CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.1 rvs Reactie inspectierapport art 12 2023-2024 bijlage 1 rapport

Commissie Algemeen en Sociaal 3 april 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: Reactie inspectierapport artikel 12 2023-2024.52.756 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Met name gezien de daar genoemde risico’s zijn de inspecteurs van oordeel dat het restant van deze reserve van circa € 9,6 miljoen (na bovengenoemde investeringen investeringsfonds en Hervormingsagenda Jeugd) in stand moet blijven. Reserve Bommenruimingen Deze reserve is ingesteld voor het opsporen en ruimen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog binnen de diverse grondexploitaties. In 2010 is budget aangevraagd bij het Rijk vanuit de gedachte dat de (toenmalige) projecten Scheldekwartier, Kenniswerf/Spoorzone, Middengebied fase II, Grote Markt en Bedrijventerrein Poortersweg elk minstens een vliegtuigbom zouden “opleveren” die dan zou moeten worden geruimd. Dus naast de kosten voor bureauonderzoeken, detectieonderzoeken en benaderingswerkzaamheden zouden ook kosten worden gemaakt voor het ruimen van zeker vijf vliegtuigbommen. Dit in druk bevolkt stedelijk gebied, waardoor de kosten voor een dergelijke ruiming relatief hoog zouden zijn. In 2010 heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hiervoor dan ook € 3.381.916 uitgekeerd via een specifieke uitkering voor het ruimen van de bommen. Dit bedrag is toegevoegd aan de reserve Bommenruimingen. De budgetten voor het ruimen van bommen zijn toen niet overgeheveld naar de betreffende grondexploitaties.

De huidige omvang van de reserve Bommenruimingen bestaat nog uit ongeveer € 1,3 miljoen voor onderzoek en daadwerkelijke bommenruimingen dat (nog) niet specifiek is toe te rekenen aan projecten en circa € 0,8 miljoen voor onvoorzien. In paragraaf 4.4 van het inspectierapport 2016 is de onderbouwing van Vlissingen opgenomen waarom zowel het deel voor onderzoek en daadwerkelijke bommenruimingen dat (nog) niet specifiek is toe te rekenen aan projecten als het deel voor onvoorzien in stand moet blijven. De inspecteur heeft op basis van die onderbouwing in 2016 besloten dat de gehele reserve in stand kon blijven. Voorwaarde was wel dat het bedrag alleen wordt gebruikt voor onderzoek naar niet-gesprongen conventionele explosieven en voor daadwerkelijke bommenruimingen die nu (nog) niet zijn toe te rekenen aan specifieke projecten. Een van de redenen om de reserve te handhaven was dat het onzeker was of de 70% vergoeding in de kosten voor het opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog op basis van de Bommenregeling in het gemeentefonds gehandhaafd bleef en of het beschikbare budget voldoende was voor alle aanvragen. In de decembercirculaire gemeentefonds 2020 is ingegaan op de ‘vernieuwde’ Bommenregeling per 2021. Daarbij is aangegeven dat de Bommenregeling op hoofdlijnen ongewijzigd blijft, maar dat het vergoedingspercentage is verlaagd.

Vanwege de oprichting van een landelijk kenniscentrum voor gemeenten die hiermee te maken hebben, is het

39

vergoedingspercentage van 70% verlaagd naar 68% vanaf 2021. Dit in overleg met de VNG en in lijn met het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur. Er is dus nog steeds een vergoeding voor het opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog uit het gemeentefonds via de Bommenregeling. Uit de meicirculaire 2024 van het Gemeentefonds volgen geen indicaties dat er op dit moment trajecten lopen. Daarnaast constateren de inspecteurs dat er in de periode 20202023 door Vlissingen geen beroep is gedaan op de reserve bommenruimingen. De vraag is dan ook gerechtvaardigd of de huidige reserve in die omvang nog strikt nodig is en de reserve (gedeeltelijk) kan worden gebruikt voor de sanering van de negatieve algemene reserve. Van deze reserve kan € 1.778.000 vrijvallen ten gunste van de algemene reserve. Zodoende blijft vanaf 2024 € 300.000 in de reserve achter, waarmee in combinatie met het vergoedingspercentage van 68% van de kosten, bommenruimingen kunnen worden gefinancierd. De inspecteurs zijn van oordeel dat dit een gepaste inzet van de reserve is voor sanering van de negatieve algemene reserve.

In het recente verleden is geen substantieel beroep op de reserve gedaan, maar de vondst van een zeemijn in de Binnenhaven van Vlissingen in het voorjaar 2024 toont aan dat het niet onaannemelijk is dat in de toekomst bommen moeten worden geruimd en de gemeente hierdoor kosten moet voldoen die niet geheel door de gemeentefondsuitkering kunnen worden voldaan. Reserve Frictiekosten algemeen In 2017 was er in totaal € 1,2 miljoen resterend van het door Vlissingen in de begroting opgenomen frictiekostenbudget. Zie bijlage 4.3 van het inspectierapport 2017-2018 voor het verloop van dit budget in 2017. Dit resterende budget is door Vlissingen ook als resultaat opgenomen in de Jaarrekening 2018. Omdat er vanwege de toen resterende bezuinigingstrajecten (Agenda voor herstel, Clusteranalyse 2015 en Kerntakendiscussie, zie hoofdstuk 6 van het inspectierapport 2017-2018) ook vanaf 2019 nog frictiekosten te verwachten waren, kon dit budget voor Vlissingen beschikbaar blijven via een door Vlissingen te vormen bestemmingsreserve ‘Frictiekosten overig’, inmiddels omgedoopt in ‘Frictiekosten algemeen’.

Uit deze reserve hebben de volgende onttrekkingen plaatsgevonden: € 131.000 (2019) éénmalige kosten voor het gemeentelijk archief vanwege het onderbrengen van het archief bij het Zeeuws Archief, € 187.000 (2019) éénmalige kosten voor het strand, € 11.839 (2020) voor omvorming van het subsidieproces om beter te beoordelen of de mate waarin de gewenste maatschappelijke effecten daadwerkelijk worden bereikt, € 18.000 (2021) voor de ontvlechting van Porthos. In 2022 en 2023 zijn er geen onttrekkingen geweest en zijn ook niet in 2024 voorzien. Eerder is beoordeeld of (een deel van) het resterende bedrag in deze reserve ingezet kan worden voor de niet gerealiseerde taakstelling in 2024. Echter in 2024 is er een positief relevant begrotingssaldo (zie hoofdstuk 9). Daarnaast mocht deze reserve specifiek ingesteld worden voor de bezuinigingstrajecten Agenda voor herstel, Clusteranalyse 2015 en Kerntakendiscussie (zie hoofdstuk 6 van het inspectierapport 2017-2018 en bijlagen 6.2 en 6.3 van dat rapport) en dus niet voor iets anders.

Aangezien de taakstellingen van het traject ‘Agenda voor herstel’ reeds geheel in de begroting en meerjarenraming 2015-2019 van Vlissingen waren opgenomen, ook als ze nog niet gerealiseerd waren, en bovendien de verdiepende onderzoeken ten aanzien van de Clusteranalyse 2015 en Kerntakendiscussie reeds zijn afgerond (zie ook paragraaf 7.2), zien de inspecteurs geen noodzaak voor het in stand houden van deze reserve en deze reserve kan daarmee volledig ten gunste van de algemene reserve worden gebracht. Reserve Revitalisering accommodaties Deze reserve is in 2019 gevormd en heeft als doel de uitvoering van het plan Revitalisering gemeentelijk accommodatiebestand mogelijk te maken. De reserve wordt gevoed op basis

40

van boekwinsten van de verkochte accommodaties. De toevoeging aan de reserve in 2020 betreft de boekwinst van gemeentelijke panden (voormalige Jozefschool) ad € 371.000. De onttrekking in 2020 betreft de kosten voortvloeiend uit het jaarplan accommodaties 2020 ad € 17.000. In 2021 waren er geen mutaties. In 2022 is een boekwinst gerealiseerd van € 201.000 door verkoop van de Verkuijl Quakkelaarstraat 107-109. De eindstand van de reserve ultimo 2022 was € 652.000. In 2023 was er een onttrekking van € 116.649 vanwege de sloopkosten en de afboeking van de boekwaarde van de Franciscusschool. Voor het kapitaalgoed Accommodaties loopt het project 'Revitalisering gemeentelijk accommodatiebestand'. Hiervoor is het Accommodatieplan op hoofdlijnen (AoH) opgesteld, met het doel om voor het einde van 2023 een beheersbaar, onderhouden en vitaal gemeentelijk accommodatiebestand te hebben en te behouden inclusief een structurele totale bezuiniging van € 1,5 miljoen op de totale exploitatiekosten van gemeentelijke accommodaties. In paragraaf 7.3 en bijlage 7.2 wordt nader ingegaan op de accommodaties. Vlissingen heeft aangegeven: ”De reserve is nodig voor de dekking van de verkoopkosten, de sloopkosten en de afboekingen van de boekwaarde van de 21 nog te verkopen en af te stoten panden. Ook zijn er de komende jaren nog boekwinsten mogelijk die de reserve in dat geval zullen voeden.

Gezien de onzekerheid rond de toekomstige kosten en opbrengsten rond de 21 panden blijft een reserve voor het opvangen van kosten en tegenvallers noodzakelijk. Verder ligt er een (voorlopige) claim op de verkoopopbrengst van het pand van De Piek (Hellebardierstraat) vanuit het project van de Culturele invulling van de machinefabriek om die verkoopopbrengst in te brengen in de business case van de machinefabriek (stel € 0,3 miljoen). Wel kan de reserve voor een gedeelte worden ingezet voor het realiseren van de taakstelling en voor het saneren van de negatieve algemene reserve.” In 2025 verwacht Vlissingen verkoopresultaten te realiseren van het archief, de Zwaan en Westerzicht voor totaal € 1,0 miljoen. Sloopkosten die staan gepland in 2025 betreffen Dreesstraat / Van Bossestraat en Falckstraat van naar schatting € 0,2 miljoen. Daarmee is de schatting van de omvang van de reserve revitalisering accommodaties eind 2025 € 1,3 miljoen. Vlissingen heeft ambtelijk voorgesteld om deze reserve gedeeltelijk te handhaven voor de verdere uitvoering van het plan Revitalisering gemeentelijk accommodatiebestand en een bedrag van € 0,5 miljoen (stand eind 2024) vrij te laten vallen.

De inspecteurs stellen zich op het standpunt dat een deel van de bestemmingsreserve kan worden ingezet voor het saneren van de negatieve algemene reserve van Vlissingen en gaan akkoord met het voorstel van Vlissingen om hiervoor € 0,5 miljoen vrij te laten vallen. Reserve Geluidssaneringen Deze reserve heeft Vlissingen in 2019 gevormd bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2018 voor een bedrag van € 754.000. Dit bedrag resteerde uit het investeringsbudget stedelijke vernieuwing (ISV) en was bedoeld voor geluid-reducerende maatregelen aan woningen. Aangezien er toentertijd geen verplichting meer bestond voor de geluidssanering is deze ontvangen subsidie vrijgevallen ten gunste van het resultaat. Hierna is bij de resultaatbestemming voor deze post een bestemmingsreserve gevormd aangezien er plannen bestonden om deze gelden in te zetten voor andere geluidssaneringsopgaven. Het resterende bedrag kwam daarna vrij besteedbaar, mits passend binnen de ISV-doelstellingen en dus betrekking heeft op geluid-reducerende maatregelen. In 2021 is € 428.000 ingezet voor het aanbrengen van geluid-reducerend asfalt op de Sloeweg. Nadien heeft er geen onttrekking plaatsgevonden.

41

In de verantwoordingsstukken van Vlissingen staat dat de reserve moet worden benut voor verplichtingen voor geluidsoverlast. De gemeente is verplicht de saneringslijsten A en B voor woningen waarbij verkeerslawaai relevant is af te handelen. Voor de meeste saneringslijsten ontvangt de gemeente subsidie van het Rijk. Dat geldt niet voor het afhandelen van een groot aantal woningen op de A-lijst die al eerder onderzocht is. Voor 83 woningen op de A-lijst is geen bewijs beschikbaar dat de woning voldoet aan de binnenwaarde en bij zienswijze/bezwaar zal Vlissingen dat aan moeten tonen. Ook ontbreken volgens Vlissingen mogelijk nog woningen op de A- en B-lijst waarvoor nog werkzaamheden moeten worden gedaan. Dit betekent dat pas als alle projecten op de Aen B- lijsten zijn afgesloten het eventuele restant van deze reserve kan vrijvallen. De inspecteurs oordelen dan ook dat deze reserve voor nu geheel in stand kan blijven. Reserve Maritiem en/of cultureel historische evenementen/activiteiten Deze reserve is gevormd bij het besluit tot vaststelling van de Programmabegroting 2020. De toen afgesproken dotering betrof € 25.000. In het Coalitieakkoord 2022-2026 is vanaf 2023 een extra bedrag van € 75.000 jaarlijks beschikbaar gesteld. In 2021 was er een onttrekking van € 75.000 voor het evenement Cruise In Company. In 2023 waren er geen onttrekkingen.

Ten slotte is in 2024 € 100.000 onttrokken voor het evenement Sail de Ruyter, waarna € 100.000 resteert. Inspecteurs zijn van mening dat deze reserve behouden kan blijven in het licht van de meerwaarde van het subsidiëren van dergelijke evenementen dat als een vliegwiel kan fungeren en daarmee tot een positieve opbrengst voor de stad kan leiden. Reserve Wind in de zeilen Het pakket Wind in de Zeilen bevat een pakket aan maatregelen om Vlissingen en Zeeland ruimhartig te compenseren voor het intrekken van het Kabinetsbesluit om de Marinierskazerne te verplaatsen van Doorn naar Vlissingen. Het pakket Wind in de Zeilen is opgebouwd uit 11 zogenaamde 'fiches'. Op basis van fiche 1A 'Vergoeden gemaakte kosten' uit het compensatiepakket ontving de gemeente Vlissingen € 7,3 miljoen voor gemaakte kosten en gederfde inkomsten voor het niet verhuizen van de marinierskazerne naar Vlissingen. Hiervan is € 3,2 miljoen aangewend voor de vulling van de bestemmingsreserve Wind in de zeilen. Van de ontvangen middelen resteerde eind 2021 nog € 2,45 miljoen, als gevolg van een onttrekking van € 733.000 voor de dekking van de extra benodigde capaciteit voor het project Wind in de Zeilen. Op basis van fiche 1K is drinkwaterbedrijf Evides afgesplitst van de Provinciale Zeeuwse Energie Maatschappij (PZEM, thans bekend als de Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij N.V. (ZEH)).

De reden voor de afsplitsing van Evides is dat PZEM 70% van de kerncentrale Borssele bezit waar al jaren verlies op wordt geleden en de dividenden van Evides binnen PZEM bleven om dit verlies te dekken en pas na de sluiting van de kerncentrale in 2033 beschikbaar zouden worden gesteld aan de aandeelhouders. Om deze ontvlechting mogelijk te maken is een nieuwe Zeeuwse BV opgericht, "GBE Aqua", die circa € 380 miljoen euro heeft geleend om daarmee de Evides-aandelen van PZEM te kopen. PZEM ontvangt de koopprijs voor de aandelen in liquide middelen. De aandeelhouders van GBE Aqua, de Zeeuwse gemeenten en de provincie Zeeland, ontvangen na deze ontvlechting dan weer dividend. Met de rest van de opbrengsten van Evides en PZEM lost GBE Aqua de banklening voor de aandelen van Evides af. Zie hiervoor ook de Reserve GBE Aqua. In 2022 heeft Vlissingen het dividend Evides van € 302.685 aan de reserve toegevoegd. Over 2023 was er een onttrekking van in totaal € 974.000 en een storting van € 605.000. De toevoeging betrof het dividend Evides. De onttrekking betrof € 50.000 voor de aanleg van speelveldjes, € 19.879 voor het onderhoud aan speelveldjes, € 40.977 voor veiligheid en integriteit, € 80.000 voor een extra wijkcoördinator, € 43.364 voor de jaarlijkse subsidiescan, € 50.000 voor planvorming arsenaalgebied en € 690.000 om het

42

gemeentelijk pand aan de Nieuwendijk 11 (Maritiem Muzeeum Zeeland) inpandig uit te breiden en te verbouwen. De Zeeuwse gemeenten ontvangen vanaf 2024 significant hogere dividenden vanuit de Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij dan verwacht. Vlissingen bezit 5,76% van de aandelen ZEH. Een gedeelte van dit dividend gebruiken de Zeeuwse overheden in 2024 voor het aflossen van de lening van GBE Aqua voor het verkrijgen van de Evides aandelen. Zie hiervoor ook de Reserve GBE Aqua. Na aflossing van deze lening in 2024 ontvangt Vlissingen op basis van de meest recente ramingen aan dividend: € 18,5 miljoen over 2024, € 11,5 miljoen over 2025, € 11,5 miljoen over 2026 en € 5,8 miljoen jaarlijks vanaf 2027 tot en met 2033. Dit dividend wordt vanaf 2025 jaarlijks ingezet voor € 2,88 miljoen ten gunste van de exploitatie. Het restant wordt jaarlijks toegevoegd aan de reserve Wind in de zeilen. Voor 2024 is een onttrekking van € 4,2 miljoen voorzien. Dit betreft onder andere een bedrag van € 1 miljoen ten behoeve van een nieuw kunstgrasveld Irislaan en een onttrekking ten behoeve van de verliesvoorziening voor de grondexploitatie Kenniswerf fase 5 van € 2,7 miljoen (zie ook hoofdstuk 8). Daarna resteert een reserve van € 16,7 miljoen in 2024. In het rapport Wind in de Zeilen is het volgende opgenomen: Als artikel 12-gemeente heeft Vlissingen een kwetsbare financiële positie.

Het is cruciaal dat het geld uit deze extra financiële componenten niet worden gebruikt in het lopende artikel 12-traject om de gemeente weer financieel gezond te maken. Daarom kan het door de artikel 12-inspecteur niet worden meegenomen in het kader van de eigen bijdrage van de gemeente voor artikel 12. Dat betekent echter naar het oordeel van de inspecteurs niet dat alle revenuen die voortvloeien uit de ontvlechting van Evides en PZEM niet gebruikt kunnen worden voor het saneren van tekorten. Via de volgende passage uit het rapport Wind in de Zeilen wordt aan bovenstaande passage immers met betrekking tot het fiche ontvlechting Evides en PZEM, ook qua bedrag, een nadere invulling gegeven: Het dividend van Evides bedraagt ca € 15 miljoen per jaar, dat vanwege de aard van het bedrijf stabiel en betrouwbaar is. Indien dat dividend, rechtstreeks aan de aandeelhouders wordt uitgekeerd, betekent dit dat de provincie € 7,5 miljoen per jaar ontvangt, en de andere € 7,5 miljoen naar rato van de aandelenverhouding bij de gemeenten in Zeeland en de andere genoemde kleinere aandeelhouders buiten Zeeland terecht komen. Het structureel bedrag voor Vlissingen van ca € 0,5 miljoen zal gedurende de art. 12 status vrij besteedbaar zijn ter versterking van de Vlissingse economie.

Het dividend komt ten opzichte van de eerdere prognoses versneld als vrij beschikbaar (na aflossing lening) en is daarnaast veel hoger dan de € 0,5 miljoen die werd verwacht. Gezien de niet verwachte en substantiële omvang van dit dividend is dit dividend naar het oordeel van de inspecteurs niet volledig nodig voor Wind in de Zeilen en kan dan ook het deel van het dividend boven de bij Wind in de Zeilen genoemde € 0,5 miljoen per jaar (gedeeltelijk) gebruikt worden voor de sanering van de negatieve algemene reserve en het mogelijke begrotingstekort. Dit betekent concreet: 1. Het in 2024 geraamde dividend is vrij beschikbaar en kan (gedeeltelijk) gebruikt worden voor de sanering van de negatieve algemene reserve. De inspecteurs vinden het redelijk dat van de resterende reserve in 2024 van € 16,7 miljoen er € 5 miljoen wordt ingezet voor de sanering van de negatieve algemene reserve. 2. Van het dividend voor de periode vanaf 2025 zijn de inspecteurs van oordeel dat deze voor het gedeelte boven € 0,5 miljoen ingezet kan worden voor een mogelijk begrotingstekort vanaf dat jaar. Ook de provincie Zeeland biedt in de begrotingscirculaire van de provincie voor 2025 – 2028 de mogelijkheid om het meerjarige deel van het ZEH-dividend voor maximaal 50% structureel in te zetten.

Weliswaar loopt dit dividend tot en met 2033, echter dat geeft Vlissingen voldoende tijd om daarop te anticiperen. Vlissingen heeft besloten (Kadernota 2025) om € 2,88 miljoen dividend ZEH in te zetten voor het begrotingssaldo. Gezien het door Vlissingen

43

vanaf 2025 gepresenteerde positieve meerjarenperspectief in Begroting 2025 achten de inspecteurs deze inzet als voldoende. Reserve Organisatie doorontwikkeling Deze reserve is in de Tweede bestuursrapportage 2021 gevormd. Het heeft als doel om de incidentele en onvoorziene knelpunten in de gemeentelijke organisatie op te vangen. De reserve mag maximaal € 2 miljoen bedragen. Kosten die vanuit deze reserve gedekt kunnen worden zijn onder meer de uitkomsten van het benchmarkonderzoek en onderzoek functiegebouw. Een ander voorbeeld is de strategische personeelsplanning (SPP). De uitkomsten daarvan kúnnen leiden tot bijvoorbeeld procyclisch werven (het eerder aannemen van nieuwe medewerkers, voordat de met pensioen gaande medewerker vertrekt (kennisborging). Deze meerkosten (tijdelijk bovenformatieve bezetting) zijn onzeker en niet in de begroting meegenomen. Wanneer deze kosten zich voordoen wordt de raad gevraagd de reserve organisatieontwikkeling daarvoor in te zetten. In 2021 is € 550.000 en in 2022 € 800.000 aan de reserve toegevoegd. In 2022 is € 213.000 onttrokken voor de doorontwikkeling van de organisatie. De eindstand ultimo 2022 was € 1,14 miljoen. In 2023 is er € 1.173.000 gedoteerd vanuit de onderuitputting personeelskosten. Daarnaast is er € 440.000 onttrokken ten bate van de doorontwikkeling van de organisatie. De eindstand ultimo 2023 bedroeg € 1.866.000.

In 2024 zijn er onttrekkingen van in totaal € 984.000 en een storting van € 200.000, met een stand van € 1.082.000 als gevolg. Vlissingen stelt ten aanzien van nut en noodzaak van deze reserve dat het noodzakelijk is om direct dekking beschikbaar te hebben voor deze extra onvoorziene en incidentele kosten zodat de raad de benodigde budgetten eenvoudig kan autoriseren. Van belang daarbij is volgens Vlissingen dat er een landelijke trend zichtbaar dat gemeentelijke vacatures minder snel worden vervuld en hierdoor er een gedeeltelijke verschuiving plaatsvindt naar incidentele lasten. Na een periode van 3 tot 5 jaar ervaring met mutaties van deze bestemmingsreserve kan volgens Vlissingen een beter beeld worden opgemaakt en of daarbij (gedeeltelijke) vrijval mogelijk is. Aangezien het bij deze reserve gaat om incidentele en onvoorziene uitgaven is het de vraag hoe zich dit verhoudt tot het budget dat jaarlijks in de begroting wordt opgenomen voor onvoorzien dat ook onderdeel is van de weerstandscapaciteit. Het voordeel om bovengenoemde lasten te muteren via de post onvoorziene overige baten en lasten is dat als er geen beroep op wordt gedaan, dit met een positief resultaat in de jaarrekening kan worden verwerkt.

De inspecteurs stellen zich op het standpunt dat de landelijke trend dat vacatures niet of minder snel worden vervuld, zou moeten leiden tot een aanpassing van de begroting en dat geen reserve nodig is om incidenteel mensen in te huren. Daarnaast bestaat de reserve nu lang genoeg dat Vlissingen een beeld kan hebben gevormd hoe incidentele en onvoorziene knelpunten op het vlak waarvoor deze reserve is bedoeld via beleid kunnen worden voorkomen en zou hiervoor dan ook geen reserve meer nodig moeten zijn. Een inzet van € 485.000 (50% van de reserve, stand Eerste bestuursrapportage 2024) voor de sanering van de negatieve algemene reserve vinden de inspecteurs dan ook realistisch. Reserve Transitievisie Deze reserve is in 2022 gevormd om de middelen die ter beschikking worden gesteld voor de transitievisie te reserveren. In 2022 zijn de Rijksuitkeringen uit de decembercirculaire 2019 van € 248.000 en de meicirculaire 2022 van € 295.000 bedoeld voor het ontwikkelen en uitvoeren van de Transitievisie Warmte (TVW), het ontwikkelen van Wijk uitvoeringsplannen (WUP) als nadere uitwerking TVW en het ondersteunen, uitbreiden initiëren van energieloketten aan de reserve toegevoegd. De eerste TVW is de gemeentelijke visie op de energie- en warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Om de vijf jaar zal de TVW herijkt worden.

De visie die in de TVW wordt beschreven moet uiteindelijk naar de praktijk worden omgezet. Hiervoor zijn per wijk

44

zogenoemde uitvoeringsplannen nodig (WUP). De TVW is ook onderdeel van de Regionale Energie Strategie (RES). In 2022 en 2023 zijn er geen onttrekkingen uit deze reserve geweest en ook in 2024 is deze niet voorzien. De door Vlissingen ontvangen Rijksmiddelen zijn afkomstig van de decentralisatie-uitkering Klimaatmiddelen Transitievisie warmte en de decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten klimaatakkoord die eerder via het gemeentefonds beschikbaar zijn gesteld. De Financiëleverhoudingswet schrijft voor dat daarbij sprake is van beleids- en bestedingsvrijheid. In de Kamerbrief Kabinetsaanpak Klimaatbeleid (Kamerstukken 2018/19, 32813, nr. 263) is opgenomen dat elke gemeente een transitievisie warmte in 2021 moet hebben opgesteld en gemeenten een belangrijke rol spelen in de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid. Gezien deze grote maatschappelijke relevantie wordt daarom door de inspecteurs geconcludeerd dat deze reserve niet hoeft worden ingezet voor het saneren van mogelijke tekorten en de negatieve algemene reserve. Reserve Visserijkade De reserve is in 2022 gevormd bij de Eerste bestuursrapportage conform de collegenota kadeherstel Visserijkade. De reserve heeft als doel om de huuropbrengsten uit verhuur van de Visserijkade te reserveren voor dekking van het onderhoud van de Visserijkade.

In 2022 zijn de huuropbrengsten van de Visserijkade van € 259.000 toegevoegd aan de reserve. In 2022 waren er geen onttrekkingen. In 2022 is het achterstallig onderhoud van de Visserijkade begroot op € 730.000. Maar door een voordeel in de aanbesteding is het onderhoud uitgevoerd voor € 480.000. Het voordeel van € 250.000 is vrijgevallen. Daarentegen zijn door het later gereedkomen van de kade K2 de huurinkomsten € 73.000 lager uitgevallen dan begroot (€ 332.000). Hierdoor kwam de reserve ultimo 2022 uit op € 259.000. Conform de huurovereenkomst is een nieuwe huur berekend voor de vernieuwde kade. Dit bedrag is in 2023 verhoogd, waarmee € 366.000 aan de reserve is toegevoegd. In hoofdstuk 7 is het Havenbeheerplan en het door Vlissingen opgestelde MJOP voor kades beoordeeld. Daarbij is geconcludeerd dat de middelen uit deze bestemmingsreserve benodigd zijn om de lasten voor een deel te dekken. Daarom zien de inspecteurs voldoende noodzaak om deze reserve in stand te houden. Reserve GBE Aqua Vlissingen heeft de reserve GBE Aqua (Gemeentelijk Bezit Evides Aqua BV) bij de Tweede bestuursrapportage 2022 gevormd. Als onderdeel van Wind in de Zeilen zijn de aandelen Evides voor € 380 miljoen ‘ontvlochten’ uit PZEM (nu ZEH=Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij) en overgenomen door een daar specifiek voor opgerichte BV GBE (=Gemeentelijk Bezit Evides) Aqua.

De gemeente Vlissingen heeft een kapitaalbelang van 5,765% in GBE Aqua B.V. De aandeelhouders hebben zich bij oprichting van de BV verplicht om ontvangen dividenduitkeringen vanuit PZEM via kapitaalstorting door te storten aan GBE-Aqua B.V. Het dividend van ZEH (PZEM) dat Vlissingen ontvangt wordt als kapitaalstorting doorgestort voor de aflossing van de door GBE Aqua aangegane geldlening voor aankoop van de aandelen Evides. Deze kapitaalstorting neemt Vlissingen als financieel vast actief op in de balans. Hiertegenover staat de reserve GBE Aqua die jaarlijks toeneemt tot het punt waarop het deel van Vlissingen in de lening van € 380 miljoen welke GBE Aqua is aangegaan is afgelost. Bij eventuele verkoop van GBE Aqua komen deze beklemde middelen daadwerkelijk beschikbaar. In 2022 is de reserve GBE Aqua aangevuld met € 5,3 miljoen. In 2023 bedroeg het ontvangen dividend € 5,2 miljoen dat in de reserve GBA Aqua is gestort. Hiermee is in de eerste twee jaren 50% van het Vlissingens aandeel in de aangegane geldlening als dividend ontvangen. In 2024 is sprake van een superdividend. Hiervan is voor Vlissingen € 9,3 miljoen benodigd voor de aflossing van de lening GBE Aqua. Dit leidt tot een storting in de

45

reserve GBE Aqua tot een bedrag van € 9,3 miljoen. De omvang van de reserve is daarmee € 19,7 miljoen en met deze omvang kan het Vlissingens aandeel in de aangegane geldlening geheel worden afgelost. Reserve Degeneratievergoeding glasvezel Deze bestemmingsreserve heeft als doel om de degeneratie van opgeleverd straatwerk na het aanleggen van glasvezeltrajecten te herstellen en is in 2022 gevormd met een waarde van € 1.110.000. Voor deze kosten heeft de gemeente samenwerkingsovereenkomsten met glasvezelproviders afgesloten over herstel van de bestrating en het groen. De oplevering van een aangelegd glasvezeltraject vindt pas plaats na goedkeuring door de gemeentelijke toezichthouder. De toezichthouder beoordeelt het opgeleverde straatwerk en laat indien nodig herstelwerkzaamheden opnieuw uitvoeren. Om dit in de toekomst te kunnen herstellen int Vlissingen degeneratiekosten. De degeneratie is lastig voorspelbaar. Hierbij is 10 jaar een inschatting waarbinnen het straatwerk zal moeten worden hersteld. In 2022 was er geen onttrekking. In 2023 is er € 39.000 onttrokken omdat eerder herstel noodzakelijk bleek. De storting in dat jaar bedroeg € 487.000, waarmee de totale reserve € 1.559.000 bedroeg. In 2024 is er een storting van € 48.000 en een onttrekking van € 11.000, dat een totaal van € 1.596.000 maakt.

Vlissingen stelt dat de berekening van de degeneratiekosten gebaseerd is op het aantal kilometers dat de providers verwachten aan te leggen en het bedrag per m² dat is vastgelegd in bijlage 2 (straatwerktarieven) van het Handboek Kabels en Leidingen Zeeuwse gemeenten. De Zeeuwse gemeenten hanteren allemaal dezelfde tarieven. Hieruit ontstaat het beeld dat Vlissingen voor het volledige traject degeneratie verwacht en hiervoor middelen reserveert. Vlissingen stelt dat de reserve kortgeleden in 2022 is ingesteld en daarom ook wil handhaven om de kosten van degeneratie te dekken. Daarna stelt de gemeente pas op basis van de geconstateerde mate van degeneratie te kunnen beoordelen of (gedeeltelijke) vrijval mogelijk is. De inspecteurs vinden het aannemelijk dat in het tijdsbestek van 10 jaar niet voor het volledige traject degeneratie zal optreden, maar omdat de gemeenten zich in de eerste fase van de aanleg en eventueel herstel van glasvezel bevindt, zijn de inspecteurs van mening dat het te vroeg is om een voorstel te doen voor (gedeeltelijke) vrijval van de reserve en deze daarmee in stand kan blijven. Reserve Omgevingswet De reserve omgevingswet is gevormd bij de Tweede bestuursrapportage 2022 en heeft als doel om de middelen die ter beschikking worden gesteld voor de implementatie van de Omgevingswet te reserveren.

Afhankelijk van de planning worden de middelen die nodig zijn toegevoegd/onttrokken. In 2022 heeft Vlissingen € 334.000 uit de decentralisatie-uitkering Invoeringskosten Omgevingswet uit de septembercirculaire bedoeld voor de voorziene transitiekosten voortvloeiend uit de Wkb, opzetten samenwerkingsarrangementen op regionaal niveau en compensatie kostenstijging en inflatie aan de reserve toegevoegd. Daarnaast is € 667.000 door vertraging in de uitvoering in 2022 niet besteed en ook aan de reserve toegevoegd. De totale reserve kwam ultimo 2022 uit op € 1 miljoen. Deze vertraging was mede het gevolg doordat opleidingen nog niet zijn gepland, ICT-kosten nog niet zijn gemaakt, er meer kosten voor de Omgevingsvisie in 2023 vallen dan in 2022 en sommige personeelskosten nog niet zijn gemaakt. In 2023 is € 188.000 gestort; er vonden geen onttrekkingen plaats. In 2024 vindt een storting van € 158.000 plaats. De omgevingswet is per 1 januari 2024 ingevoerd. Een aantal instrumenten hoeft bij inwerkingtreding van de Omgevingswet nog niet volledig te voldoen aan alle nieuwe eisen van het stelsel. Hiervoor geldt een stapsgewijze aanpak tot uiterlijk 1 januari 2032. Mede in het licht van de besteding van noodzakelijk kosten in opvolgende jaarschijven tot 2032, achten de Inspecteurs het daarom uitlegbaar om de gereserveerde middelen voor de

46

implementatie van de Omgevingswet en Wkb niet aan te wenden voor het saneren van de algemene reserve. Reserve Stadslandgoed Nieuwerve Vlissingen heeft de reserve Stadslandgoed Nieuwerve bij de Eerste bestuursrapportage 2022 gevormd, met als doel om de middelen die ter beschikking zijn gesteld voor de planvorming van het Justitieel Complex Vlissingen als onderdeel van het compensatiepakket Wind in de zeilen te reserveren. Doordat Vlissingen de kosten voor landschapsplannen, milieuplannen en advies voor stadslandgoed Nieuwerve aan de provincie kan doorberekenen, is er in 2022 een voordeel ontstaan van € 40.000. Daarnaast zijn er voor € 55.000 minder kosten gemaakt door vertraging in afronding van de plannen. In de Tweede bestuursrapportage 2022 was een toevoeging aan de reserve begroot van € 155.000. Het voordeel van totaal € 95.000 (€40.000 + € 55.000) is toegevoegd aan de reserve. Hierdoor is in 2022 in totaal € 250.000 aan de reserve toegevoegd. De planvorming zal uiterlijk in 2024 worden afgerond. In 2023 is de dekking voor de in de exploitatie gemaakte kosten van € 26.644 onttrokken. De dotatie van € 2.400.000 betrof een eenmalige bijdrage van het Ministerie van Justitie en Veiligheid voor de landschappelijke ontwikkeling van het zuidelijke deel van het Stadslandgoed Nieuwerve. Deze reserve kan dan ook geheel in stand blijven.

Reserve Opvang vluchtelingen De gemeente Vlissingen heeft op verzoek van de Veiligheidsregio Zeeland werk gemaakt van de opvang van vluchtelingen. Vlissingen heeft bij de Tweede bestuursrapportage 2022 een reserve gevormd om overschotten op specifieke vergoedingen, die zijn ontvangen voor de opvang van vluchtelingen en statushouders, te oormerken voor deze doelgroep. Dit is bijvoorbeeld voor het creëren van voorzieningen voor huisvesting van deze doelgroep en het oplossen van eventuele knelpunten die optreden bij het uitvoeren van deze taak. De totale kosten voor 2022 waren € 1,9 miljoen tegenover de totale Rijksbijdrage van € 3,9 miljoen. Het verschil van € 2 miljoen heeft Vlissingen toegevoegd aan deze reserve. Het nettoresultaat à € 3.400.000 ten opzichte van de totale kosten (€ 2.200.000) en ontvangen Rijksbijdrage (€ 5.600.000) is in 2023 aan de reserve toegevoegd. Evenals het voordelige saldo van € 500.000 als gevolg van de afrekening van noodopvang van asielzoekers. In 2024 is eer een storting van € 1.809.000 en een onttrekking van € 103.000, waardoor € 7.683.000 resteert. Deze storting is het gevolg van een hogere Rijksbijdrage dan dat de gemeente aan kosten heeft gemaakt. Uit de Eerste bestuursrapportage 2024 volgt dat dit is voor de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne.

De gemeente Vlissingen volgt het advies op van de VNG om het Oekraïnebudget op te sparen voor toekomstige opvang, omdat onbekend is wat er na 4 maart 2025 met de speciale EU-status voor Oekraïense ontheemden gebeurt en welke gevolgen dit heeft op verblijfsrecht, huisvesting, rechten op algemene middelen en de bekostigingsregeling voor gemeenten. Laatstgenoemde heeft ook directe gevolgen voor langlopende verplichtingen zoals personele lasten en huurcontracten. Daarnaast wordt de reserve gebruikt om te investeren in meer permanente huisvesting voor kwetsbare doelgroepen, waaronder Oekraïense ontheemden en statushouders. De reserve wordt ook gebruikt voor een impulstraject t.b.v. succesvolle integratie van statushouders in Vlissingen. De komende periode wordt gebruikt om plannen hiervoor uit te werken. Daarentegen heeft Vlissingen een substantiële reservepositie en ondanks dat de ontvangen middelen zijn verkregen uit specifieke uitkeringen van het Rijk heeft de minister van asiel en migratie naar aanleiding van vragen van de Tweede Kamer aangegeven dat gemeenten die geld overhouden aan de opvang van Oekraïense vluchtelingen dat overschot niet hoeven terug te betalen aan het Rijk. Vlissingen heeft besloten om vanuit deze reserve € 3 miljoen te storten in de reserve Aanloopverliezen parkeergarage Machinefabriek (Tweede bestuursrapportage 2024).

De inspecteurs zijn van oordeel dat van het resterende deel (€ 4,7 miljoen) van deze reserve € 2 miljoen gebruikt moet worden voor de sanering van de negatieve algemene reserve.

47

Reserve Budgetoverhevelingen Tot 2022 vonden budgetoverhevelingen plaats via de algemene reserve en de reserve centrumtaken. Dit is vanaf 2023 veranderd. Sindsdien worden de budgetten die naar het volgende jaar worden overgeheveld, via deze reserves gemuteerd. De algemene reserve en reserve centrumtaken worden hierdoor niet gemuteerd en ontstaat een zuiverder beeld van de algemene reserve. De minimale budgetoverheveling bedraagt € 25.000. In 2023 is totaal € 3.658.000 gedoteerd; er vonden geen onttrekkingen plaats. In 2024 wordt in totaal € 3.169.000 onttrokken aan deze reserve. Daarnaast worden de budgetoverhevelingen van 2024 naar 2025 van € 3.012.000 (Tweede bestuursrapportage 2024, paragraaf 2.4) in deze reserve gestort. Overigens zijn de inspecteurs niet akkoord met de budgetoverheveling ten aanzien van het investeringsfonds sociaal domein van € 815.000. Zoals is aangeven dienen investeringen sociaal domein gedekt te worden via de reserve sociaal domein. De stand van deze reserve in tabel 3.4 is hiervoor dan ook gecorrigeerd. Naar het oordeel van de inspecteurs is deze reserve een beter alternatief dan de eerdere werkwijze waarbij budgetoverhevelingen via de algemene reserve en reserve centrumtaken werden gemuteerd. Derhalve zijn de inspecteurs van mening dat deze reserve behouden kan blijven.

Wel dienen de onttrekkingen aan deze reserve zolang het artikel 12-onderzoek loopt via O&O te worden geaccordeerd en zal er jaarlijks een afweging moeten plaatsvinden of een reserve in deze omvang nog geheel nodig is. Reserve Investeringsfonds sociaal domein In hoofdstuk 6 van dit inspectierapport wordt ingegaan op het investeringsfonds sociaal domein. Vlissingen heeft aangegeven de in de jaren benodigde investeringen grotendeels via de begrootte opbrengsten van de maatregelen in die jaren te laten plaatsvinden. Daarnaast vindt in 2024, omdat het bedrag aan investeringen in dat jaar hoger is dan de opbrengsten, dekking plaats via de in het leven geroepen reserve Investeringsfonds sociaal domein. Vanuit de exploitatie zijn de middelen aan de reserve gedoteerd. De reserve heeft een looptijd tot en met 2025. In 2023 is er € 360.000 toegevoegd, er waren geen onttrekkingen. In 2024 is er door Vlissingen een mutatie voorzien van - € 360.000. Aangezien hier echter voor een deel onzekere opbrengsten zijn, zijn de inspecteurs geen voorstander van dekken van de benodigde investeringen via deze opbrengsten. Er is immers sprake van een ondernemersrisico en dat kan het financieel beeld van de gemeente Vlissingen - op grond waarvan de fondsbeheerders moet besluiten of de gemeente weer op eigen benen kan staan, dus de artikel 12-status kan verlaten – negatief beïnvloeden.

De dekking van de benodigde investeringen kan dan ook naar het oordeel van de inspecteurs beter plaats vinden via de reserve Sociaal domein. Zie hiervoor paragraaf 6.3.3. De stand van deze reserve in tabel 3.4 is hiervoor dan ook gecorrigeerd. Deze reserve Investeringsfonds sociaal domein kan dan ook vrijvallen voor de sanering van de negatieve algemene reserve. Reserve Regiobudget centrumtaken Zoals in paragraaf 3.4.1 is aangeven is vanuit de reserve Centrumtaken € 16,07 miljoen gestort in deze nieuwe reserve Regiobudget centrumtaken. In 2024 is deze reserve opgehoogd met € 12,8 miljoen, waardoor een reserve ontstaat van € 28,9 miljoen. Deze ophoging in 2024 betreft het voorlopig resultaat op het regiobudget centrumtaken. De ontvangen Rijksmiddelen worden niet volledig uitgegeven vanwege scherpere inkoop en beperkte instroom. Op basis van de bijgestelde begroting zal een bedrag van € 12,8 miljoen niet worden benut. Conform de vastgestelde partnerschapsafspraken wordt dit overschot in de reserve Regiobudget centrumtaken gestort. Reserve Doordecentralisatie beschermd wonen Vlissingen Zoals in paragraaf 3.4.1 is aangeven is vanuit de reserve Centrumtaken € 8,085 miljoen gestort in deze nieuwe reserve Doordecentralisatie beschermd wonen Vlissingen. Deze reserve is ingericht om de risico’s af te dekken die de gemeente Vlissingen loopt als gevolg

48

van de overdracht van een deel van haar taken als centrumgemeente in het kader van de partnerschapsafspraken BW Zeeland breed. Inmiddels is gebleken dat de risico’s voor Vlissingen op het vlak van BW, VO en MO op basis waarvan deze reserve is gevormd en dus ook de benodigde omvang van deze reserve naar beneden kan worden bijgesteld. De reden hiervoor is dat met de inwerkingtreding van de nieuwe werkwijze per 1 januari 2024 het proces van de decharge formeel in gang is gezet via de partnerschapsafspraken (inclusief naar rato verdelingen van baten en lasten) en daarmee is het risico dat Vlissingen wellicht niet meteen of onvoldoende gedechargeerd kan worden als centrumgemeente ondervangen. In totaal kan dan ook € 3 miljoen van deze reserve gebruikt worden voor de sanering van de negatieve algemene reserve. Wel speelt nog het actuele scenario waarbij nog geen doordecentralisatie heeft plaatsgevonden. Vlissingen blijft als centrumgemeente in haar rol als financieel beheerder, onder de voorwaarden van sluitende partnerschapsafspraken, maar heeft nog wel te maken met de onzekerheden als gevolg van de uitblijvende besluitvorming op de doordecentralisering. Met het uitblijven van de doordecentralisatie blijft dit risico relevant. Het restant van deze reserve van € 5 miljoen blijft voor dit risico nodig.

Reserve Kapitaallasten programma 1 In de Eerste bestuursrapportage 2024 is een reserve Kapitaallasten programma 1 gevormd, met een dotatie van € 1.000.000 uit de reserve Wind in de Zeilen. Het doel van deze reserve is dekking van de kapitaallasten van € 33.000 per jaar vanaf 2025 voor de investering met betrekking tot het kunstgrasveld Irislaan. Deze reserve kan voor dit doel in stand blijven. Reserve Kapitaallasten programma 2 In 2023 is besloten een reserve Kapitaallasten te vormen, waarmee in datzelfde jaar € 690.000 is toegevoegd ten laste van de reserve Wind in de Zeilen. Dit betreft een eenmalige voeding. De reserve heeft als doel om de afschrijvingslasten van € 27.600 als gevolg van de inpandige uitbreiding en verbouwing à € 690.000 van het Maritiem Muzeeum Zeeland te kunnen dragen. Gerekend is met een levensduur van 25 jaar. In zowel 2023 als 2024 zijn er geen onttrekkingen. De eerste onttrekking is voorzien in 2025. Deze reserve kan voor dit doel in stand blijven. Reserve aanloopverliezen parkeergarage Machinefabriek Om de verwachte aanloopverliezen van de parkeergarage Machinefabriek over de periode 2026-2040 te kunnen opvangen heeft Vlissingen uit het jaarrekeningresultaat 2023 € 4,4 miljoen bestemd en gestort in de reserve Aanloopverliezen parkeergarage Machinefabriek. De inspecteurs zijn akkoord met het instellen van deze bestemmingsreserve.

Deze reserve kan dan ook geheel in stand blijven. Echter de inspecteurs zijn niet akkoord met de dekking van het hele bedrag uit het jaarrekeningresultaat 2023, omdat deze ook winsten uit de grondexploitatie bevat. De inspecteurs zijn alleen akkoord om € 1,4 miljoen vanuit de resultaatbestemming van de Jaarrekening 2023 toe te voegen aan deze reserve. Dit vanwege de bijzondere voorschriften artikel 12 dat winsten uit de grondexploitatie gebruikt moeten worden om de negatieve algemene reserve te saneren. Het bedrag van € 1,4 miljoen is gebaseerd op het jaarrekeningresultaat 2023 (€ 9,7 miljoen) minus de resultaten van de 2e herziening grondexploitaties 2023 (€ 5,028 miljoen), 1e herziening grondexploitaties 2024 (€ 2,457 miljoen) en de resultaatbestemming energietoeslag (€ 0,815 miljoen). Het resterende bedrag van circa € 3 miljoen kan vanuit de bestemmingsreserve Opvang vluchtelingen worden bijgedragen. Vlissingen heeft dat verwerkt in de Tweede bestuursrapportage 2024.

49

3.5

Voorzieningen Uit tabel 3.7 blijkt het verloop van de voorzieningen in 2018 t/m 2024. De tabel laat het verloop zien op basis van de gegevens uit de jaarrekeningen 2018 t/m 2023 en in 2024 op basis van begroting. Tabel 3.7 Jaar

Verloop voorzieningen 2018 t/m 2024 (bedragen x € 1.000) 2018 2019 2020 2021

2022

2023

2024

Verliesvoorziening grondexploitaties

14.816

16.527

5.823

2.771

4.219

2.362

5.076

Voorziening Pensioenbijdragen wethouders

3.656

4.635

4.845

4.554

3.970

3.779

3.534

Voorziening Wachtgeld oud-bestuurders

306

92

15

0

232

89

124

Voorziening Spaarverlof

46

44

0

0

847

1.202

1.202

Voorziening Precario kabels en leidingen

1.934

2.568

3.201

3.834

3.835

3.835

3.835

Voorziening Salariskosten voormalig personeel bibliotheek Vlissingen

1.890

905

578

510

263

156

156

Voorziening Achterstallig onderhoud

8.020

7.938

7.712

6.919

6.072

5.023

4.956

Voorziening Tariefegalisatie GRP

4.926

5.992

6.323

7.188

6.906

6.826

6.549

Voorziening Onderhoud Muzeeum

164

164

192

192

0

0

0

Voorziening WW

100

Voorziening Leges

26

0

0

0

500

350

280

280

Voorziening Regeling v Vervr. Uittred-RVU

85

37

Egalisatievoorziening afval

706

762

Voorziening Groot onderhoud kades

598

866

Voorziening Groot onderhoud accommodaties

916

3.891

25.857

31.268

Totaal voorzieningen

35.758

38.865

28.789

26.494

26.694

2018 t/m 2023 o.b.v. jaarrekening 2024 o.b.v. begroting, correctie onttrekkingen voorziening Groot onderhoud accommodaties van € 763.000 en € 2.157.00

Verliesvoorziening grondexploitaties De voorziening verliesgevende grondexploitaties en de risicoreservering (zie ook hoofdstuk 8) zijn tegen eindwaarde opgenomen en worden in mindering gebracht op de voorraad grond. Dit wordt per grondexploitatie bepaald. Daar waar de waarde van de grond minus de verliesvoorziening en risicoreservering negatief is wordt een voorziening gevormd. Dit is in overeenstemming met het BBV. Zodra een grondexploitatie na aftrek van de verliesvoorziening en risicoreservering een negatieve waarde heeft, wordt deze waarde gepresenteerd onder de voorzieningen. Omdat in 2024 een verliesvoorziening ter grootte van € 5,076 miljoen resteert, blijkt dat de waarde van de grond lager is dan de waarde van de verliesvoorziening en de risicoreservering. De inspecteurs zijn van mening dat deze voorziening behouden moet blijven. Voorziening Pensioenbijdragen wethouders Deze voorziening is gevormd om te voldoen aan de verplichting tot het uitbetalen van wethouderspensioenen bij pensionering. In 2018 t/m 2022 waren er dotaties van respectievelijk € 308.000, € 1.152.000, € 402.000, € 31.000, € 35.000. Deze dotaties zijn het gevolg van uitbetaling van verzekeringspolissen, de pensioenpremies voor zittende wethouders en als gevolg van herberekening van de pensioenen door aanpassing van actuariële variabelen.

Ook werd deze voorziening van 2018 t/m 2023 aangewend ten bedrage van achtereenvolgens € 173.000, € 173.000, € 192.000, € 201.000, € 209,000 en € 81.000. De aanwending betreft de uitbetaling van de pensioenbijdrage aan oudwethouders en ook vanwege een herberekening van de voorziening waardoor middelen zijn vrijgevallen. In 2023 is er een bedrag van € 274.000 vrijgevallen en € 82.000 gedoteerd door een stijging van de rekenrente van 2022 naar 2023. In 2024 is een onttrekking voorzien van € 244.000. Hierdoor resteert een voorziening van € 3,5 miljoen.

50

Het pensioen voor wethouders is geregeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). De Appa-pensioenpremie wordt op het salaris van de wethouder ingehouden. Deze wordt gestort in de kas van de gemeente. Op grond van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) en de notitie van de commissie BBV over arbeidskostengerelateerde verplichtingen dienen voorzieningen te worden gevormd voor de rechten op pensioenen die niet verplicht of vrijwillig bij derden (verzekeraar, pensioenfonds) zijn ondergebracht, omdat het over het algemeen gaat om één of enkele personen waarvoor bijzondere arbeidsvoorwaarden gelden. Daarmee is zichtbaar voor welk bedrag oud- en zittende wethouders pensioen hebben opgebouwd. In het licht van het akkoord op de nieuwe Wet Toekomst Pensioenen wordt op termijn ook een verandering aangebracht. Er komt dan ook geld in een pensioenfonds voor politici. Dat fonds moet uiteraard ook voldoen aan de nieuwe pensioenwet. Hierbij is gebleken dat de pensioenvoorzieningen bij de gemeenten op totaalniveau niet voldoende is voor de kapitaaloverdracht naar dit fonds. Het tekort dient indien nodig te worden bekostigd uit de lopende rekening van gemeenten. Afhankelijk van de renteontwikkeling komende jaren tot de kapitaaloverdracht kan de hoogte van de voorziening fluctueren. Dit is een risico.

De inspecteurs zien dan ook dat deze voorziening aangehouden moet worden. Voorziening Wachtgeld oud-bestuurders Deze voorziening betreft de verplichtingen inzake het uitbetalen van wachtgeld aan oudbestuurders conform het BBV. De toevoeging van respectievelijk € 333.000 in 2018 en € 50.500 in 2022 betreffen de jaarlijkse actualisaties van de voorziening. In de Tweede bestuursrapportage 2022 was reeds een toevoeging verwerkt van € 251.000 zodat de totale toevoeging aan de voorziening wachtgeld oud-bestuurders in 2022 € 301.500 bedroeg. In 2023 was er geen dotatie. De aanwendingen in 2018 t/m 2023 betreffen de uitbetaling van de wachtgeldverplichting aan oud-bestuurders en bedragen respectievelijk: € 208.000, € 214.000, € 77.000, € 15.000 en € 81.000. In 2023 was er nog een vrijval van € 62.000. Vanuit het eindniveau in 2023 van € 89.000 volgt een aanwending van € 139.000 en een dotatie ter grootte van € 174.000 in 2024, zodat in 2024 een begrote stand ontstaat van € 124.000. Op grond van het BBV en de notitie van de commissie BBV over arbeidskostengerelateerde verplichtingen dienen voorzieningen te worden gevormd voor wachtgelden van wethouders omdat er sprake is van een onvoorspelbaar en ongelijkmatig kostenpatroon. Inspecteurs zien daarom voldoende noodzaak voor het in stand houden van deze voorziening.

Voorziening Spaarverlof Deze voorziening is bestemd voor de verplichting van salarisbetaling aan medewerkers die hun ADV-verlof hebben opgespaard en dit in de toekomst zullen opnemen. In 2018 is er € 1.000 aangewend als resultaat van een herberekening. Dit was € 2.000 in 2019. De voorziening is in 2020 voor € 44.000 volledig ingezet voor salarisbetaling aan een oud personeelslid. In 2021 was er geen voorziening spaarverlof aanwezig. Daarna is in 2022 € 847.00 gedoteerd en was er geen aanwending. In 2023 was er een toevoeging van € 355.000. In 2024 zijn geen mutaties voorzien en blijft de stand € 1,2 miljoen. Omdat deze voorziening wordt gevormd voor toekomstige uitgaven met een onvergelijkbaar jaarlijks volume, dient deze naar het oordeel van de inspecteurs dan ook in stand te blijven. Voorziening Precario kabels en leidingen De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft eerder besloten de precariobelasting voor nutsnetwerken (kabels en leidingen) af te schaffen. Nutsbedrijven moesten in sommige gemeenten precariobelasting betalen over het netwerk dat zij op de gemeentegrond exploiteren. Nutsbedrijven berekenden dat door aan al hun klanten, die echter vaak in een andere gemeente wonen dan de gemeente die de belasting heft op het bedrijf.

Door de afschaffing werd een einde gemaakt aan deze situatie, waarbij burgers meebetalen aan de heffing van precariobelasting door een gemeente waar zij zelf niet wonen en dus ook zelf niet hebben gestemd op de gemeenteraad. Gemeenten kregen onder voorwaarden de tijd om deze vorm van precarioheffing te stoppen. Er werd

51

uiteindelijk gekozen voor een overgangstermijn van vijf jaar zodat daarin de effecten konden worden opgevangen van inkomstenderving vanwege het afschaffen van deze vorm van precariobelasting. Dat betekende dat Vlissingen tot en met 2021 een precario op kabels en leidingen kon heffen van € 945.000 per jaar. Dit is verwerkt in de Eerste kwartaalrapportage 2017. Op basis van uitspraken van het Gerechtshof en de Hoge Raad was er echter een grote kans dat een gedeelte, circa € 634.000, van de precario over kabels en leidingen niet kon worden geheven door Vlissingen over de periode 2016-2021. De uitspraak van het Gerechtshof en de Hoge Raad ging over een rechtszaak van de gemeente Hulst tegen Stedin N.V. (voorheen Enduris B.V.) over de fiscale juistheid van de aanslag precariobelasting op kabels en leidingen. Nadat de rechtbank de gemeente Hulst in het gelijk had gesteld, heeft het hof in hoger beroep Stedin in het gelijk gesteld. Daarna heeft de ook de Hoge Raad in cassatie de uitspraak van het hof bevestigd. Cruciaal in deze casus is of er een gedoogplicht is voor de kabels en leidingen van Stedin in de gemeentegrond op grond van de afgesloten privaatrechtelijke overeenkomst voor onder meer de exploitatie van de openbare verlichting. In tegenstelling tot de rechtbank concludeerde het hof dat er wel degelijk sprake is dat de gemeente de kabels en leidingen verplicht moet gedogen.

Dit betekent dat er dan geen mogelijkheid is om nog precariobelasting te heffen en aangezien veel Zeeuwse gemeenten, waaronder ook Vlissingen, eenzelfde privaatrechtelijke overeenkomst hebben met Stedin, kan deze uitspraak zeer waarschijnlijk ook gevolgen hebben voor andere gemeenten in Zeeland. De aanslagen precariobelasting leidingen en kabels zijn tot en met het jaar 2021 wel opgelegd aan Stedin, maar van de opbrengst is jaarlijks circa € 634.000 gestort in de voorziening precario kabels en leidingen. Deze voorziening is in 2017 gevormd voor het risico dat een gedeelte van de precario over kabels en leidingen wellicht niet kon worden geheven als gevolg van bovengenoemde uitspraken en moet worden terugbetaald. De omvang van deze voorziening is € 3.834.501 eind 2023. Met ingang van 1 januari 2022 is het wettelijk niet meer mogelijk een aanslag precario kabels en leidingen te heffen. Wel is het toegestaan om precario voor terrassen en dergelijke te blijven heffen. Bovengenoemde bedrag is dan ook de eindstand van deze voorziening. De gerechtelijke procedure met Stedin over de fiscale juistheid van de aanslagen precario is voor het boekjaar 2016 in het voordeel van de Zeeuwse gemeenten uitgevallen. Inmiddels heeft Stedin echter aangegeven in cassatie te gaan tegen deze uitspraak.

De voorziening moet dan ook vooralsnog gehandhaafd blijven totdat de gerechtelijke uitspraak onherroepelijk is. Voorziening Salariskosten voormalig personeel bibliotheek Vlissingen (voorheen: Voorziening Frictiekosten bibliotheek en muziekschool) Deze voorziening is in 2017 gevormd voor verplichtingen uit hoofde van het afstoten van het pand 't Spui bibliotheek in het kader van de bezuinigingen van de bibliotheek. Ook is deze voorziening gebruikt voor de uittreedsom van de GR Muziekschool door bezuinigingen op cultuur. Vanaf 2018 hebben er diverse mutaties plaatsgevonden:  2018: de eindstand bedroeg € 2,16 miljoen. In dat jaar was er een aanwending van € 388.000 door een voorschotbetaling van € 308.000 op de uittreedsom voor de GR Muziekschool en is er voor € 81.000 een verplichting uitbetaald. Daarnaast was er een dotatie van € 114.000 door extra lasten uit hoofde van het langer in bezit hebben van het pand Spui voor € 85.000 en de herrekening van de verplichting van garantieschalen voor € 29.000. De eindstand bedroeg € 1,89 miljoen.  2019: er was een dotatie van € 23.000 door de herrekening van de verplichting van garantieschalen. Daarnaast was er een vrijval van € 389.000 door vaststelling van een lagere uittreedsom. Ten slotte bedroeg de aanwending € 619.000.

Dit komt allereerst door een herberekening van de garantieverplichting voor de leningen van Stichting IBV door het langer in bezit hebben van het pand Spui voor € 134.000. Daarnaast was er een uitbetaling van garanties voor € 69.000. Tevens bedroegen de advocaatkosten

52

voor de uittreding van de GR Muziekschool € 9.000. De laatste onttrekking bedroeg de uitbetaalde uittreedsom in 2020 van € 425.000. De eindstand bedroeg € 905.000. 2020: er was één aanwending ter hoogte van € 327.000. Dit was het gevolg van de salarislasten van oud-ambtenaren die hun oude rechten hebben behouden. De eindstand kwam uit op € 578.000. 2021: de eerste aanwending bedroeg € 38.000 en was wederom het gevolg van de salarislasten van oud-ambtenaren die hun oude rechten hebben behouden. Daarnaast is er voor de kosten van het pand een onttrekking van € 30.000 gedaan. De eindstand was € 510.000. 2022: in dit jaar is het onderdeel muziekschool volledig afgehandeld. In verband met de verkoop van het pand 't Spui in december 2022 was er een vrijval van € 259.000van de voorziening. Ook is voorzien in de salarisgarantie voor het voormalig personeel die overgenomen zijn door de Zeeuwse bibliotheek. Voor deze salarisgarantie is de voorziening voor € 23.000 aangewend. Ten slotte is er € 35.000 aan de voorziening toegevoegd door een geactualiseerde berekening voor de salarisgarantie. De eindstand is € 263.000. 2023: de verkoop van het onderdeel de muziekschool is volledig afgehandeld. De verkoop van het pand heeft plaatsgevonden eind 2022 en de afhandeling van de stichting Innovatie Bibliotheek Vlissingen in 2023.

Dit deel van de voorziening is geheel afgehandeld in 2023 en leidde tot een vrijval van € 17.000. Het restant heeft betrekking op de salarisgarantie die aan het voormalige personeel van de bibliotheek is verstrekt, dit bedroeg € 19.000 in 2023. Omdat twee oud personeelsleden in de toekomst niet meer onder de garantie vallen, is er € 71.000 vrijgevallen. 2024: In 2024 krijgt de voorziening een andere naam: voorziening Salariskosten voormalig personeel bibliotheek Vlissingen. In 2024 zijn geen onttrekkingen voorzien en blijft de stand € 156.000.

Omdat de salarisgaranties aan het voormalige personeel van de bibliotheek doorlopen tot en met 2043 dient deze voorziening in stand te blijven. Voorziening Achterstallig onderhoud Deze voorziening is in 2018 gevormd op basis van de aanvullende uitkering uit het gemeentefonds die de gemeente heeft ontvangen in het kader van het artikel 12-traject over 2017-2018. De inspecteur heeft deze middelen specifiek geoormerkt voor werkzaamheden met betrekking tot het achterstallig onderhoud van een aantal benoemde kapitaalgoederen. Het betreft achterstallig onderhoud voor wegen, openbare verlichting, civiele kunstwerken en kades. In 2018 was er geen aanwending. In 2019 was er een aanwending van € 82.000 voor de inzet van een projectleider kapitaalgoederen up-to-date. Vervolgens is in 2020 € 226.000 aangewend voor achterstallig onderhoud aan wegen. In 2021 bedroeg de aanwending € 488.000, voor achterstallig onderhoud wegen, € 47.000 voor achterstallig onderhoud civiele kunstwerken en € 258.000 voor achterstallig onderhoud van de kades. In 2022 is er voor € 847.000 aan kosten voor het herstel van de kades rondom Dok (grondexploitatie Scheldekwartier) ten laste gebracht van de voorziening. In 2023 is wat betreft onderhoud wegen € 1.137.000 onttrokken voor het grote project aan de Molenweg.

Daarnaast is voor openbare verlichting in 2024 een uitname van € 67.000 voorzien als het openbare verlichtingsplan zal worden uitgevoerd. In 2023 waren er geen mutaties voor civiele kunstwerken. Ten slotte is in 2023 € 88.000 aan schade-uitkering ontvangen vanuit het vernieuwen van de Albion kade. De totale stand eind 2023 bedroeg daarmee € 5.023.000. In 2024 is er een vermindering van € 67.000. De verwachting is dat de voorziening eind 2026 volledig zal zijn besteed. Deze voorziening dient dan ook in stand te blijven. Zie ook paragraaf 7.3 voor een nadere analyse van een aantal kapitaalgoederen. Voorziening Tariefegalisatie GRP In 2014 is door Vlissingen besloten extra te sparen voor het toegroeien naar een ideaalcomplex bij de riolering. Dit betekent dat naast het inlopen van een vervangingsachterstand tegelijkertijd gespaard wordt voor toekomstige

53

vervangingsinvesteringen. Hierdoor drukken dubbele lasten op de begroting, namelijk van de afschrijvingen van de investeringen voor de vervangingsachterstand en daarnaast de lasten om toe te groeien naar het ideaalcomplex. Deze combinatie heeft tot gevolg dat huishoudens in Vlissingen duurder uit zijn. Uit het inspectierapport 2015 (paragraaf 4.2) volgt dat de inspecteurs van mening zijn dat het opmerkelijk is om juist in een artikel 12situatie toe te willen groeien naar een ideaalcomplex. De rioollasten zijn daardoor voor de periode 2014-2028 hoger dan strikt gezien noodzakelijk. Zie hiervoor ook paragraaf 4.5. In het laatste verbrede rioleringsplan is gekozen om de achterstand van het onderhoud van de riolering volgens het nieuw Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP) in te lopen door gefaseerde extra investeringen in 14 jaar in combinatie met aanpassing van de tariefstelling en een tariefegalisatievoorziening waarvoor deze voorziening dient. De vermeerderingen betreffen de dotaties waarbij is uitgegaan van 100% kostendekkendheid. De opeenvolgende dotaties van 2018 t/m 2024 bedroegen € 2.517.000, € 3.116.000, € 2.718.000, € 3.715.000, € 2.930.000, € 2.314.900 en € 2.643.000. De onttrekkingen betreffen de vermindering van de activa riolering conform het door de raad vastgesteld plan.

De onttrekkingen in deze periode waren respectievelijk € 1.750.000, € 2.050.000, € 2.450.000, € 2.850.000, € 2.850.000, € 2.394.000 en € 3.050.000. In de dotatie van 2021 zit ook een correctie van € 600.000 voor 2020. Vanwege hogere kosten dan baten in de exploitatie voor het onderdeel riolering in 2022 en 2023 vielen daarnaast bedragen ten gunste van de exploitatie vrij van € 363.000 respectievelijk € 79.475. De begrote stand in 2024 is € 6.549.000, door een begrote dotatie van € 2.773.000 en een begrote onttrekking van € 3.050.000 Concluderend zijn de inspecteurs van mening dat het deel van de onderhavige voorziening dat betrekking heeft op het inlopen van de vervangingsachterstand gerechtvaardigd is, maar dat het sparen voor toekomstige vervangingsinvesteringen in een artikel-12 situatie niet strikt noodzakelijk is. Gezien de voorgestelde beëindiging van de artikel 12-status vanaf 2025 zal hier echter geen opvolging aan worden gegeven en kan deze voorziening geheel in stand blijven. Voorziening Onderhoud Muzeeum Deze voorziening is gevormd voor het gelijkmatig verdelen van de onderhoudskosten van het Maritiem Muzeeum. In 2018 en 2019 hebben er geen mutaties plaatsgevonden en bedroeg het eindsaldo € 164.000. In 2020 is er € 53.000 toegevoegd conform de verwachte, toekomstige onderhoudsuitgaven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15260689/1