GL - Nationaal Crisisplan Gas bijlage 1
Tekst van het document
Nationaal Crisisplan Gas Openbaar
Nationaal Crisplan Gas | Openbaar
Inhoudsopgave Voorwoord5 1. Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8 1.9
Doel Doelgroepen Afbakening Kenmerken Relatie met andere crisisplannen Leeswijzer Algemene bepalingen Opleiden, trainen en oefenen Beheercyclus
2. Belangrijkste betrokken actoren 2.1 Inleiding 2.2 Overzicht crisisstructuur gasketen en generieke crisisstructuur 2.3 Actoren in de functionele keten Gas en hun rol 2.4 Actoren in de generieke crisisbeheersing 2.5 Relatie nationale crisisbeheersing en regionale crisisbeheersing 2.6 Internationale samenwerking
3. Kritische crisisprocessen 3.1 Centrale actoren per processtap 3.2 Melding en alarmering 3.3 Op- en afschaling 3.4 Leiding en coördinatie 3.5 Informatiemanagement
4. Belangrijke dilemma’s en aandachtspunten 4.1 Technische (on)mogelijkheden 4.2 Dilemma’s 4.3 Aandachtspunten
7 7 7 8 8 8 9 9 9 9
11 11 11 12 14 16 17
19 19 20 21 21 21
27 27 27 29
Bijlagen31 Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
Maatregelenladder32 Verwevenheid aardgas- en elektriciteitsvoorziening 33 Wet- en regelgeving 35 Relevante bronnen 36 Afkortingen37
3
Nationaal Crisplan Gas | Openbaar
Toegestane verspreiding TLP: WHITE (Traffic Light Protocol) Dit document heeft het label TLP: WHITE. Het NCTV gebruikt het Traffic Ligth Protocol (TLP) om eenduidig te definiëren wat er met informatie mag gebeuren. Wanneer informatie is voorzien van een TLP-aanduiding weet u met wie u deze informatie mag delen. Dit staat beschreven in de standaard van First (www.first.org/tlp). Ontvangers mogen de informatie uit deze handreiking delen binnen en buiten hun organisatie, daarnaast mag informatie publiek gemaakt worden. 4
Nationaal Crisplan Gas | Openbaar
Voorwoord Onze moderne maatschappij vraagt veel van ons energienetwerk. Waar we midden in een overbruggingsperiode zitten, en langzaam meer hernieuwbare bronnen zoals zon en wind implementeren, maken veel huishoudens, bedrijven en industrieën nog gebruik van gas en werken wij aan de ontwikkeling van groengas. Met de omschakeling naar nieuwe energiebronnen ontstaan andere risico’s met verhoogde complexiteit. Tot nog toe is er van een landelijke gascrisis met risico voor de leveringszekerheid geen sprake geweest. De gasleveringszekerheid is door nationale bronnen en grote bergingen in het verleden in hoge mate van betrouwbaarheid geborgd. Potentiële bedreigingen op het gebied van leveringszekerheid konden worden opgelost door onder meer het Groningenveld. Nu de levering van het Groningenveld vrijwel is afgebouwd en uiteindelijk definitief dichtgaat, wordt het aanbod van gas grotendeels geïmporteerd uit diverse bronnen. Sinds 2018 is Nederland netto importeur van gas. Gasopslagen, geïmporteerd gas en conversie, zijnde hoogcalorisch gas omzetten naar laagcalorisch gas, gaan een grotere rol spelen.
Daarnaast is er met de ontwikkeling van dit Nationaal Crisisplan Gas veel aandacht besteed aan het in kaart brengen van belangrijke dilemma’s en aandachtspunten waarmee we bij een grootschalig gastekort geconfronteerd kunnen worden. Een scenario waarbij een groot deel van het land wordt geconfronteerd met gastekort raakt immers ieder departement binnen het Rijk, als ook regionale overheden en netbeheerders. Alle partijen hebben afzonderlijk crisisplannen en draaiboeken en die worden in hoofdlijnen samengebracht in het Nationaal Crisisplan Gas. Dit biedt een goed overzicht van de bestaande afspraken op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau.
Een fors tekort waarbij er onvoldoende gas geleverd kan worden kan tot maatschappelijke ontwrichting leiden en vormt daarmee mogelijk ook een dreiging voor de nationale veiligheid. Het beschikbaar hebben van een adequate crisisaanpak is daarom van belang. Het Nationaal Crisisplan Gas biedt daarvoor handvaten en geeft een leidraad voor de vragen: Wat voor risico’s komen er op de maatschappij af? En wat voor effecten heeft dat voor het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en haar partners? Welke keuzes moeten er worden gemaakt? Hoe vangen we de maatschappelijke gevolgen zo goed mogelijk op?
Het is van belang ons gezamenlijk in te spannen om goed voorbereid te zijn en dit Nationaal Crisisplan ook voortdurend te blijven toetsen door middel van oefeningen. De geleerde lessen nemen we mee in de doorontwikkeling van het Nationaal Crisisplan Gas. Dit Nationaal Crisisplan Gas is gerealiseerd in goede samenwerking met publieke en private partners. Daarvoor willen wij hen hartelijk bedanken.
Sandor Gaastra Directeur-Generaal Klimaat en Energie
5
Nationaal Crisplan Gas | Openbaar
1. Inleiding De aardgasvoorziening en -infrastructuur zijn essentieel voor Nederland. In vrijwel alle sectoren wordt aardgas verbruikt, waardoor onze maatschappelijke afhankelijkheid van de gasvoorziening groot is. Huishoudens gebruiken aardgas voor ruimteverwarming en koken. Veel industriële processen worden door aardgas ondersteund en ook de glastuinbouw maakt gebruik van aardgas. Voor de productie, het transport en distributie van aardgas maakt de gasinfrastructuur in ons land deel uit van een internationaal verbonden netwerk. Uitval van gas kan daardoor grote gevolgen hebben voor de samenleving. Door de verminderde binnenlandse winning van aardgas (uitfasering van het Groningengas) wordt de afhankelijkheid van de Nederlandse samenleving en economie van de import van aardgas groter. Een groot deel van het geïmporteerde aardgas is niet direct geschikt voor alle Nederlandse eindgebruikers en alleen geschikt voor industriële toepassingen zoals aardgasgestookte elektriciteitscentrales. Hierdoor zijn additionele installaties benodigd om een deel van het geïmporteerde gas om te zetten naar de gassamenstelling waarop huishoudelijke installaties zoals cv-ketels en gasfornuizen zijn ontworpen, namelijk de kwaliteit van het Groningengas.1 Daarmee is de kwetsbaarheid van de gasvoorziening toegenomen.
Evenals het belang van inzicht in de afspraken en mogelijke dilemma’s als gevolg van gasschaarste.
1.1 Doel Het Nationaal Crisisplan Gas (NCP-G) geeft op hoofdlijnen inzicht in en een overzicht van de bestaande afspraken op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau, gericht op de beheersing van (dreigende) crisis als gevolg van een tekort van aardgas met aanzienlijke maatschappelijke gevolgen. Het plan is een leidraad en beschrijft op hoofdlijnen de crisisaanpak op rijksniveau, de samenwerking en aansluiting met betrokken publieke en private partners en netwerken op internationaal en regionaal niveau. Het plan is daarmee een uitwerking van de generieke aanpak van crises door het Rijk zoals beschreven in het Instellingsbesluit Ministeriële Commissie Crisisbeheersing en het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming.
Het NCP-Gas is een kaderstellend en overkoepelend plan voor de individuele, meer operationeel uitgewerkte plannen en draaiboeken van de betrokken actoren en organisaties. Het NCP-Gas vervangt niet de bestaande plannen van individuele organisaties en ook niet de bestaande afspraken tussen organisaties. Deze plannen en draaiboeken moeten wel in overeenstemming zijn met het NCP-Gas. Het plan bevat handvatten om in een dreigende of daadwerkelijke crisis, of bij de voorbereiding daarop, de volgende drie hoofdvragen te beantwoorden: 1. Wat zijn de belangrijkste mogelijke (in)directe gevolgen en effecten? 2. Welke mitigerende maatregelen zijn nodig om de gevolgen en effecten te voorkomen of te beheersen? 3. Welke partijen zijn betrokken c.q. nodig voor een adequate aanpak?
1.2 Doelgroepen Doelgroepen van dit plan zijn de crisisorganisaties op nationaal niveau, regionaal niveau en van vitale partners die een rol hebben bij de beheersing van gasschaarste met aanzienlijke maatschappelijke gevolgen. Dat betreft medewerkers, leidinggevenden en bestuurders van alle actoren en organisaties die binnen de nationale crisisorganisatie een rol kunnen hebben. Dit zijn onder andere ministeries en organisaties bij de Rijksoverheid die betrokken kunnen zijn bij een crisis in
Het buitenlandse aardgas bevat een hoger methaangehalte dan het aardgas dat in de Nederlandse aardgasvelden wordt gewonnen. Om het geïmporteerde aardgas bruikbaar te maken in huishoudens wordt dit bijna pure methaangas in een 70-30-verhouding verdund met stikstofgas.
1
7
Nationaal Crisplan Gas | Openbaar
het gasdomein. Daarnaast is het ook bedoeld als houvast voor andere organisaties om hun voorbereiding en planvorming op het NCP-Gas af te stemmen en daarmee in overeenstemming te brengen, zoals veiligheidsregio’s, politie, netbeheerders en andere ambtelijke en private partners.
1.3 Afbakening Dit NCP richt zich op (dreigende) langdurige vermindering of uitval van de levering van aardgas in Nederland, alsmede op de keteneffecten die hierdoor worden veroorzaakt. Van een gasschaarste is sprake als er een fysiek tekort aan aardgas optreedt die tot aanzienlijke maatschappelijke schade leidt. De oorzaak van deze crisis kan divers van aard zijn. Het gaat hier om een noodsituatie in de zin van de EU-verordening 2017/1938 betreffende maatregelen tot veiligheidstelling van de gasleveringszekerheid. Het NCP geeft inzicht in de directe (keten)effecten. Dit betreft zowel effecten die direct optreden als gevolg van de gasschaarste, als de keteneffecten die vertraagd optreden in andere vitale processen, en de maatschappelijke effecten in bredere zin. Dit plan is bedoeld voor beleidsmatig gebruik en bevat daarom geen gedetailleerde operationele uitwerkingen van procedures. Dit plan is van toepassing op gascrises, waarbij de nationale veiligheid in het geding is of kan zijn, of die anderszins een grote maatschappelijke impact (kunnen) hebben. Het vormt de basis voor de beheersing van de maatschappelijke gevolgen die optreden bij een gasschaarste. De gevolgen van gasschaarste kunnen doordringen in alle lagen van de samenleving. Dit plan richt zich dan ook op een brede aanpak om maatschappelijke ontwrichting te voorkomen of te beperken.
Het NCP is een aanvulling op het Bescherm- en Herstelplan Gas, zoals opgesteld door het Ministerie van EZK, dat de maatregelen bevat die de minister voor KE kan nemen bij een (dreigend) tekort aan gas. Het NCP beschrijft de regionale en nationale crisisstructuur en richt zich daarmee op het beheersen van de brede maatschappelijke gevolgen van een verminderde of stokkende levering van aardgas.
1.4 Kenmerken Crises in het aardgasdomein verschillen in een aantal opzichten van andere crisistypes. Een aantal kenmerkende aspecten zijn: • aardgasschaarste kan een grote impact hebben op de maatschappij, vitale processen en andere crisisdomeinen aangezien aardgas een belangrijke rol vervult in de Nederlandse energievoorziening. Beslissingen die ingrijpen in de gaslevering, kunnen vergaande keteneffecten met zich mee brengen en zijn daarmee per definitie complex • het Nederlandse gasnet heeft een buffervoorraad. In het geval van een acuut optredende verstoring in de winning en/of import van aardgas zijn soms geen tot slechts enkele uren beschikbaar voor het nemen van beslissingen en acties met als doel de gevolgen zoveel mogelijk te beperken en de gaslevering aan beschermde afnemers zo lang mogelijk in stand te houden – zoals beschreven in het Bescherm- en Herstelplan Gas 8
• indien (een deel van) het gasnet beschadigd raakt en de druk in de leiding sterk afneemt, zal het effect van deze beschadiging direct voor eindgebruikers merkbaar zijn (verminderd functioneren of uitval van apparatuur). De in punt 2 genoemde reactietijd is er dan niet • in geval van een voorziene verstoring (bijvoorbeeld als gevolg van (geo)politieke invloeden) is er meer tijd voor het nemen van een beslissing, maar geldt onverkort dat deze ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor de verschillende groepen afnemers, aangrenzende netwerken, producenten, en voor de andere energiesectoren (elektriciteitslevering en dieseldistributie) • inschatting van de hersteltijd door de netbeheerder is lastig, waardoor het moeilijk is om de omvang van de keteneffecten in te schatten en te voorspellen; de impact is mede afhankelijk van de duur van de verstoring • niet uit te sluiten valt dat de effecten van gasschaarste lang na-ijlen. Dit doet zich met name voor als het internationale, nationale of regionale gasnet als gevolg van de gasschaarste beschadigd is geraakt en hersteld of gecontroleerd moet worden, voordat de gaslevering hervat kan worden • in geval van een langdurige gasschaarste kunnen de crisis organisaties zelf ook geraakt worden in hun functioneren. Op korte termijn kan verwarming van gebouwen een probleem zijn.
Een beperkte beschikbaarheid van aardgas kan hierbij onder andere ook de elektriciteitsvoorziening en dieseldistributie raken, en daarmee de responscapaciteit beperken, zoals interne en externe communicatie (waaronder telefonie en bereikbaarheid van hulpdiensten) • bij een crisis in de aardgasvoorziening zullen vroeg of laat keteneffecten ontstaan, waardoor in steeds meer domeinen crisis ontstaat, wat uiteindelijk kan leiden tot maatschappelijke ontwrichting (cascade-effect) • bij het uitvallen van de aardgaslevering kunnen huishoudelijke en bedrijfsinstallaties aan blijven staan. Om gasexplosies en gasbranden te voorkomen dienen deze installaties huis-aan-huis en bedrijf-aan-bedrijf door inspecteurs te worden gecontroleerd en worden afgeschakeld, voordat de aardgaslevering in een bepaald gebied veilig kan worden hervat • de gevolgen van gasschaarste kunnen doordringen in alle lagen van de samenleving. Dit plan richt zich dan ook op een brede aanpak van de maatschappelijke gevolgen en effecten.
1.5 Relatie met andere crisisplannen Het NCP-Gas is ingebed in de systematiek van de nationale crisisbesluitvorming. Het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming is het beleidskader en richtsnoer voor alle planvorming van en voorbereiding door de rijksoverheid en crisispartners op specifieke crises. Op basis van dit handboek worden specifieke afspraken vastgelegd in specifieke crisisplannen. Het Nationaal Crisisplan Gas is dat op het gebied van gasschaarste. Het NCP-Gas richt zich op het voorkomen en beperken van de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van een gascrises en de keteneffecten. Het Ministerie van EZK heeft, in samenwerking met
Nationaal Crisplan Gas | Openbaar
de partners het Bescherm- en Herstelplan Gas opgesteld. Dit bevat de maatregelen die de minister voor KE kan nemen in geval van een (dreigende) gasschaarste.
1.7 Algemene bepalingen
Het Bescherm- en Herstelplan Gas is leidend in de operationele en bestuurlijke aanpak van de crisis voor zover het de aanpak van de gasschaarste door de energiesector betreft; het NCP-G is leidend voor zover het de aanpak van de maatschappelijke consequenties rondom de gasschaarste betreft. Het NCP-G heeft daarmee een bredere scope dan het Bescherm- en Herstelplan Gas.
Het Directeurenoverleg Crisisbeheersing (DOCB) is ambtelijk opdrachtgever van het NCP-Gas. Het NCP-Gas is opgesteld door een projectgroep met vertegenwoordigers van de Ministeries van EZK, Defensie, IenW en JenV, politie, veiligheidsregio’s en netbeheerders. Het NCP-G is vastgesteld door het Directeurenoverleg Crisisbeheersing (DOCB), en daaraanvolgend in de Ministeriële Commissie Economie en Veiligheid van 4 november 2021 en de Ministerraad van 10 december 2021.
De effecten van een grootschalige gasschaarste kunnen zodanig omvangrijk zijn dat veel sectoren in de samenleving worden geraakt. Zo kan grootschalige gasschaarste ook gevolgen hebben voor de elektriciteitsvoorziening. Een domein waar ook een nationaal crisisplan voor is opgesteld. Zo bevat het Nationaal Crisisplan Elektriciteit een uitwerking van de effecten, maatregelen, sleutelbesluiten en dilemma’s die aan de orde kunnen zijn op dit domein. De nationale crisisplannen hangen met elkaar samen en bevatten geen onderlinge hiërarchie. Wanneer de primaire oorzaak van een crisis ligt binnen het gasdomein, is het NCP-G het document om te raadplegen. Voor de effecten van deze gasschaarste in andere domeinen kunnen de betreffende crisisplannen worden geraadpleegd. Andersom geldt dat wanneer er een elektriciteitsincident plaatsvindt met gevolgen voor het gasdomein er voor informatie over de oorzaak en het bijbehorende handelingsperspectief naar het NCP-E moet worden gekeken. Voor meer duiding over de effecten in het gasdomein van dit elektriciteitsincident kan het NCP-G erop worden nageslagen. De operationele en bestuurlijke aanpak van de veiligheidsregio’s dient in lijn te worden gebracht met dit NCP-G en verder uitgewerkt in regionale crisisplannen en incidentbestrijdingskaarten.
1.6 Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat een grafische weergave van de crisisstructuur die in werking treedt bij (dreigende) aardgasschaarste en de verschillende partijen die betrokken zijn. Hoofdstuk 3 beschrijft de kritische crisisprocessen en een overzicht van de per processtap betrokken actoren. Hoofdstuk 4 gaat in op de belangrijkste dilemma’s en aandachtspunten bij aardgasschaarste. Verder zijn de volgende bijlagen opgenomen: • Maatregelenladder. • Verwevenheid aardgas en elektriciteitsvoorziening. • Meest relevante wet- en regelgeving. • Relevante bronnen en literatuur. • Afkortingen.
Dit is de openbare versie van het NCP-Gas. Enkele bijlagen zijn niet openbaar in verband met de nationale veiligheid.
1.8 Opleiden, trainen en oefenen Het NCP-Gas kan worden gebruikt als basis voor de opleiden-, trainen- en oefenen-cyclus. Opleidingen, trainingen en oefeningen rondom het NCP-Gas zijn nodig om de kennis en ervaring van de betrokken partijen en professionals met betrekking tot de beheersing van gascrises actueel te houden. Hierbij dient met name aandacht besteed te worden aan de raakvlakken van de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van betrokken actoren, de dilemma’s die hier uit voortkomen en hoe hier in de praktijk mee omgegaan kan worden. Actoren hebben zelf een verantwoordelijkheid in de zorg voor een adequate preparatie. Ten behoeve van een vlotte leiding en coördinatie tijdens een crisis dienen regelmatig activiteiten gericht op opleiden, trainen en oefenen van gasschaarste plaats te vinden waarbij expliciet aandacht wordt besteed aan de samenwerking tussen de verschillende betrokken organisaties en het in kaart brengen van en beperken van keteneffecten wordt beoefend.
1.9 Beheercyclus Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) zijn eigenaar van en verantwoordelijk voor beheer en actualisatie van het NCP-Gas. Het Ministerie van EZK beziet jaarlijks in overleg met de NCTV en de betrokken actoren en organisaties of actualisering van het NCP-Gas nodig is. Vanwege de verschuivingen in de energieproductie en dreigingsbeeld worden hierbij uitdrukkelijk ook keteneffecten buiten het aardgasdomein in ogenschouw genomen. Bij de actualisering van het NCP dient expliciet aandacht te zijn voor het opnemen van lessons learned uit ervaringen met crisisbeheersing en de voorbereiding daarop.
9
Nationaal Crisplan Gas | Openbaar
2. Belangrijkste betrokken actoren 2.1 Inleiding Dit hoofdstuk geeft inzicht in de crisisstructuur die in werking treedt bij een (dreigende) impactvolle vermindering van de beschikbaarheid van aardgas in Nederland en in de verschillende actoren die betrokken zijn bij het beperken van de impact van deze uitval. Het betreft zowel de actoren in het aardgasdomein als in de generieke crisisbeheersingsketen. Daarnaast gaat het hoofdstuk in op de rollen van de centrale actoren tijdens een crisis in de aardgasvoorziening.
2.2 Overzicht crisisstructuur gasketen en generieke crisisstructuur Bij gasschaarste zijn de landelijke en regionale netbeheerders aan zet om de crisis te beheersen. De landelijk netbeheerder Gas Transport Services (GTS) doet dit in samenwerking met regionale netbeheerders en eventueel samen met aangrenzende netbeheerders in buurlanden en actoren in de markt zoals shippers (aardgastransportbedrijven) en producenten van gas. Afstemming op regionaal niveau vindt plaats tussen regionale netbeheerders
Figuur 1. Overzicht van betrokken actoren en generieke crisisstructuur Departementale crisisstructuur Ministerie van EZK
Nationale crisisstructuur
Minister
MCCb Ministeriële Commissie Crisisbeheersing
DBT Departementaal Beleidsteam
ICCB Interdepartementale Commissie Crisisbeheersing IAO Interdepartementaal Afstemmingsoverleg
DCC-EZK Departementaal Crisiscentrum
DAT Departementaal Adviesteam
DCT Departementaal Communicatieteam
Partners in de gassector Aangrenzende netbeheerders (NNO’s) in buurlanden
Landelijke netbeheerder GTS (crisisorganisatie)
Shippers en producenten van gas
Regionale netbeheerders
IT Informatieteam
NCC Nationaal Crisiscentrum
LOCC Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum
NKC National Kernteam Crisiscommunicatie
Veiligheidsregio’s
Departementale crisisstructuren andere ministeries
(R)BT
Departementaal Crisiscentrum (DCC)
ROT CoPl
Departementale crisisteams
Overige vitale crisispartners 11
Nationaal Crisplan Gas | Openbaar
en de veiligheidsregio’s. Indien de bron van de crisis een fysieke calamiteit in het landelijk gastransport is binnen het gebied van een veiligheidsregio is, kan ook afstemming tussen GTS en de betreffende veiligheidsregio plaatsvinden. Op landelijk niveau heeft de landelijk netbeheerder contact met de crisisstructuur van het Ministerie van EZK en met het Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum (LOCC). In de hiernavolgende paragrafen staat een uitgebreidere beschrijving van de betrokken organisaties en hun onderlinge verhoudingen tijdens gasschaarste. Omdat een crisis in het aardgasdomein gemakkelijk leidt tot een cascade-effect in andere sectoren (zoals woonveiligheid, zorg, industriële productie en tuinbouw) is crisisbestrijding in het aardgasdomein alleen onvoldoende. Om deze cascade-effecten zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te beperken dienen parallel aan de interventies in de aardgassector ook in andere domeinen crisisbeheersingsmaatregelen genomen te worden. Tussen deze activiteiten zal coördinatie en informatiemanagement plaats moeten vinden, conform de in Nederland ingerichte crisisbeheersingsstructuren. De verhoudingen tussen de verschillende betrokken actoren zijn in figuur 1 weergegeven. Hierin staat de functionele keten van gas aan de linkerzijde van de figuur en de generieke crisisstructuur aan de rechterzijde van de figuur.
De blokken met een doorgetrokken omkadering zijn teams of organisaties die zowel in als buiten een crisis actief zijn. Blokken met een stippellijn kunnen bij een crisis geactiveerd worden. De stippellijnen tussen de verschillende blokken geven aan welke contacten gelegd worden. In de volgende paragrafen wordt een korte toelichting gegeven op de rollen van de betrokken actoren. We maken daarbij onderscheid tussen actoren in de functionele keten en actoren in de algemene keten. De algemene keten richt zich op openbare orde en veiligheid. Er zijn meerdere functionele ketens, waarbinnen het gaat om één specifiek beleidsterrein. In dit geval gaat het om de functionele keten Gas.
2.3 Actoren in de functionele keten Gas en hun rol Actoren in de functionele keten zijn de landelijke netbeheerder (LNB) voor gas, regionale netbeheerders (RNB’s) en het Ministerie van EZK. Het beheer van het gastransportnet is in handen van de LNB voor gas (GTS) en de RNB’s.
2.3.1 Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) Verantwoordelijkheden en bevoegdheden De minister voor KE is politiek en beleidsmatig verantwoordelijk voor de leveringszekerheid van gas. De minister voor KE stelt kaders, waarbinnen de netbeheerders hun wettelijke taken uitvoeren. De minister voor KE is aangewezen als de bevoegde instantie, zoals bedoeld in de EU-verordening 2017/1938. Daarmee is de minister voor KE verantwoordelijk voor de afkondiging van de crisisniveaus als bedoeld in artikel 11 van de EU-verordening 12
2017/1938. Bij (dreigende) problemen in de gaslevering brengt de minister voor KE (via het DCC-EZK) het Nationaal Crisiscentrum (NCC) op de hoogte. Ook meldt EZK dit onverwijld aan de Europese Commissie en de overige lidstaten. In het Bescherm- en Herstelplan Gas staat beschreven wanneer de minister voor KE een melding aan het Directoraat-Generaal Energie van de Europese Commissie doet van vroegtijdige waarschuwing, alarmering of noodsituatie in de zin van deze EU-verordening. De minister voor KE zal met wettelijke bevoegdheden sturing geven aan de landelijk netbeheerder (GTS), bijvoorbeeld door te besluiten tot het nemen van niet-marktgebaseerde maatregelen. Deze maatregelen zijn beschreven in het Bescherm- en Herstelplan Gas (2019), en kort samengevat in Bijlage 1 van dit document. Ook kan de minister van EZK sturing geven op grond van zijn noodbevoegdheden. Inzet van noodbevoegdheden In geval van buitengewone omstandigheden heeft de minister van EZK op grond van de Distributiewet de bevoegdheid om verdelingsmaatregelen treffen. Een strak omschreven kader dat bepaalt wanneer sprake is van buitengewone omstandigheden bestaat niet; er zal naar de omstandigheden van het moment gehandeld moeten worden. Om deze bevoegdheid te activeren is een Koninklijk Besluit op voordracht van de minister-president nodig. Zie ook de overwegingen hiertoe in paragraaf 4.2.4.
Departementale crisisstructuur Ministerie van EZK De minister van EZK wordt ondersteund door de departementale crisisstructuur van het Ministerie van EZK. Deze structuur wordt ondersteund door het Departementaal Crisis Centrum (DCC-EZK) en bestaat uit een Departementaal Beleidsteam (DBT), een Departementaal Adviesteam (DAT) en een Departementaal Communicatieteam (DCT). Een uitvoerigere toelichting is beschreven in het Departementaal Handboek Crisisbesluitvorming EZK (2021). Aan de crisisteams van het Ministerie van EZK kunnen bij een gascrisis behalve de gebruikelijke leden ook liaisons van landelijk netbeheerder GTS deelnemen. De directeur van GTS is vertegenwoordigd in het DBT, het MT van GTS is vertegenwoordigd in het DAT. Op initiatief van de voorzitters van de crisisteams (respectievelijk DBT, DAT, DCT) kunnen ook liaisons van regionale netbeheerders worden uitgenodigd. Crisismanager Gas en Elektriciteit (CGE) EU-verordening 2017/1938 heeft als doel de gasleveringszekerheid veilig te stellen door de werking van de interne markt voor aardgas te waarborgen en door toe te staan dat niet-marktgebaseerde maatregelen worden genomen wanneer de markt niet meer in staat is de balans te houden.
De verordening schrijft voor dat elke lidstaat een crisismanager aanwijst die in het geval van een gasschaarste de aanpak binnen en namens de lidstaat coördineert en in voorkomende gevallen participeert in de crisismanagementgroep van de Europese Unie. De Europese Commissie kan deze crisismanagementgroep bijeenbrengen,
Nationaal Crisplan Gas | Openbaar
bestaande uit de crisismanagers van de lidstaten die betrokken zijn bij de noodsituatie. In overleg met de crisismanagers kan de Commissie nadere relevante belanghebbenden uitnodigen om deel te nemen. De rol van CGE wordt voor Nederland ingevuld door de DirecteurGeneraal Klimaat en Energie (DG K&E) van het Ministerie van EZK. Deze bereidt als voorzitter van het Departementaal Beleidsteam (DBT) van het Ministerie van EZK de (strategische) besluiten voor over de aanpak van een gasschaarste, voor zover deze besluiten vallen onder de verantwoordelijkheid van de minister voor KE. Vanwege de nauwe verwevenheid tussen gas en elektriciteit kiest Nederland ervoor om deze rol te combineren met de coördinatierol voor elektriciteit 2.
2.3.2 Landelijk netbeheerder Gasunie Transport Services (GTS) Gasunie Transport Services (GTS) is aangewezen als netbeheerder van het landelijke gastransportnet. GTS is verantwoordelijk voor het beheer, de werking en de ontwikkeling van het landelijk aardgastransportnet in Nederland. Bij gasschaarste treft GTS zo nodig en waar mogelijk eigen herstel maatregelen. GTS heeft hiervoor een eigen calamiteitenplan, dat op grond van artikel 51 van de Gaswet iedere vijf jaar ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de minister voor KE. GTS heeft een crisisorganisatie met een strategisch, tactisch en operationeel crisisteam. Indien er aanwijzingen zijn dat een aanzienlijke verslechtering van de gaslevering zou kunnen optreden, of indien die aanzienlijke verslechtering zich voordoet, neemt GTS verplicht contact op met het Ministerie van EZK 3. Als er een aanzienlijke verslechtering van de gaslevering optreedt en marktgebaseerde maatregelen niet volstaan om het gastekort op te vangen, houdt GTS nauw contact met het Ministerie van EZK.
Marktgebaseerde en niet-marktgebaseerde maatregelen Marktgebaseerde maatregelen gaan uit van de gebruikelijke marktmechanismen op de gasmarkt. Marktpartijen, waaronder GTS, kunnen zelf beslissen om deze maatregelen te nemen en kunnen deze maatregelen ook zelf uitvoeren. Voorbeelden zijn: • inzet van eigen of gecontracteerde middelen van GTS • vrijblijvend verzoek aan Neighbouring Network Operators (NNO’s) om vrijwillig extra gas te leveren of minder gas uit Nederland af te nemen • vrijblijvend verzoek aan programmaverantwoordelijken om vrijwillig meer gas in te voeden • instructies betreffende installaties voor de opslag van gas of LNG en op binnenlandse entrypunten van het landelijk gastransportnet • instructies betreffende installaties voor de opslag van gas of LNG en op binnenlandse entrypunten van het landelijk gastransportnet. Niet-marktgebaseerde maatregelen zijn maatregelen die uitsluitend gebaseerd zijn op besluiten van de minister voor KE. Deze maatregelen hebben invloed op de markt. Niet-marktgeba seerde maatregelen worden uitsluitend genomen als er sprake is van een noodsituatie in de zin van de EU-verordening omdat dan marktmechanismen alleen de leveringszekerheid niet langer kunnen waarborgen. Zie Bijlage 1.
2.3.3 Regionale netbeheerders (RNB’s) De regionale netbeheerders (RNB’s) zijn Rendo, Coteq, Liander, Enexis, Stedin, Enduris en Westland Infra.4 Deze RNB’s zijn verantwoordelijk voor het distribueren van gas in een geografisch gebied, voor het daar in stand houden van hun net-infrastructuur en voor de afschakel- en herstelplannen, inclusief communicatie hierover in dit gebied. Op grond van artikel 51 van de Gaswet moeten ook de RNB’s iedere vijf jaar een calamiteitenplan ter goedkeuring voorleggen aan de minister voor KE. RNB’s treffen zo nodig eigen herstelmaatregelen bij onderbreking van de levering. Naast de reguliere taken en verantwoordelijkheden dienen alle netbeheerders samen te werken om de gasvoorziening in buitengewone omstandigheden te waarborgen. De volgende figuur geeft een overzicht van de regionale netbeheerders met een indicatie van hun verzorgingsgebieden ten aanzien van gas.
Nederland moet voor de elektriciteitsvoorziening een 'crisiscoördinator' aanwijzen als contactpersoon voor de EU en om de informatievoorziening tijdens een elektriciteitscrisis te coördineren. Dit op basis van de EU Verordening 2019/941 betreffende risicoparaatheid in de elektriciteitssector.
2
3
Bescherm- en Herstelplan Gas Ministerie EZK (2019).
4
Stand van zaken in 2021. 13
Nationaal Crisplan Gas | Openbaar
Figuur 2. Overzicht van regionale netbeheerders gas
Coteq Netbeheer Enduris Enexis Netbeheer Liander Rendo Netbeheer Stedin Westland Infra Netbeheer
2.3.4 Marktpartijen (waaronder producenten van gas) Op de gasmarkt zijn meerdere actoren actief, zoals leveranciers, shippers van gas, operators van bergingen en producenten van gas. Producenten van gas en operators van bergingen hebben als primaire taak om gas in het hoofdtransportnet te voeden. Zij dragen ertoe bij dat de ingangsdruk van het gasnet op niveau blijft en dienen op verzoek of aanwijzing van GTS marktgebaseerde maatregelen uitvoeren zoals beschreven in de maatregelenladder in het Bescherm- en Herstelplan Gas zie Bijlage 1.
2.4 Actoren in de generieke crisisbeheersing Actoren in de algemene keten van crisisbeheersing zijn de EU, de veiligheidsregio’s op regionaal niveau, het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) en de nationale crisisstructuur. Zij houden zich bezig met cascade-effecten.
2.4.1 Nationale crisisstructuur Een crisis in de gasvoorziening zal in veel gevallen meerdere domeinen in de samenleving raken, en daardoor de betrokkenheid van meerdere departementen vragen. Daarom zal het DCC-EZK bij een (dreigende) gasschaarste standaard meteen het Nationaal Crisiscentrum (NCC) informeren. Het NCC besluit in overleg met DCC-EZK of de crisisteams uit de nationale crisisstructuur geactiveerd worden. 14
Hiernavolgend wordt een korte beschrijving van de nationale crisisstructuur gegeven. Voor een uitvoeriger toelichting wordt verwezen naar het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming (2016). • De Ministeriële Commissie Crisisbeheersing (MCCb) is belast met de coördinatie en besluitvorming over het geheel aan maatregelen en voorzieningen met het oog op een samenhangende aanpak van de gasschaarste, van de hierdoor veroorzaakte cascade-effecten en van overige crises. De besluiten van de betrokken ministeries over de aanpak van de gasschaarste worden hier politiek-bestuurlijk afgestemd op de besluiten die andere ministers nemen om de gevolgen van de gasschaarste binnen hun eigen domein zoveel mogelijk te voorkomen en te beperken. De uitvoering van de maatregelen inclusief de toepassing van bevoegdheden geschiedt in overeenstemming met de in de MCCb genomen besluiten. De besluiten van de MCCb vormen het kader voor de uitvoering daarvan door publieke en private partners. • De Interdepartementale Commissie Crisisbeheersing (ICCb) is een coördinerend en besluitvormend orgaan op hoogambtelijk niveau (directeur, DG), onder voorzitterschap van de NCTV. De door de ICCb genomen besluiten worden zo nodig ter goedkeuring voorgelegd aan de MCCb. De ICCb bereidt de besluitvorming van de MCCb voor.
• Het Interdepartementaal Afstemmingsoverleg (IAO) adviseert en ondersteunt de besluitvorming van de ICCb en de MCCb. • Het Nationaal Crisiscentrum (NCC) is het interdepartementaal coördinatiecentrum en knooppunt van en voor de bestuurlijke informatievoorziening en de crisiscommunicatie. Het NCC is de ondersteunende c.q. uitvoerende staf en het facilitair bedrijf ten dienste van de (voorbereiding van de) interdepartementale crisisbesluitvorming, zowel op ambtelijk als op politiekbestuurlijk niveau. Het NCC is het 24/7-informatieknooppunt en contactpunt van het Rijk en staat tijdens crises in het gasdomein met impact op lokale gezagen of veiligheidsregio’s in verbinding met betrokken crisispartners, waaronder het LOCC en NKC (zie hierna), bijvoorbeeld over onderwerpen als informatievoorziening en crisiscommunicatie. • Het Nationaal Kernteam Crisiscommunicatie (NKC) adviseert de ICCb en MCCb over de te volgen rijksbrede communicatie strategie en de communicatieve gevolgen van (voor)genomen besluiten. Het NKC ontwikkelt en coördineert de communicatie van het Rijk en de rijksoverheid en stemt deze waar nodig af met de betrokken andere publieke en private partners. Het NKC staat bij een gasschaarste in nauwe verbinding met het DCT van het Ministerie van EZK.
• Het Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum (LOCC) kan op verzoek de getroffen regio of de opvang voor regio faciliteren en ondersteunen door middel van capaciteitsmanagement (ook wel bijstandscoördinatie) en informatiemanagement. Indien sprake is van schaarste aan capaciteiten formuleert het LOCC het advies aan de MCCb over het verdelen van de schaarse middelen. Bij een grote maatschappelijk impact kan het zijn dat gemeenten of veiligheidsregio’s of ministers maatregelen willen nemen. Het LOCC voert dan in ieder geval de (kern)
Nationaal Crisplan Gas | Openbaar
taken uit (capaciteitsmanagement, informatiemanagement en operationele advisering). Vanuit deze kerntaken verbindt en ondersteunt het LOCC de generieke decentrale operationele crisisbeheersing aan specifieke en/of nationale crisisbeheersing. Daarnaast kan op verzoek van de MCCb de coördinatie van bepaalde operaties of delen van operaties, alsmede de uitvoering van bepaalde operaties of delen van operaties worden neergelegd bij het LOCC. Dit zal overigens altijd gebeuren in nauwe samenwerking met het NCC, de verschillende departementen, veiligheidsregio’s c.q. waterbeheerders. Ook zal gebruik gemaakt worden van de capaciteiten van de verschillende operationele diensten om de daadwerkelijke uitvoering mogelijk te maken. Tot slot kan het LOCC-onderdeel uitmaken van het JenVnafaseteam om haar expertise in te brengen. • Het LOCC Bovenregionaal en Nationaal (LOCC-B/N). Binnen de crisisbeheersing is behoefte aan operationele coördinatie en advisering op rijksniveau en aan een bovenregionaal platform dat voor een collegiale afstemming kan dienen indien er meerdere veiligheidsregio’s bij een incident betrokken zijn. De werknamen van deze platforms zijn respectievelijk LOCC-B (Bovenregionaal) en LOCC-N (Nationaal). Deze platforms worden door het LOCC gefaciliteerd met benodigde capaciteiten, operationeel advies en operationeel plan van aanpak.
Er zijn crises denkbaar waar behoefte is aan een meer bovenregionale afstemming indien twee of meer veiligheidsregio’s bij een incident betrokken zijn. In die gevallen is het mogelijk een LOCC-B te activeren. Het LOCC-B geef advies aan de betrokken regio’s en monitort de regionale effecten van de besluitvorming. Het LOCC-B wordt op verzoek van de (één of meerdere) veiligheidsregio’s geactiveerd. Een LOCC-N wordt op verzoek van de NCTV geactiveerd en geef op rijksniveau een advies over de operationele haalbaarheid van OOV-diensten van een voorgenomen bestuurlijk besluit en monitort de effecten van de uitvoering van het besluit. • Het Informatieteam (IT) wordt vanuit het NCC gefaciliteerd en ondersteunt de nationale crisisstructuur. Het IT stelt een actueel doorlopend landelijk beeld en duiding op van de situatie ten behoeve van de nationale crisisstructuur en besluitvorming. Het IT stelt dit beeld en duiding samen op basis van de gezamenlijke beelden van de betrokken publieke en private partners. Op initiatief van de voorzitters kunnen desgewenst liaisons of gemandateerde vertegenwoordigers vanuit de gaspartners en vanuit andere betrokken domeinen uitgenodigd worden. Hiermee kan een op de situatie toegesneden inrichting en werkwijze van de ondersteuning en advisering van de ICCb en/of MCCb gerealiseerd worden.
2.4.2 Ministerie van Justitie en Veiligheid De minister van Justitie en Veiligheid (JenV) is de coördinerend minister op het gebied van de nationale crisisbeheersing. De minister is politiek verantwoordelijk voor de inrichting, werking en samenhang van het crisisbeheersingsbeleid en -stelsel. Ook heeft de minister, in nauwe samenwerking met de andere
ministers, de regie over het versterken van de nationale veiligheid. Samen met de minister-president is de minister van JenV politiek verantwoordelijk voor het activeren van de MCCb. Bij het Ministerie van JenV zijn onder meer het Nationaal Crisiscentrum (NCC) en het Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum (LOCC) ondergebracht. Het NCC ondersteunt de besluitvorming van de interdepartementale crisisstructuur, onder meer door als informatieknooppunt te fungeren. Het LOCC heeft als taak om tijdens incidenten en crises een efficiënte en samenhangende inzet van mensen, middelen en expertise van de operationele diensten brandweer, politie, GHOR, defensie en gemeenten te bevorderen. Bij gascrises kan de landelijk netbeheerder GTS een liaison naar zowel het NCC als het LOCC afvaardigen. De minister van JenV kan de commissaris van de Koning opdragen een aanwijzing te geven aan de voorzitter veiligheidsregio (art. 42 Wvr, jo. art. 5c ambtsinstructie cdK). Ingeval van buitengewone omstandigheden kan de minister van JenV, op grond van art. 53.2 Wvr, de commissaris van de Koning opdragen aan de burgemeesters in de provincie in een concreet geval de nodige aanwijzingen te geven inzake de rampenbestrijding. Op basis van art.
54 Wvr kan de minister in buitengewone omstandigheden ook de bevoegdheden van de commissaris van de Koning en van de burgemeester geheel of ten dele aan zich trekken dan wel een andere autoriteit daarmee geheel of ten dele belasten. Beide artikelen dienen in werking gesteld te worden bij koninklijk besluit of met het uitroepen van de (gedeeltelijke) noodtoestand. De minister van JenV kan dus indien noodzakelijk interveniëren richting veiligheidsregio’s, ook in de gevolgbestrijding van de veiligheidsregio’s bij gascrisis.
2.4.3 Veiligheidsregio’s De 25 veiligheidsregio’s in Nederland richten zich op de beheersing van de maatschappelijke gevolgen van gasschaarste in de regio. Ze hebben als taak te zorgen voor snelle inzet van hulpverlening, om bij maatschappij-ontwrichtende gevolgen van een gasschaarste de samenleving weer zo snel mogelijk terug te brengen naar een normale situatie en inwoners een goede hulpverlening te bieden. Daarbij gaat het om bevolkingszorg, brandweerzorg, geneeskundige zorg en crisisbeheersing in de zin van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr). Verantwoordelijkheden en bevoegdheden • De burgemeester of voorzitter veiligheidsregio is verantwoordelijk voor de preparatie op en de aanpak van de effecten van gasschaarste op de openbare orde en veiligheid in zijn/haar gemeente of veiligheidsregio. Denk hierbij aan: zorg voor de bevolking en eventuele vordering van materieel. • De burgemeester of voorzitter veiligheidsregio hebben in beginsel geen invloed op het functioneren van de gassector zelf (de continuïteit van de levering): overheidsinterventies in de gassector is gecentraliseerd waarbij de beslissingsbevoegdheid 15
Nationaal Crisplan Gas | Openbaar
voor vraagstukken binnen Nederland belegd zijn bij de minister voor KE en de Europese bevoegdheid bij de Europese Commissie. • In het Besluit Veiligheidsregio’s en de daarop gebaseerde Basisvereisten Crisismanagement is vastgelegd dat de crisis organisatie van de veiligheidsregio 72 uur continu zelfstandig dient te kunnen functioneren. Veiligheidsregio’s maken samen met hun partners een inventarisatie van de mogelijke cascadeeffecten en de vraag om voorzieningen naar aanleiding van de beperkte gaslevering in hun regio.. • Het bestuur van de veiligheidsregio is verantwoordelijk voor de preparatie op crisisbeheersing. De burgemeester of voorzitter veiligheidsregio is verantwoordelijk voor de aanpak van de effecten van een gassschaarste op de openbare orde en veiligheid in zijn/haar gemeente of veiligheidsregio. • De burgemeester of voorzitter veiligheidsregio heeft in beginsel geen invloed op het functioneren van de gassector zelf (de continuïteit van de levering): De minister van Economische Zaken is verantwoordelijk voor leveringszekerheid gas. Een burgemeester kan ten behoeve van openbare orde en veiligheid – indien proportioneel en subsidiair – afwijken van sectorale wetgeving. Hij kan een bevel geven, voorschriften uitvaardigen of de maatregelen vaneen andere partij bijsturen of beperken. Deze bevoegdheden staan beschreven in art. 175 en 176 Gemeentewet en art.
5 en 39 Wet Veiligheidsregio’s.5 Samenwerking gassector, veiligheidsregio’s en politie De samenwerking tussen de 25 veiligheidsregio’s in Nederland en de landelijke en regionale netbeheerders en de Nationale Politie is vastgelegd in convenanten6. De convenanten bevatten specifieke afspraken tussen de veiligheidsregio’s en de netbeheerders met bijbehorende actielijst. Enkele algemene afspraken zoals vastgelegd in de convenanten zijn de volgende: • Veiligheidsregio, politie, regionale en landelijke netbeheerders brengen gezamenlijk de risico’s in de regio gerelateerd aan gas en elektriciteit in kaart. De veiligheidsregio verwerkt deze analyse in het regionale Risicoprofiel. • Liaisons van de regionale netbeheerder(s) of GTS nemen desgevraagd deel aan regionale crisisteams. Dit kan ook anders zijn georganiseerd, bijvoorbeeld dat een liaison van de veiligheidsregio deelneemt aan het crisisteam van de (regionale) netbeheerder. Indien er een fysiek incident is in het net van GTS in een veiligheidsregio’s, is het gewenst dat GTS betrokken is bij het Commando Plaats Incident (CoPI). • De netbeheerders en de politie maken afspraken omtrent de bewaking en beveiliging van in de regio gelegen kwetsbare gasgerelateerde objecten.
• Actoren informeren elkaar over en weer over relevante ontwikkelingen die voor de samenwerking van belang kunnen zijn, daarbij rekening houdend met de mogelijke vertrouwelijkheid van informatie. Ook maken de actoren afspraken over de wijze en standaarden van 5
informatie-uitwisseling. Dit gebeurt met inachtneming van de geheimhoudingsverplichtingen van netbeheerders voor gas voortvloeiende uit de Gaswet. • In het geval van een regiogrensoverschrijdende crisis, waarbij meerdere veiligheidsregio’s betrokken zijn (regio-overstijgend), organiseren de betrokken veiligheidsregio’s, indien gewenst, voor de Netbeheerder(s) één aanspreek- en coördinatiepunt vanuit de verschillende betrokken veiligheidsregio’s. Regionale crisisstructuur Binnen de veiligheidsregio wordt opgeschaald in de GRIPcrisisstructuur. Hierin kunnen de volgende teams actief worden: • Commando Plaats Incident (CoPI), operationeel team. • Regionaal Operationeel Team (ROT), operationeel/tactisch team. • Regionale en/of landelijke netbeheerders. • Gemeentelijk Beleidsteam (GBT) of (Regionaal) Beleidsteam ((R)BT), strategisch team, voorgezeten door de burgemeester van de betreffende gemeente of voorzitter veiligheidsregio.
2.5 Relatie nationale crisisbeheersing en regionale crisisbeheersing De nationale en regionale crisisbeheersing vullen elkaar aan. Iedere actor heeft zijn eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden welke in lijn met elkaar moeten worden ingezet. Grofweg is de verdeling als volgt: • De regionale crisisbeheersing richt zich op het nemen van maatregelen inzake effecten van de gasschaarste. De focus van de veiligheidsregio ligt bij de bestrijding van de gevolgen van de crisis en de hier uit voortkomende maatschappelijke ontwrichting en op het beschermen en voorlichten van burgers en deelnemende organisaties en instellingen. • De nationale crisisbeheersing richt zich op: nationale en interdepartementale beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming. Indien nodig kan worden besloten over prioritering en verdeling bij schaarste, en kunnen aanwijzingen gegeven worden aan de netbeheerder en de voorzitter(s) veiligheidsregio, indien nodig. De informatie-uitwisseling tussen de nationale en regionale crisisbeheersing vindt op bestuurlijk niveau plaats via het NCC, op operationeel niveau middels het LOCC. Het LOCC verzorgt de coördinatie van de operationele inzet tussen de veiligheidsregio’s. Daarnaast nemen vertegenwoordigers van de veiligheidsregio zitting in de verschillende crisisteams van de nationale crisisstructuur.
In het IAO neemt namens de veiligheidsregio’s een commandant of directeur veiligheidsregio zitting, in de ICCb een commandant of directeur veiligheidsregio of een voorzitter veiligheidsregio, in de MCCb worden de veiligheidsregio’s vertegenwoordigd door een voorzitter veiligheidsregio, en/of de voorzitter Veiligheidsberaad.
Zie Bestuurlijke Netwerkkaart14 Elektriciteit en Gas (2018). Als basis dient het Landelijk Model Convenant voor Samenwerkingsafspraken tussen Veiligheidsregio’s, Politie en Netbeheerders van gas en elektriciteit (2010).
6
16
Nationaal Crisplan Gas | Openbaar
2.6 Internationale samenwerking 2.6.1 Aangrenzende netbeheerders (NNO’s) in buurlanden Aangrenzende netbeheerders (ook wel Neighbouring Network Operators, NNO’s), zijn belangrijke actoren in de internationale gaslevering en gasafname. De landelijk netbeheerder stemt af met de aangrenzende netbeheerders en maakt in geval van ernstige tekorten afspraken met de aangrenzende netbeheerders.
2.6.2 Europese Commissie De Europese Commissie heeft een coördinerende/toetsende rol. De Europese Commissie kan optreden indien een lidstaat maatregelen treft voor levering van elektriciteit of gas bij een crisis. Zo kan de Commissie besluiten dat de betrokken lidstaat de maatregelen dient aan te passen of in te trekken, voor zover zij de concurrentie zodanig verstoren en het handelsverkeer dermate ongunstig beïnvloeden, of de maatregelen zodanig verstoren dat dit strijdig is met het gemeenschappelijk belang. Lidstaten van de EU zijn gehouden om onderlinge afspraken over solidariteit te maken voor het geval dat er problemen in de gaslevering ontstaan. Hierdoor wordt de werking van de EU-interne gasmarkt zo lang mogelijk in stand gehouden en kunnen maatregelen genomen worden voor veiligstelling van de gaslevering aan beschermde afnemers. Het algemene mechanisme voor bijstand bij rampen (via het Emergency Response Coordination Centre (ERCC)) kan indien nodig worden benut.7
7
Zie de Bestuurlijke Netwerkkaart rampenbestrijding algemeen & handhaving openbare orde. 17
Nationaal Crisplan Gas | Openbaar
3. Kritische crisisprocessen Bij de beheersing van gasschaarste kunnen verschillende kritische crisisprocessen worden onderscheiden. Dit hoofdstuk geeft eerst per processtap in de crisisbeheersing een overzicht van de betrokken actoren. Vervolgens worden de verschillende processen toegelicht. Dit betreft melding en alarmering, op- en afschaling, leiding en coördinatie en informatiemanagement. 3.1 Centrale actoren per processtap Bronbestrijding en gevolgbestrijding zijn de inhoudelijke stappen die bij de beheersing van iedere crisis gezet moeten worden. De volgende actoren zijn daarbij betrokken in geval van een gasschaarste.
Processtap
Betrokken actor
Bronbestrijding
Landelijk netbeheerder GTS
Het voorgaande overzicht is niet limitatief – ook actoren zoals producenten, leveranciers, aannemers, netwerkbeheerders in buurlanden en internationale samenwerkingsverbanden kunnen betrokken zijn bij de bron- en gevolgbestrijding. De volgende tabel schetst de procesmatige stappen in de crisisbeheersing, ofwel de kritische crisisprocessen, met een overzicht van de in ieder geval betrokken actoren.
Regionale netbeheerders Gevolgbestrijding
Ministerie van EZK Overige betrokken ministeries Betrokken veiligheidsregio’s
19
Nationaal Crisplan Gas | Openbaar
Schets van de procesmatige stappen in de crisisbeheersing Kritische crisisprocessen Betrokken actor Melding8 en alarmering
• Landelijk netbeheerder GTS meldt aan Ministerie van EZK • Landelijke netbeheerder GTS of regionale netbeheerder meldt aan veiligheidsregio, via meldkamer • Landelijk netbeheerder GTS meldt aan regionale netbeheerder • Ministerie van EZK meldt aan NCC • Ministerie van EZK meldt aan Europese Commissie
Op- en afschaling
• Iedere betrokken actor kan zelfstandig opschalen • Opschaling naar nationale crisisstructuur gebeurt door het NCC in afstemming met het Ministerie van EZK
Leiding en coördinatie
• Landelijk netbeheerder GTS bij marktgebaseerde maatregelen • Minister voor KE bij besluiten die buiten de verantwoordelijkheid van GTS liggen (niet-marktgebaseerde maatregelen) • Ministers bij besluiten die betrekking hebben op hun eigen domein • Ministeriële Commissie Crisisbeheersing bij besluiten die de verantwoordelijkheid van meerdere departementen raakt • Voorziter veiligheidsregio’s bij besluiten die betrekking hebben op regionale efecten van een gasschaarste • (Regionale) netbeheerder kan bij grootschalige en langdurige schaarste coördinerend optreden. De netbeheerder doet dit op basis van de prioriteiten die zijn vastgesteld door het openbaar bestuur.9
Informatiemanagement
• Landelijk netbeheerder GTS (technische informatie aanleveren) • Regionale netbeheerder (technische informatie aanleveren) • DCC-EZK (vormen van departementaal beeld) • NCC (vormen van landelijk beeld) • LOCC (vormen landelijk operationeel beeld) • Veiligheidsregio’s (vormen van regionaal beeld)
Communicatie
• Landelijk netbeheerder GTS (nationaal) • Regionale netbeheerder (regionaal) • Veiligheidsregio’s (regionaal) in afstemming met gemeenten • Ministerie van EZK (nationaal) • Ministeries (nationaal richting eigen domein) • Nationaal Kernteam Communicatie
3.2 Melding en alarmering Reguliere gasstoringen in het landelijke gastransportnet, die kleinschalig en beheersbaar zijn en waarbij GTS niet opschaalt, meldt GTS niet. Wel kan het Ministerie van EZK geïnformeerd worden door GTS over deze situatie, zodat men al op de hoogte is mocht de situatie toch verslechteren. Hierover zijn afspraken gemaakt tussen het Ministerie van EZK en GTS. De landelijk netbeheerder GTS informeert de RNB’s en het Ministerie van EZK over (dreigende) verstoringen van de gasvoorziening die ernstig genoeg zijn om er als landelijk netbeheerder voor op te schalen. Het Ministerie van EZK kan vervolgens besluiten om wel of niet departementaal op te schalen. Ook wordt de melding meteen doorgezet naar het NCC. Bij het NCC kan vervolgens de afweging gemaakt worden of deze melding een landelijke opschaling vereist.
Zowel bij reguliere, beperkte als bij ernstige verstoringen in de aardgaslevering informeren of alarmeren de regionale netbeheerders ook de veiligheidsregio’s. Volgens de EU-verordening 2017/1938 wordt er een onderscheid gemaakt tussen drie formele crisisniveaus, namelijk de vroegtijdige waarschuwing, alarm en noodsituatie. In lijn met deze verordening doet de minister voor KE hiervan melding aan het Directoraat-Generaal Energie, zoals in meer detail beschreven in het Bescherm- en Herstelplan Gas. Bij een vroegtijdige waarschuwing en bij alarmering is GTS opgeschaald, bij een noodsituatie is zowel GTS als EZK opgeschaald.
8
Meldingen van dreigende uitval kunnen ook vanuit andere actoren zoals AIVD, MIVD, EU, uit gasproducerende en/of gas distribuerende landen, andere ministeries en eindgebruikers komen.
9
Bestuurlijke netwerkkaart 14, Elektriciteit en gas (2018).
20
Nationaal Crisplan Gas | Openbaar
In artikel 11, eerste lid, van EU-verordening 2017/1938 wordt het formele onderscheid gemaakt tussen de drie crisisniveaus. Dit onderscheid is zoals gezegd van belang voor de formele melding die EZK doet aan de Europese Commissie. Voor de volledigheid nemen we deze beschrijving hiernavolgend op. a. niveau van vroegtijdige waarschuwing (“vroegtijdige waarschuwing”) van de EU en de direct op het Nederlandse gasnet aangesloten EU lid-staten: wanneer uit concrete, ernstige en betrouwbare informatie blijkt dat er zich een gebeurtenis kan voordoen die de gasleveringssituatie aanzienlijk kan doen verslechteren en kan leiden tot het ontstaan van een alarm- of een noodsituatieniveau; het niveau van vroegtijdige waarschuwing kan worden geactiveerd door een mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing; b. alarmniveau (“alarm”): wanneer er zich een verstoring van de gaslevering of een uitzonderlijk hoge gasvraag voordoet die de gasleveringssituatie aanzienlijk doet verslechteren, maar de markt nog in staat is deze verstoring of vraag op te vangen zonder gebruik te moeten maken van niet-marktgebaseerde maatregelen; c.
noodsituatieniveau (“noodsituatie”): wanneer zich een uitzonderlijk hoge gasvraag, een aanzienlijke verstoring van de gaslevering of een andere aanzienlijke verslechtering van de gasleveringssituatie voordoet, en alle relevante marktgebaseerde maatregelen zijn toegepast maar de gaslevering niet volstaat om aan de resterende gasvraag te voldoen en er dus bijkomend ook niet-marktgebaseerde maatregelen moeten worden genomen, met name om gasleveringen aan beschermde afnemers overeenkomstig artikel 6 van EU-verordening 2017/1938 veilig te stellen.
3.3 Op- en afschaling Na het proces melding en alarmering kan er aanleiding zijn om op te schalen in de crisisstructuren zoals deze zijn beschreven in het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming (2016) en zijn samengevat in dit hoofdstuk. Hierbij worden bij opschaling de gebruikelijke op- en afschalingsprocedures van de betreffende organisaties (zoals uitgewerkt in hun handboeken) gehanteerd. In het geval van een gasschaarste schalen zowel GTS als het Ministerie van EZK op. De nationale crisisstructuur wordt opgeschaald volgens de beschrijving in het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming. Uitgangspunt bij op- en afschaling is dat de betreffende organisaties waar nodig op de hoogte zijn van elkaars opschalingsniveau, en dat waar nodig synchroon wordt opgeschaald.
3.4 Leiding en coördinatie De besluitvorming binnen de crisisstructuur van GTS richt zich op het nemen van besluiten over marktgebaseerde maatregelen, het uitvoeren van de verdelingsbesluiten en niet-marktgebaseerde 10
maatregelen van de minister voor KE, en alle zaken die met de eigen verantwoordelijkheden en bedrijfsvoering samenhangen (waaronder het zo spoedig mogelijke herstel van de gaslevering). Bij een gasschaarste richt de besluitvorming binnen de departementale crisisstructuur van het Ministerie van EZK zich op het inzetten van niet-marktgebaseerde maatregelen om tot een redelijke verdeling van gas te komen en om de tijdsduur van de crisis (inclusief de benodigde hersteltijd) zo kort mogelijk te houden. Ten tweede richt de besluitvorming zich op het voorkomen of terugdringen van cascade-effecten van de aanzienlijke verslechtering van de gaslevering of gasschaarste in de beleidsdomeinen van het Ministerie van EZK (onder andere bedrijfsleven, telecom, elektriciteit, enz.) en de Nederlandse en Europese economie. De nationale crisisstructuur richt zich op de coördinatie en besluitvorming over het geheel van maatregelen en voorzieningen dat de rijksoverheid treft in samenwerking met betrokken publieke en private partners in een situatie waarbij de nationale veiligheid in het geding is of kan zijn of bij een andere situatie, waarbij van een grote maatschappelijke impact sprake is of kan zijn.10 Over maat regelen die interdepartementale afstemming en/of besluitvorming vergen, wordt met betrokken departementen in gezamenlijkheid binnen de nationale crisisstructuur besloten.
Ieder departement heeft daarbij verantwoordelijkheden en bevoegdheden ten aanzien van de eigen beleidsterreinen. Daarnaast heeft JenV, naast op eigen inhoudelijke beleidsdomeinen, ook verantwoordelijkheden en bevoegdheden ten aanzien van de generieke crisisbeheersing. De burgemeester ofwel de voorzitter veiligheidsregio heeft dit ten aanzien van de lokale en regionale openbare orde en veiligheid. Besluitvorming in de nationale crisisstructuur richt zich op het geheel van maatregelen en voorzieningen die departement overstijgend zijn en waarbij interdepartementale afstemming en coördinatie nodig is.
3.5 Informatiemanagement Informatie is tijdens een crisis essentieel om de juiste keuzes te kunnen maken. In de crisisstructuur (Rijk, ministeries, veiligheidsregio's, netbeheerders, etc.) heeft elk team en elke actor een specifieke taak die om gerichte informatie vraagt. Informatie wordt zo veel mogelijk netcentrisch gedeeld (via het Landelijk Crisismanagement Systeem (LCMS), zodat alle relevante actoren tijdig over de juiste informatie beschikken, hetzelfde beeld van de crisis hebben en op de hoogte zijn van elkaars interventies. Landelijke netbeheerder GTS en de regionale netbeheerders delen bij gasschaarste feitelijke informatie over het gasnet en de aardgaslevering (eventueel via een liaison). Hierbij informeert GTS ook altijd het Ministerie van EZK en NCC. Na opschaling, en ongeacht het niveau van opschaling vindt informatiemanagement van GTS naar het Ministerie van EZK plaats. De informatie wordt
Zie ook het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming. 21
Nationaal Crisplan Gas | Openbaar
via de crisisorganisatie van GTS doorgegeven aan het DCC-EZK. EZK informeert vervolgens de Europese Commissie volgens de verordening. Een uitgebreidere beschrijving van de informatie die tussen EZK en GTS wordt uitgewisseld, is opgenomen in het Bescherm- en Herstelplan Gas (2019). GTS deelt tevens informatie over de gasschaarste met de regionale netbeheerders. De regionale netbeheerders delen op hun beurt informatie met de veiligheidsregio’s. GTS beschikt over het actuele landelijke beeld met betrekking tot de gasvoorraad in het landelijke net. De afzonderlijke netbeheerders beschikken over het beeld van de gasvoorziening van het eigen regionale net. Veiligheidsregio’s wisselen onderling informatie uit middels het LCMS. Het LOCC verzamelt de operationele informatie van de veiligheidsregio’s en andere relevante crisispartners en maakt hier een landelijk operationeel beeld van. Het NCC verzamelt de (bestuurlijke) informatie vanuit de veiligheidsregio’s, departementen en andere relevante crisispartners. Binnen het informatieteam worden een situatieschets, omgevingsbeeld en duiding gemaakt welke gebruikt wordt in de nationale crisisstructuur. In het geval van nationale opschaling, kan het informatieteam geactiveerd worden voor interdepartementale informatie verzameling en duiding.