CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

7. rvs Programmabegroting 2022 bijlage 1 progbegr

Informatiebijeenkomst 17 maart 2022, gemeente VlissingenBij agendapunt: Programmabegroting36.635 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

20

3.

FINANCIËLE POSITIE

instrument Huisvestingsverordening te worden gecontinueerd. Hiertoe zal voor 11 maart 2022 (of: uiterlijk in februari 2022) een geactualiseerde Huisvestingsverordening ter vaststelling aan de gemeenteraad worden aangeboden. Voor het intensiveren van de aanpak woonfraude verbreden we de focus van de controles. In de huidige aanpak worden de te controleren panden geselecteerd op basis van overlastmeldingen. Deze aanpak wordt opgeschaald door, op basis van data-analyse verkregen informatie uit ons woningen bestand, gericht risicopanden te controleren. Deze controles zijn gericht op alle vormen van illegaal gebruik van woonruimte (woonfraude) binnen de gemeente Vlissingen. Hierbij geldt dat, naast controles, de aanpak wordt verbreed met voorlichting aan (ver)huurders, het inzetten van een vergunningplicht met Bibobtoets voor woningverhuurders en het verkennen van andere wettelijke mogelijkheden die bijdragen aan de aanpak. Deze aanpak betreft mede de uitvoering van de op 8 juli 2021 door de POV ingediende motie “actief optreden huisvesting & invoering van een huisvestingsvergunning”. De aanpak woonfraude moet effect sorteren op drie pijlers, zoals ook is toegelicht in de begroting onder 6.2.5 Wonen en Bouwen en 5.2.2 Openbare orde en Veiligheid: 1. Bestrijding van misstanden die voortkomen uit woonfraude in het kader van de aanpak van ondermijnende criminaliteit: o.a.

financiële uitbuiting door verhuur aan kwetsbare personen, doorverhuur aan criminelen, illegale vreemdelingen, drugshandel, mensenhandel, illegale prostitutie en opslag gestolen goederen/wapens. 2. Het verkrijgen van inzicht in het aantal niet geregistreerde internationale werknemers en het toe leiden van arbeidsmigranten uit illegale woonsituaties naar de nieuw te bouwen complexgewijze huisvesting (flankerend beleid huisvesting internationale werknemers). 3. Vermindering van krapte op de woningmarkt en het bevorderen van een gezonde woningvoorraad door bestrijding van woningverdringing als gevolg van illegale bewoning. Deze brede aanpak kost meer tijd en capaciteit. Voor dit doel verhogen we het reeds bestaande budget van € 158.000 in deze programmabegroting 2022 naar € 528.616. Een dergelijke aanpak kan alleen een structureel effect opleveren met een meerjarige projectmatige aanpak. Het college stelt een projectplan op voor de periode 2022-2026. Dit betekent dat het gevraagde budget minimaal jaarlijks voor deze aanpak benodigd is. In het projectplan worden ook periodieke voortgangsrapportages richting uw raad opgenomen. Uw raad wordt nog geïnformeerd over het projectplan. 3.4.4 Startersleningen We vinden het belangrijk om starters op de woningmarkt kansen te bieden in Vlissingen. De Starterslening is daarbij een belangrijk instrument.

Met de Starterslening wordt het aanbod van goedkope koopwoningen bereikbaar voor een grotere groep starters. We merken dat de vraag naar startersleningen het afgelopen jaar sterk is toegenomen. Om starters te kunnen blijven faciliteren is voor 2022 een aanvulling nodig van €800.000 aan liquide middelen in het stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn). Deze dotatie legt geen beslag op de middelen van de gemeente en verloopt budgettair neutraal. 3.4.5 Woonvisie De huidige Woonvisie is vastgesteld in 2013. Anno 2021 ziet de wereld er anders uit en dit vraagt om een nieuwe Woonvisie waarin per thema ontwikkelingen, bedreigingen en kansen worden verkend. Voor Vlissingen liggen er uitdagingen hoe om te gaan met de toekomstige woningbouwopgaves. Alleen in het Scheldekwartier kan de komende jaren nog worden gebouwd voor bepaalde segmenten. De andere woningbouwlocaties geven nauwelijks nog ruimte voor uitbreiding. Daarom is het ook van belang om keuzes te maken of en hoe stadsvernieuwing kan bijdragen aan die woningbouwopgaves voor Vlissingen. Er dient een zorgvuldig proces te worden doorlopen naar een visie die antwoord geeft op zowel de kwalitatieve als de kwantitatieve woningbouwopgaves voor de komende jaren.

21

3.

FINANCIËLE POSITIE

3.4.6 Onderzoek huisvesting Podium De Piek Het pand aan de Hellebardierstraat 11-13 wordt nog van 1 september 2021 – 1 september 2023 in bruikleen gegeven aan Stichting Podium de Piek Vlissingen. In 2022 wordt een onderzoek uitgevoerd door een externe partij naar de structurele mogelijkheden om podium de Piek een nieuwe plek te geven in Vlissingen. De kosten hiervan bedragen éénmalig € 30.000. 3.4.7 Artikel 12 Plan van Aanpak en Ontwikkelagenda Sociaal Domein De belangrijkste ambities in het kader van Artikel 12 zijn voor het sociaal domein (1) kostenbeheersing binnen een (2) toekomstbestendige ondersteuningsinfrastructuur. De rol van de gemeente ligt bij regie, koersbepaling en strakke sturing in de transformatieperiode. Om de taakstelling voor het terugdringen van het tekort op het sociaal domein te behalen zijn bezuinigingen noodzakelijk. Er zijn forse investeringen zowel in tijd als geld binnen het sociaal domein nodig. Het zijn niet alleen de grote maatschappelijke opgaven, maar ook zaken als de discussie met het Rijk over de structurele onderfinanciering en de noodzakelijke hervormingen van de zorginfrastructuur in onze gemeenten, onder meer in het kader van het project Artikel 12. Ingrepen vanuit het Rijk zoals de € 1,3 miljard bijdrage aan jeugd, zijn vooralsnog incidenteel.

Het Plan van Aanpak wordt intern en extern voortgezet, waarbij de directe verbinding wordt gezocht met de in 2020 door de raad vastgestelde kaders van de Ontwikkelagenda Sociaal Domein en het hieraan gerelateerde Uitvoeringsprogramma. Voor de gemeente Vlissingen en haar partners in het sociaal domein is het de komende jaren belangrijk om efficiënt en effectief te worden door integraal (samen) te werken in beleid en uitvoering. Alleen zo is het mogelijk om kostendekkend te worden en de inwoners die dat echt nodig hebben ondersteuning te bieden. Grip op de kosten binnen het sociaal domein is een proces wat de komende jaren in directe en indirecte acties en onderzoeken verder zal worden uitgerold. De Ontwikkelagenda Sociaal Domein, het Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein en het Plan van Aanpak Artikel 12 geven samen vorm aan de doorontwikkeling van het sociaal domein. In 2020 is de Ontwikkelagenda Sociaal Domein door de raad vastgesteld. Deze bepaalt de kaders voor het brede sociaal domein. De agenda is vertaald in een meerjarig Uitvoeringsprogramma. Daarin is aangegeven welke speerpunten we in 2021 en 2022 gaan uitvoeren en welke in de jaren erna. We bevinden ons nu in een overgangsfase, van kaders naar uitvoering. In die zin zijn 2021 en 2022 bouwjaren, waarin de basis wordt gelegd voor een aantal fundamentele wijzigingen in het aanbod van zorg en ondersteuning.

Het jaar 2022 zal in het teken staan van de implementatie en realisatie. Daarnaast is de herinrichting van het ondersteuningsaanbod in het voorliggend veld een belangrijk speerpunt. Herstructurering van het zorgaanbod wordt gerealiseerd door middel van nieuwe sturingsinstrumenten, zoals beperking van het aantal hoofdaannemers, werken met lumpsumfinanciering en budgetplafonds en het verder ontzuilen van het zorgaanbod door de overgang naar slimmere en meer integrale productcombinaties, waardoor stapeling van zorgproducten wordt tegengegaan. Op 7 oktober 2020 heeft het college besloten opdracht te geven tot de uitvoering van een aantal verbetervoorstellen in het kader van het Plan van Aanpak Artikel 12. De projectkosten voor 2022 zijn in totaal begroot op €1.479.800. 3.4.8 Nationaal Programma Onderwijs Door het Rijk zijn diverse steunpakketten ontwikkeld die bedoeld zijn om de gevolgen van corona op te vangen en ten goede te keren (waaronder Sociaal en Mentaal Welzijn en Leefstijl, Jeugd, Nationaal Programma Onderwijs). Uiteenlopend van doelgroepen als eenzame ouderen, kwetsbare inwoners, jeugd en studenten. Variërend van extra maatregelen in de vorm van activiteiten tot extra begeleiding en extra inzet van jongerenwerkers. In alle gevallen krijgt de gemeente daartoe extra middelen. Het betreft incidentele middelen.

22

3.

FINANCIËLE POSITIE

Van het Nationaal Programma Onderwijs is bekend dat deze middelen ook in 2022 en 2023 zullen worden toegekend. De beschikbaarheid voor Jeugd of Sociaal en Mentaal Welzijn en Leefstijl is tot nu toe alleen toegezegd voor 2021. Niet uitgesloten is dat ook in 2022 nog extra middelen beschikbaar komen. In alle gevallen gaan we ervan uit dat de inzet door en vanuit de gemeente wordt gedaan met maximaal de ter beschikking gestelde middelen, passend binnen de bestaande taken en voorzieningen en uitgevoerd binnen de bestaande capaciteit óf met de beschikbare middelen tijdelijk in te huren capaciteit. Indien dit uitgangspunt niet langer kan worden toegepast komen we hier middels een raadsvoorstel op terug. 3.4.9 Participatiewet In 2020 (quick scan) en 2021 (verdiepend onderzoek Werkleerbedrijf) heeft onder regie van de gemeente(n) op Walcheren extern onderzoek(en) plaatsgevonden naar Orionis Walcheren, gericht op de vraag op welke wijze de gemeente kan komen tot een betaalbare, toekomstbestendige en zo optimaal mogelijk functionerende uitvoering en organisatie van de Participatiewet (incl. schuldhulpverlening en minimaregelingen). Belangrijk speerpunt in 2022 betreft de implementatie van de concrete (verbeter)adviezen voor effectieve interventies die we o.a. uit de onderzoeken hebben gekregen.

Gericht op verdere optimalisatie van de doelmatige uitvoering en organisatie van de Participatiewet: maximaal effectief tegen lagere kosten. Daarmee vinden we tevens aansluiting bij de doorontwikkeling in het brede social domein, volgend uit de Ontwikkelagenda en het Plan van Aanpak artikel 12. Het in 2021 gestarte proces tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling Orionis Walcheren, waarmee o.a. de beleidsregie wordt teruggehaald naar de gemeente en vorm en inhoud wordt gegeven aan de beleidsregisserende rol van de gemeente, wordt - zo mogelijk - in 2022 afgerond. De geactualiseerde, vast te stellen gemeenschappelijke regeling, dient aan te sluiten bij het gewenste toekomstbestendig sociaal domein, zoals bepaald in de Ontwikkelagenda en Plan van Aanpak artikel 12. We zetten ons de komende periode actief in om de integrale gemeentelijke toegang sociaal domein verder vorm en inhoud te geven. Daarvoor worden alle relevante elementen eerst specifiek onderzocht, in kaart gebracht en nader uitgewerkt. Zo ook voor de onderdelen toegang tot gemeentelijke minimaregelingen, toegang tot schuldhulpverlening en toegang tot de Participatiewet. Hierbij zal o.a. aandacht zijn voor het onderscheid tussen de toegang en uitvoering en de financiële, juridische en organisatorische gevolgen van het onderbrengen van deze taken in de gemeentelijke integrale toegang.

In dit kader is derhalve een PM post opgenomen. Wanneer de consequenties helder zijn, zal hierover worden gerapporteerd in de bestuursrapportages. 3.4.10 Nieuwe Wet Inburgering Op 1 januari 2022 treedt de nieuwe Wet inburgering nieuwkomers inwerking. Het inburgeringsbeleid gaat drastisch op de schop. Gemeenten krijgen de regie op de inburgering en gaan voor alle inburgeraars een individueel inburgeringsplan (PIP) maken. Nieuwkomers krijgen vervolgens, als onderdeel van hun PIP, van de gemeente een aanbod voor een inburgeringstraject. Gemeenten gaan hen daarbij activeren en begeleiden. Ook gaan de gemeenten de taal- en inburgeringstrajecten inkopen. Alles is erop gericht dat ze zo snel mogelijk zelfredzaam worden. Werk is daarbij het sleutelwoord. De voorbereidingen voor de implementatie zijn in 2021 in volle omvang gestart zodat Vlissingen vanaf 1 januari haar taken als regievoerder kan uitvoeren. In onze gemeente zal de regievoering bij de integrale toegang belegd worden. Verder wordt er bij de voorbereidingen in regionaal verband samengewerkt met de andere Zeeuwse gemeenten. De kosten die Vlissingen gaat maken voor de uitvoering en regievoering passen vooralsnog binnen de middelen die het Rijk beschikbaar stelt via de algemene uitkering.

23

3.

FINANCIËLE POSITIE

3.4.11 Jeugdhulp Maatwerkdienstverlening 18Met betrekking tot de jeugdhulp wordt doorgewerkt aan de transformatiedoelen zoals die in het beschrijvend document van de aanbesteding 2020-2024 zijn opgenomen. Dat betekent meer inzet op ambulante hulp in de eigen omgeving van gezinnen en het voorkomen van doorstroom naar specialistische voorzieningen. Op grond van de monitoring Q4 van 2020, de ontwikkeling van het aandeel jeugd in de bevolking, indexatie van tarieven en verwachte effecten van meer preventie, wordt door de IJZ in totaal een 1% stijging in uitgaven voorzien voor 2022. Dit komt met een klein verschil overeen met onze eerdere inschatting. Het meerjarenperspectief vanaf 2023 sluit echter niet meer goed aan bij de prognose die we eerder hebben gemaakt. De verwachting was dat vanaf 2023 het resultaat van de nieuwe aanbesteding en een stringenter beleid bij de toegang, een trendbreuk zou laten zien en een afname van uitgaven. Door het resultaat van 2020 blijkt dit niet zo te zijn en verschuift de verwachte trendbreuk een jaar. Hierop dient onze meerjarenbegroting te worden aangepast aan de actuele prognose van IJZ. De financiële gevolgen voor de meerjaren-begroting zien er dan als volgt uit: 2022 € 600.000, 2023 € 793.000, 2024 € 963.000 en 2025 € 622.000.

In de kadernota 2022 waren de volgende bedragen reeds opgenomen: 2022 € 33.000, 2023 € 227.000, 2024 € 396.000 en 2025 € 55.000. Het tekort per jaar bedraagt voor 2022 € 567.000, 2023 € 566.000, 2024 € 567.000 en 2025 € 567.000. Deze bedragen worden gedekt uit de rijksbijdrage voor jeugd zoals opgenomen in de meicirculaire 2021 (zie paragraaf 3.5.6). 3.4.12 Uitkomst onderzoek jeugdzorg / Arbitragecommissie We kunnen conform de voorschriften van de provincie voor de jaren 2023-2025 een structurele en voordelige stelpost ‘Uitkomst onderzoek jeugdzorg’ ramen (per gemeente naar rato van de € 300 miljoen per jaar). Voorwaarde is hierbij dat door de gemeente maatregelen worden genomen in het kader van de transformatie rondom jeugdzorg mede gericht op beheersing van de kosten. Volgens de Arbitragecommissie moet het kabinet de komende jaren met vele miljarden de tekorten van gemeenten gaan oplossen. Hierover heeft het demissionaire kabinet besloten (bovenop de 300 miljoen) voor 2022 ruim €1,3 miljard extra beschikbaar te stellen. Over de jaren daarna zal het advies van de commissie worden meegenomen in de kabinetsformatie. Dit betekent een bedrag van € 3,6 miljoen in 2022 3,0 miljoen in 2023 2,8 miljoen in 2024 en 2025 voor de gemeente Vlissingen. Deze bijdragen worden ingezet bij de realisatie van de taakstelling op het sociaal domein.

3.4.13a Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang Gemeente Vlissingen is centrumgemeente voor de Maatschappelijke Opvang, Vrouwen Opvang (ook wel: Veilige Opvang) en Beschermd Wonen. Zij is vanuit deze rol verantwoordelijk voor de beleidsvoorbereiding en uitvoering en ontvangt hiervoor de rijksmiddelen. Beleidsmatige afstemming vindt plaats via het Zeeuwsbrede samenwerkingsverband CZW-bureau. In de aankomende tien jaar worden Beschermd Wonen en de Maatschappelijke Opvang niet alleen een taak van centrumgemeente Vlissingen, maar een taak van álle dertien Zeeuwse gemeenten. Dit hangt samen met het feit dat in navolging van de commissie Dannenberg cliënten zoveel mogelijk in de eigen omgeving ondersteuning moeten krijgen en gemeenten dus voldoende toegerust moeten worden om hun infrastructuur daartoe op te plussen. De financiele doordecentralisatie Beschermd Wonen gaat van start per 2023. In verband met deze doordecentralisatie van Beschermd Wonen komt er met ingang van 2023 een nieuwe verdeling van het beschikbare geld. De rijksbijdrage die de centrumgemeente Vlissingen ontvangt voor Beschermd Wonen en die gebaseerd is op historische verdeelmaatstaven wordt in de loop van 10 jaar (2023-2032) afgebouwd.

Tegelijkertijd wordt de rijksbijdrage die de 13 gemeenten met ingang van 2023 ontvangen, op basis van een verdeelmodel gebaseerd op objectieve verdeelmaatstaven, ieder jaar hoger. In 2032 komt de volledige rijksbijdrage voor Beschermd Wonen binnen bij de 13 gemeenten en houdt de rol van centrumgemeente op voor deze taak. Voor de taken Maatschappelijke Opvang en Veilige Opvang blijft Vlissingen (vooralsnog) wel de centrumgemeente in Zeeland. Om deze veranderingen in Zeeland succesvol te laten verlopen zijn er in de Versnellingsagenda ‘Bescherming en Opvang in Zeeland’ afspraken gemaakt over de manier waarop deze transitie en

24

3.

FINANCIËLE POSITIE

transformatie tot stand moet komen. Deze afspraken worden verder uitgewerkt en aangescherpt in de Norm voor Opdrachtsgeverschap Beschermd Wonen - Maatschappelijke Opvang (NvO) die in 2021 wordt vastgesteld. Landelijk gaat de NvO in per 2022. De zakelijke afspraken zijn opgenomen in het onderdeel 'Partnerschap' en deze afspraken treden in Zeeland in werking per 2023, dus gelijktijdig met de start van de financiele doordecentralisatie Beschermd Wonen Deze zakelijke afspraken hebben een looptijd tot en met 2025. Na de evaluatie in 2024 worden afspraken zonodig bijgesteld. In deze transitie wordt ten behoeve van de lokale uitwerking verbinding gelegd met de Ontwikkelagenda Sociaal Domein. Lokaal moet de visie van Dannenberg immers vorm krijgen. Regionale samenwerking tussen de dertien gemeenten op het gebied van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang blijft belangrijk. Het proces tot besluitvorming is nog niet vastgesteld door het college. Na instemming van het OZO (september 2021) stellen we een vervolgagenda op. 3.4.13b Ingroeipad beschermd wonen en maatschappelijke opvang Er komt een ingroeipad om de middelen bestemd voor Beschermd Wonen te decentraliseren. De termijn hiervoor loopt tussen 1 januari 2023 tot 2033. Gemeenten groeien in 10 jaar toe van de huidige historische verdeling (over centrumgemeenten) naar een objectieve verdeling (over alle gemeenten).

De Zeeuwse gemeenten blijven vanaf 2022 verplicht regionaal samen te werken. De afspraken hierover wordt vastgelegd in de Norm voor opdrachtgeverschap. Onderdeel daarvan vormen ook de afspraken over de financiering van BW en MO. Deze financiële afspraken (het Partnerschap 2023-2025) gaan niet alleen over BW maar ook over MO/VO omdat middelen BW deels ingezet worden voor uitgaven MO/VO. Over 4 jaar wordt na een evaluatie landelijk besloten of ook de Maatschappelijke Opvang wordt door gedecentraliseerd. Bestaande cliënten beschermd wonen blijven zolang hun indicatie loopt financieel gezien onder de centrumgemeenten vallen, nieuwe cliënten beschermd wonen vallen vanaf 2023 onder verantwoordelijkheid van de gemeente waar ze wonen. Het is de vraag of het financiele ingroeipad voor iedere gemeenten goed aansluit bij deze indeling in zittende en nieuwe clienten uit de gemeente van herkomst. Om te voorkomen dat gemeenten geconfronteerd worden met onevenredig hoge kosten en hiervoor nog niet zelf de middelen ontvangen, worden in de periode 2023-2025 alle kosten voor Beschermd Wonen vanuit de gezamenlijke Zeeuwse middelen voor Beschermd Wonen betaald. 3.4.14 Zeeuwse samenwerking sociaal domein Het project Zeeuwse Samenwerking Sociaal Domein loopt door in een gewijzigde structuur.

Dit provinciebrede project gaat door met haar taak en onderzoekt binnen alle taken in het sociale domein wat de meest optimale schaalniveau van samenwerking is. Hierbij wordt gekeken naar de wijze waarop die taken dan zouden moeten worden uitgevoerd en de overlegvormen die daarbij best passend zijn. De ambitie is een Zeeuws brede samenwerking conform de afspraken hierover in het Zeeuwse. Elk van de dertien Zeeuwse gemeenten zal hiervoor input dienen aan te leveren in de vorm van capaciteit. 3.4.15 Overleg Zeeuwse Overheden Het Overleg Zeeuwse Overheden (OZO) is een bestuurlijk samenwerkingsverband waarin alle vijftien Zeeuwse overheden vertegenwoordigd zijn. In 2019 is besloten tot een driejarige bekostiging van het OZOregiobureau. In 2021 is een evaluatie uitgevoerd. Eén van de adviezen is om de samenwerking in OZOverband te blijven voortzetten en ook door te ontwikkelen. Hierbij hoort een structurele financiering van € 45.000. 3.4.16 Modernisering raadszaal De inrichting en faciliteiten in de raadszaal dateren van 2004. In 2021/2022 wordt onderzocht hoe de raadzaal gemoderniseerd kan worden. Het onderzoek richt zich op het interieur, de indeling en de audiovisuele faciliteiten in de raadszaal. Het onderzoek zal in 2022 leiden tot een Plan van Aanpak en voor de uitvoering van dit plan zullen middelen gevraagd worden in de Programmabegroting 2023-2026.

25

3.

FINANCIËLE POSITIE

3.4.17 Uitbreiding risicomanagementsysteem In het kader van de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording in 2021, het op peil houden van de informatiebeveiliging en ontwikkelingen op compliance gebied is het nodig om het risicomanagementsysteem van de gemeente op deze onderwerpen te actualiseren en uit te breiden. Hiervoor is een bedrag nodig van € 15.000. 3.4.18 Ontwikkeling ICT/informatievoorziening 3.4.18a Informatievoorziening In 2021 wordt een datawarehouse geïmplementeerd. In het sociaal domein wordt dit ingezet om stuurinformatie te krijgen. De verwachting is dat de behoefte aan stuurinformatie groeit en daarmee de toepassing van het datawarehouse. Hiervoor is data-analyse expertise nodig. Om betrouwbare stuurinformatie te krijgen moet ook geïnvesteerd worden in gegevenskwaliteit. Hiervoor is de inzet van een gegevensbeheerder nodig die zich richt op het optimaliseren van de kwaliteit, betrouwbaarheid en veiligheid van onze gegevensbronnen waaronder basisregistraties. 3.4.18b Microsoft 365 Microsoft 365 is een cloud toepassing. Samen met het groeiende aantal SaaS-applicaties vormt dit het natuurlijke moment om de komende jaren door te pakken op een cloudstrategie gekoppeld aan de afschrijving van het recent vervangen datacenter. Eind 2021 wordt een start gemaakt, waarna de implementatie en doorontwikkeling doorloopt in de daaropvolgende jaren.

Meer toelichting hierop bij de paragraaf Bedrijfsvoering “informatie/ automatisering”. 3.4.18c Datawarehouse In de organisatie groeit de behoefte aan stuurinformatie. Met name in het Sociaal domein en bij financiën zijn er concrete plannen. Vanwege het organisatie-brede belang wordt centraal een datawarehouse gerealiseerd en daarna beheerd. Vanuit de betreffende domeinen worden daarop rapportages en dashboards ontwikkeld. 3.4.19 Dienstverlening 3.4.19a Visie op Dienstverlening 2022-2025 De nieuwe Visie op Dienstverlening wordt in het laatste kwartaal van 2021 opgeleverd. Op basis van deze visie wordt in het eerste kwartaal van 2022 een breed ontwikkelprogramma 2022-2025 gemaakt met een gedetailleerd actieprogramma tot begin 2023. Naar verwachting zal dit onder andere leiden tot een doorontwikkeling van de meting van klanttevredenheid en de vaststelling van diverse servicenormen. Aan één en ander zijn geen extra budgettaire consequenties verbonden. 3.4.19b Verkenning Omnichannel Omnichannel is een technisch verregaande vorm van dienstverlening waarbij de klant in het ene kanaal kan beginnen (bijvoorbeeld de website) en in het andere kanaal de dienst kan afmaken (bijvoorbeeld de telefoon). Dit houdt in dat kanalen naadloos op elkaar aansluiten en aanvullen. De beleving en uitstraling is gelijk over alle kanalen.

Daarnaast is de informatie van het ene naar het andere kanaal volledig transparant. De klantbeleving staat volledig centraal in dit proces, omdat onze inwoner of ondernemer zelf per keer kiest wanneer hij of zij welk kanaal gebruikt. Samen met de VNG en andere gemeenten kijken we hoe we deze aanpak kunnen invoeren

26

3.

FINANCIËLE POSITIE

3.4.19c Hostmanship ‘Gastvrij Vlissingen’ In 2022 volgt een doorontwikkeling van het programma ‘Gastvrij Vlissingen’. In dit programma worden medewerkers van alle teams meegenomen in de ontwikkeling van klantbeleving, gastvrijheid en klantvriendelijkheid. Met het trainingsprogramma voor 2022 wordt er verder gestuurd op een optimale klantbeleving. 3.4.20 Voortzetting tijdelijk ingehuurde capaciteit subsidies In 2022 vindt onderzoek plaats naar de positionering van het cluster Subsidies van de directie Dienstverlening. In afwachting daarvan is het noodzakelijk om de benodigde uitvoeringscapaciteit op peil te houden en hiervoor de kosten voor externe inhuur ad. € 75.000 in de programmabegroting op te nemen. 3.4.21a Nieuw I&A-werkplekconcept De ontwikkeling van thuiswerken heeft in de voorbije jaren een vogelvlucht genomen. De werkplekapparatuur is afgeschreven en moet vervangen worden. Hiervoor is een bedrag van € 55.000 nodig. Er komt een nieuw werkplekconcept dat het mogelijk maakt dat iedereen plaats en tijd onafhankelijk kan werken. 3.4.21b Hybride werken Al sinds 2018 is Vlissingen bezig met een nieuwe manier van werken: ‘Passend werken’, waarbij flexibel wordt gewerkt en het stadhuis gezien wordt als huis voor de stad met ruimte voor ontmoeting. Door het thuiswerken tijdens de coronapandemie zijn de werkbehoeften veranderd en ideeën in een stroomversnelling geraakt.

De enquête die we onder medewerkers hebben gehouden laat dat duidelijk zien: meer dan helft van onze medewerkers wil, ook na corona, graag minimaal de helft van de werktijd thuis blijven werken. Vooral om geconcentreerd te kunnen werken. Het kantoor willen ze daarbij primair gebruiken voor ontmoeting en samenwerken. Daarom hebben we ‘passend werken’ verandert in ‘hybride werken’: de activiteit is leidend voor de werkplek: thuis, op kantoor of op een andere locatie. Hybride werken past niet alleen bij de wensen van de huidige medewerkers van de gemeente Vlissingen, het past ook bij de wens van een meerderheid van de Nederlandse werknemers. Daarmee is het hybride werken een belangrijke voorwaarde om relevant te blijven als een aantrekkelijke werkgever. Voor de gemeente Vlissingen is het belangrijk om een aantrekkelijk werkgever te zijn: om de opgaven en ambities van Vlissingen nu en in de toekomst te kunnen verwezenlijken, heeft Vlissingen voldoende ambtenaren nodig. Op dit moment is dat al een uitdaging, maar de verwachting is dat de arbeidsmarkt steeds krapper wordt. Investeren in een nieuw werkplekconcept is dan ook hard nodig. Met een goed hybride werkconcept heb je als werkgever bovendien een groter geografisch bereik op de arbeidsmarkt: een kandidaat accepteert een grotere woon-werkafstand als hybride werken mogelijk is.

Dit is voor Vlissingen van groot belang gezien de geografische ligging en de huidige arbeidsmarktproblematiek. Een expertbureau in het nieuwe werken (Ynno) heeft een plan uitgewerkt met de noodzakelijke aanpassingen om volwaardig hybride te kunnen werken. Het gaat om een nieuwe indeling van de kantoorvloer met een nieuwe werkplekkenmix. Deze mix bestaat uit standaard werkplekken zoals we die nu kennen, stilte werkplekken, ruimtes om hybride te kunnen werken, ruimtes om samen te werken, kleine en grote vergaderplekken en ruimten om elkaar te ontmoeten en koffie en thee te pakken. Dit betekent dat het aantal werkplekken afneemt en het aantal ruimten om (hybride) samen te werken groeit. Goede voorzieningen voor hybride werken en vergaderen zijn bij dit alles onmisbaar. Er is kritisch gekeken naar de benodigde aanpassingen en bedragen hiervoor. Dit betekent dat we alleen uitgaven doen die echt noodzakelijk zijn om hybride werken in te voeren. De invoering van het hybride werken is een ontwikkeltraject de komende jaren en op gezette tijden maken we de balans op. We kiezen voor een organische vraaggestuurde aanpak mede om medewerkers aan ons te binden. Vragen als ‘Zijn we op de goede weg?’ en ‘Hoe gaat het hybride werken?’ staan daarbij centraal. Waar nodig stellen we bij.

27

3.

FINANCIËLE POSITIE

De investeringen faseren we over de komende drie jaar en de uiteindelijke structurele jaarlast mede voortvloeiend uit de investerigen bedraagt € 382.000,-. Overigens is het bedrag van € 382.000 de oplossing voor de lange termijn en aanvullend op de bedragen voor Anders werken uit de 1e bestuursrapportage 2021 (structureel € 37.000) en voor een Nieuw I&A werkplekconcept uit de kadernota 2022 (structureel € 55.000). Deze laatste bedragen zijn vooral bedoeld voor oplossingen op de korte termijn met aanvullende werkplekapparatuur en hybride vergaderapparatuur. 3.4.22 Aantrekkelijk werkgeverschap Nog meer dan voorgaande jaren is het van groot belang dat de gemeente Vlissingen een aantrekkelijke werkgever blijft en verder wordt. Eén van de grootste uitdagingen is het krijgen én behouden van voldoende medewerkers om het omvangrijke takenpakket van de gemeente uit te voeren. Het behoorlijk aantal collega’s dat de komende jaren van hun pensioen gaat genieten, gecombineerd met de reeds aanwezige hoge werkdruk en de gespannen arbeidsmarkt, maakt het dat we volop in moeten zetten op dit thema. Het is een veelzijdig thema, waar voor verschillende onderdelen structureel geld gereserveerd wordt.

Zo is het van belang om voldoende stageplaatsen aan te kunnen bieden, enerzijds omdat we als overheid een voorbeeldfunctie hebben, maar zeker ook om in beeld te blijven bij jong volwassenen als een werkgever waar ze na hun studie mogelijk kunnen gaan werken. Om de werkdruk acceptabel te krijgen en houden ramen we een budget om bijvoorbeeld de tijdsinvestering van de OR-leden daadwerkelijk te kunnen compenseren, zodat hun belangrijke werk niet ten koste gaat van hun directe collega’s. Een andere maatregel die we op het gebied van werkdruk nemen is de vervanging van (langdurig) zieke medewerkers en de vervanging bij zwangerschapsverlof. Doen we dat niet, dan loopt de werkdruk (die toch al als hoog ervaren wordt) verder op wat onwenselijke gevolgen heeft. Of wordt werk niet uitgevoerd, wat in vele gevallen ook onhaalbaar is. Daarom wordt in de begroting een bedrag voor ziektevervanging en vervanging tijdens zwangerschapsverlof opgenomen. Omdat niet te voorspellen is hoeveel de genoemde vervanging in een jaar gaat kosten, stellen we voor een bedrag op te nemen van € 10.000 voor ziektevervanging en € 10.000 voor vervanging bij zwangerschapsverlof, waarbij aangetekend wordt dat er (indien aan de orde) een overschrijding van het budget plaats zal vinden naar gelang het aantal zieke en zwangere collega’s vervangen moet worden. Hierover rapporteren we in de bestuursrapportages.

Daarnaast is het belangrijk om collega’s te waarderen en te faciliteren in hun werk. Zaken als teamuitjes om de groepsbinding en plezier te vergroten, vitaliteit om medewerkers fit te houden, waardering zodat medewerkers het fijn vinden om voor Vlissingen te werken dragen bij aan het verleggen van werkdruk naar werkplezier. Totaal structureel € 281.000. Verder nemen we ook een incidenteel budget op voor een onderzoek naar het vervangen van het functiegebouw, wat dateert van 2006. Bij het beschrijven van functies om te gaan werven zijn we gebonden aan het gedateerde functiegebouw, waardoor we de taken vaak niet in de juiste generieke functie kunnen laten landen. Dit geldt ook voor collega’s die nieuwe taken hebben gehad, waar dit functiegebouw niet in voorziet. Vandaar dat we het onderzoek voor het vervangen van het functiegebouw incidenteel opnemen in de begroting ten bedrage van € 80.000. Tenslotte wordt in de begroting € 100.000 opgenomen om een onderzoek te doen naar de noodzakelijke formatie. Dit doen wij aan de hand van een benchmark in combinatie met het Strategische Personeels Plan (SPP). 3.4.23 Maritieme activiteiten In het kader van de Tall Ships Races zullen er in de zomer 2022 meerdere grote zeilschepen naar Vlissingen komen en afmeren in de havens. Daar zullen ze voor het publiek te bewonderen zijn.

De komst, het verlenen van ligplaatsen en het in verband hiermee organiseren van maritieme activiteiten worden begroot

28

3.

FINANCIËLE POSITIE

op € 75.000 (€ 30.000 bijdrage aan de organiserende stichting en € 45.000 voor facilitering). De kosten worden onttrokken uit de reserve Maritiem e/o cultuur historische evenementen. 3.4.24 Aanschaf vakapplicatie Jeugdwet en WMO Per 1 januari 2020 diende de nieuwe toegangsorganisatie voor Wmo en de Jeugdwet operationeel te zijn. Om een soepele overgang te bewerkstelligen die de continuïteit van de zorg voor de inwoners kon borgen, is gekozen om in afwijking van ons inkoopbeleid de vakapplicatie van Porthos ook voor de jaren 2020 en 2021 te gebruiken voor de toegang in de gemeente Vlissingen. In 2022 moeten we een vakapplicatie hebben die het beste aansluit op onze werkwijze. Op dit moment spelen er diverse ontwikkelingen in het sociaal domein, zoals de inrichting van een brede integrale toegang en buurtteams (als onderdeel van vastgestelde plan van aanpak artikel 12 op 7 oktober 2020), die breder gaan dan alleen het team Wmo & Jeugd en die ook een groot effect hebben op het informatiesysteem. Vooruitlopend op de ontwikkeling van een integrale toegang zijn onder meer de casusregie, taken WvGGZ en Beschermd Wonen gepositioneerd bij de gemeentelijke organisatie en is daarmee de toegang verbreed. De ontwikkelingen in de buurtteams en integrale toegang hebben een impact op de inzet, inrichting en het gebruik van de applicaties en de harmonisatie van systemen.

Vanwege onduidelijkheden over de inrichting en het gebruik van de Toegang en daarmee van de benodigde ICT omgeving is het daarom niet wenselijk om op dit moment voor meerdere jaren applicaties aan te schaffen. Het is immers onbekend welke wensen er zijn omtrent de benodigde applicaties. De inkoop en vraag aan de markt is daarmee op zichzelf onduidelijk. Het voorstel is om de huidige applicaties van Pink een jaar langer te gebruiken, in concreto in 2022. Gedurende dat jaar zal duidelijk worden welke functionaliteiten nodig zijn en op welke wijze het gebruik zal plaatsvinden, zodat de vraag naar de markt kan worden geformuleerd en de aanschaf via een aanbestedingsprocedure kan plaatsvinden. Het college van de gemeente Middelburg heeft eveneens besloten om nog een jaar langer met de vakapplicaties van Pink te werken. We willen graag een harmonisatie in systemen met de gemeente Middelburg gelet op de I&A samenwerking. Op welke wijze deze samenwerking zal plaatsvinden is nog onduidelijk. De inzet is om te komen tot een gezamenlijke aanbesteding. In 2022 kan naar verwachting een concrete opdracht via een aanbesteding in de markt gezet worden, zodat vakapplicaties kunnen worden ingekocht die voor een lange termijn (langer dan een jaar) bestendig zijn.

3.4.25 Budget IPB / Stelposten Nederland staat de komende tijd voor een aantal uitdagingen, zoals de energietransitie, het tegengaan van eenzaamheid en het terugdringen van het aantal mensen met problematische schulden. Het Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen pakken deze grote maatschappelijke opgaven gezamenlijk aan: het Interbestuurlijk Programma (IBP). In het IBP staan negen maatschappelijke opgaven centraal. Opgave 1: Samen aan de slag voor het klimaat Opgave 2: Toekomstbestendig wonen Opgave 3: Regionale economie als versneller Opgave 4: Vitaal platteland Opgave 5: Merkbaar beter in het sociaal domein Opgave 6: Nederland en migrant goed voorbereid Opgave 7: Problematische schulden voorkomen en oplossen

29

3.

FINANCIËLE POSITIE

Opgave 8: Goed openbaar bestuur in een veranderende samenleving Opgave 9: Passende financiële verhoudingen (Opgave 10: Overkoepelende thema’s) In Vlissingen is de afgelopen jaren structureel geld beschikbaar gesteld om de opgaven Klimaatadaptatie (€ 150.000,- opgave 1), Toekomstbestendig wonen (€ 20.000,- opgave 2) en City Marketing (€127.000,- opgave 3) aan te pakken. Hiernaast is een (restant) reservering voor de IBP-opgaven in de programmabegroting 2021-2024 opgenomen. Omdat de andere opgaven nog niet zijn geconcretiseerd en om geen verder onnodig beslag op financiële middelen te leggen zijn in deze meerjarenbegroting 2022-2025 de reserveringen voor de IBP-opgaven in eerste instantie vervallen. Dit zodat deze middelen deel uit maken van de integrale bestuurlijke financiële afweging mede rekening houdend met de al dan niet beschikbaar gestelde rijksmiddelen voor de genoemde opgaven. 3.4.26 Ingroeimodel overhead verschuiving van Sociaal naar klassiek domein Na het vaststellen van de programmabegroting 2020-2023 is gebleken dat het berekende begrotingssaldo artikel 12 niet volledig aansluit bij het berekende tekort zoals de artikel 12-inspecteur dit hanteert. Dit wordt onder andere veroorzaakt door een verschillende wijze van toerekening van het accres aan de clusters Sociaal Domein en Werk & Inkomen.

De aanpassing van de rekenmethodiek heeft tot gevolg dat een gedeelte van het begrotingssaldo tekort Sociaal Domein naar het begrotingssaldo van het eigen risico gedeelte verschuift. Het betreffen respectievelijk de volgende bedragen voor 2022-2025 € 1.408.000, € 1.445.000, € 1.693.000 en € 1.693.000. We lopen het ontstane nadelige effect op het klassiek domein in middels een ingroeimodel oplopend van 33% in 2022, 67% in 2023 en 100% vanaf 2024. We gaan hier het gesprek over aan met de artikel 12-inspecteur. Dit betekent dat de in deze programmabegroting verwerkte verschuiving respectievelijk € 469.000, € 963.000, € 1.693.000 en € 1.693.000 bedraagt. Overigens wordt het artikel 12-onderzoek vanaf 2023 mogelijk breder getrokken vanwege het actualisatie-onderzoek waardoor dit ingroeimodel zijn relevantie voor het jaar 2023 zou kunnen verliezen. 3.4.27 Dividend Evides Gemeente Vlissingen is voor 5,76 % aandeelhouder van PZEM welke op haar beurt weer voor 50 % aandeelhouder is van Evides. Het dividend van Evides verdampt op dit moment nog in de negatieve resultaten van PZEM. Door de aandelen van Evides onder te brengen in een aparte BV kunnen we vanaf 2022 vanuit die BV dividend tegemoet zien. Er is de eerste 12 jaar sprake van een gemiddeld geprognosticeerd bedrag van € 426.000 per jaar.

3.4.28 Personele capaciteit Veel collega’s binnen Vlissingen kenmerken zich als harde en loyale werkers, die er alles aan doen om de stad elke dag een beetje mooier te maken voor de inwoners. Deze loyaliteit heeft ook de keerzijde van moeilijk 'nee' kunnen zeggen. Het leidt tot een hoge ervaren werkdruk en in sommige gevallen onder andere tot het oplopen van verlofstuwmeren. Maar we hebben ook niet altijd de keuze om nee te zeggen. We merken dat onze ambities (bijvoorbeeld Wind in de zeilen en artikel 12), niettegenstaande die inzet van onze medewerkers, steevast te groot zijn om door de huidige organisatie te kunnen worden waargemaakt. Zaken schuiven daardoor noodgedwongen door of blijven liggen. Niet geld alleen is de belemmerde factor, maar ook beschikbare voldoende (kwalitatief en kwantitatief) personeel. Om de ambities waar te kunnen maken en het daarmee gepaarde werk te kunnen uitvoeren zijn meer handen nodig. Daarnaast zien we ook binnen de reguliere werkprocessen dat door de groei van de stad en toenemende regelgeving de beschikbare formatie niet toereikend is. Bij het opstellen van de begroting met teamleiders, directieteam en college hebben we geconstateerd dat het uitbreiden van de personele capaciteit

30

3.

FINANCIËLE POSITIE

derhalve noodzakelijk is. Het gaat om een incidenteel bedrag voor 2022 van € 1.630.000 en een structureel bedrag van € 804.000. Door deze maatregel is in elk geval op de korte termijn gezorgd dat ambities en capaciteit meer in overeenstemming zijn, en dat de gemeente Vlissingen daarmee ook een aantrekkelijker werkgever wordt qua werkdruk voor medewerkers. Voor de langere termijn willen wij dit in breder perspectief kunnen plaatsen. Daarom heeft het college opdracht gegeven om een diepgaand onderzoek te doen naar de benodigde formatie, kwalitatief én kwantitatief. Ter ondersteuning aan dat onderzoek zal in 2022 een benchmark worden uitgevoerd, waarin we gaan bezien hoeveel fte benodigd is per specifieke taak in vergelijk met andere gemeenten. Het daaruit voortvloeiende beeld wordt afgezet tegen de huidige formatie en bezetting en gecombineerd met de inzichten vanuit het strategisch personeelsplan (SPP). In het SPP wordt, vanuit de ontwikkelingen die op ons afkomen, niet alleen gekeken naar de kwantiteit (aantal Fte en de zwaarte ervan), maar ook naar de kwaliteit; competenties, kennis en vaardigheden. De benchmark en SPP samen leveren informatie op voor het onderzoek. 3.4.29 Nieuw IBP-budget We verwijzen naar de toelichting bij 3.4.25.

De integrale bestuurlijke financiële afweging geeft de mogelijkheid om voor 2022 dit bedrag vrij te maken om daarmee zoveel mogelijk invulling te geven aan de maatschappelijke opgaven van het Interbestuurlijk Programma (IBP).

31

3.

FINANCIËLE POSITIE

3.5 Plan van aanpak sociaal domein en werk & inkomen In het kader van het Artikel 12-proces hebben we een Plan van Aanpak Art. 12 opgesteld. Het Plan van Aanpak (zie 3.5.1 t/m 3.5.5) omvat een aantal structurele ingrepen (hefbomen) en een reeks van projectmatige Quick Wins. Voor het jaar 2021 heeft de inspecteur de gemeente een taakstelling opgelegd van €5,3 miljoen. Het college heeft in de begroting aangegeven hiervan 60% als haalbaar te zien voor het jaar 2021, gezien dit een bouwjaar betreft. Dit bedrag groot € 3,1 miljoen is tevens als dusdanig verwerkt in de begroting. Op het moment van schrijven is 63% hiervan reeds gerealiseerd, wat het succes laat zien van de ingeslagen weg. Door de nog steeds stijgende lasten, is er wel een risico dat er door de inspecteur een extra taakstelling opgelegd wordt. Het Plan van Aanpak is dynamisch dat wil zeggen dat er opdrachten na afronding uit weg kunnen vallen en onderweg ook opdrachten aan toe kunnen worden gevoegd. In het navolgende overzicht is de financiële taakstelling vertaald:

§

Programma

PLAN VAN AANPAK SOCIAAL DOMEIN EN WERK & INKOMEN (bedragen x € 1.000)

3.5 Sociale Samenhang Taakstelling sociaal domein en werk & inkomen

2022

2023

2024

2025

-5.637

-8.159

-8.159

-8.159

Gerealiseerde taaksteling

7.012

6.462

6.548

6.398

Nog te realiseren taakstelling

1.375

-1.697

-1.611

-1.761

Eigen bijdrage sanering algemene reserve op basis van beschikking over artikel 12 rapport 2017 / 2018 (begrepen in begrotingssaldo)

-1.717

-1.744

-1.772

-1.801

3.5.1 Ombouw ondersteuningsinfrastructuur en invulling gemeentelijke beleidsregie - de Buurtteams De voorstellen Ondersteuningsinfrastructuur en Integrale Toegang zijn vooral gebaseerd op de uitkomsten van het in het kader van het Plan van Aanpak uitgevoerde best practice onderzoek. De verschillende veranderelementen in de voorstellen hebben zich in de landelijke praktijk bewezen. Enkele voorbeelden zijn het werken met een zeer beperkt aantal leveranciers, integrale buurtteams die generalistische ondersteuning in de woonomgeving bieden, de inzet van budgetplafonds en populatiebekostiging. Inrichting Integrale Toegang Ook hier ligt de basis in de best practice bevinding dat de gemeente zoveel als mogelijk de indicatiestelling en het verstrekken van beschikkingen in eigen hand moet houden om werkelijk control te verkrijgen op de uitgaven. Dat vraagt om het bijeenbrengen van expertises in de Integrale Toegang. 3.5.2 Invulling adviezen Orionis We willen komen tot een betaalbare, toekomstbestendige en zo optimaal mogelijk functionerende uitvoering en organisatie van de Participatiewet, schuldhulpverlening en het minimabeleid.

Mede op basis van inzichten en verbeteradviezen die we de afgelopen periode hebben verkregen uit externe doorlichting(en) naar de bedrijfsvoering van Orionis Walcheren en research naar best practices, implementeren we verbeteringen in samenhang met de andere voorstellen t.a.v. het integraal sociaal domein. De belangrijkste verbeteracties die we op het beleidsterrein Werk & Inkomen hiervoor verder gaan implementeren, richten zich kortweg op 3 hoofdthema’s: het terug invulling geven van de beleidsregisserende rol door de gemeente, verbetering van het rendement en bedrijfsconcept van het Werkleerbedrijf van Orionis Walcheren en het komen tot een toekomstbestendige organisatie en uitvoering van taken passend binnen het integraal sociaal domein.

32

3.

FINANCIËLE POSITIE

3.5.3 Ondersteuningsinfrastructuur Dagbesteding In de overgang naar integraal aanbod van ondersteuning in de buurten, speelt het terugdringen van maatwerk en het stimuleren van algemene voorzieningen een grote rol. De transformatie van een deel van de dagbesteding naar een algemene voorziening in de woonomgeving, biedt in deze zin potentiele financiële en inhoudelijke voordelen. 3.5.4 Ondersteuningsinfrastructuur Ambulantisering Integrale ondersteuning door middel van buurtteams biedt aantrekkelijke perspectieven voor het vraagstuk hoe we de doorstroom van kwetsbare inwoners naar dure vormen van Beschermd Wonen voorzieningen kunnen beperken. 3.5.5 Overzicht bijzondere voorstellen aanvullende bezuinigingen Tijdens het opstellen van de verbetervoorstellen is een aantal ideeën voorbijgekomen die de moeite waard lijken om nader te exploreren. Voorbeelden zijn de herbezinning op de uitvoering van de taken zoals die nu belegd zijn bij het CZW bureau; transformatie van huishoudelijke hulp van maatwerk naar algemene voorziening (naar analogie van Heerlen); geen indexering van de subsidies, en; versobering van het aanbod WMO hulpmiddelen. Inzetten op deze opties kan het beoogd resultaat voor 2021 verder vergroten.

3.5.6 Aanvulling taakstelling op basis van ambitieniveau artikel 12-inspecteur De artikel 12-inspecteur heeft in het artikel rapport over 2019 een bepaald financieel ambitieniveau voor de te nemen maatregelen opgenomen. Via de in het rapport genoemde drie hefbomen hebben we met elkaar een ambitieniveau geformuleerd van € 8,1 miljoen voor de te realiseren bezuinigingen vanaf 2023. Wij zullen ons vanzelfsprekend maximaal inspannen om deze bezuinigingen te realiseren. Met deze ambities kunnen we het echter niet realiseren om in 2023 het tekort tot nihil te hebben teruggebracht. Het verschil tussen de taakstellingen vanuit het plan van aanpak (punt 3.5.1 t/m 3.5.5) is hier opgenomen. Opgemerkt wordt dat het ambititieniveau vanuit het artikel 12-rapport 2019 is gebaseerd op oudere cijfers. Verder dat voor 2022 inmiddels meer is gerealiseerd dan de opgenomen taakstelling (van 80 % taakstelling inspecteur). Hieronder is een samenvatting weergegeven van het tekort op het sociaal domein en werk & inkomen: Voortgang taakstelling Sociaal Domein en Werk & Inkomen

2022

2023

-7.046.000

-8.159.000

2024

2025

-5.637.000

-8.159.000

80%

100%

-8.159.000

-8.159.000

1.214.620 200.000

1.720.330

2.110.980

2.110.980

200.000

200.000

Meicirculaire 2021 Extra rijksmiddelen

200.000

3.600.000

3.000.000

2.800.000

2.800.000

Toename kosten Jeugd

-566.710

-566.460

-566.930

-567.050

Uitname voor onderzoeksopdracht Jeugd

-86.200

-

-

-

Besparing ROAT

169.000

169.000

169.000

169.000

Bezuiniging mantelzorgwaardering

114.670

117.760

120.940

120.940

Besparing WMO Begeleiding

476.620

423.140

453.210

147.410

Besparing WMO Huishoudelijke hulp / zorg

489.600

297.820

160.680

116.980

1.400.000

1.100.000

1.100.000

1.300.000

inspectierapport 2019

Orionis 1e begrotingswiijziging realiseren taakstelling Besparing inkoop jeugd

Prognose bijdrage sociaal domein uit Septembercirculaire 2021 Nog te realiseren taakstelling obv gemeentelijke begroting

33

7.011.600

6.461.590

6.547.880

6.398.260

1.374.600

-1.697.410

-1.611.120

-1.760.740

3.

FINANCIËLE POSITIE

In het artikel 12-rapport 2019 is het ambitieniveau dusdanig dat met ingang van 2023 geen tekort meer aanwezig is op het sociaal domein en werk & inkomen. Om een dergelijk resultaat te bereiken is aanvullend op het plan van aanpak een besparing van € 7,1 miljoen benodigd in 2023 (zijnde het momenteel voor 2023 begrote tekort sociaal domein en werk & inkomen). Er gaat een onderzoek plaatsvinden naar de exogene factoren dat wil zeggen die onderdelen van het tekort die niet beïnvloedbaar zijn door de gemeente Vlissingen. Op basis van de uitkomsten van dat onderzoek gaan we het gesprek aan met de inspecteur over het gegeven dat de taakstelling alleen gerelateerd kan worden aan het tekort voor zover dat tot stand komt als gevolg van endogene, dus door de gemeente zelf beïnvloedbare, factoren. Overigens is de aangepaste september circulaire 2021 kort voor de samenstellingsdatum van deze begroting ontvangen. Het was niet meer mogelijk om deze volledig in alle onderdelen te verwerken. In de 2e bestuursrapportage 2021 zal de volledige septembercirculaire 2021 worden verwerkt. Voorlopig gaan we uit van een positief effect op de taakstelling van € 1,4 miljoen in 2022 € 1,1 miljoen in 2023 en 2024 en € 1,3 miljoen in 2025.

34

3.

FINANCIËLE POSITIE

3.6 Incidentele baten en lasten Op grond van artikel 19, lid c van het BBV dient in de toelichting een overzicht van de incidentele baten en lasten opgenomen te worden. Baten en lasten voortkomende uit éénmalige activiteiten en projecten, afwikkelingsverschillen, onvoorziene inkomsten en uitgaven alsmede (eenmalige) onttrekkingen aan de algemene reserve worden als incidentele baten en lasten beschouwd. Om duurzaam financieel evenwicht te bereiken is de gouden regel dat structurele lasten altijd gedekt moeten worden door structurele baten. Dit betekent dus dat incidentele baten ingezet moeten worden voor incidentele lasten. De gouden regel dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten is hier niet van toepassing. Om te bewerkstelligen dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten is het ombuigen van het begrotingstekort in een positief saldo noodzakelijk.

2022

2023

bedragen * € 1.000 2024 2025

INCIDENTELE LASTEN

-3.472

-

-202

-

INCIDENTELE BATEN

12.066

7.337

7.254

5.461

Saldo

-8.594

-7.337

-7.052

-5.461

Lasten Programma Leefbaarheid Baggeren Integrale verkeersonderzoeken, strategisch plan verkeersveiligheid en gemeentelijk vervoerplan (GVVP) Project I-criterium

-118

Programma Aantrekkelijke Stad Software vergunningenapplicatie Visie voormalige sportvelden Baskensburg Themajaar 1572

-90

Museum Voorziening leges Huisvesting Piek

-30

Programma Sociale Samenhang Nieuwe toegang Jeugdwet en WMO Artikel 12 traject Intervence Artikel 12 projectbudget

-1.480

Soc. Domein Aanschaf vakapplicatie Jeugdwet en WMO

-200

Actualisatie begroting Regionaal Bureau Leerplicht

-202

Programma Bestuur Modernisering raadszaal

-10

VOG Verklaring nieuwe raadsleden

-5

Overhead Voortzetting tijdelijk ingehuurde capaciteit subsidies

-75

Personeel capaciteit

-926

IBP

-538

Totaal lasten

-3.472

35

-

-202

-

3.

FINANCIËLE POSITIE

2022

2023

2024

2025

12.034

7.337

7.254

5.461

Baten Programma Aantrekkelijke Stad Bestemmingsreserve Wind in de Zeilen Bestemmingsreserve Bomruimingen Kostendekkendheid leges Programma Bestuur Onttrekking algemene reserve (begrotingstekort) Bestemmingsreserve Frictiekosten overige

32

Totaal baten

12.066

7.337

7.254

5.461

Totaal begrote lasten

267.525

257.068

253.288

256.305

3.472

-

202

-

Structurele lasten

264.053

257.068

253.086

256.305

Totaal begrote baten

267.525

257.068

253.288

256.305

waarvan incidenteel begrote baten

12.066

7.337

7.254

5.461

255.459

249.731

246.034

250.844

-8.594

-7.337

-7.052

-5.461

waarvan incidenteel begrote lasten

Structurele baten Saldo van structurele lasten en baten

3.7 Onvoorzien In deze begroting is een structurele post onvoorzien opgenomen van € 255.000 per jaar. Deze is gebaseerd op de financiële verordening en bedraagt 0,1% van de totale lasten van de begroting van het voorgaande jaar. 3.8 Financiering Zie hiervoor hoofdstuk 11.8 financiering. 3.9 Weerstandscapaciteit Weerstandscapaciteit is het beschikbare bedrag dat wordt aangehouden ter afdekking van financiële risico's die kunnen optreden. In hoofdstuk 11.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt hierop ingegaan. 3.10 Voortgang saneringsbegroting Hieronder is kort toegelicht hoe de stand van zaken is van de saneringsbegroting ten opzichte van de jaarrekening 2020, stand 1e bestuursrapportage 2021 en voorliggende Programmabegroting 2022. Het overzicht geeft weer of de saneringsbegroting op schema ligt. Gezien de onzekerheden waarmee de grondexploitatieberekeningen zijn omgeven wordt in 2023 een actualisatie-onderzoek uitgevoerd door de artikel 12-inspecteur. Dat onderzoek gaat o.a. in op de hoogte van de te saneren algemene reserve, de benodigde hoogte van de OZB, de hoogte van eigen bijdrage en de hoogte van de aanvullende uitkering. In onderstaand overzicht is een doorkijk opgenomen t/m 2025. bedragen x € 1.000 Vergelijking algemene reserve ten opzichte van saneringsbegroting

2020

2021 *)

2022

2023

2024

2025

Algemene reserve gemeente (realisatie 2020, begroot vanaf 2021)

-94.468

-71.188

-59.978

-46.263

-36.997

-27.405

af: correctie tekort sociaal domein en werk & inkomen

17.675

14.532

12.039

7.068

6.574

5.783

36

3.

FINANCIËLE POSITIE

Vergelijking algemene reserve ten opzichte van saneringsbegroting

2020

2021 *)

2022

2023

2024

2025

Gecorrigeerde algemene reserve gemeente (realisatie 2020, begroot vanaf 2021)

-76.793

-56.656

-47.939

-39.195

-30.423

-21.622

Algemene reserve conform beschikking over art 12 rapport 2017/2018

-92.141

-81.893

-71.629

-60.749

-49.398

-37.667

Verschil algemene reserve ten opzichte van saneringsbegroting

15.348

25.237

23.690

21.554

18.975

16.045

*) Jaarrekeningresultaat 2020 als bestemming verwerkt in algemene reserve

23.857

Op basis van bovenstaande cijfers is de conclusie dat de sanering op schema ligt, mede gezien het positieve saldo van € 15,3 miljoen over 2020. Een positief jaarrekeningresultaat moet worden gebruikt voor de sanering van de algemene reserve. Het jaarrekeningresultaat over 2020 van € 23,857 miljoen is verwerkt in de begrote stand van de algemene reserve 2021. In de stand van de begrote algemene reserve is rekening gehouden met de eigen bijdrage van € 1,7 miljoen vanaf 2020 die jaarlijks wordt geïndexeerd met 1,6%. Daarnaast is de jaarlijkse aanvullende uitkering van € 7 miljoen hierin opgenomen. Het artikel 12-rapport over 2019 met het advies aan de fondsbeheerders om een aanvullende uitkering van € 10,4 miljoen over 2019 te verstrekken is gehonoreerd. Deze aanvullende uitkering is in het positieve saldo van de jaarrekening 2020 verwerkt. Het tekort sociaal domein en werk & inkomen 2020 van € 5,265 miljoen is momenteel onderwerp van het artikel 12-onderzoek. In het voorlopige rapport 2020 is het advies aan de fondsbeheerders om een aanvullende uitkering over 2020 te verstrekken van € 5,265 miljoen opgenomen. Om een zuivere vergelijking te maken met de saneringsbegroting zijn deze tekorten gecorrigeerd op de stand van de algemene reserve.

37

4.

OVERZICHTEN

4.1 Overzicht van Baten en Lasten bedragen * € 1.000 Programmarealisatie Programmabegroting 2020 2021 Programma's

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Programmabegroting 2022 Lasten

Baten

Saldo

Leefbaarheid

37.188

19.666

39.287

20.126

39.826

20.893

Aantrekkelijke Stad

22.519

27.861

44.106

36.293

33.394

26.374

7.020

Sociale Samenhang

157.481

34.927

160.946

31.808

158.258

31.996

126.262

Bestuur Totaal programma's

18.933

3.522

458

5.101

534

5.213

799

4.414

220.710

82.912

249.440

88.761

236.691

80.062

156.629

Overhead

16.660

3.300

20.069

3.944

20.538

4.043

16.495

Algemene dekkingsmiddelen

1.918

183.889

1.309

167.180

1.283

171.198

-169.915

Vennootschapsbelasting

4

-

16

-

16

-

16

Onvoorzien

-

-

345

-

255

-

255

239.292

270.101

271.179

259.885

258.783

255.303

3.480

-

10

-

10

-10

-

428

-

-

-

-

733

-

-

-

25

-

25

75

-50

-

-

-

-

-

1.250

-

-

-

-

-

-

-

-

-

305

312

-

71

-71

Resultaat voor bestemming Mutaties in reserves Leefbaarheid Bestemmingsreserve bommenregeling

-

Bestemmingsreserve geluidsaneringen

-

-

Aantrekkelijke Stad Bestemmingsreserve Wind in de Zeilen

7.300

Beginstand reserve Maritiem e/o cultuur historische evenementen

25

Bestemmingseserve frictiekosten boventalligen

-

Bestemmingseserve grondexploitatie Bestemmingsreserve Ouderenhuisvesting

1.496 -

4.117 153 1.496 9

Sociale Samenhang Bestemmingsreserve revitalisering accommodatiebestand

372

17

Reserve centrum taken

4.350

1.554

-

369

-

-

-

Reserve sociaal domein

-

-

-

-

-

-

-

-

12

-

120

-

32

-32

Algemene reserve

8.130

16.996

-

-

-

Algemene reserve (aanvullende uitkering voor sanering)

7.000

7.000

7.000

-

7.000

Eigen bijdrage sanering algemene reserve

2.633

1.690

1.717

-

1.717

Bestuur Bestemmingsreserve frictiekosten algemeen

Totaal mutaties in reserves

31.306

24.355

10.270

1.971

8.742

188

8.554

Resultaat na bestemming

270.598

294.456

281.449

261.856

267.525

255.491

12.034

492

8.259

-

Jaarrekeningresultaat

-23.858

Begrotingsresultaat eigen risico Begrotingsresultaat sociaal domein en werk & inkomen TOTAAL

11.826 270.598

270.598

38

281.941

281.941

267.525

12.034

-12.034

267.525

-

4.

OVERZICHTEN

4.2 Meerjarenraming 2022-2025 bedragen € 1.000 Meerjarenraming 2022

2023

2024

2025

Saldo

Saldo

Saldo

Saldo

Programma's Leefbaarheid

18.933

20.038

20.875

Aantrekkelijke Stad

7.020

6.969

6.251

6.176

Sociale Samenhang

126.262

121.941

122.469

122.896

Bestuur Totaal programma's Overhead Algemene dekkingsmiddelen

21.485

4.414

3.270

3.191

3.009

156.629

152.218

152.786

153.566

16.495

17.496

18.286

17.972

-169.915

-171.336

-172.806

-175.065

Vennootschapsbelasting

16

16

17

17

Onvoorzien

255

255

255

255

3.480

-1.351

-1.462

-3.255

Bestemmingsreserve bommenregeling

-10

-10

-10

-10

Bestemmingsreserve Wind in de Zeilen

-

-

-

-

Beginstand reserve Maritiem e/o cultuur historische evenementen

-50

25

25

25

Bestemmingsreserve revitalisering accommodatiebestand

-71

-71

-71

-71

Bestemmingsreserve frictiekosten algemeen

-32

-

-

-

Algemene reserve - aanvullende uitkering voor sanering

7.000

7.000

7.000

7.000

Algemene reserve - eigen bijdrage sanering algemene reserve

1.717

1.744

1.772

1.772

Totaal resultaat bestemming

8.554

8.688

8.716

8.716

Resultaat na bestemming

12.034

7.337

7.254

5.461

-

-269

-680

320

-12.034

-7.068

-6.574

-5.782

-

-

-

-

Resultaat voor bestemming Resultaatbestemming

Begrotingsresultaat eigen risico gedeelte Begrotingsresultaat tekorten sociaal domein en werk & inkomen TOTAAL

39

4.

OVERZICHTEN

4.3 Investeringsplanning 2022 - 2025 In de toelichting op de programma's zijn de investeringen opgenomen. De totale investeringen per programma, exclusief de investeringen die als gevolg van de ontvlechting aan de exploitatie worden toegerekend, zijn als volgt: 2022

2023

2024

2025 Totaal

Programma 1 Leefbaarheid

11.129

14.141

20.237

12.575

58.081

Programma 2 Aantrekkelijke Stad

1.000

1.000

-

-

2.000

Programma 3 Sociale Samenhang

-

-

-

-

-

Programma 4 Bestuur

-

-

-

-

-

Programma Overhead

1.031

1.031

1.031

-

-

13.160

15.141

20.237

12.575

60.081

Totaal

40

4.

OVERZICHTEN

4.4 Begroting in 1 oogopslag

41

5.

PROGRAMMA 1 LEEFBAARHEID

5.1 Inleiding Programmadoel Leefbaarheid Vlissingen wil een stad zijn waarin iedereen alle kansen krijgt om mee te doen. Samen zijn we verantwoordelijk voor een schone en leefbare straat, buurt en wijk. Het onderhoud van openbaar groen, straten en riolering moet in orde zijn. Nu en in de toekomst. Om dat betaalbaar te houden, maken we keuzes. We gaan een flinke inhaalslag maken met het wegwerken van onderhoudsachterstanden van onze kapitaalgoederen wegen, groen en kades met eenmalig extra geld van het Ministerie van BZK en extra investeringen. We ondersteunen plannen die een bijdrage leveren aan een langdurige verbetering van de leefbaarheid in een buurt of wijk. Ook investeren wij in de schoolgebouwen (en accommodaties) die naast groen, straten en riolering net zo goed (of juist nog meer) van belang zijn om onze inwoners mee te kunnen laten doen en zich prettig te kunnen voelen. We werken aan een stad die klaar is voor toekomstige generaties. De gemeente moet niet alleen leefbaar en duurzaam zijn, maar ook gezellig en gezond. We investeren daarom de komende jaren fors in onderwijshuisvesting. Niet alleen in vervangende nieuwbouw, maar ook in binnenklimaatverbetering en gebouwen voor bewegingsonderwijs. Het vastgestelde SHP 2020-2039 is daarbij leidend. We versterken de relevante relaties en doen er alles aan om overlast te voorkomen.

Verder bezuinigen op leefbaarheid is niet mogelijk. We ondersteunen plannen die een bijdrage leveren aan een langdurige verbetering van de leefbaarheid in een buurt of wijk.

Speerpunten voor 2022 zijn: ■ Rijksmiddelen uit het Compensatiepakket Wind in de Zeilen voor het Project Aargasvrije Wijken (PAW) ■ Beoordeling van bodemenergiesystemen ■ Grondstoffenbeleid ■ Klimaat

■ Kapitaalgoederen up to date

42

5.

PROGRAMMA 1 LEEFBAARHEID

Beleidsindicatoren (uit waarstaatjegmeente.nl) (cijfers 2020 hiervoor nog niet beschikbaar) Beleidsindicatoren

Omschrijving

Periode

Vlissingen

Nederland

Bron

Omvang huishoudelijk restafval

kg per inwoner

2020

344

200

IPR Normagonderzoek (2021)

Hernieuwbare elektriciteit

%

2019

22,1

20,1

Klimaatmonitor Rijkswaterstaat

5.2 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 5.2.1 Crisisbeheersing en brandweer Tot dit taakveld behoren alle reguliere taken van de brandweer en taken die verband houden met het beperken en bestrijden van rampen en zware ongevallen. Deze taken zijn conform de Wet Veiligheidsregio's belegd bij de Veiligheidsregio Zeeland. Eerdere Wat wil de Raad bereiken? (effect) Effectindicator resultaten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11295347/1