4.3 Advisering verzoek Stichting Media Walcheren (lokale omroep Walcheren) bijlage Advies lokale publieke media instelling gemeente Vlissingen
Tekst van het document
NEDERLANDSE LOKALE PUBLIEKE OMROEPEN Model redactiestatuut
N L||s©
Inleiding
Programma's maken (de Mediawet spreekt van: media-aanbod verzorgen) voor een lokale omroep betekent meer dan het correct opstellen van een draaiboek, het hanteren van de juiste cameratechniek of een goede presentatie. Het in de praktijk goed functioneren van de lokale omroep hangt in hoge mate af van de wijze waarop de tot de totstandkoming en de inhoud van het media-aanbod is geregeld. Het is van belang dat is vastgesteld wat de verantwoordelijkheden zijn van de bestuursorganen en de programmamedewerkers (waaronder redactieleden). Aan wie zijn de programmamedewerkers verantwoording verschuldigd en op welke waarborgen kunnen zij bij de uitoefening van hun werkzaamheden aanspraak maken? Het voorhanden hebben van een redactiestatuut, ook wel programmastatuut genoemd, is niet alleen voor het beantwoorden van deze vragen een vereiste, maar is bovenal een door de Mediawet opgelegde verplichting. De lokale omroep (de Mediawet spreekt van de lokale publieke mediainstelling) is op grond van artikel 2.88 van die wet verplicht een redactiestatuut tot stand te brengen waarin de redactionele onafhankelijkheid van de programmamedewerkers is vastgelegd. Artikel 2.88 van de Mediawet
In het eerste lid van dit artikel is opgenomen dat de publieke media-instellingen, waaronder de lokale omroepen, de vorm en de inhoud van het door hen verzorgde media-aanbod bepalen en daarvoor verantwoordelijk zijn. Een en ander onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Mediawet zelf. Vervolgens is in het tweede lid van dit artikel voorgeschreven dat zij in overeenstemming met hun werknemers die zijn belast met de verzorging en de samenstelling van het media-aanbod een redactiestatuut tot stand brengen. Op grond van het derde lid van dit artikel bevat het redactiestatuut de journalistieke rechten en plichten van die werknemers, waaronder in elk geval waarborgen dat normen inzake journalistieke déontologie en kwaliteit worden gehanteerd en waarborgen voor redactionele onafhankelijkheid ten opzichte van adverteerders, sponsors en anderen die bijdragen hebben verstrekt voor de totstandkoming van het media-aanbod.
Met journalistieke déontologie is bedoeld de geschreven en ongeschreven fatsoensregels die binnen de journalistiek zijn geaccepteerd: de journalistieke beroepsethiek. Hoewel de Mediawet alleen spreekt van werknemers, geldt het redactiestatuut ook voor onbezoldigde programmamedewerkers zonder arbeidscontract.
Media Parkboulevard i
1035 820 0383
1217 WE Hilversum
e infoifflstichtingnlpo.nl
Postbus 62
www.stichtingnlpo.nl
1200 AB Hilversum
N IL||S© Rechtspositie programmamedewerkers
Programmamedewerkers bij een lokale omroep hebben ten opzichte van het bestuur van de lokale omroep een vergelijkbare positie als werknemers ten opzichte van hun werkgever. Naast programmamedewerkers met een arbeidsovereenkomst heeft men bij een lokale omroep vaker te doen met vrijwilligers. Vrijwilligers genieten geen wettelijk geregelde rechtspositie zoals werknemers met een arbeidsovereenkomst. De vrijwilligers hebben geen ontslagregeling en zij kunnen geen aanspraak maken op salaris of sociale voorzieningen. Daar staat tegenover dat het bestuur in beginsel geen afdwingbare afspraken met en aanspraken op de medewerker kan maken. Om enigszins tegemoet te komen aan deze onzekerheden voor zowel de vrijwilliger als het bestuur van de lokale omroep heeft de NLPO een model van een medewerker-overeenkomst opgesteld (www.nlpo.nl/publicaties). Daarenboven is voor medewerkers die belast zijn met de verzorging en de samenstelling van het omroepprogramma/media-aanbod - de programmamedewerkers - niet alleen hun rechtspositie van belang maar ook hun redactionele onafhankelijkheid. Ten behoeve hiervan is de lokale omroep verplicht een redactiestatuut op te stellen opdat het bestuur en de programmamedewerkers de bevoegdheden ten opzichte van elkaar zorgvuldig uitoefenen. Scheiding van verantwoordelijkheden
Voor een goede gang van de dagelijkse werkzaamheden binnen de lokale omroep is de scheiding van de bestuurlijke verantwoordelijkheden en de verantwoordelijkheden voor de vorm en de inhoud van het omroepprogramma/media-aanbod onontbeerlijk. De scheiding van deze verantwoordelijkheden is neergelegd in het redactiestatuut. Op grond van het redactiestatuut zijn de programmatische taken en verantwoordelijkheden binnen de lokale omroep toebedeeld aan de programmamedewerkers. Het bestuur delegeert zijn programmatische taken en verantwoordelijkheden aldus aan de programmamedewerkers. Deze delegatie houdt in dat het bestuur niet zelf de bevoegdheid heeft om op te treden in aangelegenheden die de vorm en de inhoud van het media-aanbod betreffen. Maar het bestuur is wel verantwoordelijk voor het functioneren van alle medewerkers van de lokale omroep: het bestuur is belast met het bestuur van de stichting. Deze bepaling staat in de statuten van elke stichting. Met betrekking tot de benoeming en ontslag van de hoofdredacteur en de overige leden van de redactie zijn in de NLPO-modelstatuten (www.nlpo/publicaties) afzonderlijke bepalingen opgenomen. De gescheiden verantwoordelijkheden en de daarmee gepaard gaande nader omschreven bevoegdheden, betekenen voor de programmamedewerker een begrenzing van de vrijheid van handelen.
Het recht van vrije meningsuiting is nimmer een vrijheid zonder grenzen. Los van de strafrechtelijke beperkingen liggen de grenzen in het gebruik van verzinsels in plaats van feiten. Bovendien is deze vrijheid begrensd door het door het programmabeleid bepalende orgaan (pbo) vastgestelde (algemene) programmabeleid/media-aanbodbeleid en de mede door de hoofdredacteur vastgestelde regels met betrekking tot de uitvoering daarvan. Daarbij moet niet worden vergeten dat het algemene programmabeleid en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen hun beperkingen hebben in de Mediawet. Voor het bestuur is, zoals gezegd, in deze geen rol weggelegd, anders dan achteraf in het kader van het beoordelen van het functioneren van de programmamedewerker.
pagina 2
N IL||i)© Vermijden van belangenconflicten Artikel 2.1, tweede lid, van de Mediawet bepaalt onder meer dat het media-aanbod van de publieke media-instellingen, dus ook van de lokale omroep, onafhankelijk is van commerciële en overheidsinvloeden. Het tot stand brengen van een redactiestatuut staat mede hiermee in verband. Zoals gezegd houdt een programmamedewerker bij het samenstellen van het omroepprogramma/media-aanbod rekening met het door het pbo vastgestelde programmabeleid en de door de hoofdredacteur vastgestelde kaders van de programmering. Daarnaast kunnen er belangen van derden een rol spelen. Te denken valt aan adverteerders, sponsors, (lokale) overheden en andere derden die een financiële bijdrage leveren aan de productiekosten van het programma. Met name het mediawettelijke uitgangspunt: de publieke media-instellingen zijn met al hun activiteiten niet dienstbaar aan het maken van winst door derden (artikel 2.141, eerste lid, van de Mediawet), speelt hierbij een doorslaggevende rol.
In het geval dat de programmamedewerker klem komt te zitten tussen het bestuur dat verantwoordelijk is voor de financiële basis van de lokale omroep en de redactionele onafhankelijkheid van het omroepprogramma/media-aanbod van de lokale omroep dan biedt een beroep op het redactiestatuut uitkomst. Vaststelling en wijziging van het redactiestatuut
Zoals gezegd schrijft de Mediawet voor dat de lokale omroep in overeenstemming met de werknemers die zijn belast met de verzorging en samenstelling van het media-aanbod een redactiestatuut tot stand brengt. Het bestuur van de lokale omroep stelt het redactiestatuut vast. In het geval de statuten hierover niets voorschrijven dan stelt het bestuur het redactiestatuut vast met instemming van de voltallige redactieraad. Wijzigingen van het redactiestatuut geschiedt ook met instemming van de voltallige redactieraad. Het modelredactiestatuut is een richtsnoer bij het door het bestuur van de lokale omroep op te stellen definitief redactiestatuut.
Totstandkoming en gebruik modelredactiestatuut
Deze publicatie is met zorg samengesteld. Bij de opstelling van het model is het voorbeeld van het Redactiestatuut Omroep en de Checklist programmastatuut Omroep, beide van de NVJ, als richtsnoer gebruikt. Bovendien zijn de redactiestatuten van de NTR en de regionale omroep hierbij betrokken. Niettemin kan de NLPO geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele gevolgen van het gebruik van het modelredactiestatuut. Graag verneemt de NLPO alle op- en aanmerkingen naar aanleiding van het modelredactiestatuut, zodat het statuut, wanneer daartoe aanleiding bestaat, kan worden aangepast.
pagina 3
N L||s© Redactiestatuut Doelstelling lokale publieke media-instelling
Artikel 1 De lokale publieke media-instelling (hierna: lokale omroep) stelt zich volgens de statuten uitsluitend of hoofdzakelijk ten doel het op lokaal niveau uitvoeren van de publieke media-opdracht door het verzorgen van media-aanbod dat gericht is op de bevrediging van maatschappelijke behoeften die in het verzorgingsgebied waarop de instelling zich richt leven, en het verrichten van alle activiteiten die nodig zijn om daarmee een publieke taak te vervullen.
Beginselverklaring Artikel 2
1.
De uitgangspunten die betrekking hebben op het samenstellen van het omroepprogramma/media-aanbod van de lokale omroep zijn neergelegd in de Mediawet, in de statuten van die instelling, in het door het programmabeleid bepalend orgaan (pbo) vastgestelde programmabeleid en in de door de lokale omroep vastgestelde regelingen. De hoofdredacteur en de programmastaf zijn aan deze uitgangspunten gebonden. De desbetreffende stukken worden geacht bij hen bekend te zijn.
2.
Dit redactiestatuut beoogt de programmamedewerkers waarborgen te bieden voor het onafhankelijk uitoefenen van de uit het redactiestatuut voortvloeiende taken, zonder rechtstreekse beïnvloeding door of van wie dan ook anders dan op de wijze als in dit redactiestatuut is voorzien.
3.
Deze onafhankelijke taakuitoefening houdt in dat de programmamedewerkers bij de samenstelling van het omroepprogramma/media-aanbod: zonder vooroordelen te werk gaan en streven naar een zo nauwgezet mogelijke weergave van de werkelijkheid; de informatievoorziening en de uitwisseling van verschillende meningen voorop stellen; zorgvuldige verificatie betrachten van hetgeen zij voornemens zijn te publiceren; een zo herkenbaar mogelijk onderscheid maken tussen feiten, analyses en meningen; betrokkenen de gelegenheid geven tot hoor en wederhoor in die zin dat zij een eerlijke kans krijgen, in tijd en in informatie, om te reageren; zich niet dienstbaar maken aan winst van derden, sluikreclame weren en zich terughoudend opstellen tegenover sponsoractiviteiten; geen (neven)activiteiten verrichten die met hun onafhankelijke taakuitvoering strijdig zijn.
Bevoegdheden/verplichtingen betrokken organen De lokale omroep Artikel 3 Het bestuur van de lokale omroep is verantwoordelijk voor de vorm en de inhoud van het door de lokale omroep verzorgde omroepprogramma/media-aanbod. De samenstelling van het omroepprogramma/media-aanbod is opgedragen aan de hoofdredacteur met inachtneming van het door het pbo vastgestelde programmabeleid. Het bestuur van de lokale omroep oefent achteraf en met terughoudendheid toezicht uit op de naleving van de statuten, de naleving van het door het pbo vastgestelde programmabeleid en de naleving van de uit de statuten en het programmabeleid voortvloeiende regelingen.
pagina 4
N L||SO De programmamedewerker
Artikel 4 De programmamedewerker is de medewerker van de lokale omroep die is belast met werkzaamheden in het kader van de samenstelling van het omroepprogramma/media-aanbod, voor zover deze een arbeidscontract of medewerker-overeenkomst heeft gesloten. Uitgangspunten voor het beleid bij benoeming, schorsing of ontslag van de programmamedewerker is vastgelegd in door het bestuur en de hoofdredacteur opgestelde regelingen. De hoofdredacteur
Artikel 5 De hoofdredacteur is degene aan wie op grond van het bepaalde in de statuten de samenstelling van het omroepprogramma/media-aanbod van de lokale omroep is opgedragen. Uitgangspunten voor het beleid bij benoeming, schorsing of ontslag van de hoofdredacteur zijn vastgelegd in de statuten van de lokale omroep. Artikel 6 1. Bij voorziening in een vacature voor de functie van hoofdredacteur wordt, met inachtneming van hetgeen hierover is opgenomen in de statuten, door het bestuur een sollicitatie- en selectiecommissie ingesteld.
2. In de sollicitatie- en selectiecommissie hebben zitting: twee leden van het pbo; twee leden van het bestuur, waaronder het bestuurslid belast met het personeelsbeleid; een lid, aangewezen door de redactieraad.
3.
Het bestuurslid belast met het personeelsbeleid zit de vergaderingen van de sollicitatie- en selectiecommissie voor.
4.
De sollicitatie- en selectiecommissie stelt een voordracht op en legt deze, vergezeld van een verslag van haar werkzaamheden, voor aan het bestuur.
Artikel 7 1. De hoofdredacteur kan worden ontslagen overeenkomstig de betreffende bepalingen in de statuten van de lokale omroep.
2. De redactieraad is bevoegd een voorstel tot ontslag of schorsing van de hoofdredacteur in te dienen bij het bestuur. Een dergelijke voorstel vereist de instemming van twee-derde van de leden van de redactieraad.
Artikel 8 1. De hoofdredacteur is verantwoordelijk voor de samenstelling van het omroepprogramma/media-aanbod van de lokale omroep, waaronder begrepen: hij/zij is met betrekking tot het omroepprogramma/media-aanbod verantwoordelijk voor de naleving van statuten, programmabeleid en regelingen; hij/zij draagt binnen dit kader de verantwoordelijkheid voor de inhoud van het omroepprogramma/media-aanbod; hij/zij heeft de dagelijkse leiding over de programmastaf; hij/zij bepaalt de inzet van menskracht en budget en bindt hieraan eventueel nadere instructies.
pagina 5
N L||s© 2.
De hoofdredacteur woont de vergaderingen van het bestuur bij. Hij/zij heeft bij die gelegeHflëlCI een adviserende stem.
De programmastaf Artikel 9
1.
De gezamenlijke programmamedewerkers vormen de programmastaf.
2.
De programmastaf kiest periodiek uit zijn midden een afvaardiging voor de redactieraad, zodanig dat deze een afspiegeling vormt van de diverse bij de samenstelling van het omroepprogramma/media-aanbod betrokken geledingen van de programmastaf.
3.
De programmastaf vergadert tenminste éénmaal per jaar. Voorts vergadert hij telkenmale wanneer de hoofdredacteur dit wenselijk acht of wanneer tenminste één vijfde van de leden van de programmastaf daartoe de hoofdredacteur verzoekt.
4.
De oproeping tot de vergadering geschiedt door de hoofdredacteur, die tevens de vergadering voorzit en zorgdraagt voor de verslaglegging.
De redactieraad Artikel 10
1. 2.
3.
4. 5.
De redactieraad is door de programmastaf uit zijn midden aangewezen vertegenwoordiging die bestaat uit minimaal drie personen. De redactieraad ondersteunt de hoofdredacteur bij de vormgeving van de uitgangspunten van het te voeren redactioneel beleid. De redactieraad beziet in het kader daarvan onder meer: - de coördinatie van het omroepprogramma/media-aanbod; -de bewaking van de interne en externe communicatie; - de technische kwaliteit van het omroepprogramma/media-aanbod. De redactieraad kiest uit zijn midden een voorzitter en een secretaris; de secretaris draagt zorg voor de verslaglegging van de vergaderingen van de redactieraad in de vorm van ten minste een besluitenlijst. De hoofdredacteur kan de vergaderingen van de redactieraad bijwonen; de hoofdredacteur heeft in die vergadering geen stemrecht. De redactieraad kan besluiten vertegenwoordigers van andere geledingen binnen de lokale omroep aan zijn vergaderingen deel te laten nemen. Zij hebben een adviserende stem.
Verhouding/samenwerking bestuur, hoofdredacteur en redactieraad
Artikel 11 1. Alvorens het bestuur en/of de hoofdredacteur een beslissing neemt/nemen over zaken die van wezenlijk belang zijn voor de werkzaamheden van de programmastaf, wordt de redactieraad zo tijdig mogelijk geïnformeerd en gehoord.
2. Zaken van wezenlijk belang zijn in ieder geval: a.
ingrijpende wijzigingen in statuten, programmabeleid en regelingen, voor zover deze wijzigingen betrekking hebben op het voorbereiden en samenstellen van het omroepprogramma/media-aanbod;
b.
ingrijpende wijzigingen in het uitzendschema van het omroepprogramma/media-aanbod;
c.
ingrijpende wijzigingen in de huisvestingssituatie;
pagina 6
M L||s© d. overeenkomsten voor programmatische samenwerking met derden voor zover deze eëfl" ander dan incidenteel karakter hebben;
e.
de benoeming van de hoofdredacteur, met inachtneming van het bepaalde daaromtrent in de statuten en in het redactiestatuut;
f.
ingrijpende wijziging in de samenstelling van de programmastaf;
g-
wijzigingen in het redactiestatuut, met inachtneming van het daaromtrent in het redactiestatuut bepaalde;
h. wijzigingen in de techniek, voor zover deze ingrijpende gevolgen hebben voor de werkzaamheden van de programmastaf; disciplinaire maatregelen ten aanzien van medewerkers van de lokale omroep, voor zover deze ingrijpende gevolgen hebben voor de werkzaamheden van de programmastaf. 3. Tijdig voordat het bestuur van de lokale omroep de begroting vaststelt, legt het bestuur deze voor aan de redactieraad en wel in ieder geval voor wat betreft de posten die rechtstreeks betrekking hebben op de werkzaamheden van de programmastaf. De redactieraad brengt zijn opmerkingen bij de begroting ter kennis van het bestuur.
Persoonlijke verantwoordelijkheid programmamedewerker
Artikel 12 1.
Wanneer een programmamedewerker ernstige (gewetens)bezwaren heeft tegen een aan hem/haar verstrekte opdracht met betrekking tot een omroepprogramma en hij/zij zich niet kan neerleggen bij een door de hoofdredacteur ter zake te nemen of genomen beslissing, dan kan hij/zij zich wenden tot de redactieraad met het verzoek om een uitspraak.
2. Wanneer de hoofdredacteur besluit ingrijpende wijzigingen aan te brengen ofte doen aanbrengen in een omroepprogramma, dan kan de betrokken programmamedewerker verzoeken om het omroepprogramma niet uit te zenden. Indien de hoofdredacteur niettemin besluit tot uitzending, dan zal het omroepprogramma niet van de naam van de betrokken programmamedewerker worden voorzien. Als de betrokken programmamedewerker het niet met deze beslissing eens is, dan kan hij/zij zich achteraf wenden tot de redactieraad met het verzoek om een uitspraak. 3. Indien de hoofdredacteur een uitspraak van de redactieraad, zoals hierboven in het eerste en het tweede lid bedoeld, niet aanvaardt, dan maakt hij zijn/haar standpunt gemotiveerd kenbaar aan de redactieraad. 4.
Indien het bestuur van de lokale omroep ernstige klachten heeft over het gevoerde redactioneel beleid of over een uitgezonden omroepprogramma, dan dienen de hoofdredacteur en de betrokken leden van de programmastaf ter zake te worden gehoord. Als het bestuur daarna de klacht handhaaft, kan het maatregelen ten aanzien van de hoofdredacteur treffen zoals in de statuten voorzien.
pagina 7
N 1L||S© Geschillen Artikel 13
Geschillen omtrent dit redactiestatuut of het redactioneel beleid worden voorgelegd aan een geschillencommissie. Artikel 14 Deze geschillencommissie bestaat uit drie leden: een lid aan te wijzen door de redactieraad, een lid aan te wijzen door het bestuur en een lid aan te wijzen door redactieraad en bestuur gezamenlijk.
Artikel 15 De uitspraken van de geschillencommissie zijn voor alle betrokkenen bindend. Wijziging redactiestatuut Artikel 16
Met inachtneming van het bepaalde daaromtrent in de Mediawet kan het bestuur het redactiestatuut wijzigen met instemming de voltallige redactieraad.
pagina 8
NL||S© Toelichting Model redactiestatuut Algemene toelichting
De respectievelijk in artikel 1 en in artikel 2 verwoorde doelstelling en beginselverklaring vormen het mediawettelijke kader waarbinnen de lokale omroep functioneert. De rechten en plichten van de programmamedewerkers vormen de kern van het redactiestatuut. Voorgeschreven is dat enkel het redactiestatuut beperkingen kan opleggen aan de onafhankelijkheid van de programmamedewerkers. In de beginselverklaring (artikel 2, derde lid) zijn de in achtte nemen algemene journalistieke normen opgenomen. Vervolgens zijn de diverse organen en hun bevoegdheden beschreven.
De hoofdredacteur is programmatisch gezien de eerstverantwoordelijke. Hij/zij neemt de finale beslissingen daarover en is de intermediair tussen de bestuurlijke organen en de program mamedewerkers.
In artikel 3 is, overeenkomstig artikel 2.88, eerste lid van de Mediawet, buiten twijfel gesteld dat (het bestuur van) de lokale omroep verantwoordelijk is voor de vorm en inhoud van het omroepprogramma/media-aanbod van de lokale omroep. Tegelijkertijd is verzekerd dat de samenstelling van het omroepprogramma/media-aanbod is gedelegeerd/opgedragen aan de hoofdredacteur. Het bestuur van de lokale omroep kan achteraf en met terughoudendheid toezicht uitoefenen, conform hetgeen daaromtrent in de statuten of anderszins is geregeld. Programmamedewerkers zijn alle met redactionele en programma-inhoudelijke taken belaste personen. Om een zo ruim mogelijk bescherming te bieden is bewust niet gekozen voor een functiecriterium maar een taakinhoudelijke afbakening.
De gezamenlijke programmamedewerkers vormen de programmastaf. De hoofdredacteur heeft bij de concretisering van het redactionele beleid de steun van de redactieraad, een vertegenwoordiging uit de programmastaf. Aan de vergaderingen van de redactieraad kunnen in voorkomende gevallen ook niet-leden van de programmastaf deelnemen, bijvoorbeeld het hoofd van de technische dienst. Met betrekking tot de inrichting van de redactionele organisatie is in dit model geen bepaling opgenomen. Deze verschilt per lokale omroep.
Om een goede verstandhouding tussen bestuur, hoofdredacteur en de overige programmamedewerkers te verzekeren, is communicatie in de vorm van (structureel) overleg noodzakelijk. Wanneer het bestuur en/of de hoofdredacteur voornemens is/zijn een beslissing te nemen die van wezenlijk belang is voor het functioneren van de programmastaf, dan ligt overleg daarover met de redactieraad voor de hand. De programmastaf is immers vertegenwoordigd in de redactieraad.
Ter afronding is in dit model ingegaan op de persoonlijke verantwoordelijkheid van de programmamedewerker. Wat kan hij/zij doen indien de hoofdredacteur een opdracht geeft of een beslissing neemt met betrekking tot een door hem/haar gemaakt programma waar hij/zij het niet mee eens is? En welke procedure moet worden gevolgd bij ernstige klachten over een programma? Geschillen, die ontstaan naar aanleiding van het redactiestatuut of een andere regeling met programmatische implicaties, worden voorgelegd aan een geschillencommissie van drie leden, waarvan een benoemd door het bestuur, een door de redactieraad en een door bestuur en redactieraad gezamenlijk.
pagina 9
N L|p© Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Het eerste artikel van het model redactiestatuut is een weergave van de wettelijk voorgeschreven doelstelling van een lokale omroep (artikel 2.61, tweede lid, onder b van de Mediawet). Om in aanmerking te komen voor een aanwijzing dient dit doel in de statuten te zijn opgenomen.
Artikel 2, lid 1
De eerste zinsnede is bedoeld om duidelijk te stellen dat het uitgangspunt voor het samenstellen van het omroepprogramma/media-aanbod een gegeven is voor de programmamedewerkers van de lokale omroep. Ingevolge artikel 2.61, tweede lid, onder c van de Mediawet kent elke lokale omroep een representatief samengesteld orgaan dat belast is met het vaststellen van het programmabeleid: het programmabeleid bepalende orgaan (pbo). Dit programmabeleid is derhalve niet door het bestuur, de hoofdredacteur of de programmastaf bepaald. Artikel 2, lid 2 Dit artikellid is een beknopte weergave van de redenen waarom een redactiestatuut noodzakelijk is. De programmamedewerkers kunnen hun taken alleen dan onafhankelijk uitoefenen wanneer zij niet blootgesteld zijn aan druk van binnen of buiten de lokale omroep. Artikel 2, lid 3
In dit artikellid is aangegeven waaraan de programmamedewerkers zich bij hun onafhankelijke taakuitoefening dienen te houden. De opsomming is weliswaar niet uitputtend, maar geeft een aantal belangrijke journalistieke principes weer die de kern vormen van het redactiestatuut.
Als evidente voorbeelden van strijdigheid met deze principes kan worden gedacht aan het overnemen zonder bronvermelding (plagiaat), het verzinnen/vervalsen van feiten dan wel het manipuleren van beeld- of geluidsmateriaal. Overigens zij voor de duidelijkheid er op gewezen dat de mogelijkheid van hoor en wederhoor niet betekent dat betrokkenen in hetzelfde programma op elkaar moeten reageren.
Programmamedewerkers worden geacht geen nevenactiviteiten te verrichten die op gespannen voet staan met hun onafhankelijke taakuitoefening. In het bijzonder moet de programmamedewerker zich terughoudend opstellen tegenover sponsoractiviteiten. Deze bepaling heeft raakvlakken met de bepalingen van de Mediawet inzake het dienstbaarheidsverbod (artikel 2.141 van de Mediawet) en nevenactiviteiten (2.132 e.v. van de Mediawet). Die richten zich weliswaar tot de lokale omroep, maar de (programma)medewerkers van de lokale omroep hebben in deze een eigen verantwoordelijkheid.
Artikel 3 De in de tweede volzin genoemde delegatie impliceert dat niet het bestuur maar de hoofdredacteur beslist over de samenstelling van het omroepprogramma/media-aanbod. Het bestuur kan de delegatie wijzigen of intrekken, dit is maatregelen treffen jegens de hoofdredacteur, binnen de daarvoor geldende statutaire bepalingen.
Artikel 4 en artikel 5 Zie voor de desbetreffende uitgangspunten onder meer de statuten.
pagina 10
f
N L||s© Artikel 6, lid 2 Het lid van de sollicitatie- en selectiecommissie dat wordt aangewezen door de redactieraad kan zijn een lid van die raad, iemand van de programmastaf dan wel een derde.
Artikel 6, lid 4
Het bestuur zal zonder gegronde redenen niet van deze voordracht afwijken. De statuten kunnen hieromtrent nadere voorschriften bevatten. Artikel 7, lid 1
Het orgaan dat de hoofdredacteur benoemt, kan hem/haar ook schorsen of ontslaan. Artikel 7, lid 2
Een redactieraad die om wat voor reden dan ook niet overweg kan met de hoofdredacteur zal niet goed functioneren en moet dit aan het bestuur duidelijk kunnen maken. Het bestuur kan reageren met bemiddeling, schorsing of ontslag op de wijze zoals in de statuten voorzien. Artikel 8, lid 1 Op grond van artikel 3 van het redactiestatuut is de samenstelling van het omroepprogramma/media-aanbod aan de hoofdredacteur gedelegeerd, dit artikel omschrijft in dat kader de taken en verantwoordelijkheden van de hoofdredacteur.
Artikel 8, lid 2 De aanwezigheid van de hoofdredacteur bij de bestuursvergaderingen is noodzakelijk om de hierna in artikel 11 bedoelde verhouding tussen het bestuur, de hoofdredacteur en de redactieraad te bewerkstelligen.
Artikel 9, lid 1 De uitgangspunten van het te voeren redactioneel beleid zijn niet de uitgangspunten van het programmabeleid. Immers, laatstgenoemde uitgangspunten zijn vastgesteld door het pbo. De uitgangspunten van het te voeren redactioneel beleid zijn de uitgangspunten met betrekking tot de wijze waarop de hoofdredacteur zijn verantwoordelijkheid inzake de samenstelling van het omroepprogramma/media-aanbod invult.
Artikel 9, lid 2
Elke geleding moet om te kunnen meebeslissen over de programmering vertegenwoordigd zijn in de redactieraad. Bij geledingen moet worden gedacht aan redactiestaven, productiegroepen, etc. Bij periodiek is jaarlijks de voorkeur. Artikel 9, lid 4
Er is gekozen voor een verslag en niet voor enkel een besluitenlijst omdat bij gelegenheid van dergelijke vergaderingen uitgebreid discussiepunten naar voren worden gebracht die nadere bestudering vergen. Dergelijke punten dienen dan goed gedocumenteerd te zijn waarvan ook de andere organen van de lokale omroep kennis kunnen nemen.
pagina 11
NL||S© Artikel 10, lid 1
De redactieraad is met name verantwoordelijk voor de totstandkoming van het omroepprogramma/media-aanbod. Een drietal centrale taken zijn expliciet geformuleerd. Een daarvan, de bewaking van de interne en externe communicatie, houdt onder meer in:
het voorkomen van dubbele afspraken naar buiten; het voorkomen van overlappingen in de programmering; onderlinge uitwisseling van informatie; onderlinge afstemming van techniek en programmering. Artikel 10, lid 2
Een besluitenlijst moet als minimumvorm van verslaglegging van de vergaderingen van de redactieraad voldoende worden geacht. Grotendeels zijn de besluiten immers van feitelijke aard. Artikel 10, lid 4
In de redactieraad kunnen ook anderen dan (vertegenwoordigers van ) programmamedewerkers zitting hebben. Het is evenwel aan de redactieraad om te beoordelen of het wenselijk is dat bijvoorbeeld (vertegenwoordigers van) technische medewerkers en/of medewerkers van de huishoudelijke dienst deelnemen aan de vergaderingen van de redactieraad.
Artikel 11, lid 1 Besluiten van het bestuur en/of de hoofdredacteur die in belangrijke mate de programmastaf raken, behoren tenminste onderwerp van overleg te zijn tussen hoofdredacteur en redactieraad.
Artikel 11, lid 2 Hierin is een - niet uitputtende - opsomming opgenomen van de onderwerpen ("zaken van wezenlijk belang") die tenminste overleg behoeven.
Artikel 11, lid 3
Omdat de financiële positie van de lokale omroep onlosmakelijk verbonden is met de mogelijkheid een omroepprogramma/media-aanbod tot stand te brengen, is om het belang daarvan te benadrukken een afzonderlijke bepaling opgenomen. Artikel 12
De individuele verantwoordelijkheid van de afzonderlijke medewerkers is reeds benadrukt. Dit artikel geeft aan hoe met deze individuele verantwoordelijkheid in probleemgevallen moet worden omgegaan.
Artikelen 13 t/m 15 De geschillenregeling, waarbij is voorzien in een geschillencommissie, kan een overhaaste gang naar het bestuur of de rechter voorkomen. Artikel 16 Met instemming van de voltallige redactieraad bewerkstelligt dat ook de hoofdredacteur moet instemmen met de wijziging.
(DO/04-10-2019)
pagina 12
KVK Uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel®
KvK-nummer 53191080
Pagina 1 (van 2) De onderneming / organisatie wil niet dat haar adresgegevens worden gebruikt voor ongevraagde postreclame en verkoop aan de deur.
Rechtspersoon RSIN Rechtsvorm Statutaire naam Statutaire zetel Bezoekadres Telefoonnummer Internetadres E-mailadres Eerste inschrijving handelsregister Datum akte van oprichting Datum akte laatste statutenwijziging Activiteiten
Bestuurders Naam Geboortedatum Datum in functie Bevoegdheid Naam Geboortedatum Datum in functie
850787373 Stichting Stichting Media Walcheren gemeente Middelburg Handelsweg 18,4387PC Vlissingen 0118750550 www.walcherenfm.nl info@walcherenfm.nl 21-07-2011
20-07-2011 25-08-2015
SBI-code: 6010 - Radio-omroepen Het verzorgen van media-aanbod, bestemd voor de gemeente Middelburg, Veere en Vlissingen. Het op lokaal niveau uitvoeren van de publieke mediaopdracht door het verzorgen van media-aanbod dat is gericht op de bevrediging van maatschappelijke behoeften die leven in de gemeenten waarop de instelling zich richt, en het verrichten van alle activiteiten die nodig zijn om daarmee een publieke taak te vervullen.
Krijger, Simon 23-05-1961 01-03-2015 (datum registratie: 24-04-2015) Gezamenlijk bevoegd (met andere bestuurder(s), zie statuten)
Titel Bevoegdheid
Kodde, Johannes 23-09-1968 01-03-2015 (datum registratie: 24-04-2015) Penningmeester Gezamenlijk bevoegd (met andere bestuurder(s), zie statuten)
Naam Geboortedatum
van der Giessen, Albert 18-11-1966 co u5
WAARMERK KAMER VAN KOOPHANDEL
Dit uittreksel is gewaarmerkt met een elektronische zegel en is een officieel bewijs van inschrijving in het Handelsregister. In Adobe Reader kunt u de elektronische zegel bovenin het scherm controleren. Meer informatie hierover vindt u op www kvk.nl/egd De Kamer van Koophandel adviseert dit uittreksel alleen digitaal te gebruiken zodat de integriteit van het document gewaarborgd en de elektronische zegel verifieerbaar blijft
O' LO 8
’T s o
C4
KVK Uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel®
KvK-nummer 53191080 Pagina 2 (van 2) Datum in functie
Titel Bevoegdheid
01-11-2019 (datum registratie: 16-01-2020) Voorzitter Alleen/zelfstandig bevoegd
Naam Geboortedatum Datum in functie Titel Bevoegdheid
Stoltink, Samantha Krijna Willemijntje 21-08-1984 01-06-2020 (datum registratie: 11-06-2020) Secretaris Gezamenlijk bevoegd (met andere bestuurder(s), zie statuten)
Uittreksel is vervaardigd op 24-06-2021 om 20.59 uur.
WAARMERK KAMER VAN KOOPHANDEL
Dit uittreksel is gewaarmerkt met een elektronische zegel en is een officieel bewijs van inschrijving in het Handelsregister In Adobe Reader kunt u de elektronische zegel bovenin het scherm controleren Meer informatie hierover vindt u op www.kvk.nl/egd De Kamer van Koophandel adviseert dit uittreksel alleen digitaal te gebruiken zodat de integriteit van het document gewaarborgd en de elektronische zegel verifieerbaar blijft
CO LD O' LD 8 S
ó O
s CM
O
1
Dossiernummer: 2015.0428.01 RCD
STATUTENWIJZIGING
van STICHTING MEDIA WALCHEREN
Heden, vijfentwintig augustus tweeduizend vijftien, verscheen voor mij, Mr Dr Rudolf Cornelius van Dongen, notaris te Middelburg:-------------------------------------------------mevrouw Cornelia Visser-Simons, geboren te Temeuzen op tweeëntwintig december negentienhonderdvierenvijftig, werkzaam op mijn kantoor aan de Dam 37 te 4331 GG Middelburg, in deze akte handelend als schriftelijk gemachtigde van het bestuur van— de stichting: Stichting Media Walcheren, statutair gevestigd in de gemeente---------Middelburg, kantoorhoudende te 4332 DW Middelburg, Mezenhof 26, ingeschreven in het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsrcgister onder nummer------53191080, deze stichting hierna te noemen: “de Stichting", van welke machtiging---blijkt uit na te noemen notulen.--------------------------------------------------------------------De comparante, handelend als vermeld, verklaarde het volgende:-------------------------INLEIDING--------------------------------------------------------------------------------------------1. De Stichting is opgericht bij akte, verleden op twintig juli tweeduizend elf voor— notaris Mr Dr Rudolf Cornelius van Dongen, voomoemd.----------------------------2. De statuten van de Stichting zijn daarna niet gewijzigd.--------------------------------3.
In zijn op twintig augustus tweeduizend vijftien gehouden vergadering heeft het bestuur van de Stichting besloten de statuten van de Stichting geheel te wijzigen overeenkomstig het ontwerp van de akte van statutenwijziging, zoals dat is------opgestcld door notaris Mr Dr Rudolf Cornelius van Dongen, voomoemd, van---welk besluit blijkt uit de notulen van deze bestuursvergadering, van welke--------notulen een exemplaar in kopie aan deze akte wordt gehecht. ------------------------4. Blijkens voormeld besluit is de comparante door het bestuur van de Stichting ---gemachtigd om de onderhavige statutenwijziging bij notariële akte vast te leggen.
STATUTENWIJZIGING --------------------------------------------------------------------------Ter uitvoering van voormeld besluit tot statutenwijziging verklaarde de comparante,— handelend als vermeld, dat de statuten van de Stichting door het van kracht worden — van deze akte geheel worden gewijzigd en met ingang van vandaag komen te luiden— als volgt:------------------------------------------------------------------------------------------------STATUTEN--------------------------------------------------------------------------------------------NAAM--------------------------------------------------------------------------------------------------Artikel 1------------------------------------------------------------------------------------------------De stichting draagt de naam: Stichting Media Walcheren. -----------------------------------ZETEL--------------------------------------------------------------------------------------------------Artikel 2------------------------------------------------------------------------------------------------Zij heeft haar zetel in de gemeente Middelburg.------------------------------------------------DOEL----------------------------------------------------------------------------------------------------Artikel 3------------------------------------------------------------------------------------------------1.
De stichting heeft tot doel:--------------------------------------------------------------------a. het verzorgen van media-aanbod, bestemd voor de gemeenten Middelburg, Veere en Vlissingen, hierna te noemen: “de gemeenten”;-------------------------
Notarispraktijk Mr Dr R. C. van Dongen te Middelburg
<
2
het op lokaal niveau uitvoeren van de publieke mediaopdracht door het----verzorgen van mcdia-aanbod dat gericht is op de bevrediging van -------------maatschappelijke behoeften die in de gemeenten waarop de instelling zich richt leven, en het verrichten van alle activiteiten die nodig zijn om daarmeeeen publieke taak te vervullen. ---------------------------------------------------------2. De stichting gebruikt haar zendtijd geheel voor een media-aanbod dat in het— bijzonder betrekking heeft op de gemeenten.----------------------------------------------3. Zij tracht dit doel en al hetgeen daarmee in de ruimste zin verband houdt te -■ verwezenlijken door het aanwenden van alle geoorloofde middelen, welke voor — de verwezenlijking van het doel van de stichting bevorderlijk zijn.-------------------VRIJWILLIGERS ----------------------------------------------------------------Artikel 4------------------------------------------------------------------------------------------------1. Vrijwilligers zijn zij die uit vrije wil en zonder enig dienstverband met de---stichting werkzaamheden voor de stichting verrichten.---------------------------------2. Het bestuur beslist omtrent de toelating van vrijwilligers en houdt een register---waarin de namen en adressen van alle vrijwilligers worden vermeld.----------------3.
De rechten en plichten van een vrijwilliger kunnen te allen tijde wederzijds door opzegging worden beëindigd.-----------------------------------------------------------------4. Vrijwilligers hebben geen andere rechten en plichten dan die welke hun bij of---krachtens de statuten zijn toegekend en opgelegd.---------------------------------------BEGUNSTIGERS -----------------------------------------------------------------------------------Artikel 5------------------------------------------------------------------------------------------------1. Begunstigers zijn zij die zich bereid verklaard hebben de stichting financieel te steunen met een door het bestuur vast te stellen jaarlijkse bijdrage. Zij kunnen daartoe in categorieën worden ingedeeld, die een verschillende bijdrage betalen. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van een bijdrage te verlenen.----------------------2. Het bestuur beslist omtrent de toelating van begunstigers en houdt een register — waarin de namen en adressen van alle begunstigers worden vermeld.— 3. De rechten en plichten van een begunstiger kunnen te allen tijde wederzijds dooropzegging worden beëindigd.-----------------------------------------------------------------4.
Begunstigers hebben geen andere rechten en plichten dan die welke hun bij of---krachtens de statuten zijn toegekend en opgelegd.---------------------------------------GELDMIDDELEN-----------------------------------------------------------------------------------Artikel 6------------------------------------------------------------------------------------------------1. De geldmiddelen van de stichting bestaan uit de bijdragen van de begunstigers, — uit de eventuele uitgifte van een programmablad, uit eventuele verkrijging------ingevolge erfstellingen, legaten en schenkingen en ten slotte uit eventuele overige geoorloofde baten.-------------------------------------------------------------------------------2. De stichting is niet dienstbaar aan het maken van winst door derden.----------------BESTUUR---------------------------------------------------------------------------------------------Artikel 7------------------------------------------------------------------------------------------------1. Het bestuur bestaat uit een door het bestuur vast te stellen aantal van ten minste — drie personen en ten hoogste vijf personen.-----------------------------------------------2. De voorzitter, secretaris en penningmeester worden in functie benoemd.-----------3. Bij huishoudelijk reglement worden nadere regelen aangaande de--------------------
b.
Notarispraktijk Mr Dr R. C. van Dongen te Middelburg
3
bestuurssamenstelling gegeven.--------------------------------------------------------------4. De bestuursleden worden door het bestuur benoemd uit een of meer----------------voordrachten, behoudens het bepaalde in lid 5. Tot het opmaken van zulk een---voordracht zijn bevoegd zowel het bestuur, tien vrijwilligers gezamenlijk alsookhet programmabeleidsbcpalend orgaan, hierna te noemen: “PBO”.------------------5. Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van het bestuur, genomen in een vergadering waarin ten minste twee/derde van de bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd is.----------------------------------------------------------6. Is geen voordracht opgemaakt, of besluit het bestuur overeenkomstig het----------voorgaande lid de opgemaakte voordrachten het bindend karakter te ontnemen, — dan is het bestuur vrij in de keus.------------------------------------------------------------7. Indien er meer dan één bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die — voordrachten, met inachtneming evenwel van het bepaalde in lid 5. ----------------8.
Bij het ontstaan van een (of meer) vacature(s) in het bestuur zullen de -------------overblijvende bestuursleden (of zal het enig overblijvende bestuurslid) zo spoedig mogelijk na het ontstaan van de vacature(s) daarin voorzien door de benoeming van een (of meer) opvolgers(s).--------------------------------------------------------------9. Mocht(en) in het bestuur om welke reden dan ook een of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende bestuursleden of vormt het enige overblijvendc-----bestuurslid niettemin een wettig bestuur.---------------------------------------------------10. Het bestuur kan aan een of meer bestuursleden een beloning voor hun -------------werkzaamheden toekennen. Alle bestuursleden hebben recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten. ---------------------EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP---------------------------------------------------------Artikel 8------------------------------------------------------------------------------------------------1. Het bestuurslidmaatschap eindigt:----------------------------------------------------------a. ontslag op grond van artikel 298 boek 2 van het Burgerlijk wetboek;----------b. door zijn aftreden op grond van het rooster van aftreding; ----------------------c. door bedanken.----------------------------------------------------------------------------2.
Elk bestuurslid treedt uiterlijk vier jaar na zijn benoeming af, volgens een door — het bestuur op te maken rooster van aftreding. -------------------------------------------3. De aftredende is terstond herbenoembaar voor ten hoogste eenmaal de maximalebenoemingstermijn.----------------------------------------------------------------------------BESTUURSVERGADERINGEN EN BESLUITVORMING IN HET BESTUUR-----Artikel 9------------------------------------------------------------------------------------------------1. Het bestuur komt ten minste eenmaal per twee maanden bijeen. ---------------------2. De oproeping tot de vergadering geschiedt door de voorzitter, ten minste zeven — dagen tevoren, de dag ter oproeping en die ter vergadering niet meegerekend.---3. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur; bij diens-----afwezigheid wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan.-----------------------------4. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de-----secretaris of, bij diens afwezigheid, door een van de andere aanwezigen, door devoorzitter daartoe aangewezen. De notulen worden vastgesteld en getekend doordegenen die in de vergadering als voorzitter en secretaris hebben gefungeerd. ---5. Het bestuur kan ter vergadering alleen dan geldige besluiten nemen indien de ----
Notarispraktijk Mr Dr R. C. van Dongen te Middelburg
I
4
meerderheid van zijn in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig of----------vertegenwoordigd is.----------------------------------------------------------------------------6. Zolang in een bestuursvergadering alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten--------gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in---acht genomen.-----------------------------------------------------------------------------------7. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursleden in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk of per e-mail hun mening te uiten.------Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening— door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd.-----------------------------------------8. Een bestuurslid kan zich ter vergadering door een medebestuurslid laten———— vertegenwoordigen. Een bestuurslid kan daarbij slechts voor één medebestuurslid als gevolmachtigde optreden.-----------------------------------------------------------------9.
Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of een van de stemgerechtigden dit vóór de— stemming verlangt.-----------------------------------------------------------------------------10. In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten of huishoudelijk--------reglement voorzien, beslist de voorzitter, met dien verstande dat het ter-------------vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een---stemming niet beslissend is.------------------------------------------------------------------Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regels aangaande de vergadering van en de besluitvorming door het bestuur worden gegeven.--------------------------------BESTUURSTAAK - VERTEGENWOORDIGING-------------------Artikel 10----------------------------------------------------------------------------------------------1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.---------------------------------2. Tot de taak van het bestuur behoren mede: -----------------------------------------------a. het vaststellen van het programmabeleid;--------------------------------------------b. het toetsen van de in het programmabeleid verwoorde uitgangspunten; ------c.
het opstellen van een jaarlijkse rapportage aangaande het gevoerde en--------gerealiseerde programmabeleid.-------------------------------------------------------3. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak, behoudens het vaststellen van het programmabeleid, te doen uitvoeren door andere organen van de stichting. ------------------------------------------------------4. Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, ----------vervreemden of bezwaren van registergoederen.-----------------------------------------5. Het bestuur is niet bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten, waarbij de--------stichting zich als borg of hoofdclijk medcschuldcnaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde-----verbindt. ------------------------------------------------------------------------------------------6. De stichting wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd:------------------------------a. hetzij door het bestuur;------------------------------------------------------------------b. hetzij door de voorzitter;-----------------------------------------------------------------c. hetzij door twee andere bestuursleden, gezamenlijk handelend.------------------DAGELIJKS BESTUUR-----------------------------------------------------------------------------
Notarispraktijk Mr Dr R.C. van Dongen te Middelburg
4
5
Artikel 11-----------------------------------------------------------------------------------------------1. Het dagelijks bestuur wordt gevormd door de voorzitter, secretaris en--------------penningmeester van het bestuur.------------------------------------------------------------2. Het dagelijks bestuur is belast met de behartiging van de dagelijkse gang van-----zaken, alsmede met de voorbereiding en uitvoering van bestuursbesluiten.--------PROGRAMMASTAF - REDACTIERAAD - HOOFDREDACTEUR-------------------Artikel 12-----------------------------------------------------------------------------------------------1. De stichting heeft een programmastaf, bestaande uit alle vrijwilligers van de-----stichting. De programmastaf komt ten minste eenmaal per kalenderjaar bijeen. — 2. Uit de programmastaf wordt een redactieraad gevormd, bestaande uit een door — het bestuur te bepalen aantal vrijwilligers van de stichting, onder wie de-----------hoofdredacteur, die belast is met de leiding van de redactieraad. Een----------------programmastatuut, taakomschrijving van de redactieraad en nadere regelen ter — zake van de verhouding tussen hoofdredacteur, redactieraad en andere organen — van de stichting worden vastgelegd door het bestuur, nadat dit de daarbij---------belanghebbenden daarover heeft geraadpleegd.
Het programmastatuut wordt na— advies van de hoofdredacteur en redactieraad door het bestuur vastgesteld.--------3. De hoofdredacteur wordt door het bestuur aangesteld. De hoofdredacteur kan---uitsluitend op voordracht van het dagelijks bestuur door het bestuur worden------ontslagen; zodanig besluit dient tevoren eveneens aan overleg met de redactieraad te worden onderworpen indien het ontslag op journalistieke gronden wordt-------verleend.------------------------------------------------------------------------------------------4. Het dagelijks bestuur kan de hoofdredacteur in de uitoefening van zijn functie---voor onbepaalde tijd schorsen. De schorsing vervalt indien niet binnen een maand na het schorsingsbesluit het in het vorige lid van dit artikel bedoelde overleg een aanvang heeft genomen.-----------------------------------------------------------------------5. De overige leden van de redactieraad worden op voorstel van de hoofdredacteur en/of overige leden van de redactieraad benoemd door het bestuur, volgens nader door het bestuur vast te stellen regelen. Ontslag wordt hen verleend door het-----bestuur na overleg met de hoofdredacteur en de redactieraad. Wil het ontslag op journalistieke gronden kunnen worden verleend, dan behoeft het besluit daartoe het daaraan voorafgaande advies van de hoofdredacteur en dc redactieraad.------6.
Voor de inhoud van alle uitzendingen en voor alle werkzaamheden is de ----------hoofdredactcur verantwoordelijk en jegens het bestuur verantwoording -----------verschuldigd. ------------------------------------------------------------------------------------PROGRAMMABELEIDSBEPALEND ORGAAN (PBO) ---------------------------------Artikel 13-----------------------------------------------------------------------------------------------1. Dc stichting kent een programmabelcidsbepalend orgaan, hierna te noemen: -----■‘PBO”. Deze heeft tot taak:------------------------------------------------------------------a. het opstellen van het media-aanbod;---------------------------------------------------b. het toetsen van de in het programmabeleid verwoorde uitgangspunten;------c. het geven van adviezen, gevraagd en ongevraagd, aan het bestuur en aan de redactieraad;-------------------------------------------------------------------------------d. het opstellen van een jaarlijkse rapportage aangaande het gevoerde en--------gerealiseerde programmabeleid.--------------------------------------------------------2. Het bestuur stelt het aantal leden van het PBO vast.--------------------------------------
Notarispraktijk Mr Dr R. C. van Dongen te Middelburg
6
Het PBO dient zodanig te zijn samengesteld dat het representatief is voor de in de gemeenten voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en-------geestelijke stromingen. In het PBO is ten minste een vertegenwoordiger uit de — stroming “etnische en culturele minderheden” opgenomen. Ten minste vijf ledenvan het PBO vertegenwoordigen een van de volgende stromingen: -----------------“maatschappelijke zorg en welzijn";--------------------------------------------------“kunst en cultuur”;-------------------------------------------------------------------------"kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag (zoals het humanisme)”; -----------------------------------------------------------------------------“onderwijs en educatie";-----------------------------------------------------------------“werkgevers”;-----------------------------------------------------------------------------“werknemers”;-----------------------------------------------------------------------------“sport en recreatie”;-----------------------------------------------------------------------“jongeren”; --------------------------------------------------------------------------------“ouderen”, en-------------------------------------------------------------------------------“agrarische sector”.-----------------------------------------------------------------------Bij huishoudelijk reglement
worden nadere regelen aangaande de samenstelling van het PBO en de vergaderfrequentie gegeven, met dien verstande dat het PBO ten minste eenmaal per vier maanden bijeenkomt.---------------------------------------4. Het PBO wijst uit zijn midden een voorzitter en secretaris aan en kan voor elk hunner een vervanger aanwijzen.------------------------------------------------------------5. De vergaderingen van het PBO worden bijgewoond door een vertegenwoordiger van het bestuur. Deze heeft een adviserende stem.---------------------------------------6. De leden van het PBO worden door het bestuur benoemd uit een of meer-----voordrachten vanuit het PBO, behoudens het bepaalde in lid 7. Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn bevoegd zowel het bestuur, alsook bij huishoudelijkrcglcment aan te wijzen organisaties of groepen van organisaties. De voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping tot de vergadering meegedeeld. De — overige voordrachten worden voor de aanvang van de vergadering schriftclijk bijhet bestuur ingediend.--------------------------------------------------------------------------7.
Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van het PBO, — genomen in een vergadering waarin ten minste twee/derde van de leden van het — PBO aanwezig of vertegenwoordigd is.----------------------------------------------------8. Is geen voordracht opgemaakt, of besluit het PBO overeenkomstig het voorgaande lid de opgemaakte voordrachten het bindend karakter te ontnemen, dan is het bestuur vrij in zijn keus.----------------------------------------------------------9. Indien er meer dan één bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die voordrachten. -----------------------------------------------------------------------------------10. Voordrachten en benoemingen geschieden onverminderd het bepaalde in lid 3.— EINDE LIDMAATSCHAP PROGRAMMABELE1DBEPALEND ORGAAN Artikel 14----------------------------------------------------------------------------------------------1. Het lidmaatschap van het PBO eindigt: ----------------------------------------------------a. indien het lid van het PBO is opgehouden vertegenwoordiger te zijn van eenstroming als bedoeld in het vorige artikel; ------------------------------------------b. door aftreden volgens het rooster van aftreding;------------------------------------3.
Notarispraktijk Mr Dr R. C. van Dongen te Middelburg
« *
7
c. door bedanken.----------------------------------------------------------------------------Elk lid van het PBO treedt uiterlijk vier jaar na zijn benoeming af, volgens een — door het PBO te maken rooster van aftreding.--------------------------------------------3. De aftredende is terstond herbenoembaar voor ten hoogste tweemaal de maximale benoemingstermijn.----------------------------------------------------------------------------4. Ingeval van een vacature in het PBO is het bestuur verplicht binnen drie maanden in deze vacature te voorzien.-----------------------------------------------------------------COMMISSIES EN WERKGROEPEN----------------------------------------------------------Artikel 15-----------------------------------------------------------------------------------------------1. Het bestuur kan commissies en werkgroepen instellen.---------------------------------2. Bij reglement worden taak en werkwijze van commissies en werkgroepen--------vastgelegd.---------------------------------------------------------------------------------------JAARVERSLAG - REKENING EN VERANTWOORDING------------------------------Artikel 16-----------------------------------------------------------------------------------------------1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.---------------------------2.
Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting zodanig------aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.-----------------------------------------------------------------------3. Het bestuur stelt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar zijn jaarverslagop en doet, onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten,---rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd bestuur. De jaarrekening wordt opgesteld conform de eisen die het Commissariaat voor de Media stelt en die zijn opgenomen in het Handboek Financiële Verantwoording Publieke Lokale Media-instellingen.-------------------------------------------------------4. Het PBO stelt binnen drie maanden na afloop van het boekjaar een rapportage---aangaande het gevoerde en gerealiseerde programmabeleid vast.---------------------5. Het bestuur is verplicht de bescheiden als bedoeld in de leden 3 en 4 gedurende— de daarvoor gestelde wettelijke termijn te bewaren.------------------------------------STATUTENWIJZIGING --------------------------------------------------------------------------Artikel 17-----------------------------------------------------------------------------------------------1.
In de statuten van de stichting kan geen verandering worden gebracht dan door — een besluit van het bestuur, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaarwijziging van de statuten zal worden voorgesteld. --------------------------------------2. Zij die de oproeping tot een vergadering van het bestuur ter behandeling van eenvoorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste zeven dagen---voor de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen------wijziging woordclijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats ter inzage---leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. ----------Bovendien wordt een afschrift als hiervoor bedoeld aan alle leden van het bestuur toegezonden.-------------------------------------------------------------------------------------3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft ten minste twee/derde van de stemmen,uitgebracht in een vergadering waarin ten minste twee/derde van de bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd is. Is niet twee/derde van de bestuursleden--------aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt niet eerder dan twee en niet later dan vier weken daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest,------2.