5.9 rvs vaststelling bestemmingsplan Scheldkwartier-Timmerplein bijlage 1 bestemmingsplan
Tekst van het document
5.14
Kabels en leidingen In en rondom het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig of in voorbereiding. Wel ligt in de toekomst de reguliere ondergrondse infrastructuur direct rondom het plangebied. Rondom het projectgebied is hoofdinfrastructuur voor elektra en gas aanwezig en zijn voor de overige nutsvoorzieningen gebouwaansluitingen aanwezig. Het kabel- en leidingenprofiel zal worden ingepast in de profielen van de openbare ruimte.
5.15
Duurzaamheid De gemeente Vlissingen heeft uitgesproken, dat haar duurzaamheidsambities verder reiken dan waartoe de wettelijke voorschriften de gemeente verplichten. De gemeente heeft echter geen juridische mogelijkheden om initiatiefnemers te verplichten meer energiebesparende maatregelen te treffen dan wettelijk is voorgeschreven. De gemeente kan initiatiefnemers wel stimuleren om zo duurzaam mogelijke woningen te bouwen. Vanzelfsprekend wordt voldaan aan de EPC63
norm zoals opgenomen in het bouwbesluit, maar de ambitie is om meer te doen. De initiatiefnemer onderzoekt op welke wijze zij het plan duurzamer kunnen maken in relatie tot de bouwkosten. Dit aspect wordt nader onderzocht en uitgewerkt.
64
6
TOELICHTING OP BESTEMMINGSPLANREGELING
6.1
Inleiding In dit hoofdstuk wordt de juridisch – planologische regeling beschreven voor dit bestemmingsplan. In de Wet ruimtelijke ordening met bijbehorend Besluit ruimtelijke ordening heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van gemeenten, provincies en het rijk. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening (hierna Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP 2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen, welke tot doel heeft om te komen tot een geüniformeerde en gestandaardiseerde opzet van bestemmingsplannen in Nederland. Deze methodiek is onverkort gevolgd. Het bestemmingsplan dient tevens digitaal vervaardigd te zijn en zal derhalve ook digitaal raadpleegbaar zijn op het internet. Naast het feit dat de bestemmingen, aanduidingen en weergave van de verbeelding gestandaardiseerd zijn, vloeit de redactie van de regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti-dubbeltelbepaling rechtstreeks voort uit het Besluit ruimtelijke ordening. De algemene gebruiksbepaling is vastgelegd in de Wet ruimtelijke ordening en behoeft derhalve niet meer in het bestemmingsplan opgenomen te worden. Ook de strafbepaling, die gekoppeld is aan de gebruiksbepaling behoeft niet meer in het bestemmingsplan opgenomen te worden.
De beleidsmatige inhoud van het bestemmingsplan is niet gestandaardiseerd. De gemeente behoudt haar vrijheid ten aanzien van de inhoud en vormgeving aangaande de toelichting.
6.2
Verbeelding De verbeelding geeft de bestemmingen weer. Binnen de bestemmingsvlakken kunnen bouwvlakken, bouw-, gebieds-, functie-, en maatvoeringsaanduidingen aangegeven worden, waarbinnen respectievelijk een aantal specifieke bouwvoorschriften en functies kunnen worden aangegeven. Deze hebben juridische betekenis, omdat daar in de regels naar wordt verwezen. Tenslotte kunnen er figuren en verklaringen op de verbeelding staan. Deze hebben geen juridische betekenis, maar zijn uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid, bijv. de topografische gegevens.
6.3
Regels De regels bevatten bepalingen over het gebruik van de gronden, over de toegelaten bebouwing en bepalingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn, conform de wettelijk verplicht gestelde SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: • Hoofdstuk 1 Inleidende regels • Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels • Hoofdstuk 3 Algemene regels • Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
65
Hieronder worden de hoofdstukken en onderliggende artikelen nader toegelicht. Hoofdstuk 1: Inleidende regels De inleidende regels omvatten de begripsbepalingen en de bepalingen omtrent de wijze van meten. De begripsbepalingen geven de definities over de in de regels gehanteerde begrippen met betrekking tot bouwen en functies. Vrijwel alle definities worden, soms met een enkele nuance, algemeen in den lande gehanteerd. De wijze van meten geeft uitsluitsel over de wijze, waarop afstanden, hoogtes, oppervlakte etc. moeten worden gemeten. Voor het Peil wordt NAP gehanteerd. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Gemengd-1 De bestemming ‘Gemengd-1’ is toegekend aan het Rijksmonument de Timmerfabriek. Binnen deze bestemming is een aantal functies toelaatbaar gesteld: cultuur en ontspanning, zakelijke en publieksgerichte dienstverlening, evenementen en tentoonstellingen en maatschappelijke instellingen met daarbij behorende en daaraan ondergeschikte detailhandel, kantoor en horeca. Technische installaties behoren tot de normale bedrijfsvoering en worden begrepen binnen de bestemming. Ook is horeca toegestaan, waaronder begrepen een restaurant en 58 hotelkamers met bijbehorende voorzieningen. Op de verdiepingen zijn ook zelfstandige kantoorvestigingen toegelaten.
Voor het gebouw van De Timmerfabriek is de bouwhoogte, in overeenstemming met de bestaande hoogte en eerder verleende omgevingsvergunning voor de (her)bouw van het torentje. Deze staat aangegeven op de verbeelding. Gemengd-2 De bestemming 'Gemengd-2' is toegekend aan de gronden waarop de beoogde Zeelandtoren is voorzien. De regels laten in de toren vanaf de vijfde bouwlaag woon-, horeca (logies/restaurant/bar) en verblijfsrecreatieve functies toe, waarbij is bepaald dat minimaal twee van deze hoofdfuncties moeten worden gerealiseerd, teneinde aan de eis van een gewenste mix aan functies te kunnen voldoen. Er zijn binnen het gehele plangebied maximaal 140 woningen mogelijk. De eerste vier bouwlagen inclusief de begane grond zijn bestemd voor een brede groep ondersteunende functies: kantoren, dienstverlening, detailhandel, zorg-, sport- en wellness voorzieningen. In de bouwregels is opgenomen, dat het gebouw uitsluitend binnen het bouwvlak mag worden gebouwd, met uitzondering van overkragende luifels en balkons. Op de verbeelding is de maximale bouwhoogte aangegeven. De bouwhoogte wordt berekend vanaf NAP. In Bijlage 20 is de kaart met de NAP-maten opgenomen Woongebied Voor de nog te ontwikkelen woningbouwdelen is een eindbestemming opgenomen, waarbij flexibel met de woningaantallen kan worden omgegaan. De maximale bouwhoogte staat aangegeven op de verbeelding.
Behalve woningbouw is een aantal aan het woongebied inherente functies toegestaan als kades, verkeer-en parkeervoorzieningen, water, groen, tuinen en erven en sport- en speelvoorzieningen. Daarnaast is bij één van de bouwblokken tevens een hotelfunctie toegestaan. Voor een van de bouwblokken is nog een specifieke aanduiding opgenomen voor zakelijke dienstverlening. De maximale omvang van deze zakelijke dienstverlening bedraagt ten hoogste 100 m² bvo.
66
Verkeer-Verblijfsgebied-1 Er is een onderscheid gemaakt in wegen met voornamelijk een stroomfunctie en wegen die als verblijfsgebied zijn ingericht. Nu in het plangebied de verblijfsfunctie overheerst en niet primair als gebiedsontsluiting is aangeduid is om deze reden de bestemming ‘Verkeer-Verblijfsgebied1’ opgenomen. Water Het plangebied omvat het aanwezige water, grenzend aan kade. Het plangebied is bestemd voor water met een binnenstedelijke, en in omvang beperkte, stadshaven en de daarbij behorende bouw- en gebruiksregels. Deze stadshaven zal ruimte bieden voor het afmeren van (rivier)cruiseschepen en voor ligplaatsen voor de Timmerfabriek. Voor de realisatie van de ligplaatsen is een functieaanduiding opgenomen, waarbij gebruiksregels onder meer het maxmum aantal plaatsen bepalen. Het bouwen van sanitaire en andere voorzieningen ten behoeve van de stadshaven is eveneens aan regels gebonden. Uiteraard heeft de haven ook een functie voor het verkeer en openbaar vervoer te water en voor de waterhuishouding en –berging. Gebiedsaanduidingen zijn opgenomen voor de geluidszone-industrie die gedeeltelijk over het gebied ligt als gevolg van de nabijheid van het industrieterrein De Schelde Buitenhaven. Dubbelbestemming Waarde archeologie -1 De bestemming Waarde – Archeologie -1 regelt de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden binnen het plangebied.
Binnen de bestemming is bouwen ten behoeve van andere bestemmingen dan wel het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, onder voorwaarden mogelijk. Binnen de bestemming is een sloopverbod opgenomen voor bouwwerken waar onder voorwaarden van afgeweken kan worden. Dubbelbestemming Waterstaat Het plangebied ligt gedeeltelijk in de secundaire waterkering die langs het Kanaal door Walcheren ligt. De zones die aangemerkt worden als Waterstaatwerk en Beschermingszone A zijn opgenomen binnen de (dubbel)bestemming Waterstaat. Hoofdstuk 3: Algemene regels Antidubbeltelregel: Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen, dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd, bijv. ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Algemene aanduidingsregels: Ten behoeve van het industrielawaai is een gebiedsaanduiding opgenomen. Dit betekent dat geluidgevoelige objecten binnen de aangeduide zone in beginsel niet mogen worden gebouwd, tenzij akoestisch onderzoek aantoont, dat de geluidbelasting vanwege het industrieterrein op de gevels van deze geluidgevoelige bebouwing niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene regels over beperkte overschrijdingen.
Verder wordt het maximaal aantal woningen dat in het plangebied mag worden gerealiseerd bepaald.
67
Algemene gebruiksregels In dit verband is er in de algemene regels van dit bestemmingsplan een parkeerregeling opgenomen waardoor de gemeente de mogelijkheid heeft om met name bij gebruiksverandering, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of het in dit plan opgenomen afwijkingen en wijzigingen te toetsen op parkeergelegenheid, zodat er geen problemen ontstaan in de openbare ruimte. Bij een dergelijke ontwikkeling zal de gemeente veelal de parkeernormen, die zijn opgenomen in de recentste CROW publicatie: Parkeercijfers - basis voor parkeernormeringen toepassen. In deze publicatie zijn richtlijnen aangegeven hoeveel parkeerplaatsen er moeten worden aangelegd op eigen terrein en hoeveel plaatsen er worden aangelegd in openbaar gebied. Algemene afwijkingsregels Op grond van deze bepaling kan in geringe mate worden afgeweken van de voorgeschreven maten en bouwgrenzen in het bestemmingsplan. Op grond van deze bepaling kan in geringe mate worden afgeweken van de voorgeschreven maten en bouwgrenzen in het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan is zoveel mogelijk met recht bestemd. In aanvulling op de afwijkingsmogelijkheden bij de individuele bestemmingen is een aantal 'Algemene gebruiksregels’ opgenomen.
Om te voorkomen dat kleine meetfouten tot grote gevolgen leiden en om enigszins flexibel met maatvoeringen om te kunnen gaan, zijn enkele afwijkingsmogelijkheden opgenomen om in geringe mate te kunnen afwijken van genoemde maten, oppervlaktes enzovoorts. Algemene wijzigingsregels onbenutte bouwmogelijkheden In de algemene regels is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om het aantal wooneenheden -onder voorwaarden- te verminderen, onder andere indien binnen het plangebied binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan geen of minder woonbebouwing is opgericht. Het al of niet schrappen van bouwtitels is een bevoegdheid voor het college en geen verplichting. Indien sprake is van bijzondere omstandigheden kan altijd worden overwogen om bouwtitels niet of in een later stadium te schrappen met gebruikmaking van de wijzigingsbevoegdheid. Verder is de mogelijkheid opgenomen om-onder voorwaarden- aan de bestemming Woongebied de functie verblijfsrecreatie toe te voegen. Ook dit betreft een discretionaire bevoegdheid van het college.
Overige regels De werking van de wettelijke regeling is opgenomen, omdat in een aantal gevallen in de regels van bestemmingsplannen verwezen wordt naar een (andere) wettelijke regeling (zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan) of wordt een procedure, begrip en/of functie uit die andere regeling van toepassing verklaard. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In de overgangsregel is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerkingtreden van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of het strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. De redactie is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen. Overgangs- en slotregels Het overgangsrecht voor bouwen en gebruik is opgenomen overeenkomstig de tekst, zoals het Besluit ruimtelijke ordening voorschrijft. De slotregel geeft de naam van het plan aan. 68
7
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
7.1
Financieel – economische uitvoerbaarheid
7.1.1
KOSTENVERHAAL In de Wet en het Besluit ruimtelijke ordening zijn bepalingen opgenomen, die gaan over verplicht kostenverhaal door de gemeente. In bepaalde gevallen kan dit uitmonden in een verplicht op te stellen grondexploitatieplan. Nu dit plan ziet op de ontwikkeling van bouwplannen als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening is verplicht kostenverhaal in beginsel aan de orde. Op grond van art. 6.12, lid 2, van de Wet ruimtelijke ordening kan worden afgezien van de vaststelling van een exploitatieplan, indien het verhaal van de kosten anderszins is verzekerd en het niet noodzakelijk is om een tijdvak of fasering te bepalen dan wel andere eisen te stellen aan de inrichting van het gebied. Deze bepaling brengt met zich mee, dat, indien alle gronden binnen een gebied, waarvoor een bestemmingsplan wordt vastgesteld en op basis waarvan bouwplannen mogelijk zijn, in eigendom zijn van de gemeente, er geen exploitatieplan nodig is. De gemeente regelt het kostenverhaal via de uitgifte van de bouwgrond. Ook de fasering en inrichting bepaalt de gemeente zelf. Het vaststellen van een grondexploitatieplan is daarom niet vereist
7.1.2
FINANCIËLE UITVOERBAARHEID Voor het projectgebied Scheldekwartier is een grondexploitatie vastgesteld. De uitvoering van dit plan past daarbinnen.
7.1.3
CONCLUSIE Op grond van het vorenstaande is de financieel-economische uitvoerbaarheid gewaarborgd.
69
8
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
8.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
8.1.1
REACTIES UIT INSPRAAK EN OVERLEG INSTANTIES Op basis van de inspraakverordening is het voorontwerpbestemmingsplan 6 weken ter visie gelegd. Daarnaast is op grond van artikel artikel 3.1.1 van het Bro over het voorontwerpbestemmingsplan overleg gevoerd met de besturen van eventueel betrokken andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met die diensten van het rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen, die in het plan in het geding zijn. Op 27 mei 2020 is daartoe het voorontwerpbestemmingsplan en de daarbij behorende stukken toegezonden aan de onderstaande instanties. 1. Provincie Zeeland, Postbus 165, 4330 AD Middelburg (provincie@zeeland.nl). 2. Waterschap Scheldestromen, Postbus 1100, 4330 ZE Middelburg (info@scheldestromen.nl). 3. DNWG Infra B.V., Postbus 399, 4460 AT, Goes (omgevingsmanagement@dnwg.nl). 4. Veiligheidsregio Zeeland, Postbus 8016, 4330 EA Middelburg (info@vrzeeland.nl). In de volgende paragraaf zijn de reacties vanuit deze instanties opgenomen. Daarnaast is een tweetal inspraakreacties ingediend welke zijn weergegeven in paragraaf 8.1.3
8.1.2
OVERLEGREACTIES 1 Provincie Zeeland Per e-mailbericht van 17 juli 2020 heeft de provincie te kennen gegeven dat zij naar aanleiding van het bestemmingsplan geen opmerkingen hebben. 2 Waterschap Scheldestromen Het waterschap heeft per e-mailbericht van 7 juli 2020 aangegeven de navolgende opmerkingen te hebben. a. De bebouwing van de Zeelandtoren en Blok C vallen binnen de beschermingszone A van de Waterkering. Ter plaatse geldt een Nee, tenzij principe voor bebouwing. Met de brief met kenmerk 20180003111 is toegezegd dat de Waterkeringszone wordt aangepast en dat dit zorgt voor verruiming van de bebouwingscontour voor de Zeelandtoren en Blok C. Door gebrek aan tijd is dit nog niet uitgevoerd. b. Met de ontwikkelaar van de Zeelandtoren is overleg gevoerd over de positionering van de Zeelandtoren en de parkeerkelder. Een klein deel van de kelder valt binnen de beschermingszone A. geadviseerd wordt om dit aan te passen zodat geen watervergunning hoeft te worden aangevraagd. c. Blok C staat ongeveer 3 meter binnen de beschermingszone A. Tenzij het bouwblok 3 meter wordt verschoven uit de waterkeringszone zal een watervergunning moeten worden aangevraagd en zal deze gezien de gedane toezeggingen, als ja, mits worden behandeld. Als het gebouw wordt verschoven hoeven er geen leges te worden betaald. d.
Langs de Binnenhaven is een nieuwe damwand ±1,5m voor de bestaande damwand geplaatst (Zeewaarts). De keurzones moeten daar nog op aangepast worden. De zeewaartse grens van het Waterstaatswerk schuift mee (1,5m zeewaarts) met de nieuwe damwand. 70
Uitgaande van de Begrenzingennota moet de verankering binnen het Waterstaatswerk vallen. Het Waterstaatswerk (nu 10m breed) wordt dan 18m breed. Beschermingszone A (10m) en B (40m) schuiven mee. Gemeentelijke reactie a. Deze reactie wordt ter kennisgeving aangenomen. b. Met de ontwikkelaar van de parkeerkelder is overleg gevoerd. De kelder wordt zodanig gesitueerd dat deze buiten beschermingszone A ligt. c. Stedenbouwkundig gezien is het ongewenst om het gebouw 3 meter op te schuiven. Er zal dan ook te zijner tijd een watervergunning worden aangevraagd. d. De huidige beschermingszone is 10 meter. In de toekomst zal deze beschermingszone opnieuw worden beoordeeld. Dit kan ertoe leiden dat de beschermingszone wordt verbreed. Hierbij verzoeken wij u om met de gemeente en de andere belanghebbenden te zijner tijd in overleg te treden. Zodat de mogelijke consequenties die een dergelijke wijziging met zich meebrengt voor eenieder duidelijk zijn. Wij zullen dit melden aan de ontwikkelaars van de verschillende appartementengebouwen. 3 DNWG Infra B.V. Per e-mailbericht van 28 mei 2020 heeft DNWG Infra B.V. te kennen gegeven dat over het plan voldoende overleg heeft plaatsgevonden. Er is geen aanleiding opmerkingen te maken.
4 Veiligheidsregio Zeeland De veiligheidsregio heeft per e-mailbericht van 2 juli 2020 te kennen gegeven dat zij naar aanleiding van het bestemmingsplan geen opmerkingen hebben. Overwegingen De vooroverlegreacties zijn voor kennisgeving aangenomen en leiden niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 8.1.3
INSPRAAK De navolgende inspraakreacties zijn tijdens de ter inzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan ingediend. Inspreker 1 De inspreker geeft aan dat de naam Dokwerker geen recht doet aan de arbeiders en scheepsbouwers van de vm. Koninklijke De Schelde. Verzocht wordt om de straatnaam aan te passen. Gemeentelijke reactie De Straatnamencommissie van de gemeente Vlissingen heeft deze straatnaam geselecteerd. De opmerking zal door worden gegeven aan de straatnamencommissie. De opmerking leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
71
Inspreker 2 1. In het akoestisch onderzoek Industrielawaai zijn de berekeningsresultaten niet opgenomen. Controle van de berekeningen is dan ook niet mogelijk. 2. Opgemerkt wordt dat de aanlegplaats voor cruiseschepen mogelijk ook akoestische gevolgen heeft op het plangebied. 3. Ten aanzien van de groepsrisicoberekeningen worden de navolgende opmerkingen gemaakt: a. Het rapport is uit 2013 en daarmee van voor het in werking treden van het Basisnet Water op 1 april 2015. b. Het rapport vermeldt dat met PhastRisk 6.6 is gerekend (vergelijkbaar met SafetyNL). Voor het Basisnet moet gerekend worden met het wettelijk voorgeschreven pakket RBMII. c. Het rapport is een update van eerdere versies uit 2003 en 2011 waarin alleen de populatie is herzien op basis van de beschikbare gegevens uit 2013. Deze zijn inmiddels achterhaald (zie ook punt 7). d. Juist voor de Westerschelde is een gevalideerde rekenmethode van de realisatiecijfers vervoerde gevaarlijke stoffen beschikbaar (bron: https://www.infomil.nl/onderwerpen/veiligheid/basisnet-0/water/) en hieraan wordt in het geheel geen aandacht besteed. e. Het Plaatsgebonden Risico (PR) is niet beschouwd, er is slechts naar het Groepsrisico (GR) gekeken. f. Juist voor de Westerschelde is er geen vrijwaringszone (bron: Handreiking Bouwbeperkingen in en langs vaarwegen voortvloeiend uit het Basisnet Water van 4 maart 2015).
Deze handreiking is van een latere datum dan de rapportage van DNV. Dit aspect behoeft specifieke aandacht. g. Er wordt nog van uitgegaan dat de marinierskazerne naar Vlissingen komt. Hierover is recent een andere beslissing genomen door de regering; 4. De rapportage stikstofdepositie vermeldt dat op 500 meter een Nutura-2000 gebied ligt en concludeert dat de depositie < 0,00 mol/jr/ha is. Vanwege de omvang van de realisatiefase (meerdere grote bouwwerken alsmede een 100 meter hoge woontoren) ligt dit niet in de lijn der verwachting: a. De inzeturen van materieel en vervoersbewegingen worden zonder enige toelichting en onderbouwing geponeerd, terwijl dit de primaire input is. Zo worden in 200 uur alle palen geheid te hebben voor alle gebouwen inclusief die toren van 100 meter. b. Tabel 3.1 geeft aan dat materieel vanaf 2015 moet worden gebruikt. Dat impliceert dat Stage IV dieselmotoren moeten worden ingezet (bron: https://dieselnet.com/standards/eu/nonroad.php). Hierover maken wij 2 opmerkingen: • Veel bouwmaterieel voldoet hier niet aan, zeker heimachines is materieel met een zeer lange levensduur. • In de tabel wordt naast 0,4 g/kWh (= Stage IV) ook 0,3 g/kWh vermeld voor meerdere soorten materieel. Zelfs stage V (vanaf medio 2019) hanteert nog 0,4 g/kWh. De voorgestelde NOx-emissies zijn aldus niet juist. 5.
In het windonderzoek dat is uitgevoerd door Peutz, zijn invloeden van de hoogbouw op de bedrijfsgebouwen van Damen niet meegenomen. Kan er uitgesloten worden dat er effecten optreden op de gebouwen van Damen?
72
Gemeentelijke reactie 1. De rekenbladen zullen bij het ontwerpbestemmingsplan worden gevoegd. 2. De effecten van cruiseschepen op de aangrenzende bebouwing is berekend en aan het akoestisch onderzoek toegevoegd. 3. Ten aanzien van het aspect externe veiligheid worden de navolgende antwoorden gegeven: a. Voor de Westerschelde is thans geen andere rekenmethode beschikbaar. Voor het overige wordt verwezen naar de beantwoording op vraag d. b. Zie de beantwoording op vraag d. c. Zie de beantwoording op vraag g. d. Conform het ‘Rapport toetsing realisatiecijfers vervoer gevaarlijke stoffen over het water aan de risicoplafonds Basisnet’, d.d. 8 juni 2020, opgesteld door Rijkswaterstaat, geldt hiervoor het volgende: Behoudens voor de Westerschelde, is er voor de overige Basisnet-zeevaartroutes nog geen gevalideerde rekenmethodiek beschikbaar. Enkel voor de Westerschelde is de rekenmethodiek ‘Protocol Zeevaart’ al toepasbaar verklaard, echter deze is nog niet opgenomen in het HART en ook nog niet opgenomen in het voorgeschreven rekenprogramma RBMII. Het is daarom niet mogelijk om met het voorgeschreven rekenprogramma RBMII risicoberekeningen uit te voeren voor de Basisnet-zeevaartroutes en de uitkomsten te toetsen aan de risicoplafonds Basisnet.
Daarom wordt in deze rapportage (hoofdstuk 2.3) een kwalitatieve beoordeling gegeven van de risico’s op de zeevaartroutes in relatie tot de risicoplafonds. e. In de groepsrisicoberekening die ten grondslag ligt aan de geüpdatete Groepsrisicoberekeningen Scheldekwartier uit 2013, te weten de ‘Actualisatiestudie 2011 risico’s transport gevaarlijke stoffen Westerschelde en prognoses 2015-2030’ is het plaatsgebonden risico wel in beschouwing genomen. Uit de berekening blijkt dat het PR van de Westerschelde op geen enkele plaats tot de oever reikt. f. De Westerschelde beschikt niet over een vrijwaringszone (conform het Barro, art. 2.1.1.), omdat het geen Rijksvaarweg betreft. Daarnaast beschikt de Westerschelde op basis van de Waterwet niet over een leggerplicht (zie blz. 39 van het Advieskader Omgevingsveiligheid, d.d. 16 april 2019, opgesteld door Veiligheidsregio Zeeland). g. Bij de berekening van het groepsrisico dient er te worden uitgegaan van de populatie die overeenkomstig het betreffende ruimtelijk plan mogelijk is. Het bestemmingsplan voor de marinierskazerne is nog niet aangepast naar aanleiding van de recente beslissing. In de voorliggende groepsrisicoberekening is daarom uitgegaan van de juiste populatie.
Naar aanleiding van de opmerkingen heeft DNV een oplegnotitie opgesteld (gedateerd 19 januari 2021) waarin een analyse is uitgevoerd van de eerder uitgevoerde groepsrisicoberekening. Deze notitie wordt opgenomen in Bijlage 9. Op basis van de analyse kan geconcludeerd worden dat de populatie uitgangspunten van de 2013 studie over het geheel conservatief zijn en daarmee de conclusies van het onderzoeksrapport uit 2013 nog geldig zijn. Er wordt niet verwacht dat het groepsrisico zal toenemen door de programmawijzigingen. Naar aanleiding van de rapportage stikstofdepositie zijn enkele opmerkingen gemaakt. Hierna volgen de reacties. 4. Naar aanleiding van de update van Aerius en concrete gegevens van de toekomstige bouwbedrijven is de rapportage stikstofdepositie herijkt. Hierin is de gerapporteerde inzet van het materieel aannemelijk. Daarnaast zullen veel van de materialen niet op locatie vervaardigd worden en hoeft het op locatie alleen maar ‘in elkaar gezet’ te worden. Uit de reactie blijft onduidelijk waarom de inzet van materiaal te laag is ingeschat. a. Naar aanleiding van de update van Aerius is de rapportage stikstofdepositie herijkt. In het nieuwe onderzoek worden niet langer emissiefactoren van 0,3 g/kWh genoemd. 73
b. De berekeningen inzake het bestemmingsplan zijn uitgevoerd om aan te tonen dat de gebruiksfase geen significant negatieve effecten op natura2000-gebieden oplevert. Voor de bouwfase is in overleg met de bouwers inzicht gekregen in de inzet van materieel. 5. Op basis van de onderzoeksresultaten worden geen significante windhindereffecten verwacht bij de bedrijfsbebouwing van de inspreker. Hiertoe is eveneens een afzonderlijke notitie (d.d. 19 november 2020) opgesteld door Peutz op basis van de vraagstelling van de inspreker. In deze notitie zijn de bevindingen ten aanzien van het windhindereffecten zijn beschouwd. Deze notitie wordt opgenomen als Bijlage 18 bij de toelichting op het bestemmingsplan.
74