3.1 rvs Vaststellen bestemmingsplan 'Scheldekwartier-noord, gedeelte De Dempo' bijlage 1 bp
Tekst van het document
Blad 4 van 19
Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldewijk op Scheldekwartier te Vlissingen projectnummer 0436189.00 18 december 2018 revisie 00
Figuur 2.2: historische luchtfoto’s
Luchtfoto 1959
Luchtfoto 1970
Luchtfoto 2007
Luchtfoto 2017
(Bron: Geoweb provincie Zeeland)
Bodemonderzoeken Ter hoogte van het Scheldeterrein zijn vele bodemonderzoeken uitgevoerd. Gelet op de hoeveelheid worden deze onderzoeken niet allemaal in onderhavige offerte benoemd. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken is in 2005 een beschikking afgegeven door de Provincie Zeeland (kenmerk: 050966, 13 juni 2005). Uit deze beschikking is te herleiden dat de bodem van het gehele Scheldeterrein licht tot sterk verontreinigd is met zware metalen, PAK en asbest. De interventiewaarden voor koper, zink en lood worden overschreden. De verontreinigingen is veelal te relateren aan de bijmenging met puin, sintels, slakken of kolengruis. De ondergrond is veelal niet verontreinigd met deze stoffen. Voor de gehele locatie is een saneringsplan opgesteld (Saneringsplan plangebied Scheldekwartier (KSG-werf) te Vlissingen, MWH B.V., projectnummer B06L0832, d.d. 1 september 2008 en de beschikking van de Provincie Zeeland met kenmerk 08032709, d.d. 11 november 2008). In het saneringsplan is omschreven op welke wijze de bodemverontreiniging gesaneerd gaat worden. De aanpak van de mobiele verontreinigingen en puntbronnen is maatwerk. De aanpak gaat bij voorkeur samen met het bouwrijp maken. De immobiele verontreinigingen binnen het plangebied worden door middel van het aanbrengen van een leeflaag gesaneerd. De volgende uitgevoerde onderzoeken zijn relevant voor onderhavige onderzoekslocatie.
Blad 5 van 19
Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldewijk op Scheldekwartier te Vlissingen projectnummer 0436189.00 18 december 2018 revisie 00
Actualiserend nader bodemonderzoek Scheldekwartier (Koningsweg e.o.) te Vlissingen, ATKB, kenmerk: 20151053/rap01, d.d. 13-02-2017 De aanleiding voor het nader bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de locatie en de onderzoeksresultaten van eerder uitgevoerde bodemonderzoeken. Het betreft een elftal afzonderlijke deellocaties met verhoogde concentraties aan vluchtige aromaten, minerale olie en VOCl in de grond en/of het grondwater. Volgens de opdrachtgever bevindt enkel deellocatie 14 zich nog ter hoogte van onderhavige onderzoekslocatie. Hieronder zijn de meest relevante bevindingen weergegeven: Locatie 14: Voormalige brandstofopslag De sterke verontreiniging met minerale olie in de grond heeft een totaalvolume van circa 400 m3. Op basis van de onderzoeksresultaten en de vastgestelde omvang van de grondverontreiniging kan worden geconcludeerd dat de aangetroffen bodemverontreiniging een geval van ernstige bodemverontreiniging betreft. De verontreinigingssituatie wordt op basis van de risicobeoordeling als niet spoedeisend beschouwd, waardoor in het kader van de Wet bodembescherming geen sprake is van een urgentie van het nemen van sanerende maatregelen. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen met naftaleen en/of minerale olie vastgesteld. De eerder aangetoonde sterke verontreiniging met minerale olie in het grondwater is niet meer aangetoond.
Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, nader onderzoek is niet noodzakelijk. Aangezien, volgens informatie van de opdrachtgever, men voornemens is de verontreiniging te saneren dient in onderhavig onderzoek geen aanvullend onderzoek uitgevoerd worden ter plaatse van deellocatie 14. Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein te Vlissingen, Antea Group, kenmerk: 419397, d.d. 31 januari 2018 In de periode november en december 2017 is door Antea Group een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het Scheldeterrein te Vlissingen. Het onderzoek richtte zich op de nieuw aan te leggen wegen, stoepen, parkeervakken en de groenvoorzieningen tussen de nieuw te realiseren woningen. Uit de resultaten bleek dat in de bovengrond matig tot sterk verhoogde gehalten aan met name koper, zink, lood en nikkel zijn aangetroffen. Plaatselijk is een sterk verhoogd gehalte aan PAK en een matig verhoogd gehalte aan minerale olie aangetroffen. Verder bevatte de bovengrond lichte verontreinigingen aan zware metalen, minerale olie, PCB en/of PAK. De gehele ondergrond is matig tot sterk verontreinigd met koper, zink, lood en/of nikkel. Verder worden er lichte verontreinigingen met overige zware metalen, PCB, PAK en/of minerale olie aangetroffen.
Plaatselijk bevatte het grondwater een matige concentratie aan monochlooretheen (vinylchloride) en lichte concentraties zink, barium, naftaleen en 1,2-dichlooretheen. Het grondwater uit de overige drie peilbuizen bevatte maximaal lichte concentraties aan barium, molybdeen, zink, naftaleen, 1,2-dichlooretheen en/of monochlooretheen. In meerdere zeeffracties van het sterk slak-, zwak baksteen- en betonhoudende materiaal is asbest gemeten. De aangetoonde sterke verontreinigingen aan koper, zink, lood, nikkel, PAK en asbest bevestigen de resultaten uit voorgaande onderzoeken, waar is aangetoond dat er in de bodem lichte tot sterke verontreinigingen aan onder andere zware metalen, PAK en asbest ter plaatse van het gehele Scheldeterrein aanwezig zijn. Ons inziens wordt vervolgonderzoek naar deze verontreinigingen daarom niet noodzakelijk geacht. Tankarchief De onderzoekslocatie komt niet voor in het tankarchief.
Blad 6 van 19
Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldewijk op Scheldekwartier te Vlissingen projectnummer 0436189.00 18 december 2018 revisie 00
Bodemkwaliteitskaart (BKK) De onderzoekslocatie is gelegen in zone ‘I: Scheldeterrein’ met kwaliteitsklasse ‘boven interventiewaarde’ voor zowel de boven- als de ondergrond. Bodemfunctieklassekaart Op basis van de bodemfunctiekaart is het plangebied gelegen binnen de bodemfunctieklasse ‘Wonen’.
2.4
Toekomstig gebruik In de nabije toekomst zal ter plaatse een woonwijk worden gerealiseerd.
2.5
Bodemopbouw en geohydrologie Voor de plaatselijke bodemopbouw wordt verwezen naar paragraaf 4.1. Ten aanzien van de bodemopbouw en geohydrologie kan het volgende worden vermeld: - freatische grondwaterstand: 1,5 à 2,6 m -mv. - regionale grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket: overwegend noordelijk. - voorkomen van oppervlaktewater in de directe omgeving: ja, het Dok ten zuiden van de locatie en het Kanaal door Walcheren ten oosten. - ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied: nee. De gegevens over de geohydrologie zijn verkregen uit de Grondwaterkaart van Nederland (DGVTNO) en de actuele kaarten met grondwaterbeschermingsgebieden
2.6
Conclusie vooronderzoek en hypothese De verzamelde informatie geeft aanwijzingen voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten op het onderzoeksterrein. Uit voorgaande onderzoeken blijkt dat ter plaatse van het gehele Scheldeterrein, waar de onderzoekslocatie ook toebehoort, in de bodem licht tot sterke verontreinigingen met zware metalen, PAK en asbest aanwezig zijn. Voor de gehele locatie is een saneringsplan opgesteld (Saneringsplan plangebied Scheldekwartier (KSG-werf) te Vlissingen, MWH B.V., projectnummer B06L0832, d.d. 1 september 2008 en de beschikking van de Provincie Zeeland met kenmerk 08032709, d.d. 11 november 2008). Ten tijde van het onderzoek vindt ter plaatse van de onderzoekslocatie een sanering plaats door het huidige maaiveld af te dekken met geotextiel en vervolgens een leeflaag van 1 meter aan te brengen met een maximale bodemkwaliteitsklasse Wonen ten behoeve van de te realiseren woonwijk. Onderhavig onderzoek heeft als doel om de kwaliteit van de bodem onder de aan te leggen leeflaag vast te leggen. Op basis van het vooronderzoek wordt ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek de strategie voor een heterogeen verdachte, niet-lijnvormige locatie (VED-HE-NL) conform de NEN5740 gehanteerd met een oppervlakte van circa 4,4 hectare.
Omdat ter plaatse van de onderzoekslocatie in het verleden is aangetoond dat er asbest is aangetroffen, is tijdens onderhavig verkennend bodemonderzoek gelijktijdig een verkennend
Blad 7 van 19
Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldewijk op Scheldekwartier te Vlissingen projectnummer 0436189.00 18 december 2018 revisie 00
asbestonderzoek uitgevoerd afgeleid van de NEN5707+C1:2016 (“Bodem- Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld”). Opgemerkt wordt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie nog een contour sterk met minerale olie verontreinigde grond aanwezig is (deellocatie 14 uit voorgaand onderzoek, ATKB, kenmerk: 20151053/rap01, d.d. 13-02-2017). Aangezien, volgens informatie van de opdrachtgever, men voornemens is de verontreiniging te saneren dient in onderhavig onderzoek geen aanvullend onderzoek uitgevoerd worden ter plaatse van deze verontreiniging.
Blad 8 van 19
Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldewijk op Scheldekwartier te Vlissingen projectnummer 0436189.00 18 december 2018 revisie 00
3
Verrichte werkzaamheden
3.1
Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd in de periode oktober-november 2018. Het veldwerk is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000. In bijlage 8 is aangegeven welke protocollen zijn gevolgd en welke veldmedewerkers zijn ingezet. Verkennend bodemonderzoek Verspreid over de onderzoekslocatie zijn geplaatst: - 46 boringen tot 1,0 m -mv. - 5 gestaakte boringen op een diepte variërend van 0,5 – 1,5 m –mv. - 9 boringen tot 2,0 m –mv. - 5 peilbuizen o 03, filterstelling 1,1 – 2,1 m –mv.; o 22, filterstelling 1,5 – 2,5 m –mv.; o 39, filterstelling 2,5 – 3,5 m –mv.; o 50, filterstelling 3,0 – 4,0 m –mv.; o 63, filterstelling 2,3 – 3,3 m –mv. 5 boringen zijn ten tijde van de veldwerkzaamheden gestaakt op een diepte variërend van 0,5 – 1,5 m –mv. op vermoedelijk een ondoordringbare puinlaag. Opgemerkt wordt dat het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie niet overal op dezelfde hoogte is gelegen, vanwege het feit dat ten tijde van de veldwerkzaamheden reeds saneringswerkzaamheden werden uitgevoerd. Het hoogteverschil bedraagt op sommige plaatsen zelfs 2,0 meter, wat mede te wijten is aan de profilering van het gebied waarbij met verschillende hoogten wordt gewerkt. Verkennend asbestonderzoek Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is een maaiveldinspectie uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van asbestverdachte materialen.
De inspectie-efficiëntie van het te inspecteren terreindeel wordt op basis van de weersomstandigheden, de aanwezige vegetatie en de grondslag ingeschat op 50-60 %. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn op 60 plaatsen proefgaten (minimaal 0,3 x 0,3 m) tot 0,5 m -mv. gegraven. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest in de ondergrond zijn alle proefgaten doorgezet met een boring (diameter 120 mm) tot een diepte variërend van 1,0 tot 2,0 m -mv. De proefgaten zijn in combinatie met de boringen ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek geplaatst. Het opgegraven materiaal is uitgespreid, geharkt/gezeefd en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. Van de verdachte bodemlagen zijn representatieve monsters samengesteld van de gezeefde fractie (<20mm). Na inspectie en monsterneming zijn de gaten gedicht met het uitgegraven materiaal. In afwijking op de BRL 2000, protocol 2018 zijn geen bodemvochtmetingen uitgevoerd, vanwege het feit dat de grond ten tijde van de veldwerkzaamheden zeer vochtig was. De boor- en graaflocaties zijn weergegeven op situatietekeningen 436189-S-1 t/m S-3. Alle locaties zijn met behulp van topcon (gps) ingemeten, echter waren er ter plaatse van de
Blad 9 van 19
Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldewijk op Scheldekwartier te Vlissingen projectnummer 0436189.00 18 december 2018 revisie 00
onderzoekslocatie geen vaste punten. Deze afwijking betreft een niet-kritische afwijking, aangezien de onderzoekslocatie één braakliggend terrein betreft en er verder geen hoge gebouwen rondom aanwezig zijn. Hiermee is er geen hinder voor het GPS bereik en is de nauwkeurigheid van de metingen geborgd.
3.2
Laboratoriumonderzoek Verkennend bodemonderzoek In de volgende tabel is een overzicht gegeven van de uitgevoerde analyses ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek. Tabel 3.1: Laboratoriumonderzoek t.b.v. verkennend bodemonderzoek Monsternaam Traject Monstersamenstelling Laboratoriumanalyse (m -mv) (meetpunt + traject in m -mv) Grond 62-1 MM01
0,00-0,50 0,00-0,50
MM02
0,50-1,00
MM03
0,50-1,00
MM04
0,00-0,50
MM05
2,00-2,50
MM06
0,30-1,00
36-1 43-2 MM07
0,00-0,50 0,50-1,00 0,00-0,50
MM08
0,50-1,00
MM09
0,00-0,50
MM10
0,00-0,50
MM11
0,50-1,00
08-2 22-2 03-3
0,50-0,80 0,50-0,70 1,00-1,50
62 (0,00-0,50) 59 (0,00-0,40) 61 (0,00-0,50) 59 (0,60-1,00) 60 (0,50-1,00) 61 (0,60-1,00) 51 (0,50-1,00) 56 (0,50-1,00) 65 (0,50-1,00) 38 (0,00-0,50) 39x (0,00-0,50) 47 (0,00-0,50) 48 (0,00-0,35) 39 (2,00-2,50) 40 (0,50-1,00) 53 (0,30-0,80) 55 (0,50-1,00) 58 (0,50-1,00) 36 (0,00-0,50) 43 (0,50-1,00) 33 (0,00-0,50) 34 (0,00-0,50) 37 (0,00-0,50) 42 (0,00-0,50) 28 (0,50-1,00) 30 (0,50-1,00) 33 (0,50-1,00) 41 (0,50-1,00) 02 (0,00-0,50) 06 (0,00-0,50) 15 (0,00-0,50) 31 (0,00-0,50) 16 (0,00-0,50) 21 (0,00-0,50) 24 (0,00-0,50) 27 (0,00-0,50) 02 (0,50-1,00) 07 (0,50-1,00) 23 (0,50-1,00) 32 (0,50-1,00) 08x (0,50-0,80) 22 (0,50-0,70) 03 (1,00-1,50)
Blad 10 van 19
Standaard pakket grond (1) Standaard pakket grond (1) Standaard pakket grond (1) Standaard pakket grond (1) Standaard pakket grond (1)
BTEXN + Minerale olie GC + Olie vluchtig Organische stof (gloeiverlies) Standaard pakket grond (1)
Standaard pakket grond (1) Standaard pakket grond (1) Standaard pakket grond (1)
Standaard pakket grond (1)
Standaard pakket grond (1)
Standaard pakket grond (1)
Standaard pakket grond (1)
Standaard pakket grond (1) Standaard pakket grond (1) Organische stof (gloeiverlies)
Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldewijk op Scheldekwartier te Vlissingen projectnummer 0436189.00 18 december 2018 revisie 00
Monsternaam
Traject (m -mv)
Monstersamenstelling (meetpunt + traject in m -mv)
MM12
0,00-0,50
MM13
0,30-1,00
09 (0,00-0,50) 13 (0,00-0,50) 17 (0,00-0,50) 20 (0,00-0,50) 20 (0,50-1,00) 11 (0,30-0,60)
Grondwater 3-1-1 22-1-1 39-1-1 50-1-1 63-1-1
1,10-2,10 1,50-2,50 2,50-3,50 3,00-4,00 2,29-3,30
3 (1,10-2,10) 22 (1,50-2,50) 39 (2,50-3,50) 50 (3,00-4,00) 63 (2,29-3,30)
Laboratoriumanalyse Minerale Olie (C10-C40) Standaard pakket grond (1)
Standaard pakket grond (1)
Standaardpakket grondwater (1) Standaardpakket grondwater (1) Standaardpakket grondwater (1) Standaardpakket grondwater (1) Standaardpakket grondwater (1)
Toelichting 1) Standaardpakketten: grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB som 7), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), minerale olie (GC), lutum en organische stof grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (17 stuks), minerale olie (GC)
Verkennend asbestonderzoek In de volgende tabel is een overzicht gegeven van de uitgevoerde analyses ten behoeve van het verkennend asbestonderzoek. Tabel 3.2: Laboratoriumonderzoek t.b.v. verkennend asbestonderzoek Monsternaam Traject Monstersamenstelling Laboratoriumanalyse (m -mv) (meetpunten) Grond AMM1 AMM2 AMM3 AMM21 AMM23 AMM24
0,00-2,00 0,00-1,00 0,00-0,50 0,50-1,00 0,00-1,50 0,00-0,50
AMM25 AMM26 AMM28 AMM29
0,50-1,00 1,30-2,00 0,30-1,00 0,00-0,50
Puin 45-AMM10 46-AMM13
0,50-1,00 0,00-1,00
50 62 59, 61 25, 28, 30, 33, 41,42 36 06, 07, 15, 16, 21, 22, 24, 27, 29, 31, 32 06, 07, 15, 21, 23. 24, 31, 32 06 08, 11, 20 02 t/m 05, 08 t/m 11, 13, 17 t/m 20
Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016
45 46
Asbest Puin NEN5898 2016 Asbest Puin NEN5898 2016
Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016
Opgemerkt wordt dat niet alle asbestmonsters ter analyse zijn ingezet. De zintuiglijk meest verdachte monsters zijn geanalyseerd.
Blad 11 van 19
Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldewijk op Scheldekwartier te Vlissingen projectnummer 0436189.00 18 december 2018 revisie 00
4
Onderzoeksresultaten
4.1
Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen in bijlage 1. Opgemerkt wordt dat het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie niet overal op dezelfde hoogte is gelegen, vanwege het feit dat ten tijde van de veldwerkzaamheden reeds saneringswerkzaamheden werden uitgevoerd. Het hoogteverschil bedraagt op sommige plaatsen zelfs 2,0 meter. De hoogtes per boring staan weergegeven op de profielbeschrijvingen in bijlage 1. Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat de bodem tot de maximaal geboorde diepte van 4,0 m – mv. hoofdzakelijk uit matig fijn zand bestaat en plaatselijk uit zandige klei. Bij het uitvoeren van het veldonderzoek zijn waarnemingen gedaan die mogelijk duiden op bodemverontreiniging. Over het gehele terrein zijn in zowel de boven- als in de ondergrond bijmengingen met baksteen (resten tot matig), slakken (zwak tot sterk) en puin (resten tot zwak) en plaatselijk kolen (resten), beton (resten) en metaal (resten) aangetroffen. Naast bovengenoemde waarnemingen zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie andere waarnemingen gedaan die eveneens mogelijk kunnen duiden op bodemverontreiniging. Deze waarnemingen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 4.1: Overige veldwaarnemingen Boring Diepte (einddiepte, m -mv) (m -mv)
Waarneming
Grondsoort
-
03 (0,00)
0,50-1,00
03 (0,00)
1,00-1,50
22 (2,50)
0,50-0,70
22 (2,50)
0,70-1,00
22 (2,50)
1,00-1,50
39 (3,50)
2,00-2,50
44 (0,00)
0,50-1,00
45 (0,00)
0,50-1,00
46 (0,00)
0,00-0,50
sterke olie-water reactie, matige passieve dieselgeur zwakke olie-water reactie, zwakke passieve dieselgeur uiterste passieve carbolineumgeur matige passieve carbolineumgeur Zwakke passieve carbolineumgeur matige olie-water reactie, matige dieselgeur sterk slakkenhoudend, zwak glashoudend zwak glashoudend, zwak metaalhoudend, matig slakkenhoudend, zwak houthoudend, Stortlaag sterk baksteenhoudend
46 (0,00)
0,50-1,00
sterk baksteenhoudend
zand zand klei klei zand
-
-
In onderstaande tabel zijn de veldgegevens van het grondwater weergegeven. Tabel 4.2: Veldgegevens grondwater Peilbuis Grondwaterstand (filter, m -mv) (m -mv) 03 (1,10-2,10) 0,85 22 (1,50-2,50) 0,70 39 (2,50-3,50) 3,70
Belucht? nee nee nee
Blad 12 van 19
pH (-) 7,47 7,33 6,83
EC (µS/cm) 871 1.582 2.530
Troebelheid (NTU) 356 338 58
Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldewijk op Scheldekwartier te Vlissingen projectnummer 0436189.00 18 december 2018 revisie 00
Peilbuis (filter, m -mv) 50 (3,00-4,00) 63 (2,29-3,30)
Grondwaterstand (m -mv) 2,50 2,50
Belucht? nee nee
pH (-) 7,22 7,33
EC (µS/cm) 1.320 773
Troebelheid (NTU) 16 20
De zuurgraad (pH) en het elektrische-geleidingsvermogen (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In het bemonsterde grondwater uit alle peilbuizen is een verhoogde troebelheid (> 10 NTU) vastgesteld. Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan PAK, PCB, OCB, dioxines of andere matig/slecht oplosbare organische parameters. Dergelijke stoffen zijn in dit onderzoek niet onderzocht. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd.
4.2
Analyseresultaten
4.2.1
Toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) De getoetste analyseresultaten van de onderzochte grond- en grondwatermonsters zijn weergegeven in respectievelijk bijlage 2 en bijlage 3. De analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage 6. De resultaten zijn getoetst aan de actuele achtergrond-, streef- en interventiewaarden uit de Regeling Bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. Hiervoor is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. De achtergrond-/streef- en interventiewaarden zijn opgenomen in bijlage 4. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. In de tekst zal de term 'verhoogd' worden gebruikt bij gehalten hoger dan de achtergrond- of streefwaarden en lager dan de interventiewaarden. De term 'sterk verhoogd' wordt gebruikt bij gehalten hoger dan of gelijk aan de interventiewaarden. Tevens is bij de getoetste waarden een index opgenomen. Deze index is als volgt berekend: Index = (GSSD - AW) / (I - AW). Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (= GSSD) lager is dan de achtergrondwaarde (= AW). Bij een index boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde (= I). Een index tussen de 0 en 0,5 betekent dat de gestandaardiseerde meetwaarde (ver) onder de interventiewaarde ligt.
Een index tussen de 0,5 en 1 houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt. Afhankelijk van de specifieke situatie geeft dit mogelijk aanleiding voor het uitsplitsen van een mengmonster en/ of het uitvoeren van een nader onderzoek. De analyseresultaten van het asbestonderzoek zijn opgenomen in bijlage 6 en zijn getoetst aan het huidige beleid van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Dit beleid is beschreven in bijlage 11. Besluit bodemkwaliteit (Bbk) De resultaten van de (meng)monsters uit het bodemonderzoek die op het standaardpakket grond zijn geanalyseerd, zijn eveneens indicatief getoetst aan de samenstellingseisen uit het Besluit bodemkwaliteit, voor vrijkomende grond (generiek toetsingskader). De getoetste analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 9. In bijlage 10 is een toelichting op het toetsingskader van het Besluit bodemkwaliteit opgenomen.
Blad 13 van 19
Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldewijk op Scheldekwartier te Vlissingen projectnummer 0436189.00 18 december 2018 revisie 00
4.2.2
Grond (incl. verhardingslagen) In de volgende tabel zijn de parameters weergegeven, die de betreffende achtergrond- of interventiewaarde overschrijden. Tabel 4.3: Overschrijdingstabel grond Monster Boring Waarneming (m -mv) (m -mv)
62-1 62 (0,00-0,50) (0,00-0,50)
Overschrijdingen > AW > AW & <= I (i <= 0,5) (0,5 < i <= 1) licht matig sterk slakkenhoudend, Minerale olie, Zink, zwak puinhoudend, Kobalt, Kwik Lood Molybdeen,
>I (i > 1) sterk Nikkel, Koper, PAK
Conclusie Besluit bodemkwaliteit Niet toepasbaar > interventiewaarde
MM01 59 (0,00-0,40), (0,00-0,50) 61 (0,00-0,50)
zwak slakkenhoudend, PCB, Kobalt, zwak Koper, Zink, baksteenhoudend Kwik, Lood, PAK
-
-
Kwaliteitsklasse industrie
MM02 59 (0,60-1,00), (0,50-1,00) 60 (0,50-1,00), 61 (0,60-1,00) MM03 51 (0,50-1,00), (0,50-1,00) 56 (0,50-1,00), 65 (0,50-1,00) MM04 38 (0,00-0,50), (0,00-0,50) 39 (0,00-0,50), 47 (0,00-0,50), 48 (0,00-0,35) MM05 39 (2,00-2,50) (2,00-2,50)
zwak slakkenhoudend, Koper, Zink, matig Kwik, Lood, slakkenhoudend PAK Minerale olie, Zink, Kwik, Lood, PAK resten puin, resten PCB1,2, PAK baksteen Minerale olie, Kobalt, Nikkel, Zink, Kwik matige olie-water reactie, matige passieve dieselgeur -
-
-
Kwaliteitsklasse industrie
-
-
Kwaliteitsklasse industrie
Koper, Lood
-
Kwaliteitsklasse industrie
-
Minerale olie
Niet toepasbaar > interventiewaarde
-
-
Voldoet aan achtergrondwaarde
matig PCB2, Kwik baksteenhoudend, Minerale olie, zwak slakkenhoudend Kobalt, Molybdeen, Cadmium matig Minerale olie, slakkenhoudend, Kobalt, resten baksteen, Molybdeen, resten metaal Cadmium, Kwik resten baksteen PCB2, Kobalt, Minerale olie, Molybdeen, Cadmium, Kwik, PAK resten baksteen PCB2, Zink, Kwik, Lood, PAK
-
Nikkel, Koper, Zink, Lood, PAK
Niet toepasbaar > interventiewaarde
PAK
Nikkel, Koper, Zink, Lood
Niet toepasbaar > interventiewaarde
Nikkel
Koper, Zink, Lood
Niet toepasbaar > interventiewaarde
Koper
-
Kwaliteitsklasse industrie
resten baksteen, PCB2, PAK Lood zwak slakkenhoudend Minerale olie, Cadmium, Kwik
Koper, Zink
Niet toepasbaar > interventiewaarde
resten baksteen, PCB2, zwak slakkenhoudend Minerale olie, Kwik
Koper
Niet toepasbaar > interventiewaarde
MM06 40 (0,50-1,00), (0,30-1,00) 53 (0,30-0,80), 55 (0,50-1,00), 58 (0,50-1,00) 36-1 36 (0,00-0,50) (0,00-0,50)
43-2 43 (0,50-1,00) (0,50-1,00)
MM07 33 (0,00-0,50), (0,00-0,50) 34 (0,00-0,50), 37 (0,00-0,50), 42 (0,00-0,50) MM08 28 (0,50-1,00), (0,50-1,00) 30 (0,50-1,00), 33 (0,50-1,00), 41 (0,50-1,00) MM09 02 (0,00-0,50), (0,00-0,50) 06 (0,00-0,50), 15 (0,00-0,50), 31 (0,00-0,50) MM10 16 (0,00-0,50), (0,00-0,50) 21 (0,00-0,50), 24 (0,00-0,50),
Blad 14 van 19
Zink, Lood
Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldewijk op Scheldekwartier te Vlissingen projectnummer 0436189.00 18 december 2018 revisie 00
Monster (m -mv)
Boring (m -mv)
Waarneming
27 (0,00-0,50) MM11 02 (0,50-1,00), (0,50-1,00) 07 (0,50-1,00), 23 (0,50-1,00), 32 (0,50-1,00) 08-2 08 (0,50-0,80) (0,50-0,80) 22-2 22 (0,50-0,70) (0,50-0,70)
03-3 03 (1,00-1,50) (1,00-1,50) MM12 09 (0,00-0,50), (0,00-0,50) 13 (0,00-0,50), 17 (0,00-0,50), 20 (0,00-0,50) MM13 20 (0,50-1,00), (0,30-1,00) 11 (0,30-0,60)
Toelichting AW, I, i 1 2
Overschrijdingen > AW > AW & <= I (i <= 0,5) (0,5 < i <= 1) licht matig
>I (i > 1) sterk
Conclusie Besluit bodemkwaliteit
resten baksteen, Minerale olie, zwak slakkenhoudend Kobalt, Nikkel, Kwik, PAK
-
Koper, Zink, Lood
Niet toepasbaar > interventiewaarde
resten baksteen, Minerale olie, sterk slakkenhoudend Kobalt, PAK Molybdeen, Cadmium, Kwik resten baksteen, PCB, Kobalt, matig Cadmium, Kwik slakkenhoudend, uiterste passieve carbolineumgeur zwakke olie-water reactie, zwakke passieve dieselgeur resten baksteen, PCB2, zwak slakkenhoudend, Minerale olie, matig Cadmium,Kwik, slakkenhoudend Lood resten baksteen, Minerale olie, matig Kobalt, PAK slakkenhoudend, Molybdeen, sterk slakkenhoudend Cadmium, Kwik
-
Nikkel, Koper, Zink, Lood
Niet toepasbaar > interventiewaarde
Lood
Minerale olie, Koper, Zink, PAK
Niet toepasbaar > interventiewaarde
-
-
Niet getoetst
Zink, PAK
Koper
Niet toepasbaar > interventiewaarde
-
Nikkel, Koper, Zink, Lood
Niet toepasbaar > interventiewaarde
: geen veldwaarneming/geen overschrijding : AW = achtergrondwaarde, I = interventiewaarde, i = index : PCB 28 kan positief beïnvloed worden door PCB 31. Dit heeft geen verdere consequenties voor de conclusies in dit onderzoek : PCB138 kan positief beïnvloed worden door PCB 163. Dit heeft geen verdere consequenties voor de conclusies in dit onderzoek
In tabel 4.4 is een overzicht gegeven van de analyseresultaten van de op asbest onderzochte grond- en puinmonsters. Tabel 4.4: Analyseresultaten grondmonsters Monstercode
Gat(en)
Grondsoort en veldwaarnemingen
Traject (m mv.)
Gemeten gehalte serpentijn (mg/kg)
Gemeten gehalte amfibool (mg/kg)
Totaal gemeten gehalte asbest (mg/kg)
Gewogen gehalte asbest in fijne fractie (mg/kg)
AMM1
50
Zand, zwak puinhoudend
0,002,00
<0,5
0,0
<0,5
<0,5
AMM2***
62
Zand, zwak puinhoudend, sterk slakhoudend
0,001,00
<1,2
0,0
<1.2
<1,2
AMM3
59, 61
Zand, zwak slak-, zwak baksteenhoudend
0,000,50
0,1
0,0
0,1
0,1
AMM21*
25, 28, 30, 33, 41, 42
Zand, resten baksteen
0,501,00
3,1
0,1
3,2
24,6*****
Grond
Blad 15 van 19
Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldewijk op Scheldekwartier te Vlissingen projectnummer 0436189.00 18 december 2018 revisie 00
Tabel 4.4: Analyseresultaten grondmonsters Monstercode
Gat(en)
Grondsoort en veldwaarnemingen
Traject (m mv.)
Gemeten gehalte serpentijn (mg/kg)
Gemeten gehalte amfibool (mg/kg)
Totaal gemeten gehalte asbest (mg/kg)
Gewogen gehalte asbest in fijne fractie (mg/kg)
AMM23
36
Zand, matig baksteen-, zwak slakhoudend
0,001,50
<0,9
0,0
<0,9
<0,9
AMM24
06, 07, 15, 16, 21, 22, 24, 27, 29, 31, 32
Zand, resten baksteen, zwak slakhoudend
0,000,50
<1,1
0,0
<1,1
<1,1
AMM25*/****
06, 07, 15, 21, 23. 24, 31, 32
Zand, resten baksteen, zwak slakhoudend
0,501,00
14
75
89
6.080*****
AMM26
06
Zand, matig glas-, matig slakhoudend
1,302,00
<0,1
0,0
<0,1
<0,1
AMM28
08, 11, 20
Zand, resten baksteen, matigsterk slakhoudend
0,301,00
<0,1
0,0
<0,1
<0,1
AMM29
02 t/m 05, 08 t/m 11, 13, 17 t/m 20
Zand, resten baksteen, zwakmatig slakhoudend
0,000,50
<0,3
0,0
<0,3
<0,3
Verhardingslagen in bodem 45AMM10****
45
zwak glashoudend, zwak metaalhoudend, matig slakkenhoudend, zwak houthoudend, Stortlaag
0,501,00
2100
170
2200
3.700**
46AMM13****
46
sterk baksteenhoudend
0,001,00
17
0,0
17
17*
Verklaring bij de tabel: Gewogen gehalte aan asbest: gemeten gehalte serpentijn + (10 maal gemeten concentratie amfibool) * Enkele losse vezels aangetroffen in de fractie < 0,5 mm **Enkele losse vezels inclusief bundel aangetroffen in de fractie < 0,5 mm *** Opgemerkt wordt dat de aangeboden monsterhoeveelheid niet voldoet aan de eis conform de NEN5898, aangezien er te weinig monstermateriaal aanwezig was. Gelet op de hoeveelheid geanalyseerde materiaal (9,1 kg i.p.v. 10 kg zoals genoemd in de norm), wordt het monster wel als representatief geacht. **** Opgemerkt wordt dat de aangeboden monsterhoeveelheden van AMM26, 45-AMM10 en 46-AMM13 niet voldoen aan de eis conform de NEN5898, aangezien er te weinig monstermateriaal aanwezig was. De resultaten dienen als indicatief te worden beschouwd. ***** Aangezien het monster is samengesteld uit meerdere proefgaten is het gewogen gehalte vermenigvuldigd met het aantal proefgaten van dat monster.
Uit tabel 4.4 blijkt dat in één zeeffractie van de zwak slak- en baksteenhoudende bovengrond (AMM3) op het westelijk gedeelte van de onderzoekslocatie asbest is aangetroffen. Het betreft hechtgebonden chrysotiel asbest (cement, vlakke plaat). Het gehalte bevindt zich ruim onder de grenswaarde voor een nader onderzoek. In meerdere zeeffracties van de resten baksteenhoudende ondergrond (AMM21) is eveneens asbest aangetroffen. Het betreft zowel niet-hechtgebonden als hechtgebonden chrysotiel asbest
Blad 16 van 19
Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldewijk op Scheldekwartier te Vlissingen projectnummer 0436189.00 18 december 2018 revisie 00
(resp. vezelbundel en cement, vlakke plaat). In dit monster zijn tevens enkele losse vezels in de fractie < 0,5 mm aangetoond. In meerdere zeeffracties van de resten baksteen- en zwak slakhoudende ondergrond (AMM25) is asbest aangetroffen. Het betreft niet-hechtgebonden amosiet en chrysotiel asbest, waarbij er tevens enkele losse vezels in de fractie < 0,5 mm zijn aangetoond. Het gehalte dient als indicatief te worden beschouwd, vanwege het feit dat er te weinig monstermateriaal geanalyseerd was, dan dat de norm voorschrijft. In de stortlaag (45-AMM10) is in meerdere zeeffracties asbest aangetoond (niet-hechtgebonden chrysotiel, crocidoliet en amosietasbest). In de sterk baksteenhoudende laag van proefgat 46 is asbest aangetoond in meerdere zeeffracties (niet-hechtgebonden chrysotiel asbest). De gehalten van zowel de stortlaag als van de sterk baksteenhoudende laag dienen als indicatief te worden beschouwd, vanwege het feit dat er te weinig monstermateriaal geanalyseerd was, dan dat de norm voorschrijft. In de overige op asbest onderzochte monsters is geen asbest aangetroffen. In onderhavige situatie is op de locatie geen asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen. De in de grondmonsters gemeten gehalten zijn derhalve tevens de totaalgehalten.
Aangezien de mengmonsters waar asbest, op AMM3 en 46-AMM13 na, is aangetroffen allen trajecten van de ondergrond bevatten, welke bemonsterd zijn middels een boor met diameter van 120 mm, kan geen indicatieve gehaltebepaling uitgevoerd worden. De boringen geven alleen uitsluitsel over de mogelijke aanwezigheid van asbest. Indien asbest wordt aangetroffen, ongeacht het gehalte, dient er alsnog een nader asbestonderzoek uitgevoerd worden. De resultaten van de monsters AMM25, 45-AMM10 en 46-AMM13 dienen zoals hierboven genoemd als indicatief te worden beschouwd.
4.2.3
Grondwater In de volgende tabel zijn de parameters weergegeven, die de betreffende streef- of interventiewaarde overschrijden. Tabel 4.5: Overschrijdingstabel grondwater Monster Peilbuis Overschrijdingen (filter, m -mv) > S > S & <= I (i <= 0,5) (0,5 < i <= 1) licht matig 03-1-1 03 Benzeen, Monochlooretheen (1,10 - 2,10) Xylenen (som), (Vinylchloride) 1,2-Dichlooretheen (som cis + trans) 22-1-1 22 Minerale olie, (1,50 - 2,50) Barium, Xylenen (som), Naftaleen 39-1-1 39 Minerale olie (2,50 - 3,50) 50-1-1 50 Molybdeen, (3,00 - 4,00) Barium 63-1-1 63 Molybdeen (2,29 - 3,30) Toelichting : Geen overschrijding S, I, i : S = streefwaarde, I = interventiewaarde, i = index
Blad 17 van 19
>I (i > 1) sterk Minerale olie
Conclusie monster
Overschrijding interventiewaarde
-
Overschrijding streefwaarde
-
Overschrijding streefwaarde Overschrijding streefwaarde Overschrijding streefwaarde
-
Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldewijk op Scheldekwartier te Vlissingen projectnummer 0436189.00 18 december 2018 revisie 00
5
Conclusies In het uitgevoerde bodemonderzoek is op basis van de NEN 5740 de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld. Asbestonderzoek is uitgevoerd op basis van de NEN 5707.
Grond (incl. puinverharding) Toetsing Wet bodembescherming Ter plaatse van de onderzoekslocatie worden in zowel de boven- als in de ondergrond licht tot sterk verhoogde gehalten aan nikkel, koper, zink, lood en/of PAK aangetroffen. Verder worden over het algemeen licht verhoogde gehalten aan overige zware metalen, minerale olie en PCB aangetroffen. Plaatselijk wordt in de ondergrond, waar een dieselgeur (matige olie-water reactie) en een carbolineumgeur is waargenomen, een sterk verhoogd gehalte aan minerale olie aangetroffen. In zowel de zwak slak- en baksteenhoudende bovengrond, de resten baksteenhoudende ondergrond, de resten baksteen- en zwak slakhoudende ondergrond, het plaatselijk aanwezige stortmateriaal en in de plaatselijk sterk baksteenhoudende laag is analytisch asbest aangetroffen. In de overige asbestmonsters is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetroffen. In onderhavige situatie is op de locatie geen asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen. Besluit bodemkwaliteit De analyseresultaten van de onderzochte grond(meng)monsters zijn indicatief getoetst aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit. Hieruit blijkt dat zowel de boven- als de ondergrond grotendeels niet toepasbaar > interventiewaarde is. Een gedeelte van zowel de boven- als de ondergrond voldoet aan de kwaliteitsklasse Industrie.
De resultaten van de grondmonsters voldoen aan de maximale bodemkwaliteitsklasse (‘Boven Interventiewaarde’) volgens de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Vlissingen.
Grondwater Plaatselijk wordt in het grondwater waar in de grond een zwakke olie-water reactie is waargenomen een sterk verhoogde concentratie aan minerale olie, een matig verhoogde concentratie aan monochlooretheen (vinylchloride) en licht verhoogde concentraties aan benzeen, xylenen en 1,2-dichlooretheen aangetroffen. In het grondwater van de overige peilbuizen wordt maximaal licht verhoogde concentraties aan minerale olie, barium, xylenen, naftaleen en/of molybdeen aangetroffen.
Toetsing hypothese De vooraf opgestelde hypothese 'verdachte locatie' wordt aanvaard, vanwege de aangetroffen verontreinigingen in zowel de grond als het grondwater.
Aanbevelingen De aangetoonde verontreinigingen aan zware metalen, PAK en asbest bevestigen de resultaten uit voorgaande onderzoeken, waarbij is aangetoond dat er in de bodem lichte tot sterke verontreinigingen aan onder andere zware metalen, PAK en asbest ter plaatse van het gehele Scheldeterrein aanwezig zijn. Voor de gehele locatie is een saneringsplan opgesteld (Saneringsplan plangebied Scheldekwartier (KSG-werf) te Vlissingen, MWH B.V., projectnummer B06L0832, d.d. 1 september 2008 en de beschikking van de Provincie Zeeland met kenmerk 08032709, d.d. 11 november 2008). Ten tijde
Blad 18 van 19