CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.6 Zienswijze 2e begrotingswijziging 2021 en 1e begrotingswijziging 2022 GR Orionis Walcheren bijlage 2e begrotingswijziging 2021 en 1e begrotingswijziging 2022 GR Orionis Walcheren

Commissie Algemeen en Sociaal 2 december 2021, gemeente VlissingenBij agendapunt: Zienswijze 2e begrotingswijziging 2021 en 1e begrotingswijziging 2022 GR Orionis Walcheren12.561 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2e begrotingswijziging 2021 & 1e begrotingswijziging 2022 [augustus 2021]

Vastgesteld DB 23 september 2021 Aangepast DB 21 oktober 2021

Inhoudsopgave Managementsamenvatting

4

Stand van zaken Coronacrisis juli/augustus 2021

6

PROGRAMMA’S Programma Arbeidsmarkt Programma Werkleerbedrijf Programma Inkomen Programma Schuldhulpverlening Programma Overhead Algemene Dekkingsmiddelen

8 12 16 22 25 30

FINANCIËN Overzicht van lasten en baten Programma Arbeidsmarkt Programma Werkleerbedrijf Programma Inkomen Programma Schuldhulpverlening Programma Overhead Algemene Dekkingsmiddelen

33 34 35 37 38 39 41

BIJLAGE Financiële bijdragen van gemeenten

42

2

Als het over is, is het (nog) niet voorbij 1 Deze zin markeert de onzekerheid rondom corona die er momenteel nog steeds heerst. Nu we een zomer zijn ingegaan vol versoepelingen, de dagelijkse besmettingen en ziekenhuisopnames sterk zijn teruggebracht en iedereen die dat wil gevaccineerd kan zijn, lijkt het alsof het over is. Maar is dat ook zo? Een vaccinkiller mutant van het virus zou nog roet in het eten kunnen gooien. ICdeskundigen voorspellen nog een nieuwe piek in het najaar. Anderen wijzen naar hoe het vorig jaar na de zomer ging, ook al zijn de omstandigheden toen en nu niet met elkaar vergelijkbaar. En de medische wetenschap voorspelt dat corona een blijvertje zal zijn, maar dan beheersbaar. En al zou deze crisis voorbij zijn, dan zijn, samenleving, individuele personen en economie nog niet uit hun crisis: als het over is, is het (nog) niet voorbij.

mei 2021

1 Vrij naar essay Omgaan met onvoorspelbaarheid, Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, 2021

3

Managementsamenvatting Afgelopen juni is de 1e begrotingswijziging 2021 en de begroting 2022 vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Tijdstip van opstellen van deze stukken was februari / maart 2021. Hierin is de kadernota uitgewerkt. Ook zijn de gevolgen van de coronacrisis verwerkt. Daarmee is een actueel en beleidsrijk uitgangspunt voor 2021 en 2022 neergelegd, inclusief de financiële doorkijk naar 2023-2025. Deze begroting laat een forse besparing zien van € 1,5 miljoen in 2022 oplopend tot € 4,1 miljoen in 2025. Deze besparing komt voort uit een succesvol re-integratiebeleid. Het huidige beleid voor inwoners met een korte afstand tot de arbeidsmarkt wordt uitgebreid met de aanpak ‘Werken naar Vermogen’. Hierdoor kunnen we meer inwoners met grotere belemmeringen toeleiden naar werk. Daarnaast zijn forse rendementsverbeteringen begroot voor het Werkleerbedrijf. Met de rapportage ‘Terugkijken en vooruitblikken’ van april 2021 is een tussentijdse update gegeven. Deze begrotingswijziging richt zich op de belangrijkste mutaties die sinds dit voorjaar zijn opgetreden: 1. Bijstelling rijksmiddelen BUIG naar aanleiding van de meicirculaire: € 2,0 miljoen negatief. 2. Bijstelling prognose bijstandsvolume (en bijbehorende lasten): een eindstand tussen de 2937 en 3030 klanten in plaats van de range 3085-3735. De bijbehorende lastendaling compenseert de daling van de Rijksvergoeding.

3. Steun- en herstelpakket. Twee jaar lang ontvangen de gemeenten extra: gezamenlijk € 1,51 miljoen in 2021 en € 820.000 in 2022. De extra inzet 2021 bij Orionis leidt tot € 750.000 kosten en de oproep was om het restant van € 760.000 te reserveren. Een deel van de extra inzet voor steun en herstelmaatregelen schuift door de lockdown van het eerste halfjaar nu door in tijd: niet de periode 2021/2022 maar de periode juli 2021-juni 2023. Niet uit te sluiten is dat we in 2022 een groter beroep doen op benodigde gelden. In dat geval geven we in een volgende begrotingswijziging aan wat daarvoor nodig is én wat de extra opbrengsten zijn die hiermee gerealiseerd kunnen worden. We denken hierbij voornamelijk aan meer inzet voor de aanpak ‘Werken naar Vermogen’. Dit leidt tot meer mensen die vanuit de bijstand uitstromen naar werk, met grote maatschappelijke en financiële voordelen. De mutaties worden beschreven en financieel vertaald voor 2021. Dit leidt tot de 2e begrotingswijziging 2021. De financiële effecten worden ook doorvertaald naar 2022 en verder en vormen daarmee de 1e begrotingswijziging van 2022. Gezien de samenhang zijn beide begrotingswijzigingen opgenomen in één document. Er zijn twee belangrijke ontwikkelingen die niet zijn opgenomen in de begrotingswijziging: 4. In juli 2021 is het verdiepend onderzoek naar het Werkleerbedrijf door KplusV afgerond met een rapportage.

Naar aanleiding van deze rapportage, is Orionis gevraagd een implementatieplan op te stellen. Vanuit dit implementatieplan wordt duidelijk of Orionis mogelijkheden heeft om verdere besparingen door te voeren bovenop de hiervoor genoemde bedragen. 5. De effecten van de vorming van een Integrale toegang in Vlissingen. Afspraken over afbakening van taken en wat dit betekent op juridisch, organisatorisch en financieel gebied moeten nog gemaakt worden. 4

Financiën Het uiteindelijke saldo van deze begrotingswijzigingen is beperkt, maar de mutaties zijn soms fors van omvang. Veelal gaat het om kosten en bijbehorende opbrengsten, die in gelijke mate muteren. Zoals de uitgaven voor Tozo die fors toenemen, maar de rijksvergoeding daarvoor ook. Terwijl de begrote bijstandslasten flink naar beneden bijgesteld kunnen worden, maar de Rijksvergoeding maakt daarin dezelfde ontwikkeling en daalt mee. Uiteindelijk voor 2021 een positief saldo van € 309.000 voor 2021 op opleidingskosten en uitvoeringskosten Tozo. Voor 2022 een beperkt negatief saldo van € 52.000 als gevolg van kosten cao Wsw en kosten voor thuiswerken. In de jaren daarna stijgt dit door naar € 80.000. Onzekerheid Daarnaast constateren we dat de onzekerheidsmarges waarmee in de vorige begrotingswijziging rekening werd gehouden flink kleiner worden. Dit geeft minder onzekerheid over de werkelijke ontwikkelingen en geeft gemeenten meer stabiliteit met betrekking tot de financiële bijdrage. Vlissingen, 23 september 2021 S. Stroosnijder, voorzitter Actualisatie begin oktober De definitieve Rijksvergoeding is bekend gemaakt. Deze daalt inderdaad: een negatieve bijstelling van € 0,5 miljoen. Dit blijft ruim binnen de in de begrotingswijziging opgenomen marge van € 0,7 - € 1,0 miljoen. Hierdoor valt het BUIG-saldo positiever uit dan begroot.

Als we uitgaan van scenario basis dus een voordeel van € 0,5 miljoen. De klantenaantallen van augustus en september liggen onder de begrote aantallen van scenario basis. Hier ontstaat dus ook een voordeel ten opzichte van de begroting. Onzeker is nog wat de drie resterende maanden zullen doen, met name de ontwikkeling van de BBZ-aantallen (ondernemers) nu de Tozo-regeling per 1 oktober is beëindigd. Conclusie: het is verantwoord om ten opzichte van de 2e begrotingswijziging een voordeel van € 0,5 miljoen op te nemen. Hiermee komt het BUIG-saldo over 2021 voor het eerst sinds jaren positief uit! Het saldo van deze begrotingswijziging komt daarmee uit op € 809.000 positief. Vlissingen, 21 oktober 2021 S. Stroosnijder, voorzitter

5

Stand van zaken Coronacrisis juli/augustus 2021 Twee scenario’s: basis en verzwaard Al eerder haalden we aan: als het over is, is het (nog) niet voorbij. Onvoorspelbaarheid is er, die hoort erbij en het omgaan met onvoorspelbaarheid betekent in de eerste plaats het accepteren daarvan. Een manier om daarmee om te gaan is het werken met scenario’s. In de begroting 2021 werken we met drie scenario’s: licht, middel en zwaar. We beschrijven hierin zo goed als mogelijk de gevolgen op de verschillende taakgebieden. Als we vooruitkijken zijn beperkende maatregelen in de horeca bepalend voor het bijstandsvolume (zowel instroom en uitstroom). Dit pleit voor twee scenario’s: 1. Basis-scenario: Beperkende maatregelen voor horeca worden niet verder verzwaard 2. Verzwaard scenario: Er treden toch weer beperkende maatregelen voor de horeca op Er is nog een derde scenario denkbaar: zware effecten van virusvarianten die weer leiden tot (gedeeltelijke) lockdowns met gevolgen naast de horeca. De afgelopen anderhalf jaar heeft echter laten zien dat zo’n dergelijke situatie geen grote invloed heeft op Orionis, doordat veel sectoren doordraaien of overheidsmaatregelen een dempende werking hebben op de negatieve effecten zoals werkloosheid. In de afgelopen maanden hebben we onze dienstverlening richting onze klanten op een adequaat niveau passend bij de omstandigheden uit kunnen voeren.

Centraal Plan Bureau: juniraming 2021 en update augustus Eind juni heeft het CPB de juniraming 2021 gepresenteerd. Algemene tendens is dat deze positiever is dan het in maart gepresenteerde Centraal Economisch Plan. Hoofdquotes uit de juniraming:  Permanente economische schade coronacrisis beperkt, wel verschillen tussen sectoren.  De vooruitzichten voor de economie zijn gunstig. De Nederlandse economie herstelt zich snel nu het aantal besmettingen afneemt en de vaccinatiegraad toeneemt.  De overheidsfinanciën verbeteren weer volgend jaar  Onzeker is onder meer of consumenten extra gaan uitgeven, of de inflatie oploopt en of er nieuwe besmettingsgolven komen Ook het CPB werkt met scenario’s. Bijgaand een grafiek over werkloosheid waarin een pessimistisch en een optimistisch scenario geschetst is. In het pessimistische scenario stijgt de werkloosheid in 2022 verder door, in het optimistische scenario blijft deze ongeveer gelijk. Daarmee zou de werkloosheid eind 2022 gelijk zijn aan de pre-corona raming van het CPB (de lijn “cep2020”) In een update van het CPB in augustus is het optimisme verder toegenomen. De economie en de werkloosheid ontwikkelt zich gunstiger dan gedacht. De werkloosheid loopt na het wegvallen van de steunmaatregelen slechts licht op. 6

Regionale cijfers De cijfers en voorspellingen van het CPB gaan over landelijke ontwikkelingen. Regionaal kan dit natuurlijk afwijken. Onderstaand een overzicht van de prognose banengroei in Zeeland voor 2021.

Bron: UWV 27-5-2021

Onderstaande grafiek vergelijkt de werkloosheidsontwikkeling van Walcheren met Zeeland en landelijk. Daaruit blijkt dat de werkloosheid op Walcheren ongunstiger is dan de landelijke ontwikkeling maar dat dit verschil in het 2e kwartaal 2021 weer kleiner wordt. Eind juni 2021 is de werkloosheid op Walcheren uiteindelijk nog 3,5% harder gestegen dan landelijk.

Ontwikkeling werkloosheid (dec 2019 = 100) 140 130 120 110 NL

Zeeland

jun

sept

Walcheren

100 dec 2019

mrt

2020

dec

mrt

juni 2021

De lage werkloosheidscijfers zijn deels geflatteerd en vertellen niet het hele verhaal. Er zijn de volgende kanttekeningen bij te maken:  Er zijn veel mensen met kleine contracten die meer uren willen/moeten werken  Er zijn veel mensen die zich niet laten registreren als werkzoekende  Er zijn momenteel veel tijdelijke banen door Corona, die (deels?) komen te vervallen. Bij de GGD zijn er bijvoorbeeld 45.000 tijdelijke banen bijgekomen.  Reorganisaties van bedrijven, met baanverlies, gaan nog komen. Niet voor niets voorspelt het CPB in de meest recente update nog een licht stijgende werkloosheid in 2022 ten opzichte van 2021, een stijging van 8%. 7

Programma Arbeidsmarkt Wat willen we bereiken Product re-integratie

Realisatie Begroot 2020 2021

Begroot 2021-1

Begroot 2021-2

Begroot 2022

Begroot 2022-1

Volledige uitstroom naar werk

280

340

100-350

317-350

350

350

Opbrengsten uit deeltijdwerk

€ 2,20 mln

€ 2,50 mln

€ 2,2 € 2,4 mln

€ 2,0 € 2,1 mln

€ 2,3 miljoen

€ 2,3 miljoen

Duurzaamheid uitstroom werk (% na 6 maanden nog uit de uitkering)

92%

75%

75%

75%

75%

75%

Vanwege de coronacrisis geeft 2021 veel onzekerheid. Vandaar dat de eerste indicatoren zijn bekeken vanuit de drie scenario’s die in de vorige begrotingswijziging zijn opgenomen. Scenario’s 2021-1 Licht Middel Zwaar Volledige uitstroom naar werk

- 350 klanten

- 250 klanten

-100 klanten

Opbrengsten uit deeltijdwerk

€ 2,40 miljoen

€ 2,30 miljoen

€ 2,20 miljoen

Waar staan we in juli Uitstroom werk De uitstroom werk t/m juli bedraagt 227 klanten. De uitstroom naar werk bewoog zich de eerste maanden van het jaar tussen scenario middel en zwaar, logisch vanwege de lockdown gedurende het grootste deel van het 1e halfjaar. Met ingang van juni verbetert de uitstroom sterk: alleen al in juni en juli samen zijn 116 klanten uitgestroomd naar werk. Dit resulteert in een uitstroom werk t/m juli van 227 klanten. Dit aantal bevindt zich precies tussen scenario licht en middel. Wel zien we dat de coronamaatregelen gevolgen hebben voor klanten met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. De maatregelen dwongen ons tot een grotendeels online dienstverlening, wat niet effectief is voor deze klantgroep. Dit resulteert in een terugval in mogelijkheden of een stilstand in de ontwikkeling van de klanten. Deeltijdopbrengsten Inkomsten uit deeltijdwerk lopen terug. Dat wordt deels veroorzaakt door het aantal nieuwe plaatsingen op deeltijdwerk, door de coronacrisis ligt dit lager dan voorheen. In 2021 zien we hiervan een licht herstel ten opzichte van 2020. De gemiddelde inkomsten lopen wél terug. Met andere woorden: weer meer parttime banen, maar de omvang van de parttime baan is kleiner. Dit wordt veroorzaakt door min/max contracten, 0-uren contracten en oproep contracten. Hierop worden door werkgevers minder uren ingezet dan voorheen.

Tijdens een lockdown zijn het logischerwijs deze werknemers die als eerste minder worden ingezet. Verwachtingen voor de rest van 2021 en gevolgen voor 2022 Uitstroom werk De verminderde onzekerheid heeft geleid tot een nieuwe prognose. In het basisscenario (zonder beperkende maatregelen voor de horeca) verwachten we in 2021 een uitstroom naar werk te kunnen 8

realiseren van 350 klanten. Dit komt overeen met het meest gunstige scenario in de vorige begrotingswijziging. Het verzwaarde scenario (met beperkende maatregelen voor de horeca) leidt tot een verwachte uitstroom van 317 klanten. Deeltijdwerk Gezien de lagere realisatie in het 1e halfjaar wordt de doelstelling voor 2021 aangepast. De marge tussen de twee scenario’s kan wel verder worden verkleind: € 2,0 - € 2,1 miljoen. Cao Aan de slag Per 1 juli is de Cao Aan de slag ingegaan. Een langverwachte Cao voor de doelgroep Beschut werk. Afspraken over een hoger bereikbaar loon en deelname aan een pensioenregeling zijn goed voor de medewerkers maar leiden wel tot meerkosten:  2021: € 50.000 eenmalig voor reparatie pensioen conform de wet WAB voor 1e halfjaar (niet gedaan in afwachting cao).  2021: miv 1 juli € 60.000 op jaarbasis verhoging wegens pensioenlasten.  Uiteindelijk leidt dit ook tot hogere loonkosten per jaar wegens hogere inschaling: voor de meesten een doorgroei naar 105% minimumloon, enkelen tot 110%-118% minimumloon. Bij volledige doorgroei kost dit € 39.000 per jaar extra, dit niveau bereiken we in 7 jaar tijd. Voor de komende jaren € 4.000 in 2023, € 19.000 in 2024 en € 34.000 in 2025. Deze meerkosten komen ten laste van het re-integratiebudget en verkleinen de beschikbare ruimte voor overige re-integratie uitgaven.

Re-integratiebudget Bij de meicirculaire is de Rijksvergoeding voor re-integratie naar boven bijgesteld. Dit heeft te maken met het steun- en herstelpakket, wat deels via dit budget wordt toegekend. Gecorrigeerd hiervoor stijgt het budget 2021 met € 35.000 en volgend jaar met € 50.000. Daarna vlakt deze stijging weer af. Subsidies In de begroting zijn al diverse subsidies opgenomen:  Perspectief op Werk, deze loopt in 2021 af. Nu al is 85% van de doelstelling gehaald.  AMIF, deze loopt ook in 2021 af. Wellicht wordt deze verlengd maar dit leidt niet tot meer budget maar tot meer tijd om de doelen te halen.  Arbeidsmarktregio team jobhunters.  ESF met als doelstelling minimaal € 178.000 subsidie te realiseren. ESF-react is inmiddels aangevraagd en toegekend. ESF-react loopt door in 2022. Nieuwe subsidies die worden opgenomen:  Arbeidsmarktregio “Anders kijken naar werk”, dit betreft Inclusieve arbeidsmarktanalyse, 1 fte m.i.v. 1 september en loopt door tot juni 2023 Nog niet opgenomen mogelijke subsidies:  Arbeidsmarktregio: experimenteerruimte Perspectief op Werk, regionaal € 441.000 beschikbaar. € 100.000 hiervan voor Orionis lijkt redelijk.  Gemeente Vlissingen: “Wind in de zeilen”. De te maken kosten van trajecten/arrangementen en eigen inzet daarvoor zijn subsidiabel.

9

Wat mag het kosten De financiële effecten voor 2021 en de komende jaren zijn als volgt: In € 1.000 (+ = nadeel -/- = voordeel) 2021 2022 2023 Loonkosten WIW/BW + 80 + 60 + 64

2024 + 79

2025 + 94

-/- 18

-/- 11

Rijksvergoeding

-/- 35

-/- 50

-/- 34

Subsidie Arbeidsmarktregio Doorbelast personeel

-/- 20 + 20

-/- 61 + 61

-/- 31 + 31

Verlaging overige re-integratie

-/- 45

-/- 10

-/- 30

-/- 61

-/- 83

0

0

0

0

0

Saldo Programma Dit leidt tot de volgende, gewijzigde tabellen: Re-integratie (bedragen * € 1.000)

realisatie 2020 lasten baten

begroting 2021 lasten baten

Doorbelast pers. en werkinfra loonkosten WiW/BW overige re-integratie Rijksvergoedingen

4.571 274 529

4.756 341 891

Subtotaal Directe apparaatskosten

5.374 445

5.786 0

5.987 455

5.809 0

6.016 923

6.016 0

55 0

55 0

Totaal product

5.820

5.786

6.442

5.809

6.940

6.016

55

55

Saldo

201 0 5.585

161 0 5.648

begroting 2021-1 lasten baten

4.980 341 696

563

2e wijziging lasten baten

20 80 -45

5.453

20

35

-34

-634

Re-integratie

begroting 2021-2

begroting 2022

(bedragen * € 1.000)

lasten

baten

lasten

baten

lasten

baten

lasten

baten

Doorbelast pers. en werkinfra loonkosten WiW/BW overige re-integratie Rijksvergoedingen

5.000 421 651

583

4.737 368 756

256

61 60 -10

61

4.798 428 746

317

Subtotaal Directe apparaatskosten

6.071 923

6.071 0

5.861 932

5.861 0

111 0

111 0

5.972 932

5.972 0

Totaal product

6.995

6.071

6.793

5.861

111

111

6.904

5.972

Saldo

5.488

-924

1e wijziging

5.605

-924

-932

10

0

begroting 2022-1

50

0

5.655

-932

Re-integratie

raming 2023

raming 2024

raming 2025

(bedragen * € 1.000)

lasten

baten

lasten

baten

lasten

baten

Doorbelast pers. en werkinfra loonkosten WiW/BW overige re-integratie Rijksvergoedingen

4.811 490 756

287

4.823 563 750

246

4.866 636 793

236

Subtotaal Directe apparaatskosten

6.057 940

6.057 0

6.136 949

6.136 0

6.295 957

6.295 0

Totaal product

6.997

6.057

7.085

6.136

7.252

6.295

5.771

Saldo

-940

5.891

-949

juni 2021

11

6.059

-957

Programma Werkleerbedrijf Wat willen we bereiken Product Werkleerbedrijf (WLB) Uitstroom naar werk (fulltime of parttime) op ingezette werkleerplekken in het WLB Saldo Wsw-lonen en Rijksvergoedingen

Realisatie 2020

Begroot 2021

Begroot 2021-1

Begroot 2021-2

Begroot 2022

Begroot 2022-1

23 %

50 %

50 %

50 %

50 %

50 %

€ 2,53 mln negatief

€ 2,79 mln € 2,44 mln € 2,24 mln € 2,18 mln € 2,24 mln negatief negatief negatief negatief negatief

Rendementsverbetering (productie en detacheringen)

verslechtering € 52.000

€ volgt

€ 556.000

€ 556.000

€ 1,23 miljoen

€ 1,20 miljoen

Afstand tot de Cedris benchmark (in € per persoon)

€ 3.540 (prognose)

€ volgt

€ 2.418

€ 2.418

€ 1.056

€ 1.056

Waar staan we in juli Voortgang rendementsverbetering Werkleerbedrijf Zoals ook gerapporteerd in het dashboard ligt de voortgang van de rendementsverbetering 2021 van het Werkleerbedrijf op schema. Binnen verpakken worden nieuwe orders vooral gericht op onze kracht: BRC verpakken. Met gecertificeerd voedselveilig verpakken onderscheiden we ons van andere aanbieders van verpakken. Daarnaast worden gesprekken gevoerd met bestaande opdrachtgevers voor betere aangepaste tarieven voor onze werkzaamheden. Ontwikkeling SW medewerkers In het laatste kwartaal van 2020 zijn we een project gestart waarbij we van 30 van onze medewerkers de ontwikkelcapaciteit en ontwikkelwensen in kaart brengen. De resultaten hiervan zijn positief. Op dit moment zijn 3 personen daarvan gedetacheerd extern, en zijn 4 personen intern doorgestroomd. Corona heeft continu een impact gehad. We hebben het werk in het Werkleerbedrijf niet af hoeven te schalen zoals vorig jaar maar vanwege de 1,5 meter maatregel hebben we nog niet alle werkleertrajecten kunnen benutten. Ook constateren we een hoger verzuim als gevolg van verplichte quarantaine van medewerkers bij bijvoorbeeld verdenkingen van corona in de privésfeer. In het eerste halfjaar heeft dit bijvoorbeeld tot 2% extra verzuim geleid, een verlies van 14.000 werkuren.

Verwachtingen voor de rest van 2021 en gevolgen voor 2022 Rendementsverbetering 2021 van € 556.000 Bij de meicirculaire is de Rijksvergoeding voor Wsw € 94.000 naar boven bijgesteld. Voor de komende jaren valt deze ook hoger uit. Tegelijkertijd vallen de loonkosten € 106.000 lager uit, een eenmalig voordeel van € 200.000. Voor de jaren daarna gaan we er van uit dat de mutatie in Rijksvergoeding gelijk is aan de loonkosten. De werkelijke blijfpercentages worden immers ieder jaar weer herijkt aan de werkelijke realisatie. Verder zien we dat de detacheringsopbrengst achter blijft op de begroting, € 180.000 nadelig op jaarbasis, incidenteel. De negatieve coronagevolgen blijven hier doorwerken. Onzeker is nog of er 12

eventueel een aanvullende Rijksvergoeding komt. De productieomzet is conform verwachting. Al met al is de verwachting dat de begrote rendementsverbetering gerealiseerd gaat worden. Rendementsverbetering 2022 en verder De in de meerjarenbegroting opgenomen rendementsverbeteringen blijven staan. De uitwerking van het rapport KplusV in een implementatieplan wordt in een volgende (versie van de) begrotingswijziging opgenomen en bevestigen op hoofdlijn de reeds geformuleerde rendementsverbeteringen. Cao Wsw 2021-2025 Er ligt een onderhandelaarsakkoord voor de cao Wsw 2021-2025. Drie belangrijke onderdelen daarvan zijn:  De cao-stijging van de lonen wordt gelijk gehouden aan de stijging van de Rijksvergoeding Wsw in verband met prijscompensatie. Dit betekent dat loonstijgingen voor Orionis budgettair neutraal zijn, en is een voortzetting van het principe zoals dit de afgelopen jaren werd gehanteerd. Hierin lopen we dus geen financieel risico. Dit principe was ook al in de meerjarenbegroting verwerkt.  Gelet op de levensverwachting van de doelgroep, het toenemende ziekteverzuim van oudere werknemers en in verband met de overbrugging van de stijgende AOW-leeftijd wordt er een regeling vervroegd uittreden (RVU) afgesproken. Werknemers kunnen maximaal 24 maanden vervroegd stoppen met werken. De medewerkers blijven in dienst en worden vrijgesteld van werk.

Zij ontvangen gedurende die periode een basisbedrag van € 1.847 bruto. Daartegenover staat nog wel de Rijkssubsidie, maar vallen ook opbrengsten weg.  Korter werken: vanaf 64 jaar één dag in de week korter werken (20%) tegen inlevering van 7,5% salaris. Deze cao is in september definitief vastgesteld. De inschatting van de effecten hiervan zijn best lastig omdat er nog geen ervaringsgegevens zijn. We gaan, ten aanzien van de RVU-regeling, uit van een deelname van 50% van de mensen die er recht op hebben. Dit heeft dan de volgende effecten:  Naast de reeds bestaande krimp een extra krimp van 10 fte in 2022 en structureel 22 fte ingaande 2023. De huidige krimp versnelt dus 2 jaar lang en leidt tot een structureel lager niveau van 22 fte.  3,5 fte hiervan heeft betrekking op de 64-jarigen regeling. De loonkosten verminderen met 7,5%. Daartegenover staat een vermindering van de netto toegevoegde waarde met 20%. Deze posten vallen ongeveer tegen elkaar weg.  18,5 fte hiervan heeft betrekking op de RVU-regeling. Bij de aanname dat juist de laagstbetaalden hieraan deelnemen omdat bij hen het verschil met de RVU-uitkering het kleinst is, betekent dit een besparing van gemiddeld € 6.800 loonkosten per fte.  Daartegenover staat een vermindering van de netto toegevoegde waarde van € 9.800 per fte (gerekend met een tarief per uur van gemiddeld € 7 [monteren/verpakken] en 1400 uur).

 Bij andere gelijkblijvende kosten levert dit een negatief resultaat van € 3.000 per fte = € 56.000 nadelig per jaar, met ingang van 2023. Voor 2022 de helft van dit bedrag, € 28.000 nadelig.

13

Wat mag het kosten De financiële effecten voor 2021 en de komende jaren zijn als volgt: In € 1.000 (+ = nadeel -/- = voordeel) 2021 2022 2023 Netto omzet

+ 180

Wsw doelgroep opbrengsten Wsw Wsw doelgroep loonkosten

-/- 94 -/- 106

Huisvesting

+ 20

2024

2025

-/- 86 + 86

-/- 63 + 63

-/- 21 + 21

0 0

Wsw doelgroep loonkosten (cao)

-/- 63

-/- 126

-/- 126

-/- 126

Netto omzet (cao)

+ 91

+ 182

+ 182

+ 182

+ 28 -/- 13

+ 56 -/- 13

+ 56 -/- 13

+ 56 -/- 13

Saldo Programma Technische mutaties

0 -/- 13

De technische mutaties betreffen twee budgetneutrale verschuivingen van programma Werkleerbedrijf naar programma Overhead, software- en abonnementskosten. Dit leidt tot de volgende, gewijzigde tabellen: Werkleerbedrijf (bedragen * € 1.000)

realisatie 2020 lasten baten

begroting 2021 lasten baten

begroting 2021-1 lasten baten

Werkinfrastructuur Wsw-doelgroep Doorbel. re-integr. Subtotaal Directe apparaatskst. Totaal product

5.566 16.787 -1.493 20.860 321 21.181

5.883 16.004 -1.530 20.357 328 20.685

6.112 16.208 -1.530 20.790 454 21.245

Saldo

5.203 14.054 19.257 0 19.257

5.230 13.211 18.441 0 18.441

5.665 13.765 19.430 0 19.430

2e wijziging lasten baten 7 -106 0 -99 0 -99

-180 94 -86 0 -86

-1.924

-2.244

-1.815

13

Werkleerbedrijf (bedragen * € 1.000)

begroting 2021-2 lasten baten

begroting 2022 lasten baten

1e wijziging lasten baten

begroting 2022-1 lasten baten

Werkinfrastructuur Wsw-doelgroep Doorbel. re-integr. Subtotaal Directe apparaatskst. Totaal product

6.119 16.102 -1.530 20.691 454 21.146

6.198 15.591 -1.544 20.246 458 20.704

Saldo

5.485 13.859 19.344 0 19.344 -1.802

6.261 13.416 19.677 0 19.677 -1.027

14

-13 23 0 10 0 10

-91 86 -5 0 -5 -15

6.185 15.614 -1.544 20.256 458 20.714

6.170 13.502 19.672 0 19.672 -1.042

Werkleerbedrijf (bedragen * € 1.000)

raming 2023 lasten baten

raming 2024 lasten baten

raming 2025 lasten baten

Werkinfrastructuur Wsw-doelgroep Doorbel. re-integr. Subtotaal Directe apparaatskst.

6.012 14.956 -1.558 19.410 463

6.476 13.177

6.852 12.681 19.533 0

5.940 13.379 -1.586 17.733 471

6.952 12.311

19.653 0

6.003 14.137 -1.572 18.569 467

Totaal product

19.873

19.653

19.035

19.533

18.204

19.263

Saldo

-220

498

augustus 2021

15

19.263 0

1.059

Programma Inkomen Wat willen we bereiken Product Inkomen

Realisatie 2020

Begroot 2021

Begroot 2021-1

Begroot 2021-2

Begroot 2022

Begroot 2022-1

96

33

33

33

17

17

2902

Afhankelijk van scenario 3085-3735

2937 3030

Afhankelijk van scenario

3098 3210

De ontwikkeling van het klantenaantal is positiever dan landelijke cijfers Het klantenbestand Participatiewet per ultimo jaar Saldo uitkeringslasten en Rijksvergoedingen

2935

€ 0,50 mln € 0,98 mln negatief negatief

€ 0,18 mln negatief

€ 0,30 mln € 0,19 mln € 0,19 mln positief positief positief

Van aanvraag tot afhandeling: alle aanvragen zijn binnen 4 weken afgehandeld en – bij toekenning – betaalbaar gesteld (wettelijk: 8 weken)

85 %

90 %

90 %

90 %

90 %

90 %

Handhaving: % onderzoeken wat leidt tot wijziging uitkering

nvt

nvt

20-30 %

20-30%

20-30 %

20-30%

Waar staan we in juli

klantenbestand 2021 PW per 31 juli

3735 3410

3320 3280 3240 3200 3160 3120

3085

3080 3040 3000

2960

2960

2935 2920 1 jan

jan

feb

mrt

apr

mei

juni

jul

aug

realisatie

doelstelling (scenario licht)

doelstelling (scenario zwaar)

benchmark grote gemeenten

16

sept

okt

nov

dec

doelstelling (scenario middel)

In onderstaande tabel de ontwikkelingen t/m juli, afgezet tegen scenario 1 en voorgaand jaar. Jaarnorm Norm t/m Realisatie t/m juli Realisatie PW-uitkeringen Scenario 1 juli t/m juli 2020 heel 2020 Beginstand 2.935 2.935 2.935 2.902 2.902 Instroom 27+ 745 447 388 373 602 Instroom 27335 207 199 181 280 ov. toekenningen 70 39 34 40 65 Uitstroom Werk -350 -265 -229 -143 -280 Uitstroom overig -650 -370 -367 -352 -634 Eindstand 3.085 2.993 2.960 3.001 2.935 Gemiddelde

2.994

2.977

3.010

2.949

2.942

Landelijke ontwikkeling Begroot is dat we het in 2021 33 klanten beter doen dan landelijk. Eind juli is het verschil met landelijk 44 klanten hoger. Deels kan dit verklaard worden vanwege het feit dat de gevolgen van de coronacrisis per regio verschillend zijn in omvang én in tijd. Vorig jaar deden we het juist significant beter dan landelijk. Als we de hele periode nemen van januari 2020 t/m juli 2021 is de realisatie op Walcheren 52 beter dan landelijk.

Binnenlands bestuur, 4 mei 2021

Afbouw steunmaatregelen Rijk Eind juni verscheen de Kamerbrief “Heroverweging steunpakket 3e kwartaal en aankondiging steunpakket 4e kwartaal”. Tegen de achtergrond van de positieve economische ontwikkelingen adviseren het CPB en De Nederlandsche Bank (DNB) om de steunmaatregelen vanaf het derde kwartaal af te bouwen. Steunpakketten hebben als keerzijde dat het gezonde economische dynamiek

17

belemmert. Het kabinet voorziet alleen nog een steunpakket in het 4e kwartaal in het geval van grootschalige en nationale sluitingen. In mei was al de verlenging van de Tozo-regeling voor het derde kwartaal 2021 bekend gemaakt (Tozo-5). Deze stopt dus ook per 1 oktober. Inmiddels is definitief bekend gemaakt dat steunmaatregelen als NOW, Tozo en Tonk per 1 oktober stoppen. Ondernemers vallen daarna, waar nodig, terug op de bestaande BBZ-regeling, die voor het 4e kwartaal tijdelijk wordt aangepast en meer regelluw is gemaakt. Verwachtingen voor de rest van 2021 en gevolgen voor 2022 Klantaantallen Voor de prognose van klantaantallen is voor het 2e halfjaar het volgende gehanteerd: Verschil in Scenario basis Scenario verzwaard scenario’s e e Gelijk aan 2 90% van het 1 instroom 439 499 + 60 halfjaar 2020 halfjaar (2020 86%) Gelijk aan oud Inschatting Uitstroom werk -185 -152 + 33 scenario 1 accountmanagement Gelijk aan 2e Gelijk aan het 2e Uitstroom overig -342 -342 0 halfjaar 2020 halfjaar 2020 Totaal + 93 Dit leidt tot de volgende grafiek voor 2021. Het blauwgekleurde vlak geeft de marge aan tussen het basisscenario en het verzwaarde scenario.

Op basis van deze twee scenario’s zijn nieuwe berekeningen gemaakt van de lasten. 18

Rijksvergoeding Eind april is het `Nader voorlopig budget’ bekend gemaakt. Het macrobudget daalt met 5,6%; € 2,0 miljoen lager. Belangrijkste reden hiervoor is de werkloosheidsraming van het CPB van maart. Het CPB heeft de werkloosheidsverwachtingen voor zowel 2020 als 2021 fors naar beneden bijgesteld. Omdat het CPB nu minder grote toenames in de werkloosheid voorspelt, is de verwachte toename in het bijstandsvolume ook minder groot. De twee nieuwe scenario’s laten inderdaad ook bij Orionis lagere lasten zien. Ten opzichte van de 1e begrotingswijziging € 1,0 miljoen (basisscenario) resp. € 0,7 miljoen (scenario verzwaard) voordelig t.o.v. de verlaagde Rijksvergoeding. Eind september vindt nog een laatste bijstelling van de Rijksvergoeding plaats en zal dit bedrag weer wijzigen. In deze bijstelling wordt de meest recente raming van de werkloosheid 2021 verwerkt. De juniraming van het CPB laat al zien dat deze ten opzichte van de maartraming fors naar beneden is bijgesteld: van 415.000 werklozen naar 350.000. In de augustusraming is dit verder verlaagd naar 315.000. Er wordt dus een lagere vergoeding vastgesteld in september. Hoeveel lager is onzeker. Daarom is voorzichtigheidshalve in deze begrotingswijziging het ontstane voordeel op de uitkeringslasten ingezet voor het lager begroten van de Rijksvergoeding.

Hiermee blijft het saldo van uitkeringslasten en Rijksvergoeding gelijk aan de eerdere begrotingsversies 2021/2022. Uitvoering Tozo-regeling De Tozo-regeling is twee keer verlengd (Tozo 4 en 5) en heeft als einddatum 1 oktober 2021. Voor de nieuwe toekenningen wordt weer een rijksvergoeding verstrekt, begroot op € 460.000. Deze is niet volledig nodig voor de uitvoering en vloeit voor een deel terug naar de gemeenten. Naast verlenging van de regeling in 2021 zijn ook de voorwaarden van de verstrekte kredieten verruimd. Dit leidt tot meer leningen, die bovendien langer lopen: 5 jaar i.p.v. 3 jaar. Er was reeds een reserve gevormd voor de uitvoeringskosten hiervan t/m 2023 (gebaseerd op € 49.000 per jaar / 3 jaar), deze reserve wordt opgehoogd met een bedrag van € 142.000 (naar € 60.000 per jaar / 5 jaar). Daarnaast is € 115.000 nodig voor de extra uitvoering in 2021 voor Tozo 4 en 5. Een bedrag van € 203.000 valt vrij ten gunste van gemeenten. De reservering en uitvoeringskosten zijn opgenomen in programma Overhead. De verlenging van de Tozo-regeling leidt uiteraard ook tot meer uitkeringen aan ondernemers. Deze worden 100% door het Rijk vergoed. Opgenomen was een bedrag van € 2,0 miljoen. Op basis van de werkelijke uitgaven Tozo 3 en 4 en een inschatting van Tozo 5 wordt dit opgehoogd naar € 5,1 miljoen.

Uitvoering Tonk –regeling De tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) is een tijdelijke inkomensondersteuning voor mensen die in financiële problemen raken ten gevolge van de Coronacrisis. Deze in 2021 ingevoerde regeling eindigt per 1 oktober 2021. Het gebruik hiervan is lager dan gedacht. Ook na verruiming van de beleidsregels wordt naar verwachting lang niet het volledige budget benut. De lasten worden begroot op € 410.000 verstrekkingen en € 42.000 uitvoeringskosten (opgenomen onder programma Overhead). Daarmee houden gemeenten € 1,4 miljoen over op de door het Rijk beschikbaar gestelde budgetten.

19

Nieuw beleid Er zijn twee beleidsvraagstukken waar we mee aan de slag gaan. Deze zijn beide gebaseerd op rapporten die onlangs verschenen zijn:  “Als verrekenen een beperking is”, over de problemen die mensen met een arbeidsbeperking ervaren bij de verrekening van inkomen uit werk met een uitkering.  “Niet gebruik algemene bijstand”, een onderzoek waaruit blijkt dat tegenover iedere twee bijstandsklanten er ook een rechthebbende is die geen gebruik maakt van de bijstand. Daarnaast zijn er al langer lopende landelijke discussies over ontoereikende bekostiging Participatiewet, de ‘boodschappenaffaire’, de algehele werking van de Participatiewet, etc. Ontwikkelingen die in de nabije toekomst tot ander beleid kunnen leiden. Dit wordt dan in een volgende begrotingswijziging voorgelegd. Actualisatie oktober De definitieve Rijksvergoeding is bekend gemaakt. Deze daalt inderdaad: een negatieve bijstelling van € 0,5 miljoen. Dit blijft ruim binnen de in de begrotingswijziging opgenomen marge van € 0,7 - € 1,0 miljoen. Hierdoor valt het BUIG-saldo positiever uit dan begroot. Als we uitgaan van scenario basis dus een voordeel van € 0,5 miljoen. De klantenaantallen van augustus en september liggen onder de begrote aantallen van scenario basis. Hier ontstaat dus ook een voordeel ten opzichte van de begroting.

Onzeker is nog wat de drie resterende maanden zullen doen, met name de ontwikkeling van de BBZ-aantallen (ondernemers) nu de Tozo-regeling per 1 oktober is beëindigd. Conclusie: het is verantwoord om ten opzichte van de 2e begrotingswijziging een voordeel van € 0,5 miljoen op te nemen. Hiermee komt het BUIG-saldo over 2021 voor het eerst sinds jaren positief uit! Wat mag het kosten De financiële effecten voor 2021 en de komende jaren zijn als volgt: In € 1.000 (+ = nadeel -/- = voordeel) 2021 2022 2023

2024

2025

Inkomensvoorziening Buig, lasten

-/- 2.868

-/- 4.059

-/- 2.534

-/- 1.770

-/- 739

Inkomensvoorziening Buig, baten Rijksvergoeding/coronabudget Buig Tozo-regeling, lasten

-/- 132 + 2.500 + 3.100

-/- 132 + 4.191

-/- 132 + 2.666

-/- 132 + 1.902

-/- 132 + 871

Tozo-regeling, baten

-/- 3.560

Bijzondere bijstand (Tonk), lasten

+ 410

Bijzondere bijstand (Tonk), baten

-/- 452

Saldo Programma

-/- 1.002

0

0

0

0

Dit leidt tot de volgende, gewijzigde tabellen: Inkomen

realisatie 2020

begroting 2021

begroting 2021-1

(bedragen * € 1.000)

lasten

baten

lasten

baten

lasten

baten

lasten

baten

Inkomensvoorziening Buig

46.939

46.889

47.361

46.385

50.686

48.900

-2.868

-758

20

2e wijziging

'Coronabudget' Buig Onderzoekskosten BBZ

0

0

1.610

-1.610

0

0

100

0

100

0

0

0

Tozo-regeling

13.166

14.260

0

0

2.000

2.000

3.100

3.560

Bijz.bijstand/minimareg.

5.888

5.888

5.619

5.620

6.369

6.370

410

452

83

0

28

9

28

9

0

0

overig Taakstelling

-244

0

Subtotaal

66.077

67.037

52.863

52.013

59.182

58.888

642

1.644

Directe apparaatskosten

4.471

0

4.583

0

3.289

0

0

0

Totaal product

70.548

67.037

57.446

52.013

62.471

58.888

642

1.644

Saldo

-3.511

-5.434

Inkomen

begroting 2021-2

begroting 2022

(bedragen * € 1.000)

lasten

baten

lasten

baten

lasten

baten

lasten

baten

Inkomensvoorziening Buig

47.818

48.142

54.100

54.290

-4.059

-4.059

50.041

50.231

Onderzoekskosten BBZ

-3.583

1e wijziging

1.002

begroting 2022-1

100

0

100

0

0

0

100

0

Tozo-regeling

5.100

5.560

0

0

0

0

0

0

Bijz.bijstand/minimareg.

6.779

6.822

6.453

6.454

0

0

6.453

6.454

28

9

29

9

0

0

29

9

Subtotaal

59.824

60.532

60.682

60.753

-4.059

-4.059

56.623

56.694

Directe apparaatskosten

3.289

0

3.318

0

0

0

3.318

0

Totaal product

63.113

60.532

64.000

60.753

-4.059

-4.059

59.941

56.694

overig

Saldo

-2.581

-3.247

0

-3.247

Inkomen

raming 2023

raming 2024

raming 2025

(bedragen * € 1.000)

lasten

baten

lasten

baten

lasten

baten

Inkomensvoorziening Buig

50.935

51.248

51.138

51.451

51.631

51.944

Onderzoekskosten BBZ

100

0

100

0

100

0

Bijz.bijstand/minimareg.

6.164

6.165

5.917

5.917

5.970

5.971

29

9

29

9

29

9

Subtotaal

57.228

57.422

57.184

57.377

57.730

57.924

Directe apparaatskosten

3.348

0

3.378

0

3.409

0

Totaal product

60.576

57.422

60.562

57.377

61.139

57.924

overig

Saldo

-3.155

21

-3.185

-3.215

Programma Schuldhulpverlening Wat willen we bereiken Realisatie Begroot 2020 2021

Begroot 2021-1

Begroot 2021-2

Begroot 2022

Begroot 2022-1

Vroegsignalering: % inwoners waar we contact mee hebben gemaakt is positief geholpen

---

---

Ntb

80 %

ntb

80 %

Maximaal 7 werkdagen tussen de melding en een gesprek met de schuldhulpverlener

95%

90%

90%

90%

90%

90%

Percentage geslaagde schuldregelingen

86%

Aantal 200

80%

80%

80%

80%

Aantal extra interventies schuldhulpverlening vanuit Werk en Inkomen

50

125

125

125

125

125

Waar staan we in juli Het aantal startgesprekken schuldhulpverlening in de eerste zeven maanden is 216, de vergelijkbare periode 2020 is dat 167. Daarin is een stijgende lijn zichtbaar. Dit leidt momenteel nog niet tot een substantiële stijging van de aanvragen voor schuldhulpverlening; dit is in de eerste zeven maanden van dit jaar bijna gelijk aan voorgaand jaar. Verwachtingen voor de rest van 2021 en gevolgen voor 2022 De verwachting is wel degelijk dat er meer aanvragen voor schuldhulpverlening zullen komen, zeker van ondernemers na afbouw van de Tozo-regeling en van werknemers die bij bedrijven werken die nog failliet gaan na afbouw van de steunmaatregelen voor bedrijven. Ook wordt nog een stijging van het werkeloosheidspercentage voorspeld voor 2022. Aan alle Tozo-5 klanten, bedrijvencontactpersonen van de gemeenten en administratiekantoren op Walcheren is een flyer verstuurd met informatie over ondersteuning bij continuïteitszorgen: • Reguliere impuls bedrijfskapitaal en/of levensonderhoud (Bbz) • Advies van experts voor heroriëntatie op het bedrijfsmodel • Begeleiding bij beëindiging van het bedrijf • Hulp bij het vinden van werk in loondienst • Hulp bij privé of zakelijke schulden Hierop zijn inmiddels 90 reacties ontvangen. Een deel hiervan zal ook leiden tot extra aanvragen schuldhulpverlening. Vroegsignalering De wettelijke taak vroegsignalering is gestart in 2021.

Orionis voert deze structureel uit voor Middelburg en Veere en tijdelijk nu ook voor Vlissingen. Inmiddels begint het aantal signalen op te lopen – momenteel 100 per maand - en kunnen we ook een betere inschatting maken van de te

22

verwachten aantallen. Voor 2021 zal het begrote bedrag van € 180.000 naar verwachting niet volledig nodig zijn, een deel valt dan vrij in de jaarrekening. Voor 2022 verwachten we een stijging tot 300 signalen per maand. Onzeker is nog of deze alle behandeld kunnen worden conform het bestaande beleid scenario 4: 55% telefonisch contact, 20% schriftelijk en 25% huisbezoek. Hierover vindt later in het jaar besluitvorming plaats, als er meer zekerheid is over aantallen. Daarnaast is er structureel een bedrag van € 17.000 nodig voor de ICTfaciliteit waarin de signalen van de deelnemende organisaties worden ontvangen en verwerkt. Dit is onderdeel van de ICT-post binnen programma Overhead. Wat mag het kosten De financiële effecten voor 2021 en de komende jaren zijn als volgt: In € 1.000 (+ = nadeel -/- = voordeel) 2021 2022 2023 Technische mutaties

+ 15

+ 15

+ 15

2024

2025

+ 15

+ 15

De technische mutatie betreft een budgetneutrale verschuiving van programma Overhead naar programma Schuldhulpverlening, advieskosten voor extern ingekochte adviezen voor ondernemers. Dit leidt tot de volgende tabellen: Schuldhulpverlening (bedragen * € 1.000)

realisatie 2020 lasten baten

Overige kosten Bijdragen klanten/derden Bijdrage gemeenten

begroting 2021 lasten baten

begroting 2021-1 lasten baten

2e wijziging lasten baten 15

83 49

94 66

94 66

0 0

Subtotaal Directe apparaatskosten

0 0

132 0

0 0

160 0

0 1.193

160 0

15 0

0 0

Totaal product

0

132

0

160

1.193

160

15

0

Saldo

Schuldhulpverlening (bedragen * € 1.000) Overige kosten Bijdragen klanten/derden Bijdrage gemeenten Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product Saldo

132

160

-1.033

-15

begroting 2021-2 lasten baten

begroting 2022 lasten baten

1e wijziging lasten baten

begroting 2022-1 lasten baten

15

15 1.193 1.208

15 94 66 160 0 160

0 1.204 1.204

-1.048

94 66 160 0 160 -1.044

23

15 0 15

15 0 0 0 0 0 -15

15 1.204 1.219

94 66 160 0 160 -1.059

Schuldhulpverlening (bedragen * € 1.000) Overige kosten Bijdragen klanten/derden Bijdrage gemeenten Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product

raming 2023 lasten baten 15

15 1.215 1.230

Saldo

15 94 66 160 0 160 -1.070

24

raming 2024 lasten baten

15 1.226 1.241

raming 2025 lasten baten 15

94 66 160 0 160 -1.081

15 1.237 1.252

94 66 160 0 160 -1.092

Programma Overhead Wat willen we bereiken Een efficiënte en effectieve uitvoering van de hiervoor genoemde programma’s binnen de kaders en budgetten die vastgesteld zijn. Waar staan we in juli Extra crisisdienstverlening In de meicirculaire is een specifieke uitkering opgenomen voor de heroriëntatie van zelfstandig ondernemers, totaal € 39.000. Omdat Orionis deze taak uitvoert is deze vergoeding hier opgenomen. Daar staan personele uitgaven tegenover. Vanuit de Rijksoverheid zijn extra middelen toegekend, het steun- en herstelpakket. Dit om de gemeentelijke gevolgen op het terrein van re-integratie, schuldhulpverlening en toekenningen van bijstand op te vangen. In de meicirculaire is de toekenning voor 2021 opgenomen, het definitieve bedrag komt voor Walcheren uit op € 1.511.000. Voor 2022 is een bedrag toegekend van € 820.000. In de 1e begrotingswijziging is een inschatting gemaakt van de extra kosten die Orionis maakt in dit kader. Begroot is een bedrag van € 750.000 per jaar voor extra personele inzet in zowel 2021 als 2022, wat als volgt is te verdelen: Intake, klantmanagement en re-integratie 5,0 fte; Bijstandsverlening 0,9 fte; Schuldhulpverlening 4,8 fte. Intake, klantmanagement en re-integratie: Het eerste halfjaar in 2021 gaf een hoger bijstandsvolume dan opgenomen in scenario 1. Het tweede halfjaar geeft naar alle waarschijnlijkheid een lager klantenaantal.

Toch worden over heel 2021 niet alle opgenomen steun- en herstelmiddelen ingezet. De oorzaak ligt in minder personele inzet voor klantmanagement en re-integratie. Dienstverlening op kantoor was door de corona-maatregelen veelal niet mogelijk. En online klantcontact is niet effectief gebleken, zeker niet voor de doelgroep met meer afstand tot de arbeidsmarkt. De noodzaak voor klantmanagement en re-integratie is echter vergroot doordat bij klanten of een terugval in mogelijkheden of een stilstand in de ontwikkeling optreedt. Deze noodzaak komt ook naar voren uit de landelijke bijstandscijfers die tot nu toe in 2021 een gunstiger beeld vertonen. Niet investeren leidt dan ook onherroepelijk tot oplopende BUIG tekorten bij Orionis. In deze begrotingswijziging houden we dan ook het bedrag voor 2022 aan wat ook in de primaire begroting is opgenomen en verschuiven we het resterende bedrag over 2021 (€ 177.000) door naar 2023. Met andere woorden: De extra inzet verschuift in tijd: in plaats van 24 maanden 2021-2022 naar 24 maanden juli 2021-juli 2023. Onverkort blijven de volgende uitgangspunten uit de vorige begroting van kracht:  Maximale benutting van andere financieringsbronnen zoals arbeidsmarktregio middelen, ESF etc.  Wellicht blijkt aan het eind van het jaar dat door aanvullende financieringsbronnen dubbele dekking ontstaat.

Dat leidt dan uiteraard tot een teruggave van re-integratiegelden aan gemeenten. Schuldhulpverlening: In 2021 stijgt de vraag naar schuldhulpverlening minder snel dan verwacht, mede door verlenging van steunmaatregelen. We maken in 2021 extra kosten voor extra startgesprekken voor particulieren en meer vraag vanuit ondernemers. De stijging is echter minder 25

snel dan verwacht, mede door verlenging van de steunmaatregelen. De verwachting is echter dat dit geen garantie voor de toekomst biedt. De gevolgen voor veel ondernemers na afloop van de steunmaatregelen op 1 oktober 2021 zijn onzeker. En de meest recente WW voorspellingen zijn gunstig ten opzichte van eerdere voorspellingen maar nog altijd hoger dan voor Corona. In deze begrotingswijziging houden we dan ook het bedrag voor 2022 aan wat ook in de primaire begroting is opgenomen en verschuiven we het resterende bedrag over 2021 (in dit geval € 166.000) door naar 2023. Ook voor schuldhulpverlening verschuift hierdoor de extra inzet in tijd: in plaats van 24 maanden 2021-2022 naar 24 maanden juli 2021-juli 2023. Verwachtingen voor de rest van 2021 en gevolgen voor 2022 Eerder is al genoemd dat we een terugval zien bij klanten als gevolg van minder intensieve dienstverlening gedurende de coronaperiode. Het is voor gemeenten dan ook verstandig het resterend budget vanuit het steun- en herstelpakket 2021 en 2022 te reserveren. Niet uit te sluiten is dat we in 2022 een groter beroep doen op benodigde gelden. In dat geval geven we in een volgende begrotingswijziging aan wat daarvoor nodig is én wat de extra opbrengsten zijn die hiermee gerealiseerd kunnen worden.

Enerzijds denken we dan aan meer inzet voor de aanpak ‘Werken naar Vermogen’, anderzijds de praktische aansturing van de extra inzet die van een zodanige omvang is dat dit niet altijd ‘er zomaar even bij kan’. Inburgering Met Middelburg en Veere zijn definitieve afspraken gemaakt over de inzet voor inburgering. 2021 is voorbereidingsjaar. De nieuwe wet gaat in per 2022. In de begroting waren reeds inschattingen opgenomen, € 50.000 voorbereidingskosten en € 130.000 structureel. Op basis van planvorming worden deze bedragen bijgesteld: voorbereidingskosten + € 62.000 en structurele inzet + € 86.000 in 2022 oplopend tot + € 107.000 in 2023. Deze inzet komt overeen met de rijksvergoeding die gemeenten hiervoor krijgen. Vroegsignalering Er is structureel een bedrag van € 17.000 nodig voor de ICT-faciliteit waarin de signalen van de deelnemende organisaties worden ontvangen en verwerkt. Tozo Bij de bestemming van het jaarresultaat 2020 is een bedrag voor de toekomstige werkzaamheden voor de afwikkeling van Tozo gereserveerd. In 2021 valt een bedrag van € 349.000 vrij uit deze reserve ter dekking van loonkosten 2021 voor Tozo 3. In de vorige begrotingswijziging was deze mutatie verwerkt bij “overige baten” in plaats van via een reserve. Dit is bij de jaarrekening gewijzigd. De verschuiving tussen overige baten en reserve is nu ook in deze begrotingswijziging verwerkt.

Vanuit Tozo 4 en 5 wordt deze reserve weer opgehoogd met een bedrag van € 142.000 voor de jaren 2022 t/m 2025. Daarnaast is € 115.000 nodig voor de extra uitvoering in 2021 voor Tozo 4 en 5: € 100.000 loonkosten en € 15.000 accountantskosten. Ontwikkeling loonkosten In 2021 wordt een deel van het loonkostenbudget niet benut wegens het later invullen van openstaande vacatures, zo’n € 257.000. De beschikbaarheid van geschikte werknemers speelt daarin 26

een rol. Daarnaast is er onderbenutting van het ziektebudget, € 20.000. Totaal een ruimte van € 277.000. De cao waar Orionis onder valt (SGO, Cao Samenwerkingsverbanden gemeentelijke organisaties) is in januari 2021 verlopen. Voor die tijd zijn door de VNG besprekingen opgestart, maar deze zitten sinds februari al in een patstelling. Hoe verder in tijd, hoe reëler het is om in de begroting met een bepaalde mate van verhoging rekening te houden. De loonsverhoging varieert tussen 0,5% (bod) en 2,75% (vraag). Daarnaast wordt er gesproken over een thuiswerkvergoeding en eenmalige vergoeding. Daarmee variëren de potentiële kosten van de cao voor 2021 tussen € 130.000 en € 515.000. Een bedrag van € 300.000 is dus alleszins realistisch. De ruimte in loonkosten van € 277.000 valt dan ook niet vrij in deze begrotingswijziging maar wordt hiervoor gereserveerd. Voor 2022 is in de begroting een loonkostenstijging van 0,9% werkgeverslast opgenomen conform de VZG norm. De loonkosten 2022 en verder worden vooralsnog niet aangepast. Diversen exploitatie De ontwikkeling van thuiswerken heeft door corona een vogelvlucht genomen. Werkplekapparatuur is afgeschreven en moet vervangen worden. Er komt een nieuw werkplekconcept dat het mogelijk maakt dat iedereen plaats en tijd onafhankelijk kan werken. Dit leidt tot meerkosten op jaarbasis, vanwege deels dubbele apparatuur.

Hiervoor is structureel een bedrag van € 24.000 nodig. Voor accountantskosten van de controle Tozo-regelingen is eenmalig € 15.000 aanvullend budget nodig. Dit kan gefinancierd worden uit de vrijval van uitvoeringskosten (opgenomen bij programma Inkomen). Opleidingskosten laten een onderbenutting zien. Net als in 2020 is de invloed van corona hier de oorzaak van. Eenmalig kan € 106.000 vrijvallen in 2021. Treasury Per 1 juli zijn er twee maatregelen genomen die effect hebben op het liquiditeitenbeheer van Orionis.  Door de BNG wordt negatieve rente in rekening gebracht bij saldi boven de € 500.000.  De drempel voor verplicht schatkistbankieren is verhoogd van 0,75% naar 2% van het begrotingstotaal. De drempel bedraagt nu € 1.875.000 (was € 703.000). Dit heeft verder geen financiële gevolgen. Ondanks de verhoogde drempel van schatkistbankieren zullen we juist meer hiervan gebruik maken, om negatieve rente te voorkomen. Het rentepercentage van schatkistbankieren is wettelijk vastgelegd op nul procent. Wat mag het kosten De financiële effecten voor 2021 en de komende jaren zijn als volgt: In € 1.000 (+ = nadeel -/- = voordeel) 2021 2022 Overige baten (crisisdvl ondernemers)

-/- 39

Personele lasten crisisdienstverlening

+ 39

Personele lasten crisisdienstverlening Overige baten (steun en herstelpakket) Inburgering Inburgering bijdrage Middelburg/Veere Vroegsignalering, ICT

-/- 343 + 343 + 62 -/- 62

27

+ 86 -/- 86 + 17

2023

2024

2025

+ 343 -/- 343 + 107 -/- 107 + 17

+ 107 -/- 107 + 17

+ 107 -/- 107 + 18

Exploitatiebijdrage ivm vroegsignalering Loonkosten (Tonk) Correctie reservering Tozo onttrekking Correctie Overige baten Tozo

+ 42 -/- 349 + 349

Loonkosten (Tozo 3, 4 en 5)

+ 100

Accountantskosten (Tozo)

+ 15

-/- 17

-/- 17

-/- 17

-/- 18

-/- 49 + 49

-/- 49 + 49

+ 11

+ 11

+ 60

+ 60

-/- 11

-/- 11

-/- 60

-/- 60

+ 24

+ 24

+ 24

+ 24

+ 24 (+ 41) -/- 2

+ 24 (+ 41) -/- 2

+ 24 (+ 41) -/- 2

+ 24 (+ 42) -/- 2

Extra loonkosten 2022-2025 Tozo Reservering 2022-2025 Tozo

+142

ICT kosten werkplekken Opleidingskosten Saldo Programma (Saldo progr zonder expl.verg) Technische mutaties

-/- 106 + 193 (+ 193) -/- 2

De technische mutaties betreffen drie budgetneutrale verschuivingen met de programma’s Werkleerbedrijf en Schuldhulpverlening. Dit leidt tot de volgende, gewijzigde tabellen: Overhead

realisatie 2020

begroting 2021

begroting 2021-1

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

Personeelskosten

12.470

0

12.547

Overig

4.170

553

4.698

Doorbel. re-integr.

-2.646

baten

baten

384

-2.694

Steun/herstelpakket

baten

2e wijziging lasten

13.915

0

-206

0

4.748

872

13

-591

-2.694

0

baten

0

0

750

0

Subtotaal

13.994

553

14.551

384

15.969

1.622

-193

-591

Directe apparaatskst.

-5.237

0

-5.368

0

-5.860

0

0

0

Totaal product

8.757

553

9.183

384

10.109

1.622

-193

-591

Saldo Reserveringen

-8.205 0

Saldo na reservering

-8.799

0

0

-8.205

-8.487

0

0

-8.799

Overhead

begroting 2021-2

begroting 2022

(bedragen * € 1.000)

lasten

baten

lasten

Personeelskosten Overig Doorbel. re-integr. Steun/herstelpakket

13.709 4.761 -2.694

281

13.627 4.782 -2.718

750

28

142

-8.487

1e wijziging

baten

lasten

573

97 39 0

750

0

-398 349 -191

begroting 2022-1

baten

lasten

baten

37

13.724 4.821 -2.718

610

0

750

Subtotaal Directe apparaatskst.

15.776 -5.860

1.031 0

15.691 -5.913

1.323 0

136 0

37 0

15.827 -5.913

1.360 0

Totaal product

9.916

1.031

9.778

1.323

136

37

9.914

1.360

142

-8.885 349

0

-8.455 0

0

-99 60

0

-8.554 60

Saldo Reserveringen Saldo na reservering

-8.678

-8.455

-39

-8.494

Overhead (bedragen * € 1.000)

raming 2023 lasten baten

raming 2024 lasten baten

raming 2025 lasten baten

Personeelskosten

13.313

13.085

13.206

Overig

5.027

Doorbel. re-integr. Steun/herstelpakket

-2.743

Subtotaal Directe apparaatskst.

15.597 -5.966

985 0

15.424 -6.019

652 0

15.566 -6.074

654 0

Totaal product

9.632

985

9.405

652

9.492

654

0

-8.646 60

0

-8.753 60

0

-8.839 60

985

5.106 -2.767

0

Saldo Reserveringen Saldo na reservering

-8.586

29

652

5.152

654

-2.792 0

-8.693

0

-8.779

Algemene Dekkingsmiddelen

Wat mag het kosten De financiële effecten voor 2021 en de komende jaren zijn als volgt (excl. technische mutaties): In € 1.000 (+ = nadeel -/- = voordeel) 2021 2022 2023 2024 2025 Saldo programma Arbeidsmarkt

0

0

0

0

0

Saldo programma Werkleerbedrijf Saldo programma Inkomen

0 -/- 1.002

+ 28 0

+ 56 0

+ 56 0

+ 56 0

0

0

0

0

0

Saldo programma Overhead

+ 193

+ 41

+ 41

+ 41

+ 42

Exploitatievergoeding (ivm vroegsign.) Saldo begrotingswijziging

0 -/- 809

-/- 17 + 52

-/- 17 + 80

-/- 17 + 80

-/- 18 + 80

Saldo programma Schuldhulpverlening

Dit leidt tot de volgende, gewijzigde tabellen: Alg. dekkingsmiddelen

realisatie 2020

begroting 2021

begroting 2021-1

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

baten

baten

baten

2e wijziging lasten

baten

Extra bijdrage gemeenten

2.158

2.290

1.002

0

Exploitatiebijdrage

14.215

14.661

14.841

0

Tot alg dekkingsmiddelen

0

Alg. dekkingsmiddelen (bedragen * € 1.000)

begroting 2021-2 lasten baten

begroting 2022 lasten baten

1e wijziging lasten baten

begroting 2022-1 lasten baten

1.002 14.841 0

0 14.975 -270

0 17 0

0 14.992 -270

Extra bijdrage gemeenten Exploitatiebijdrage Reductie gem. bijdrage Tot alg dekkingsmiddelen

Alg. dekkingsmiddelen (bedragen * € 1.000)

0

16.373

0

15.842

0

16.951

14.705

0

0

15.842

17

0

0

0

14.722

raming 2023 lasten baten

raming 2024 lasten baten

raming 2025 lasten baten

0 15.245 -1.354

0 15.382 -2.053

0 15.521 -2.616

Extra bijdrage gemeenten Exploitatiebijdrage gemeenten Reductie gemeentelijke bijdrage Totaal alg dekkingsmiddelen

0

30

13.891

0

13.329

0

12.905

Hierin is de verhoging van de exploitatiebijdrage voor de ICT- kosten van vroegsignalering reeds verwerkt. Samengevat is de verklaring van het saldo als volgt.  Voor 2021 een eenmalig voordeel op de Tozo-uitvoeringskosten van € 203.000 en een eenmalig voordeel op opleidingskosten van € 106.000. Beide muteren de gemeentelijke exploitatievergoeding.  Voor 2022 en verder: een verslechtering van het rendement Werkleerbedrijf als gevolg van de Cao-Wsw met € 28.000 oplopend naar € 56.000 per jaar. Plus een verhoging van de ICT kosten met € 24.000 per jaar als gevolg van tijd- en plaats onafhankelijk werken. Het eerste muteert op de reductie gemeentelijke bijdrage, de ICT-kosten muteren op de gemeentelijke exploitatievergoeding.

31

FINANCIËN

32

TOTAALOVERZICHT VAN LASTEN EN BATEN Totaal (bedragen * € 1.000)

realisatie 2020 lasten baten

begroting 2021 lasten baten

begroting 2021-1 lasten baten

Re-integratie Werkleerbedrijf Inkomen Schuldhulpverlening Overhead

5.820 21.181 70.548 0 8.757

5.786 19.257 67.037 132 553

6.442 20.685 57.446 0 9.183

5.809 18.441 52.013 160 384

6.940 21.245 62.471 1.193 10.109

Heffing VPB Onvoorzien Alg.dekkingsmiddelen

0 0 0

16.373

0 0 0

16.951

0 0 0

106.305 109.137

93.757

0

Totaal Saldo Reserveringen

0

2.832 0

2e wijziging lasten baten

6.016 19.430 58.888 160 1.622

55 -99 642 15 -193

55 -86 1.644 0 -591

15.842

0 0 0

0

93.757

101.958 101.958

420

1.022

0 0

0 0

142

602 349

0

Saldo na reservering

2.832

Totaal (bedragen * € 1.000)

begroting 2021-2 lasten baten

begroting 2022 lasten baten

1e wijziging lasten baten

begroting 2022-1 lasten baten

Re-integratie Werkleerbedrijf Inkomen Schuldhulpverlening Overhead Heffing VPB

6.995 21.146 63.113 1.208 9.916 0

6.793 20.704 64.000 1.204 9.778 0

111 10 -4.059 15 136 0

6.904 20.714 59.941 1.219 9.914 0

Onvoorzien Alg.dekkingsmiddelen

0 0

Totaal Reserveringen Saldo na reservering

Totaal

6.071 19.344 60.532 160 1.031

0

0 0

5.861 19.677 60.753 160 1.323

0

14.705

0 0

102.378 102.980 142 349

102.479 102.479 0 0

-3.787 0

809

0

15.842

raming 2023

111 -5 -4.059 0 37

809

5.972 19.672 56.694 160 1.360

17

0 0

14.722

-3.899 60

98.692 0

98.580 60

-52

raming 2024

-52

raming 2025

(bedragen * € 1.000)

lasten

baten

lasten

baten

lasten

baten

Re-integratie Werkleerbedrijf Inkomen Schuldhulpverlening

6.997 19.873 60.576 1.230

6.057 19.653 57.422 160

7.085 19.035 60.562 1.241

6.136 19.533 57.377 160

7.252 18.204 61.139 1.252

6.295 19.263 57.924 160

33

Overhead

9.632

985

9.405

652

9.492

654

0 0 0

13.891

0 0 0

13.329

0 0 0

12.905

98.308 0

98.168 60

97.328 0

97.188 60

97.340 0

97.201 60

Heffing VPB Onvoorzien Alg.dekkingsmiddelen Totaal Reserveringen Saldo na reservering

-80

-80

-80

Onder Algemene Dekkingsmiddelen is de verhoging van de exploitatiebijdrage voor de ICT-kosten van vroegsignalering reeds verwerkt. Samengevat is de verklaring van het saldo als volgt.  Voor 2021 een eenmalig voordeel op de Tozo-uitvoeringskosten van € 203.000 en een eenmalig voordeel op opleidingskosten van € 106.000. Beide muteren de gemeentelijke exploitatievergoeding.  Voor 2021 een voordeel op de BUIG (Uitkeringslasten min Rijksvergoeding) van € 500.000. wat muteert op de extra gemeentelijke bijdrage.  Voor 2022 en verder: een verslechtering van het rendement Werkleerbedrijf als gevolg van de Cao-Wsw met € 28.000 oplopend naar € 56.000 per jaar. Plus een verhoging van de ICT kosten met € 24.000 per jaar als gevolg van tijd- en plaats onafhankelijk werken. Het eerste muteert op de reductie gemeentelijke bijdrage, de ICT-kosten muteren op de gemeentelijke exploitatievergoeding.

Programma Arbeidsmarkt

Re-integratie (bedragen * € 1.000)

realisatie 2020 lasten baten

begroting 2021 lasten baten

Doorbelast pers. en WI Doorbelast flex inzet Loonkosten WiW/BW Plaatsingsvergoedingen Overige instrumenten Rijksvergoedingen

4.139 433 274 204 325

4.224 532 341 457 434

Subtotaal Directe apparaatskosten

5.374 445

5.786 0

5.987 455

5.809 0

6.016 923

6.016 0

55 0

55 0

Totaal product

5.820

5.786

6.442

5.809

6.940

6.016

55

55

Saldo

201

5.585

161

begroting 2021-1 lasten baten 4.224 756 341 457 239

5.648

-34

-634

34

563

2e wijziging lasten baten 0 20 80 0 -45

5.453

-924

20

35

0

Re-integratie (bedragen * € 1.000)

begroting 2021-2 lasten baten

begroting 2022 lasten baten

4.224 776 421 457 194

Subtotaal

6.071

6.071

5.861

5.861

111

111

5.972

5.972

923

0

932

0

0

0

932

0

6.995

6.071

6.793

5.861

111

111

6.904

5.972

Directe apparaatskosten Totaal product

5.488

Saldo

256

0 61 60 0 -10

begroting 2022-1 lasten baten

Doorbelast pers. en WI Doorbelast flex inzet Loonkosten WiW/BW Plaatsingsvergoedingen Overige instrumenten Rijksvergoedingen

583

4.262 475 368 461 295

1e wijziging lasten baten

5.605

-924

61

4.262 536 428 461 285

50

-932

317

5.655

0

-932

Re-integratie (bedragen * € 1.000)

raming 2023 lasten baten

raming 2024 lasten baten

raming 2025 lasten baten

Doorbelast pers. en WI Doorbelast flex inzet Loonkosten WiW/BW Plaatsingsvergoedingen Overige instrumenten

4.300 511 490 465 291

4.339 484 563 469 281

4.378 488 636 474 319

Rijksvergoedingen

287

5.771

246

5.890

236

6.059

Subtotaal Directe apparaatskosten

6.057 940

6.057 0

6.136 949

6.136 0

6.295 957

6.295 0

Totaal product

6.997

6.057

7.085

6.136

7.252

6.295

Saldo

-940

-948

-957

begroting 2021-1 lasten baten

2e wijziging lasten baten

Programma Werkleerbedrijf

Werkleerbedrijf (bedragen * € 1.000)

realisatie 2020 lasten baten

begroting 2021 lasten baten

Personeelslasten Huisvesting Productiemiddelen Overig Netto omzet Wsw-doelgroep Doorbel. re-integr. WI

3.092 1.323 881 269

3.162 1.169 1.082 470

16.787 -1.086

1.092 4.112 14.054

16.004 -1.113

35

11 5.219 13.211

3.511 1.069 1.062 470 16.208 -1.113

20 11 5.654 13.765

-13 -106

-180 94

Doorbel. re-integr. Wsw Subtotaal Directe apparaatskst. Totaal product

-407

-417

-417

20.860

19.257

20.357

18.441

20.790

19.430

321

0

328

0

454

0

21.181

19.257

20.685

18.441

21.245

19.430

Saldo

-99

-86

-99

-86

-1.924

-2.244

-1.815

13

Werkleerbedrijf (bedragen * € 1.000)

begroting 2021-2 lasten baten

begroting 2022 lasten baten

1e wijziging lasten baten

begroting 2022-1 lasten baten

Personeelslasten Huisvesting Productiemiddelen

3.511 1.089 1.062

3.582 1.062 1.078

Overig

457

Netto omzet

11

3.582 1.062 1.078

476

5.474

11

-13

463

6.250

-91

11 6.159

Wsw-doelgroep Doorbel. re-integr. WI Doorbel. re-integr. Wsw

16.102 -1.113 -417

13.859

15.591 -1.123 -421

13.416

23

86

15.614 -1.123 -421

13.502

Subtotaal Directe apparaatskst.

20.691 454

19.344 0

20.246 458

19.677 0

10

-5 0

20.256 458

19.672 0

Totaal product

21.146

19.344

20.704

19.677

10

-5

20.714

19.672

Saldo

Werkleerbedrijf

-1.802

-1.027

raming 2023

raming 2024

Personeelslasten Huisvesting Productiemiddelen Overig Netto omzet Wsw-doelgroep Doorbel. re-integr. WI Doorbel. re-integr. Wsw

3.405 1.042 1.095 469 14.956 -1.133 -425

Subtotaal Directe apparaatskst.

19.410 463

19.653 0

18.569 467

19.533 0

17.733 471

19.263 0

Totaal product

19.873

19.653

19.035

19.533

18.204

19.263

-220

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10799425/1