3.2 rvs Regionale Mobiliteitsstrategie bijlage 1 rapport
Tekst van het document
In de communicatie tussen infrastructuur en voertuig zijn er diverse ontwikkelingen, waarbij wegbeheerders, autofabrikanten en grote en kleine digitale ontwikkelaars maandelijks innovaties lanceren.
8.3 Te behalen resultaten Doel is om vanuit het Living Lab op te zetten:
Minimaal twee meerjarig lopende pilotprojecten die een samenhangende ontwikkeling opzetten, waarbij tevens beoogd wordt de beschikbare middelen te koppelen aan Europese subsidie.
Minimaal tien kleinere direct uitvoerbare startprojecten die op de korte termijn mobiliteitsoplossingen in Zeeland uitproberen.
Uit bovenstaande komen minimaal vijf initiatieven die na de pilot- en testfase over heel Zeeland uitgerold kunnen worden.
Uit bovenstaande komen minimaal twee initiatieven die na pilot- en testfase in de rest van Nederland benut kunnen worden.
44
8.4 Afwegingskader ondersteuning projecten Voor de waardering van initiatieven is een afwegingskader gemaakt. •
Pilotproject draagt bij aan het toekomstige mobiliteitssysteem
•
Pilotproject draagt bij aan een blijvend actief innovatief ecosysteem van partijen
•
Reiziger centraal (behoefte en beleving van de reiziger)
•
Kennisontwikkeling op gebied van nieuwe mobiliteitsoplossingen en verbindingen
•
Opschaalbaarheid in Zeeland (en Nederland)
•
Inzetbaarheid in Zeeland (plattelandsregio met hoge toeristische druk)
•
Zicht op een voldoende business- of valuecase
•
Digitaal te ontsluiten en koppelen aan MaaS apps
•
Toegevoegde waarde voor Zeeuwse reiziger (toerist, student, forens én inwoner)
•
Innovatief en slim.
Het afwegingskader is een handvat van en voor het beoordelingsteam voor de toekenning van ondersteuning van subsidie of bijdrage aan een project. Voor de bijdrage aan de projecten wordt gewerkt met een nader op te stellen subsidiekader en/ of met aparte inkoopopdrachten.
45
9 Samenwerking 9.1 Belang Voor de totstandkoming van deze regionale mobiliteitsstrategie is in een vroegtijdig stadium gekozen om dit via een netwerksamenwerking te doen. Met betrokkenheid van partijen die directe verantwoordelijkheden hebben én met betrokkenheid van stakeholders. Het opbouwen van een dergelijk netwerk en het organiseren van bijeenkomsten kost tijd. Een gezamenlijk startmoment vond plaats in februari 2020, toen de conferentie Slimme mobiliteit plaatsvond. Dit moment markeert niet alleen de start, maar ook de verbondenheid in het proces. In een periode waarin dergelijke bijeenkomsten alleen digitaal mogelijk waren, vroeg dit ook veel creativiteit. De waarde is dat vanaf het begin er ruimte is geweest voor verschillende ideeën, waarbij in de loop van het proces wel steeds meer getrechterd is naar de specifiek vraagstukken en mogelijke oplossingen daarvoor. Deze netwerksamenwerking is nog verre van perfect geweest, maar hierin zijn drie belangen te zien: -
Openheid en transparantie: Vanaf het begin hebben alle geïnteresseerde partijen deel kunnen nemen aan bijeenkomsten. Het mee kunnen nemen van partijen in de afwegingen die nodig zijn is belangrijk om de verschillende argumenten op tafel te krijgen die belangrijk zijn in de politiek-bestuurlijke afwegingen die moeten worden gemaakt en om goed na te denken over de grenzen tussen publiek en privaat.
-
Benutten van kennis: De kennis van de combinatie van alle partijen is groot. Daarbij gaat het juist om de combinaties van verschillende inbreng. Niet alleen van de mensen die beroepsmatig met mobiliteit bezig zijn, maar ook de inbreng van ervaringsdeskundigheid.
-
Ruimte voor reflectie: Door verschillende inbreng op vraagstukken te hebben wordt voorkomen dat er te veel in een enkele bepaalde richting wordt gedacht, maar dat er ruimte is voor reflectie op standpunten.
Voor de uitvoering is het belangrijk deze samenwerking te behouden vanuit bovengenoemde drie belangen. Belangrijker nog vanwege de uitvoeringskracht. Partijen hebben elkaar hard nodig in de uitvoering, waardoor het samen invulling geven aan de uitvoering van groot belang is.
Figuur 21 Busstation Terneuzen Westerscheldetunnel
46
9.2 Rollen Zoals in het hoofdstuk over de Mobiliteitscentrale aangegeven wordt daarin een samenwerking voorzien van Zeeuwse overheden, waarbij er een nauwe relatie en wisselwerking met vervoerders, initiatiefnemers van mobiliteitsinitiatieven in Zeeland en de betrokken vrijwilligersorganisaties is. Die samenwerking is belangrijk voor de uitvoeringskracht en de kwaliteit van het mobiliteitssysteem. Op hoofdlijnen gelden daarbij als verantwoordelijkheden:
Vervoersvorm/ structuur
Verantwoordelijk
Ontwikkelingsrichting
Openbaar Vervoer
Provincie
Opdrachtgeverschap via Mobiliteitscentrale
Fijnmazige Mobiliteit
Provincie en Gemeente
Gezamenlijke opdrachtgeverschap gemeenten en provincie via Mobiliteitscentrale
Doelgroepenvervoer
Gemeenten
Eigen sturingsinstrumenten blijven bij gemeenten/ samenwerkingsverbanden. Gezamenlijke planning en uitvoering via Mobiliteitscentrale
Fietsen
Wegbeheerders, Routebureau en beheerders voorzieningen
Vrijwilligersinitiatieven
Vrijwilligersorganisatie
Mobiliteitscentrale biedt ondersteuning, overheden ondersteunen financieel
Private initiatieven
Initiatiefnemer
Mobiliteitscentrale biedt ondersteuning in aansluiting op MaaS
Tabel 2: Overzicht van rollen In het kader van de opgave Slimme Mobiliteit is op ambtelijk niveau het overleg meebeslissers ingericht om gezamenlijk te kunnen komen tot deze mobiliteitsstrategie. Hieraan nemen ambtenaren deel van gemeenten, provincie, waterschap en wordt deelgenomen door de Stichting Duurzame Mobiliteit Zeeland en de voorzitter van de RES-tafel mobiliteit. Gezien de stappen die na deze strategie nog worden gezet en de waarde die de deelnemers van dit overleg hierin zien, wordt dit overleg de komende periode voortgezet. Daarmee worden één keer per maand de ontwikkelingen afgestemd en per keer ingezoomd op inhoudelijke aspecten en keuzes. Ten aanzien van data op mobiliteitsgebied ligt in de toekomst de coördinatie bij het Regionaal Data Team. Tezamen met betrokken partijen vanuit het nationale niveau (ministerie I&W, NS, ProRail en Rijkswaterstaat, DOVA) vormt dit het samenspel van partijen met een directe invloed op de mobiliteit in Zeeland. In verschillende verbanden zoals het Overleg Zeeuwse Overheden (OZO) themaoverleg Mobiliteit, overleg rond de Mobiliteitscentrale, OV- en Spoortafel en Krachtenbundeling Smart Mobility hebben partijen in verschillende samenstellingen overleg met elkaar.
Door op ambtelijk niveau specifiek gericht overleg te organiseren en te zorgen dat de ontwikkelingen op bestuurlijk niveau in voldoende mate in bestaande overleggen aan de orde kunnen komen, is toekomstig overleg goed geborgd.
47
9.3 Adviesorganen en ervaringsdeskundigheid benutten Op het gebied van Openbaar Vervoer is het Overlegplatform Openbaar Vervoer (OPOV) namens reizigersorganisaties richting concessieverlener (provincie) en concessiehouder (OV-vervoerder) het wettelijke adviesorgaan. De keuze in deze strategie om openbaar vervoer niet als een losstaand systeem te zien, maar als integraal onderdeel van een totaal mobiliteitssysteem heeft betekenis voor de rol van het OPOV. Het is logisch dat het OPOV in de toekomst breder adviseert dan enkel het openbaar vervoer. Een ontwikkeling die eerder ook al is ingezet. Daarbij raakt de advisering niet alleen aan de verantwoordelijkheden van concessieverlener en concessiehouder, maar ook aan die van gemeenten en mogelijk in de toekomst de mobiliteitscentrale. Beoogd wordt dat het OPOV richting alle partijen die adviesrol in de toekomst kan vervullen. Daarbij dient gekeken te worden naar de vertegenwoordiging in het OPOV, zodat met die vertegenwoordiging ook die adviesrol goed kan worden ingevuld. Daarover zal in overleg worden getreden met het OPOV. Naast het OPOV is ook de Stichting Scholierenvervoer Zeeland (SSVZ) een belangrijke partner in de advisering op mobiliteit, gericht op scholieren en studenten in Zeeland. Deze partij zal bij de invulling van de mix van mobiliteit en de onderwijsaanpak worden betrokken.
Op gemeentelijk niveau zijn adviesraden actief op het gebied van WMO/ mensen met een beperking. Er wordt waarde aan gehecht om minimaal één keer per jaar deze adviesraden provinciaal samen te brengen om het gesprek aan te gaan over het functioneren van het totale mobiliteitssysteem en verbeteringen die daarop aangebracht kunnen worden. Tijdens het proces in de opbouw naar deze strategie zijn diverse sessies gehouden met jongeren, reizigers en ook specifiek met reizigers met een beperking. Deze gesprekken leveren veel informatie en inzichten op. Voor reizigers met een beperking wordt beoogd om één keer per jaar een overlegmoment te creëren om de ontwikkelingen te evalueren en te bekijken in het licht van het VN-verdrag voor mensen met een beperking. Daarnaast wordt een reizigerspanel ingericht waarmee één keer per half jaar ervaringen worden besproken. Middels diverse panels wordt de toeristische reiziger regelmatig bevraagd, waarbij ook de mobiliteitsaspecten nadrukkelijk worden meegenomen. Daarnaast wordt ook de kennis en ervaring va diverse kennis- en onderwijsinstellingen (met name NV Economische Impuls Zeeland, de Hogeschool Zeeland en daarbinnen meer specifiek het Kenniscentrum Kusttoerisme) benut.
48
10 Monitoring en Evaluatie 10.1 Doelen In voorgaande hoofdstukken zijn in de teksten voor duurzame mobiliteit, de mix van mobiliteit, knooppunten en data specifieke doelstellingen benoemd. Daarnaast is een kwantitatief doel op de kwaliteit voor de reiziger eerder benoemd. De in hoofdstuk 2 acht genoemde belangen van reizigers spelen een belangrijke rol in het bepalen of de doelstelling van verbetering voor de reiziger wordt bereikt. De doelstellingen voor de reiziger, voor duurzame mobiliteit, mix van mobiliteit, knooppunten en data zien er daarmee als volgt uit: Onderdeel
Doelstelling
Indicator en rapportage
Reiziger
Verbetering oordeel reizigers in Zeeland op 8
Jaarlijkse enquête onder reizigers in
genoemde belangen
Zeeland op 8 genoemde belangen. Per belang een gemiddeld cijfer van 0-10. Nulmeting tweede helft 2021
Oordeel OV-klantenbarometer minimaal
Jaarlijks landelijk onderzoek.
gelijk Duurzame mobiliteit
Per 2030 een CO2-reductie van 1.029 Kton
Monitoring via RES Zeeland.
in mobiliteit (personen- en goederenvervoer) ten opzichte van 1990.
Mix van Mobiliteit
In 2030 wordt al het Openbaar Vervoer
Aandeel Zero-Emissie voertuigen.
uitgevoerd met Zero-Emissie voertuigen.
Jaarlijks rapportage.
Per 2025 zo’n 3.000 laadpalen in Zeeland en
Rapportage via RVO/Nationale
per 2030 zo’n 10.000.
Agenda Laadinfrastructuur
Snelle busverbindingen zijn maximaal 2x
Vervoerplan concessiehouder jaarlijks
langzamer dan zelfde verbinding (tussen
inzicht in welke verbindingen dit wel of
start- en eindpunt) met de auto.
niet wordt behaald.
Vanaf ieder punt in Zeeland binnen 2,5
Kaart met weergave opstappunten, die
kilometer opstappunt voor fijnmazige
jaarlijks wordt geactualiseerd.
taxisysteem Alle voertuigen zijn vanaf 2025 toegankelijk
Vervoerplan concessiehouder en contracten doelgroepenvervoer
Knooppunten
Twee stationshubs, vier regiohubs en zes
Hubs ingericht conform menukaarten
hubs voor 2025
hubsaanpak. Jaarlijkse rapportage op realisatie.
Tussen 2025 – 2030 aanvullen met achttien
Hubs ingericht conform menukaarten
nieuwe hubs (uit verschillende categorieën).
hubsaanpak. Jaarlijkse rapportage op realisatie.
Data
De publieke (mobiliteits)data op 15 items
Regionaal Data Team volgt
voor 90% op orde, actueel betrouwbaar,
ontwikkeling. Eind 2023 bepalen of
geheel cyberproof en conform de Algemene
doelstelling is behaald.
Verordening Gegevensbescherming in 2023.
49
Living Lab
Voor eind 2025:
Realisatie wordt opgenomen in
- Minimaal 2 meerjarig lopende
jaarstukken provincie Zeeland.
pilotprojecten die een samenhangende ontwikkeling opzetten, waarbij tevens beoogd wordt de beschikbare middelen te koppelen aan Europese subsidie. - Minimaal 10 kleinere direct uitvoerbare startprojecten die op de korte termijn mobiliteitsoplossingen in Zeeland uitproberen. - Uit bovenstaande komen minimaal 5 initiatieven die na de pilot- en testfase over heel Zeeland uitgerold kunnen worden. - Uit bovenstaande komen minimaal 2 initiatieven die na pilot- en testfase in de rest van Nederland benut kunnen worden. Tabel 3: Doelen
10.2 Monitoring Ieder jaar zal er een monitoringsrapport worden opgesteld. Dit monitoringsrapport zal bestaan uit vier onderdelen: 1) Stand van zaken doelstellingen: Aan de hand van doelindicatoren bepalen van de stand van zaken ten aanzien van bovengenoemde doelstellingen. 2) Trends: Via trendindicatoren een beeld geven van de ontwikkeling van het mobiliteitssysteem in Zeeland. Trendindicatoren zijn beperkt beïnvloedbaar en voor een groter deel afhankelijk van externe factoren. Trendindicatoren die minimaal jaarlijks in beeld worden gebracht zijn: a.
Jaarlijks afgelegde reizigerskilometers en aantal in- en uitstappers in regionaal openbaar vervoer, vraag gestuurd vervoer en doelgroepenvervoer.
b.
In- en uitstappers trein.
c.
Aantal ritten openbaar vervoer, fijnmazig taxivervoer en doelgroepenvervoer.
d.
Aantal deelfietsen, deelscooters en deelauto’s in Zeeland.
e.
Aandelen lopen, fiets, publiek vervoer en auto in aantal reisbewegingen in Zeeland.
3) Opgezette verbeterings- en vernieuwingsprojecten en de realisatie daarvan in desbetreffend jaar. Tot en met minimaal 2025 zal specifiek over het Living Lab Slimme Mobiliteit Zeeland worden gerapporteerd in het kader van het Compensatiepakket Wind in de Zeilen. 4) Gezamenlijke financiële inzet Zeeuwse overheden. In de komende jaren wordt het monitoringsrapport voorbereid in samenwerking tussen Provincie en Gemeenten via onder meer de samenwerking in de Gemeentelijke Vervoerscentrale Zeeland en het Regionaal Data Team. Twee keer per jaar zal er worden gerapporteerd aan Provinciale Staten en Gemeenteraden over de voortgang van de uitvoering. Eén keer per jaar uitgebreider met bovengenoemd monitoringsrapport en één keer per jaar waarbij korter met name over de voortgang van de uitvoering en eventuele bijsturing daarop centraal staat.
50
10.3 Evaluatie Deze strategie is bedoeld voor de langere termijn, doorlopend tot 2035. Op het niveau van de strategie wordt beoogd in de eerste helft van 2027 de strategie te evalueren en de strategie bij te stellen. Bezien zal worden welke ontwikkelingen zorgen voor de nodige bijstellingen in de strategie. Zo zal bijvoorbeeld bij een doorbraak in zelfrijdende voertuigen de impact op de strategie bekeken moeten worden. Tegelijkertijd is 2027 het moment van eerste evaluatie en bijstelling van de busconcessie en voor een deel van de contracten op het gebied van vraaggericht vervoer. Na twee jaar ervaringen opdoen kan worden bijgestuurd. Drie jaar later wordt een evaluatie en bijstelling op contracten voorzien. Daarmee wordt de timing:
Eind 2021 vaststelling Regionale Mobiliteitsstrategie
Eind 2024 ingang nieuwe concessie grote bussen en uitvoering fijnmazige mobiliteit
Begin 2027 evaluatie strategie en contracten
Eind 2027 bijstellingen concessie grote bussen en deel contracten fijnmazige mobiliteit /doelgroepenvervoer
2030 evaluatie en bijsturing contracten
Voorzien wordt dat in 2030 dat voorbereiding van een nieuwe periode van 2035 tot minimaal 2045 zal moeten starten. Waarschijnlijk door geheel opnieuw strategie en uitgangspunten voor een volgende periode te bepalen. Wanneer zich sneller dan voorzien ontwikkelingen zich voordoen die om bijstelling van de strategie vragen, dan zal in samenspraak met betrokken partijen een proces daartoe in gang worden gezet.
51
Bijlage 1: Kaart hoofdfietsroutes
52
Bijlage 2: Buurtbus- en scholierenlijnen
Dit betreft een weergave van de huidige buurtbuslijnen en scholierenlijnen.
53
Bijlage 3: Menukaarten van hubs
54
55