3.1 rvs programmabegroting 2024-2027 bijlage 1 progbegr
Tekst van het document
hiërarchische leidinggevenden (directie en teamleider) in het primaire proces. Zij hebben een personele verantwoordelijkheid zoals het zorgen voor het goed functioneren van medewerkers en het stimuleren van een goede samenwerking tussen medewerkers en teams om de gestelde doelen te bereiken. Niet: Projectleiding en coördinatoren. ■ Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie. Het betreft functies als controllers, financieel adviseurs en specialisten, planning & control, financiële verantwoording, administratieve organisatie, risicomanagement, (EDP) auditing, interne kwaliteitszorg, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie. ■ HRM. Het betreft salarisadministratie, P&O / HRM advies, organisatie- en formatieadvies, ORondersteuning, mobiliteitscentrum, coaching, leren en ontwikkelen, bedrijfsmaatschappelijk werk, ARBO, recruitment, arbeidsvoorwaarden, HR control. Het is exclusief opleidingen door P&O gegeven en gericht op de directe uitvoeringspraktijk. ■ Inkoop (inclusief aanbesteding en contractmanagement). ■ Interne en externe communicatie m.u.v. klantcommunicatie (klantencontactcentrum). Het gaat om zowel interne als externe communicatie. Niet: projectcommunicatie en medewerkers die bij een projectbureau werken. ■ Juridische zaken.
Het betreft juridische medewerkers die binnen de bedrijfsvoering afdeling werken of belast zijn met een bedrijfsvoeringstaak op een afdeling. Niet: afhandeling van bezwaar- en beroepschriften. Niet: juristen die primaire taken verrichten (bijv. vergunningverlening). ■ Bestuurszaken en bestuursondersteuning. Het betreft bestuursadviseurs en bestuursondersteuners, zijnde de ambtelijke ondersteuning beleidsadviseringvan de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders. Niet: raadsgriffie (behoort tot facilitering bestuursorganen, taakveld 0.1). ■ Informatievoorziening en automatisering (ICT). Het betreft medewerkers informatisering en automatisering, systeem-en netwerkbeheer, werkplekondersteuning, helpdesk, ontwikkeling ICTprojectmanagement, technisch applicatiebeheer en functioneel applicatiebeheer dat door bedrijfsvoering medewerkers wordt gedaan (het is exclusief functioneel beheer ten behoeve van primaire proces systemen). ■ Facilitaire zaken en Huisvesting. Het is inclusief receptie, beveiliging en catering en gebouwenbeheerders. ■ Documentaire Informatievoorziening Het betreft medewerkers die kaders stellen en richtlijnen ontwikkelen, zich bezighouden met expertise-ontwikkeling, adviseren bij procesinrichting en – aansluitingen op e-depot, Documentair Managementsysteem inrichten en beheren, zich bezighouden
74
7.
OVERHEAD
met postregistratie en e-depot, archiefonderzoeken en coördineren (niet zijnde leidinggevende), fysieke en digitale documenten verwerken, vernietigen en overbrengen en fysiek en digitaal archief opbouwen en beheren. ■ Managementondersteuning primair proces. Het betreft secretariaten, office-management en management assistentie in het primaire proces. 7.2 Wat mag het kosten? Lasten en baten JAARREKENING
BEGROTING PROGRAMMA TOTALEN
LASTEN
2022
2023
2024
2025
2026
2027
18.881
21.685
24.409
27.055
29.056
30.891
BATEN
4.536
4.440
5.753
5.879
5.819
5.842
Saldo
14.345
17.245
18.656
21.175
23.237
25.049
51
53
53
14.345
17.245
18.656
21.226
23.291
25.103
LASTEN
2022
2023
2024
2025
2026
2027
0.4 Overhead personeel en overige
12.527
15.138
16.737
18.959
20.713
22.276
0.4 Overhead huisvesting
5.924
1.370
1.371
1.348
1.448
1.460
0.4 Overhead ICT
1.444
6.238
7.758
8.035
8.051
8.269
19.894
22.746
25.867
28.341
30.212
32.005
0.4 Overhead doorbel investeringen
-487
-560
-933
-933
-933
-933
0.4 Overhead doorbelasting grexen
-526
-501
-525
-353
-223
-181
Subtotaal door te belasten overheadkosten
-1.013
-1.061
-1.458
-1.286
-1.156
-1.115
Totaal lasten
18.881
21.685
24.409
27.055
29.056
30.891
2022
2023
2024
2025
2026
2027
770
37
13
13
13
13
0.4 Overhead ICT
3.765
4.403
5.741
5.867
5.806
5.829
Totaal baten
4.536
4.440
5.753
5.879
5.819
5.842
Mutatie reserves Saldo na bestemming
SPECIFICATIE LASTEN
Subtotaal lasten overhead
SPECIFICATIE BATEN BATEN 0.4 Overhead personeel en overige
Voor het geraamde verloop van de reserves en voorzieningen verwijzen wij u naar de paragraaf 9.8. Hier zijn ook de toelichtingen opgenomen. In paragraaf 9.1 lokale heffingen wordt inzicht gegeven in de kostendekkendheid van de gemeentelijke heffingen, belastingen en overige rechten. Investeringen 2024
2025
2026
2027
1 Hybride werken 2022-2024
Investeringen
1.031
1.498
-
-
Totaal 2.529
Totaal investeringsplan
1.031
1.498
-
-
2.529
1. Met hybride werken creëren we een aantrekkelijke kantooromgeving met een passende werkplekmix die de organisatie maximaal ondersteunt om te presteren, te ontwikkelen en samen te werken aan de opgaven in de gemeente Vlissingen. Hybride werken vraagt om het verbouwen en herinrichten van de kantooromgeving voor een totaalbedrag van € 3,1 miljoen.
75
8.
ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN
De algemene dekkingsmiddelen betreffen de middelen die door de gemeente vrij besteed mogen worden en niet gebonden zijn aan een specifiek (beleids)doel. Lokale heffingen Onder lokale heffingen worden de verwachte opbrengsten en uitvoeringskosten opgenomen die verband houden met de onroerende zaakbelasting , toeristenbelasting en hondenbelasting aangezien deze middelen niet gebonden zijn aan een specifieke besteding. Daarnaast zijn onder de lasten de kosten van heffing en invordering en informatievoorziening (specifiek gebruikt voor de belastingen) opgenomen. Voor een toelichting op de gemeentelijke belastingen wordt verwezen naar paragraaf 9.1 lokale heffingen waarin wordt ingegaan op de beleidsuitgangspunten, belastingvoorstellen en het kwijtscheldingsbeleid. In deze paragraaf wordt naast bovengenoemde belastingen ook ingegaan op de heffingen niet zijnde tot algemene dekkingsmiddelen. Algemene uitkering Betreft de algemene uitkering Gemeentefonds op basis van de uitgangspunten en ramingen inclusiefde septembercirculaire 2023. Dividend Betreft het verwachte dividend over de aandelen in de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), Evides Aqua b.v. en Zeeuwse Energie Houdstermaaaschappij (ZEH). Saldo van de financieringsfunctie De financieringsfunctie betreft het saldo tussen de externe rentelasten en –baten en de rente die wordt toegerekend aan de grondexploitatie en taakvelden.
Hiermee vormt dit het grootste deel van het renteresultaat. Een nadere toelichting op het renteresultaat is opgenomen in de paragraaf financiering. 8.1 Wat mag het kosten? (bedragen * € 1.000) JAARREKENING
BEGROTING PROGRAMMA TOTALEN
LASTEN
2022
2023
2024
2025
2026
2027
1.541
1.292
1.618
1.673
1.718
1.778
BATEN
194.171
170.637
218.959
208.469
203.782
208.506
Saldo
-192.630
-169.345
-217.341
-206.796
-202.064
-206.727
Toevoeging Algemene reserve jaarlijkse rijksbijdrage Art 12 *)
7.000
7.000
7.000
7.000
7.000
Toevoeging Algemene reserve jaarlijkse eigen gemeentelijke bijdrage Art 12 **)
1.744
1.772
1.801
1.829
1.859
-77
-77
-77
-198.073
-193.313
-197.946 2027
Mutatie reserves
Onttrekking algemene reserve Toevoeging reserve GBE Aqua ***) Saldo na bestemming
-4.591
-579
5.298
5.000
9.294
-187.332
-160.191
-199.854
SPECIFICATIE LASTEN LASTEN
2022
2023
2024
2025
2026
176
-133
31
35
35
35
1.365
1.426
1.587
1.637
1.683
1.743
0.62 OZB niet-woningen
-
-
-
-
-
-
0.64 Belastingen overig
-
-
-
-
-
-
0.7 Alg. en ovg uitk. gemeentefonds
-
-
-
-
-
-
3.4 Economische promotie
-
-
-
-
-
-
1.541
1.292
1.618
1.673
1.718
1.778
0.5 Treasury 0.61 OZB woningen
Totaal lasten
SPECIFICATIE BATEN
76
8.
ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN
JAARREKENING
BEGROTING
BATEN
2022
2023
2024
2025
2026
2027
0.5 Treasury
5.931
464
23.958
6.691
6.691
6.691
0.61 OZB woningen
6.504
6.582
7.292
7.527
7.688
7.914
0.62 OZB niet-woningen
7.739
9.004
8.737
9.061
9.279
9.555
0.64 Belastingen overig
717
696
732
754
772
795
172.154
152.683
176.707
182.484
177.299
181.437
0.7 Alg. en ovg uitk. gemeentefonds 3.4 Economische promotie Totaal baten
1.126
1.209
1.533
1.952
2.053
2.112
194.171
170.637
218.959
208.469
203.782
208.506
*) Met ingang van 2023 verantwoorden wij de jaarlijkse rijksbijdrage Art 12 bij het onderdeel Algemene Dekkingsmiddelen. De jaarlijkse rijksbijdrage Art 12 is opgenomen in jaarlijkse algemene uitkering uit het gemeentefonds. Deze verantwoorden we ookbij het onderdeel Algemene Dekkingsmiddelen. Tot en met 2022 hebben wij deze verantwoord bij programma 4 Bestuur. **)Met ingang van 2023 verantwoorden wij de eigen gemeentelijke bijdrage Art 12 bij het onderdeel Algemene Dekkingsmiddelen. Tot en met 2022 hebben wij deze verantwoord bij programma 4 Bestuur. ***) Reserve GBE AquaAls onderdeel van Wind in de Zeilen zijn de aandelen Evides ‘ontvlochten’ uit PZEM voor € 380 miljoen en overgenomen door een daar specifiek voor opgerichte BV GBE Aqua. Het dividend van PZEM dat we ontvangen (€ 5.000.000) moeten we als kapitaalstorting doorstorten voor de aflossing van de door GBE Aqua aangegane geldlening voor aankoop van de aandelen Evides. Deze kapitaalstorting verantwoorden we als financieel vast actief in onze balans. Hiertegenover staat deze reserve die jaarlijks op gaat lopen totdat de lening van € 380 miljoen die GBE Aqua is aangegaan is afgelost. In onze balans ontstaat een financieel vast actief van bijna € 22 miljoen (zijnde 5,76 % van de waardering van GBE Aqua) waar deze ‘beklemde’ reserve tot eveneens bijna € 22 miljoen tegenover komt te staan.
Bij eventuele verkoop van GBE Aqua zouden deze middelen daadwerkelijk beschikbaar komen. Voor het verloop van de reserves en voorzieningen verwijzen wij u naar de paragraaf 9.8. Hier hebben we ook de toelichtingen opgenomen. In paragraaf 9.1 lokale heffingen, geven wij inzicht in de kostendekkendheid van de gemeentelijke heffingen, belastingen en overige rechten.
77
9.
PARAGRAFEN
78
9.
PARAGRAFEN
9.1 Lokale heffingen Inleiding De lokale lasten zijn een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente, betaald door burgers en bedrijven. De gemeentewet geeft een limitatieve opsomming van de belastingen en rechten die een gemeente mag heffen. De heffingen verdelen we in twee categorieën, te weten: Belastingen Tegenover een belasting staat geen rechtstreekse tegenprestatie van de gemeente. De opbrengsten dienen als algemeen dekkingsmiddel. Onze gemeente heft de volgende belastingen ■ De onroerende zaakbelasting ■ De forensenbelasting ■ De precariobelasting ■ De parkeerbelasting
■ De toeristenbelasting ■ De hondenbelasting
Rechten Naast de belastingen worden er ook rechten geheven voor een geleverde dienst. Het is niet toegestaan een meer dan kostendekkend tarief te handteren voor deze rechten. Onze gemeente heft de volgende rechten: ■ De rioolheffing
■ De afvalstoffenheffing ■ De leges
■ De marktgelden
■ De havengelden
■ De lijkbezorgingsrechten
Uitgangspunten Indexering en tariefverhoging Het beleidsuitgangspunt bij alle heffingen is dat de jaarlijkse verhoging beperkt blijft tot de inflatiecorrectie. Dit heeft tot gevolg dat alle heffingen trendmatig worden verhoogd met 3,2%. Met uitzondering van de afvalstoffenheffing, rioolheffingen, lijkbezorgingsrechten en havengelden. Voor de afvalstoffenheffing geldt dat we een tariefstelsel wijziging invoeren. Hier gaan we onder het kopje afvalstoffenheffing verder op in. Voor de rioolheffing geldt naast de verhoging met het inflatiepercentage een extra verhoging van 0,8%. De tarieven van de lijkbezorgingsrechten worden jaarlijks met 5% extra verhoogd i.v.m. het verhogen van de kostendekking. Voor de havengelden zijn de tarieven aangepast naar voornamelijk alleen weektarieven en zijn de tarieven meer markconform gemaakt. Voor alle rechten is het kostendekkingspercentage in deze paragraaf vastgelegd. Hiermee wordt de transparantie m.b.t. verhouding kosten en baten per heffing vergroot. Kwijtschelding Een inwoner van Vlissingen kan kwijtschelding krijgen voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Dit kan indien het inkomen zo laag is dat aan de betalingsverplichting niet kan worden voldaan, ook niet door middel van een betalingsregeling. Of iemand in aanmerking komt voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding is afhankelijk van de persoonlijke financiële situatie.
Voor de provincie Zeeland geldt dat de beoordeling of een burger in aanmerking komt voor kwijtschelding wordt uitgevoerd door Sabewa Zeeland. Dit wordt gedaan aan de hand van een door elke gemeente vastgestelde leidraad. Sabewa Zeeland beoordeelt ook de aanvragen om kwijtschelding van het waterschap. Deze werkwijze heeft als voordeel dat de burger slechts 1 verzoek hoeft in te dienen voor zowel de waterschapslasten als de gemeentelijke heffingen.
79
9.
PARAGRAFEN
De ontwikkeling van de geraamde bedragen voor de kwijtschelding over de afgelopen jaren is als volgt: jaren
Kwijtschelding
2024
€ 696.780,00
2023
€ 696.780,00
2022
€ 696.780,00
2021
€ 696.780,00
Opbrengsten belastingen Onderstaand overzicht geeft een beeld van de geraamde en de werkelijke opbrengsten van de afgelopen jaren in relatie met het begrotingsjaar 2024: Heffingen (x € 1.000)
Begroting 2022
Rekening 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Onroerende zaakbelastingen
14.325
14.314
14.827
16.086
Afvalstoffenheffing
7.569
7.479
7.952
7.909
Hondenbelasting
310
315
321
333
Forensenbelasting
344
404
355
453
Precariobelasting
125
128
130
134
Parkeerbelastingen
3.110
3.110
3.154
3.262
Toeristenbelasting Rioolheffing TOTAAL
567
491
888
1080
6.721
6.617
6.651
6.783
33.071
32.858
34.278
36.040
Belastingen: Heffing: Onroerende zaakbelasting Doel: De opbrengsten worden gebruikt als algemeen dekkingsmiddel. De eigenaar van een woning en niet-woning zijn belastingplichtig. Tevens is de gebruiker van een niet-woning belastingplichtig voor ozb gebruiker. De tarieven OZB worden bepaald aan de hand van de gemiddelde waardeontwikkeling van de woningen en de niet-woningen (bedrijven, winkels, kantoren enz.) en de voor dit jaar in de begroting vastgestelde opbrengststijging. Voor het bepalen van het tarief van de OZB zijn we afhankelijk van de stijgingspercentage van de WOZ waarden. Op 1 oktober zijn circa 30% van de waarden voor 2024 bekend. Op basis hiervan is een verwachte stijging berekend. Deze gemiddelde stijging is vervolgens gebruikt om de overige WOZ waarden te prognosticeren. Op basis hiervan wordt in de verordening een percentage vastgesteld waarmee het aanslagbedrag wordt berekend. De formule hiervoor is: Waarde x percentage = aanslagbedrag. Waardeontwikkeling van 1-1-2022 naar 1-1-2023 De waardeontwikkeling van de woningen is gemiddeld uitgekomen op 7,86 procent positief. De waardeontwikkeling van de niet-woningen is gemiddeld uitgekomen op 2,59 procent positief.
80
9.
PARAGRAFEN
Daarnaast is in Vlissingen het stelsel van voorwaarden voor artikel 12 van invloed op de OZB berekening. Immers het gewogen gemiddelde OZB in Vlissingen dient minimaal 140% te zijn van het landelijk gewogen gemiddelde. Niet-woning eigenaar
100,00%
Niet-woning gebruiker
100,00%
Inflatiecorrectie
3,20% Inflatiecorrectie
3,20%
Waardewijziging
-2,59% Waardewijziging
-2,59%
Extra ombuiging artikel 12
Extra -0,75% ombuiging artikel 12
-0,75%
Totaal
99,86% Totaal
99,86%
Niet-woning gebruiker
100,00%
Inflatiecorrectie
3,20%
Waardewijziging
-2,59%
Extra ombuiging artikel 12
-0,75%
Totaal
99,86%
Bij de woningen wordt rekening gehouden met de 7,86% stijging van de WOZ waarde en de extra ombuiging die nodig is om het gewogen gemiddelde te halen. Dit heeft geleid tot onderstaande tarief: woning eigenaar
100,00%
Inflatiecorrectie
3,20%
Waardewijziging
-7,86%
Extra ombuiging
-0,75%
Totaal
94,59%
Rekening houdend met afrondingen worden dit de tarieven 2024: percentage 2023
percentage 2024
Woning
eigenaar
0,1283%
0,1214%
Niet-woning
eigenaar
0,4399%
0,4393%
Niet-woning
gebruiker
0,3495%
0,3490%
Voor 2024 worden de tarieven in beginsel geïndexeerd met 3,2% om de te behalen opbrengst te genereren. Heffing: Forensenbelasting Doel: De opbrengst word gebruikt als algemeen dekkingsmiddel. Belastingplichtige is degene die een woning heeft in de gemeente Vlissingen maar hier niet feitelijk woonachtig is. De forensenbelasting wordt trendmatig verhoogd met 3,2%. Forensenbelasting
2021
Tarief per woning
907,67
81
2022 921,29
2023 957,22
2024 987,85
9.
PARAGRAFEN
Heffing: Precariobelasting Doel: de opbrengst wordt gebruikt als algemeen dekkingsmiddel. De belastingplichtige is degene die voorwerpen op of onder of boven gemeente grond heef. De tarieven voor deze heffing worden uitsluitend trendmatig verhoogd met 3,2%. Heffing: Parkeerbelasting Doel: om de parkeren te reguleren is het noodzakelijk om parkeerbelasting te heffen. De opbrengst word gebruikt als algemeen dekkingsmiddel. De houder van het voertuig is belastingplichtig. De parkeertarieven en parkeervergunningen blijven gelijk aan 2023. De naheffingsaanslag gaat wel omhoog van € 72,90 naar € 76,70. Heffing: Toeristenbelasting Doel: De opbrengsten worden gebruikt als algemeen dekkingsmiddel. Belastingplichtige is degene die gelegenheid biedt tot verblijf. De toeristenbelasting wordt in 2024 trendmatig verhoogd met 3,2%. Hieronder de tarieven voor 2024: Toeristenbelasting
2021
2022
2023
2024
Bestaand verblijfsmiddel 1
1,76
1,79
2,04
2,11
Meegebracht verblijfsmiddel
1,59
1,61
1,83
1,89
Heffing: Hondenbelasting Doel: De opbrengst wordt gebruikt als algemeen dekkingsmiddel. Elke houder van één of meer honden is hondenbelasting verschuldigd. Op basis van aangifte wordt de houder aangeslagen. Voor de eerste hond wordt een basisbedrag in rekening gebracht. Voor elke tweede en volgende hond geldt het dubbele tarief. Dit geeft de volgende tarieven: Hondenbelasting
2021
2022
2023
2024
1e hond
94,40
95,82
99,56
102,75
2e en volgende hond
188,79
191,62
199,09
205,50
Rechten: Rioolheffingen Doel: Met de opbrengst van de heffing worden de lasten van het beheer van het riool gedekt. De opbrengsten mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. Belastingplichtig zijn de gebruikers van woningen en niet-woning die direct of indirect lozen op de gemeentelijke riolering. De rioolheffing wordt naast de trendmatige verhoging (3,2%) met 0,8% extra verhoogd. De financiële onderbouwing van de rioolheffingen is gebaseerd op het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). In 2023 is deze opnieuw berekend en voor 1 jaar vastgesteld. De tarieven zijn gebaseerd op de jaarschijf 2024. De gemeenteraad dient deze nog definitief vast te stellen. De huidige tarieven verhogen wij naast het inflatiepercentage van 3,2% met 0,8% extra.
82
9.
PARAGRAFEN
Dit geeft de volgende tarieven: Rioolheffing eigenaar
2021
Per perceel
2022
2023
2024
210,13
210,13
201,13
209,18
68,8
60,54
60,54
62,96
Rioolheffing gebruiker Bij een waterverbruik van 0 – 400m3
Heffing: Afvalstoffenheffing/Reinigingsrecht Doel: Met de opbrengst van de heffing worden de lasten van de inzameling en verwerking van het afval gedekt dat door de reiniging wordt ingezameld. Belastingplichtige is de gebruiker van de woning, waar het huishoudelijk afval ontstaat. In 2024 zal gestart worden met het maximaliseren per opening van de ondergrondse restafval container. Het aantal openingen is afhankelijk van de grote van het huishouden. Het tarief voor de afvalstoffenheffing word hier ook op afgestemd. Vanaf 2024 werken we dan ook op basis van differentiatie van het aantal personen binnen een huishouden. Uitgangspunt bij de afvalstoffenheffing is 100% kostendekking. Voor nu geeft bovenstaande het volgende tarief: Afvalstoffenheffing
2021
Per perceel
316,97
2022 332,18
2023
2024
353,77
1 pers HH
323,86
2 pers HH
346,58
meer pers HH
394,62
Heffing: Marktgelden Doel: Marktgelden worden geheven voor het innemen van openbare gemeentegrond en voor de beschikbaarstelling van gemeentelijke voorzieningen. De marktgelden worden verhoogd met de index 3,2%. Heffing: Leges Doel: Voor het verstrekken van een vergunning of document wordt een vergoeding in de vorm van leges gevraagd. Deze leges worden ook verhoogd met de index 3,2%. De aanpassing van de verordening m.b.t. de Omgevingswet is in voorbereiding. De legesverordening vaststellen is de bevoegdheid van het college. Heffing: Lijkbezorgingrechten Doel: Voor het begraven en het huren van een graf enz. wordt een vergoeding in de vorm van lijkbezorgingrechten gevraagd. Deze rechten worden naast de index 3,2% extra verhoogd met 5% om de kostendekkendheid te verhogen. Heffing: Havengelden. Doel: Havengelden worden geheven voor het innemen van openbare gemeentewateren en voor de beschikbaarstelling van gemeentelijke voorzieningen (kade). In de verordening 2024 is het begrip passagiersschepen verwijderd en vervangen voor riviercruises, rondvaartboten en charterschepen. De tarieven zijn verhoogd naar marktconforme bedragen. Uitzondering hierop is het tarief voor vrachtschepen indien geen lading, deze is verlaagd. Dit geeft de volgende tarieven voor 2024:
83
9.
PARAGRAFEN
Belastingsoort
Eenheid
Termijn
2024
Vrachtschepen
per ton laadvermogen
Per week* of gedeelte daarvan
€ 0,18
Riviercruise
per m2 oppervlakte
Per dag* of gedeelte daarvan
€ 0,19
Rondvaartboot
per schip
Per keer aanmeren (max verblijf: 2 € 14,56 uur)
Charterschip
per m2 oppervlakte
Per week
€ 0,31
Bijzondere heffingen Heffing: Bedrijveninvesteringszone (BIZ) ondernemersfonds binnenstad Vlissingen Doel: In samenwerking met de vertegenwoordigers van de winkeliers en horecaondernemers in de binnenstad, verenigd in de Vlissingse Ondernemers Centrale (VOC) is voor een deel van de binnenstad de Bedrijveninvesteringszone (BIZ) gerealiseerd voor de periode 1 januari 2022 tot 1 januari 2027. Belastingdruk. De tarieven voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de onroerende-zaakbelastingen stijgen. Daarmee stijgen de woonlasten. Wat dit betekent voor een eigenaar van een pand in 2024 ten opzichte van 2023 wordt in onderstaande tabel weergegeven. 2023
2024
OZB lasten voor een gezin met een eigen woning
€ 319,47
€ 302,17
Rioolheffing voor een gezin
€ 261,67
€ 272,14
Afvalstoffenheffing voor een gezin
€ 365,09
€ 394,62
Totale woonlasten voor gezin
€ 946,23
€ 968,93
Kengetallen belastingcapaciteit Sinds begroting 2016 worden in de paragraaf lokale lasten een aantal kengetallen opgenomen in relatie het landelijke gemiddelde. Voor 2024 gelden in Vlissingen de volgende kengetallen: Kengetallen belastingcapaciteit 2024 A
OZB lasten voor een gezin bij de gemiddelde WOZ waarde gem. WOZ waarde
B
€ 249.000
€ 302,17
0,1214%
Rioolheffing voor een gezin bij de gemiddelde WOZ waarde Rioolheffing
eigendom
€ 209,18
gebruik
€ 62,96
C
Afvalstoffenheffing voor een gezin
D
Heffingskorting
E
Totale woonlasten voor gezin
€ 394,62 € -
bij een gemiddelde WOZ waarde F
€ 272,14
€ 968,93
Woonlasten landelijk gemiddelde voor gezin € 944,00
bij een gemiddelde WOZ waarde gemeentelijke belasting capaciteit
E/F * 100%
84
102,64%
9.
PARAGRAFEN
Kostendekking tarieven Vanaf de begroting 2017 moet in de paragraaf lokale heffingen een overzicht van baten en lasten worden opgenomen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten. Bij de hierna opgesomde heffingen is hiervan sprake. Bij deze heffingen is het toegestaan om maximaal 100% van de kosten te dekken. Dit is in de gemeente Vlissingen uitgangspunt. In de onderstaande gegevens worden de totale kosten en baten met elkaar vergeleken en wordt het kostendekkingspercentage genoemd. Rioolheffingen 2024 Overhead
€ 408.870
BTW
€ 537.817
Lasten kwijtschelding
€ 87.098
Lasten riolering
€ 5.184.053
Straatreiniging
€ 386.714
Kosten samenwerking
€ 208.927
Totale lasten
€ 6.813.478
Totale baten
€ 6.813.478
kostendekking percentage
100%
Afvalstoffenheffing 2024 Overhead
€ 896.195
Lasten afvalinzameling
€ 5.346.460
Lasten straatreiniging
€ 425.385
BTW
€ 967.671
Lasten kwijtschelding
€ 609.683
Lasten samenwerking
€ 103.377
Totale lasten
€ 8.348.770
Totale baten
€ 8.348.770
Kostendekking percentage
100%
Marktgelden 2024 Overhead
€ 24.640
Lasten marktgeld
€ 87.870
BTW
€ 11.733
Totale lasten
€ 124.243
Totale baten
€ 62.970
Kostendekking percentage
50,68%
85
9.
PARAGRAFEN
Lijkbezorging 2024 Overhead
€ 313.236
Lasten lijkbezorging
€ 633.841
BTW
€ 47.679
Totale lasten
€ 994.756
Totale baten
€ 645.460
Kostendekking percentage
64,89%
Havengelden 2024 Overhead
€ 49.973
Lasten havengeld
€ 249.028
BTW
€ 38.667
Totale lasten
€ 337.668
Totale baten
€ 61.110
Kostendekking percentage
18,10%
Naheffingsaanslag parkeer Totale kosten € 463.000 Totale baten € 306.800 (76,70*4000 naheffingsaanslagen) Kostendekkingspercentage 2024 is 66%. Leges Totale kosten € 3.154.495 Totale baten € 3.096.711 Kostendekkingspercentage 2024 is 98,2%. Omdat leges over tal van producten wordt geheven en hierboven het gemiddelde kostendekkingspercentage (98,2%) is aangegeven, wordt in onderstaande tabel de kostendekking per hoofdstuk in de legesverordening aangegeven. In de onderstaande tabel wordt de kostendekkendheid per titel (het soort dienstverlening) nader toegelicht. We hanteren bij de leges de toegestane regels van kruissubsidiëring, waarbij binnen een titel een percentage boven de 100% op hoofdstukniveau is toegestaan onder voorwaarde dat het gemiddelde percentage van de gehele verordening niet boven de 100% uitkomt.
86
9.
PARAGRAFEN
Pers.lasten Totaal
Overhead Overige Totale kosten kosten
Opbrengsten Kostendekk. Percentage
€1.332
€1.122
€701
€3.154
€3.097
98,2%
€319
€354
€984
€725
74%
Hoofdstuk 1
Algemene dienstverlening
€311
Paragraaf 1.1
Burgerlijke stand
€22
23
€14
€58
€35
Paragraaf 1.2
Reisdocumenten
€79
€81
€151
€310
€285
Paragraaf 1.3
Rijbewijzen
€61
€63
€88
€212
€160
Paragraaf 1.4
Verstrekkingen uit de basis registratie personen
€20
€21
€7
€48
€30
Paragraaf 1.5
Verstrekkingen uit het Kiezersregister
Paragraaf 1.6
Gemeentegarantie
-
-
-
-
-
Paragraaf 1.7
Bestuursstukken
-
-
-
-
-
Paragraaf 1.8
Vastgoedinformatie
-
-
-
-
-
Paragraaf 1.9
Overige publiekszaken
77
79
94
250
139
Paragraaf 1.11 Huisvestingswet
-
-
-
-
-
Paragraaf 1.12 Leegstandwet
-
-
-
-
-
Paragraaf 1.13 Gevaarlijke stoffen
-
-
-
-
-
Paragraaf 1.10 Gemeentearchief
Paragraaf 1.14 Vervallen Paragraaf 1.15 Kansspelen
4
4
-
8
13
Paragraaf 1.16 Algemene Verordening Ondergrondse infrastructuren - AVOI
€32
€33
€0
€65
54
Paragraaf 1.17 Algemene plaatselijke verordening Vlissingen
5
5
-
10
1
Paragraaf 1.18 Verkeer en vervoer
€10
€11
€0
€21
€8
Paragraaf 1.19 Diversen
€0
€0
€0
€0
€0
€828
€638
€347
€1.812
€2.313
Hoofdstuk II
Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet
Paragraaf 2.1
Algemene bepalingen
Paragraaf 2.2
Voorfase
152
117
-
268
69
Paragraaf 2.3
Activiteiten met betrekking tot bouwwerken
508
391
204
1.102
1.956
Paragraaf 2.4
Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed
€21
€16
€0
€37
€7
Paragraaf 2.5
Milieubelastende activiteiten
-
-
75
75
75
Paragraaf 2.6
Lozingsactiviteiten
1
1
-
2
2
Paragraaf 2.7
Aanlegactiviteiten
15
12
-
27
23
Paragraaf 2.8
Overige activiteiten
16
12
-
28
12
Paragraaf 2.9
Maatwerkvoorschriften
1
1
25
27
27
Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid
2
2
11
15
15
Paragraaf 2.11 Overige tarieven
35
27
4
66
61
Paragraaf 2.12 Modaliteiten
77
60
29
166
138
Paragraaf 2.13 Vermindering
-
-
-
-
-45
Paragraaf 2.14 Teruggaaf
-
-
-
-
-26
€193
€165
€0
€358
€58
Hoofdstuk III Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn
87
128%
16%
9.
PARAGRAFEN
Pers.lasten
Overhead Overige Totale kosten kosten
Opbrengsten Kostendekk. Percentage
Paragraaf 3.1
Horeca
€64
€55
€0
€119
€44
Paragraaf 3.2
Organiseren evenementen of markten
€126
€108
€0
€233
€12
Paragraaf 3.3
Prostitutiebedrijven
€0
€0
€0
€0
€0
Paragraaf 3.4
Huisvestingswet 2014
€0
-
€0
€0
-
Paragraaf 3.5
Brandbeveiligingsverordening
Paragraaf 3.6
Winkeltijdenwet
-
-
-
-
-
Paragraaf 3.7
Exploitatie Huisvesting (inter) nationale werknemers
-
-
-
-
-
Paragraaf 3.8
In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of ander beschikking
3
3
-
6
2
€0
88
9.
PARAGRAFEN
9.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risicomanagement en beleid Risicomanagement Het beleid dat de gemeente Vlissingen voert ten aanzien van risicomanagement is vastgelegd in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement. In deze nota is de werkwijze vastgelegd en zijn de uitgangspunten bepaald ten aanzien van risicomanagement. De gemeente is verplicht zowel in de begroting als in de jaarrekening de risico’s te vermelden die de financiële positie van de gemeente kunnen beïnvloeden. Bij het opstellen van de begroting en jaarrekening dient een zo goed mogelijk beeld van kwantificeerbare risico’s aanwezig te zijn. Werkwijze Risicomanagement is een continu proces. Bij ieder besluit worden risico's afgewogen. Bij grote projecten worden mogelijke risico's afgewogen in relatie tot het risicoprofiel van de gemeente en expliciet vastgelegd. Twee keer per jaar worden alle risico's binnen de gemeente geactualiseerd. Op basis van deze actualisatie worden per team de huidige en mogelijk nieuwe risico's in beeld gebracht. Op basis hiervan ontstaat er een risico top 10 voor de gemeente. De risico's van de teams worden periodiek binnen het team besproken en waar nodig worden verdere beheersmaatregelen getroffen om de risico's zoveel mogelijke te beperken. De raad, het college en het management team worden geïnformeerd over de top 10 risico's van de gemeente.
Gedachte hierachter is dat de risico top 10 van de gemeente goed is voor ongeveer 90% van risicobedrag. Voorwaarden in een continu proces Risicomanagement heeft op het niveau van de raad, het college en het management team een structurele plek binnen de planning- en controlcyclus. Voor de raad betekent dit dat bij zowel de begroting als bij de jaarrekening gerapporteerd wordt hoe de risico’s zich ontwikkelen en hoe deze zich verhouden tot de ontwikkeling van de weerstandscapaciteit. Één van de voorwaarden voor een adequaat risicomanagement is dat bestuurlijke doelstellingen voor programma’s, strategische projecten en grondexploitaties helder zijn. Verder is het noodzakelijk dat zowel bestuur als management zich bewust zijn dat risicomanagement onderdeel is van het normaal besturen en managen van de gemeente. Dit betekent dat het inventariseren van risico’s, het inschatten ervan en het treffen van maatregelen voortdurend in de praktijk wordt uitgevoerd. Risico-inventarisatie Risicokaart Risico’s waarvan de oorzaken en gevolgen in klassen ingedeeld zijn kunnen geplaatst worden in een risicokaart (zie afbeelding). De risicokaart geeft inzicht in de spreiding van de risico’s naar kans en gevolg. De nummers in de risicokaart corresponderen met de aantallen risico’s die zich in het desbetreffende vak van de risicokaart bevinden.
Daarmee wordt direct inzichtelijk hoe de risico’s zijn verdeeld over het groene, oranje en rode gebied. Netto betekent de situatie van de risico's inclusief de genomen beheersmaatregelen om de risico's te beperken. Per risico is bepaald welke beheersmaatregelen er kunnen worden genomen om een risico te beperken. Voorbeelden hiervan zijn het opnemen van een reserve, verbeterde proces/ werkafspraken, interne controles of aanpassingen beleid.
89
9.
PARAGRAFEN
Een risicoscore in het groene gebied, vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de bedrijfsvoering. Risico’s die in het oranje gebied zitten vragen om aandacht. Ze vormen individueel nog geen reëel gevaar voor de continuïteit van de bedrijfsvoering, maar naarmate de tijd vordert, kan het risico wel een bedreiging gaan vormen. Voor deze risico’s wordt het dan ook aangeraden niet lang te wachten met het nemen van verdere beheersmaatregelen. In de risicokaart wordt duidelijk dat er zich relatief veel risico’s in de groene en oranje zone bevinden, onder/midden in de risicokaart. Bij beheersing van deze risico’s die veel voorkomen kan op de langere termijn serieuze bedreigingen ten aanzien van de continuïteit van de bedrijfsvoering worden voorkomen. Een risico dat een risicoscore heeft die in het rode gebied zit, vereist directe aandacht om te voorkomen dat de continuïteit van de bedrijfsvoering wordt bedreigd. Risico's Op basis van het risicoprofiel van de gemeente Vlissingen kan worden bepaald hoeveel geld benodigd is om alle risico’s te kunnen financieren. Dit wordt de benodigde weerstandscapaciteit genoemd. De financiële omvang van de risico's wordt berekend op basis van een risicosimulatie (Monte Carlo methode). Uitgangspunt hierbij is een statistische benadering die er van uit gaat dat nooit alle risico’s zich én tegelijk, én in hun maximale omvang voordoen.
In totaal zijn er 85 risico’s geïdentificeerd en gekwantificeerd. Op basis van de risicosimulatie is het financieel risico € 20,4 miljoen. Bovenstaande berekening is gebaseerd op de doorontwikkeling van risicomanagement waar wij mee zijn gestart. Een voorbeeld van deze doorontwikkeling is dat de huidige nota weerstandsvermogen en risicomanagement zal worden geactualiseerd. De bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit is hiervan een onderdeel en voor ons als Vlissingen belangrijk voor de eventuele exit artikel 12. We zijn van mening dat we hierin verbeteringen kunnen doorvoeren. Deze verbeteringen hebben betrekking op: ■ De aanpassing van het zekerheidspercentage van gemiddeld naar 95%. De keuze voor de
zekerheidspercentage maakt duidelijk welk bedrag wij dienen te reserveren om de risico’s met een bepaalde zekerheid (in dit geval 95%) te kunnen opvangen. ■ Het benoemen van risico’s waarbij er sprake is van een structureel effect voor de begroting. Dit zijn risico’s waarbij de inschatting is dat het langer dan 1 jaar duurt voordat het risico dat zich manifesteert kan worden opgevangen in de begroting. Deze risico’s zullen een opslag krijgen van een factor 2 wat voor een gemiddelde tijd van 2 tot 3 jaar staat om de zich manifesterende risico’s met een structureel effect op te vangen/bij te sturen. Deze verbetering zullen we gezien het belang reeds voor het eerst toepassen bij de begroting 2024.
90
9.
PARAGRAFEN
In de hiernavolgende tabel wordt de top 10 risico’s van de gemeente Vlissingen gerangschikt naar financiële impact weergegeven. Het percentage geeft de weging van het betreffende risico aan t.o.v. het totaal aan risico’s. Hieruit is af te leiden dat de top 10 risico’s een weging heeft van ongeveer 92% in het totaal van de gedefinieerde risico’s. Top 10 risico's Begroting 2024
Jaarrekening Begroting 2022 2023
Nr.
Nr.
Nr.
Belangrijkste financiële risico's
Invloed
1
3
-
Algemene Uitkering Gemeentefonds valt lager uit na 2025 (herziening financieringssysteem)
27,60%
2
2
2
Stijging verliesvoorziening grondexploitaties door stijging inflatie
19,90%
3
-
-
Investeringsfonds sociaal domein inclusief hervormingsagenda
17,40%
4
1
1
Stijging verliesvoorziening grondexploitaties door stijging rente
14,90%
5
4
9
Gemeente wordt getroffen door een hack en/of cryptolocker inclusief mogelijke afpersing
3,70%
6
-
-
Stijgende energiekosten
2,80%
7
-
-
Jeugd (programma Inkoop Jeugdhulp)
1,70%
8
-
-
Taakstelling sociale werkvoorziening (werkleerbedrijf Orionis) wordt niet gerealiseerd.
1,50%
9
-
-
Algemene Uitkering Gemeentefonds valt lager uit in de periode 2023-2025.
1,10%
10
9
8
Aantrekken van leningen tegen een hoger rentepercentage dan geraamd.
1,10%
Toelichting top 10 risico's 1. Algemene Uitkering Gemeentefonds valt lager uit na 2025 (herziening financieringssysteem) De algemene uitkering laat in 2026 een afname zien van landelijke ruim € 4,0 miljard ofwel circa € 7,0 miljoen voor ons. Deze afname wordt grotendeels veroorzaakt door de terugkeer van de opschalingskorting en het los laten van het systeem “trap op trap af”. De verwachting was dat een dergelijk hoge afname niet reëel is en dat dit gecompenseerd zou worden door het rijk. Dit is ook gebeurd zij het gedeeltelijk en in eerste instantie alleen voor 2026 en tot een bedrag van landelijk € 1,0 miljard. In de meicirculaire 2023 is dit structureel gemaakt. Ondanks de compensatie is er nog steeds sprake van een afname van landelijk circa € 3,0 miljard en voor ons circa € 5,0 miljoen. De VNG heeft een resolutie opgesteld waar het rijk wordt gevraagd onder andere de structurele korting van € 3,0 miljard te compenseren. De leden hebben tijdens het VNG congres 2023 ingestemd met de resolutie waarbij de VNG in gesprek gaat met het rijk over het feit dat de structurele korting van € 3,0 miljard wordt gecompenseerd. Het is nu afwachten hoe dit zich verder gaat ontwikkelen. De financiele impact is bepaald op de € 5,0 miljoen. Dit risico is beoordeeld als een risico met een structureel effect. 2.
Stijging verliesvoorziening grondexploitaties door stijging inflatie Voor grondexploitaties met een nadelig eindresultaat wordt er een verliesvoorziening getroffen op basis van de geprognosticeerde eindwaarden. Bij elke herziening worden eventuele aanpassingen in de eindwaarden ook in de verliesvoorziening verwerkt. Aanpassingen zijn afhankelijk van een aantal parameters waaronder de inflatie. Een hogere inflatie dan eerder geprognosticeerd leidt tot hogere kostenramingen en daarmee tot een hogere verliesvoorziening. De financiële impact, met een uitgangspunt van 2% stijging van de kosten en -2% opbrengsten, betreft € 4,0 miljoen.
91
9.
PARAGRAFEN
3. Investeringsfonds sociaal domein inclusief hervormingsagenda In het investeringsfonds sociaal domein (waarin ook de hervormingsagenda is opgenomen) is een ambitieus pakket aan maatregelen opgenomen om de kostenontwikkeling in het sociaal domein in de hand te houden. Het tijdspad is krap om de genoemde besparingen te realiseren en we moeten eerst investeren voordat we kunnen rekenen op rendement. Bij sommige investeringen is de inspanning om te komen tot rendement groot en is de kans op volledig slagen niet op voorhand zeker. Temeer omdat de uitvoering van dit pakket moet plaatsvinden in een periode waarin het sociaal domein in algemeenheid kampt met grote vraagstukken. Als organisatie hebben we de handen vol aan het beheersen van de negatieve ontwikkelingen in het sociaal domein, de uitvoering van de hier voorgestelde projecten en acties, hoe belangrijk ook, legt een extra druk op de beschikbare capaciteit. Gezien het hierboven gestelde is dit gekwantificeerd als een risico van € 590.000 (voor 2024) en € 1,15 miljoen (voor 2025). Dit risico is beoordeeld als een risico met een structureel effect. 4. Stijging verliesvoorziening grondexploitaties door stijging rente Voor grondexploitaties met een nadelig eindresultaat wordt er een verliesvoorziening getroffen op basis van de geprognosticeerde eindwaarden.
Bij elke herziening worden eventuele aanpassingen in de eindwaarden ook in de verliesvoorziening verwerkt. Aanpassingen zijn afhankelijk van een aantal parameters waaronder de rente. Omdat voor het financieren van de boekwaarde in de grondexploitaties geld geleend moet worden, wordt de rente over deze leningen doorberekend op de grondexploitaties. Met een totale boekwaarde van circa € 145 miljoen (2e herziening 2023) heeft een rentestijging een forse negatieve impact op de verliesvoorziening grondexploitaties. Hierbij leidt vooral de hoge boekwaarde van het Scheldekwartier in combinatie met de relatief nog lange looptijd tot een hoge gevoeligheid voor mutaties in de langlopende rente. De financiële impact als de rente voor nieuw af te sluiten geldleningen met 1% stijgt is € 3,0 miljoen. 5. Gemeente wordt getroffen door een hack en/of cryptolocker inclusief mogelijke afpersing Het risico bestaat dat de gemeente wordt getroffen door een hack en/of cryptolocker. Via phishing (mail, bestand, website, etc.) en/of hack wordt data gestolen en/of versleuteld door cryptolocker. Criminelen eisen geld voor teruggave data (ongedaan maken cryptolocker) en/of niet publiceren gestolen data. De kans dat het risico zich voordoet is beoordeeld al midden (50%). Het afgelopen jaar is er sprake van een stijging bij gemeenten, waar het risico zich heeft voorgedaan.
Naast gemeenten worden ook de leveranciers van SAAS, welke de gemeente gebruikt, getroffen. Dit heeft impact op de dienstverlening van de gemeente Vlissingen. Herstelkosten (o.a. inhuur bedrijven om het probleem te onderzoeken en op te lossen) zijn bij verlies ICT en data enorm. Er kan daarnaast sprake zijn losgeld en inkomstenderving. De financiële impact voor de gemeente Vlissingen is mede bepaald op ervaringen bij andere gemeenten. Het Hof van Twente heeft in totaal € 4,2 miljoen. aan schade geleden bij een hack. De gemeente Haarlemmermeer daarentegen € 250.000. De financiële impact is bepaald op € 2,0 miljoen. 6. Stijgende energiekosten Eind 2023 eindigt de huidige overeenkomst met Total ( gas leverancier) en DVEP (elektriciteit leverancier). Op dit moment (september 2023) is de aanbesteding commissie bezig met de aanbesteding voor gas en elektriciteit voor 2024 en 2025 voor alle Zeeuwse gemeentes. Deze aanbesteding is ten tijde van de begroting 2024 nog niet afgerond. Het risico is hierdoor aanwezig dat de begrote lasten voor energiekosten, zoals opgenomen in begroting 2024 (rekening houdende met macro economische verkenningen), hoger kunnen uitvallen, een verhoging van de prijs met meer dan 25% is niet uit te sluiten. Financiele impact is bepaald op € 500.000. Dit risico is beoordeeld als een risico met een structureel effect. 7.
Jeugd (programma Inkoop Jeugdhulp) Gezien de huidige spanningen in de wereld blijft de zorgvraag onder jeugdigen stijgen (o.a. als gevolg van psychische klachten) en daarmee de daaraan gekoppelde financiële lasten. Dit zet druk op de financiële middelen binnen het sociaal domein, in welke mate is moeilijk in te schatten. Tegelijkertijd wordt
92
9.
PARAGRAFEN
een verdere stijging van de loonkosten voorzien. Dit betekent een financieel nadeel voor de gemeente Vlissingen. Een deel van de verwachte stijging is al opgenomen in de begroting. Echter iedere extra stijging van 1% leidt daarbovenop nog voor een verdere stijging van € 170.000. Dit risico is beoordeeld als een risico met een structureel effect. 8. Taakstelling sociale werkvoorziening (werkleerbedrijf Orionis) wordt niet gerealiseerd Jarenlang is er sprake van een exploitatietekort in het werkleerbedrijf. Op basis van in 2021 door de gemeente(n) geïnitieerd onderzoek is gebleken dat door implementatie van verschillende verbetermaatregelen de komende jaren een ruime rendementsverbetering gerealiseerd moet kunnen worden. In 2022 heeft Orionis verbeterplannen opgesteld. Als de verbeterplannen hun effect hebben is er eind 2027 sprake van een positief resultaat van circa € 2,8 miljoen. Orionis heeft daarnaast ook te maken met het realiseren van een taakstelling (€ 2,1 miljoen). Het risico is aanwezig dat deze taakstelling niet wordt gerealiseerd. Indien de resultaten vervolgens tegenvallen, betekent dat te realiseren taakstelling doorschuift in de tijd/te langzaam gaat. Deze nadelige effecten komen voor rekening van Middelburg, Veere en Vlissingen.
Op basis van tegenvallende resultaten 2023 en verwachtingen dat dit in 2024 ook aan de orde zal zijn, is het verwachting dat het risico zich voor kan doen. Om deze reden is de vertraging inde realisatie van de taakstelling van structureel € 2,1 miljoen van 2025 naar 2027 verwerkt in de begrotingscijfers (budgetten zijn bijgesteld). De financiele impact van het risico is nu ingeschat op de aanname dat er nog een keer sprake is van 2 jaar vertraging. Dit levert dan een incidenteel nadeel op van € 4,2 miljoen. 9. Algemene Uitkering Gemeentefonds valt lager uit in de periode 2024-2025 Het risico dat de algemene uitkering gemeentefonds later uitvalt is altijd aanwezig. Echter voor de periode tot en met 2025 (vanaf 2026 de terugkeer van de afschalingskorting) zijn op dit moment geen indicaties dat het Vlissingens deel in het gemeentefonds fors naar beneden bijgesteld wordt. De opgenomen buffer van € 1,0 miljoen in de exploitatie is bij de begroting 2024 komen te vervallen. Om deze reden is de financiele impact bepaald op € 1,0 miljoen. Dit risico is beoordeeld als een risico met een structureel effect. 10. Aantrekken van leningen tegen een hoger rentepercentage dan geraamd We maken jaarlijks een inschatting omtrent de verwachte rente. De bijbehorende rentelasten worden opgenomen in de begroting.
Het risico is aanwezig dat er nieuwe geldleningen worden aangetrokken, waarbij het rentepercentage hoger is dan geraamd. De financiele impact is bepaald op het scenario dat rente met 1% stijgt voor nieuw af te sluiten geldleningen. Deze impact is € 200.000 per jaar (periode 2024-2027). Dit risico is beoordeeld als een risico met een structureel effect. Overige relevante risico's Naast de bovenstaande top 10, hebben wij meer risico’s in beeld gebracht. Onderstaand risico willen we graag onder de aandacht brengen. Transitie scenario wet sociale werkvoorziening (WSW) Orionis Walcheren Gezien het feit dat de WSW sinds 2015 is gesloten in de zin dat er geen sprake meer mag zijn van nieuwe instroom, zagen alle WSW organisaties zich gesteld voor de opgave om tijdig plannen op te stellen voor invulling van een zogenaamd transitie scenario. Immers neemt vanaf 1 januari 2015 de werknemers populatie gestaag af als gevolg van uitstroom, pensionering of anderszins. Een transitie scenario is van groot belang omdat een gecontroleerde afbouw van de WSW organisatie voorkomt dat er op enig moment sprake zal zijn van onverwacht hoge lasten als gevolg van het feit dat de omvang van de WSW populatie niet meer in verhouding staat tot de omvang van de organisatie. Tot dusverre is in het geval van Orionis nog onvoldoende bekend wat de financiële effecten hiervan zullen zijn.
In 2024 zal daarom in nauwe samenwerking met Orionis een nadere financiële uitwerking plaatsvinden van dit risico.
93
9.
PARAGRAFEN
Weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit Wat is weerstandscapaciteit? Weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd in financiële zin. Dat betekent als (weerstands)bedrag. De minimale weerstandscapaciteit is het bedrag dat we eventueel nodig hebben ter afdekking van financiële verliezen die kunnen optreden, als risico´s zich feitelijk gaan manifesteren. Het gaat daarbij om verliezen die niet al op een andere manier (bijv. via verzekering of afzonderlijk getroffen financiële voorziening c.q. reservering) financieel zijn ondervangen. De weerstandscapaciteit bestaat uit: ■ Vrij besteedbare reserves.
■ Budget onvoorziene uitgaven.
■ Onbenutte belastingcapaciteit. ■ Stille reserves.
Het voorgaande kan als volgt schematisch worden weergegeven:
Vrij besteedbare reserve Als vrij besteedbare reserve beschouwen wij de algemene reserve en de reserve grondexploitatie. Bestemmingsreserves zien wij niet als vrijbesteedbaar. Bestemmingsreserves worden ingezet voor het realiseren van onze doelstellingen. Periodiek wordt onderzocht of de omvang van de bestemmingsreserves nog juist zijn. Eventueel overbodige bestemmingsreserves vallen vrij ten gunste van de algemene reserve en worden op die manier vrijbesteedbaar. Onbenutte belastingcapaciteit Hieronder wordt verstaan de mogelijkheid die de gemeente heeft om belastingen te verhogen. Bij tarieven waar kostendekking een rol speelt is van onbenutte belastingcapaciteit sprake voor zover nog geen volledige kostendekking is gerealiseerd. Aan de hoogte van de belastingen en de overige tarieven is geen bovengrens
94
9.
PARAGRAFEN
gesteld. Aangezien er geen expliciet beleid is en de gemeente Vlissingen in vergelijking met andere Zeeuwse gemeenten gemiddeld hogere belastingen heeft, is in de berekening van de weerstandscapaciteit geen rekening gehouden met de mogelijkheid van onbenutte belastingcapaciteit. Onvoorziene uitgaven Voor onvoorziene uitgaven is in de begroting jaarlijks een bedrag opgenomen. Voor de jaren 2024-2027 gaat het om € 250.000 per jaar. Stille reserves Van stille reserves is sprake wanneer de marktwaarde van bepaalde bezittingen van de gemeente hoger is dan op de balans opgenomen boekwaarde. De aanwezigheid van dergelijke stille reserves is het gevolg van het voorschrift dat de boekwaarde van de activa gebaseerd moet zijn op historische kostprijs. Een stille reserve kan tot de weerstandscapaciteit worden gerekend indien: de bezitting die vrij verhandelbaar zijn en de opbrengst bij verkoop uitgaat boven het bedrag dat nodig is om wegvallende inkomsten op te vangen. Voor de bezittingen die vrij verhandelbaar gaan we uit van een PM bedrag omdat hierover geen inschattingen zijn te maken. De werkelijke waarde van de gemeentelijke aandelen in de Bank Nederlandse Gemeenten en Delta N.V. is wellicht hoger dan de nominale waarde (verkrijgingsprijs).
Aangezien de aandelen niet vrij verhandelbaar zijn kan deze meerwaarde (stille reserve) niet worden opgenomen in de berekening van de weerstandscapaciteit. Omvang weerstandscapaciteit De vrijbesteedbare reserves zijn gebaseerd op de omvang van de algemene reserve. In principe wordt ook de omvang van de reserve grondexploitatie opgenomen echter ultimo het verslagjaar 2022 is deze reeds nihil. Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen: koppeling weerstandscapaciteit en financiële risico's In het voorgaande is zowel de benodigde als de beschikbare weerstandscapaciteit bepaald. De benodigde weerstandscapaciteit op basis van de bestaande risico's kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt de ratio weerstandsvermogen. Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit Voor de gemeente Vlissingen betekent dit een negatieve ratio van 2,4 (-/- € 49,5 miljoen/ € 20,4 miljoen). Beschikbare weerstandscapaciteit De berekende beschikbare weerstandscapaciteit bij de begroting 2024 bedraagt -€ 49,5 miljoen (negatief) en is gelijk aan actualisatie bij de jaarrekening 2022.
Benodigde weerstandscapaciteit De inventarisatie van risico’s, welke in deze paragraaf is opgenomen, geeft een indicatie van de financiële omvang van de belangrijkste (specifieke) risico’s, inclusief een schatting van de kans dat het geïdentificeerde risico zich voordoet. We kunnen hiermee vervolgens de benodigde weerstandscapaciteit bepalen. Daarbij geeft het college een doorlopend inzicht in de grootste risico’s (top 10) voor de gemeente Vlissingen. Wij hebben op basis van de risico inventarisatie berekend wat de benodigde weerstandscapaciteit is. Het berekende bedrag voor specifieke risico’s bedraagt € 20,4 miljoen (laatste risico inventarisatie jaarrekening 2022 € 11,5 miljoen). Ten opzichte van de laatste risico inventarisatie is hiermee sprake van een toename van de gekwantificeerde risico’s met € 8,9 miljoen. Oorzaak van deze toename is de verbetering op de aanpassing van het zekerheidspercentage van gemiddeld naar 95% en het benoemen van risico’s waarbij er sprake is van een structureel effect voor de begroting. Dit zijn risico’s waarbij de inschatting is dat het langer dan 1 jaar duurt voordat het risico dat zich manifesteert kan worden opgevangen in de begroting. Deze risico’s zullen een opslag krijgen van een factor 2 wat voor een gemiddelde tijd van 2 tot 3 jaar staat om de zich manifesterende risico’s met een structureel effect op te vangen/bij te sturen.
95
9.
PARAGRAFEN
Ontwikkeling risicoprofiel De ontwikkeling van het risicoprofiel toont het volgende beeld:
Beoordeling Weerstandsvermogen Om de ratio voor het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen maken wij gebruik van de onderstaande waarderingstabel die in samenspraak tussen het NAR (Nederlands Adviesbureau Risicomanagement) en de Universiteit Twente is opgesteld.
96
9.
PARAGRAFEN
Waardering
Ratio
Betekenis
A
>2
Uitstekend
B
1,4 - 2
Ruim voldoende
C
1 - 1,4
Voldoende
D
0,8 - 1
Matig
E
0,6 - 0,8
Onvoldoende
F
<0,6
Ruim onvoldoende
Gegeven de negatieve ratio betekent dit voor de Gemeente Vlissingen dat het weerstandsvermogen volgens de waarderingstabel een waardering F heeft, hetgeen dus zwaar onvoldoende is. Op basis van de gehanteerde methode van kwantificering van de risico's en hetgeen is opgenomen in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement zou de ratio moeten liggen tussen de 0,8 en de 1,4. De weerstandscapaciteit van -€ 49,5 miljoen is niet toereikend in relatie tot de berekende risico’s van € 20,4 miljoen. De ontwikkeling van de algemene reserve zal bepalend zijn of wij de gesignaleerde risico’s in de toekomst kunnen opvangen. De ratio weerstandsvermogen is met 1,7 toegenomen. Kengetallen Onderstaand is de beoordeling van de diverse kengetallen in relatie tot de begrote financiële positie. Deze kengetallen zijn voorgeschreven door de BBV.
Kengetallen
Rekening 2022
Ultimo 2023
Ultimo 2024
Ultimo 2025
Ultimo 2026
Ultimo 2027
1a. Netto schuldquote
47%
58%
35%
37%
53%
56%
1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
47%
58%
35%
37%
53%
56%
2. Solvabiliteitsratio
-5%
2%
17%
20%
19%
21%
3. Grondexploitatie
3,7%
2,5%
0,2%
-3,4%
-5,3%
-5,7%
4. Structurele exploitatieruimte
2,0%
-4,0%
-1,1%
0,5%
-4,4%
-4,5%
5. Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden
112%
112%
107%
-
-
-
Op basis van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen, kan nog steeds geconcludeerd worden dat de gemeentelijke financiële positie zeer zorgelijk is. Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Op deze manier brengen we duidelijk in beeld wat het aandeel is van de verstrekte leningen en wat dat betekent voor de schuldenlast. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de mate aan, waarin de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het eigen vermogen van de gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Grondexploitatie De grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij
97
9.
PARAGRAFEN
de verkoop. De accountant beoordeelt ieder jaar of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen. Structurele exploitatieruimte De exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting maken we thans het onderscheid tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is:woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t (het begrotingsjaar) ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 (het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar) uitgedrukt in een percentage. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert ieder jaar deze lasten in de Atlas van de lokale lasten.
Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde waarde in die gemeente. Deze cijfers worden voortaan ook in de jaarlijkse meicirculaire bekendgemaakt zodat de gemeenten tijdig op de hoogte zijn van de hoogte van de lasten die voor de berekening moeten worden gebruikt. Voor de berekening wordt verwezen naar de paragraaf Lokale heffingen.
98