3.2 RIB evaluatie opschorting i-criterium - bijlage rapport
Tekst van het document
Pilot opschorting Ingezetenencriterium coffeeshops Vlissingen Resultaten eindmeting (zomer 2022)
R. Mennes E. van der Lee I. Schoonbeek
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Achtergrond Probleemstelling en onderzoeksvragen Onderzoeksopzet Leeswijzer
2 2 3 4 9
2 2.1 2.2 2.3
Coffeeshops en bezoekers Omvang en spreiding coffeeshopbezoek Kenmerken coffeeshopbezoekers Pilot I-criterium
10 10 11 15
3 3.1 3.2 3.3
Omgeving coffeeshops Ervaring omwonenden en omwerkenden (Potentieel) overlastgevend gedrag Politieregistraties
20 20 30 33
4 4.1 4.2 4.3
Conclusies De coffeeshop en haar bezoekers De omgeving van de coffeeshops Ten slotte
35 35 37 40
1
Pilot opschorting Ingezetenencriterium coffeeshops Vlissingen
1. INLEIDING Onderzoeks- en adviesbureau Breuer&Intraval evalueert in opdracht van de gemeente Vlissingen de pilot waarbij de handhaving van het Ingezetenencriterium (I-criterium) voor coffeeshops in de gemeente wordt opgeschort. In dit rapport doen we verslag van de resultaten van de nulmeting (0-meting) en de eindmeting (1-meting). De nulmeting is uitgevoerd in de zomer van 2021 vóór de start van de pilot in augustus 2021, terwijl de eindmeting één jaar later in de zomer van 2021 heeft plaatsgevonden. Tussen de nul- en eindmeting heeft in februari 2021 een zogenoemde lichte tussenmeting (LTM) plaatsgevonden, die een beperkte selectie van onderzoeksactiviteiten omvatte. In dit rapport zal, door de resultaten van de nul- en eindmeting (en waar mogelijk ook de resultaten van de lichte tussenmeting) met elkaar te vergelijken, inzichtelijk worden gemaakt welke resultaten er met de pilot zijn behaald.
1.1 Achtergrond Sinds 1 mei 2012 handhaaft de gemeente Vlissingen het I-criterium.1 Dit betekent dat niet-ingezetenen van Nederland vanaf dan geen toegang meer hebben tot de twee coffeeshops in Vlissingen. De handhaving van het I-criterium is ingesteld om drugstoeristen en de bijbehorende overlast uit de gemeente te weren. Landelijk gedoogbeleid (AHOJGI-criteria) Het I-criterium is één van de zes landelijke gedoogcriteria voor coffeeshops. Zolang coffeeshops zich aan deze zogenoemde AHOJGI-criteria houden worden zij niet door het Openbaar Ministerie (OM) vervolgd. De AHOJGI-criteria luiden als volgt:2 • Geen Affichering: dit betekent geen reclame anders dan een summiere aanduiding op de betreffende lokaliteit; • Geen Harddrugs: dit betekent geen harddrugs in de coffeeshop aanwezig mogen zijn en/of verkocht mogen worden; • Geen Overlast: onder overlast wordt verstaan parkeeroverlast rondom de coffeeshop, geluidshinder, vervuiling en/of voor of nabij de coffeeshop rondhangende klanten; • Geen verkoop aan Jeugdigen en geen toegang tot een coffeeshop voor jeugdigen: er wordt strikt gehandhaafd op de gestelde leeftijdsgrens van 18 jaar; • Geen verkoop van Grote hoeveelheden: dat wil zeggen hoeveelheden groter dan geschikt voor eigen gebruik (5 gram) én slechts een geringe handelsvoorraad (maximaal 500 gram).
Per transactie mag er per shop op eenzelfde dag maximaal 5 gram verkocht worden; • Geen verkoop aan niet-Ingezetenen: alleen mensen woonachtig in Nederland hebben toegang tot de coffeeshop. Gemeenten kunnen in de lokale driehoek besluiten om het I-criterium niet actief te handhaven.
Aanleiding voor de start van de pilot zijn (druggerelateerde) overlastmeldingen van omwonenden en omwerkenden van de twee Vlissingse coffeeshops die bij de gemeente binnenkomen. De gemeente Vlissingen besluit daarop de handhaving van het I-criterium per 1 augustus 2021 voor één jaar op te schorten. Het doel van deze pilot is om inzicht te 1 2
Tweede Kamer (2012). Drugsbeleid. Vergaderjaar 2012-2013, 24 077, nr. 293. Staatscourant (2012). Aanwijzing Opiumwet. Staatscourant, 24 december 2012, nr. 26938.
Breuer&Intraval
2
krijgen in de gevolgen van het loslaten van het I-criterium, in termen van (verkeers)overlast en (straat)handel in drugs rondom de coffeeshops. De gemeente hoopt met deze informatie een afgewogen beslissing te kunnen nemen over het handhaven van het I-criterium in de toekomst.3
1.2 Probleemstelling en onderzoeksvragen Het opschorten van de handhaving van het I-criterium kan gevolgen hebben voor de bezoekers, omwonenden en omwerkenden van de coffeeshops. Zij kunnen immers hun bezoek aan de coffeeshop of de woon- en/of werkomgeving anders gaan ervaren. De gemeente Vlissingen is specifiek geïnteresseerd in de ontwikkelingen in de ervaren (verkeers)overlast en de omvang van de (zichtbare) illegale straathandel. De probleemstelling van het onderzoek luidt daarom als volgt: Wat zijn de gevolgen van het opschorten van het Ingezetencriterium in de gemeente Vlissingen op het gebied van ervaren (verkeers)overlast en illegale (straat)handel in drugs? Dit valt uiteen in de volgende onderzoeksvragen: 1. Wat is de omvang en de spreiding van het coffeeshopbezoek in Vlissingen en is er na het opschorten van de handhaving van het Ingezetenencriterium sprake van veranderingen in de omvang en/of de spreiding? 2. Wat zijn de kenmerken van de bezoekers van de coffeeshops in Vlissingen en is er na het opschorten van de handhaving van het Ingezetenencriterium sprake van veranderingen in de samenstelling van de populatie coffeeshopbezoekers? 3.
Hoe ervaren omwonenden, ondernemers en passanten het gebruik van de openbare ruimte in de directe omgeving van coffeeshops, wat is/zijn daarvan de reden(en) en is er na het opschorten van de handhaving van het Ingezetenencriterium sprake van veranderingen in hun ervaringen? 4. Hoe wordt de leefbaarheid in de directe omgeving van de coffeeshops ervaren als wordt gekeken naar de aanwezigheid van vormen van potentieel overlastgevend gedrag en is er na het opschorten van de handhaving van het Ingezetenencriterium sprake van veranderingen hierin? 5. Wat kan worden gezegd over de aard en omvang van de illegale (straat)handel in drugs in Vlissingen en de veranderingen hierin na het opschorten van de handhaving van het Ingezetenencriterium? In dit rapport doen we verslag van de nul- en eindmeting. Waar mogelijk en informatief vullen we de resultaten aan met die van de lichte tussenmeting. Het betreft een vergelijking tussen de situatie voorafgaand aan de start van de pilot en de situatie één jaar na invoering. Voor elk van de onderwerpen in de vijf onderzoeksvragen zal worden weergegeven wat de stand van zaken is voor en na opschorting van de handhaving van het I-criterium.
Door de twee situaties te vergelijken en de overeenkomsten en verschillen te interpreteren zal een antwoord op de vijf onderzoeksvragen worden gegeven en worden geconcludeerd welke resultaten met deze pilot zijn behaald. 3
Van den Tillaar, A.R.B. (2021). Brief aan de gemeenteraad van 8 juli 2021. Onderwerp: Stand van zaken pilot I-criterium. Geraadpleegd via: link.
3
Pilot opschorting Ingezetenencriterium coffeeshops Vlissingen
1.3 Onderzoeksopzet Voorafgaand aan de opschorting van de handhaving van het I-criterium op 1 augustus 2021 is (in juli 2021) de nulmeting verricht. Op het moment van de nulmeting mochten niet-ingezetenen van Nederland de coffeeshops niet betreden. Een half jaar na opschorting van de handhaving van het I-criterium (februari 2022) heeft de ‘lichte’ tussenmeting (LTM) plaatsgevonden die bedoeld was om de eerste ervaringen van de pilot te monitoren. Op dat moment hadden niet-ingezeten toegang tot de coffeeshops. De lichte tussenmeting omvatte een beperkte selectie van onderzoeksactiviteiten waarmee de eerste bevindingen na het loslaten van het I-criterium terug konden worden gekoppeld aan alle betrokken stakeholders. Na één jaar heeft de eindmeting (augustus 2022) plaatsgevonden waarbij op dezelfde manier als bij de nulmeting informatie is verzameld. Ook toen waren de coffeeshops toegankelijk voor bezoekers die niet als inwoners van Nederland ingeschreven stonden. De gemeente heeft in voorbereiding op de pilot tevens een aantal flankerende maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat de pilot goed verloopt. Het gaat om een aantal verkeersmaatregelen, waaronder het realiseren van twee ‘snelparkeerplaatsen’ (maximaal 15 minuten) in de Aagje Dekenstraat en vier op het Bellamypark.
Ook zijn aanpassingen in de vergunningssituatie van coffeeshops doorgevoerd, waaronder de verplichte inzet van beveiliging bij de ingang van de coffeeshops. Deze maatregelen zijn, net als opschorting van het I-criterium, op 1 augustus 2021 van kracht geworden. De ontwikkelingen als gevolg van deze maatregelen zijn dus ook meegenomen in dit onderzoek. Maatregelen bestrijding COVID-19 Ten tijde van de nulmeting (0-meting) golden maatregelen ter bestrijding van COVID-19, zoals beperkte openingstijden van horecagelegenheden en negatieve reisadviezen voor buitenlandse toeristen. Ook bij de lichte tussenmeting (LTM) waren nog enkele maatregelen van kracht, hetzij in minder strenge mate als bij de nulmeting. Bij de eindmeting (1-meting) gelden geen beperkende maatregelen meer. Hier is bij het interpreteren van de onderzoeksresultaten rekening mee gehouden. Eventuele veranderingen tussen de metingen, zoals een stijging van het aantal bezoekers van de coffeeshops of een toename van door omwonenden en omwerkenden ervaren overlast, kunnen immers ook het gevolg zijn van het feit dat mensen minder gelimiteerd zijn in hun bewegingsvrijheid en daardoor mogelijk vaker gebruik maken van de openbare ruimte. In het onderzoek is om die reden terughoudender omgegaan met benoemen van een verandering als direct gevolg van de pilot.
Veldwerk Voor een groot deel bestaan de activiteiten in het kader van dit onderzoek uit veldwerk. Voor alle metingen geldt dat de onderzoekers vier dagen aanwezig waren in het centrum van Vlissingen om informatie te verzamelen over de situatie voorafgaand en na de start van de pilot. Bij elk van de twee coffeeshops zijn - binnen een afgebakend gebied observaties gedaan, hebben we tellingen uitgevoerd en is met omwonenden, omwerkenden en bezoekers van de coffeeshops gesproken. De behaalde aantallen per meting en per coffeeshop zijn weergegeven in tabel 1.1.
Breuer&Intraval
4
Tabel 1.1 Behaalde aantallen veldwerkactiviteiten, per meting, per coffeeshop LTM1
0-meting Activiteit q Coffeeshop u Observaties potentieel overlastgevend gedrag Tellingen coffeeshopbezoekers Enquêtes omwonenden en omwerkenden Enquêtes coffeeshopbezoekers
1-meting2
Aarden
Purple
Totaal
Aarden
Purple
Totaal
Aarden
Purple
Totaal
41
40
81
-
-
-
40
40
80
43
42
85
-
-
-
40
41
81
40
43
83
41
48
89
40
43
83
43
44
87
46
54
100
40
41
81
Bij de LTM zijn geen observaties en tellingen verricht en is van een beknopte variant van de enquête voor coffeeshopbezoekers gebruik gemaakt. 2 Bij 1-meting zijn enkele vragen toegevoegd aan de enquête voor coffeeshopbezoekers en omwonenden en omwerkenden over de in het kader van de pilot getroffen maatregelen. 1
Omschrijving veldwerkactiviteiten Er zijn in totaal vier verschillende veldwerkactiviteiten verricht bij de nul- en eindmeting. Bij de lichte tussenmeting zijn twee van de vier activiteiten uitgevoerd, waarvan één in beknopte vorm. Het gaat achtereenvolgens om: • Observaties potentieel overlastgevend gedrag: In de directe omgeving van de coffeeshops hebben we bij de nul- en eindmeting op verschillende dagen en tijdstippen op systematische wijze meerdere observaties uitgevoerd om potentieel overlastgevend gedrag in kaart te brengen. Daarbij is gebruik gemaakt van een observatielijst, waarop gedurende een tijdsperiode van vijf minuten is genoteerd welke potentieel overlastgevende gedragingen (o.a. rommel op straat gooien, openbaar alcohol en/of drugsgebruiken, aanspreken en lastigvallen van mensen op straat, rondhangen, schreeuwen, hard rijden met auto/brommer, foutparkeren, dubbel parkeren) zich op die dag en dat tijdstip voordoen op de locatie. De observaties zijn niet uitgevoerd bij de lichte tussenmeting. • Tellingen coffeeshopbezoeken: Om tot een afspiegeling van het Vlissingse coffeeshopbezoek te komen is bij de nul- en eindmeting het aantal coffeeshopbezoeken geteld. Een telling duurde vijf minuten en personen die aan het einde van de telperiode in een wachtrij voor een coffeeshop stonden zijn meegeteld.
Het tellen heeft op verschillende dagen (zowel doordeweeks als in het weekend) en tijdstippen (van ’s ochtends tot ’s avonds) plaatsgevonden. De tellingen zijn niet uitgevoerd bij de lichte tussenmeting. • Enquêtes omwonenden/omwerkenden: Om zicht te krijgen op de beleving van de omgeving van de coffeeshops zijn bij de nulmeting, lichte tussenmeting en eindmeting enquêtes afgenomen bij omwonenden en omwerkenden van de Vlissingse coffeeshops. Aan de respondenten is onder andere gevraagd of en zo ja, in welke mate zij (verschillende vormen van) overlast ervaren in de buurt, wie of wat daarvan dan de oorzaak is en hoe vaak dit voorkomt. Bij de lichte tussenmeting is een beknopte variant van de enquête afgenomen, waarin onder andere niet is gevraagd naar de achtergrondkenmerken van de respondenten. • Enquêtes coffeeshopbezoekers: Bij bezoekers van beide coffeeshops is een gestructureerde face-to-face vragenlijst afgenomen. Onderwerpen die in de vragenlijst aan bod kwamen zijn: achtergrondkenmerken (leeftijd, geslacht, woonplaats, nationaliteit); wijze van vervoer; bezoekfrequentie; koopgedrag in coffeeshops en bij
5
Pilot opschorting Ingezetenencriterium coffeeshops Vlissingen
niet gedoogde verkooppunten; en redenen voor het bezoek aan (deze) coffeeshop(s). Bij de lichte tussenmeting is een beknopte variant van de enquête afgenomen, terwijl bij de eindmeting juist enkele vragen over de genomen maatregelen zijn toegevoegd ten opzichte van de nulmeting.
Onderzoeksgebied coffeeshop Aarden Coffeeshop Aarden is gevestigd aan de Nieuwstraat in een woonwijk. De straat is een zijstraat van het Bellamypark; een plein met veel uitgaansgelegenheden waarvan een groot aantal met terras. Nabij de coffeeshops, in de richting van de woonwijk, zijn enkele parkeerplaatsen. Ten tijde van de nulmeting zijn er vier ‘snelparkeerplaatsen’ waar men gedurende maximaal 15 minuten (betaald) kan parkeren. Het onderzoeksgebied (schematisch weergegeven in figuur 1.1) loopt van de kruising Nieuwstraat/Bellamypark tot aan de kruising Schuitvlotstraat en Groenewoud. Ook een deel van de Nieuwstraat en een deel van de Sarazijnstraat is meegenomen. De observaties zijn uitgevoerd vanaf de hoek van de Nieuwstraat en Sarazijnstraat. Figuur 1.1 Onderzoeksgebied Aarden
Toelichting: groene arcering=onderzoeksgebied; rode arcering=coffeeshop Aarden; zwarte stip=observatiepunt.
Onderzoeksgebied coffeeshop Purple Coffeeshop Purple is gelegen aan de Aagje Dekenstraat; een drukke doorgaande weg. Praktisch voor de deur van de coffeeshop is een bushalte gesitueerd. Ten noorden van de coffeeshop ligt een woonwijk; ten zuiden het Betje Wolffplein met een bankje en een hoog kunstwerk. Het plein grenst aan een drukbezocht winkelgebied. Ten tijde van de nulmeting zijn er twee ‘snelparkeerplaatsen’ waar men gedurende maximaal 15 minuten (betaald) kan parkeren. Het onderzoeksgebied bij coffeeshop Purple is schematisch weergegeven in figuur 1.2.
Breuer&Intraval
6
Figuur 1.2 Onderzoeksgebied Purple
Toelichting: groene arcering=onderzoeksgebied; rode arcering=coffeeshop Purple; zwarte stip=observatiepunt.
Het gebied loopt aan de linkerzijde van het Betje Wolfplein tot de portiek van het gebouw direct tegenover het zebrapad (het zebrapad zelf is niet meegenomen in het observatiegebied). Aan de rechterzijde loopt het gebied tot en met de gehandicaptenparkeerplaats; net voor de ingang van het winkelcentrum aan de Aagje Dekenstraat. We merken op dat coffeeshop Purple tijdens de nulmeting aan het verbouwen is. De shop heeft tijdens en na deze verbouwing (die is afgerond bij de lichte tussenmeting en eindmeting) uitsluitend een afhaalfunctie.
Interviews Naast het veldwerk is ook informatie verzameld via interviews met experts. De interviews met experts vonden plaats bij alle metingen (nulmeting, lichte tussenmeting en eindmeting) en dienden als aanvulling op de verzamelde data. In totaal gaat het om 21 interviews (zeven bij elke meting) waarin is gesproken met medewerkers van de gemeente, handhavende instanties, ondernemers en coffeeshopexploitanten. De lengte van de interviews varieerde van een half uur tot één uur, hebben online plaatsgevonden en kenden de vorm van een informeel gesprek aan de hand van een thematische onderwerpenlijst. De interviews geven meer inzicht in de bezoekersstromen van de Vlissingse coffeeshops, de ervaren overlast rondom de coffeeshops, de doelstelling en gevolgen van de pilot en de mening van de experts over deze onderwerpen.
Registratiegegevens gemeente Voor het onderzoek is ook gebruik gemaakt van gemeentelijke registratiegegevens. Deze gegevens worden gebruikt om de aard en omvang van overlast in de gebieden rondom de twee coffeeshops inzichtelijk te maken en relevante overeenkomsten en verschillen in kaart te brengen.
7
Pilot opschorting Ingezetenencriterium coffeeshops Vlissingen
Zoekopdracht Het gaat om overlastmeldingen die bij de gemeente zijn binnengekomen in de periode van januari 2019 tot en met juli 2022. Er zijn door medewerkers van de gemeente Vlissingen zoekopdrachten uitgevoerd, waarmee alle overlastmeldingen binnen de genoemde periode op straatniveau in beeld zijn gebracht. Vervolgens zijn de data door de onderzoekers ontvangen, bewerkt en geanalyseerd. Voor het onderzoek zijn de volgende relevante categorieën uit de gemeentelijke melddesk ontsloten: • uit de hoofdcategorie ‘Openbare orde en veiligheid’: de subcategorieën ‘Drugspanden’ en ‘Woonoverlast’; en • uit de hoofdcategorie ‘Handhaving’: de subcategorieën ‘Alcohol en drugs’, ‘Openbare orde/veiligheid’, ‘Overlast’ en ‘Parkeren’. Analyses en afbakening Er zijn twee soorten analyses uitgevoerd: één waarbij alle meldingen over de gehele gemeente in beeld zijn gebracht en één waarbij alleen meldingen zijn meegenomen in een specifieke selectie van straten in de zeer directe omgeving van de coffeeshops. Het gaat om straten die binnen een diameter van 150-250 meter van de coffeeshops vallen. Daarbij is de focus gelegd op woongebieden en zijn drukke doorgaande wegen en winkelgebieden zoveel mogelijk uitgesloten. Voor coffeeshop Purple ging het om een deel van de woonwijk de Scheldebuurt dat direct ten noorden van de coffeeshop is gelegen.
Ook het Betje Wolfplein dat direct tegenover de shop is gelegen is meegenomen. Het gaat om de volgende 15 straten: Aagje Dekenstraat, Badhuisstraat, Betje Wolfplein, Bouwen Ewoutstraat, Clijverstraat, Coosje Buskenstraat, Duinpoortweg, Glacisstraat, Hobeinsteeg, Hobeinstraat, Kasteelstraat, Komstraat, Scheldestraat en Winkelmanstraat. Voor coffeeshop Aarden ging het om een gebied dat (met uitzondering van het Bellamypark) ten oosten van de coffeeshop is gelegen. Het gaat om de volgende 17 straten: Bellamypark, Branderijstraat, De Ruyterplein, Dortsmansstraat, Groenewoud, Kerkstraat, Kleine Markt, Lepelstraat, Nieuwendijk, Nieuwstraat, Oude Markt, Plein Vierwinden, Sarazijnstraat, Schuitvlotstraat, Weteringstraat, Wilhelminastraat en Zeilmarkt. De selectie van straten is gebaseerd op de opgedane ervaringen tijdens het veldwerk en de informatie die is verkregen uit de gehouden interviews. Daaruit kan worden afgeleid dat overlast gerelateerd aan de coffeeshops - als hiervan sprake zou zijn - zich waarschijnlijk in deze straten zou afspelen. We hebben ons bij de selectie van straten beperkt tot de zeer directe omgeving van de shops. Uit eerder onderzoek is namelijk bekend dat eventuele overlast - zeker rondom voorzieningen zoals coffeeshops - een zeer beperkt gebied betreft.
Registratiegegevens politie Ook is in dit onderzoek gebruik gemaakt van politieregistraties. Het gaat om gegevens over het aantal incidenten dat de politie registreerde onder codes (c.q. maatschappelijke klassen) die gerelateerd kunnen zijn aan soft- en/of harddrugsproblematiek. Deze
Breuer&Intraval
8
gegevens geven een indicatie van de omvang van de drugsproblematiek in de gebieden rondom de Vlissingse coffeeshops en kunnen ook worden gebruikt om de ontwikkelingen in kaart te brengen die zich hierin mogelijk voordoen na de opschorting van het I-criterium.
Zoekopdracht en analyse Het gaat om alle incidenten die bij de politie geregistreerd staan als zijnde gepleegd in de periode van januari 2019 tot en met juli 2022 in het gebied ‘Oude binnenstad’. De incidenten zijn op straatniveau ontsloten. Het betreft incidenten met de volgende codes (c.q. maatschappelijke klassen): • E38: Overlast i.v.m. alcohol en/of drugs; • F40: bezit harddrugs (Lijst I); • F41: bezit softdrugs (Lijst II); • F42: handel e.d. harddrugs (Lijst I); en • F43: handel e.d. softdrugs (Lijst II). Er is een vergelijkende analyse uitgevoerd waarbij het aantal incidenten per maand is weergegeven. Er is gekeken of er in de periode na de start van de pilot sprake is van een trendbreuk met de periode voorafgaand aan de start van de pilot en of deze kan worden verklaard door de genomen maatregelen.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk twee worden de resultaten besproken die relevant zijn voor eerste twee onderzoeksvragen over de omvang en spreiding van de coffeeshopbezoekers (1) en de kenmerken van bezoekers (2). In hoofdstuk drie gaan we in op de resultaten waarmee een antwoord op de andere drie onderzoeksvragen kan worden geformuleerd, te weten de mening van omwonenden en omwerkenden over de openbare ruimte in de directe omgeving van de coffeeshops (3), de mate waarin (potentieel) overlastgevend gedrag wordt waargenomen en ervaren (4) en de aard en omvang van illegale (straat)handel (5). Voor al deze hoofdstukken geldt dat waar mogelijk specifiek wordt ingegaan op hoe de resultaten zich verhouden tot de in het kader van de pilot getroffen maatregelen. In het laatste hoofdstuk beantwoorden we de onderzoeksvragen en trekken we aan de hand daarvan conclusies over de resultaten die tot nu toe met de pilot zijn behaald.
9
Pilot opschorting Ingezetenencriterium coffeeshops Vlissingen
2. COFFEESHOPS EN BEZOEKERS In dit hoofdstuk bespreken we de omvang en de spreiding van het bezoek aan de twee coffeeshops in Vlissingen ten tijde van de nulmeting. Vervolgens bespreken we de (sociaaldemografische) kenmerken van de coffeeshopbezoekers en hun redenen om specifiek de shops in Vlissingen te bezoeken.
2.1 Omvang en spreiding coffeeshopbezoek Bij beide coffeeshops zijn (op verschillende momenten) op verschillende dagen tellingen uitgevoerd. In totaal zijn tijdens de nulmeting 85 tellingen gedaan; 43 bij Aarden en 42 bij Purple. Bij de eindmeting gaat het om 81 tellingen; 40 bij Aarden en 41 bij Purple. Elke telling duurt vijf minuten waarbij wordt genoteerd hoeveel bezoeken er aan een coffeeshop worden gebracht. Eventuele wachtrijen aan het einde van de telperiode zijn daarbij meegeteld. Op basis van de tellingen is voor elke dag van de week (maandag tot en met zondag) het dagelijks aantal bezoeken per dag geschat. De ‘dagschattingen’ zijn vervolgens geëxtrapoleerd om tot een puntschatter van het jaarlijks aantal bezoeken te komen. Rond de schattingen zijn betrouwbaarheidsintervallen van 95 procent berekend. Dit betekent dat we met 95 procent zekerheid zeggen, dat het daadwerkelijk aantal bezoeken binnen deze marges ligt en dat ons resultaat niet op toeval berust. De resultaten zijn weergegeven in figuur 2.1. Figuur 2.1
Geschat jaarlijks aantal coffeeshopbezoeken betrouwbaarheidsintervallen (95%)
per
meting
per
450.000
coffeeshop
met
421.224
400.000
389.917
350.000
358.611
300.000 250.000
234.493 210.545
200.000
164.265
150.000
111.395
118.535
102.855
100.000 94.315
50.000
186.598
72.806
0
0-meting (N=85)
1-meting (N=81)
Aarden
Breuer&Intraval
0-meting (N=85)
1-meting (N=81)
Purple
10
Significantie In dit rapport wordt op enkele plekken aangegeven dat een verschil significant is. Significantie is een term uit de waarschijnlijkheidsleer waarmee wordt aangegeven of een waargenomen verschil een echt verschil is of dat het verschil door toeval kan zijn ontstaan. De standaardregel bij toetsing van significantie is het 95% betrouwbaarheidsinterval. Dit betekent dat we met 95% zekerheid kunnen zeggen dat een verschil niet ontstaan is door toeval. We staan dus 5% kans op toeval toe. In de praktijk houdt dit in dat er een betrouwbaarheidsinterval wordt berekend rond een gevonden percentage. Wanneer de betrouwbaarheidsintervallen van twee gemeten percentages (bijvoorbeeld het percentage bewoners dat zich onveilig voelt in de nulmeting en het percentage dat zich onveilig voelt in de eindmeting) elkaar niet overlappen spreken we van een significant verschil. We zijn er dan 95% zeker van dat het verschil tussen beide metingen een correcte weergave is van de werkelijkheid en niet op toeval berust.
Bij coffeeshops Aarden schatten we het aantal bezoeken bij de nulmeting tussen de 94.315 en 111.395 per jaar. Op basis van onze schatting wordt coffeeshop Purple - waar we het aantal bezoeken bij de nulmeting tussen de 186.598 en 234.493 per jaar schatten - op dat moment beter bezocht. Als naar de puntschatter wordt gekeken, bedraagt het geschatte verschil tussen de beide coffeeshops ruim 100.000 bezoeken per jaar. Bij de eindmeting, een jaar na de start van de pilot, is het verschil tussen de beide coffeeshop wat betreft het jaarlijks aantal bezoeken verder opgelopen tot ruim 250.000. Bij coffeeshop Aarden schatten we het jaarlijks aantal bezoeken dan tussen de 72.806 en 164.265, waarmee het nagenoeg om hetzelfde aantal bezoekers als bij de nulmeting gaat. Het verschil tussen de beide shops loopt op, omdat de schatting voor coffeeshop Purple bij de eindmeting duidelijk hoger uitvalt dan bij de nulmeting. Daar schatten we het jaarlijks aantal bezoeken nu tussen de 358.611 en de 421.224, hetgeen een significante toename is van de schatting ten opzichte van de nulmeting. In de interviews wordt ook door vrijwel alle stakeholders aangegeven dat het vooral drukker is geworden bij coffeeshop Purple na het loslaten van het I-criterium en dat er bij coffeeshop Aarden weinig lijkt te zijn veranderd. Ook de veldwerkverslagen van de onderzoekers bevestigen dit beeld.
2.2 Kenmerken coffeeshopbezoekers Bij beide coffeeshops zijn bezoekers geënquêteerd. De onderzoekers hebben coffeeshopbezoekers buiten de shop aangesproken nadat zij een aankoop hadden gedaan. In totaal zijn tijdens de nulmeting bij coffeeshop Aarden 43 bezoekers geënquêteerd en bij coffeeshop Purple 44 bezoekers. Bij de eindmeting zijn 40 bezoekers van coffeeshop Aarden en 41 bezoekers van coffeeshop Purple gesproken. Ook bij de lichte tussenmeting zijn bezoekers geënquêteerd (46 bij Aarden en 54 bij Purple), maar aan hen is slechts een beknopt aantal vragen gesteld.
Bezoekers coffeeshop De belangrijkste kenmerken van de geënquêteerde bezoekers zijn weergegeven in tabel 2.1. In het algemeen geldt dat het soort bezoekers dat naar de Vlissingse coffeeshops komt over de metingen niet erg lijkt te zijn veranderd. Bij de eindmeting is het nog steeds zo dat de gemiddelde leeftijd zo rond de 34 jaar ligt, dat het merendeel van bezoekers
11
Pilot opschorting Ingezetenencriterium coffeeshops Vlissingen
man is (alle metingen zo rond de 80%) en dat de meeste bezoekers maximaal een MBOdiploma heeft behaald (respectievelijk 84% en 73%). Ook geldt nog steeds dat de meeste bezoekers betaald werk hebben (respectievelijk 63% en 72%) en dat de meeste van hen uit Vlissingen zelf komen (respectievelijk 63%, 57% en 58%). Een relevant verschil tussen de shops en de metingen is te onderscheiden als naar woonplaats van de bezoekers wordt gekeken. We stellen vast dat de klantenkring van coffeeshop Purple vooral in Vlissingen zelf woonachtig is (76% bij de 1-meting), terwijl de bezoekers van Aarden ook elders in Nederland wonen (28% bij de 1-meting). Bij coffeeshop Aarden treffen we ook een hoger percentage bezoekers dat niet in Nederland woont (23% ten opzichte van 10% bij Purple). Verder valt voor coffeeshop Purple het relatief hoge percentage bezoekers op met een ‘andere’ nationaliteit (27%). Het gaat hier om nationaliteiten die slecht één of twee keer zijn aangetroffen, zoals onder andere de Roemeense, Litouwse, Sloveense, Slowaakse en Russische nationaliteit. Ook coffeeshop Aarden trekt klanten met verschillende nationaliteiten, maar hier is sprake van minder variatie dan bij Purple. Bij Aarden komen – naast de Nederlandse klanten - overwegend Belgische (10%), Poolse (10%) en Duitse (10%) cannabisconsumenten. Tabel 2.1 Bezoekerskenmerken per meting, per coffeeshop en totaal1 Kenmerken q
Aarden (n=43)
0-meting Purple (n=44)
Totaal (N=87)
Aarden (N=46)
LTM3 Purple (N=54)
Totaal (N=100)
Aarden (N= 40)
1-meting Purple (N=41)
Totaal (N=81)
Leeftijd Gemiddelde 30 38 34 31 35 33 34 34 34 Geslacht1 Man 81% 77% 79% 78% 78% 78% 80% 81% 80% Vrouw 17% 23% 21% 22% 22% 22% 20% 20% 20% Opleidingsniveau1 Maximaal MBO 76% 91% 84% 65% 81% 73% HBO/WO 24% 9% 17% 35% 20% 27% Dagbesteding2 Betaald werk 67% 59% 63% 78% 66% 72% Student 17% 7% 12% 13% 12% 12% Werkloos 7% 16% 12% 3% 12% 7% Woonplaats1 Vlissingen 58% 68% 63% 54% 59% 57% 40% 76% 58% Middelburg 16% 9% 13% 9% 15% 11% 8% 12% 10% Elders in 26% 23% 24% 15% 22% 21% 28% 0% 16% Nederland Woonplaats in 0% 0% 0% 13% 0% 6% 8% 10% 9% België Woonplaats in 0% 0% 0% 4% 4% 4% 10% 0% 5% Duitsland Elders niet in 0% 0% 0% 0% 0% 0% 5% 0% 2% Nederland 2 Nationaliteit Nederlands 95% 84% 90% 63% 76% 71% 68% 63% 65% Belgisch 0% 0% 0% 15% 6% 10% 10% 7% 9% Pools 2% 0% 1% 11% 2% 6% 10% 2% 1% Duits 0% 2% 1% 4% 6% 5% 10% 0% 5% Anders 2% 14% 8% 4% 11% 8% 13% 27% 20% 1 Percentages tellen vanwege afronding niet op tot 100%. 2 Percentages tellen niet op tot 100%, omdat alleen de grootste categorieën worden weergegeven. 3 Bij de lichte tussenmeting is van een beknopte variant van de enquête voor coffeeshopbezoekers gebruik gemaakt, waarin niet alle achtergrondkenmerken zijn uitgevraagd.
Breuer&Intraval
12
Vervoersmiddel Wat betreft het vervoersmiddel waarmee coffeeshopbezoekers naar Aarden komen is tussen de metingen nauwelijks iets veranderd (figuur 2.2). Nog steeds komen de meeste bezoekers met de auto of de motor naar Aarden (respectievelijk 51%, 43% en 48%). Bezoekers die niet de auto nemen, komen ook bij de eindmeting doorgaans met de fiets (25%) of te voet naar de shop (20%). Het lijkt er op, dat coffeeshop Aarden bij de eindmeting hetzelfde soort en dezelfde hoeveelheid klanten trekt als bij de nulmeting het geval was. Figuur 2.2 Vervoer naar coffeeshop Aarden, per meting, in % 100% 80% 60%
51% 48% 43%
40%
25% 19% 20%
20%
33% 23% 20% 7%
2% 3%
0% Auto/motor
Fiets
Te voet
0-meting (N=43)
0% 2%
5%
Brommer/scooter Openbaar vervoer
LTM (N=46)
1-meting (N=40)
Voor coffeeshop Purple geldt dat er wel een verschuiving waarneembaar is in het vervoersmiddel dat bezoekers kiezen om naar de coffeeshop af te reizen (figuur 2.3). Waar bij de nulmeting de meeste bezoekers er nog voor kozen om met de fiets naar de shop te gaan (38%), komen de meeste van hen nu te voet naar Purple (42%). Verder zien we dat het percentage bezoekers dat met de auto of motor komt iets lager is bij de eindmeting dan bij de nulmeting (25% ten opzichte van 17%), terwijl het percentage dat met het openbaar vervoer komt hoger is (2% bij de nulmeting ten opzichte van 12% bij de eindmeting). Figuur 2.3 Vervoer naar coffeeshop Purple, per meting, in % 100% 80% 60% 40% 20%
35% 25% 17%
38% 33% 20%
42% 25%26% 5%
0% Auto/motor
Fiets
0-meting (N=44)
13
Te voet
0%
5%
2%
12% 6%
Brommer/scooter Openbaar vervoer
LTM (N=54)
5%
0%
5%
Anders
1-meting (N=41)
Pilot opschorting Ingezetenencriterium coffeeshops Vlissingen
Bezoekfrequentie en uitgaven Wat betreft de bezoekfrequentie en de uitgavepatronen klanten van Aarden en Purple zijn er tussen de metingen enkele kleine verschuivingen waarneembaar (tabel 2.2). Zo ligt de gemiddelde bezoekfrequentie bij coffeeshop Aarden met vier keer per maand iets lager in de eindmeting dan bij de nulmeting toen dit nog zeven keer per maand was. Bij Purple ligt de bezoekfrequentie bij de nulmeting met 12 keer per maand juist iets hoger dan bij de nulmeting toen klanten negen keer per maand de shop bezochten. Het bedrag dat gemiddeld per bezoek wordt uitgegeven is bij Aarden toegenomen (€29,- bij de eindmeting ten opzichte van €23,3 bij de nulmeting), terwijl voor coffeeshop Purple geldt dat hier geen verandering is opgetreden (€21,8 bij beide metingen). Tabel 2.2 Bezoekfrequentie per maand en uitgave per bezoek per meting, per coffeeshop en totaal 0-meting 1-meting Aarden Purple Totaal Aarden Purple Totaal Variabele q (n=43) (n=44) (N=87) (n=37) (n=40) (N=77) Bezoekfrequentie Min-Max 1 - 30 1 - 30 1 - 30 1 - 30 2 - 30 1-30 Gemiddeld 7 9 8 4 12 8 Uitgave per bezoek (in €) Min-Max 4-50 0 - 50 0 - 50 0 - 120 2 - 60 0-120 Gemiddeld 23,3 21,8 22,5 29,0 21,8 24,9
Redenen bezoek Coffeeshopbezoekers zijn ook gevraagd naar de reden waarom zij de coffeeshop bezoeken waar zij zijn geënquêteerd. Alle antwoorden op deze open vraag zijn door de onderzoekers doorgenomen en ondergebracht in diverse antwoordcategorieën. De resultaten zijn weergegeven in figuur 2.4. Voor beide Vlissingse coffeeshops geldt dat de locatie van de coffeeshop een belangrijke rol speelt bij de keuze om de coffeeshop te bezoeken. De bezoekers van Purple (respectievelijk 43% en 29%) noemen deze reden – vooral bij de nulmeting - vaker dan die van Aarden (respectievelijk 23% en 28%). Daarnaast wordt, door bezoekers van beide shops, de hoge kwaliteit van de aangeboden cannabisproducten genoemd als bezoekreden. Bij de nulmeting wordt deze reden door 30% van de bezoekers van Aarden genoemd, terwijl 25% van de bezoekers van Purple dan aangeven de shop om deze reden te bezoeken. Voor Aarden geldt dat dit percentage ongeveer gelijk is gebleven bij de eindmeting (33%), terwijl het percentage bezoekers dat dit als reden noemt bij coffeeshop Purple duidelijk is gestegen (59%). Verder geldt voor beide coffeeshops dat in beide metingen de categorie ‘anders’ relatief groot is. Het gaat om zeer specifieke en uiteenlopende redenen die niet bij de overige categorieën zijn onder te brengen.
Voorbeelden van antwoorden in deze categorie zijn: de ‘netheid’ van de coffeeshop, het bezoeken van de coffeeshop uit (vaak jarenlange) gewoonte, onbekendheid met het gegeven dat er meer dan één coffeeshop in Vlissingen is, het feit dat er in Middelburg geen coffeeshop (meer) is, de diervriendelijkheid van de shop en een zeer specifieke voorkeur voor een bij deze shop aangeboden cannabisproduct.
Breuer&Intraval
14
Figuur 2.4
Meest genoemde redenen voor coffeeshopbezoek tijdens nulmeting, per coffeeshop in % (meerdere antwoorden mogelijk) 29%
Purple (N=41) 1-meting
17% 12%
37%
59%
24% Dichtbij huis 28% 33%
8% 5% 5%
Aarden (N=40)
Purple (N=44) 0-meting
43%
14%
2% 2%
Aarden (N=43)
7% 0%
Vriendelijk personeel
43%
25%
23% 5%
Hoge kwaliteit
Goede sfeer
30%
Op de route
30%
Anders
14% 23% 20%
40%
60%
80%
100%
2.3 Pilot I-criterium Bij de eindmeting zijn enkele vragen aan de enquête voor coffeeshopbezoekers toegevoegd om zicht te krijgen op de ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan na de start van de pilot. De vragen gingen niet alleen over de beleidswijzigingen ten aanzien van het Icriterium, maar ook over de kort parkeerplaatsen en de beveiliger die sinds de start van de pilot bij de ingang van de coffeeshops moet staan.
Beleidswijziging Om de gevolgen van het loslaten van het I-criterium voor de bezoekersstromen van de coffeeshops in beeld te krijgen, is bij de eindmeting aan bezoekers die niet in Nederland wonen onder andere gevraagd of zij uitsluitend voor de coffeeshop naar Vlissingen zijn afgereisd. Het gaat bij coffeeshop Aarden om negen klanten die niet in Nederland woonachtig zijn, terwijl het bij coffeeshop Purple om vier bezoekers gaat.4 De resultaten (weergegeven in figuur 2.5) laten zien dat ongeveer de helft zegt uitsluitend voor de coffeeshop te komen, terwijl de andere helft aangeeft dat de hoofdreden voor hun bezoek aan Vlissingen gerelateerd is aan andere voorzieningen. Nu zij toch in Vlissingen zijn brengen deze klanten ook nog een bezoek aan de coffeeshop. 4
We vermoeden dat het werkelijke aantal niet-ingezeten coffeeshopbezoekers hoger ligt, maar dat een deel van de bezoekers heeft aangegeven in Nederland te wonen ondanks dat zij daar niet officieel staan ingeschreven.
15
Pilot opschorting Ingezetenencriterium coffeeshops Vlissingen
Figuur 2.5
Bezoekgedrag niet-ingezeten coffeeshopbezoekers bij de eindmeting, per coffeeshop, in %
Ja, komt uitsluitend voor de coffeeshop naar Vlissingen
5% 10%
Ja, maar brengt ook een bezoek aan andere voorzieningen in Vlissingen
Purple (N=40) Aarden (N=41)
0% 2%
Nee, maar is ook langs de coffeeshop gegaan
5% 10%
90%
Respondent woont in Nederland
76%
0%
20%
40%
60%
80%
100%
Bij de eindmeting is tevens aan alle respondenten gevraagd of zij bekend waren met de pilot en de bijbehorende beleidswijziging, oftewel het loslaten van het ingezetenencriterium. We stellen vast dat voor een meerderheid van de coffeeshopbezoekers geldt dat dit het geval is (zie figuur 2.6). In de analyses is onderscheid gemaakt tussen ingezetenen en niet-ingezetenen. We zien voor beide groepen dat zo’n twee derde (respectievelijk 62% en 63%) van de respondenten zegt bekend te zijn met de beleidswijziging en dat een kleinere groep daar niet van op de hoogte is (respectievelijk 23% en 35%). Een beperkt percentage niet-ingezetenen (15%) heeft opgezocht of ze toegang tot de coffeeshops hadden, maar deze bezoekers wisten niet dat het I-criterium een jaar geleden in Vlissingen nog actief werd gehandhaafd. Opmerkelijk is dat ook één ingezetene zegt te hebben opgezocht of hij of zij bij de coffeeshops naar binnen mocht. Tussen de twee coffeeshops zijn overigens geen relevante verschillen gevonden. Figuur 2.6
Bekendheid van de beleidswijziging bij de eindmeting naar ingezetenschap, in %
62%
Ja, ik was bekend met de beleidswijziging
63%
1%
Ingezetenen (N=68)
23%
Nee, ik was daar niet van op de hoogte/ken de regels niet
35% 0%
Breuer&Intraval
Niet-ingezetenen (N=13)
15%
Ik heb het opgezocht/nagevraagd, maar wist niet dat het een jaar geleden niet mocht
20%
40%
60%
80%
100%
16
Als niet-ingezetenen aangaven bekend te zijn met de beleidswijziging (10 van de 13) is ter verdieping vervolgens gevraagd hoe zij te weten zijn gekomen dat ze weer toegang hadden tot de coffeeshops in de gemeente Vlissingen. Van de tien zeggen zes dat zij dit op internet hebben gelezen. De andere vier hebben het van vrienden en/of kennissen vernomen. Van de tien niet-ingezetenen hebben twee nog telefonisch contact met één van beide shops te hebben gezocht om na te vragen of de berichtgeving klopte.
Parkeersituatie en ‘kort parkeerplaatsen’ Bij de eindmeting is coffeeshopbezoekers ook gevraagd naar de (gewijzigde) parkeersituatie en de beveiliger die sinds de start van de pilot bij de ingang van beide coffeeshops staat. In het algemeen geldt dat bezoekers van coffeeshop Aarden negatiever zijn over de parkeergelegenheid dan de bezoekers van Purple (figuur 2.7). Bij coffeeshop Aarden geeft met 45% bijna de helft van de bezoekers aan (zeer) negatief te zijn over de parkeersituatie, terwijl dit bij coffeeshop Purple 29% bedraagt. De meeste bezoekers van Purple staan neutraal tegenover de parkeersituatie, namelijk 56%. Bij Aarden gaat het om 38% van de ondervraagde bezoekers. Een minderheid is (zeer) positief over de parkeergelegenheid. Het gaat bij Aarden en Purple om respectievelijk 12% en 15%. Figuur 2.7
Mate waarin coffeeshopbezoekers negatief dan wel positief zijn over de hoeveelheid parkeergelegenheid in de buurt van de coffeeshop bij de eindmeting, per coffeeshop, in %
Purple (N=41)
29%
56%
12%
2% Aarden (N=40)
45%
38%
15%
3% 0%
20%
Ik weet het niet
40% (Zeer) negatief
60% Neutraal
80%
100%
(Zeer) positief
Als we coffeeshopbezoekers die negatief zijn over de parkeergelegenheid vragen waarom dit zo is, dan geven de meeste van hen aan dat er te weinig parkeerplekken zijn in de buurt van de shops. Het gaat hier overwegend om coffeeshopbezoekers die doorgaans met de auto naar de shop komen. De coffeeshopbezoekers die neutraal of positief antwoorden hebben doorgaans geen auto. Het gebrek aan parkeerplekken vormt voor hen dus geen probleem, maar enkelen van hen (vooral bezoekers van coffeeshop Purple) noemen wel dat er inderdaad weinig parkeerplekken zijn in relatie tot het aantal bezoekers dat de coffeeshop trekt. De onderzoekers constateren dit ook, blijkt uit de veldwerkverslagen. In het kader van de pilot, zijn in de omgeving van beide shops ‘kort parkeerplaatsen’ gerealiseerd waar maximaal een kwartier een auto mag staan. Bij coffeeshop Aarden gaat het om vier geheel nieuwe parkeerplekken op enige loopafstand van de shop, terwijl het bij Purple om twee bestaande parkeerplekken gaat, vrij dicht bij de shop, waar eerst nog een half uur mocht worden geparkeerd. Aan bezoekers van de shops is gevraagd of zij bekend zijn met deze ‘kort parkeerplaatsen’ en of zij daar ook gebruik van maken als zij naar de coffeeshop toe gaan. De resultaten zijn weergegeven in figuur 2.8.
17
Pilot opschorting Ingezetenencriterium coffeeshops Vlissingen
Figuur 2.8
Mate waarin bezoekers bekend zijn met en gebruik maken van de ‘kort parkeerplaatsen’ in de buurt van de coffeeshop bij de eindmeting, per coffeeshop, in %
100% 80% 60%
41%
40%
25%
20%
20%
17%
8%
10%
0% Is bekend met de 'kort parkeerplaatsen'
Maakt gebruik van de 'kort Maakt gebruik van de 'kort parkeerplaatsen' parkeerplaatsen' om naar de coffeeshop te gaan
Aarden (N=40)
Purple (N=41)
De ‘kort parkeerplaatsen’ zijn beter bekend bij bezoekers van coffeeshop Purple. Daar geeft 41% van de bevraagde klanten aan te weten dat er zulke parkpeerplaatsen zijn, terwijl het er bij coffeeshop Aarden om 25% gaat. Het lijkt er echter op dat niet alle bezoekers van Purple doelen op de twee parkeerplaatsen waar nu maximaal een kwartier mag worden geparkeerd, ondanks dat hier expliciet in de vraag naar wordt verwezen. Een deel lijkt te doelen op de ‘kort parkeerplaatsen’ waar maximaal een halfuur mag worden geparkeerd, die er ook al voor de start van de pilot waren. Respectievelijk 20% en 17% van de bezoekers van Aarden en Purple geven aan ook daadwerkelijk gebruik te maken van de ‘kort parkeerplaatsen’, maar het deel dat dat doet om naar de coffeeshop te gaan is beperkt. Van de bezoekers van Aarden maakt 8% wel eens gebruik van de ‘kort parkeerplaatsen’ om naar de shop te gaan, terwijl dit bij coffeeshop Purple 10% is.
Beveiliger Sinds de start van de pilot zijn de coffeeshops verplicht om een beveiliger bij ingang van de coffeeshop te hebben staan. Aan coffeeshopbezoekers is gevraagd hoe negatief dan wel positief zij hierover zijn. Uit figuur 2.9 blijkt dat voor zowel coffeeshop Aarden als Purple geldt dat de meeste bezoekers hier (zeer) positief over zijn. De bezoekers die positief zijn geven aan dat de aanwezigheid van de beveiliger hen een veilig gevoel geeft, zorgt voor een rustiger straatbeeld met minder overlastgevende personen zoals dealers en minder foutgeparkeerde auto’s en fietsen. Voor beide shops geldt dat de op één na grootste groep bezoekers neutraal antwoord als we vragen wat ze van de beveiliger vinden. Het gaat om 30% bij Aarden en 37% bij Purple. Deze groep coffeeshopbezoekers geeft aan dat het hen niet zo veel uitmaakt of er nou wel of geen beveiliger staat, maar het kan in de optiek van deze klanten geen kwaad. In de optiek van deze klanten gebeurt er vrijwel niets in de buurt van de coffeeshop waar de beveiliger tegen op zou moeten treden. Een kleine groep bezoekers is (zeer) negatief over de beveiliger (3% bij Aarden en 2% bij Purple). Het gaat om enkele bezoekers die de aanstelling van de beveiligers overdreven vinden en niet begrijpen waarom de coffeeshops daartoe worden verplicht.
Breuer&Intraval
18
Figuur 2.9
Mate waarin bezoekers negatief dan wel positief zijn over de beveiliger bij de ingang van de coffeeshop bij de eindmeting, per coffeeshop, in % 2%
Purple (N=41)
37% 3%
3% Aarden (N=40)
30%
0%
20% Ik weet het niet
19
61%
65%
40% (Zeer) negatief
60% Neutraal
80%
100%
(Zeer) positief
Pilot opschorting Ingezetenencriterium coffeeshops Vlissingen
3. OMGEVING COFFEESHOPS In dit hoofdstuk bespreken wij de directe omgeving van beide coffeeshops. Hiervoor worden eerst de ervaringen van omwonenden en omwerkenden van de openbare ruimte rondom de coffeeshops besproken. Vervolgens vermelden we de ontwikkelingen in de leefbaarheid in de directe omgeving van de coffeeshops, waarbij wij met name ingaan op mogelijk potentieel overlastgevend gedrag. Tot slot besteden we aandacht aan de mate waarin illegale straathandel in drugs voorkomt in de directe omgeving van beide coffeeshops en welke ontwikkelingen zich daarin over de tijd hebben voorgedaan.
3.1 Ervaring omwonenden en omwerkenden In de directe omgeving van beide coffeeshops zijn omwonenden en omwerkenden geënquêteerd. De onderzoekers hebben mensen die in de directe omgeving van de shops wonen of werken gevraagd of zij mee wilden doen aan het onderzoek. In totaal zijn bij de nulmeting 83 (40 bij Aarden en 43 bij Purple) omwonenden en omwerken geënquêteerd, terwijl er bij de lichte tussen meting en eindmeting met respectievelijk 89 (41 bij Aarden en 48 bij Purple) en 81 (40 bij Aarden en 43 bij Purple) omwonenden en omwerkenden is gesproken. De relevante kenmerken zijn vergelijkbaar voor de twee metingen (tabel 3.1). De personen die we spreken kunnen naar verwachting een goed beeld schetsen van de leefbaarheid, omdat zij al geruime tijd in de buurt wonen en/of werken.
Tabel 3.1 Kenmerken omwonenden/omwerkenden tijdens nulmeting, per coffeeshop en totaal1 0-meting LTM3 1-meting Aarden Purple Totaal Aarden Purple Totaal Aarden Purple Totaal Kenmerken q (n=40) (n=43) (N=83) (n=41) (n=48) (N=89) (n=40) (n=43) (N=83) Leeftijd Gemiddelde 51 44 47 50 55 54 Soort respondent Omwerkende 36% 65% 43% 27% 71% 51% 35% 40% 37% Omwonende 62% 26% 51% 71% 29% 48% 58% 54% 55% Beide 3% 9% 6% 2% 0% 1% 8% 7% 7% Geslacht Man 59% 54% 56% 75% 47% 60% Vrouw 41% 47% 44% 25% 54% 41% Opleidingsniveau2 MBO 31% 31% 31% 45% 41% 42% HBO/WO 31% 21% 26% 26% 13% 20% Dagbesteding2 Betaald werk 62% 81% 72% 55% 50% 52% Gepensioneerd 21% 9% 15% 25% 36% 31% Student 8% 7% 7% 13% 5% 8% Woonduur omwonenden (in jaren) Min-Max 0-79 0-42 0-79 0-80 1-85 0-85 Gemiddeld 23 15 20 17 15 16 Werkduur omwerkenden (in jaren) Min-Max 1–34 0-41 0-41 0-16 0-31 0-31 Gemiddeld 8 9 8 5 5 5 1
Sommige percentages tellen vanwege afronding niet op tot 100%. Percentages tellen niet op tot 100%, omdat alleen de grootste categorieën worden weergegeven. 3 Bij de lichte tussenmeting zijn de achtergrondkenmerken van omwonenden en omwerkenden niet uitgevraagd. 2
Breuer&Intraval
20
Leefbaarheid (enquête) Wij vroegen omwonenden en omwerkenden van de coffeeshops naar de leefbaarheid in hun omgeving. Omwonenden en omwerkenden van Aarden blijken content met het wonen of werken in de buurt. In de nulmeting zegt 92% (zeer) tevreden te zijn, terwijl 88% dit aangeeft in de eindmeting (figuur 3.1). Het gemiddelde rapportcijfer dat respondenten hun buurt geven rond coffeeshop Aarden is in alle drie metingen uitgevraagd en bedraagt respectievelijk een 7,5, een 7,3 en een 7,7 in de nul-, lichte tussen- en eindmeting. Figuur 3.1 Tevredenheid wonen/werken in de buurt van Aarden, per meting, in % 1-meting (N=40)
5%
0-meting (N=40)
8% 0%
8%
88%
92% 20% (Zeer) ontevreden
40% 60% Niet tevreden, niet ontevreden
80% 100% (Zeer) tevreden
Ook in de omgeving van coffeeshop Purple zijn respondenten overwegend (zeer) tevreden (79% en 75%) over het wonen en werken in de buurt (figuur 3.2). In beide metingen is 9% (zeer) ontevreden. Ook de omwonenden en omwerkenden van Purple geven de buurt in alle metingen een ruime voldoende. Het gemiddelde rapportcijfer bedraagt respectievelijk een 7,5 een 7,6 en een 7,2 in de nul-, lichte tussen- en eindmeting. Figuur 3.2 Tevredenheid wonen/werken in de buurt van Purple, per meting, in % 1-meting (N=43)
9%
0-meting (N=43)
9% 0%
16%
74%
12% 20% (Zeer) ontevreden
79% 40%
60%
Niet tevreden, niet ontevreden
80%
100%
(Zeer) tevreden
Invloed coffeeshops op de leefbaarheid (enquête) De meerderheid van de geënquêteerden bij beide metingen is van mening dat de coffeeshops geen invloed hebben op de leefbaarheid van hun buurt. Het gaat bij coffeeshop Aarden om 74% in de nulmeting en 68% in de eindmeting, terwijl het bij coffeeshop Purple om respectievelijk 84% en 79% gaat (figuur 3.3). Meer respondenten bij Aarden (18% en 30% in de nul- en eindmeting) dan bij Purple (14% en 16% in de nul- en eindmeting) geven aan dat de shop de leefbaarheid in de buurt negatief zou beïnvloeden. De personen die dit aangeven merken bij de nulmeting op dat er in de buurt van de coffeeshops mensen rondhangen, dat er gevaarlijke of anderszins overlastgevende verkeerssituaties zijn en dat er drugshandel plaatsvindt in de buurt. Opvallend is dat zij bij de eindmeting nog steeds de rondhangende personen en verkeersproblematiek noemen, maar dat geen van deze respondenten nog drugshandel in de directe omgeving van de shops meer als reden noemt voor de negatieve invloed.
21
Pilot opschorting Ingezetenencriterium coffeeshops Vlissingen
Figuur 3.3
Invloed van de coffeeshop op de leefbaarheid in de directe omgeving volgens omwonenden en omwerkenden, per meting, in % 16%
1-meting Purple
5% LTM
79%
8%
4%
88% 14%
0-meting
84%
2%
30%
1-meting
68%
Aarden
3%
32%
LTM
68% 0%
18%
0-meting
74% 8% 0%
20%
40%
60%
Negatieve invloed
Geen invloed
80%
100%
Positieve invloed
Ervaren overlast (enquête) Aan respondenten is in de enquête gevraagd of zij in de afgelopen drie maanden overlast hebben ervaren. Tijdens de eindmeting geeft 55% van de respondenten die in de omgeving van Aarden wonen of werk aan dat dit het geval is geweest, terwijl het percentage bij de nulmeting nog 37% bedraagt (figuur 3.4). Voor de omgeving van coffeeshop Purple geldt dat de percentages van beide metingen dichter bij elkaar liggen. Na een aanvankelijk hoger percentage van 52% in de lichte tussenmeting, bedraagt het aantal omwonenden en omwerkenden dat overlast ervaart 42% in de eindmeting. Daarmee ligt het nagenoeg op hetzelfde niveau als voor de start van de pilot, toen het om 38% ging. Figuur 3.4
Aantal omwonenden/omwerkenden dat overlast in de buurt ervaart, per coffeeshop, per meting, in % (n=40-48)
55%
Aarden (n=40-41)
54%
37%
42% 52%
Purple (n=42-48) 38%
0%
Breuer&Intraval
10%
20%
30%
40%
50%
1-meting
LTM
60%
70%
80%
90% 100%
0-meting
22
In figuur 3.5 is voor de omgeving van coffeeshop Aarden weergegeven waar omwonenden en omwerkenden overlast van zeggen te hebben ervaren in de afgelopen drie maanden. Bij de eindmeting ondervinden zij het vaakst hinder van verkeersoverlast (63%). Het aantal respondenten dat hier overlast van ervaart is hoger dan bij de nulmeting, toen het om 47% ging. Daarnaast hebben omwonenden en omwerkenden bij de eindmeting last van bezoekers van nabijgelegen horecagelegenheden (18%) en de coffeeshop (18%). Voor deze beide vormen van overlast geldt dat zij door minder respondenten zijn genoemd dan bij de nulmeting. Toen ging het om respectievelijk 29% en 24%. Dat is vooral opvallend voor de overlast van horecagelegenheden, omdat er ten tijde van de nulmeting en lichte tussenmeting beperkende maatregelen golden om de verspreiding van COVID-19 tegen te gaan. Daardoor was een deel van de horecagelegenheden niet of beperkt geopend. Op basis van ons onderzoek is geen eenduidige verklaring te geven voor deze ontwikkeling. Eveneens valt bij de eindmeting het lagere aantal omwonenden en omwerkenden op dat aangeeft overlast van straatdealers te ervaren. Dat is bij de nulmeting nog 24%, maar bij de eindmeting zegt geen enkele respondent hier hinder van te ondervinden. Figuur 3.5
Ervaren overlastvormen door omwonenden/omwerkenden van coffeeshop Aarden, per meting, in % (n=61) 63%
Verkeer
68%
47% 18% 23%
Horeca(bezoekers) Coffeeshop(bezoekers) Straatdealers
9%
29%
18% 24%
0% 5%
24% 9%
Rondhangende mensen 0%
0%
9%
20% 1-meting (N=22)
40% LTM (N=22)
60%
80%
0-meting (N=17)
Voor coffeeshop Purple geldt eveneens dat de meeste omwonenden en omwerkenden overlast ervaren die is gerelateerd aan het verkeer. Waar 46% in de nulmeting zegt hier last van te hebben, geeft 68% van de respondenten dit aan bij de eindmeting (figuur 3.6). De rest van de overlastvormen worden in de enquête aanmerkelijk minder vaak genoemd dan verkeersoverlast, met uitzondering van de overlast van de horeca en haar bezoekers. Bij de eindmeting heeft 23% van de omwonenden en omwerkenden van Purple daarvan hinder ondervonden, terwijl dit bij de nulmeting - hoogstwaarschijnlijk als gevolg van de beperkende maatregelen om verspreiding van COVID-19 tegen te gaan - slechts 5% bedroeg.
23
Pilot opschorting Ingezetenencriterium coffeeshops Vlissingen
Verder valt op dat tijdens de lichte tussenmeting door 29% van de respondenten de overlast van rondhangende mensen (volgens omwonenden vooral daklozen en/of verslaafden en (groepjes) jongeren) wordt genoemd, terwijl dit bij de eindmeting nog maar door 5% van de omwonenden en omwerkenden wordt gezegd. Figuur 3.6
Ervaren overlastvormen door omwonenden/omwerkenden van coffeeshop Purple, per meting, in % (n=68) Verkeer
Horeca(bezoekers) Coffeeshop(bezoekers)
68%
29%
0%
0%
23% 5% 9% 8% 5% 4%
Straatdealers
9%
5%
Rondhangende mensen
29%
9%
0%
46%
20% 1-meting (N=22)
40% LTM (N=24)
60%
80%
0-meting (N=22)
Tevredenheid maatregelen pilot (registraties gemeente) In de enquête is tevens aan omwonenden en omwerkenden gevraagd hoe tevreden zij zijn over de effecten van de verschillende maatregelen die getroffen in het kader van de pilot. Zij konden daarbij steeds aangeven hoe negatief of positief zij daarover waren of dat zij niets van de maatregelen hebben gemerkt. De resultaten zijn weergegeven in figuur 3.7 Over het opschorten van het I-criterium zijn de meeste omwonenden en omwerkenden (zeer) positief. Het gaat om 40% van de respondenten die vrijwel allen aangeven dat door de opschorting van het I-criterium er minder overlast is door straatdealers. Zij staan, volgens deze omwonenden en omwerkenden, nu niet meer zichtbaar in de openbare ruimte drugs aan te bieden en te verkopen. Toch heeft ook een groot deel van de bevraagden (30%) niets van de beleidswijziging gemerkt. Het lijkt hier vooral te gaan om respondenten die sowieso al weinige overlast ervaarden voor de start van de pilot. Voor de realisatie van de ‘kort parkeerplaatsen’ geldt dat met 45% bijna de helft van de omwonenden en omwerkenden daar niet van heeft gemerkt. Het deel van de respondenten dat er wel iets van heeft gemerkt, antwoord meestal neutraal op de vraag welk effect dit heeft gehad. Het gaat om 30% van de ondervraagden.
Respectievelijk 13% en 12% van de respondenten is (zeer) negatief of (zeer) positief over maatregel. Qua onderbouwing voor hun antwoord wijken de groepen respondenten vrijwel niet van elkaar af. Omwonenden en omwerkenden, of zij nu negatief, neutraal of positief zijn, zeggen wel te snappen wat er wordt geprobeerd met het realiseren van dit soort parkeerplekken, maar geven aan dat twee en vier parkeerplekken niet voldoende zijn om de verkeersproblematiek in de omgeving van beide shops aan te pakken.
Breuer&Intraval
24
Het aanstellen van beveiligers door beide coffeeshops is door de meeste omwonenden en omwerkenden wel opgemerkt en 41% van de respondenten is daar (zeer) positief over. Zij geven aan dat het aanstellen van de beveiligers een veilig gevoel geeft en dat een veel rustiger straatbeeld is ontstaan zonder dealers in de omgeving van de coffeeshops. Specifiek bij coffeeshop Purple wordt genoemd dat er geen overlast op straat ontstaat, ondanks dat er soms rijen voor de coffeeshop staan. De omwonenden en omwerkenden die positief zijn over deze maatregel, zijn ervan overtuigd dat de aanwezigheid van de beveiliger hier een belangrijke rol speelt. Figuur 3.7
Tevredenheid omwonenden/omwerkenden over de effecten van maatregelen in het kader van de pilot bij de eindmeting, in % (N=83)
Opschorten I-criterium
31%
Realisatie kort parkeerplaatsen
11%
18%
45%
Beveiliger bij de coffeeshop
23%
0% Ik heb er niks van gemerkt
20%
30%
24%
40%
(Zeer) negatief
getroffen
40%
13%
11%
de
12%
41%
60% Neutraal
80%
100%
(Zeer) positief
Overlastmeldingen (registraties gemeente) Ook is - in aanvulling op de antwoorden die omwonenden en omwerkenden op de enquête hebben gegeven - naar de bij de gemeente binnengekomen overlastmeldingen gekeken. De gegevens zijn op twee niveaus geanalyseerd: op het niveau van de gehele gemeente en op het niveau van de directe omgeving van de beide coffeeshops. Steeds is gekeken of er zich trendbreuken voordoen na de start van de pilot per 1 augustus 2021, zowel in de omvang van de overlast als in de aard. Gehele gemeente Vlissingen Om de resultaten voor de gebieden rondom de coffeeshops juist te kunnen interpreteren is eerst gekeken naar het aantal overlastmeldingen in de gehele gemeente Vlissingen in de periode van januari 2019 tot en met juli 2022 (figuur 3.7). In totaal staan er in de gehele gemeente 5.293 overlastmeldingen geregistreerd in de periode van januari 2019 tot en met juli 2022. Verreweg het grootste deel van deze meldingen is geregistreerd onder de subcategorie ‘Parkeren’ (1.933). Het gaat onder andere om meldingen over foutgeparkeerde voertuigen, een gebrek aan parkeerplaatsen en parkeerboetes die in de ogen van burgers onterecht zijn uitgeschreven. Ook in andere onderzoeken in andere gemeenten zien we dat deze categorie vaak tot één van de grootste behoort.
Ook onder de subcategorieën ‘Overlast’ (1.787) en ‘Openbare orde/Veiligheid (1.287) staan de nodige meldingen geregistreerd. Als naar de inhoud van de meldingen van deze twee subcategorieën wordt gekeken, dan blijken zij te overlappen. Voor beide subcategorieën geldt dat de aard van de meldingen zeer uiteenlopend is, maar dat het vrijwel altijd gaat om veelvoorkomende overlastvormen (waaronder geluid, stank, zicht en
25
Pilot opschorting Ingezetenencriterium coffeeshops Vlissingen
verkeersoverlast) of fysieke aspecten van de openbare ruimte die volgens burgers aandacht verdienen, zoals gevaarlijke (verkeers)situaties. Ook de aard van de meldingen uit de subcategorie ‘Woonoverlast’ (93) is vergelijkbaar met deze twee categorieën met als verschil dat waar de meldingen uit de subcategorieën ‘Overlast’ en ‘Openbare orde/Veiligheid’ veelal algemeen zijn geformuleerd, het bij ‘Woonoverlast’ vaak over (specifieke) buurtgenoten lijkt te gaan. Er staan onder de resterende subcategorieën ‘Alcohol en drugs’ (170) en ‘Drugspanden’ (23) meldingen van burgers geregistreerd als deze vermoedens hebben van drugsdeals (op straat of vanuit panden) of wanneer zij menen dat er sprake is van openbaar dronkenschap. Binnen de subcategorie ‘Alcohol en drugs’ lijkt het voornamelijk om meldingen te gaan die gerelateerd zijn aan drugs en in mindere mate om meldingen gerelateerd aan alcohol. Figuur 3.7
Overlastmeldingen in de gehele gemeente Vlissingen per maand, per subcategorie, in absolute aantallen (N=5.293) Alcohol en drugs (n=170)
Drugspanden (n=23)
Openbare orde/Veiligheid (n=1.287)
Overlast (n=1.787)
Parkeren (n=1.933)
Woonoverlast (n=93)
150 120 90 60 30
JAN 19 FEB 19 MRT 19 APR 19 MEI 19 JUN 19 JUL 19 AUG 19 SEP 19 OKT 19 NOV 19 DEC 19 JAN 20 FEB 20 MRT 20 APR 20 MEI 20 JUN 20 JUL 20 AUG 20 SEP 20 OKT 20 NOV 20 DEC 20 JAN 21 FEB 21 MRT 21 APR 21 MEI 21 JUN 21 JUL 21 AUG 21 OKT 21 SEP 21 NOV 21 DEC 21 JAN 22 FEB 22 MRT 22 APR 22 MEI 22 JUN 22 JUL 22
0
Toelichting: de zwarte stippellijn representeert de start van de pilot.
In tabel 3.2 is het gemiddeld aantal registraties per maand weergegeven voor de gehele gemeente Vlissingen voor en na de start van de pilot. Als de gemiddelden per categorie worden vergeleken dan blijkt dat het gemiddeld aantal meldingen in de categorieën ‘Alcohol en drugs’ en ‘Parkeren’ is gedaald. Na de start van de pilot komen er per maand in deze categorieën zo’n 3 meldingen minder binnen dan voor de start van de pilot het geval was. Voor de categorieën ‘Openbare orde/Veiligheid’ (per maand gemiddeld bijna 9 meldingen meer), ‘Overlast’ (per maand gemiddeld bijna 8 meldingen meer) en ‘Woonoverlast’ (per maand gemiddeld bijna 3 meldingen meer) geldt het tegenovergestelde. Zowel voor als na de start van de pilot komt er gemiddeld anderhalve melding bij de gemeente binnen, die ondergebracht kan worden in de categorie ‘Drugspanden’.
Breuer&Intraval
26
Tabel 3.2
Gemiddeld aantal registraties per maand in de gehele gemeente Vlissingen, voor en na de start van de pilot, per categorie Categorie Voor start pilot Na start pilot Verschil