgas door kan gaan in de bedrijfsvoering. • Afschakelen van industrie kan leiden tot een tijdelijke productie­ stop en/of grote schade en heeft mogelijk grote economische gevolgen. Mogelijk is (financiële) compensatie nodig. • Afhankelijk van het type industrie kan afschakelen een negatief effect hebben op het milieu en de gezondheid van omwonenden. Handelingsperspectief • Het in kaart brengen van de effecten van verschillende afschakelmogelijkheden op de industrie. • Afhankelijk van beschikbare tijd en mate van urgentie nauwe afstemming GTS, EZK en IenW welke industrie afgeschakeld wordt en op welk moment. • De betreffende bedrijven voorbereiden en inlichten.

4.2.2 Afschakelen regio’s Er zijn verschillende scenario’s denkbaar waarin een nationaal tekort aan gas in het netwerk optreedt. In eerste instantie neemt GTS de maatregelen die binnen haar macht liggen om de balans in het gasnetwerk te handhaven. Hiervoor zullen marktgebaseerde maatregelen worden ingezet. Indien deze maatregelen niet afdoende zijn, en de vraag naar gas groter blijft dan het aanbod, zullen door de minister voor KE niet-marktgebaseerde maatregelen genomen moeten worden. Zo kan het verschil in vraag en aanbod verholpen worden door de levering van aardgas in een of meerdere regio’s (omvang afhankelijk van het station dat gekozen wordt voor de afschakeling) volledig af te schakelen. Deze verregaande maatregel heeft, naast technische belemmeringen, voor geselecteerde regio’s grote gevolgen en zal ook politiek-bestuurlijk een uitdaging vormen. Overwegingen • Afschakelen kan alleen via distributiestations, waarmee een specifiek gebied afgeschakeld wordt. • Hierbij kan niet gedifferentieerd worden naar functies, of onderscheid gemaakt worden tussen huishoudens (beschermde gebruikers) en bedrijven. Handelingsperspectief • Afhankelijk van beschikbare tijd en mate van urgentie afstemming tussen GTS/RNB’s en het Ministerie van EZK over welke regio wanneer afgeschakeld wordt. • Kwetsbare objecten/groepen/zaken in deze regio’s voorbereiden en inlichten.

4.2.3 Communiceren over dreigende gasschaarste Wanneer nog niet voor het brede publiek bekend is dat er een dreigend gastekort is, is het een afweging voor het Rijk in afstemming met de burgemeesters en voorzitters veiligheidsregio’s om hier wel of niet actief over te communiceren. Het dilemma hierbij is dat zowel bij wel als bij niet communiceren maatschappelijke onrust kan ontstaan. 28

Overwegingen • Transparantie is het uitgangspunt van overheidscommunicatie. • Communicatie over een dreigend gastekort kan effect hebben op het handelen van gasverbruikers met maatschappelijke onrust als gevolg. Het achterhouden van essentiële informatie kan echter het vertrouwen in de overheid schaden. Handelingsperspectief • Reeds voorbereide communicatiestrategieën en -boodschappen gebruiken. In veel situaties kan gebruik gemaakt worden van communicatieboodschappen die eerder voorbereid zijn. • Afstemming tussen regionale en landelijke communicatie. • Opschalen van het NKC, ten behoeve van inhoudelijke afstemming. • Het meegeven van handelingsperspectieven voor wanneer zich daadwerkelijk een gastekort voordoet, is een belangrijke overweging in de communicatie.

4.2.4 Toepassen noodwet- en regelgeving (onder andere buitengewone omstandigheden) Het toepassen van op het bestrijden van crisis toegesneden wetgeving is een juridisch middel dat de overheid extra mogelijkheden en bevoegdheden geeft om een crisis te bestrijden. De Noodwet bestaat uit geschreven en ongeschreven wetgeving. De geschreven wetgeving beschrijft onder andere de omstandigheden waarin de overheid een beroep mag doen op de noodwet, welke mogelijkheden de noodwet dan biedt, en welke verplichtingen er (ook voor de overheid) aan het gebruik van deze wet zijn verbonden. De ongeschreven wetgeving geeft de overheid het wettelijk recht om de mogelijkheden en verplichtingen in bijzondere omstandigheden aan te passen. In geval van gasschaarste kan de minister van EZK op grond van zijn/haar noodbevoegdheden verdelingsmaatregelen treffen. In het geval van gas gaat het daarbij om twee soorten schaarste maatregelen: (1) vorderen; en (2) verdelen van schaarse goederen (bijvoorbeeld het leveren van gas aan bepaalde delen van het land ten koste van andere delen). De minister van EZK is coördinerend bewindspersoon voor het doen van vorderingen door ministers op grond van de generieke schaarste wetgeving: zij vorderen in overeenstemming met de Minister van EZK. De voornoemde bevoegdheid van de minister van EZK is alleen bedoeld voor omstandigheden die vooraf niet voorzien kunnen worden.

• In ultimo kan gebruik worden gemaakt van noodwet- en regelgeving. • De Coördinatiewet uitzonderingstoestanden voorziet in de instelling van twee uitzonderingstoestanden: 1) de beperkte noodtoestand en 2) de algemene noodtoestand. De afkondiging van een noodtoestand en de inwerkingstelling van buiten­ gewone bevoegdheden gebeurt bij Koninklijk Besluit (KB) op voordracht van de minister-president. De Staten-Generaal beslissen in verenigde vergadering over het voortduren ervan.

Nationaal Crisplan Gas | Openbaar

• Bepaalde delen van noodwetgeving kunnen ook los van de hiervoor genoemde noodtoestanden – maar wel in buitengewone omstandigheden – worden geactiveerd en wel bij KB op voordracht van de minister-president, gevolgd door een verlengingswet-procedure. Deze separate toepassing kan alleen plaatsvinden in situaties van beperkte omvang, waarin het afkondigen van de noodtoestand een te vergaande maatregel is. • De juridische en financiële aansprakelijkheid, voortvloeiend uit de toepassing van noodwet- en regelgeving, moeten in ogenschouw genomen worden. Het afkondigen van de noodtoestand en/of het activeren van noodbevoegdheden kan leiden tot schadeclaims van bedrijven. • Met betrekking tot de rechtsorde dient de vraag naar buiten­ gewone omstandigheden zich aan vanwege de wettelijke termijnen in de rechtsgang. • Noodmaatregelen voor vordering en distributie kennen een implementatieperiode van meerdere dagen tot een week of mogelijk langer. • Naast wetgeving is er ook nog een mogelijkheid dat de overheid producten en/of diensten koopt en/of eventuele schadelijke gevolgen vergoed. Overwegingen • De burgemeester kan optreden op grond van zijn algemene noodbevoegdheden (artikel 175, 176 Gemeentewet). • De voorzitter veiligheidsregio kan eveneens optreden, maar alleen op grond van zijn algemene noodbevoegdheden ten aanzien van de openbare orde en veiligheid (art.

39 Wet veiligheidsregio's). • In ultimo kan gebruik worden gemaakt van de Noodwet- en regelgeving, de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden, de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag en/of de Oorlogswet voor Nederland. • De Coördinatiewet uitzonderingstoestanden voorziet in de instelling van twee uitzonderingstoestanden: de beperkte noodtoestand en de algemene noodtoestand. De afkondiging van een noodtoestand en de inwerkingstelling van buiten­ gewone bevoegdheden gebeurt bij Koninklijk Besluit (KB) op voordracht van de minister-president. De Staten-Generaal beslissen in verenigde vergadering over het voortduren ervan. • Bepaalde delen van noodwetgeving kunnen ook los van de hiervoor genoemde noodtoestanden – maar wel in buiten­ gewone omstandigheden – worden geactiveerd en wel bij KB op voordracht van de minister-president, gevolgd door een verlengingswet-procedure. Deze separate toepassing kan alleen plaatsvinden in situaties van beperkte omvang, waarin het afkondigen van de noodtoestand een te vergaande maatregel zou zijn. • De juridische en financiële aansprakelijkheid, voortvloeiend uit de toepassing van noodwet- en regelgeving is ook voor de overheid van kracht. • Met betrekking tot de rechtsorde dient de vraag naar buitengewone omstandigheden zich aan vanwege de wettelijke termijnen in de rechtsgang. • Een strak omschreven kader dat bepaalt wanneer sprake is van

buitengewone omstandigheden bestaat niet; er zal naar de omstandigheden van het moment gehandeld moeten worden. • Het afkondigen van buitengewone omstandigheden kan leiden tot schadeclaims van bedrijven. • Noodmaatregelen voor vordering en distributie kennen een implementatieperiode van meerdere dagen tot een week. • Naast dwingende wetgeving is er ook nog een mogelijkheid dat de overheid producten en/of diensten koopt en/of eventuele schadelijke gevolgen vergoed. Handelingsperspectief • Wetgevingsjuristen dienen in een vroegtijdig stadium te adviseren in hoeverre deze maatregel getroffen moet worden en de nood­ zakelijke of vereiste juridische voorbereidingen in gang te zetten.

4.3 Aandachtspunten 4.3.1 Informatiemanagement Onderlinge informatie-uitwisseling tussen crisispartners is belangrijk voor een goede aanpak van de crisis. Hierbij is van belang dat informatie tijdig gedeeld wordt, en dat de crisispartners zich bewust zijn van de informatiebehoefte bij anderen om hun rol in de crisisbeheersing optimaal te kunnen vervullen.

4.3.2 Effect van gasschaarste op elektriciteitscentrales Voor het effect van gasschaarste op elektriciteitscentrales wordt verwezen naar Bijlage 2.

4.3.3 Gasnet herstellen en opnieuw op druk brengen Nadat het tekort aan gas verholpen is, wordt langzaam de gastoevoer weer hersteld. Bij het herstellen van de gastoevoer moet rekening gehouden worden met het risico op ongecontroleerde gasuitstroom bij afnemers/huizen. In eerste instantie hebben de RNB’s de taak om dit te voorkomen, bijvoorbeeld door bij iedere aansluiting langs te gaan om op ongewenste uitstroom te controleren. Door het ontbreken van de gastoevoer kan het (regionale) leidingnet zich vullen met lucht waardoor explosiegevaar in de huizen ontstaat. Er is daardoor noodzaak voor het purgen van de leidingen. Dit duurt zekere enige maanden, aangezien dit proces huis voor huis zal moeten gebeuren. Het is in de herstelfase zeer belangrijk om communicatie met klanten/ inwoners te blijven voeren. Overwegingen • Wanneer de druk van het gasnet af is geweest, moet het gasnet gecontroleerd worden op mogelijke schade of lekkages. • Samenwerking is nodig met gemeenten en veiligheidsregio’s om de controle van het gasnet bij de mensen thuis en bij andere organisaties af te stemmen en de communicatie met inwoners te ondersteunen. • Het weer op druk brengen van het gasnet duurt enige tijd; er dient een prioritering gemaakt te worden bij welke gebieden als eerst de gastoevoer te herstellen. • De duur van de herstelperiode is sterk afhankelijk van het seizoen/weer. 29

Nationaal Crisplan Gas | Openbaar

Handelingsperspectief • Vergroten regionale verantwoordelijkheid en zelfstandigheid. • Noodzaak om nationaal beleid te voeren bij aanwijzing (selectie voorkeur) van regio’s. • Tijdelijke vergroting inzet technisch personeel om bij huizen langs te gaan om zo het herstelproces in een regio te versnellen.

4.3.4 Beschermde en niet-beschermde gebruikers en door solidariteit beschermde afnemers Een belangrijk element uit de verordening is het onderscheid tussen beschermde en niet-beschermde gebruikers. Onder beschermde afnemers vallen huishoudens en afnemers die essentiële sociale diensten verlenen. Artikel 2, vijfde lid, van de EU-Verordening 2017/1938 geeft een definitie hiervan: 5. “beschermde afnemer”: een huishoudelijke, op een gas­ distributienet aangesloten afnemer en daarnaast, indien de betrokken lidstaat daartoe beslist, eventueel ook, voor zover de onder a) en b) bedoelde ondernemingen of diensten samen niet meer dan 20 % van het totale jaarlijkse eindgebruik van gas in die lidstaat vertegenwoordigen: a. kleine en middelgrote ondernemingen, op voorwaarde dat zij op een gasdistributienet zijn aangesloten; b. essentiële sociale diensten, op voorwaarde dat zij op een gasdistributie- of -transmissienet zijn aangesloten; c. stadsverwarmingsinstallaties, voor zover zij verwarming leveren aan huishoudelijke afnemers, kleine en middelgrote ondernemingen of essentiële sociale diensten, op voorwaarde dat deze installaties niet kunnen omschakelen op andere brandstoffen dan gas.

30

Hiernaast gaat het om door solidariteit beschermde afnemers, dat wil zeggen afnemers die in een lidstaat als beschermd zijn gedefinieerd en voor wie de lidstaat beroep kan doen op solidariteit van andere lidstaten voor de levering van gas. Volgens de definitie van artikel 2, lid 6: 6. “door solidariteit beschermde afnemer”: een huishoudelijke, op een gasdistributienet aangesloten afnemer; het kan ook een of beide van de volgende inhouden: a. stadsverwarmingsinstallaties, voor zover zij in de betrokken lidstaat beschermde afnemers zijn en uitsluitend voor zover zij huishoudelijke afnemers of essentiële sociale diensten van verwarming voorzien, met uitzondering van onderwijs- en overheidsdiensten, en/of b. essentiële sociale diensten, voor zover zij in de betrokken lidstaat beschermde afnemers zijn, met uitzondering van onderwijs- en overheidsdiensten.

Nationaal Crisplan Gas | Openbaar

Bijlagen 1 Maatregelladder 2 Verwevenheid aardgas- en elektriciteitsvoorziening 3 Wet- en regelgeving 4 Relevante bronnen 5 Afkortingen

31

Nationaal Crisplan Gas | Openbaar

Bijlage 1

Maatregelenladder In het Bescherm- en Herstelplan Gas (2019) is een maatregelen­ ladder opgenomen waarin niet-marktgebaseerde maatregelen zijn opgenomen. Deze maatregelen worden in het geval van een gasschaarste overwogen in volgorde van de ladder, wanneer zich een aanzienlijke verslechtering van de gasleveringssituatie voordoet en alle relevante marktgebaseerde maatregelen zijn toegepast maar dit niet volstaat. De maatregelenladder geeft een dwingende volgorde aan waarin maatregelen worden overwogen, beginnend bij de eerste maatregel. Niet iedere maatregel zal echter mogelijk blijken bij alle soorten verslechteringen van de gaslevering.

Dit kan onder meer komen door de urgentie van de situatie. Dit heeft in de praktijk gevolgen voor hoe snel de ladder doorlopen wordt. Een toelichting op de maatregelen in de maatregelenladder staat in het Bescherm- en Herstelplan Gas, paragraaf 8.5. De minister voor KE besluit tot de hierna genoemde maatregelen wanneer dit nodig en passend is. De CGE bereidt hiertoe besluiten door de minister voor KE voor. Alle genoemde maatregelen worden buiten de normale marktwerking om genomen.

Maatregelenladder

Soort maatregel

Gericht op type afnemer

1

Oproepen tot vermindering aardgasverbruik

Maatschappelijk

Alle afnemers

2

a. Vrijwillig verzoek minder gasafname aan buurlanden (overheid tot overheid) b. Europese commissie verzoeken om regionale noodsituatie uit te roepen

Internationaal

Niet-beschermde afnemers

3

Inroepen van een besparingstender ‘minder afname’

Economisch

Niet-beschermde afnemers

4

Opleggen van een extra hefng voor aardgas

Economisch

Niet-beschermde afnemers

5

Gedwongen brandstofomschakeling van industrieën

Juridisch

Niet-beschermde afnemers

6

Gedwongen brandstofomschakeling bij de productie van elektriciteit

Juridisch

Niet-beschermde afnemers

7

Niet-beschermde afnemers afschakelen (administratief en/of technisch)

Juridisch / technisch

Niet-beschermde afnemers

8

Niet door solidariteit beschermde afnemers afschakelen (administratief en/of technisch)

Juridisch / technisch

Niet door solidariteit beschermde afnemers

9

Inroepen onderlinge solidariteit tussen EU-lidstaten

Internationaal

Niet door solidariteit beschermde buitenlandse afnemers

10

Door solidariteit beschermde afnemers administratief afschakelen

Juridisch

Door solidariteit beschermde afnemers

11

Regio’s inclusief export technisch afsluiten

Technisch

Door solidariteit beschermde afnemers

32

Nationaal Crisplan Gas | Openbaar

Bijlage 2

Verwevenheid aardgas- en elektriciteitsvoorziening De gas- en elektriciteitsvoorziening zijn nauw verweven met elkaar. Zonder gas kunnen gasgestookte elektriciteitscentrales niet produceren. Beide energievoorzieningen zijn dus met elkaar vervlochten en kunnen niet (lang) zonder elkaar functioneren. 1. Gevolg uitval gasvoorziening voor elektriciteitsvoorziening Uitval van de gasvoorziening kan verschillende oorzaken hebben. Bijvoorbeeld een leidingbreuk, uitval van een conversiestation of een beperking in de gasproductie of -import. Vaak veroorzaakt dit eenzelfde probleem, namelijk een beperking in het transport van gas in het gasnet naar de markt. De vraag naar gas blijft, waardoor een situatie ontstaat waarin de toevoer van gas (langdurig) kleiner is dan de afname van gas. Een gevolg hiervan is een afnemende druk in het gasnet. Bij een te lage druk komen afnemers zonder gas te zitten. Tevens veroorzaakt dit problemen in de gasnetten van de regionale netbeheerders, omdat de gasnetten van regionale netbeheerders van minder kwaliteit zijn waardoor inwatering mogelijk is. Het is van belang om de blackstart-centrales altijd van gas te voorzien. Dit is immers de brandstof waarop de blackstartcentrale draait. Daarnaast zullen huishoudens mogelijk massaal elektrische verwarmingskachels gaan gebruiken, waardoor het elektriciteitsnet zwaar belast wordt.

2. Maatregelen en dilemma’s Om te voorkomen dat de druk in de gasnetten te ver daalt, moeten de toevoer en afname van gas weer in balans worden gebracht, respectievelijk ‘gas entry’ en ‘gas exit’ genoemd. Maatregelen om een grote daling van de druk in de gasnetten te voorkomen, zijn gericht op het vergroten van de ‘gas entry’ of het verkleinen van de ‘gas exit’. Het vergroten van de ‘gas entry’ kan mogelijk onvoldoende tot een oplossing leiden. Het kan daarom nodig zijn om de ‘gas exit’ te verkleinen. Maatregelen om de ‘gas entry’ te vergroten12 Deze maatregelen zijn alleen van toepassing op G/L-gas, welke dus alleen relevant zijn voor de blackstart-centrale op G/L-gas. Op termijn gaan mogelijk alle blackstart-centrales over op H-gas: • Noodvoorziening bij USG Norg (momenteel alleen nog een overkomst voor de winters 2021/2022 en 2022/2023)13. Door een noodvoorziening te plaatsen kan de benodigde apparatuur in werking blijven en kan het gasnet gevoed worden.

12

Tennet en GTS. (sd). Black-out. Mitigerende maatregelen – Aardgasvoorziening.

13

Underground Gas Storage Norg. 33

Nationaal Crisplan Gas | Openbaar

• De Wobbe Index van het G/L-gas verhogen14. Door meer H-gas dan normaal bij het G/L-gas te mengen kan de gasleiding op druk worden gehouden. Deze maatregel is vanuit veiligheidsperspectief echter onwenselijk omdat bijmenging zorgt voor een slechter verbrandingsgedrag van het gas bij huishoudelijk gebruik, met mogelijk vorming van koolmonoxide als gevolg. Gezien het risico op sterfte als gevolg van koolmonoxidevergiftiging is het niet verstandig om de Wobbe Index van het G-gas te verhogen. Maatregelen om de gas exit te verkleinen15 • Een eerste stap is dat bedrijven (H- en G/L-gas) en burgers (G/L-gas) worden opgeroepen om hun gasverbruik te reduceren. • Er zullen ingrijpendere maatregelen genomen moeten worden wanneer de oproep niet tot voldoende resultaat leidt. In de praktijk betekent dit dat bepaalde afnemers van het gasnet afgesloten zullen worden. Bij voorkeur worden grote, niet vitale afnemers afgesloten, omdat dit veel resultaat oplevert en relatief eenvoudig is. Dit veroorzaakt dilemma’s, want er zullen actoren benadeeld worden wanneer er afgesloten moet worden. Zie Bijlage 1 voor de complete maatregelenladder uit het Beschermen Herstelplan Gas. Het nemen van maatregelen op grond van de maatregelenladder in Bijlage 1 kan impact hebben op de elektriciteitsvoorziening aangezien de elektriciteitsvoorziening in principe geen beschermde gebruiker is.

Hierdoor is het in theorie mogelijk dat essentiële elektriciteitscentrale onvoldoende gas aangevoerd krijgen.

14

De Wobbe-index is een maat voor de uitwisselbaarheid van verschillende gassen. De Wobbe-index wordt bepaald door de calorische waarde en de relatieve dichtheid van het gas.

15

Bescherm- en Herstelplan Gas 2019.

34

Nationaal Crisplan Gas | Openbaar

Bijlage 3

Wet- en regelgeving De wet- en regelgeving kent een gelaagde structuur. Een voorbeeld hiervan is dat de Gaswet de grondslag bevat voor onderliggende regelgeving. De regeling inzake tariefstructuren en voorwaarden gas bevat vervolgens weer een kader voor de voorwaarden waaronder de netbeheerders hun wettelijke taken jegens de afnemers uitvoeren. Deze voorwaarden zijn vervolgens uitgewerkt in de verschillende netcodes voor gas en elektriciteit, zoals vastgesteld door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) (toezichthouder voor de elektriciteits- en gasmarkt). Op het moment van opstellen van het NCP-Gas loopt het wetgevingstraject om de Elektriciteits- en de Gaswet samen te voegen tot de Energiewet. Hierin verschuift de verhouding tussen hetgeen nu in regelgeving en in codes is opgenomen. Deze wet zal (naar verwachting) in 2022 in werking treden.

EU-verordening 2017/1938 heeft als doel de gasleveringszekerheid veilig te stellen. Deze verordening vormt de basis voor de Europese afspraken over solidariteit tussen de lidstaten. In deze verordening is het onderscheid opgenomen tussen beschermde en niet-beschermde afnemers en worden de formele crisisniveaus beschreven: vroegtijdige waarschuwing, alarm en noodsituatie. De uitwerking van EU-verordening 2017/1938 voor de Nederlandse situatie is opgenomen in het Bescherm- en Herstelplan Gas (2019). Hierin is ook een maatregelenladder met marktgebaseerde en nietmarktgebaseerde maatregelen opgenomen. Op het moment van schrijven dienen de juridische gronden voor de maatregelen zoals beschreven in het Bescherm- en Herstelplan Gas nog bepaald te worden.

35

Nationaal Crisplan Gas | Openbaar

Bijlage 4

Relevante bronnen • Analistennetwerk Nationale Veiligheid. (2016). Nationaal Veiligheidsprofiel: Een All Hazard overzicht van potentiële rampen en dreigingen die onze samenleving kunnen ontwrichten. • Analistennetwerk Nationale Veiligheid. (2019). Geïntegreerde risicoanalyse. • Analistennetwerk Nationale Veiligheid. (2019). Verkenning risico's van de energietransitie voor de nationale veiligheid. • Besluit Veiligheidsregio’s. • Centraal Bureau voor de Statistiek. (2021). https://www.cbs.nl/nl-nl/faq/corona/economie/ hoeveel-mensen-werken-er-in-cruciale-beroepen-/ cruciale-beroepen • EU-verordening Veiligstelling van de gasleveringszekerheid 2017/1938. • Gaswet. • Instellingsbesluit Ministeriële Commissie Crisisbeheersing 2016. • Instituut Fysieke Veiligheid. (2018). Bestuurlijke netwerkkaart 14: Elektriciteit en gas. • Instituut Fysieke Veiligheid. (2021). Bestuurlijke netwerkkaart 1: Rampenbestrijding algemeen & handhaving openbare orde. • Instituut Fysieke Veiligheid. (2018). Bestuurlijke netwerkkaart 11: Schaarste. • Instituut Fysieke Veiligheid. (2018). Bestuurlijke netwerkkaart Vitaal. Instituut Fysieke Veiligheid. (2021). Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing.

36

• Instituut Fysieke Veiligheid. (2010). Landelijk convenant gas en elektriciteit. • Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. (2021). Handboek Crisisbesluitvorming. • Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. (2019). Kennisdocument Buisleidingen. • Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. (2019). Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming. • Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. (2021). https://www.nctv.nl/onderwerpen/vitale-infrastructuur • Programma Nationale Veiligheid. (2006). Nationale risicobeoordeling (NRB). • Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. (2019). Bescherm- en Herstelplan Gas. • TenneT en GTS. (sd). Black-out. Mitigerende maatregelen - Aardgasvoorziening. • TenneT. (2020). Automatische verbruiksontkoppeling bij lage frequentie. • VitAp. (2018). Rapportage analyseresultaten intersectorale afhankelijkheden (R1C.3). • VitAp. (2019). Resultaten self-assessment intersectorale afhankelijkheden. • Wet veiligheidsregio’s (Wvr).

Nationaal Crisplan Gas | Openbaar

Bijlage 5

Afkortingen AZ BZK CoPI DAT DBT DCT DCC DEF DOCB EZK GTS G-gas H-gas HNCC IAO ICCb IenW IT JenV L-gas

Ministerie van Algemene Zaken Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Commando plaats incident Departementaal adviesteam Departementaal crisiscentrum Departementaal communicatieteam Departementaal Crisis Centrum Defensie Directeurenoverleg Crisisbeheersing Ministerie van Economische Zaken en Klimaat Gasunie Transport Services Groningengas hoogcalorisch gas Hoofd Nationaal Crisiscentrum Interdepartementaal Afstemmingsoverleg Interdepartementale Commissie Crisisbeheersing Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Informatieteam Ministerie van Justitie en Veiligheid Laagcalorisch gas

LOCC MEZK MJenV MCCb MKE MT NCC NCP NCP-E NCP-G NCTV NHC NKC NNO's RNB ROT VR VWS Wvr

Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum Minister van Economische Zaken en Klimaat Minister van Justitie en Veiligheid Ministeriële Commissie Crisisbeheersing Minister voor Klimaat en Energie Managementteam Nationaal Crisiscentrum Nationaal Crisisplan Nationaal Crisisplan Elektriciteit Nationaal Crisisplan Gas Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming Nationaal Kernteam Crisiscommunicatie Neighbouring Network Operators Regionaal Netbeheerder Regionaal Operationeel team Veiligheidsregio Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Wet veiligheidsregio's

37

Uitgave Ministerie van Economische Zaken en Klimaat Postbus 20401, 2500 EK Den Haag Bezuidenhoutseweg 73, 2594 AC Den Haag 070 379 8911 Meer informatie www.rijksoverheid.nl/ezk @MinisterieEZK Februari 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11966759/1