5.7 rvs begr 2022 en jaarrekening 2020 VRZ bijlage 1 begr en jaarrekening
Tekst van het document
Streefwaarde 2022
Streefwaarde 2023
Streefwaarde 2024
Streefwaarde 2025
433
445
445
445
445
Reductie (nodeloze) uitrukken op OMS- en PACmeldingen t.o.v. 2016
Advisering op omgevingsveiligheid en fysieke leefomgeving Omgevingsveiligheid gaat over de vraag hoe we de beperkte ruimte in Nederland veilig kunnen benutten en de risico's die mensen lopen door o.a. opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving zoveel mogelijk kunnen beperken. Ook andere risico's vanuit het regionaal Risicoprofiel zoals overstroming, klimaatverandering, energietransitie etc. worden hierbij beschouwd. VRZ geeft daartoe integrale veiligheidsadviezen op inpassingsplannen, bestemmingsplannen, omgevingsvisies en -plannen, omgevingsvergunningen en structuurvisies, waarbij het aspect omgevingsveiligheid wordt beoordeeld. Ook de advisering over bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswaterwinning wordt hierin betrokken. Vanaf 2022 is de nieuwe Omgevingswet met de onderliggende Besluiten van kracht. VRZ heeft hierop geanticipeerd met een goede voorbereiding op een gewijzigde adviesfunctie. Er ligt nog meer focus op proactief adviseren en faciliteren van gemeenten bij de ontwikkeling en uitwerking van omgevingsvisies en -plannen. Als VRZ spelen we hier op in door een nauwe samenwerking met gemeenten en intensief overleg met adviespartners zoals de GGD Zeeland en RUD Zeeland. De werkzaamheden die een relatie hebben met de invoering van de Omgevingswet zijn voor VRZ toegenomen.
Onder meer door concrete adviesaanvragen voor Omgevingsvisies van gemeenten en Provincie Zeeland. Deze vragen significant meer tijd, dan een advies voor een gemiddeld bestemmingsplan.
Aantal adviezen omgevingsveiligheid
Realisatie 2020 77
Streefwaarde 2022
Streefwaarde 2023
Streefwaarde 2024
Streefwaarde 2025
95
95
95
95
17
Veiligheids
Inspecties en advisering industriële veiligheid Bedrijven waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn boven een bepaalde drempelwaarde, vallen onder de werking van het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015). In Nederland zijn er ruim 400 bedrijven die onder de Brzo-regelgeving vallen. In Zeeland zijn er ca. 22 bedrijven die onder de Brzo-regelgeving vallen, variërend van complexe chemische industrie tot relatief eenvoudige opslagbedrijven voor bepaalde typen gevaarlijke stoffen. VRZ heeft een wettelijke verplichting om toe te zien op de veiligheid bij Brzo-bedrijven via advisering en inspecties. Dit in gezamenlijkheid met de inspectie SZW en omgevingsdienst DCMR.
VRZ kent voor het onderwerp Industriële Veiligheid een samenwerkingsverband met de veiligheidsregio's Rotterdam Rijnmond, Zuid-Holland-Zuid, Haaglanden en Hollands Midden. Jaarlijks worden ambities ten aanzien van deze samenwerking geformuleerd. Enkele ambities zijn eenduidige advisering aan het bevoegd gezag, gezamenlijk waarborgen van kennis en het waarborgen van capaciteit voor landelijke initiatieven. Ook voert VRZ inspecties uit bij risicovolle bedrijven waar gevaarlijke stoffen staan opgeslagen, maar die niet onder het regime van Brzo vallen, de zogenaamde Bevi-bedrijven (Besluit externe veiligheid inrichtingen). Naast de inspecties brengt VRZ veiligheidsadviezen uit, zoals de advisering op vergunningaanvragen en meldingen van Brzo- en Bevi-bedrijven. Daarnaast worden de wettelijk verplichte veiligheidsrapportages van Brzo bedrijven op de voor VRZ van belang zijnde punten beoordeeld, met name de informatie voor de rampenbestrijding en het bedrijfsbrandweerrapport. VRZ participeert eveneens in het uitvoeren van incidentenonderzoek. Het doel hiervan is om te leren van incidenten. Kennis die hierdoor opgedaan wordt, vloeit terug de VRZ-organisatie in. Ook is het bestuur van VRZ conform art. 31 van de Wet veiligheidsregio's verantwoordelijk voor het aanwijzen van bedrijfsbrandweren bij industriële inrichtingen.
De functie van de bedrijfsbrandweer is het voorkomen van schadelijke effecten buiten de inrichtingsgrens bij incidenten op het terrein van de inrichting. De aangewezen bedrijfsbrandweren worden periodiek op sterkte en kwaliteit (van formatie en materieel) beoordeeld. Realisatie 2020
Streefwaarde 2022
Streefwaarde 2023
Streefwaarde 2024
Streefwaarde 2025
Aantal geplande BRZO-inspecties
20
25
25
25
25
Aantal niet routinematige BRZO
5
22
22
22
22
6
6
6
6
6
Aantal adviezen BRZO
104
125
125
125
125
Aantal adviezen BEVI
47
75
75
75
75
Actualisaties aanwijzingen
4
4
4
4
4
6
5
5
5
5
inspecties
Aantal BRZO incidentenonderzoeken
bedrijfsbrandweer
Bedrijfsbrandweerinspecties
Bevordering en borging van kennisontwikkeling: brandonderzoek Kennis kan worden vergaard door o.a. het uitvoeren van brandonderzoek. Brandonderzoek is het geheel van technisch en tactisch onderzoek naar het ontstaansgebied, de oorzaak (toedracht) en het verloop van een brand, de werking van de brandpreventieve voorzieningen en de technische staat van het gebouw of object. Brandonderzoek vergroot het inzicht in het ontstaan en de ontwikkeling 18
Veiligheids
van brand en levert daarmee een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving. Het vergroot de mogelijkheden tot handhaving en verbetering van wet- en regelgeving, het beperken van schadelast, het detecteren van veroorzakers van brand en het verhogen van de kwaliteit van preventieadviezen en voorlichting. Voor de komende beleidsperiode is de focus bij brandonderzoek gelegd op de volgende speerpunten:
Uitvoeren van de 100% inventarisatie en registratie van woningbranden. De invoering van de inventarisatie heeft tot doel meer inzicht te krijgen in oorzaken van woningbranden, het verloop van een woningbrand, eventuele slachtoffers en in beperkte mate de repressieve inzet. Met de registratie van woningbranden wordt meer informatie/data/beeld verkregen over woningbranden. De gegevens zijn waardevol voor het werk van brandonderzoekers, de inzet van repressieve collega's bij een woningbrand, maar ook voor activiteiten van Brandveilig Leven. Uitvoeren van brandonderzoek bij alle branden met slachtoffers en branden in bijzondere gebouwen als woon- zorginstellingen, penitentiaire inrichtingen, kinderdagverblijven, hotels en parkeergarages. VRZ beschikt over gecertificeerde brandonderzoekers die na een brand de plaats van het incident onderzoeken. De verkregen informatie is waardevolle input voor de preventieve en repressieve organisatie. De 100% inventarisatie en registratie van woningbranden is gecontinueerd. Hiermee is bij alle woningbranden contact geweest met de bevelvoerder van de brandweer om bijzonderheden en kenmerken van de brand te inventariseren. In 2020 zijn, na overleg met OVD-brandweer, 20 van dergelijke onderzoeken uitgevoerd.
Inventarisatie en registratie woningbranden Uitgebreide brandonderzoeken
Realisatie 2020 100%
Streefwaarde 2022 100%
Streefwaarde 2023 100%
Streefwaarde 2024 100%
Streefwaarde 2025 100%
100%
100%
100%
100%
100%
Vergroten zelfredzaamheid via risicocommunicatie en veerkrachtige samenleving Risicobeheersing zal vanaf 2022 meer dan ooit worden betrokken bij de kwaliteit van brandweerzorg voor de inwoners van Zeeland. Door meer aan de voorkant van de veiligheidsketen te werken ten aanzien van o.a. preventie wordt feitelijk beoogd de samenleving meer dan ooit daarvoor te laten participeren en een rol te geven ten aanzien van de brandweerzorg. Want hoe voorzichtig we met z'n allen ook zijn, er kan altijd iets misgaan en het vergroten van de zelfredzaamheid van inwoners is hierbij van essentieel belang. Denk aan een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen, een brand in een chemisch bedrijf of een natuurramp zoals een overstroming. Ook in huis kan er wat gebeuren, zoals een brand met schade en mogelijk ook slachtoffers als gevolg. Het begint er mee dat mensen dit beseffen en weten dat zij zelf een belangrijke rol hebben bij het redden van zichzelf én anderen en dat ze weten hoe ze het beste kunnen handelen om zichzelf en anderen in veiligheid te brengen. Maar ook, mensen hebben soms vragen en zorgen rond veiligheid. Zij verwachten van de overheid dat deze transparant is over mogelijke risico's en informatie geeft wat ze moeten doen als het mis gaat. Brandveilig leven en Zeeland Veilig voorzien hierin en helpen bij het vergroten van de veiligheid in Zeeland.
Brandveilig Leven De veranderende maatschappij vraagt om een vernieuwde aanpak op het gebied van brandveiligheid. Door middel van preventieve activiteiten en maatregelen moet een hogere mate van besef ontstaan bij burgers en bedrijven over de eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheden. Door dit besef en de maatregelen die daaruit voortvloeien, moet uiteindelijk het letsel bij brand en 19
Veiligheids
het aantal incidenten afnemen. De eerste verantwoordelijkheid voor (brand)veiligheid ligt niet bij de brandweer, maar wordt actief ingevuld door bedrijven, instellingen en de burger. Door als brandweer in de preventieve sfeer een samenwerking aan te gaan met deze partijen, moet deze doelstelling worden bereikt. Veel aandacht zal hierbij uitgaan naar stimuleren van gedragsverandering. Realisatie 2020 5
Streefwaarde 2022
Streefwaarde 2023
Streefwaarde 2024
Streefwaarde 2025
30
30
30
30
Activiteiten basisonderwijs/ voortgezet onderwijs Woningchecks Voorlichting tijdens evenementen
20
25
25
25
25
12
0
20 30
20 30
20 30
20 30
Info verzoeken
116
20
20
20
20
Aantal ambassadeurs
88
90
90
90
90
Lezingen/ presentaties voor groepen
Zeelandveilig.nl is actueel, volledig en bekend Er is relevante informatie over gevaren, handelingsperspectieven, (overheids)maatregelen en actuele incidenten beschikbaar op www.zeelandveilig.nl. Het portal en verbonden sociale media staan centraal in de informatieverstrekking over fysieke veiligheid in Zeeland en geven antwoorden op vragen en zorgen van inwoners en bezoekers. Overheden, crisispartners en betrokken organisaties en bedrijven delen de content waardoor inwoners en bezoekers in Zeeland via meerdere kanalen erop attent worden gemaakt. Realisatie 2020
Streefwaarde 2022
Streefwaarde 2023
Aantal bezoekers 2.072.794 *) 115.000 115.000 Zeelandveilig.nl (sessies) Aantal volgers op Twitter en 16.334 en 17.000 en 17.000 en Facebook 14.243 15.000 15.000 *) Aantal bezoekjes website, deze realisatie cijfers zijn beïnvloed door de Covid-19 crisis
Streefwaarde 2024
Streefwaarde 2025
115.000
115.000
17.000 en 15.000
17.000 en 15.000
Door Zeeland Veilig wordt jaarlijks een activiteitenplan opgesteld voor publieksactiviteiten. De activiteiten sluiten aan bij de (latente) behoeften, zorgen en vragen van inwoners en bezoekers, bij de actualiteit (wat speelt er nu) en bij activiteiten van anderen. Via monitoring en onderzoek worden de effecten gemeten, waarna de aanpak indien nodig wordt bijgesteld.
20
Veiligheids
Wat gaat het kosten: programmabudget ? Begroting:
Begroting:
Begroting:
Begroting:
2022
2023
2024
2025
STR
Lasten
HOSalarissen en sociale lasten
2.761.200
2.758.600
2.701.400
2.706.500
3800verige goederen en diensten
201.500
201.500
201.500
201.500
436lnkomensoverdrachten - overige overheden
130.100
130.100
130.100
130.100
500
500
400
300
13.480
13.480
13.480
6.726
3.106.780
3.104.180
3.046.880
3.045.126
-5.000
-5.000
-5.000
-5.000
-5.000
-5.000
-5.000
-5.000
3.101.780
3.099.180
3.041.880
3.040.126
-98.600
-98.600
-98.600
-98.600
-98.600
-98.600
-98.600
-98.600
-98.600
-98.600
-98.600
-98.600
3.003.180
3.000.580
2.943.280
2.941.526
o
o
o
c
3.003.180
3.000.580
2.943.280
2.941.526
510Rente
730Afschrijvingen Totaal Lasten
Baten 3800verige goederen en diensten Totaal Baten
Totaal STR
INC
Baten
433lnkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen Totaal Baten
Totaal INC Totaal Saldo van baten en lasten Totaal Mutaties reserves
Eindtotaal INC= Incidenteel; STR= Structureel
Toelichting VRZ is door actieve sturing in 2020, ondanks de Covid-19 crisis, er in geslaagd om 2 incidenteel toegekende fte's voor advisering binnen risicobeheersing (ondanks verwachte minimaal gelijkblijvende stroom adviesverzoeken) structureel in te bedden binnen de totale formatie van risicobeheersing.
21
Veiligheids
1.1.4 Programma Brandweer
Omschrijving en wettelijk kader Het instellen en in stand houden van een brandweer in Zeeland is een gemeentelijke taak (art. 2 Wet veiligheidsregio's) die is neergelegd bij het Bestuur van de Veiligheidsregio Zeeland (art. 10 Wet veiligheidsregio's).
1
1
□ TT ■ ■■■
it
De brandweer heeft tot taak (art. 14, 15 en 25 Wet veiligheidsregio's):
Het voorkomen, beperken en bestrijden van brand; Het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand; Het opstellen van een dekkingsplan op basis van het risicoprofiel en de regels voor de opkomsttijden die zijn gesteld; Het adviseren van andere overheden en organisaties op het gebied van brandweerzorg en brandbestrijding en het voorkomen, beperken en bestrijden van ongevallen met gevaarlijke stoffen; Het verkennen van gevaarlijke stoffen en het verrichten van ontsmetting; Het waarschuwen van de bevolking.
22
Veiligheids
Wat willen we bereiken ?
Zorgen vooreen (brand)veilige leefomgeving in Zeeland door middel van een robuuste en toekomstbestendige brandweerzorg waarbij vakmanschap, verbinding met de vrijwilligers en vertrouwen centraal staan
Zorgen voor voldoende en betrouwbaar brandweermaterieel en materiaal (zie paragraaf onderhoud kapitaalgoederen en investeringsplan)
Het bestrijden van brand en gevaar voor mens en dier anders dan bij brand
Operationeel houden basisbrandweerzorg volgens dekkingsplan en uitrukken binnen de vastgestelde normtijden
Zorgen voor voldoende opgeleid en geoefend brandweerpersoneel en een goede operationele voorbereiding en evaluatie van incidentbestrijdingen
Het verkennen van gevaarlijke stoffen, het verrichten van ontsmetting en het waarschuwen van de bevolking
Operationeel houden van de verkenningseenheden, gaspakkenteams en deco-unit
Operationeel houden ondersteunende hulpverleningsteams en redvoertuigen volgens dekkingsplan
Paraat zijn voor specifieke risico's als tunnelbrand, natuurbrand en industriebrand
Operationeel houden van specialismen zoals MIRG-team, waterongevallenteams, roperescue-team en de search & rescue taak
Samen met gemeenten en bedrijven zorgen voor voldoende bluswatervoorzieningen
23
Veiligheids
Het zorgen voor een (brand)veilige leefomgeving in Zeeland door middel van een robuuste en toekomstbestendige brandweerzorg waarbij vakmanschap, verbinding met de vrijwilligers en vertrouwen centraal staan De brandweer heeft als doel om te zorgen voor minder branden, minder schade en minder slachtoffers. Ondanks de preventieve inzet laat de praktijk zien dat de vraag naar repressieve brandweerinzet onverminderd aanwezig is. Prognoses zijn niet opgenomen vanwege de vele beïnvloedende externe factoren. Zeeland
Aantal brand- en hulpverlenings alarmeringen
Realisatie 2016
3.380
Realisatie 2017 3.580
Realisatie 2018
Realisatie 2019
Realisatie 2020
4.080
3.860
3.638
2
O
1
3
Bron : CBS brandweerstatistiek, vanaf 2020 IFV Kern registratie
Aantal dodelijke slachtoffers als gevolg van brand in Zeeland
4
In dit 'Programmaplan brandweer' wordt uitgegaan van de continue beschikbaarheid en paraatheid van de brandweer (afgestemd op de risico's) als doelstelling. Dit wordt gerealiseerd door voldoende beschikbaarheid van mensen en middelen in combinatie met een goede opleiding en training en een adequate operationele voorbereiding en evaluatie. Een aantal ontwikkelingen vraagt nadrukkelijk de aandacht, nu en in de toekomst. Deze ontwikkelingen hebben impact op de brandweerzorg in Nederland, en daarmee ook in Zeeland. Het gaat om: de huidige stand van zaken met betrekking tot de brandweerzorg in Zeeland; de rechtspositie van brandweervrijwilligers; de brandweerzorg in de toekomst.
Op grond van de Europese deeltijdrichtlijn kan de huidige inrichting en werkwijze ten aanzien van vrijwilligheid bij de brandweer binnen de bestaande juridische kaders niet behouden blijven. Daarom is, in opdracht van de minister van Justitie en Veiligheid en het Veiligheidsberaad, een denktank opgericht die onderzoekt welke opties er zijn om tot een juridisch houdbaar systeem te komen waarin ruimte blijft voor vrijwilligheid. De eerste denkrichtingen zijn eind 2019 gepresenteerd. In 2020 is door de denktank een online opiniepeiling houden onder het repressieve personeel en is een nadere uitvraag inzake de consequenties gedaan bij alle 25 veiligheidsregio's. Hier wordt in 2021 een vervolg op gegeven. Uitkomsten hiervan kunnen van bepalende invloed zijn op de wijze waarop VRZ de operationele voorbereiding, paraatheid en opleidingen en trainingen tot stand brengt. Deze ontwikkelingen, in combinatie met de huidige stand van zaken met betrekking tot de brandweerzorg in Zeeland, zullen ertoe leiden dat er in de komende beleidsperiode 2022-2025 onderzocht moet worden welke oplossingsmogelijkheden er zijn om de brandweerzorg in Zeeland toekomstbestendig te maken.
Wat gaat VRZ doen ? Het bestrijden van brand en gevaar voor mens en dier anders dan bij brand De hulpverlening van de brandweer is meer dan brandbestrijding. In de Wet veiligheidsregio's (art. 3) is opgenomen dat het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand tot de brandweertaak behoort. De brandweer helpt bijvoorbeeld ook bij het redden van mensen en dieren anders dan bij brand. Het gaat dan bijvoorbeeld om het bevrijden van slachtoffers uit verongelukte voertuigen, de redding van in het water geraakte personen, de redding van mensen op zee en het redden van mensen en dieren op hoogte enz. 24
Veiligheids
In 2020 waren er totaal 2.549 incidenten waarvoor tenminste met één basisbrandweereenheid is uitgerukt. In 2019 waren er 2.356 uitrukken. Zeeland
Aantal uitrukken brandweer met 1 basisbrandweereenheid
Realisatie 2016
2.288
Realisatie 2017 2.288
Realisatie 2018
Realisatie 2019
Realisatie 2020
2.504
2.356
2.549
Bron: VRZ Business Intelligence
Operationeel houden basisbrandweerzorg volgens dekkingsplan en uitrukken binnen de vastgestelde normtijden
Beschikbaarheid van (brandweer)middelen (dekkingsplan) VRZ opereert momenteel 24/7 vanuit 64 brandweerposten. Brandweer Zeeland heeft voor de basisbrandweerzorg beschikking over basisbrandweereenheden. In het besluit 'Afhechting maatwerk' is besloten niet langer onderscheid te maken in het soort voertuig dat hiervoor wordt gebruikt. De 'voormalige' NTS is dermate doorontwikkeld dat deze als volwaardige basisbrandweereenheid wordt beschouwd. Ook levert deze een gelijke bijdrage als onderdeel van het grootschalig brandweeroptreden.
Aantal brandweerposten (met minimaal 1 tankautospuit) Aantal posten met dagbezetting
Realisatie 2020
Streefwaarde 2022
Streefwaarde 2023
Streefwaarde 2024
Streefwaarde 2025
64
64
64
63
63
4
4
4
4
4
Planning is om de post Kerkwerve samen te voegen met Zierikzee, de post 's-Heer Arendskerke samen te voegen met Heinkenszand en een nieuwe post Goes-West te realiseren. Hierbij wordt opgemerkt dat de post 's-Heer Arendskerke en de post Heinkenszand al een samengestelde eenheid vormen en er al tijdelijke huisvesting voor de post Goes-West is gerealiseerd aan de Troelstralaan te Goes. Afhankelijk van het oprichten van de nieuwe posten in Zierikzee, Heinkenszand en Goes-West wordt realisatie niet voor 2023 verwacht. Het totaal aantal posten zou dan idealiter 63 vanaf 2024 zijn. De sluitingsdatum voor de post Dreischor is tot nadere besluitvorming opgeschort. In Dreischor is een pilot gestart (Q4-2017 tot Q4-2020). De gemeente Schouwen-Duiveland heeft een financiële bijdrage in die periode geleverd. Het resultaat van de pilot is bepalend voor de toekomst van de post. In 2021 is een eindrapportage opgesteld en zal besluitvorming plaatsvinden. De kosten voor het openhouden van de post Dreischor zijn opgenomen in de begroting. Afhankelijk van de besluitvorming over de resultaten vindt bijstelling van de begroting plaats.
In het besluit 'afhechting maatwerk' heeft het Algemeen Bestuur in oktober 2020 besloten de post Domburg tot nader order open te houden. Een nieuwe afweging wordt integraal gemaakt in de uitwerking van de opdracht te komen tot een visie op brandweerzorg 2030. VRZ beschikt over vier dagdienstbezettingen op de posten Middelburg-Stromenweg, Goes Oranjeweg, Borssele en Terneuzen Koegors. Uit onderzoek is gebleken dat een dagdienstmodel, zoals beoogd in Maatwerk in Brandweerzorg, in Vlissingen niet haalbaar is. Het Algemeen Bestuur heeft daarom een onderzoek naar de brandweerzorg in Vlissingen-Middelburg (incl. Koudekerke) uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn door het Algemeen Bestuur ter kennisgeving
25
Veiligheids
aangenomen. Het Algemeen Bestuur heeft verzocht om de problematiek te bezien in een bredere benadering voor de brandweerzorg in Zeeland. Beschikbaarheid van (brandweer)vrijwilligers VRZ streeft naar voldoende vrijwilligers op de posten. Het aantal vrijwilligers is in 2020 ten opzichte van 2019 toegenomen van 1.117 naar 1.126. Ongeveer 100 vrijwilligers zijn actief op meerdere posten i.v.m. verschillen tussen woon- en werklocatie, de zogenaamde 'opstappers'. Zeeland
Realisatie
Realisatie
Realisatie
Realisatie
Realisatie
2016
2017
2018
2019
2020
1.252
Operationeel personeel
1.276
1.299
1.267
1.250
- w.v. beroeps
151
165
150
133
126
- w.v. vrijwilligers
1.125
1.134
1.111
1.117
1.126
Uitstroom brandweervrijwilligers *)
73 (6%)
79 (7%)
73 (6%)
53 (5%)
55 (5%)
*) exclusief sluiting van posten
Ervaringscijfers van 2016 t/m 2020 laten zien dat er gemiddeld circa één persoon per jaar per post stopt als brandweervrijwilliger. Door een aantal ontwikkelingen zal het verloop de komende jaren naar verwachting toenemen. Door de snel veranderende maatschappij is het binden van vrijwillig brandweerpersoneel niet meer zoals vroeger. Analyses laten zien dat de brandweermedewerker jonger dan 50 jaar gemiddeld 11 jaar bij ons in dienst blijft. De huidige brandweermedewerker ouder dan 50 jaar blijft gemiddeld 25 tot 30 jaar in dienst. Daarnaast kent Brandweer Zeeland, net als andere regio's, een relatief hoog aantal vrijwillige brandweer-medewerkers van boven de 50 jaar in repressieve dienst. Deze groep mensen zal binnen nu en 10 jaar afscheid nemen.
Naar verwachting zal de uitstroom de komende jaren daardoor toenemen naar gemiddeld ca. 95 vrijwilligers per jaar. De impact van de uitstroom is groot. In veel gevallen bekleden functionarissen die uitstromen namelijk meer dan één functie. Als gevolg van de maatschappelijke ontwikkelingen wordt het daarnaast een steeds grotere uitdaging om nieuwe vrijwilligers te werven en te behouden. Oorzaken die hieraan ten grondslag liggen zijn o.a. vergrijzing, de afname van werkgelegenheid rondom posten in het buitengebied en 'verplichtingen' op vrijwilligersbijdragen zoals mantelzorgtaken, clubverplichtingen etc. Paraatheid, uitrukken brandweer binnen de vastgestelde opkomsttijden VRZ wil een robuuste, betrouwbare en toekomstbestendige organisatie zijn. Dat betekent dat per post bezien wordt of die post de verwachtingen dan ook betrouwbaar en toekomstbestendig kan invullen. Onderstaande tabel geeft inzicht in het aantal posten dat wat betreft personeel en functies in de huidige situatie (Q4 2020) al dan niet op sterkte is om rond de klok uit te kunnen rukken. Met het huidige aantal vrijwilligers (1.129) wordt de huidige paraatheid geleverd, zowel binnen als buiten kantoortijden. Het verschil hiertussen laat zien dat de beschikbaarheid van de vrijwilliger cruciaal is voor de paraatheid en dat het absolute aantal vrijwilligers hierin van ondergeschikt belang is.
Betrouwbaarheid en toekomstbestendigheid Q4-2020
Voldoende garantie op paraatheid; verwachte uitruksterkte conform uitruk op maat (verwachte opkomst > 6p) Om voldoende garantie en paraatheid te garanderen wordt bij een maatgevend scenario zo nodig gebruik gemaakt van een extra eenheid (verwachte opkomst < 6p) * Onvoldoende garantie op paraatheid (verwachte opkomst < 4p) Kan niet uitrukken, staat buiten dienst Totaal
Binnen kantoortijden
In %
Buiten kantoortijden
In %
22
35%
54
84%
19
30%
6
9%
22 1 64
34%
4 0 64
7% 0% 100%
1% 100%
*) Bij een maatgevend scenario (zoals woningbrand) wordt een extra eenheid gealarmeerd als er minder dan 6 personen opkomen. Voor
kleinere inzetten kunnen 4 personen wel voldoende zijn.
26
$
Veiligheids
De huidige wijze van organiseren van onze brandweerzorg in Zeeland is echter niet toekomstbestendig. Vanwege demografische, economische en maatschappelijke ontwikkelingen en zoals ook blijkt uit bovenstaand overzicht is een nieuwe visie op de toekomstige organisatie noodzakelijk. In de beleidsperiode 2022-2025 zal er nadrukkelijk aandacht zijn voor deze ontwikkelingen. Hulpverlening moet snel en adequaat zijn. Het spoedeisende karakter vereist vastgestelde opkomsttijden. In het Eindrapport Maatwerk in Brandweerzorg zijn de opkomsttijden voor Zeeland vastgelegd. Hierin wordt in bepaalde situaties, door het bestuur gemotiveerd, afgeweken van het Besluit veiligheidsregio's. In het besluit van het Algemeen Bestuur in 2015 over Maatwerk in Brandweerzorg is vastgelegd dat als norm voor een woonwijk 10 minuten wordt gehanteerd. In minder risicovolle gebieden mag dat 12 minuten zijn, in risicovollere gebieden is voorgesteld om sneller, in 8 minuten, aanwezig te zijn. De nu volgende cijfers hebben alleen betrekking op incidenten waarbij tenminste een basisbrandweereenheid (tankautospuit) betrokken is geweest.
% Opkomsten binnen de normtijd Maatwerk in Brandweerzorg 100 90 80 70 60 50 40 30
20 10 O
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Na een CBS update medio 2019 zijn alle gewijzigde CBS buurten weer voorzien van een scenario en normenkader, daarmee kan het
opkomstpercentage afwijken van eerdere rapportages.
In 2020 werd in 62% aan de vastgestelde gebiedsgerichte opkomsttijden voldaan. De trend toont aan dat we vaak niet kunnen voldoen aan de opkomsttijden. De haalbaarheid van de opkomsttijden is een landelijke issue. Brandweer Nederland ontwikkelt (project RemBrand) een risicogerichte oplossing voor dit probleem binnen het deelproject gebiedsgerichte opkomsttijden. Hiermee wordt het Algemeen Bestuur in staat gesteld het ambitieniveau van de brandweerzorg in Zeeland in relatie tot risico's te bepalen. Brandweer Zeeland participeert in deze landelijke ontwikkelingen en ontwikkelt gezamenlijk gebiedsgerichte opkomsttijden. Naar verwachting worden de eerste resultaten aangeboden aan het Algemeen Bestuur eind 2021 middels een nieuw dekkingsplan. Operationeel houden ondersteunende hulpverleningsteams en redvoertuigen volgens dekkingsplan
Hulpverleningsteams Uitgangspunt bij hulpverlening is dat de TS de eerste inzet doet en dat het HV-voertuig daarbij ondersteunend is. Een HV-voertuig wordt gezien als 2e lijnvoertuig en hoeft daardoor niet dezelfde opkomsttijd te hebben als een le lijnvoertuig. VRZ beschikt over 8 HV-voertuigen 2.
2 Middelburg Stromenweg, Goes-West, Kruiningen, St. Annaland, Zierikzee, Hoek (Mauritsfort), Oostburg, Hulst Tl
$
Veiligheids
Redvoertuigen In de oude binnensteden en stedelijk gebied is de snelle inzet van een redvoertuig gewenst i.v.m. beperkte vluchtwegen, woningen boven winkels en slechte brandwerendheid. Tevens kan in industriegebieden/BRZO een redvoertuig nodig zijn als blusplatform bij industrie- of scheepsbranden. De opkomsttijd voor een redvoertuig wordt in bovenstaande situaties gelijkgesteld aan de opkomsttijd van de basisbrandweereenheid. Voor andere taken dan redden en blussen op hoogte in de genoemde gebieden is een gegarandeerde komst van een redvoertuig belangrijker dan een snelle opkomst. VRZ beschikt over 7 redvoertuigen 3. Paraat zijn voor specifieke risico's als tunnelbrand, natuurbrand en industriebrand
Tunnelbrandbestrijding In Zeeland zijn de Westerscheldetunnel (6,6 km), Sluiskiltunnel (1,3 km) en Vlaketunnel (330 m) aanwezig. Er is voor tunnelincidenten in de Westerschelde- en Sluiskiltunnel als opkomsttijd 20 minuten vastgesteld. De posten dichtst bij de tunnelmonden leveren samen de benodigde slagkracht. Er wordt jaarlijks geoefend voor een tunnelincident. De NV Westerscheldetunnel draagt hier financieel aan bij. In 2020 is gestart met de herziening van de procedure voor tunnelbrandbestrijding. De resultaten hiervan worden medio 2021 bekend.
Natuurbrandbestrijding Zeeland heeft een aantal kwetsbare natuurgebieden zoals de kop van Schouwen-Duiveland en de Manteling van Walcheren. Op basis van de risico's in deze gebieden zijn en worden specifieke maatregelen getroffen, zoals de beschikbaarheid van materieel met een 4x4-aandrijving en speciale persoonlijke beschermingsmiddelen. De droogteperiodes in 2018 en 2019 hebben de kwetsbaarheid aangetoond van de hulpverleningsorganisatie. Gemeenten, VRZ en overige partners streven samen naar een verbetering van het veiligheidsniveau in deze kwetsbare gebieden. Onder andere in materieel, planvorming en het vakbekwaamheidsprogramma wordt inmiddels extra aandacht besteed aan de natuurbrandbestrijding. Om een antwoord te kunnen bieden aan de veranderende omgeving in de kwetsbare gebieden, zal in 2021 worden gestart met het proces van vervanging/verwerving van 4 natuurbrandbestrijdingsvoertuigen. Daarnaast wordt in samenhang, en gebaseerd op de nog door het AB vast te stellen RIN (Risico Inventarisatie Natuur), in het netwerk met de hele keten een aanpak geformuleerd en geborgd. Industriebrandbestrijding Tussen Vlissingen en Borsele ligt het Sloegebied, een industriële omgeving met een aantal risicovollere bedrijven. Ditzelfde geldt voor de industriële omgeving ten zuiden van Terneuzen: de Kanaalzone.
In 2022 zal vanuit Brandweer Zeeland verder doorgegaan worden met de implementatie van het Grootschalig Brandweer Optreden waarbij de focus meer op industriële brandbestrijding zal komen te liggen. Dit in samenhang met Bedrijfsbrandweren en Brandweer Nederland en afgestemd op de risico's in Zeeland. Operationeel houden van specialismen zoals MIRG-team, waterongevallenteams, rope rescue-team en de search & rescue taak
Maritieme Veiligheid en de Maritime Incident Response Group (MIRG) Zeeland bestaat voor ongeveer 40% uit water en vaarwegen. Het taakgebied van het speerpunt Maritieme Veiligheid hierin zijn de (hoofd-)vaarwegen en havengebieden. Deze vaarwegen zijn
3 Middelburg Stromenweg, Vlissingen Olympiaweg, Goes Oranjeweg, Terneuzen Zuidlandstraat, Oostburg, Hulst en Zierikzee.
28
$
Veiligheids
geclusterd in zogeheten 'risicowateren'4. Tezamen vormen ze het samenhangend risico watersysteem 'de Deltawateren'. Jaarlijks vinden er meerdere incidenten op het water plaats, zowel in de beroepssector als in de recreatieve sector. Om hier een goede incidentbestrijdingsorganisatie tegenover te zetten worden de risico's in kaart gebracht en geanalyseerd. Dit is nodig om een zogeheten maatgevend scenario te kunnen bestrijden.
In de afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in het voorkomen van incidenten en het verbeteren van de incidentbestrijdingsorganisatie op de Deltawateren. In samenwerking met onder andere North Sea Port en Provincie Zeeland is geïnvesteerd in de aanschaf van incidentbestrijdingsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen. Doel van de MIRG is door middel van het stabiliseren van een incident aan boord van een schip grootschalige evacuatie op het water te voorkomen en tevens schade aan het milieu en de omgeving te voorkomen of beperken. Het gaat hierbij om een snelle inzet (quick response) om een incident te stabiliseren alvorens uiteindelijk het incident over te dragen aan bijvoorbeeld eenheden op het land (bijv, brandweer) of een berger. MIRG wordt ook ingezet voor het leveren van capaciteit en/of expertise bij scheepsincidenten. In 2018 is MIRG gecertificeerd en opgenomen in de 'Civil Protection Voluntary Pool', waardoor het team ook internationaal ingezet kan worden. In 2020 is het convenant MIRG.NL ondertekend waarin de samenwerking met de MIRG van Veiligheidsregio RotterdamRijnmond is vastgelegd. Dit zal de komende jaren nader vorm gegeven worden.
Er wordt ingezet op het (blijven) aansluiten bij verdere Nationale, maar ook Europese projecten (bijvoorbeeld in de toekomst met Baltische staten of Mediterrane landen) om zodoende kennisdeling plaats te laten vinden.
Waterongevallenteams De algemene noemer van deze vorm van incidentbestrijding te water is 'Waterongevallenbestrijding'. Wettelijk verplicht is dat alle basisbrandweereenheden een grijpredding moeten kunnen uitvoeren. Op basis van het waterrijke gebied, de aantrekkingskracht daarvan op toeristen en watersporters is bestuurlijk de wens geuit vier (specialistische) waterongevallenteams te handhaven. Deze zijn gestationeerd in de omgeving van de belangrijkste risicolocaties, op de posten Middelburg Stromenweg, Goes Oranjeweg, Tholen en Terneuzen Koegors. De meeste risicogebieden kunnen binnen 15 tot 20 minuten worden bereikt. Hierdoor is het redden van mensen binnen 'het gouden uur' in principe mogelijk. Mensen die binnen deze tijd hulp ontvangen, maken een significant grotere kans om een ongeval te overleven. Rope Rescue Team (RRT) Het Rope Rescue Team is een specialistisch team dat getraind is in het werken op hoogten, dieptes of moeilijk bereikbare plaatsen. Het team kan met behulp van touwsystemen reddend optreden. Dit specialisme is vanuit een gemeentelijk initiatief na het incident in de Amercentrale (2003) actief geworden en in eerste instantie bedoeld geweest voor de industriële omgeving. De laatste jaren is het team ook prima inzetbaar in stedelijke omgevingen, denk hierbij aan hoogbouw, kerktorens, etc.
Op basis van opkomsttijden is het werkgebied voor het team van VRZ de gehele provincie Zeeland plus West-Brabant tot aan de A16. Andere regio's organiseren andere vormen van specialismen en vanuit VRZ kan op deze specialismen een beroep worden gedaan. De uitvoeringsvorm "Rope Rescue Team" is niet in de wet genoemd. Het redden van mensen vanuit een moeilijk bereikbare positie, zowel op hoogte als diepte, is een taak die onder artikel 3.1b van de Wet Veiligheidsregio's valt. Er is geen wettelijk vastgelegde opkomsttijd voor een RRT. Op basis van vrije instroom is het team vanuit
4 Het gaat hierbij om; Westerschelde, Oosterschelde, Grevelingen, Veerse Meer, Kanaal Gent-Terneuzen, Schelde-Rijnkanaal, Volkerak,
Kanaal door Walcheren, Kanaal doorZuid-Beveland en het havengebied van North Sea Port.
29
Veiligheids
Terneuzen binnen 45 minuten in de risicogebieden aanwezig en binnen 75 minuten in het hele inzetgebied.
Search and Rescue-taak (SAR) De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de SAR-taak ligt bij de burgemeester van de desbetreffende gemeente. De brandweer is primair verantwoordelijk voor de uitvoering van deze taak op gemeentelijk ingedeeld water. De verantwoordelijkheid voor uitvoering van deze taak op de ruime binnenwateren is belegd bij de Kustwacht. De burgemeester blijft bestuurlijk verantwoordelijk. In overeenstemming met de landelijke richtlijnen uit het handboek 'Incidentbestrijding op het water (Waterrand)' worden zorgnormen nagestreefd voor SAR. Deze zijn ook in het convenant 'SAR en Maritieme Hulpverlening' geborgd. De basisnorm in deze richtlijn stelt dat een organisatie op alle wateren binnen 30 minuten in staat moet zijn een capaciteit van minimaal 5 geredde personen te leveren. Bij een verhoogd risicoprofiel geldt eveneens dat 25-200 personen gered moeten kunnen worden in 105 minuten. Het doel is om op alle wateren passende zorg te (blijven) leveren. De Reddingsdient Tholen, onderdeel van VRZ en in samenwerking met de KNRM opgeleid en getraind, heeft de beschikking over een SAR-vaartuig om SAR-taken op het Schelde-Rijnkanaal uit te voeren. Voor Stavenisse is een brandweerhulpvaartuig aangeschaft (voor brandweertaken op het water) die indien nodig kan assisteren aan de Kustwacht.
De SAR-taak op de Oosterschelde blijft namelijk een verantwoordelijkheid van de Kustwacht. Samen met gemeenten en bedrijven zorgen voor voldoende bluswatervoorzieningen De verantwoordelijkheid voor de zorg voor bereikbaarheid en bluswatervoorziening ligt bij de colleges van burgemeester en wethouders. De praktijk laat zien dat het vormen van regionaal bluswaterbeleid noodzakelijk is (zie de Rapportage Bluswatervoorziening brand Sint Urbanuskerk (2019) te Amstelveen). Daarom is het van belang dat de gemeenten, in samenwerking met VRZ, komen tot een uniform Zeeuws bluswaterbeleid. Hiervoor dient de landelijke 'Handreiking bluswater en bereikbaarheid' als input, die Brandweer Nederland onlangs heeft vastgesteld. Randvoorwaardelijk hiervoor is betrokkenheid en initiatief vanuit de 13 Zeeuwse gemeenten om dit tot stand te kunnen brengen. Momenteel beschikt Zeeland in aanvulling op de (ondergrondse) brandkranen over 6 waterwagens5, 6 dompelpompen c.q. watertransportsystemen en 2 groot vermogen dompelpompen voor industriebrand- en scheepsbrandbestrijding.
Het verkennen van gevaarlijke stoffen, het verrichten van ontsmetting en het waarschuwen van de bevolking De brandweer helpt bij de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Zeeland is, op ZuidHolland na, de provincie met de meest zware chemische industrie in Nederland. Dit betekent dat er met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt. De chemische industrie is met name geconcentreerd bij de industriegebieden Vlissingen-Oost, Arnestein (Middelburg), De Poel (Goes) en de Kanaalzone (Terneuzen - Sas van Gent). Daarnaast worden er in Zeeland dagelijks gevaarlijke stoffen vervoerd, via de weg, het spoor, waterwegen en buisleidingen onder de grond. Operationeel houden en inzetten van de verkenningseenheden, gaspakkenteams en deco-unit Een belangrijk proces in dit kader is het meten en waarnemen van eventuele gevaarlijke stoffen bij bijvoorbeeld een brand. Het identificeren van stoffen en bedreigende effecten voor de bevolking en de te nemen maatregelen in het effectgebied ligt in eerste instantie bij de brandweer. Hierbij
5 De waterwagens zijn deels in eigendom van VRZ en deels in eigendom van gemeenten, afhankelijk van de situatie of er bij de
regionalisering in 2013 door een gemeente wel of geen budget is overgedragen aan VRZ voor dekking van de kapitaallasten
30
$
Veiligheids
redeneert de brandweer vanuit een waarschijnlijke aanwezigheid van stoffen en niet vanuit een bepaalde zekerheid van aanwezige stoffen.
Volgens het Besluit veiligheidsregio's dient een eenheid voor bestrijding van gevaarlijke stoffen binnen 30 minuten te starten met de werkzaamheden op de plaats van het incident. De eenheid bestaat uit een tankautospuit, één snel inzetbaar gaspakkenteam (SIGT) en een decontaminatie-unit. Voor de risicogebieden moet in ieder geval een 2eteam binnen 45 minuten gereed zijn. VRZ beschikt over 2 snel inzetbare gaspakkenteams op de posten Middelburg-Torenweg en Sas van Gent. Daarnaast beschikt VRZ over 11 verkenningseenheden brandweer (VEB) verdeeld over de provincie.
Zorgen voor voldoende opgeleid en geoefend personeel en een goede operationele voorbereiding en evaluatie van incidentbestrijdingen Vakbekwaamheid handelt op basis van de opgestelde richtlijnen die gesteld worden door de Wet veiligheidsregio's en het Besluit Veiligheidsregio's. In het besluit worden de basis- en kwaliteitseisen gesteld waaraan onze organisatie moet voldoen. Het normeert de kwaliteit van het personeel door per functie kerntaken, competenties en het minimale opleidingsniveau vast te leggen. Wij maken gebruik van de brancherichtlijnen zoals de Handleiding Leidraad Oefenen (2013) en gaan aan de vernieuwde "branchestandaarden Vakbekwaamheid" verdere uitvoering geven als maat voor kwaliteit en uitvoering .
Regionaal opleidingsinstituut Brandweer Zeeland Een meer-jarenprognose laat zien dat ook in 2022 de vraag naar opleidingen groter zal zijn dan de capaciteit van het opleidingsinstituut. Dit kan deels opgevangen worden door de begrote inkoop van externe opleidingen. Door de Covid crisis van 2020/2021 zal het verschil in vraag en aanbod van opleidingen verder stijgen. Hierdoor zal in 2022 extra budget nodig zijn om Corona-achterstanden in te lopen, opleidingen in te kopen en deelnemers op externe opleidingen te plaatsen.
Opleiding manschappen Het aantal nieuw op te leiden brandweermensen is mede afhankelijk van het verloop onder het bestaande brandweerpersoneel. Naar verwachting zal de uitstroom de komende jaren toenemen naar gemiddeld circa 95 per jaar. Gevolg voor de toekomst zal zijn dat de kosten van opleidingen (verder) zullen stijgen en dat de druk op de capaciteit van het opleidingsinstituut Brandweer Zeeland verder toeneemt. De doorstroom van manschappen naar andere nevenfuncties zal sneller plaats moeten gaan vinden en de intensiteit van het geven van opleidingen zal daardoor snel omhooggaan. Structureel wordt er nu begroot voor het opstarten van 3 'Leergangen Manschap' per jaar. Per leergang nemen 12 cursisten deel. Een leergang duurt circa 2 jaar, waardoor er elk jaar 72 nieuwe manschappen in opleiding zijn en er 36 examen doen. Dit is niet voldoende om de uitstroom op te vangen en de posten 'op sterkte' te houden. Met deze 6 leergangen, die tegelijkertijd worden gegeven, is de maximale beschikbare opleidingscapaciteit ingezet. Tevens wordt er structureel begroot voor het inkopen van 1 externe leergang manschap per jaar, waardoor het aantal nieuwe manschappen in opleiding kan stijgen naar 96 en er 48 examen doen, onder voorbehoud van beschikbare externe capaciteit. Afhankelijk van de omvang van de instroom kunnen extern aanvullende opleidingstrajecten worden ingekocht.
Er is een stijging merkbaar in de aanvragen voor individuele opleidingsplaatsen voor een dagopleiding bij externe aanbieders. Hiervan wordt gebruik gemaakt om deelnemers versneld op te leiden voor de posten waar een tekort is of dreigt te ontstaan. Tevens bieden verkorte dagopleiding de mogelijkheid om personen die werkzaam zijn in de scheepvaart en offshore ook op te kunnen leiden tot manschap. Deze mensen zijn namelijk gedurende lange periode in de dag-situatie aanwezig en versteken hierdoor de operationaliteit van een post. De toename in de vraag naar deze externe dagopleidingen zal naar verwachting doorzetten in 2022 waarvoor extra financiële middelen nodig zijn. 31
$
Veiligheids
Opleiding bevelvoerders Structureel wordt er begroot op de start van gemiddeld 1,5 leergang per jaar. De leergang duurt circa 2 jaar. Jaarlijks zijn er 36 bevelvoervoerders in opleiding waarbij er het ene jaar 12 deelnemers examen doen en het andere jaar 24. Ook wordt enkele malen een bevelvoerder de mogelijkheid aangeboden om elders een dagopleiding te volgen; hiervoor zijn 5 plaatsen begroot. Overige opleidingen Per jaar worden er gemiddeld 24 brandweerchauffeurs / pompbedieners opgeleid. Daarnaast worden er op basis van behoefte nog leergangen georganiseerd voor gaspakdragers, verkenner gevaarlijke stoffen, instructeur, duiker en duikploegleiders. Naar verwachting zal er in 2022 een leergang verkenner gevaarlijke stoffen of gaspakdrager worden georganiseerd. Voor 2021 gaat het opleidingsinstituut een externe leergang duiker inkopen waardoor er naar verwachting in 2022 geen duikers opgeleid hoeven te worden. Voor 2022 staat ook nog een opleiding instructeur in de planning. Naast onze reguliere functies binnen de basis brandweerzorg, hebben wij verschillende specialismen waarvoor opleidingen worden verzorgd. Voorbeelden hiervan zijn de opleidingen voor MIRG-team en het Rope Rescue Team. Door de introductie van de elektronische leeromgeving (ELO) worden onze instructeurs bijgeschoold met de nieuwe opleidingsmethoden en richtlijnen.
Oefenen Nadat brandweermedewerkers vakbekwaam zijn, moeten ze ook vakbekwaam te blijven. Dit doen wij door oefeningen aan te bieden in een reguliere oefencyclus en met een aantal verplichte oefenitems zoals bijvoorbeeld realistisch oefenen en ademlucht. Op dit moment vindt uitvoering van de vakbekwaamheid voornamelijk kwantitatief plaats. In 2021 en 2022 zal ook een start gemaakt worden met kwalitatieve registratie op de posten met behulp van de branchestandaarden. Op de zogenaamde 'vakmanschapsdagen' worden aan onze bevelvoerders en OvD's op interactieve wijze nieuwe ontwikkelingen toegelicht door inhoudelijke specialisten. Voor de specialismen worden aparte trainingsmomenten aangeboden. Arbeidsveiligheid Op grond van de Arbowet is er nadrukkelijke aandacht voor arbeidsveiligheid en arbeidshygiëne vanuit het besef dat de hoge risico's die de brandweer loopt meer en andere aandacht vragen evenals het besef dat beroepsziekten en mentale veerkracht extra aandacht vragen. Doelstelling in het meerjarenbeleidsplan is de arbeidsveiligheid van de medewerkers te borgen door het nemen van maatregelen op punten die voortvloeien uit structurele toepassingen van de RI&E. Onderdeel van arbeidsveiligheid is ook het thema 'veilig en schoon werken binnen de brandweer'.
Deze RI&E wordt nu omgebouwd in het nieuwe ArboManagementSysteem naar een dynamische RI&E zodat er een continu proces ontstaat. Dit jaar is de ombouw gestart maar zal zeker doorlopen en uitmonden in een continuproces. Zorgen voor een goede evaluatie van incidentbestrijdingen Na verschillende grote incidenten die hebben plaatsgevonden in Zeeland is gebleken dat goed evalueren en hieruit opgedane kennis breed te verspreiden en toe te passen van groot belang is. De komende jaren zal dan ook meer geïnvesteerd worden in kennisregie en kennisoverdracht, zowel binnen de brandweer als tussen de afdelingen van VRZ. Afhankelijk van de omvang en maatschappelijke impact wordt het bestuur betrokken bij de evaluatie en gekend in de resultaten.
32
Veiligheids
Wat gaat het kosten: programmabudget ? Begroting:
Begroting:
Begroting:
Begroting:
2022
2023
2024
2025
11.210.800
11.239.100
11.231.800
11.205.400
141.500
141.500
141.500
141.500
5.823.800
5.823.800
5.823.800
5.774.600
STR
Lasten
HOSalarissen en sociale lasten
210Belastingen 3800verige goederen en diensten
436lnkomensoverdrachten - overige overheden
75.700
75.700
75.700
75.700
510Rente
295.600
330.500
452.800
523.300
730Afschrijvingen Totaal Lasten
3.114.553
3.257.861
3.692.355
4.233.678
20.661.953
20.868.461
21.417.955
21.954.178
-259.100
-259.100
-259.100
-259.100
Baten 3800verige goederen en diensten Totaal Baten
Totaal STR
-259.100
-259.100
-259.100
-259.100
20.402.853
20.609.361
21.158.855
21.695.078
200.000
200.000
100.000
0
200.000
200.000
100.000
0
-75.000
-75.000
-75.000
-75.000
INC
Lasten 351lngeleend personeel
Totaal Lasten
Baten
436lnkomensoverdrachten - overige overheden
-75.000
-75.000
-75.000
-75.000
125.000
125.000
25.000
-75.000
20.527.853
20.734.361
21.183.855
21.620.078
-9.200
-9.200
-9.200
-9.200
-9.200
-9.200
-9.200
-9.200
-9.200
-9.200
-9.200
-9.200
-266.700
-266.700
-166.700
-30.000
-266.700
-266.700
-166.700
-30.000
Totaal INC
-266.700
-266.700
-166.700
-30.000
Totaal Mutaties reserves
-275.900
-275.900
-175.900
-39.200
20.251.953
20.458.461
21.007.955
21.580.878
Totaal Baten
Totaal INC Totaal Saldo van baten en lasten
Mutaties reserves STR
Baten 710Mutaties reserves
Totaal Baten
Totaal STR
INC
Baten 710Mutaties reserves
Totaal Baten
Eindtotaal INC= Incidenteel; STR= Structureel
Toelichting In het aankomende meerjarenbeleidsplan is de toekomst van de brandweer één van de belangrijkste beleidsthema's. Vanaf 2019 heeft VRZ de inzichten in de huidige brandweerzorg gedeeld met het Algemeen Bestuur, gemeenteraden en de interne organisatie. Brandweer Zeeland heeft te maken met teruglopende prestaties, onder meer veroorzaakt door minder beschikbaarheid van vrijwilligers (met name overdag), een verhoogde opleidingsvraag en uitstroom van vrijwilligers vanwege hun leeftijd. Tegelijkertijd zal de invoering van de WNRA (Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren) gevolgen hebben voor de organisatiewijze van de brandweer, evenals de invoering van gebiedsgerichte opkomsttijden ter vervanging van wat in Maatwerk in Brandweerzorg in 2015 is afgesproken. Als uitwerking van de WNRA hebben de minister van J&V en het Veiligheidsberaad geconcludeerd dat op grond van de Europese deeltijdrichtlijn de huidige inrichting en werkwijze ten 33
Veiligheids
aanzien van vrijwilligheid bij de brandweer binnen de bestaande juridische kaders niet behouden blijven. De oplossing hiervoor leidt mogelijk tot een stelselwijziging van de brandweer, waarbij wel het doel is om vrijwilligheid zoveel mogelijk te behouden. VRZ zal de komende jaren moeten zorgen dat de brandweerzorg ook in de toekomst aan de wet- en regelgeving voldoet, inclusief de vereisten van de WNRA. In 2021 starten we met een programmatische aanpak om zorgvuldig, met de brandweerposten en de gemeenten, de eerste stappen te zetten om de brandweerzorg te verbeteren richting de toekomst. Belangrijke pijlers zijn het behoud van vrijwilligheid, meer investeren in brandpreventie en brandveilig leven en het stimuleren van participatie uit de samenleving.
Vanwege dit grote belang voor een goede brandweerzorg in Zeeland, ook in de toekomst, zal VRZ intern capaciteit vrijmaken om deze problematiek zorgvuldig en in samenspraak programmatisch op te pakken. Dit biedt mogelijkheden om stapsgewijs en meerjarig de oplossingsrichtingen te onderzoeken en verder vorm te geven. Deze oplossingsrichtingen zijn nog niet helemaal duidelijk (door bijv, het onderzoek naar taakdifferentiatie) en raken ook meerdere beleidsterreinen, ook buiten VRZ (zoals ruimtelijke ordening en vergunningverlening en handhaving). Het is daarom belangrijk dat we, zowel bestuurlijk als ambtelijk (inclusief onze vrijwilligers), draagvlak creëren voor onze aanpak en een zorgvuldig proces doorlopen. De directeur VRZ is, met het MT, verantwoordelijk om deze programmatische aanpak aan te sturen en uit te dragen. Echter, de complexiteit van de inhoudelijke vraagstukken en het belang van een zorgvuldig proces vraagt om een uiterst zorgvuldige aansturing. Omdat de huidige MT-leden grotendeels actief zijn met reguliere taken wordt er extra capaciteit ingezet om de MT-leden te ondersteunen in de programmatische aanpak. Wanneer dit niet voldoende wordt ingevuld is er met name een afbreukrisico op het borgen van de bestuurlijke processen en het bewaken van de onderlinge samenhang qua deelprojecten.
De capaciteit om de aansturing van het programma ten uitvoer te brengen wordt intern gevonden. Dit heeft als consequentie dat de vrijgevallen functies tijdelijk ingevuld moeten worden om de continuïteit te waarborgen. Deze kosten kunnen niet binnen de bestaande begroting worden opgelost en worden geschat op maximaal € 200.000 per jaar, afhankelijk van de wijze van invulling. Om financiële dekking te realiseren wordt in 2021 de kosten (€100.000) gedekt uit de lopende exploitatie 2021 (le begrotingswijziging 2021 bij de le burap). Financiële dekking voor de jaren 2022 t/m 2024 (samen maximaal € 500.000) wordt gerealiseerd uit de algemene reserve en is verwerkt in deze programmabegroting 2022. Jaarlijks zal een evaluatiemoment plaatsvinden om nut/noodzaak van het programmamanagement 2030 te bezien en te beoordelen of bekostiging hiervan op de voorgestelde wijze moet worden gecontinueerd.
Het Algemeen Bestuur VRZ heeft aangegeven dat de zaken, zowel financieel als beleidsmatig, in samenhang met elkaar moeten worden bezien. Er is geen sprake van nieuw beleid, aangezien de beoogd programmamanager dit nieuw beleid voor brandweer 2030 vorm gaat geven. De incidenteel benodigde gelden voor aanstelling van een programmamanager zijn niet te vinden binnen de huidige begroting, aangezien VRZ de afgelopen jaren een aanzienlijke reductie van de taakstelling heeft weten te behalen (zie hiervoor ook de aanbiedingsbrief begroting), waardoor er geen ruimte is om de invulling van programmamanagement voor brandweerzorg 2030 goed op te pakken, zonder te raken aan het primair proces. Om die reden is voorgesteld het benodigde budget te onttrekken aan de algemene reserve.
34
$
Veiligheids
1.1.5 Programma Crisisbeheersing
Omschrijving en wettelijk kader Het organiseren van de rampenbestrijding en crisisbeheersing is een wettelijk taak van de Veiligheidsregio (Wvr, art. lOd). Dit omvat onder andere planvorming, instellen en in stand houden van de crisisorganisatie en opleiden, trainen en oefenen hiervan. Andere wettelijke taken die direct hiermee samenhangen zijn het vaststellen en actueel houden van een crisisplan (Wvr, art.16), het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de Veiligheidsregio en met overige diensten (Wvr, art, lOi) en het verzorgen van het eigen en het totaalbeeld van de situatie (Wvr, art. 2.4.1). Daarnaast heeft het bestuur van de veiligheidsregio als taak het instellen en in stand houden van de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR, Wvr, art. 10). Deze organisatie is belast met de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing, en met de advisering van andere overheden en organisaties op dat gebied (Wvr, art 32 t/m 34). Crisisbeheersing is de komende jaren volop in ontwikkeling. De huidige covid-19 crisis en de evaluatie van de wet veiligheidsregio's geven o.a. aanleiding tot het verbeteren van de crisisbeheersing. In 2021 wordt het nieuwe Meerjarenbeleidsplan VRZ vastgesteld.
De dóórontwikkeling van crisisbeheersing wordt gevat binnen het beleidsthema 'voorbereide (crisis)organisatie'. Deze dóórontwikkeling zal programmatisch worden opgezet.
Op het moment van opstellen van voorliggend programmaplan bevinden we ons nog volop in de tweede golf van de covid-19 crisis. Het afgelopen jaar is de crisis van grote invloed geweest op de activiteiten die konden worden uitgevoerd, en de verwachting is dat dit ook in 2021 het geval zal zijn. Het is nu nog te vroeg om goed te kunnen voorspellen waar we in 2022 zullen staan. Een goed voorbeeld is de advisering evenementenveiligheid, die momenteel volledig stilligt. Voor de volledigheid is ervoor gekozen om desondanks alle taken en activiteiten van crisisbeheersing in dit programmaplan op te nemen.
35
Veiligheids
Wat willen we bereiken?
Instandhouding en dóórontwikkeling van de regionale crisisorganisatie
Dóórontwikkeling informatiegestuurde veiligheid
Advisering en operationele voorbereiding op het gebied van evenementenveiligheid
Advisering mono- en multidisciplinair op relevante evenementen
Planvorming en preparatie van de crisisorganisatie
Vakbekwaamheid van de crisisorganisatie
Inrichting en continuïteit van de crisisorganisatie
Voorzien in actuele (wettelijk verplichte) planvorming
Aanbod van niveaugedifferentieerde vakbekwaamheidsactiviteiten
Voorzien in kwalitatieve inrichting van de crisisorganisatie
Verbeteren van de preparatie van de crisisorganisatie
Dooronwikkeling van competentiegerichte vakbekwaamheid
Instandhouding van de operationele informatievoorziening en crisiscentrum
Evaluatie van inzet bij dreiging en incidenten
Verbeteren van de evaluatiesystematiek van trainingen en oefeningen
36
$
Veiligheids
Wat gaat VRZ doen? Dóórontwikkeling informatiegestuurde veiligheid
De komende jaren staat het ontwikkelen van Intelligence centraal. Intelligence is het monitoren, duiden, verrijken, analyseren van gebeurtenissen die een gevaar kunnen vormen voor de Zeeuwse samenleving en kunnen leiden tot een ramp of crisis. Er zal van 2022 onder meer samen met de netwerkpartners worden gewerkt aan het doorontwikkelen van een informatieknooppunt en het ontwikkelen van intelligence in de crisisbeheersing. In dit thema wordt ook gezocht naar de juiste middelen om de informatie-uitwisseling tussen de diverse overheidslagen in Nederland maar ook met België ten tijde van een incident te verbeteren. Advisering en operationele voorbereiding op het gebied van evenementenveiligheid
Advisering mono- en multidisciplinair op relevante evenementen Aan vergunningverlenende gemeenten wordt advies uitgebracht op het gebied van evenementenveiligheid voor zogenaamde B- en C-evenementen. Dit doen we zowel in multidisciplinair verband binnen de Taakgroep Grote Evenement en adviseert de GHOR monodisciplinair over de medische en technisch-hygiënische voorzieningen. Het uiteindelijke advies stelt de vergunningverlenende gemeente in staat om eisen te stellen aan de organisator van het evenement. Planvorming en preparatie van de crisisorganisatie
Voorzien in actuele (wettelijk verplichte) planvorming Multidisciplinaire planvorming draagt op (inter)regionaal en (inter)nationaal niveau zorg voor beleid en coördinatie over multidisciplinaire, voorbereidende taken binnen de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Hieronder valt de ontwikkeling van regionaal beleid inzake de ontwikkeling van de (wettelijke verplichte) regionale planvorming, zoals het Beleid- en uitvoeringskader planvorming, Regionaal Crisisplan, continuïteits-plannen, incident- en rampbestrijdingsplannen en de advisering van de crisisorganisatie. De komende beleidsperiode zal worden gericht op de zes prioritaire risico's uit het Regionaal Risicoprofiel 2020-2023.
Verbeteren van de preparatie van de crisisorganisatie De preparatie van de crisisorganisatie bestaat uit het implementeren van ontwikkelde planvorming en procedures. Ook wordt hierbinnen de samenwerking met private en publieke partners en de grensoverschrijdende samenwerking verder geborgd in convenanten en samenwerkingsovereenkomsten. De GHOR zorgt voor het voorbereiden van de gezondheidszorg op geneeskundige hulpverlening tijdens zware ongevallen, rampen en crises. De GHOR wil bereiken dat ook onder bijzondere omstandigheden zorg wordt geleverd en dat hierover met minstens 70% van de ketenpartners schriftelijke afspraken zijn gemaakt. De GHOR adviseert de instellingen in de acute zorg, maar ook de verpleeg- en verzorgingshuizen over de wijze waarop deze instellingen onder bijzondere omstandigheden hun zorgverlening kunnen voortzetten. Ook adviseert de GHOR de zorginstellingen op het gebied van voorkomen, voorbereiden en herstellen van crises.
In de nieuwe beleidsperiode zal een verbetering van de preparatie gaan plaatsvinden. Mede door de aanbevelingen uit de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio's en de lessen uit de covid-19 crisis, zal de preparatie en planvorming nog meer interdisciplinair gaan plaatsvinden. De aard en omvang van de crisis zijn bepalend voor de manier van preparatie en de netwerkpartijen die daarbij betrokken zijn.
37
Veiligheids
Deze preparatie en planvorming zal vervolgens worden vertaald in praktisch bruikbare, digitaal toegankelijke besluitvormingsmodellen en actieplannen, afgestemd op de gebruikers binnen de crisisorganisatie. Evaluatie van inzet bij dreiging en incidenten We verbeteren de kwaliteit van de crisisbeheersing continu. Dit doen we door te experimenten en door effectief te leren van onze prestaties tijdens een inzet. We gaan inzetten op het op systematische wijze evalueren we het functioneren van de crisisfunctionaris, de crisisteams en de organisatie. Daarvoor zullen we eerst prestatie-indicatoren gaan opstellen. We zullen gebruik gaan maken van (digitale) methodes om snel en efficiënt te kunnen evalueren en rapporteren. Het streven is dat inzetten de komende periode worden gemonitord waarbij de aandacht vooral zal komen te liggen op het volgen van vastgelegde procedures, werkafspraken, informatiegebruik, rolvastheid en toepassing van verantwoordelijkheden. Trends en verbeterpunten uit evaluaties en analyses registreren we en passen we toe in de verbetering van onze crisisorganisatie. Jaarlijks voeren we rode draden analyses uit om zo trends te kunnen ontdekken en daarop in te spelen. Vakbekwaamheid van de crisisorganisatie
Aanbod van niveau-gedifferentieerde vakbekwaamheidsactiviteiten Het op de juiste wijze opleiden en trainen van crisisfunctionarissen, het regelmatig gestructureerd multidisciplinair beoefenen van multidisciplinaire teams en tegelijkertijd het toetsen van plannen en procedures is een essentieel onderdeel van het omzetten van de vormgeving naar de uitvoering van crisisbeheersing. Voor het op peil brengen en houden van de vakbekwaamheid van de deelnemers aan de crisisorganisatie wordt een breed scala aan activiteiten aangeboden. Monodisciplinair wordt gericht op het opleiden en bijscholen van operationele GHOR-functies, informatiemanagers, leiders CoPI en Operationeel leiders. MOTO (multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen) richt zich daarnaast op het opleiden, trainen en oefenen van functionarissen in de crisisbeheersing tot aanvullende competenties die nodig zijn om multidisciplinair samen te kunnen werken, af te kunnen stemmen en tot eenduidige besluitvorming te kunnen komen. Daarnaast richt MOTO zich op het bijscholen van functionarissen die langer in de crisisbeheersing werkzaam zijn, om bij te blijven bij de ontwikkelingen en te zorgen dat lering getrokken wordt uit evaluaties van incidenten en oefeningen.