3.2 rvs Het bestemmingsplan Scheldekwartier, Stenenbeer bijlage 5 bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
Bij deze adviseer ik dat in het kader van de planontwikkelingen op de postkantoorlocatie aan de Stenen Beer geen archeologisch onderzoek nodig is. Hier bevindt zich in de ondergrond de voormalige Nieuwe Haven of Pottekaai. Deze haven is in 1909 gedempt met grond. De verwachting op waardevolle archeologische structuren of vondsten is daarmee gering. Wel zullen langs de randen van het plangebied in de ondergrond eventueel nog resten aanwezig zijn van kadebeschoeiingen. We adviseren om bij de graafwerkzaamheden voor de bouw de Walcherse Archeologische Dienst (WAD) in staat te stellen eventuele resten van deze beschoeiingen te documenteren. Het advies is daarom om in het bestemmingsplan de dubbelbestemming Waarde Archeologie te handhaven, zodat aan de uiteindelijke vergunning het voorschrift verbonden kan worden, dat de WAD op tijd van de startdatum van de graafwerkzaamheden op de hoogte wordt gesteld en dat de WAD in staat wordt gesteld documentatiewerkzaamheden te verrichten.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
Parkeerplaats Stenenbeer Vlissingen
MCG Zuidwest B.V. Schouwersweg 9 4451 HS Heinkenszand T: 0113 567 926 I: www.mcgzuidwest.nl E: info@mcgzuidwest.nl
Opdrachtgever
Gemeente Vlissingen Paul Krugerstraat 1 4382 MA Vlissingen
Projectnummer Status Versie Datum Projectleider (Mede)auteur
22MCG075.10 Definitief 01 25 april 2022 Dhr. J.A. Booij Mevr. M. Van der Klooster
INHOUD SAMENVATTING
3
1
4
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
4
1.2
Kwaliteit
4
1.3
Betrouwbaarheid
4
2
VOORONDERZOEK
5
2.1
Bodemgebruik
5
2.2
Terreinverkenning
5
2.3
Boomgaardenkaart
5
2.4
Bodemkwaliteitskaart
5
2.5
Eerdere onderzoeken
5
2.6
Conclusie vooronderzoek
6
2.7
Onderzoeksstrategie
6
3
VERRICHTE WERKZAAMHEDEN
7
3.1
Veldwerkzaamheden
7
3.2
Zintuiglijke waarnemingen en metingen grondwater
7
3.3
Laboratoriumonderzoek
7
4
RESULTATEN
9
4.1
Toetsingskader
9
4.2
Toetsing
10
5
CONCLUSIES EN ADVIES
11
5.1
Conclusies
11
5.2
Advies
11
BIJLAGEN 1: Kadastrale situatie 2: Situatietekening 3: Foto’s 4: Profielbeschrijvingen 5: Analyseresultaten 6: Toetsingsresultaten
2
22MCG075.10
SAMENVATTING
Soort onderzoek Aanleiding Doel Conclusie vooronderzoek
Parkeerplaats Stenenbeer te Vlissingen Vlissingen, sectie E, nummer 3937 (gedeeltelijk) Verkennend bodemonderzoek cf. NEN 5740 Herontwikkeling van de locatie Verkennend onderzoek: bepalen bodemkwaliteit Uit het vooronderzoek blijkt dat op de locatie licht en matig verhoogde gehalten kunnen worden verwacht voor met name zware metalen. Er zijn geen locatie specifieke bronnen voor een PFAS verontreiniging bekend.
Onderzoeksstrategie
Verdachte locatie (VED-HE-NL)
Onderzoekslocatie
Veldwerk - 3 boringen tot 1,0 m-mv - 9 boringen tot 1,5 m-mv - 1 peilbuis
Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen
Analyses - Grond: NEN pakket - Grondwater: NEN pakket De bodem bestaat voornamelijk uit (siltig) zand, plaatselijk is het zand enigszins humeus. Plaatselijk is in enige mate sprake van baksteen en/of kolengruis bijmenging. Er zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen.
Resultaten
Uit het laboratoriumonderzoek blijkt dat in de mengmonsters (MM1, MM2, MM5 en M6) van de zintuigelijk schone boven- en ondergrond voor geen van de onderzochte parameters een overschrijding van de achtergrondwaarde is aangetoond. In de mengmonsters (MM3 en MM4), van de bodemlagen waarin sprake is van enige bijmenging aan bodemvreemd materiaal (met name baksteen en kolengruis), zijn enkele licht verhoogde gehalten zware metalen en PAK aangetoond.
Conclusie en advies
In het grondwater uit peilbuis 07 zijn, afgezien van een zeer licht verhoogd gehalte xylenen, geen overschrijdingen van de streefwaarde aangetoond. Gezien de verkregen resultaten van het onderzoek is de gestelde hypothese “verdachte locatie” voor de locatie bevestigd. Op basis van de bodemkwaliteitskaart en de voorgaande bodemonderzoeken kunnen ter plaatse licht tot matig verhoogde gehalten worden verwacht. Op basis van het historisch onderzoek, de zintuiglijke beoordeling van de grond- en grondwatermonsters en de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek kan geconcludeerd worden dat er geen risico’s voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig zijn met betrekking tot de voorgenomen activiteiten op de onderzoekslocatie. De verkregen resultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. Aanbevolen wordt om vrijkomende grond te hergebruiken binnen de locatie. Dit onderzoek kan niet gebruikt worden om grond, afkomstig van de onderzoekslocatie, elders toe te passen. Hiervoor dienen de toepassingseisen van het Besluit bodemkwaliteit in acht genomen te worden.
3
22MCG075.10
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel In opdracht van Gemeente Vlissingen heeft MCG Zuidwest B.V. in maart en april 2022 een verkennend bodemonderzoek volgens de NEN 5740 uitgevoerd ter plaatse van parkeerplaats Stenenbeer te Vlissingen. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Vlissingen, sectie E, nummer 3937 (gedeeltelijk), zie Bijlage 1. Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de locatie waarbij werkzaamheden zullen worden uitgevoerd tot een diepte van 1,0 a 1,5 m-mv. Doel van het onderzoek is het bepalen van de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie en op basis hiervan na te gaan of de bodemkwaliteit een belemmering kan opleveren voor de voorgenomen werkzaamheden.
1.2
Kwaliteit Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de BRL SIKB 2000: veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek. De volgende onderliggende protocollen zijn van toepassing: - Protocol 2001: plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen; - Protocol 2002: het nemen van grondwatermonsters. Het procescertificaat van MCG Zuidwest B.V. en het daarbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. De analyses zijn uitgevoerd door een geaccrediteerd laboratorium. De analyseresultaten zijn getoetst aan de Circulaire bodemsanering d.d. 2013. De onderzochte locatie is niet in eigendom van MCG Zuidwest B.V. of gerelateerde zusterbedrijven. Hierdoor is de wettelijk voorgeschreven functiescheiding geborgd.
1.3
Betrouwbaarheid Het onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. MCG Zuidwest B.V. streeft bij elk onderzoek naar een optimale representativiteit. Het onderzoek is echter gebaseerd op een beperkt aantal boringen/gaten en monsters. Hierdoor blijft het mogelijk dat plaatselijke afwijkingen in de samenstelling van de bodem en/of puinlaag aanwezig zijn welke tijdens het onderzoek niet naar voren zijn gekomen. MCG Zuidwest B.V. is niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard ook. Ondanks dit onderzoek kan achteraf aanvullende verontreiniging worden geconstateerd (restrisico). Daarom dient bij sloop- en bouwactiviteiten en bij grondwerkzaamheden steeds aandacht gegeven te worden aan afwijkende kenmerken van de bodem zoals een afwijkende kleur, geur, bijmenging en onbekende obstakels zoals leidingwerken, putten en puinlagen. Tevens wordt erop gewezen dat dit onderzoek een momentopname is. De bodem en/of puinlaag kan na het onderzoek van kwaliteit veranderen door bijvoorbeeld een calamiteit of aanvoer van grond. Om de aanvoer van verontreinigde grond te voorkomen, dient de leverancier van de grond en/of het ophoogzand een certificaat te overleggen van de herkomst en van de chemische kwaliteit van het materiaal.
In algemene zin wordt gesteld dat ongedefinieerd puin en funderingspuin waarvan de herkomst en tijdstip van productie en toepassing niet bekend is, verdacht zijn voor asbest, tenzij het materiaal is toegepast voor of nadat grootschalig met asbest werd gewerkt, of een asbestonderzoek conform de NEN 5707 en/of NEN 5897 is uitgevoerd.
4
22MCG075.10
2
VOORONDERZOEK Voor het vooronderzoek volgens de NEN 5725 is gebruik gemaakt van gegevens verkregen uit: - kadastrale, topografische en historische kaarten; - een terreinverkenning; - Geoloket Zeeuws Bodemvenster; - Bodemloket; - nazca-i provincie Zeeland; - informatie van het bevoegd gezag (gemeente Vlissingen, d.d. 8-3-2022); - eerder onderzoek; - informatie van de opdrachtgever.
2.1
Bodemgebruik De onderzoekslocatie is gelegen in de oude, historische kern van Vlissingen. Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat in 1650 tot omstreeks 1900 tussen de Wilhelminastaat en de Henderikstraat sprake was van een haven, deze is gedempt. Omstreeks 1950 is de locatie bebouwd. Omstreeks 2000 is de bebouwing weer gesloopt en is een parkeerterrein aangelegd. Er zijn geen historische gegevens bekend over bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten of calamiteiten op de locatie, waardoor de bodem verontreinigd kan zijn geraakt.
2.2
Terreinverkenning Uit de terreinverkenning die is uitgevoerd voorafgaand aan het veldwerk blijkt dat het terrein vrijwel geheel verhard is met klinkers, plaatselijk zijn groenstroken aanwezig. Er zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen op het maaiveld waargenomen. Ook zijn er geen asbestverdachte objecten aanwezig, waarvan door verwering of beschadiging asbest in de bodem kan zijn gekomen. Er zijn verder geen verdachte deellocaties of bodembedreigende activiteiten zoals illegale lozingen of stortingen aangetroffen. De foto’s van de locatie zijn opgenomen in Bijlage 3.
2.3
Boomgaardenkaart Op basis van de boomgaardenkaart, geraadpleegd op het Geoloket Zeeuws Bodemvenster, is de onderzoekslocatie niet gelegen in een voormalig fruitteeltgebied. Daarom is de locatie niet verdacht voor bestrijdingsmiddelen.
2.4
Bodemkwaliteitskaart Op basis van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente is zowel de boven- als de ondergrond te classificeren als bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’.
2.5
Eerdere onderzoeken Ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie is in 2007 naar aanleiding van de voorgenomen herinrichting is een indicatieve partijkeuring uitgevoerd (door SMA Zeeland B.V., projectnummer: 2370024A, d.d. 23 maart 2007). Uit de indicatieve partijkeuring blijkt dat de matig puinhoudende ondergrond werd geclassificeerd als categorie 1 grond. De onderzoeksresultaten komen overeen met de verwachting op basis van de huidige bodemkwaliteitskaart. Buiten de onderzoekslocatie is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd waaruit gebleken is dat in de ondergrond plaatselijk sterke verontreinigingen aan koper, lood en zink zijn aangetoond en lichte verontreinigingen aan arseen, kwik, PAK en minerale olie. Het grondwater was licht verontreinigd met benzeen en xylenen Ten behoeve van de voorgenomen aanleg van een kabel- en leidingtracé is nabij de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (door SMA Zeeland B.V., 5
22MCG075.10
projectnummer: 23190244, d.d. 22 januari 2020). In algemene zin zijn de zandlagen in de te ontgraven sleuf tot boven de achtergrondwaarden verontreinigd met zware metalen en PAK. De kleiige ondergrond moet worden beschouwd als een geval van ernstige bodemverontreiniging met koper. In de puinhoudende lagen is geen asbest aangetoond. In 2020 is een tweede onderzoek uitgevoerd de voorgenomen aanleg van een kabel- en leidingtracé door (SMA Zeeland B.V., projectnummer: 23200067, d.d. 28 april 2020). Uit de analyseresultaten is gebleken dat in de bovengrond met resten baksteen lichte verontreinigingen aan lood en PFOS zijn aangetoond. Asbest werd niet aangetroffen. Ook hier dienen de kleilagen in de ondergrond te worden beschouwd als een geval van ernstige bodemverontreiniging. 2.6
Conclusie vooronderzoek Uit het vooronderzoek blijkt dat op de locatie licht en matig verhoogde gehalten kunnen worden verwacht voor met name zware metalen. Er zijn geen locatie specifieke bronnen voor een PFAS verontreiniging bekend. Aangenomen wordt dat deze stoffen wel kunnen voorkomen als gevolg van depositie.
2.7
Onderzoeksstrategie De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 1.620 m². In het kader van de NEN 5740 is op basis van het vooronderzoek uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie (VED-HE-NL). Op aangeven van de opdrachtgever zal de locatie deels tot 1,0 m-mv en deels tot 1,5 m-mv. worden onderzocht. Er zal 1 peilbuis worden geplaatst. In Tabel 1 is de onderzoeksstrategie samengevat weergegeven. Tabel 1: Onderzoeksstrategie Deellocatie
Strategie
Gehele locatie 1.620 m2
VED-HENL
Aantal boringen 1.0 m-mv 1.5 m-mv Peilbuis 3 9 1
6
Analyses Grond Grondwater 3 NEN bovengrond 1 NEN grondwater 3 NEN ondergrond
22MCG075.10
3
VERRICHTE WERKZAAMHEDEN
3.1
Veldwerkzaamheden Het veldwerk is uitgevoerd op 21 maart 2022 door dhr. S.P. Rijk en dhr. B.N. Maas, gecertificeerde en erkende veldwerkers van MCG Zuidwest B.V. De grondboringen 01 t/m 13 zijn verricht conform de onderzoeksstrategie; boring 07 is uitgevoerd met een peilbuis. Op 1 april 2022 is het grondwater uit de peilbuis bemonsterd door dhr. S.P. Rijk. De bodemprofielen van de uitgevoerde grondboringen zijn beschreven en de opgeboorde grond is zintuiglijk beoordeeld. De bodem bestaat voornamelijk uit (siltig) zand, plaatselijk is het zand enigszins humeus. De bodemprofielen zijn opgenomen in Bijlage 4, de situatietekening is bijgevoegd in Bijlage 2. De grond is bemonsterd per traject van maximaal 0,5 m, of gerelateerd aan de bodemsamenstelling.
3.2
Zintuiglijke waarnemingen en metingen grondwater Bij de uitgevoerde grondboringen zijn zintuiglijk bijzonderheden waargenomen, zie Tabel 2. Tabel 2: Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Boring 03 07 10 11 13
Diepte boring (m-mv) 1,00 3,50 1,00 1,50 1,90
Traject (m-mv) 0,20 - 0,60 1,00 - 1,50 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,20 - 1,40
Grondsoort Zand Zand Zand Zand Zand
Waargenomen bijzonderheden matig baksteenhoudend matig baksteenhoudend sporen baksteen, brokken klei matig baksteenhoudend matig baksteenhoudend, sporen kolengruis
Tijdens het veldwerk is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbestverdachte materialen op het maaiveld en in de opgeboorde grond. Dit materiaal is zintuiglijk niet waargenomen. In Tabel 3 zijn de meetgegevens tijdens de peilbuisbemonstering weergegeven. Tabel 3: Metingen grondwater Watermonster 07-1-1
3.3
Filterdiepte (m-mv) 2,50 - 3,50
Grondwaterstand (m-mv) 2,43
pH 7,56
EC (µS/cm) 320
Troebelheid (NTU) 4,10
Laboratoriumonderzoek De grond- en grondwatermonsters zijn zo spoedig mogelijk na monsterneming aangeboden aan een door de Raad van Accreditatie erkend milieulaboratorium. Vooraf heeft door MCG Zuidwest B.V. conservering van de monsters plaatsgevonden. Het laboratorium is verzocht de grond(meng)monsters te analyseren volgens Tabel 4. Het analysecertificaat is opgenomen in Bijlage 5. Tabel 4: Analyses grond Analysemonster
Deelmonsters
Analysepakket
Motivatie
MM1
01 (0,08 - 0,58) 02 (0,08 - 0,58) 04 (0,08 - 0,58) 05 (0,08 - 0,50) 06 (0,08 - 0,58) 07 (0,08 - 0,58) 08 (0,08 - 0,58) 09 (0,08 - 0,58) 10 (0,08 - 0,50) 11 (0,08 - 0,50) 12 (0,08 - 0,58) 13 (0,20 - 0,70) 13 (0,70 - 1,20) 03 (0,20 - 0,60) 07 (1,00 - 1,50) 10 (0,50 - 1,00) 11 (0,50 - 1,00)
Standaardpakket
Bovengrond
Standaardpakket
Bovengrond
Standaardpakket
Meest verdachte lagen (met kolengruis)
Standaardpakket
Meest verdachte lagen
MM2
MM3 MM4
7
22MCG075.10
MM5
M6
01 (0,58 - 1,08) 02 (1,08 - 1,50) 04 (1,08 - 1,50) 06 (0,58 - 1,08) 08 (1,08 - 1,50) 09 (1,08 - 1,50) 12 (1,08 - 1,50) 07 (3,00 - 3,50)
Standaardpakket
Ondergrond
Standaardpakket
Diepe ondergrond
Het laboratorium is verzocht het grondwatermonsters te analyseren volgens Tabel 5. Het analysecertificaat is opgenomen in Bijlage 5. Tabel 5: Analyses grondwater Analysemonster
Filterstelling (m-mv)
Analysepakket
Motivatie
07-1-1
2,50 - 3,50
Standaard pakket
Centraal gelegen peilbuis
8
22MCG075.10
4
RESULTATEN
4.1
Toetsingskader De analyseresultaten worden beoordeeld aan de hand van de achtergrond/streef- en interventiewaarden uit de Wet bodembescherming en de Circulaire bodemsanering 2013. Voor grondwater wordt in plaats van achtergrondwaarde de term streefwaarde gebruikt. De betekenis van de richtwaarden is als volgt. de gehalten zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van - Achtergrond-/streefnatuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is waarden (AW / S): van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem - Interventiewaarden (I): heeft voor mens, dier en plant ernstig dreigen te worden verminderd. Bij de toetsing aan de achtergrond/streef- en interventiewaarden wordt uitgegaan van een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD); bij grond worden de analyseresultaten hierbij omgerekend aan de hand van het organische stof- en/of lutumgehalte.
Bij het toetsingsresultaat is de zogeheten bodemindex van toepassing: (GSSD - AW) / (I - AW) - index grond: - index grondwater: (GSSD - S) / (I - S) Bij de beoordeling van de gehalten wordt de volgende terminologie aangehouden: gehalte < AW / S / detectiegrens - index = 0: gehalte ≥ AW / S (licht verhoogd gehalte) - 0 ≤ index < 0,5: gehalte ≥ tussenwaarde T (matig verhoogd gehalte) - 0,5 ≤ index < 1,0: gehalte ≥ I (sterk verhoogd gehalte) - Index ≥ 1,0: Bij gehalten groter dan de tussenwaarde worden grondmengmonsters indien nodig uitgesplitst en de separate deelmonsters geanalyseerd om een eventuele (sterke) verontreiniging te kunnen lokaliseren.
9
22MCG075.10
4.2
Toetsing In Tabel 6 en Tabel 7 zijn de toetsingsresultaten voor de grond en het grondwater samengevat weergegeven. De volledige toetsingsresultaten zijn opgenomen in Bijlage 6. Tabel 6: Toetsingsresultaten grond Analysemonster MM1
MM2
MM3
MM4
MM5
M6
Deelmonsters (m-mv) 01 (0,08 - 0,58) 02 (0,08 - 0,58) 04 (0,08 - 0,58) 05 (0,08 - 0,50) 06 (0,08 - 0,58) 07 (0,08 - 0,58) 08 (0,08 - 0,58) 09 (0,08 - 0,58) 10 (0,08 - 0,50) 11 (0,08 - 0,50) 12 (0,08 - 0,58) 13 (0,20 - 0,70) 13 (0,70 - 1,20)
Visuele waarneming
Analyse pakket
> AW (+index)
Standaardpakket
Standaardpakket
03 (0,20 - 0,60) 07 (1,00 - 1,50) 10 (0,50 - 1,00) 11 (0,50 - 1,00) 01 (0,58 - 1,08) 02 (1,08 - 1,50) 04 (1,08 - 1,50) 06 (0,58 - 1,08) 08 (1,08 - 1,50) 09 (1,08 - 1,50) 12 (1,08 - 1,50) 07 (3,00 - 3,50)
matig Standaardpakket baksteenhoudend, sporen baksteen, brokken klei Standaardpakket
matig Standaardpakket baksteenhoudend, sporen kolengruis
Standaardpakket
-
>I (+index) -
Bbk conclusie indicatief Altijd toepasbaar
-
-
Altijd toepasbaar
Koper (0,08) Kwik (0,02) Lood (0,24) PAK 10 VROM (0,02) Zink (0,08) Lood (0,09) PAK 10 VROM (0,04)
-
Klasse industrie
-
Klasse wonen
-
-
Altijd toepasbaar
-
-
Altijd toepasbaar
Tabel 7: Toetsingsresultaten grondwater Watermonster 07-1-1
Filterdiepte (m-mv) 2,50 - 3,50
> S (+index) Xylenen (som) (0,01)
10
> I (+index) -
22MCG075.10
5
CONCLUSIES EN ADVIES
5.1
Conclusies Uit het laboratoriumonderzoek blijkt dat in de mengmonsters (MM1, MM2, MM5 en M6) van de zintuigelijk schone boven- en ondergrond voor geen van de onderzochte parameters een overschrijding van de achtergrondwaarde is aangetoond. In de mengmonsters (MM3 en MM4), van de bodemlagen waarin sprake is van enige bijmenging aan bodemvreemd materiaal (met name baksteen en kolengruis), zijn enkele licht verhoogde gehalten zware metalen en PAK aangetoond. In het grondwater uit peilbuis 07 zijn, afgezien van een zeer licht verhoogd gehalte xylenen, geen overschrijdingen van de streefwaarde aangetoond. Gezien de verkregen resultaten van het onderzoek is de gestelde hypothese “verdachte locatie” voor de locatie bevestigd. Op basis van de bodemkwaliteitskaart en de voorgaande bodemonderzoek kunnen ter plaatse licht tot matig verhoogde gehalten worden verwacht.
5.2
Advies Op basis van het historisch onderzoek, de zintuiglijke beoordeling van de grond- en grondwatermonsters en de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek kan geconcludeerd worden dat er geen risico’s voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig zijn met betrekking tot de voorgenomen activiteiten op de onderzoekslocatie. De verkregen resultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. Aanbevolen wordt om vrijkomende grond te hergebruiken binnen de locatie. Dit onderzoek kan niet gebruikt worden om grond, afkomstig van de onderzoekslocatie, elders toe te passen. Hiervoor dienen de toepassingseisen van het Besluit bodemkwaliteit in acht genomen te worden.
11
22MCG075.10
BIJLAGE 1 Kadastrale situatie
Kadastrale kaart
Uw referentie: 22MCG075.10
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Vlissingen E 3937
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 15 april 2022 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
BIJLAGE 2 Situatietekening
BIJLAGE 3 Foto’s