5.9 rvs Jaarstukken 2022, 1e begrwijz 2023 en begr 2024 VRZ bijlage 4 aanbiedingsbrief
Tekst van het document
Realisatie
Begroting 2023
Programma
2022
na le wijziging
begroting 2024
1.381.063
989.241
1.056.300
197.000
317.500
Exploitatie Onderhoud materieel en -materiaal Tijdelijke verhoging onderhoudsbudget
In vesteringsplan Werkplaatsinrichting servicecentra
42.555
0
0
Totaal
1.423.618
1.186.241
1.373.800
Het onderhoudsbudget staat onder druk; dit hangt samen met de ouderdom van de activa. Het investeringsplan voorziet in de vervanging van veel activa, waardoor de onderhoudskosten mogelijk kunnen dalen. In 2024 worden (net als in 2023) lagere afschrijvingslasten verwacht dan begroot. Het verschil wordt incidenteel ingezet om het onderhoudsbudget voor brandweermaterieel en -materiaal te verhogen. Onderhoud kantoren VRZ (Middelburg, Goes, Borssele, Terneuzen)
We zijn sinds januari 2017 eigenaar van het kantoorgebouw Segeerssingel 10 te Middelburg. Het gebouw plus de verbouwingskosten worden in 25 jaar afgeschreven zonder rekening te houden met een restwaarde. Uiteindelijk resteert de aanschafwaarde van de grond op de balans. De ontwikkelingen met betrekking tot het pand Segeerssingel vragen om heroverweging van in het verleden gemaakte keuzes. Het vertrek van de Politie uit het naastgelegen pand, de verhuizing van de meldkamer naar Bergen op Zoom, de heroriëntatie van crisisbeheersing en het verminderd gebruik van kantoorwerkplekken maken dat de situatie opnieuw bekeken moet worden. Een bestuurlijke verkenner heeft gerapporteerd over mogelijke gezamenlijke huisvesting met de GGD en RUD. Op basis van de resultaten moeten nadere keuzes gemaakt worden. In het kader van dit onderzoek is voortgang op het huisvestingdossier tijdelijk 'on hold' gezet. Zodra er meer duidelijkheid is omtrent samenwerking wordt dit dossier met urgentie opgepakt. Dit betekent ook dat investeringen in het gebouw minimaal zijn en er voornamelijk curatief onderhoud wordt gepleegd. In de reserve Meldkamer is een bedrag van C 135.000 gereserveerd om de voormalige vleugel van de meldkamer te verbouwen. Hiervoor zijn middelen ontvangen van het Rijk.
21
Veiligheids Regio Z«l»rtd
Onderhoudskosten kantoren VRZ (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel)
Realisatie
Begroting 2023
Programma
2022
na le wijziging
begroting 2024
59.426
81.400
83.400
16.683
0
5.100
0
0
0
0
115.000
0
76.109
196.400
88.500
Exploitatie Gebruikers- en eigenaarsonderhoud Segeerssingel 10 Middelburg Kantoormeubilair Aanpassing Segeerssingel 10, vml. GMZ
Investeringsplan Aanpassing Segeerssingel 10 (corridor) Totaal
Naast de Segeerssingel 10 te Middelburg bevinden zich o.a. op de kazernes Middelburg Stromenweg, Goes Oranjeweg, Borssele Quistenburg en Terneuzen Koegors kantoren van VRZ. Ook op een aantal kleinere posten zijn werkruimtes beschikbaar. Onderhoud en vervanging brandweerposten
Het eigendom van de brandweerposten en het beheer daarvan is in 2013 niet aan VRZ overgedragen. Voor alle brandweerposten is een verdeling van de verantwoordelijkheid voor het onderhoud afgesproken. Het Algemeen Bestuur heeft hiervoor in 2013 een zogenaamde demarcatielijst vastgesteld. Hierbij geldt dat het (gebruikers)onderhoud van de in de demarcatielijst onder de kolom "VRZ" opgenomen zaken voor rekening komt van VRZ. De kosten voor onderdelen die wortel- en nagelvast zijn, zijn voor rekening van de gemeenten. De kosten voor de losse inventaris zijn voor rekening van VRZ. De bestaande inventaris is in 2013 'om-nieť overgedragen aan VRZ. Voor de vervanging is dus geen financiële ruimte overgedragen. Hiervoor is C 25.000 per jaar voorzien (op het investeringsplan). Afschrijving zal plaatsvinden in 10 jaar. In de Notitie Huisvesting brandweerposten, die op 1 maart 2018 in het AB is vastgesteld, zijn de uitgangspunten voor oprichting en vervanging vastgesteld. Een nieuwe brandweerpost heeft minimaal twee uitrukdeuren of verlengde diepte.
Indien (een) extra deur(en) of verlengde diepte noodzakelijk is/zijn voor regionaal materieel van de basis brandweerzorg, dan zijn de kosten voor: a) individuele gemeente, bij een gelijke situatie; b) alle gemeenten, indien meer uitrukdeur(en) gewenst zijn dan in de huidige situatie; c) als er sprake is van frictiekosten vindt hierover overleg plaats tussen partijen. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten hun maatschappelijk vastgoed voor 2050 verduurzamen. Uitgangspunt is een reductie van 95*^ van de C02-uitstoot en het aardgasvrij maken van gebouwen. De Sectorale Routekaart Gemeentelijk Mas astgoed bevat de aanpak voor de 36.000 gebouwen die het betreft, een doorrekening van de benodigde middelen en een stappenplan als hulpmiddel om een eigen gemeentelijke portefeuilleroutekaart op te stellen. Het is nu aan gemeenten samen met VRZ om dit op te pakken en daarmee de voorbeeldrol van maatschappelijk vastgoed in de energietransitie in te vullen.
22
VeiligheidsRegío Z«l*rtd
Onderhoudskosten brandweerpostenļexclusief kosten eigen onderhoudspersoneel)
Realisatie
Begroting 2023
Programma
2022
na ľ wijziging
begroting 2024
Gebruikersonderhoud brandweerposten
230.579
129.000
187.200
Eigenaarsonderhoud Stadsgewest
72.583
73.400
75.200
Frictiekosten nieuwe kazerne Heinkenszand
0
0
1.300
Frictiekosten nieuwe kazerne Goes-West
0
0
2.600
25.000
28.750
30.000
Inventaris nieuwe kazerne Zierikzee
0
0
90.000
Inventaris nieuwe kazerne Goes-West
0
0
78.000
Inventaris nieuwe kazerne Heinkenszand
0
69.000
0
Inventaris nieuwe kazerne Kloosterzande
0
69.000
0
Energiebesparende maatregelen
0
12.800
0
391.950
464.300
Exploitatie
Vlissingen-Middelburg1
Investeringsplan Vervanging inventaris brandweerposten
Totaal
328.162
1 Na onderzoek is gebleken dat de Stadsgewestelijke Brandweer Middelburg-Vlissingen abusievelijk het volledige onderhoudsbudget, bedoeld voor zowel het eigenaarsonderhoud en het gebruikersonderhoud, heeft overgedragen aan VRZ. Afgesproken is dat voor het eigenaarsonderhoud jaarlijks tot een bedrag van C 68.000 (2013) in rekening gebracht mag worden bij VRZ. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.
23
VeiligheidsRegîo
1.2.2 Paragraaf Bedrijfsvoering In het meerjarenbeleidsprogramma 2022-2025 is een aantal thema's opgenomen voor de ontwikkeling van de bedrijfsvoering. De thema's zijn gestart en krijgen in 2024 een vervolg. Mens en Organisatie
In toenemende mate is de vervulling van vacatures een uitdaging. Voor zowel de operationele functies en piketten als ook de kantoorfuncties wordt de invulling van vacatures in een krapper wordende arbeidsmarkt een uitdaging. In 2023 hopen we het strategisch personeelsplan en een nieuw wervingsbeleid opgesteld te hebben waardoor we in 2024 gerichter met dit vraagstuk aan de slag kunnen. Ook de modernisering van ons arbeidsvoorwaardenpakket is daarbij van groot belang. Vooralsnog worden deze zaken binnen de begroting opgepakt. De inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren voor de veiligheidsregio's is op dit moment nog onduidelijk. De effecten van de Europese Deeltijdrichtlijn voor de vrijwilligers zijn voor VRZ vooralsnog beperkt. Hoe de kosten voor de andere veiligheidsregio's verdeeld worden is nog onduidelijk. Informatiegestuurde organisatie
Bij een organisatie waarin informatie een steeds belangrijker rol speelt in de uitvoering van brandweer- en crisisbeheersingsprocessen is de dóórontwikkeling van de digitale omgeving een steeds belangrijker en voorwaardenscheppende factor. Het creëren van de juiste infrastructuur en applicatielandschap is een doorlopend proces. Door een efficiëntere inrichting van onze bedrijfsvoering kunnen kostenstijgingen worden opgevangen. Informatieveiligheid
In 2024 wordt de veiligheidsregio's naar verwachting aangemerkt als vitaal. Dit betekent dat het beveiligingsniveau verder omhoog moet en dat onder andere de BIO referentiewaarde naar 4 moet worden gebracht. De kosten die hiermee samenhangen, worden gedekt door de extra middelen die het Rijk voor dat doel beschikbaar stelt. De overige hiermee samenhangende kosten zijn nog in onderzoek. De aansluiting tussen de regio's en het Rijk op het gebied van informatie-uitwisseling wordt door het Rijk georganiseerd, waarbij de kosten vanuit de extra BDUR-middelen worden gedekt. Energiekosten, inflatie en loonontwikkeling
De stijging van de energiekosten als gevolg van de oorlog in de Oekraïne heeft in 2022 geleid tot overschrijding op de begrotingsbedragen voor gas- en elektriciteit en brandstof. We verwachten dat deze trend zich in 2024 (deels) voortzet. Deze kostenverhogingen werken door in alle andere producten die VRZ afneemt. Deze inflatie zorgt op haar beurt weer voor een druk op de lonen. Duurzaamheid
De door de Rijksoverheid geformuleerde ambities zijn vertaald in een Regionale Energiestrategie. VRZ zet als overheidslichaam de benodigde stappen in lijn hiermee. De kosten van deze transitie manifesteren zich op diverse onderdelen. Voor de planvorming en coördinatie is extra capaciteit noodzakelijk. Samenwerking
Op basis van de schaalgrootte van de organisatie is samenwerking uit een oogpunt van continuïteit en kwaliteit noodzakelijk. Gesprekken hierover met Zeeuwse partners, zoals GGD en RUD, maar ook met andere veiligheidsregio's worden gecontinueerd. Het perspectief hierbij is meer gericht op kwaliteitsverbetering en continuïteit dan op financieel voordeel.
24
Veiligheids Regio Z«!ârtd
1.2.3 Paragraaf Financiering Algemeen
Het streven naar de optimale financiering van de gemeentelijke inkomsten en uitgaven (op korte en lange termijn) noemen we de treasury-functie. Om deze functie goed uit te voeren, kijken we naar de liquiditeitsontwikkeling van de gemeente en de renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt in Nederland. De treasury-functie voeren we uit binnen de normen van de Verantwoording), de Wet Fido (Wet Financiering Decentrale Overheden), de Wet HOF (Wet en het treasurystatuut. Het treasurybeleid van de VRZ is gericht op de ondersteuning van de uitvoerende werkzaamheden en heeft een risicomijdend en voorzichtig karakter. Uitgangspunten zijn: » Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden; » Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. « De rentelasten van de leningen zoveel mogelijk beperken; « De risico's die aan de financiële transacties zijn verbonden zoveel mogelijk te beheersen en beperken; het betreft het renterisico's, koersrisico's en het debiteurem/crediteurenrisico; Uitzettingen
In 2013 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF). Deze wet bepaalt onder meer dat Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Daarmee worden de tekorten van gemeenten of provincies door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort, dat volgens de EU-regels niet meer dan 396 mag bedragen (zie 2.3.2 Geprognosticeerd EMU-saldo). Het wetsvoorstel verplicht alle decentrale overheden, dus ook VRZ, om hun overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Het (eventuele) positieve saldo op de bank wordt dagelijks afgeroomd door het Ministerie van Financiën in het kader van 'het schatkistbankieren'. Een decentrale overheid behoudt, op basis van de wet Fido, de mogelijkheid om leningen te verstrekken en uitzettingen te verrichten uit hoofde van de publieke taak. Deelname aan schatkistbankieren verandert daar niets aan. Financiering
Bij financiering gaat het om de vraag hoe we aan financiële en liquide middelen komen (door het aangaan van geldleningen). Om vooral de financieringsrisico's te beperken staan in de Wet Fido twee instrumenten: de kasgeldlimiet en de rente risiconorm. Kortlopende schulden - kasgeldlimiet
Om de renterisico's op de kortlopende schulden te beheersen is in de wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. Deze bedraagt voor gemeenschappelijke regelingen maximaal 8,296 van het begrotingstotaal. Berekening kasgeldlimiet
Omvang van de begroting op 1 januari 2024 Kasgeldlimiet in procenten van de omvang Kasgeldlimiet in bedrag Opgenomen (kasgeld)leningen < 1 jaar Ruimte
2024
C 43.704.110 8,2096 C 3.583.737 CO C 3.583.737
25
Veiligheids Regio 7«l.nd
Langlopende schulden - renterisiconorm
Om de renterisico's op de langlopende schuld te beheersen is in de wet Fido de renterisiconorm opgenomen. De renterisiconorm richt op het bedrag aan herfinanciering en het bedrag aan renteherziening. Deze bedraagt voor gemeenschappelijke regelingen maximaal 2054 van het begrotingstotaal. Leningenportefeuille
Leningnummer
Hoofdsom
Looptijd
Opnamedatum
Aflossing/jaar
40.110.820
3.100.000
20-1-2017
124.000
40.110.839
4.000.000
15-9-2017
266.667
40.111.707
20.000.000
14-2-2018
1.176.471
40.110.883
2.000.000
2-1-2019
133.333
40.110.882
2.000.000
2 1-2020
Rente
133.333
-
1.833.804
Totaal Gemiddeld in 2024 2024
2025
2026
2027
C 43.704.110
C 44.551.010
C 46.091.765
C 46.518.987
Berekening renterisiconorm
Begrotingstotaal
2094
2096
2096
2096
C 8.740.822
C 8.910.202
C 9.218.353
C 9.303.797
2024
2025
2026
2027
Percentage regeling Renterisiconorm
co
CO
CO
CO
Aflossingen
C 1.883.804
C 2.083.804
C 3.359.000
C 4.209.000
Renterisico
C 1.883.804
C 2.083.804
C 3.359.000
C 4.209.000
Renterisiconorm
C 8.740.822
C 8.910.202
C 9.218.353
C 9.303.797
Ruimte onder renterisiconorm
C 6.857.018
C 6.826.398
C 5.859.353
C 5.094.797
Overschrijding renterisiconorm
CO
CO
CO
CO
Renteherziening op vaste schuld o/g
Financieringsbehoefte en ontwikkeling rentelasten 2023
2024
Liquide middelen 1/1
6.922.209
3.337.765
-2.596.147
-2.760.074
-2.795.279
Investeringsplan
-3.312.394 3.148.390
-9.384.174 3.074.766
-14.394.198 3.613.875
-9.405.882 4.380.081
-7.372.422 4.742.503
-290.700 0
Mutatie Overl. passiva met spec, bestedingsdoel
-1.586.636 0 0
-49.800 0 0
-150.600 0 0
-11.400 0 0
Aflossingen bestaande leningen
-1.833.804
-1.833.804
-1.833.804 -250.000
-1.833.804 -1.525.000
-1.833.804 -2.375.000
6.922.209
3.337.765
-5.096.147
-15.510.074
-11.295.279
-9.645.402
0
0
2.500.000
12.750.000
8.500.000
6.750.000
6.922.209
3.337.765
-2.596.147
-2.760.074
-2.795.279
-2.895.402j
Rente (kort) over financieringsbehoefte
1,594
0
19.500
40.200
41.700
42.800
Rente (lang) over financieringsbehoefte
496
0
50.000
350.000
739.500
966.500
Rente over lopende leningen
280.800
257.700
234.800
211.700
188.700
Totaal
280.800
327.200
625.000
992.900
1.198.000
2022
Afschrijvingen Mutatie Eigen vermogen Mutatie Voorzieningen
2025
0
Aflossingen nieuwe leningen Liquide middelen 31/12 Financieringsbehoefte (lang) Totaal liquide middelen *)
2026
2027
Voor een toelichting wordt verwezen naar paragraaf 2.3.1 waarin een prognose is opgenomen van de balans 2023 t/m 2027. 26
Veiligheids Regio ztílmd
Renteschema 2024 (taakveld treasury) Renteschema 2024:
a.
c c c
De externe rentelasten over de korte en lange financiering
b. De externe rentebaten over de korte en lange financiering
7-
Saldo rentelasten en rentebaten
cl. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
7-
c
-
7-
e
“
328.300 -
328.300
c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken ^ projectfinanciering), die aan het
e
betreffende taakveld moeten worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
dl. Rente over eigen vermogen
+I+
d2. Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
e.
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
f.
Renteresultaat op het taakveld Treasury
7-
c e c
328.300
e
328.300
c
-
-
-
27
VeiligheidsRegio 7Mİ.Md
1.2.4 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding
Risicomanagement is een onderdeel van goed bestuur (Good Governance) en een belangrijk middel om de continuïteit van de organisatie te waarborgen. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 19 december 2013 is de 'Notitie Risicomanagement en weerstandsvermogen' vastgesteld. De notitie is ook in 2023 nog steeds actueel. In deze notitie worden de termen risico's, weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen als volgt gedefinieerd: * »
Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate VRZ in staat is om omvangrijke tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid aanzienlijk moet worden aangepast. Risico's moeten in dit verband worden gezien als reële, maar niet altijd te meten, bedreigingen die, ook nadat alles in het werk gesteld is om het optreden ervan te voorkomen, of de gevolgen ervan te verminderen, kunnen leiden tot uitgaven die niet begroot zijn.
Naast de interne behoefte om risico's in beeld te hebben en te beheersen is er ook vanuit het Rijk wetgeving opgelegd omtrent risico's. In het Besluit Begroting en VerantwoordinR Provincies en wordt in artikelen 9 en 26 gesteld dat in ieder geval in de begroting en de jaarrekening een paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt opgenomen. In deze paragraaf worden ten minste opgenomen: « » »
een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; een inventarisatie van de risico's; het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's.
Beschikbare weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit is in artikel 11 omschreven als "de middelen en mogelijkheden waarover een organisatie beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken". Volgens de 'Notitie weerstandsvermogen en risicomanagement' wordt de beschikbare weerstandscapaciteit bepaald aan de hand van de post onvoorzien, de algemene reserve en het onbestemde deel van de bestemmingsreserves. Voor de beoordeling van een dergelijke ratio kan gebruik worden gemaakt van de onderstaande waarderingstabel, welke door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit van Twente is samengesteld. Waarrdering weerstandcapaciteit Waarderingscijfer
Betekenis
2,0
Uitstekend
A B
1,4
2,0
Ruim Voldoende
C
l,0«x-cl,4
Voldoende
D
0,8 ś x1,0
Matig
E
0,6 ś x < 0,8
Onvoldoende
F
x < 0,6
Ruim onvoldoende
Op basis van de concept-jaarrekening 2022 heeft de algemene reserve van VRZ eind 2022 een verwacht saldo van C 602.143. De jaarrekening 2022 is ten tijde van het opstellen van deze begroting nog niet vastgesteld en kan nog wijzigen.
28
Veiligheids Regio
De post onvoorzien bedraagt C 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt daarmee in 2024 naar verwachting: » * * »
Algemene reserve C 794.566 Onttrekking begroting 2023 (na wijz.) -/-C 262.000 Onttrekking begroting 2024 -/- C 200.000 Post onvoorzien ______ C 50.000 Totaal C 382.566
Benodigde weerstandscapaciteit
Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen moet de beschikbare weerstandscapaciteit afgezet worden tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De risico's die VRZ loopt zijn bepalend voor de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit. Om de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen is het noodzakelijk de risico's te voorzien van een kwantificering van zowel kans als financiële gevolgen. Door de maximale gevolgen van de individuele risico's bij elkaar op te tellen ontstaat een te negatief oordeel over het weerstandsvermogen. Het is immers vrijwel zeker dat niet alle risico's zich tegelijkertijd voor zullen doen. Daarnaast zal niet ieder risico zich daadwerkelijk in de maximale omvang voordoen. Een aantal risico's is qua omvang en waarschijnlijkheid niet in te schatten. Voor de kans dat een risico optreedt, wordt gewerkt met kans klassen van 9096 tot 1096. Risico's
Kans op
Impact
Benodigde
optreden
2024
weerstands
in 2024
(C)
capaciteit 2024 (O
Zeer hoog risico (9096) 01
In de begroting 2024 is uitgegaan van een
9096
240.000
216.000
9096
170.000
153.000
9096
120.000
108.000
9096
70.000
63.000
loonkostenstijging van 3,9 96. De werkelijke loonkostenstijging vanaf 1 mei 2024 of een wijziging in de pensioenpremies kan hiervan afwijken. Een nadelig verschil nacalculatorisch van 196 is meegenomen als risico. 02
In de begroting 2023 en 2024 is uitgegaan van een prijsstijging van respectievelijk 5,996 en 2,496 (VZG-norm). De werkelijke prijsstijging in 2023 en 2024 kan hiervan afwijken. Een nadelig verschil nacalculatorisch van 1,596 is meegenomen als risico.
03
De ontwikkelingen op de meldkamer met betrekking tot het hoge ziekteverzuim , de structureel benodigde formatie en de mogelijke beperking voor de inzetbaarheid voor 55a- medewerkers in de nachtdiensten, maken dat er mogelijk een uitbreiding van de het structurele budget nodig is. De incidentele meerkosten kunnen vooralsnog opgevangen worden uit de hiervoor gevormde bestemmingsreserve. Voor wat betreft het aandeel van de VRZ in de meerkosten geldt een percentage van 2696.
04
Overschrijding van de belastingvrije ruimte WKR waardoor loonheffing verschuldigd is over het bedrag van de overschrijding.
29
Veiligheids Regio 7«!trtd
Hoog risico (7096)
05
Er is de afgelopen járen sprake van hogere
7096
200.000
140.000
7096
Nvt in 2024
Nvt in 2024
5096
100.000
50.000
5096
150.000
75.000
5096
150.000
75.000
5096
200.000
100.000
5096
180.000
90.000
5096
250.000
125.000
5096
PM
PM
onderhoudskosten van brandweermaterieel en materiaal dan begroot. Dit hangt samen met de ouderdom van de activa. Dit nadeel wordt elk jaar nog als incidenteel beschouwd, omdat het investeringsplan voorziet in de vervanging van veel activa. In de begroting 2024 is het budget opnieuw tijdelijk verhoogd, waardoor de impact lager wordt ingeschat dan op basis van het kostenniveau in de periode 2018 t/m 2022 zou worden verwacht. 06
De ECB heeft in korte tijd een aantal renteverhogingen doorgevoerd om de inflatie te beteugelen. Het risico bestaat op verdere verhoging van de rente. Dit risico is van toepassing op de meerjarenraming, waarin rekening is gehouden met een rente van 496. Er is pas een financieringsbehoefte vanaf 2025. Gemiddeld risico (5096)
07
Werkgevers in de sector Overheid en Onderwijs zijn verplicht eigenrisicodrager voor de Werkloosheidswet (WW). Als eigenrisicodrager voor de WW betaalt VRZ de kosten van de WW-uitkering, als (ex)-werknemers werkloos worden
08
Uitval (bijv. door ziekte) in die gevallen waarin slechts één persoon bepaalde werkzaamheden verricht met als gevolg tijdelijke inhuur.
09
Niet in kunnen vullen van vacatures op de krappe arbeidsmarkt voor diverse functies en daarvoor duurdere inhuur
10
Risico op hogere kosten vrijwilligers indien meerdere grote incidenten in een jaar voorkomen
11
Het vergroten van de beschikbaarheid van vrijwilligers vormt een belangrijk aandachtspunt de komende járen. Het risico op uitstroom van brandweervrijwilligers mede als gevolg van vergrijzing, groter dan de instroom, brengt extra kosten voor wervingscampagnes en opleidingen mee om de posten op sterkte te houden. Impact is gebaseerd op de inkoop van een extra opleiding Manschap A voor 12 personen ( C 180.000). In de praktijk kunnen dit ook individuele (dag)opleidingen zijn. In de begroting 2024 zijn extra leergangen opgenomen. Om die reden is het risico gemiddeld ingeschat.
12
Het meerjarig investeringsplan is opgesteld in prijzen 2024. Door extra prijsstijgingen is het mogelijk dat de geraamde investeringsbudgetten niet voldoende zullen blijken te zijn. De toekomstige kapitaallasten kunnen hierdoor verder oplopen dan nu berekend. In de begroting is een prijsstijging van 2096 verwerkt. Om die reden is het risico gemiddeld ingeschat.
13
Risico op juridische procedures en schadeclaims als gevolg van het gebruik van PFAS houdend blusschuim tijdens trainingen en incidenten in het verleden. Als gevolg van het gebruik van PFAS houdend blusschuim tijdens oefeningen en trainingen is VRZ aansprakelijk gesteld voor mogelijke hieruit voortvloeiende schade (post Borssele). Deze aansprakelijkheid maar ook
30
Veiligheids Regio 7«l»rtd
de causaliteit en omvang dient nog te worden vastgesteld. Laag risico (3096)
14
Risico dat de bijdrage van NV Westerscheldetunnel
3096
75.000
22.500
1096
1.000.000
100.000
1096
250.000
25.000
1096
250.000
25.000
1096
50.000
5.000
1096
100.000
10.000
1096
75.000
7.500
1096
100.000
10.000
(tunneltraining) vanaf 2024 niet meer wordt ontvangen. Er is een overeenkomst afgesloten tot en met 2023. In 2025 moet de tunnel tolvrij zijn. De NV Westerscheldetunnel blijft tot 2033 de beheersorganisatie van de tunnel, onafhankelijk van de tol. Zeer Laag risico (1096)
15
Ransomware of andere externe aanval op ICT infrastructuur met financiële schade tot gevolg
16
Risico op juridische procedures, onder andere bij aanbestedingstrajecten en arbeidsgeschillen en geschillen bij toepassing van overige wetgeving
17
Langdurige gripsituatie i.v.m. bijzondere (langdurige) rampen en crisis met extra kosten tot gevolg zoals bijvoorbeeld Covid-19 in 2020/2021
18
Risico op een lagere rijksbijdrage (BDUR) als gevolg van ontwikkelingen in de verdeelmaatstaven in Nederland in relatie tot Zeeland en/of een lagere loon- en prijscompensatie dan geraamd
19
Claims agv wetgeving zoals de AVG De bewaker van de avg is de autoriteit persoonsgegevens en deze heeft de mogelijkheid om boetes op te leggen (tot ca. 496 jaaromzet)
20
Claim volgens het niet (goed/volledig) uitvoeren van de Wet Poortwachter
21
De voertuigenverzekering is voor de oudere (brandweer) teruggebracht naar een WA-dekking voertuigen ^15 jr. voor zware voertuigen en ^ jr voor dienstvoertuigen). Dit brengt het risico met zich mee dat in geval van een ongeval, waarbij een ouder voertuig is betrokken, met schuld VRZ, restwaarden moeten worden afgeboekt zonder dat er een verzekeringsvergoeding tegenover staat Totaal
1.400.000
Beoordeling weerstandsvermogen
Op basis van de stand van de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit kan de ratio weerstandsvermogen 2024 worden bepaald: Beschikbare weerstandscapaciteit Deze uitkomst wordt gepresenteerd in de vorm van een ratio: Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de financieel berekende risico's in de begroting 2024 is de ratio weerstandsvermogen: Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
C 382.566 C 1.400.000
^ 0,27
Op basis van de gehanteerde normeringsystematiek door VRZ wordt het weerstandsvermogen van VRZ in de begroting 2024 als "ruim onvoldoende" geclassificeerd. Indien risico's daadwerkelijk (cumulatief) optreden, kan dit mogelijk leiden tot een negatief resultaat en negatief vermogen. VRZ zal in contact treden met de toezichthouder om de ontstane situatie te bespreken.
31
Veiligheids Regio 7«l»nd
In de Notitie risicomanagement en weerstandsvermogen is een maximum bepaald aan het aan te houden weerstandsvermogen. Conform de VZG-richtlijn is hierin opgenomen artikel 25 : "Veiligheidsregio Zeeland vormt een reserve ten laste van de gemeentelijke bijdragen aan de uitvoeringskosten tot maximaal 50Zo van de jaaromzet, inclusief de bijdrage van de deelnemers." Dat betekent voor 2024 een maximale reserve van 5 Va van C 43.704.110 = C 2.185.205. Verloop van de kengetallen
Kengetallen: îegroting (na wijz.)
îrjarenraming Meerjarenraming 1Vleerjarenramlng
Netto schuldquote (NSQ)
56,1996
58,2996
75,3496
102,0396
114,1796
120,8896
NSQ gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
56,1996
58,2996
75,3496
102,0396
114,1796
120,8896
Solvabiliteitsratio
8,2396
3,4096
2,3596
1,5996
1,0796
0,9996
0
0
0
0
0
0
Grondexploitatie
Nvt
Nvt
Nvt
Nvt
Nvt
Nvt
Belastingcapaciteit
Nvt
Nvt
Nvt
Nvt
Nvt
Nvt
Structurele exploitatieruimte
De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De netto schuldquote neemt naar verwachting toe. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin VRZ in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. De solvabiliteitsratio neemt naar verwachting af. Het financiële kengetal "structurele exploitatieruimte" geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de organisatie in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. VRZ beschikt in de begroting en meerjarenraming niet over structurele exploitatieruimte. Verwezen wordt naar paragraaf 2.3.1 "Prognose begin- en eindbalans 2023 t/m 2027' voor meer toelichting op het verloop van de kengetallen.
1.2.5 Paragraaf Verbonden partijen Verbonden partijen zijn in het 'Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten' gedefinieerd als: privaat- of publiekrechtelijke organen, waarin de provincie of gemeente c.q. de gemeenschappelijke regeling een bestuurlijk en financieel belang heeft. VRZ kent geen verbonden partijen.
32
VeiligheidsRegio
Hoofdstuk 2: Financiële begroting en meerjarenraming
33
VeiligheidsRegio Z«!»rtd
Deel 2.1: Uitgangspunten voor de begroting Begroting en meerjarenraming
De begroting 2024 en de meerjarenraming 2025 t/m 2027 zijn opgesteld in 'constante prijzen 2024'. Dat wil zeggen, er is voor zowel de lasten als de baten (o.a. gemeentelijke bijdrage en Brede Doeluitkering Rampenbestrijding) geen rekening gehouden met loon- en prijsbijstellingen vanaf 2025. Loon- en prijscompensatie
Voor de compensatie van de loon- en prijsontwikkeling in 2023 via de gemeentelijke bijdrage is in de begroting 2023 de VZG-richtlijn van 2,796 gehanteerd, die is gebaseerd op een loonbijstelling van 3,196 (2/3) en prijsbijstelling van 1,996 (1/3). Op 14 maart 2023 heeft de VZG, gelet op de uitzonderlijke (inflatie)situatie, deze richtlijn bijgesteld naar 7,296, gebaseerd op een loonbijstelling van 7,996 (2/3) en prijsbijstelling van 5,996 (1/3). Voor de compensatie van de loon- en prijsontwikkeling in 2024 via de gemeentelijke bijdrage is de VZG-richtlijn van 3,496 gehanteerd, die is gebaseerd op een loonbijstelling van 3,996 (2/3) en prijsbijstelling van 2,496 (1/3). Loonbijstelling
Prijsbijstelling
Gewogen gemiddelde loon- en prijsbijstelling
Bijstelling VZG-richtlijn 2023
4- 4,896
+ 4,0 X
H- 4,596
VZG-richtlijn 2024
+ 3,9 96
* 2,4 X
t 3,4
X
De raming van de BDUR is gebaseerd op de decembercirculaire 2022. Er is rekening gehouden met toekenningen van loon-en prijscompensatie in de BDUR, die naar verwachting in 2023 en 2024 zullen worden uitgekeerd. Deze zijn nu nog niet bekend. In zowel 2023 als 2024 is een bedrag geraamd van C 100.000, samen C 200.000. Loonkosten
Uitgangspunt voor de ramingen van de loonkosten zijn de geldende CAR-UWO-tabellen per 1 april 2022 en de werkgeverspremies per 1 januari 2023, verhoogd met de afgesproken loonstijging volgens de VZG-richtlijn 2023 van 3,1 96 (begroting 2023) plus een bijstelling met 4,896 naar 7,996. In tegenstelling tot eerdere járen hebben Veiligheidsregio's een eigen CAO. De Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV) onderhandelt hierover met de vakbonden in het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio's (LOAV). Op 28 februari 2023 is bereikt over een nieuwe CAO met een looptijd tot 1 mei 2024. Werkgevers en vakbonden leggen het akkoord voor aan hun achterbannen. De belangrijkste afspraken in dit akkoord (die de begroting 2024 beïnvloeden) zijn per 1-1-2023: een salarisstijging van C 100 bruto per maand per fte. De uitzonderlijk hoge inflatie raakt de lagere inkomens harder dan hogere inkomens. Werkgevers en vakbonden spreken in caoonderhandelingen daarom steeds vaker naast of in plaats van een procentuele loonsverhoging ook een vast bedrag af. De lagere loonschalen gaan er hierdoor 396 tot 496 op vooruit.
Voor de hogere loonschalen is dat procentueel minder, vervolgens een salarisstijging van 5,596 een verhoging van het IKB met 1,5896; een reiskostenvergoeding woon-werkverkeer van C 0,11/km tot een maximum van 45 km enkele reis; medewerkers die volgens afspraak thuis werken, ontvangen een vergoeding van C 3 per dag; voor de vrijwilligers is afgesproken dat de jaar- en uurvergoedingen stijgen met 9,396; 34
Veiligheids Regio
2«tiMd
Het effect op de begroting van de CAO ten opzichte van de bijgestelde VZG-richtlijn 2023 en 2024 (samen 9,296 tot 1 mei 2024) is berekend op C 722.000 in 2023 tot C 272.000 in 2024. De meerkosten ten opzichte van de bijgestelde VZG-richtlijn 2023 en 2024 van 9,296 doen zich vooral voor bij de lagere loonschalen (C 100 bruto + 5,596 * 1,5896 = 1096 tot 1196) en als gevolg van de vergoedingen voor thuiswerken en reiskosten woon-werkverkeer. Vanaf 2024 is de VZG-richtlijn 2024 van 3,996 toegepast. De CAO loopt tot 1 mei 2024. Er ontstaat pas op een later moment duidelijkheid over de werkelijke loonkostenontwikkeling vanaf 1 mei 2024. Het Individueel Keuzebudget (IKB) is een budget in geld dat elke medewerker maandelijks flexibel kan inzetten voor door hem gekozen doelen. Het IKB bedraagt 17,0596: dat is de optelsom van 6,7596 eindejaarsuitkering, 896 vakantietoeslag, 1,596 levensloopbijdrage en 0,896 aan (omgerekend) bovenwettelijk verlof. Het IKB wordt per 1-1-2023 verhoogd met 1,5896. Formatieplaatsen zijn begroot tegen de werkelijk te verwachten salarislasten, waarbij rekening is gehouden met de normale doorgroei 'in het salarisgebouw' en de doorgroei naar uitloopschalen (na 5 jaar beloning in het maximum van de functieschaal). Vacatures worden begroot op trede 6 van de functieschaal.
Op basis van het Implementatieplan Bouwsteen 'verplichtend karakter' (WNRA) is rekening gehouden met meerkosten voor piketfunctionarissen als gevolg van het omzetten van vrijwillige aanstellingen naar parttime beroepsaanstellingen. Inflatie
Voor de prijsontwikkeling is rekening gehouden met de VZG-richtlijn 2023 van 1,996 (begroting 2023) plus een bijstelling met 4,096 naar 5,996 en de VZG-richtlijn 2024 van 2,496. In 2022 bedroeg de VZGrichtlijn 1,596. Net als andere organisaties hebben we te maken met de effecten van ontwikkelingen zoals de oorlog in Oekraïne en schaarste op de arbeidsmarkt. De financiële gevolgen hiervan voor de begroting zijn groot. De prijzen voor energie, brandstof en andere zaken zijn harder gestegen dan de berekende compensatie zoals die in de VZG-richtlijnen opgenomen. De CPI-index laat ultimo 2022 een prijsstijging zien van 1096. VRZ heeft veel mededelingen ontvangen van leveranciers met prijsverhogingen vanaf 1-1-2023 (+Z- 1096). Deze inflatie zorgt op haar beurt weer voor een druk op de lonen, die in veel gevallen nog moet worden doorberekend in de prijzen. Een prijsontwikkeling van 1096 of meer is fors hoger dan de berekende compensatie zoals die in de VZG-richtlijnen 2022 en 2023 is opgenomen. Omdat er momenteel veel onzekerheden zijn over de prijsontwikkelingen, o.a. voor energie, volgt VRZ de bijgestelde VZG-richtlijn 2023 (5,996) en de VZG-richtlijn 2024 (2,496). In de bestuursrapportage 2023 en de jaarrekening zal meer duidelijk worden over de werkelijke effecten van de inflatie op het kostenniveau van VRZ vanaf 2023.
Door de prijsstijgingen van onder andere energie, grondstoffen, chips, chassis en andere halffabricaten, is het inmiddels onvermijdelijk geworden dat de geraamde investeringsbudgetten niet meer toereikend zijn voor de vervangingsopgave. In het investeringsplan is in afwijking van de VZGrichtlijnen rekening gehouden met een prijsstijging van 1596 in 2023 en 2096 in 2024 om te komen tot een meer reëel vervangingsplan.
35
VeiligheidsRegio
Kapitaallasten
De afschrijvingslasten van de activa in de begroting 2024 zijn gebaseerd op de staat van activa eind 2022 en het investeringsplan 2023 t/m 2027. De (maximale) afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de 'Financiële verordening' van VRZ. a. b. c. d. e.
f.
g.
h. i. j. k. l.
maximaal 40 jaar: nieuwbouw bedrijfsgebouwen; maximaal 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop bedrijfsgebouwen, groot gereedschap; maximaal 20 jaar: liften, haakarmvoertuigen, dompelpompunits, hoogwerkers na revisie, (haakarm)containers, hulpverleningsvoertuigen; maximaal 17 jaar: tankautospuiten, bepakking tankautospuiten; maximaal 15 jaar: dakbedekking, luchtbehandelingsinstallaties, cv-installaties, elektrische installaties (gebouwen), motorspuitaanhangers, tankwagens, inrichting, productiemachines en/of apparatuur, ademluchtcilinders, reddingsvaartuigen, redvoertuigen (hoogwerkers en autoladders); maximaal 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, verbindingen, overige elektrische installaties, kantoormeubilair, nieuwbouw tijdelijke bedrijfsgebouwen, groot onderhoud bedrijfsgebouwen, kozijnen, netwerkbekabeling, glasvezelverbinding, verlichtingsvoorzieningen, hydraulische redmiddelen, ademluchtvulstation, klim en hijsmiddelen, valbeveiliging, personen- en materiaalbussen, aanhangwagens, (test) ademluchtapparatuur, kleding jeugdbrandweer, bluspakken, gaspakken, vuilwerkpakken, zaagkleding, redvesten, survivalsuits, kettingzagen, aggregaten; maximaal 8 jaar: duikapparatuur/materiaal, hefmiddelen, mobiele dataterminals, explosiemeetapparatuur, CO-meetapparatuur, stralingsmeetapparatuur, handlampen oplaadbaar, vluchtmaskers; maximaal 7 jaar: personenauto's,
warmtebeeldcamera's, portofoons/mobilofoons, airbaghoezen; maximaal 5 jaar: lichte motorvoertuigen, software, alarmontvangers/pagers, blushelmen, -laarzen en -handschoenen, paxtassen/AED's; maximaal 4 jaar: apparatuur t.b.v. kantoorautomatisering; maximaal 2 jaar: (mobiele) telefoons niet: gronden en terreinen.
In het eerste jaar na ingebruikname van een actief (le jaar van afschrijving) wordt 10096 van de afschrijving berekend. Bij het berekenen van de afschrijvingen wordt rekening gehouden met een reële restwaarde. In de praktijk gebeurt dit dat alleen bij voertuigen. Voor het aantrekken van nieuwe langlopende financiering is voorlopig rekening gehouden met een rente van 496. De kapitaalmarktrente loopt momenteel op. De Europese Centrale Bank heeft in korte tijd een aantal renteverhogingen doorgevoerd. Het percentage is daarom verhoogd ten opzichte van het percentage in de begroting 2023 van 296. Voor de omvang van de financieringsbehoefte wordt verwezen naar de paragraaf financiering. Voor kortlopende financiering is rekening gehouden met een rente van 1,596.
36
Veiligheids Regio 7«l»r«d
Vennootschapsbelasting
Met ingang van 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen belastingplichtig voor de (hierna: Vpb). De activiteiten zijn onderworpen aan de Vpb, indien en voor zover zij een onderneming drijven. Een (cluster van) activiteit (en) vormt een onderneming voor de Vpb wanneer aan de volgende drie cumulatieve criteria wordt voldaan. 1. er is sprake van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid, en; 2. er is sprake van deelname aan het economisch verkeer, en; 3. er wordt winst beoogd (het winstoogmerk wordt geacht reeds aanwezig te zijn indien structureel overschotten worden behaald of als incidenteel overschotten worden behaald en in concurrentie wordt getreden). In 2017 is met de Belastingdienst overeengekomen dat VRZ geen activiteiten uitvoert die vpb-plichtig zijn. Jaarlijks beoordeelt VRZ intern of dit nog steeds het geval is. Onvoorzien
De post onvoorzien bedraagt C 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven.
37
VeiligheidsRegio 7«lsnd
Deel 2.2: Overzicht van baten en lasten en de toelichting 2.2.1 Totaaloverzicht op economische categorie, inclusief meerjarenraming
Saldo van baten en lasten
Begroting:
Begroting:
Begroting:
Begroting:
2024
2025
2026
2027
290.700
49.800
150.600
11.400
Lasten
43.704.110
44.551.010
46.091.765
46.518.987
110 Salarissen en sociale lasten
25.806.282
25.874.282
25.924.982
26.042.593
158.600 260.600
158.600 37.800
158.600 37.800
158.600 37.800 13.011.673
210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten
12.737.244
12.904.035
13.264.184
433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen
851.580
847.380
843.180
838.880
436 Inkomensoverdrachten - overige overheden
486.738
486.738
486.738
486.738
510 Rente 730 Afschrijvingen Baten
352 Uitgeleend personeel
328.300
628.300
996.200
1.200.200
3.074.766
3.613.875
4.380.081
4.742.503
-43.413.410 -44.501.210 -45.941.165 -46.507.587
-18.700
-18.700
-18.700
-18.700
-285.000
-285.000
-285.000
431 Inkomensoverdrachten - Rijk
-285.000 -8.788.089
-9.277.448
-9.583.297
-9.583.297
432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden
-34.045.621 -34.644.062 -35.778.168 -36.344.590 -276.000 -276.000 -276.000 -276.000
380 Overige goederen en diensten
Mutaties reserves
-290.700
-49.800
-150.600
-11.400
Baten
-290.700
-49.800
-150.600
-11.400
710 Mutaties reserves
-290.700
-49.800
-150.600
-11.400
0
0
0
0
Eindtotaal
2.2.2 Totaaloverzicht per programma, inclusief meerjarenraming
Saldo van baten en lasten
Begroting:
Begroting:
Begroting:
Begroting:
2024
2025
2026
2027
290.700
49.800
150.600
11.400
Lasten
43.704.110
44.551.010
46.091.765
46.518.987
1 Programma Toekomstbestendige brandweerzorg
28.150.720
28.375.853
29.314.918
29.762.245
2 Programma Voorbereide crisisorganisatie
5.958.163
6.480.222
6.837.197
6.863.840
3 Overhead 1 bedrijfsvoering
9.625.227
9.724.935
9.969.650
9.922.902
4 Algemene dekkingsmiddelen
-80.000
-80.000
-80.000
-80.000
5 Onvoorzien
50.000
50.000
50.000
50.000
Baten
-43.413.410 -44.501.210 -45.941.165 -46.507.587
1 Programma Toekomstbestendige brandweerzorg
-561.000
-561.000
-561.000
-561.000
2 Programma Voorbereide crisisorganisatie
-18.700
-18.700
-18.700
-18.700
0
0
0
0
3 Overhead 1 bedrijfsvoering 4 Algemene dekkingsmiddelen 5 Onvoorzien Mutaties Reserves Eindtotaal
-42.833.710 -43.921.510 -45.361.465 -45.927.887 0
0
0
0
-290.700
-49.800
-150.600
-11.400
0
0
0
0
38
Veiligheids Reaio 7ŕ*İSrtd
2.2.3 Specificatie per programma naar economische categorie, inclusief meerjarenraming
Saldo van baten en lasten
Begroting:
Begroting:
Begroting:
Begroting:
2024
2025
2026
2027
290.700
49.800
150.600
11.400
1 Programma Toekomstige brandweerzorg
27.589.720
27.814.853
28.753.918
29.201.245
Lasten
28.150.720
28.375.853
29.314.918
29.762.245
110 Salarissen en sociale lasten
16.150.850
16.125.650
16.120.350
16.154.161
147.600
147.600
147.600
147.600
222.800
0
0
0
7.721.374
7.393.806
7.318.106
7.195.595
433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden
614.100
609.900
605.700
601.400
245.238
245.238
245.238
245.238
510 Rente
289.400
572.100
914.800
1.114.900
210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten
730 Afschrijvingen
2.759.358
3.281.559
3.963.124
4.303.351
Baten
-561.000
-561.000
-561.000
-561.000
380 Overige goederen en diensten
-285.000
-285.000
-285.000
-285.000
436 Inkomensoverdrachten - overige overheden
-276.000
-276.000
-276.000
-276.000
2 Programma Voorbereide crisisorganisatie
5.939.463
6.461.522
6.818.497
6.845.140
Lasten
5.958.163
6.480.222
6.837.197
6.863.840
3.241.983 32.600
3.252.183
351 Ingeleend personeel
3.209.983 32.600
32.600
3.265.483 32.600
380 Overige goederen en diensten
2.267.947
2.757.306
3.063.155
3.063.155
237.480 179.000
237.480 179.000
237.480
237.480
179.000
179.000
510 Rente
2.900
3.600
730 Afschrijvingen
28.253
28.253
4.200 68.579
6.000 80.122
Baten
-18.700
-18.700
-18.700
-18.700
352 Uitgeleend personeel
-18.700
-18.700
-18.700
-18.700
3 Overhead 1 bedrijfsvoering
9.625.227
9.724.935
9.969.650
9.922.902
Lasten
9.625.227
9.724.935
9.969.650
9.922.902
6.525.449
6.586.649
6.632.449
6.702.949
11.000
11.000
11.000
11.000
5.200
5.200
5.200
5.200
2.697.923
2.702.923
2.832.923
2.702.923 62.500
110 Salarissen en sociale lasten
433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden
110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden
62.500
62.500
62.500
510 Rente
36.000
52.600
77.200
79.300
730 Afschrijvingen
287.155
304.063
348.378
359.030
4 Algemene dekkingsmiddelen
-42.913.710 -44.001.510 -45.441.465 -46.007.887
Lasten
-80.000
-80.000
-80.000
-80.000
110 Salarissen en sociale lasten
-80.000
-80.000
-80.000
-80.000
Baten
-42.833.710 -43.921.510 -45.361.465 -45.927.887
431 Inkomensoverdrachten - Rijk
-8.788.089 -9.277.448 -9.583.297 -9.583.297 -34.045.621 -34.644.062 -35.778.168 -36.344.590
432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 5 Onvoorzien
50.000
50.000
50.000
Lasten
50.000
50.000
50.000
50.000
380 Overige goederen en diensten
50.000
50.000
50.000
1.050.000
Mutaties Reserves
-290.700
-49.800
-150.600
-11.400
1 Programma Toekomstige brandweerzorg
-290.700
-49.800
-15.600
-11.400
Baten
-290.700
-49.800
-15.600
-11.400
710 Mutaties reserves
-290.700
-49.800
-15.600
-11.400
3 Overhead 1 bedrijfsvoering
0
0
-135.000
0
Baten
0
0
-135.000
0
710 Mutaties reserves
0
0
-135.000
0
Eindtotaal
0
0
0
ū
50.000
39
VeiligheidsRegio
2.2.4 Overzicht met vergelijkende cijfers uit de concept-jaarrekening 2022 en de begroting 2023 Overzicht met vergelijkende cijfers uit de concept-jaarrekening 2022 en de begroting 2023
Er is geen overzicht opgenomen met vergelijkende cijfers per programma omdat de programmaindeling in de programmabegroting 2023 is gewijzigd ten opzichte van die in de jaarrekening 2022. Aanvullend is een overzicht opgenomen met vergelijkende cijfers uit de programmabegroting 2023, de le begrotingswijziging 2023 en de programmabegroting 2024.
Saldo van baten en lasten
Jaarrekening:
Programma
Programma
2022
Begroting:
Begroting:
(concept) *
2023
2024
1.689.036
525.400
290.700
Lasten
39.316.595
38.750.877
43.704.110
110 Salarissen en sociale lasten
25.806.282
22.980.825
23.603.600
210 Belastingen
152.296
150.900
158.600
351 Ingeleend personeel
283.464
275.400
260.600 12,737.244
380 Overige goederen en diensten
10.477.583
9.981.291
433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen
870.604
720.500
851.580
436 Inkomensoverdrachten - overige overheden
420.932
410.800
486.738
442 Kapitaaloverdrachten - gemeenten 510 Rente 720 Mutaties voorzieningen 730 Afschrijvingen Baten
352 Uitgeleend personeel 360 Huren 380 Overige goederen en diensten
0
97.500
0
327.564
280.800
328.300
337.312
0
0
3.466.015
3.230.086
3.074.766
-37.627.560
-38.225.477
-43.413.410
-98.784
-17.700
-18.700
-850
0
0
-1.030.081
-269.700
-285.000
431 Inkomensoverdrachten - Rijk
-7.023.670
-6.799.561
-8.788.089
432 Inkomensoverdrachten - gemeenten
-29.162.152
-30.862.516
-34.045.621
433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden
1.000
0
0
-306.000
-276.000
-276.000
438 Inkomensoverdrachten - overige instellingen en personen
-2.732
0
0
510 Rente
-4.291
0
0
-1.075.305
-525.400
-290.700
Lasten
430.338
0
0
710 Mutaties reserves
430.338
0
0
Baten
-1.505.643
-525.400
-290.700
710 Mutaties reserves
-1.505.643
-525.400
-290.700
613.731
0
0
Mutaties Reserves
Eindtotaal
*) De jaarrekening 2022 van VRZ is nog niet vastgesteld. Deze cijfers kunnen nog wijzigen.
40
VeiligheidsRegio 7«!»rtd
Overzicht met vergelijkende cijfers per programma begroting 2023
Saldo van baten en lasten
Programma
Begroting
Programma
Begroting:
2023 na le
Begroting:
2023
wijziging
2024
525.400
1.659.238
290.700
1 Programma Toekomstige brandweerzorg
25.224.923
26.288.562
27.589.720
Lasten
25.770.623
26.850.062
28.150.720
110 Salarissen en sociale lasten
14.733.500
16.150.850
210 Belastingen
141.500
14.878.516 145.500
351 Ingeleend personeel
239.300
162.200
6.429.841
7.634.596 685.465
7.721.374
206.600 97.500
225.438
245.238 0
250.600
289.400
730 Afschrijvingen
250.600 2.951.282
2.867.747
2.759.358
Baten
-545.700
-561.500
-561.000
380 Overige goederen en diensten
-269.700
-285.500
-285.000
436 Inkomensoverdrachten - overige overheden
-276.000
-276.000
-276.000
2 Programma Voorbereide crisisorganisatie
3.962.563
5.598.790
5.939.463
Lasten
3.980.263
5.616.490
5.958.163
110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel
2.954.400
2.954.400
3.209.983
31.100
31.100
32.600
380 Overige goederen en diensten
803.000
2.265.508
2.267.947
433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen
0 167.300
172.400
237.480
167.300
179.000
800
800
2.900
730 Afschrijvingen
23.663
24.982
28.253
Baten
-17.700
-17.700
-18.700
352 Uitgeleend personeel
-17.700
-17.700
-18.700
3 Overhead 1 bedrijfsvoering
9.139.991
9.079.812
9.625.227
Lasten
9.139.991
9.079.812
9.625.227
110 Salarissen en sociale lasten
6.055.700
6.171.900
6.525.449
9.400 5.000
9.400
11.000
5.000
5.200
2.748.450
2.571.550
2.697.923
436 Inkomensoverdrachten - overige overheden
36.900
510 Rente
29.400
36.900 29.400
62.500 36.000
380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 442 Kapitaaloverdrachten - gemeenten 510 Rente
436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente
210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten
730 Afschrijvingen
720.500
0
147.600 222.800 614.100
255.141
255.662
287.155
-37.852.077
-39.357.926
-42.913.710
Lasten
-190.000
-168.755
-80.000
110 Salarissen en sociale lasten
-140.000 -50.000
-140.000
-80.000
-28.755
0
-37.662.077
-39.189.171
-42.833.710
4 Algemene dekkingsmiddelen
380 Overige goederen en diensten Baten
431 Inkomensoverdrachten - Rijk
-6.799.561
-8.326.655
-8.788.089
432 Inkomensoverdrachten - gemeenten
-30.862.516
-30.862.516
-34.045.621
5 Onvoorzien
50.000
50.000
50.000
Lasten
50.000
50.000
50.000
380 Overige goederen en diensten
50.000
50.000
50.000
Mutaties Reserves
-525.400
-1.659.238
-290.700
1 Programma Toekomstige brandweerzorg
-390.400
-1.586.636
-290.700
Baten
-390.400
-1.586.636
-290.700
710 Mutaties reserves
-390.400
-1.586.636
-290.700
2 Programma Voorbereide crisisorganisatie
0
-55.602
0
Baten
0
-55.602
0
710 Mutaties reserves
0
-55.602
0
41
Veiligheids Regio 7«Urtd
Programma
Begroting
Programma
Begroting:
2023 na le
Begroting:
2023
wijziging
2024
3 Overhead 1 bedrijfsvoering
-135.000
-17.000
0
Baten
-135.000
-17.000
0
710 Mutaties reserves
-135.000
-17.000
0
0
0
0
Eindtotaal
2.2.5 Incidentele lasten per programma Het overzicht incidentele lasten en baten geeft inzicht in de mate waarin er sprake is van structureel evenwicht of een reëel sluitende begroting. Dit houdt in dat structurele lasten zijn gedekt door structurele baten. Incidentele lasten mogen worden gedekt door incidentele baten, waaronder onttrekkingen aan de reserves. Het gaat hier om een indicatie van de incidentele baten en lasten. In onderstaand overzicht is er in 2024 sprake van structureel evenwicht. Tegenover als incidenteel aangemerkte baten staan voldoende als incidenteel aangemerkte lasten, met andere woorden de structurele lasten zijn lager dan de structurele baten. In 2024 worden lagere afschrijvingslasten verwacht dan in eerdere begrotingen opgenomen (C 3,8 mln.). De ontstane financiële ruimte in 2024 mag daarom alleen voor incidentele zaken worden uitgegeven, immers vanaf 2025 is volgens de ramingen de ruimte weer nodig voor dekking van de oplopende kapitaallasten. De meerjarenraming laat oplopende personeelslasten zien als gevolg van de normale doorgroei 'in het salarisgebouw' en de doorgroei naar uitloopschalen (na 5 jaar beloning in het maximum van de functieschaal). Om deze lasten in de toekomst te kunnen dekken zijn sommige lasten in eerdere járen als incidenteel opgenomen. Deze moeten worden afgebouwd.
Begroting:
Begroting:
Begroting:
Begroting:
2024
2025
2026
2027
Saldo van baten en lasten
975.000
206.100
216.400
-22.900
1 Programma Toekomstige brandweerzorg
925.000
156.100
31.400
-72.900
0
Lasten
110 Salarissen en sociale lasten
238.700
37.500
0
351 Ingeleend personeel
222.800
0
0
380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen
523.700
0 183.000
100.000
0
14.800
10.600
6.400
2.100
-75.000
-75.000
-75.000
-75.000
0
0
135.000
0
0
0
135.000
0
50.000
50.000
50.000
50.000
Baten
436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 3 Overhead 1 bedrijfsvoering Lasten
380 Overige goederen en diensten 5 Onvoorzien Lasten
50.000
50.000
50.000
50.000
Mutaties Reserves
-281.500
-40.600
-141.400
-2.200
1 Programma Toekomstige brandweerzorg
-281.500
-40.600
-6.400
-2.200
-281.500
-40.600
-6.400
-2.200
0
0
-135.000
0
0
0
-135.000
0
693.500
165.500
75.000
-25.100
380 Overige goederen en diensten
Baten
710 Mutaties reserves 3 Overhead 1 bedrijfsvoering Baten
710 Mutaties reserves Eindtotaal
42
Veiligheids Regio Ze+Urtá
In paragraaf 2.3.3 Verwachte stand en verloop van de reserves is een toelichting opgenomen op de projecten die ten laste van de reserves worden uitgevoerd. Andere incidentele lasten worden hieronder toegelicht: Onderhoud brandweermaterieel en -materiaal Er is in 2022 (net als in 2018,2019,2020 en 2021) meer onderhoud uitgevoerd dan begroot. Dit hangt samen met de ouderdom van de activa. Deze nadelen zijn in de jaarrekeningen als incidenteel gekwalificeerd, omdat het investeringsplan voorziet in de vervanging van veel activa. In 2024 is C 317.500 incidenteel ingezet om het onderhoudsbudget voor brandweermaterieel en -materiaal te verhogen. In 2025 en 2026 is respectievelijk C 83.000 en C 100.000 opgenomen. Informatie gestuurd werken Voor verdieping/inbedding/integratie van het materieelbeheersysteem in het datawarehouse is C 31.000 incidenteel opgenomen in 2024. Uitrol operationele uniform In de periode 2023 t/m 2025 zal het nieuwe operationele (brandweer)uniform gefaseerd worden uitgerold. In 2024 en 2025 is hiervoor incidenteel C 100.000 extra opgenomen conform de planning. Inkoopondersteuning Het investeringsplan voorziet in de vervanging van veel activa (zie paragraaf 2.3.4 Investeringsplan 2023 t/m 2027). Voor ondersteuning bij het voorbereiden van Europese aanbestedingen en andere inkooptrajecten is in 2024 C 102.800 opgenomen.
Bijdrage tunneltraining Meerjarige tijdelijke geldstromen waarvan de eindigheid vastligt vanwege een toekenningsbesluit worden beschouwd als incidentele baten, ook als de geldstroom (nog) langer is dan 3 jaar. Het betreft in 2024 alleen de bijdrage van de NV Westerscheldetunnel voor de tunneltraining (C 75.000). Deze bijdrage is opgenomen in de risicoparagraaf met een laag risico. Indien deze bijdrage wordt beëindigd is VRZ genoodzaakt de activiteiten die met deze middelen worden uitgevoerd stop te zetten en/of ombuigingen te realiseren. Onvoorzien De post onvoorzien van C 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven.
43
^Veiligheids Regio
Deel 2.3: Uiteenzetting financiële positie 2.3.1 Prognose begin- en eindbalans 2023 t/m 2027 Activa Omschrijving
Eind
Eind
Eind
Eind
Eind
Eind
2022*
2023
2024
2025
2026
2027
23.423.466
23.587.470
29.896.878
40.677.201
45.703.002
48.332.921
0 0
3.312.394 -3.148.390
9.384.174 -3.074.766
14.394.198 -3.613.875
9.405.882 -4.380.081
7.372.422 -4.742.503
1.016.427
1.016.427
1.016.427
1.016.427
1.016.427
1.016.427
6.911.160 0
6.911.160
3.254.114
-2.679.798
-2.843.725
-2.878.930
-3.657.046
-5.933.912
-163.927
-35.205
-100.023
Overige overlopende activa
536.778
536.778
536.778
536.778
536.778
536.778
Liquide middelen
11.049
11.049
11.049
11.049
11.049
11.049
8.475.414
4.818.368
-1.115.544
-1.279.471
-1.314.676
-1.414.699
Activa Vaste activa
Materiële vaste activa Investeringsplan Afschrijvingen Vlottende activa
Uitzettingen meteen rentetypische looptijd korter dan een jaar Schatkistbankieren Verwachte mutatie
Totaal vlottende activa
Totaal activa
31.898.880 28.405.838 28.781.334 39.397.730 44.388.326 46.918.222
*) De jaarrekening 2022 van VRZ is nog niet vastgesteld. Deze cijfers kunnen nog wijzigen.
44
Veiligheids Regio ^ Zrtllrtd Passiva Omschrijving
Eind
Eind
Eind
Eind
Eind
Eind
2022*
2023
2024
2025
2026
2027
1.408.296 1.831.358
532.566 434.120
332.566 343.420
332.566 293.620
332.566 143.020
332.566 131.720
2.625.924
966.686
675.986
626.186
475.586
464.286
337.312
337.312
337.312
337.312
337.312
337.312
23.774.118 21.940.314 0 0
20.106.510 2.500.000
20.522.706 29.913.902 34.205.098 12.750.000 8.500.000 6.750.000
24.111.430
22.277.626
22.943.822
33.610.018
38.751.214
41.292.410
26.737.354
23.244.312
23.619.808
34.236.204
39.226.800
41.756.696
4.428.573
4.428.573
4.428.573
4.428.573
4.428.573
4.428.573
683.486 49.467
683.486 49.467
683.486 49.467
683.486 49.467
683.486 49.467
683.486 49.467
5.161.526
5.161.526
5.161.526
5.161.526
5.161.526
5.161.526
31.898.880
28.405.838
28.781.334
39.397.730
44.388.326
46.918.222
Passiva Vaste passiva
Eigen Vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve Gerealiseerd resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten Subtotaal eigen vermogen
Voorzieningen
-613.730
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Financieringsbehoefte
Totaal vaste passiva Vlottende passiva
rentetypische looptijd korter dan Overlopende passiva met een specifiek bestedingsdoel Overige overlopende passiva Totaal vlottende passiva
Totaal passiva
*) De jaarrekening 2022 van VRZ is nog niet vastgesteld. Deze cijfers kunnen nog wijzigen.
Toelichting
De komende járen is er sprake van een fors investeringsprogramma. Hiervoor wordt verwezen naar bijlage 2.3.4. De boekwaarde van de activa stijgt daardoor van C 23,4 mln. eind 2022 naar circa C 48,3 mln. eind 2027. De lange termijnschulden van VRZ nemen mede hierdoortoe van C 23,7 mln. eind 2022 naar circa C 41,6 mln. De stijging van de lange termijn schulden is geringer dan de stijging van de boekwaarde van de activa, vooral omdat er eind 2022 nog C 6,9 mln. beschikbaar is (schatkistbankieren). Voor de stand en het verloop van de reserves wordt verwezen naar paragraaf 2.3.3.
45
Veiligheids Regio Z«!»rtd
2.3.2 Geprognosticeerde EMU-saldo 2023
Omschrijving
WÊÊÊÊ
' j. Volgens gewijzigde begroting 2023
1.
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel
2.
Mutatie (im)materiële vaste activa
3.
Mutatie voorzieningen
4.
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
5.
Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa
2024
2027
v,
Volgens begroting 2024
Volgens meerjarenraming in begroting 2024
Volgens meeijarenraming in begroting 2024
Volgens meerjarenraming in begroting 2024
Berekend EMU-saldo
46
VeiligheidsRegio ZttlMd
2.3.3 Verwachte stand en verloop van de reserves 2023 t/m 2027 Na de le begrotingswijziging 2023 zijn de volgende toevoegingen en onttrekkingen opgenomen in de begroting 2023 en 2024. Algemene reserve Begroting 2024-2027 B2023 nawijz
B2024
B2025
B2026
B2027
Algemene reserve Saldo aan het begin van het jaar *)
C 794.566
Onttrekkingen
C 262.000
6 200.000
Programmamanagement brandweer 2030
6 200.000
6 200.000
Frictiekosten brandweerpost Heinkenszand
«0
Frictiekosten brandweerpost Goes-West
CO
CO
CO
C 332.566
C 332.566
C 332.566
«0
Schuimblusproblematiek fase 2 en 3
ë 62.000 Saldo aan het eind van het jaar
6 532.566
6 332.566
Totaal algemene reserve *) De jaarrekening 2022 van VRZ is nog niet vastgesteld. Deze cijfers kunnen nog wijzigen.
Bestemmingsreserves Begroting 2024-2027 B2023 na wijz
B2025
B2024
B2027
B2026
Reserve Transitie Saldo aan het begin van het jaar
C 77.799
Onttrekkingen
C 77.799
Extra kosten hoofdstructuur brw.
6 36.825
Kwaliteitsslag ITR
ë 23.974
Kwaliteitszorg/organisatiescan
6 17.000
co
Saldo aan het eind van het jaar
CO
CO
CO
CO
CO
CO
CO
CO
Begroting 2024-2027 B2024
B2023 nawijz
B2025
B2026
B2027
Reserve Vernieuwing Saldo aan het begin van het jaar
C 58.462
Onttrekkingen
C 58.462
Visie op brandweerzorg
ë 8.411
DBK en geo-informatie
6 6.548
Arbo-processen Brandweer (PvA RIE)
ë 11.867
Extra kosten hoofd structuur brandweer
ë 15.001
Incidentele kosten MOTO-beleidsplan
ë 16.635 Saldo aan het eind van het jaar
CO
CO
CO l
...............................................................................................................................
CO
CO l
CO
CO
CO
CO |
|
Begroting 2024-2027 B2023 nawijz
B2024
B2025
B2026
B2027
Reserve Meldkamer Saldo aan het begin van het jaar
C 486.665
Onttrekkingen
C 221.065
C 81.500
C 40.600
C 141.400
C 2.100
Frictiekosten: woon-werkvekeer BoZ Frictiekosten: meerjarige kwaliteitsslag OCB incl procesaansluitingen brw. Frictiekosten: Verbouwing GMZ Dekking structurele desintegratiekosten
6 17.000 6 137.365 60 6 66.700
ë 14.800
ë 10.600
ë 6.400
6 2.100
ë 66.700
ë 30.000
C 265.600
C 184.100
C 143.500
Saldo aan het eind van het jaar
6 135.000
C 2.100
co
47
VeiligheidsRegio
r*A
2024-2027 B2023 na wijz
B2024
B2025
B2026
B2027
Reserve Crisisorganisatie Saldo aan het begin van het Jaar
C 79.498
Onttrekkingen Programma Vakbekwaamheid hoofdstructuur crisisbeheersing
C79.498 C 38.967
Implementatie Leidraad Grootschalig brandweeroptreden
C 40.531
Saldo aan het eind van het jaar
CO
CO
CO
CO
CO
CO
CO
^
CO
CO
Begroting 2024-2027 B2023 na wijz
B2024
B2025
B2026
B2027
Reserve uitgestelde activiteiten Saldo aan het begin van het jaar
C 244.055
Onttrekkingen
C 244.055
Schuimblusproblematiek fase 1 Dienstkleding
6 90.055
co
CO
CO
co
co
CO
CO
co
6 154.000 Saldo aan het eind van het jaar
co
Begroting 2024-2027 B2023 na wijz
B2024
B2025
B2026
B2027
Reserve Impulsgelden operationele leiding brandweer Saldo aan het begin van het jaar
C 276.820
Onttrekkingen
C 276.820
Voltijdsofficiersopleidingen
ë 276.820 co
Saldo aan het eind van het Jaar
CO
CO
CO
CO
CO
CO
CO
CO
Begroting 2024-2027 B2023 na wijz
B2024
B2025
B2026
B2027
Reserve Maritieme Veiligheid Saldo aan het begin van het jaar
C 430.338
Onttrekkingen
C 430.338
CO
CO
CO
CO
Maritieme Veiligheid Algemeen Maritieme Veiligheid Vakbekwaamheid
C 280.338 C 150.000
60
CO
CO
CO
CO
co
CO
co
CO
Saldo aan het eind van het jaar
Begroting 2024-2027 B2023 na wijz
B2024
B2025
B2026
B2027
Reserve dekking afschrijving Saldo aan het begin van het jaar Onttrekkingen
C 177.720 C 9.200
C 9.200
C 9.200
C 9.200
6 9.200
Dekking afschrijvingen verbouwing kazerne Stromenweg